CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 2 Toelichting Bestemmingsplan Voormalig Elma-terrein

Raad in gesprek 14 september 2023, gemeente SoestBij agendapunt: Bestemmingsplan voormalig Elma-terrein26.104 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

48 (KRW), Richtlijn Overstromings Risico’s (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De vijf hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven: • • •

• •

Waterveiligheid: Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem: Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren: Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem. Circulaire economie: Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie: Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie.

Keur en Legger Daarnaast heeft het waterschap toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s en speerpunten uit het waterbeheerprogramma. Ook heeft het waterschap een eigen verordening: de Keur met bijbehorende uitvoeringsregels. Deze zijn onder andere te raadplegen via de website van waterschap Vallei en Veluwe. De belangrijkste regels uit de Keur met betrekking tot dit project zijn hieronder weergegeven: • Het is in beginsel verboden zonder watervergunning grondwater te onttrekken of water in de bodem te infiltreren; • Het toevoegen van water aan oppervlaktewater via werken is in principe verboden. Hiervoor gelden de volgende uitzonderingen: o Binnen de bebouwde kom: er geldt een vrijstelling wanneer water via nieuw verhard oppervlak in een oppervlaktewaterlichaam (categorie A, B of C) gebracht wordt indien het totaal aaneengesloten nieuwe oppervlak maximaal 0,15 ha bedraagt. • Het toevoegen van verhard oppervlak dient gecompenseerd te worden. Dit om te voorkomen • Voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van bouwputbemaling geldt een vrijstelling van het verbod, mits: o De onttrekking maximaal 3.000 m3 per dag bedraagt, en; o De onttrekking maximaal zes maanden duurt, en; o De onttrekking niet tot gevolg heeft dat de grondwaterstand meer dan 0,5 m verlaagd wordt ten opzichte van het gewenste ontgravings- of saneringsniveau.

• Waterschap Vallei en Veluwe kan algemene regels stellen die mede kunnen inhouden een vrijstelling van de watervergunningplicht of een algeheel verbod voor het verrichten van bepaalde handelingen. Ook kan de verplichting worden opgelegd handelingen te melden, metingen uit te voeren, gegevens te registreren en daarvan opgave te doen het waterschap. In voorliggend plan is geen oppervlaktewater aanwezig. Ook zijn er geen waterkeringen en beschermingszones aanwezig. Regelgeving hieromtrent is derhalve niet van belang en niet opgenomen in deze paragraaf. Ten slotte kent het waterschap een Legger. De Legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen zij moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor ingrepen rond waterstaatswerken een watervergunning van het waterschap benodigd. Voor dit project zijn geen waterkeringen, beschermingszones of waterlopen aan de orde.

Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

49 Gemeentelijk beleid Gemeentelijk water- en rioleringsplan Soest-Baarn 2018-2022 Op 21 december 2017 heeft de gemeenteraad van Soest het Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Soest-Baarn 2018-2022 vastgesteld. Het plan heeft betrekking op alle gemeentelijke watertaken (afvalwater, hemelwater en grondwater), het stedelijk oppervlaktewater en de integratie met de leefomgeving. Het plan beschrijft de achtergronden, het beleid, het programma en de financiën. Ook komen de rollen van gemeente, waterschap, bewoners en bedrijven aan bod. Daarnaast houdt het plan rekening met recente ontwikkelingen en het pas afgeronde technische onderzoek Basiswaterketenplan. Doelstelling is het maken van een duurzaam en robuust watersysteem en rioleringsstelsel, zodat deze de effecten van de klimaatverandering kunnen opvangen. Dit gebeurt in samenhang met andere ingrepen in de (stedelijke) omgeving, waarbij de kansen worden benut en effectgericht word gewerkt. Het hemelwater van de bebouwing zal niet worden aangesloten op de riolering. Het water dat op straat valt zal naar straatkolken worden geleid. In het plangebied zal hiervoor een gescheiden stelsel worden aangelegd tot aan de perceelsgrens. De riolering wordt daar aangesloten op het bestaande gemengde stelsel.

Indien dit gemengde stelsel te zijner tijd wordt vervangen, kan zodoende de droogweerafvoer en hemelwaterafvoer van het plangebied op dit gescheiden stelsel worden aangesloten. Nieuwe ontwikkelingen worden 'waterneutraal' ontworpen (geen extra afvoer van hemelwater). Het afvalwater wordt als bron van grondstoffen en energie gezien. Waar kansen zich voordoen, maken we het afvalwater onderdeel van de circulaire economie. Het grond- en oppervlaktewaterbeleid richt zich op waterbestendig bouwen, zodat de natuurlijke waterhuishouding behouden blijft. Onder het motto wat groen is moet groen blijven probeert het gemeentebestuur het verharden van tuinen te beperken. Door de klimaatverandering zal hevige neerslag vaker voorkomen en nog heviger worden. Hierdoor neemt het risico op wateroverlast toe. Bewoners en bedrijven zullen vaker hinder ondervinden, maar de gemeente wil de kans op overlast beperken en waterschade zoveel mogelijk voorkomen. De gemeente zet het beleid voort om vuil water en schoon hemelwater te scheiden. Het schone hemelwater wordt van de riolering afgekoppeld. Dit afkoppelen is duurzaam en nodig om de gemeente klimaatbestendig te maken. Voor nieuwbouw is de inzet om de ideale situatie steeds meer te benaderen op basis van de stand van de techniek, onder meer door vroegtijdige verbinding tussen disciplines als ruimtelijke ordening en stedelijk waterbeheer.

Rioleringsstelsel Soesterberg Daarnaast speelt voor het gebied Soesterberg en daarmee het plangebied een opgave in het kader van de capaciteit van de afvoer van vuilwater op de riolering. De capaciteit van de het huidige rioolstelsel is op dit moment bij pieken ontoereikend en ontstaan problemen. Daarom geldt dat bij nieuwbouwplannen in Soesterberg rekening wordt gehouden met de mogelijkheid dat het gemeentelijk rioleringsstelsel het extra afvalwaterdebiet in bepaalde perioden niet kan ontvangen. Mogelijk dat er tijdelijke opvangvoorzieningen in het plangebied nodig zijn om gedurende een aantal jaren een tijdelijke buffer te vormen voor de opvang van vuilwater bij hevige regenbuien. De gemeente onderzoekt het rioleringsstelsel en zal in de komende jaren tot oplossingen komen en deze realiseren. In de tijd hiertussen zal eventuele aanleg van tijdelijke voorzieningen met dit doel (afvalwater vertraagd afvoeren bij regen) moeten worden gerealiseerd.

Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

50

7.2

Onderzoek

In het kader van dit bestemmingsplan is de digitale watertoets doorlopen. Deze watertoets is bijgevoegd in bijlage 4. Hieruit volgt dat de normale procedure gevolgd dient te worden. Huidige situatie Bodem en grondwater Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem ter plaatse uit grof zand. Er is sprake van grondwatertrap VIII. Dat wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand op meer dan 1,4 m beneden maaiveld ligt en dat de gemiddelde laagste grondwaterstand varieert op meer dan 1,6 m beneden maaiveld ligt. De maaiveldhoogte ter plaatse bedraagt circa NAP +13,2 m. Plangebied In de huidige situatie is het plangebied grotendeels verhard. Het plangebied is voor een aanzienlijk deel bebouwd met bedrijfsgebouwen. Daarnaast is een deel van het verhard ten behoeve van opslag, en laad- en losactiviteiten. De Batenburgweg en de Sterrenburgweg zijn beide verhard. Aan beide wegen liggen daarnaast ook nog verharde parkeerplaatsen. Rondom deze parkeerplaatsen liggen groene bermen. Ten slotte liggen verspreid in het plangebied rondom de bedrijfsgebouwen wat plukjes groen. In afbeelding 7.1 is de situatie in het plangebied in 2020 weergegeven. Hierin is goed te zien dat het plangebied grotendeels was verhard. Inmiddels is de bebouwing op het perceel gesloopt.

Afbeelding 7.1: voorgaande situatie op het gebied van verharding, de globale ligging van het plangebied is wit omkaderd

Waterkwaliteit In het plangebied zijn geen KRW-waterlichamen aanwezig. Wel is ten westen van het plangebied een C-watergang gelegen. Deze watergang wordt niet vergraven of gedempt bij voorgenomen ontwikkeling. Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

51

Afbeelding 7.2: uitsnede legger watersysteem, de globale ligging van het plangebied is zwart omkaderd. De bebouwing is inmiddels gesloopt

Veiligheid en waterkeringen Het plangebied ligt niet binnen de beschermingszone van een primaire of regionale waterkering. Afvalwaterketen en riolering Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het uitgangspunt dat de waterhuishoudkundige situatie niet mag verslechteren. Dit betekent bijvoorbeeld dat de waterhuishouding kan worden verbeterd door het afkoppelen van schoon verhard oppervlak. Hiermee wordt voorkomen dat schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Dit betekent ook dat toename van het verharde oppervlak en/of dempingen binnen het gebied moeten worden gecompenseerd. Ook combinaties met andere functies zoals groen en recreatie liggen voor de hand. Door de aanleg van natuurvriendelijke en ecologische oevers wordt bijvoorbeeld meer waterberging gerealiseerd. Daarnaast is het van belang om bij eventuele ontwikkeling diffuse verontreinigingen te voorkomen door het gebruik van duurzame, niet-uitloogbare materialen (geen zink, lood, koper en PAK’s-houdende materialen), zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Toekomstige situatie Waterkwantiteit In de recente situatie was het plangebied nagenoeg volledig verhard. Naast de drie bestaande bedrijfsgebouwen waren binnen het plangebied parkeerplaatsen en laad- en losruimten aanwezig.

Op enkele plekken waren wat snippergroen en bomen aanwezig, met name als dunne strook langs de erfafscheidingen in het gebied. Langs de randen van het perceel zijn de groene ruimten nog in tact. In de toekomstige situatie worden aan de noordzijde appartementengebouwen gerealiseerd. Deze worden solitair in een landschappelijke, groene omgeving geplaatst. Aan de zuidzijde wordt de bedrijfsbebouwing omgevormd naar grondgebonden woningen met (voor- en) achtertuinen. Ondanks het ontbreken van een definitief stedenbouwkundig plan kan worden aangenomen dat de verharding in de toekomstige situatie zal afnemen. Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

52

Hemelwater Soesterberg ligt hoog en droog, en de beplanting heeft het zwaar in de lange droge perioden. De zanderige ondergrond rondom het de Vliegbasis van Soesterberg leent zich uitstekend voor de infiltratie van hemelwater. Door veel water te infiltreren kan de duur van de droogtestress iets verkort worden. Hergebruik van water heeft de voorkeur. Een tweede optie is het zoveel mogelijk infiltreren van het water binnen het plangebied. Regenwater kan worden gebufferd en vertraagd worden afgevoerd naar bestaande en nieuwe beplanting. Ook kan een worden gezorgd voor sponswerking in het bodemsysteem door het vasthouden van hemelwater. In het definitieve landschapsontwerp kunnen infiltratievelden en/of wadi’s worden ingepast, eventueel gekoppeld aan het versterken van de biodiversiteit. Grondwater Het grondwater dient te worden beschermd. De zoetwatervoorraad onder de zandruggen is van groot belang voor toekomstige watervoorziening. Gebruik of uitloging van bodembedreigende stoffen moet worden voorkomen. Veiligheid Het plangebied is niet gelegen binnen de kern- en beschermingszone van een waterkering. Op het gebied van veiligheid bestaan geen belemmeringen. Verder is bestendigheid tegen bosbranden een belangrijk aandachtspunt voor Soesterberg. In de uitwerking van het plan kan worden gekeken naar de vegetatiesamenstelling en bluswatervoorzieningen.

In de beheerfase dient aandacht te zijn voor het opruimen van tak- en tophout. Riolering Bij de nieuwe ontwikkeling moet het afvalwater worden aangesloten op de riolering. Het huishoudelijk afvalwater (droogweerafvoer; DWA) zal aangesloten worden op het bestaande (druk)rioleringssysteem van de gemeente Soest. Het hemelwater moet worden afgekoppeld. Hemelwater dat op daken en verharding van het perceel valt wordt afgekoppeld van DWA. De afvoermogelijkheden in het plangebied voor het verwerken van hemelwater in voorkeursvolgorde zijn: • hemelwater vasthouden voor benutting; • (in-)filtratie van afstromend hemelwater; • afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; De lozer dient er voor te zorgen dat het hemelwater bij de afstroming niet onnodig vervuild en indien nodig maatregelen treffen om dit te voorkomen. Daarnaast kunnen mogelijkheden worden verkend voor het ontwerpen van nieuwe zuiveringsconcepten met een gesloten en decentrale kringloop van stoffen. Kunstmatig aangelegde watersystemen zijn op de locatie niet gewenst. Er is geen nabijgelegen watersysteem om dergelijke watersystemen te voeden en bovendien zal de gracht droog staan vanwege de diepte van het grondwater en de waterdoorlatende bodem. Volksgezondheid Door het afkoppelen van hemelwater van de DWA worden vuilwateroverstorten (in de omgeving) tegengegaan.

De risico’s van watergerelateerde ziekten en plagen worden hierdoor geminimaliseerd.

Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

53

Waterkwaliteit Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater, dat wordt afgekoppeld naar het oppervlaktewater, wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die met hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Afkoppeling van hemelwater zorgt ervoor dat het aantal riooloverstorten laag is. Ook dit komt de waterkwaliteit (in de omgeving) ten goede. Beheer en onderhoud Het waterschap is de beheerder van het totale watersysteem en van de waterkering. Het onderhoud van de waterkering en hoofd- en boezemwatergangen is tevens de verantwoordelijkheid van het waterschap. Het beheer en onderhoud van het gemeentelijke inzamelings- en transportstelsel ligt bij de gemeente. Het waterschap is verantwoordelijk voor het transport vanuit het eindgemaal tot en met afvalwaterzuiveringsinstallatie en voor de zuivering. De gemeentelijke riolering moet bereikbaar zijn voor beheer en onderhoud

7.3

Conclusie

In het bestemmingsplan is afdoende rekening gehouden met het aspect Water. Er hoeft geen watercompensatie plaats te vinden als gevolg van de ontwikkeling. De waterparagraaf leidt niet tot een belemmering voor het plan.

Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

54

8

Milieu

8.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de diverse milieuaspecten die relevant zijn voor het plangebied. Per milieuaspect wordt het geldende wettelijk en/of het beleidskader beschreven. Elk milieuaspect wordt afgesloten met een conclusie. Resultaten van uitgevoerde onderzoeken worden kort weergegeven en belicht. 8.2

M.e.r-beoordeling

Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. In het Besluit m.e.r. zijn categorieën van gevallen aangegeven die (mogelijk) m.e.r(beoordelings)plichtig zijn. Voor de realisatie van woningbouw is dit in het Besluit m.e.r. als volgt geformuleerd: 1. D.11.2: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. Het uiteindelijke programma van voorgenomen ontwikkeling is nog niet definitief. Wel zijn in samenspraak tussen de gemeente en huidige eigenaar stedenbouwkundige randvoorwaarden gedefinieerd waaraan het plan moet voldoen. Deze randvoorwaarden geven richting aan de definitieve planopzet, het beoogde programma en de architectonische uitwerking. Wel is bepaald dat de maximale invulling van het plangebied circa 59 woningen bedraagt.

Daarmee valt de omvang ruim onder de drempelwaarde als genoemd in onderdeel 11.3. De drempelwaarden in onderdeel D van het Besluit m.e.r. zijn echter indicatieve waarden. Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag dient na te gaan of de beoogde activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Op grond van artikel 2 lid 5 van het Besluit m.e.r. is daarom wel deze vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Dit kan niet uitsluitend in de vorm van een paragraaf in het ruimtelijk plan. Door de initiatiefnemer moet op grond van het Besluit m.e.r. een ‘aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling’ worden opgesteld. Dit geldt voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst die onder de drempelwaardes vallen. Voor de ontwikkeling van Soesterberg Noord fase 1 is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld, zie bijlage 7. Uit deze aanmeldnotitie blijkt dat eventuele nadelige effecten te reguleren zijn en dat een uitgebreide m.e.r.-beoordeling of het opstellen van een MER in deze niet zinvol en/of noodzakelijk is. De diverse milieuaspecten zijn verderop in dit hoofdstuk nader toegelicht.

Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

55

8.3

Geluid

8.3.1 Kader Wet geluidhinder De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing bij de ontwikkeling van nieuwe geluidgevoelige functies zoals woningen en andere gevoelige gebouwen (zie art. 1.2 van het Besluit geluidhinder). In de Wet geluidhinder (Wgh) worden geluidzones gedefinieerd rondom belangrijke geluidbronnen (gezoneerde industrieterreinen, verkeerswegen en spoorwegen) ter beperking van geluidhinder. Het gebied binnen deze zone geldt als akoestisch aandachtsgebied. 8.3.2 Onderzoek Wegverkeerslawaai De locatie is gelegen binnen de in de Wgh vastgelegde onderzoekszone van de N237/Amersfoortseweg, waardoor akoestisch onderzoek op grond van de Wgh noodzakelijk is. Het onderzoek is uitgevoerd door KuiperCompagnons en is opgenomen als bijlage 1. De omliggende 30 km/uur-wegen zijn vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening eveneens in het akoestisch onderzoek betrokken. Uit de rekenresultaten blijkt dat er een lichte overschrijding van de voorkeursgrenswaarde veroorzaakt wordt door de 30 km/uur weg Sterrenbergweg/Batenburgweg. De geluidbelasting is maximaal 51 dB. Aangezien de Sterrenbergweg/Batenburgweg een 30 km/uur weg is, kan voor deze weg geen hogere waarde aangevraagd worden. Omdat de overschrijding slechts klein is en tevens alleen betrekking heeft op één zijde van de woonbestemming is het niet realistisch om maatregelen te treffen.

Tevens is de geluidbelasting berekend op de grens van de woonbestemming, maar zullen de woningen in werkelijkheid worden gerealiseerd op enkele meters afstand van de woonbestemming, waardoor de geluidbelasting op de gevel significant lager zal zijn. De geluidbelasting vanwege de overige wegen voldoet aan de voorkeursgrenswaarde. Industrielawaai Door LBP Sight is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de bedrijfsactiviteiten van het naastgelegen bedrijfsperceel Batenburgweg 7. Het rapport is opgenomen in bijlage 13. Uit de resultaten blijkt dat de contour van 50 dB(A) etmaalwaarde van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau over ca. 20 m van het plangebied loopt. De contour van 45 dB(A) ligt over ca. 50 m van het plangebied. Echter, geluidpieken van de laad- en losactiviteiten kunnen op 35 m afstand nog ca. 70 dB(A) bedragen. Dit betekent dat binnen 35 m in principe geen woningen wenselijk zijn. Deze afstand kan worden verkleind met maatregelen, zoals een geluidsscherm op de erfgrens tussen de bedrijvigheid en de woning. Ook kan worden overwogen om de rijroute naast het bedrijf te overkappen, waardoor de laad- en losactiviteiten inpandig plaatsvinden. Hiermee is een aanzienlijke reductie haalbaar waardoor woningbouwmogelijkheden niet of weinig beperkt worden. In voorliggend plan is ter plaatse van de 35 meter contour een milieuzone opgenomen.

Binnen deze zone mogen geen gevoelige objecten of functies worden gerealiseerd. Er is een ontheffing mogelijk indien deze contouren niet langer planologisch relevant zijn, bijvoorbeeld door het treffen van bovengenoemde maatregelen of de opheffing van de bedrijvigheid. 8.3.3 Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan. Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

56

8.4

Luchtkwaliteit

8.4.1 Kader De kern van de Wet luchtkwaliteit (titel 5.2 luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer) is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit verslechteren. Het doel van het NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen, waarvan stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) de belangrijkste zijn. Met het van kracht worden van het NSL per 1 augustus 2009 zijn de tijdstippen waarop moet worden voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarden NO2 en PM10 van 40 µg/m3 aangepast. Naast de introductie van het NSL is de invoering van het begrip “niet in betekenende mate bijdragen” (NIBM) een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de luchtkwaliteit als zowel de jaargemiddelde grenswaarde NO 2 als PM10 niet meer toeneemt dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde van die stof. Dit betekent, kortweg, dat als de toename van de beide jaargemiddelde concentraties kleiner is of gelijk is aan 1,2 µg/m3 (3% van 40 µg/m3) een ontwikkeling kan worden beschouwd als een project dat NIBM bijdraagt aan de luchtkwaliteit.

Een ruimtelijke ontwikkeling kan volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang vinden als: de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-project; de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; projectsaldering kan worden toegepast. Voor zover de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de normen van de Wet luchtkwaliteit niet nodig. 8.4.2 Onderzoek Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van woningbouw. Hoewel het aantal woningen nog niet duidelijk is, kan met zekerheid worden gesteld dat het aantal woningen onder de vastgesteld NIBMgrens van 1.500 woningen blijft. Gezien de omvang van het plangebied en de stedenbouwkundige uitgangspunten is vast te stellen dat deze grens niet wordt overschreden en dat de ontwikkeling als ‘NIBM’ valt aan te merken. Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) Voor de volledigheid zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied. Met de NSL-monitoringstool zijn langs de belangrijkste weg, de Amersfoortsestraat, de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald. In afbeelding 8.1 zijn de jaargemiddelde concentraties weergegeven voor het peiljaar 2020 ter hoogte van de planlocatie.

Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

57

Afbeelding 8.1: Overzicht concentraties NO2, PM10 en PM2,5 peiljaar 2020 (NSL-monitoringstool 2021)

Uit deze afbeelding blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 ter plaatse van het plangebied voor de voorgenoemde stoffen niet meer bedragen dan respectievelijk 24,5 µg/m3, 18,7 µg/m3 en 11,1 µg/m3. De jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) wordt dan ook niet overschreden. 8.6.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een overschrijding van de jaargemiddelde grenswaarden. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarom geen belemmering voor de realisatie van de voorgenomen woningbouw.

8.5

Externe veiligheid

8.5.1 Kader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals risico’s die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. 8.5.2 Onderzoek In het plan zelf worden geen risicobronnen mogelijk gemaakt. Uit de risicokaart blijkt dat in de omgeving van de ontwikkellocatie vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt over de provinciale weg N237. De N237 bevindt zich op ruim 260 ten zuiden van het plangebied, waardoor het plangebied binnen het invloedsgebied is gelegen van de stofcategorie GF3 (LPG). Er dient een beschrijving te worden gegeven van de aspecten ‘zelfredzaamheid’ en ‘bestrijdbaarheid’. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting. Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen. In de plangebieden worden Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

58

geen functies mogelijk gemaakt die specifiek bedoeld zijn voor personen met een beperkte zelfredzaamheid, zoals ouderen of gehandicapten. Evenwel is het natuurlijk niet uit te sluiten dat kinderen, ouderen en/of gehandicapten in de woningen gaan wonen. Vanuit maatschappelijk oogpunt is het juist gewenst dat dergelijke specifieke doelgroepen zich gelijkmatig ‘verspreiden’ tussen de reguliere doelgroepen. Maatgevende scenario BLEVE Het maatgevende scenario voor N237 is een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion). Er wordt onderscheid gemaakt tussen een warme BLEVE en een koude BLEVE. Bij een warme BLEVE kan door een incident op de weg een brand ontstaan waarbij een tankwagen met LPG is betrokken. Vanwege oplopende temperaturen neemt dan de druk in de tank met LPG toe. Binnen circa 20 minuten leidt het vrijkomen en het ontsteken van de inhoud tot overdrukeffecten en een grote vuurbal, een BLEVE. Een koude BLEVE treedt op zonder of voordat de LPG-tankwagen (maximaal) is opgewarmd door een externe brand. Het scheuren van de tank wordt veroorzaakt door een plaatselijke verzwakking van de tankwand. De maximale druk en temperatuur worden in dit scenario niet bereikt. De hittestraling van een BLEVE is kort en hevig en kan secundaire branden in de omgeving veroorzaken.

Ontvluchting in het geval van een BLEVE is mogelijk, mits er geen bijzondere beperkingen zijn ten aanzien van zelfredzaamheid van aanwezigen. Scenario toxische gassen Door een incident op de weg met een tankwagen kan de tankwand scheuren waardoor een groot deel van de toxische vloeistof in korte tijd uitstroomt. De toxische stof verdampt deels direct en wordt gedurende korte tijd meegevoerd door de wind. De resterende vloeistof vormt een plas. Het gevaar kan door de aanwezigen in het benedenwindse effectgebied opgemerkt worden door de herkenbare geur van ammoniak. Aanwezigen kunnen het beste binnen in gebouwen schuilen tegen de toxische effecten van het scenario. Vluchtmogelijkheden Men kan vanuit het plangebied richting het oosten vluchten over de Batenburgweg en Verlengde Tempellaan. Ook kan men in de toekomst via de nieuwe geplande weg ten noordwesten van het plan verder van de risicobron afvluchten. Mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding van rampen Bij het stedenbouwkundig ontwerp en de indeling van de openbare ruimte dient rekening te worden gehouden met de bereikbaarheid en keermogelijkheden van hulpverleningsdiensten en opstelplaatsen in relatie tot ingangen van gebouwen. De wegenstructuur in het plangebied dient te voldoen aan de door de brandweer gestelde minimumeisen betreffende uitvoering en inrichting.

De aanwezigheid van effectieve bluswatervoorziening is tevens een belangrijk aandachtspunt. Brandkranen dienen nabij de entrees van gebouwen en de opstelplaatsen gerealiseerd te worden. Ten behoeve van de zelfredzaamheid is het van belang dat E-Alert wordt ingezet. In het kader van een effectieve zelfredzaamheid bij het vrijkomen van toxische stoffen wordt geadviseerd bij ontwikkelingen afsluitbare ventilatiesystemen in gebouwen toe te passen waarmee kan worden voorkomen dat toxische stoffen binnentreden. Aanwezigen zijn in gebouwen enkele uren beschermd tegen de effecten van toxische dampen. Het opleggen van het aanbrengen van afsluitbare mechanische ventilatiesystemen is alleen mogelijk indien dit in de planregels van het bestemmingsplan is vastgelegd. Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

59

Risicocommunicatie naar toekomstige bewoners is zeer belangrijk. Bij het sluiten van een huur/koopcontract kunnen bewoners op de externe veiligheidsrisico’s gewezen worden en kan onderhavige rapportage genoemd worden. Er kan informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding van incidenten en over de daarbij te volgen gedragslijn. De gemeente heeft in dit kader een informatieplicht. Alle LPG-tankwagens in Nederland zijn voorzien van een hittewerende bekleding. De uitvoering en de keuring van de hittewerende bekleding is geregeld in de NTA 8820:2015. Deze maatregel is overigens alleen effectief tegen het optreden van een warme BLEVE. Bestrijding van een dreigende BLEVE vereist veel bluswater bedoeld voor het koelen van de LPG-tank. Bij voldoende koeling zal een BLEVE worden voorkomen. Hiervoor wordt (vanwege de snelheid die is geboden) gebruik gemaakt van primaire bluswatervoorzieningen (in het voertuig aanwezige water en brandkranen op het openbaar waterleidingnet). De aanwezigheid van effectieve grootschalige bluswatervoorziening is hierbij een belangrijk aandachtspunt. 8.5.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid leidt niet tot belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

Bij de uiteindelijke vergunningverlening dient formeel advies te worden gevraagd aan de Veiligheidsregio Utrecht met betrekking tot bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.

8.6

Kabels en leidingen

8.6.1 Kader Rioolleidingen Leidingen die planologisch van belang zijn dienen te worden opgenomen in het bestemmingsplan. Grote rioolleidingen die door een plangebied lopen worden meegenomen in het bestemmingsplan. Drinkwatertransportleidingen In woongebieden liggen vaak meerdere transportleidingen die van groot belang zijn voor de drinkwatervoorzieningen van het gebied. Als gevolg van het steeds intensiever gebruik van de openbare ruimte vormt de ligging van het transportnet een aandachtspunt bij diverse planvormingen voor infrastructuur, woningbouw, kantoorlocaties, etc. Om te voorkomen dat in een vrij laat stadium de aanwezigheid van de leidingen wordt geconstateerd, wordt preventief informeren als geschikt middel gezien. Om deze reden is het gewenst om de drinkwatertransportleidingen in het bestemmingsplan op te nemen. Gasleidingen In verband met eventuele (grond)werkzaamheden is het van belang de ligging van gasleidingen in bestemmingsplannen aan te geven. Daarnaast bevatten diverse gasleidingen een zone met bouwbeperkingen in verband met externe veiligheid. 8.6.3 Onderzoek In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen riool-, drinkwatertransport- of gasleidingen die planologisch relevant zijn.

Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

60

8.6.4 Conclusie Er zijn geen planologisch relevante leidingen aanwezig die in het bestemmingsplan opgenomen dienen te worden. Er bestaan op het gebied van leidingen dus geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

8.7 Bodemkwaliteit 8.7.1 Kader Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) voorziet in maatregelen indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Besluit bodemkwaliteit Het doel van het Besluit bodemkwaliteit (2008) is de bodem beter te beschermen en meer ruimte te bieden voor nieuwe bouwprojecten. Het Besluit bodemkwaliteit heeft het Bouwstoffenbesluit (Bsb) vervangen.

8.7.2 Onderzoek Het noordwestelijke deel van het plangebied, het kadastrale perceel 3976, is in het kader van de Wet bodembescherming reeds beoordeeld door de Provincie Utrecht. Dit deel is voldoende onderzocht en/of gesaneerd (afbeelding 8.2). Voor de overige gronden die worden bestemd als ‘Woongebied’ heeft na de sloop van de verschillende panden een bodemonderzoek plaatsgevonden. In het voorgaande bestemmingsplan “Chw bestemmingsplan-plus met verbrede reikwijdte Soesterberg Noord” was de verwachting uitgesproken dat nader onderzoek niet zou leiden tot een saneringsverplichting.

Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

61

Afbeelding 8.2: Overzicht gegevens bodemloket ter hoogte van het plangebied (Bron: www.bodemloket.nl/kaart)

Onderzoeksresultaten Door Hopman en Peters zijn in totaal twee bodemonderzoeken uitgevoerd met betrekking tot het plangebied. In mei 2021 is een verkennend cq. actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd voor de Sterrenbergweg 46-48 (perceel sectie E 2977). Daarnaast is een eindsituatie gegeven voor de Sterrenbergweg 50-52 en Batenburgweg 9 (perceelnummers 3976, 4175, 4176, en 4177). De rapporten zijn opgenomen als bijlage 8 en 9 bij deze toelichting.

Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

62 Sterrenbergweg 46-48 Zintuiglijk zijn in de opgeboorde grond geen afwijkingen gevonden die wijzen op het voorkomen van een potentiële verontreiniging in de bodem van de onderzoekslocatie. In de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) zijn analytisch geen verhoogde gehalten vastgesteld. In de ondergrond (0,9-2,0 m-mv) zijn tevens geen gehalten boven de achtergrondwaarden aangetroffen. De resultaten van onderhavig onderzoek zijn indicatief getoetst aan de toetsingscriteria van het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat de bovengrond voldoet aan bodemkwaliteitsklasse ‘achtergrondwaarde’ (altijd toepasbaar). De ondergrond voldoet indicatief aan bodemkwaliteitsklasse ‘achtergrondwaarde’ (altijd toepasbaar). Op basis van de thans beschikbare gegevens wordt aanvullend onderzoek niet noodzakelijk geacht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan onzes inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Batenburgweg 9 De licht verhoogde concentratie aan PAK in één van de bovengrondmengmonsters is niet eenduidig te verklaren. Gelet op de lichte aard van de verontreiniging en de resultaten van de overige grondmonsters is niet de verwachting dat de verontreiniging ontstaat is t.g.v. de bedrijfsactiviteiten. De concentratie behoeft geen verdere aandacht. Over het algemeen komen de resultaten overeen met de resultaten van voorgaand onderzoek.

Sterrenbergweg 50-52 De licht verhoogde concentratie aan minerale olie t.p.v. de lakdompelbak is niet eenduidig te verklaren. Gelet op het gehalte en de resultaten van de overige grondmonsters behoeft het tevens geen verdere aandacht. Over het algemeen komen de resultaten overeen met de resultaten van voorgaand onderzoek. Gelet op de resultaten (vrijwel geen verhoogde concentraties), is er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen bezwaar tegen het bebouwen van de locatie. Conclusie Op basis van de thans beschikbare gegevens wordt aanvullend onderzoek niet noodzakelijk geacht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. 8.7.3 Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen in het plangebied.

8.8 Milieuzonering 8.8.1 Kader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente Soest de VNG-handreiking “Bedrijven en Milieuzonering”. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke (indicatieve) richtafstand. De richtafstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming, die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

63 milieugevoelige functie, die op grond van het bestemmingsplan-plus mogelijk is. De richtafstanden zijn uitsluitend van toepassing voor nieuwe situaties (nieuwe ontwikkelingen) en niet voor bestaande situaties, waarbij het zo kan zijn, dat gevestigde milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies op een kleinere afstand van elkaar gesitueerd zijn. Omgevingstype: rustige woonwijk en functiemenging De richtafstanden in bijlage 1 van de VNG-uitgave zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype. De afstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. 8.8.2 Onderzoek Het gebied Soesterberg-Noord is een gemengd bedrijventerrein met woningbouw aan de Veldmaarschalk Montgomeryweg en de Postweg.

Het voorliggende bestemmingsplan maakt een omzetting van bedrijvigheid naar woningen mogelijk. Daarmee worden de VNG-afstanden van de huidige bedrijven naar de omgeving geamoveerd. Omgevingstype Kamer 2 is grotendeels bestemd voor bedrijvigheid. Toegelaten zijn bedrijven tot en met milieucategorie 2 en bestaande bedrijven uit een hogere milieucategorie (of met een andere functie, bijv. perifere detailhandel). Deze bestaande bedrijven hebben een functieaanduiding met maatbestemming. De bestaande woningen in het gebied zijn als zodanig bestemd. Het gebied direct ten noorden van het plangebied (voormalige vliegbasis) is middels een wijzigingsbevoegdheid bestemd voor woningbouw in een rustige woonwijk. Er kan worden gesteld dat sprake is van een gemengd gebied, waar zowel wonen als werken plaatsvindt. In de directe omgeving van de bestaande bedrijvigheid in de omgeving zijn reeds woningen gelegen, en als zodanig bestemd. Daarmee kan worden aangenomen dat sprake is van een goed woonen leefklimaat. Voorgaande betekent dat de VNG-richtafstanden met één afstandsstap kunnen worden verlaagd. Toetsing VNG-Richtafstanden Batenburgweg 7 Direct ten oosten van het plangebied is aan de Batenburgweg 7 het bedrijf “Mister Bed” gevestigd. Op grond van het bestemmingsplan is hier een bedrijf tot en met categorie 2 mogelijk. De richtafstand van het bedrijf valt gedeeltelijk over het plangebied.

Uit akoestisch onderzoek is gebleken dat binnen en zone van 35 meter uit de erfgrens van deze bedrijvigheid geen woningen wenselijk zijn. Deze afstand kan worden verkleind met maatregelen, zoals het plaatsen van een geluidsscherm of het overkappen van laad- en loswerkzaamheden.

Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

64 Sterrenbergweg 44 Op deze locatie is een ouderenpsychiatrie gevestigd. Het bedrijf valt binnen milieucategorie 2 met een bijbehorende richtafstand van 30 meter tot het omgevingstype ‘rustige woonwijk’, en 10 meter tot omgevingstype ‘gemengd gebied’. De gronden zijn recent aangekocht door de gemeente Soest, in het kader van de organische gebiedsontwikkeling in kamer 2 en 3 zoals voorzien in het vigerende Chw bestemmingsplan voor Soesterberg noord. Naar verwachting is op de langere termijn een school voorzien op dit perceel. Hoewel er nog geen concrete bouwplannen zijn, is de aanbevolen richtafstand voor de functies “scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs”, “kinderopvang” en “gymnastiekzalen” 10 m als sprake is van het omgevingstype “gemengd gebied”. Deze richtafstand is overeenkomstig de huidige contour. Sterrenbergweg 42a Op dit perceel is een bedrijf aanwezig met telefoon en telegraafdiensten. Het bedrijf valt binnen milieucategorie 2 met een bijbehorende richtafstand van 30 meter tot het omgevingstype ‘rustige woonwijk’, en 10 meter tot omgevingstype ‘gemengd gebied’. Postweg 53-57 Aan de Postweg 53-57 zijn diverse bedrijven gevestigd in onder meer opslag van kunstharsen, opslag van materiaal en vertrekkantine, een groothandel in coating, een bedrijf in sportartikelen, een uitvaartonderneming en een klus- en onderhoudsbedrijf.

De bedrijven kennen ten hoogste milieucategorie 2 op basis van de Staat van bedrijfsactiviteiten, met een bijbehorende richtafstand van 10 meter tot het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Postweg 51 Aan de Postweg 51 is een smederij, lasinrichting en bankwerkerij gevestigd (SBI code 284). Dit bedrijf is als zodanig aangeduid op de verbeelding. Het bedrijf heeft een milieucategorie 3.2 met een bijbehorende richtafstand van 50 meter tot het omgevingstype ‘rustige woonwijk’, en 30 meter tot omgevingstype ‘gemengd gebied’. Stemerdingweg 20 Ten zuidwesten van het plangebied, aan de Stemerdingweg 20 is een bedrijf gevestigd dat papier en kunststof recycled. Op grond van het bestemmingsplan heeft het bedrijf maximaal categorie 3.1. De feitelijke bedrijvigheid is, na een uitspraak van de Raad van State2 aan te merken als categorie 4.2 (SBI code 4677). In gemengd gebied geldt hiervoor een richtafstand van 200 meter. De feitelijke afstand tot de toekomstige bestemming woongebied is circa 80 meter. In het kader van het voorgaande bestemmingsplan, “Chw bestemmingsplan-plus met verbrede reikwijdte Soesterberg Noord”, is in opdracht van de gemeente Soest een akoestisch onderzoek 3 verricht. Het onderzoek heeft betrekking op de geluidemissie van het bedrijf Sita Papier en Karton Recycling gevestigd aan de Stemerdingweg 20 te Soesterberg.

Doel van het onderzoek was, na de uitspraak van de Raad van State (Uitspraak 201609546/1/R6), vast te stellen welke mogelijkheden er zijn om het geluid van het bedrijf te reduceren, en welke mogelijkheden er zijn om hogere geluidniveaus toe te laten bij de geplande nieuwbouwwoningen. In het onderzoek is vastgesteld wat de geluidcontouren zijn van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT en het LAmax bij de aangepaste representatieve bedrijfssituatie. Daarbij is in beeld gebracht wat het effect is van een geluidscherm, direct ten noorden van de Stemerdingweg, met 2

Zaaknummer ECLI:NL:RVS:2017:1709, datum uitspraak d.d. 28 juni 2017, raadpleegbaar via https://www.raadvanstate.nl/@107912/201609546-1-r6/ 3 Akoestisch onderzoek Sita Soesterberg, LBP Sight, d.d. 26 september 2017, raadpleegbaar via https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0342.BPSTB0012-0501/b_NL.IMRO.0342.BPSTB0012-0501_tb24.pdf Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

65 een hoogte van 3, 5 en 7,5 m. Op basis van de uitkomsten heeft de gemeente het bestemmingsplan “Soesterberg Noord” aangepast. In de regels is vastgelegd dat de geluidbelasting vanwege Sita niet hoger mag zijn dan in het geluidrapport van LBP-Sight van september 2017 is aangegeven (uitgaande van een situatie zonder geluidscherm). Uit dit rapport volgt dat de 50 dB(A) etmaalwaarde contour (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau) niet tot over het plangebied reikt. Daarmee is de geluidbelasting binnen het plangebied minder dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Uit het rapport blijkt verder dat de locatie waarop het maximale geluidsniveau ten hoogste 60 dB(A) bedraagt (toetswaarde nachtperiode) eveneens buiten het plangebied is gelegen. Nu zowel voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau als het maximale geluidsniveau voldaan wordt aan de toetswaarde uit de VNG publicatie en de grenswaarde uit het Activiteitenbesluit is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en wordt de inrichting niet beperkt in haar bedrijfsvoering. Conclusie De richtafstanden van enkele bedrijven overlappen het plangebied (afbeelding 8.3). Om overlast van naastgelegen bedrijfspercelen te voorkomen, is binnen het plangebied een milieuzone aangeduid. Binnen deze zone mogen in principe geen gevoelige objecten of functies worden gerealiseerd.

Er is een ontheffing mogelijk indien deze contouren niet langer planologisch relevant zijn, bijvoorbeeld door het treffen van maatregelen of opheffing van de bedrijvigheid. Met betrekking tot de overige bedrijvigheid in de omgeving worden de richtafstanden van deze bedrijven gerespecteerd. Gezien voorgaande kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Afbeelding 8.3: Overzicht VNG-richtafstanden ten opzichte van omgevingstype ‘gemengd gebied’ in de nabijheid van het plangebied. Op de blauw gearceerde gronden binnen de bestemmingsplangrens is een aanduiding opgenomen, waarmee gevoelige functies zoals woningen op deze gronden zijn uitgesloten.

Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

66

8.8.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect milieuzonering geen belemmering oplevert.

8.9 Duurzaamheid 8.9.1 Kader Duurzaam bouwen Duurzaam bouwen staat voor het ontwikkelen en beheren van de gebouwde omgeving met respect voor mens en milieu zodat kan worden voorzien in de behoefte van de huidige generatie zonder dat voor toekomstige generaties de mogelijkheid wordt ontnomen om ook in hun behoeften te kunnen voorzien. Duurzaam bouwen is daarmee onderdeel van de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Klimaatafspraken Utrecht De Provincie Utrecht heeft het initiatief genomen om met zoveel mogelijk gemeentes, bouwers, ontwikkelaars en waterschappen afspraken te maken over het ‘klimaatrobuust’ maken van gebouwen. Het veranderende klimaat geeft uitdagingen. Flinke regenbuien zorgen voor wateroverlast, soms binnen korte tijd gevolgd door de negatieve effecten van langdurige droogte en hitte. Met slimme aanpassingen aan gebouwen en de directe omgeving daarvan, wordt overlast in de toekomst zoveel mogelijk voorkomen. De afspraken gaan bijvoorbeeld over de opvang van regenwater en het vaker toepassen van groen. Het opvangen van regenwater zorgt voor waterberging en meer groen zorgt voor een koelere omgeving. Deze maatregelen dragen bij aan een klimaatbestendige woonomgeving. De gemeente Soest wil deze afspraken inzetten als hulpmiddel om klimaatadaptie in de plannen te bespreken en te onderzoeken binnen de mogelijkheden.

Programma Energietransitie Soest 2020 – 2025 In het programmaplan energietransitie Soest legt de gemeente uit hoe zij de transitie wil gaan vormgeven in Soest en welke concrete acties hier de komende vijf jaar mee samenhangen. De doelstelling voor de energietransitie in Soest is gelijk aan de landelijke doelstelling, namelijk 49% CO2reductie in 2030 en nagenoeg CO2-neutraal in 2050. Daarnaast wil de gemeente in 2050 (nagenoeg) geen gebruik meer maken van aardgas. Om deze transitie te realiseren moet snel resultaat worden behaald, op een manier dat de kwaliteiten van Soest behouden blijven. Daarbij zijn vijf belangrijke sporen gedefinieerd: 1. energiebesparing, wat we niet verbruiken hoeven we ook niet op te wekken; 2. gebruik van duurzaam opgewekte elektriciteit; 3. de warmtetransitie, 4. de overstap van het gebruik van aardgas als warmtebron naar alternatieve duurzame warmtebronnen en het gereed maken van het vastgoed hiervoor; 5. de infrastructuur aanpassen op de nieuwe vormen van energie (warmte en elektriciteit) en daarmee ook de opslag van energie en tot slot de mobiliteitstransitie waarbij we geen fossiele brandstoffen meer gaan gebruiken. Hier kan nog een zesde punt aan worden toegevoegd, namelijk de sociale transitie. Daarmee wordt bedoeld dat alle inwoners en ondernemers in Soest een bijdrage zullen moeten leveren.

Soest moet gezamenlijk in beweging komen, om te zorgen dat de gemeente leefbaar blijft voor de toekomstige generaties. Het beleid is uitgeschreven aan de hand van vier pijlers: wonen, werken, mobiliteit en gemeente als voorbeeld. Ten aanzien van Energieopwekking is een aparte paragraaf uitgewerkt, met als verlengde een ‘Uitnodigingskader grootschalige elektriciteitsopwekking’ (zie paragraaf hierna).

Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

67 Voor de pijler wonen zijn projecten gedefinieerd die inwoners helpen bij het maken van keuzes, zoals informatievoorziening via een nieuw en verbeterd energieloket, een wijkaanpak, verduurzaming van corporatiebezit en subsidieregelingen en financieringsmogelijkheden. Voor de pijler werken worden de ondernemers in Soest en Soesterberg verleid om maatregelen te nemen in vastgoed en informatievoorziening. Ondernemers krijgen een eigen ingang op het energieloket voor hulp bij het maken van keuzes. Bij de pijler mobiliteit is de gemeentelijke invloed iets kleiner. Wel staat de gemeente vooraan bij het stimuleren en faciliteren van elektrisch rijden en wordt gezorgd dat de fiets en het OV goede alternatieven zijn voor de (CO2 uitstotende) auto’s. Binnen de pijler gemeente zijn drie rollen gedefinieerd: de gemeente als eigenaar van maatschappelijke gebouwen die worden verduurzaamd, de gemeente als regelgever die de ambities laat doorwerken in regelgeving en beleid, en de gemeente als werkgever van diverse bedrijven. Voor alle drie de rollen zijn specifieke projecten gedefinieerd. Ook binnen het thema energie zijn verschillende projecten in beeld gebracht, zowel voor de overstap naar duurzaam opgewekte energie als warmte. De Regionale Energiestrategie vormt hierbij een belangrijke eerste stap.

Vervolgens wordt een volgorde bepaald waarin de diverse buurten en wijken in Soest van het gas af gaan. Locaties voor opwekking van duurzame elektriciteit gebeurt in samenspraak met inwoners en ondernemers. Uitnodigingskader grootschalige elektriciteitsopwekking Soest en Soesterberg Het uitnodigingskader voor grootschalige elektriciteitsopwekking is onderdeel van het Programma Energietransitie Soest 2020-2025. In dit programma zijn dertig projecten gebundeld die de energietransitie mogelijk maken. Daarbij wordt ingezet op het besparen en lokaal opwekken van de benodigde energie. De doelstelling daarbij is in 2050 CO2-neutraal en aardgasvrij te zijn en in 2030 op de helft. De gemeente verwacht met zon op daken aan 30% van de energievraag te voldoen. De planlocatie is niet gelegen in of nabij een locatie voor grootschalige elektriciteitsopwekking. 8.9.2 Onderzoek In dit stadium is voorgenomen ontwikkeling nog globaal en kent geen definitieve verkaveling. Op duurzaamheidsgebied is dan ook nog niet veel duidelijk. Wél is duidelijk dat de woningen zonder gasaansluiting worden gerealiseerd, Daarnaast worden de nieuwe woningen gebouwd conform de duurzaamheidseisen zoals vastgesteld in het Bouwbesluit.

Ook zal in het kader van de stedenbouwkundige- en architectonische uitwerking van het gebied worden gekeken naar maatregelen en oplossingen ten aanzien van klimaatadaptatie, conform de Afspraken Klimaatadaptief Bouwen Utrecht. Voor nieuwbouw zijn hierbij de volgende uitgangspunten van toepassing: • • •

•

In samenwerking met verstedelijkingsprofessionals wordt de klimaatadaptatie-opgave zo vroeg mogelijk in het proces van bouwprojecten en gebiedsontwikkelingsprocessen meegenomen. Stresstesten worden al in de eerste ontwerpfase benut als voorspellend instrument om de opgaves in het plangebied inzichtelijk te maken. In uitvragen naar marktpartijen wordt naar deze afspraken, doelen en prestatie-eisen verwezen waarbij de uitkomsten van stresstesten en risicodialoog leidend zijn voor de selectie van doelen en eisen. De ontwikkelende en bouwende partijen maken inzichtelijk hoe de gekozen maatregelen in het ontwerp ook daadwerkelijk de beoogde prestaties en doelen realiseren; overheden zullen aangeven op welke wijze dit bij voorkeur aantoonbaar zal worden gemaakt.

Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

68 •

•

We maken de meekoppelkansen tussen de klimaatadaptieve thema’s en op de andere opgaves (energieneutraliteit, circulariteit, duurzame mobiliteit, gezondheid) inzichtelijk en streven ernaar deze te benutten. De verdeling van maatregelen tussen openbaar terrein en privaat perceel kan per locatie verschillen; uitgangspunt is daarom dat we streven naar de meest doelmatige (efficiënt en effectief) verdeling in combinatie met een reële verdeling van bijbehorende investerings- en onderhoudskosten.

Concreet zal in ieder geval worden gekeken naar het voorkomen van hittestress (geen onnodige verharding), droogte en het voorkomen van wateroverlast. Groene vegetatiedaken passen bij de natuurlijke omgeving van Soesterberg, waarbij bestendigheid tegen bosbranden een aandachtspunt blijft. 8.9.3 Conclusie Het hiervoor opgesomde beleid verzet zich niet tegen de voorgenomen ontwikkeling van de woningen.

8.10 Niet-gesprongen explosieven 8.10.1 Kader Op een onbekend aantal plaatsen in Nederland liggen nog bommen, granaten en andere munitieartikelen uit de Tweede Wereldoorlog. Volgens mondiale, militaire inschatting is van al het explosieve materieel dat gedurende de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) is ingezet, verschoten of afgeworpen, tussen de zeven en vijftien procent om verschillende redenen niet tot ontploffing gekomen. Wanneer deze explosieven bij werkzaamheden worden aangetroffen, kunnen deze gevaar opleveren voor de publieke veiligheid. Om spontane vondsten en eventuele daaruit voortvloeiende ongewilde gebeurtenissen te voorkomen, kan preventief een opsporingsproces in gang gezet worden. Deze opsporingswerkzaamheden mogen op grond van het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit) enkel uitgevoerd worden door de Explosieven Opruimings Dienst (EOD) en bedrijven die in het bezit zijn van een certificaat voor het opsporen van conventionele explosieven (CE). Een eerste stap in het opsporingsproces wordt doorgaans gevormd door een (historisch) vooronderzoek waarin beoordeeld wordt of een onderzoekgebied feitelijk verdacht is op de mogelijke aanwezigheid van conventionele explosieven. 8.10.2 Onderzoek Door BeoBom is een onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van conventionele explosieven (hierna: CE) in het plangebied. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 5.

Uit dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat er feitelijke aanwijzingen zijn gevonden voor een verhoogd risico op het aantreffen van CE binnen het plangebied. Blijkens het beschikbare historisch vooronderzoek CE van het vliegveld Soesterberg kunnen hier CE in de vorm van Afwerpmunitie van minimaal 40 t/m 1.000 lb, brandbommen van 4 en 250 lb en clustermunitie van 20 lb worden aangetroffen. Vanwege de (naoorlogse) bodemroerende werkzaamheden kan gesteld worden dat de eerste 0,50 meter geroerd is. Het verdachte gebied geschutmunitie komt daarmee te vervallen. De andere typen CE kunnen worden aangetroffen tot een diepte van 4,50 meter

Bestemmingsplan “Soesterberg Noord, kamer 2 – Voormalig Elma-terrein” Toelichting Vastgesteld

69 minus maaiveld, oftewel ter plaatse van het projectgebied tot een diepte van 8,30 meter plus NAP (8,30m +NAP). BeoBOM adviseert het uitvoeren van aanvullend explosievenonderzoek ter plaatse van het gedeelte van het projectgebied dat overlapt met het verdachte gebied. Het vervolgonderzoek zal, afhankelijk van de werkzaamheden, vorm nemen in een Projectgebonden Risicoanalyse of een detectieonderzoek op basis van een maatadvies. Het onderzoek is voorgelegd aan de gemeente Soest. De gemeente heeft het onafhankelijk onderzoeksbureau Expload gevraagd om een beoordeling van de rapportage. In een memo hebben zij gereageerd op het uitgevoerde onderzoek. Deze memo is opgenomen als bijlage 10 bij deze toelichting. Op basis van de wet- en regelgeving en de rapportage van BeoBOM adviseert Expload om voor de vervolgwerkzaamheden eerst een aanvulling op het vooronderzoek uit te voeren, en deze te combineren met een projectgebonden risicoanalyse. Deze aanvullingen en risicoanalyse zijn door BeoBOM reeds uitgevoerd. De volledige rapportage is opgenomen als bijlage 11 bij deze toelichting. Hieruit blijkt dat vanwege de grondroerende activiteiten in het kader van het voorgenomen toekomstig gebruik wel uitwerking van de Ontplofbare Oorlogsresten verwacht, maar dat de uitwerkingsfactoren door het treffen van passende maatregelen beheersbaar zijn.

Op pagina 45 en 46 van het rapport is een maatregelenkaart opgenomen, waarbij voor diverse werkzaamheden (zoals verwijderen van bestaande funderingen en de realisatie van bebouwing voor diverse funderingstypen) is aangegeven welke opsporingsmogelijkheden worden geadviseerd. Voor alle scenario’s geldt dat er sonderingen moeten worden geplaatst, om de verticale afbakening vast te stellen. In de nadere uitwerking wordt samen met de gemeente Soest bekeken welke benodigde vervolgstappen in het opsporingsproces moeten worden uitgevoerd. De uiterste mogelijkheid is het opstellen van een projectplan waarmee eventuele achtergebleven restanten worden verwijderd. Het projectplan wordt vooraf aan de werkzaamheden aangeboden aan het bevoegd gezag Openbare Orde en Veiligheid (OOV) van de gemeente Soest en de opdrachtgever. Gezien voorgaande zijn er geen onoverkomelijke belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. 8.10.3 Conclusie Het onderzoek naar explosieven laat zien dat met de juiste maatregelen de risico’s op niet gesprongen explosieven beheersbaar zijn, en de realisatie van woningbouw niet in de weg staan. Op basis van het definitieve bouwplan wordt het opsporingsproces op onderdelen verder in gang gezet. Daarbij worden de vervolgstappen met het bevoegd gezag afgestemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=f4f0943a-3094-415f-aebf-8ab825a249d4