Begroting 2023 - 2026 voor raad.pdf
Tekst van het document
58
Wat mag het kosten?
(bedragen * € 1.000)
Deelprogramma
L/B Rekening 2021
Wonen
L
8.889
B
9.953
saldo
Begroting 2022
2023
2024
21.810
14.968
22.168
8.172
19.050
12.900
20.437
6.321
6.321
1.064
-2.760
-2.069
-1.731
-1.851
-1.949
L
6.651
7.316
7.397
7.425
7.467
7.566
B
5.654
5.780
6.012
6.089
6.166
6.268
saldo
-997
-1.536
-1.386
-1.336
-1.301
-1.298
L
447
484
441
441
431
431
B
61
144
66
66
66
66
-386
-340
-375
-375
-365
-364
L
10.580
17.430
13.695
11.459
11.213
13.082
B
6.662
12.593
9.166
6.729
6.404
8.263
saldo
-3.919
-4.837
-4.529
-4.730
-4.809
-4.818
L
4.014
4.111
4.450
4.489
4.474
4.497
B
853
890
913
914
917
917
-3.161
-3.221
-3.537
-3.576
-3.557
-3.580
Totaal lasten
30.582
51.152
40.952
45.982
31.757
33.846
Totaal baten
23.182
38.457
29.056
34.235
19.875
21.835
Resultaat
-7.399
-12.695
-11.895
-11.748
-11.882
-12.011
Klimaat
Economie
saldo Mobiliteit en Infrastructuur
Natuur en Landschap
saldo
2025
2026 8.270
Afwijkingen t.o.v. 2022: Lasten
10.200
5.170
19.395
17.306
Baten
-9.401
-4.223
-18.583
-16.622
Resultaat
800
947
813
684
De grootste afwijkingen in deze deelprogramma’s ten opzichte van de meerjarenbegroting 2022-2025 bestaan uit een voordeel uit de eenmalige budgetten taskforce 2022 en daartegenover de budgetten uit het coalitieakkoord (participatie woningbouwparticipaties; Amersfoortsestraat; de Meent; Soesterberg-kom; Notitie stikstof en reparatie bezuiniging NME; 2023 670.000).
59
Relevante beleidsdocumenten Wonen: a. Masterplan Wonen Soest, raad 19 mei 2020 b. Huisvestingsverordening gemeente Soest, raad 4 maart 2021 c. Doelgroepenverordening Soest, raad 14 oktober 2021 d. Woondeal addendum regio Amersfoort, regio 14 juli 2021 e. De Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht Gemeente Soest 2023 f. Plan van Aanpak Soest Omgevingswetproof (januari 2018) Op 10 februari 2022 zijn de volgende raadsbesluiten genomen (zie raadsvoorstel Omgevingswet - Sturingsfilosofie, adviesrecht en participatie en raadsvoorstel verplichte adviescommissie onder de Omgevingswet) g. Omgevingsvisie Soest en Soesterberg en Opdrachten voor omgevingsprogramma's), raad 21 december 2021 h. Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort 2030-2040 raad, 14 oktober 2021 i. Gebiedsvisie Dalweg, raad 17 december 2020 Klimaat: j. Gemeentelijk water - en rioleringsplan 2018-2022, (GWRP) raad 21 december 2017 k. Programma Energietransitie 2020-2025,raad 6 februari 2020 l. De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Regio Utrecht (U&H-strategie) 2022-2023 m. Landelijke handhavingsstrategie (LHS) en Leidraad LHS RUD Utrecht n. Nota bodembeheer gemeente Soest 2021-2031, raad 10 februari 2022 o. Beleidsnota PFAS, raad 10 februari 2022 p. Grondstoffenaanpak 2021-2023, raad 17 december 2020 Economie: q. Toetsingskader ruimte voor bedrijven, raad 22 februari 2018 r.
Retailbeleid Soest en Soesterberg 2016-2026, raad 22 december 2016 s. Beleidsplan Recreatie en Toerisme 2012-2020, raad 16 februari 2012 t. Provinciaal Programma Wonen en Werken 2021, GS 4 oktober 2021 u. Horecabeleid buitengebied Soest 2019-2029, raad 10 oktober 2019 Mobiliteit en infrastructuur: v. Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan (GVVP), raad 30 oktober 2008 w. Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan (GVVP) Oplegnotitie, college maart 2017 x. Nota parkeernormen auto en fiets 4e herziening, raad 14 oktober 2021) y. Evaluatie en herijking VERDER-pakket, raad 26 maart 2015) Natuur en Landschap: z. Landschaps- en natuurontwikkelingsplan LOP), raad 19 maart 2020 aa. Nota de Groene kernkwaliteit van Soest, raad 23 januari 2014 bb. Nota Bescherming en kap van bomen, raad 15 november 2012 cc. Bosnota 2013-2022, raad 12 februari 2014
60
Programma 3 – Sociale leefomgeving Deelprogramma 3.1 Sociaal Domein We willen er zijn voor de mensen die ons nodig hebben. Daarom zit het sociaal domein in een langdurig proces van transformeren, een verandering in denken en doen. Samen met onze maatschappelijke partners bieden wij onze inwoners perspectief. Gezamenlijk maken we het mogelijk dat inwoners hun eigen mogelijkheden benutten en organiseren we zorg en ondersteuning steeds effectiever en dichterbij voor de meest kwetsbaren in onze samenleving. Om ervoor te zorgen dat de inwoners die ons nodig hebben ook op onze zorg en ondersteuning kunnen blijven rekenen, is het nodig dat we het sociaal domein duurzaam betaalbaar houden. Afgelopen jaren hebben wij gewerkt aan het versterken van grip op het sociaal domein en doen we steeds meer aan preventie.
Global goals Dit deelprogramma draagt bij aan de volgende duurzame ontwikkelingsdoelen:
Nieuwe meerjarige Visie Sociaal Domein Waar wij in 2022 zijn begonnen met de voorbereidingen voor een nieuwe visie op het sociaal domein, willen wij die in 2023 vaststellen. Met de kennis en ervaringen van nu gaan wij samen met inwoners, partners en gemeenteraad aan de slag om te komen tot een nieuwe visie op het sociaal domein die past bij de vragen van nu. Daarbij maken we gebruik van ervaringen, kennis en inzichten vanuit de coronacrisis, die beschreven zijn in de impactanalyse. Ook ervaringen vanuit de gebiedsgerichte aanpak Smitsveen, ervaringen van onze partners in Soest en Soesterberg en de resultaten van de verschillende businesscases nemen we daarin mee. Het participatietraject stemmen we op inhoud en uitvoering af op de sport- en cultuurnota. We maken verbinding met het fysieke domein en maken gebruik van de lokaal beschikbare data. De nieuwe visie is ook aanleiding voor verdere uitwerking in onderliggende beleidsvelden zoals schuldhulpverlening, armoedebeleid, jeugdhulp, participatie en wonen met zorg. Daarnaast zal dit ook leiden tot een herijking van subsidies/subsidiesystematiek (2024). De nieuwe visie Sociaal Domein kunnen wij op dit moment nog niet financieel vertalen in de meerjarenbegroting. 61
Regionale inkoop Jeugd en Wmo We kopen zorg en ondersteuning in voor inwoners die dat nodig hebben. De inkoop wordt voor het grootste deel op regionaal niveau uitgevoerd. In 2022 is er een nieuw inkoopproces gestart voor jeugdhulp, beschermd wonen, ambulante begeleiding en maatschappelijke opvang. De inkoop doen we op een andere manier: in plaats van een groot aantal aanbieders tegelijkertijd te contracteren, contracteren we nu per perceel één consortium (één partij of meerdere samenwerkende partijen). In 2023 bereiden we de inrichting van de organisatie hierop voor en na deze implementatieperiode in 2023 start het consortium in 2024. Voor inwoners kan dit betekenen dat ze begeleiding gaan krijgen van nieuwe hulpverleners. Gezamenlijk met het consortium, de huidige zorgaanbieders, onze sociale teams en het RISB (Regionaal Inkoop- en Subsidiebureau) bereiden we de overgang van (nieuwe) begeleiding voor onze inwoners voor. Voor regie hierop en relatiebeheer is voor de komende drie jaar extra inzet nodig. Voorbereiden op meer taken gemeentelijke teams en in de sociale basis Door de verdere transformatie waarin steeds meer taken verschuiven van de specialistische aanbieders naar onze teams en de sociale basis verwachten we een grotere druk op onze eigen teams en de sociale basis. Bijvoorbeeld als het gaat om Eigen Begeleiding. Dit is een regionale ontwikkeling.
We hebben hiervoor extra budget opgenomen om deze nieuwe taken goed uit te kunnen voeren. Meer transformatie door nieuwe businesscases Om de hulp, zorg en ondersteuning te verbeteren en het sociaal domein betaalbaar te houden is vernieuwing belangrijk. De afgelopen jaren hebben we ervaring opgedaan met maatschappelijke businesscases die de beweging van specialistische voorzieningen naar meer algemene en preventieve voorzieningen op gang brachten. Het doel is een duurzame verandering in het sociaal domein teweeg brengen waarbij de kwaliteit voor de inwoner toeneemt en hoge kosten voorkomen worden. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor onze sociale teams en onze partners in de sociale basis. In 2022 hebben we vanuit het innovatiebudget maatschappelijke businesscases ontwikkeld. Voor 2023 hogen we het innovatiebudget op, zodat we kunnen blijven investeren. We stellen daarmee voor om het innovatiebudget voor de businesscases jaarlijks op hetzelfde niveau te houden om zo continue voortgang en verbetering te borgen.
62
Overbruggingsbudget Door de verdere transformatie in het sociaal domein komen er steeds meer taken bij de sociale basis te liggen. Deze sociale basis bestaat uit meer partners dan partijen in ‘Samen voor Soest’. Zij zijn van groot belang voor onze inwoners en dit belang groeit. Met deze partijen werken we al jaren samen en we zien dat dit zijn vruchten afwerpt. Een voorbeeld is het project ‘Welzijn op recept’. Hiermee zorgen we voor een betere aansluiting tussen de huisartsen en ons welzijnswerk. Een samenwerking die tot voor kort nog maar weinig van de grond kwam. Hierdoor ontstaat er meer kennis van elkaars expertise, waardoor inwoners op een meer laagdrempelige manier worden ondersteund. Om deze beweging te verduurzamen is het belangrijk dat we hier meer structureel middelen voor kunnen inzetten. Dit geldt ook voor projecten als bijvoorbeeld: Mijn Leven 2.0, Homies van Present, Join Us en het jongerenwerk op het Griftland. Deze activiteiten dragen bij aan het voorkomen van duurdere zorg en het zo laagdrempelig mogelijk ondersteunen van onze inwoners. Zij leveren een meerwaarde aan het welzijn van onze inwoners en zijn daarom een essentiële aanvulling op het werk dat we in het versterken van de sociale basis al doen (zie verderop in de tekst). De structurele financiering van deze initiatieven is echter niet geborgd.
Daarom is het voorstel om dit soort initiatieven de komende twee jaar te blijven ondersteunen met een overbruggingsbudget. Aansluitend op het visie-traject volgt een uitvoeringsplan en een evaluatie van onze subsidies en subsidiesystematiek. Dan kunnen we besluiten dit type activiteiten wel of niet structureel te borgen. Datagestuurd werken In Soest hebben we al de nodige databronnen om de instroom, doorstroom en uitstroom uit zorg te meten. Ook hebben we data rondom de eigen begeleiding en is er regionaal aandacht voor. Deze duiding willen we gebruiken bij de transformatieopgave, zodat we de effecten kunnen monitoren. In het kader van grip op het sociaal domein willen we onder andere meer datagestuurd beleid maken. Hiervoor is goede (real time) monitoring noodzakelijk en duiding van de effecten met oog op de transformatieopgave. Datasturing vraagt specifieke expertise en de nodige tijd en aandacht, zowel lokaal als in regionaal verband. Daarom nemen we extra budget op. Stip op de horizon gemeenschappelijke regeling Baarn, Bunschoten, Soest Om de dienstverlening aan onze inwoners op een zo hoog mogelijk niveau te houden werken wij samen met Baarn en Bunschoten aan een plan om de huidige samenwerking te versterken.
Daartoe is in de afgelopen periode de samenwerking geanalyseerd en wordt nu, op basis van een plan van aanpak, gewerkt aan het concretiseren van de ‘Stip op de horizon’ voor onze samenwerking. Dit vraagt ook beslissingen over de wijze van samenwerken. Daarom werken we, naast de genoemde praktische versterking, ook aan het opstellen van een advies over een passende richting van BBS voor de toekomst.
63
We willen bereiken dat inwoners steeds zelfredzamer zijn en meer meedoen naar vermogen. We willen ook dat inwoners van Soest zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en zich daar veilig voelen. We willen dit bereiken door in het programma sociaal domein activiteiten uit te voeren aan de hand van vier thema’s. Dit zijn de thema’s waar iedere inwoner van Soest mee te maken krijgt, afhankelijk van levensfase en persoonlijke behoefte. • In Soest groeien we op • In Soest leren en werken we • In Soest doen we een leven lang mee • In Soest voelen we ons veilig
In Soest groeien we op Opgroeien in Soest gaat over onze maatschappelijke inspanningen om nieuwe generaties kinderen en jongeren groot te brengen en toe te rusten voor een volwassen bestaan. Dat doen we niet alleen. Daar hebben we ouders, onderwijs, huisartsen, jeugdartsen en onze welzijnspartners bij nodig. Hieronder volgt een samenvatting van onze inzet in 2023. Jeugdbescherming: Toekomstscenario veilig opgroeien In 19 is het “ oekomstscenario kind en gezinsbescherming” geschetst die de ontwikkeling aangeeft van jeugd en veiligheid in de komende jaren. Kenmerkend daarvoor is dat het jeugdteam de constante factor is in het gezin wanneer hulp nodig is. Onder regie van het jeugdteam zetten we gespecialiseerde jeugdhulp in en vragen we zo nodig een kinderbeschermingsmaatregel aan. Dat vraagt een intensivering van preventieve taken die tot nu toe grotendeels door Samen Veilig Midden Nederland worden uitgevoerd. Deze transformatie vraagt zowel regionaal met de ketenpartners als lokaal projectmatig aandacht in 2023. De gesprekken over wat dit budgettair betekent lopen nog. De bescherming voor kinderen en gezinnen, en daarmee het jeugdbeschermingsstelsel, moet meer gezinsgericht, eenvoudiger, lerend en transparanter worden ingericht. Rechtsbescherming moet gewaarborgd zijn. Hiervoor is in 2021 landelijk een toekomstscenario ontwikkeld.
Het Rijk stimuleert gemeenten om te gaan werken volgens de uitgangspunten van het toekomstscenario en roept gemeenten op om hiervoor de middelen vanuit de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslagen (POK-gelden) in te zetten. We reserveren hiervoor middelen in deze begroting.
64
Opgroeien en opvoeden via Gezinsondersteuning De coronacrisis heeft ons geleerd dat veel gezinnen het niet makkelijk hebben (gehad). Vanuit ons jeugdteam en de sociale basis ontvangen we signalen dat gezinnen te maken hebben met stressvolle situaties rond opgroeien en opvoeden. Voor 2023 nemen we budget op om de na-ijleffecten van corona op te vangen. Daarnaast geven we in 2023 een vervolg aan het opzetten van Gezinsondersteuning in onze gemeente. Dit doen we bijvoorbeeld door de inzet van de Gezinsparaplu en het organiseren van een netwerk voor vrijwilligers, ouders, pleeggezinnen en gezinshuizen. Met als doel dat kinderen veilig kunnen opgroeien en dat we jeugdzorg voorkomen. Daarnaast hebben we in Smitsveen ervaringen opgedaan over opvoedondersteuning. In 2023 onderzoeken we of we dit kunnen verbreden naar andere wijken in onze gemeente.
In Soest leren en werken we In Soest hebben we de ambitie dat iedereen meedoet naar vermogen. Voor de één is dat een betaalde baan, voor de ander scholing en voor een groep inwoners is het een vorm van dagbesteding of vrijwilligerswerk. Hieronder volgt een samenvatting van onze inzet in 2023. Arbeidsparticipatie We zien in de hele arbeidsmarktregio nog altijd een grote krapte op de arbeidsmarkt. Met name in de beveiliging, detailhandel, horeca en logistiek wordt in onze regio veel personeel gezocht. Deze vacatures sluiten echter vaak niet aan bij de mogelijkheden en talenten van onze inwoners met een uitkering. We zullen daarom samen met de regiogemeenten, UWV en het regionale Werkgeversservicepunt extra inzetten op omscholing en leren op de werkplek, om zo de mismatch op de arbeidsmarkt tegen te gaan. Ook onze inzet om mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen blijft onverminderd. Met name voor mensen met zwaardere beperkingen die voorheen bij de sociale werkvoorziening terecht kwamen, is het moeilijk om een werkplek te vinden bij reguliere werkgevers. Daarom zijn we in 2022 een pilot gestart samen met onze uitvoeringsorganisatie BBS en RWA/Amfors met als doel nieuwe beschutte werkplekken bij reguliere werkgevers te creëren voor deze doelgroep. In 2023 evalueren we de resultaten.
Daarnaast zullen we in 2023 mogelijk in toenemende mate Oekraïense vluchtelingen die we opvangen naar werk moeten begeleiden.
65
Nieuwe wet Inburgering In 2022 zijn we gestart met de nieuwe wet Inburgering. Door de verhoogde taakstelling voor het huisvesten van statushouders verwachten we ook in 2023 meer inburgeraars dan we van tevoren hadden voorzien. We hebben het inburgeringsaanbod zoveel mogelijk lokaal georganiseerd samen met lokale partners waaronder Vluchtelingenwerk en onze Uitvoeringsorganisatie BBS. In hoeverre de door het Rijk toegekende budgetten toereikend zijn, wordt ook landelijk in 2023 nader bekeken. Met de ervaringen die we hebben opgedaan starten we in 2023 samen met de gemeente Baarn en Bunschoten voor de volgende jaren een aanbestedingstraject. We hebben dan meer inzicht in de markt van taalaanbieders en kunnen een duidelijk pakket van eisen neerleggen. Vooralsnog gaan we ervan uit dat het Rijk de verhoogde instroom van inburgeraars zal compenseren. Financiële zelfredzaamheid In 2023 en verder zetten we ons inlooppunt voor geldzaken, Geld op Orde Soest (GOOS), voort. We willen dat GOOS een plek is waar iedereen met vragen over geldzaken terecht kan, zodat financiële problematiek wordt voorkomen of opgelost. Na de coronaperiode zoeken we nu naar een hernieuwde vorm van samenwerking tussen de partners binnen GOOS. We willen het inlooppunt uitbreiden en meer bekendheid geven.
Hiervoor maken we extra budget vanuit de middelen naar aanleiding van de toeslagenaffaire (POK-gelden) vrij, omdat we bij GOOS ook een bijdrage leveren aan de rechtsbescherming van inwoners. Door de enorme stijging van energieprijzen en kosten van andere basisbenodigdheden verwachten we dat een grote groep inwoners zeer binnenkort niet meer kan rondkomen. Als gemeente hebben we mogelijkheden om te ondersteunen, maar dit is niet voor iedereen voldoende om dan te kunnen rondkomen. We doen wat binnen onze wettelijke mogelijkheden ligt om onze inwoners financieel te ondersteunen. Ook voeren wij bijvoorbeeld de landelijke regeling van de energietoeslag uit en in 2023 gaan we verder met de extra regelingen die mogelijk nog vanuit de rijksoverheid komen. Kabinet, VNG en Divosa maken afspraken over een gezamenlijke aanpak geldzorgen, armoede en schulden en stellen daarmee structurele budgetten en een ondersteuningsprogramma voor gemeenten beschikbaar vanaf 2023. Gezien de energiecrisis en de stijgende kosten raken lage en middeninkomens in snel tempo in financiële problemen. We willen daarom de ingezette vroegsignalering van schulden continueren en uitbreiden zodat we op meer (vroege) signalen kunnen acteren zodat we investeren in het voorkomen van grote problemen.
Doelgroepenvervoer Vanaf december 2023 worden gemeenten in de provincie Utrecht zelf verantwoordelijk voor het inkopen, beheren en uitvoeren van sociaal-recreatief Wmo-vervoer. We werken hiervoor samen met 22 gemeenten in de provincie Utrecht. We gaan in een gezamenlijk aanbestedingstraject het vervoer en contractbeheer inkopen. Per 1 januari 2024 wordt de nieuwe vervoerder operationeel.
66
In Soest doen we mee een leven lang Meedoen bij voorkeur in je eigen omgeving, dat is waar dit thema om draait. Ook als je ouder wordt en je leeft met een (financiële) beperking. Hieronder volgt een samenvatting van onze inzet in 2023. Inclusie en diversiteit In 2023 willen we gericht uitvoering geven aan het Regenboog Stembusakkoord en maken hier in 2023 geld voor vrij. We vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen en dat een inclusieve samenleving kansen voor iedereen biedt. Dit gaat niet vanzelf en verdient daarom extra aandacht. Onderzoek wijst uit dat vrouwen, LHBTI+ en mensen met een migratieachtergrond vaker te maken hebben met (sociale) onveiligheid. In het participatietraject van de visie op het sociaal domein willen we hierover met inwoners in gesprek om te horen wat hun wensen zijn en hoe we belemmeringen zoveel mogelijk kunnen wegnemen. In regionaal verband ontwikkelen we daarom activiteiten op het gebied van inclusie, diversiteit, antidiscriminatie en toegankelijkheid. Ook willen we het meldpunt antidiscriminatie meer bekendheid geven en gezamenlijk met het meldpunt hier gericht actie op ondernemen. Intensiveren en verbeteren samenwerking sociale basis Samen met de grootste subsidiepartners binnen de sociale basisinfrastructuur, SWOS, Balans, Idea, GGD, Welzijn en MEE, die zich hebben verenigd in Samen voor Soest, hebben wij een uitvoeringsagenda opgesteld.
In deze Uitvoeringsagenda Subsidiepartners Welzijn en Gezondheid staan de gezamenlijke doelen van onze partners. Aan de hand van een overzicht van alle aangeboden activiteiten maken zij inzichtelijk wat zij doen, voor wie zij het doen en waarom zij dit doen. Samen met gemeente en andere partners in het sociaal domein zorgen zij dat inwoners gebruik kunnen maken van laagdrempelige ondersteuning en er wordt ingezet op preventie via bijvoorbeeld het jongerenwerk, taalstimulering, stratenaanpak en opvoedondersteuning. We gaan hierbij uit van de positieve ontwikkeling van onze inwoners en stimuleren dit door de mogelijkheden te bieden om zo normaal als mogelijk mee te kunnen doen in onze samenleving. Om dit te bereiken zetten we in op effectieve, versterkte preventie in het sociaal domein om passende hulp te bieden en zorgkosten te voorkomen. In 2023 gaan wij de wijze van subsidiëren (BCF) in samenspraak met onze partners herijken. Ook worden onze partners nauw betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe Visie Sociaal Domein. Inkoopbesluit In 2023 gaan we verder met het gelijktrekken van de looptijd van een aantal ingekochte producten, waardoor de regiogemeenten in de toekomst contracten gelijktijdig aan kunnen passen. Het gaat bijvoorbeeld om de ingekochte producten regiotaxi en leerlingenvervoer.
Op het moment dat lokaal afgesloten overeenkomsten aflopen, onderzoeken we of we de inkoop regionaal kunnen beleggen om daarmee effectiviteit en kostenbesparing te realiseren.
67
Gezondheidsbeleid Lokaal gezondheidsbeleid is als gevolg van corona op sommige delen urgenter geworden. De cijfers uit de monitor GGDrU geven aan dat niet alleen meer ouderen maar ook jongeren meer eenzaamheid ervaren, gezonde leefstijlkeuzes niet voor iedereen voor de hand liggen en (recreatief) roken en alcoholgebruik iets boven het regionaal gemiddelde ligt. In het participatietraject van de visie op het sociaal domein willen we hierover met inwoners in gesprek. In voorgaande jaren zijn belangrijke eerste stappen gezet op het gebied van preventie en eenzaamheidsbestrijding met het lokale sportakkoord, preventieakkoord en gezondheidsakkoord, maar is de noodzaak op een meer integrale aanpak ook duidelijk geworden. Voor 2023 worden daarom de eerste stappen gezet om preventie en gezondheidsbevordering meer integraal aan te pakken en uit te voeren. Beschermd wonen In 2023 wordt de uitkomst van de regionale aanbesteding voor inkoop jeugdhulp en Wmo bekend, waar ook beschermd wonen onder valt. Daarnaast wordt beschermd wonen waarschijnlijk per 1 januari 2024 gedecentraliseerd naar de gemeenten met een ingroeipad van tien jaar. Ook is het kabinet bezig met de voorbereiding van het wetsvoorstel woonplaatsbeginsel. Met het woonplaatsbeginsel wordt geregeld dat alle gemeenten voortaan verantwoordelijk zijn voor beschermd wonen voor de eigen inwoners.
In samenwerking met de zorgaanbieders en de regio bereiden we ons hierop voor. Sinds 2022 financieren wij bemoeizorg zelf, voorheen werd dit gefinancierd via de centrumgemeente. In het najaar van 2022 wordt besloten hoe bemoeizorg in 2023 wordt georganiseerd en gefinancierd. De geschatte kosten hebben we opgenomen in de begroting. Veel mensen met een psychische kwetsbaarheid wonen zelfstandig in de wijk. Ook is er de beweging gaande dat met mensen met een psychische kwetsbaarheid weer zelfstandig gaan wonen of dat ze langer zelfstandig blijven wonen. Dit vraagt om een blijvende aandacht binnen de sociale basisinfrastructuur en de samenleving voor deze inwoners. Daarnaast vraagt dit om een goede afstemming en samenwerking tussen het fysieke en het sociale domein, zodat er voldoende geschikte woonruimte is voor deze inwoners. Abonnementstarief Wmo Het abonnementstarief Wmo maximeert de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen. Dit maakt het voor inwoners aantrekkelijk om ondersteuning en/of hulpmiddelen af te nemen van de gemeente in plaats van de reguliere markt (het heeft een aanzuigende werking). De aanzuigende werking blijkt tot nu toe vooral bij aanvragen voor hulp bij het huishouden, vervoer en hulpmiddelen. De groei was bij hulp bij het huishouden in 2022 niet erg groot, mogelijk is die groei aan het afvlakken.
Echter heeft de coronacrisis ook effect gehad op de afname van huishoudelijke hulp. Daardoor kan de groei in 2023 weer toenemen.
68
Het huidige kabinet wil het abonnementstarief ondanks de wens van veel gemeenten niet in zijn algemeenheid afschaffen. Voor specifiek hulp bij het huishouden denkt het kabinet wel aan aanpassingen naar een eerlijkere eigen bijdrage, met landelijke normen en met oog voor de betaalbaarheid voor lage inkomens en middeninkomens. Gestreefd wordt naar invoering per 2025. Voor 2023 willen we de lopende mantelovereenkomsten huishoudelijke hulp (met één grote landelijke aanbieder en vijf erbij gecontracteerde aanbieders) verlengen met een tariefsindexering. Daarvan zijn de gevolgen voor het budget nu nog niet bekend. Sociaal-cultureel centrum Soesterberg Het groeiend aantal inwoners van Soesterberg vraagt erom dat de sociaal culturele voorzieningen mee groeien. Zie hiervoor paragraaf 1.4 in deze begroting.
In Soest voelen we ons veilig Je veilig voelen is één van de belangrijkste levensbehoeften van onze inwoners. En dan niet alleen voor de inwoners met wie het goed gaat, maar ook voor de inwoners voor wie het niet vanzelfsprekend is om aansluiting te vinden bij de samenleving. Je veilig voelen in Soest betekent je thuis voelen in Soest. De inzet vanuit het sociaal domein gebeurt in nauwe samenhang met het deelprogramma Veiligheid. Hieronder volgt een samenvatting van onze inzet in 2023. Smitsveen Het Project Smitsveen eindigt formeel per 31 december 2022. Een aantal structurele activiteiten in de wijk lopen door tot in 2025. Daarnaast verlengen we ook een aantal incidentele activiteiten tot in 2025. Samen met de sociale basis kijken we hoe we de werkzaamheden kunnen bestendigen. We blijven oog houden voor wat werkt, wat de wijk wenst en wat verder nodig is om de leefbaarheid en veiligheid in Smitsveen in ieder geval op dit niveau te houden. Uit deze wijkaanpak zijn mooie lessen te trekken. We gaan onderzoeken of (delen van) deze wijkaanpak bruikbaar kan zijn voor andere wijken. Dit nemen we ook mee in de nieuwe Visie Sociaal Domein. Wet verplichte Ggz De taken in het kader van de Wet verplichte Ggz zijn bij de GGD belegd. In 2023 willen we meer aandacht besteden aan de wederkerigheid.
Dit houdt in dat we naast de vergaande inbreuk die we bij de Wet verplichte Ggz doen op iemands vrijheid ook kwalitatief goede zorg moeten bieden. Gedurende de periode dat dwang wordt toegepast, besteden we aandacht aan voorzieningen als huisvesting en middelen van bestaan die noodzakelijk zijn om de verplichte zorg te beëindigen. Voor inwoners die verplicht worden opgenomen doen we daar al veel in. We onderzoeken de mogelijkheid om dit meer aan te bieden aan inwoners die vrijwillig worden opgenomen.
69
In onderstaande tabel worden de voorstellen Sociaal Domein voor de begroting 2023 vermeld. Voorstellen (autonoom) Volksgezondheid conform begroting GGD
2023
2024 55
2025 55
2026 55
55
Sociaal Domein algemeen Smitsveen
-124
Sociaal Domein algemeen innovatiebudget
-50
Jeugd
339
339
339
339
Welzijn BCF partijen
138
138
138
138
WMO ZIN en PGB WMO
89
89
89
89
Toename aanvragen mantelzorgcompliment
24
24
24
24
Beschermd wonen LVB
5
5
5
5
Bemoeizorg
73
73
73
73
CVV taxivervoer
51
51
51
51
WMO hulpmiddelen woningaanpassing
48
48
48
48
RWA/ Sociale werkplaats
-56
-52
-50
-88
Schuldhulp
26
26
26
26
Totaal voorstellen (autonoom)
792
796
798
586
GOOS (POK gelden)
50
50
50
50
Versterken aanpak vroegsignalering
50
50
50
50
Extra inzet begeleiding van de ontwikkeleing Jeugdwet (POK gelden)
50
50
Visie sociaal domein
50
Anti discriminatie beleid
30
Sociaal cultureel centrum
220
180
180
Overige voorstellen
Herijken subsidie methodiek
180 100
Innovatiebudget
100
100
150
200
Datasturing/Monitoring
100
100
100
100
Overbruggingsbudget
200
200
Versterken teams (jeugd en sociaal) en sociale partners
250
250
250
250
Inkoop sociaal domein
100
100
100
Extra kosten jeugdhulp i.v.m. corona
300 1.180
880
Totaal overige voorstellen
1.500
830
70
Deelprogramma 3.2 Onderwijs Het onderwijs aan onze kinderen en jongeren is in goede handen bij de 20 scholen in onze gemeente. Samen met onze onderwijspartners willen we het beste uit kinderen willen halen. Dit doen we door het uitvoeren van wettelijke onderwijstaken en het besteden van het budget in het deelprogramma onderwijs. • • • •
We werken aan onderwijskansenbeleid We zorgen voor passend vervoer We verbeteren de aansluiting onderwijszorg – jeugdzorg We voeren het Nationaal Programma Onderwijs uit
Global goals Dit deelprogramma draagt bij aan de volgende duurzame ontwikkelingsdoelen:
MFA Ludgerusschool Het schoolbestuur SKOSS heeft de gemeente benaderd eind 2021 met een voorstel voor de ontwikkeling van Ludgerusschool in Soest-Zuid tot een multifunctionele accommodatie (MFA). Het plan voorziet naast het vormen van een Integraal Kind Centrum (IKC) in ruimtes die multifunctioneel kunnen worden gebruikt conform het IAB. De behoefte en de (financiële) bijdrage van de gemeente voor de haalbaarheid van dit plan wordt momenteel onderzocht. Een kansrijke start voor ieder kind Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) moet kinderen met achterstanden helpen om deze in te lopen en dient tevens te voorkomen dat onderwijsachterstanden ontstaan. Gemeenten en schoolbesturen zijn samen verantwoordelijk voor de VVE: de gemeente voor de voorschoolse educatie, de schoolbesturen voor de vroegschoolse educatie. Ook voor schoolgaande kinderen is toegang tot kinderopvang (BSO) van toegevoegde waarde voor hun ontwikkeling; ongeacht of hun ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Geclusterde voorzieningen (I ’s) bieden de mogelijkheid voor het realiseren van een doorgaande ontwikkellijn voor alle kinderen van 0 tot en met 12 jaar. Via ons onderwijskansenbeleid streven we naar voorschools aanbod dat naadloos aansluit op het basisonderwijs.
We willen dat alle jonge kinderen ter voorbereiding op het basisonderwijs minstens twee dagdelen per week deelnemen aan een voorschools programma. Met dit beleid scharen we ons achter de plannen van het kabinet om elk kind recht op kinderopvang te geven door het voor ouders (vrijwel) gratis te maken.
71
Als alle kinderen naar de kinderopvang gaan, kunnen scholen en kinderopvang veel makkelijker samenwerken, onderwijstijd en opvangtijd door elkaar laten lopen en alle kinderen sport, muziekles en andere mogelijkheden bieden voor talentontwikkeling. Als gemeente nemen we het initiatief en de regie om de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang tot stand te brengen. Daarbij maken we gebruik van de Lokale Educatieve Agenda (LEA). Gemeente en schoolbestuurders zijn eigenaar van deze agenda. Vaste gesprekspartners aan de LEA-overlegtafel zijn het samenwerkingsverband De Eem en de houders van onze voorscholen. Met de LEA structureren we onze samenwerking en brengen we focus aan in onze gedeelde ambities voor de komende jaren. Het maken van nieuwe gezamenlijke afspraken over het vergroten van onderwijskansen in 20 , is zo’n gedeelde ambitie die wij samen met de partners van de LEA zullen oppakken. Door eerst hiermee aan de slag te gaan, kunnen we in 2024 aan de slag met het herijken of vernieuwen van ons onderwijskansenbeleid. Inclusiever onderwijs Het is belangrijk dat onderwijs en gemeenten goed met elkaar samenwerken, zodat elk kind veilig kan opgroeien, met optimale ontwikkelkansen. De gemeente gaat over preventiemaatregelen, basishulp en gespecialiseerde zorg voor de jeugd.
Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het aanbieden van een goede onderwijsplek aan alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Dit noemen we passend onderwijs. Scholen hebben hier een zorgplicht voor. Wat doen we in 2023? • Samen met het samenwerkingsverband en de schoolbesturen maken we afspraken over onze bijdrage aan het centraal stellen van het Soester kind en zijn onderwijsbehoefte. • We zorgen voor voldoende inzet van jeugdzorg op scholen. • De zorgen over de effecten van de pandemie hebben geleid tot het Nationaal Programma Onderwijs voor herstel en ontwikkeling van het onderwijs tijdens en na Covid-19. Ook voor het komend jaar ontvangen we extra middelen om scholen te ondersteunen bij de aanpak van Covid-19 vertragingen.
72
Deelprogramma 3.3 Sport, kunst en cultuur We vinden het belangrijk dat zoveel mogelijk inwoners uit Soest en Soesterberg sporten en bewegen en cultureel actief zijn. Beide beleidsterreinen dragen bij aan de gezondheid, sociale cohesie, persoonlijke expressie en ontwikkeling. Vanuit het sportbeleid zetten wij in op een leven lang met plezier sporten en bewegen in Soest en Soesterberg. Ook cultuur draagt bij aan mentale gezondheid, een sociaal netwerk, een fijn woonklimaat en persoonlijke ontplooiing. Sport, kunst en cultuur raken ook aan thema’s zoals gezondheid, onderwijs en het sociaal domein. Daarom zorgen we ervoor dat we nauw samenwerken met deze terreinen om onze doelen te bereiken. We realiseren onze doelstellingen door het uitvoeren van taken en besteden van het budget in het deelprogramma sport, kunst en cultuur: • • •
We stimuleren sporten, bewegen en cultuurparticipatie We ontwikkelen en onderhouden gemeentelijke sportaccommodaties We werken aan het gemeentelijke sport- en cultuurbeleid en het uitvoeren hiervan.
Global goals Dit deelprogramma draagt bij aan de volgende duurzame ontwikkelingsdoelen:
Gemeentelijk sportbeleid ns motto in dit kader is ‘Een leven lang met plezier sporten en bewegen in Soest en Soesterberg’. Hoe we daar invulling aangeven staat o.a. in ons Sport- en Preventieakkoord. Wij werken samen met andere partijen om onze doelstellingen te halen. Ook in 2023 werken wij verder aan de doelstellingen en acties die opgenomen zijn in ons lokaal Sportakkoord. Zie ook ‘Sportstimulering’. Sportnota In 2023 ronden wij het traject om te komen tot een nieuwe sportnota af. De input die wij samen met de Sportfederatie hebben verzameld over de effecten van corona krijgen hierin een plek. Met een nieuwe nota willen wij inspelen op actuele en toekomstige ontwikkelingen op het gebied van bewegen en sport(en). We gaan onderzoeken hoe we tot meer integrale samenwerking tussen sport & bewegen en sociaal domein kunnen komen ten behoeve van onze inwoners. Laagdrempelige sport- en beweegactiviteiten kunnen de participatie en eigen kracht van onze (kwetsbare) inwoners versterken. Op deze manier kan zwaardere en duurdere zorg en ondersteuning beperkt of wellicht voorkomen worden. Sporten & bewegen is ook een middel om de sociale samenhang en leefbaarheid te bevorderen.
73
De nota zal ook ingaan op de doorontwikkeling en de organisatievorm van de buurtsportcoaches. Verder kijken we of we beleid kunnen opstellen hoe we bewegen en sporten in de buitenruimte kunnen stimuleren. Exploitatie zwembad We gaan op grond van de huidige overeenkomst van 1-1-2022 t/m 31-12-2024 verder met de exploitatie van het zwembad met de huidige huurder. Daarna biedt de huidige overeenkomst de mogelijkheid om indien nodig nog met twee jaar te verlengen. Onderzoek toekomst zwembad In het kader van het nieuwe coalitieakkoord willen wij in 2023 een onderzoek doen naar de toekomst van het zwembad. Het zwembad is in 1991 gebouwd. Om het gebouw in de toekomst te kunnen blijven gebruiken is in ieder geval een renovatie noodzakelijk. Ook (gemeentelijke) duurzaamheidsambities vragen om een investering in het zwembad. Dit onderzoek vindt plaats tegen de achtergrond van een exploitatieovereenkomst die de komende jaren afloopt. Voor dit onderzoek is externe expertise noodzakelijk. Om deze expertise in te kunnen zetten, doen we een budgetaanvraag van 5 . hiervoor. Evaluatie Right to challenge AGAVS In 2020 zijn we een Right to challenge aangegaan met volleybalvereniging AGAVS en schoonmaakbedrijf De Klopgroep. Deze Right to challenge gaat over de schoonmaak van sporthal De Banninghal. AGAVS doet in dit kader zelf een aantal schoonmaakwerkzaamheden.
In 2023 gaan wij deze Right to challenge evalueren. Sportstimulering Sport- en preventieakkoord Met het Sport- en Preventieakkoord stimuleren wij onze inwoners om een leven lang met plezier te bewegen en gezonder te leven. Dit doen wij niet alleen. Wij werken met heel veel partijen samen om dit te realiseren. Wij verwachten dat het rijk uitkeringen op het gebied van gezondheidsbevordering, sport- en beweegstimulering en het versterken van de sociale basis gaat bundelen. En dat hiervoor één specifieke regeling komt. Met ons Sport- en Preventieakkoord bereiden we ons daar alvast op voor. Vanuit deze akkoorden ontwikkelen we verschillende projecten, zoals een nieuw digitaal platform sportinsoest.nl. Deze vernieuwde website moet het voor inwoners en sport- en beweegaanbieders makkelijker maken om vraag en aanbod zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. De juiste sportmatch vinden wordt hierdoor makkelijker en laagdrempeliger. 'Vitaal Soest! Sportcafé voor ontmoeten, kennisdeling en inspiratie' is een laagdrempelige bijeenkomst voor en door sport- en beweegaanbieders. ‘ itaal Soest’ stimuleert samenwerking en kennisdeling binnen de sport- en beweegsector in Soest. Deze bijeenkomsten zetten wij, na de succesvolle bijeenkomsten in 2022, voort in 2023.
74
Jeugdfonds Sport en Cultuur Helaas hebben gezinnen niet altijd voldoende financiële middelen om kinderen te laten sporten. Daarom is er het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Vanuit dit fonds wordt de contributie of lesgeld van een sportvereniging, muziekschool of een andere sportieve of creatieve activiteit betaald. Dit zodat kinderen toch kunnen meedoen. Een groot deel van het budget besteden wij aan zwemlessen zodat kinderen de zwemdiploma’s en kunnen halen. Een van de buurtsportcoaches tezamen met de jongerencultuurcoach is het aanspreekpunt voor dit fonds. Met de verlenging van de brede regeling combinatiefunctionarissen in 2023 kunnen deze personen deze (verbindende) rol blijven vervullen.
Gemeentelijke sportaccommodaties Wij willen dat onze gemeentelijke sportaccommodaties veel gebruikt worden en ook voor meerdere doelen. Ook vinden wij het belangrijk dat onze sportaccommodaties voldoen aan de laatste eisen. In 2023 investeren wij ook weer in onze gemeentelijke sportaccommodaties.
75
Bouw nieuwe sporthal In 2023 ronden wij de bouw van de nieuwe sporthal bij Sportboulevard De Engh af. Wij verwachten dat in het vierde kwartaal van 2023 de bouw van de nieuwe sporthal en de interne verbouwing van het huidige sportcomplex klaar zijn. Eind 2023 kunnen het bewegingsonderwijs en de sportverenigingen de nieuwe hal gebruiken. Als de nieuwe sporthal in gebruik is, worden sporthal Beukendal en gymnastieklokaal Paulus Potter gesloopt. Sporthal Beukendal maakt onderdeel uit van de Dalwegvisie, dus deze locatie wordt afgestoten. Voor de locatie van gymnastieklokaal Paulus Potter wordt nader bekeken welke functies hier kunnen komen. Verduurzamen sportzaal De Bunt Als onderdeel van de Routekaart verduurzaming vastgoed (onder voorbehoud van vaststelling door de raad) gaan we sportzaal De Bunt renoveren en verduurzamen. SPUK Sport In het begrotingsjaar hebben we voor 1.5 .568 aan kredietaanvragen sport. We vragen hiervoor een SPUK-uitkering aan. We verwijzen u naar paragraaf D Onderhoud kapitaalgoederen voor meer details. Het deel van de exploitatielasten wat in aanmerking komt voor de SPUK-uitkering bedraagt 1.66 . 7 incl. btw. Voor de vervangingsinvesteringen buitensport verwijzen we naar paragraaf D Onderhoud kapitaalgoederen.
Spelen-bewegen in de openbare ruimte De coronaperiode heeft laten zien dat de openbare ruimte enorm van waarde is als het gaat om spelen, bewegen en sporten. Speelterreinen en schoolpleinen werden massaal gebruikt. Ontwikkelingen de afgelopen jaren maken het noodzakelijk om breed te kijken hoe we de fysieke leefomgeving zo kunnen inrichten dat deze bijdraagt aan een gezonde en sterke samenleving. De openbare ruimte is meer dan een speelplaats, trapveld of een paar bankjes. Jong en oud maakt op zijn eigen manier gebruik van deze openbare ruimte. Om te ontmoeten, te bewegen, te sporten, ongeorganiseerd of zelfs georganiseerd. Het verouderde speelruimtebeleid ‘het nieuwe spelen in Soest’ ( 1 ) voorziet niet in de huidige brede behoefte. Daarnaast richt het speelruimtebeleid zich alleen op de 4-19-jarigen. Wij willen dit beleid dan ook op laten gaan in de visie op het bewegen in de openbare ruimte dat onderdeel gaat uitmaken van het nieuwe sport- en beweegbeleid. De verdere uitwerking c.q. concretisering hiervan zal separaat worden opgepakt. Aandachtspunten hierbij zijn de beschikbare financiën voor deze uitwerking en de capaciteit.
76
Cultuurnota 2023-2026 Het is duidelijk dat wij cultuur een warm hart toedragen. We hebben onze cultuursector in corona-tijd met 5 . ondersteund. Deels gingen en gaan die middelen naar compensatie van de taakstelling. Deels naar tekorten in het cultuurveld als gevolg van de coronagevolgen en deels naar investeringen voor de toekomst zoals digitaal aanbod of onderzoeken van nieuw publieksbereik. In 2023 ronden wij het opstellen van een nieuwe cultuurnota af. Hierin komen nieuwe doelstellingen die richting gaan geven aan het cultuurbeleid vanaf 2023. Op dit moment zijn deze doelstellingen nog niet bekend en richten we ons vooral op de voornemens uit het coalitieakkoord. Voor 2023 wordt ingezet op: 1. Opstellen en uitvoering geven aan de nieuwe cultuurnota in relatie tot de nieuwe visie sociaal domein en sportnota. 2. Invulling van de taakstelling cultuur gerelateerd aan de doelstellingen in de nieuwe cultuurnota. 3. Herzien van de subsidieregelingen binnen Kunst & Cultuur. 4. Ondersteuning van culturele initiatieven vanuit het nieuwe sociaal culturele centrum in Soesterberg. 5. Toekomst van het Willaertgebouw en de gevolgen voor kunstenhuis Idea. 6. Behoud en mogelijke aanvulling van de jongeren cultuurcoach.
Opstellen nieuwe cultuurnota Om cultuur meer integraal te benaderen, zal er een duidelijke relatie komen tussen de nieuwe visie sociaal domein, de sportnota en de nieuwe cultuurnota. De nieuwe cultuurnota stellen wij samen met inwoners en lokale cultuurpartners op. Bij het opstellen van de nieuwe cultuurnota nemen wij ook de inclusieve samenleving als uitgangspunt mee; kunst/cultuur moet toegankelijk zijn voor iedereen. Na het vaststellen van de nieuwe cultuurnota zal er in 2023 gewerkt worden aan het behalen van de nieuwe doelstellingen. Aangezien die nu nog niet bekend zijn, zal de specifieke invulling daarvan op een later moment pas gedefinieerd kunnen worden.
Invullen taakstelling Conform de in de raadsvergadering van 7 juli 2022 aangenomen motie taakstelling cultuur is de effectuering van de taakstelling opnieuw een jaar uitgesteld. Dekking vindt plaats uit de gereserveerde coronamiddelen. In de voorliggende begroting wordt de invulling van de taakstelling op cultuur betrokken bij de op te stellen cultuurnota. Subsidieregelingen herzien Na het vaststellen van een nieuwe cultuurnota passen we in 2023 ook de subsidieregelingen aan om beter te kunnen sturen op de doelstellingen uit de nieuwe cultuurnota.
77
Wat mag het kosten? (bedragen * € 1.000)
Deelprogramma
L/B Rekening Begroting 2021 2022
2023
2024
2025
2026
Sociaal domein
L
53.588
55.893
56.818
56.458
54.754
54.440
B
15.496
13.354
12.417
12.360
12.052
12.052
saldo
-38.093
-42.539
-44.401
-44.098
-42.701
-42.388
L
4.886
5.172
5.293
4.932
4.925
4.911
B
1.363
1.574
1.574
1.237
1.237
1.237
saldo
-3.522
-3.599
-3.719
-3.695
-3.687
-3.673
L
6.995
9.159
8.671
8.345
8.023
8.855
B
2.275
2.241
2.069
2.025
1.971
2.003
saldo
-4.720
-6.918
-6.602
-6.320
-6.052
-6.852
Totaal lasten
65.469
70.224
70.782
69.736
67.701
68.206
Totaal baten
19.134
17.169
16.061
15.623
15.261
15.293
Resultaat
-46.335
-53.055
-54.721
-54.113
-52.440
-52.913
Onderwijs
Sport, kunst en cultuur
Afwijkingen t.o.v. 2022: Lasten
-558
488
2.523
2.018
Baten
-1.108
-1.546
-1.908
-1.876
Resultaat
-1.666
-1.058
615
142
De grootste afwijkingen in deze deelprogramma’s ten opzichte van de meerjarenbegroting 2022-2025 bestaan uit de budgetten uit het coalitieakkoord voor het sociaal domein (2023 1,5 mln, 1, mln, 5 ,9 mln en 6 ,8 mln).
78
Relevante beleidsdocumenten Sociaal Domein a. Strategische agenda sociaal domein (raad, 2016) b. Nadere regels 2019 Verordening Jeugdhulp Soest 2017 (B&W, 2019) c. Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Soest, raad 4 februari 2021 d. Verordening Participatieraad Sociaal Domein Soest, raad 10 februari 2022 e. Nota herijking vrijwilligersbeleid gemeente Soest, raad 22 februari 2018 f. Algemene subsidieverordening Soest (raad, 2020) g. Gemeenschappelijke regeling Samenwerking Sociaal Domein Baarn, Bunschoten, Soest (2017) h. Uitvoeringsplan Smitsveen, raad 26 oktober 2017 i. Herijking Schuldhulpverlening (raad, 2017) j. Herijking Minimabeleid (raad, 2017) k. Regionaal Programma Volwasseneneducatie 2020-2023 (B&W, 2019) l. Regiovisie specialistische jeugdhulp en regiovisie samen in de wijk, raad 23 september 2021 m. Uitvoeringsplan Inburgeren in Soest (B&W, 2021) n. Beleidsregels Bijzondere Bijstand 2021 (B&W, 2021) Onderwijs o. Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Soest, raad 4 maart 2021 p. Strategische agenda sociaal domein (raad, 2016) q. Onderwijsvisie gemeente Soest (raad, 2016) r. Onderwijskansenbeleid 2019-2022 gemeente Soest, raad 7 februari 2019 s. Verordening voorzieningen onderwijshuisvesting (raad, 2019) t. Verordening Leerlingenvervoer (raad, 2015) Sport u. Sportvisie 2013-2016, raad 19 september 2013 v. Tarievenbesluit (raad oktober 2015) w.
Visie op de binnensportaccommodaties (raad 2016) x. Lokaal Sportakkoord (2020) y. Sport coronascan (2021) z. Speelruimtebeleid ‘Het nieuwe spelen in Soest’ ( 1 ) Cultuur aa. Beleidsregels welzijn, cultuur en sport (B&W, 2019) bb. Meedoen is de Soester Cultuur. Cultuurvisie gemeente Soest 2016-2020 (raad, 2015) cc. Uitvoeringsplan Cultuurvisie 2016-2020 (raad, 2016) dd. Cultuur coronascan (2021)
79
Overhead Wat mag het kosten Producten
L/B
Rekening 2021
Begroting 2022
L
8.094
7.941
8.070
7.697
7.697
B
11
0
0
0
0
0
saldo
-8.083
-7.941
-8.070
-7.697
-7.697
-7.697
L
3.141
3.378
3.519
3.515
3.503
3.498
B
1
0
0
0
0
0
saldo
-3.140
-3.378
-3.519
-3.515
-3.503
-3.498
L
2.062
2.849
2.592
2.718
2.418
2.516
B
108
145
145
145
145
145
-1.954
-2.705
-2.448
-2.574
-2.273
-2.371
126
185
312
181
192
181
-126
-185
-312
-181
-192
-181
(bedragen * € 1.000) Ondersteunende organisatie
Informatiehuishouding
Facilitair en huisvesting
saldo C ommunicatie
L
2023
2024
2025
2026 7.697
B saldo Dekking overhead
L
-358
-493
-378
-378
-378
-378
B
1.559
1.492
1.559
1.559
1.559
1.559
saldo
1.917
1.985
1.937
1.937
1.937
1.937
Totaal lasten
13.064
13.861
14.115
13.733
13.432
13.514
Totaal baten
1.678
1.637
1.703
1.703
1.703
1.703
Resultaat
-11.385
-12.224
-12.412
-12.029
-11.728
-11.810
Lasten
-254
128
429
347
Baten
67
67
67
67
Resultaat
-187
195
496
414
Afwijkingen t.o.v. 2022:
Inzicht in overhead en kosten De regelgeving van het BBV heeft onder andere als doel om uw raad op eenvoudige wijze meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie. Daarmee krijgt u ook meer zeggenschap over en mogelijkheden om te sturen op de ontwikkeling van deze kosten. Om die reden hebben wij het overzicht opgenomen met de baten en lasten die verband houden met de sturing en ondersteuning van het primaire proces.
80
Overheadpercentage Het BBV schrijft voor dat voor de kosten van de overhead een indicator moet worden opgenomen in de begroting. Deze indicator drukt de totale overheadkosten uit in een percentage van het totaal van de lasten exclusief toevoegingen aan reserves. Dit levert een percentage op van 10% maar is niet het percentage dat wordt toegepast voor de toerekening van de overhead aan de kostprijs van rechten en heffingen. Daarvoor wordt uitgegaan van de volgende berekeningsformule: de totale structurele overheadkosten gedeeld door de totale direct aan de producten toegerekende loonkosten (x 100%). De totale structurele overheadkosten zijn de netto-overheadkosten ( 12.412.000) minus de fluctuerende kosten (totaal 554. ), dat is 11.857.000. De totale direct aan de producten toegerekende loonkosten zijn 15.883.000. Hiermee komt het opslagpercentage voor 2023 op 75%. De overhead bestaat uit de volgende onderdelen: •
•
•
• •
Ondersteuning organisatie: tot deze categorie behoren de lonen en salarisonderdelen van de staf, de afdeling Bedrijfsvoering en de leidinggevenden van de overige afdelingen. Evenals een groep overige personeelskosten, zoals de centrale vorming, jubilea, ziekte, kerstpakketten en personeelsvereniging. Informatiehuishouding: deze categorie bestaat uit de kosten van informatisering (Edienstverlening) en de kosten van automatisering. De automatiseringscomponent bestaat uit de kosten van de gemeenschappelijke regeling RID Utrecht en de kosten van de softwarepakketten (onderhoud, licenties en dergelijke). Facilitair en huisvesting: tot deze categorie kosten behoren de onderdelen: ✓ Huisvesting: gemeentehuis, inventaris, catering en huisvestingsplan; ✓ Archief, papier en drukwerk en telefoonkosten; ✓ Overige kosten, zoals verzekeringen, controllerbudget en dergelijke. ommunicatie deze categorie kosten bestaan uit kosten voorlichting via “ p ’t Hoogt” en website, informatie voor nieuwe inwoners en representatiekosten. Dekking overhead: de dekking van de overhead bestaat uit een bijdrage van de grote projecten ( 378.000), een bijdrage uit de SPUK uitkering 67. ) en de bijdrage van de gemeenschappelijke regeling S ( 1. 9 . ).
81
Actieplan digitalisering In de afgelopen 2 jaar is, mede door corona, digitaal werken versneld in de organisatie doorgevoerd. Medewerkers kunnen tijd en plaats onafhankelijk werken met behulp van laptops en smartphones, er is een nieuw zaaksysteem uitgerold en MS365 is voor alle medewerkers beschikbaar gekomen. Om optimaal gebruik te leren maken van deze digitale voorzieningen is ondersteuning nodig. In de afgelopen periode is die ondersteuning onvoldoende geweest. Uit onderzoek (M&I partners) blijkt ook dat net iets meer dan de helft van medewerkers bij gemeenten echt digitaal vaardig zijn. Met het actieplan digitaal werken maken we een inhaalslag, waardoor medewerkers zich het digitaal werken echt eigen maken, hun en de dienstverlening aan onze klanten wordt verbeterd. Voor de uitvoering van het actieplan is tijdelijk extra eenmalig in 2023 ondersteuningscapaciteit nodig. De kosten hiervan bedragen in 18 . .
Implementatie financieel systeem Ons financiële informatiesysteem (Decade) is aan vervanging toe. Dit informatie systeem voldoet niet meer aan de huidige eisen van de gemeente en de leverancier ondersteunt dit systeem nog tot uiterlijk 1 januari 2024. Gezamenlijk met de RID gemeenten wordt er een aanbesteding gedaan in 2022 waarna vervolgens de gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor de inrichting en implementatie. De kosten die hiermee gemoeid zijn bedragen 19 . . Deze kosten zijn noodzakelijk voor de externe ondersteuning van het project. Het gaat dan enerzijds om vervanging van eigen medewerkers die een bijdrage leveren aan het project en anderzijds de projectleiding voor de implementatie van het systeem.
82
Algemene dekkingsmiddelen Lasten en baten
Rekening 2021
Begroting 2022
Lasten programma 1 t/m 3
106.880
Overhead
13.064
Algemene lasten
1.368
2023
2024
2025
2026
131.180
121.650
125.846
109.208
111.690
13.861
14.115
13.733
13.432
13.514
748
817
817
817
817
Onvoorziene uitgaven
57
60
60
60
60
Stelposten
883
3.347
5.012
5.514
6.991
121.312
146.729
139.989
145.467
129.030
133.071
Baten programma 1 t/m 3
44.990
57.110
46.156
50.838
36.116
38.109
Overhead
1.678
1.637
1.703
1.703
1.703
1.703
Algemene uitkering Gemeentefonds Sociaal Domein
65.234 4.621
72.848 4.457
76.131 2.760
81.043 2.692
83.241 2.665
78.145 2.624
Dividend
224
282
340
340
340
340
Geldleningen en financiering
441
526
535
535
535
535
Opbrengst bespaarde rente
441
306
269
270
260
252
10.043
10.412
10.744
10.939
10.939
10.939
(bedragen * € 1.000) Lasten
Totaal lasten Baten
Lokale belastingen Overige dekkingsmiddelen
189
244
244
244
244
244
127.861
147.822
138.883
148.605
136.043
132.891
6.549
1.093
-1.106
3.138
7.013
-180
Stortingen
12.024
5.415
5.138
4.258
4.346
4.487
Onttrekkingen
9.710
9.780
6.624
5.319
4.672
5.474
4.235
5.458
380
4.200
7.339
807
Lasten
6.741
1.263
17.699
13.658
Baten
-8.940
783
-11.779
-14.931
Reserveringen
-2.879
-3.304
-4.039
-3.378
Resultaat
-5.078
-1.259
1.881
-4.651
Totaal baten Resultaat voor bestemming Mutaties reserves
Resultaat na bestemming Afwijkingen t.o.v. 2022:
Toelichting algemene dekkingsmiddelen Onvoorziene uitgaven en stelposten • In de begroting is structureel 50.000 geraamd voor de (verplichte) stelpost onvoorziene uitgaven. Daarnaast is een structureel budget voor onvoorzien welzijn geraamd van 10.000. • In de begroting is voor salarissen en sociale lasten, inclusief subsidies welzijn een stijging opgenomen van 3,6% ten opzichte van 2022. Voor de dekking van te verwachten salarisstijgingen en sociale lasten (inclusief de banenafspraak) is er in ,8 mln beschikbaar, oplopend naar 3,2 mln. in 2026. • In de begroting zijn de lasten aangepast naar het prijsniveau van 2023, waarna nog een budget ter dekking voor indexaties resteert van ,1 mln. In 2024 is hier 1,0 mln voor beschikbaar, oplopend naar , mln in 6.
83
•
•
Onderuitputting/afwikkelingsverschillen (structureel opgenomen -/- 162.000). Hiermee wordt jaarlijks geanticipeerd op voordelige afwijkingsverschillen over voorgaande jaren, meevallers in rente- en afschrijvingslasten, algemene uitkering en openeindregelingen. De lasten die betrekking hebben op het op orde brengen van de basis (Taskforce; voor 2023 en 2024 , mln, voor 5 ,1 mln en voor 6 , ) zijn in deze meerjarenbegroting tijdelijk hier ondergebracht. In de komende periode worden de lasten toebedeeld aan de deelprogramma’s.
Algemene lasten Hiertoe behoren enkele algemene, niet specifiek aan programma’s toe te rekenen lasten. Hieronder vallen de uitvoeringskosten van belastingtaken (heffing en invordering), de uitvoeringskosten van de wet WOZ en de kosten van betalingsverkeer. Algemene uitkering uit het Gemeentefonds De berekening van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds is gebaseerd op de meicirculaire 2022. Dividenden Deze raming betreft de jaarlijkse dividenduitkeringen van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en Vitens. De jaarlijkse dividenduitkering van de BNG is het laatste jaar (2021) zoals vermeld in de voorjaarsnota 2021 weer toegenomen. De raming voor 2023 en verder is op een 3-jaarsgemiddelde (dividenduitkering van de jaren 2019-2021) en komt op een raming van 220.000. De jaarlijks te verwachten dividenduitkering van itens is vanaf op het oude peil van 1 . gehandhaafd. Geldleningen en financiering Dit betreft het jaarlijks renteresultaat en het saldo van de bespaarde rente. Dit resultaat is als regel voordelig omdat enerzijds over de investeringen jaarlijks 1% rente wordt toegerekend en anderzijds over de reserves 0,50% wordt doorberekend. Het voordelig verschil wordt in 2023 geraamd op 535.000.
Vennootschapsbelasting Vanaf 1 januari 2016 zijn gemeenten vennootschapsbelasting schuldig, indien een gemeente zelf of via een indirect overheidsbedrijf ondernemingsactiviteiten uitvoert. Van een ondernemingsactiviteit is sprake als met een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid wordt deelgenomen aan het economisch verkeer, met het oogmerk van winst behalen. Voor de overheid is dat voor een groot gedeelte van haar taken niet van toepassing.
84
Lokale belastingen Van de lokale belastingen zijn bij de ‘algemene dekkingsmiddelen’ uitsluitend de opbrengsten van de onroerendezaakbelastingen (ozb), de hondenbelasting en – hoewel geen belasting - de convenantsbijdrage van de logiesverstrekkers ( 150.000) geraamd. De overige heffingen zijn geraamd bij de specifieke programma’s. Bij de opbrengstramingen ozb is naast een trendmatige verhoging van 3% een cumulatieve verhoging van 2% doorgevoerd. In paragraaf G, Lokale heffingen, worden de diverse gemeentelijke heffingen nader belicht. Overige eigen dekkingsmiddelen Hiertoe behoren hoofdzakelijk de geraamde opbrengsten van aanmaningen en dwangbevelen. Mutaties reserves Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording moeten de begrotingsuitkomsten in eerste instantie worden gepresenteerd exclusief de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. In bijlage 4.5 treft u een specificatie aan van de geraamde toevoegingen en onttrekkingen.
85
Paragrafen A Weerstandsvermogen en risicobeheersing Geprognosticeerde balans In de BBV is een meerjarig geprognosticeerde balans voorgeschreven. Deze balans moet aansluiten op de balans in de jaarrekening, maar behoeft niet dezelfde mate van detail te kennen. (bedragen x € 1.000)
activa 1.
R2021
B2022
B2023
B2024
B2025
600
479
600
407
347
86.764
81.686
86.762
81.762
76.762
B2026
Vaste activa
3.
1.1 Immaterieel 1.2 Materieel kapitaalverstrekkingen
b)
deelnemingen
c)
uitzettingen > 1 jaar
71.762 a)
d)
bijdr activa van derden
2.
Vlottende activa
b) 0
12
0
12
12
R2021
B2022
B2023
B2024
B2025
B2026
reserves
49.607
40.459
48.037
46.850
45.996
45.679
gerealiseerd resultaat
4.235
Vaste passiva
177 3.1 Eigen vermogen
1.3 Financieel a)
passiva
12 3.2 Voorzieningen
11.148
9.006
10.555
10.467
10.552
10.708
364 3.3 Vaste schulden
48.769
44.767
59.767
55.861
51.570
46.561
15.450
12.018
13.825
13.825
13.825
13.825
12.240
9.267
12.240
12.240
12.240
12.240
364
364
364
364
364
2.993
2.949
2.993
2.993
2.993
2.993
2.1 Voorraden
3.454
1.833
6.431
6.431
6.431
6.431 4.1 Netto vlottende schuld
2.2 Uitzettingen
31.812
26.412
31.812
31.812
31.812
31.812
414
331
414
414
414
414
15.048
1.451
15.048
15.048
15.048
15.048
4.
(looptijd < 1 jaar)
Vlottende passiva (looptijd < 1 jaar)
4.2 Overlopende passiva
2.3 Liquide middelen 2.4 Overlopende activa balanstotaal
(looptijd > 1 jaar)
141.449 115.517 144.424 139.243 134.183 129.013
balanstotaal
141.449 115.517 144.424 139.243 134.183 129.013
Basisset financiële kengetallen In de hierna opgenomen tabel zijn de voorgeschreven kengetallen vermeld en zijn de berekende waarden en het verloop van deze waarden ingevuld. Daarna volgt per kengetal een korte uitleg en wordt op de uitkomst en situatie voor Soest ingegaan. nr basisset financiële kengetallen
verloop van de kengetallen
rekening begroting begroting begroting begroting begroting 2021 2022 2023 2024 2025 2026 1A Netto schuldquote
24%
46%
27%
22%
20%
17%
1B Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
24%
46%
27%
22%
20%
17%
2 Solvabiliteitsratio
38%
28%
33%
34%
34%
35%
-1,03%
-1,09%
2,04%
4,54%
6,34%
0,33%
3 Structurele exploitatieruimte 4 Grondexploitatie
1%
1%
5%
4%
5%
5%
5 Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens
89%
97%
91%
92%
92%
92%
1A. Netto schuldquote De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Hierachter gaat het volgende mechanisme schuil. Gaat een gemeente schulden aan (b.v. ten behoeve van investeringen), dan worden de lasten hoger door rentebetalingen en aflossingen. Door geld te lenen worden aanschaffingen naar voren gehaald, maar de consequentie is dat hiermee een beslag op toekomstige inkomsten worden gelegd. Hoe hoger de schulden hoe meer toekomstige inkomsten voor aflossingen en rente worden vastgelegd. Deze uitgaven aan aflossingen en rente kunnen niet aan andere publieke voorzieningen worden besteed.
86
Te hoge schulden verdrukken op deze wijze uitgaven aan noodzakelijke publieke voorzieningen en kunnen de gemeente in financiële problemen brengen. De stijging van de netto schuldquote is als gevolg van het aantrekken van een vreemd vermogen ter dekking van investeringen. Deze investeringen hebben betrekking op rioleringen sportinvesteringen. Hoe de uitkomst te beoordelen? Een uitkomst tussen 0% en 100% is als normaal te beschouwen. Bij een uitkomst tussen 100% en 130% is voorzichtigheid geboden. Is de uitkomst hoger dan 130%, dan heeft de gemeente een zeer hoge schuld en is afbouw aanbevolen. ontwikkeling 1A Netto schuldquote
rekening begroting begroting begroting begroting begroting 2021 2022 2023 2024 2025 2026 24%
46%
27%
22%
20%
17%
1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden berekend. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. De berekening van dit kengetal is gelijk aan de berekening van de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen. De uitkomst is gelijk aan de netto schuldquote omdat in Soest geen sprake is van leningen aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties, verbonden partijen, e.d. en er ook geen overige langlopende leningen spelen.