CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

4a 3 Bijlage 2 Verweerschrift gemeente met bijlagen 1 - 8 d.d. 8 januari 2021.pdf

Besluitvormende Raadsvergadering 17 juni 2021, gemeente SoestBij agendapunt: RV 21-27: Beslissing op bewaar weigering wijziging bestemmingsplan t.b.v. nieuw agrarisch bedrijf aan de Peter van den Breemerweg tegenover nr 1 en 348.805 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

m

DDP FDLT2

advocaten

De bezwaarschriftencommissie van de Gemeente Soest t. a. v. mw. Calis

Per e-mail: f. calis@soest. nl

Datum:

8 januari 2021

Uw ref. :

Zaaknummers 2318504 (afd. ruimte) en 236652 T:

+31 70 31 31 078

Onze ref. : Van:

20195602/DKO D. Korsse, advocaat

+31631743528 korsse@feltz. nl

Betreft:

Bezwaar Van Dorresteijn tegen weigeringvaststelling bestemmingsplan

M: E:

Geachte mevrouw Calis,

Bij e-mail van 11 december 2020 heeft uw bezwaarschriftencommissiede gemeenteraad van de gemeente Soest (hierna: de 'raad') vier weken in de gelegenheid gesteld om te reageren op het bezwaarschrift dat op 9 december 2020 is ingediend namens de heer A. G. van Dorresteijn (hierna: 'Van Dorresteijn') tegen het raadsbesluit van 26 november 2020. In dit

besluit heeft de raad geweigerd om het bestemmingsplan vast te stellen dat Van Dorresteijn aan de raad heeft voorgelegd om te voorzien in de vestiging van zijn agrarisch bedrijf aan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg in Soest. Onderstaand treft u namens de raad het verweerschrift aan. l.

Procedure

1

Het bezwaarschrift volgt op twee eerdere bezwaarschriften die respectievelijk op 19 maart 2010 en 12 juni 2020 namens Van Dorresteijn zijn ingediend in verband met

de behandeling van zijn aanvraag om het bestemmingsplan vast te stellen. Deze eerdere bezwaarschriften zijn door uw commissie behandeld op een hoorzitting op 12 november 2020.

2.

De raad stelt zich primair op het standpunt dat de twee eerdere bezwaarschriften geen betrekking hebben op een besluit als bedoeld in art. 1:3 lid 1 Awb en dat zij daarom niet-ontvankelijk zijn. Tijdens de hoorzitting van 12 november 2020 heeft de raad dit standpunt toegelicht en onderbouwd.

3.

Secundair is de raad van mening dat het weigeringsbesluitvan 26 november 2020, waarop het onderhavige bezwaar betrekking heeft, moet worden aangemerkt als een Van der Feltz advocaten

l Javastraat 22 2585 AN Den Haag

T:+31 (0)7031 31 050

|

E: info@feltz. nl

| Postbus 85615 2508 CH Den Haag |

W: www. feltz. nl

Al onze werkzaamheden worden verricht krachtens een overeenkomst van opdracht, gesloten met de naamloze vennootschap Van der Feltz Advocaten N. V., gevestigd te Den Haag en ingeschreven fn het handelsregister onder nr. 27364182. Op onze werkzaamheden zijn algemene voorwaarden van toepassing. Daarin is een beperking van aansprakelijkheid opgenomen. De algemene voorwaarden zijn gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Den Haag onder nr. 43/2017 en zijn te raadplegen op iuww.feltz. nl,

wijzigingof vervanging van de eerdere beslissingen,zodat de lopende bezwaarprocedure(s)van rechtswege mede op dat weigeringsbesluitbetrekking heeft/hebben.

II.

Ruimtelijke belangenafweging

4.

De raad stelt voorop dat hij bij het nemen van ruimtelijke besluiten beleidsruimte heeft en dat hij de betrokken belangen tegen elkaar moet afwegen. De toetsing van ruimtelijke besluiten beperkt zich tot een beoordeling aan de hand van de gronden van het bezwaar of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het ter beoordeling staande ruimtelijke besluit strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

5.

De raad heeft geweigerd om het bestemmingsplan vast te stellen, omdat hij bebouwing aan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg ongewenst acht met het oog op de landschappelijke en cultuurhistorische waarden ter plaatse.

6.

Met het weigeringsbesluitis aansluiting gezocht bij het gemeentelijke coalitieakkoord. Daarin wordt ervan uitgegaan dat nieuwe bebouwing plaatsvindt binnen de rode

contour, zodat in beginsel geen planologische medewerking wordt verleend om in de polder te gaan bouwen. De zuidzijde van de Peter van den Breemerweg is een onbebouwd en open stuk Eempolder in de gemeente Soest. Het gemeentebestuur wil deze kenmerken beschermen.

7

Deze doelstelling van het gemeentebestuur om de kenmerken van de Eempolder te beschermen sluit ook aan bij het provinciaal beleid, waarin de openheid van de

Eempolder wordt nagestreefd. In een e-mail van 30 oktober 2020 heeft de gedeputeerde Ruimtelijke Ontwikkeling, Omgevingsvisie, Energietransitieen Klimaat van de provincie Utrecht dit bevestigd. Deze e-mail is aangehecht als bijlase 1. 8.

Dit standpunt van het gemeentebestuur is voor Van Dorresteijn niet nieuw. Reeds in

zijn reactie op het voorontwerp-bestemmingsplan 'Landelijk gebied' van 30 oktober 2012 (aangehecht als bijlage 2) geeft Van Dorresteijn aan dat het gemeentebestuur de voorkeur heeft dat hij zijn bedrijf aan de noordzijde vestigt:

"Het is ons bekend dat de gemeente Soest graag zou zien dat het aan de andere

zijde van de Peter van den Breemerweg gebouwd wordt in het kader van de bedrijfsontwikkelins."

9.

Naar aanleiding van de aanvraag van Van Dorrestetjn heeft de raad zijn standpunt dat nieuwe bebouwing aan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg niet wenselijk is, laten toetsen door RoyalHaskoningDHV. De resultaten van deze toetsing zijn neergelegd in het rapport 'Landschappelijk kader Peter van den Breemerweg' van 25 september 2020, dat als bijlage bij het raadsbesluit is gevoegd. RoyalHaskoningDHV

2/12

onderschrijft het standpunt van de raad dat de bescherming van de cultuurhistorische waarden van de polder gediend is met het weren van de bedrijfsvestigingaan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg. In het rapport wordt geconcludeerd: "De Peter van den Breemerweg toont duidelijk de originelemanier van verkavelen, waarbij vanuit een lint naar het noorden ontgonnen werd om daarna noordelijk een nieuw lint te stichten met wederom bebouwing aan de noordzijde. Door de jaren heen ïs ervoor gekozen om de zuidzijde niet te bebouwen en zo het bestaande ontsinninsslint te behouden. Het toestaan van

bebouwing gaat niet alleen over de impact van de bebouwing op zicht en openheid maar vooral over het doorbreken van een waardevol patroon in het landschap. (... ) Bebouwing aan de zuidzijde zal de originaliteitvan het ontgSnningslintaantasten en een omslag vormen in de ontwikkeling van dit ay arisch lint door de jaren heen. Het kan moselijk de deur openzetten voor

andere toekomstise agrarische ontwikkelingenin het lint. De ontwikkeling van andere ontsinningslinten bezien, is deze sedachte niet vreemd. Meerdere

andere toekomstige ontwikkelingenin dit lint zullen op hun beurt de openheid en zichten steeds verder aantasten (precedentwerking). Vanuit de

ontwikkelingsseschiedenisvan het landschap bezien zou het beter zijn een nieuw agransch bedrijf niet aan de zuidzijde te situeren."

10.

Van Dorresteijn heeft de inhoud van deze ruimtelijke belangenafweging als zodanig nauwelijks bestreden. Hij voert slechts aan dat het rapport niet volledig zou zijn en dat RoyalHaskoningDHV voorkennis en relevante informatie ontbeert. Van Dorresteijn onderbouwt dit niet. Zonder nadere motivering valt niet in te zien waarom het rapport van RoyalHaskoningDHV leemtes in kennis vertoont of gebreken bevat en, in het

verlengde daarvan, waarom de raad het weigeringsbesluitniet op het rapport had mogen baseren.

11.

Wat betreft het argument van Van Dorresteijn dat in juridische zin niet voor precedentwerking hoeft te worden gevreesd omdat de Provinciale Ruimtelijke Verordening van de provincie Utrecht (PRV) aan verdere nieuwe agrarische

bouwpercelen in de weg staat, merkt de raad het volgende op. Daargelaten dat niet is uitgesloten dat het provinciale verbod om te voorzien in nieuwe agrarische bouwpercelen in de toekomst geschrapt of genuanceerd wordt (de voorliggende situatie laat dat zien), laat de PRV in algemene zin wel degelijk ruimte voor nieuwe

(andersoortige) bouwmogelijkheden aan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg in het Landelijk Gebied. Zo ligt de zuidzijde deels in het gebied dat in de PRV is aangewezen als 'Kernrandzone', waarbinnen op grond van art. 3. 7 lid 2 PRV onder

voorwaarden nieuwe verstedelijking is toegestaan. Ook beleidsmatig zou de bedrijfsvestiging het signaal afgeven dat het gemeentebestuur bereid is om

uitzonderingen te maken op het uitgangspunt dat nieuwe bebouwing op deze locatie wordt geweerd.

3, 12

12.

De raad concludeert dat hij in redelijkheid het standpunt heeft kunnen innemen dat de

weigeringom het bestemmingsplan vast te stellen en daarmee te voorzien in de bedrijfsvestigingaan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. III.

Vertrouwensbeginsel

///. 1

Standpunt Van Dorresteijn

13.

Van Dorresteijn stelt zich op het standpunt dat het weigeringsbesluitniet genomen had mogen worden, omdat de raad daarmee niet zou voldoen aan een toezegging om

planologische medewerking te verlenen aan de bedrijfsvestigingaan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg.

14.

Volgens Van Dorresteijn is sprake van een 'schoolvoorbeeld van opgewekt vertrouwen'. Alle betrokken bestuursorganen zouden meermalen en eenduidig aan de

bedrijfsvestiginghebben meegewerkt. Van Dorresteijn verwijst daarbij in de eerste plaats naar het amendement dat de raad op 19 december 2013 heeft aangenomen bij de vaststelling van het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied'. Met dat amendement is in de planregels een wijzigingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van de vestiging van

het bedrijf aan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg. In de tweede plaats noemt Van Dorresteijn de inzet van het college van burgemeester en wethouders en de

raad om provincialestaten ertoe te bewegen om in de provinciale regelgeving ruimte te bieden voor de bedrijfsverplaatsing. Op grond hiervan meent Van Dorresteijn dat de

ruimtelijke belangenafwegingover de beoogde vestigingslocatieal meerdere malen is gemaakt en steeds expliciet in zijn voordeel is uitgevallen. 15.

Van Dorresteijn concludeert dat de raad het door hem voorgelegde bestemmingsplan, waarmee het huidige bestemmingsplan 'Landelijk Gebied' voor de beoogde

verstigingslocatiezou worden herzien, op de door hem gewenste wijze moet vaststellen of dat hem een vergoeding moet worden toegekend van de dispositieschade die hij stelt te hebben geleden omdat de gestelde gerechtvaardigde verwachtingen niet

worden nagekomen. Die schade zou hoofdzakelijk het gevolg zijn van de omstandigheid dat Van Dorresteijn zijn bedrijfsvoeringaan de Insingerstraat te Soest eind 2017 heeft gestaakt, van de verschillende onderzoeken die hij heeft laten verrichten ten behoeve van de door hem beoogde bedrijfsvestiging en van de deskundige (rechts)bijstand die hij heeft moeten inroepen. 111. 2

Juridisch kader

16.

Om te kunnen spreken van gerechtvaardigd vertrouwen, moet volgens vaste jurisprudentie sprake zijn van een 'toezegging'.

4, 12

17

Onder randnummer 3. 14 van zijn conclusie van 20 maart 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:896) pleit Advocaat-Generaal Wattel ervoor om in het omgevingsrecht de volgende definitie van het begrip 'toezegging' te hanteren:

"gedragingen en l of uitlatinsen van overheidsfunctionarissendie bij de justitiabele redelijkerwijs de indruk wekken van een welbewuste

standpuntbepaling van het bestuur ter zake van de (wijze van) (niet-)uitoefenins van een bepaalde bestuursbevoegdheid in zijn geval, na kennïsneminsvan de voor dat geval relevante gegevens, die niet zozeer strijdt met de regels dat redelijkerwijs niet op nakomins kan worden gerekend." 18.

Sinds deze conclusie overweegt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraken over het vertrouwensbeginsel standaard als volgt: "Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbesinsel is vereist dat de

betrokkene aannemelijk maakt dat van de zijde van de overheid toezeggingenof andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit de

betrokkene in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of en zo ja, ftoe het bestuursorgaan in een concreet geval een bevoesdheid zou uitoefenen."

19.

Deze definitiesvan het begrip 'toezegging' impliceren in het voorliggende geval dat Van Dorresteijn alleen een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel kan doen als hij aannemelijk maakt dat van de zijde van de gemeente vooruitlopend op het weigeringsbesluit toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit hij redelijkerwijs kon en mocht afleiden dat de raad het door hem voorgelegde bestemmingsplan zou vaststellen. Van Dorresteijn draagt hiervoor de bewijslast.

20.

De raad meent dat geen sprake is van toezeggingen, althans, dat Van Dorresteijn het

bestaan van dergelijke toezeggingen onvoldoende heeft onderbouwd, zodat hij geen geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel kan doen. De raad licht dit als volgt toe. 111. 3

Het amendement en de wfjzis^ngsbevoegdheid zijn geen toezeggmg

21.

Het amendement van de raad van 19 december 2013 kan niet worden aangemerkt als een toezegging, uitlating of gedraging waaruit van Dorresteijn in redelijkheid kon en mocht afleiden dat de raad het door hem voorgelegde bestemmingsplan zou vaststellen.

22.

In de eerste plaats kan het amendement hooguit worden aangemerkt als een toezegging om ten behoeve van de door Van Dorresteijn beoogde bedrijfsverplaatsing een

wijzigingsbevoegdheidop te nemen in de regels van het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied'. Voor zover in dit opzicht inderdaad sprake is van een toezegging, is die

5/12

toezegging nagekomen. Het bestemmingsplan is immers met de wijzigingsbevoegdheid vastgesteld. Dat gedeputeerde staten deze bevoegdheid vervolgens hebben getroffen met een reactieve aanwijzing, zodat deze nooit in werking is getreden, doet hier niet aan af en kan de raad ook niet worden toegerekend.

23.

In de tweede plaats geeft de wijzigingsbevoegdheid er, anders dan Van Dorresteijn in zijn bezwaren suggereert, geen blijk van dat een volledige planologische belangenafwegingis gemaakt over de aanvaardbaarheid van de vestiging van zijn

bedrijf aan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg. Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak dat de bestemming waarin met een

wijzigingsbevoegdheidkan worden voorzien slechts ruimtelijk aanvaardbaar is als aan de bij het bestemmingsplan gestelde wijzigingsvoorwaardenis voldaan en het college van burgemeester en wethouders ook overigens is nagegaan of de beoogde wijziging van de oorspronkelijke bestemming uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening

en gelet op alle betrokken belangen gerechtvaardigd is. De reden hier/oor is dat sprake is van een discretionaire bevoegdheid van het college en niet van een plicht.

Zie bijv. ABRvS 23 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3111, r. o. 3. 24.

Dit is relevant voor de toepassing van het vertrouwensbeginsel, omdat een schriftelijk stuk waaruit een positieve grondhouding blijkt ten aanzien van een voorgelegd initiatief, als zodanig geen toezegging is dat een daarvoor benodigd besluit ook genomen zal worden.

ABRvS 4 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2604, r. o. 7-7.4, ABRvS 11 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:734, rov. 3. 2 en ABRvS 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:757, r. o. 8-8. 1. De raad wijst in dat kader ook op de

mogelijkheid om terug te komen van de aanvankelijke bereidheid medewerking te verlenen aan een gewenste activiteit: ABRvS 18 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1287, r. o. 6-6. 2. 25.

Uit het amendement waarmee de gemeenteraad de wijzigingsbevoegdheidin de planregels heeft opgenomen, blijkt weliswaar een positieve grondhouding van de

gemeenteraad ten aanzien van de door Van Dorresteijn beoogde bedrijfsverplaatsing, maar dat is geen toezegging dat het benodigde wijzigingsplan ook zal worden vastgesteld. Aan de wijzigingsbevoegdheid die naar aanleiding van het amendement in de planregels is opgenomen, was immers (onder meer) de volgende voorwaarde verbonden:

"b. de aanvrager dient aan de hand van een deskundige op te stellen ruimtelijke onderbouwjns aan te tonen, dat wordt voldaan aan het in dit lid bepaalde en dat de voorsestelde wyzfgfng vanuit het oogpunt van stedenbouw, verkeer, mf/?eu, geluid, cultuurhistorie, archeologie, landschap, natuur, flora en fauna,

6, 12

externe veiligheid en nsiconormeringgeen beletsel vormt. Een ruimtelijk inrichtingsplan dient onderdeel van de ruimtelijke onderbouwms te zijn." 26.

Voordat het benodigde wijzigingsplan zou worden vastgesteld, zou dus een ruimtelijke onderbouwing moeten worden overgelegd. Uit die ruimtelijke onderbouwing zou onder meer moeten blijken dat het toe te kennen bouwvlak uit cultuurhistorisch en

landschappelijk oogpunt geen beletsel vormt. Dit laat zien dat de afweging of de nieuwe bebouwing aan de Peter van den Breemerweg in ruimtelijke zin aanvaardbaar is, ook als de wijzigingsbevoegdheid in werking zou zijn getreden, voor een belangrijk deel nog moest worden gemaakt door het college. Dit impliceert dat Van Dorresteijn aan het amendement en de daarop gebaseerde wijzigingsbevoegdheidniet gerechtvaardigd de gedachte kon ontlenen dat het thans door hem voorgelegde bestemmingsplan per definitiezou worden vastgesteld. 27.

In de derde plaats wijst de raad erop dat op een eventuele toezegging kan worden teruggekomen, waarna aan die toezegging niet langer gerechtvaardigd vertrouwen kan worden ontleend.

Zie bijv. ABRvS 8 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3045, r. o. 6. 1 en ABRvS13 september 2017, ECU: NL: RVS:2017:2449, r. o. 3. 1. 28.

Bij brief van 19 april 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders Van Dorresteijn medegedeeld dat het besloten heeft het dossier voor de door hem beoogde bedrijfsverplaatsing naar de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg definitiefte sluiten. Deze brief is aangehecht als bijlage 3. De stelling van Van Dorresteijn dat deze brief niet namens het college verstuurd zou zijn, is evident onjuist. De brief is immers uitdrukkelijk namens het college van burgemeester en wethouders ondertekend, zodat het standpunt van het college hierin is verwoord. Voor zover ooit sprake is geweest van een toezegging, hetgeen de raad dus betwist, mocht Van Dorresteijn er vanaf dat moment niet langer van uitgaan dat planologische medewerking zou worden verleend aan de door hem beoogde bedrijfsverplaatsing.

29.

Daargelaten dat eerder nooit een definitiefstandpunt is ingenomen over de planologische aanvaardbaarheid van de bedrijfsvestigingaan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg, heeft het college zich sinds deze brief niet meer positief uitgelaten over de door Van Dorresteijn beoogde locatie. Integendeel, het college heeft daar bij herhaling bezwaren tegen geuit. In een brief van 20 juni 2018 (bijlage 4) merkt het college op:

"Alef de vestiging van een bedrijfsperceel op deze gewenste locatie hebben wij grote moeite. Een nieuw bouwperceel in dit open en onbebouwde gedeelte van

de polder tast die openheid en het polderlandschap ernstis aan. "

7, 12

30.

Daarnaast wordt verwezen naar de brief van het college aan provinciale staten van

12 juli 2018 (bi"la e 5) en het collegestandpunt over de locatie zoals verwoord in de brief aan Van Dorresteijn van 22 november 2018 (billaee 6). 31.

De raad vindt ondersteuning voor zijn standpunt dat Van Dorresteijn geen

gerechtvaardigd vertrouwen kan ontlenen aan het amendement en de daarop gebaseerde wijzigingsbevoegdheid in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:956. In deze uitspraak oordeelt de Afdeling dat het college van burgemeester en wethouders ervan mocht afzien om een wijzigingsplanvast te stellen dat voorzag

in de vestiging van een vleeskuikenbedrijf, ondanks dat het college eerder de toezegging had gedaan dat daar planologische medewerking aan zou worden verleend en de wijzigingsbevoegdheidten tijde van de aanvraag nog van kracht was. Hangende het bezwaar van de aanvrager tegen de weigeringis namelijk het bestemmingsplan gewijzigd en de wijzigingsbevoegdheidgeschrapt. De Afdeling acht hierbij van belang dat de toezegging reeds bij brief van 18 april 2011 is gedaan, maar dat de aanvraag pas op 1 mei 201 8 is ingediend en voorts dat de aanvrager geen zienswijzeheeft ingediend over de bestemmingsplanherziening waarmee de wijzigtngsbevoegdheid is geschrapt.

32.

In dit geval is nooit sprake geweest van een in werking getreden wijzigingsbevoegdheid, laat staan van een toezegging van het college dat die wijzigingsbevoegdheid na

inwerkingtreding zou worden toegepast. Van Dorresteijn heeft na de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 3 juni 2015, waarmee de beroepen tegen de reactieve aanwijzing ongegrond zijn verklaard, ruim de tijd gehad om een ruimtelijke onderbouwing op te stellen, op basis waarvan hij om principemedewerking aan zijn

bedrijfsverplaatsing had kunnen verzoeken. Hij heeft dit echter pas gedaan op 8 juni 2018, nadat het college hem ruim een jaar eerder had medegedeeld het dossier voor zijn bedrijfsverplaatsing definitief te sluiten en het gemeentebestuur als nieuw uitgangspunt voor het ruimtelijk beleid had gekozen dat geen medewerking wordt verleend aan nieuwe bebouwing in de polder. Op dat moment kon hij aan het

amendement niet (langer) de gerechtvaardigde verwachting ontlenen dat het door hem opgestelde bestemmingsplan zou worden vastgesteld. 111. 4

Gemeentelijk optreden

33.

Na het amendement hebben de raad en het college van burgemeester en wethouders

geen gedragingen verricht waaruit Van Dorresteijn kon en mocht afleiden dat het door hem voorgelegde bestemmingsplan zou worden vastgesteld, laat staan dat Van Dorresteijn hier enig bewijs van heeft overgelegd.

34.

De verwijzingvan Van Dorresteijn naar de inspanningenvan het gemeentebestuur tijdens de herijking van de PRV in 2016 treft geen doel. Weliswaar heeft het college er 8, 12

in samenspraak met de raad in een zienswijzeover die herijking in algemene zin op aangedrongen om in de PRV ruimte te bieden voor een verplaatsing van een agrarisch bedrijf uit de bebouwde kom naar de polder in het geval dat de bestaande locatie grote belemmeringen oplevert voor de directe woonomgeving en het bedrijf zelf ook ernstig wordt belemmerd in zijn bedrijfsvoering, maar daarin is de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg nooit als vestigingslocatiebenoemd. Integendeel, de nadruk wordt (uitsluitend) gelegd op de verplaatsing van het bedrijf vanuit de bebouwde kom. De beoogde locatie in de polder wordt in het midden gelaten. 35.

In het verlengde daarvan is steeds benadrukt dat ook als provinciale staten bereid zijn om de gevraagde ruimte te bieden, er nog nadere planologische besluitvorming moet plaatsvinden over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de gekozen locatie. Zo benadrukt de Gedeputeerde Ruimtelijke Ontwikkeling, Economie en Toerisme, Wonen

en BinnenstedelijkeOntwikkeling en Energietransitievan de provincie Utrecht in zijn brief van 12 december 2017 aan Van Dorresteijn (aangehecht als bijlage 7): "Ik ben bereid aan Provinciale Staten een voorstel te doen toekomen tot

wijzising van de PRV, die zal inhouden dat er specifiek voor uw bedrijf op een concrete plek een uitzondering op bovengenoemd verbod wordt gemaakt. (...) Uiteraard moet dan wel bekend zijn, op welke plek dit bouwvlak moet landen.

l^ede op uitdrukkelijk verzoek van Provinciale Staten zal daarbij in eerste instantie worden gekeken naar gronden en het gebouw die al in uw bezit zijn, aan de Peter van den Breemerweg. Of deze locatie daarvoor geschikt is, zal in

overleg met de gemeente moeten worden vastgesteld. (... ) U besrijpt dat ïk op dit moment geen garanties kan geven dat deze locatie haalbaar is. Het is zowel

voor de gemeente o<s voor de provincie noodzakelijk dat de locatie past in de efsen van een goede ruimtelijke ordenins."

36.

De strekking van de inspanningenvan het gemeentebestuur sluit aan bij de oorspronkelijke beweegreden om in het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied' medewerking te willen verlenen aan de door Van Dorresteijn beoogde bedrijfsverplaatsing, te weten om een ruimtelijke kwaliteitsverbeteringte realiseren ter plaatse van de toenmalige vestigingslocatieaan de Insingerstraat. Daarbij werd de Peter van den Breemerweg niet zo zeer als een geschikte, maar wel als een voor de hand liggende optie gezien, zonder dat (definitieve) uitspraken zijn gedaan over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van die locatie. Tijdens de raadsvergadering waarin het bestemmingsplan is vastgesteld, heeft de wethouder hier blijkens de notulen (bijlage 8) over opgemerkt: "Daar heeft de gedeputeerde mij heel duidelijk gemaakt ondanks mijn aandnngen, dat hij geen mogelijkheid zag vanwege zijn eigen provinciale

verordening om nieuwe vesff'gfng m de Eempolder toe te staan. Eempolder, onderdeel van het nationaal landschap Arkemheem Eemland. Toen ik daarop zei van maar wellicht zijn er toch goede argumenten te vinden omdat we aan de

9/12

Insingerstraat bij verplaatsins een stuk ruimtelijke kwaliteit zouden kunnen verbeteren, toen heeft hij mij gezegd dat indien daar een

postzeselbestemmingsplanzou worden gemaakt, dat hij bereid zou zijn om te heroverwesen en te kijken of er mogetijkheden zouden zijn om toch van zijn efgen verordening af te wijken. (... ) Maar van ons uit is het zo dat op het moment dat wij met Van Dorresteijn in gesprek gaan en een ruimtelijk plan wordt semaakt waar wij onze hulp bij willen bieden van hoe dat het beste zou kunnen worden gedaan, dat op het moment dat dat klaar is, en hier intern getoetst ïs of dat kan, dat op dat moment wij de Provincie zullen benaderen om daarover te spreken." 37.

Uit de inspanningen van het gemeentebestuur om provinciale staten ertoe te bewegen om de herijking van de PRV aan te grijpen om ruimte te bieden voor de verplaatsing van het bedrijf van Van Dorresteijn vanaf de Inslngerstraat mocht Van Dorresteijn dus niet afleiden dat zonder meer planologische medewerking zou worden verleend aan de vestiging aan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg, laat staan over de voorwaarden die aan een vestiging op deze locatie zouden worden gesteld. In het verlengde daarvan bieden die inspanningen geen grondslag voor de door Van Dorresteijn gestelde gerechtvaardigde verwachting dat de raad het door hem voorgelegde bestemmingsplan zou vaststellen.

///. 5

Schade

38.

Reeds omdat geen sprake is van enige toezegging dat de raad het bestemmingsplan dat Van Dorresteijn heeft voorgelegd zou vaststellen, bestaat geen aanleiding om Van Dorresteijn in het weigeringsbesluit een vergoeding toe te kennen van de dispositieschade die hij stelt te hebben geleden. In aanvulling hierop merkt de raad het volgend op.

39.

Eventuele schade die Van Dorresteijn heeft geleden doordat hij zijn bedrijfsvoering aan de Insingerstraat heeft gestaakt, kan niet worden toegerekend aan het

weigeringsbesluitof aan eerdere vermeende toezeggingen. Van Dorresteijn heeft de handelingen waaruit hij stelt schade te leiden uit eigen beweging verricht. De raad heeft hem daar nooit toe aangespoord. Van Dorresteijn heeft de bedrijfsvoering

bovendien gestaakt op het moment dat er geen enkele planologische zekerheid bestond over een nieuwe vestigingslocatie. Integendeel, het college had hem op dat moment al laten weten het dossier voor de bedrijfsverplaatsing naar de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg definitief te hebben gesloten. Van Dorresteijn heeft dus willens en wetens het risico genomen om zijn bedrijfsvoering te staken zonder dat concreet uitzicht bestond op een mogelijkheid voor nieuwvestiging. De daaruit voortvloeiende schade is dus geen reden om het bestemmingsplan vast te stellen of om een schadevergoeding toe te kennen.

10, 12

40.

De kosten van de rapporten en adviezen die Van Dorresteijn heeft laten opstellen om de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de door hem beoogde locatie te onderbouwen dienen voor zijn rekening te blijven. Dat de aanvrager onderzoeken heeft overgelegd, laat immers onverlet dat de raad een ruimtelijke belangenafwegingmoet maken en op basis daarvan planologische medewerking kan weigeren. De kosten van die onderzoeken zijn als zodanig niet een belang dat in de afweging moet worden betrokken, te minder nu de kosten niet voortvloeien uit een schending van gerechtvaardigd vertrouwen.

41.

Wat betreft de kosten voor rechtsbijstand die Van Dorresteijn in verband met de behandeling van zijn bezwaren heeft moeten maken, kan hij een beroep doen op art. 7:15 lid 2 Awb. Er bestaat geen aanleiding om een volledige proceskostenveroordeling toe te kennen.

IV. 6

Conclusie vertrouwensbeginsel

42.

Ten aanzien van het beroep van Van Dorresteijn op het vertrouwensbeginsel concludeert de raad dat dit beroep niet kan stagen, omdat geen sprake is van een toezegging waaraan Van Dorresteijn het gerechtvaardigde vertrouwen kan ontlenen dat de raad het door hem ingediende bestemmingsplan zou vaststellen.

43.

Het amendement van 1 9 december 2013 waarmee ten behoeve van de beoogde bedrijfsverplaatsing een wijzigingsbevoegdheidis opgenomen voor de beoogde vestigingslocatieaan de zuidzijde van Peter van den Breemerweg kan niet als een toezegging worden aangemerkt, omdat:

a.

het amendement er slechts toe strekt om het college een wijzigingsbevoegdheid toe te kennen, zodat daar niet uit kan worden afgeleid dat het door Van Dorresteijn voorgelegde bestemmingsplan ook daadwerkelijk zou worden vastgesteld;

b.

die wijzigingsbevoegdheid nooit in werking is getreden en bovendien geen blijk geeft van een volledige ruimtelijke belangenafwegingover de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de beoogde vestigingslocatie;

c.

van een eventuele toezegging kan worden teruggekomen en het college voorafgaand aan de aanvraag heeft aangegeven het dossier van de

d.

44.

bedrijfsverplaatsing naar de beoogde locatie definitiefte hebben gesloten; Van Dorresteijn het amendement voorafgaand aan het staken van zijn bedrijfsvoering aan de Insingerstraat nooit heeft aangegrepen om het college om principemedewerkingte vragen aan een bedrijfsvestigingop de beoogde locatie.

De inspanningenvan het gemeentebestuur om bij de herijking van de PRV ruimte te creëren voor de bedrijfsverplaatsing kunnen niet worden aangemerkt als gedragingen waaruit Van Dorresteijn kon en mocht afleiden dat het door hem ingediende bestemmingsplan zou worden vastgesteld. In het kader van die inspanningenis nooit uitspraak gedaan over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de door Van Dorresteijn

11 / 12

beoogde locatie aan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg, maar juist benadrukt dat daarover nog nadere planologische besluitvorming nodig was. 45.

Omdat geen sprake is van een toezegging en dienovereenkomstig evenmin van een

(inbreuk op) gerechtvaardigd vertrouwen, bestaat geen aanleiding om in het weigeringsbesluiteen vergoeding toe te kennen van de dispositieschadedie Van Dorresteijn stelt te hebben geleden. De schade die Van Dorresteijn noemt 1s niet het gevolg van het weigeringsbesluitof de vermeende toezeggingendie daaraan ten grondslag liggen. IV.

Conclusie

46.

Het bezwaar van Van Dorresteijn tegen het weigeringsbesluit van 26 november 2020 is ongegrond. Dat weigeringsbesluit strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke

ordening. Van enige toezeggingwaaraan Van Dorresteijn de gerechtvaardigde verwachting zou kunnen ontlenen dat het door hem voorgelegde bestemmingsplan zou worden vastgesteld, is geen sprake, althans. Van Dorresteijn heeft het bestaan van een

dergelijke toezegging niet aannemelijk gemaakt. Dienovereenkomstig bestond er geen aanleiding om het door Van Dorresteijn voorgelegde bestemmingsplan vast te stellen en evenmin om in het weigeringsbesluit een vergoeding toe te kennen voor de dispositieschade die Van Dorresteijn stelt te hebben geleden. oogachtend,

v-^

12, 12

m

DCP FCLT2

BIJLAGE 1

Paul Haagen Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:

Essen, Huib van <huib.van.essen@provincie-utrecht.nl> vrijdag 30 oktober 2020 15:58 Harrie Dijkhuizen reactie op uw mail d.d. 14 oktober

Geachte heer Dijkhuizen, In uw mail van 14 oktober jl. vraagt u om te reageren op een tweetal vragen van uw college over de vestiging van een nieuw agrarisch bouwperceel voor de heer Van Dorresteijn. Hierover merk ik het volgende op. Het college van burgemeester en wethouders van Soest heeft op 19 oktober jl. het besluit genomen om de raad voor te stellen om het verzoek van de heer Van Dorresteijn tot wijziging van het bestemmingsplan voor het perceel aan de Peter van den Breemerweg tegenover 1 en 3 formeel af te wijzen. De gemeenteraad zal hierover op 26 november a.s. formeel een besluit nemen. U heeft aangegeven dat het voor het college van burgemeester en wethouders van Soest van belang is om voorafgaand aan deze raadsvergadering het standpunt van de provincie over het verzoek van de heer Van Dorresteijn te vernemen. Dit gelet op eerdere overwegingen van de provincie met betrekking tot het verzoek voor de vestiging van een nieuw agrarisch bouwperceel aan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg en de nu geldende PRS/PRV. U heeft verzocht of ik het volgende wil aan geven.

• Ondersteunt de provincie de overwegingen en conclusie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest dat het verzoek niet past binnen de geldende provinciale beleidskaders? • Ondersteunt de provincie de overwegingen en conclusie van het college van burgemeester en wethouders van Soest dat het onwenselijk is, gezien vanuit cultuurhistorisch-landschappelijk oogpunt, om een nieuw agrarisch bedrijf op de gevraagde locatie te vestigen? Ik ondersteun de overwegingen en conclusies van uw college dat het verzoek om een nieuw agararisch bouwperceel te vestigen aan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg niet past in de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 (Herijking 2016). Ook is dit verzoek vanuit cultuurhistorisch oogpunt onwenselijk. De locatie ligt volgens de kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen-katern Eemland in het deelgebied Eempolder. Juist de openheid in dit gebied is kwetsbaar en wordt mede in stand gehouden door de open delen in de overgangsgebieden die daarop aansluiten te versterken.Tegelijkertijd heeft provinciale staten een motie aangenomen dat “PS voornemens is de 1e partiële herziening PRS/PRV inzake Dorresteijn zoals die nu wordt voorbereid onmiddellijk in gang te zetten als de gemeente besluit tot medewerking aan de verplaatsing”.

Omdat de gemeenteraad op 7 februari 2019 besloot om die medewerking niet te geven heeft de provincie op 16 april 2019 de planologische procedure om die wijziging mogelijk te maken stil gelegd. Gezien het besluit van uw college om aan de raad voor te stellen om het verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan voor het perceel aan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg af te wijzen, zien wij conform de door PS aangenomen motie geen aanleiding om onze visie en verordening hiervoor aan te passen. Ik hoop hiermee uw vragen voldoende beantwoord te hebben. Met vriendelijke groet, Huib van Essen 1

Dhr. H.P. (Huib) van Essen gedeputeerde Ruimtelijke Ontwikkeling, Omgevingsvisie, Energietransitie en Klimaat Provincie Utrecht Archimedeslaan 6| Postbus 80300 | 3508 TH Utrecht T (030) 258 3666 www.provincie-utrecht.nl twitter.com/ProvUtrecht

2

m

DCP FCLT2

BIJLAGE 2

GEMEENTE SOEST

College van B&W gemeente Soest Postbus 2000 3760 CA Soest

31 OKT. 2012 Afd.:

A.

Soest, 30 oktober 2012

Geachte college van B&W,

Naar aanieiding van de brief van 11 September 2012, met het kenmerk 912609 en het onderwerp Bestemmingsplan Landelijk Gebied, sturen wij u deze schriftelijke inspraakreactie. Wij hebben het verzoek voor de bestemmingswijziging voor de percelen Insingerstraat 19 en Peter van den Breemerweg verder onderbouwd. De onderwerpen die extra onderbouwing vragen, conform het verzoek van de heer Bouwman, zijn hierin behandeld. Tevens willen wij opmerken dat het bouwvlak aan de Insingerstraat 19 momenteel nog niet volledig is opgenomen op de verbeelding. Namelijk de paardenbak, de mest- en voeropslag aan de achterzijde van het perceel en de voorste bedrijfsgebouwen vallen buiten het bouwvlak. Maandag 24 september hebben wij dit besproken met de heer Bouwman. Voor de goede orde vermelden wij dit in deze brief. Zijn er nog vragen of onduidelijkheden dan horen wij dit graag, zodat wij dit kunnen beantwoorden. Met vriendelijke groet. A.G. van Dorresteijn Insingerstraat 19 3766 MA Soest

Inleiding Aanleiding tot het verzoek van bestemmingswijziging De aanleiding van dit verzoek is gelegen in het feit dat gemeente Soest ons verzocht heeft aan te geven onderbouwing te geven voor de bedrijfsverplaatsing van het agrarisch bedrijf van de familie A.G. van Dorresteijn. Het huidige bedrijf is gelegen aan de Insingerstraat 19 midden in een woonwijk en wil verplaatsen naar de Peter van den Breemerweg tegen over nummer 3a. Visie van de ondernemer Met deze bedrijfsverplaatsing willen wij ons agrarisch bedrijf verplaatsen naar het gebied waar het grootste gedeelte van de landerijen zijn gelegen. Hiermee kunnen wij ondernemen, zonder de bewoonde omgeving tot overlast te zijn. Ook logistiek biedt dit enorme voordelen voor mens en omgeving. Voer, vee mest etc. wordt niet meer vervoerd van de ene kant naar de andere kant van Soest, dwars door de woonkern van Soest. Het huidige bedrijf staat al meer dan 25 jaar binnen de gemeente bekend als milieu hinderlijk en nu er een bestemmingswijziging is voor het landelijk gebied, waar beide locaties deel vanuit maken, is er de gelegenheid om dit te realiseren. Hiermee creëren wij, samen met de gemeente, dat een agrarisch bedrijf dat midden in de woonkern ligt wordt verplaatst.

De ligging van het bedrijf op de huidige locatie zorgt er nu voor dat ontwikkelingen niet hun doorgang kunnen hebben door de aanwezigheid van het agrarische bedrijf.

Doe/sfe///ng Met de bedrijfsverplaatsing naar de Peter van de Breemerweg ontstaat er een situatie van een volwaardig agrarisch bedrijf in de polder, welke een bijdrage levert voor het behoud van agrarisch gebruik van het landelijke gebied van Soest. Alternatieve locaties Gezien het feit dat het bedrijf ligt in een woonwijk en geen cultuurgrond heeft liggen in de nabijheid van de bedrijfslocatie, hebben de afgelopen jaren diverse alternatieve locaties de revue gepasseerd. De sociale binding met Soest heeft hier een rol bij gespeeld. Onder andere de onderstaande 'vrijkomende' agrarische locaties in de gemeente Soest zijn beoordeeld: • • • • • •

Peter van den Breemerweg 9 Peter van den Breemerweg 11 Peter van den Breemerweg 17 Lange Brinkweg 97a Lange Brinkweg 115a Landbouwgrond aan de Grote Melmweg

Bovenstaande locaties zijn niet verworven met onder meer de volgende redenen: •

•

Geschikt als particulier woonobject, waarbij de ruimte voor ruimte regeling kan worden toegepast. Hierdoor is de prijs dusdanig waardoor aankoop bedrijfeconomisch niet verantwoord is; Locaties, welke door de ruilverkaveling Eemland vrijgemaakt zijn, mochten niet meer agrarisch in gebruik genomen worden;

• •

• • •

Te kleine locatie om een volwaardig bedrijf te kunnen stichten; Bedrijfsgebouwen voldoen niet aan de huidige welzijn en milieu eisen, waardoor hierin moet worden geïnvesteerd wat gezien de alternatieve aanwendbaarheid (particuliere bewoning) bedrijfseconomisch niet verantwoord is; Gestaakte ondernemers willen locatie niet verkopen; Bedrijf staat in de lintbebouwing en dicht bij burgerwoningen, zodat agrarisch ondernemen niet mogelijk is; Vraagprijs per ha is te hoog daar men dit beoordeelt als bouwkavel waardoor aankoop bedrijfeconomisch niet verantwoord is.

Gezien bovenstaande redenen is het bedrijfseconomisch niet verantwoord gebleken om verder te gaan met deze alternatieven. Met die reden vragen wij een bestemmingswijziging voor de Peter van den Breemerweg om hier ons bedrijf naar toe te verplaatsen. Op die manier is het mogelijk moderne bedrijfsgebouwen logistiek juist te plaatsen zodat ze wel voldoen aan de juiste welzijn en milieu eisen. Uitgangssituatie Gezin André van Dorresteijn (1964) en Linda Benschop (1972) hebben een dochter (2000) en een zoon (2003). Het is nu nog niet duidelijk of één van hen zal opvolgen, maar beide hebben nu reeds al interesse in het agrarisch bedrijf. Bedrijf Ondernemingsvorm Het bedrijf wordt gerund in een eenmanszaak wat naast de zoogkoeienhouderij actief is in de agrarische dienstverlening. Het bedrijf is BTW-plichtig voor de agrarische dienstverlening en de zoogkoeienhouderij zal dit na de bedrijfsverplaatsing ook worden. Oppervlakte grond Het bedrijf heeft de huidige locatie aan de Insingerstraat 19 groot 3.300m2 in eigendom. Daarnaast is 4,3 hectare landbouwgrond met daarop een veeschuur, ruwvoeder en mestopslag aan de Peter van den Breemerweg (momenteel gelegen in het bestemmingplan Landelijk gebied 1994) gekocht. Aan de Peter van den Breemerweg zal het nieuwe bedrijf worden gevestigd wanneer de bestemmingswijziging Landelijk Gebied is gerealiseerd.

De locatie aan de Insingerstraat zal worden verkocht. Op de locatie aan de Insingerstraat wordt verzocht een bestemmingswijziging te realiseren waarbij het mogelijk is om hier woningen te kunnen bouwen, (zie schetsplan) Met de verkoopopbrengst van Insingerstraat 19 wordt de bedrijfsverplaatsing deels gefinancierd. Verder is er 24 ha middels geliberaliseerde pacht en 4,6 ha middels grondgebruikersverklaringen in gebruik. Deze gronden zijn gelegen in de Eempolder, aan de Lange Brinkweg, de Maatweg, de Verlengde Hooiweg en de Ferdinand Huijcklaan. De afstand tot het bedrijf varieert hiermee van 300 meter tot 1,5 km. Waarbij nu de minimale afstand tot de huidige locatie 4 km is. Het totale bedrijf beschikt na bedrijfsverplaatsing over 32 ha grond ten behoeve van ruwvoeder teelt en 1 ha is bouwblok geworden. Tevens wordt er in Baarn 12 ha land gebruikt van jaar tot jaar wat eigendom is van een project ontwikkelaar.

Huidige situatie Het bedrijf is nu gelegen tussen de woningen. Naast de woning zijn hier een Hollandse stal en diverse potstallen gebouwd. Verder is er een kleine paardenbak aanwezig, ruimte voor gedeeltelijke mesten voeropslag. Momenteel valt deze locatie in het bestemmingsplan Hees 1998. In de huidige situatie aan de Insingerstraat 19 zijn de volgende dieraantallen vergund:

•

116 zoogkoeien

• • • •

60 stuks jongvee 4 paarden 4 stieren 40 kippen

Deze locatie is geschikt voor het bouwen van woningen (schetsplan als bijlage toegevoegd) waarbij eventueel naast liggende grond van de woningstichting Portaal kan worden meegenomen bij de ontwikkeling. Het wijzigen van de bestemming op de huidige locatie moet het mogelijk maken dat de verkoopopbrengst van dit perceel bijdraagt aan de stichtingskosten van de nieuwe locatie. Toekomstige situatie Aan de Peter van den Breemerweg zal het bedrijf ongeveer een zelfde omvang krijgen als de huidige vergunning. Wij willen hier met ca 80 melkkoeien, 600.000 kg melk gaan produceren. Daarnaast ca 30 zoogkoeien houden met bijbehorend jongvee voor zowel de melkkoeien als de zoogkoeien. Wij willen daarom een ligboxenstal bouwen voor de melkkoeien en een potstal voor de zoogkoeien. Daarnaast zal er een werktuigenberging / voeropslag komen. In deze ruimte komt tevens de werkplaats en vier paarden boxen. Een paardenbak zal worden aangelegd en voer en mestopslag zal achter de gebouwen komen. Het bouwblok wordt zo gesitueerd dat dit voldoende afstand heeft tot de burgerwoningen gelegen aan de overkant van de weg. Gezien de ruimte op het perceel is dit mogelijk. Daarnaast zal een landschappelijk inpassing komen van de gebouwen met de daarbij behorende erfbeplanting. Voor de landschappelijke inpassing wordt met de heerTupker van de gemeente Soest overlegd.

Het is ons bekend dat de gemeente Soest graag zou zien dat het aan de andere zijde van de Peter van den Breemerweg gebouwd wordt in het kader van bedrijfsontwikkeling. Gezien het feit dat een alternatieve locatie bedrijfseconomisch niet verantwoord is aan te kopen vragen wij de bestemmingswijziging aan deze zijde van de Peter van den Breemerweg. Hierbij willen wij opmerken dat wij de zichtlijnen vanuit de Birkt niet belemmeren. Wij bouwen namelijk achter de woningen gelegen aan de Van Lenneplaan. Daarnaast is er reeds op dit bouwvlak een schuur en voeropslag aanwezig. Verder blijkt uit het voorontwerp bestemmingsplan Landelijk gebied dat het bouwvlak is gelegen in het gebied wat is aangeduid met agrarisch waarden Eempolder.

Toekomstige ontwikkelingen In maart 2015 stopt het huidige quoteringstelsel en op dat moment willen wij klaar zijn om te kunnen gaan melken. In de periode hier naartoe zullen wij,wanneer het bedrijf gereed is (medio 2014), starten met melken, waarbij productierechten worden geleasd. In het verleden hebben wij gemolken en daarna zijn wij omgeschakeld naarde zoogkoeienhouderij. Investeringsplan Het investeringsplan is gebaseerd op norm bedragen vanuit de kwin inclusief ervaringgesprekken welke hebben plaatsgevonden met adviseur en bouwers. Locatie Peter van den Breemerweg EUR 300.000 Woonhuis EUR 300.000 Ligboxenstal/potstal EUR 650.000 Werktuigenberging EUR 150.000 Erfverharding EUR 100.000 Nutsvoorzieningen EUR 30.000 Onvoorzien EUR 70.000 Totaal EUR 1.600.000 Financieringsplan Verkoop privé woning Verkoop 2 vrijstaande bouwkavels Verkoop 4 twee onder een kap bouwkavels Extra financiering Totaal

EUR 400.000 EUR 400.000 EUR 500.000 EUR 300.000 EUR 1.600.000

Rentabiliteit In de nieuwe situatie zal er naast de bestaande financiering, EUR 300.000 extra moeten worden geleend. De nieuwe financiering wordt EUR 450.000. De financieringslasten dienen te worden opgebracht vanuit de melkveehouderij, waarbij een ondernemersinkomen mogelijk is. De rentabiliteitsberekening treft u hieronder aan. Hieruit blijkt dat het bedrijf voldoende resultaat genereert voor een ondernemersinkomen. Het bedrag aan reserveringscapaciteit geeft aan wat er beschikbaar is voor aflossingen en vervangingsinvesteringen. Het bedrag wat resteert is toereikend voor een rendabele bedrijfsvoering. De betalingscapaciteit geeft weer het bedrag wat beschikbaar is voor rente, aflossingen en vervangingsinvesteringen

Grond

Veestapel Productie

Financiering

Landbouwgrond (ha) Derogatie Aantal melkkoeien Aantal stuks jongvee Gebruiksquotumjncl. lease(kg) Vetreferentie (%) Geleverde kg melk (kg) Werkelijk vet (%) Werkelijk eiwit (%) Schuld

Resultatenrekening (€ * 1000) |Opbrengsten

Bruto overschot Arbeid extern Afschrijvingen

Financieringskosten Totaal kosten Bedrijfsresultaat

3,50 450.000 Prognose 189 20 16 9 234

Voerkosten Veekosten Teeltkosten

42 18 9 165 10

Werk door derden Mestafzetkosten Kosten onroerende zaken Machinekosten Algemene kosten

22 1 10 15 20 107 0 0 15 10 20 23 204 40

Bedrijfssaldo rundvee Niet-toeg. Opbrengsten |Niet-toeg. kosten

Ja 75 50 600.000 4,30 600.000 4,30

Melkgeld Omzet en aanwas rundvee Bedrijfstoeslag Overige dir. opbrengsten

Totaal directe opbrengsten Toeg. kosten

44

Personeelkosten Immaterieel Gebouwen Machines (Erf)pacht Rente

Netto bedrijfsresultaat Afschrijvingen en betaalde rente Netto privé-onttrekkingen Betalingscapaciteit Rente Reserveringscapaciteit

40 48 25 62 23 40

Conclusies en aanbevelingen Wij verzoeken u in te stemmen met ons verzoek om een bestemmingswijziging voor het perceel aan de Insingerstraat 19 en Peter van den Breemerweg. Hiermee verdwijnt een agrarisch bedrijf uit de woonkern van Soest en ontstaat er in de polder een veehouderijbedrijf wat het landelijk gebied beheert met rundvee. Het bedrijf wat dan ontstaat voldoet aan de door u gestelde eisen: • Het bedrijf is van voldoende omvang; • Het bedrijf heeft voldoende perspectief om zich verder te ontwikkelen; • Er is sprake van een duurzame bedrijfsvoering; • Er is voldoende ruimte op de nieuwe locatie en er zijn geen belemmeringen die deze ontwikkeling in de weg staan; • Op de oude locatie zijn ontwikkelingen mogelijk door het verdwijnen van het agrarische bedrijf. Door de huidige vestiging van het agransche bedrijf op de Insingerstraat 19 zijn planologische ontwikkelingen hier niet mogelijk. Wij zijn graag bereid het verzoek mondeling toe te lichten. Voor verder informatie kunt u contact opnemen met ondergetekende. Met vriendelijke groet, A.G. van Dorresteijn Insingerstraat 19 3766 MA Soest 06 5118 08 89

Dirk Dirksen

i

architectenbureau

1

D.B.L. LUNTEREN B.V.

Meulunterseweg 34 6741 HN Lunteren T 0318-482462

Betreft:

Insingerstraat 19 te Soest Gewenste situatie

kad. gem. Soest sectie G nr. 10183, 10465 schaai 1:500

bladnr: werknr: datum: get:

1 12-108 juni 2012 Gv G

gew:

architectenbureau

D.B.L. LUNTEREN B.V.

Betreft:

Peter van den Breemerweg 3 te Soest Gewenste situatie

kad. gem. Soest sectie L nr. 676, 685 schaai 1:1000

bladnr: werknr: datum: get:

2 12-110 juni 2012 G-J v G

gew:

architectenbureau

D.B.L. LUNTEREN B.V.

m

DEP FCLT2

BIJLAGE 3

De heer A.G. van Dorresteijn Insingerstraat 19 3766 MA SOEST

Soest, 18 april 2017 afdeling zaaknummer onderwerp

verzonden: 19 april 2017

: Ruimte : 1400165 : Bedrijfsverplaatsing naar de Peter van den Breemerweg

Beste meneer Van Dorresteijn, Op 29 maart heeft er een gesprek plaatsgevonden met wethouder Pijnenborg over uw bedrijfsverplaatsing en de ondersteuning die u ervaart vanuit de ambtelijke organisatie. Dit gesprek was in het bijzijn van de heer G. Dorresteijn en de heer G. Kernkamp. Vanuit de gemeente was ondergetekende aanwezig tijdens dit gesprek. Verplaatsing Peter van der Breemerweg U bent inmiddels al lange tijd met ons in gesprek over de bedrijfsverplaatsing naar de Peter van den Breemerweg tegenover de nummers 1 en 3. Op dit perceel heeft u momenteel een veldschuur staan. Zowel het college als de gemeenteraad van Soest hebben positieve besluiten genomen over deze bedrijfsverplaatsing omdat uw huidige locatie aan de Insingerstraat 19 geen uitbreidingsmogelijkheden meer biedt en ook milieutechnisch beperkingen oproept voor u en voor de directe omgeving. Het positieve besluit van de gemeenteraad op 19 december 2013 om een wijzigingsbevoegdheid voor een agrarisch bouwvlak in het bestemmingsplan Landelijk gebied op te nemen is echter door Gedeputeerde Staten vernietigd wegens strijd met de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Helaas heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in juni 2015 het negatieve besluit van de provincie in stand gelaten.

Tijdens de in 2016 in gang gezette herijking van de Provinciale Ruimtelijke Verordening is nogmaals geprobeerd een mogelijkheid te creëren voor een nieuwvestiging van uw agrarisch bedrijf op voornoemde locatie. Maar ook dat verzoek is door Provinciale Staten bij de vaststelling van de herijkte PRS/PRV in december 2016, afgewezen. Door dit laatste besluit is definitief duidelijk dat de verplaatsing van uw agrarisch bedrijf naar de Peter van den Breemerweg tegenover de nummers 1 en 3 niet mogelijk is. Nu de provincie definitief is in haar standpunt en er ook voor ons geen mogelijkheden zijn op welke wijze dan ook medewerking te verlenen, hebben wij besloten het dossier voor de bedrijfsverplaatsing naar deze specifieke locatie definitief te sluiten. Alternatief Nu het niet mogelijk is te verplaatsen naar de Peter van den Breemerweg is de enige optie het bedrijf te verplaatsen naar een andere bestaande locatie die tevens geschikt is voor de bedrijfsvoering van uw bedrijf. Vanuit het gemeentehuis wordt aan alle kanten meegedacht een geschikte locatie te vinden. Dit is dan ook de reden dat de heer P. Haagen u op 9 januari 2017 per e-mail heeft laten weten dat wellicht de boerderij van de heer T. Hartman aan de Birkstraat 109 te koop komt. Naar aanleiding van dit bericht heeft u op 13 januari 2017 laten weten dat de boerderij helaas niet te koop is.

De zoektocht wordt inmiddels voortgezet met de Gebiedscoöperatie O-gen om te onderzoeken of er wellicht andere locaties in aanmerking komen voor uw agrarisch bedrijf. Wij hopen dat dit wel tot een positief resultaat mag leiden.

Telefoon: 035-6093411 Bezoekadres: Raadhuisplein 1, Soest

Internet: www.soest.nl Postadres: Postbus 2000, 3760 CA Soest

E-mail: postbus2000@soest.nl

Pagina 2 van de brief d.d. 18 april 2017 Zaaknummer: 1400165

Tevens zijn in het gesprek een tweetal afspraken gemaakt: 

Indien er vragen zijn over de ambtelijke inzet in dit dossier kunnen deze direct gesteld worden aan wethouder Pijnenborg. Dit om te voorkomen dat via de politieke wandelgangen suggesties geuit worden die niet juist zijn. Het cluster vergunningverlening en handhaving zal contact met u opnemen om uw vragen te beantwoorden over de locatie Peter van den Breemerweg 19.

Meer informatie? Heeft u nog vragen of opmerkingen? Neemt u dan gerust contact op met Hans Sluizeman telefoon 035-6093452 of e-mail H.sluizeman@soest.nl. Met vriendelijke groet, Namens burgemeester en wethouders,

Hans Sluizeman Het hoofd van de afdeling Ruimte

m

DCP FCLT2

BIJLAGE 4

Gemeente Soest

De heer A. G. van Dorresteijn Insingerstraat 19 3766 MA SOEST

Soest, 19 juni 2018

afdeling zaaknummer doe. nummer onderwerp

verzonden: 20 juni 2018

Ruimte 1954665

2025831 Nieuw agrarisch bouwperceel aan de Peter van den Breemerweg.

Beste meneer Van Dorresteijn, Wij hebben kennis genomen van het standpunt van Gedeputeerde Staten over de aanpassing van de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en Verordening. Op basis hiervan kan onze raad een bestemmingsplan vaststellen dat voorziet in een nieuw bouwvlak voor uw nieuw te vestigen bedrijf aan de Peter van de Breemerweg in Soest. Met de vestiging van uw bedrijf op deze gewenste locatie hebben wij grote moeite. Een nieuw bouwperceel in dit open en onbebouwde gedeelte van de polder tast die openheid van het polderlandschap ernstig aan. Tegelijkertijd willen wij het amendement uit 2013, die geleid heeft tot de vernietigde wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan landelijk gebied, respecteren. Wij zullen nogmaals uitvoerig kennis nemen van alle reeds eerder uitgevoerde onderzoeken in dit dossier. Ook zullen wij daarover met u in gesprek gaan. Hiervoor is helaas enige tijd nodig waarvoor wij uw begrip vragen. Uiterlijk in het derde kwartaal van 2018 zullen wij ons besluit nemen. Ook de provincie zullen wij van ons standpunt en voornemen op de hoogte brengen. Meer informatie?

Heeft u nog vragen of opmerkingen? Neemt u dan gerust contact op met Paul Haagen, telefoon 0356093282 of e-mail P.Haagen@soest.nl. »/»-!/“»ii lx/"* /-i vr\ /-*+-

Age Veenstra Gemeentesecretaris

Telefoon: 035-6093411 Bezoekadres: Raadhuisplein 1, Soest

Burgemeester

Postadres: Postbus 2000, 3760 CA Soest

Internet: www.soest.nl E-mail: postbus2000@soest.nl

m

DEP FDLT2

BIJLAGE 5

Gemeente Soest

AANTEKENEN Provinciale Staten van Utrecht, t.a.v. de commissiegriffier RGW, postbus 80300, 3508 TH Utrecht;

Soest, 11 juli 2018 afdeling zaaknummer doe.nummer onderwerp

verzonden: 12 juli 2018 Ruimte 1954665

2051533 Zienswijze tegen de ontwerpherziening PRS en PRV in de zaak Dorresteijn

Beste meneer, mevrouw, Vanaf donderdag 14 juni 2018 heeft u de le Partiële Herziening Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) en Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) (Herijking 2016) voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. In deze partiële herziening (lePHPRV) zijn aangepaste regels opgenomen voor de nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf aan de Peter van de Breemerweg (tegenover de nummers 1 en 3) in Soest. De nieuwe regels gelden voor een nieuw bestemmingsplan dat nodig is voor nieuwvestiging van het agrarische bedrijf. U wilt één uitzondering maken van de geldende regels voor het agrarische bedrijf in Soest omdat het bestaande bedrijf aan de Insingerstraat 19 werd ingeklemd door woonbebouwing en omdat er na een lange en zorgvuldige zoektocht geen geschikte vrijkomende agrarische vestigingslocatie voor het bedrijf is gevonden. Om toch een geschikte locatie planologisch mogelijk te maken aan de Peter van den Breemerweg is deze herziening van de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (Herijking 2016) noodzakelijk. Wij hebben echter grote moeite met een vestiging van een nieuw agrarisch bedrijf aan deze zijde van de Peter van den Breemerweg. Deze zijde is een onbebouwd en open stuk van de polder van Soest. Juist deze openheid willen wij handhaven.

De aantasting van dit open landschap is naast de strijd met uw eigen geldende regels in de PRS en PRV ook in strijd met de uitgangspunten als verwoord in onze visie voor het buitengebied en ons geldende bestemmingsplan Landelijk gebied. In uw 'Gebiedskatern Eemland' heeft u uw ambities voor de kernkwaliteiten voor de Eempolder vastgelegd. Wij verwijzen naar uw beleid in deze. Uw kernkwaliteiten zijn namelijk met name toegespitst op het versterken van de openheid van onze Eempolder. Zie hiervoor het gestelde in hoofdstuk 7 van de gebiedskatern. Ook bent u een voorstander van het behoud van het doorlopende open landschap waar vooral koeien grazen. Juist om deze reden vinden ook wij dat de agrariër thuishoort in de polder. Maar bebouwing aan deze zuidzijde van de weg heeft beslist niet onze voorkeur en vinden wij derhalve onwenselijk. Om deze redenen willen wij aan u meegeven met ons mee te denken over het vinden van een andere nieuwbouwlocatie voor een nieuw agrarisch bedrijf. Wij denken hierbij aan een locatie aan de noordzijde van de Peter van den Breemerweg tussen al bestaande bebouwing. Graag willen wij hierover met u in overleg treden. Wij verzoeken u gezien bovenstaande om de herziening zodanig aan te passen dat ook een locatie ten noorden van de Peter van den Breemerweg mogelijk is.

Telefoon: 035-6093411 Bezoekadres: Raadhuisplein 1, Soest

Internet: www.soest.nl Postadres: Postbus 2000, 3760 CA Soest

E-mail: postbus2000@soest.nl

Pagina 2 van de brief d.d. 11 juli 2018 Zaaknummer: 1954665

Meer informatie?

Heeft u nog vragen of opmerkingen? Neemt u dan gerust contact op met Paul Haagen, telefoon 0356093282 of e-mail P.Haagen@soest.nl.

m

DCP FCLT2

BIJLAGE 6

Gemeente Soest

De heer A. G. van Dorresteijn Insingerstraat 19 3766 MA SOEST

Soest, 20 november 2018 uw brief van uw kenmerk afdeling zaaknummer doe. nummer onderwerp

verzonden: 22 november 2018

8 juni 2018 Ruimte 1954665

2115422 collegestandpunt over aanvraag voorontwerpbestemmingsplan Peter van den Breemerweg zuidzijde.

Beste heer Van Dorresteijn, Op 8 juni 2018 heeft uw adviesbureau Rho namens u een voorontwerpbestemmingsplan ingediend om een agrarisch bedrijf mogelijk te maken op een nieuw agrarisch bouwperceel aan de Peter van den Breemerweg t/o nrs 1-3. De behandeling van deze aanvraag heeft enige tijd stil gelegen in verband met een zoektocht naar een andere locatie. Nu er echter geen overeenstemming is bereikt over een andere locatie willen wij een besluit nemen over dit ingediende voorontwerpbestemmingsplan. Besluit

Wij kunnen niet instemmen met het namens u ingediende voorontwerpbestemmingsplan voor de nieuwe agrarische bouwlocatie aan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg t/o 1-3. Ook zullen wij de gemeenteraad voorstellen het standpunt in te nemen dat een nieuw agrarisch bedrijf alleen gevestigd kan worden op een al bestaand vrijkomend agrarisch bouwperceel. Nadere motivering

Het verzoek is in strijd met de uitgangspunten van het geldende bestemmingsplan. Het geldende bestemmingsplan Landelijk Gebied uit 2013 benoemt als de belangrijkste visueel-ruimtelijke kwaliteit van de agrarische Eempolder de openheid van deze polder met de karakteristieke slagenverkaveling. Ook de noordzijde van de Birkstraat tot aan de Peter van den Breemerweg wordt als open gebied beschouwd met ruime doorzichten naar het open agrarische gebied van de Eempolder. Uw aanvraag voor nieuwe bebouwing op 1 hectare grond op deze gekozen locatie is hier dan ook mee in strijd. Uw verzoek is ook in strijd met ons coalitieakkoord. In ons huidige coalitieakkoord is namelijk afgesproken dat er wordt uitgegaan van bouwen binnen de rode contour en daarom wordt geen medewerking verleend om in de polder een volledig nieuw agrarisch bedrijf te bouwen. Verder is uw verzoek in strijd met de nu geldende provinciale regels in de Provinciale Ruimtelijke structuurvisie en de Provinciale Ruimtelijke Verordening. De huidige PRS/PRV (herijking 2016) staat buiten de rode contour nieuwe agrarische bouwpercelen niet toe (artikel 2.1 sub 2 PRV). Vanwege deze strijdigheid moest de provincie toen zij van plan waren mee te werken wel een afwijkingsbesluit nemen. Op dit moment is dit besluit echter opgeschort dus niet vastgesteld waardoor de aanvraag in strijd is met de regels van de PRS/PRV.

Ons bestemmingsplan Landelijk gebied geeft aan waar in het landelijk gebied op gronden met een agrarische bestemming gebouwd mag worden: alleen binnen een bestaand bouwvlak. Afwijken van deze

Internet: www.soest.nl

Telefoon: 035-6093411 Bezoekadres: Raadhuisplein 1, Soest

Postadres: Postbus 2000, 3760 CA Soest

E-mail: postbus2000@soest.nl

....

Pagina 2 van de brief 2115422 Zaaknummer: 1954665

regel kan niet zonder aanpassing van de genoemde provinciale PRS/PRV. De regels en het beleid in de geldende PRS/PRV sluiten nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf uit. Uw bedrijf kan daarom alleen gebruik maken van een bestaand vrijkomend agrarisch bouwperceel. Samen met u is uitgebreid gezocht naar andere locaties. Steeds heeft u deze locaties afgewezen. Ze waren te klein of te ver weg of te duur. Wij hebben op bovenstaande gronden besloten een andere geheel nieuwe bouwlocatie niet toe te staan omdat dit ruimtelijk zeer ongewenst is. Zowel aan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg als aan de noordzijde. Door dit besluit zijn wij uiteraard niet toegekomen aan de verdere inhoudelijke toetsing van het voorontwerp. Als gezegd hebben wij ondanks alle strijd met de regels en uitgangspunten samen met u geprobeerd alsnog naar een oplossing te zoeken. De locatie waar wij samen met u de intentieovereenkomst voor hadden afgesloten kon ruimtelijk bij hoge uitzondering worden verdedigd (alleen mét aanpassing van de PRS/PRV!) omdat deze door bestaande bebouwing werd omsloten. Zo zou na de bouw van het nieuwe bedrijf een clustering van gebouwen (samen met de nummers 7 en 9) ontstaan. Ook wilde de eigenaar het gesprek met u aangaan en was deze grond groot genoeg (7 hectare) voor de bouw van het geheel nieuwe agrarische bedrijf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=ae5770e9-b355-4c60-b132-a76dd7a820a4