4a 12 Bijlage 11 Bezwaar 30-10-19.pdf
Tekst van het document
/ ^ (
Xusx
.
n
1
.
Bijlage 5
hTfoJ^H^ajoTTeestei^dvocatuu^
—Oorspronkelijk bericht— Van: Dijkhuizen, H. [mailto:Dijkh@soest.nl] Verzonden: woensdag 2 november 2016 13:07 Aan: van.dorresteijn@ziggo.nl Onderwerp: Contact met Provincie Geachte heer Dorresteijn, beste André Wij hebben je verzoek om je mail met daarin je relaas omtrent de verhuizing van je bedrijf gelezen. Wij hebben als raadsfractie je eerdere verzoeken hierin destijds binnen de raad van Soest gesteund en daarom heb ik je mail doorgezet naar onze Cü-statenleden in het provinciehuis. Wij hebben goede contacten met hen en ik heb een pleidooi gedaan om medewerking. Ik wacht hun bericht nu af. Weet in ieder geval dat wij gehoor hebben gegeven aan je verzoek. Met vriendelijk groet, tfarrie Dijkhuizen fractievoorzitter CU-SGP Soest
1
Bijlage 6
/Adv ^ VaUcUx^aa:
^ (AA
)
rv^cvU:^ U'CXVCA^rk-^ i^cjAndkatuIci
^vl(j
_>
Joox, cJcUu. ci^C c>CyO^^ ^
Inleiding
(jCjP*^.
Tijdens de vergadering van Provinciale Staten van Utrecht van 16 december 2016 is bij de evaluatie van de PRV gesproken over de situatie van het bedrijf van de familie Van Dorresteijn in Soest. Door verschillende fracties werd gewezen op de situatie van het bedrijf van de familie en is aan Gedeputeerde Van Den Berg verzocht te helpen bij het zoeken naar een oplossing voor hun bedrijf. Gedeputeerde Van Den Berg heeft toegezegd de familie Van Dorresteijn te helpen bij het zoeken naar een oplossing en heeft daarbij de gebiedscoöperatie O-gen ingeschakeld. Wij gaan ervan uit dat de procedures van de gemeente Soest, Van Dorresteijn en een aantal belanghebbenden bij de Raad van State alsmede de uitspraak van de Raad van State genoegzaam bekend zijn en gaan daarom met name in op de specifieke situatie van het bedrijf van de familie Van Dorresteijn in relatie tot de PRV. Desjtugtie samengevat De familie Van Dorresteijn exploiteert een agrarisch bedrijf. De bedrijfsgebouwen staan aan de Insingerstraat 19 in Soest. De grond, gedeeltelijk in eigendom en voor het grootste deel in pacht, ligt verspreid in het buitengebied van de gemeente Soest. Het bedrijf van Van Dorresteijn bestaat uit het houden van vleesvee. Een deel van het vlees wordt als streekproduct verkocht aan mensen in de regio.
In de directe omgeving van de bedrijfsgebouwen aan de Insingerstraat zijn de laatste jaren een aantal woningen gebouwd. Hierdoor kon het bedrijf van de heer Van Dorresteijn niet verder worden ontwikkeld en moest zelfs worden verkleind. Tenslotte heeft de familie Van Dorresteijn besloten om het erf en de bedrijfsgebouwen te verkopen voor woningbouw. Dit werd mogelijk gemaakt door bestemmingsplanwijziging, met instemming van de gemeente Soest en de provincie Utrecht. Door de verkoop van het erf met bestemming woningbouw kon de heer Van Dorresteijn zijn erfgoed verkopen en ontstaat voor hem meer financiële ruimte voor herinvestering in nieuwe bedrijfsgebouwen. De mogelijkheden om te verplaatsen worden echter sterk ingeperkt door de PRV, die niet toestaat dat er nieuwe agrarische bedrijven in het buitengebied worden gevestigd behoudens nieuwvestiging als gevolg van internationale natuurwetgeving. Het is tot nu voor de heer Van Dorresteijn niet mogelijk gebleken een bestaand bedrijf te kopen en op die plaats zijn bedrijf voort te zetten. Om die reden heeft de familie Van Dorresteijn nog steeds de voorkeur om nieuw te bouwen op hun perceel in eigendom aan de Peter van den Breemerweg. Waarom lukt het niet een bestaand bedrijf te kopen? In de landbouw vindt al jaren schaalvergroting plaats. De laatste jaren komt hierin zelfs een versnelling.
Door hogere eisen vanuit milieu, dierwelzijn en voedselveiligheid worden er veel aanpassingen aan stallen gedaan. Deze hogere kosten worden veelal gecompenseerd door schaalvergroting, dus verlaging van andere kosten. Sommige boeren besluiten te stoppen
omdat de investeringen voor hen te hoog zijn en verkopen het bedrijf. Andere bedrijven, die hebben gekozen voor vergroting, kopen de grond van stoppende boeren en zo komen dus bestaande agrarische gebouwen vrij. In veel gevallen zijn deze gebouwen verouderd en voldoen niet meer aan de eisen die worden gesteld aan dierwelzijn, diergezondheid- en milieu en is het financieel veelal niet haalbaar met oude bedrijfsgebouwen een nieuw bedrijf op te starten. Bedrijfsgebouwen worden bij voorkeur nieuw gebouwd op de bestaande locatie van de bedrijven. Een andere mogelijkheid om de hogere kostprijs te compenseren is verhoging van de opbrengstprijs. Een mogelijkheid van verhoging van opbrengstprijs is het verkopen van streekproducten aan consumenten in de regio. De familie Van Dorresteijn heeft voor dit laatste gekozen. Door deze ontwikkelingen ontstaan totaal verschillende bedrijven binnen de landbouw. Verschillen tussen bedrijven die groter worden en bedrijven die kiezen voor verbreding als streekproducten en biologische productie, maar ook steeds meer onderlinge verschillen tussen bedrijven die uitbreiden en die niet uitbreiden. En daar wringt het steeds meer. Nu in het bijzonder voor de heer Van Dorresteijn. Het verplaatsen van zijn bedrijf naar een bestaande locatie heeft een aanzienlijke kapitaalvernietiging tot gevolg. Immers, op een bestaande locatie van b.v.
een melkveebedrijf zal de rundveestal altijd moeten worden afgebroken. Dorresteijn wil zijn koeien huisvesten op een geheel andere wijze, in een zgn. potstal. Een stal waar de koeien met hun kalveren op stro de winter doorbrengen. Een totaal andere bedrijfsopzet. Een andere oorzaak die het lastig maakt een bestaand bedrijf te kopen is de prijs. De bestemming van een bestaande locatie kan worden omgezet in woonbestemming waarbij de Rood voor Rood regeling kan worden gebruikt voor de bedrijfsgebouwen. Hierdoor is de prijs van bestaande bedrijfslocaties relatief hoog. Bovendien is het zoekgebied voor Van Dorresteijn beperkt tot de gemeente Soest omdat daar zijn meeste klanten wonen die het vlees afnemen. Om bovengenoemde (financiële) redenen is het voor de heer van Dorresteijn niet mogelijk gebleken een bestaand bedrijf te kopen. Binnen de gemeente Soest zijn de laatste jaren verschillende voormalige bedrijfslocaties verkocht. Mede door de aantrekkende woningmarkt worden voormalige agrarische bedrijven vooreen hoge prijs verkocht. Van Dorresteijn heeft de laatste jaren verschillende pogingen gedaan een dergelijk bedrijf te verwerven en heeft makelaars in de regio daarvoor een zoekopdracht gegeven, maar om bovengenoemde redenen is aankoop tot nu toe niet gelukt. In feite is hier sprake van het falen van de markt.
Het aanbod van bestaande bedrijven is voldoende, maar door meerdere oorzaken is de prijs/kwaliteit verhouding onvoldoende voor een nieuwe start van een ander agrarisch bedrijf. De waarde van die bedrijven wordt meer bepaald door de mogelijkheid tot functieverandering dan door de waarde voor agrarisch gebruik. Het rapport van Dun(zie bijlage) licht dit verder toe. We moeten daarom vaststellen dat de familie Van Dorresteijn in de huidige markt en met de huidige regels rondom bedrijfsverplaatsing in de PRV onvoldoende kans heeft om een
bedrijfseconomisch gezonde nieuwe start te maken en derhalve hun bedrijf zal moeten stoppen. Hoe nu verder? Bijzonder, want de opzet van een dergelijk bedrijf, kleinschalig, extensief, het verkopen van streekproducten, koeien in de wei, wordt maatschappelijk zeer gewaardeerd. Maar mede door de huidige regels is dit onmogelijk. Het stoppen van een dergelijk bedrijf heeft ook iets tegenstrijdigs. Dit is dan ook de achtergrond dat er in de gemeenteraad van de Soest en bij een aantal Statenleden een gevoel ontstaat dat de familie Dorresteijn op een of andere manier moet worden geholpen. Als men dat wil betekent dit dat er mogelijkheden moeten worden bedacht waardoor de kosten bij een aankoop van een bestaand bedrijf worden verlaagd of er mogelijkheden worden gegeven een nieuw bedrijf te vestigen, niet op een bestaand bedrijf. Bedrijfsplan Van Dorresteiin De familie Van Dorresteijn heeft een bedrijfsplan opgesteld voor een nieuw te vestigen bedrijf aan de Peter van den Breemerweg. Vooreen bedrijf voor het houden van vleeskoeien van het Blonde d, Aquitaine ras met daarbij een boerderijwinkel voor de verkoop van o.a. vlees van hun eigen dieren. Ondanks de voorgenomen uitbreiding blijft het een kleinschalig en extensief bedrijf. De koeien en hun kalveren worden gehouden in een zgn. potstal en gaan in de zomer allemaal naar buiten.
Bij de inrichting van de bouwkavel is voldoende ruimte voor landschappelijke inpassing en ook de gebouwen kunnen daarop worden aangepast. De bestaande schuur zal worden gesloopt en het is mogelijk dat het nieuwe bedrijf met een toegangsweg wat verder van de Peter van den Breemerweg te vestigen. De familie Van Dorresteijn is ook bereid op de betreffende kavel meer te investeren in duurzaamheid en, wanneer dat gewenst wordt, recreatieve voorzieningen wellicht aan te sluiten bij de boerderijwinkel. Echter de huidige PRV staat nieuwvestiging niet toe en daarom is, tot nu vergeefs, gezocht naar een locatie op een bestaand bedrijf. Sloopfonds Zoals eerder aangegeven voldoen in veel gevallen bestaande bedrijfsgebouwen niet meer aan de eisen die worden gesteld aan milieu en dierenwelzijn en moeten in veel gevallen nieuwe stallen worden verbouwd. Doordat Van Dorresteijn zijn koeien wil huisvesten in een potstal zal de aanwezige stal geheel moeten worden afgebroken en ontstaat een vorm van kapitaalvernietiging die de bedrijfsopzet van Van Dorresteijn niet kan dragen. Een mogelijkheid is het geven van een vergoeding voor de waardevermindering als gevolg van het slopen van de stallen. Dus het instellen van een zgn. Sloopfonds. Het voordeel is dat dit past binnen de PRV en de familie Van Dorresteijn wellicht verder kan als een geschikte locatie wordt gevonden.
Een nadeel van deze oplossing is dat het zeer moeilijk is in de praktijk de grens te bepalen wanneer iemand voor een zgn. sloopfonds in aanmerking komt, mede omdat er nog geen
regels zijn uitgewerkt waaraan te voldoen. Daarnaast is de kans uiterst klein dat er binnen de gemeente Soest op korte termijn een locatie te koop komt die kan voldoen aan de bedrijfsopzet van Van Dorresteijn. De vraag is of, nu er al zo lang naar een andere locatie is gezocht, het redelijk is te verwachten dat dit binnenkort wel zal slagen. Daarnaast is bij informatie gebleken het niet zeker is dat een dergelijk fonds in dit geval toepasbaar is mede omdat er al snel sprake kan zijn van staatsteun. HeU 'I-iAUJL van Van Dorresteijn a|s casus.voor de PRV Een andere oplossing zou kunnen zijn toch te kijken naar mogelijkheden van bedrijfsverplaatsing ondanks dat dit niet mogelijk is binnen de huidige PRV. De vraag is nu of we een uitzondering willen of kunnen creëren voor de familie Van Dorresteijn in afwijking van de PRV. Hoewel hier sprake is van een zeer specifiek bedrijf is toch niet goed uit te leggen waarom voor de heer Van Dorresteijn een uitzondering wordt gemaakt. Om rechtsongelijkheid te voorkomen lijkt dit geen goede route als niet gekeken wordt naar het probleem in bredere zin. Een andere benadering is het bedrijf van Van Dorresteijn te zien als casus voor de regels binnen de PRV m.b.t. nieuwvestiging van agrarische bedrijven. Het voorstel is dat laatste te doen. Zoals eerder aangegeven verandert er in de landbouw momenteel erg veel.
Bedrijven maken andere keuzen en verschillen steeds meer van opzet. Het collectief landbouw bestaat daardoor steeds minder en bedrijven verschillen veel meer van elkaar dan een aantal jaren geleden. Ze passen zich continu aan de eisen aan hen gesteld en investeren veel in aanpassingen van hun bedrijfsgebouwen. Er vindt in alle sectoren veel vernieuwing en innovatie plaats. In verreweg de meeste gevallen passen bedrijven zich aan op de huidige locatie. Verhuizen is immers erg duur en komt daardoor erg weinig voor. Een bedrijf heeft er geen belang bij van locatie te veranderen als er geen andere belangen een rol spelen. Anderzijds kan een overheid er wel veel belang bij hebben dat een bedrijf verplaats wordt. Zeker in de provincie Utrecht met zo veel toekomstige ontwikkelingen en zoveel belangen zal dat zeker het geval zijn. Om dat mogelijk te maken is een breder in te zetten instrument voor nieuwvestiging ons inziens in de toekomst onmisbaar. Dit omdat verplaatsing naar een bestaande locatie voor velen niet uitvoerbaar is omdat de oude gebouwen niet meer te gebruiken zijn. Wil de provincie als regisseur van het buitengebied succesvol blijven is een dergelijk breder inzetbaar instrument als bedrijfsverplaatsing ons inziens absoluut noodzakelijk.
Naast mogelijkheden tot bedrijfsverplaatsing als gevolg van internationale natuurwetgeving lijkt bedrijfsverplaatsing in het kader van het algemeen maatschappelijk belang dan ook zeer wenselijk. Dat geeft veel meer flexibiliteit voor een overheid wanneer het noodzakelijk is een bedrijf te verplaatsen in het algemeen belang. Ons advies is dan ook het instrument bedrijfsverplaatsing middels nieuwvestiging te verbreden zoals is aangegeven, wanneer dit in het algemeen maatschappelijk belang wenselijk is.
Daarnaast is dan ook mogelijk in dergelijke gevallen van nieuwvestiging ook de hogere eisen aan de nieuwe gebouwen m.b.t. dierwelzijn, milieu en landschappelijke inpassing te stellen zoals die ook gelden bij de bouwblokken groter dan 1.5 ha. Terug naar het bedrijf van Van Dorresteijn . Het bedrijf van Van Dorresteijn is ingebouwd tussen de woningen en kon niet verder. Dorresteijn heeft het bedrijf na de bestemmingswijziging goed kunnen verkopen, maar iedereen heeft het wel laten gebeuren dat het bedrijf niet verder kon. Ook overheden hebben hierin een verantwoordelijkheid. Bovendien is er de laatste jaren sprake van veel overlast van transport van mest en voer door een woonwijk. Om die reden is er o.i. sprake van algemeen belang dat dit bedrijf wordt verplaatst. Dit heeft de gemeente Soest eerder gemotiveerd. Zoals eerder is aangegeven is het voor van Dorresteijn niet mogelijk een bestaand bedrijf aan te kopen. Het lijkt dan toch redelijk dat in dit geval ook gezocht mag worden naar een andere locatie, die verplaatsing wel mogelijk maakt. De familie Van Dorresteijn heeft aangegeven voorkeur te hebben voor nieuwbouw aan de Peter van den Breemerweg, maar wil dat ook realiseren op een andere plaats binnen de gemeente Soest. Het nieuw te vormen bouwvlak heeft een maximale grootte van het bouwblok van 1 ha.
Bijdrage aan maatschappelijk belang Voor het vestigen van een nieuw bedrijf is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Bij wijziging van een agrarisch perceel in een agrarisch bouwblok ontstaat een waardevermeerdering. Het lijkt redelijk dat de heer Van Dorresteijn om deze reden een bijdrage levert aan maatschappelijke belangen in zijn omgeving. Dit mede omdat van Dorresteijn ook een hogere prijs heeft ontvangen bij de verkoop van zijn huidige erf als gevolg van bestemmingswijziging, waardoor de bouw van 4 woningen mogelijk wordt. Daartegenover staat dat het bedrijf van Van Dorresteijn jarenlang stil heeft gestaan en niet verder ontwikkeld kon worden, zelfs is verkleind door de oprukkende woningbouw. Dat heeft ook veel kosten met zich meegebracht. Alles overziend is een bijdrage van Van Dorresteijn aan maatschappelijk belang bij nieuwvestiging gerechtvaardigd. Dit kunnen investeringen zijn in meer duurzaamheid, meer landschappelijke inpassing of recreatieve voorzieningen, die wellicht aansluiten op het te vestigen bedrijf. Rollen
Doordat de zoektocht van de familie van Dorresteijn al even duurt heeft dit ook in de media aandacht gekregen. Ook in de raad van de gemeente Soest en bij een aantal Statenleden is de betrokkenheid bij het bedrijf van Van Dorresteijn groot. Dat kan gezien worden als een voorbeeld van empathie, echter de rol van de ondernemer moet wel helder blijven. De familie Van Dorresteijn is de ondernemer, die hun bedrijfsgebouwen hebben verkocht omdat zij daar niet verder konden. Zij kunnen ervoor kiezen het bedrijf te beëindigen, andere activiteiten te gaan uitvoeren of het bedrijf voortzetten en een andere ruimte te
zoeken. De familie Van Dorresteijn heeft gekozen voor het laatste. Het is de verantwoordelijkheid van de ondernemer of hij daarin slaagt. Hij is op de hoogte van de tijd die het mogelijk kost om nieuw te kunnen bouwen en hij is verantwoordelijk voor het welslagen van zijn nieuwe bedrijfsopzet. De overheden, de gemeente Soest en de provincie Utrecht kunnen hem daarbij niet helpen en geven alleen de kaders aan waarbinnen de familie van Dorresteijn hun bedrijf kunnen uitoefenen. Door het voor de familie mogelijk te maken een nieuwe bedrijfsopzet binnen de gemeente Soest te realiseren is sprake van maximale inzet van de gemeente Soest en de provincie Utrecht. Het advies samengevat Het uiteindelijke advies in deze gaat echter breder dan het bedrijf van Van Dorresteijn en kan worden gezien in het belang van toekomstige ontwikkelingen in het buitengebied van de provincie Utrecht. Bij het kopen van bestaande locaties voor agrarisch gebruik is er sprake van marktfalen en is het nadenken over de rol van de overheid gerechtvaardigd. Wij hebben de situatie van het bedrijf van de familie Dorresteijn daarom als casus gebruikt voor de regels van de PRV en zijn via deze route tot ons advies gekomen.
Kort samengevat adviseren wij te overwegen de regels voor nieuwvestiging voor agrarische bedrijven binnen de PRV te verruimen door deze ook toe te passen bij situaties in het algemeen maatschappelijk belang. Daarnaast stellen wij voor in die gevallen extra eisen te stellen aan dierwelzijn, milieu en landschappelijke inpassing. In het geval van Van Dorresteijn is een extra bijdrage aan maatschappelijke voorzieningen verdedigbaar en kan naast de locatie van de Peter van de Bremerweg ook een andere locatie geschikt zijn. Gezien het belang voor van Dorresteijn adviseren wij snel helderheid te geven en dit advies niet door te schuiven naar nieuwe beleidsdiscussies. Een vorm van hardheidsclausule of overgangsregeling is gezien de historie, de specifieke situatie en vooral de jarenlange onzekerheid zeker op zijn plaats. Voorwaarde is wel dat de familie Van Dorresteijn de bedrijfsopzet financieel haalbaar is, hetgeen door de familie wordt gegarandeerd. Tenslotte Na gesprekken met de provincie Utrecht, de gemeente Soest, de familie Van Dorresteijn, een aantal makelaars en organisaties en in samenwerking met O-gen zijn we gekomen tot bovenstaand advies.
Bijlage 7
PROVINCIE ü: UTRECH
A.G. van Dorresteijn Insingerstraat 19 3766 MA Soest
VERZONDE?] 1 3 DEC 2017 DATUM NUMMER
12 december 2017 81C43655
UW BRIEF VAN
REFERENTIE DOORKIESNUMMER
UW NUMMER BIJLAGE
TEAM
E-MAILADRES
Verslag cie RGW 23 oktober 2017
ONDERWERP
GRO M.J. Buruma 030-2583247 maarten.buruma@provincie-utrecht.nl Stand van zaken zoektocht vestigingsplek voor uw bedrijf
Geachte heer Van Dorresteijn, Met deze brief wil ik u graag informeren over de stand van zaken met betrekking tot de planning en besluitvorming voor een nieuwe locatie voor uw agrarisch bedrijf. Zoals u weet verbiedt de Provinciale Ruimtelijke Verordening (Herijking 2016) (PRV) in zijn huidige vorm aan gemeenten om in hun bestemmingsplannen nieuwe agrarische bouwvlakken op te nemen. Uw bedrijf bevindt zich in een bijzondere situatie, doordat het met name door de oprukkende woonbebouwing van de kern Soest steeds meer in de klem is gekomen. Daarom heb ik bij de behandeling van de PRV in Provinciale Staten op 12 december 2016 toegezegd om een zoektocht te helpen initiëren naar een bestaand agrarisch bouwvlak waar u uw bedrijf zou kunnen vestigen. Helaas heeft deze zoektocht geen bruikbaar resultaat opgeleverd. Nu blijkt dat ondanks deze inspanningen er nog steeds geen mogelijkheid is ontstaan, ben ik in overleg met Provinciale Staten gegaan over een vervolg. De Commissie Ruimte. Groen en Water heeft hierover op 23 oktober 2017 duidelijke uitspraken gedaan. Ik ben nu bereid een flinke stap verder te gaan. U was bij genoemde commissie aanwezig, maar voor de duidelijkheid voeg ik hier het verslag van de commissie bij.
Ik ben bereid aan Provinciale Staten een voorstel te doen toekomen tot wijziging van de PRV, die zal inhouden dat er specifiek voor uw bedrijf op een concrete plek een uitzondering op bovengenoemd verbod wordt gemaakt. Tegelijk met de PRV zal daartoe ook de Provinciale Structuurvisie (Herijking 2016) (PRS) moeten worden aangepast, omdat wij voor uw specifieke situatie een uitzondering gaan maken op het daarin verwoorde beleid. Deze uitzondering zal ook in de PRS worden gemotiveerd. Op basis van deze aanpassingen zal de gemeenteraad een bestemmingsplan kunnen vaststellen dat voorziet in een nieuw bouwvlak voor uw bedrijf. Burgemeester en wethouders van de gemeente Soest zijn bereid gebleken zo’n bestemmingsplan voor te bereiden. Uiteraard moet dan wel bekend zijn, op welke plek dit bouwvlak moet landen. Mede op uitdrukkelijk verzoek van Provinciale Staten zal daarbij in eerste instantie worden gekeken naar de gronden en het gebouw die al in uw bezit zijn, aan de Peter van den Breemerweg. Of deze locatie daarvoor geschikt is, zal in overleg met de gemeente moeten worden vastgesteld. Omdat voor het beoordelen van die geschiktheid kennis nodig is van de aard, omvang en toekomstperspectief van uw bedrijf, verzoek ik u deze kennis zo snel mogelijk beschikbaar te stellen aan de gemeente. Ik heb begrepen dat er op 30 november 2017 een gesprek heeft plaatsgevonden bij
Dhr. P. van den Berg
Lid van het college van gedeputeerde staten PROVINCIE-UTRECHT.NL
Archlmedeslaan 6 Postbus 8030C. 3508 TH Utrecht T 030-2589111
de gemeente tussen u en uw adviseurs en ambtenaren van gemeente en provincie. Daarbij zijn waarschijnlijk al afspraken gemaakt. U begrijpt dat ik op dit moment geen garanties kan geven dat deze locatie haalbaar is. Het is zowel voor de gemeente als voor de provincie noodzakelijk dat de locatie past in de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Als de locatie haalbaar blijkt, dan is mijn voornemen met de gemeente afspraken te maken om de procedures voor de aanpassing van PRS en PRV zo snel mogelijk in procedure te brengen, afgestemd op de gemeentelijke procedure voor het bestemmingsplan. Voor beide procedures gelden wettelijke eisen die zorgvuldig in acht moeten worden genomen. Mocht de locatie onverhoopt niet haalbaar blijken, dan is een nieuwe zoektocht nodig naar een andere locatie. Mocht dat aan de orde zijn dan zullen we daarover met u nieuwe afspraken maken. Vanuit de provincie zullen wij u structureel op de hoogte houden van de stand van zaken, zodat we in goede samenwerking tot resultaat kunnen komen. Ik hoop u met deze brief voldoende te hebben geïnformeerd.
oeoepuieeroe KutmienjKe ontwiKkeling, Economie en Toerisme, Wonen en Binnenstedelijke Ontwikkeling en Energietransitie
2
Bijlage 8
Soest Peter van den Breemerweg tegenover nrs. 1 en 3
Bestemmingsplan
Peter van den Breemerweg tegenover nrs. 1 en 3
Soest
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
Identificatiecode:
datum:
status:
N LIM RO .0342. PvdBreemerweg-0001
06-06-2018
concept voorontwerp ontwerp vastgesteld
projectnummer:
034200.20180197 opdrachtleider:
drs. M.P. Kegler
aangesloten bij:
BNSP
Delftseplein 27b postbus ISO 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: infogirho.nl
ADVISEURS VOOR LEEFRUIMTE
O Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het Is vervaardigd.
3
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Plangebied
8
1.3
Vigerend bestemmingsplan
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Planologische situatie
11
2.1
Huidige situatie
11
2.2
Nieuwe situatie
12
Hoofdstuk 3
Beleidstoets
15
3.1
Rijksbeleid
15
3.2
Provinciaal beleid
15
3.3
Gemeentelijk beleid
20
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
23
4.1
Inleiding
23
4.2
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
24
4.3
Ecologie
24
4.4
Geur
26
4.5
Luchtkwaliteit
28
4.6
Water
29
4.7
Bodem
32
4.8
Verkeer en parkeren
33
4.9
Wegverkeerslawaai
33
4.10
Externe veiligheid
34
4.11
Archeologie
34
Hoofdstuk 5
Juridische planbeschrijving
37
5.1
Algemeen
37
5.2
Inleidende regels
37
5.3
Bestemmingsregels
37
5.4
Algemene regels
38
5.5
Overgangs- en slotregels
39
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
41
6.1
Financiële uitvoerbaarheid
41
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
41
Rho adviseurs voor leefruimte
034200.20180197
Bijlagen toelichting Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 3
Archeologisch onderzoek
Bijlage 4
Quickscan Flora & Fauna
Bijlage 5
Geurberekening
Bijlage 6
Aerius berekening
Bijlage 7
Memo wegverkeerslawaai (SRM-I)
Regels
43
59
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1
Begrippen
61
Artikel 2
Wijze van meten
69
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
71
Artikel 3
Agrarisch met waarden
71
Artikel 4
Leiding - Riool
79
Hoofdstuk 3
Algemene regels
83
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
83
Artikel 6
Algemene bouwregels
84
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
86
Artikel 8
Algemene aanduidingsregels
87
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
88
Artikel 10
Algemene wijzigingsregels
89
Artikel 11
Overige regels
90
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
91
Artikel 12
Overgangsrecht
91
Artikel 13
Slotregel
92
Bijlagen regels
93
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
Bijlage 2
Staat van Bedrijfsactiviteiten
Bijlage 3
Toetsingskader ruimtelijke kwaliteit
Rho adviseurs voor leefruimte
61
034200.20180197
p p i il
Y/////////.
Rho ADVISEURS VOOR LEEFRUIMTE
Toelichting
7
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Het grondgebonden zoogkoeienbedrijf van initiatiefnemer dhr. Van Dorresteijn is sinds 1969 gevestigd aan de Insingerstraat 19 te Soest. In de loop van de jaren heeft het bedrijf steeds meer grond verworven in de Eempolder. Deze locatie ligt aan de andere kant van de kern Soest, aan de rand van de wijk Overhees en nabij het gehucht Hees (figuur 1.1). De omliggende woningen en functies belemmerden de ontwikkeling van het agrarische bedrijf op die plek. Vanuit dat oogpunt heeft dhr. Van Dorresteijn 4,5 hectare grond met erf en een bestaande schuur gekocht aan de Peter van den Breemerweg, schuin tegenover huisnummers 1 en 3 (kavel L247). De verplaatsing van het bedrijf van de Insingerstraat naar deze locatie heeft de voorkeur van zowel de gemeente, de provincie als de initiatiefnemer. De toekomstbestendigheid van het bedrijf en de ruimtelijk-functionele inpassing zijn aan de Peter van den Breemerweg aanmerkelijk beter gewaarborgd dan op de huidige locatie. Door middel van het in februari 2017 vastgestelde wijzigingsplan 'Insingerstraat 19' is de agrarische bestemming van het huidige agrarische bedrijf inmiddels verwijderd. Hiervoor zijn vier nieuwe woningen in de plaats gekomen. Het agrarisch bedrijf werd hiermee uit de dichtbebouwde omgeving geplaatst, waar het in de afgelopen decennia volledig ingeklemd door woningen.
Ook de dagelijkse en hinderlijke transporten van voer, mest en dieren door de woonwijken van Soest kwamen hiermee te vervallen. Op de beoogde bedrijfslocatie aan de Peter van den Breemerweg ligt een agrarische bestemming met een aanduiding voor een agrarisch bedrijfsgebouw (veldschuur). Om de volwaardige vestiging van het agrarische bedrijf hier mogelijk te maken, is dit bestemmingsplan opgesteld.
Rho adviseurs voor leefruimte
034200.20180197
8
✓* S
v
Soest
O Overhees
O Soest-Zuid
q De Birkt
A Figuur 1.1 - Ligging huidige en beoogde bedrijfslocatie. Kaartbeeld: Google Earth.
Plangebied Het plangebied betreft een deel van het kadastrale kavelnummer L247, aan de noordgrens begrenst door de Peter van den Breemerweg en aan de westkant door een watergang. Het plangebied bestaat uit het nieuwe agrarische bouwvlak, aangevuld met de aangrenzende gronden waarvan de archeologische dubbelbestemming is komen te vervallen naar aanleiding van het archeologische onderzoek dat is uitgevoerd (zie paragraaf 4.H).
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het geldende bestemmingsplan op de locatie Peter van den Breemerweg (kavel L247) is 'Landelijk Gebied', vastgesteld op 19 december 2013. Op het kavel rust de bestemming 'Agrarisch met waarden' zonder bouwvlak. De bestaande veldschuur is door middel van een functieaanduiding op de verbeelding aangegeven. Verder rusten op de locatie van het beoogde bouwvlak (zie figuur 1.2) momenteel de volgende relevante gebiedsaanduidingen of dubbelbestemmingen: • de gebiedsaanduiding 'geluidzone - weg' aan de voorzijde van het perceel, die regelt dat bij nieuwe geluidgevoelige functies akoestisch onderzoek noodzakelijk is om aan te tonen dat aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan; • de gebiedsaanduiding 'Wro-zone - wijzigingsgebied 17', echter is deze is door een reactieve aanwijzing van Gedeputeerde Staten van 26 januari 2014 verwijderd. • de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie - Hoge verwachting' (west- en noordkant van het beoogde bouwvlak; onderzoeksdrempel 100 m2 en 30 cm -mv) en 'waarde - Archeologie - Lage verwachting' (zuidoostkant; onderzoeksdrempel 10.000 m2 en 30 cm -mv) ). Vanaf de genoemde drempels is het noodzakelijk om d.m.v. onderzoek aan te tonen dat de archeologische waarden niet worden aangetast.
Rho adviseurs voor leefruimte
034200.20180197
9
* +
+ *
+ +
+ + + + + + + + +
4- + +
+ + +
+
4- + 4-4-4-4-4- + 4-4- + K^- ■f4-4-4- + 4-4-4-4-4-
+ + +
+ 4-4-4-444-4- + 4-+ + 4-4 44-4-^4-44-4- + 4-4 + 4-4 + +
4
+ + + +
+ 4- 4- 4- -f 4+ + + + +
* *
+ + + 4^'* + 4 4 4 4 4
44-44-4+ + 4- + 4- + 4-4-4-4-4-4- 4-4 4 4-44444444444 Jv»4 4 4 4 4 4 + 4-4444444444 4/4 ^4444444 + 4-4444444444 V^/4 444444444 4-44444444444444444444444/4 4S 4-4444444444444 4 4 4444444-M4 4> 4-4444444444444444444444-# 4^4 4 f44444444444444444 4 4444
4 4
f 4
f444444444444444444 4 4 + >'/■ 4 4 4 f44444444444 + + + + + + + 4 4 }C+/+ 444
44444HF44 f 4/4
+
f44
f44
44444444444
f44 f 4 4 4 4 4
»
f44
4 4f 4 4 4 4
4 4 4 4 4 y*4 4 4 4 4 4 4 4 4/4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4/4 44444444A/444444
f 4 4 4 4 4 4
f444 f 4 4 4 4 4
f44
f444
f 4 4 4 4 4 4
4 4 4
f44 f44
f44
f4444444
f44
44444444444
f 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4
-4444444444444 U 44444444
'4444444444444 4/if44444444 444444444 V/4 44444444 /4 444444444444444 //4 44444444 44444444444444 4// 444444444 44444444444444 VA- 44444 + 444
Figuur 1.2 - Huidige planologische situatie van het plangebied (born: ruimtelijkeplannen.nl).
1.4
Leeswijzer
Het vervolg van dit bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: • in hoofdstuk 2 wordt het planvoornemen beschreven, door in te gaan op zowel de huidige als de beoogde situatie; • hoofdstuk 3 omvat een toetsing van de ontwikkeling aan het beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau; • in hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid voor wat betreft de omgevingsaspecten beoordeeld; • de regels en verbeelding worden toegelicht in hoofdstuk 5, ook wel de juridische plantoelichting genoemd; • tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
034200.20180197
10
Rho adviseurs voor leefruimte
034200,20180197
11
Hoofdstuk 2
2.1
Planologische situatie
Huidige situatie
Het kadastrale perceel L247, waarbinnen het plangebied is gesitueerd, is momenteel ingericht en in gebruik als weiland (zie figuur 2.1). Het gaat om een rechthoekig perceel met de oriëntatie noordnoordoost - zuidzuidwest. Bovenin het perceel, op circa 40 meter afstand van de Peter van den Breemerweg, bevindt zich een agrarische veldschuur. Rondom deze veldschuur worden momenteel enkele hooibalen opgeslagen. Verder is het plangebied onbebouwd.
: ■■-■J ■
fMr *
.
*
Figuur 2.1 - Luchtfoto met daarin het beoogde bouwvlak.
Rho adviseurs voor leefruimte
034200.20180197
12
Landschappelijke context De Eempolder ligt in het Nationaal landschap Arkenheem-Eemland. Het karakter van de Eempolder wordt bepaalt door de karakteristieke slagenverkaveling. In de openheid van dit weidegebied liggen solitaire boerderijen. De beplanting concentreert zich rondom de erven en de linten. De bebouwing aan de Peter van den Breemerweg is gericht op de weg. Tussen de bebouwing zijn doorzichten richting het landschap. Ten noorden van de Peter van den Breemerweg doorkruist de spoorlijn tussen Amersfoort en Baarn het slagenlandschap. Het is daarmee niet alleen een functionele, maar ook visuele grens. Het spoor ligt namelijk op een dijk met steile taluds. De noordelijke grens van de polder wordt gevormd door de Eem. De Peter van den Breemerweg ligt ingeklemd tussen Soest ten westen Amersfoort ten oosten. In het zuiden ligt een oud bebouwingslint dat die functie doet als de doorgaande weg N221 tussen de twee kernen. In het deel van de Peter van den Breemerweg ter hoogte van het plangebied is ten opzichte van de rest van de Eempolder relatief veel beplanting aanwezig, met name in de vorm van houtwallen en erfbeplanting. Het betreft een overgangsgebied van de bebouwing in het dorp naar het open polderland meer noordwestelijk.
2.2
Nieuwe situatie
Het voornemen is om op de planlocatie een agrarisch bedrijf te realiseren, waar de bedrijfsactiviteiten van dhr. Van Dorresteijn duurzaam kunnen worden voortgezet. Hiertoe wordt met dit bestemmingsplan een bouwvlak van één hectare opgenomen ten behoeve van een grondgebonden agrarisch bedrijf. Dit bouwvlak biedt de ruimte voor de te bouwen bedrijfswoning, rundveestal, loods, educatieve ruimte en winkel, buitenopslag en sleufsilo's. Een schets van de beoogde situatie is hieronder opgenomen als figuur 2.2.
Rho adviseurs voor leefruimte
034200.20180197
13
**p*tte~4»4**e e»4««;
7/
bflw.wrf
knl4««»<tt «fr44«i>
l*je
&
6»
/
v
i4'utt<3e« btfU«4^ («iWk 1 -v b»M<0 &*uwe wil) »f Zw*r4e tb *>*4 et* *«» >*«;<»••'» •<■ »6tr.
/
Rw*<i*m»4*i L»»é» «« e*«ïw4it*« '«i«i4e *•> wi«iai OpjU) )»*»/<«A,ib*lw
«4
OpslA) /*i4e w«i4 U4l»*p «fcutbAk Te liepen vei^ichwv M»)el.jke «i4bre<<)<n)
13 Reipe<4e»tn bei4AAn<!e »erttA»eti») S4e«^e bepl*»4b») Afwil telende bepl*n4in)
Figuur 2.2 - Landschappelijke schets, met inpassingsmaatregelen Terreininrichting De bedrijfswoning wordt aan de voorzijde van de weg gesitueerd, ter hoogte van de westelijke inrit van het perceel L247. Op het achtererf, vanaf ca. 50 meter van de weg, wordt het agrarisch bedrijfsterrein ingericht met vooraan de rundveestal en een loods, en achteraan de opslag van mest, de opslag van gras- en maïsbalen en sleufsilo's. Bij, dan wel in de loods, worden ook vier paardenboxen, een educatieve ruimte en een winkel ingericht. Deze gebouwen en bouwwerken worden allen op de lengterichting van de plaatselijke verkaveling georiënteerd. Direct westelijk van de rundveestal wordt een uitloopzandbak aangelegd. Deze komt buiten het bouwvlak te liggen. Landschappelijke inpassing De schets die is opgenomen als figuur 2.2 toont ook op welke manier het nieuwe agrarische bedrijf landschappelijk wordt ingepast. Als entree blijven de inritten die nu al de doorgang vormen van de doorgaande weg naar het perceel, over de sloot die parallel aan de weg loopt, behouden. De ruimte tussen het achtererf en de weg wordt als voortuin ingericht, mogelijk met een siertuin en/of boomgaard. De stal en loods op het achtererf worden door hagen aan het zicht vanaf de weg ontnomen.
Rho adviseurs voor leefruimte
034200.20180197
14
Aan weerszijden wordt het erf ingepast met streekeigen beplanting van enkele meters breed, zoals met grauwe wilg of zwarte els, met een ondergroei van meidoorn of vlier. Deze inpassing wordt langs bestaande structuren (greppel en sloot) aangelegd. Aan de achterzijde blijft het erf open, met vrij zicht over het weideland. Door deze inpassing ontstaat er een representatief agrarisch erf op deze plek, dat wat qua beplanting, oriëntatie en erfopbouw past in de omgeving en zichtbare verrommeling beperkt. Toelichting op de beoogde bedrijfsvoering Op het bouwvlak worden de bedrijfsgebouwen en de bedrijfswoning zo gesitueerd dat er nog voldoende ruimte is om de dieren met 24-uurs toezicht te huisvesten en te weiden. Daarnaast is het in de winter mogelijk alle dieren in de nabijheid van het wintervoer te huisvesten zonder allerlei transport van dieren, voer en mest door de woonomgeving van Soest. Doordat dhr. van Dorresteijn in de afgelopen jaren voldoende grond bij deze locatie heeft verworven (eigendom en pacht) kan het bedrijf zogenaamd extensief gerund worden. Dit betekent dat dieren en land in balans zijn en er dus geen voer van elders gehaald hoeft te worden, de mestafzet weer op het eigen land uitgereden kan worden en dat er geen behoefte Is aan aanvullende kunstbemesting waardoor het bedrijf op circulair-economische wijze wordt uitgeoefend met een lage milieudruk.
Hierbij is het doel de producten in de directe omgeving afzet te zetten. Om dit te realiseren met eigen arbeid en in harmonie voor een sociaal gezinsleven is het nodig om het bedrijf op een locatie in de nabijheid van de landerijen te concentreren. De veehouderij bestaat nu uit 95 stuks dieren - 45 zoogkoeien en 50 pinken en kalveren. Het bedrijf was twee jaar geleden groter, maar in verband met de mogelijke verhuizing zijn noodzakelijke investeringen in één van de schuren aan de Insingerstraat niet gedaan en is de veestapel ingekrompen. Voor een toekomstbestendige bedrijfsvoering is een groei naar 150 stuks vee op de nieuwe locatie gewenst. Toelichting op de locatiekeuze en positionering bouwvlak Met de nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf aan de Peter van den Breemerweg, wordt er een bouwperceel toegevoegd in een deel van de Eempolder waar openheid, weidsheid en de slagenverkaveling kenmerkende en te behouden kwaliteiten zijn. De locatiekeuze en de exacte positionering van het bouwvlak zijn daarom van groot belang. Bij de gekozen locatie en positionering speelden de volgende overwegingen mee: • om aantasting van het vrije zicht van de overburen op de nrs. 1 en 3 te beperken, is het bouwvlak aan de uiterste oostkant van het kadastrale perceel L247 gepositioneerd. Hierdoor blijft er direct tegenover deze burgerwoning sprake van uitzicht/ zicht op de openheid.
De bestaande veldschuur en de opslag daaromheen, die nu meer westelijk en dus meer in het zicht van de overburen liggen, worden gesloopt; • eveneens met het oog op het zicht van de overburen en de ruimtelijke beleving en het zicht op Amersfoort vanaf de Peter van den Breemerweg, is het bouwvlak op enige afstand van de weg gepositioneerd. Het erf met de bedrijfsbebouwing wordt bovendien landschappelijk ingepast met gebiedseigen beplanting (zie het landschappelijk inpassingsplan in bijlage Ivoor details); • het bouwvlak is in de lengterichting van de slagenverkaveling gepositioneerd (oriëntatie noordnoordoost-zuidzuidwest), en sluit aan weerszijden aan op een bestaande kavelgrens (greppel of sloot). Ook de gebouwen zijn op deze wijze georiënteerd; • de gekozen locatie ligt aan het westelijke deel van de Peter van den Breemerweg, waar zich tevens al een legale veldschuur bevond. Wat het verstorende effect op de openheid en weidsheid betreft, is deze locatie te verkiezen boven een locatie langs de Peter van den Breemerweg die meer naar het oosten ligt. Ten westen van de locatie is sprake van relatieve verdichting door enkele houtsingels en omzoomde erven aan weerszijden van de weg. Meer oostelijk neemt de openheid sterk toe, en daarmee het ruimtelijk-visuele effect van een eventuele ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
034200.20180197
15
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidstoets
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Het rijksbeleid voor de ruimtelijke ordening is vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, maart 2012). Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Om dit te bereiken is een aanpak geformuleerd die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Toetsing en conclusie De inhoud van de SVIR is van een dusdanig abstractieniveau dat er van belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling aan de Peter van den Breemerweg geen sprake is. Ladder voor duurzame verstedelijking
Daarnaast is in het Besluit ruimtelijke ordening de 'ladder voor duurzame verstedelijking' vastgelegd. De 'ladder' vereist bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen een onderbouwing van de noodzaak en locatieafweging. Toetsing en conclusie Een agrarisch bedrijf wordt niet gezien als een stedelijke ontwikkeling of een stedelijke voorziening waarvoor de ladder voor duurzame verstedelijking moet worden doorlopen. Toetsing aan de 'ladder' is niet aan de orde.
3.2
Provinciaal beleid
Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en Provinciale Ruimtelijke Verordening (herijkt in 2016)
In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS), vastgesteld op 12 december 2016, staat het ruimtelijk beleid beschreven voor de periode tot 2028. Hierin geeft de provincie aan welke doelstellingen van provinciaal belang worden geacht, welk beleid bij deze doelstellingen hoort én hoe uitvoering wordt gegeven aan dit beleid. Deze uitvoering wordt deels gegeven via de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV, eveneens vastgesteld op 12 december 2016) die tegelijk met de PRS is opgesteld. De provincie wil onder met de PRS en de PRV invulling geven aan de filosofie: lokaal wat kan, regionaal wat moet. Daarbij wordt er gestreefd naar een omslag van toetsings- naar ontwikkelingsplanologie, die zich onder meer uit in minder kwantitatieve normering en juist meer kwalitatieve randvoorwaarden waaronder ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. De provincie wil Utrecht aantrekkelijk houden om te wonen, werken en recreëren. De met vele regiopartijen opgestelde Strategie Utrecht2040 is daarbij de stip aan de horizon. Het ruimtelijk beleidsvizier dat in de PRS wordt uitgewerkt is daar op gericht en omvat een viertal pijlers: • duurzame leefomgeving; • beschermen kwaliteiten;
Rho adviseurs voor leefruimte
034200.20180197
16
• •
vitale dorpen en steden; dynamisch landelijk gebied.
Voor de gewenste ontwikkeling aan de Peter van den Breemerweg in Soest zijn in het bijzonder de pijlers 'beschermen kwaliteiten' en 'dynamisch landelijk gebied' uit de PRV relevant. In tabel 3.1 wordt het relevante beleid uit de PRS en de PRV opgesomd en wordt de voorliggende ontwikkeling hieraan getoetst. Tabel 3.1 - Toetsing aan PRS
en PRV
Landschap Eemland
PRS (§5.2.1)
Voor elke ontwikkeling in het landelijk gebied moet aansluiting gevonden worden bij de kernkwaliteiten. Voor het landschap Eemland zijn dat de volgende: - extreme openheid; -slagenverkaveling - veenweidekarakter - historie van de Zuiderzee; - Grebbelinie - overgangsgebieden (bij Eemnes, Soest en Amersfoort). Deze kernkwaliteiten hebben in de verschillende deelgebieden van Eemland verschillende accenten. Een uitgebreidere beschrijving en handvatten voor het omgaan met de kernkwaliteiten is opgenomen in de Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen._________________
PRV (art. 1.8)
Lid 3: 'Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als 'landschap' bevat geen nieuwe bestemmingen en regels die leiden tot een onevenredige aantasting van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, zoals genoemd in de Bijlage Kernkwaliteiten landschap.' _______________________________
Toetsing
Voor de locatie aan de Peter van den Breemerweg is met name de slagenverkaveling en het veenweidekarakter relevant. Hoewel de verplaatsing naar deze locatie nieuw ruimtebeslag in de Eempolder met zich meebrengt, is de aantasting van het veenweidekarakter beperkt door de locatiekeuze, inrichting en wijze van inpassing. Zo worden het erf en de gebouwen georiënteerd op de aanwezige slagenverkaveling. De toekomstbestendigheid van het extensieve agrarische bedrijf, dat veel gronden in de Eempolder heeft, verbetert met de verplaatsing. Dit betekent een versterking voor het veenweidekarakter van het omliggende landschap. De kernkwaliteit extreme openheid is in dit deel van de polder niet van toepassing, omdat het een relatief verdicht overgangsgebied betreft. Wel is het zichteffect (beleving van de openheid) een belangrijke overweging geweest bij de locatiekeuze en de positionering van het bouwvlak, zoals meer uitvoerig uiteengezet in paragraaf 2.2. In het landschappelijk inpassingsplan, dat als bijlage 1 is bijgevoegd bij dit bestemmingsplan, bevat een landschappelijke analyse, een beeldkwaliteitskader en een meer gedetailleerde beschrijving van de landschappelijke inpassingsmaatregelen. De landschappelijke schets hierbij (zie ook figuur 2.2) is juridisch verankerd door middel van een voorwaardelijke verplichting in de regels.___________________________________
Agrarische bedrijven (nieuwvestiging of verplaatsing)
PRS (§7.3.1)
Omdat door de voortgaande schaalvergroting voldoende bouwkavels van stoppende bedrijven beschikbaar komen en om verstening en aantasting van het landschap te voorkomen, wordt geen nieuwvestiging van landbouwbedrijven toegestaan. Bij verplaatsing van melkveehouderij en fruitteelt binnen de provincie wordt ervan uitgegaan dat hervestiging doorgaans op een vrijkomend agrarisch perceel kan plaatsvinden.
Rho adviseurs voor leefruimte
034200.20180197
17
Toch kan nieuwvestiging hiervoor in de vorm van bedrijfsverplaatsing binnen de provincie in specifieke situaties nodig zijn voor de realisatie van internationale natuurdoelen. Als er geen geschikt vrijkomend agrarisch bouwperceel beschikbaar is, wordt hier hieraan alleen mee binnen een integrale, gebiedsgerichte aanpak waarbij ook rekening wordt gehouden met natuur, landschap, recreatie en infrastructuur. PR V (art. 2.1)
Lid 2: 'Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als 'agrarische bedrijven' bevat geen bestemmingen en regels die voorzien in nieuwe agrarische bouwpercelen, tenzij het gaat om de verplaatsing van een grondgebonden landbouwbedrijf voor het voldoen aan internationale natuurverplichtingen.’ Lid 10 'Een ruimtelijk besluit voor de gronden die zijn aangewezen als 'Bestaand agrarisch bedrijf' bevat bestemmingen en regels die voorzien in de nieuwvestiging van het grondgebonden agrarisch bedrijf in de vorm van een rundveehouderij dat voorheen gevestigd was aan de Insingerstraat 19 te Soest, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de omvang van het agrarisch bouwperceel bedraagt maximaal 1 hectare, en 2. gebouwen inclusief maximaal één bedrijfswoning worden uitsluitend binnen het agrarisch bouwperceel toegestaan, en 3. het ruimtelijk besluit regelt dat: (a) andere vormen van detailhandel dan de nevenactiviteit particuliere verkoop van vleespakketten niet zijn toegestaan, en (b) het gebruik van gebouwen voor deze nevenactiviteit ondergeschikt is aan de hoofdactiviteiten van het bedrijf met een maximum van 100 m2, en 4.
het ruimtelijk besluit bevat de voorwaardelijke verplichting dat gelijktijdig met de uitvoering van bouwwerken wordt voorzien in de realisering van een goede landschappelijke inpassing met de daarbij behorende instandhoudingsverplichting van deze inpassing, en 5. bij het ontwerpen van de onder 4 bedoelde landschappelijke inpassing worden de kernkwaliteiten die worden genoemd in de Bijlage Kernkwaliteiten landschap bij deze verordening in acht genomen, en 6. gemotiveerd wordt dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten die worden genoemd in de onder 5 genoemde Bijlage.'________________________________________________________
Toetsing
In dit geval gaat het om de nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf op gronden die zijn aangewezen als 'Bestaand agrarisch bedrijf, zoals genoemd in lid 10. Aan de zes voorwaarden die worden genoemd in lid 10 wordt voldaan: 1. op de verbeelding is een bouwvlak van 1 hectare vastgelegd; 2. in de regels is vastgelegd dat gebouwen en maximaal één bedrijfswoning uitsluitend binnen het agrarische bouwvlak zijn toegestaan; 3. deze voorwaarde is geborgd in de regels van de agrarische bestemming; 4. er is een voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen ten aanzien van het realiseren en instandhouden van de landschappelijke inpassing van het perceel, conform het daartoe opgestelde plan; 5. bij de landschappelijke inpassing van het perceel worden de kernkwaliteiten in acht genomen, zoals nader is toegelicht bij de toetsing aan art. 1.8 van de PRV. Zie ook het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 1. 6. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, zoals nader is toegelicht bij de toetsing aan art. 1.8 van de PRV. Zie ook het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 1.__________________________________
Recreatiezone
PRS (§7.4.1)
De provincie wil de bestaande recreatieve voorzieningen in de recreatiezones behouden en waar nodig versterken. Hiervoor wordt geregeld dat in de recreatiezones geen
Rho adviseurs voor leefruimte
034200.20180197
18
ontwikkelingen plaats kunnen vinden die behoud en realisatie van recreatief groen belemmeren. PRV (art. 3.17) Lid 2: 'Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als 'Recreatiezone' bevat bestemmingen en regels ter bescherming van de instandhouding en de bereikbaarheid van bestaande recreatieve voorzieningen.’ Toetsing
De ontwikkeling aan de Peter van den Breemerweg staat de instandhouding en de bereikbaarheid van recreatieve voorzieningen in dit gebied niet in de weg. Door het faciliteren van een landschappelijke drager van dit landschap, wordt de kernkwaliteit van het veenweidekarakter versterkt en daarmee de belevingswaarde voor recreanten.
Kwaliteitsgids Utrechtse landschappen
Binnen het Utrechtse landschap 'Eemland' valt het projectgebied in het deelgebied 'Eempolder'. In de kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen worden de vier kernkwaliteiten zoals opgesomd in tabel 2.1 benoemd. De ambities met betrekking tot deze kernkwaliteiten zijn toegespitst op het versterken van de openheid en op bijzondere aandacht voor de randen van de openheid. De ambities zijn in de kwaliteitsgids uitgewerkt in een aantal richtpunten. De volgende zijn relevant voor de ontwikkeling aan de Peter van den Breemerweg: • behoud van een continue open ruimte langs de Eem; • behoud van een doorlopend grastapijt, waarop vooral koeien grazen; • vermijden van nieuwe bebouwing in open gebied, bebouwing hoort zoveel mogelijk in de bestaande linten thuis; • transparant houden van de boerderijlinten in Eemland. Daarnaast worden in het gebiedskatern Eemland voor de verschillende deelgebieden ontwikkelprincipes meegegeven, onder meer voor ontwikkelingen in de landbouw (zie figuur 3.1). De ontwikkelprincipes zijn, net als de kwaliteitsgids zelf, opgesteld om inspiratie en houvast te bieden voor het omgaan met ontwikkelingen, namelijk op z'n manier dat de kernkwaliteiten worden zeker gesteld of zelfs beter beleefbaar worden. Het zijn dan ook geen bindende regels, maar nadrukkelijk principes die inspiratie geven voor de inpassing en vormgeving van ontwikkelingen in het landschap.
Rho adviseurs voor leefruimte
034200.20180197
19
ONTWIKKELPRINCIPES EEMPOLDER ONTWIKKELINGEN IN DE LANDBOUW
Da
orf-grootte is maximaal 2 ha, anders wor den do eilanden te groot in de ruimte
elementen buiten het erf (grasopslag, kraal) liggen in verlengde achter erf op gaand in grastapijt; max 1,5m hoog
I*
SJ
bij vrijkomen van kavel in lint, ruilverkavellngsboerdenj vanuit open veld hier naar toe verplaatsen
•
X
4< A breedte van het erf kleiner dan de diepte Ideaal Is een verhouding 1:2
t I
:
vn|e ruimte tussen naast elkaar liggende erven, ook met de overburen
bij beëindiging van weide gebonden land bouw wordt orf bij voorkeur teruggebracht tot de bestaande woning
maisteelt alleen in overgangsgebieden, niet In open gebied of in 'flessehals'
y T-V—
A nevanfunties op het erf mogelijk, mits hoofdfunctie weilanden met grazend vee blijft
als ophogen van grond, dan heel het perceel en alleen als omliggende percelen hoger liggen
sloten bij voorkeur niet dempen; als toch, dan blijft lengte-breedte verhouding van de kavels <1:7
m open gebied alleen schuilplekken als simpele platte schuurtjes niet hoger dan lm gekoppeld aan weg en toegang perceel
± afstand tot buren is ten minste aan 1 zijde minimaal 3x de diepte van hel erf Zo blljtt zlchl op het open landschep behouden
X ----- ------------------------oen orf grenst aan weerszijde altijd aan een sloot
bij slagenverkavoling goon verlaging van de waterstand; zichtbaar water hoort bij veenweide
geen verlichte ligboxstallen in donkere gebied
Figuur 3.1 - Ontwikkelprincipes voor de landbouw in de Eempolder (bron: Gebiedskatern Eemland) Toepassing en conclusie De ontwikkeling aan de Peter van den Breemerweg brengt nieuw ruimtebeslag in de Eempolder met zich mee. Het betreft echter geen stedelijke functie, maar een extensief agrarisch bedrijf met weidegrond in de directe omgeving. Dit komt het 'grastapijt1 en de beleefbare 'koe in de wei' ten goede, conform de ambities uit de Kwaliteitsgids. Het zicht op de Eem wordt door deze ontwikkeling niet aangetast. De bebouwing ligt niet centraal in de polder, maar sluit aan bij een relatief verdicht deel van dit deel van de Eempolder. Mede door de positionering schuin tegenover (in plaats van direct tegenover) de burgerwoningen op de nrs. 1 en 3 blijft de transparantie van het 'lint' ook met deze ontwikkeling hoog. De beoogde inpassing van het agrarische bedrijf gebeurt in lijn met het grootste deel van de relevante ontwikkelprincipes uit de kwaliteitsgids, bijvoorbeeld voor wat betreft de erfgrootte (kleiner dan 2ha), de breedte-lengteverhouding (nagenoeg 1:2), de oriëntatie op de aanwezige slagverkaveling en het
Rho adviseurs voor leefruimte
034200.20180197
20
behoud van het (zicht op het) open landschap. Op het punt van de vrije ruimte ten opzichte van de overburen wordt vanwege de situatie ter plekke afgeweken van de ontwikkelprincipes. Het bouwvlak wordt niet direct, maar schuin tegenover de overburen gesitueerd, zonder de vrije ruimte die in één van de ontwikkelprincipes wordt verbeeld. Een verschuiving naar een meer oostelijk kavel, waardoor een dergelijke vrije ruimte wordt gecreëerd, zou namelijk een grotere impact hebben op de openheid en weidsheid van dit deel van de Eempolder. Vandaar dat ervoor gekozen is om het bouwvlak binnen het kadastrale perceel L247 te situeren, maar dan wel aan de oostkant met het oog op het zicht van de overburen.
3.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie 2009-2020 - Een groen en levendig Soest, nu en in de toekomst
In de structuurvisie bepaalt de gemeente de hoofdlijnen van haar toekomstig ruimtelijk beleid. De structuurvisie stelt de gemeente in staat sturing te geven aan gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. De Eempolder is in de ruimtelijke analyse van de structuurvisie als een te behouden open weidelandschap gekarakteriseerd. Het behouden van zichtrelaties en de openheid zijn hier van belang. Stedelijke ontwikkelingen als woningbouw worden hier als ongewenst benoemd. De structuurvisie gaat slechts in hoofdlijnen in op de ruimtelijke koers in het buitengebied. Kaders en richtlijnen voor de (her)inrichting van nieuwe agrarische bedrijven worden niet gegeven. Wel wordt de noodzaak genoemd om beleid te ontwikkelen voor het buitengebied, de Gebiedsvisie Landelijk gebied Soest is hier een uitwerking van. Toetsing en conclusie De ontwikkeling aan de Peter van den Breemerweg past binnen de structuurvisie: er volgen hieruit geen belemmeringen voor de gewenste uitbreiding. Gebiedsvisie Landelijk gebied Soest (2012)
De Gebiedsvisie Landelijk Gebied Soest vormt een integrale visie op toekomstige ontwikkelingen in het landelijk gebied. Gebaseerd op de trends in de agrarische sector, waar bedrijven op termijn ofwel (moeten) kiezen voor schaalvergroting of voor verbreding van de activiteiten, kunnen in het landelijk gebied zeer uiteenlopende ruimteclaims worden verwacht. Dit, in combinatie met de wens om de landschappelijke kwaliteit en diversiteit te beschermen en versterken, vraagt om een visie op toekomstige ontwikkelingen. De visie onderscheidt daarbij verschillende gebieden, die ieder afzonderlijk hun eigen landschappelijke kwaliteiten kennen en wisselend geschikt zijn voor bepaalde functies. Figuur 3.2 toont de locatie van het nieuwe agrarische bedrijf op de visiekaart. Het kavel ligt in de geel gekleurde landbouwzone, gekarakteriseerd als 'hoog productief, schaalvergroting, intensivering, verbreding, biologisch'.
Rho adviseurs voor leefruimte
034200.20180197
21
m
E£MPOLDER
mm .-.j® '<• yi ^ • v-
”sr #*.
v\
5* %
v.
m
ks
ENG
\
Wm \W r
V
f i'
s
I .■-
Si
/ *Jr r^iI i. 1J5F 11
Figuur 3.2 - Visiekaart, de blauwe cirkel geeft de ontwikkellocatie aan.
Ift
Visueel-ruimtelijke kwaliteit Eempolder In de Gebiedsvisie wordt verder ingegaan op de beeldkwaliteit van de Eempolder. Daarbij gaat het in de eerste plaats om het behoud van de belangrijkste visueel-ruimtelijke kwaliteiten, namelijk openheid, het agrarische karakter en de karakteristieke slagenverkaveling. Op kavelniveau worden zaken als een sobere en gebiedseigen erfbeplanting, behoud van de verkavelingsmaten, bescheiden gebruik van inrichtingselementen als hekwerken en traditioneel kleurgebruik als aandachtspunten aangemerkt. Aandachtspunten bij 'ontwikkelingserven' De gebiedsvisie benoemt een aantal aandachtspunten bij agrarische ontwikkelingen in het algemeen en agrarische uitbreidingen of 'ontwikkelingserven' in het bijzonder. Hiermee wordt gedoeld op een beperkt aantal bestaande agrarische bedrijven met ontwikkelperspectief. De ontwikkellocatie is niet als ontwikkelingserf aangemerkt. Omdat nieuwvestiging of bedrijfsverplaatsing in de gebiedsvisie niet als zodanig wordt benoemd, wordt aangesloten op deze aandachtspunten. Voor een groot deel sluiten ze aan op de ontwikkelprincipes uit de Kwaliteitsgids. Het gaat onder meer om een lengte-breedteverhouding van 2:1, een maximale erfgrootte van 2 ha, sloten aan weerszijden van het erf, erfbeplanting van minimaal 8 m breed aan weerszijden en één laag met kap als uitgangspunt voor alle gebouwen.
In de model-inrichtingsschets in figuur 3.3 zijn deze aandachtspunten verwerkt.
Rho adviseurs voor leefruimte
034200.20180197
22
lOOm
•vwwu^b»•rf
op I Sm breed,
wmgloxelan)
nokndnmg bebouwing evonwijdtg aan slagenverkaveltng
behoudsloMn.trf wordt un zieden begrensd door sloten
voorajde representatief
behoud sloot voorafde vertxHxIng ed ci Ufbxl) totul oppervWi erf mMtmeal 2 ha PHINCIP€ LANDSCHAPfCLUKE INPASSING ONTWIKKEL!NGSERF EEMPOLDER
Figuur 3.3 - Principe landschappelijke inpassing ontwikkelingserf Eempolder Toepassing en conclusie In de Gebiedsvisie wordt nieuwvestiging als ontwikkelingstype niet nader benoemd of beschreven. Omdat het hier gaat om een verplaatsing van een agrarisch bedrijf, namelijk naar een bedrijfsmatig en ruimtelijk-functioneel geschiktere locatie binnen de gemeente (zie paragraaf 1.1), past de ontwikkeling binnen de beleidsuitgangspunten zoals in de Gebiedsvisie uiteengezet. De inrichting en inpassing van het agrarische bedrijf van dhr. Van Dorresteijn sluit aan op de principes c.q. aandachtspunten en de visueel-ruimtelijke kwaliteiten die in de Gebiedsvisie worden geformuleerd, zoals ook naar voren komt in het landschappelijk inpassingsplan (bijlage 1).
Rho adviseurs voor leefruimte
034200.20180197
23
Hoofdstuk 4
4.1
Omgevingsaspecten
Inleiding
Bij de onderbouwing van een bestemmingsplan dient inzicht te worden gegeven in de mogelijke milieugevolgen. De initiatiefnemer heeft nog geen definitieve keuze gemaakt in het dieraantal en het stalsysteem. De emissies van geur, fijn stof en ammoniak kunnen daarmee variëren. Binnen dit bestemmingsplan wordt aangesloten bij de flexibiliteit die wordt geboden aan agrarische bedrijven in het bestemmingsplan "Landelijk Gebied". Dat betekent dat binnen de kaders van het bestemmingsplan de ontwikkeling van een grondgebonden agrarisch bedrijf mogelijk is. De oprichting van een intensieve veehouderij is uitgesloten (waarmee de potentiële milieu-impact wordt beperkt). Ook is in de planregels vastgelegd dat geen sprake mag zijn van overschrijding van de drempelwaarden zoals vastgelegd in het Besluit milieueffectrapportage. Om
een
beeld te geven van
de
milieugevolgen
is aansluiting gezocht bij
het aangeleverde
ondernemersplan bedrijfsverplaatsing André van Dorresteijn. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de relevante omgevingsaspecten. Voor de geur en ammoniak berekening is uitgegaan van het aantal dieren en de verdeling daarvan zoals weergegeven in tabel 5.1.1 van het ondernemersplan bedrijfsverplaatsing André van Dorresteijn. In tabel 4.1 is de verdeling van het aantal dieren weergeven met de bijbehorende emissies. Tabel 4.1 - Diertabel toekomstige situatie diersoort