4a 12 Bijlage 11 Bezwaar 30-10-19.pdf
Tekst van het document
Janike Haakmeester Advocatuur
GEMEENTE SOEST Ingek. Nr
AANTEKENEN Aan de Raad van de gemeente Soest Postbus 2000 3760 CA SOEST
31 OKI 2019 Afd..
Tevens per e-mail: c.visser@soest.nl
REFERENTIE: SB/1570/SBo DOSSIER: Van Dorresteijn
BETREFT: Aanvullend bezwaar UW REFERENTIE: Rb 19-04, Kenmerk: ruimte/2121298
BEHANDELD DOOR/TEL mw. mr. S.G.A. de Boer 035-5431333 Saskia@haakmeesteradvocatuur.nl
Baarn, 30 oktober 2019
Geachte leden van de raad, Tegen het besluit van 7 februari 2019 omtrent de door de heer A G. van Dorresteijn gewen ste bedrijfsverplaatsing naar de Peter van den Breemerweg en waarin deze verplaatsing wordt afgewezen heeft de heer Van Dorresteijn op 19 maart 2019 bezwaar ingediend. Dat besluit was als bijlage 1 bij het bezwaar gevoegd. In het besluit van 7 februari heeft uw raad het college de opdracht gegeven om te zoeken naar een locatie voor het bedrijf van de heer Van Dorresteijn. De door hem en ook jarenlang door uw gemeente gewenste locatie aan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg wordt expliciet uitgesloten van de zoektocht. Van Dorresteijn heeft bezwaar gemaakt tegen dit ongemotiveerde besluit. Dat behelst een radicale koerswijziging van de afspraken en toe zeggingen die de gemeente (raad, college en andere vertegenwoordigers) over de afgelopen 10 jaar (!) hebben gemaakt. Omdat voor Van Dorresteijn het resultaat telt: namelijk een duurzame voortzetting van zijn familiebedrijf, is in overleg met u (raad, college en de bezwarencommissie) besloten, de in houdelijke behandeling van het bezwaar uit te stellen om middels het onderzoek hopelijk een passend alternatief te vinden. Helaas is er, nu de afgesproken datum van 1 november voor het inhoudelijk aanvullen van het bezwaar in zicht is, uit dit onderzoek nog steeds geen con creet alternatief voortgekomen.
Hieronder treft u daarom het aanvullend bezwaar.
Feiten 1. De heer Van Dorresteijn exploiteert een bij uitstek Soester bedrijf. Het betreft een familiebe drijf, van vader op zoon overgegaan, gestart door zijn vader in 1960 aan de Nieuweweg 44 en verplaatst in 1969, vanwege oprukkende woningbouw in het Smitsveen, naar de Janike Haakmeester Advocatuur bv Postadres: Postbus 4, 3740 AA Baarn | Vestigingsadres: Weteringstraat 23, 3741 TD Baarn | Tel. 035 54 31 333 www.janikehaakmeesteradvocatuur.nl KvK-Nr. 57649774 j Btw-Nr. NL 852674995 B01
Janike Haakmee ter Advocatuur 2-
-
Insingerstraat 19: precies 50 jaar geleden. Inmiddels werkt de dochter van het gezin naar de bedrijfsopvolging toe. Het bedrijf werkt zoveel mogelijk met producten uit de omgeving en het klantenbestand bevindt zich eveneens in Soest en omstreken. Het bedrijf staat duurzaamheid en diervriendelijkheid voor. Juist boerenbedrijven als die van Van Dorresteijn willen we behouden in Nederland en zeker hier in de omgeving. Het bedrijf voldoet bij uitstek aan het door de regering voorgestane natuurinclusief boeren. 2.
Omdat het bedrijf aan de Insingerstraat steeds verder werd ingeperkt door de oprukkende bebouwing en er tot aan 2010 steeds meer woningen in de stankcirkel van het bedrijf werden gebouwd heeft er in september 2010 met de toenmalige wethouder de heer Witte (GGS) een gesprek plaatsgevonden. De wethouder heeft op dat moment aangegeven te gaan meewer ken aan de bedrijfsverplaatsing naar de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg tegen over nummer 1 en 3. Dit zou plaatsvinden via het toen nieuw voorgenomen bestemmings plan “Landelijk Gebied” omdat zowel de locatie Peter van den Breemerweg als de Insingerstraat in dit bestemmingsplan gelegen zijn.
3.
In verband met de vaststelling van dat bestemmingsplan Landelijk Gebied heeft uw raad via een amendement vervolgens expliciet bepaald dat het bedrijf verplaatst kan worden naar de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg tegenover nrs 1 en 3 (bijlage 2). Het vertrek van het bedrijf uit de Insingerstraat werd daarbij door de raad nadrukkelijk van belang voor de gemeente geacht. Eerst na de vaststelling van het bestemmingsplan door de raad via het amendement eind 2013 heeft de heer Van Dorresteijn de bedrijfsvoering aan de Insingerstraat afgebouwd. Hij is daar pas gestopt en heeft de grond daar pas verkocht eerst eind 2017, nadat de provincie medewerking had toegezegd aan verplaatsing naar de zuidzij de van de Peter van den Breemerweg.
4.
De koeien zijn nu gehuisvest op verschillende locaties in Soest. Het grootste deel daarvan loopt in de wei met agrarisch bedrijfsgebouw op het adres tegenover Peter van den Breemerweg 1 en 3 in Soest. De aldaar legaal aanwezige bedrijfsbebouwing wordt ook al vermeld in het amendement uit 2013 en is te zien op onderstaande foto:
ƒ
Peter van Den Breemerweg 3
X
i-i Google
Janike Haakmeester Advocatuur -35.
Uw raad heeft ook na het aannemen van een amendement op 19 december 2013 samen met het college en de provincie actief meegewerkt aan de voorgenomen bedrijfsverplaatsing naar de Peter van den Breemerweg. De ruimtelijke belangenafweging daarvoor is diverse keren door uw raad, het college èn door de provincie gemaakt en telkens in het voordeel van het plan van de heer Van Dorresteijn uitgevallen.
6.
De provincie heeft expliciet ingestemd met de verplaatsing naar de Peter van den Breemerweg en heeft daarvoor zelfs onderzoek laten verrichten. Als gevolg van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2018 is de samenstelling van de raad en het college in mei 2018 gewijzigd. De provincie heeft omtrent de ten behoeve van Van Dorresteijn aangepaste PRV/PRS op14 mei 2018 besloten en dit op 13 juni 2018 gepubliceerd. Sindsdien en alleen op grond van de gewijzigde collegesamenstelling nemen het college en de raad een gewijzigd standpunt in ten opzichte van de verplaatsing. Een chronologisch overzicht wordt als bijlage 3 hierbij gevoegd.
Bezwaar tegen besluit 7 februari 2019 7.
Met het definitief indienen van het concept voor een ontwerp bestemmingsplan “Peter van den Breemerweg tegenover nrs 1 en 3” (hierna: het verzoek) op 8 juni 2018 heeft de heer Van Dorresteijn een verzoek ingediend tot wijziging van het bestemmingsplan. De raad heeft met het besluit van 7 februari 2019 die aanvraag om wijziging van het bestemmingsplan af gewezen. Uw raad formuleert dit wat omfloerst door in het besluit uit te sluiten dat de heer Van Dorresteijn zich mag vestigen aan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg, en niet letterlijk het verzoek af te wijzen. Voor zover nodig is dit bezwaar daarom tevens gericht tegen de weigering om te besluiten.
8.
Gelet op artikel 3.9 Wro heeft de heer Van Dorresteijn dit bezwaar gericht tegen de weige ring een bestemmingsplan op aanvraag vast te stellen ingediend. Omdat de uniforme open bare voorbereidingsprocedure niet van toepassing is verklaard, dient de bezwarenprocedure te worden doorlopen.1 Er zijn diverse uitspraken waarin de Raad van State zich heeft gebogen over dergelijke be sluiten waarbij de raad weigert een bestemmingsplan vast te stellen, en daarbij ook in het gelijk heeft gesteld.2
Ongemotiveerd besluit, niet gemotiveerd, niet zorgvuldig voorbereid 9.
In het besluit d.d. 7 februari 2019 wordt “kennis genomen van het juridisch kader” opgesteld door het college en geeft uw raad het college de opdracht om te zoeken naar een locatie waar het bedrijf van de heer Van Dorresteijn gevestigd kan worden. Daarbij wordt expliciet bepaald dat de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg wordt uitgesloten.
1 Zie ook de toelichting bij artikel 3.8 Wro in Tekst & Commentaar ruimtelijk bestuursrecht, tiende druk, p. 154. 2 Zie bijvoorbeeld de uitspraken d.d. 22 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1311) en 21 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1542).
Janike Haakmeester Advocatuur 4-
-
10. Met dit besluit van 7 februari 2019 heeft uw raad daarmee het verzoek van de heer Van Dorresteijn om het door hem ingediende ontwerp bestemmingsplan in procedure te brengen afgewezen. Dit besluit is niet voorzien van enige motivering en daarmee in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 11. In de woorden van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State: het verzoek is lichtvaardig geweigerd3. 12. Dit klemt te meer omdat het verzoek in overeenstemming is met het intensieve overleg zoals dat als gevolg van het raadsbesluit van december 2013 jarenlang heeft plaatsgevonden tus sen uw raad en uw college, provinciale staten en gedeputeerde staten en de heer Van Dorresteijn. De gemeente heeft in samenwerking met de provincie nota bene alle omwo nenden rondom de locatie Peter van den Breemerweg en agrariërs zelf op de hoogte ge bracht van het bezoek van de gedeputeerde de heer Van den Berg aan Soest. Daarbij kwam de gedeputeerde op 3 april 2018, dus kort na de gemeenteraadverkiezingen, een uitleg ge ven over de reden waarom, en hoe, de provincie samen met de gemeente tot de conclusie was gekomen dat er in Soest voor Van Dorresteijn een uitzondering wordt gemaakt om aan de Zuidzijde van de Peter van den Breemerweg een agrarisch bouwblok toe te staan. 13. In het bestreden besluit vindt geen enkele belangenafweging plaats.
Het besluit is daarmee in strijd met artikel 3:4 Awb. De wijze waarop de besluitvorming heeft plaatsgevonden is ge let op de gang van zaken onzorgvuldig en daarmee in strijd met artikel 3:2 Awb. 14. Uiteraard is de heer Van Dorresteijn zich ervan bewust dat uw raad het bestreden besluit alsnog van een motivatie zal kunnen voorzien. Gelet op de toezeggingen zoals die door u zijn gedaan en gelet op de planologische situatie, de goede en goed onderzochte inpasbaar heid en de diverse verrichte onderzoeken, kan het besluit op bezwaar alleen inhouden dat het verzoek zal worden gehonoreerd en een ontwerp bestemmingsplan conform artikel 3.8 Awb in procedure zal worden gebracht. Allereerst ga ik hieronder in op de na te komen toezegging, vervolgens op de planologische inpasbaarheid.
Toezegging moet worden naaekomen 15. Deze kwestie is een schoolvoorbeeld van opgewekt vertrouwen dat door u als overheid gehonoreerd moet worden. Recent heeft de Afdeling het vertrouwen dat een belanghebben de aan toezeggingen van de overheid mag toedichten zelfs aanzienlijk versterkt4. De deur voor het honoreren van toezeggingen wordt daarmee nog verder opengezet dan voorheen al het geval was. 16. De Afdeling gaat in deze recente uitspraak eerst in op het vertrouwensbeginsel en hoe dat beginsel in het omgevingsrecht dient te worden toegepast. Bij de beoordeling van een be roep op het vertrouwensbeginsel moeten (zoals ook de AG in zijn aan de uitspraak vooraf gaande advies5 heeft geconcludeerd) drie stappen worden doorlopen. Uit deze stappen volgt 3 ABRvS 21 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1542 4 ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1694 5 ECLI:NL:RVS:2019:896
dat meer de nadruk moet worden gelegd op hoe een uitlating of gedraging bij een redelijk denkende burger overkomt, en minder op wat een bestuursorgaan ermee bedoelde. En, ook in gevallen waarin niet uitdrukkelijk is aangegeven dat de toezegging namens het bevoegde orgaan is gedaan, zal de Afdeling voortaan minder de nadruk leggen op de precieze be voegdheidsverdeling. Toezeggingen kunnen daarmee worden gedaan, aldus de Afdeling, door bijvoorbeeld een wethouder, een inspecteur bouw- en woningtoezicht en een medewer ker van de afdeling vergunningverlening of handhaving. Tot slot overweegt de Afdeling dat het algemeen belang dat is gediend bij handhaving in beginsel zwaar weegt, maar niet door slaggevend hoeft te zijn als er geen concrete bedreigde belangen van enige betekenis aangewezen kunnen worden. 17. Met deze afspraak heeft de Afdeling er voor gekozen om de instantie wiens functionarissen onbevoegd dingen toe zeggen de gevolgen daarvan te laten dragen. Dat vertrouwen hoeft, gelet op het specifieke karakter van de omgevingsrecht waarin belangen van derden betrok ken zijn, alleen niet te worden gehonoreerd als er concrete bedreigde belangen van enige betekenis aangewezen kunnen worden. Het betekent daarnaast dat het bestuur eerder dan nu een schadevergoeding of maatwerkoplossing moet aanbieden, indien men de toezegging niet na wil komen.
In dit geval zijn jarenlang concrete toezeggingen gedaan door het bevoegde orgaan: u als raad bent bevoegd ten aanzien van de vaststelling van het bestemmingsplan en heeft zich daar expliciet over uitgelaten. De wethouder heeft zich op aanwijzing van u als raad jarenlang ingespannen om de verplaatsing naar de zuidzijde gerealiseerd te krijgen en daarover intensief overleg met de provincie gevoerd. Dat blijkt bijvoorbeeld uit diverse berichten van de wethouder waarin zij u als raad op de hoogte stelt van de nota bene in uw opdracht ten behoeve van de heer Van Dorresteijn gezette en te zetten stappen (samen bijlage 4). De provincie is na een onderzoek en inhoudelijke toets akkoord gegaan. Daarop ga ik hieronder met betrekking tot de ruimtelijke inpassing nader in. 18. Zo is het gerechtvaardigde vertrouwen opgewekt dat de gemeente - door middel van een besluit van u als raad - meewerkt aan de verplaatsing van het bedrijf van Van Dorresteijn naar de zuidzijde. Deze gedragen kunnen maar één bedoeling hebben gehad en konden maar op een manier worden opgevat: de gemeente zal meewerken aan verplaatsing naar de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg, de raad acht de locatie uit een oogpunt van ruimtelijke ordening aanvaardbaar en de wethouder ruimtelijke ordening werkt daar vervolgens actief aan mee. 19.
Voorzover door het college in de onderbouwing van het verzoek aan uw raad om niet in te stemmen met de verplaatsing van het bedrijf van de heer Van Dorresteijn betoogd wordt dat het amendement uit 2013 zou zijn uitgewerkt omdat in eerste instantie op grond van dat amendement tevergeefs is opgekomen tegen de toenmalige reactieve aanwijzing van GS om de verplaatsing van het bedrijf van Van Dorresteijn niet toe te staan weerspreekt de heer Van Dorresteijn deze “uitwerking”. Immers ook nadien is vanuit de gemeente, door raad, college en de ambtelijk medewerkers zeer actief meegewerkt aan de voorgenomen bedrijfsverplaatsing. De heer Van Dorresteijn heeft erop mogen vertrouwen dat de toezegging ook
Janike Haakmeester Advocatuur -6-
na het doorlopen van de procedure tegen de reactieve aanwijzing gestand zou worden gedaan. 20. Uit de eerdere jurisprudentie6 valt verder af te leiden onder welke omstandigheden de Afdeling een toezegging bindend acht, namelijk indien sprake is van:
(i) een concrete, ondubbelzinnige en ongeclausuleerde uiting (over een specifiek feitencomplex van een individueel geval); (ii) gedaan door een bevoegd bestuursorgaan (of daaraan toe te rekenen); (iii) die een bepaalde handelswijze van het bestuursorgaan in het vooruitzicht stelt. 21. Van al deze onderdelen is in dit geval sprake. In dit geval bestaat geen discussie over het bestaan van een toezegging, want zowel uw raad als het college hebben ondubbelzinnige toezeggingen gedaan aan de heer Van Dorresteijn. Dat het zijn individuele bedrijf betreft is ook steeds expliciet benoemd. De belangenafweging in het kader van het algemeen belang de ruimtelijke ordening - en andere belangen is door uw raad al diverse keren gemaakt en telkens expliciet in het voordeel van de heer Van Dorresteijn uitgevallen. Voor een overzicht van de feiten en toezeggingen wordt verwezen naar het overzicht dat als bijlage 3 hierbij is gevoegd. 22. Vanaf het moment van het amendement van 19 december 2013 is bijna vijfjaar lang continu, actief en eenduidig meegewerkt door alle betrokken bestuursorganen: zowel de raad als het college van Soest, zowel de provinciale als gedeputeerde staten van Utrecht. U heeft een amendement aangenomen.
Daarin wordt onderbouwd waarom verplaatsing naar de zuidzij de wordt nagestreefd: daar staan al bedrijfsgebouwen, een deel van de bedrijfsactiviteiten wordt daar al uitgevoerd en aan de Insingerstraat 19 kan een passende invulling worden ge geven. 23. Toen de verplaatsing naar de zuidzijde in eerste instantie door de provincie werd betwist heeft zowel uw raad als uw college zich opnieuw actief ingezet om deze verplaatsing tóch mogelijk te maken. Dit werd, drie jaar na het aannemen van het amendement, nog steeds de beste invulling voor de ruimtelijke ordening bevonden door raad en college. Daarom heeft het college in overleg met uw raad halverwege 2016 zienswijzen ingediend in verband met de herijking van de provinciale ruimtelijke verordening (PRS/PRV). Overigens is dat gebeurd met actieve inzet van een raadslid dat zich destijds heeft ingespan nen voor de verplaatsing, maar nu als wethouder blijkbaar vanwege een coalitieakkoord niet meer wil meewerken (zie bijlage 5). Dit betreft een mail d.d. 2 november 2016 waarin de huidige wethouder als raadslid zijn pleidooi om medewerking van de provincie beschrijft. 24. Ook de provincie is na gedegen onderzoek overtuigd geraakt van het feit dat er geen andere reële optie is dan aan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg. In het in opdracht van de provincie opgestelde rapport (bijlage 6) komt naar voren:
6 NTB juni 2016, afl. 5, NTB 2016/16:het dispositievereiste en het vertrouwensbeginsel bij toezeggingen en inlichtingen, door T.A. Cromwinkel en N. van Triet en meer recent TBR juli 2019, aflevering 7, 2019-90, N. van Triet “het nieuwe vertrouwensbeginsel".
Janike Haakmeester Advocatuur -7“(...) iedereen heeft laten gebeuren dat het bedrijf ter plaatse niet verder kon. (...) Ook overheden hebben hierin een verantwoordelijkheid. Het is voor Van Dorresteijn niet mogelijk een bestaand bedrijf aan te kopen. (...) Bij het kopen van bestaande locaties voor agrarisch gebruik is er sprake van marktfalen en is het nadenken over de rol van de overheid gerechtvaardigd. ” 25. De gedeputeerde schrijft daarom na de totstandkoming van het deskundigenonderzoek daarover op 12 december 2017 (bijlage 7) aan Van Dorresteijn: “De zoektocht naar een alternatief heeft geen bruikbaar resultaat opgeleverd. (...)
Voor uw specifieke situatie gaan wij een uitzondering maken. ” 26. De gemeentelijk en provinciaal behandelend ambtenaren zijn direct voortvarend verder aan de slag gegaan. In overleg met hen is een quickscan opgesteld en vervolgens werd in over leg met hen, door het door hen aangeraden planologisch bureau, gewerkt aan het concept ontwerp bestemmingsplan. Het provinciaal oordeel is vervolgens persoonlijk op 3 april 2018 door de gedeputeerde aan de omwonenden toegelicht. 27. De belangenafweging, zie ook hier weer de hierboven genoemde afwegingen van de Afdeling van mei van dit jaar7, kan gelet op het bovenstaande alleen maar in het voordeel van de heer Van Dorresteijn uitvallen. Aan alle vereisten voor een rechtens bindende toe zegging die door de overheid moet worden nagekomen is voldaan. 28. Ik noem vervolgens enkele recente voorbeelden uit de literatuur en jurisprudentie waarin is geoordeeld dat een raad niet heeft mogen besluiten in strijd met eerder gemaakte afspraken: In oktober 2018 heeft de Raad van State zich over een vergelijkbare situatie uitgelaten8: Aan de orde was de beoordeling van een initiatief van een belanghebbende dat voldeed aan onderliggende visies van de gemeente.
Na een haalbaarheidsstudie verzocht de portefeuille houder de belanghebbende een concreet plan in te dienen en na diverse aanwijzingen door de raad kwam een definitief goed onderbouwd plan tot stand. Op basis van de mededelingen van de wethouder en de aanwijzingen van de raad had de belanghebbende de noodzakelijke grond aangekocht. Toch wees de raad het plan zonder nader onderzoek en zonder be langenafweging af en stelt een ander bestemmingsplan vast. Dit besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt dan ook door de Raad van State vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel uit art. 3:2 Awb. De annotator bij deze uitspraak schrijft9:
“Op dit standpunt valt helemaal niets af te dingen nu de raad op nogal merkwaardige en inconsistente wijze is omgesprongen met de door hemzelf uitgesproken voorkeursvariant 1 (...) uit de Haalbaarheidsstudie. Naast strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel is het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan naar mijn mening ook in strijd met het motiveringsbeginsel uit art. 3:46 Awb. Van een draagkrachtige motivering voor de keuze van variant 2 is hoe dan ook geen sprake."
7 Zie noot 4 8 ECLI:RVS:20l8: 3362 9 TBR 2018, I9l
Janike Haakmeester Advocatuur 8-
-
Deze situatie is bijna een op een vergelijkbaar met die van de heer Van Dorresteijn. 29. Ook laat de literatuur zich uit over een situatie als de onderhavige waarin de raad een amen dement of motie heeft aangenomen. In een annotatie bij een eerdere uitspraak van de Raad van State worden de situaties beschreven waarin toezeggingen van het college kunnen wor den toegerekend aan de raad en dus moest worden nagekomen:
“(...) Handeling van de gemeenteraad vóór de toezegging van het college. Passen wij dit toe op de onderhavige problematiek, dan is hiervan sprake als de gemeenteraad bijvoorbeeld een motie heeft aangenomen die strekt tot een positieve grondhouding ten opzichte van een project en waarin de gemeenteraad aangeeft het wenselijk te achten dat het college zich hieraan committeert10. “ 30. Ten slotte noem ik nog een uitspraak van de Raad van State uit 201711 waar de raad voorbij ging aan een tussen de belanghebbende gemaakte afspraak en het college en het positieve advies van de dorpsraad. Na jaren van voorbereiding wijst de raad de plannen toch af. De Raad van State oordeelt dat deze afwijzing op dat moment niet meer mogelijk was en ver meldt in de uitspraak onder meer:
“Reeds jaren bestaat het voornemen binnen de gemeente om de dorpsentree te verbeteren (..) en de gronden van appellant daarbij te betrekken. Daarbij is woningbouw steeds een uitdrukkelijke optie geweest. Gelet op de gehele voorgeschiedenis had de raad nader moeten motiveren waarom hij nu op het standpunt staat dat woningbouw op het perceel van appellant niet wenselijk is." 31. De Raad van State acht daarbij verder van belang dat gemaakte afspraken en de belangen van de betrokken aanvrager door de raad bij zijn overwegingen moeten worden betrokken, net als het feit dat de aanvrager kosten heeft gemaakt. Ten slotte oordeelde de Raad van State dat de raad onvoldoende gemotiveerd stelde dat elders ook nog wel bouwmogelijkheden waren. 32. Voor zover uw raad om uw moverende redenen van mening blijft dat de toezegging toch niet gestand kan worden gedaan, had u moeten besluiten om de heer Van Dorresteijn een scha devergoeding toe te kennen. Ook dit volgt uit de recente uitspraak van de Afdeling, en uit de toelichting van de AG. Ten onrechte is dat niet gebeurd en is daar zelfs geen overweging aan gewijd. Voor de goede orde benadrukt de heer Van Dorresteijn dat hij zijn bedrijf in Soest wil voortzetten, en een schadevergoeding slechts als laatste redmiddel ziet.
Ruimtelijke inpasbaarheid 33. Ook inhoudelijk heeft uw raad alle reden om het plan van de heer Van Dorresteijn verder in procedure te brengen. Tot enkele jaren geleden was het bedrijf gevestigd aan de Insingerstraat 19. Het werd daar steeds verder beperkt door oprukkende woningbouw waar door het bedrijf niet verder kon worden ontwikkeld en zelfs moest worden ingeperkt.
10 In ABRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:20I5:1372, was sprake van een ontwerpbestemmingsplan dat het college in procedure had gebracht om uitvoering te geven aan een door de raad gegeven opdracht. 11 ECLI:RVS:2017:615
Janike Haakmeester Advocatuur -9ln het amendement van uw raad uit 2013 (zie bijlage....) overweegt uw raad dan ook letterlijk dat
“verdere economisch noodzakelijke ontwikkelingen van het bedrijf op de huidige locatie niet mogelijk en wenselijk zijn” en dat het: “zowel voor de indiener als voor de gemeente van belang is dat het bedrijf aan de Insingerstraat 19 verplaatst wordt naar de Peter van de Breemerweg". 34. Daarom werd de grond aan de Insingerstraat verkocht. Met de opbrengst daarvan kan de heer Van Dorresteijn nu in moderne bedrijfsgebouwen investeren. 35. Vervolgens heeft de heer Van Dorresteijn in nauw overleg met de behandelend ambtenaren en het college een concept ontwerp bestemmingsplan voor de bedrijfsvestiging aan de Peter van den Breemerweg opgesteld. In de toelichting bij het ontwerp, de onderbouwing van het plan, is de ruimtelijke inpasbaarheid volledig beschreven. 36. Voor de volledigheid wordt het concept ontwerp als bijlage 8 in zijn geheel hierbij gevoegd. De plannen zijn opgesteld door Rho, een gerenommeerd bureau op het gebied van de ruim telijke ordening. De opstelling van de plannen vond plaats in nauw overleg met de ambtelijk medewerkers van uw gemeente. Soest heeft dit bureau zelf ook wel ingeschakeld voor de ontwikkeling van een nieuw bestemmingsplan, het werd aanbevolen door ambtelijk mede werkers van zowel de gemeente als de provincie vanwege de kwaliteit van het werk en de bekendheid met de lokale omstandigheden. 37.
Op de beoogde locatie aan de Peter van den Breemerweg ligt al een agrarische bestemming met een aanduiding voor een agrarisch bedrijfsgebouw. Ter plaatse staat er al zo’n gebouw, een veldschuur. De voorziene bestemmingswijziging is nodig om de volwaardige vestiging van het gehele bedrijf op deze locatie mogelijk te maken. Daardoor kunnen de diverse be drijfsonderdelen die her en der door Soest staan worden samengevoegd. Dit scheelt veel verkeersbewegingen zowel met auto’s als met landbouwvoertuigen en uiteraard komt dit het gehele bedrijf ten goede. Ook wordt zo binnen uw gemeente versnippering van bedrijfson derdelen en gebouwen tegengegaan. 38. De verspreiding van de bedrijfsonderdelen met alle noodzakelijke verkeersbewegingen van dien zijn op bijlage 9 weergegeven. De landschappelijke inpassing van het bedrijf aan de Zuidzijde van de Peter van den Breemerweg is in het concept ontwerpplan als volgt weergegeven:
Janike Haakmeester Advocatuur 10-
-
*0
b«k^«<4 t*5« UA^e«
? /
,«r,44««
V
/?
b«flA^^ (•"•«N
Q«Avm*t «••»5
f >»» breeé;
Z«^4t eu ^4 ma
. »A-I W« .<*MrA •f ^«r
/
Rvw^MetlAi eA e<*A<'A4^»e rA.*A4f «a w’.aJuI
f
10-
♦p«A^ K*
tAwdï^UAf
we 4
OpslA^ 9r«s/«AA<lb*ltA Swa-T*u*« OpilA^ ^Af4r «A«i4
LMlMp tMk>Ak T« »i*peA <#c^sci<*«r Re»p«^4«»tA bts4««A<k S4m^« bfplAw4.w^ A4“w(«»«ieA^e bep\Aw4^
39. Ter plaatse kan het bedrijf volledig als circulair landbouwbedrijf functioneren: dieren en land zijn in balans, de dieren lopen zoveel mogelijk buiten, daar is voor hen voldoende voedsel en er is geen kunstbemesting nodig. De gezinsleden werken ter plaatse. Het bedrijf is gericht op Soest voor wat betreft de afzetmarkt. Met deze circulaire bedrijfsvoering wordt voldaan aan een uitdrukkelijke wens van het kabi net. 40. In de bij het plan behorende toelichting is inhoudelijk gemotiveerd hoe en waarom het plan past binnen de landelijke en provinciale regelgeving. Dat betreft de Structuurvisie Infrastruc tuur en Ruimte, de Ladder voor duurzame verstedelijking, de PRS/PRV. In dat kader past het plan goed binnen de vier pijlers: duurzame leefomgeving, beschermen kwaliteiten, vitale dor pen en steden en dynamisch landelijk gebied. De inpassing in het landschap wordt uitvoerig beschreven en gemotiveerd. Het bedrijf is als gevolg van de expliciete medewerking door de provincie met naam en toenaam specifiek ingepast binnen de (ontwerp) PRV. Het plan voldoet conform de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen aan de ontwikkelprincipes voor de landbouw in de Eempolder. 41. Voor wat betreft de regelmatig genoemde wens om de polder open te houden is van belang dat dit aspect met name ziet op het openhouden van het landschap pal langs de Eem.
De in passing van de bebouwing vindt plaats met inachtneming van het slagenlandschap en zicht
Janike Haakmeester Advocatuur 11-
-
van de omwonenden op de polder. Het gebied aan weerszijden van de Peter van den Breemerweg valt grotendeels binnen de kernrandzone. Deze zone is van grote waarde voor de leefbaarheid van het gebied en geldt tevens als uitloopgebied voor de aanwezige stedelij ke functies. Het bedrijf past goed binnen dat gebied. Dit wordt in het bestreden besluit allemaal niet weersproken. 42. Na uitvoerig onderzoek (zie daarvoor hierna) heeft de provincie ingestemd om het plan van de heer Van Dorresteijn in te passen in de PRV/PRS. In een motie van 10 december 2018 blijven provinciale staten zelfs benadrukken dat de wijziging van de PRV ten behoeve van de bedrijfsverplaatsing naar de Peter van den Breemerweg onmiddellijk in gang kan worden gezet (bijlage 10). Zelfs na uw besluit van 7 februari jl. is en blijft het college van GS bereid om deze motie “in de lucht te houden". Dat is expliciet bepaald tijdens de vergadering van de provinciale commissie Ruimte, Groen en Water op 22 mei 2019.
Geen alternatief 43. In eerste instantie voelde de provincie niet veel voor de gewenste bedrijfsverplaatsing omdat er op grond van het provinciale beleid bij voorkeur geen nieuwe agrarische bouwvlakken worden toegestaan. Na de door het college namens de raad ingediende zienswijzen op de ontwerp wijziging van de PRV/PRS hebben provinciale staten op 16 december 2016 beslo ten om een oplossing voor het bedrijf van de heer Van Dorresteijn te laten onderzoeken. Daarbij moest tevens worden gezocht naar een bestaand agrarisch bouwvlak waar de heer Van Dorresteijn zijn bedrijf zou kunnen vestigen. Daartoe is de Gebiedscoöperatie O-gen ingeschakeld. De onderzoeker adviseert de provincie de ontwikkeling van het bedrijf van de heer Van Dorresteijn te bezien “in het belang van toekomstige ontwikkelingen in het buiten gebied van de provincie Utrecht." De nieuwvestiging van het bedrijf aan de Peter van den Breemerweg moet binnen de PRV mogelijk worden gemaakt mede in verband met het maatschappelijk belang.
Er is geen ander alternatief, zo concludeert de onderzoeker: “in de huidige markt en met de huidige regels rondom bedrijfsverplaatsing (...)” heeft Van Dorresteijn “onvoldoende kans om een bedrijfseconomisch gezonde nieuwe start te maken en zal derhalve het bedrijf moeten stoppen" Voor het onderzoek zie bijlage 6, hierboven reeds genoemd in het kader van het gerecht vaardigd vertrouwen. 44. Nadat het onderzoek aan GS was uitgebracht constateerde de gedeputeerde dat “de zoektocht geen bruikbaar resultaat heeft opgeleverd." De gedeputeerde bericht de heer Van Dorresteijn bij brief d.d. 12 december 2017 (zie bijlage) dat hij provinciale staten zal voorstellen de PRV zodanig te wijzigen dat er specifiek voor de heer Van Dorresteijn een uitzondering zal worden gemaakt op het verbod op nieuwe agrarische bouwvlakken, en dat dit ook in de PRS zal worden gemotiveerd. In het ontwerp voor de eerste partiële herziening van de PRV is vervolgens expliciet en letterlijk ruimte gemaakt voor het bedrijf van de heer Van Dorresteijn aan de Peter van den Breemerweg. Het ontwerp werd op 15 mei 2018 vastgesteld en vanaf 14 juni 2018 ter inzage gelegd (bijlage 11). De inpassing van het bedrijf wordt in de bekendmaking ook concreet benoemd.
Janike Haakmeester Advocatuur
-1245. Van provinciewege was derhalve al geconcludeerd dat er voor de bedrijfsverplaatsing geen alternatief voorhanden was en dat daarom alleen de Peter van den Breemerweg in aanmer king komt. In uw besluit van 7 februari 2019 heeft u het college samengevat de opdracht gegeven om
"verder te zoeken naar een bestaand vrijkomend en als zodanig bestemd agrarisch bouwperceel, danwel een nieuwe locatie waar reeds een bouwbestemming op aanwezig is, danwel een nieuwe locatie zonder bestemming waarbij de Zuidzijde van de Peter van den Breemerweg wordt uitgesloten.” Het zoekproces moest door een onafhankelijk deskundige worden begeleid. De deskundige is aangezocht en aangesteld door de gemeente. 46. Inmiddels zijn er acht maanden sinds dat besluit verstreken. De wethouder heeft uw raad bij e-mailbericht d.d. 12 juli 2019 (bijlage 12) op de hoogte gesteld van de stand van zaken op dat moment. De wethouder schrijft:
“Afgelopen periode is er door beide partijen, gemeente en Van Dorresteijn, ingezet op het vinden van oplossingsrichtingen. In overleg zijn tal van locaties, agrarisch en voorheen agrarisch, nog eens doorgelicht. In totaal waren dat er ruim 20. Op basis van de verstrekte informatie door genoemde partijen, heeft de externe adviseur STIVAS zonder inmenging van genoemde partijen een eigen oordeel over deze locaties gevormd. Basis in denken is steeds geweest de kansrijkheid van de locatie op basis van ligging, oppervlakte en vorm, omgeving en toekomstmogelijkheden vooreen vleesveehouderij (e.e.a. conform business plan Van Dorresteijn). Veel van de genoemde locaties zijn niet (meer) realistisch als beoogde locatie om een vleesveehouderijbedrijf te hervestigen. Deze locaties vallen daarmee af en blijven verder buiten beschouwing. ” 47. Nadien is het onderzoek nog voortgezet en zijn diverse opties in overleg tussen alle betrok kenen: onderzoeker, gemeente en de heer Van Dorresteijn, zorgvuldig onderzocht. Dat heeft jammer genoeg tot op het moment van indienen van deze gronden van bezwaar geen resul taat opgeleverd. Dat betekent dat er eenvoudigweg geen alternatief voorhanden is.
Vervolg 48. De heer Van Dorresteijn realiseert zich dat indien u na heroverweging alsnog bereid bent het plan in procedure te brengen, de procedure ingevolge artikel 3.8 Wro doorlopen zal moeten worden. Alle relevante en noodzakelijke onderzoeken zijn daartoe reeds verricht en bij het verzoek gevoegd. Onderdeel van de bijlagen bij het concept ontwerp betreft ook een aerius berekening. Uiteraard zal gelet op de huidige stand van zaken met betrekking tot de stikstofbeoordeling een recente berekening bij het plan worden gevoegd. 49. Voor zover uw raad zou menen dat de verplaatsing naar de Peter van den Breemerweg gesteund kan worden, maar u op onderdelen graag nog wijzigingen ziet aangebracht is de heer Van Dorresteijn bereid om daarover met u in overleg te treden en/of vragen te beantwoorden.
Janike Haakmeester Advocatuur 13-
-
Conclusie 50. Gelet op het bovenstaande verzoek ik uw raad om het bezwaar gegrond te verklaren en als nog te bepalen dat een ontwerp bestemmingsplan als verzocht en ingediend door de heer Van Dorresteijn in procedure zal worden gebracht. Daarnaast verzoek ik u om vergoeding van de door de heer Van Dorresteijn gemaakte kos ten voor deze procedure.
Bijlagen: 2 tot en met 12
Bijlage 2
PvdA
QROEN INKS
,) ZIN INDE TOEKOMST
IV
Amendement raadsvoorstel RV 13-42 Bestemmingsplan Landelijk gebied m.b.t. zienswijze 72, Insingerstraat 19 en Peter van den Breemerweg De raad van Soest in vergadering bijeen op donderdag 19 december 2013
Overwegende:
-
dat verplaatsing van het bedrijf aan de Insingerstraat 19 naar de Peter van den Breemerweg feitelijk geen nieuwe vestiging betreft dat een deel van de bedrijfsactiviteiten al op deze locatie plaatsvindt dat het werken op meerdere locaties niet efficiënt is en ook veel ongewenste verkeersbewegingen ten gevolge heeft dat op de locatie Peter van den Breemerweg legale bedrijfsbebouwing aanwezig is, die nu nog als veldschuur is aangeduid; dat verdere economisch noodzakelijke ontwikkelingen van het bedrijf op de huidige locatie niet mogelijk en wenselijk zijn dat verplaatsing van het bedrijf naar de locatie Peter van den Breemerweg de enige reële optie is dat hiermee tevens aan de locatie Insingerstraat een passende invulling kan worden gegeven, wat positieve gevolgen heeft voor de leefsituatie aldaar
Spreekt uit: dat het zowel voor de indiener als voor de gemeente van belang is dat het bedrijf aan de Insingerstraat 19 verplaatst wordt naar de Peter van den Breemerweg
Besluit: de verplaatsing van het bedrijf aan de Insingerstraat 19 naar de Peter van Den Breemerweg en de bouw van vier woningen op de locatie Insingerstraat 19 als wijzigingsbevoegdheid op te nemen in het bestemmingsplan Landelijk Gebied, waarin geregeld wordt: • dat de aanvrager een wijzigingsplan inclusief onderbouwing levert voor beide locaties, waarbij ■ voor de locatie Peter van den Breemerweg een bouwvlak van 1 hectare wordt aangegeven voor een grondgebonden veehouderijbedrijf, ingepast in de omgeving (vergelijkbaar met bestaande agrarische bouwkavels) ■ voor de locatie Insingerstraat maximaal 4 woningen worden opgenomen, ingepast in de omgeving (afstand tot de buren, bouwvolume, verkeer en parkeren) dat er een anterieure overeenkomst wordt gesloten met de gemeente, waarin onder andere wordt geregeld vrijwaring planschade en verhaal kosten En gaat over tot de orde van de dag Fracties van Soest 2002, VVD, CDA, D66, PvdA, GL, LAS, Burgerbelangen en OJ-SGP
Bijlage 3
Janike Haakmeester Advocatuur Feiten Datum 19 december 2013 3 juni 2015 2015-2016
Eind 2015/februari 2016
10 mei 2016 13 mei 2016 16 juni 2016
12 juli en 23 augustus 2016 24 oktober 2016
24 oktober 2016
April-september 2017
12 december 2017
12 december 2017
Januari 2018
3 april 2018
Handeling
Bestuursorgaan
Amendement raad: verplaatsing Dorresteijn naar PvdBreemerweg__________ Uitspraak: eerst zoeken naar alternatieven Informatievoorziening college aan raad over voortgang voorgenomen bedrijfsverplaatsing naar zuidzijde Overleg met raad over reactie naar provincie: college krijgt van fractievoorzitters opdracht om actieve inbreng te verzorgen op herijkingsproces PRV Brief aan GS over verplaatsing naar zuidzijde_____________ Overleg college - GS tbv plannen verplaatsing Raadsvergadering o.a. over herijking PRV: verplaatsing Van Dorresteijn naar zuidzijde blijft het doel. Vergeefse zoektocht naar alternatieve locaties toegelicht. Concept zienswijze gemeente op PRV besproken met toelichting college__________________ Zienswijzen op PRV Hoorzitting bij PS, toelichting zienswijzen gericht op verplaatsing Van Dorresteijn naar zuidzijde____________ Toezegging GS tot onderzoek naar mogelijkheden voor Van Dorresteijn_______________ Deskundig onderzoek situatie en alternatieve mogelijkheden: geen alternatieven_________ Brief GS: akkoord met verplaatsing naar zuidzijde PvdBreemerweg________ Afspraak tussen gemeente, provincie en Van Dorresteijn: Quick scan maken tbv nieuwvestiging aan zuidzijde Quick scan ruimtelijke ordening voor provincie en gemeente tbv verplaatsing.
Ambtelijke goedkeuring._______________ Bezoek GS aan Soest: bekrachtiging akkoord obv onderzoek speciaal voor Dorresteijn bedrijfsverplaatsing naar zuidzijde______________
Raad Raad van State College
Raad
College College Raad en College
College en Raad College en Raad
GS
PS en GS
GS
College, GS
Op verzoek GS en college
GS en college
14 mei 2018
Mei 2018 11 juli 2018
31 augustus 2018
5 december 2018
10 december 2018
7 februari 2019
Maart - oktober 2019, duurt voort 22 mei 2019
12 juli 2019 30 oktober 2019
Besluit aangepaste PRV/PRS met inpassing verplaatsing naar PvdBreemerweg_______ Coalitieakkoord na verkiezingen van maart 2018 Zienswijze college op PRV/PRS gericht tegen verplaatsingsmogelijkheden “Dringend advies” LTO: wissel college van zuid- naar noordzijde afgeraden, noordzijde economisch niet levensvatbaar en beperkt andere aanwezige bedrijven aldaar Advies aan college: eerder ingenomen standpunten nog steeds van belang en spelen bij volgend besluit opnieuw Motie duidelijkheid: oproep GS aan de raad na al het werk om verplaatsing mogelijk te maken. PS is gereed om PRS/PRV met aanpassing voor Dorresteijn in procedure te brengen Weigering aanvraag, opdracht zoeken naar alternatieve locaties Onderzoek alternatieve locaties
Provincie blijft bereid tot toestaan vestiging aan de PvdBreemerweg Zoektocht nog geen resultaat Zoektocht nog geen resultaat
GS en PS
Nieuw college Nieuw college
LTO
Advies aan college
GS
Raad
Onafhankelijk onderzoeker op verzoek van raad onder aansturing college__________ PS
College Stand van zaken datum indienen inhoudelijk bezwaar
Bijlage 4
Vliet, Rien van Van: Verzonden: Aan: CC: Onderwerp: Bijlagen:
Pijnenborg, J.G.S. donderdag 18 februari ?QJfi 11 SST-O-Raadsleden Bogaard, M.R.; Haagen, P.; Sluizeman, H. informatie portefeuille Pijnenborg Archived attachment list.txt
Beste leden van de raad, Graag infomeer ik u over het proces 'herijking PRV/PRS'. Op 4 februari 2013 heeft Provinciale Staten van Utrecht de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie cn de daarbij behorende Provinciale Ruimtelijke Verordening vastgesteld. In deze stukken is het ruimtelijk beleid van de provincie voor de periode tot 2028 beschreven. Zowel binnenstedelijk als in het landelijk gebied. De Staten geeft hierin aan welke doelstellingen zij van provinciaal belang achten, welk beleid bij deze doelstellingen hoort én hoe zij uitvoering geven aan dit beleid. De PRV bevat regels die bindend zijn voor dc gemeenten bij het opstellen van hun beleid, visies en bestemmingsplannen. Om de vier jaar worden beide regelingen herijkt. Een herijking is geen herziening. Dat wil zeggen dat de bestaande regeling de basis vormt. Bij de voorbereiding van deze herijking worden onder andere ook de gemeenten uitgebreid betrokken en is ook Soest gevraagd wat er naar haar mening kan worden meegenomen in deze herijking. U heeft gevraagd \\ om een actieve inbreng. Het formele traject moet nog worden gestart. Naar verwachting zal de officiële tervisielegging van het
•
ontwerp rond mei /juni van dit jaar zijn. De vaststelling wordt dan niet eerder verwacht dan november 2016. Ambteliik en bestuurlijk zijn onze wensen tijdens de voorbesprekingen gemeld. Daarbij zijn onderwerpen aan de orde gesteld als het stedelijk programma Wonen en Bedrijven, de Ecologische Hoofdstructuur, groene- en rode contour, de kernrandzone Soesterveen, nieuwvestiging van agrarische bedrijven in de polder, de recreatievoorziening aan de Eem bij de Kleine Melm. Ook heTgemis in de PRV van een hardheidsclausule is uitdrukkelijk gemeld. Ik wil graag met u in gesprek gaan op het moment dat er een concept herijking gereed is. Dan kan ook besproken worden of het noodzakelijk is zienswijzen in te dienen. Ik acht het van groot belang dat wij onze mening geven en daar waar nodig om een aanpassing vragen. Zodra duidelijk wordt wanneer tervisielegging exact zal plaatsvinden, zal ik met de griffie een informeel overlegmoment inplannen. Bijgaand zend ik u de kadernotitie start herijking PRS en PRV van Provinciale Staten mee.
i
Vliet, Rien van Van: Verzonden: Aan: Onderwerp: Bijlagen:
Pijnenborg, J.G.S. dinsdag 31 mei 2016 12:30 SST-O-Raadsleden Proces en stukken herijking PRS/PRV Archived attachment list.txt
Beste leden van de raad,
Al enkele keren eerder bent u geïnformeerd over de herijking van de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en -Verordening.
Bekend is nu dat vanaf 31 mei 2016 het ontwerp ter inzage ligt gedurende 6 weken. Dus tot en met 11 juli 2016. De digitale versie van het Ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2018 en —Verordening 2013 (Herijking 2016) is vanaf dinsdag 31 mei te benaderen via:
“
ruimteliikeplannen.provincic-utrccht.nl.
"
www.ruimteliikeplannen.nl (IMRO-codes: NL.IMRO.9926.SV1612PRS-OW01 en NL.IMRO.9926.PV 1612PRV-0 WO 1),
-
o www.provincie-utrecht.nl/tcrizage.
Ook is bekend gemaakt dat er twee informatieavonden zijn. Dit zijn inloopavonden. Geïnteresseerden kunnen die avonden binnenlopen wanneer zij dat willen en daar vragen stellen. De avonden zijn op 14 juni en 23 juni 2016 van 19.30 tot 21.30 uur in de foyer van het Huis voor de Provincie Utrecht, Archimedeslaan 6 in Utrecht. De eerste bespreking over de herijking is gepland op 16 juni tijdens de Samenleving.
De brief aan de gedeputeerde P. van den Berg van 10 mei jl. heb ik nogmaals toegevoegd.
Met vriendelijke groet,
Janne Pijnenborg
1
Vliet, Rien van Van: Verzonden: Aan: CC: Onderwerp: Bijlagen:
Pijnenborg, J.G.S. dinsdag 12 juli 2016 12:20 SST-0- Raadsleden Bogaard, M.R.; Sluizeman, H.; Haagen, P. Zienswijze PRS/PRV inhoud en proces image002.jpg; ATT00001.htm; Pro forma zienswijze.pdf; ATT00002.htm; concept zienswijze tbv ter inzage raad.pdf; ATT00003.htm; ATT00004.htm
U heeft 16 juni in de ‘Samenleving’ gesproken over de herijking van het provinciale ruimtelijk beleid (structuurvisie PRS en verordening PRV). Ik informeer u graag over het vervolg.
Uiterlijk 8 ausustus reageren op concept-ziensM'ijze! U kunt tot 8_augustus reageren op de concept-zienswijze, via p.haagen@soest.nl. Dan is het stuk op tijd klaar om bij de provincie aan te leveren. p In bijgevoegde concept-zienswijze zijn uw opmerkingen verwerkt (geel gemarkeerd). Tijdens de 1 £ behandeling van de concept-zienswijze in de Samenleving vroeg u speciale aandacht voor: t |
_De termijn waarbinnen gemeenten moeten reageren. -Dorresteijn. Er is breed draagvlak binnen de raad om verplaatsing van deze agrariër mogelijk te maken. - De recreatiezone. In de zienswijze wordt verzocht om het zuidelijke invloedsgebied van de Birkstraat hierin op te nemen. I oewijzing veigunninghouders. Het rijk bepaalt hoeveel statushouders een gemeente moet plaatsen. De provincie heeft hierin slechts een toezichthoudende rol. In de zienswijze wordt hier dan ook geen opmerking over gemaakt. - Windmolens. Omdat de provincie gemeenten meer ruimte geeft om hierin haar eigen beleid te bepalen, is er geen inhoudelijke zienswijze voor dit onderwerp opgenomen. - Concrete kwesties in het kader van bestemmingsplan landelijk gebied. Hieronder een overzicht van de amendementen die uiteindelijk zijn gevolgd door een aanwijzing van de provincie en beroep bij de Raad van State. In de laatste kolom is aangegeven of een opmerking is opgenomen in de zienswijze.
>
i
Vliet, Rien van Van: Verzonden: Aan: Onderwerp: Bijlagen:
Pijnenborg, J.G.S.
ko
maandag 24 oktober 2016 15:52 SST-O-Raadsleden ' 'T Nota van beantwoording herijking prs prv NvB zienswijze Regio.docx; NvB zienswijze Soest.docx; NvB zienswijzen van derden.docx; inbreng weth Pijnenborg hoorzitting herijking PRS PRV na PO RO.docx; la concept_nota_van_beantwoording_hprs_en_hprv.pdf
Urgentie:
Hoog
Beste raadsleden, pe provincie heeft gereageerd op alle zienswijzen op de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie/Verordening met de Nota van Beantwoording' (NvB). Om optimaal invloed uit te oefenen op de totstandkoming van het provinciale ruimtelijk beleid zal Ik de zienswijze van Soest toelichten op de hoorzitting op 24 oktober. Er is maximaal 5 minuten spreektijd (en 5 minuten vragen) beschikbaar.
•
Er is gekeken wat opvalt in de NvB en of er aanleiding is om gebruik te maken van de hoorzitting. Als bijlage bij deze mail is de integrale NvB gevoegd, en 3 bestanden (zienswijze Soest, Regio Amersfoort en derden) met een reactie wat opvalt en of inbreng van het onderwerp op de hoorzitting gewenst is. Dossiers die zich lenen voor bespreking tijdens de hoorzitting zijn blauw gemarkeerd. Het gaat om de volgende onderwerpen:
Zienswijze Soest (nr 98) Hardheidsclausule: provincie neemt geen hardheidsclausule op omdat de PRV afwijkingsmogelijkheden biedt in de vorm van maatwerk op basis van bieden van extra ruimtelijke kwaliteit. Echter: zo flexibel is de PRV niet, zie bijvoorbeeld de regeling voor nieuwvestiging van agrarische bedrijven. Die is veel strenger geworden terwijl een hardheidsclausule hier uitkomst zou kunnen bieden. « Verplaatsing agrariscltbedrijf: Provincie stelt dat de ontwerp herijking PRS PRV een verplaatsing niet ■ onnTog_elljk maakte. Echter een aanpassing van dat ontwerp - naar aanleiding van een andere zienswijze (88) ^ 1 gaat hier wel toe leiden. Gezien de bestuurlijke aandacht voor dit onderwerp zeker een punt om bij de hoorzitting I In te brengen. Zie ook de reactie van de provincie op de zienswijze van de agrariër zelf verderop in deze'---------* adviesnota. Krappe termijn indiening zienswijzen (aanstippen): de provincie geeft een puur juridische reactie. Het gesprek vooraf met ambtenaren van de provincie heeft geen inzicht gegeven in de teksten van de herijking. Bovendien is pas een overleg met raadsleden en collegeleden mogelijk op een moment dat de teksten klaar zijn. Anticiperen met de zienswijzen werkt niet zo eenvoudig als de provincie nu aangeeft. Ook de reactie op de NvB valt weer in een periode van vakantie.
Bodembewerking (aanstippen): bodembewerking door de bouw van een schuur of woning ten behoeve ^^van het agrarisch bedrijf kan ook leiden tot een bodembewerking en daardoor tot het aan de oppervlakte brengen “van veen, en zou daarom aan de uitzonderingen moeten worden toegevoegd. Regionaal onderzoek bedrijf bij uitplaatsing naar kernrandzone (aanstippen). Provincie hecht aan een regionale check maar stelt dat het eventuele belang voor de lokale werkgelegenheid in deze ruimtelijke motivering kan worden meegewogen. Dat geeft geen duidelijkheid: hoe groot is de regio en wanneer gaat het argument lokale werkgelegenheid voor? Zienswijze Regio Amersfoort (nr 126) Voor Soest is regionale inbreng op de hoorzitting interessant op de volgende onderwerpen (die ook al bij de gemeentelijke zienswijze zijn genoemd). Hiervoor is bij de regio aandacht gevraagd: Krappe termijn indiening zienswijzen Hardheidsclausule Regionaal onderzoek bedrijf bij uitplaatsing naar kernrandzone Barneveld, Bunschoten en Woudenberg zoeken elkaar bestuurlijk op voor de onderwerpen VAB en 1,5 ha bouwvlakken en gaan mogelijk gezamenlijk inspreken. Zienswijze derden Er is een snelle scan gedaan welke 'derden' een zienswijze hebben ingediend en wat de provinciale reactie daarop is.
De provincie reageert bijzonder kort op zienswijze 149 (agrariër Insingerstraat): 'de inspraakprocedure voor de PRS/PRV is niet bedoeld om uitspraken te doen over de afhandeling van individuele bouwaanvragen'. De gemeente heeft zelf ook een zienswijze ingediend over de verplaatsing van dit agrarische bedrijf, zie reactie hierboven. Provinciale Staten brengen 14 november een bezoek aan de agrariër.
1
Verder zijn zienswijzen ingediend door oa Stichting Milieuzorg Zeist (68, bezwaar woonwijk Vliegbasis), Vitens (142, Den Blieklaan 1 en 3). Ook zienswijzen 89 (Birkstraat 136a), 21 (bezwaar nieuw agarisch bedrijf), 61 (recreatieterrein Eekhoornnest). Vervolg 24 oktober hoorzitting 14 november PS op bezoek bij agrariër Insingerstraat 21 november commissie Ruimte, Groen en Water 12 december besluit PS Vriendelijke groet, Janne Pijnenborg
2
iQfilightinq zienswijze herijking PRS PRV gemeente Soest wethouder Janne Pijnenborg, hoorzitting PS 24 oktober 2_ o i(? ïk sta hier niet alleen namens de gemeente Soest, maar spreek ook in namens de regio Amersfoort. De regio Amersfoort maakt met een kwart van het aantal inwoners een substantieel onderdeel uit van de provincie Utrecht. Ik wil namens de regio een viertal zaken toelichten: de hardheidsclausule, de indieningstermijn, het regionale onderzoek bij uitplaatsing van bedrijven en
Naast mijn regionale inbreng wil ik ook aandacht vragen voor een lokale kwestie: de verplaatsing van een agrariër vanuit de bebouwde kom naar de polder. 1. Hardheidsclausule De PRV is een hard juridisch document waar de gemeente aan gebonden is. Een hardheidsclausule punt^ k ' bU 6en re9e' Z°alS bÜ de verP|aatsin9 van een agrarisch bedrijf, zie Zo'n hardheidsclausule pas je alleen toe als de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de belangen die met de verordening worden gediend of als dit leidt tot onevenredig hoge kosten. Maar alles juist gelet op het doel en het belang die deze bepalingen beogen te beschermen. Provinciale staten kunnen altijd vooraf geïnformeerd worden over het voornemen van gedeputeerde staten om ontheffing te verlenen Ook kunnen er door gedeputeerde staten aan de ontheffing voorschriften verbonden worden indien de betrokken provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken Andere provincies (o.a. Gelderland, NH en Flevoland) hebben wel een dergelijke clausule ^l0"26 re9'0 in 2 Provincies ligt (Utrecht en Gelderland) is het grote verschil in bestuurlijke flexibiliteit tussen provincies voelbaar. In onze optiek geeft een hardheidsclausule meer ruimte voor wat past. GS geeft aan dat geen hardheidsclausule nodig is omdat er veel maatwerk wordt geboden.
In onze optiek past een hardheidsclausule juist bij de provinciale behoefte aan maatwerk, ^ 1rnoge ljk kan maken wat Past. Wij zien dan ook geen reden voor ongerustheid als een hardheidsclausule wordt opgenomen. 2. Krappe termijn indiening zienswijzen '^“ans bil de termijnen die de provincie In dit ha?teei?'m relatle tot de inwerkingtreding van de omgevingswet in 2019. Het gesprek :ZlmfrbtenarT uan provincie 9af een beeld van de grote lijnen, maar geen inzicht in de concrete teksten van de herijking die duidelijkheid geven over de 'hardheid' van een regel. De mogelijkheid om aan te vullen heeft evenmin kunnen leiden tot een gedegen overleg met de riP^mvinH^ w n Verband met het zomerreces. De raad wenst in concrete gevallen overleg met wXJ S' hS ^ °Ver IT a' eerder duidelijkheid verschaft door de provincie dan was dit vakantie 1 d'9 geweest 0ok het voorbereiden van de hoorzitting valt weer in een periode van 3. Regionaal onderzoek bedrijf bij uitplaatsing naar kernrandzone GS geeft aan dat ze hecht aan een regionale check maar stelt dat het eventuele belang voor de ÏÏdeliS^hopnmnricH626 ruimtelljke motivering kan worden meegewogen. Dat geeft geen Een riSni»; nnlr l re,?10 6n wanneer gaat het argument lokale werkgelegenheid voor? Een regionaal onderzoek naar alternatieven is een ingewikkeld proces, kostbaar voor aanvrager en gemeente, en is potentieel voer voor juridificering.
Niet wenselijk in een tijd van deregulering 4. Regionale visie GS heeft aangegeven tzt graag met de regio in gesprek te gaan over de RRV. De analyse is inmiddels gereed en te vinden op https://bureau.regioamersfoort.nl/analvse-voor-regionalpruimteliike-visie-is-afeerond -----------
5. Verplaatsing agrariër Namens de gemeente Soest breng ik het volgende onderwerp in. Het betreft de verplaatsing van een agrariër vanuit de bebouwde kom naar de polder. U gaat deze locaties bekijken op 14 november a.s.. GS stellen in haar beantwoording dat verplaatsing in het geheel niet meer mogelijk
is. Een voorgestelde aanpassing zo ingrijpend dat niet meer gesproken kan worden van slechts een herijking maar van een essentiële wijziging die thuis hoort in een volledige herziening. Het landelijk gebied is toch bedoeld voor de grondgebonden agrarische bedrijfsvoering! Onder de geldende regeling had Van Dorresteijn al als boer moeten verdwijnen uit Soest (ivm regionale alternatieven) terwijl Soest toch een dorp is dat het aantal agrarische bedrijven langzaam aan ziet verminderen. Wij willen er juist alles aan doen deze bedrijven te behouden en zo onze polder open en agrarisch te houden. Agrariërs dragen bij aan de instandhouding van het open landschap. Het is vreemd dat wel een 'stedelijke' functie als wonen wordt toegelaten in het kader van bv de Ruimte-voor-Ruimte regeling, terwijl een passende agrarische functie wordt afgewezen. Er zou niet alleen naar stenen, maar ook naar passende functies moeten worden gekeken. Ik wil tot slot benadrukken dat ik het bijzonder vind dat GS zich zo kortaf uitlaat richting de bewuste agrariër naar aanleiding van zijn zienswijze. Dit dossier is welbekend en het is dan ook niet terecht om alleen te stellen 'dat de inspraakprocedure voor de PRS/PRV niet is bedoeld om uitspraken te doen over de afhandeling van individuele bouwaanvragen'.
Vliet, Rien van Van: Verzonden: Aan: Onderwerp: Bijlagen:
Pijnenborg, J.G.S. maandag 20 februari 2017 15:18 SST-O-Raaglsleden: Bogaard, M.R.; Sluizeman, H.; Haagen, P. Vastgestelde PRS/PRV en punten uit Soest 20170750167B43B24AlC949A18187A9067E81B2EFpdf.pdf; ATT00001.htm
Geachte leden van de raad, Op 12 december 2016 heeft Provinciale Staten de herijking van de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en Verordening vastgesteld. -rf In mijn email van 24 oktober 2016 had ik u al op de hoogte gesteld van de planning en welke punten ik ] tijdens de hontvining ymi inbrengen. Van de ontwerp Nota van beantwoording heeft u toen kennis kunnen nemen. Tijdens deze hoorzitting heb ik een nadere toelichting gegeven op de ingediende zienswijzen. ^Vervolgens is op 12 december 2016 de Herijking van de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en Verordening vastgesteld. De provinciale Nota van beantwoording volgt de hoofdstukindeling van de Structuurvisie. In de nota is de reactie en het besluit van Provinciale Staten op de zienswijzen opgenomen. Voor het besluit van Provinciale Staten op de specifiek door Soest ingediende zienswijzen verwijs ik u naar de bijlage. Iedere indiener van zienswijzen heeft in de Nota van beantwoording een nummer gekregen. De gemeente Soest is nummer 98. Er is ten opzichte van de u toegezonden ontwerp Nota van beantwoording geen wijziging aangebracht ten aanzien van de door Soest ingébrachte zienswijzen. Ook de regio Amersfoort heeft zienswijzen ingediend onder nummer 126. Voor Soest is deze regionale inbreng ook van belang geweest. Zienswijze van diverse inwoners van Soest zijn van: • de heer Logtenstein e.a.
(nummer 21 bezwaar nieuw agrarisch bedrijf in de polder), • de heer van Dorresteijn, (nummer 149, verplaatsing agrarisch bedrijflnsingerstraat naar de polder), • de heren Spijker en Veenman (nummers 4 en 50, aanpassing rode contour Van Lenneplaan 25 en 25a), stichting Milieuzorg Zeist (nummer 68, bezwaar woonwijk Vliegbasis), • Vitens (nummer 142, verleggen rode contour Den Blieklaan 1 en 3), • dierenasiel Birkstraat 148 (nummer 89 tegen woning Birkstraat 136a), • eigenaar Eekhoornnest (nummer 61 aanpassing Groene contour recreatieterrein Eekhoornnest). Op www.ruimteliikeplannen.nl kunt u de stukken digitaal inzien. Ook heb ik een schriftelijk exemplaar van de vastgestelde herijking met de Nota van beantwoording in de leeskamer ter inzage gelegd en bij deze mail gevoegd. Daar kunt u de reactie van de Provincie zien op de door en vanuit Soest ingebrachte opmerkingen. Tegen de vastgestelde herijking van de PRS en PRV kan geen bezwaar of beroep worden ingediend. Vanaf nu zijn de herijkte PRS en PRV ons toetsingskader bij ontwikkelingen waar een provinciaal belang speelt en dat is met name buiten de rode contour. Met vriendelijke groet, Janne Pijnenborg
i
Vliet, Rien van Van: Verzonden: Aan: Onderwerp: Bijlagen:
Pijnenborg, J.G.S. maandag 5 februari 2018 16:39 SST-O-RaadïïedënTHaigën, P.; Sluizeman, H.; Bogaard, M.R.; Faas, S. Bedrijfsverplaatsing A. van Dorresteijn verslag statencommissie Ruimte Groen en Water van 23 en 30 oktober 2017.pdf; ATT00001.htm; brief provincie 12 dec. 2017.pdf; ATT00002.htm
Aan de leden van de raad, Het is weer een tijd geleden dat ik u heb geïnformeerd over de zoektocht van de agrariër de heer A. van Dorresteijn naar een nieuwe geschikte locatie. Hij is al jaren op zoek naar een geschikte locatie voor zijn te verplaatsen agrarische bedrijf maar heeft die niet kunnen vinden. Wel heeft hij zijn bedrijf aan de \ Insingerstraat 19 inmiddels beëindigd. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan Landelijk gebied in 2013 heeft uw raad besloten dat een i nieuwvestiging aan de Peter van den Breemerweg mogelijk moet zijn. De provincie was hier tegen omdat de * geldende Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) de nieuwvestiging van een agrarische bedrijf verbiedt. De Raad van State heeft dit deel van het bestemmingsplan toen vernietigd. Ook de herijking van de PRV in 2016 sluit de nieuwvestiging uit. Bij de behandeling van deze herijking heeft de gedeputeerde P. van den Berg toeszezead een zoektocht te initiëren naar een bestaand bouwblok voor het bedrijf van de heer Van Dorresteijn. Deze zoektocht heeft helaas geen resultaat opgcleverd. -
' Om toch tot een oplossing te komen is door Provinciale Staten besloten de PRS en de PRV te wijzigen en concreet voor deze bedrijfsverplaatsing een uitzondering te maken. In bijgaande brief van de gedeputeerde wordt de gemeente over het voorstel van de provincie ingclicht. Als bijlage bij de brief is het verslag van de Statencommissie van 23 oktober 2Q12-gevoegd. Gezien de beln eerste instantie zal gekeken worden of een nieuwvestiging aan de Peter van den Breemerweg mogelijk is. Met provincie, de heer Van Dorresteijn en de gemeente is afgesproken dat er eerst aan de hand van een quickscan wordt onderzocht of een nieuwvestiging aan de Peter van den Breemerweg mogelijk is. Mocht uit de quickscan volgen dat een agrarisch bedrijf op de gewenste locatie mogelijk is dan ' ?al een bestemmingsplan worden opgesteld. —^ •£><%*L^-u-vo/ . Ondertussen zal de provincie een aanpassing van de PRS en PRV voorbereiden en deze vaststellen voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Maar mocht uit de quickscan blijken dat een nieuwvestiging op deze locatie aan de Peter van den Breemerweg niet haalbaar is, dan wel op te veel risico’s stuit, dan stelt de gedeputeerde een nieuwe zoektocht naar een alternatieve locatie voor. Zodra de quickscan gereed is en hierover een standpunt is ingenomen zal ik u inlichten over het vervolg. Met vriendelijke groet, Janne Pijnenborg