Notulen Besluitvormende Raadsvergadering 20 april 2023.pdf
Tekst van het document
Die gaan we nog krijgen om te kijken dat als wij dit hier nu inzetten, welk effect we hiervan zien, zodat we als we die visie gaan vaststellen, het gesprek als raad kunnen voeren of dit nog een passend middel is of het achterhaald is. Daar zouden wij wel kansen in zien, dus wij zijn wel benieuwd naar hoe het college daartegenover staat. Tot zover. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Sterenberg. U sprak namens de fractie van de VVD. De heer Schotman namens de fractie van POS. DE HEER SCHOTMAN (POS): Dank u wel, voorzitter. Ik zal beginnen om de vraag van de heer De Ruijter meteen maar te beantwoorden. Daarvoor duik ik een klein beetje in de marketing. Dat komt hier misschien niet zo heel vaak naar voren. Om heel duidelijk te stellen, ik had het over huis aan huis, maar ik bedoel natuurlijk een brief die vanuit de gemeente bij iedere woning wordt bezorgd, net als dat je bijvoorbeeld de jaarlijkse WOZ-beschikking krijgt of de gemeentelijke belastingen, dus alsjeblieft niet een huis-aan-huisblaadje. Daarbij als je kijkt naar abri's bijvoorbeeld met een QR-code langs de weg, dan moet ik dat vergelijken met een marketing funnel. Dan heb je awareness, consideration, dus je gaat het overwegen als je dieper de funnel ingaat en onderaan in de funnel ga je converteren, dan ga je kopen of iets doen.
Wat mij betreft is een abri langs de weg een beetje hetzelfde als een verkiezingsbord langs de weg. Toen de omgevingsvisie er was, had je windmolens op De Eng. We weten ondertussen dat ze daar niet komen. Dat is een awareness ding. Je wordt getriggerd, maar dat zet je nog niet aan tot actie. Wat de fractie van POS betreft, is die brief die jij thuis ontvangt met daarin een hele duidelijke oproep, het liefst met een QR-code erin dat je hem meteen kunt invullen. Dat is dat laatste stukje in die funnel om die inwoner aan te zetten tot participatie, tot deelname. Daarnaast, tijdens de omgevingsvisie, de participatie hebben wij nadien best wel vaak gehoord van inwoners dat zij van niks wisten en dat niet hadden gehoord. We vinden alle nieuwe communicatiestrategieën digitaal allemaal fantastisch, maar niet iedereen zit op social media en lang niet iedereen kijkt op de website van de gemeente helaas. Vandaar dat dit middel, wat ons betreft, een goede toevoeging is. Ik hoop dat ik uw vraag daarmee heb beantwoord. Wat ik heb begrepen, had ik ook meegestuurd met het amendement, zat dat dus niet standaard in het beschikbare of in het gevraagde budget en moeten we dat daarom via dit amendement extra aanvragen om dit te doen. Dan mijn eigenlijke verhaal. Dank u wel, voorzitter.
De fractie van POS is tevreden over het nu voorliggende gewijzigde raadsvoorstel en we vinden het verstandig om ons vanuit de raad voor nu te beperken tot het toekennen van de benodigde budgetten om te starten met de uitwerking van de omgevingsprogramma's en het daaraan verbonden participatietraject om ons in een later stadium dit jaar uit te spreken over het dan opgestelde afweging schade. Laat de participatie nu eerst haar werk doen. Voor POS is participatie en het betrekken van inwoners en het echt luisteren naar onze inwoners de belangrijkste kernwaarde van onze partij. We zullen de uitwerking van het participatietraject en hoe u de resultaten hiervan meeneemt in de verdere uitwerking van de omgevingsprogramma's dan ook met meer dan gemiddelde interesse, en wij durven het best te zeggen, kritisch volgen. Uiteraard zullen we daarbij kijken hoe u de door de raadsfracties meegegeven aandachtspunten in de participatie meeneemt. Althans, in ieder geval de aandachtspunten van POS. Dan de ingediende moties. Hoewel POS een aantal van de ingediende moties sympathiek vindt en deze in principe op de steun van POS zouden kunnen rekenen, willen wij de participatie in dit stadium zo min mogelijk beperken of verder kaderen. Om die reden zullen wij op dit moment inhoudelijke moties dan niet steunen. Ik zeg inhoudelijke moties.
De betreffende moties kunnen wat POS betreft later dit jaar, indien nog relevant bij de behandeling van wegingskader aan de raad, alsnog voorgelegd worden. Wat betreft de motie hoogbouwvisie van Soest 2002, wellicht begrijpen we de oproep niet goed, maar wat POS betreft zou de hoogbouw juist vanuit de participatie ontwikkeld moeten worden en niet voorafgaand aan de participatie meegegeven moeten worden. Dus ook die motie zullen wij op dit moment niet steunen. Wat betreft de motie potentiële woningbouwlocaties van D66, in aansluiting met een aantal van de andere 13
sprekers, ook deze motie vindt de fractie van POS sympathiek. Echter willen wij graag eerst van onze inwoners horen, zonder de toetsingscriteria en wegingsfactor, waar zij vinden dat het gebouwd zou moeten worden of kunnen worden. Daarnaast kunnen de toetsingscriteria en wegingsfactoren zelf juist mede vanuit de participatie tot stand komen. Dus die motie zullen we op dit moment niet steunen. De overige 2 moties van D66, meer procesmatig en op de participatie gericht, wat ons betreft ook sympathiek. De motie M6 en M7. Die zullen wij ondersteunen, aangezien ze niet inhoudelijk gericht zijn, maar procesmatig en verzoeken om specifieke informatie uit de participatie op te halen. Tot zover, dank u wel. Dank u wel, de heer Schotman. U sprak namens de fractie van POS. VOORZITTER: Dan mevrouw Flinterman, de fractie van D66. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dank wel, voorzitter. Als eerste wil ik benadrukken dat de moties die D66 heeft ingediend aanvullend zijn op de inbreng die we hebben gehad op 30 maart. Er zijn nieuwe punten naar voren gebracht die wij met voortschrijdend inzicht hadden bedacht. Vandaar dat we er alsnog motie van hebben gemaakt. Dit op commentaar van VVD en GroenLinks. Dan wil ik ook nog even graag een uitleg geven over onze motie participatie bouwlocaties. Ik merk bij bijvoorbeeld PvdA dat daar onduidelijkheid over is wat we daarmee bedoelen.
We willen juist de inwoners wat meer handvaten geven tijdens de participatie, zodat ze niet teleurgesteld worden. Het enige kader wat er nu aan vast hangt is dat er wordt gezegd: "Waar zou je willen bouwen?" Het enige kader is de groene hoofdstructuur en verder kan het overal." Dan kan je dus voorstellen dat als je inwoner bent en je denkt vrolijk mee hierover dat je heel erg teleurgesteld wordt omdat er heel veel weggestreept wordt achteraf. Dat over onze eigen moties. Dan reagerend op de motie van POS, de huis-aan-huisbrief, daar hebben wij als D66 toch wel moeite mee. Niet om andere middelen of meer middelen in te zetten om mensen te bereiken, want daar zijn we zeker voor en we weten dat overheidscommunicatie het bereiken van inwoners en zorgen dat ze reageren ontzettend moeilijk is. Op een enquête wordt er vrij slecht gereageerd, maar of een brief aan huis dan daarvoor de oplossing is, dat vragen wij ons echt af. We vinden het toch een beetje een stap terug in de tijd. We hebben een paar jaar geleden samen met GroenLinks een motie ingediend om het reclamedrukwerk te beperken, dus de Ja-Nee sticker. Dit is toch weliswaar geen reclame, maar het is wel een stap terug weer naar papier.
Ik kan me herinneren bij de omgevingsvisie, misschien ter inspiratie nog voor het college, maar ik denk dat ze dat nog wel voor in het hoofd hebben zitten, in ieder geval 2 wethouders, zijn er een heleboel middelen ingezet die anders waren dan de standaard middelen. Ik herinner me een tekstkar op De Eng bijvoorbeeld om inwoners op te roepen of ze daar windmolens willen. Dat zijn dingen waarmee je mensen wel naar de website krijgt. De digitale drempel is er zeker, maar aan de andere kant is dat nou eenmaal de toekomst. Je kan ze ook naar locaties als de bibliotheek krijgen, waar ze dan een papieren enquête of met hulp van anderen een enquête kunnen invullen. Dus nee. Een heel lang verhaal. We horen graag wat het college aan extra inspanning of creatieve ideeën voor participatie heeft, maar deze motie gaan wij niet steunen. Dan hebben we de motie M1 Groen en Landschap van Soest 2002. Die heeft bij onze fractie heel veel vragen opgeroepen, terwijl een motie bedoeld is om duidelijkheid te scheppen. Het vasthouden aan die hoofd groenstructuur is voor dit proces wat ons betreft voldoende om nu al natuurgebieden te gaan benoemen. Wat is dan natuur en wat niet en waarom dit wel? En waarom die andere niet? Laat eerst de participatie maar daarin zijn werk doen. Stomp was ingetrokken. Dan hebben we de typologie woningen, motie M3.
Daar kan ik me aansluiten bij mijn voorgangers, onder andere heer Lucas, dat wij ook zeggen: "Laat hier de inwoners maar het woord doen, want ik kan me best voorstellen dat er wijken zijn waarvan je zegt: juist eenvormige woningen, seniorenwoningen vlakbij voorzieningen en dan een andere wijk wat meer variatie daarin aanbrengen." Dus maatwerk specifiek op de locatie. De hoogbouwvisie, toen ik het besluit las, dacht ik: ja, hoogbouwvisie lijkt me heel zinvol. Daarboven staat in het oordeel: "Het moet duidelijk zijn voor de participanten waar en hoe hoog in hun wijk gebouwd wordt." Toen raakte ik, en de heer Lucas ook, de kluts kwijt, want ik denk: hoe kan je de participatie ingaan als de participanten van tevoren al moeten gaan bepalen waar zij willen dat er gebouwd wordt en hoe hoog dan? Wat is hoog? Daar gaat een hoogbouwvisie over. Wat is hoog, tenminste wat D66 betreft, in de relatie met het groene en dorpse karakter? Dan heb ik volgens mij alles gehad. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Flinterman en daar waar u de motie uitsprak ten aanzien van het ingediende amendement van POS ga ik er vanuit dat u amendement bedoelde. De heer Dijkhuizen namens de fractie van de CU-SGP. DE HEER DIJKHUIZEN (CU-SGP): Voorzitter, dank u wel.
Wij zijn blij met het voorstel wat nu voor ons ligt en ik moet denken aan de eerste avond waarin hier heel veel zeer enthousiaste ambtenaren heel passievol vertelden over de verschillende onderwerpen. Daar hebben wij heel erg van genoten. Ik zie ze hier zitten. Wij willen u bedanken voor de wijze waarop u heeft gepoogd om 14
een mooi stuk aan startnotities te produceren. We hebben ook genoten, en mevrouw Flinterman heeft het al gezegd, van de wijze waarop wij op de achtergrond met elkaar hebben gepoogd om tot een goed voorstel te komen, ook al wijkt die dan af van het eerste oorspronkelijk, maar om daar in gezamenlijkheid op te trekken. We zijn wel benieuwd en vinden hem wel spannend hoe we met de uitkomsten van de waardenkaart aan het eind van het jaar uit gaan komen, maar dat zullen we dan tegemoet zien. Dan kijken we even naar de moties. We kunnen een hele avond praten over hoe we onze burgers gaan bereiken en we zijn het er volgens mij allemaal over eens dat we participatie heel erg, misschien wel het belangrijkste in dit verhaal vinden. Moet je dat dan middels een brief doen huis-aan-huis? Wij vinden het nog niet eens zo'n gek idee. Er zijn natuurlijk allerlei andere ideeën. Natuurlijk zijn die er, maar als we zouden kiezen voor het voorstel van POS, dan weten we dat we iedere woning bereiken. We zijn wel benieuwd wat het college daarvan vindt. Op voorhand zeggen we: "Het is iets wat we misschien niet zouden moeten willen, maar het is ook wel een hele effectieve manier, maar we zijn benieuwd wat het college daarvan vindt." Dan de overige, de motie én over het omgevingsprogramma, dat vinden we niet aan de orde, dus die zullen we niet steunen. De startnotitie gemixte woningen ook niet.
Dat vinden we een beetje overbodig. We hebben niet het gevoel dat er in Soest allemaal wijken zijn die helemaal onevenwichtig verdeeld zijn. De startnotitie hoogbouw zullen wij ook niet steunen. Dat vinden we niet aan de orde. M5 hebben we zelf mee ingediend omdat we, en dat zijn wij echt eens met mevrouw Flinterman, het belangrijk vinden dat we een speelveld voor onze participant wel helder maken. Natuurlijk kunt u zeggen: "Dat moet je niet doen." We weten middels als we mensen uitnodigen te participeren en ze achteraf vertellen dat we van tevoren konden vertellen dat dit niet doorgaat daar heel veel frustratie uit naar boven komt. Stelt u zich nou eens voor dat onze jongeren zouden zeggen: "Bouwt u De Eng maar vol. Daar is ruimte genoeg." Dan moeten we achteraf zeggen: "Dat is natuurlijk onzin. Dat had u nooit mogen zeggen." Dus ergens wat criteria neerleggen, vonden wij nog helemaal niet zo verkeerd. Vandaar dus dat we hem mede willen indienen. De procesvoorstellen van M6 en M7 hebben we al wat meer over gehoord. Die vinden wij prima, dus die zullen wij zeker steunen. Voorzitter, tot zover. VOORZITTER: Dank u wel, de heer Dijkhuizen. U sprak namens de fractie van de CU-SGP. Ik ga kijken of er nog anderen in de eerste termijn het woord wensen? De heer Groothuis, Soest2002.
DE HEER GROOTHUIS (SOEST2002): Ik moet natuurlijk wel reageren op alle opmerkingen die over die moties zijn gemaakt. Misschien ligt het aan ons, misschien hebben we het verkeerd opgesteld. Laten we het daar maar op houden, maar het is ons echt bedoeld: college, neem bijvoorbeeld de hoogbouw nu mee in de participatie. Schrijf het niet voor, neem het mee dat onderwerp, zodat mensen kunnen zeggen: "Wat willen we nog meer in deze wijk?" Natuurwaarde, natuurlijk gaan we niet van tevoren zeggen: dat en dat en dat. Neem het mee in de participatie. Wat vindt u nou belangrijk? Welke gebieden vindt u nou erg belangrijk? Kan in het Slangenbosje gebouwd worden? Geef het nou zelf eens even aan, en neem het in ieder geval mee in de participatie. Zo is het voor ons bedoeld. Evenals gemixt vindt u in deze wijk waar al veel hoogbouw is, dat er nog meer hoogbouw mee moet of moet het iets anders komen? Is er genoeg sociale woningbouw of beter mix? Niet allemaal voor hetzelfde. Neem het mee in de participatie. Zo is dat voor ons bedoeld deze moties, niet meer of minder. Niets voorschrijven, neem het gewoon mee als aandachtsvestiging. Dan moet ik nog even terugkomen op de 3 moties van D66. Wij willen graag dat het college daar even een reactie op geeft wat zij daarvan vinden. Het amendement van POS zullen wij niet steunen.
Het vorige college heeft enorm veel ervaring opgedaan met de participatie rond de Omgevingswet. Dat is enorm geweest wat daar geïnvesteerd is, hoe het gegaan is en hoeveel reacties daar van zijn gekomen. Wij denken dat een huis-aan-huisbrief daar niet veel aan zal veranderen. Wij laten dat graag over aan het college. Je kunt alles zeggen. Veel brieven worden door veel mensen zomaar bij het oud papier gegooid, zonder geopend te worden. Zo kun je allerlei argumenten noemen, maar wij laten dit graag over aan het college om dit uit te voeren. VOORZITTER: Dank u wel, de heer Groothuis. Ik kijk nog of anderen nog het woord wensen of dat we eerst het college aan het woord laten. Als dat laatste het geval is, dan gaan we nu even schorsen, want het college zal zich even moeten voorbereiden en het is ook wel ongeveer tijd voor de pauze. Ik stel voor dat we tot 21.20 of 21.25 uur schorsen. VOORZITTER: Dames en heren van de raad, leden van het college, ambtelijke tribune, mag ik u vragen om uw plekken weer in te nemen? We hebben kort geschorst om het college de gelegenheid te geven zich voor te bereiden en de raad heeft een kleine versnapering kunnen nemen. Wethouder Scholten zal als eerste namens het college het woord voeren, daarna wethouder Treep en vervolgens tot slot wethouder Suna. Wethouder Scholten, u heeft het woord.
15
WETHOUDER SCHOLTEN: Voorzitter, dank u wel. Voor ik inhoudelijk namens het college met een aantal antwoorden op uw amendementen en moties begin, wil ik even dit moment markeren. Dat ontstond nadat mevrouw Flinterman heel duidelijk het nieuwe voorliggende raadsbesluit had toegelicht en hoe dat tot stand gekomen is. Als je ziet wat een enorme worsteling, wat een enorme partij werk, wat een enorme partij denkwerk deze startnotities en uiteindelijk hetgeen hier nu licht aan een raadsbesluit zijn geweest, dan rest ons als college alleen maar heel veel dank naar u uit te spreken, want u heeft een aantal momenten gepakt. U heeft uw eigen raadsbesluit geschreven, maar u heeft ook alle ambtenaren die zo druk bezig zijn geweest met deze notities bedankt en u heeft met 10 fractievoorzitters, 10 partijen, dit tot stand weten te brengen. Dat is bijzonder en daar worden we heel blij van, maar daar willen we ook onze grote dank voor uitspreken, want het is echt wel een heel bijzonder moment. Dus mevrouw Flinterman en allen, heel veel dank voor de wijze waarop u geacteerd heeft. Voorzitter, dan zou ik nu graag over willen gaan naar de beantwoording of de reactie van het college op het amendement en een aantal moties. Dan begin ik bij het amendement van POS: extra budget vragen om huis-aan-huis brieven te bezorgen met een uitnodiging erin. "Een brief op iedere mat", geeft u aan.
Ondanks het feit dat uw deskundige de heer Schotman al aangaf dat je tegenwoordig wel andere methodes hebt, stelt u voor dit te doen. We zien wel dat het participeren bij dit soort grote onderwerpen enorm belangrijk is, want wij gaan onze inwoners bevragen over hun dorp, hun wijk. Hoe belangrijk is het dan dat je zoveel mogelijk en liefst alle inwoners bereikt? Doe mee, geef je reactie, vertel jouw gedachten en jouw dromen rond die participatievragen die hen bereiken. We hebben ook op allerlei manieren, zoals u dat in die startnotities terug kunt lezen, geprobeerd methodes te bedenken waarop we onze inwoners kunnen bereiken. Dat staat breed omschreven, maar daar staan de brieven niet bij. We willen ieder op zijn eigen aansprekende manier zien te bereiken. Als dat een brief op de mat is, een huis-aan-huis hard kopie exemplaar, dan zou dat een methode kunnen zijn. Waar we een beetje over twijfelen is de effectiviteit van deze methode, want hoe is dit meetbaar. In het kader van de AVG kunnen we niet zeggen: "Meld even dat je een brief hebt gehad en je heet Jantje en we zetten een kruisje achter je naam." Dus die meetbaarheid is vrij ingewikkeld. Aan de andere kant zien we dat we het heel belangrijk vinden dat inwoners bereikt worden. Daarin vonden we zeker de suggestie van mevrouw Sterenberg van de VVD wel een interessante.
Als je dit dan toch doet, evalueer hem en zet hem eventueel in voor de participatievisie. Nou is dat dus weer moeilijk als je ziet dat je die effectiviteit niet kunt meten. Daarom legt het college dit bij u terug als raad. We snappen de gedachte. We vinden hem best wel ingewikkeld en hechten heel veel waarde aan deelnemen van niet alleen de usual suspects maar van een zo groot mogelijk deel van onze inwoners om een goed representatief beeld te krijgen van de opbrengsten. Tot zover het amendement van POS. Dan de motie van Soest 2002, M4, die hoogbouwvisie. De heer Groothuis, u heeft het college net zo in verwarring gebracht als dat wij hier in de raad ook hoorden. Als u zegt: "Maak een visie en laat inwoners participeren op de visie." Dan zeggen we als college: "Dat is nou net niet zoals wij die participatie zien." Als u zegt: "Er moet eerst participatie gedaan worden en bevraag inwoners: wat vindt uw hoogbouw 3, 5, 7, 9 lagen of doen we meteen Amersfoort met 24? Op welke plek zou uw hoogbouw zien in deze wijk?" Dan zou het college kunnen zeggen: "Dan kunnen wij uw suggestie overnemen, als de rest van de raad hem ook zo gehoord heeft." Ik hoor graag van u nog even, de heer Groothuis, of dat de gedachte is. De motie van D66 over de participatie van de potentiële woningbouwlocaties.
Ik kom heel graag eventjes op een wat bredere toelichting, want ik hoor angst over het succes van participatie. U geeft aan dat u met woningbouwlocaties op stap gaat en u aan inwoners vraagt wat ze daarvan vinden of concreet te benoemen. Uiteindelijk wordt er gezegd: "Sorry, mooi bedacht, maar die gaat niet op." Dat begrijpen we. Echter, zo wordt de participatie niet ingestoken. Het is de bedoeling dat wij op waarden gaan bevragen: wat heeft voor u een hogere waarde? Dus wij komen niet met concrete woningbouwlocaties en wij vragen ook niet naar concrete woningbouwlocaties. Wij hebben het namelijk over de kwaliteit van ons dorp. Er zijn delen waar een kwaliteit is, die mogelijk bebouwing toe zou laten en er zijn delen waar een kwaliteit is waar dat absoluut niet kan. Die kwaliteit brengt ook weer wegingsfactoren met zich mee. Uiteindelijk bent u degene die de afwegingskaders mag vaststellen, en dan pas kun je een slag verder gaan met elkaar. Dus er wordt niet bevraagd op locaties. U vraagt ook een procesbeschrijving om de omgevingsvisie. Ik moest het even een beetje samenvatten op een schoolse manier om het wat makkelijker voor mezelf uitlegbaar te maken. Het was het wie, wanneer en wat, als ik het goed samenvat. Dat zijn allemaal vragen over de processen rond de Omgevingswet en hoe wij met elkaar omgaan met die wet. Het college raadt u aan om deze motie aan te houden.
Dat is best wel een beetje raar. Dat kan ik me voorstellen. Ik zie u al kijken, maar ik vertel u waarom wij dat aanraden. Dat heeft te maken met de volgende reden: we hebben gezien dat er veel vragen en veel onzekerheden zijn rond de processen van die Omgevingswet. Wat doet dat voor u? Waar zit uw rol? Wat doet dat voor inwoners? Wat doet het voor initiatiefnemers? Er zijn zoveel vragen die aangeven dat daar onduidelijkheden zijn, dat ik u kan zeggen dat ik recent de griffie verzocht heb om met een tweetal informatieavonden te komen. Als de Agendacommissie de eerste accordeert, dan zou dat kunnen zijn dat wij op 15 juni met 16
elkaar in gesprek gaan over die Omgevingswet. Dan kunt u alle vragen beantwoord krijgen waarop u dus volop in de gelegenheid gesteld wordt om alles te horen rond de processen over uw rol en wanneer u als raad aan zet bent. Daarom adviseren wij u om deze motie aan te houden. Als u al deze dingen doorlopen heeft en de informatieavonden heeft gehad, dan kunt u beoordelen of het voor u duidelijk is op welk moment u aan zet bent en op welk moment niet. Daarom eindig ik dan met een aanbeveling: kom 15 juni naar die infoavond, als de Agendacommissie hem goedkeurt. Een tipje van de sluier, want we hebben een Soester melange, zoals vorige periode deze samenstelling van die omgevingsvisie genoemd werd. Er komt een, bij velen bekend, Soester persoon die ons mee zal nemen in alle tools die in de voorgaande raadsperiode al mooi uitgewerkt zijn en bekrachtigd zijn. Dus het wordt niet saai. Het wordt waanzinnig interessant en u krijgt alle antwoorden op uw vragen. Voorzitter, tot zover. VOORZITTER: Dank u wel, wethouder Scholten. Dan kijk ik nu naar wethouder Treep. WETHOUDER TREEP: Dank u wel. Ik zal ingaan op motie één over groene landschap. Dat is een beetje dezelfde moeite die we hadden met het interpreteren als bij de hoogbouw. Ik zag in uw raad daar vertwijfeling over of het niet overbodig is en of we niet op zaken vooruit lopen.
In de startnotitie hebben we aangegeven dat we naast participatie voor Groen en Landschap ook de natuurwaarde in beeld willen brengen middels onderzoek. Dat is de objectieve kant in dit programma om elkaar te brengen waar hoge natuurwaarden zijn en waar ze in potentie zijn. 30 maart is daar door u één en ander over aangegeven. Met de woorden van heer Groothuis, u gaf net aan: "We willen een steuntje in de rug geven, een extra onderstreping van wat er 30 maart is gezegd." Als ik die mag interpreteren, dat vooral voor u goed in kaart te brengen, zodat de weging later tussen de programma's goed in beeld kan worden gebracht en u daar keuzes over kan maken, dan kan ik hem omarmen en overnemen. Ik hoor graag van u of u daar zo die intentie mee had. Als u dat nog een keer kunt bevestigen, heel graag. VOORZITTER: Dank u wel, wethouder Treep. Dan tot slot, wethouder Suna. WETHOUDER SUNA: Dank u wel. We gaan even een reis maken door de tijd en we zijn beland in het jaar 2040. Er volgt nu een opsomming van een aantal koppen van de diverse media. De kop van Soester Courant: De nieuwste wijk Waterstreek is nu officieel een gettowijk. Algemeen dagblad: Watersteek is veranderd in vandalenstreek. RTV Utrecht: De politie durft niet in gettowijk in Soest te komen. Gooi en Eemlander besteedt hier geen aandacht aan, want zij zijn bezig met de vijftiende winst van Max Verstappen.
Bij radio Eemland 1 zit een oud raadslid van Partij van de Arbeid in gesprek met onze Senior Jean Heil en hij zegt: "Hadden we nog maar Ella Vogelaar, dan zou het hier een prachtwijk zijn geweest." Beste mensen, in 2004 heeft sociaal-cultureel planbureau een enquête gedaan onder de inwoners van Nederland. Destijds was de situatie best wel grimmig. Er gebeurden moorden vanwege ideologie en dat soort zaken. 70% van Nederland zei: "In 2020 zullen wij gettowijken hebben." Gelukkig is dat uitgebleven en zien we dat niet terug in de hedendaagse samenleving in Nederland, maar ook niet in Soest. Dan kom ik bij de motie van Soest 2002, die vraagt naar leefbaarheid in wijken. Zoals de startnotities aangeven, is een prettige leefomgeving een optimale balans tussen het aantal woningen en ook de betaalbaarheid daarvan een vereiste. Deze balans geldt voor geheel Soest maar kan ook verschillen per wijk. Dit draagt bij aan sociale cohesie, saamhorigheid in de wijk en natuurlijk ook de gezondheid van onze mensen. Binnenkort gaan we een doelgroepenverordening vaststellen, waar je nu zelf richting gaat geven wat voor woningen we gaan bouwen in de toekomst. Kortom, zoals de heer Dijkhuizen had aangegeven in zijn inbreng, dit is een overbodige motie die niet in stemming hoeft gebracht te worden, maar dat laat ik over aan Soest 2002. Dan is er nog een motie, voorzitter, van D66.
Die gaat over de kwaliteit die we meenemen in het participatietraject. Als we denken aan kwaliteit, denk dan aan beeldkwaliteit. Grote of verschijningsvorm van een woning, dat zit in de welstandsaspecten. Daarnaast heb je met andere aspecten te maken als je kijkt per wijk, zoals kwaliteit van groen, de bereikbaarheid van een wijk of hoe duurzaam een wijk gerealiseerd wordt. Dan heb je nog van diverse wijken bepaalde aspecten die anders zouden kunnen zijn dan een andere wijk. Kortom, dat alles wordt het DNA gevormd van de realiseerde woningen. Ik denk dat het wel goed is om te beseffen dat we zullen meenemen hoeveel vierkante meter een woning moet zijn. Meerdere keren is hier gezegd: "We willen geen kippenhokjes hebben." Dat is wel een belangrijk aspect om mee te nemen. Of hoeveel woningen gaan we per hectare bouwen? De hoogte is ook al genoemd. Al dat soort zaken kunnen we, zoals u aangeeft, als input meenemen bij de inwoners om te vragen wat zij ervan vinden. Wij willen heel graag de kracht van inwoners gebruiken om te halen wat zij willen. Er zullen vast wel verschillende gedachten zijn. Waar het om gaat, is dat we een gemeenschappelijke definitie zullen vormen en bovendien zal dat voor het ene gebied anders zijn dan de andere. Kortom, bij deze wil ik namens het college de toezegging doen dat wij de input voor kwaliteit zullen meenemen.
Echter, de kaders en normen die daaraan 17
gekoppeld is, dat komt daarna. Dan gaan we kijken welke duidelijke kaders we daaraan kunnen vaststellen, welke we wel doen en welke niet. Dat zal er later op volgen, dus die nuance wil ik wel even meegeven. Tot zover, voorzitter. VOORZITTER: Dank u wel, wethouder Suna, als laatste spreker van het college. Dan ga ik nu kijken voor de tweede termijn. Wie van de raad? Ik ga zo inventariseren. Ik heb als eerste mevrouw Flinterman gezien. Gaat u nu als één fractie reageren? Kunt u het daar onderling even over eens worden? Daar kunt u het niet over eens worden. Dat is helder. Dan gaat daarna mevrouw Welschen, de heer Groothuis en de heer Schotman. Anderen nog? Niet het geval. Mevrouw Flinterman, u heeft het woord namens de fractie van D66. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dank u wel, voorzitter en dank, college, voor de terugkoppeling van onze vragen en ons nieuwe besluit. Goed te horen dat u dat kunt waarderen. Wij hebben nog wat vragen naar aanleiding van onze motie woningbouwlocaties, want het antwoord wat wij kregen van de wethouder roept een heleboel andere vragen op. Ik vat even samen hoe ik denk dat het antwoord bedoeld is, en dan hoor ik wel of dat klopt of niet. We gaan de participatie in heel breed.
Dat levert een input op in de zin van weging, in de zin van criteria die je met mekaar op een aantal locaties, op alle mogelijke locaties zou kunnen leggen, maar alleen maar input, want inwoners geven zelf aan wat ze belangrijk vinden als het gaat over bouwen. Op het moment dat wij dat afwegingskader gaan besluiten, dan geven wij dus een akkoord of een goedkeuring of een afkeuring aan die weging, aan die criteria, aan die kaders. Vervolgens gaat u in het omgevingsprogramma dat toepassen op mogelijke locatie en dat levert een lijst op waar u zelf als college ja of nee op zegt. Ik zie u niet ja of nee knikken. Mag ik dan concluderen dat wij als raad dus niet gaan over de uiteindelijke keuze van de locaties, zoals wel vermeld staat in de opdrachten voor de omgevingsprogramma's? Dan wil ik ook nog even benadrukken dat wel in de startnotitie wonen staat dat het uitgangspunt is: geen kaders behalve de groene hoofdstructuur. Dat wil zeggen dat we op zoek gaan naar die kaders. Dus ik vind het toch een heel onduidelijk verhaal. Waar gaan we nou naar op zoek? Hoe zit die participatie nou in elkaar? Wat krijgen we straks bij het afwegingskader te zien en wie gaat er uiteindelijk volgens het plan wat u nu heeft over de keuze van de uiteindelijke locaties? VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Flinterman. Het vervolg van D66 wordt geleverd door mevrouw Welschen.
MEVROUW WELSCHEN (D66): Bedankt voor de beantwoording en dank u wel, voorzitter. Onze motie over het proces was tweeledig. Enerzijds de lange termijn en dan snap ik dat er een informatiemiddag of -avond of zelfs twee komen, maar die is voor ons en dan hebben wij al onze vragen beantwoord. Het was vooral hoe we dat breed inzichtelijk maken, ook voor eventueel nieuwe raden, aangezien deze wet wat langer meegaat, hopen wij, dan 3 jaar. Het was ook een deel voor de korte termijn, namelijk het proces van nu tot het afwegingsmoment. Van wanneer tot wanneer loopt de participatie, zodat we weten waar we ons op dat moment in welke fase ons bevinden? Daar had ik nog geen antwoord op. Dan ga ik me nog beraden over het wel of niet aanhouden van het eerste deel. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Welschen, D66. De heer Groothuis, Soest 2002. DE HEER GROOTHUIS (SOES2002): Dank u, voorzitter. Bedankt voor de antwoorden van het college over de door ons ingediende moties. Het college gaf even de vraag over de hoogbouw. Onze bedoeling is: hoogbouw, neem dat mee in de participatie. Niet meer als dat. Als dat door het college wordt overgenomen, dan brengen we deze motie niet in stemming. VOORZITTER: De heer De Ruijter. DE HEER DE RUIJTER (GL): Interruptie, voorzitter.
Kan de heer Groothuis iets nader toelichten wat hij bedoelt met 'neem het mee in de participatie'? Ik neem wel eens wat mee uit een winkel, maar wat is meenemen in de participatie? Niet zonder betalen, hoop ik. VOORZITTER: De heer Groothuis. DE HEER GROOTHUIS (SOEST2002): Meenemen in participatie, dat wordt gesproken over als je de wijk ingaat, wat vindt u van hoogbouw? Dat is meenemen, niet dat dat onderwerp blijft liggen. Zo hebben we het er niet over. We hebben het daar wel over. Dat is onze intentie. Praat erover met de mensen. 18
VOORZITTER: Bent u tevreden dus met de lezing van het college? DE HEER GROOTHUIS (SOES2002): Ik ben tevreden, dus ik breng hem niet in stemming. Wij zijn ook tevreden met het antwoord over natuurwaarden. Het college omarmt onze motie, dus dan brengen we hem niet in stemming. Dan eventjes de laatste over hoe een wijk eruit moet zien. U begon er zelf al over hoe desastreus het voor een bepaalde wijk uit kan pakken als het eenvormig allemaal is. U vindt hem zelfs overbodig, dus ik neem aan dat u deze motie in de praktijk al uitvoert of gaat uitvoeren. Dan is het ook overbodig. Ik ben blij dat u dezelfde gedachte deelt als ons. Dank u. VOORZITTER: Dank u wel, de heer Groothuis, Soest 2002. De heer Schotman, de fractie van POS. DE HEER SCHOTMAN (POS): Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, college, voor de beantwoording van de vragen. Ik vond het heel leuk wat u zei over de brief wat betreft het amendement voor de huis-aan-huis brief. Ik ga het niet meer een huis-aan-huis brief noemen, maar gewoon een brief vanuit de gemeente. Wat ik heel interessant vond is dat u zei: "We kunnen dat slecht meten." Het is juist uitermate goed meetbaar als je in die brief een QR-code opneemt, en dan ga ik iets technisch zeggen, met een UTM-code erin. Uw communicatieadviseurs kunnen u daar zeker weten meer over vertellen.
Dan is het uitstekend meetbaar tot exact hoe vaak daarop geklikt is, hoe goed het is bereikt. Dat zou juist een heel mooi proefproject kunnen zijn om het hier in dit belangrijke participatietraject te gebruiken. U kunt ook een aparte url, link dus, in de brief opnemen, die dan ook weer meetbaar is. Ik denk dat het juist een uitstekende combinatie is van allerlei verschillende communicatiestrategieën, deels digitaal en deels dus fysiek, die uitstekend meetbaar zijn. Daarbij heb ik nog wel een aanvullende vraag. Er zijn inwoners die hebben aangegeven hun post digitaal te willen ontvangen. Daarmee probeer ik dan ook een beetje de kritiek van D66 te ondervangen. Als ik als inwoner heb aangegeven dat ik mijn post van overheidsinstanties digitaal wil ontvangen via de digitale berichtenbox, is het dan ook zo in dit geval dat wanneer de gemeente dit schrijven zal sturen, dat het digitaal terechtkomt bij die inwoners? Dan hebben we het beste van beide werelden. Tot zover, dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, de heer Schotman, namens de fractie van POS. Zijn er nog anderen voor deze termijn? Ik denk dat het college behoefte heeft aan een korte schorsing om eventjes ruggespraak te voeren. Dat heb ik goed ingeschat. Kort, een goede 5 minuten. Ik schors deze bijeenkomst tot, 10 minuten, 22.00 uur. VOORZITTER: Ik heropen deze vergadering.
Het college had kennelijk iets langer nodig, maar dan krijgen we vast een heel goed antwoord. Wethouder Scholten, namens het college van B en W. WETHOUDER SCHOLTEN: Voorzitter, dank u wel. Om te beginnen voor de aanvulling van POS, ik kan u alleen maar danken voor de expertise. Het overviel mij, maar er zijn experts in de zaal, dus dank daarvoor. Die nemen we mee. Voor de rest leggen we het amendement terug in de raad, zodat u daar met elkaar een mening over kunt vormen. Dan wat betreft D66, vraag 2 over het proces, die staat in de startnotitie heel duidelijk omschreven, het korte termijn proces. Het lange termijnproces heb ik u aangegeven. In de startnotities staat het korte termijn proces heel duidelijk omschreven. Dan zie ik dat ik nog wat duidelijker moet zijn dan dat ik in de eerste beantwoording deed rond die woningbouwlocaties. Ik vul mezelf aan ter verduidelijking op uw tweede vraag. Wij geven in de participatie, zoals gezegd, geen locaties mee. De inwoners mogen wel locaties inbrengen. Daarnaast worden in een participatie de inwoners bevraagd op kwaliteitsaspecten die betrekking hebben, zoals in de programma’s natuur en water aan de orde komen. De uitkomsten van die participatie en de waarde kan leiden tot een afwegingskader. Dat wordt weer voorgelegd aan uw raad.
Vervolgens komt daar een lijst met locaties waarbij het college de afweging maakt aan de hand van wat u voorgesteld hebt met die afwegingskaders en die lijst gaat ter info naar de raad. Mocht dan iets weer leiden tot een wijziging van het omgevingsplan, dan komen we ook weer bij uw raad. Voorzitter, tot zover. VOORZITTER: Dank u wel, wethouder Scholten. Ik denk dat dat de enige was die overbleef, als ik het goed heb. Dan ga ik nu kijken of uw raad met de beantwoording van de vragen van de tweede termijn van de raad genoegen kan nemen ten aanzien van de manier of de moties wel of niet gehandhaafd blijven. Dan kijk ik vooral naar D66 en dan kom ik daarna nog terug. Mevrouw Flinterman. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Mag ik nog een verduidelijkende vraag stellen aan de wethouder? VOORZITTER: Als u naar het spreekgestoelte loopt, anders niet. 19
MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dank u wel voor de beantwoording. Het was een stuk duidelijker dan de eerste beantwoording. Als ik het goed begrijp, is het dus zo dat wij als raad niet meer gaan over de keuze van de potentiële woningbouwlocaties. Dat is een lijst die voortkomt uit het afwegingskader. Het college besluit wat er van die lijst gekozen wordt om wel of niet te bouwen. De lijst wordt wel aan ons voorgelegd ter info. Dan vraag ik me af: wat vindt u zelf als college dat als het gaat om het misschien wel belangrijkste onderwerp bij de verkiezingen vorig jaar, waar gaan we wel of niet bouwen? U heeft daar met uw conculega's inmiddels van GGS behoorlijk over gedebatteerd. Wat vindt u als college dat dit soort beslissingen niet hier in deze arena, in de raad in transparantie voor de inwoners worden besloten, met alle afwegingen die daarbij horen, hier wel of hier niet, maar dat u dat als college in uw eigen beslotenheid doet? Dat is één. Dan vraag ik me nog af: hoe kan het dat in de opdracht voor omgevingsprogramma's staat dat met de argumenten en de analysebeoordeling en advies de raad mogelijke locaties vaststelt of richtingen die verder uitgewerkt worden? Volgens uw redenatie gaat u dus in tegen het advies zoals het in de omgevingsvisie staat en zouden we dus bij voorbaat dit al door de raad moeten laten besluiten.
VOORZITTER: We gaan toch wel even schorsen, want volgens mij heeft de wethouder u wel duidelijk beantwoord, maar maakt u een zijpad, maar via het zijpad kan u weer op het hoofdpad komen. Ik ga weer een kort moment schorsen zodat de wethouder zich nog duidelijker kan laten souffleren. Ik dacht dat ik het antwoord op het eerste gedeelte van uw vraag heel helder heb gehoord. Het tweede gedeelte van uw vraag niet. VOORZITTER: Dames en heren, waaraan één oudere vraag toe kan leiden. Wethouder Scholten, u heeft het woord, want makkelijker kunnen we het niet maken en soms ook niet leuker. WETHOUDER SCHOLTEN: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Flinterman, u zegt: "Wij hebben niet zoveel meer te zeggen. Het college gaat in alle beslotenheid tot keuzes komen." Ik kan u helpen, want de afwegingskaders die u vaststelt als raad moet het college langs mogelijke locaties leggen. Dat betekent dat u dingen meegeeft wat kan, wat u wilt, en die moeten wij gebruiken in het leggen langs een locatie. Vervolgens, mocht die locatie dus van het omgevingsplan afwijken, dan komen we weer bij u terug als raad. Dus u geeft het belangrijkste instrument mee aan het college: de afwegingskaders, en daar moeten keuzes aan voldoen. Dank, voorzitter. VOORZITTER: Makkelijker kunnen we het niet maken. Leuk, pionieren met een nieuwe wet. Uiteindelijk kan je het altijd repareren, zeg ik er maar bij.
Ik denk dat we nu genoeg termijnen gehad hebben. Nu moet u natuurlijk nadenken wat u ermee doet, want daar bent u voor besteld. Heeft u behoefte om daar nog een kort moment over na te denken? Dat hoeft voor mij niet. U wilt schorsen. Daar deed ik de uitdaging voor. U gaat even schorsen, even met elkaar overleggen. 22.30 uur gaan we verder. Ik schors de vergadering. VOORZITTER: Dames en heren van de raad, zou ik de raadsleden mogen oproepen weer te gaan zitten. Ik heropen de vergadering. Laat ik die hamer maar weer eens gebruiken. Mevrouw Flinterman, u heeft de schorsing aangevraagd, u krijgt het woord. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dank u wel, voorzitter. We hebben een diepgaande discussie over de motie gehad en vooral over de regels en de wet Omgevingswet wat er nou wel en wat er niet kan. Daar blijkt toch heel veel onduidelijkheid over te zijn, zowel bij het antwoord wat we van het college hebben gehad als wat er daadwerkelijk ook in de omgevingsvisie staat, wat daar tegenstrijdig mee lijkt te zijn. De vraag is al: als we hem nu niet in stemming brengen, of het eerste beslispunt 'roept het college op de toetsingscriteria vast te stellen en wegingsfactoren vooraf mee te geven' nog relevant is straks voor het participatieproces.
Punt twee willen we wel graag laten staan, maar de motie als geheel willen we aanhouden met de boodschap voor met name de raad, maar ook voor het college, dat wij de komende maanden willen proberen om via de informatiesessies die er nog gaankomen, uit te zoeken wat er nou wel en wat er nou niet kan. Als daaruit zou blijken dat beslispunt twee alsnog tot de mogelijkheden behoort, dat we hem alsnog eventueel aan het eind van het jaar bij het afwegingskader kunnen doen. VOORZITTER: Helemaal fijn. Blijft u even staan, want ik probeer de administratie goed te krijgen, want we zijn met de termijnen nu wel klaar. Motie 5, dat ging over de toetsingscriteria. Houdt u die aan of brengt u die in stemming? MEVROUW FLINTERMAN (D66): Motie 5 houden we aan. VOORZITTER: Motie 6 ook aanhouden, denk ik? 20
MEVROUW FLINTERMAN (D66): Ik heb het niet bij me. Welke is 6? VOORZITTER: Dat is procesmotie. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Aanhouden. VOORZITTER: Dan de kwaliteit van de nieuwbouw? Die is door het college overgenomen. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Die brengen we in stemming. VOORZITTER: Het college had hem overgenomen. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Is voldoende beantwoord. Het is goed. VOORZITTER: Ik ken dat met het college, die spreek ook altijd met één mond, maar soms met een verschillend geluid. Dus twee van de moties van D66 houdt u aan en de derde is overgenomen? MEVROUW FLINTERMAN (D66): Ja. VOORZITTER: Dan kunt u gaan zitten. Dan kijk ik even naar de heer Groothuis. Hij heeft alle moties toegelicht en is tevreden met de beantwoording van het college. Dus die hoeven ook niet in stemming te worden gebracht. Dan kijk ik naar de fractie van POS bij de monde van de heer Schotman. Die brengt u in stemming? U wilt even schorsen. Natuurlijk, dat kan. Ik schors deze vergadering. VOORZITTER: Dames en heren, we zaten nog even een beetje met de techniek en voor de volhardende kijker thuis, er lag een amendement voor van POS en die gingen natuurlijk ondertussen in de pauze al in de vorige schorsing even shoppen. Een aantal spelers waren weg, dus ze gingen nog weer opnieuw. Daar was deze schorsing voor. Ze gaan ons nu vertellen wat dat opgeleverd heeft.
Ondertussen wordt hier gewerkt, naast mij en achter mij, om het straks in beeld te krijgen. De heer Schotman, gaat u ons even meenemen, want u had de schorsing aangevraagd. U heeft het woord. DE HEER SCHOTMAN (POS): Dank u wel, voorzitter. De tekst is er niet korter op geworden helaas, maar daarmee doet het wel beter recht aan wat velen van ons beogen te bereiken en ook wat het college aangaf. Ik zal zo meteen het nieuwe dictum oplezen. Nu is gespecificeerd dat we eerst onderzoeken of het kan, waarvan ik denk dat het kan, en als het kan, om dan het beschikbare budget ter beschikking te stellen. Ik ga het gewoon voorlezen. Wij verzoeken het besluit als volgt aan te vullen: om te onderzoeken of de resultaten van huis-aan-huisverspreiding meetbaar zijn. Zo ja, dit dan als proefproject te gebruiken en in dat geval aanvullend op het huidige budget, een budget ter hoogte van maximaal 12.000 euro (excl. BTW) beschikbaar te stellen ten behoeve van het per brief uitnodigen van onze inwoners, waarbij het de voorkeur heeft om inwoners op die wijze aan te schrijven die zij als voorkeur hebben aangegeven (post of digitale berichtenbox), om deel te nemen aan de participatie voor de omgevingsprogramma's. Tot dusver. VOORZITTER: Dit amendement, het gewijzigde amendement, maakt nu onderdeel uit van de beraadslagingen.
Ondanks dat die langer is, heb ik hem wel begrepen maar goed, ik ben misschien niet helemaal de maat bij dingen. Ik ga hem gewoon in stemming brengen, als u dat goed vindt, want de volgorde der dingen is dat alle moties dan wel zijn overgenomen of ingetrokken of aangehouden. Die hadden we ook nog. Dat is nu alleen het amendement als het wijzigingsvoorstel aan de orde is. Dat brengt dan als eerste in stemming. Ik ga het gewoon even fractiegewijs doen dit amendement. Ik zie een ongelooflijk vragende blik. We zijn nu bezig met de besluitvorming over het agendapunt van de startnotities en als eerste gaan we over het gewijzigde amendement. Die stond net in beeld. Dan mag u straks zeggen of u daar voor of tegen bent, en dan gaan we koppen tellen aan het einde van de rit, en dan komt het voorstel zelf pas. MEVROUW WEGMAN (GGS): Mag ik nog wat zeggen over het geheel van de avond en de moties die nu allemaal zijn overgenomen of vervallen? VOORZITTER: Nou eigenlijk niet, nee. U kunt wel een stemverklaring straks afgeven als we de stem van de fracties vragen. Dat mag altijd natuurlijk. We beginnen bij het amendement, dus daar kunt u natuurlijk gelijk al iets over zeggen. Dat is helder. Ik stel aan de orde, als u het goed vindt, het amendement, het gewijzigde amendement ingebracht door de fractie van POS. U kunt daar een 21
korte stemverklaring over geven en dan zeggen of u voor of tegen bent, en ik zal voor de grap eens aan de andere kant beginnen. PVDA: Wij zijn blij met de aanvullingen en stemmen voor het amendement. D66: Wij sluiten ons daar voor het grootste deel bij aan. Een goede aanvulling. Wat wij vooral belangrijk vinden, is dat er een onderzoek is, zodat je niet per definitie, per elke participatie een brief hoeft te schrijven, maar kan kijken dit heeft opgeleverd, wat de opbrengst hiervan is en of we dat de volgende keer weer gaan doen of dat in verhouding misschien niet de moeite waard is. Een goede aanvulling, dus wij gaan ook voor stemmen. GL: Voorzitter, wij zijn minder mij blij met de aanvulling. Dat maakt het allemaal veel complexer. Stuur gewoon een briefje. Voor. VVD: Voor. CU-SGP: Wij waren al voor en dat blijven we. Voor. SOEST 2002: Voor. BURGERBELANGEN: Voor. CDA. Ook voor. POS. Voor. GGS. Voor. VOORZITTER: Dan is die unaniem aangenomen. Dan het voorstel zelf. Ik denk niet dat ik daar stemming over hoef te doen, want dat is allemaal goed besproken, tenzij iemand stemming vraagt. Als er geen stemming nodig is, is daarmee het voorstel zelf ook aangenomen. U stak de hand op. Dan was ik te vroeg met het hameren. Ik vond het zo leuk om te hameren. Mevrouw Wegman namens GGS, u heeft het woord. MEVROUW WEGMAN (GGS): Nou als mosterd na de maaltijd.
Ik had uit diverse hoeken gehoord dat er nog wat girlpower van GGS bij moest. Als stemverklaring, wij zijn blij hoe de avond is gelopen. Het is interessant hoe het is gegaan. Wat we graag willen zeggen is dat ook wij vinden dat de omgevingsvisie en het coalitieakkoord leidend zijn als kader. Daarom is het dus goed dat de avond gelopen is zoals die gelopen is, en we kijken uit naar het vervolg, 15 juni, de vragen en dan na de zomer komen we er weer op terug. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel. Dan kom ik terug op mijn conclusie dat de raad unaniem heeft ingestemd met deze startnotities onder dankzegging aan alles en iedereen in deze inbreng. Nou telt die echt goed. Dames en heren, we zijn kort voor de klok van 23.00 uur en het reglement van orde schrijft mij voor dat ik u moet vragen of u de vergadering vanavond wil afmaken, want u weet dat we onder het vragenkwartier ook nog 2 onderwerpen hebben, artikel 47 en motie vreemd. Dus ik moet u de vraag voorleggen als een punt van orde of u de vergadering vanavond wil afmaken of niet. U wil de vergadering vanavond afmaken. Dan heb ik dat gedaan, maar dan ga ik u wel wat strenger proberen door de vergadering heen te leiden dan ik tot nu toe gedaan heb, maar de onderwerpen lenen zich misschien daar ook voor. c.
Wegenbeheerplan 2022-2026
VOORZITTER: Het wegenbeheerplan, wie wenst daarover het woord? De heer Klandermans. Wie nog meer? Mevrouw Flinterman, de heer De Ruijter en de heer Schotman. De heer Klandermans namens Soest 2002, u heeft het woord. DE HEER KLANDERMANS (SOEST2002): Dank u, voorzitter. Wegenbeheerplan 2022-2026, bij de behandeling van dit raadsvoorstel op 5 april jongstleden hebben wij positief op het plan gereageerd. Op de door ons gestelde bestuurlijke vragen hebben wij de antwoorden gekregen. Met betrekking tot de F.C. Kuyperstraat om deze te betrekken bij het winkelgebied van de Van Weedestraat en het niveau A toe te kennen heeft de verantwoordelijk wethouder namens het college geantwoord dit te zullen meenemen, maar na de genoemde raadsvergadering bleek dat de wethouder die toezegging niet had mogen doen. Dat is voor ons een reden om een amendement in 22
te dienen waarvan het dictum luidt: de F.C. Kuyperstraat te betrekken bij het winkelgebied Van Weedestraat en daarmee de inrichtings-en onderhoudsniveau op het niveau van dat van de Van Weedestraat te brengen. VOORZITTER: Dit amendement maakt nu onderdeel uit onder 4c en dan maakt amendement één onderdeel uit van de beraadslaging. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Flinterman namens de fractie van D66. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dank u wel, voorzitter. Een korte introductie op ons amendement. Tijdens de fietstocht afgelopen vrijdag door Soest heeft de raad een mooie rondleiding gehad. Het is duidelijk waar de problemen zitten qua wegenbeheer en het is goed om te zien hoe vakkundig de gemeente hiermee omgaat. We zijn voor alle punten die genoemd worden. Wel zouden we graag nog een aanpassing willen zien als het gaat om de stationsgebieden. Daarom hebben we samen met GroenLinks een amendement opgesteld en dienen we dat hierbij in. Voor D66 is het duidelijk dat de fiets op één staat, maar ook het openbaar vervoer is belangrijk in een dorp als Soest. Via de trein en bus bereiken onze studenten hun onderwijs, gaan mensen naar hun werk en reizen mensen naar een leuke bestemming voor een dagje uit. We lezen ook dat het OV onder druk staat. In de startnotitie mobiliteit wordt genoemd dat onze treinverbinding Baarn-Utrecht niet genoeg reizigers heeft om het in stand te houden.
Met dit wegenbeheerplan hebben we een kans om de trein- en busstationsgebieden aantrekkelijk te houden voor de reizigers en daarmee onze inwoners. Dan lees ik even het dictum van het amendement voor. De indieners stellen het volgende voor: besluitpunt 2; het onderhoudsniveau te handhaven op beeldkwaliteit B met uitzondering van de winkelgebieden en de trein- en busstationsgebieden, en besluit punt 3; het onderhoudsniveau voor alle winkelgebieden en de trein- en busstationsgebieden vast te stellen op beeld kwaliteitsniveau A. In feite komt het erop neer dat we winkelgebieden en trein- en busstationsgebieden gelijk trekken op dat gebied. Tot zover, dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Flinterman. Ook dit amendement, nu onder A2 bij dit agendapunt, maakt onderdeel uit van de beraadslaging. De heer De Ruijter, GroenLinks. DE HEER DE RUIJTER (GL): Dank, voorzitter. Laat ik beginnen met zeer veel dank uit te spreken voor de zeer verhelderende en inzichtelijk makende fietstocht die we eindelijk met prachtig weer gehouden hebben. We hebben een aantal mooie presentaties gekregen. We hebben echt het gebied bekeken en gezien hoe het eraan toe is. Ik vond wel dat we het zo slecht niet hebben in Soest.
Wat vooral inzichtelijk gemaakt is, is de afweging die daarachter zit en wanneer wel en wanneer niet en wat pak je precies aan? Ik heb daar 3 punten uit opgepikt waar ik de complimenten voor wil geven. Dat is dat samenhangend naar het gebied gekeken wordt, niet alleen maar naar de stoeptegel of alleen maar naar de bomen, maar alles samenhangend en dan wordt de afweging pas gemaakt. Dat is fijn. Er wordt maatwerk geleverd. Per plek wordt gekeken of de standaard oplossing voldoet of iets extra's moet gedaan worden. Iets met kolken begreep ik van de heer De Wolf, die nog niet helemaal voldoen. Maatwerk, ook dat vinden we superfijn. Wat ik eruit opgepikt heb, er is veel samenspraak met bewoners. Er wordt wel degelijk gevraagd: "Wat wilt u eigenlijk?" Dan wordt het plan daar op aangepast. Ook superfijn. Toch hebben we als GroenLinks niet het idee dat altijd de goede keuzes gemaakt worden. In die zin staan wij sympathiek tegenover het amendement van Soest 2002. Dat was zo'n plek waar we gekeken hebben waarvan we hadden gezegd: "Het valt wel mee." Daar kun je ook anders over denken. Ik begreep alleen dat het college hier al toezeggingen had gedaan, maar dat horen we dan vanzelf in de reactie van het college. Dus graag reactie van het college op dit amendement. Ik weet niet of u wel eens bij Soestdijk Noord busstation komt of bij Station Soest Zuid.
Daar zijn we niet langs gefietst, maar als we daar langs gefietst waren, dan had ik wel geweten dat die bij u allemaal ook in de top twee terechtgekomen was op zo'n plekkenwaar het toch iets minder goed is met de bestrating in Soest. Vandaar dat we het amendement mede-indienen over de stationsgebieden. Dank, voorzitter. VOORZITTER: Dank u wel, de heer De Ruijter. U sprak namelijk GroenLinks. De heer Schotman, POS. DE HEER SCHOTMAN (POS): Dank u wel, voorzitter. Prettige en veilige woon- en leefomgeving wordt mede bepaald door de staat van onderhoud van de openbare ruimte. De fractie van POS waardeert het werk dat is gestoken in dit plan. Het zorgt ervoor dat de deels al weggewerkte onderhoudsachterstanden de komende jaren verder weggewerkt kunnen worden en de drukbezochte winkelgebieden van Soest en Soesterberg een uniform, aantrekkelijke uitstraling krijgen. Wat de fractie van POS betreft is het voorgestelde onderhoudsscenario een goede afweging tussen betaalbaarheid, veiligheid en uitstraling. Wat betreft de ingediende 23
amendementen lichten wij ons standpunt wat deze amendementen betreft graag nader toe. Allereerst het amendement F.C. Kuyperstraat van Soes 2002 dat oproept de F.C. Kuyperstraat te betrekken bij het winkelgebied Van Weedestraat en daarmee het onderhoudsniveau te verhogen van beeldkwaliteit niveau B naar A. Het is voor de fractie van POS duidelijk dat omwonenden en winkeliers van de F.C. Kuyperstraat een aantal problemen en tekortkomingen ervaren. Dat is ons eerder ook ter ore gekomen. Waaronder stankoverlast door het riool, verschillende soorten bestrating en straatverlichting. Wat POS betreft moeten deze problemen simpelweg voortvarend door de gemeente worden aangepakt en lost het aanpassen van de F.C. Kuyperstraat van beeldkwaliteit niveau B en beeldkwaliteitsniveau A deze problemen niet automatisch op. Bovendien kan het indruk wekken van willekeur. Waarom de F.C. Kuyperstraat wel en andere vergelijkbare straten in Soest of Soesterberg rondom een winkelgebied niet. We zijn benieuwd naar het standpunt van het college en willen dat ook graag even afwachten. Wat betreft het amendement van D66 om naast de winkelgebieden ook de trein- en busstationsgebieden vast te stellen op onderhoudsniveau A, daarbij hebben we op dit moment een vraag. Dat is: heeft u inzichtelijk wat de financiële consequenties hiervan zijn? Tot zover, voorzitter. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Schotman.
U sprak namens POS. Misschien kunnen we die vraag via de band van het college terugspelen. Ik ga kijken of wethouder Treep, tenzij iemand anders nog het woord wenst, kan antwoorden. Wethouder Treep, u was uitgedaagd. U mag namens het college de beantwoording verzorgen? WETHOUDER TREEP: Dank u wel en dank ook voor de mooie woorden en de deelname aan de fietstocht. Ik was ook blij dat we in de gelegenheid waren om hele andere vragen te kunnen beantwoorden, dus de formule werkt zeker met mooi weer. Voor degenen die er niet bij waren, hebben we de hele presentatie hier nog eens geëxposeerd buiten de deur, een week lang, zodat u daarvan kennis heeft kunnen nemen. Wat betreft de 2 amendementen voor de F.C. Kuyperstraat geldt: de demarcatie de afbakening van winkelgebieden ligt vast in het retailbeleid. Daar hebben we gezegd: "We hebben als doelstelling om winkelgebieden zo compact mogelijk te maken en de hele inrichting, zowel groen als de hele uitstraling, als de keuze voor materialen en ook het onderhoudsniveau A hoort dan bij die uitstraling van zo'n winkelgebied." Door dat compact te houden hebben we ook dus gezegd: "Al die zijstraten." Er zijn meerdere straten, waar winkels ook aan liggen, die vallen daar dan toch buiten. Daar willen we inderdaad geen willekeur in, zoals de heer Schotman net zei in zijn betoog.
Vandaar dat het wegenbeheerplan an sich niet de plek is om die keuze te maken en ik dus dit amendement ontraad. Wat betreft dan de keuze om dan de F.C. Kuyperstraat naar A te brengen is dan geen noodzaak en de weg ligt er vooralsnog, en dat heb ik u eerder gezegd, voor lange tijd goed bij volgens de veiligheidsnormen die wij aan onze wegen stellen. Wat betreft de busstations, ik weet niet wat dat extra zou kosten om dat naar A te brengen, maar er zit iets anders in. Dat is namelijk dat stationsgebieden verdeeld zijn over verschillende eigenaren. ProRail, NS en de gemeente hebben gronden en die afbakening ligt soms heel grillig door zo'n gebied heen, wat het heel moeilijk maakt om dan dat onderhoudsniveau op hetzelfde niveau te krijgen. Los daarvan denk ik dat u veel meer doelt op de uitstraling als geheel. U legt de link met reizigers en het aantrekkelijk maken van de omgeving om gebruik te maken van het openbaar vervoer. Dat kan je niet alleen ondervangen met een weg van B naar A trekken. Dat verschil is niet zo heel groot, ik denk ook niet zo heel erg zichtbaar en in onze ogen zou dat een overbodige kostenpost zijn. Wat natuurlijk wel is, is dat we in het mobiliteitsprogramma weer aandacht gaan schenken over hoe we dan die reizigers naar die stations kunnen brengen.
Is station Soest Zuid onderdeel van het project VERDER, de grootschalige herinrichting van Soest Zuiden de hele doorstroming, en zal daar het hele gebied heringericht worden wat naar onze verwachting veel kwalitatiever zal zijn dan dat het nu is. Dus ook dit amendement ontraad ik. Dank u wel, wethouder. VOORZITTER: Dan ga ik kijken naar de gemeenteraad wie het woord wenst. De heer Paul, namens de fractie van GGS. DE HEER PAUL (GGS): Dank u wel. Vooral bij wijze van stemverklaring alvast, we stemmen in met het voorstel. Zoals vorige week aangestipt: Soest is op de goede weg. Al een aantal jaren zien wij in het wegenonderhoud, wat toch het visitekaartje is van de gemeente, een stijgende lijn, waarbij de kwaliteit van de wegen niet uit het oog wordt verloren. Daarvoor complimenten aan het hele apparaat. We hopen dat die lijn wordt voortgezet, dus ook met oog voor ecologie en waterbeheersing. Ik zal ook nog wat over de amendementen wat zeggen. De F.C. Kuyperstraat, wij zijn bang voor een precedentwerking als je dat naar beeldkwaliteit A haalt. Dat Gallenkamp Pelsweg volgende week ook aan de beurt in Soest Zuid. De stationsomgeving, ik ben zelf redelijk groot gebruiker van de trein en soms zelfs de bus, ik zie de noodzaak daarvan niet in. Zoals de wethouder al aangaf is dat een redelijk gecompliceerde zaak om dat technisch rond te krijgen qua 24
eigenaarschap. We zien wel uit naar verbetering van de gebieden als zodanig. Voor Soest Zuid wordt het al gedaan. In Soestdijk kan daar ook nog wel wat verbeterd worden in het mobiliteitsprogramma, schat ik zo in. Dat is een kruip-door-sluip-door verhaal, maar dat is niet voor nu. Tot zover. VOORZITTER: Dank u wel, de heer Paul, in de tweede termijn namens de fractie van GGS. Anderen nog? Mevrouw Flinterman. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dank u wel, college, voor de heldere reactie op ons amendement. We vragen ons wel af hoe dat kan dat de winkelgebieden dan wel op een ander niveau zijn als de openbaar vervoergebieden? Het geeft dus wel aan wat voor prioriteit je geeft aan die verschillende gebieden. Ik begrijp dat het winkelgebied gemeentelijk onderhoudsgebied is en bij busstations is dat maar voor een gedeelte het geval, maar dan alsnog nu wordt het ook onderhouden, dus een stapje hoger zou wat ons betreft geen probleem moeten zijn. Dus we laten in ieder geval ons amendement staan voor stemming. Dank u wel. VOORZITTER: Iemand anders nog? Als dat niet het geval is, gaan we nu over tot de stemming. Dat gaat als eerste over amendement één, het amendement van Soest 2002. Als u het goed vindt, ga ik fractiegewijs stemmen. Ik weet dat de heer Redeker geacht wordt niet aan deze stemming deel te hebben genomen. Dus u kunt net doen alsof u hem niet ziet.