Bijlage 9 - Memo milieu
Tekst van het document
Daarmee worden gebouwen bedoeld waarin zich groepen personen bevinden die niet in staat zijn om zich bij een ongewoon voorval tijdig in veiligheid te brengen, zoals basisscholen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Deze gebouwen vielen voorheen al onder de categorie kwetsbare objecten, maar worden onder de Ow extra beschermd. De aanwijzing van gebouwen en locaties in deze categorieën staat in bijlage VI van het Bkl. Activiteiten met externe veiligheidsrisico’s en afstanden voor het plaatsgebonden risico De reikwijdte van paragaaf 5.1.2.2 van het Bkl omvat de volgende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s: • bedrijven met gevaarlijke stoffen; • het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); • buisleidingen met gevaarlijke stoffen; en • windturbines.
Bij deze activiteiten is onderscheid gemaakt tussen de volgende categorieën van activiteiten: • activiteiten zonder vergunningplicht met vaste afstanden voor het plaatsgebonden risico; het gaat hier om veel voorkomende, uniforme activiteiten zoals gasdrukregel- en meetstations en het opslaan van propaan in relatief kleine boven- of ondergrondse opslagtanks; • activiteiten met vergunningplicht met vaste afstanden voor het plaatsgebonden risico, zoals voor LPG-tankstations en het opslaan van verpakte gevaarlijke stoffen (PGS 15); • het basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor en over binnenwateren; • activiteiten zonder vergunningplicht waarvoor het plaatsgebonden risico berekend moet worden. Dit zijn eenvoudige windturbines en buisleidingen met gevaarlijke stoffen; • activiteiten met vergunningplicht waarvoor het plaatsgebonden risico berekend moet worden. Dit zijn bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen of zeer gevaarlijke stoffen, of bedrijven waar veel handelingen met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, zoals Seveso-inrichtingen en stuwadoorsbedrijven.
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 29 van 68
4.2. Omgevingsplan Bij het vaststellen van het omgevingsplan moet de gemeente voldoen aan de regels over externe veiligheid. Er moet een grenswaarde in acht worden genomen voor het plaatsgebonden risico bij het toelaten van milieubelastende activiteiten en bij toedelen van locaties voor (zeer) kwetsbare gebouwen (zie par. 5.1). Daarnaast moet voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties rekening worden gehouden met de standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico (zie par. 5.2). Er gelden ook aandachtsgebieden (zie par. 5.3) voor bepaalde activiteiten met gevaarlijke stoffen. In het omgevingsplan worden de beschermingsdoelstellingen uit de omgevingsvisie uitgewerkt in doelvoorschriften, middelvoorschriften of een combinatie van beide. De voorschriften bieden het kader waaraan nieuwe initiatieven voor milieubelastende activiteiten en ruimtelijke ontwikkelingen aan moeten voldoen. Het gaat om de bescherming van personen in gebouwen en op locaties in de omgeving van een bepaalde risicovolle activiteit en het beperken van schade aan gebouwen en het milieu bij een ongeval bij deze risicovolle activiteit.
Hierbij wordt rekening gehouden met de volgende aspecten: • Zelfredzaamheid en mogelijkheden tot hulpverlening: toegankelijkheid van een gebied voor hulpdiensten en bestrijdbaarheid voor rampen en bluswatervoorzieningen of voldoende schuilmogelijkheden bieden; en • Vitale infrastructuur: stroomuitval of uitvallen van de drinkwatervoorziening. Of uitvallen belangrijke verkeersader of mobiel telefoonverkeer. In het Bkl staan 3 categorieën 'gebouwen en locaties' waarvoor de regels bescherming bieden: zeer kwetsbaar, kwetsbaar en beperkt kwetsbaar. De gemeente moet regels opnemen in het omgevingsplan om deze gebouwen en locaties te beschermen vanwege externe veiligheidsrisico's. De aanwijzing van deze categorieën 'gebouwen en locaties' staat in bijlage VI van het Bkl.24 4.2.1. Toelaten van gebouwen en locaties in het omgevingsplan Voor het toelaten van gebouwen en locaties in het omgevingsplan geven de instructieregels aan welke afstanden voor het plaatsgebonden risico in acht genomen moeten worden of waarmee rekening gehouden moet worden. Het moment waarop aan de regels getoetst moet worden is afhankelijk van de vormgeving van het omgevingsplan.
Bij een omgevingsplan waarin specifieke activiteiten met externe veiligheidsrisico’s worden toegelaten, worden de aan te houden afstanden tussen gebouwen en locaties en deze activiteiten met externe veiligheidsrisico’s in het omgevingsplan zelf in acht genomen, of is daarmee rekening gehouden. Als in een omgevingsplan juist ruime en globale bouw- en gebruiksmogelijkheden gehanteerd worden, zijn de afstanden niet op voorhand duidelijk. Het omgevingsplan kan wel bepaalde activiteiten vooraf uitsluiten, zoals activiteiten met externe veiligheidsrisico’s of de activiteit wonen, of die activiteiten pas na toetsing toelaten. Een andere manier is om de instructieregels voor externe veiligheid op te nemen in het omgevingsplan. Het bevoegd gezag heeft dus verschillende keuzemogelijkheden bij het toelaten van gebouwen en locaties in het omgevingsplan.
24 https://iplo.nl/thema/externe-veiligheid/kwetsbare-gebouwen/.
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 30 van 68
4.2.2. Plaatsgebonden risico In sommige gevallen moet de gemeente toetsen aan het plaatsgevonden risico25 , het risico geldt voor de activiteiten die in bijlage VII van het Bkl staan. Voor de categorie ‘zeer kwetsbare gebouwen’ en ‘kwetsbare gebouwen en locaties’ moet de gemeente in het omgevingsplan een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht nemen van maximaal 1 op de 100.000 per jaar.26 Hiervan mag alleen worden afgeweken wanneer voldaan wordt aan de voorwaarden uit art. 5.9 van het Bkl. Voor de categorie ‘beperkt kwetsbare gebouwen en locaties’ geldt een standaardwaarde van maximaal 1 op de 100.000 per jaar27, hiervan kan de gemeente makkelijker afwijken. In het Bkl zijn vaste of te berekenen afstanden voor het plaatsgebonden risico voor activiteiten met externe veiligheidsrisico’s met en zonder vergunningplicht opgenomen. Voor deze activiteiten gelden verder of algemene regels uit H.3 en 4 van het Bal of de beoordelingsregels voor de omgevingsvergunning (zie afdeling 8.5 van het Bkl. De in bijlage VII van het Bkl opgenomen vaste afstanden variëren van 20 tot 630 meter. 4.2.3. Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn nieuw in de Omgevingswet.
Er wordt onder de Ow op een andere manier omgegaan met groepsrisico.28 Aandachtsgebieden zijn gebieden die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het Bkl29 onderscheidt drie soorten aandachtsgebieden: • Brandaandachtsgebieden; • Explosieaandachtsgebieden; en • Gifwolkaandachtsgebieden. Deze verplichting leidt ertoe dat de gemeente bij het toelaten van activiteiten, zoals een wonen, binnen een aandachtsgebied omgevingsmaatregelen moet afwegen of een dichthedenbeleid moet voeren om het risico op overlijden van groepen te beperken. De verplichting om rekening te houden met het groepsrisico geldt ook bij het toelaten in het omgevingsplan van een activiteit met externe veiligheidsrisico’s die een aandachtsgebied met zich brengt. In het omgevingsplan kunnen gemeenten ruimte reserveren voor aandachtsgebieden. Op die manier wordt er ruimte geboden voor activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. Anderzijds kunnen gemeenten er ook voor kiezen om gebieden aan te wijzen waar juist geen aandachtsgebieden mogelijk worden gemaakt. De gemeente kan binnen een aandachtsgebied voorschriftengebieden aanwijzen. Een voorschriftengebied kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn.
De gemeente wijst in dat geval een locatie binnen een (brand- of explosie)aandachtsgebied als (brand- of explosie)voorschriftengebied aan in het omgevingsplan.
25 Zie artikel 5.6 van het Bkl: Het plaatsgebonden risico is de kans op het overlijden van een
onbeschermd en continu aanwezig persoon buiten de begrenzing van de locatie waar een activiteit wordt verricht als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door die activiteit. 26 Zie art. 5.7 van het Bkl. 27 Zie art. 5.11 van het Bkl. 28 Zie art. 5.15 van het Bkl. 29 Zie art. 5.12 van het Bkl.
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 31 van 68
In een omgevingsplan moet een brandaandachtsgebied worden aangewezen als een brandvoorschriftengebied en een explosieaandachtsgebied als een explosievoorschriftengebied. Het gevolg daarvan is dat binnen dat gebied extra bouweisen gelden die in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn opgenomen (par. 4.2.14 en art. 4.124). In het omgevingsplan kan gemotiveerd van de opdracht tot het aanwijzen van deze voorschriftengebieden worden afgeweken. In dat geval wijst de gemeente geen voorschriftengebied aan of wijst zij maar een deel van het aandachtsgebied aan als voorschriftengebied. Dit kan aan de orde zijn als voldoende andere beschermende maatregelen zijn of worden genomen, zoals schuilplaatsen, opvanggeulen of (niet) natuurlijke afschermende bouwlichamen die voor voldoende bescherming zorgen. Voor een gifwolkaandachtsgebied kunnen geen algemeen toepasbare en effectieve extra bouwmaatregelen genomen worden, naast de mogelijkheid om mechanische ventilatie uit te zetten. In het geval van een gifwolk luidt het advies: ramen en deuren gesloten houden en mechanische ventilatie uitschakelen. Het kunnen uitschakelen van mechanische ventilatie is in het Besluit bouwwerken leefomgeving opgenomen als landelijke algemene bouweis voor nieuwe bouwwerken (artikel 4.124 Bbl).
De mogelijkheid om een brand- of explosieaandachtsgebied niet of ten dele aan te wijzen als brand- of explosievoorschriftengebied geldt niet voor locaties waar het bouwen van een zeer kwetsbaar gebouw is toegelaten. Locaties voor zeer kwetsbare gebouwen in een brand- of explosieaandachtsgebied moeten altijd worden aangewezen als voorschriftengebied. Voor deze gebouwen zijn de aanvullende bouweisen na aanwijzing van het voorschriftengebied in het omgevingsplan dus altijd van toepassing. Het gaat dan om bijvoorbeeld ziekenhuizen, basisscholen en kinderdagverblijven. De aanvullende bouweisen gelden niet voor bestaande gebouwen die binnen een voorschriftengebied liggen. Deze gelden alleen in geval van nieuwbouw of vervangende nieuwbouw. 4.2.4. Overige gebieden: risicobronnen Activiteiten met externe veiligheidsrisico's noemen we risicobronnen. Voor deze activiteiten moet de gemeente regels opnemen in het omgevingsplan. De instructieregels hiervoor staan in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. In deze paragraaf komen de regels in het omgevingsplan voor volgende drie risicobronnen aan de orde: • In het omgevingsplan kan de gemeente kiezen voor het reserveren van ruimte voor aandachtsgebieden of juist risicogebieden externe veiligheid aanwijzen. • In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen.
• In het Bkl staan ook instructieregels voor risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal. Aanwijzen: risicogebieden externe veiligheid De gemeenteraad kan een risicogebied externe veiligheid in het omgevingsplan aanwijzen. Risicogebieden externe veiligheid zijn bedoeld om extra ruimte te kunnen geven aan bepaalde bedrijven met verhoogde externe veiligheidsrisico’s, zoals Seveso-inrichtingen en stuwadoorsbedrijven. Op de begrenzing van een risicogebied externe veiligheid mag het plaatsgebonden risico ten hoogste één op de miljoen per jaar zijn. Nieuw is de vraag welke aandachtsgebieden bij deze risicogebieden externe veiligheid passen. Die aandachtsgebieden moeten in ieder geval passen bij de aanwezige bedrijven met externe veiligheidsrisico’s en bij
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 32 van 68
de nieuwe bedrijvigheid die in dit gebied gewenst is, maar ook passen bij ambities van de gemeenten die grenzen aan dit risicogebied. Bijvoorbeeld ambities op het gebied van stedelijke ontwikkeling. Omdat het gaat om een integrale gebiedsgerichte afweging is het aan de gemeenten (en in overleg met de provincie in gemeentegrens overschrijdende gevallen) om te bepalen tot waar een aandachtsgebied nog toegelaten kan worden. Ruimte reserveren: activiteiten De gemeente kan in het omgevingsplan kiezen om ruimte te reserveren voor aandachtsgebieden en ruimte te bieden voor de uitbreiding of vestiging van risicovolle activiteiten. Door het reserveren van ruimte voor aandachtsgebieden begrenst de gemeente de gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Daarnaast biedt ze ruimte voor de uitbreiding of vestiging van risicovolle activiteiten. Hiertegenover kan de gemeente er ook voor kiezen gebieden aan te wijzen waar zij geen risicovolle activiteiten toestaat. Bijlage VII van het Bkl: Belemmeringengebied buisleidingen Een belemmeringengebied buisleiding is bedoeld voor de veiligheid en het onderhoud van buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Vanwege de veilige werking van de buisleiding zijn in dit gebied beperkingen gesteld aan het bouwen van bouwwerken en het toelaten van activiteiten die van invloed kunnen zijn op de buisleiding.
Dit staat in paragraaf 5.1.2.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Risicobron = MBA Bal : Afstanden vuurwerk en civiele en militaire explosieaandachtsgebieden Voor het opslaan, herverpakken of bewerken van vuurwerk, het opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en het opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen en voorwerpen voor Defensie zijn in het Bkl eveneens afstanden respectievelijk explosieaandachtsgebieden vuurwerk en civiele of militaire explosieaandachtsgebieden bepaald. Binnen deze afstanden of gebieden is niet de kans op een explosie bepalend, maar alleen het effect van de explosie. Buiten de afstand of het gebied is de kans op (dodelijke) effecten verwaarloosbaar klein. Deze afstanden en gebieden zijn opgenomen in de bijlagen VIII tot en met X bij het Bkl. Activiteiten waar deze effectgerelateerde regels voor gelden, vallen dan ook niet onder de activiteiten met externe veiligheidsrisico’s waar risicogerichte regels voor gelden, maar zijn apart geregeld in de par. 5.1.2.3 en 5.1.2.4 van het Bkl. Voor het opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en rondom militaire objecten voor munitieopslag zijn in dit besluit respectievelijk civiele of militaire explosieaandachtsgebieden voorgeschreven. Binnen deze effectafstanden zijn in militaire of civiele explosieaandachtsgebieden functies zoals wonen of verblijven niet of beperkt toegestaan.
Dit komt overeen met de voorheen geldende regelgeving en het beleid waarbij voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en rondom militaire objecten ook gewerkt werd met effectafstanden om de veiligheid van omwonenden te waarborgen. Het Bkl bevat geen verplichting om een explosieaandachtsgebied vuurwerk in het omgevingsplan vast te leggen. Dit hoeft ook niet bij of een civiel of militair explosieaandachtsgebied. Voor de overzichtelijkheid en rechtszekerheid is dat wel wenselijk. De ligging van de aandachtsgebieden blijkt in ieder geval uit het register externe veiligheidsrisico’s. En ze zijn zichtbaar in de Atlas Leefomgeving. 4.2.5. Voorkomen brand, ramp of crisis
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 33 van 68
In het omgevingsplan moet een gemeente rekening houden met de mogelijkheden om een brand, ramp of crisis te voorkomen. Maar ook om deze te beperken en te bestrijden. Deze instructieregel is breed geformuleerd en staat in artikel 5.2 Bkl. De regel is niet alleen voor rampscenario's met gevaarlijke stoffen. De regel geldt ook voor andere situaties die kunnen leiden tot een ontruiming van een gebied. 4.3. Bruidsschat In de bruidsschat zijn bij bepaalde activiteiten ook regels opgenomen met het oog op externe veiligheid. Het gaat om de activiteit traditioneel schieten (artikel 22.229), daarvoor is opgenomen dat alle afgeschoten kogels worden opgevangen in een voorziening met het oog op externe veiligheid. In het geval dat de activiteit traditioneel schieten plaatsvindt in de gemeente raden wij aan om deze bepaling over te nemen in het nieuwe deel omgevingsplan. 4.4.
Keuzes 9. Hoe wilt de gemeente omgaan met het toevoegen van beperkt kwetsbare gebouwen in aandachtsgebieden? (zie opmerking bij voorbeeldregels). a. Voor nu standaard regelset opgenomen, hiervan kan afgeweken worden. Zie voor concrete mogelijke de opmerkingen in Bijlage 4.
Ons voorstel is om: 10. voorschriftengebieden aan te wijzen die gelijk zijn aan de aandachtsgebieden. a. Opgenomen in de regels in RxBase. 11. een Aandachtsgebied voor het plaatsgebonden risico aan te wijzen a. Opgenomen in de regels in RxBase. 12. een Belemmeringengebied buisleidingen aan te wijzen alleen als dat van toepassing is binnen de gemeente. a. Opgenomen in de regels in Rxbase, mocht hier geen sprake van zijn kunnen we dat zo verwijderen. 13. een Risicogebied Externe Veiligheid alleen te gebruiken wanneer de gemeente locaties op het oog heeft waar ruimte behouden moet worden voor risicovolle activiteiten. a. Opgenomen in de regels in Rxbase, mocht hier geen sprake van zijn kunnen we dat zo verwijderen. 14. Een militaire of civiele explosieaandachtsgebieden of een explosieaandachtsgebied vuurwerk aan te wijzen indien deze aanwezig zijn binnen de gemeente. a. Niet opgenomen in de regels. 15. Als traditioneel schieten plaatsvindt in de gemeente, de bepaling als beschreven in par. 4.3 over te nemen in het nieuwe deel omgevingsplan. a. Niet opgenomen in de regels.
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 34 van 68
Bijlage 1.
Voorbeeldregels Geluid
Hoofdstuk 5 Paragraaf 5.x.1 Geluidveroorzakende activiteit verrichten Artikel 5.x Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf gaat over het verrichten van activiteiten met gebruiksruimte die geluid veroorzaken. 2. Deze paragraaf gaat niet over: a. wonen; b. activiteiten die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte worden verricht; c. evenementen die niet plaatsvinden op een locatie voor evenementen; d. windturbines en windparken; e. civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen; f. spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen die onderdeel zijn van een hoofdspoorweg of een bij omgevingsverordening aangewezen lokale spoorweg; g. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; h. de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval; i. onversterkt menselijk stemgeluid, tenzij het muziekgeluid is of daarmee vermengd is; en j. festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3 van de Algemene plaatselijke verordening. Artikel 5.x Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. een aanvaardbaar akoestisch klimaat; en b. een gezonde woon- en leefomgeving. Artikel 5.x Waar waarden gelden De waarden in deze paragraaf voor het geluid door een activiteit gelden, tenzij anders bepaald: a.
Op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten, anders dan een woonschip of woonwagen: 1. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; of 2. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen. b. voor zover er binnen 10 meter vanaf de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht geen geluidgevoelig gebouw is gelegen en geen geluidgevoelig gebouw kan worden toegevoegd op basis van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.x of een melding als bedoeld in artikel 5.x: op een afstand van 10 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht, voor zover het de normen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau betreft; en c. op een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen. Artikel 5.x
www.flolegal.nl
Geluid op een geluidgevoelig gebouw
Memo milieu gebiedsgericht • 35 van 68
1. Bij het verrichten van de activiteit is het geluid op geluidgevoelige gebouwen voor zover deze zijn gelegen binnen het bedrijventerrein niet meer dan de waarden bedoeld in tabel 5.xa. Tabel 5.xa 07.00-19.00 19.00-23.00 23.00-07.00 uur uur uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten
50 dB (A)
45 dB (A)
40 dB (A)
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen
-
70 dB (A)
70 dB (A)
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden
-
65 dB (A)
65 dB (A)
Artikel 5.x Geluid binnen een aanpandig gebouw Bij het verrichten van de activiteit is het geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen niet meer dan de waarden, bedoeld in tabel 5.x. Tabel 5.x 07.0019.00 uur
19.0023.00 uur
23.0007.00 uur
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten
35 dB (A)
30 dB (A)
25 dB (A)
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen
-
55 dB (A)
55 dB (A)
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden
-
45 dB (A)
45 dB (A)
Paragraaf 5.x.2 Geluidgevoelig gebouw toevoegen Artikel 5.x Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw. Artikel 5.x Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. een aanvaardbaar akoestisch klimaat; en b. een gezonde woon- en leefomgeving; Artikel 5.x Waar waarden gelden De waarden in deze paragraaf voor het geluid door een activiteit gelden, tenzij anders bepaald: a. Op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten, anders dan een woonschip of woonwagen: 1. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; of 2. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen.
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 36 van 68
b. voor zover er binnen 10 meter vanaf de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht geen geluidgevoelig gebouw is gelegen en geen geluidgevoelig gebouw kan worden toegevoegd op basis van een melding als bedoeld in artikel 5.x: op een afstand van 10 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht, voor zover het de normen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau betreft; en c. op een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen. Artikel 5.x Geluid op een geluidgevoelig gebouw Bij het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw is het geluid niet meer dan de waarden, bedoeld in tabel 5.x. Tabel 5.x 07.0019.00 uur
19.0023.00 uur
23.0007.00 uur
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten
50 dB (A)
45 dB (A)
40 dB (A)
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen
-
70 dB (A)
70 dB (A)
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden
-
65 dB (A)
65 dB (A)
Artikel 5.x Meldingsplicht 1. Het is verboden een geluidgevoelig gebouw toe te voegen binnen [locatie: 50 m vanaf de grens van de locatie voor bedrijfsactiviteiten] zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. 2. Een melding bevat een akoestisch rapport waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de waarden, bedoeld in tabel 5.x. Paragraaf 5.x.3 Geluidgevoelig gebouw toevoegen binnen een geluidaandachtsgebied Artikel 5.x Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw binnen een geluidaandachtsgebied van een weg. Artikel 5.x Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. een aanvaardbaar akoestisch klimaat; en b. een gezonde woon- en leefomgeving. Artikel 5.x Waar waarden gelden De waarden in deze paragraaf voor het geluid door een activiteit gelden, tenzij anders bepaald: a. Op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten, anders dan een woonschip of woonwagen: 1. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; of 2. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen.
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 37 van 68
b. voor zover er binnen 10 meter vanaf de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht geen geluidgevoelig gebouw is gelegen en geen geluidgevoelig gebouw kan worden toegevoegd op basis van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.x of een melding als bedoeld in artikel 5.x: op een afstand van 10 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht, voor zover het de normen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau betreft; en c. op een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen. Artikel 5.x Standaardwaarde geluid op een geluidgevoelig gebouw 1. Bij het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw is het geluid niet meer dan de waarde, bedoeld in tabel 5.x. Tabel 5.x Geluidbronsoort
Waarde
Provinciale wegen Rijkswegen
50 Lden
Gemeentewegen Waterschapswegen
53 Lden
2. Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving waarvan het gebruik in de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in tabel 5.x gelezen voor «Lden»: »Lde». 3. Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving waarvan het gebruik in de avondperiode en de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in tabel 5.x gelezen voor «Lden»: «Lday». Artikel 5.x Eisen aan geluidgevoelige gebouw 1. Het geluidgevoelige gebouw heeft ten minste één geluidluwe zijde met de waarde, bedoeld in tabel 5.x. 2. Ten minste één slaapvertrek grenst aan een geluidluwe zijde als bedoeld in het eerste lid. Artikel 5.x Meldingsplicht 1. Het is verboden een geluidgevoelig gebouw toe te voegen waarbij voldaan wordt aan de waarde, bedoeld in tabel 5.x, zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. 2. Een melding bevat een akoestisch rapport waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de waarden, bedoeld in tabel 5.x.
Artikel 5.x Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een geluidgevoelig gebouw toe te voegen binnen een geluidaandachtsgebied, als daarbij niet wordt voldaan aan de waarde, bedoeld in tabel 5.x.
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 38 van 68
Artikel 5.x Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een akoestisch rapport waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de waarde, bedoeld in tabel 5.46; b. het beoogde gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. bij grondgebonden woningen: het geluid op de gevel van de begane grond; d. bij gestapelde woningen: het geluid op de gevel ter plaatse van te openen delen; en e. het aantal woningen of de bruto vloeroppervlak in m2 van de activiteit Artikel 5.x Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de waarde, bedoeld in tabel 5.x te voldoen; b. de overschrijding van de waarde, bedoeld in tabel 5.x door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; c. het geluid niet meer is dan de grenswaarden, bedoeld in tabel 5.x; en d. het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw aanvaardbaar is. Tabel 5.x Geluidbronsoort
Waarde
Provinciale wegen Rijkswegen
60 Lden
Gemeentewegen Waterschapswegen
70 Lden
2. Bij de toepassing van het eerste lid wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken.
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 39 van 68
Bijlage 2.
Voorbeeld regels milieuzonering
Regels Paragraaf 5.3.x
Milieuzonering – geluid
Artikel 5.1 Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op het verrichten van een geluidveroorzakende activiteit binnen de zone voor geluid, met uitzondering van geluid door: a. windturbines en windparken; en b. civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen; Artikel 5.2 Oogmerken De regels in deze paragraaf worden gesteld met het oog op: a. het bieden van voldoende ruimte voor activiteiten met gebruiksruimte; en b. het beschermen tegen geluidshinder. Artikel 5.4 Geluidruimte 1. Bij het verrichten van een activiteit binnen een zone ‘geluid beperkt’, ‘geluid basis’ of ‘geluid verruimd’ is het geluid niet meer dan de waarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT, in tabel 5.4a. De waarden gelden op de in de tabel aangegeven afstand van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht. Tabel 5.4a Zone ‘geluid beperkt’, ‘geluid basis’ of ‘geluid verruimd’.
Afstand 50 meter
07.00-19.00 uur 50 dB(A)
19.00-23.00 uur 45 dB(A)
23.00-07.00 uur 40 dB(A)
2. In afwijking van het eerste lid gelden, voor activiteiten die geheel of gedeeltelijk binnen de zone ‘geluid beperkt’ zijn gelegen, voor de in tabel 5.4b gegeven situaties de daarvoor in die tabel aangegeven afstanden en waarden. Tabel 5.4b: 1
2
3
Situatie
Afstand
07.00-19.00 uur
19.00-23.00 uur
23.00-07.00 uur
Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone ‘geluid beperkt’ ligt Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone ‘geluid verruimd’ ligt Voor zover in situatie 2 de afstand van 100 meter tot buiten de zone verruimd komt, geldt de afstand tot de grens van de zone verruimd of, als die afstand minder is dan 50 meter, geldt een afstand van 50 meter
50 meter
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
100 meter
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
Tot grens zone verruimd of 50 meter
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 40 van 68
3. In afwijking van het eerste lid gelden, voor activiteiten die geheel buiten de zone ‘geluid beperkt’ zijn gelegen, voor de in tabel 5.4c gegeven situaties de daarvoor de in die tabel aangegeven afstanden en waarden. Tabel 5.4c:
1 2
3 4
Situatie
Afstand
07.00-19.00 uur 50 dB(A)
19.00-23.00 uur 45 dB(A)
23.00-07.00 uur 40 dB(A)
Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone ‘geluid beperkt’ ligt Voor zover in situatie 1 de afstand van 30 meter de zone beperkt niet bereikt, geldt voor situatie 1 de afstand tot de zone beperkt Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone ‘geluid verruimd’ ligt Voor zover in situatie 3 de afstand van 100 meter tot buiten de zone verruimd komt, geldt voor situatie 3 de afstand tot de grens van de zone verruimd of, als die afstand minder is dan 50 meter, geldt een afstand van 50 meter
30 meter Tot grens zone beperkt
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
100 meter
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
Tot grens zone verruimd of 50 meter
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
4. Onverminderd het eerste tot en met derde lid gelden, voor zover de in het eerste lid bedoelde activiteit is gelegen binnen een afstand van 50 meter van de grens van gemengd woongebied of rustig woongebied, de in tabel 5.4d gegeven geluidwaarden op de in die tabel genoemde afstand. Tabel 5.4d Ligging binnen 50 meter van woongebied Binnen 50 meter van rustig woongebied Binnen 50 meter van gemengd woongebied geldt aanvullend
Afstand
07.00-19.00 uur
19.00-23.00 uur
23.00-07.00 uur
Tot grens rustig woongebied Tot grens gemengd woongebied
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
5. Bij de toepassing van dit artikel wordt geen rekening gehouden met het effect van bebouwing die aanwezig is in het gebied buiten de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht. 6. De geluidwaarden in dit artikel gelden op een hoogte van 5, 10 en 30 meter boven het plaatselijk maaiveld. Als voor een activiteit op een andere hoogte een hogere geluidbelasting optreedt, gelden de waarden ook op de voor de activiteit maatgevende rekenhoogte. Artikel 5.5 Vergunningplicht afwijken van waarden met een omgevingsvergunning Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de waarden, bedoeld in artikel 5.4. Artikel 5.6 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.5 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een akoestisch rapport, waaruit blijkt hoe hoog de geluidbelasting op de op grond van artikel 5.4 geldende afstanden en geluidgevoelige gebouwen is; en
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 41 van 68
b. een rapport, waarin inzicht wordt gegeven in de haalbaarheid van bron- en overdrachtsmaatregelen ter beperking van het geluid op de op grond van artikel 5.4 geldende afstanden en de geluidgevoelige gebouwen. Artikel 5.7 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de waarden; b. alle maatregelen die redelijkerwijs mogelijk zijn om de geluidsbelasting zoveel mogelijk te verminderen worden getroffen; en c. de geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. 2. Van een aanvaardbare geluidbelasting als bedoeld in het eerste lid, onder c, is alleen sprake als de geluidbelasting: a. niet meer dan [X] dB hoger is dan de waarden, bedoeld in artikel 5.4; en b. niet leidt tot overschrijding van de waarden voor geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen, bedoeld in tabel 5.7. Tabel 5.7 07.00-19.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden
23.00-07.00 uur
35 dB(A)
19.00-23.00 uur 30 dB(A)
--
55 dB(A)
55 dB(A)
--
45 dB(A)
45 dB(A)
25 dB(A)
3. Het tweede lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op aanwezige geluidgevoelige gebouwen, als: a. maatregelen aan de gevel om voor dat gebouw te voldoen aan de waarden, bedoeld in tabel 5.7, leiden tot zwaarwegende bezwaren van bouwkundige aard; b. de eigenaar weigert mee te werken aan het onderzoek naar het geluid in zijn gebouw door activiteiten en naar de noodzakelijke geluidwerende maatregelen; of c. de eigenaar weigert geluidwerende maatregelen te laten aanbrengen. Paragraaf 5.3.x Milieuzonering - geur Artikel 5.8 Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op het verrichten van activiteiten met gebruiksruimte binnen de zone voor geur, met uitzondering van geur door: a. activiteiten die plaatsvinden op een industrieterrein; b. het exploiteren van zuiveringtechnische werken; c. het houden van landbouwhuisdieren of andere agrarische activiteiten; en d. het houden van paarden en pony’s voor het berijden daarvan. Artikel 5.9 NTA 9065 Op het bepalen van geur door activiteiten is de Nederlandse technische afspraak NTA9065 van juni 2023 van toepassing. Artikel 5.10 Geurruimte
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 42 van 68
1. Bij het verrichten van een activiteit binnen een zone ‘geur basis’ of ‘geur verruimd’ is de geur niet meer dan de waarden in tabel 5.10a. De waarden geleden op de in de tabel aangegeven afstand van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht. Tabel 5.10a Zone
Afstand
‘geur basis’, ‘geur verruimd’
50
Als 98 percentiel 0,5 ouE/m3
Als 99,9 percentiel 2 ouE/m3
2. In afwijking van het eerste lid gelden voor de in tabel 5.10b gegeven situaties de daarvoor in die tabel aangegeven afstanden en waarden. Tabel 5.10b: 1 2
Situatie
Afstand
Als 98 percentiel
Als 99,9 percentiel
Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone ‘geur verruimd’ ligt Voor zover in situatie 1 de afstand van 100 meter tot buiten de zone verruimd komt, geldt de afstand tot de grens van de zone verruimd of, als die afstand minder is dan 50 meter, geldt een afstand van 50 meter
100 meter
0,5 ouE/m3
2 ouE/m3
Tot grens zone verruimd 0f 50 meter
0,5 ouE/m3
2 ouE/m3
3. Onverminderd het eerste en tweede lid gelden, voor zover de in het eerste lid bedoelde activiteit is gelegen binnen een afstand van 50 meter van de grens van rustig of gemengd woongebied, de in tabel 5.10c gegeven geurwaarden op de in tabel 5.10c gegeven afstand. Tabel 5.10c Ligging activiteit
Afstand
Als 98 percentiel
Als 99,9 percentiel
Binnen 50 meter van rustig of gemengd woongebied
Tot grens woongebied
0,5 ouE/m3
2 ouE/m3
4. Bij de toepassing van dit artikel wordt geen rekening gehouden met het effect van bebouwing die aanwezig is in het gebied buiten de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht. 5. De in dit artikel gegeven geurwaarden gelden op een hoogte van 1,5 meter boven het plaatselijk maaiveld. Als voor een activiteit op een andere hoogte een hogere geurbelasting optreedt gelden de waarden ook op de voor de activiteit maatgevende rekenhoogte. Artikel 5.11 Vergunningplicht afwijken van waarden met een omgevingsvergunning Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de waarden, bedoeld in artikel 5.10. Artikel 5.12 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport, waaruit blijkt hoe hoog de geurbelasting op de op grond van artikel 5.10 geldende afstanden en geurgevoelige gebouwen is; en
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 43 van 68
b. een rapport, waarin inzicht wordt gegeven in de haalbaarheid van bron- en overdrachtsmaatregelen ter beperking van de geur op de op grond van artikel 5.10 geldende afstanden en de geurgevoelige gebouwen. Artikel 5.13 Beoordelingsregel omgevingsvergunning 1. De vergunning wordt alleen verleend als: a. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de normen; b. alle maatregelen die redelijkerwijs mogelijk zijn om de geurbelasting zoveel mogelijk te verminderen worden getroffen; en c. de geurbelasting op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Paragraaf 11.2.x Overgangsrecht Artikel 11.1 Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van milieuhinderlijke activiteiten die: a. in strijd zijn met artikel 5.x, 5.4 of 5.11; en b. waarbij de activiteit rechtmatig en feitelijk bestond op het moment waarop de artikelen 5.x, 5.4 en 5.11 op de activiteit van toepassing werden. 2. Deze paragraaf is niet meer van toepassing als een activiteit zodanig wijzigt dat deze activiteit qua aard en omvang niet gelijk te stellen is aan de bestaande activiteit. Artikel 11.2 Overgangsrecht bestaande geluid- en geurbelasting De artikelen 5.x, 5.4 en 5.11 zijn voor een periode van 10 jaar na het van toepassing worden van die artikelen op een activiteit als bedoeld in artikel 11.1 niet van toepassing op die activiteit.
Artikel 11.3 Informatieplicht Bij het verrichten van een activiteit als bedoeld in artikel 11.2 worden binnen de in dat artikel genoemde periode de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een onderzoek waarmee de geluid- of geurbelasting wordt onderbouwd; b. een opgave van de maatregelen die worden getroffen om de strijdigheid zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te verminderen; en c. een onderbouwing dat de maatregelen die nodig zijn om de strijdigheid te beëindigen onevenredig zijn. Artikel 11.4 Maatwerkvoorschriften 1. Met een maatwerkvoorschrift wordt afgeweken van de artikelen 5.x, 5.4 en 5.11 door het vastleggen van de van die artikelen afwijkende geluid- of geurbelasting. 2. Het maatwerkvoorschrift kan ook voorschriften bevatten waarmee het treffen van maatregelen wordt opgelegd, voor zover deze: a. op basis van de beste beschikbare technieken kunnen worden getroffen; en b. redelijkerwijs kunnen worden getroffen. Artikelsgewijze toelichting Paragraaf 5.3.x Milieuzonering – geluid In deze paragraaf zijn de regels opgenomen voor de milieuzonering van bedrijven op een bedrijventerrein. Deze milieuzonering komt in plaats van de oude systematiek (op grond van
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 44 van 68
Commentaar [TT1]: Het artikel met de algemene geluidnormen (los van milieuzonering)
de oude handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’) waarbij bepaalde categorieën bedrijven op een locatie werden toegestaan. Milieuzonering ‘nieuwe stijl’ kenmerkt zich door het stellen van emissienormen aan bedrijven. In het kader van zonering maakt het immers minder uit welke soorten bedrijven er precies gevestigd zijn op een bedrijventerrein, maar is met name van belang hoeveel milieuhinder deze bedrijven veroorzaken. Op grond van de regels in deze paragraaf kan een bedrijventerrein worden opgedeeld in drie zones: een zone beperkt, een zone basis en een zone verruimd. In elke van deze zones gelden verschillende maximale geluidwaarden of verschillende afstanden waarop die geluidwaarden gelden vanaf de grens van de locatie waarop de activiteit wordt verricht. Daarbij worden in de zone beperkt strengere normen gehanteerd, in de zone basis de ‘reguliere’ normen en in de zone verruimd ruimere normen. Artikel 5.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van een geluidveroorzakende activiteit binnen de zone voor geluid, met uitzondering van de in onderdeel a t/m b opgesomde activiteiten. Geluid veroorzaakt door het in werking hebben van windturbines of civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen worden op een andere plek in het omgevingsplan geregeld.
[Verwijzing opnemen naar betreffende paragrafen] Artikel 5.3 Samenhangende activiteiten Dit artikel maakt het mogelijk om geluid van verschillende activiteiten binnen hetzelfde bedrijf in samenhang met elkaar te beoordelen. Voor geluid is dit opgenomen op basis van de instructieregels in het Bkl. Het bevoegd gezag kan verschillende geluidsbronnen op grond van dit artikel in cumulatie beschouwen. Artikel 5.4 Geluidruimte Eerste lid In dit lid is de basisnorm opgenomen die geldt voor activiteiten waarop deze paragraaf van toepassing is. Op grond van deze basisnorm kan een (denkbeeldige) contour getrokken worden rondom iedere geluidveroorzakende activiteit. De grens van die contour wordt bepaald door de in tabel 5.4a aangegeven afstand. Op de grens van die contour gelden de in de tabel opgenomen waarden. Deze contour kan ook tot buiten de grenzen van het bedrijventerrein reiken en ook dan blijft de afstand van 50 meter gelden, tenzij in het tweede tot en met vierde lid iets anders is bepaald. In het tweede en derde lid wordt in de daar genoemde situaties afgeweken van de afstanden en waarden in dit lid. Voor zover die situaties niet van toepassing zijn, blijft dit lid gewoon van toepassing.
Tweede lid In dit lid wordt voor activiteiten die geheel of gedeeltelijk in de zone ‘geluid beperkt’ zijn gelegen afgeweken van het eerste lid, maar alleen voor zover sprake is van de specifieke (grens)situaties die in tabel 5.4b worden genoemd. Het aanknopingspunt van de drie beschreven situaties ligt in de reikwijdte van de contour die op grond van het eerste lid ontstaat. De volgende afbeelding laat zien wat dit betekent:
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 45 van 68
In deze afbeelding is een activiteit afgebeeld die binnen de zone beperkt wordt verricht, waardoor het tweede lid van toepassing is. De afstand waarop op grond van het eerste lid de geluidwaarden gelden, ligt ook grotendeels binnen de zone beperkt, waardoor situatie 1 van toepassing is. Op grond van situatie 1 blijft de afstand hetzelfde (50 m), maar de maximale waarden voor het geluid zijn 50 dB(a) lager dan in de ‘basissituatie’ van het eerste lid. De tweede situatie werkt volgens hetzelfde principe, met als verschil dat binnen de zone verruimd niet de maximale geluidwaarden veranderen, maar de afstand (die wordt 100 m). Zie de afbeelding hieronder voor een voorbeeld.
Situatie 3 is van toepassing wanneer de contour rondom de activiteit reikt tot over de grens van de zone verruimd (en daarmee tot buiten de grens van het bedrijventerrein). In deze situatie blijft de afstand rondom de activiteit altijd minimaal 50 meter, ook als die 50 meter buiten het bedrijventerrein ligt. Derde lid In dit lid wordt voor activiteiten die geheel buiten de zone ‘geluid beperkt’ zijn gelegen afgeweken van het eerste lid, maar alleen voor zover sprake is van de specifieke (grens)situaties die in tabel 5.4c worden genoemd. Het aanknopingspunt van de drie beschreven situaties ligt in de locatie tot waar de afstand die op grond van het eerste lid ontstaat, reikt.
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 46 van 68
Een belangrijk verschil met het tweede lid wordt weergegeven in situaties 1 en 2. In dat wanneer de afstand binnen de zone beperkt komt, deze wijzigt naar 30 meter. De waarden blijven echter wel hetzelfde. Zie ter illustratie de afbeelding.
De reden dat hier gekozen is voor het wijzigen van de afstand in plaats van de waarden, is dat deze manier van regelen zorgt voor een gelijdelijke overgang van de geluidnormen in grensgevallen. Zo zorgt deze regeling ervoor dat voor een activiteit die op 49 meter van de zone beperkt is gelegen een waarde geldt van 50 Lden (overdag) op de grens met de zone beperkt. Pas wanneer een activiteit op minder dan 30 meter van de zone beperkt gelegen is, komt de afstand die zone binnen, maar ook dan blijft de maximale waarde 50 Lden. Op deze manier wordt de afstand waarop de maximale geluidwaarden gelden langzaam kleiner alnaargelang de activiteit dichter bij de zone beperkt gelegen is. Als voor deze gevallen in de zone beperkt een afstand van 50 meter zou blijven gelden in combinatie met lagere waarden, zou dat lijden tot onwenselijke situaties. Dat zou voor de genoemde activiteit die is gelegen op 49 meter afstand van de zone beperkt betekenen dat de afstand van 50 meter net binnen de zone beperkt zou liggen met een waarde van 45 Lden overdag. Als een naastgelegen activiteit echter op 50 meter afstand van de zone beperkt zou zijn gelegen, zou hiervoor overdag een waarde van 50 Lden gelden. Een verschil van 1 meter zou dan leiden tot 5 dB verschil in de maximale geluidemissie richting de zone beperkt.
Vierde lid Dit lid geldt naast de leden 1 tot en met 3 en zorgt ervoor dat de afstand waarop de maximale geluidwaarden gelden nooit buiten de grenzen van het bedrijventerrein komen op de plaatsen waar het bedrijventerrein grenst aan een gemengd woongebied of rustig woongebied. Artikel 5.5 Vergunningplicht afwijken van waarden met een omgevingsvergunning Omdat niet in alle gevallen voldaan zal kunnen worden aan de waarden opgenomen in artikel 5.4, is een voor het afwijken van deze waarden een vergunningplicht opgenomen. Artikel 5.6 Bijzondere aanvraagvereisten In dit artikel zijn enkele bijzondere aanvraagvereisten opgenomen, zodat nagegaan kan worden of voldaan wordt aan de beoordelingsregels van artikel 5.7. Artikel 5.7
www.flolegal.nl
Beoordelingsregels omgevingsvergunning
Memo milieu gebiedsgericht • 47 van 68
In dit artikel zijn de beoordelingsregels opgenomen waaraan een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.5, wordt getoetst. Het eerste lid, aanhef en onder a en b, toetst in hoeverre alle mogelijke en redelijke maatregelen voor het verminderen van geluidsbelasting zijn getroffen. Daarnaast wordt op grond van het eerste lid, aanhef en onder c, beoordeeld of de geluidsbelasting op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Het zal bijvoorbeeld gaan om geluidgevoelige gebouwen op het bedrijventerrein. Er is alleen sprake van een aanvaardbare geluidsbelasting als de waarden uit artikel 5.4 niet meer dan [x] Db worden overschreden en dit niet leidt tot een overschrijding van de waarden voor geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen. De waarden voor geluidgevoelige ruimten zijn uitgewerkt in tabel 5.7. In sommige gevallen is het onmogelijk de waarden voor geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen vast te stellen. Dit is het geval wanneer de eigenaar van het geluidgevoelig gebouw medewerking weigert voor het uitvoeren van het onderzoek naar het geluid en de mogelijk geluidwerende maatregelen of weigert de geluidwerende maatregelen te laten aanbrengen. Daarbij is het mogelijk dat om zwaarwegende bouwkundige redenen geen maatregelen aan de gevel van het geluidgevoelig gebouw kunnen worden aangebracht.
In alle drie de gevallen regelt het derde lid dat het tweede lid, aanhef en onder b, niet van toepassing is. Paragraaf 5.3.x Milieuzonering – geur In deze paragraaf zijn de regels opgenomen voor de milieuzonering van bedrijven op een bedrijventerrein. Deze milieuzonering komt in plaats van de oude systematiek (op grond van de oude handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’) waarbij bepaalde categorieën bedrijven op een locatie werden toegestaan. Milieuzonering ‘nieuwe stijl’ kenmerkt zich door het stellen van emissienormen aan bedrijven. In het kader van zonering maakt het immers minder uit welke soorten bedrijven er precies gevestigd zijn op een bedrijventerrein, maar is met name van belang hoeveel milieuhinder deze bedrijven veroorzaken. Op grond van de regels in deze paragraaf kan een bedrijventerrein worden opgedeeld in drie zones: een zone beperkt, een zone basis en een zone verruimd. In elke van deze zones gelden verschillende maximale geurwaarden of verschillende afstanden waarop die geurwaarden gelden vanaf de grens van de locatie waarop de activiteit wordt verricht. Daarbij worden in de zone beperkt strengere normen gehanteerd, in de zone basis de ‘reguliere’ normen en in de zone verruimd ruimere normen.
Artikel 5.8 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van een geurveroorzakende activiteit binnen de zone voor geur, met uitzondering van de activiteiten opgesomd in onderdeel a t/m d. Deze activiteiten worden op een andere plek in het omgevingsplan geregeld. [Verwijzing opnemen] Artikel 5.9 NTA 9065 De NTA 9065 bevat de eisen en aanwijzingen voor de standaardwerkwijze voor het doen van geuronderzoek. Artikel 5.10
www.flolegal.nl
Geurruimte
Memo milieu gebiedsgericht • 48 van 68
Eerste lid In dit lid is de basisnorm opgenomen die geldt voor activiteiten waarop deze paragraaf van toepassing is. Op grond van deze basisnorm kan een (denkbeeldige) contour getrokken worden rondom iedere geurveroorzakende activiteit. De grens van die contour wordt bepaald door de in tabel 5.10a aangegeven afstand. Op de grens van die contour gelden de in de tabel opgenomen waarden. Deze contour kan ook tot buiten de grenzen van het bedrijventerrein reiken en ook dan blijft de afstand van 50 meter gelden, tenzij in het tweede of derde lid iets anders is bepaald. In het tweede lid wordt in de daar genoemde situaties afgeweken van de afstanden en waarden in dit lid. Voor zover die situaties niet van toepassing zijn, blijft dit lid gewoon van toepassing. Tweede lid In dit lid wordt afgeweken van het eerste lid, maar alleen voor zover sprake is van de specifieke (grens)situaties die in tabel 5.10b worden genoemd. Het eerste lid blijft dus wel gewoon gelden voor zover de situaties in dit lid niet van toepassing zijn. Het aanknopingspunt van de drie beschreven situaties ligt in de reikwijdte van de contour die op grond van het eerste lid ontstaat. De volgende afbeelding laat zien wat dit betekent:
In deze afbeelding is een activiteit afgebeeld waarbij de contour die op grond van het eerste lid ontstaat tot in de zone verruimd komt, waardoor situatie 1 van tabel 5.10b van toepassing is. Op grond van situatie 1 wordt de afstand waarop de maximale geurwaarden gelden binnen de zone verruimd groter (100 m), maar de maximale geurwaarden zelf blijven hetzelfde. De tweede situatie in tabel 5.10b is van toepassing wanneer de afstand rondom de activiteit reikt tot over de grens van de zone verruimd (en daarmee tot buiten de grens van het bedrijventerrein). De regeling voor deze situatie voorzien erin de contour rondom de activiteit altijd 50 meter blijft, ook als die 50 meter buiten het bedrijventerrein ligt. Derde lid
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 49 van 68
Dit lid geldt naast de leden 1 en 2 en zorgt ervoor dat de afstand waarop de maximale geurwaarden gelden nooit buiten de grenzen van het bedrijventerrein komt op de plaatsen waar het bedrijventerrein grenst aan een woongebied. Artikel 5.11 Vergunningplicht afwijken van waarden met een omgevingsvergunning Omdat niet in alle gevallen voldaan zal kunnen worden aan de waarden opgenomen in artikel 5.10, is een voor het afwijken van deze waarden een vergunningplicht opgenomen. Artikel 5.12 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning In dit artikel zijn de aanvraagvereisten opgenomen. De gevraagde gegevens en bescheiden heeft het bevoegd gezag nodig om te kunnen beoordelen of een vergunning voor het afwijken van de waarden opgenomen in artikel 5.10 kan worden verleend. Artikel 5.13 Beoordelingsregel omgevingsvergunning In dit artikel zijn de beoordelingsregels opgenomen waaraan een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.11, wordt getoetst. Het eerste lid, aanhef en onder a en b, toetst in hoeverre alle mogelijke en redelijke maatregelen voor het verminderen van geurbelasting zijn getroffen. Daarnaast wordt op grond van het eerste lid, aanhef en onder c, beoordeeld of de geurbelasting op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Het zal bijvoorbeeld gaan om geurgevoelige gebouwen op het bedrijventerrein.
Er is alleen sprake van een aanvaardbare geurbelasting als tot het geurgevoelig gebouw ten minste [X] meter afstand in acht wordt genomen. Paragraaf 11.2.x Overgangsrecht Artikel 11.1 Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op bestaande activiteiten die op het moment waarop de artikelen 5.x, 5.4 en 5.11 erop van toepassing werden niet voldeden aan de in die artikelen opgenomen waarden voor geluid en geur. Daarvoor is wel vereist dat die activiteiten in overeenstemming waren met de regels die golden voorafgaand aan het moment waarop de genoemde artikelen erop van toepassing werden. Als een activiteit zodanig wordt gewijzigd dat deze, voor wat betreft de geur- of geluidemissie, niet meer te vergelijken is met de activiteit die werd verricht op het moment waarop de artikelen 5.x, 5.4 en 5.11 erop van toepassing werden, dan is het overgangsrecht van deze paragraaf daarop niet meer van toepassing. Artikel 11.2 Overgangsrecht bestaande geluid- en geurbelasting In dit artikel wordt bepaald dat de artikelen 5.x, 5.4 en 5.11 gedurende 10 jaar niet gelden voor de activiteiten die in artikel 11.1 genoemd zijn. Die activiteiten kunnen dus in hun huidige vorm blijven worden verricht.
Artikel 11.3 Informatieplicht Dit artikel bevat een plicht om binnen de periode, bedoeld in artikel 11.2, informatie te verstrekken waaruit blijkt wat de bestaande geluid- en geurbelasting is. Ook moet worden aangegeven welke maatregelen worden getroffen om de strijdigheid zo veel mogelijk te beperken en moet worden onderbouwd dat het onevenredig is om maatregelen te treffen die de strijdigheid zouden beëindigen.
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 50 van 68
Artikel 11.4 Maatwerkvoorschriften Dit artikel bevat een verplichting voor het bevoegd gezag om op basis van de gegevens en bescheiden die op grond van artikel 11.3 zijn verstrekt de afwijkende geluid of geurbelasting vast te leggen en daarmee definitief te legaliseren. Daarnaast is een bevoegdheid opgenomen om maatregelen op te leggen om de geluid- of geurbelasting verder te beperken. Deze maatregelen kunnen alleen worden opgelegd voor zover ze op basis van de beste beschikbare technieken kunnen worden getroffen en voor zover ze redelijkerwijs kunnen worden getroffen.
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 51 van 68
Bijlage 3. Voorbeeld regels Externe veiligheid Afdeling 4.1 Thema’s Paragraaf 4.x.x Bouwwerken Artikel 4.1 (aanwijzing brandvoorschriftengebied) Er is een [Brandvoorschriftengebied] als bedoeld in artikel 5.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, in dit gebied geldt voor een bouwwerk de eis van artikel 4.90, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Toelichting Op grond van artikel 5.14 van Besluit kwaliteit leefomgeving moet in het omgevingsplan een brandvoorschriftengebied worden aangewezen. Met het oog op het beschermen van personen in beperkt kwetsbare, kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen is het explosieaandachtsgebied aangewezen als explosievoorschriftengebied. Met de aanwijzing als explosievoorschriftengebied zijn van rechtswege de aanvullende bouweisen als bedoeld in de artikelen 4.90 tot en met 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing op nieuwe bouwwerken. Artikel 4.2 (aanwijzing explosievoorschriftengebied) Er is een [Explosievoorschriftengebied] als bedoeld in artikel 5.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, in dit gebied geldt voor een bouwwerk de eis van artikel 4.90, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Commentaar [JB2]: We hebben nu gekozen om het voorschriften gebied gelijk te stellen aan het aandachtsgebied. Dit is niet verplicht, alleen zeer kwetsbare gebouwen binnen een aandachtsgebied moeten aangewezen worden als voorschriftengebied. De gemeente moet dan wel motiveren waarom andere delen binnen het aandachtsgebied niet een voorschriftengebied zijn. Dit kan bijvoorbeeld omdat andere maatregelen zijn genomen die volgens de gemeente de veiligheid genoeg waarborgen. In dat specifieke geval kan de gemeente het gebied verkleinen. Commentaar [JB3]: [werkingsgebied van deze regel nog te bepalen; overeenkomstig uit Bkl voortvloeiend aandachtsgebied]
Commentaar [JB4]: [werkingsgebied van deze regel nog te bepalen; overeenkomstig uit Bkl voortvloeiend aandachtsgebied]
Toelichting Op grond van artikel 5.14 van Besluit kwaliteit leefomgeving moet in het omgevingsplan een explosievoorschriftengebied worden aangewezen. Met het oog op het beschermen van personen in beperkt kwetsbare, kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen is het explosieaandachtsgebied aangewezen als explosievoorschriftengebied. Met de aanwijzing als explosievoorschriftengebied zijn van rechtswege de aanvullende bouweisen als bedoeld in de artikelen 4.90 tot en met 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing op nieuwe bouwwerken. Paragraaf 5.3.1 Algemene bepalingen Artikel 5.x Aanwijzing gebieden omgevingsveiligheid 1. Er is een [Aandachtsgebied plaatsgebonden risico]. 2. Er is een [Risicogebied externe veiligheid] als bedoeld in artikel 5.16 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 3. Er is een [Belemmeringengebied buisleidingen] als bedoeld in artikel 5.18 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Toelichting Eerste lid Het plaatsgebonden risico is het risico (uitgedrukt in kans per jaar) dat 1 persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. In het omgevingsplan wordt een plaatsgebonden risico van 1 op de 1.000.000 in acht genomen.
De contouren voor het plaatsgebonden risico voor risicovolle activiteiten en rondom vervoerswegen wordt vastgelegd door de gemeente in het werkingsgebied ‘Aandachtsgebied plaatsgebonden risico’. Zo worden de contouren ook
www.flolegal.nl
Memo milieu gebiedsgericht • 52 van 68
Commentaar [JB5]: @gemeente: deze zijn optioneel. Met het risicogebied kan de gemeente ruimte bieden en behouden voor risicovolle activiteiten. Het belemmeringengebied buisleidingen is alleen van toepassing als een zodanige buisleiding ook in het ambtsgebied van de gemeente is.
vastgelegd in het omgevingsplan naast dat deze worden getoond in het Register externe veiligheidsrisico’s. Tweede lid De gemeente wilt ook ruimte bieden aan risicovolle activiteiten als bedoeld in Bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving binnen de gemeente. Daarvoor biedt de gemeente ruimte binnen het Risicogebied externe veiligheid. Binnen dit risicogebied heeft de gemeente ook ruimte gereserveerd voor nieuwe risicovolle activiteiten. Zo kunnen meerdere bedrijven met externe veiligheidsrisico’s worden geclusterd. Binnen dit gebied worden daarom geen zeer kwetsbare, kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen en locaties toegevoegd. Derde lid Het Belemmeringengebied buisleiding is bedoeld voor de veiligheid en het onderhoud van buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op grond van artikel 5.19 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is het niet toegestaan om kwetsbare gebouwen, tenzij die een functionele binding hebben met de buisleiding, of zeer kwetsbare gebouwen toe te voegen binnen het belemmeringengebied. Paragraaf 5.3.x Zeer kwetsbare gebouwen toevoegen Artikel 5.x Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het toevoegen van een zeer kwetsbare gebouw. Toelichting De categorie zeer kwetsbare gebouwen is nieuw ten opzichte van de voorheen geldende regelgeving en is gedefinieerd in Bijlage VI, onderdeel E, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.