3. Bijlage 2 Bestemmingsplan Landgoed Willemshoeve
Tekst van het document
Behoud open zichtrelaties vanaf Jachthuislaan. Functioneel ruimtelijke aspecten 1. Monumentale bebouwing beschermen. 2. Verbreding en biologische landbouw. Sommige ontwikkelingen hebben gevolgen voor de hoeveelheid verkeer op de Jachthuislaan. Als ontwikkelingen toegestaan worden moet daarmee rekening worden gehouden. Toetsing Bij het opstellen van het vlekkenplan (figuur 2.4a) is zorgvuldig rekening gehouden met de zichtlijnen die aanwezig zijn in het gebied. Er wordt geen nieuwe vaste bebouwing gerealiseerd waardoor zichtlijnen beperkt kunnen worden. De mobiele tunnelkassen zullen zoveel mogelijk groen ingepast worden en tussen de provinciale weg en de Jachthuislaan geen zichtlijnen belemmeren. De openzichtrelaties ter plaatse zullen gehandhaafd blijven. Zie hiervoor ook het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in Bijlage 5 en de toetsing ecologische meerwaarde in Bijlage 7. Het plan kan ten aanzien van de tunnelkassen niet voldoen aan sommige uitgangspunten uit de gebiedsvisie Landelijk gebied. Echter is de realisatie van de tunnelkassen van essentieel belang voor een economisch haalbare exploitatie van het initiatief. Alternatieve locaties voor de tunnelkassen zijn in het voortraject onderzocht maar bleken niet haalbaar of wenselijk. De gronden rondom het erf zijn niet in eigendom van de initiatiefnemer waardoor de realisering daar niet mogelijk is.
Daarbij zou een situering naast het erf de open doorzichten beperken. Op het erf zelf is niet voldoende ruimte om de tunnelkassen te situeren en ook vanuit cultuurhistorisch oogpunt onwenselijk omdat het afbreuk zou doen aan het monumentale karakter van de hoeve en het erf. Om deze reden blijft de huidige bebouwing ook gehandhaafd en worden de gewenste functies binnen de huidige bebouwing gerealiseerd. Door de tunnelkassen voor het erf te situeren worden geen open zichtrelaties belemmerd en is het initiatief ‐ dat ook een groot maatschappelijk belang dient ‐ exploiteerbaar. De monumentale hoeve zal gerestaureerd worden en zal daardoor een nieuw leven krijgen. Naast de duurzame (biologisch‐plus) agrarische activiteiten zal het landgoed met de activiteiten in de hoeve bijdragen aan verbreding en beleving van het landschap. De monumentale hoeve zal in samenwerking
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
34
met een architect, het restauratiefonds en het boerderijenfonds gerestaureerd worden. Bij de aanleg van de inrit dient bij de nadere uitwerking rekening gehouden te worden met de leidraad fysieke leefomgeving. Ten aanzien van de hoeveelheid verkeer op de Jachthuislaan is de beoogde ontwikkeling nader onderzocht. Het aspect verkeer wordt nader toegelicht in paragraaf 4.6. Conclusie De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de gebiedsvisie landelijk gebied van de gemeente Soest.
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
35
Hoofdstuk 4
4.1
Omgevingsaspecten
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen: 1. ter plaatse van de naastgelegen woningen een goed woon‐ en leefmilieu kan worden gegarandeerd; 2. rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie‐indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/rustig buitengebied'. Voor het omgevingstype 'gemengd gebied' gelden kleinere afstanden. De richtafstanden gelden voor de aangegeven bedrijfsactiviteiten in het algemeen.
Op basis van onderzoek naar de specifieke milieusituatie van een bedrijf kunnen kleinere aan te houden afstanden gerechtvaardigd zijn. Hiermee kan dan onderbouwd worden afgeweken van de richtafstanden indien de specifieke bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf daar aanleiding toe geeft. Toetsing Veehouderijen veroorzaken geur op verschillende manieren. Geur kan in de leefomgeving hinder veroorzaken en brengt daarom ook gezondheidsrisico's met zich mee. Vanwege de geurbelasting op een gebied kan het woon‐ en leefklimaat onvoldoende zijn om bepaalde functies op te realiseren. Om deze reden dient het aspect geur nader onderzocht te worden bij de voorgenomen ontwikkeling. Voor de ontwikkeling in Soest wordt het geuronderzoek gedaan op basis van de bekende diersoorten die beoogd worden op de verschillende percelen. Rundvee Voor rundvee is geen geuremissiefactor vastgesteld. Wel geldt een vaste richtafstand van 100 meter tot geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom (art 4, lid 1 Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit). Op grond van de geurverordening van Soest is deze afstand verkleind naar 50 meter (http://decentrale.regelgeving.over‐heid.nl/cvdr/xhtmloutput/Actueel/Soest/CVDR49541.html).
Geadviseerd wordt om met de bovenstaande afstand van 50 meter rekening te houden vanaf dierverblijven van dieren zonder geuremissiefactor tot woningen en overige geurgevoelige objecten. Ten aanzien van rundvee in een weiland (geen onderdeel van de inrichting) zijn geen vaste afstanden
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
36
van toepassing. Vleesvarkens, leg‐ en vleeskippen Voor vleesvarkens, legkippen en vleeskippen geldt een geurnorm van 2OUe/m3 binnen de bebouwde kom. Daarnaast geldt een vaste afstand van 50 meter vanaf de gevel van een dierenverblijf. Uit indicatieve berekeningen blijkt dat op een afstand van 50 meter ruimschoots wordt voldaan aan de geurnorm. Geadviseerd wordt om de dieren met geuremissiefactor te houden op een afstand van minimaal 50 meter vanaf geurgevoelige objecten. Opslag agrarische bedrijfsstoffen Voor vleesvarkens, legkippen en vleeskippen geldt een geurnorm van 2OUe/m3 binnen de bebouwde kom. Daarnaast geldt een vaste afstand van 50 meter vanaf de gevel van een dierenverblijf. Uit indicatieve berekeningen blijkt dat op een afstand van 50 meter ruimschoots wordt voldaan aan de geurnorm. Geadviseerd wordt om de dieren met geuremissiefactor te houden op een afstand van minimaal 50 meter vanaf geurgevoelige objecten. Richtafstanden VNG‐brochure Voor de activiteiten van Herenboeren gelden onderstaande richtafstanden uit de VNG‐brochure bedrijven en milieuzonering.
Stof (m) Geluid (m) Fokken en houden van rundvee 30 30 Fokken en houden van varkens 30 50 Fokken en houden van pluimvee ‐ legkippen en mestkuikens 30 50 Tabel 2 – Richtafstanden VNG (Bron: Richtafstandenlijst tabel 1 – VNG bedrijven en milieuzonering) Voor de overige activiteiten die plaatsvinden op Landgoed Willemshoeve wordt ruimschoots voldaan aan de maximaal geldende richtafstanden. Conclusie Er wordt voldaan aan de richtafstanden, zoals genoemd in de VNG‐brochure. Geconcludeerd wordt dat de omliggende woningen sprake is van een aanvaardbaar woon‐ en leefklimaat. Het aspect bedrijven en milieuhinder vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.2
Bodem
Beleid en normstelling Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Onderzoek en conclusie De activiteiten worden uitgeoefend in de bestaande bebouwing en er worden geen bodemgevoelige functies toegevoegd. Er vinden geen functiewijzigingen plaats waarvoor nader bodemonderzoek uitgevoerd dient te worden. Voor de beoogde ontwikkeling vinden geen bodemroerende werkzaamheden plaats. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
37
4.3
Archeologie & cultuurhistorie
Beleid en normstelling De Monumentenwet is op 1 juli 2016 deels (met een overgangstermijn tot de Omgevingswet) vervangen door de Erfgoedwet. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen met als uitgangspunt: 'de veroorzaker betaalt'. Deze wet handelt over het aanwijzen van te beschermen cultureel erfgoed. Naast de Monumentenwet vervangt de Erfgoedwet ook andere wetten zoals de Wet tot behoud van cultuurbezit. De Erfgoedwet kent een aantal nieuwe bepalingen. Het gaat om het vaststellen van een gemeentelijke erfgoedverordening en het bijhouden van een erfgoedregister. Ook dienen burgemeester en wethouders het voornemen om hun cultuurgoederen en verzamelingen te vervreemden bekend te maken. De Erfgoedwet bevat bovendien diverse veranderingen met lokale gevolgen, zoals de vervanging van de landelijke aanwijzing van beschermde stads‐ en dorpsgezichten door een rijksinstructie aan gemeenten. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken.
Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Onderzoek en conclusie Ten behoeve van de ontwikkeling van Landgoed Willemshoeve zijn geen werkzaamheden noodzakelijk in de bodem van de planlocatie. Er zal gebruik gemaakt worden van de bestaande bebouwing en de tunnelkassen zullen mobiel zijn. Verder zijn in het bestemmingsplan dubbelbestemmingen opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden. Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.4
Water
Toetsingskader Waterbeheer en watertoets De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de verschillende waterbeheerders (waterschap, provincie en gemeente) over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Vallei en Veluwe, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits‐ en waterkwaliteitsbeheer. In het kader van het wettelijk vooroverleg wordt deze waterparagraaf aan het waterschap voorgelegd. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterplan (NW)
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
38
Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal: Bodem‐, Water‐ en Milieuplan 2016 ‐ 2021 Provinciale Verordening Ruimte Provinciale Structuurvisie Blauwe Omgevingsvisie 2050 De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven‐ en ondergrond. Blauw omgevingsprogramma 2022‐2027 Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022‐2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's.
Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond‐ en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem. Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Het plangebied is gelegen in het deelgebied Eemland.
Er zijn verschillende integrale opgaven in dit deelgebied. Met partners bouwt Waterschap Vallei en Veluwe aan een veilig en meer natuurlijk Eemland, met balans tussen verstedelijking, landbouw, beschermen en aanvullen van de
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
39
grondwatervoorraad, recreatie, natuur en water. Gemeentelijk water‐ en rioleringsplan Baarn en Soest 2018‐2022 Het Gemeentelijk water‐ en rioleringsplan gaat over alle gemeentelijk watertaken (afvalwater, hemelwater en grondwater), het stedelijk oppervlaktewater en de integratie met onze leefomgeving. Het plan beschrijft de achtergronden, het beleid, het programma en de financiën. Ook komen de rollen van gemeente, waterschap, bewoners en bedrijven aan bod. En het plan houdt rekening met recente ontwikkelingen en het pas afgeronde technische onderzoek Basiswaterketenplan. De gemeente zorgt voor het inzamelen en afvoeren of verwerken van stedelijk afvalwater en hemelwater. Voor zover doelmatig neemt de gemeente maatregelen tegen grondwateroverlast en zorgen ze samen met het waterschap Vallei en Veluwe dat het stedelijke oppervlaktewater schoon, veilig en beleefbaar is. De gemeente zorgt niet overal en niet altijd voor het water. Bewoners en bedrijven moeten zelf voor de voorzieningen op hun perceel zorgen. In sommige gebieden en situaties moeten zij het regenwater bergen en verwerken of afvoeren, of zelf maatregelen nemen tegen grondwaterproblemen. In het Gemeentelijk water‐ en rioleringsplan is aangegeven wat de gemeente doet en waarvoor bewoners en bedrijven zelf verantwoordelijk zijn. Water en riolering zijn van groot belang voor de volksgezondheid en onze leefomgeving.
Het grondwater is belangrijk voor bomen, planten, het bodemleven en de drinkwatervoorziening. Het oppervlaktewater draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit en wordt gebruikt voor ontspanning en recreatie. Een gezonde leefomgeving betekent ook een groene en koele leefomgeving. Minder zichtbaar maar zeker zo belangrijk, is de riolering onder de grond. Een goed functionerende riolering is nodig voor de volksgezondheid, een schone leefomgeving en het beperken van wateroverlast. Door de klimaatverandering wordt dit alles nog belangrijker. De gemeente maakt het watersysteem en de riolering duurzaam en robuust, zodat deze de effecten van de klimaatverandering kunnen opvangen. Dit gebeurt in samenhang met andere ingrepen in de (stedelijke) omgeving, waarbij de gemeente kansen benut en effectgericht werkt. De thema's om tot een duurzaam en robuust systeem te komen zijn: 1. Baarn en Soest klimaatbestendig; 2. duurzame afvalwaterketen; 3. bewoners bewust; 4. beleefbaar water; 5. goed beheren; 6. financiën op orde. Onderzoek Huidige situatie Algemeen Het plangebied bestaat uit grasland/paardenweide en een erf met een bedrijfswoning, bedrijfsbebouwing en bijbehorende verharding. Bodem en grondwater Het plangebied is volgens de bodemkaart van Nederland gelegen op Laarpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand.
Volgens de bodemkaart van Nederland (www.bodemdata.nl) is ter plaatse sprake van grondwatertrap II en III. Dat wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand ter plaatse van grondwatertrap II minder dan 40 cm beneden het maaiveld ligt en dat de gemiddelde laagste grondwaterstand tussen de 50 en 80 cm beneden het maaiveld ligt. Bij grondwatertrap III ligt de gemiddelde hoogste grondwaterstand minder dan 40 cm beneden het maaiveld en de gemiddelde laagste grondwaterstand tussen de 80 en 120 cm beneden het maaiveld.
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
40
Figuur 4.1 ‐ Uitsnede Bodemkaart Nederland en plangebied
Figuur 4.2 ‐ Uitsnede kaart Grondwatertrappen Waterkwantiteit Aan de rand van het plangebied bevinden zich verschillende A‐ en B‐watergangen (zie figuur 4.3). De status van een watergang hangt af van de hoeveelheid water die een sloot afvoert. De belangrijkste wateren en de dijken (A) onderhoudt het waterschap zelf. Voor de overige wateren geldt dat de eigenaren van de aangrenzende grond verantwoordelijk zijn voor het onderhoud. Bij B‐wateren wordt het onderhoud gecontroleerd door het waterschap. Aan het plangebied grenzen de A‐wateren WL_11465, WL_11466, WL_11468, WL_11472, WL_11475, WL_11520, WL_29823 en WL_29824. Voor deze wateren is het waterschap dus onderhoudsplichtig en hiervoor geldt een onderhoudsstrook van 5 meter waarmee rekening gehouden dient te worden. Daarnaast grenzen aan de voorzijde van het erf de B‐watergangen: WL_11470 en WL_11467. Ten slotte zijn er binnen het plangebied nog twee C‐watergangen: WL_29538 en WL_29612. Voor de B‐ en C‐watergangen zijn de eigenaren van de aangrenzende percelen onderhoudsplichtig. De wateren worden onderling verbonden door enkele duikers.
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
41
Figuur 4.3 ‐ Uitsnede legger Waterschap Vallei en Veluwe (Bron: Valleienveluwe.nl) Veiligheid en waterkeringen Het plangebied is niet gelegen binnen een primaire of regionale waterkering. Het plangebied is ook niet gelegen binnen beschermingszones hiervan. Afvalwater en riolering De bestaande boerderij op het erf loost op het drukriool. De gebieden 2a en 2b zijn niet bebouwd en niet aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel. Toekomstige situatie Algemeen De beoogde ontwikkeling betreft het anders gebruiken van de bestaande bebouwing en gronden. Er wordt niet gebouwd of gesloopt. Op een klein deel van het erf zullen parkeerplaatsen gerealiseerd waarbij waterdoorlatende verharding wordt toegepast. De hoeveelheid verharding neemt met maximaal 700 m² toe. Voor de zekerheid is een digitale watertoets uitgevoerd welke is bijgevoegd in Bijlage 2. Op basis van de locatie en gegeven antwoorden blijkt dat er geen waterschapsbelangen geraakt worden. Waterkwantiteit Met de beoogde ontwikkeling wordt geen oppervlaktewater gedempt maar wel een poel gerealiseerd voor de varkens van 100 m². De bestaande watergangen blijven behouden. Waterkwaliteit De beoogde ontwikkeling betreft het anders gebruiken van de bestaande bebouwing en gronden. Er wordt niet gebouwd of gesloopt.
De agrarische gronden worden meer duurzaam gebruikt, er worden minder meststoffen gebruikt dan in de huidige situatie. Dit komt de waterkwaliteit ten goede.
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
42
Afvalwater en riolering Met de toekomstige ontwikkeling wordt geen nieuwe bebouwing gerealiseerd. Wel wordt er beperkt (half‐)verharding aangelegd en verandert het gebruik. Het is aannemelijk dat het veranderend gebruik zorgt voor een verhoogde belasting op het bestaande riool en het is mogelijk dat dat vraagt om een andere aansluiting, plus eventuele aanvullende maatregelen. Het is daarbij van belang dat er geen regenwater geloosd zal worden op het riool. De bestaande boerderij loost op het drukriool. Conclusie De activiteiten hebben geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding ter plaatse van het plangebied.
4.5
Geluid
Wegverkeerslawaai Toetsingskader Langs alle wegen ‐ met uitzondering van 30 km/h‐wegen en woonerven ‐ bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen of buiten stedelijke ligging. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km/h‐wegen de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting te worden onderbouwd. Onderzoek en conclusie Op basis van het vigerende bestemmingsplan is er al een woning gevestigd. De toekomstige situatie zal niet veranderen ten opzichte van de bestaande situatie. Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.6
Verkeer en parkeren
Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Voor parkeren worden doorgaans de parkeerkencijfers van de nota parkeernormen 3e herziening van de gemeente Soest gebruikt. Onderzoek Voor het aspect verkeer en parkeren is nader onderzoek uitgevoerd. De memo is toegevoegd in Bijlage 3 (Let op: in het landschappelijk inrichtingsplan in Bijlage 5 is een oude erfinrichtingstekening opgenomen, de opgenomen erfinrichting met 22 parkeervakken in Bijlage 3 is de juiste). Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.7
Externe veiligheid
Beleid en normstelling Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: 1. bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
43
2.
vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen.
Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet‐ en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water.
Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10‐5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10‐6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10‐6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10‐6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Er geldt een oriënterende waarde voor het groepsrisico en onder voorwaarden een verantwoordingsplicht tot 200 m binnen de transportroute. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden.
Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Onderzoek en conclusie In figuur 4.4 is het plangebied te zien. De locatie ligt binnen 200 meter van de N234/N221 waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Voor een goede ruimtelijke onderbouwing is inzicht in de externe veiligheidsrisico's nodig. In de notitie in Bijlage 6 wordt ingegaan op het aspect externe veiligheid. Er wordt geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
44
Figuur 4.4 – Uitsnede van Risicokaart.nl (bron: Risicokaart.nl – openbaar)
4.8
Kabels en leidingen
Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek en conclusie Gelet op het feit dat planologisch gezien al een bedrijfswoning mogelijk is, kunnen belemmeringen door nabije kabels en leidingen worden uitgesloten.
4.9
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordenings‐ praktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar‐ en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in de volgende tabel weergegeven.
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
45
Stof Toetsing van Grenswaarde Stikstofdioxide Jaargemiddelde 40 µg/m³ (NO2) concentratie Uurgemiddelde Max. 18 keer p.j. meer dan concentratie 200 µg/m³ Fijn stof (PM10) Jaargemiddelde 40 µg/m³ concentratie 24‐uurgemiddelde Max. 35 keer p.j. Meer dan concentratie 50 µg / m³ Fijn stof (PM2,5) Jaargemiddelde 25 µg/m³ concentratie Tabel 4.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wet Milieubeheer Besluit niet in betekenende mate (nibm) In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 3% toename van concentratie NO2 (stikstof dioxide) en PM10 (fijn stof) in de buitenlucht; een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m² bvo bij één ontsluitingsweg. Onderzoek De beoogde ontwikkeling voorziet niet in de bouw van een woning waardoor het vrijgesteld is van toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook 'niet in betekenende mate' bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht en is vrijgesteld.
Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL‐monitoringstool 2019 (http://www.nsl‐monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. Het dichtstbijzijnde maatgevende meetpunt is gelegen aan de N234 (Biltseweg). Uit de NSL‐monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen voor deze weg bedroegen in 2020: 17,5 µg/m³ voor NO2, 17,8 µg/m³ voor PM10 en 10,8 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24‐uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6,2 dagen. Aangezien direct langs deze weg ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de maatgevende weg ligt. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon‐ en leefklimaat.
4.10
Ecologie
Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier‐ en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
46
Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000‐gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Natura‐2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: 1. soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; 2. soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; 3. overige soorten.
De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Onderzoek Een kwaliteitsslag in het ecologisch functioneren van het gebied is een belangrijke drager van het voorliggend plan. De beoogde ontwikkeling voorziet in een ander gebruik van bestaande bebouwing. De betreffende gronden zijn reeds agrarisch bestemd en in gebruik.
De natuurinclusieve productiemethode is er op gericht om natuurelementen en daarmee habitat van diersoorten te integreren in de boerderij en bodemkwaliteit (bodemleven) is één van de pijlers onder natuurinclusieve landbouw. Daarmee beoogt het initiatief de biodiversiteit, zowel in als boven de grond te verhogen (zie voor nadere toelichting op de ecologische meerwaarde van het plan Bijlage 7). Voor gebiedsbescherming is een verschilberekening uitgevoerd. In de verschilberekening is de aanleg‐ en gebruiksfase berekend in vergelijking met de referentiesituatie. In de stikstofmemo in Bijlage 4 is (de toelichting op) de verschilberekening te vinden. De berekende depositietoename bedraagt in beide situaties 0,00 mol/ha/jaar. Significante negatieve effecten kunnen worden uitgesloten.
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
47
Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.11
Milieueffectrapportage
Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer‐plichtig, projectmer‐plichtig of mer‐beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG‐richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: 4. de kenmerken van de projecten; 5. de plaats van de projecten; 6. de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie Er is geen sprake van een activiteit genoemd in het Besluit m.e.r. Omdat het plan niet als een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. wordt gezien is een vorm‐vrije m.e.r.‐beoordeling en m.e.r.‐beoordelingsbesluit niet nodig.
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
48
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
49
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Dit bestemmingsplan bestaat uit een (digitale) verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide plan onderdelen moeten in onderlinge samenhang worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels over het gebruik gekoppeld. Daarnaast zijn er algemene regels, en overgangs‐ en slotregels opgenomen. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten weer, die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
5.2
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen, die in het plan voorkomen. De begrippen zijn afkomstig uit het SVBP2012 en aangevuld met voor het plan relevante begrippen. Artikel 2 Wijze van meten Artikel 2 bevat de wijze van meten. De meetregels zijn afkomstig uit het SVBP2012 en aangevuld met voor het plan relevante meetregels.
5.3
Bestemmingsregels
Artikel 3 Agrarisch met Waarden ‐ Natuur en landschap Dit bestemmingsplan kent één agrarische bestemming. Binnen deze bestemming is het uitoefenen van een grondgebonden veehouderijbedrijf zoals genoemd in artikel 1 lid 1.6 onder b toegestaan rekening houdend met behoud en herstel alsmede instandhouding van de voorkomende visueel‐ruimtelijke kwaliteit, zoals beschreven in Bijlage 1 van de planregels en behoud en herstel van de voorkomende natuurlijke waarden. Naast gebruik voor grondgebonden veehouderij is ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van agrarisch ‐ akker‐ en vollegrondstuinbouw tevens het gebruik ten behoeve van akkerbouw‐ en vollegrondstuinbouw toegestaan. Ten behoeve van de akkerbouw en vollegrondstuinbouw zijn uitsluitend ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'teeltondersteunende voorzieningen' teeltondersteunende voorzieningen en ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'schuilgelegenheden' schuilgelegenheden voor varkens toegestaan.
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
50
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Op de gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden ‐ Natuur en landschap’ is een vergunningenstelsel van kracht met het oog op de te beschermen waarden. Door middel van regels wordt het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, bepaalde werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, die een aantasting van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden, dan wel de cultuurhistorische waarde betekenen. Dit vergunningenstelsel is niet van toepassing voor werken en werkzaamheden binnen het bouwvlak. Voor het wijzigen van de bestemming 'Agrarisch met waarden ‐ Natuur en landschap' naar 'Bos – Natuur' is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Om de bestemming te wijzigen dient voldaan te worden aan de voorwaarden die benoemd zijn in de wijzigingsbevoegdheid. Artikel 4 Bedrijf De bestemming ‘Bedrijf’ is toegekend aan alle niet‐agrarische bedrijven. Voor de bestemming ‘Bedrijf’ is gebruikgemaakt van een zogenaamde Staat van Bedrijfsactiviteiten (milieucategorieën) (SvB). Verwezen wordt naar Bijlage 3 van de regels. In zijn algemeenheid worden bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de bestemming 'Bedrijf' toegestaan.
Bestaande bedrijfsactiviteiten uit een hogere categorie worden specifiek bestemd. Dit betekent, dat na bedrijfsbeëindiging uitsluitend een soortgelijk bedrijf is toegestaan of een bedrijf in de categorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Het kan voorkomen, dat er bedrijven zijn, die niet in de SvB zijn opgenomen. Om deze reden is een afwijkingsregel opgenomen. Indien aangetoond is, dat het betreffende bedrijf naar aard en omvang gelijk te stellen is met een bedrijf uit categorie 1 of 2 van de SvB, dan is dit bedrijf ook toegestaan. Omdat vanwege visuele aspecten of de sterke verkeersaantrekkende werking het niet gewenst is bedrijven uit milieucategorie 1 en 2 met een index 2 of hoger toe te staan, zijn deze bedrijven niet in de Staat opgenomen. Wijziging naar deze bedrijven is daarom niet mogelijk. Ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van bedrijf ‐ Landgoed Willemshoeve ‐ een bedrijf gericht op beleving, voeding en zorg. Hieronder valt zorg in de vorm van dagbehandeling en dagbesteding, agrarische activiteiten in de vorm van een Herenboerderij en verhuur van trainings‐, workshop‐ en kantoorruimtes gerelateerd aan de activiteiten op het landgoed. Voor bedrijven die de bedrijfsvoering beëindigen is door middel van een wijzigingsbevoegdheid de mogelijkheid opgenomen voor een vervolgfunctie.
Hierbij gelden dezelfde voorwaarden als voor de vervolgfuncties bij agrarische bedrijven. Artikel 5 Waarde – Archeologie – Hoge verwachting, artikel 6 Waarde – Archeologie ‐ Lage verwachting, In deze artikelen is de bescherming van de archeologische waarde van gronden in het plangebied geregeld met een zogenoemde dubbelbestemming. Hierin is nadrukkelijk gesteld dat gebouwen (die op basis van de bestemmingen mogelijk zijn) op gronden met een archeologische verwachtingswaarde, ter bescherming van die waarden, moeten worden gebouwd binnen de bebouwingsgrenzen. Voorts is een groot aantal werken en werkzaamheden opgenomen. Voor het verlenen van een vergunning dient advies te worden ingewonnen bij een ter zake deskundige. De dubbelbestemmingen met betrekking tot archeologie zijn opgesteld op basis van de beleidskaart archeologie Soest. Hierop zijn gebieden met een verschillende archeologische verwachtingswaarde en het beleid ten aanzien van deze gebieden weergegeven.
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
51
Artikel 7 Waarde‐Ecologie Via deze dubbelbestemming wordt de instandhouding en ontwikkeling van landschaps‐ en natuurwaarden geregeld. Uiteraard is ook voor deze bestemming een omgevingsvergunning nodig om werken en werkzaamheden uit te oefenen. De regels behorende bij de onderliggende hoofdbestemmingen gelden onverkort. Het is toegestaan te bouwen ten behoeve van deze hoofdbestemming en tevens bouwwerken, geen gebouw zijnde, te realiseren ten behoeve van de ecologie, tot een bouwhoogte van 2 m.
5.4
Algemene regels
Anti‐dubbeltelregel In de regels is een bepaling opgenomen om te voorkomen, dat gronden die bij een eerder bouwplan reeds in aanmerking zijn genomen voor het toestaan van het bouwplan, nogmaals meegeteld worden. Algemene bouwregels In deze regels zijn algemene bouwregels opgenomen, die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Er is een regel opgenomen, die bepaalt, dat van het plan afwijkende maatvoering, die in het verleden is vergund ook mag worden aangehouden en dus niet onder het overgangsrecht komt. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksbepaling wordt voor een aantal zaken expliciet aangegeven, dat deze als strijdig gebruik worden aangemerkt en daarmee onder het verbod vallen zoals opgenomen in artikel 2.1 van de Wabo. Indien in een bepaald geval gebruik in strijd met bijvoorbeeld de doeleindenomschrijving van een bestemming of met een verleende vrijstelling wordt geconstateerd, dan is er sprake van een overtreding, waartegen kan worden opgetreden. Algemene aanduidingsregels Beperkende gebruiks‐ en bouwregels ter plaatse van: Geluidzone ‐ weg; Algemene afwijkingsregels Het plan bevat een algemene afwijkingsbevoegdheid om een aantal nodige zaken en ondergeschikte afwijkingen mogelijk te maken. Algemene wijzigingsregels Het plan bevat een aantal wijzigingsbevoegdheden als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening.
Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om de bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten en Nota parkeernormen actueel te houden.
5.5
Overgangs‐ en slotregels
Overgangsrecht Uitgangspunt in een nieuw bestemmingsplan is dat bestaande bouwwerken en gebruiksvormen in principe positief worden bestemd, dus als zodanig als recht zijn toegestaan. De overgangsrechtelijke bepalingen zijn bindend voorgeschreven in art. 3.2.1 en 3.2.2 Bro. Deze overgangsrechtelijke bepalingen dienen om te waarborgen, dat een bestaand bouwwerken of een bestaand gebruik dat niet in overeenstemming is met het nieuwe plan en waarvan sloop respectievelijk beëindiging wordt beoogd, als zodanig voorlopig kan blijven voortbestaan.
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
52
Het bouwwerk of gebruik wordt dan als zodanig gedoogd, totdat in de loop van de planperiode wordt beslist over sloop respectievelijk beëindiging. Bouwwerken en gebruiksvormen, die al in strijd zijn met het vorige bestemmingsplan worden expliciet uitgesloten van het overgangsrecht van het nieuwe plan. Ze worden niet gedoogd onder het nieuwe plan, maar blijven in strijd daarmee. Handhaving door sloop respectievelijk gebruiksbeëindiging blijft een optie. Slotregel Hier is bepaald hoe de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
53
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het concept ontwerpbestemmingsplan voor vooroverleg toegezonden aan diverse overleginstanties. Er is reactie op het plan gekomen van de Provincie Utrecht en van de Veiligheidsregio Utrecht. Provincie Utrecht De provincie Utrecht heeft het plan beoordeeld en gereageerd op 7 januari 2022. De provincie benoemd de nieuwe landschapselementen als positieve ontwikkeling. Wel zijn er opmerkingen over de voorgestelde tunnelkas die zich bevindt binnen NNN ‐ Agrarisch. De initiatiefnemers hebben na overleg met de provincie een set compenserende maatregelen samengesteld die in hoofdstuk 3 nader toegelicht is. Veiligheidsregio Utrecht De veiligheidsregio heeft het plan beoordeeld en gereageerd op 9 december 2021. De veiligheidsregio heeft in haar reactie adviezen uitgebracht ten aanzien van het groepsrisico, de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. De verwerking van het advies van de veiligheidsregio heeft nog niet plaatsgevonden. Ontwerpfase Het ontwerpbestemmingsplan heeft conform de wettelijke vereisten voor een periode van zes weken ter inzage gelegen, waarbinnen eenieder in de gelegenheid is gesteld een zienswijze tegen het plan in te dienen. Er is gedurende deze periode één zienswijzen ingediend. De zienswijze heeft geleid tot het aanpassen en aanvullen van het stikstofonderzoek in Bijlage 4.
In de zienswijzen wordt verwezen naar recente jurisprudentie waarin bepaald wordt dat alle activiteiten die samenhangen met de bouw en stikstofdepositie moeten worden beoordeeld in het kader van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning. De zienswijze en beantwoording is te vinden in Bijlage 9.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
In de Wet ruimtelijke ordening zijn regels opgenomen over de grondexploitatie. Wanneer een gemeente kosten maakt voor het bouwrijp maken van gronden en het aanleggen van infrastructuur, kan zij die door het opstellen van een exploitatieplan verhalen bij partijen die hier gebruik van maken. Het opstellen van een exploitatieplan is niet nodig, wanneer het kostenverhaal 'anderszins' verzekerd is. De beoogde ontwikkeling betreft een particulier initiatief. De grond is reeds in eigendom van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer draagt de kosten en de gemeente heeft een planschadeovereenkomst gesloten met de initiatiefnemer. Eventuele kosten voor de gemeente zijn hiermee afgedekt en de ontwikkeling wordt daardoor financieel uitvoerbaar geacht.
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
54
Rho adviseurs voor leefruimte
20210621 NL.IMRO.0342.BPLG0044‐0301
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
Bijlage 1 Brochure Landgoed Willemshoeve
Samen van waarde
Met aandacht voor mens, dier en natuur.
Een pleisterplaats waar alles draait om ontspanning, verbinding, inspiratie, expressie en ontwikkeling.
2
Inleiding Het is september 2017. Een groep enthousiaste burgers van Soest organiseert zich onder de naam Herenboeren Soest e.o. met als doel het realiseren van een coöperatieve boerderij volgens het Herenboerenmodel. Direct start de zoektocht naar 200 geïnteresseerde huishoudens die lid willen worden, naar een boer of boerin die het bedrijf professioneel wil runnen en naar een geschikte locatie.
De erfgenamen van wijlen Prinses Juliana hebben het ons gegund de Willemshoeve te verwerven.
Nu, bijna vier jaar later, zijn we trots te melden
Dat is waar het nieuwe Landgoed Willemshoeve
dat we een geschikte locatie hebben gevonden.
voor staat: “Samen van waarde”. Een pleister
En wat voor een…! De erven van Hare
plaats waar mensen elkaar ontmoeten,
Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana der
samenwerken, ontspannen en tot zichzelf
Nederlanden hebben het ons gegund de
kunnen komen. Een plek waar alles draait om
Willemshoeve te verwerven, samen met circa
aandacht. Aandacht voor natuur, landbouw en
16 hectare landbouwgrond in de gemeentes
duurzaamheid, aandacht voor elkaar en voor
Soest en Baarn. Een prachtige locatie, qua
jezelf in de zin van ontspanning, verbinding,
historie en oorspronkelijke functie, qua ligging
inspiratie en persoonlijke ontwikkeling.
en ook als Soester monument. Dit vervult ons niet alleen met enorme dankbaarheid, maar
Gelukkig biedt Landgoed Willemshoeve veel
het maakt ons – in ieder geval in onze beleving
ruimte om hieraan invulling te geven. Dat
– ook schatplichtig. Schatplichtig deze plek in
willen we doen door drie pijlers op de locatie
stand te houden, een betekenisvolle functie te
te ontwikkelen, die alle onderling met elkaar
geven en er een plek van te maken die niet al
verbonden zijn.
leen voor de leden van de Herenboerderij maar voor iedereen is te beleven. Schatplichtig er MET ELKAAR een plek van brede WAARDE van te maken.
3
De drie pijlers
Samen van waarde
HEREN BOERDERIJ
1.
2.
3.
Een plek waar mensen met
Een plek waar mensen worden
Een plek waar mensen kunnen
(gevorderde)dementie een actieve en
uitgenodigd om een actieve bijdrage te
leren en zichzelf kunnen ontwikkelen.
zinvolle dagbesteding kunnen genieten.
leveren aan de productie van duurzaam
Waar ruimte is voor ontmoeting,
voedsel, met oog voor mens, dier en
ontspanning en bezinning.
Dagbeleving Willemshoeve
Herenboerderij Willemshoeve
natuur. 4
GROEIPUNT
Groeipunt Willemshoeve
Dagbesteding Willemshoeve DAGBEHANDELING VOOR MENSEN MET DEMENTIE
Zorg en dagbesteding gaat een belangrijk onderdeel vormen van de activiteiten op Landgoed Willemshoeve. Wij willen hiermee dagbehandeling en een zinvolle dagbesteding bieden aan kwetsbare mensen met dementie.
Landgoed Willemshoeve kan deze fysiek
Langer thuis met dementie
vaak nog vitale doelgroep een plek bieden
Op Landgoed Willemshoeve gaat er speciale
waar zij van betekenis kunnen zijn. Waar zij
aandacht uit naar de ondersteuning van
zich kunnen verbinden met de natuurlijke
kwetsbare mensen met dementie. Ongeveer
omgeving en het landgoed, de community van
290.000 mensen in Nederland hebben een
de Herenboeren en de bezoekers van de hoeve.
vorm van dementie*. Dat aantal zal als gevolg
Daarin worden zij ondersteund door een schil
van de vergrijzing in de toekomst explosief
van professionele begeleiders en vrijwilligers.
stijgen naar meer dan een half miljoen in 2040.
De nadruk ligt bij wat ze wél kunnen in plaats
Op dit moment hebben in de regio Baarn,
van te focussen op hun beperkingen. Zo kunnen
Soest, Eemnes en Amersfoort ongeveer 3.800
zij zo lang mogelijk op een zinvolle en actieve
personen dementie. Het streven is om mensen
wijze onderdeel uit blijven maken van de
met dementie zo lang mogelijk onderdeel te
maatschappij.
laten zijn van de eigen sociale omgeving. Langer thuis wonen is sinds 2015 het uitgangspunt voor visie en beleid. Zo ook in onze regio.
Wat is dementie?
Inmiddels woont 70% van de mensen met dementie thuis, waarvan ongeveer 40% (120.000) alleen.
Dementie is een verzamelnaam voor meer dan vijftig ziekten waarbij het brein informatie niet
*Definitie en cijfers op basis
meer goed kan verwerken. De bekendste is de ziekte van Alzheimer. Doorgaans is dementie
Dementie op jonge leeftijd
chronisch en progressief van karakter. Geheugenverlies staat meestal op de voorgrond,
Bij dementie wordt al snel gedacht aan oudere
maar dat is niet bij alle vormen zo. De stemming, persoonlijkheid en het gedrag kunnen
mensen. Maar er zijn ook jonge mensen die
ook veranderen.
deze ziekte krijgen. In Nederland hebben naar
van Alzheimer Nederland
5
schatting 17.000 tot 26.000 mensen die jonger zijn dan 65 jaar dementie*. In onze regio komt dat neer op ongeveer 325 personen. Voor jonge mensen komt het gewone leven ernstig in het gedrang wanneer zij worden ge confronteerd met dementie. Wanneer iemand op jonge leeftijd dementie krijgt, is het verlies proces ingrijpend en vraagt het veel van het aanpassingsvermogen. Dementie heeft dan ook niet alleen grote gevolgen voor de persoon zelf maar heeft ook grote impact op de hele sociale
meedoen aan het sociale leven? Hoe behoud ik
omgeving: de partner, kinderen, nog levende
leefplezier en kan ik mijn leven nog een zinvolle
ouders, vrienden, collega’s en andere naasten.
invulling geven? Mede doordat men zich nog fit
Doorgaans staat de persoon met dementie nog
voelt en meestal goed beseft dat men ziek is,
midden in het sociale leven en heeft men nog
kunnen gevoelens van machteloosheid en frus
een actieve maatschappelijke rol. Ook rollen en
tratie veel heftiger zijn dan bij oudere mensen
verantwoordelijkheden als opvoeder en kost
met dementie.
winner wil men liever niet opgeven. Om deze - sterk groeiende - groep kwetsbare Men krijgt te maken met ingrijpende levensvra
mensen en hun familie/mantelzorgers te
gen: hoe ziet mijn toekomst eruit, wat betekent
kunnen ondersteunen, is een goed sociaal
dit voor mijn relaties en kan ik nog blijven
netwerk cruciaal. Daarbij heeft niet alleen
6
Dagbeleving Willemshoeve gelooft in de kracht van persoonlijke aandacht en sociale betrokkenheid
Ontwikkeling
aantal mensen met jongdementie 2021-2030* SOEST 2021
75
inwoners
SOEST 2030
BAARN 2021
BAARN 2030
A’FOORT 2021
A’FOORT 2030
EEMNES 2021
90-110
45
55-70
195
210-250
12
inwoners
inwoners
inwoners
inwoners
inwoners
inwoners
EEMNES 2030
20
inwoners
*Schatting op basis van cijfers WHO
de gemeente een verantwoordelijkheid, de
vergelijking met oudere mensen met dementie.
leeftijd. Onze doelstelling is om kwetsbare men
gemeenschap zal ook initiatieven moeten
Ook kunnen de interesses heel verschillend
sen een plezierige en zinvolle dagbesteding te
ontplooien om deze groep te ondersteunen.
zijn. Passende dagbesteding is voor deze groep
bieden, ondersteund door een schil van profes
wenselijk, maar wordt in onze regio nog maar
sionele begeleiders en vrijwilligers.
Zorg en dagbesteding
beperkt aangeboden. Persoonsgerichte ondersteuning
De behoefte aan zorg en ondersteuning is bij jonge mensen anders dan bij oudere mensen
Dagbeleving Willemshoeve biedt dagbesteding
Dagbeleving Willemshoeve gelooft in de kracht
met dementie. Zo is een jonger iemand, met
voor een brede doelgroep, maar met bijzondere
van persoonlijke aandacht en sociale betrokken
name in de beginfase, nog heel vitaal en fit in
aandacht voor mensen met dementie op jonge
heid. Door mensen met dementie echt te zien,
Dagbeleving Willemshoeve biedt... EEN SOCIALE OMGEVING
LEEFPLEZIER EN WELZIJN
waarin de deelnemers contact maken en
waarbij de deelnemers worden gezien en zij
houden met de samenleving;
zichzelf kunnen zijn;
STRUCTUUR EN VEILIGHEID
EEN ZINVOLLE DAGBELEVING
een activiteit buitenshuis waar de deelnemers
waarbij de deelnemers worden aangesproken
kunnen genieten van de natuurlijke omgeving;
op wat zij nog wél kunnen en waar hun talenten liggen;
EEN BELEVINGSGERICHTE EN UITDAGENDE OMGEVING
ZELFREGIE EN ZELFREDZAAMHEID
waarin de deelnemers worden uitgenodigd tot
door deelnemers de keuze te geven bij welke
een actieve bijdrage, en bewegen een belangrijk
dagactiviteiten ze willen aansluiten en die ze
onderdeel vormt;
leuk vinden om te doen. 7
De deelnemers vinden op Dagbeleving Willemshoeve een plek waar het van beteke nis zijn voor elkaar en voor de maatschappij het uitgangspunt is. Dit kan alleen wanneer oprecht naar elkaar gekeken wordt vanuit een gelijkwaardige positie. Niet de dementie of andere beperking, maar de mens staat voor ons voorop. Dagelijkse activiteiten op de Willemshoeve Dagbeleving Willemshoeve biedt diverse activiteiten waarbij de deelnemers kunnen aansluiten. Van het uitserveren van koffie met zelfgebakken taart aan de leden van de Herenboerderij tot het bereiden van de lunch voor de bezoekers van de trainingsruimtes. Ook kunnen zij werkzaamheden verrichten
Dagbeleving Willemshoeve is een waardevolle locatie voor kwetsbare mensen met dementie en hun mantelzorgers.
8
hen aan te spreken op wat zij nog wél kunnen
op het land van de Herenboerderij. In nauwe
en op hun talenten, zijn wij ervan overtuigd een
samenwerking met de boer wordt dagelijks
bijdrage te kunnen leveren aan het leefplezier
gekeken wat iemand graag wil en kan doen: van
van de deelnemers. De activiteiten sluiten
eieren rapen tot dieren voeren of het oogsten
zoveel mogelijk aan op de belevingswereld van
van fruit.
de deelnemers. Daarnaast bieden wij de familie/ mantelzorgers ondersteuning bij het omgaan
De zorg voor de dieren en gewassen, het actief
met dementie.
buiten zijn, de sociale omgeving en het onder
Wij werken vanuit een visie waarin autonomie,
kan voor de deelnemers van de Dagbeleving
behoud van eigen regie, participatie en de
van grote meerwaarde zijn.
capaciteiten van mensen met dementie het uit
Maar ook andersom zijn zij van onschatbare
gangspunt zijn. Dit doen we door de deelnemers
waarde voor de Herenboerderij. Ook op het
te betrekken bij de gemeenschap op en rond de
gebied van leren & ontwikkelen kunnen de
Willemshoeve en samen met hen structuur en
deelnemers een actieve en inhoudelijke bijdrage
een zinvolle invulling aan de dag te geven.
leveren.
deel zijn van een Herenboerengemeenschap
“We kunnen geen dagen toevoegen aan het leven, maar wel leven toevoegen aan de dagen.”
9
leven weer oppakken, maar moet een andere invulling van dagelijkse bezigheden zoeken. Ook de relaties met de sociale omgeving veranderen. Daarbij blijft men behoefte houden aan respect - als volwaardig mens te worden aangezien regievoering over het eigen leven, gezelschap en belangstelling. Een grote uitdaging voor de mensen met dementie en hun omgeving. Maar met de juiste ondersteuning en voorlichting kan het wel. Aanvullend op de dagbesteding bieden wij, door middel van voorlichtingsbijeenkomsten, trainingen en persoonlijke coaching, alle Dagbeleving Willemshoeve draagt zo bij aan het
Voorlichting en scholing voor mensen met
betrokkenen ondersteuning in het dagelijks
creëren van een waardevolle locatie voor zowel
dementie en hun mantelzorgers
omgaan met dementie. Daarbij wordt nauwe
de leden en bezoekers van de Herenboerderij,
Mensen met dementie en hun mantelzorgers
samenwerking gezocht met ketenzorg
als voor bijvoorbeeld kwetsbare mensen met
hebben behoefte aan een vorm van
dementie Baarn-Soest, zorgorganisaties in
dementie en hun familie/mantelzorgers. Een
ondersteuning die niet alleen op handelen is
de regio, huisartspraktijken, casemanagers,
plek waar men elkaar ontmoet en kennis en
gericht, maar vooral op luisteren en op het
werkgevers, gemeente en kennisorganisaties
ervaringen kan uitwisselen.
verlenen van steun bij veranderende relaties.
als Alzheimer Nederland en StudieArena.
Men wil de draad van het sterk veranderde Door de dagbesteding als functie op de
Exploitatie en financiering
Willemshoeve wordt er ook een bijdrage geleverd aan de verbouwing en duurzame exploitatie van deze monumentale boerderij.
Om voor de dagbehandeling/-besteding op de Willemshoeve in aanmerking te komen, is een be-
Daarbij zullen diverse subsidies ondersteunend
schikking van de gemeente nodig. De bekostiging van deelname aan de dagbesteding valt onder de