4c 3 Bijlage b1. Nota van Beantwoording en ambtelijke wijzigingen.pdf
Tekst van het document
Natuur- en Milieufederatie Utrecht
g. Opmerkingen §5.2 - openbare en gemeentebrede selectiemethode woningbouwlocaties Op pagina 51 staat het dilemma benoemd tussen wensen voor meer woningen (100-200 nieuwe woningen per jaar) en behoud van groene ruimte/natuur. Dit is inderdaad een van de grotere vraagstukken binnen de gemeente. Er staat dat locaties worden gekozen op basis van het volgende principe: Om te besluiten welke onbebouwde ruimte gebruikt kan worden voor woningen hanteren we een openbare en gemeentebrede selectiemethode waarbij de maatschappelijke waarde van de onbebouwde ruimte het uitgangspunt is. De vormgeving van dit proces wordt verder uitgewerkt in een opdracht voor een omgevingsprogramma. NMU maakt zich zorgen of dit principe goed gaat landen en gehanteerd gaat worden binnen een Omgevingsprogramma. Als voorbeeld geven we hier de geplande woningbouw in Soesterveen. In §6.2 staat het gebied Wieksloot Pijnenburg genoemd: “In dit gebied worden natuurwaarden verhoogd. De waterhuishouding is bijzonder, er is schoon kwelwater dat hier niet snel wegstroomt. Natuurmonumenten onderhoudt een bijzonder natuurgebied, het Soesterveen. Natuurontwikkeling
Locatiekeuzes voor woningbouw zijn altijd een belangenafweging. En daarbij kan niet ieder belang optimaal bediend worden. Tijdens het opstellen van de omgevingsvisie is gebleken dat het moeilijk is om tot locaties te komen voor woningbouw. Daarom is juist gekozen voor het opstellen van een omgevingsprogramma waarin uitgebreid de tijd wordt genomen om belangen inzichtelijk te maken en tot een afweging te komen voor toekomstige woningbouwlocaties. Soest is een groene gemeente en dat willen we ook blijven. De belangen van groen, natuur en water staan daarom hoog in het vaandel. Deze belangen worden expliciet meegenomen in het omgevingsprogramma om tot woningbouwlocaties te komen. Hoe dat precies gebeurt weten we nog niet. De aanpak om tot het omgevingsprogramma te komen wordt nog opgesteld. Ten aanzien van de woningbouwplannen in het Soesterveen het volgende. De plannen voor nieuwe woningen op de agrarische gronden gelegen achter het voormalige Van Oest terrein zijn in een oriënterend stadium. Het college van burgemeester en wethouders heeft de ontwikkelaar toestemming gegeven om de potentie voor woningbouw hier te onderzoeken. Er is expliciet nog 25
Natuur- en Milieufederatie Utrecht
die op deze bijzondere basis gericht is, is dan ook gewenst”. Bovendien staat in §2.1 dat in Soesterveen ‘het laatste restant hoogveen te vinden is in de provincie Utrecht.’ Dit staat op gespannen voet met geplande woningbouw in Soesterveen. De ligging van de grens van het stedelijk gebied is hier duidelijk leidend voor de locatiekeuze. Want op basis van de, zoals de gemeente dat noemt, maatschappelijke waarde van de onbebouwde ruimte zou de keus hier niet vallen: een nat laaggelegen gebied aan de rand van een natuurgebied, is vanuit klimaatadaptatie en de wens om beter voorbereid te zijn op klimaatverandering onverstan-dig. Hiermee tast je het natuurlijke watersysteem aan. Vanuit natuur heeft deze locatie grote potenties voor het vergroten van biodiversiteit en herstel van de natuurlijke waterhuishouding in de omgeving. Er ligt een plan voor herstel van het Soesterveen, waarvan Natuurmonumenten de eerste fase (samen met waterschap en provincie) heeft uitgevoerd. De tweede fase is ook van groot belang, maar wordt door deze bouwontwikkeling bedreigd. Als de gemeente locaties wil kiezen op basis van de voorgenomen selectiemethode, namelijk op basis van de maatschappelijke waarde van de onbebouwde ruimte, dan heeft de NMU zorgen bij de daadwerkelijke uitvoering hiervan in de praktijk.
En bovendien zou ook de woningbouwlocatie nabij Soesterveen volgens deze systematiek moeten worden afgewogen. Bovendien lijkt woningbouw op deze plek ook in tegenspraak met §6.2. waar voor het bos- en natuurgebied focus op natuur, recreatie en waterhuis-houding is gekozen.
geen toestemming gegeven om hier woningen te bouwen. Maar gezien de voortgang van het onderzoek en de participatie zal deze locatie geen onderdeel uitmaken van het omgevingsprogramma en als zelfstandig project doorlopen. Mogelijk aanwezige natuurwaarden, waterhuishoudkundige aspecten en andere ruimtelijke eisen worden, in het besluit om al dan niet te bouwen, meegewogen.
h. Opmerkingen §5.2 - Duurzame bouw NMU mist in deze paragraaf (eigenlijk in de gehele Ontwerp Omgevingsvisie) de aandacht voor duurzame bouw. Alles wat nu gebouwd wordt staat er voor ten minste 100 jaar. En in de eerste 30 jaar van die 100 jaar moet de transitie naar een energieneutrale en klimaatneutrale provincie volledig vormgegeven worden. Daarom dan ook de oproep: doe het duurzaam! Woningen en werklocaties die nú gebouwd worden of waar nú plannen voor worden gemaakt, moeten echt volledig
Naar aanleiding van uw opmerking is in §5.2 (Ontspannen woonen werkmilieu) op pag. 51, onder het kopje: 'Woningen' na de laatste zin ‘Een deel van ...bestaande woningen’ als toevoeging op de visie de volgende passage over duurzaam en toekomstbestendig bouwen toegevoegd: ‘Momenteel adviseren wij ontwikkelaars en initiatiefnemers om de lat met betrekking tot duurzaam en toekomstbestendig bouwen hoger te leggen dan wettelijk
Dit punt leidt niet tot wijzigingen op de omgevingsvisie.
26
energieneutraal, circulair, klimaatbestendig, natuurinclusief, groen en gezond zijn, en ontwikkeld worden met een duurzaam mobiliteitsconcept, anders halen we de klimaatdoelstellingen niet. Er zijn veel oplossingen voorhanden voor duurzame bouw en gemeenten kunnen hier een belangrijke rol in spelen door strengere eisen te stellen aan bouwprojecten voordat vergunningen worden verleend. Er wordt hier in de Ontwerp Omgevingsvisie geen richting aan gegeven, en dat zou wat NMU betreft wel moeten Natuur- en Milieufederatie Utrecht
i.
Opmerkingen §5.2 - transformeren van bestaande woningen en woonwijken naar duurzame plekken NMU mist aandacht voor het transformeren van bestaande woningen en woonwijken naar duurzame plekken. Ook hier zou de Omgevingsvisie richting aan moeten geven.
bepaald. Wij volgen de landelijke en regionale ontwikkelingen om dit in de toekomst te kunnen borgen.’
Het doel van de Omgevingswet (en ook van deze omgevingsvisie en ons beleid) is het werken aan een goede, gezonde en veilige fysieke leefomgeving. In onze ogen zetten wij via de thema's en doelen die in de omgevingsvisie zijn beschreven juist in op het creëren van duurzame plekken die u noemt. Of het nu om nieuwbouw gaat of om herstructurering/transformatie. Hoe en waar we dat gaan doen is onderdeel van de uitwerking van de omgevingsvisie. Dit punt leidt niet tot wijzigingen op de omgevingsvisie.
Natuur- en Milieufederatie Utrecht
j. Opmerkingen §5.2 - bedrijventerreinen en werken Op pagina 47 en 48 gaat het over bedrijventerreinen en werken. Daar worden circulaire werkmethodes genoemd als nieuwe ontwikkeling. Daar zou NMU graag aan willen toevoegen dat circulaire bedrijvigheid gestimuleerd moet worden en dat de gemeente moet doen wat ze kan om bedrijven te helpen de overstap te maken van lineaire naar circulaire bedrijfspraktijken.
Wij willen als gemeente graag steeds meer toe naar een circulaire economie. Daarom is in §5.2 bij deze passage op blz. 52 de volgende zinsnede toegevoegd: ‘De gemeente probeert waar mogelijk circulaire bedrijvigheid te stimuleren’
Natuur- en Milieufederatie Utrecht
k. Opmerkingen §5.2 - waarden Op pagina 53 staat: Proces: cultuurhistorie, natuur en beeldkwaliteit worden ingezet om ontwikkelingen een bij de gemeente Soest passende richting uit te sturen. Ze worden niet als rem op ontwikkeling gebruikt. NMU vraagt zich af wat hiermee bedoeld wordt? Een rem op ontwikkelingen klinkt negatief, maar het koesteren van
Het kan inderdaad zo zijn dat de uiteindelijke afweging van alle belangen op sommige plekken zou kunnen leiden tot het niet of beperkt toestaan van ontwikkelingen. Wat hier bedoeld wordt is dat ontwikkelingen juist ook een kans kunnen bieden om de betreffende waarden te behouden en te versterken. Afhankelijk van de locatie en de verschillende belangen zal deze afweging altijd maatwerk zijn. 27
cultuurhistorische parels (zowel gebouwen als landschappen) en natuur is noodzakelijk als je de kwaliteiten van Soest wilt behouden. Cultuurhistorie, erfgoed en landschap zijn identiteitsdragers van een gebied, ook in Soest. Dat betekent dus ook dat niet overal (rode, recreatieve) ontwikkelingen mogelijk zijn. Cultuurhistorie Op pagina 53 onder het kopje Omgevingskwaliteit wordt cultuurhistorie genoemd, maar niet uitgewerkt. Het is belangrijk dit wel te doen. Cultuurhistorie gaat niet alleen over singels en zichtlijnen, maar gaat ook over het landgebruik, het type singels, verkavelingspatronen en bebouwing bijvoorbeeld.
Natuur- en Milieufederatie Utrecht
Zoals NMU aangeeft, bedoelen wij hier cultuurhistorie in de brede zin. Op blz. 52 van de ontwerpvisie onder het kopje " Omgevingskwaliteit ” is de tekst in de omgevingsvisie hierover nog aangescherpt met de volgende zinnen: ‘We willen ons erfgoed beschermen. Cultuurhistorie is samen met natuur en beeldkwaliteit een aspect dat zichtbaarder, herkenbaarder is geworden in ontwikkelingen. Hierbij willen we ook aandacht geven aan jong erfgoed.’ Proces: cultuurhistorie, natuur en beeldkwaliteit worden ingezet om ontwikkelingen een bij de gemeente Soest passende richting uit te sturen. Ze worden niet als rem op ontwikkeling gebruikt.
l. Opmerkingen §5.3 De visiekaart op pagina 55 gaat alleen over de kern van Soest. De natuurgebieden zoals Op Hees en Soesterveen vallen daarbuiten en staan niet op de kaart. NMU hoopt dat dit geen teken aan de wand is, want Soest mag trots zijn op haar groene buitengebied en natuurgebieden. Dat betekent dat ze zeker een plek op de visiekaart verdienen en volwaardig onderdeel zouden moeten zijn van de visie.
Zoals NMU zelf al aangeeft gaat de kaart (en betreffende §) over de kern Soest. De visiekaart voor de hele gemeente, dus inclusief de door u genoemde gebieden staan op visiekaart op pagina 5. Daarin is de hele gemeente (en zijn dus ook de betreffende gebieden) wel opgenomen. Ze zijn ook volwaardig onderdeel van de visie.
Op de visiekaart staat de groene hoofdstructuur en deze is uitgesloten voor woningbouw, daar zijn we positief over. Hier mist echter het NNN (inclusief Groene Contour) en het buitengebied rondom Soest. Graag ziet NMU dat dit toegevoegd wordt.
Omdat deze paragraaf over de kern Soest en niet over het buitengebied (en daarmee over de NNN die daarin ligt) gaat, is hier alleen de hoofdgroenstructuur opgenomen. De NNN heeft vanuit andere (waaronder rijks- en provinciale) kaders reeds een beschermede status waardoor woningbouw hier in principe is uitgesloten. Dit behoeft dus geen extra bescherming via deze visie. Dit willen we echter niet op voorhand doen voor de rest van het buitengebied dat buiten de NNN valt. Bij onze 28
zoektocht naar woningbouwlocaties voor na 2025 is aangeven dat in de randen afwegingsruimte blijven voor uitbreiding van de kern voor woningbouw (blz. 64 ontwerpvisie).
Natuur- en Milieufederatie Utrecht
NMU ziet graag dat op de visiekaart op pagina 55 ook in het gebied Op Hees de blauwe druppels voor vernatting worden toegevoegd. Op Hees is onderdeel van de laagte van Pijnenburg, een waardevolle laagte met grote potenties voor natte natuur. In Op Hees is al een deel van het gebied vernat (Ewijckshoeve) en omgezet in natuur, de overige graslanden (deels van Natuurmonumenten) bieden ook grote potenties voor vernatting en het vergroten van biodiversiteit
Zoals de legenda bij de kaart al zegt betekent de druppel ‘vernatting rondom Soest’. Dit geldt dus ook voor de gebieden die NMU noemt (al staan er niet overal druppels, deze zijn her en der om Soest heen geplaatst). Er is een extra druppel op de kaart geplaatst ter hoogte van de hoofdgroenstructuur om aan te geven dat het niet om bepaalde percelen gaat.
m. Opmerkingen §5.4 Op pagina 59 staat ‘De rand van Soesterberg en de vliegbasis is een ontmoetings- en verblijfslijn, de pleisterplaats was een start.’ Wat wordt hiermee bedoeld? De afspraak is dat er een woonwijk komt (en dus niet allerlei andere ontwikkelingen).
Het klopt dat er in dit gebied inderdaad nog een woonwijk is gepland. Het wordt verder ook bedoeld zoals het er staat: deze zone is in onze ogen voor Soesterberg een belangrijke (nieuwe) plek waar goede kansen liggen voor ontmoeting en verblijf. Als er in deze zone zich kansen voordoen om dit te versterken zullen wij daar in de toekomst zeker serieus naar kijken. Dit punt leidt niet tot wijzigingen op de omgevingsvisie
Natuur- en Milieufederatie Utrecht
n. Opmerkingen §5.5 Ontbreken natuurdoelstelling NMU mist als algemeen doel ‘de natuurdoelstelling’. Het lijkt nu in de visie met betrekking tot ‘groen en natuur’ vooral om benutting daarvan te gaan voor ‘recreatie en toerisme’. Het zorgdragen voor natuurkwaliteit met goed functionerende ecosystemen en bijbehorende biodiversiteit, ontbreekt. Grote zorg (en dus opgave) voor de natuurgebieden is dat (op z’n minst) de natuurwaarden behouden blijven: dat is de opgave voor alle NNN-gebieden in de gemeente. Dat staat onder druk door klimaatverandering, stikstof, verdroging etc, maar ook door ruimtelijke ontwikkelingen en recreatiedruk.
We verwijzen op dit punt naar ons antwoord op uw zienswijze bij onderdeel b.
Rustgebieden 29
Daarnaast vraagt NMU graag aandacht voor het identificeren van voldoende rustgebieden. NMU ziet veel aandacht voor recreatie, maar weinig aandacht voor ontoegankelijke rustgebieden.
Bomenaanplant Vanuit de urgentie van klimaatverandering mist NMU in de Ontwerp Omgevingsvisie de aandacht voor bomenaanplant. We zullen meer hagen en meer bomen moeten planten, zowel in de bebouwde kom als daarbuiten.
Visie op beheer NMU mist verder een goede visie op beheer. De gemeente zou ook in het beheer van groen, biodiversiteit als belangrijkste criterium moeten hanteren (door te kiezen voor inheemse soorten planten, maai- en snoeibeleid op biodiversiteit af te stemmen, niet te snoeien in het broedseizoen, niet alles in een keer af te maaien, randen te laten staan, nergens gif toe te staan en de particuliere verkoop van gif te ontmoedigen). Kaart kwelzones ontbreekt In 5.5 staat dat met name kwelzones potentie hebben voor het vergroten van de robuustheid van de natuur. Er ontbreekt echter een kaart waar deze kwelzones liggen. NMU ziet graag dat dat toegevoegd wordt.
In de visie wordt onder meer op pagina 76/77 aangegeven dat we wel degelijk proberen te sturen op rustige en drukke plekken. Wat betreft de nadere uitwerking van (ontoegankelijke) rustgebieden in de gemeente geldt dat dit onderdeel uitmaakt van het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) van de gemeente. Wij zien het LOP als een reeds bestaand/lopend programma dat invulling geeft aan de doelen uit de omgevingsvisie. Het behouden en versterken van de groene kwaliteiten van de gemeente (zowel binnen als buiten de kern), ondanks de druk van allerlei andere ruimtevragers, staat wat ons betreft centraal in deze visie. Op blz. 67 van de ontwerpversie staat: alle openbare ruimtes die na 2021 zijn ingericht zijn klimaatrobuuster en ingericht in overeenstemming met de doelen die we bij ‘waardevol groen’ hebben aangegeven. Hoe we dit gaan doen en of dit via extra bomenaanplant is, behoeft nog nadere uitwerking. Wel zit er in de ontwerpvisie al een eerste aanzet voor het terugbrengen van de oude groenstructuren (bomen en hagen) in delen van onze polder. In het LOP is een visie op beheer van bestaande landschapselementen en bermen gegeven en ook voor de aanleg van nieuwe landschapselementen. We houden rekening met broedseizoen en rustperiodes. Bij nieuwe beplantingen in het buitengebied worden alleen inheemse soorten toegepast.
Er zijn in §5.5 twee kaarten met kwelzones toegevoegd. Bij de kaarten is de volgende beschrijving toegevoegd: ‘De kwelkaart uit 2006 geeft een beeld van de kwelgebieden in het westen van de gemeente (groen en blauw). De kwelgebieden in de polder zijn niet in kaart gebracht in dit onderzoek. De kwelkaart uit 2004 geeft een indicatie van de kwelgebieden in de polder (groen).’
30
Daarnaast is in de tekst de volgende verwijzing opgenomen naar de kaarten: ‘Een groot deel van ons gebied is al natuur. Daar waar we extra verbinden naar omgeving van onze kerngebieden kunnen maken vergroten we de robuustheid van de natuur. Vooral onze kwelzones hebben daarin een groot potentieel. De kwelzones zijn weergegeven op de volgende pagina.’ Natuur ontbreekt Op de kaart van pagina 61 ontbreken Soesterveen en Op Hees als natuur.
Dit is een (bestaande) beleidskaart met de hoofdgroenstructuur op dorps- en wijkniveau van onze gemeente. Deze richt zich op de gemeentelijke kernen en gaat niet over de (natuur)gebieden in het buitengebied. De kaart gaat ook over 'groen’ en niet over 'natuur’, al is ons streven ook om daar waar mogelijk/gewenst meer natuur in ons groen te borgen.
Draagvlak creëren NMU ziet verder graag dat er in de Omgevingsvisie ook aandacht komt voor educatie en de rol van de gemeente in het creëren van draagvlak voor natuur- en klimaatmaatregelen.
De gemeente beschrijft in de omgevingsvisie de (strategische) doelen voor de fysieke leefomgeving die zij nastreeft op de lange termijn. De manier waarop wij die doelen gaan halen (het 'hoe’) moet in veel gevallen nog nader uitgewerkt gaan worden in beleid (programma's) en maakt in die zin geen deel uit van deze visie. Wel geven wij hier aan dat wij, zoals dat ook in het verleden het geval is geweest een rol hebben en nemen in het creëren van het door u genoemde draagvlak, onder meer door natuur- en milieueducatie en allerlei stimuleringsacties zoals: subsidieregeling voor afkoppelen, waarbij ook het “ontstenen” van tuinen subsidiabel is, subsidieregeling voor groene daken, regentonnen en compostvaten, deelname aan Steenbreek e.d. Deze punten leiden, m.u.v. de kaart met kwelzones, niet tot wijzigingen op de omgevingsvisie
31
Natuur- en Milieufederatie Utrecht
o. Opmerkingen §5.6: Hogere natuurwaarden Op pagina 62 wordt genoemd dat de natuurwaarde rondom de Wieksloot in 2040 is verhoogd. Dat is positief. NMU ziet graag dat hier ook een richting wordt benoemd hoe dit bereikt gaat worden. Bezoekers/recreanten vasthouden Op pagina 62 wordt aangegeven dat de ‘lokale economie’ profijt heeft van recreanten. Anderzijds is ook de constatering dat bijvoorbeeld bezoekers van het NNN niet of nauwelijks de kernen bezoeken. Dit is overigens een bekend fenomeen, dit geldt bijvoorbeeld ook voor dierentuinen. Dus wil je daadwerkelijk dat de lokale economie profiteert van bezoekers en/of toeristen, dan moet je ervoor zorgen dat ze de kernen bezoeken en daarmee verleid worden voor winkel- en horecabezoek aldaar. Het is dus belangrijk de kernen aantrekkelijker te maken voor een bezoek: daardoor kan er ook meer geïnvesteerd worden in levendige winkelstraten en horeca , waar inwoners ook weer profijt van hebben. ‘Wat willen we?‘ niet altijd helder Het valt op dat in de paragraaf ‘Wat speelt er’ huidige trends en ontwikkelingen worden beschreven waarvan vaak niet duidelijk is of dit een ontwikkeling is die verandering behoeft. In de daaropvolgende paragraaf ‘Wat willen we’ komen deze ontwikkelingen niet meer terug, terwijl met de Omgevingsvisie gestuurd kan worden richting de wenselijke ruimtelijke ontwikkelingen.
Als voorbeeld vermeldt NMU hier het zwemmen in de Eem en het steeds drukker wordende hondenlosloopgebied in de Soesterduinen. Welke schade brengen deze twee vormen van intensivering van recreatie aan de bestaande natuur en hoe kan dit actief worden voorkomen door inzet van ruimtelijk beleid?
Zoals bij het vorige punt weergegeven zegt de visie nog niet veel over de manier waarop wij die doelen gaan halen (het 'hoe’). Dit moet in veel gevallen nog nader uitgewerkt gaan worden in beleid (programma's). Wat betreft natuur worden een deel van de doelen en opgaven uiteraard wel al ingevuld via (projecten uit) het Landschapsontwikkelingsplan.
De opmerking die de NMU hier maakt is terecht en sluit aan bij ons beeld. Daarom is in de visie ook een koers opgenomen voor onze centrumgebieden met het doel om deze gebieden, elk met hun eigen kwaliteiten, toekomstbestendig en nog aantrekkelijker te maken.
Door onder ‘wat willen we’ eerst duidelijk onze doelen te formuleren, sturen we indirect ook op toekomstige ontwikkelingen. Wij willen immers dat deze ontwikkelingen bijdragen aan de gestelde doelen. De manier waarop wij die doelen gaan halen (het 'hoe’) en of een bepaalde ontwikkeling daarin past maakt onderdeel van de uitwerking en nadere invulling van de visie via programma's en/of projecten. Dat geldt ook voor de onderdelen die u noemt (zwemmen in de Eem en hondenlosloopgebied), dit zijn activiteiten die op gespannen voet staan met de natuurbelangen. Deze punten leiden niet tot wijzigingen op de omgevingsvisie
32
Natuur- en Milieufederatie Utrecht
p. Opmerkingen §5.7 Een groene bruikbare polder Op pagina 63 (en ook pagina 56) staat: ‘In de Birkt is er meer recreatie. De natuurverbinding tussen de bossen en de Eem is sterker. En §5.7 gaat in op een groene bruikbare polder. Hoe maakt de gemeente de afweging tussen recreatie en het versterken van de natuurverbinding? NMU deelt de visie dat er in de randzone meer mogelijkheden zijn voor recreatie dan nu het geval is. Herstel van de oorspronkelijke (elzen)singels, voedselbossen en wandelpaden passen in dit gebied. Wel is het belangrijk dat deze ontwikkelingen tegen de bebouwde kern worden gepland, zodat richting de Eem de openheid gehandhaafd blijft. Het kaartje op pagina 63 is hiervoor bruikbaar. NMU vraagt aandacht voor het weidevogellandschap aan de overkant van de Eem, hier is de openheid van essentieel belang. Om de weidevogels niet te verstoren en om het historisch landschap te koesteren, pleit NMU voor verdichting van de randzone met singels en bosjes en handhaven van de openheid richting de Eem.
In onze ogen sluiten de opmerkingen van de NMU over de teksten en de kaartjes op pagina 63 en 64 goed aan bij dat wat er in de visie is opgenomen. De afweging tussen recreatie en het versterken van de natuurverbinding is in onze ogen onderdeel van een continue (afwegings)proces tussen de beschreven doelen en alle belangen in het gebied, waarbij we in de toekomst gezamenlijk met alle partijen (onze buurgemeenten, andere overheden en alle belanghebbenden) willen werken aan een verdere invulling van de Eempolder richting een agrarisch natuurlandschap. Daarin zullen onderwerpen als het (behoud van) cultuurhistorie en weidevogels uiteraard onderdeel van het gesprek zijn. Dit punt leidt niet tot wijzigingen op de omgevingsvisie
Op pagina 64 staat: ‘In 2040 is de polder tot aan de A1 omgevormd tot een agrarisch natuurlandschap. Het gebied wordt door recreanten druk bezocht. Duurzame, op de lokale consument gerichte landbouw, is de basis. Ruimtelijk is de polder gevarieerder dan nu en er zijn veel meer gebruiksmogelijkheden. Ook de natuur is versterkt en er is ruimte gemaakt voor het vasthouden van water. (…) In de randen moet in de gemeente Soest afwegingsruimte blijven voor uitbreiding van de kern voor woningbouw.’ NMU ziet goede kansen voor een beter gebruik van de randzone tegen de bebouwing aan, met ruimte voor recreatie, andere vormen van landbouw en houtsingels. Wij zijn blij dat de gemeente Soest streeft naar een agrarisch landschap waarin meer ruimte is voor natuurwaarden. Ook het belang van een duurzame, op de lokale consument gerichte landbouw, onderschrijft NMU. Deze verduurzaming gaat bij sommige ondernemers gepaard met de toepassing van meer bomen in
33
hun bedrijfsvoering, bijvoorbeeld door middel van agroforestry of een voedselbos. NMU ziet hiervoor dus goede kansen voor de zone tegen de bebouwing aan en op de flanken van de Heuvelrug. Meer richting de Eem, en zeker ten noorden van de Eem, ziet NMU juist de openheid als kernwaarde, vanwege de weidevogels en de cultuurhistorie. Aangezien de landbouw zo snel intensiveert zijn oude (bolle) graslandpercelen en de typische verkaveling feitelijk al kernkwaliteiten die het behouden waard zijn. Natuur- en Milieufederatie Utrecht
q. Opmerkingen §5.8 A- Energietransitie NMU ziet dat er in de Ontwerp Omgevingsvisie geen koppeling gemaakt wordt tussen de ambitie ‘in 2030 49% CO2 besparen ten opzichte van 2016’ en de ruimtelijke consequenties daarvan. Hoe denkt de gemeente die ambitie dan waar te maken? Hoeveel potentieel is er voor besparing en zon op dak? En voor andere duurzame bronnen? Welk tijdspad denkt de gemeente te hanteren? De ambitie is nu erg vrijblijvend, NMU mist een concrete invulling. Er staat hier niet wat de opgave voor zon en wind is en welke zoekgebieden er zijn, hiervoor wordt verwezen naar de RES. Maar de (ruimtelijke) impact zal groot zijn bij de doelstelling voor 49% CO2 reductie en het uitgangspunt dat de gemeente de hele opgave op eigen grondgebied gaat oplossen. Bij een Omgevingsvisie tot 2040 kan deze ruimtelijke opgave niet ontbreken. Energieplannen moeten geborgd worden in de Omgevingsvisie, bijvoorbeeld in de vorm van zoeklocaties. Of in elk geval in verordening/omgevingsplannen. NMU ziet dat energieprojecten zonder goede sturing of belangenafweging veel schade kunnen aanrichten. Schade aan natuur en landschap, en aan het maatschappelijk draagvlak voor de energietransitie.
Om voortvarend én verantwoord werk te maken van de energietransitie pleit NMU daarom voor een energievoorziening die ‘drievoudig duurzaam’ is: 1) Volledige en snelle overstap naar duurzame energie, 2) Zorgvuldige inpassing met oog voor natuur- en landschapswaarden en leefomgeving,
Zoals in hoofdstuk 3 (ambtelijke wijzigingen) aangegeven voegen we voor de energietransitie ook de doelstelling voor 2050 toe. Het Programma Energietransitie 2020-2025 geeft weer hoe wij de komende periode invulling geven aan de doelstelling. Als onderdeel van het proces van de Omgevingsvisie heeft ook de participatie voor het Uitnodigingskader voor grootschalige elektriciteitsopwekking plaatsgevonden. Hiermee is ook inzicht gegeven in (een deel van) de ruimtelijke consequenties van de energietransitie. NMU heeft ook meegedacht in het proces rond het Uitnodigingskader dat inmiddels is vastgesteld door de gemeenteraad van Soest. Daarin is weergegeven op welke locaties wij ruimte geven aan zonnevelden (langs de A28) en welke onderzoeklocaties voor wind zijn aangewezen. Hierop volgt een proces met aanvullende participatie en onderzoek. Omdat dit Uitnodigingskader in 2021 is vastgesteld zullen er op korte termijn, naast een aanvullend besluit over de onderzoekslocaties voor wind, nieuwe locaties voor (natuur inclusieve) zonnevelden worden toegevoegd. Dit punt leidt niet tot wijzigingen op de omgevingsvisie
34
3) Participatie: betrokkenheid van omwonenden en andere belanghebbenden in de planvorming; en een eerlijke verdeling van lusten en lasten. We zien graag dat de gemeente deze insteek overneemt in de Omgevingsvisie. Verder ziet NMU graag een nader onderzoek naar de kansen voor wind bij De Isselt en een onderzoek naar geschikte plekken voor natuur inclusieve zonnevelden. Natuur- en Milieufederatie Utrecht
r. Opmerkingen §5.8 A - Circulaire economie Op pagina 65 staat dat de gemeente nog moet uitwerken hoe ze circulaire economie wil vormgeven. NMU vraagt de gemeente graag om op te schrijven hoe ze tot deze concrete invulling gaat komen.
Zoals al eerder in de beantwoording aangegeven beschrijft de gemeente in de omgevingsvisie de (strategische) doelen voor de fysieke leefomgeving die zij nastreeft op de lange termijn. De manier waarop wij die doelen gaan halen (het 'hoe’) moet in veel gevallen nog nader uitgewerkt gaan worden in beleid (programma's) en maakt in die zin geen deel uit van deze visie. Dit geldt tevens voor het onderdeel circulaire economie. Dit punt leidt niet tot wijzigingen op de omgevingsvisie
Natuur- en Milieufederatie Utrecht
s. Opmerkingen §5.8 B De uitgangspunten voor klimaatadaptatie voor natuur in deze paragraaf zijn goed: herstel kwel, infiltreren op de zandgronden. Er is beschreven dat er in 2040 duidelijk is wat in het algemeen de gevolgen zijn van deze uitgangspunten voor de (on)mogelijkheden voor woningbouwlocaties. Dat vindt NMU wel erg laat. En wat wordt bedoeld met 'de maatschappelijk aanvaardbare hoogte van het grondwaterpeil in natte periodes'? Mag er geen wateroverlast zijn? Wat is wateroverlast? Hoe anticiperen we als er geen gewenste richting wordt aangegeven? NMU verwacht dat de visie hier ook aangeeft wat noodzakelijk is vanuit natuur en waterhuishouding/ klimaatadaptatie.
We voegen teksten toe waaruit duidelijker blijkt welke richting we voor Soest zien om te anticiperen op klimaatadaptie. In de komende jaren werkt de gemeente Soest stapsgewijs de maatregelen uit die nodig zijn voor klimaatadaptatie. Hierbij zullen we aan de hand van de geschetste richting op zoek gaan naar ambitieniveaus en passende maatregelen. De voorbeelden die u noemt zoals klimaatbestendig bouwen bij nieuwbouw, klimaatbestendig inrichten van bestaande bouw, vergroenen en betrekken van samenleving zullen zeker onderdeel zijn van de afwegingen. Het resultaat daarvan zal opgenomen worden in het programma Water, Riolering en Klimaatadaptatie (als nadere uitwerking van deze omgevingsvisie).
In deze paragraaf mist NMU de aandacht voor klimaatadaptatie in de gebouwde omgeving. Op pagina 67 gaat het wel over klimaatbestendige openbare ruimte, maar NMU ziet deze
Wij verwijzen op deze punten verder naar onze beantwoording in §2.4.2 en de aanpassingen aan de visie die worden voorgesteld in bijlage 6 van deze Nota. 35
opgave breder dan dat. NMU ziet graag dat de gemeente hier in haar Omgevingsvisie ook zaken noemt als klimaatbestendig bouwen bij nieuwbouw, het klimaatbestendig inrichten van huidige woonwijken, het betrekken van bewoners en bedrijven bij particuliere terreinen, het vergroenen van de leefomgeving in algemene zin en grootschalige aanleg van groene daken waar dat kan.
Natuur- en Milieufederatie Utrecht
In deze paragraaf gaat het over water maar niet of nauwelijks over het drinkwaterwinning. In de Soesterduinen ligt een belangrijk gebied (van Vitens) als waterwin- en grondwaterwingebied met een daaromheen liggend 100-jaar aandachtsgebied. Dit aspect komt onvoldoende in de Ontwerp Omgevingsvisie naar voren en moet in ieder geval op de kaart worden aangegeven.
De drinkwaterwinning is goed beschermd door beleid en regelgeving van andere overheden en de bescherming is reeds vastgelegd in onze bestemmingsplannen. Het is niet nodig om dit beleid /deze regelgeving ook te kopiëren in deze gemeentelijke omgevingsvisie.
t. Opmerkingen op Hoofdstuk 6 De gemeente kiest er voor om de visie van hoofdstuk 5 te vertalen in doelen per zone in hoofdstuk 6. Wat opvalt is dat de doelen per gebied globaal zijn en weinig concreet. Als voorbeeld noemen we de woningbouw. Het lijkt er op alsof de gemeente óf niet wil kiezen waar woningbouw moet plaats vinden óf deze keuze niet helder wil communiceren. NMU vraagt de gemeente om per gebied niet alleen de doelen verder te concretiseren, maar ook duidelijk te zijn wat er wel of niet mag.
Formuleren van doelen (voor een gebied) is niet hetzelfde als zeggen of iets wel of niet mag. Daarvoor is in vrijwel alle gevallen een nadere afweging nodig. Soms zijn (op het oog) uiteenlopende doelen toch verenigbaar binnen een project of ontwikkeling. Zoals al eerder aangegeven is onze omgevingsvisie een visie op hoofdlijnen en verschuift de nadere invulling/specificering van die hoofdlijn naar de uitwerking (gebiedsgericht en/of sectoraal).
Op pagina 77 graag toevoegen: doel is dat de ecologische verbindingen vanuit Hart van de Heuvelrug functioneren.
Dit doel staat volgens ons al benoemd in de tekst op blz. 77 van de ontwerpvisie.
Met betrekking tot Kamp van Zeist: toevoegen dat Kamp van Zeist conform is vergroend.
De betreffende tekst op blz. 77 van de ontwerpvisie is aangepast naar: ‘Naast de bestaande afspraken uit gebiedsprogramma Hart van de Heuvelrug, waar we samen met aangesloten gemeenten en organisaties aan werken, hebben we hier geen specifieke doelen’
36
Natuur- en Milieufederatie Utrecht
u. Opmerkingen over Hoofdstuk 7 (opdrachten voor) Omgevingsprogramma's In de Ontwerp Omgevingsvisie staat: “Het onderdeel ‘opdrachten voor de omgevingsprogramma’s’ heeft een aparte status. Dit is een document waarin we aangeven hoe we door middel van omgevingsprogramma’s van de huidige situatie naar de gewenste situatie willen komen”. Wat betekent dit concreet? Gaat de gemeente voor alle opgaves die genoemd staan in dit onderdeel programma’s maken? En hoe bepaalt de gemeente of en waar (woning)bouw plaats vindt? Is dit alleen in stedelijk gebied of wil de gemeente dit ook mogelijk maken in groene gebieden? Om welke programma’s gaat het en wat is de planning van deze beleidsvoorbereiding?
Nee, wij zijn als gemeente niet van plan (en in staat) om direct overal programma's voor op te gaan stellen. Het voorstel is om die programma's op te starten, die op dit moment volgens ons het meeste urgentie hebben. Hierin worden dus keuzes gemaakt. Wij stellen deze programma's zo integraal mogelijk op. Daarnaast kijken wij of er kansen liggen in bestaande of nieuwe trajecten/projecten om de door ons gestelde doelen uit de visie verder in te vullen en lopen er al programma's en projecten (denk aan het Programma Energietransitie van de gemeente, waar het onlangs vastgestelde beleidskader voor de grootschalige energieopwekking via zon- en wind een onderdeel van is of de Gebiedsvisie Dalweg) waarin doelen uit de omgevingsvisie reeds nader worden ingevuld. Het voorstel is om na vaststelling van de visie in ieder geval ook de volgende programma's op te pakken: Opstellen Mobiliteitsvisie Ontwikkeling van een kader voor de selectie van (nieuwe) woningbouwlocaties Ontwikkelingen langs de Amersfoortsestraat (integrale gebiedsontwikkeling) Opstellen Programma Water, Riolering en Klimaatadaptatie Het gemeentebestuur kan op elk moment bepalen aan welke doelen uit de visie zij verder wil werken en op welke wijze.
In §7.4 staat dat “Initiatiefnemers hun initiatief (als het niet past in de bestaande ontwikkelruimte) dienen te motiveren vanuit de omgevingsvisie en/of omgevingsprogramma’s”. Juist daarom benadrukken wij dat het ons inziens belangrijk is dat de doelen van de visie (Hoofdstuk 6) per gebied én de omgevingsprogramma’s nog voor de vaststelling van deze Omgevingsvisie worden verhelderd.
Soms zal gelden dat de nu geformuleerde (strategische) doelen uit de visie voldoende houvast bieden voor initiatiefnemers om hun initiatief (beter) te laten aansluiten bij de doelen. In andere gevallen zal eerst nog een nadere uitwerking naar (nieuw) beleid (bijvoorbeeld in een programma) nodig zijn om een standpunt te bepalen. Tot slot bepaald ook de locatie zelf (met de belangen die spelen en regels die gelden) of een initiatief al dan niet kansrijk is. Dit punt leidt niet tot wijzigingen op de omgevingsvisie
37
Sport Federatie Soest
De Sport Federatie Soest (SFS) is blij dat het aandachtsgebied "sport en bewegen" in ieder geval op verschillende plaatsen in het Ontwerp Omgevingsvisie Soest en Soesterberg voorkomt. Gezien de afspraken die SFS met andere partijen heeft gemaakt in het kader van het Sportakkoord wil SFS dat in het toekomstige Soest de mogelijkheid voor "sport en bewegen" op verschillende manieren aandacht krijgt.
Naar aanleiding van uw zienswijze voeren wij een aantal wijzigingen door. In de kop van de alinea blz 47 staat: Ontmoeten en ontmoetingsplekken (waaronder winkelgebieden, cultuur en samenleven). Deze zin in §5.2 is aangevuld met: (waaronder winkelgebieden, cultuur, sport en samenleven)
De SFS heeft daarom nog opmerkingen bij de volgende onderdelen: a. Bosstraat opnemen als centrumontmoetingsplek Blz. 47: Alhoewel de visie aangeeft dat sportparken net als buurtwinkelcentra plekken van ontmoeting zijn, worden de sportparken niet gezien als centrumontmoetingsplekken, terwijl juist hier elk weekend duizenden Soesters en niet-Soesters elkaar treffen bij sportwedstrijden. Volgens de SFS zouden ook de sportaccommodaties rondom de Bosstraat een titel als "centrumontmoetingsplek" verdienen, omdat hier ook zelfs internationale evenementen plaats vinden als de Sylvestercross en toernooien.
De Bosstraat is geen centrumontmoetingsplek, zoals deze in de visie bedoeld is maar wel een belangrijke plaats waar mensen zich vrijwel dagelijks verzamelen en elkaar ontmoeten om te sporten. De tekst van §5.2 is na: ‘Deze processen vinden op alle plekken plaatst waar mensen zich verzamelen, bij scholen, bij sportparken, bij buurtwinkelcentra.’ aangevuld met: ‘, bij cultuurcentra en andere plekken waar veel mensen elkaar dagelijks ontmoeten.’ De tekst in §5.5 op blz 61 en in §6.2 op blz. 77 is aangevuld met: ‘Met het streven naar open sportaccommodaties, willen we mogelijkheden creëren voor andere maatschappelijke functies.’
Sport Federatie Soest
b. Binnensport en brede functie van sport Blz. 49: In een noot geeft de visie aan dat sport verder wordt besproken onder "waardevol groen". SFS is van oordeel zijn dat dit onderwerp eigenlijk een apart hoofdstuk/paragraaf verdient. Enerzijds gaat de gemeente hiermee voorbij aan de binnensportaccommodaties en wat daar plaatsvindt, anderzijds vervullen deze sportparken een veel bredere functie in onze gemeenschap dan alleen een plaats waar gesport kan worden.
SFS heeft gelijk dat dit onderdeel onderbelicht is in de tekst van de ontwerpvisie, daarom is de tekst in §5.2 op blz. 52: Wat willen we? Voorzieningen (Noot: voor scholen vatten we hier het IHP in een visiebeeld) In 2040 zit de helft van de basisscholen en het Griftlandcollege in een nieuw gebouw. Die gebouwen zijn ruim en flexibel en worden door verschillende organisaties gebruikt. In de meeste zit in ieder geval één hele school. Vaak zit er nog een tweede bij en worden er samen met andere scholen speciale lessen gegeven. Natuurlijk 38
heeft de BSO er een plek en op twee plekken zit de buurtcoach ook in het gebouw. De scholen en bijbehorende buitenruimtes hebben daardoor hun buurtfunctie nog verder versterkt. aangevuld met: ‘De binnensportaccommodaties zijn bereikbaar voor het onderwijs en worden multifunctioneel gebruikt door de sportverenigingen. De binnensportaccommodaties voldoen aan de vraag van sport en onderwijs, zowel functioneel als in capaciteit.’ Sport Federatie Soest
c. Behoud en uitbreiding van sportaccommodaties Blz. 77: Hier wordt aangegeven dat sportvelden en accommodaties in 2040 behouden zijn. Betreft dit ook de binnensportaccommodaties? SFS wijst erop dat sport en bewegen en de ruimte die daarvoor nodig is ook op andere plekken in Soest en Soesterberg behouden moet blijven, en wellicht uitgebreid zou moeten worden.
Sport Federatie Soest
d. 4 kernpunten Aansluitend op deze specifieke onderdelen heeft SFS nog een viertal kernpunten benoemd die wat hen een aanvulling behoeven ten opzichte van het huidige Ontwerp, t.w. Ruimte voor sport en bewegen in de wijk Ruimte voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de sport Zorg dat er rondom de sportaccommodaties voldoende ruimte is, zodat ervaren overlast niet leidt tot beperkingen van de mogelijkheden om sport te bedrijven Zorg dat bij toename van het aantal inwoners ook de beschikbaarheid van sportvoorzieningen gelijke tred houdt. Ruimte voor sport en bewegen in de wijk Sport en bewegen gaat veel verder dan sporten en bewegen in verenigingsverband. De basis ligt hiervoor bij de jeugd die graag in de buurt een balletje wil trappen, wil kunnen skaten, maar ook veilig wil leren steppen en fietsen. Zorg dat er in elke
De tekst in §5.5 op blz. 61 en in §6.2 op blz. 77 is aangevuld met: ‘Sportvelden en sportaccommodaties voldoen aan de vraag zowel qua capaciteit als functioneel voor de typen sporten. Deze zijn opengesteld.’
Wij beamen dat ruimte voor bewegen en sport in de fysiek leefomgeving ook in de toekomst van belangrijke waarde vinden (dit zijn niet alleen de voetbalvelden en buitensportaccommodaties maar ook de binnensportaccommodaties) De tekst in §5.5 is op blz. 61 aangevuld met: ‘We streven naar het inbedden van sport- en beweegruimte als onderdeel van de woonomgeving.’ Hoe we dat doen wordt in de visie nog niet uitgewerkt.
Een van onze wensen is ook dat sportverenigingen zich vaker laten zien buiten de grenzen van hun sportpark. Multifunctionele voorzieningen in de wijk nodigen hiertoe immers uit.
39
wijk plekken zijn waar "bewogen" kan worden. Doe dit in combinatie met andere voorzieningen die in de wijk aanwezig zijn als scholen, ontmoetingscentra. De senioren moeten ook kunnen bewegen, veilig met hun rollator of scootmobiel door de wijk zich verplaatsen. Daarbij zouden er ook mogelijkheden moeten zijn dat sportverenigingen e.a. zich in de wijk kunnen presenteren en daarbij hun sport promoten en buurtbewoners in beweging zetten. Voorbeelden, sportveldjes om te kunnen voetballen met een goal, of een basketbalveld, of de mogelijkheid om in de zomer een volleybalnet te plaatsen. Ruimte voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de sport De sport blijft zich ontwikkelen. Speel daarop in door die sporten ook in de gemeente mogelijk te maken. Maak het mogelijk om bepaalde delen van de duinen te gebruiken voor beachvolleybal, beachvoetbal, beachhandbal e.a. Biedt ook ruimte voor sporten die meer geluid met zich meebrengen als paddel (tennis).
We blijven ons inzetten om waar mogelijk nieuwe sporten te faciliteren. Dit vergt afwegingen t.o.v. andere belangen en maatwerk t.a.v. ruimtegebrek.
Zorg dat er rondom de sportaccommodaties voldoende ruimte is, zodat ervaren overlast niet leidt tot beperkingen van de mogelijkheden om sport te bedrijven. Wij hebben op dit moment een breed aanbod aan sportaccommodaties in onze gemeente, welke voor het overgrote deel gebruikt worden door sporters die verbonden zijn aan een van onze sportverenigingen/sportorganisaties. Rondom deze sportaccommodaties zijn er wat SFS betreft enkele belangrijke aandachtspunten: Zorg dat wijzigingen in de voorkeuren van soorten sport ook kunnen leiden tot aanpassingen in het aanbod van sportaccommodaties (zoals recent facilitering groei hockey versus beperking mogelijkheden voetbal) Zorg dat de beoefening van de sport op deze accommodaties niet beperkt wordt door de woningbouw te laten opdringen tot deze accommodaties, zodat vaker overlast wordt ervaren.
Bij schaarse ruimte treedt concurrentie op als het gaat om het gebruik van ruimte. Een goede verdeling van de functies kan wonen en bewegen versterken, daar is maatwerk voor nodig. We sterven naar een omgeving waar iedereen zich prettig voelt met respect voor elkaars wensen en belangen.
40
-
Hemus - Huis van de Watersport en Baarnsche Watersport Vereniging de Eem
Zorg voor een goede en veilige infrastructuur rondom deze sportaccommodaties
Zorg dat bij toename van het aantal inwoners ook de beschikbaarheid van sportvoorzieningen/sport- en bewegingsmogelijkheden gelijke tred houdt. In de komende periode is de verwachting dat de woningbehoefte en de schaarste op de woningmarkt zal leiden tot grootschalige woningbouw. In Soesterberg zijn in het Masterplan ook al plannen in ontwikkeling om veel woningen te bouwen met tegelijkertijd de verwachting dat het aantal inwoners zal stijgen. Zorg dat bij deze ontwikkelingen ook voldoende aandacht is dat er in nieuwbouwwijken "bewegingsruimten" worden gecreëerd. Maar zorg ook dat tegelijkertijd nagedacht wordt over de wellicht noodzakelijke uitbreiding van bestaande sportaccommodaties.
Wij verwijzen op dit punt naar ons eerdere antwoord bij deze zienswijze.
a. Gezondheid (ouderen) en (water)sport De watersportverenigingen geven aan dat steeds meer inwoners vitaal oud willen worden en dat doen door te sporten. De maatschappelijke winst is dat de kosten van gezondheidszorg dalen en meer leefgenot voor ouderen ontstaat. Het is volgens hen niet voor niets dat overheden een actief beleid voeren op gebied van sportbeoefening en bewegen. In de visie komt dit onderwerp (sport en vitale ouderen) nauwelijks aan de orde terwijl dit volgens hen van cruciaal belang is voor inwoners in onze gemeente/regio. Onderdeel van het sportbeleid zou kunnen zijn de (actieve) watersport, zoals zeilen, suppen, kanoën en roeien. De rivier de Eem biedt een kans om de genoemde sporten te kunnen beoefenen. De gemiddelde leeftijd van de ruim 400 leden van BWV de Eem ligt boven de 50. Bij de roeivereniging Hemus zijn vergelijkbare aantallen leden actief met een jongere gemiddelde leeftijd. Watersport wordt in de visie niet benoemd. Ook aan het vissen (in omvang derde sportbond van Nederland) wordt geen aandacht geschonken.
De kracht van sport is ingebed in een Sportvisie en ons lokaal gezondheidsbeleid. Wat ons betreft kan iedere sport een belangrijke bijdrage leveren en is waardevol. Naar aanleiding van uw opmerking is de tekst in §5.7 op blz. 64 van de ontwerpvisie als volgt aangevuld: ‘De (water)recreatiemogelijkheden dagen uit om te bewegen en dragen op die manier bij aan de gezondheid.’
41
Hemus - Huis van de Watersport en BWV de Eem
b. Natuur De visie spreekt van het realiseren en stimuleren van robuustere natuurstroken. Een van de mogelijkheden die de watersportverenigingen daarvoor zien is om de Eem als natuurgebied te versterken/verbreden. Daar is binnen de visie geen aandacht aan geschonken. Brede natuurvriendelijke oevers, verbreding van de Eem en plas dras situaties zouden een grote winst aan biodiversiteit opleveren met een hoge belevingswaarde. Dat geldt ook voor het aanleggen van, voor de niet gemotoriseerde watersport bevaarbare nevengeulen.
U noemt een van de mogelijkheden die bij uitwerking van de doelen uit de visie aan de orde komt. Het betreft hier de volgende stap: hoe gaan we de doelen uit de visie bereiken? Die uitwerking zullen wij gezamenlijk (met alle betrokken partijen en overheden in het gebied) in de toekomst nader moeten gaan invullen. De provincie Utrecht start (binnenkort) met een (nieuwe) beheer- en inrichtingsvisie op de Eem. Hier sluiten wij bij aan. Dit is een eerste uitwerking waarin we samen met alle partijen en overheden kunnen kijken naar de mogelijkheden en onmogelijkheden om de verschillende doelen en belangen voor het gebied en de Eem nader in te vullen. Dit punt leidt niet tot wijzigingen op de omgevingsvisie.
Hemus - Huis van de Watersport en BWV de Eem
c. Woningbouw In de regio worden de komende jaren 23.000 woningen bijgebouwd. Hetgeen een groei van de bevolking in de regio van circa 40.000 inwoners oplevert. De bouw zou ook verweven in het landschap kunnen plaatsvinden daar waar agrariërs stoppen of daar waar verwevenheid van het landschap in te vullen is.
In provinciaal en regionaal verband is afgesproken om de te bouwen 23.000 woningen zo veel als mogelijk binnenstedelijk te ontwikkelen. Dit om versnippering van het landschap te voorkomen en om ruimte te houden in het buitengebied voor functies die daar ruimte vragen, zoals de energietransitie, de transformatie van landbouw, natuurontwikkeling en recreatie. Lokaal hebben wij vooralsnog geen plannen voor extra woningbouw in het buitengebied en kijken wij naar de (inbreiding)ruimte binnen de zogenaamde ‘rode contour’. Bij onze zoektocht naar woningbouwlocaties voor na 2025 is voor de polder wel aangeven dat in de randen afwegingsruimte blijft voor uitbreiding van de kern voor woningbouw (blz. 64). Ook worden er naast de hoofdgroenstructuur nog geen gebieden uitgesloten. Dit punt leidt niet tot wijzigingen op de omgevingsvisie.
Hemus - Huis van de Watersport en BWV de Eem
d. Water Met het thema water versus woningbouw doet de gemeente te weinig. Het zou mooi zijn als de kern Soest naar de Eem groeit en de Eem richting kern beweegt. Soest doet nu niets met de rivier de Eem terwijl dat een mooie groen-blauwe (verbinding) as kan zijn om de Stad Amersfoort met de gemeente Soest,
Wij verwijzen op dit punt naar ons antwoord bij punt c van uw zienswijze.
42
Baarn, Bunschoten en Eemnes te verbinden. Nu staat Soest met de rug naar het water terwijl het, het water ook kan omarmen. Wonen (ook drijvend) op en langs (nieuw of bestaand) water zou een mogelijkheid zijn voor een hoge beleving, woon en omgevingskwaliteit. De rivier de Eem zou volgens de watersportverenigingen een uitgelezen kans bieden om voor waterberging voor droge en natte perioden dienst te doen. De agrarische sector heeft het lastig en zal een verdere transitie gaan doormaken. Daar kan bij gedacht worden aan o.a. natuur inclusief boeren, extensievere landbouw en bedrijfsbeëindiging. Dat alles ook om te zorgen voor stikstof reductie (om woningbouw etc. weer mogelijk te maken). Op plaatsen waar agrarische bebouwing vrijkomt kunnen kleine woongemeenschappen (buurtschappen) gevormd worden.
Wij herkennen ons in de transitie en opgaven die u voor de agrarische sector schetst. Dit betreft immers een landelijke trend. Deze trend is ook benoemd in onze visie. In Soest hebben wij echter een handvol (jonge) gezonde agrariërs. Deze zijn soms al actief bezig met de transitie en opgaven en soms staan ze nog aan het begin. Hoewel de focus vaak naar de agrariërs gaat hebben veel partijen (inclusief consument en overheden) een rol in deze transitie en de mogelijkheden voor agrariërs om ook binnen deze duurzame koers een (financieel) gezonde bedrijfsvoering te realiseren. Dit punt leidt niet tot wijzigingen op de omgevingsvisie.
Hemus - Huis van de Watersport en BWV de Eem
e. Recreatie De recreatiedruk is nu al hoog, zeker langs de Eem waar mensen met mooi weer verkoeling zoeken. Formeel is zwemmen in de Eem verboden. Door de groei van de bevolking (verwacht wellicht 40.000 mensen in de regio) zal de recreatiedruk nog verder toenemen. Gedacht zou kunnen worden aan het aanleggen van een grote recreatieplas om het zwemmen in een natuurlijke omgeving te faciliteren, al dan niet in combinatie met waterberging en wonen aan het water. De economische factor van recreatie is groot, dat geldt zeker ook voor de werkgelegenheid (vaak aan de onderkant van de arbeidsmarkt).
Wij herkennen ons in uw beeld van een toenemende recreatiedruk (en de problemen die dat met zich mee kan brengen) enerzijds en de economische potentie anderzijds. Wij ondervinden deze recreatiedruk al sterk in onze bossen, maar in toenemende mate ook in de polder, ook omdat dit gebied daar (op dit moment) nog veel minder op is ingericht. Daarom ook dat in de visie richting 2040 een koers wordt uitgezet, waarin het hele poldergebied tot aan de A1 richting een agrarisch natuurlandschap zou moeten transformeren. Hier zou ook meer ruimte moeten komen voor recreatie. Bij uitwerking van dit concept in de toekomst zal moeten blijken welke mogelijkheden er zijn om die toenemende druk op te vangen en of er meer mogelijkheden zijn voor bijvoorbeeld vormen van waterrecreatie, zoals zwemmen. Dit punt leidt niet tot wijzigingen op de omgevingsvisie. 43
Stichting Wegh der Weegen
Zoals bekend is de Stichting Wegh der Weegen al geruime tijd in gesprek met de provincie Utrecht en de 4 gemeenten waaronder Soest, die door de Wegh verbonden zijn, om afspraken te maken over een gezamenlijke gebiedsvisie m.b.t. de Wegh. De uitkomsten van deze gesprekken zijn nog niet bekend. Het bestuur van de Stichting heeft zich voor deze zienswijze laten adviseren door een landschapsarchitect en lid van de Raad van Advies van de Stichting Wegh der Weegen Algemeen: De omgevingsvisie van Soest en Soesterberg is een toekomstgericht en pragmatisch document. Het geeft inzicht in de huidige waarden van het gebied en hoe deze te ontwikkelen in een periode tot 2040. Specifiek: Opvallend is dat erfgoed en cultuurhistorie zoals beschreven, worden ervaren als knellend op ontwikkelingen. Zie pagina 50. Is het niet juist een grote waarde van het gebied en juist een kans om samen te gaan in het ontwikkelingsproces. Een landschap dat in het heden is verbonden met het verleden, heeft een eigen identiteit. De leesbaarheid van het landshap heeft een sterk cultureel, informatieve waarde.
Ondanks dat Erfgoed (vooraf) vaak wel als beknellend worden ervaren op ontwikkelingen, zijn ook wij van mening dat Erfgoed vaak juist kansen bieden in ontwikkelingsprocessen. Op die wijze kunnen opgaven worden ingevuld en tegelijk kwaliteiten worden behouden en versterkt. Wij zien die kansen zeker langs de Wegh der Weegen en de ontwikkelingen daar de komende jaren op ons af komen in combinatie met de opgaven die liggen.
Opmerkingen: De Wegh der Weegen wordt op de juiste plekken vertoond op de kaarten. De visiekaart ontwerp omgevingsvisie op pagina74 geeft duidelijk de structuur van de Wegh en de sorties aan, met in de legenda de toelichting: beter herkenbaar maken. Echter de Wegh is niet slechts een lint met bomen, maar heeft ook direct een ruimtelijke relatie met de omliggende bebouwing tussen de sorties. Gemist wordt de vermelding van de benodigde beeldkwaliteit voor het gemeentelijk deel van deze gemeentegrensoverschrijdende zone. Denk hierbij aan erfgrenzen, groen, hoogte bebouwing, parkeerzones, reclameborden etc. De Wegh en sorties spelen daarnaast niet
De behoefte aan een gemeenschappelijk (gemeenteoverstijgend) (kwaliteits)beeld op de Wegh der Weegen wordt door de verschillende overheden (gemeenten en provincies) onderschreven. Daarom is ook eerder al het Streefbeeld opgesteld en omarmd en wordt er tussen de gemeenten, Provincie Utrecht en Stichting gepraat over vervolgstappen hierop. Gebleken is dat er veel meer speelt in dit gebied dan alleen de wens tot een beter en eenduidiger beeldkwaliteit langs de Wegh (zoals bijvoorbeeld de rol in klimaatadaptatie die het gebied heeft). Het is dan ook de verwachting dat we voor het gebied (of delen ervan) richting een integrale gebiedsontwikkeling gaan,
44
alleen een grote visueel, ruimtelijke rol, maar ook een belangrijke rol in de klimaatadaptatie: hitte absorptie en waterretentie.
waarbij het verbeteren van de beeldkwaliteit langs de hele Wegh een belangrijke randvoorwaarde is.
Tot slot merkt de Stichinting op dat de kaart met waardevol groen op pagina 61 expliciet de Wegh en de sorties toont, maar geen toelichting wordt gegeven.
Een korte toelichting op de Wegh en de sorties staat al in de paragraaf over Soesterberg op blz. 58 (inclusief een bijbehorend kaartbeeld). De kaart op blz. 61 staat in de paragraaf over ‘Waardevol groen’ en betreft onze hoofdgroenstructuur. Die kaart dient daar een ander doel en behoeft naar onze mening geen nadere uitleg in relatie tot de Wegh op deze plek. Duidelijk is dat de groenstructuur de structuur van de Wegh en haar sorties volgt. Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen op de omgevingsvisie.
Historische Vereniging Soest/Soesterb erg
De Historische Vereniging Soest/Soesterberg (HVS) komt op voor de ‘zachte waarden’ in onze leefomgeving. Na een inventarisatie onder de bestuursleden worden per object of gebied in de gemeente Soest de volgende waarden gedeeld: 1) Behoud van oude, cultuur-historisch waardevolle (clusters van) gebouwen en beschermde dorpsgezichten 2) Opkomen voor bosgebieden en stuifduinen, vooral ten zuiden van Soest 3) Openhouden van de ruimte op de Soester Zuider Eng en behouden als landbouwgebied 4) Openhouden van het zicht vanuit de Eempolder op met name de Kerkebuurt (de oudste kern) van Soest
De 4 zachte waarden die door de Historische Vereniging Soest/Soesterberg zijn benoemd, worden door het beleid, zoals dat in de (ontwerp)omgevingsvisie is vastgelegd, in onze ogen niet bedreigd, maar juist (beter) geborgd.
Het bestuur van de HVS wil een nadere discussie voeren over de waarde of betekenis van: 1) Soest als lintdorp 2) Inbreiden van open ruimte binnen de bebouwde kom van Soest voor woningbouw 3) Deels herinrichten van bedrijfsterrein voor woningbouw 4) Een plek zoeken waar woningbouw nog mogelijk is waarbij afwegingen plaats vinden op basis van de functie die gebieden binnen onze gemeente hebben en hoe deze in de toekomst
Wij gaan een nadere discussie over de 5 punten niet (meer) aan in het kader van de vaststelling van deze visie. De punten zijn eerder in het participatietraject aan de orde geweest. In de nadere uitwerking van de visie (na vaststelling) zullen een aantal punten bovendien opnieuw terugkomen in de discussie. Wij adviseren u in de participatietrajecten over die uitwerkingen (omgevingsprogramma's) in de toekomst aan te sluiten, zodat u daar uw punten (opnieuw) kunt inbrengen en de discussie kunt voeren. 45
meer/minder benut worden (Bijvoorbeeld natuurbehoud versus maatschappelijke functie). 5) De open ruimte binnen en rond de bebouwde kom van Soest en Soesterberg.
Stichting Milieuzorg Zeist e.o.
Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen op de omgevingsvisie.
De Stichting Milieuzorg Zeist e.o. (SMZ) geeft aan dat de economische groei die bij ‘trends’ wordt aangegeven kennelijk een basisgegeven is. Zo ook de daarmee samenhangende groei van de bevolking en in het bijzonder die in de Randstad. Beide zijn in haar ogen evenwel wel een keus die wordt gemaakt. Het zorgt er in ieder geval voor dat de druk op de ons omringende natuur en ook leefomgeving (waaronder klimaatveranderingk en het grote verlies van biodiversiteit) steeds groter wordt. In de ogen van de Stichting hebben we in het westen de grenzen van wat de aarde kan dragen allang overschreden (zij verwijzen hierbij naar enkele internationale rapporten). Vanuit het perspectief van een (echt) duurzame toekomst pleit de SMZ er dan ook al langer voor om bij toekomstige ontwikkelingen de grenzen die de aarde aan ontwikkelingen stelt te respecteren en rekening te houden met bepaalde minimale behoeften van de mens (inclusieve samenleving). De gemeente Soest zou daarbij het model van de zogenaamde ‘Douhgnut economics’(gebaseerd op de ‘Sustainable Development Goals’ van de UN) als toekomstig ontwikkelingsmodel moeten aanhouden. https://www.kateraworth.com/doughnut/
Hoewel wij ons niet direct vastleggen op dit ontwikkelmodel, onderschrijven wij als gemeente wel veel van de doelen die daarin verankerd zijn. Inmiddels hebben wij ons als gemeente sinds november 2020 ook verbonden aan de Global Goals van de Verenigde Naties (VN). Middels deze visie dragen wij bij aan de duurzame ontwikkelingsdoelen voor 2016 – 2030. In de tekst van de omgevingsvisie is hierover een zinsnede opgenomen (zie hoofdstuk 3 van deze Nota).
SMZ beaamt dat in de ontwerp Omgevingsvisie wel stappen in die richting worden gezet. Dit wordt gewaardeerd, maar het zou wellicht nog wat meer concreet (SMART) kunnen worden geformuleerd. Voorbeeld is het het aanhouden van de WHOadvieswaarden voor wat betreft de schone lucht.
Op dit punt verwijzen wij naar ons antwoord op de GGD in §2.2 punt c van deze nota.
SMZ geeft aan dat er gezien de woningbouwambities een spanningsveld tussen wonen en het groen zal blijven bestaan, zoals o.a. bij de Oude Tempel en ook de beoogde woonwijk op de Vliegbasis. Volgens SMZ zou het goed zijn als de gemeente
De projecten die u noemt zijn lopende plannen. Belangafwegingen van lopende plannen of projecten vormen geen onderdeel van de omgevingsvisie. Voor woningbouw geldt dat de visie de richting geeft voor middellange en lange termijn (dus na 46
alsnog tot een algehele herbezinning zou komen. Immers, rond beide projecten zijn de natuurkwaliteiten en ook cultuurhistorische kwaliteiten in het geding zijn en gaat het om unieke waarden. Voor zover de gemeente toch aan een bepaalde woningbouwambitie wil vasthouden, ondanks de volgens SMZ geschiktere mogelijkheden die er elders in de Regio Amersfoort zijn, omdat daar minder waarden in het geding zijn (SMZverwijzt naarhet rapport: ‘Regio Amersfoort Centraal – Concept Ontwikkelbeeld en strategie 2040 – 2040’), dan zou in ieder geval daarbij het principe van ‘natuurinclusief ontwerpen – en bouwen’ moeten worden toegepast.
2025). Voor de korte termijn gelden het Masterplan Wonen en het Masterplan Soesterberg.
Het valt SMZ op dat voor Soesterberg alsnog op een snelle OVverbinding met Den Dolder wordt ingezet, evenals op een ontmoetingscentrum aan de zuidzijde van de Vliegbasis, in aanvulling op die van de Pleisterplaats. Hoewel die OVverbinding al in het ‘Ruimtelijk plan Vliegbasis Soesterberg (Programmabureau Hart van d Heuvelrug, 2009)’ zat is inmiddels toch wel duidelijk dat de natuur op de Vliegbasis voor tal van ontwikkelingen zo kwetsbaar is dat een verdere recreatieve ontwikkeling en ook een OV-verbinding gewoon in strijd zal komen met de eisen die o.a. de Wet natuurbescherming daaraan stelt, m.b.t. de kernpopulaties aan veldleeuweriken, hazelwormen, kommavlinders, etc. die er voorkomen. Kortom het zou goed zijn als de gemeente zich bewust zou zijn van de natuurwaarden die met gegeven ontwikkelingen in het geding zijn en deze moeten o.i. feitelijk ook in tegenspraak worden geacht met een van de doelen die ook voor de Vliegbasis zijn geformuleerd, namelijk: ‘De bijzondere natuur op de Vliegbasis floreert’!! Ook op dit onderdeel hoop de SMZ dat de gemeente tot een herbezinning/heroverweging kan komen.