2. Bijlage 1 Toelichting BP De Paltz, incl. bijlagen
Tekst van het document
Daarmee zijn er geen redenen om te veronderstellen dat het aspect bodemkwaliteit in de weg staat aan de uitvoering van het bestemmingsplan. 4.2.3 Conclusie Het aspect bodem staat niet in de weg aan de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 4.3
Milieuzonering
4.3.1 Beleid en regelgeving Om tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten te komen wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. De milieuzonering zorgt voor een voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen. Hiertoe zijn bedrijven voorzien van een zone waar mogelijke nadelige effecten zijn voor woningen. Maatgevend zijn de thema’s geur, geluid, stof en gevaar. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten van belang. Daarnaast mogen bedrijven niet worden beperkt in hun mogelijkheden.
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
29
Om mogelijke hinder van niet-agrarische bedrijven voor bewoners te voorkomen wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gebruikt. In deze uitgave is de potentiële milieubelasting voor een hele reeks van bedrijven bepaald aan de hand van een aantal milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Bovendien zijn deze afstanden alleen van toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties. Het milieuaspect met de grootste afstand is maatgevend en bepaalt in welke milieucategorie een bedrijfstype wordt ingedeeld. 4.3.2 Situatie in het plangebied Met het voorliggende bestemmingsplan wordt voor het perceel Landgoed De Paltz 1 in Soest een functiewijziging mogelijk gemaakt, als onderdeel van de bestemming ‘Cultuur en ontspanning - De Paltz’. Doel is een adequate horecaregeling passend bij de culturele activiteiten van het Herman van Veen Arts Center B.V. en waarbij aansluiting wordt gezocht bij de nieuwe indeling van horeca-categorieën uit de nota ‘Horecabeleid Buitengebied 2019-2029’.
Binnen het plangebied wordt in het voorliggende plan ondersteunende horeca in categorie B (kleinschalige eet- en drinkgelegenheid), ondersteunende horeca in categorie C (restaurant), alsmede horeca in categorie E (zaalverhuur) voorgestaan. Deze horeca-activiteiten vallen in categorie 1 van de genoemde VNG-uitgave en hebben een bijbehorende richtafstand van 10 meter. De bestaande culturele activiteiten, eveneens deel uitmakend van de bestemming ‘Cultuur en ontspanning - De Paltz’, vallen overigens in categorie 2 (richtafstand van 30 meter). Deze functie wijzigt niet. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen gevoelige functies (zoals woningen) aanwezig. Bovendien worden met het voorliggende plan geen nieuwe extra) woningen toegestaan. De bestaande woonfuncties binnen het plangebied zijn specifiek aangeduid, deze situatie wijzigt niet. 4.3.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect milieuzonering voor de uitvoering van het plan. 4.4
Geluid
4.4.1 Beleid en regelgeving Voor het aspect geluid is binnen het plangebied de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh kent voor weg- en railverkeer alsmede voor gezoneerde industrieterreinen voorkeursgrenswaarden op nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals bijvoorbeeld woningen. De Wgh gaat uit van zones langs (spoor)wegen en zones bij industrieterreinen. Het gebied binnen deze zone geldt als akoestisch aandachtsgebied waar, voor bouwplannen en bestemmingsplannen, een akoestische toetsing uitgevoerd dient te worden. Binnen een geluidszone geldt een voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige bestemmingen. Voor wegverkeerslawaai bedraagt deze 48 dB Lden. Als de voorkeurswaarde wordt overschreden moet onderzocht worden of geluidsreducerende maatregelen getroffen kunnen worden (bron- en overdrachtsmaatregelen) om aan de voorkeurswaarde te kunnen voldoen.
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
30
4.4.2 Situatie in het plangebied Er liggen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan geen gezoneerde wegen, spoorwegen of gezoneerde bedrijventerreinen. Bovendien voorziet het voorliggende bestemmingsplan niet in de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen en/of functies. Een nadere akoestische toetsing is derhalve niet nodig. 4.4.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect geluid voor het plan. 4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1 Beleid en regelgeving Sinds 15 november 2007 staan de hoofdlijnen voor regelgeving voor luchtkwaliteitseisen beschreven in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm). Hiermee is het Besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Het verkeer langs drukke wegen bewerkstelligt overschrijdingen van grenswaarden (concentraties) voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Aspecten van de regelgeving op grond van de Wm worden in afzonderlijke uitvoeringsregelingen uitgewerkt. De belangrijkste zijn: • Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen), verder te noemen Besluit NIBM; • Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen), verder te noemen Regeling NIBM. Besluit NIBM Het Besluit NIBM legt vast wanneer een project met ruimtelijke gevolgen niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Hiervan is sprake als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM 10) of stikstofdioxide (NO2). Deze grenswaarde is gesteld op 40 µg/m 3. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2.
Overigens geldt vanaf 1 januari 2015 dat het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook moet toetsen aan zwevende deeltjes in de atmosfeer, waarvan de omvang (aerodynamische diameter) kleiner is dan 2,5 micrometer. Deze worden aangeduid met PM2,5. PM2,5 is in dit kader een deeltje uit de fractie PM10. De grenswaarde voor PM2,5 is gesteld op 25 µg/m3. Regeling NIBM In de Regeling NIBM is de 3%-bijdrage doorvertaald naar getalsmatige grenzen van diverse functies, onder andere voor kantoren en woningen. Zo is aangegeven dat bij 1.500 woningen of 100.000 m2 kantooroppervlak de 3%grens wordt overschreden en er luchtkwaliteitberekeningen dan wel - onderzoek nodig is. 4.5.2 Situatie in het plangebied In voorliggend plan wordt een uitbreiding van de bestaande horecafunctie als onderdeel van de culturele activiteiten van het Herman van Veen Arts Center B.V. op het perceel Landgoed De Paltz 1 mogelijk gemaakt. Hiervoor worden binnen de huidige bestemming ‘Cultuur en ontspanning – De Paltz’ diverse horeca-categorieën opgenomen. Hoewel de betreffende bestemming niet binnen
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
31
de getalsmatige grenzen van de Regeling NIBM valt, maakt de vergelijking met de functie waarvoor dat wél geldt (o.a. 1.500 woningen), voldoende duidelijk dat het project onder ‘niet in betekenende mate’ is te scharen. Bovendien zal het plan niet leiden tot extra verkeersbewegingen, anders dan in de huidige situatie al aanwezig is in verband met de huidige (culturele) activiteiten op het terrein. Horeca is hierin namelijk ondersteunend en gekoppeld aan de culturele activiteit en de extensieve dagrecreatie. 4.5.3 Conclusie Concluderend kan gesteld worden dat er geen belemmeringen zijn vanuit het aspect luchtkwaliteit voor onderhavige planontwikkeling. 4.6
Externe veiligheid
4.6.1 Beleid en regelgeving Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvangen dagverblijven. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren, winkels en horeca. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt, transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en buisleidingen. De risico’s worden onderverdeeld in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). • Het PR wordt uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon op een plaats in de omgeving van een risicovolle activiteit zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van door die activiteit veroorzaakte calamiteit. De kans op overlijden van 1 op de miljoen per jaar (PR=10-6) is een harde grenswaarde die niet mag worden overschreden.
• Het GR is een maat voor de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een risicovolle activiteit en van een daardoor veroorzaakte calamiteit. Het gaat om een richtwaarde. Het bevoegd gezag mag, mits afdoende gemotiveerd, van deze richtwaarde afwijken (de verantwoordingsplicht). Belangrijke beleid- en regelgeving voor het aspect Externe Veiligheid is: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev); - Basisnet. 4.6.2 Situatie in het plangebied Met behulp van de risicokaart is een analyse gemaakt van de externe veiligheidssituatie rondom het plangebied. Uit de risicokaart blijkt dat in het plangebied of in de directe omgeving daarvan geen risicovolle inrichtingen zijn gelegen. Ook worden door het plan geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt.
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
32
Ook zijn er in en nabij het plangebied geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor of water aanwezig. Verder komt naar voren dat in of nabij het plangebied geen buisleidingen zijn gelegen, waardoor transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. 4.6.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor de ontwikkelingen in het plangebied vanuit het aspect externe veiligheid. 4.7
Water
4.7.1 Waterbeleid Het is sinds 2003 verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De watertoets is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken over de toepassing en uitvoering van het waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid. Het waterschap is het eerste aanspreekpunt in het watertoets proces, waarbij het waterschap rekening houdt met het provinciale grondwaterbeleid. In het Besluit ruimtelijke ordening is de 'watertoets' wettelijk verankerd. Deze heeft tot doel om ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan het vigerende waterbeleid en de wateraspecten volwaardig mee te laten wegen bij de besluitvorming omtrent een goede ruimtelijke ordening. Dit proces komt in samenwerking tussen de gemeente en waterbeheerder (waterschap Vallei en Veluwe) tot stand. Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren diverse beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). In hoofdstuk 3 van deze plantoelichting is daarop al ingegaan, waarnaar wordt verwezen.
4.7.2 Situatie in het plangebied Met het voorliggende bestemmingsplan wordt voor het perceel Landgoed De Paltz 1 in het landelijk gebied van de gemeente Soest uitsluitend een functiewijziging van bestaande gebouwen en direct aangrenzende gronden beoogd. Het betreft een uitbreiding en aanpassing van de bestaande horecafunctie als onderdeel van de culturele activiteiten van het Herman van Veen Arts Center B.V. die op dit perceel gevestigd is. Hiervoor worden binnen de huidige bestemming ‘Cultuur en ontspanning – De Paltz’ diverse horecacategorieën opgenomen. Daarbij wordt geen bebouwing toegevoegd en/of vindt geen herinrichting van het perceel plaats. Omdat daarmee geen fysieke aanpassingen in de buitenruimte plaatsvinden die een verharding van het terrein tot gevolg heeft, zal het voorliggende plan geen (negatieve) effecten op de waterhuishouding in het plangebied en omgeving hebben. Bovendien wijzigt de aanwezige riolering (drukriool) en de bestaande wijze van waterafvoer in het plangebied niet. Aanpassingen aan het rioolstelsel zijn dan ook niet nodig (zie ook paragraaf 3.5.4). Ook ligt het plangebied niet binnen beschermingszones van (regionale) waterkeringen en/ of grondwaterbeschermingsgebieden en is er evenmin oppervlaktewater binnen het plangebied aanwezig. Wel ligt het plangebied binnen de ‘beschermingszone drinkwaterwinning’ uit de PRV.
Dit in verband met de ligging binnen het 100-jaarsaandachtgebied van het waterwingebied Soesterduinen, zoals deze is opgenomen Provinciale Milieuverordening van de provincie Utrecht (PMV). Zoals reeds in paragraaf 3.2.2
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
33
is aangegeven voorziet de voorgenomen ontwikkeling niet in functies en bebouwing die het grondwater zullen verontreinigen of het grondwaterpeil zullen aantasten. Een nadere beschermingsregeling wordt dan ook niet nodig geacht. Andere waterhuishoudkundige thema’s die normaliter in de onderbouwing van een ruimtelijk plan worden beschouwd, zoals in een bestemmingsplan, zijn derhalve niet relevant voor de beoogde functiewijziging. 4.7.3 Conclusie Ten aanzien van het aspect water zijn geen belemmeringen te verwachten voor de voorgestane functiewijziging in het plangebied. 4.8
Ecologie
4.8.1 Beleid en regelgeving Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is het noodzakelijk te onderzoeken of en zo ja, in hoeverre de plannen ten koste gaan van de (aanwezige) flora en fauna. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de ‘gebiedsbescherming’ en de ‘soortenbescherming’. Gebiedsbescherming Natura 2000 Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb richt zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Activiteiten en ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij hiervoor een vergunning op grond van de Wnb is verkregen. Natuurnetwerk Nederland Naast de bescherming op grond van de Wnb kunnen waardevolle gebieden ook beleidsmatig beschermd zijn doordat zij behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS genoemd). Het Natuurnetwerk is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Uitgangspunt van het beleid is dat plannen, handelingen en projecten in het NNN niet toegestaan zijn indien zij de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN aantasten. Soortenbescherming De soortenbescherming is eveneens geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb).
Het doel van de Wnb is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij’-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kunnen vrijstellingen en ontheffingen (door het bevoegd gezag) worden verleend van de verbodsbepalingen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden nagegaan, c.q. onderbouwd worden, of zich in het betreffende gebied beschermde soorten bevinden.
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
34
4.8.2 Situatie in het plangebied Natura 2000 Het plangebied is niet gelegen in of direct nabij Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het gebied ‘Oostelijke Vechtplassen’. Dit gebied bevindt zich op een afstand van meer dan 10 kilometer ten westen van het plangebied. Gelet op deze afstand en de aard en omvang van het plan (uitsluitend een uitbreiding van een bestaande horecafunctie op het perceel Landgoed De Paltz 1, als onderdeel van de culturele activiteiten van het Herman van Veen Arts Center B.V.) zijn significantie negatieve effecten op het Natura 2000-gebied uit te sluiten. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied is geheel gesitueerd in het NNN, zoals aangewezen in de Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht (IOV). Artikel 6.3, lid 1 van de IOV bepaalt dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het NNN geen nieuwe bestemmingen en regels bevat die ruimtelijke ontwikkelingen toestaan die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN of die kunnen leiden tot een vermindering van de kwaliteit, de oppervlakte of de samenhang van het NNN.
Figuur 12 – Ligging van het plangebied in het Natuurnetwerk Nederland (bron: Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht)
Gelet op de tekst van artikel 6.3, lid 1 van de IOV, moet voor de referentiesituatie worden uitgegaan van de planologische mogelijkheden die het vorige bestemmingsplan bood. Met andere woorden, artikel 6.3, lid 1 is alleen van belang is voor zaken/functies die nu niet in het vigerende bestemmingsplan zijn toegestaan. Het nieuwe bestemmingsplan ‘De Paltz’ maakt in vergelijking met het geldende bestemmingsplan ‘Landelijk gebied’ (2013) in het plangebied de volgende ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk:
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
35
•
•
•
•
ondersteunende horeca in categorie B, waarbij de openingstijden beperkt zijn van maandag tot en met zondag van 10.00 tot 18.00 uur en maximaal 12 dagen per jaar tot 20.00 uur (gezamenlijk met categorie C); ondersteunende horeca in categorie C, uitsluitend ten behoeve van bezoekers van de culturele activiteiten, waarbij de openingstijden beperkt zijn van maandag tot en met zondag van 10.00 tot 18.00 uur en maximaal 12 dagen per jaar tot 22.00 uur (gezamenlijk met categorie B); horeca in categorie E, waarbij de openingstijden beperkt zijn van maandag tot en met zondag van 10.00 tot 18.00 uur en maximaal 6 dagen per jaar tot 20.00 uur; ondersteunende detailhandel.
Het gaat uitsluitend om gebruikswijzigingen van bestaande gebouwen. Er vindt geen uitbreiding van gebouwen plaats. Ook wordt de buitenruimte niet anders ingericht. Verder leidt dit gebruik niet tot extra verkeer op het landgoed en vindt parkeren elders plaats (zie paragraaf 4.11). Bij de beoordeling of deze gebruikswijzigingen aantasting van het NNN tot gevolg hebben, dient op grond van de IOV te worden gekeken naar 4 criteria: 1. Geen aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, te weten: a. Bestaande en potentiële waarden van het ecosysteem b. Robuustheid en aaneengeslotenheid van de NNN c. De aanwezigheid van bijzondere soorten d. De verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen 2. Geen vermindering van de kwaliteit van het NNN; 3. Geen vermindering van de oppervlakte van het NNN; 4. Geen vermindering van de samenhang van de NNN. Hieronder wordt ingegaan op deze 4 criteria voor de ruimtelijke ontwikkelingen die het nieuwe bestemmingsplan ‘De Paltz’ mogelijk maakt in het plangebied. 1.
Wezenlijke kenmerken en waarden Aangezien er in het plangebied geen nieuwe bouwwerken worden opgericht en ook anderszins geen fysieke ingrepen plaatsvinden, gaat het met betrekking tot dit criterium alleen om verstoringseffecten als gevolg van de gebruikswijzigingen, waarbij kan worden gedacht aan: • verstoring door geluid; • verstoring door licht; • verstoring door menselijke aanwezigheid. In dit kader is allereerst van belang dat het plangebied in het vigerende bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied’ (2013) al een de bestemming ‘Cultuur en Ontspanning’ heeft. Het geldende bestemmingsplan maakt daarom al veel mogelijk. Gebouwen mogen worden gebruikt voor culturele activiteiten, zoals het houden van kleinschalige concerten en seminars. Hierbij geldt geen beperking qua tijden of aantallen. Horeca is ook reeds toegestaan in de vorm van horeca categorie 1. Hiervoor gelden vanuit het geldende plan evenmin beperkingen ten aanzien van openingstijden, aantallen, etc. Verder is van belang dat het plangebied in de huidige situatie geen rustig gebied betreft. Er zijn hier dagelijks mensen aanwezig, zowel bewoners, werknemers, passanten als bezoekers van de culturele activiteiten. Tot slot is van belang dat, zoals gezegd, er met het
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
36
nieuwe bestemmingsplan geen fysieke ingrepen plaatsvinden. Dit houdt ook in dat de verlichting op het terrein niet wordt gewijzigd/er geen nieuwe verlichting wordt aangebracht. De verlichte oppervlakte neemt derhalve niet toe en de verlichte plekken wijzigen niet. Verstoring door licht als gevolg van het bestemmingsplan is daarom niet aan de orde. De ondersteunende horeca in categorie B (kleinschalige eet- en drinkgelegenheid) is reeds aanwezig in het plangebied. Hiervan wordt alleen gebruik gemaakt door bezoekers van de exposities/voorstellingen en wandelaars/fietsers die landgoed De Paltz passeren. Hiermee worden dus geen extra bezoekers aangetrokken. De ruimtelijke uitstraling is niet anders dan die van een lunchroom/croissanterie/ tearoom die op grond van het geldende bestemmingsplan is toegestaan. De opname van horeca categorie B in het nieuwe bestemmingsplan leidt dan ook niet tot meer verstoring door menselijke aanwezigheid en geluid ten opzichte van de bestaande situatie. In het nieuwe plan zijn de openingstijden bovendien beperkt van 10.00 – 18.00 uur (en maximaal 12 keer per jaar tot 20.00 uur) hetgeen in het geldende plan niet het geval is. De ondersteunende horeca in categorie C (restaurant) is expliciet voorbehouden aan bezoekers van culturele activiteiten.
De gebruikers van deze horeca zijn mensen die het landgoed dus toch al bezoeken vanwege de culturele activiteiten, zoals een voorstelling of kleinschalig concert. Er komen hiermee dus niet meer bezoekers naar het landgoed. Bovendien zal deze horeca vanwege de beperking tot bezoekers van culturele activiteiten en de in het plan opgenomen openingstijden (10.00 – 18.00 uur en maximaal 12 keer per jaar tot 22.00 uur) alleen geopend zijn tijdens culturele activiteiten. Dit zijn momenten waarop er vanwege de culturele activiteiten al bezoekers naar het landgoed komen en dus al sprake is van verstoring. De culturele activiteiten, zoals concerten, voorstellingen, etc. vinden al plaats en zijn toegestaan op grond van het geldende bestemmingsplan. Gezien het voorgaande leidt het opnemen van horeca categorie C in het nieuwe bestemmingsplan dan ook niet tot meer verstoring door menselijke aanwezigheid en geluid dan nu al het geval is. Horeca categorie E betreft zaalverhuur. Dit kan ten behoeve van een vergadering zijn, maar ook voor bruiloften. In het geval van het laatste betreft dat overigens met name de ceremonie. Er zullen, mede gezien de openingstijden, geen grote bruiloftsfeesten en -partijen worden georganiseerd. Op grond van het geldende bestemmingsplan kunnen er seminars en kleinschalige concerten worden georganiseerd. Dit is niet beperkt in aantallen of tot een bepaald tijdvak.
Op basis van het geldende plan is dit dus iedere dag mogelijk. De ruimtelijke uitstraling van een vergadering is niet anders dan die van een seminar. Een vergadering brengt niet meer geluid of bezoekers met zich mee dan een seminar. De ruimtelijke uitstraling van een bruiloft is niet anders dan die van een kleinschalig concert. De geluidseffecten zijn soortgelijk en het bezoekersaantal is ook niet meer dan bij een kleinschalig concert. Hierbij dient te worden bedacht dat de ruimten maar voor één functie tegelijkertijd kunnen worden benut en de ruimten niet groter worden. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk om in de kapschuur tegelijkertijd een concert te houden en deze te gebruiken voor zaalverhuur. Ook kunnen er niet meer bezoekers in de ruimte voor zaalverhuur dan voor een concert/seminar. Het nieuwe bestemmingsplan stelt bovendien een beperking aan het gebruik voor zaalverhuur. Dit kan alleen plaatsvinden tussen 10.00 en 18.00 uur en maximaal 6 dagen per jaar tot 20.00 uur. Nachtelijk gebruik en gebruik in de vroege ochtend voor zaalverhuur – de perioden dat er het meeste
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
37
rust is in het plangebied – is daarmee niet aan de orde. Al met al kan worden vastgesteld dat het opnemen van horeca categorie E in het nieuwe bestemmingsplan niet tot meer verstoring door menselijke aanwezigheid en geluid leidt dan nu al het geval is en mogelijk is op basis van het geldende plan. De ondersteunende detailhandel is verbonden aan de reeds aanwezige gallery en exposities in het Herman van Veen Arts Center. Daarbij bestaat immers de mogelijkheid voor exposanten om ook stukken te (kunnen) verkopen. Deze functie is dus al aanwezig in het plangebied. De openingstijden van de ondersteunende detailhandel zijn gelijk aan die van de gallery/exposities. Daarnaast betreft het dezelfde bezoekers als die van de gallery/exposities. De ondersteunende detailhandel leidt dus niet tot extra bezoekers op het landgoed. De ondersteunende detailhandel in het nieuwe bestemmingsplan heeft derhalve niet meer verstoring door menselijke aanwezigheid en geluid tot gevolg. Concluderend kan worden vastgesteld dat de horecafuncties en de ondersteunende detailhandel in het nieuwe bestemmingsplan niet tot meer verstoring leiden door licht, menselijke aanwezigheid en geluid dan nu al het geval is of ten opzichte van de situatie dat de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan ten volle worden benut.
Aantasting van de bestaande en potentiële waarden van het ecosysteem, de robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNN, bijzondere soorten en de verbindingsfunctie van het gebied is niet aan de orde. Er is derhalve geen sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan. 2. Kwaliteit van het NNN Het nieuwe bestemmingsplan heeft alleen betrekking op gebruikswijzigingen van bestaande gebouwen. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing plaats. Ook wordt de buitenruimte niet anders ingericht. Er is dus geen sprake van fysieke ingrepen. Nieuw ruimtebeslag in het NNN is daarom niet aan de orde. Zoals uit het bovenstaande blijkt, is meer verstoring door licht, menselijke aanwezigheid en geluid evenmin aan de orde. Het nieuwe bestemmingsplan leidt derhalve niet tot vermindering van de kwaliteit van het NNN. 3. Oppervlakte van het NNN Het nieuwe bestemmingsplan heeft alleen betrekking op gebruikswijzigingen van bestaande gebouwen. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing plaats. Ook wordt de buitenruimte niet anders ingericht. Er is dus geen sprake van fysieke ingrepen. Oppervlakteverlies van het NNN als gevolg van nieuw ruimtebeslag in het NNN, doet zich daarom niet voor. Het nieuwe bestemmingsplan leidt dan ook niet tot vermindering van de oppervlakte van het NNN. 4.
Samenhang van het NNN Het nieuwe bestemmingsplan heeft alleen betrekking op gebruikswijzigingen van bestaande gebouwen. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing plaats. Ook wordt de buitenruimte niet anders ingericht. Er is dus geen sprake van fysieke ingrepen. Versnippering van het NNN als gevolg van nieuw ruimtebeslag in het NNN, is daarom niet aan de orde. Zoals uit het bovenstaande blijkt, is meer verstoring door licht, menselijke aanwezigheid en geluid evenmin aan de orde, waardoor er geen negatieve gevolgen zijn voor de robuustheid, aaneengeslotenheid en verbindingsfunctie van het NNN. Het nieuwe bestemmingsplan leidt derhalve niet tot vermindering van de samenhang van het NNN.
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
38
Eindconclusie Het nieuwe bestemmingsplan leidt niet tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN of vermindering van de oppervlakte, de kwaliteit of de samenhang van het NNN. Het plan heeft geen nadelige gevolgen voor het NNN. Soortenbescherming Het plan voorziet in een nieuwe planologische regeling om de (uitbreiding van de) bestaande horecafunctie op het terrein adequaat te regelen. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing en/of een herinrichting van de buitenruimte en het landschap plaats. Bovendien leidt het plan niet tot extra verkeer op het landgoed (zie paragraaf 4.11). Derhalve worden er geen vaste rust- of verblijfplaatsen van strikt beschermde soorten aangetast door de uitvoering van het plan. 4.8.3 Conclusie Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn voor het bestemmingsplan, bezien vanuit het aspect ecologie. 4.9
Archeologie
4.9.1 Beleid en regelgeving Als gevolg van het Verdrag van Malta (Valetta) zijn overheden verplicht om in het ruimtelijke beleid zorgvuldig om te gaan met het archeologische erfgoed. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient, voordat er bodemingrepen plaatsvinden, een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden waarmee de Monumentenwet 1988 is vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze (naar verwachting) per 1 januari 2024 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet, is in het overgangsrecht van de Erfgoedwet bepaald dat de regels met betrekking tot archeologie uit de Monumentenwet 1988 ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Belangrijke uitgangspunten uit de Monumentenwet 1988, zoals de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem en het inpassen van archeologisch erfgoed in de ruimtelijke ordening en de financiering van onderzoek (‘de verstoorder betaalt’), blijven dus onverminderd van kracht.
Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
39
Gemeentelijk beleid De gemeente Soest heeft voor de hele gemeente een archeologische beleidsadvieskaart opgesteld. Hierop is aangegeven wat de verwachting is op de aanwezigheid van archeologische resten in de bodem. Vervolgens is voor de verschillende onderscheiden gebieden een beleidsadvies gegeven.
Figuur 13 – Uitsnede Archeologische beleidsadvieskaart Soest 2016, met ligging plangebied (in blauw)
4.9.2 Situatie in plangebied Op grond van de Archeologische beleidsadvieskaart Soest 2016 blijkt dat het plangebied voor het grootste deel binnen het ‘Archeologisch waardevol verwachtingsgebied 1’ (AWV1) ligt. Een kleine zone in het zuidoosten van het plangebied maakt deel uit van ‘Archeologisch waardevol verwachtingsgebied 2’ (AWV2). In figuur 13 is dit in beeld gebracht. AWV1 betreft voor zones buiten de bebouwde kom, met een hoge archeologische verwachting. Bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv moeten worden vermeden. Indien dat niet mogelijk is dient bij bodemingrepen die een grotere oppervlakte hebben dan 100 m2 archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. AWV2 betreft zones buiten de bebouwde kom met een middelhoge archeologische verwachting. Verder is het beleidsadvies gelijk aan AWV1, met dien verstande dat bij bodemingrepen die een grotere oppervlakte hebben dan 500 m2 een archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Als onderdeel van de beoogde functiewijziging zullen geen bodemingrepen plaatsvinden. Desalniettemin zijn beide archeologische verwachtingszones met de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie Hoge verwachting’ en ‘Waarde – Archeologie middelhoge verwachting’ uit het geldende bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied’ in het voorliggende bestemmingsplan overgenomen, zodat wordt aangesloten bij gemeentelijk archeologiebeleid.
Hiermee zijn mogelijke archeologische waarden bij eventuele bodemingrepen in de toekomst beschermd. Voor nu betreft het dus vooral een signaleringsfunctie. 4.9.3 Conclusie Het aspect archeologie staat de beoogde planontwikkeling niet in de weg.
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
40
4.10
Cultuurhistorie
4.10.1 Beleid en regelgeving Goede ruimtelijke ordening betekent dat er, onder meer bij het opstellen van bestemmingsplannen, een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Het bestemmingsplan is daarbij een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. Door wijziging per 1 januari 2012 van het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6) dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. 4.10.2 Relatie met het plangebied Zoals reeds in hoofdstuk 2 van deze plantoelichting is aangegeven, zijn er diverse cultuurhistorische aspecten van belang. Zo is het landhuis De Paltz (de villa) aangewezen als een rijksmonument. Dit geldt ook voor de parkaanleg, als onderdeel van het landgoed / buitenplaats De Paltz. De redengevende monumentbeschrijving is in bijlage 1 van deze plantoelichting opgenomen. Bovendien maakt het Landgoed De Paltz deel uit van het gemeentelijk beschermde dorpsgezicht ‘De Paltas, de Kleine Paltz’. De overige gebouwen binnen het plangebied hebben geen monumentale status.
Omdat er met het voorliggende uitsluitend een functiewijziging wordt voorzien, zonder dat er (nieuwe) gebouwen worden opgericht of bestaande gebouwen worden gesloopt en er ook geen herinrichting van de buitenruimte op het terrein plaatsvindt noch wijzigingen in het landschap worden aangebracht, worden de bestaande cultuurhistorische waarden niet aangetast. Desalniettemin is ter bescherming van het beschermde dorpsgezicht en in lijn met de bestemmingsplansystematiek uit het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied’ een dubbelbestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht’ opgenomen. Op basis van deze dubbelbestemming kunnen nadere eisen worden gesteld aan de omvang en situering van bouwwerken vanwege de instandhouding van de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende ruimtelijke structuur en stedenbouwkundige kwaliteit van het beschermde dorpsgezicht. Verder is ter signalering de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding rijksmonumenten’ voor het landhuis / villa De Paltz aangegeven. De bescherming vindt verder plaats op basis van de Erfgoedwet. 4.10.3 Conclusie Het aspect ‘cultuurhistorie’ staat de uitvoering van het plan niet in de weg. 4.11
Verkeer en parkeren
Het Landgoed De Paltz is voor gemotoriseerd uitsluitend toegankelijk voor de bewoners van en de medewerkers op het landgoed. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de hoofdoprijlaan die het landgoed doorsnijdt en in het oosten aansluit op de Van Weerden Poelmanweg (N413) en in het westen op de
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
41
Paltzerweg. De oprijlaan is uitsluitend via een toegangshek te bereiken, waarbij de aansluiting met de Van Weerden Poelmanweg als hoofdtoegang fungeert. Het plangebied ligt ongeveer halverwege deze oprijlaan. Voor bezoekers van landgoed De Paltz bestaat bij het nabijgelegen hotel DoubleTree by Hilton Royal Parc Soestduinen, gelegen aan de Van Weerden Poelmanweg 4-6, de mogelijkheid om de auto te parkeren. Bij dit hotel is een parkeerterrein aanwezig met in totaal 250 parkeerplaatsen. In dit kader is met het betreffende hotel een overeenkomst gesloten waarbij is afgesproken dat er in ieder geval 50 parkeerplaatsen voor het Landgoed De Paltz beschikbaar zijn. Indien er meer parkeerplaatsen nodig zijn, is dit in overleg mogelijk. De ervaring leert dat dit aantal parkeerplaatsen, in relatie tot de culturele activiteiten die door het Herman van Veen Arts Center B.V. worden verzorgd, voldoende is. Om dit ook cijfermatig te onderbouwen en te toetsen aan de Nota ‘Parkeernormen auto en fiets’, is voor de activiteiten van het Arts Center een parkeerberekening gemaakt (mRO bv, ‘Memo Uitwerking parkeren Landgoed De Paltz’, 22 december 2022). Deze memo is als bijlage 2 bij deze plantoelichting gevoegd.
Ook is ingegaan op het aantal parkeerplaatsen bij het Hilton hotel, waarbij rekening is gehouden met de verschillende functies van het hotel (hotelfunctie, vergader-, congres- en evenementenfunctie en de golfbaan). Op grond van de in de Memo weergegeven parkeerbalans, in combinatie met de ervaringen van het Hilton Hotel, kan worden geconcludeerd dat er voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn, ook in relatie tot de afspraken die tussen het Hilton Hotel en het Herman van Veen Arts Center zijn gemaakt. Bovendien kan gebruik gemaakt worden van de bestaande parkeervoorzieningen bij het Nationaal Militair Museum, gelegen aan de Verlengde Paltzerweg 1, als onderdeel van het Park Vliegbasis Soesterberg. Bij de herontwikkeling van dit terrein is destijds afgesproken (overeenkomstig de samenwerkingsovereenkomst tussen het Ministerie van Defensie en de regiopartijen) dat 150 parkeerplaatsen voor bezoek aan het omliggende landschap beschikbaar zijn. Ook landgoed De Paltz behoort toe aan dit omliggende landschap. Daarbij geldt wel dat van deze parkeerplaatsen alleen overdag gebruik kan worden gemaakt, aangezien het parkeerterrein bij het Nationaal Militair Museum ’s avonds gesloten is. Gasten / bezoekers die parkeren bij het Hilton kunnen langs het fietspad over de Van Weerden Poelmanweg naar de hoofdentree van Landgoed de Paltz wandelen.
Bij de hoofdentree kan gebruik worden gemaakt van een voetgangerspoort, aan de linkerzijde van het grotere toegangshek. Deze voetgangerspoort is dagelijks geopend en geeft toegang tot de hoofdlaan van het landgoed. Villa de Paltz is na ongeveer 500 meter aan de linkerzijde van de hoofdlaan te zien. De ingang van Villa de Paltz / het Herman van Veen Arts Center is via een klinkerpad te bereiken. De afstand vanaf de parkeerplaats bij het Hilton tot aan de ingang van Villa de Paltz / het Herman van Veen Arts Center bedraagt ca. 1,1 kilometer Verder biedt het Herman van Veen Arts Center de mogelijkheid om van een pendeldienst gebruik te maken. Op verzoek worden met 1 of meerdere pendelbusjes bezoekers opgehaald. Deze pendeldienst rijdt vanaf 45 tot 15 minuten voor aanvang van een voorstelling en vertrekt bij de ingang van de parkeerplaats van het Hilton hotel. Via de Van Weerden Poelmanweg en vervolgens de Verlengde Paltzerweg (langs het NMM) wordt gebruik gemaakt van de achteringang van het landgoed om het Arts Center te bereiken. Incidenteel wordt de hoofdentree aan de Van Weerden Poelmanweg gebruikt. Deze pendeldienst is overigens geen wijziging ten opzichte van de huidige praktijk.
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
42
De ervaring is dat een groot deel van de bezoekers op de fiets naar het Arts Center komt. Vanaf de hoofdentree van Landgoed de Paltz aan de Van Weerden Poelmanweg kan via het reeds genoemde voetgangershek dezelfde route (hoofdlaan en vervolgens klinkerpad) worden afgelegd naar de ingang van Villa de Paltz / het Herman van Veen Arts Center. Langs de klinkerpaden naast Villa de Paltz zijn diverse fietsenrekken aanwezig. Overigens is er binnen het plangebied zelf nog wel een aantal parkeerplaatsen aanwezig. Het gaat om een privé parkeerplek voor huisnummer 1a die ruimte biedt aan 2 á 3 auto’s, een algemene parkeerplaats oostelijk daarvan die ruimte biedt aan maximaal 13 plekken (o.a. voor personeel en bezoek op afspraak), en een parkeerplaats naast de villa die als opstelplaats dient voor brandweer en ambulance en incidenteel wordt gebruikt voor laden en lossen van goederen. Deze parkeerplaatsen zijn dus nadrukkelijk niet bestemd voor bezoekers die gebruik maken van de horeca-functies. Verder wordt opgemerkt dat de beoogde uitbreiding van de horecafuncties binnen het plangebied niet leidt tot significant extra verkeersbewegingen (en extra benodigd aantal parkeerplaatsen).
Reden is gelegen in het feit dat de horeca in de vorm van een restaurant en een kleinschalige eet- en drinkgelegenheid ondersteunend is aan en ten dienste staat van de huidige culturele activiteiten en de extensieve dagrecreatie (wandelen) op het terrein. Zo is er ter plaatse geen zelfstandig restaurant toegestaan, maar is dit uitsluitend voorbehouden aan bezoekers die ook een concert of een theatervoorstelling bezoeken (bijvoorbeeld een theaterdiner / lunch). Er vinden in dit kader dus geen extra verkeersbewegingen plaats, anders dan van bezoekers van de culturele activiteiten. Verder heeft het toevoegen van horeca in categorie E (zaalverhuur, voor bijvoorbeeld een seminar/vergadering of een bruiloft) geen extra verkeersaantrekkende werking tot gevolg. Dit komt omdat op grond van het geldende bestemmingsplan er nu ook seminars en kleinschalige concerten kunnen worden georganiseerd. Dit is niet beperkt in aantallen, dagen of tot een bepaald tijdvak, terwijl dat in het voorliggende bestemmingsplan nu wel gemaximeerd is: alleen tussen 10.00 en 18.00 uur en maximaal 6 dagen per jaar tot 20.00 uur. En bovendien zal als onderdeel van een bruiloft vooral de ceremonie op de Paltz plaatsvinden en zullen er, mede gezien de openingstijden, geen grote bruiloftsfeesten en -partijen worden georganiseerd.
Met andere woorden, ten opzichte van de horeca-activiteiten die op grond van het vigerende bestemmingsplan al zijn toegestaan zullen er als gevolg van de horecafuncties die in het voorliggende bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt geen extra verkeersbewegingen plaatsvinden. Het aspect 'verkeer en parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan. 4.12
Kabels en leidingen
Voor planologisch relevante leidingen gelden verschillende beschermings- en veiligheidsafstanden waar in de bestemmingslegging van onder andere nieuwe functies rekening mee moet worden gehouden. Op het perceel zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Ook in de nabijheid van het plangebied zijn geen leidingen met gevaarlijke stoffen aanwezig (zie hiervoor ook paragraaf 4.5 van deze plantoelichting). Kabels en leidingen vormen derhalve geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
43
5
JURIDISCHE PLANOPZET
5.1
Inleiding
5.1.1 Algemeen Dit hoofdstuk geeft inzicht hoe de nieuwe situatie is vertaald in juridisch bindende regels, met hieraan gekoppeld een verbeelding. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor de gebruiksmogelijkheden en bouwmogelijkheden. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van deze regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Het belangrijkste onderdeel van een bestemmingsplan is de bestemming. Aan alle in het plan begrepen gronden worden ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening bestemmingen toegewezen. Zo nodig worden aan deze bestemmingen regels gekoppeld omtrent het gebruik van de in het plan begrepen gronden en van de zich daarop bevindende opstallen. Naast de bestemmingen kunnen ook dubbelbestemmingen voorkomen. Deze overlappen de 'gewone' bestemmingen en geven eigen regels, waarbij er sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. Bij bestemmingen kunnen aanduidingen voorkomen met als doel bepaalde zaken nader of specifieker te regelen. Aanduidingen zijn terug te vinden op de (analoge) verbeelding en hebben een juridische betekenis in het bestemmingsplan.
Alle overige op de (analoge) verbeelding voorkomende zaken worden verklaringen genoemd. Verklaringen hebben geen juridische betekenis, maar zijn op de (analoge) verbeelding opgenomen om deze beter leesbaar te maken (bijvoorbeeld topografische ondergrond). Verklaringen worden in de digitale verbeelding niet uitgewisseld, waardoor die informatie de burger via de digitale weg niet zal bereiken. 5.1.2 Digitaliseringsvereisten Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn ook digitaliserings- verplichtingen aan een bestemmingsplan gesteld. De regels en de verbeelding dienen daarom te zijn opgesteld volgens IMRO en SVBP, onderdeel van de zogenaamde RO Standaarden. IMRO staat voor Informatie Model Ruimtelijke Ordening en heeft betrekking op de inrichting van de ruimtelijke instrumenten van de Wro. Het is het informatiemodel voor het opstellen en het uitwisselen van visies, plannen, besluiten, verordeningen en algemene regels op alle bestuurlijke niveaus. Het model is geschikt voor uitwisseling van informatie tussen de organisaties op het gebied van de ruimtelijke ordening en aanverwante werkterreinen. SVBP staat voor Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen. Doel van deze standaard is het op vergelijkbare wijze inrichten, vormgeven en verbeelden van bestemmingsplannen en de daarbij behorende uitwerkings- en wijzigingsbesluiten.
Vanaf 1 juli 2013 zijn de RO Standaarden 2012 verplicht. Concreet betekent dit dat nieuwe bestemmingsplannen vanaf die datum volgens deze standaard opgesteld en gepubliceerd moeten worden.
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
44
Het voorliggende bestemmingsplan is overeenkomstig deze vereisten opgesteld en is hiermee gereed om digitaal beschikbaar te stellen voor een ieder. 5.2
Opbouw regels en verbeelding
5.2.1 Regels Zoals gezegd is voor de planregels de gestandaardiseerde opbouw uit de SVBP2012 aangehouden. Daarbij is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met Inleidende regels (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de bestemmingsregels, de algemene regels (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de overgangs- en slotregels. Daarbij staan de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: - Bestemmingsomschrijving; - Bouwregels; - Nadere eisen; - Afwijking van de bouwregels; - Specifieke gebruiksregels; - Afwijking van de gebruiksregels; - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; - Wijzigingsbevoegdheid. Opgemerkt wordt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten, dit verschilt per bestemming. 5.2.2 Analoge verbeelding (plankaart) Uit de SVBP2012 volgen diverse verplichtingen voor wat betreft de verbeelding, zoals de kleur van de ondergrond (grijs) en minimaal weer te geven aspecten op de ondergrond. Ook de diverse kleuren van de bestemmingen, alsmede de verhouding van de op de verbeelding voorkomende lijndiktes zijn verplicht voorgeschreven.
Voor wat betreft de ondergrond van de verbeelding is gebruik gemaakt van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), gecombineerd met de Basisregistratie Kadaster (BRK). De analoge verbeelding is op een schaal van 1:2000 geplot. 5.3
Toelichting op de artikelen
In deze paragraaf wordt daar waar dat noodzakelijk en nuttig wordt geacht een nadere toelichting gegeven op de artikelen van de regels. Sommige regelingen zijn daarom hierna niet opgenomen, deze worden geacht voor zich te spreken. Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Voor de begripsomschrijvingen is aangesloten bij het SVBP2012, het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied’ uit 2013 en de standaard regels voor bestemmingsplannen van de gemeente Soest.
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
45
Artikel 2 Wijze van meten Ook voor de regels voor ‘wijze van meten’ is aangesloten bij het SVBP2012 en het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied’. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Artikel 3 Cultuur en ontspanning – De Paltz Het gehele plangebied heeft de bestemming ‘Cultuur en ontspanning – De Paltz’, gelijk aan het bestemming ‘Landelijk Gebied’. Daarmee zijn op het perceel Landgoed De Paltz 1 culturele activiteiten toegestaan, zoals het houden van exposities, kleinschalige concerten en seminars. Wat betreft de horeca-functie wordt nu aangesloten bij de nieuwe indeling van horeca-categorieën uit de nota ‘Horecabeleid Buitengebied 2019-2029’ en is ondersteunende horeca in categorie B (kleinschalige eet- en drinkgelegenheid), ondersteunende horeca in categorie C (restaurant), alsmede horeca in categorie E (zaalverhuur) toegestaan. Om duidelijk te maken wat onder het begrip ‘ondersteunende horeca’ wordt verstaan, is hiervoor in artikel 1 een definitie opgenomen. Voor de horeca zijn in de regels openingstijden vastgelegd: maandag tot en met zondag van 10.00 – 18.00 uur. De horeca in categorie B en C mag daarnaast maximaal 12 dagen per jaar ook na 18.00 uur geopend zijn tot respectievelijk uiterlijk 20.00 en 22.00 uur. Voor horeca in categorie E betreft dit maximaal 6 dagen per jaar tot uiterlijk 20.00 uur.
Daarbij geldt dat de 12 dagen per jaar voor categorie B en C voor beide categorieën gezamenlijk zijn, oftewel het aantal openingsdagen na 18.00 uur van B en C mag bij elkaar opgeteld (B+C) niet meer bedragen dan 12 per jaar. Overigens kan na 18.00 uur in totaal 12 keer per jaar horeca B ook gezamenlijk plaatsvinden met horeca C, maar dat hoeft niet. Als het wel gezamenlijk plaatsvindt geldt dat dus als 1 dag. Andere functies op het terrein, in de vorm van extensieve dagrecreatie, kantoren en ondersteunende detailhandel, zijn ook zonder meer toegestaan. Maar ook bijbehorende voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen met bijbehorende ontsluitingsverhardingen, tuinen, erven, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en kunstwerken zijn mogelijk, welke één op één zijn overgenomen uit het bestemming ‘Landelijk Gebied’. Dit geldt ook voor de nadere en specifieke aanduidingen die op de verbeelding zijn aangeduid, evenals voor de bijbehorende bouwregels. In aanvulling daarop is ter verduidelijking de aanduiding ‘opslag’ op de verbeelding aangegeven. Het betreft een bestaand gebouw dat uitsluitend gebruikt wordt voor de opslag van materiaal ten behoeve van het onderhoud van het landgoed. Tot slot is in de bestemmingsomschrijving en ter verduidelijking ook expliciet aangegeven dat terrassen zijn toegestaan.
Daarmee worden de bestaande terrassen bedoeld (zoals het terras aan de voorzijde van de villa, alsook bij het landgoedtheater). Artikel 4 Waarde – Archeologie Hoge verwachting Deze dubbelbestemming is gebruikt voor gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde, zoals dit op grond van de ‘beleidsnota archeologie 2011’ van de gemeente Soest is aangegeven. Deze dubbelbestemming is nagenoeg op het gehele plangebied van toepassing, met uitzondering van een zone in het zuidoostelijk deel van het plangebied. Alvorens hier grondbewerkingen volgens de onderliggende bestemmingen kunnen plaatsvinden, moet er eerst archeologisch onderzoek plaatsvinden om te
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
46
bezien of er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Als er geen archeologische waarden aanwezig zijn, kunnen de grondbewerkingen plaatsvinden. Als er wel archeologische waarden worden aangetroffen zal bekeken moeten worden hoe die het beste zeker gesteld kunnen worden. Deze onderzoeksplicht / vergunningplicht is uitgezonderd voor het normale beheer en onderhoud van de gronden, verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing op dezelfde locatie, evenals voor gronden waarvan kan worden aangetoond dat reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag. Ook geldt er een ondergrens voor de vergunningplicht. Zo hoeft geen onderzoek plaats te vinden als aan één van de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: • bebouwing waarbij de bodem tot maximaal 0,3 meter onder het bestaande maaiveld wordt geroerd; • bebouwing waarvan de oppervlakte niet meer dan 100 m² bedraagt. Artikel 5 Waarde – Archeologie Middelhoge verwachting Deze dubbelbestemming is gebruikt voor gebieden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde en heeft betrekking op een zone in het zuidoostelijk deel van het plangebied. Binnen de bestemming ‘Waarde – Archeologie Middelhoge verwachting’ gelden dezelfde regels als in artikel 4 (hoge verwachting), met dien verstande dat er een oppervlaktegrens voor vergunningplicht geldt van 500 m2. Artikel 6
Waarde - Cultuurhistorie Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht Deze dubbelbestemming is opgenomen ter bescherming van het beschermde dorpsgezicht ‘De Paltz’. Op basis van deze dubbelbestemming kunnen nadere eisen worden gesteld aan de omvang en situering van bouwwerken vanwege de instandhouding van de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende ruimtelijke structuur en stedenbouwkundige kwaliteit van het beschermde dorpsgezicht. Daarnaast is voor werkzaamheden, die van invloed kunnen zijn op de waarden van het beschermde dorpsgezicht een omgevingsvergunning vereist. Artikel 7 Waarde – Ecologie Via deze dubbelbestemming wordt de instandhouding en ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden geregeld. Ook voor deze bestemming is een omgevingsvergunning nodig om werken en werkzaamheden uit te oefenen. Uitgezonderd zijn werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd op grond van een goedgekeurd inrichtingsplan. De regels behorende bij de onderliggende hoofdbestemmingen gelden onverkort. Het is toegestaan te bouwen ten behoeve van deze hoofdbestemming en tevens bouwwerken, geen gebouw zijnde, te realiseren ten behoeve van de ecologie, tot een bouwhoogte van 2 meter. Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is hiervoor een standaard bepaling opgenomen.
Het Bro verplicht om deze bepaling in het bestemmingsplan op te nemen. De anti-dubbeltelbepaling beoogt te voorkomen dat door het herhaaldelijk gebruik van dezelfde oppervlakte van gronden als berekeningsgrondslag voor de oppervlaktebepaling van met name gebouwen, er op het betreffende of het
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
47
aangrenzende perceel een situatie ontstaat die in strijd is met het bestemmingsplan. Door het "overhevelen" van gronden tussen percelen, via al of niet tijdelijke huurcontracten of eigendomsoverdrachten, zou op een van de percelen of op alle betrokken percelen uiteindelijk een bebouwde oppervlakte kunnen ontstaan, die groter is dan het bestemmingsplan blijkens de regels beoogt toe te staan. Artikel 9 Algemene bouwregels In dit bestemmingsplan zijn deels gestandaardiseerde bouwregels opgenomen, voor zover deze betrekking hebben op de reeds aanwezige bouwwerken. Er kunnen echter overschrijdingen voorkomen, waarvoor in het verleden bouwvergunningen zijn verleend. Deze vergunde overschrijdingen zijn hier positief bestemd. Ook is een nadere regeling opgenomen voor de maximale goothoogte en onderkeldering van gebouwen. Tot slot is een relatie gelegd met de gemeentelijke parkeernorm, waarbij is aangegeven dat de omgevingsvergunning voor het bouwen alleen wordt verleend als wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Artikel 10 Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksbepaling wordt gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met de bestemming en met het in of krachtens het plan bepaalde, als verboden gebruik aangemerkt.
Indien in een bepaald geval gebruik in strijd met bijvoorbeeld de bestemmingsomschrijving van een bestemming of met een verleende afwijking wordt geconstateerd, dan is er sprake van een overtreding, waartegen kan worden opgetreden. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels De regels bevatten een algemene afwijkingsbevoegdheid om een aantal nodige zaken en ondergeschikte afwijkingen mogelijk te maken. Het betreft met name geringe overschrijdingen van bouwgrenzen, voorgeschreven maten en percentages alsook het toestaan van bijzondere dakvormen. De regeling is afgestemd op het bestemmingsplan Landelijk Gebied’. Artikel 12 Algemene wijzigingsregels Het plan bevat een aantal wijzigingsbevoegdheden als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening. Daarmee kunnen o.a. bestemmings- en bouwgrenzen op de verbeelding in beperkte mate worden verschoven. Artikel 13 Overige regels In dit artikel is bepaald dat de wettelijke regelingen waarnaar in de regels van het plan wordt verwezen, gelden zoals die luidden op het moment van vaststelling van het plan. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 14 Overgangsrecht Uitgangspunt in een nieuw bestemmingsplan is dat bestaande bouwwerken en gebruiksvormen in principe positief worden bestemd, dus als zodanig als recht zijn toegestaan.
De overgangsrechtelijke regels dienen om te waarborgen dat een bestaand bouwwerk of een bestaand gebruik dat niet in overeenstemming is met het nieuwe plan en waarvan sloop respectievelijk beëindiging wordt beoogd, als
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
48
zodanig voorlopig kan blijven voortbestaan. Het bouwwerk of gebruik wordt dan als zodanig gedoogd totdat in de loop van de planperiode wordt beslist over sloop respectievelijk beëindiging. Bouwwerken en gebruiksvormen die al in strijd zijn met het vorige bestemmingsplan worden expliciet uitgesloten van het overgangsrecht van het nieuwe plan. Ze worden niet gedoogd onder het nieuwe plan, maar blijven in strijd daarmee. Handhaving door sloop respectievelijk gebruiksbeëindiging blijft een optie. Uitgangspunt is dat overgangsrechtelijke situaties, zowel voor bouwen als voor gebruik, uitzonderingen zijn en binnen de bestemmingsplanperiode worden beëindigd. De regels van het overgangsrecht zijn voorgeschreven in het Bro. Deze regels zijn zodoende overgenomen. Artikel 15 Slotregel Bij deze regel is vermeld hoe het plan kan worden aangehaald.
Ontwerp, Toelichting bestemmingsplan De Paltz / v7 / juli 2023
49
6
UITVOERBAARHEID
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ontwerp voor een bestemmingsplan dienen op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, ondermeer voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient vast te worden gelegd in een exploitatieplan. Een exploitatieplan is nodig voor die ontwikkelingen die met het plan mogelijk worden gemaakt en waarvoor, voor vaststelling van het bestemmingsplan, geen privaatrechtelijke overeenkomsten wordt gesloten. Conform artikel 6.12. lid 2 Wro kan de gemeenteraad besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluiten begrepen gronden anderszins verzekerd is. Het voorliggende bestemmingsplan betreft een particulier initiatief en heeft als doel een planologisch juridisch kader te creëren voor de uitbreiding van de bestaande horecafunctie op het perceel Landgoed De Paltz 1, als onderdeel van de culturele activiteiten van het Herman van Veen Arts Center B.V.
Daarbij wordt een adequate horeca-regeling op het perceel voorgestaan, zodat de huidige en gewenste activiteiten goed ten uitvoer gebracht kunnen worden. Het betreft uitsluitend een functiewijziging, zonder dat er (nieuwe) gebouwen worden opgericht of bestaande gebouwen worden gesloopt. Ook vindt er geen herinrichting van de buitenruimte op het terrein plaats en worden er geen wijzigingen in het landschap aangebracht. Er zijn in dit geval geen verhaalbare kosten als bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f van het Bro. Derhalve hoeft er geen exploitatieplan te worden opgesteld. De financiering van het bestemmingsplan en de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het bestemmingsplan komen voor rekening van de initiatiefnemer. Er zijn derhalve geen kosten voor de gemeente verbonden aan de uitvoering van het bestemmingsplan. Geconcludeerd wordt dat het vaststellen van een exploitatieplan niet nodig is en de financieel-economische haalbaarheid van het plan in voldoende mate is aangetoond. 6.2