CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

4a 3 Bijlage 2 Verweerschrift gemeente met bijlagen 1 - 8 d.d. 8 januari 2021.pdf

Besluitvormende Raadsvergadering 17 juni 2021, gemeente SoestBij agendapunt: RV 21-27: Beslissing op bewaar weigering wijziging bestemmingsplan t.b.v. nieuw agrarisch bedrijf aan de Peter van den Breemerweg tegenover nr 1 en 348.805 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Mogelijk andere gronden aan de noordzijde liggen zeer versnipperd en ook te solitair of zijn te klein van omvang. Ook hebben wij besloten de gemeenteraad om een standpunt in deze zaak te vragen. In de regel wordt de raad in deze fase (een voorontwerp) van een nieuw bestemmingsplan niet gevraagd een standpunt in te nemen. Dat gebeurt pas in de ontwerpfase van een bestemmingsplan. Maar mede omdat de zaak al zo lang loopt en omdat dan voor alle partijen helder is hoe ook de gemeenteraad denkt over een nieuw agrarisch bouwperceel aan de zuidzijde zal de raad gevraagd worden nu al een standpunt in te nemen over het voorontwerp. Zo heeft ook u snel duidelijkheid. Meer informatie?

Heeft u nog vragen of opmerkingen? Neemt u dan gerust contact op met Paul Haagen, telefoon 0356093282 of e-mail P.Haagen@soest.nl. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders

Age Veenstra Gemeentesecretaris

Kopie aan:

-R^fjjfêtz Burgemeester

- Provincie Utrecht t.a.v. mw. M. van Gessel - Adviesbureau Rho, Postbus 150, 3000 AD Rotterdam

m

DCP FCLT2

BIJLAGE 7

PROVI NCI E :: UTRECHT

Burgemeester en wethouders van Soest Postbus 2000 3760 CA Soest

VERZON DB) 1 3 DEC 2017 datum nummer

12 december 2017 81C43651

TEAM referentie

UW BRIEF VAN

doorkiesnummer

UW NUMMER

emailadres

BuuGE

Verslag cie RGW 23 oktober 2017

onderwerp

GRO M.J. Buruma 030-2583247 maarten.buruma@provincie-utrecht.nl Stand van zaken zoektocht vestigingsplek bedrijf Van Dorresteijn

Geacht college, Met deze brief wil ik u graag informeren over de bestuurlijke ontwikkelingen rondom de zoektocht naar een nieuw agrarisch bouwvlak voor het bedrijf van de heer Van Dorresteijn. Deels betreft het een bevestiging van de afspraken die reeds met uw wethouder, mevrouw Pijnenborg, zijn gemaakt. Zoals u weet verbiedt de Provinciale Ruimtelijke Verordening, herijking 2016 (PRV), in zijn huidige vorm aan gemeenten om in hun bestemmingsplannen nieuwe agrarische bouwvlakken op te nemen. Het bedrijf van de heer Van Dorresteijn bevindt zich in een bijzondere situatie, doordat het met name door de oprukkende woonbebouwing van de kem Soest steeds meer in de klem is gekomen. Daarom heb ik bij de behandeling van de herijking van de PRV in Provinciale Staten op 12 december 2016 toegezegd om een zoektocht te helpen initiëren naar een bestaand agrarisch bouwvlak waar het bedrijf zich zou kunnen vestigen. Helaas heeft deze zoektocht geen bruikbaar resultaat opgeleverd. Om tot een oplossing te komen ben ik in gesprek gegaan met Provinciale Staten. De Commissie Ruimte, Groen en Water heeft op 23 oktober 2017 duidelijke uitspraken heeft gedaan. Ik ben bereid, nu de inspanningen tot nu toe niet tot resultaat hebben geleid, een flinke stap verder te gaan. Voor de duidelijkheid voeg ik hier het verslag van de commissie bij.

Ik ben bereid aan Provinciale Staten een voorstel te doen toekomen tot wijziging van de PRV, die zal inhouden dat er specifiek voor dit bedrijf op een concrete plek een uitzondering op bovengenoemd verbod wordt gemaakt. Tegelijk met de PRV zal daartoe ook de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie, herijking 2016 (PRS) moeten worden aangepast, omdat wij voor deze specifieke situatie een uitzondering gaan maken op het daarin verwoorde beleid. Deze uitzondering zal ook in de PRS worden gemotiveerd. Op basis van deze aanpassingen zal de gemeenteraad een bestemmingsplan kunnen vaststellen dat voorziet in een nieuw bouwvlak voor het bedrijf. Uiteraard moet dan wel bekend zijn, op welke plek dit bouwvlak moet landen. Mede op uitdrukkelijk verzoek van Provinciale Staten zal daarbij in eerste instantie worden gekeken naar de gronden en het gebouw die al in het bezit zijn van de heer Van Dorresteijn, aan de Peter van den Breemerweg. Of deze locatie daarvoor geschikt is, zal in overleg met uw gemeente moeten worden vastgesteld. Hierover zijn inmiddels met uw en mijn medewer­ kers praktische afspraken gemaakt. Op 30 november 2017 heeft er op het gemeentehuis ook een gesprek

PROVINCIE-UTRECHT.NL

Dhr. P. van den Berg Lid van het college van gedeputeerde staten Archimedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH Utrecht T 030-2589111

17766

plaats gevonden tussen medewerkers van uw gemeente, de provincie en de heer Van Dorresteijn met zijn adviseurs om de procesgang te bespreken. Als de locatie aan de Peter van den Breemerweg haalbaar blijkt, dan is mijn voornemen om met u afspraken te maken over alle relevante aspecten van ambtelijke en bestuurlijke samenwerking. Zo zullen wij de aanpassing van PRS en PRV zo snel mogelijk in procedure te brengen, afgestemd op de gemeentelijke procedure voor het bestemmingsplan. Ook inhoudelijk streef ik naar maximale afstemming. Uiteraard is het zaak ook de heer Van Dorresteijn zelf met zijn adviseurs optimaal bij de planvorming te betrekken. Hij zal immers ook gegevens voor de plannen moeten aanreiken. De eerste stappen daarvoor zijn in het ambtelijk gesprek reeds gezet. Ik zal hem ook per brief informeren. Mocht de locatie aan de Peter van den Breemerweg onverhoopt niet haalbaar blijken, dan is een nieuwe zoektocht nodig naar een alternatieve locatie, waarvoor ook een aanpassing van de PRS en PRV nodig is. Mocht dat aan de orde zijn, dan zullen we daarover met u nieuwe afspraken maken. Ik hoop in nauwe samenwerking met u tot resultaten te komen en u met deze brief voldoende te hebben geïnformeerd.

2

m

DCP FCLT2

BULAGE 8

Raadhuisplein : 2013-14 De Raad

: 19 december 2013

Kenmerk

: Griffie/1133150

NOTULEN van het verhandelde in de vergadering van de raad van de gemeente Soest op donderdag 19 december 2013, aanvang 19.30 uur. AANWEZIG: Voorzitter: dhr. R.T. Metz; griffier: dhr. M. van Vliet De leden: dhr. J.A. Baks (BBSS) tot 00.30 uur dhr. M. Baskaya (PvdA) dhr. J. Boks (LAS) mevr. Y.P. Bonouvrié (GGS) mevr. Y.C.M. Gastelaars (DSN) dhr. M.K. van Geet (VVD) dhr. A. van de Haar (GL) dhr. R.H.M. van Hal (CDA) mevr. M.T. van Halen-Toutenhoofd (GGS) tot 23.30 uur dhr. P.H. Hoebee (VVD) mevr. M.D.T. Hoogslag (D66) mevr. E. Huberts (VVD) tot 23.30 uur dhr. T. Koelewijn (Soest2002) mevr. I.M. Koomen-Beerman (DSN)

dhr. M. van Leijenhorst (Soest2002) dhr. P. Lucas (CDA) dhr. T. Middelkoop (Soest2002) dhr. G.J. Nijhoff (CDA) mevr. J. Oostrom-Wernsen (CDA) dhr. J.A. Paauw (GGS) dhr. H. Posthuma (PvdA) tot 23.30 uur dhr. H.O. Suna (PvdA) dhr. J. van Tol (D66) dhr. T.E. van Vugt (D66) dhr. J.C. van Vuuren (CU-SGP) dhr. R.L. Wiekamp (GGS) dhr. E. de Wilde (VVD) tot 23.30 uur dhr. R.A. van Zomeren (GL)

De wethouders: mevr. J.L. van Berkel-Vissers, mevr. R.T. Coppes, mevr. Y.C. Kemmerling en dhr. H.L. Witte AFWEZIG: mevr. M. Krom-de Ron (LAS) VOORZITTER: Dames en heren, ik open de vergadering en geef het woord aan mevrouw Koomen. Mevrouw KOOMEN (DSN): Leden van het college, collega-raadsleden, Yolanda Gastelaars en ik hebben samen met Alte Venema vorige week het besluit genomen een eigen politieke partij te starten, Democraten Soest Natuurlijk. Met dit besluit zijn we niet over één nacht koud ijs gegaan. We hebben in de afgelopen jaren ons best gedaan om onze beloften en uitspraken uit de verkiezingen met name voor wat betreft het groen waar te maken. Wij hebben ons niet herkend in het beleid van dit college en dat leverde soms ongelooflijk ingewikkelde situaties op. Uiteindelijk moet je dan een keuze maken of je er nog een periode aan wil meedoen of dat je opstapt. Wij hebben voor dat laatste gekozen en daar is Democraten Soest Natuurlijk uit ontstaan. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Koomen. Ik begrijp dat de heer Paauw wil reageren. Heer PAAUW (GGS): Voorzitter dank u wel. Op vrijdag 13 december werd de fractie van Gemeentebelangen Groen Soest per mail geïnformeerd door mevrouw Koomen dat zij, mevrouw Gastelaars en de heer Venema per direct onze fractie verlaten. Wij betreuren deze actie.

Het opstappen uit de fractie van GGS en het meenemen van de zetels om direct een andere partij te beginnen vinden wij natuurlijk niet democratisch. De overgebleven raadsleden zijn met nieuw elan bezig om in ieder geval een stuk van het gestelde vertrouwen te herstellen, specifiek voor de gemeente Soest en haar inwoners. Tot slot voorzitter bied ik vanavond iedereen aanwezig hier een traktatie aan, maar laat het duidelijk zijn dat is ter gelegenheid van mijn 65e verjaardag die ik morgen hoop te vieren. Dank u wel.

1

Raadhuisplein : 2013-14 De Raad

: 19 december 2013

Kenmerk

: Griffie/1133150

VOORZITTER: Wij stellen dit gebaar zeer op prijs en ik heb begrepen dat de heer Van Tol zelfs vandaag jarig is. Ik weet niet wat de traditie is, maar ik stel dit wel zeer op prijs. Het is misschien wel leuk om beide heren toe te zingen. Als u het goed vindt wil ik proberen zoveel mogelijk tempo te maken, want we hebben een aantal punten waar een groot aantal mensen het woord over wil voeren. 1. Vaststelling van de agenda VOORZITTER: Voor de vaststelling van de agenda wil ik u een kleine wijziging voorstellen en dat is onder 7, de verslaglegging van Raadhuisplein van 10 en 17 oktober schuiven we door naar de volgende agenda. Zijn er verder nog mutaties op de agendapunten? Heer POSTHUMA (PvdA): Ja voorzitter, wij willen graag agendapunt 8, Actualisatie Lokaal Gezondheidsbeleid uit de hamerstukken halen en op een nadere datum bespreken. VOORZITTER: De procedure is dat het dan de volgende maand geagendeerd wordt. Daar kunt u mee instemmen? Dat is daarmee dan ook vastgesteld. 2. Mededelingen van de voorzitter VOORZITTER: Ik wil melden dat afwezig is mevrouw Krom. Dat leidt tot een boeiend even aantal raadsleden. We zullen zien waar dat vandaag toe leidt. 3. Spreekrecht over een niet eerder geagendeerd onderwerp VOORZITTER: Ik begreep dat de heer Kurt zich daarvoor gemeld heeft. Meneer Kurt, ik geef u hierbij het woord. Heer KURT: Dank u wel voorzitter.

Geachte voorzitter, geachte leden van de gemeenteraad en aanwezigen. Op 19 februari 2013 hebben wij bij u het verzoek conform de wet openbaarheid van bestuur ingediend. Een onderdeel van ons verzoek was om ons overzichten en specificaties en criteria van de verstrekte fractievergoedingen over de periode 2005 tot 2010 te verstrekken. Daar heeft u positief op gereageerd. Uw college heeft ons bij brief van 19 maart 2013 de gevraagde informatie verstrekt. Uit de binnengekomen informatie blijkt dat de fracties vertegenwoordigd in uw raad ruim 70.000 euro aan fractievergoedingen hebben ontvangen. Voor het jaar 2010-2011 heeft iedere fractie ook nog eens 1547,34 euro per jaar ontvangen. Al met al is er voor de jaren 2005 tot en met 2011 een totaalbedrag van rond de 100.000 euro uit gemeenschapsgeld verstrekt aan de verschillende politieke raadsfracties. Tot de raadsverkiezingen in maart 2010 was er geen regeling om de fractieuitgaven te controleren. Na de verkiezingen heeft de gemeenteraad op 27 mei 2010 besloten de gemeentelijke verordening geldelijke voorzieningen fracties, raadsleden en fractieassistenten vast te stellen, waarin de rechten en plichten over de verstrekking van fractievoorzieningen concreet zijn beschreven.

Als politieke partij hebben wij uw gemeenteraad bij brief van 19 november gevraagd een reactie te geven op het feit dat uw raadsgriffie geen verantwoordingsverslagen over de jaren 2010 en 2011 kon verstrekken. Mede gelet op de plicht van de fracties in het licht van art. 7.1 van de nog steeds in werking zijnde verordening geldelijke voorzieningen fracties, raadsleden. In het artikel is opgenomen dat alle raadsfracties een verantwoordingsverslag over de uitgaven van de verstrekte vergoedingen per jaar moeten overleggen. Uit de brief van 19 november jl. blijkt dat de raadsfracties geen verantwoordingsverslagen bij de raadsgriffie hebben ingediend. Dit in het licht van het zogenaamde besluit om vanaf 2012 geen vergoedingen meer aan de fracties ter beschikking te stellen. Voorzitter, dat is in ons beleven raar en ook vreemd dat uw raad in zijn brief spreekt over een besluit. Dan kunnen wij de volgende vraag stellen. Waar en wanneer heeft uw gemeenteraad dit in haar raadsagenda als agendapunt opgenomen en dit besluit genomen. Waar is dan het raadsvoorstel, ondertekend raadsbesluit en gewijzigde verordening van voorzieningen? Die moeten regelen dat vanaf 2012 geen vergoedingen meer aan de raadsfracties worden verstrekt.

Bovendien merken wij op dat u in uw brief van 19 november 2013 de kwestie een beetje probeert te personaliseren door een naam van een voormalig lid van de gemeenteraad in die brief op te nemen. Dit vinden wij dan ook zeer ongepast voor de vertegenwoordigers van het hoogste bestuursorgaan binnen de grenzen van de gemeente Soest. 2

Raadhuisplein : 2013-14 De Raad

: 19 december 2013

Kenmerk

: Griffie/1133150

Als laatste voorzitter wens ik u allen alvast een voorspoedig en gezond 2014 toe. Dank u wel. VOORZITTER: Meneer Kurt dank u wel. Is er behoefte vanuit de raad om hierop te reageren? Ik zie dat er geen behoefte aan is. Dank u wel. 4. Overzicht ingekomen stukken 5. Overzicht toezeggingen 6. Planningkalender 2013 per beleidsveld 7. Verslaglegging van: Raadhuisplein 2013-10 van 10 en 17 oktober 2013 Raadhuisplein 2013-12 van 7 november 2013 De agendapunten 4 t/m 7 worden als hamerstuk afgehandeld, waarbij de verslaglegging van Raadhuisplein 2013-10 van 10 en 17 oktober 2013 verschoven wordt naar de volgende vergadering. 8. RV 13-59: Actualisatie Lokaal Gezondheidsbeleid Dit punt komt in de volgende vergadering aan de orde. 9. RV 13-58: Benoeming voorzitter en lid Rekenkamercommissie VOORZITTER: Eigenlijk vind ik dat we eerst afscheid moeten nemen van de oude leden van de Rekenkamer en dan het agendapunt aan de orde brengen. Als u dat aan mij toestaat wil ik dat van achter het spreekgestoelte doen. Ze zijn niet allebei aanwezig, maar ik vind het wel netjes om dat vanaf hier te doen, want het zijn leden van de Rekenkamer die zich zes jaar voor ons hebben ingespannen om binnen die Rekenkamer van alles en nog wat uit te zoeken. Voor de de publieke tribune, de Rekenkamer assisteert de raad in haar controlefunctie van de activiteiten van het college.

We nemen vandaag afscheid van Robert Elenbaas en van Lineke van Bruggen. Beiden zijn al zes jaar lid en dan ben je niet meer herbenoembaar. De heer Robert Elenbaas hier aanwezig is tot lid benoemd en drie jaar later voorzitter geworden van de Rekenkamer. Ik ben geïnformeerd dat hij buitengewoon veel onderzoeken heeft gedaan. Hij is zeer breed geïnteresseerd en in alle fasen van het onderzoek is hij actief geweest. U zult zich ongetwijfeld de rapporten herinneren, ik noem wat titels: digitaal dienstbaar in 2009, een onderzoek naar afhandeling van bezwaarschriften, het rapport betrokken burgers in 2011. Dit zijn toch wel belangrijke rapporten geweest voor uw werk. De invalshoek bij het onderzoek naar de digitale dienstverlening was van belang bij de dienstverlening voor de inwoners van Soest. Dat is de vertrekpositie geweest die Robert daarin steeds heeft gehanteerd. Als ik goed ben geïnformeerd het van buiten naar binnen denken in politiek jargon een niet onbelangrijk thema, zeker vanuit een Rekenkamer. Wat kan bijvoorbeeld een inwoner van Soest ermee, hoe wordt nou een klacht naar buiten ervaren, hoe ervaart een klager van buiten nou hoe zijn klacht wordt afgehandeld. Ik denk dat we erg blij moeten zijn voor elk werk dat hij namens ons allemaal heeft gedaan.

Door de combinatie van het kijken naar de menselijke en lokale invalshoek en dan de goede analyse op basis van de documenten die we hebben gehad, dat het daardoor echt Soester Rekenkamer onderzoeken zijn. En volgens mij kan de gemeenteraad daar nog zijn voordeel mee doen, met deze systematiek. Mevrouw Lineke van Bruggen is helaas vanavond niet aanwezig maar toch wil ik ook haar verdiensten niet onvermeld laten, al was het maar om dat later aan haar te kunnen overdragen. Ze was trekker van het onderzoek over de externe inhuur. Dat is altijd een onderwerp waar de raad buitengewoon veel belang in heeft, omdat het dan gaat, in dit geval over twee onderdelen over zowel de omvang van de externe inhuur als het benutten van de externe kennis door de eigen organisatie. Belangrijke elementen in de manier hoe je daarmee omgaat. Samen met Robert Elenbaas was zij trekker van het onderzoek naar rioleringsbeleid met de passende titel ‘rioleringkeuzes boven water’. Dat was van 2010. Doel van het onderzoek is juist om de gemeenteraad inzicht te geven in de beleidsmatige keuzes die er gemaakt kunnen worden of moeten worden over de gemeentelijke zorgtaak op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. En voor dit onderzoek kwam haar affiniteit met het onderwerp water, maar ook de duale kijk op een ieders rol bij het politiek bestuur 3

Raadhuisplein : 2013-14 De Raad

: 19 december 2013

Kenmerk

: Griffie/1133150

naar voren. In 2012 was zij betrokken bij het onderzoek naar het re-integratiebeleid, een buitengewoon complex beleidsterrein omdat er velen bij zijn betrokken. Hoe ga je als gemeente om met bijstandsuitkeringen en hoe begeleid je mensen uit de bijstand op weg naar werk. Al met al wil ik beiden graag bedanken voor hun jarenlange inzet en als het goed is heb ik in ieder geval voor de heer Elenbaas een bos bloemen. Misschien wilt u naar voren komen dan kan ik u die overhandigen. Nadat wij mensen hebben uitgezwaaid kan je ook nieuwe mensen benoemen. Als dat bij acclamatie kan hoeven wij geen schriftelijke stemming te doen. Ik kijk even naar de leden van de raad of wij ze bij acclamatie kunnen benoemen, want dan kan ik ze daarna beëdigen. Ik zie breed instemmend geknik. Dan stel ik vast dat ze bij deze zijn benoemd en dan zou ik ze graag hier naar voren willen uitnodigen, dan kan ik ze de belofte respectievelijk de eed laten afleggen. Het gaat om mevrouw Rohen en de heer Voortman. Welkom, we hebben vanavond een normale raadsvergadering, het is hier altijd zo gevuld. Dat heeft te maken met het geweldige Soester model, maar het zou ook te maken kunnen hebben met de agendapunten. Mevrouw Rohen u heeft aangegeven dat u de belofte wil afleggen.

Ik lees hem u voor en dan ga ik u op enig moment indringend aankijken, dat heeft geen andere bedoeling dan aan u te vragen dat verklaar en beloof ik te zeggen. Dan ga ik daarmee van start en ik ga u voorlezen: Ik verklaar dat ik om tot lid van de Rekenkamercommissie Soest benoemd te worden rechtstreeks noch middellijk onder welke naam of welk voorwendsel ook enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik om iets in dit ambt te doen of te laten rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de Rekenkamercommissie Soest naar eer en geweten zal vervullen. Mevrouw ROHEN: Dat verklaar en beloof ik. VOORZITTER: Mag ik u vast feliciteren met uw benoeming. We gaan dan nu over om de voorzitter van de Rekenkamercommissie te benoemen, de heer Voortman. Meneer Voortman, ik ga u ook indringend aankijken, maar dan weet u alvast waar dat over gaat. Ik zweer dat ik om tot voorzitter van de Rekenkamercommissie Soest benoemd te worden rechtstreeks noch middellijk onder welke naam of welk voorwendsel ook enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer dat ik om iets in dit ambt te doen of te laten rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als voorzitter van de Rekenkamercommissie Soest naar eer en geweten zal vervullen. Heer VOORTMAN: Zo waarlijk helpe mij God Almachtig. VOORZITTER: Dan wil ik u ook graag van harte feliciteren en kan ik u beiden de bloemen overhandigen. 10. RV 13-42: Bestemmingsplan Landelijk Gebied VOORZITTER: We zijn de vergadering begonnen met zang en applaus. Kijken of we die zo kunnen voortzetten. We gaan over naar punt 10, Bestemmingsplan Landelijk Gebied. Ik kan me voorstellen dat daar het grootste gedeelte van de publieke tribune voor aanwezig is. Ik wil in eerste termijn iedereen uitnodigen om moties en amendementen die al breed zijn verspreid in te dienen en ik zou de leden willen vragen om zich vooral te beperken tot de dictie van de moties en amendementen als dat mogelijk is binnen hun betoog omwille van de tijd. Aansluitend aan uw eerste termijn zal ik wethouder Witte het woord geven in reactie op de eerste termijn. Dan zal ik even schorsen, zodat u zich kunt beraden op de reactie vanuit het college en u zich met elkaar kunt verstaan hoe u wilt reageren op elkaars moties en amendementen. Dan indien nodig en uitsluitend indien nodig gaan wij een tweede termijn voeren.

Na de tweede termijn ga ik over tot het eerst in stemming brengen van de amendementen, dan van het voorstel zelf en vervolgens de moties. Dat is het gebruik zoals dat in het reglement van orde is vastgesteld en dat zeg ik vooral richting de publieke tribune, want de 28 dames en heren in deze ring weten dat allemaal al vanzelf. Ik heb begrepen dat de heer Koelewijn als eerste het woord wil voeren.

4

Raadhuisplein : 2013-14 De Raad

: 19 december 2013

Kenmerk

: Griffie/1133150

Heer KOELEWIJN (Soest2002): Voorzitter dank u wel. Ik wil allereerst een korte verklaring afleggen voordat ik mijn betoog hou over het Bestemmingsplan Landelijk Gebied. En ik zal u vertellen waarom. Laat in de middag is er naar alle raadsleden een open mail gestuurd en daar heb ik me nogal wat over opgewonden en ik heb gemeend daar toch een korte verklaring over af te moeten leggen. Hedenmiddag bereikte alle raadsleden een mail van de heer J. van Logtenstein, Peter van den Breemerweg 3A. De heer Van Logtenstein deelt ons in deze brief een aantal zaken mee met betrekking tot de boerderij Insingerstraat 19 en de daarmee verband houdende locatie Peter van den Breemerweg, één van de indieners van zienswijze Bestemmingsplan Landelijk Gebied. Ik heb mij persoonlijk op de hoogte gesteld van datgene wat de heer Van Logtenstein enkele uren voor de behandeling in deze raad heeft gemeend aan u, raadsleden, openbaar te moeten mededelen. Tevens heb ik inzage gekregen in het koopcontract op het perceel Peter van den Breemerweg en geconstateerd dat het gehele perceel van circa 4,5 ha eigendom is van de heer Van Dorresteijn die al meer dan 25 jaar zelf eigenaar is van het al veel langer bestaande boerenbedrijf en dit bedrijf ook zelf runt. Ook heb ik inzage gehad in alle geldige en geldende langjarige pachtovereenkomsten.

Mijn conclusie is dan ook dat alles wat in de genoemde mail van de heer Van Logtenstein wordt beweerd volstrekt onjuist is en de kwalificatie laster heel dicht benadert. Dat is mijn korte verklaring vooraf voorzitter, dank u wel. Staat u mij toe dat ik nu mijn landelijk gebied aan u ga toelichten. Dit Bestemmingsplan Landelijk Gebied kan in meerdere opzichten omvangrijk worden genoemd. Fysiek is het bijna een halve meter dik, maar ook de omvang aan reacties mag er zijn. 156 inspraakreacties en 92 zienswijzen. Dit is niet zo vreemd, omdat bij vaak al jaren geleden ingediende plannen en verzoeken telkenmale is verwezen naar dit in voorbereiding zijnde nieuwe Bestemmingsplan Landelijk Gebied. Veel inwoners hebben dan ook reikhalzend uitgekeken en gebruik gemaakt van hun recht om een inspraakreactie in te sturen en daarna een zienswijze en vervolgens hebben zij ook weer eens ingesproken bij de behandeling in de rondebijeenkomst op 9 oktober. Vanavond is dan zeg maar de finale. De gemeenteraad moet zich uitspreken en wordt gevraagd om dit bestemmingsplan vast te stellen. De belangrijkste doelstelling van dit bestemmingsplan is om het plangebied te voorzien van een actuele bestemmingsplanregeling die afgestemd is op het huidige beleid op basis waarvan vergunningen kunnen worden verleend en om ruimte te bieden voor toekomstige nieuwe ontwikkelingen.

Dit is een citaat uit de inleiding van het bestemmingsplan. Een mooie doelstelling. Daar kun je weinig op tegen hebben, zou je denken. Maar de valkuil zit in de tussenzin. Afgestemd op het huidige beleid. Want deze zin fungeert vaak als kapstok om legitieme wensen van inwoners aan op te hangen, c.q. af te wijzen. Naar de mening van Soest2002 is het juist de taak van de gemeente om zich maximaal in te spannen om waar maar enigszins mogelijk aan deze wensen tegemoet te komen. En niet louter naar regeltjes te kijken. Met andere woorden: niet handelen naar de letter, maar naar de geest van de wet. Dit vind ik ook primair een taak van de raad. Dan pas ben je echt volksvertegenwoordiger. Daarvoor ben je toch gekozen in de gemeenteraad? Al lezende kwam ik tot de conclusie dat er vele manieren zijn bedacht om ontwikkelingen tegen te houden, of in ieder geval vooralsnog tegen te houden. Door het opwerpen van barrières zoals rode contouren, zichtlijnen, gebiedsvisie, provinciale structuurvisie, ruimtelijke visie en uiteindelijk te elfder ure ook nog het optrekken van een rookgordijn, kernrandzone genaamd. Dit begrijpt niemand meer en leidt tot ergernis en boosheid van onze burgers, en zorgt ervoor dat het toch al tanende vertrouwen in ons gemeentebestuur nog verder afneemt.

Ik ben al jaren bezig en ben nog geen stap verder gekomen, steeds weer word ik van het kastje naar de muur gestuurd, dat zei eergisteren nog een teleurgestelde en erg boze inwoner tegen mij aan de telefoon. Dat moeten wij niet willen en dus ook niet laten gebeuren. Weliswaar is er op de ingediende zienswijzen na de behandeling in de ronde voor een aantal betrokkenen een positievere beslissing genomen, zijn afspraken die reeds waren vastgelegd in het vorige bestemmingsplan alsnog opnieuw opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan, zoals een wijzigingsbevoegdheid voor een aantal woningen op de Veenzoom, zodat deze indieners nu na jaren eindelijk de mogelijkheid krijgen de door hen gewenste woningbouwplannen te realiseren. Ook gaat nu eindelijk een einde komen aan de soap rond de opblaasbare tennishal, zodat honderden tennisliefhebbers ook in de wintermaanden hun sport kunnen blijven beoefenen. Dit is nu opgenomen in het voorliggende ontwerp bestemmingsplan, aangevuld met de noodzakelijke ruimtelijke onderbouwing. Juist in deze tijd waar wij als gemeente gedwongen worden de uitgaven voor sport drastisch te beperken, is het van het grootste belang dat er ondernemers zijn die zonder subsidie van de gemeente sportbeoefening voor onze inwoners mogelijk maken.

Hiervoor onze dank aan de ambtenaren, en ik noem in het bijzonder mevrouw Boogaard en de heer Haagen en de wethouder voor hun medewerking hierin. Maar toch zijn wij van mening dat dit niet voldoende is om met het ontwerp bestemmingsplan in te stemmen. Daarom hebben wij het initiatief genomen om zoveel mogelijk samen 5

Raadhuisplein : 2013-14 De Raad

: 19 december 2013

Kenmerk

: Griffie/1133150

met de andere fracties amendementen en moties voor te bereiden, om daarmee te voldoen aan een aantal naar onze mening legitieme wensen van onze burgers. Ik wil dan ook graag een compliment maken aan mijn collega’s en uitspreken dat ik er trots op ben dat wij eendrachtig tot dit resultaat zijn gekomen. Voorzitter dat mag wat mij betreft met grote letters in de krant. Belangrijk is daarbij geweest dat wij veel locaties persoonlijk hebben bezocht om ons een beeld te vormen van de situatie ter plaatse, en ook uitleg te krijgen over de beweegredenen die indieners van zienswijzen voor ogen hebben. En de belangrijkste gehanteerde criteria voor ons bij veel amendementen zijn kwaliteitsverbetering van de omgeving, en economisch en algemeen belang. Ook wij weten dat na de vaststelling vanavond door de gemeenteraad er ook nog een Provincie is die in sommige gevallen zeg maar roet in het eten zou kunnen gooien, en daarom roepen wij het college en al onze ambtenaren ruimtelijke ordening op om er alles, maar dan ook echt alles aan te doen om dit niet te laten gebeuren. Voorzitter het lijkt me goed om een aantal in te dienen amendementen in deze eerste termijn kort te benoemen.

Ik ga ervan uit dat mijn collega’s dat ook zullen doen, zodat de besluitvorming straks niet onnodig veel tijd in beslag neemt en kan worden volstaan met alleen het voorlezen van datgene wat aan de raad wordt gevraagd te besluiten. Ik doe dit aan de hand van de nummervolgorde van de zienswijzen. Zienswijze 8 en zienswijze 9 amendement 1 en 2, beide betreffen een wijzigingsbevoegdheid voor de bouw van een woning op de locatie Korte Brinkweg. Zienswijze 72, amendement 4, betreft een wijzigingsbevoegdheid voor de verplaatsing van een boerenbedrijf aan de Insingerstraat 19 naar de Peter van den Breemerweg en de bouw van vier woningen op de locatie Insingerstraat. Zienswijze 78, amendement 6, betreft het aanpassen van de goot- en nokhoogte voor de bouw van een dubbele woning op de locatie Veenzoom 2. Zienswijze 80, amendement 7, betreft het opnemen van een wijzigingsgebied voor de sloop van drie bouwwerken en de bouw van een woning op de locatie Veenzoom 6. Zienswijze 61.1 en 61.2, amendement 9, betreft het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid voor het verwijderen van een aantal bouwwerken, herstel van een door een brand aangetast keienhuisje en de bouw van een extra woning op de locatie Staalwijklaan 8.

Tenslotte omdat veel klachten die mij bereiken daar ook nu weer over gaan, wil ik nogmaals aandringen bij het college om toch vooral goed en tijdig te communiceren met de individuele burger over wat in zijn of haar geval verandert in een nieuw bestemmingsplan, zodat men niet achteraf voor onaangename verrassingen komt te staan omdat men niet tijdig gezien heeft wat er ging veranderen. Daarvoor zullen wij ons dan ook in de toekomst blijven inzetten, net zolang totdat dit geregeld is. Daarover graag een reactie van de wethouder. Voorzitter ik wil het in eerste termijn hierbij laten. Dank u wel. Als u vindt dat ik de dictie van de amendementen nu moet voorlezen dan doe ik dat gelijk. VOORZITTER: Ik denk dat dat niet nodig is, omdat ze ook verspreid zijn. Dat scheelt allemaal weer tijd. Heer VAN DE HAAR (GL): Voorzitter, ik wil beginnen met een compliment in algemene zin. Het plan landelijk gebied is een heel groot plan; het aantal zienswijzen is dan wel groot, maar als je dat afzet tegen andere bestemmingsplannen, dan valt het erg mee. En ook over de wijze waarop met de zienswijzen is omgegaan is, in algemene zin, een compliment aan het adres van de organisatie en de wethouder op zijn plaats. Maar zoals vaker zijn er nog een aantal weeffoutjes te herstellen.

Andere collega’s, in dit geval één, de heer Koelewijn, want de anderen moeten nog komen, hebben er al een aantal genoemd en na mij komen er wellicht nog een paar bij. Vorige week maandag hebben we, dankzij een initiatief van collega Koelewijn, een vruchtbare afstemming van de RO-woordvoerders gehad welke veel tijd bespaart. Ter wille van de tijd zal ik mij beperken tot drie zienswijzen en de reactie daarop. In de eerste plaats zienswijze 14 van de heer Kuijer, gekoppeld aan zienswijze 3 van het LTO. Met name gaat het om het wel of niet mogelijk maken van de bouw van windmolens van ongeveer 20 meter hoog en het inspelen op nieuwe ontwikkelingen in de agrarische sector. Met betrekking tot de windmolens houdt het college vast aan het standpunt dat windmolens ten koste gaan van de kernkwaliteiten van het landschap. De Provincie had dezelfde opvattingen, maar is daar op terug gekomen en worden windmolens in de provinciale ruimtelijke verordening, zij het onder voorwaarden, mogelijk gemaakt. Gelet op alle mooie verhalen over klimaatbeleid en duurzaamheid is het spijtig te moeten constateren dat de wethouder in casu het college niet de bereidheid heeft getoond om in deze het provinciale beleid te volgen en het realiseren van windmolens onder vergelijkbare voorwaarden mogelijk te maken. Vandaar dat hierover een amendement is ingediend. Tijdens de ronde heeft de heer 6

Raadhuisplein : 2013-14 De Raad

: 19 december 2013

Kenmerk

: Griffie/1133150

Kuijer melding gemaakt van nieuwe ontwikkelingen, onder andere in het belang van dierenwelzijn. In dat kader heeft hij opgemerkt dat de erfbeplanting, zoals in het plan aangegeven, een belemmering kan vormen. Aangezien er nu nog geen concrete plannen zijn, besef ik dat in het bestemmingsplan nu niet iets te regelen is. Wel heb ik begrepen, dat het te zijner tijd mogelijk is om via een facetbestemmingsplan alsnog te regelen dat die gewenste ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Ik hoop dat de wethouder wil uitspreken dat het college de ontwikkelingen zal volgen en zo nodig tijdig de raad een ontwerp-facetbestemmingsplan zal voorleggen. Voorzitter, in de tweede plaats zienswijze 37 van mevrouw Riecker. De pijn hier ligt in het feit dat woning Birkstraat 136a al sinds 1983 illegaal wordt gebruikt, dat er nimmer is gehandhaafd en dat de gemeente door de rechter in het gelijk is gesteld met betrekking tot de weigering om te handhaven. Voor het college aanleiding om de illegale handeling in casu illegale bewoning te legaliseren oftewel het belonen van illegaal gedrag. De consequentie daarvan is of kan zijn, dat mevrouw Riecker straks gedwongen wordt om een dure voorziening aan te brengen. Nu hebben wij begrepen, dat voor de bestaande situatie is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de heer Potter, bewoner van Birkstraat 136a, komt.

Met andere woorden: voor de bestaande situatie heeft de legalisering geen financiële consequenties voor mevrouw Riecker. In het bestemmingsplan wordt het mogelijk gemaakt het aantal plaatsen in de kennel uit te breiden. Wij zijn van mening, dat als dat aanvullende voorzieningen tussen mevrouw Riecker en de heer Potter nodig blijkt te maken, dat ook die kosten voor rekening van de heer Potter behoren te komen. Om dat te bereiken dienen wij een motie in. Voorzitter, tenslotte zienswijze 48 over de opblaashal aan de Bosstraat. Welk zichzelf respecterend gemeentebestuur wil voor de derde keer voor schut gaan. U zult zeggen geen enkele, en ik hoop dat u daar dan in gelijk zult krijgen. Maar ik vrees dat dit gemeentebestuur dan de uitzondering op de regel zal zijn, tenminste als de voortekenen me niet bedriegen. Tijdens de ronde heb ik gevraagd welke zekerheden de wethouder heeft om te kunnen volhouden dat dit voorstel bij een nieuwe rechterlijke toetsing wel overeind zal blijven. Op die vraag is in eerste instantie, in de nota van beantwoording, geen antwoord gekomen. Tijdens het zogenaamde sportoverleg op 4 december jl. heeft de wethouder gepoogd de onrust met betrekking tot de juridische complicaties weg te nemen. Althans bij diegenen die dat graag wilden horen. Gezegd is dat de Raad van State alleen maar oordeelt over de procedure en dat er wat dat betreft niets aan de hand is.

In zijn memo van 13 december gaat de wethouder plots uitgebreid in op deze vraag. Voelt hij toch nattigheid? Hij geeft zijn uitleg van de rol van de Raad van State en geeft daarbij aan dat de rechter niet op de stoel van de politiek moet gaan zitten. Alsof de rechters in Nederland dat doen, of zij niet hun eigen rol hebben overheidsbesluiten te toetsen aan wet- en regelgeving. De geschiedenis staat bol van voorbeelden waar de rechter, inclusief de Raad van State overheden heeft teruggefloten. Het is van tweeën één: of de wethouder heeft geen kennis genomen van de jurisprudentie inzake uitspraken van de Raad van State of hij heeft die bewust genegeerd. Had hij wel de moeite genomen om er kennis van te nemen, dan had hij bijvoorbeeld kennis kunnen nemen van een uitspraak van 30 mei van dit jaar waarbij de Raad van State goedkeuring heeft onthouden aan het onderdeel in het plan landelijk gebied inzake het mogelijk maken van het vergroten van een camping in de gemeente Midden-Drenthe. En wat te denken van de vernietiging van ons eigen bestemmingsplan Dr. De Voslaan? Met andere woorden: de Raad van State kijkt wel degelijk verder dan alleen aspecten als beleidsvrijheid, rechtmatigheid en procedure. En dat geldt naar mijn mening zeker bij onderdelen van een bestemmingsplan waarover al eerder tot twee keer toe de rechter een vernietigende uitspraak heeft gedaan.

Overigens: ook bij die zaken werd ingeschat dat de gemeente het wel zou winnen. Hoe anders de werkelijkheid. Waarom dan nu weer dit optimisme. Ook ambtelijk is men van mening dat de gemeente wederom grote kans loopt nat te gaan bij de rechter. Het lijkt erop dat dat risico, en niet alleen door de wethouder, bewust wordt gelopen. Voorzitter, met alle respect voor het ingeschakelde bureau heb ik de indruk, dat dit bureau de rechterlijke uitspraken niet te zien heeft gekregen, omdat in de ruimtelijke onderbouwing wordt vastgehouden aan dezelfde overwegingen welke tot twee keer toe door de rechter van tafel zijn geveegd. In de notitie van 8 november is zelfs te lezen dat er nu een veel betere onderbouwing ligt waardoor aan de rechterlijke uitspraak wordt voldaan. Maar is dat ook zo? In de ruimtelijke onderbouwing wordt eerst stilgestaan bij de maatschappelijke behoefte van de hal. In de memo van 13 december zegt de wethouder dat die behoefte door de gemeente zelf is onderzocht. Vreemd dat dat onderzoek niet voor ons ter inzage is gelegd. Ik heb het tenminste niet kunnen vinden. Of bedoelt de 7

Raadhuisplein : 2013-14 De Raad

: 19 december 2013

Kenmerk

: Griffie/1133150

wethouder de tekst in de ruimtelijke onderbouwing van het ingehuurde bureau? Die kun je toch niet echt serieus nemen? Niet duidelijk wordt waar het bureau de vermelde informatie heeft verkregen. Maar het heeft alle schijn dat het komt van de belanghebbende. Door de rechter is tot twee keer toe de vloer aangeveegd met deze onderbouwing. Door de rechter is bepaald dat de behoefte onafhankelijk moet worden vastgesteld en dat niet mag worden afgegaan op gegevens van de belanghebbende. Daar komt nog bij, dat nu in tegenstelling tot vorig jaar geschermd wordt met een regionale functie. Moeten we dit willen voor niet-Soesters? Of denkt u dat de rechter door dit argument plotseling zal omgaan? Vervolgens gaat de onderbouwing in op de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing. Gesproken wordt over een kamerachtige ruimtelijke opbouw van het gebied en dat het tennispark een eigen kamer vormt. Opgemerkt wordt dat de hal weliswaar hoger is dan de gebouwen in de omgeving, maar grotendeels aan het oog onttrokken wordt door omringend geboomte. Een paar regels daarvoor staat “vanaf de Wieksloterweg en Bosstraat is de hal zichtbaar door het winterkale geboomte; naarmate de bomen meer met bladeren bedekt raken, raakt de hal uit beeld”. De reeds verspreide foto van de hal heeft voldoende duidelijk gemaakt hoe zichtbaar de hal vanaf de openbare weg is.

Heer POSTHUMA (PvdA): Voorzitter bij interruptie. Een ordevoorstel. Mij is niet helemaal duidelijk hoe nu de procedure van de behandeling plaatsvindt. Ik had begrepen en ook gezien de reactie van de heer Koelewijn dat we eerst in algemene zin iets zouden zeggen wat wij vonden van het bestemmingsplan en dat we later apart zouden ingaan op de verschillende amendementen. Maar ik begrijp nu uit de reactie van de heer Van de Haar dat hij zeer uitgebreid ingaat op de amendementen die hij zelf indient. Ik zou graag willen weten wat we nou afspreken met elkaar. VOORZITTER: De procedure heb ik afgesproken. Iedereen heeft het recht om in de eerste termijn te zeggen wat hij wil. Daar waar de moties en amendementen al verspreid zijn mag u wel reageren. Alleen, ik kan mij voorstellen dat het college ook nog in eerste termijn iets te vertellen heeft over de moties en amendementen en dat u dat betrekt bij uw afweging voordat u in de tweede termijn uiteindelijk uw standpunt bepaalt. Maar u bent natuurlijk altijd vrij om te spreken zoals u wilt. Dat is uw recht als raadslid. Maar het procedurevoorstel is: na de eerste termijn is er een schorsing op basis waarop u zich kunt beraden ook op de reactie vanuit het college. Gaat u verder meneer Van de Haar. Heer VAN DE HAAR (GL): Dank u wel voorzitter. Voorzitter we praten over de periode oktober-april. De periode waarin de bomen kaal zijn.

En evenwel wordt de conclusie getrokken dat de landschappelijke structuur niet onevenredig wordt verstoord. Dus wel verstoord, maar niet onevenredig, wat dat in dit verband dan ook mag betekenen. Onder gemeentelijk beleid wordt onder andere gewezen op de boskamervisie Bosstraat. Ook over die visie Bosstraat, als argument voor de onderbouwing, heeft de rechter zich vernietigend uitgesproken. De rechter wijst op onderscheid tussen binnen en buiten de rode contour en zegt daarover dat dit niet als meest geëigende kader kan worden aangemerkt voor de ruimtelijke ontwikkeling buiten de rode contour. Bij de passage over provinciaal en regionaal beleid wordt in de onderbouwing stilgestaan bij de provinciale ruimtelijke structuurvisie en de provinciale verordening. Opgemerkt wordt dat die stukken geen belemmering vormen, omdat onder het begrip verstedelijking niet de complexen ten behoeve van verblijfrecreatie, die bedrijfsmatig worden geëxploiteerd vallen. Voorzitter, van een recreatieve voorziening wordt een verblijfsrecreatieve voorziening gemaakt. Dat kun je toch niet menen. Dit te meer niet omdat in de provinciale regels staat dat het moet gaan om functies “die niet gerechtvaardigd worden door een op de eigen bedrijfsvoering gerichte economische en functionele noodzaak”.

Ik ga er vanuit dat de heer Smeeing het niet doet uit liefdadigheid, maar om er iets aan te verdienen en dat er dus wel degelijk sprake is van een op de bedrijfsvoering gerichte economische noodzaak. In de stukken van toen en nu is sprake van “de hal is passend in het stedelijk uitloopgebied”. Die opvatting van destijds van zowel Gedeputeerde Staten als de gemeente is door de rechter ook vernietigd. In de onderbouwing wordt vervolgens gewezen op de gebiedsvisie, de gebiedsvisie waar de wethouder bij andere zienswijzen zo graag naar verwijst. In dit verband wordt geduid op het begrip “groene dorpsrand” met een overwegend onbebouwd en groen karakter. Maar zegt het rapport: de gemeente biedt rond de Bosstraat ruimte voor sportvelden en het groene karakter wordt door de ligging van het tennispark in een boskamer niet significant aangetast. Het onbebouwde karakter van de groene bosrand wordt niet significant aangetast omdat de hal slechts een deel van het jaar aanwezig is. Hoe creatief kun je zijn om ergens naar toe te redeneren.

8

Raadhuisplein : 2013-14 De Raad

: 19 december 2013

Kenmerk

: Griffie/1133150

In de onderbouwing wordt voorts opgemerkt dat de locatie van de hal geen deel uit zou maken van de structuurvisie kernrandzone Soesterveen. En dat terwijl op alle stukken die wij hierover hebben ontvangen er sprake is van een gebied tussen Biltseweg en Bosstraat. Van wie heeft het bureau deze informatie gekregen? Je krijgt de indruk dat het voorgenomen beleid met betrekking tot de kernrandzone hier niet uitkomt en dat kan ik me voorstellen. VOORZITTER: Meneer Van de Haar heeft u nu een technische vraag of is hier een politieke vraag aan de orde? Heer VAN DE HAAR (GL): Dit is een politieke vraag. Het gaat over hoe serieus moeten we omgaan met rechterlijke uitspraken en hoe groot is het risico dat we voor een derde keer nat gaan. VOORZITTER: Dan kan het college dus de vraag negeren van wie de informatie afkomstig is. Heer VAN DE HAAR (GL): Dat is aan het college. En als het college negeert dan zal ik misschien daar weer op reageren in tweede termijn. Heer VAN GEET (VVD): Voorzitter bij interruptie. Zou het zo kunnen zijn dat wij deze stukken al tot ons genomen hebben? Want ik hoor nu een tekst die ik al lang ken. Heer KOELEWIJN (Soest2002): Ik kan het beamen voorzitter, ik heb hem ook al gelezen. Heer VAN DE HAAR (GL): Wat hebt u gelezen meneer Koelewijn? Heer KOELEWIJN (Soest2002): Al die stukken. Daar hebben we zo’n dik dossier van.

VOORZITTER: Meneer Van de Haar vervolgt u alstublieft uw betoog en wilt u de tijd in de gaten houden? Heer VAN DE HAAR (GL): Ik ben bijna aan het einde. Onder het kopje duurzaamheidsplan wordt gesproken over het feit dat de gemeente op weg is naar klimaatneutraal. Melding wordt gemaakt van investeringen door de ondernemer waardoor een flinke energiebesparing is bereikt, waardoor is bijgedragen aan het klimaatbeleid van de gemeente. Ook hier wordt nogal grof voorbijgegaan aan de uitspraak van de rechter. Nadat de gemeente op dit punt al in 2012 is teruggefloten, voegt de rechter daar in de uitspraak van dit jaar aan toe, dat de investering van de eigenaar geen basis kan zijn om tot vergunningverlening over te gaan. En toch wordt het opnieuw als een pré opgenomen. Onbegrijpelijk. Op andere momenten moeten we vol gaan voor duurzaamheid en klimaatbeleid. Maar als het gaat om een opblaashal moeten we de ideeën over duurzaamheid en klimaatbeleid maar even vergeten. Vraag: beseft het college zelf deze inconsequentie? Heer BAKS (BBSS): Voorzitter bij interruptie. Vraag aan de heer Van de Haar. Vindt u niet dat u uit het hele grote Bestemmingsplan Landelijk Gebied de opblaashal een beetje overbelicht? Mijn vraag is of hij het wel binnen de proporties van het totale plan landelijk gebied wil houden voor wat betreft de opblaashal. U bent hierover nu twintig minuten aan het spreken.

Dat vind ik buiten proportioneel voor dat onderdeel van het bestemmingsplan. VOORZITTER: Ik stel vast dat dat een mening is en niet een vraag. Maar kunt u vervolgen meneer Van de Haar? Heer VAN DE HAAR (GL): Daarover verschillen de heer Baks en ik en misschien ook wel anderen dan van mening, omdat het weliswaar van het hele plan een klein onderdeel uitmaakt, maar wel een zeer principieel onderdeel omdat bij geen van de andere punten er al rechtszaken gespeeld hebben die nu opnieuw genegeerd worden. En dat punt probeer ik aan de raad duidelijk te maken van waar zijn we mee bezig. Heer MIDDELKOOP (Soest2002): Voorzitter bij interruptie. Wij hebben van belanghebbende aan de andere kant die er dus tegen is en van zijn advocaat bij herhaling heel veel stukken, en die worden hier geciteerd of nagenoeg geciteerd. Ik vind het bijna beledigend wat de heer Van de Haar zo doet, alsof 9

Raadhuisplein : 2013-14 De Raad

: 19 december 2013

Kenmerk

: Griffie/1133150

zijn collega-raadsleden dit dossier niet heel goed bestudeerd hebben. Ik heb nog steeds geen nieuws gehoord vanavond. En daar is een debat absoluut niet voor bedoeld, om geen nieuws te horen. VOORZITTER: Meneer Van de Haar, wilt u uw betoog afronden? Heer VAN DE HAAR (GL): Deze opmerking meneer de voorzitter komt bij mij over als een proberen af te wezen van discussie omdat maar te graag, onder andere door de fractie van Soest2002 de opblaashal wordt toegestaan en dat men dan niet geconfronteerd wil worden met inhoudelijke aspecten die wel eens heel erg pijnlijk voor de gemeente kunnen worden. Heer MIDDELKOOP (Soest2002): Voorzitter via u naar de heer Van de Haar. Ik heb u gezegd dat wij die informatie al hebben. We hebben het al tot ons genomen. En om iets twee keer te krijgen, er zijn maar weinig gerechten zo lekker dat ze VOORZITTER: Meneer Middelkoop mag ik u vragen, dit was een herhaling van zetten. We hebben nog een hele avond te gaan. We hebben pas drie fracties gehad. Heer VAN DE HAAR (GL): Meneer de voorzitter ik vind het een belediging die de heer Middelkoop uitspreekt, alsof ik niet in staat zou zijn om een eigen verhaal te maken. VOORZITTER: Mag ik u verzoeken om dit soort discussies niet op deze wijze te voeren. U kunt een vraag stellen en op een vraag antwoord geven. Dat is waar het debat over gaat.

Ik zou u willen vragen om uw betoog te vervolgen op de inhoud, zodat het debat verder ordelijk kan verlopen. Heer VAN DE HAAR (GL): Onder het kopje “ecologie” worden met betrekking tot de Flora- en Faunawet dezelfde punten genoemd als in de onderbouwing van het in 2011 bestreden besluit. In een op 22 augustus 2011 toegezonden rapport in casu ecologisch advies van het bureau De Groene Ruimte uit Wageningen, ik weet niet of u dat ook gelezen heeft meneer Middelkoop, is aangegeven dat de gebezigde veronderstellingen in het gunstigste geval onvoldoende zijn onderbouwd en dat in elk geval niet is voldaan aan de hiervoor geldende landelijke protocollen. En evenwel, alsof daar nimmer op is gewezen, wordt op eenzelfde wijze als in 2011 de suggestie gewekt dat er met betrekking tot de vermelde punten geen bezwaren zijn. Tenslotte meneer de voorzitter, de conclusie op blz. 14: de realisatie is wel in strijd met de vigerende bouwregels, maar past wel binnen de beleidskaders op gemeentelijk niveau. Ik vraag me af welke beleidskaders hier bedoeld kunnen worden. Niet die van de kernrandzone, want diverse en veel minder ingrijpende verzoeken aan de Wieksloot en Veenzoom zijn door het college de toekomst ingeschoven om te zijner tijd beoordeeld te kunnen worden in het kader van het vast te stellen beleid m.b.t. de kernrandzone Soesterveen. Heer VAN GEET (VVD): Voorzitter bij interruptie.

Ik kom nog een keer terug, want dit zijn vragen die hadden in de ronde gesteld kunnen worden. Dit gaat echt een stap te ver. VOORZITTER: Dan stel ik voor dat het college bij zijn beantwoording rekening houdt met de eerdere procedure zoals die normaal gesproken ook hier van toepassing is, dat dit soort technisch inhoudelijke vragen daar beantwoord zijn en dat het college zich verder tot de hoofdlijnen van de beantwoording zal beperken. Mag ik de heer Van de Haar vragen zijn betoog af te ronden. Heer VAN DE HAAR (GL): Mag ik via u even een reactie geven aan de heer Van Geet? Ik heb op 10 oktober tijdens de ronde een vraag gesteld. Alleen we hadden toen als collectief afgesproken dat de wethouder op dat moment niet in zou gaan op alle vragen die door de verschillende fracties gesteld zouden worden. We dachten dat de vragen beantwoord zouden worden bij de nota van beantwoording. Die nota van beantwoording zou in eerste instantie rond 1 november komen. Dat is drie weken later geworden. En juist door die beantwoording, of niet-beantwoording en alles wat daarna nog is geschreven, ga ik nu nader in op wat ik anders tijdens de ronde gedaan zou kunnen hebben. VOORZITTER: Meneer Van de Haar kunt u uw betoog vervolgen?

10

Raadhuisplein : 2013-14 De Raad

: 19 december 2013

Kenmerk

: Griffie/1133150

Heer VAN DE HAAR (GL): Ik heb net de kernrandzones genoemd. Het past ook niet in de door de raad vastgestelde gebiedsvisie; de wethouder schermt daar graag mee bij diverse andere zienswijzen. En ook niet met het uitgangspunt dat het bestemmingsplan landelijk gebied zoveel mogelijk een conserverend plan is. Dus is de vraag welke beleidskaders zijn hier dan van toepassing? In de memo van 13 december reageert de wethouder voor het eerst en nogal krampachtig naar mijn mening op de ontvangen stukken met betrekking tot de hal. Daar heb ik al op gereageerd. Maar in plaats van verheldering roept de memo van 13 december nieuwe vragen op zoals bijvoorbeeld, er staat de bouwlocatie ligt op het terrein van de vereniging. Nou is mijn vraag: heeft de vereniging het tenniscomplex gekocht van de eigenaar? Er staat dat het college is voor het behoud van de sportcomplexen aan de Bosstraat.

Dus als je dat verder gaat invullen zou dat kunnen betekenen dat als er verzoeken komen voor opblaashallen voor indoorhockey en indoorvoetbal die dan ook gehonoreerd moeten worden en als dat niet zou gebeuren, is er dan geen sprake van een precedentwerking om een particulier wel toestemming te geven? Door de rechter is tot twee keer toe uitgesproken van oordeel te zijn dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid, een goede ruimtelijke onderbouwing ontbreekt en de belangenafweging gebreken vertoont. De bedoelde belangenafweging heeft ook betrekking op de waardedaling van de woningen in de omgeving. Door de gemeente is gesteld dat waardedaling niet aan de orde is, maar door de rechter is geoordeeld, en ik citeer: dat verweerder in casu de gemeente ook dit belang van eiser wederom niet heeft meegewogen. Heer POSTHUMA (PvdA): Voorzitter bij interruptie. Toch nog een tweede poging. De heer Van de Haar is nu bijna een halfuur bezig. Ik reken daarmee even snel voor u uit dat als iedereen dezelfde spreektijd neemt, dat we met ronde één om één uur klaar zijn. En dan moet de wethouder nog beantwoorden en dan gaan we aan ronde twee. Dus ik zou het prettig vinden als de heer Van de Haar zich realiseert dat we allemaal ook een stukje spreektijd zouden willen hebben en dat hij zich misschien wat meer zou beperken in tijd. Heel fijn.

Ik snap dat het hem heel erg bezighoudt, maar enige beperking in tijd zou misschien wel wenselijk zijn. VOORZITTER: Meneer Van de Haar kunt u komen tot afronding van uw betoog? Heer VAN DE HAAR (GL): Ik kom nu bij het laatste punt. Nu ligt er een risicoanalyse met een geruststellende uitkomst. Maar ook is gebleken dat de WOZ-waarde van de woningen in de omgeving is verlaagd. Hoe kan een en ander met elkaar worden gerijmd? Tenslotte voorzitter. In de stukken wordt gesproken over een af te sluiten anterieure overeenkomst met betrekking tot de planschade. Alleen al om die reden is het vreemd dat de gemeente dan een risicoanalyse heeft laten maken. Naar ik heb vernomen is de overeenkomst nog niet getekend. Als dat zo is, dan bevreemdt mij dat zeer en vraag ik me af waarom? Ziet de heer Smeeing de bui al hangen en wil hij het risico niet nemen? Als hij niet getekend heeft en het plan wordt aangenomen, wie draait dan voor de schade op? Als de heer Smeeing niet heeft getekend respectievelijk niet wil tekenen, dan verwacht ik dat het voorstel van het college staande de vergadering nog wordt gewijzigd en dat de bestemming van het huidige plan-Hees wordt gehandhaafd. Op die manier wordt er dan op een gelijke wijze gehandeld als in het geval van mevrouw Wildeboer, van de homeopatische paardenpraktijk.

Ondanks het feit dat de gemeente hier maar wat graag medewerking had verleend, was het feit van niet-ondertekenen voldoende om de oude bestemming te handhaven. Ik zou zeggen: Gelijke monniken, gelijke kappen. Voorzitter ook bij dit punt dienen wij een amendement in. Waarbij ik hoop dat, voor zover van toepassing, alle collega’s zich nog eens zullen willen beraden alvorens te besluiten. Het gaat niet om of je voor of tegen een sportvoorziening bent. Het gaat om ruimtelijk ordeningsbeleid en om consistent beleid in het besef dat we in een rechtsstaat leven. Dank u wel. Heer VAN TOL (D66): Voorzitter ik heb net zoveel opgeschreven als de heer Van de Haar, maar ik kom ook op het terrein van een aantal amendementen die wij ondersteund hebben. Dus ik ga dat niet nog een keer herhalen. We hebben afgesproken dat andere fracties die amendementen inbrengen, dus die ondersteunen wij. Ik heb toch een paar kleine puntjes die ik toch wel even naar voren zou willen brengen. Ik heb bijvoorbeeld een vraag aan het college ten aanzien van Veenzoom 6. Er komt straks een amendement 11

Raadhuisplein : 2013-14 De Raad

: 19 december 2013

Kenmerk

: Griffie/1133150

om dat te legaliseren. Het is trouwens een prachtig plan dat de indieners hebben ingebracht, een prachtige doorkijk. Alleen, er wordt iets gesloopt uit de rode contour en dat wordt dan weer in de groene contour opgebouwd. Ondanks dat ik het een prachtig plan vind zou ik toch aan de wethouder willen vragen wat heeft dit voor consequenties en wat is de precedentwerking hiervan. Ten aanzien van de Kleine Melm, ook daar is een prachtig plan ingediend, ook daar komt een amendement straks voor dat wij graag willen ondersteunen. Eén aspect van dit plan is de horecavoorziening. Die moet dicht bij de Eem komen. Wij pleiten ervoor dat die horecavoorziening dicht bij de opstapplaats van de fietsboot komt. Daar heeft het een recreatieve functie. Als je het ergens anders doet dan heeft het geen functie en dan zou je dat moeten vergeten. Dus daar pleiten wij graag voor. Ik heb nog een aantal puntjes maar die komen in tweede instantie denk ik aan bod, als alle amendementen zijn ingediend en we daar uiteindelijk een besluit over zullen nemen. Nogmaals voorzitter ik had hier nog een aantal kantjes, maar daar kom ik straks misschien in de tweede instantie nog op terug. Ik wacht even af wat de amendementen zijn en een aantal van die amendementen onderschrijven wij, een aantal andere niet. Maar dat hoort u straks. Dank u wel. Heer BOKS (LAS): Dank u wel voorzitter.

Ik wil graag aansluiten bij eerdere complimenten aan allen die meewerkten aan de totstandkoming van het Bestemmingsplan Landelijk Gebied. De voorstellen van LAS tot aanpassing van de laatste nota van aanpassingen die voorliggen zijn er drie. Daartoe willen wij een drietal amendementen indienen. De amendementen 10, 11 en 15. De eerste gaat over een uitrit over eigen grond naar de Lange Brinkweg, ten behoeve van twee woningen. En dit op grond van eerdere vergunningverlening, vervolgens intrekking en de verwachting dat het nu in dit bestemmingsplan zal worden geregeld. En daartoe strekt ons amendement. Het tweede amendement gaat over het Gagelgat. In de aanloop in het eerste plan dat voorlag was het agrarisch bestemd, vervolgens is het toeristisch geworden met de beperkingen van dien. Nu is het een aangepaste agrarische bestemming. Gevolg daarvan was dat er nog onvoldoende ruimte was voor toekomstige ontwikkelingen voor het Gagelgat. En wij hebben een amendement ingediend om voldoende ruimte daarvoor te krijgen. Het laatste amendement gaat over de ontwikkeling op Hooiweg 2. De belangen die daar spelen zijn in onze optiek een tweetal. Dat gaat om sanering en dat gaat om ontwikkelingen. Ontwikkelingen van het gebied, op gebied van natuur, agrarisch en wat er nu ook bijkomt op het gebied van zorg. In onze optiek zijn daar drie belanghebbenden. Dat is de overheid.

In dit geval de gemeente Soest en de provincie Utrecht, een zestal eigenaren waaronder de heer R. Hilhorst, de eigenaar van Hooiweg 2 waar het plan voor ingediend is en bovendien hebben we het hier over een zeventigtal gebruikers van de volkstuintjes die daar zijn. Het plan zoals het nu voorligt inclusief zienswijzen komt tegemoet aan de belangen van de gemeente en de Provincie en die van de eigenaar de heer R. Hilhorst. Maar vijf eigenaren krijgen voorlopig geen zicht op ontwikkelingen en de gebruikers van de volkstuinen zullen moeten vertrekken. Om te bewerkstelligen dat ook de belangen van deze burgers worden meegewogen denken wij dat een gebiedsontwikkeling daartoe de mogelijkheid biedt. Met vijf eigenaren is overleg geweest en zij hebben aangegeven het initiatief te zullen nemen voor het maken van zo’n gebiedsvisie. En bovendien spreken zij zich unaniem en zonder voorbehoud uit voor de ontwikkelingen zoals die voorliggen voor de Hooiweg 2. Bij die ontwikkelingen zijn verbeteringen aan de plannen van Hooiweg 2 zeer wel denkbaar. Alleen al de wens van de heer Hilhorst om ook de nabijgelegen schaapskooi onderdeel te laten worden van zijn plannen, zou hierdoor bespreekbaar worden. En daarom stellen wij voor bij amendement de bestemming Hooiweg 2 aan te houden en integraal te laten opnemen in een gebiedsvisie die met voortvarendheid zal worden opgesteld.

In vervolg op dit amendement dat wij indienen willen wij een motie indienen om zo’n gebiedsvisie in het vooruitzicht te stellen. In die motie spreken wij uit dat het plan Hooiweg 2 integraal in de visie wordt opgenomen, in de overtuiging dat dit voldoende zekerheid biedt aan de heer Hilhorst om voortvarend met zijn plannen verder te kunnen. Met deze wijzigingen wordt naar onze mening recht gedaan aan alle belanghebbenden. Ik ben dan ook zeer benieuwd naar de reactie van het college in deze. Dank u wel. Heer KOELEWIJN (Soest2002): Voorzitter even bij interruptie en een vraag aan de heer Boks. U zegt aan te houden maar u bedoelt dan dat het uit het ontwerp bestemmingsplan genomen wordt. Er helemaal uitgehaald wordt. Dat is iets anders dan aanhouden. Heer BOKS (LAS): Ja.

12

Raadhuisplein : 2013-14 De Raad

: 19 december 2013

Kenmerk

: Griffie/1133150

Heer KOELEWIJN (Soest2002): Dank u. Heer POSTHUMA (PvdA): Dank u wel voorzitter. In algemene zin over dit bestemmingsplan. Er is al eerder gezegd complimenten aan de ambtenaren en ook aan de wethouder voor een behoorlijk ingewikkelde klus. Als je kijkt naar dit bestemmingsplan, wat je daarin vooral opvalt is dat blijkt dat er behoorlijk wat achterstallig onderhoud was. Er zijn nogal wat situaties waarin onduidelijkheid was. En we hopen nu dat met dit bestemmingsplan die onduidelijkheid uit de weg geruimd is. Tot zover complimenten. Tegelijkertijd bij de behandeling van dit bestemmingsplan bekroop mij op een gegeven moment toch een wat onbehaaglijk gevoel. Er zijn hier in Soest mensen die onduidelijkheid hebben over de bestemming van hun percelen en zij doen uiteraard hartstikke hun best om daar dingen uit te krijgen die voor hun heel gunstig zijn. Dat is hun goed recht. Tegelijkertijd zijn er hier in Soest ook een aantal ondeugende Soesters en die doen allerlei dingen die eigenlijk niet mogen. Dat kan. Alleen constateren wij wel dat bij het vaststellen van dit bestemmingsplan een aantal van die ondeugende Soesters zo slim geweest zijn, want dat zijn ze wel, dat ze bereid zijn om hun ondeugendheid te staken in ruil voor allerlei interessante nieuwe bestemmingen zoals woningen. En daar bekruipt mij een wat vervelend gevoel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=ae5770e9-b355-4c60-b132-a76dd7a820a4