Bijlage 8 - Memo bouwactiviteiten
Tekst van het document
Welstandsnota In de welstandsnota is het volgende opgenomen: Aan- en uitbouwen en vrijstaande bijgebouwen • Vormgegeven in één bouwlaag met een overwegend rechthoekige plattegrond • Plat afgedekt of een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm (dakhelling gelijk) • Het bouwwerk vormt een eenheid met mogelijk bestaande bijbehorende bijgebouwen • De goothoogte of hoogte van het platte dak is maximaal 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw (oftewel maximaal 0,3 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning), • en maximaal gelijk aan goot/dakrand hoofdgebouw als het bouwwerk daaraan grenst.
Overkappingen • Vormgegeven in één bouwlaag met een overwegend rechthoekige plattegrond • Plat afgedekt in één vlak of een enkelvoudige kap met een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm, dakhelling en hoofdvorm • De hoogte van een carport of overkapping met plat dak is maximaal 3 meter • Bij een kap is de goothoogte maximaal 3 meter en de bouwhoogte maximaal 5 meter In de bruidsschat is voor het vergunningvrij realiseren van bijbehorende bouwwerken het volgende vastgelegd over de bouwhoogte: • voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger dan: o 5 m; o 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en o het hoofdgebouw; • voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw: als het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding daarvan hoger is dan 3 m: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 m, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3.
In artikel 2.29 van het Bbl is opgenomen dat een bouwwerk in achtererfgebied in alle gevallen in overeenstemming is met het omgevingsplan als de hoogte niet meer is dan 1 m. Voorgestelde keuze – bouwhoogte Ons voorstel is om: 13. De regels uit de bruidsschat over de bouwhoogte bij het vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken over te nemen in het omgevingsplan. Hierbij sluiten we deels aan bij de formulering van de welstandsnota. 14. De regeling voor dakhelling uit het bestemmingsplan voor bijgebouwen overnemen.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 27 van 59
Toelichting voorgestelde keuze Tot dit voorstel komen we van uit het uitgangspunt om (1) regelgeving waaraan geen betekenis meer toekomt te schrappen en (2) in beginsel geen nieuwe beperkingen op te leggen. Gevolgen voorgestelde keuze De regels uit de welstandsnota over de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken komen te vervallen. Ten opzichte van de bouwregels uit de bestemmingsplannen worden voorrangsregels opgenomen. 3.2.2.2 Voorerfgebied In de welstandsnota wordt bij de criteria voor kleine bouwplannen onderscheid gemaakt tussen het voorerf- (voorkant) en het achtererfgebied (achterkant). Het voorerfgebied is het erfdeel dat geen onderdeel uitmaakt van het achtererfgebied, dus het voorerf en de delen van het zijerf die naar openbaar toegankelijk gebied zijn gekeerd of op minder dan 1 m van de voorkant van het hoofdgebouw zijn gelegen. Zoals in de vorige paragraaf (4.4.) al is aangegeven, zijn aan- en uitbouwen, vrijstaande bijgebouwen en overkappingen volgens het bestemmingsplan toegestaan op het achtererf, mits binnen het bouwvlak en op minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw.
Uitzonderingen op deze hoofdregel om te bouwen in het achtererfgebied zijn er (vergunningvrij) voor bouwen in het voorerfgebied: • 1 erker tot 1,5 meter (Wonen – 1), 1,2 meter (Wonen – 2) of 1 meter (Wonen – 3) vóór de voorgevel met een maximumbreedte van 90% van de voorgevel. Bij de bestemmingen Wonen – 2 en Wonen – 3 volgt een extra voorwaarde over de diepte van de erker (zie kopje ‘diepte’); • 1 overkapping (carport) per hoofdgebouw op minimaal 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw; en • bij de bestemmingen Wonen-2 en Wonen-3 met een aanduiding 'bijgebouwen' mogen aanen uitbouwen en bijgebouwen vóór de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd, met een breedte van maximaal de halve voorgevel. Bouwhoogte: Goothoogte maximaal 3 m. Diepte aan- en uitbouwen Als er gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om een erker tot 1,2 meter (Wonen – 2) of 1 meter (Wonen – 3) voor de voorgevel te bouwen, mag de diepte van de erker volgens de bouwregels van het bestemmingsplan niet meer bedragen dan de afstand (op de gevel gemeten) tussen de erker en de hartlijn van de woningscheidende muur, tenzij het gaat om een gezamenlijke erker met het naastgelegen aangebouwde hoofdgebouw. In dat geval mag een erker tot op de hartlijn van de woningscheidende muur worden gebouwd.
Er is een binnenplanse vergunningplicht voor het verkleinen van de afstand van een erker tot de hartlijn van de woningscheidende muur (artikel 20.3.1 en 21.3.1 onder c bestemmingsplan Kleine Kernen Oost). In artikel 2.29 van het Bbl is opgenomen dat een bouwwerk in voorerfgebied in alle gevallen in overeenstemming is met het omgevingsplan als: - de oppervlakte niet meer is dan 2 m2. - de hoogte niet meer is dan 1 m.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 28 van 59
Voorgestelde keuze – voorerfgebied Ons voorstel is om: 15. De regels voor erkers uit te werken in de vorm van algemene regels. 16. Andere bouwwerken in voorerfgebied vergunningplichtig, mits boven de maximale oppervlakte en hoogte van het Bbl.
Toelichting voorgestelde keuze Deze bestemmingsplanregels lenen zich – gelet op de gesloten normen die daarin zijn opgenomen goed voor integratie in algemene regels in het omgevingsplan. 3.2.3 Erf – en perceelafscheiding In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen voor erf- en perceelafscheidingen. Op de bestemming ‘Agrarisch – cultuurgrond’ zijn erf- of perceelafscheidingen tot 1 m hoog vergunningvrij toegestaan. Voor de overige bestemmingen geldt: • De bouwhoogte van een erf- en terreinafscheiding vóór een naar de weg gekeerde gevel mag niet meer zijn dan 1 m. • Een erf- of terreinafscheiding achter (het verlengde van) de gevel die aan de kant van de weg ligt mag vergunningvrij tot 2 m hoog zijn. Bij de woonbestemmingen is het mogelijk met (binnenplanse) omgevingsvergunning hiervan af te wijken en een afscheiding van maximaal 2 m vóór de voorgevel te bouwen. Daarnaast moeten erf- of perceelafscheidingen binnen het bouwvlak worden gebouwd. Met een (binnenplanse) omgevingsvergunning is het mogelijk hier van af te wijken en buiten het bouwvlak te bouwen. Op grond met de bestemming ‘Groen’ mogen erfafscheidingen alleen dichter dan 5 m bij water worden gebouwd, met een omgevingsvergunning. Welstandsnota De criteria in de welstandsnota over hoogte komen overeen met de regels in bestemmingsplan Kleine Kernen Oost: 1.
Op voorerf tussen voorerfgrens tot aan de voorgevellijn maximaal 1 meter hoog 2. Op achtererf of zijerf gekeerd naar de weg of openbaar groen maximaal 2 meter hoog Ook over de plaatsing van een afscheiding bevat de welstandsnota criteria. Met plaatjes wordt in de welstandsnota verduidelijkt waar wél en waar geen erfafscheidingen geplaatst mogen worden. De plaatjes zijn een vertaling van onderstaande criteria: 3. Tenminste 3 meter achter de voorgevellijn; 4. Als de zij- of achtergrens grenst aan alleen openbaar groen: de erfafscheiding mag geplaatst langs de zij- of achtergrens tot op de grens met het openbaar groen; 5. Als de afstand tussen de zij- of achtergrens van twee percelen die door een weg worden gescheiden kleiner dan of gelijk aan 4,50 m is: de erfafscheiding mag geplaatst langs de zij- of
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 29 van 59
achtergrens van het perceel op tenminste 1 m van uit de weg, het trottoir, het parkeerterrein of de (smalle) groenstrook. NB. Bij het berekenen van die afstand tellen trottoirs, parkeerterreinen en/of groenstroken mee als ‘weg’; 6. Als de afstand tussen de zij- of achtergrens van twee percelen die door een weg worden gescheiden groter dan 4,50 m is: de erfafscheiding mag geplaatst langs de zij- of achtergrens van het perceel op tenminste 1 m van uit de weg, het trottoir, het parkeerterrein of de (smalle) groenstrook. Overige criteria uit de welstandsnota over erf- en perceelafscheidingen: 7. Erfscheidingen worden geplaatst in één lijn met naastgelegen erfscheidingen 8. Bij voorkeur mee ontworpen met de gevels van het hoofdgebouw (of eventuele bijgebouwde bouwwerken) 9. Een erf of perceelafscheiding is minimaal 90% open. Varianten waarbij de onder- of de bovenzijde (meer) gesloten is worden niet toegestaan. 10. Erfafscheiding bestaat uit palen 10x10 cm, maximale diameter 10 cm, met daartussen een gaasconstructie (metaal) of rasterwerk (hout) als drager, met een minimale maaswijdte van 10 cm voor winterhard groen. De palen steken niet boven het gaaswerk uit 11. Geen gemetselde steunberen 12. Geen beton, metselwerk, kunststof, golfplaten, damwandprofielplaten, rietmatten, vlechtschermen of puntdraad. 13.
Stijlen, palen en houten delen in gedekte donkere kleuren (groen, bruin, etc.) of gegalvaniseerd. Geen felle en/of contrasterende kleuren 14. Het plan komt in plaatsing, vormgeving, indeling, materiaal en kleur overeen met een eerder vergund plan in een zelfde soort situatie en bij een zelfde woningtype. Het positieve welstandsadvies is daarnaast maximaal 5 jaar geleden afgegeven In de NOS zijn de volgende regels opgenomen voor erfafscheidingen die grenzen aan openbaar toegankelijk gebied: Maatvoering en plaatsing • De erfafscheiding ligt tenminste 1,0 meter achter de voorgevellijn. • Grenst een zij- of achtergrens aan openbaar groen? De erfafscheiding mag dan tegen de grens van het openbaar toegankelijk gebied liggen. • Grenst een zij- of achtergrens aan openbaar toegankelijk gebied? Bestaat dit gebied (deels) uit een weg of een pad? Is de breedte van dit gebied kleiner dan 4,5 meter? Of is deze gelijk aan 4,50 meter? De erfafscheiding ligt dan op minimaal 1,0 meter afstand van erfgrens. • Grenst een zij- of achtergrens aan openbaar toegankelijk gebied? Bestaat dit gebied (deels) uit een weg of een pad? Is de breedte van de openbare ruime groter dan 4,50 meter? De erfafscheiding mag dan tegen de erfgrens liggen. • Erfscheidingen staan in één lijn met de naastgelegen erfscheidingen. • De erfafscheiding is maximaal 2,0 meter hoog.
Vormgeving • De erfafscheiding heeft een open en groen karakter. Minimaal 60 % bestaat uit een haag of uit een • open, begroeide constructie. • Duurzame materialen toepassen (golfplaten, rietmatten, e.d. zijn niet toegestaan). • Gedekte kleuren toepassen (houtkleur, donkergrijs, groen, bruin, etc.)
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 30 van 59
Op grond van art. 22.36 onder b in samenhang met art. 22.27 onder f Bs is een erf- of perceelafscheiding ook vergunningvrij als de hoogte hoger is dan 1 m, maar niet hoger is dan 2 m achter de lijn die langs de voorkant van dat gebouw evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied. In het Bbl staan ook regels voor erf- en perceelafscheidingen. Op grond van art. 2.29 onder j Bbl is een erf- of perceelafscheiding die niet hoger is dan 1 m in alle gevallen vergunningvrij. Toelichting voorgestelde keuze Tot dit voorstel komen we van uit het uitgangspunt om (1) in beginsel geen nieuwe beperkingen op te leggen en (2) regelgeving zoveel mogelijk te synchroniseren en harmoniseren. Voorgestelde keuze – erf- of perceelafscheiding Ons voorstel is om: 17. De regels uit de bruidsschat over erf- en perceelafscheidingen in de vorm van algemene regels om te zetten naar het omgevingsplan. 18. De regels uit de NOS daar niet aan toe te voegen aangezien deze grotendeels over al vergunningvrije erf- en perceelafscheidingen gaat (beperken administratieve lasten).
Gevolgen voorgestelde keuze De regel uit de welstandsnota komt te vervallen en kan worden geïntegreerd in het omgevingsplan. Ten opzichte van de bouwregels uit de bestemmingsplannen worden voorrangsregels opgenomen. 3.3 Overige bouwwerken In deze paragraaf zijn de voorstellen voor de overige bouwwerken opgenomen. Eerst komen de bouwwerken die onderdeel zijn van het hoofdgebouw aan de orde en vervolgens de overige bouwwerken.
3.3.1 Kozijn- en gevelwijzigingen De welstandsnota bevat criteria voor kozijn- of gevelwijzigingen. Deze criteria hebben betrekking op aanzichten en materiaal- en kleurgebruik. Een kozijn- of gevelwijziging voldoet in ieder geval aan de redelijke eisen van welstand wanneer wordt voldaan aan de volgende criteria: Aanzichten: • De bestaande vorm van de gevelopening wijzigt niet • Oorspronkelijke maatvoering kozijn en ramen behouden • De bestaande (horizontale of verticale) gevelgeleding blijft gehandhaafd • Nieuwe gevelopeningen in de zijgevel mogelijk voor een kozijn van maximaal 3 m2 • Bij vervanging van een (garage)deur door een pui: geen gemetselde borstwering • Bij wijziging van de indeling van raamkozijnen: gelijke kozijnen gelijktijdig wijzigen • Het kozijn mag niet worden dichtgezet met panelen en/of ondoorzichtig worden gemaakt door schilderwerk Opmaak
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 31 van 59
• • • •
Materiaal- en kleurgebruik overeenkomstig het hoofdgebouw Bij vervanging van houtenkozijnen door kunststof kozijnen met het oorspronkelijke profiel toepassen Profielmaten gelijk aan bestaande kozijnonderdelen (afwijkingen tot 10% toegestaan) Diepte van negge gelijk aan bestaande situatie
Diversen • De plaatsing, vormgeving, indeling, detaillering en het materiaal- en kleurgebruik komen overeen met een eerder vergunde gevelwijziging bij een vergelijkbare woning, mits het welstandsadvies niet ouder is dan 5 jaar In artikel 2.29 van het Bbl is opgenomen dat een kozijn, kozijninvulling, gevelpaneel, isolatieplaat of boeideel, of stucwerk, bij plaatsing in of aan de achtergevel of een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel van een hoofdgebouw, of in of aan een gevel van een bijbehorend bouwwerk, voor zover die gevel is gelegen in achtererfgebied in alle gevallen van rechtswege in overeenstemming is met het omgevingsplan. Voorgestelde keuze – kozijn- en gevelwijzigingen Ons voorstel is om: 19. In aanvulling op art. 2.29 van het Bbl de criteria uit de NOS in de vorm van algemene regels op te nemen in het omgevingsplan.
3.3.2 Rolluiken, zonwering en luifels De welstandsnota bevat gebiedsgerichte criteria voor rolluiken, zonwering en luifels in het centrum. Een rolluik, zonwering of luifel voldoet aan redelijke eisen van welstand wanneer deze gelijk is aan onderstaande criteria:
Opmaak rolluiken • Bij complexmatige bebouwing dient gekozen te worden voor een uniforme uitvoering van de rolluiken • Rolluiken als integraal onderdeel mee-ontwerpen in de architectuur van de gevel • Rolluiken niet als losse element op of voor de gevel plaatsen • Rolluiken bij voorkeur achter de voorgevel/winkelpui toepassen • Transparante rolluiken toepassen; indien dit niet mogelijk is, dienen de rolluiken uitgevoerd te worden in terughoudende kleuren met een mat, niet glanzend oppervlak Opmaak zonwering • Bij complexmatige bebouwing dient gekozen te worden voor één uniforme uitvoering van de zonwering • Bij verbouw en nieuwbouw zonwering mee-ontwerpen in de architectuur van de gevel • Opbouw-zonwering afstemmen op de architectuur van de gevel Opmaak luifels • Nieuw aan te brengen luifels dienen ondergeschikt te zijn in het aanzicht van de bebouwing • Het formaat van de luifel mag niet dusdanig groot zijn dat de verdiepingen van een gebouw niet meer zichtbaar zijn vanaf de openbare weg • Nieuw aan te brengen luifels mogen geen scheiding veroorzaken tussen de begane grond en de verdieping(en)
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 32 van 59
• •
Nieuw aan te brengen luifels dienen ontworpen te zijn als integraal onderdeel van de architectuur van de bebouwing Bij verbouw van een bestaand pand dient een bestaande luifel, die niet als integraal onderdeel is van de architectuur van het pand is vormgegeven, verwijderd te worden
Diversen • Reclame-uitingen en naamsduidingen op rolluiken, zonwering of luifels dienen te voldoen aan de Reclamecriteria Het welstandsbeleid is gericht op het verbeteren van de bestaande situatie. Daarnaast staat in de welstandsnota dat het slopen van bestaande luifels, die niet als integraal onderdeel van de architectuur zijn vormgegeven, wordt gestimuleerd. In artikel 2.29 van het Bbl is opgenomen dat een zonwering, rolhek, luik of rolluik aan of in een gebouw, als, voor zover het daarbij gaat om een rolhek, luik of rolluik in een voorgevel of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel van een ander hoofdgebouw dan een woning of woongebouw, van rechtswege in overeenstemming is met het omgevingsplan als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. geplaatst aan de binnenzijde van de uitwendige scheidingsconstructie; en 2. voor ten minste 75% voorzien van glasheldere doorkijkopeningen; Voorgestelde keuze – rolluiken, zonwering en luifels Ons voorstel is om: 20. De betreffende criteria voor rolluiken en zonwering uit de welstandsnota te schrappen en hierover niets te regelen in het omgevingsplan, omdat dit op grond van hogere regelgeving vergunningvrij is 21. De criteria uit de welstandsnota voor luifels in de vorm van algemene regels op te nemen in het omgevingsplan. Verzoek gemeente: vergunningplicht van maken.
3.3.3 Dakramen in het voordakvlak Een dakraam voldoet volgens de welstandsnota aan redelijke eisen van welstand wanneer deze voldoet aan onderstaande criteria: Plaatsing • Bij meerdere dakramen in hetzelfde bouwblok is sprake van een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn • Er is minimaal 0,5 meter dakvlak aanwezig rondom het dakraam, de afstand tot de zijkant wordt gemeten aan de bovenzijde van het dakraam • Bij meerdere dakramen is er een tussenruimte van minimaal 0,8 meter Hoofdvorm • De oppervlakte bedraagt maximaal 1,50m² per dakraam • Het dakraam steekt maximaal 0,2 meter boven het dakvlak uit Aanzichten • Er zijn maximaal twee dakramen op het voordakvlak • Bij meerdere dakramen dient de maatvoering gelijk te zijn Opmaak • De kleur contrasteert niet met het hoofdgebouw
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 33 van 59
Diversen • Het plan komt in plaatsing, vormgeving, indeling, materiaal en kleur overeen met een eerder vergund plan in eenzelfde soort situatie en bij eenzelfde woningtype. Het positieve welstandsadvies is daarnaast maximaal 5 jaar geleden afgegeven In artikel 2.29 van het Bbl is opgenomen dat een dakraam, daklicht, lichtstraat of soortgelijke daglichtvoorziening in een dak, van rechtswege in overeenstemming is met het omgevingsplan als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. bij plaatsing in het achterdakvlak, een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak of een plat dak: a. de constructie steekt niet meer dan 0,6 m uit buiten het dakvlak respectievelijk het platte dak; en b. zijkanten, onder- en bovenzijde meer dan 0,5 m van de randen van het dakvlak of het platte dak; en 2. bij plaatsing in een ander dakvlak dan bedoeld onder 1°: a. de constructie steekt niet uit buiten het dakvlak; en b. zijkanten, onder- en bovenzijde meer dan 0,5 m van de randen van het dakvlak; Voorgestelde keuze – dakramen in het voordakvlak Ons voorstel is om: 22. De betreffende criteria uit de welstandsnota te schrappen en hierover niets te regelen in het omgevingsplan, omdat dit op grond van hogere regelgeving vergunningvrij is 3.3.4 Dakopbouw De NOS bevat regels voor kapverhogende dakopbouwen bij seriematige woningbouw.
Een kapverhogende dakopbouw bij seriematige woningbouw moet voldoen aan de volgende criteria: Maatvoering en plaatsing • De dakopbouw ligt op minimaal 1,0 meter afstand van de kopgevel van de eindwoning, of ligt in de kopgevel van de eindwoning. • De dakopbouwen liggen op 2,0 meter afstand van elkaar of vormen een aaneengesloten geheel. • Plaatsing aan de achterkant heeft de voorkeur. • De dakopbouw heeft een dakvlak met een gelijke dakhelling als het bestaande dak. • De dakhelling van het bestaande dak blijft gelijk. • De goot van de opbouw is niet hoger dan de nok van de bestaande kap. • De hoogte van de onderzijde van de dakopbouw tot bovenzijde van de goot van de dakopbouw is kleiner dan 50% van de (geprojecteerde) hoogte van het dakvlak. • Bij bestaande schoorstenen: o Schoorstenen bij voorkeur handhaven; o Voldoende afstand houden tot schoorstenen of over de volle breedte (tot aan het hart o van de bouwmuur) zorgvuldig aansluiten op schoorstenen; o De hoogte van de dakopbouw blijft onder de bovenkant van de schoorsteen; • Het trendsetter-principe wordt toegepast voor de maatvoering en plaatsing. Vormgeving • Dakopbouwen in een dakvlak zijn identiek vormgegeven. • Bij plaatsing in de kopgevel is de dakopbouw in vormgeving zorgvuldig geïntegreerd in de bestaande kopgevel.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 34 van 59
• • • •
De gevelindeling van de dakopbouw in schaal en verhouding afstemmen op de onderliggende gevels. De vormgeving van de goten en het lijstwerk is gelijk aan de detaillering van het hoofdgebouw. De zijkant van de dakopbouw (wangen) is niet lichter dan de kleurstelling van het dakvlak. Het trendsetter-principe wordt toegepast voor de vormgeving.
Voorgestelde keuze – dakopbouw Ons voorstel is om: 23. In het omgevingsplan een binnenplanse vergunningplicht voor dakopbouwen op te nemen en hierbij als beoordelingsregel op te nemen dat moet worden voldaan aan redelijke eisen van omgevingskwaliteit.
3.3.5 Schotelantennes aan de voorgevel De welstandsnota bevat criteria voor schotelantennes aan de voorgevel. Een schotelantenne voldoet volgens de welstandsnota doorgaans aan de redelijke eisen van welstand als wordt voldaan aan de onderstaande criteria: Plaatsing • Maximaal één schotelantenne per hoofdgebouw • De schotelantenne is bevestigd aan het gevelvlak • Bij meerdere schotelantennes in hetzelfde bouwblok is sprake van een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn • De schotelantenne wordt minimaal 1 meter uit de zijgevel of woningscheidende muur geplaatst Hoofdvorm • De doorsnede van de schotelantenne bedraagt maximaal 0,8 meter Aanzichten • De schotelantenne is ondergeschikt aan en afgestemd op de gevelindeling Opmaak • Geen opvallend en/of contrasterende, detaillering, materialisatie of kleurgebruik • Toepassing van gedekte kleuren (bv. antraciet of donkergrijs) Artikel 2.29 onderdeel o van het Bbl stelt regels over antenne-installaties (anders dan antenneinstallaties voor mobiele telecommunicatie of antenne-installaties voor de C2000infrastructuur voor de mobiele communicatie door hulpverleningsdiensten). Op grond van deze bepaling zijn andere antenne-installaties vergunningvrij als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. als het gaat om een schotelantenne: i. de antenne-installatie achter het voorerfgebied wordt geplaatst; ii.
de doorsnede van de antenne niet meer dan 2 m bedraagt; en iii. de antenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet, niet hoger is dan 3 m; en 2. als het gaat om een andere antenne dan bedoeld onder 1: i. de antenne-installatie achter het voorerfgebied wordt geplaatst; en
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 35 van 59
ii.
de antenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet, of als deze is bevestigd aan de gevel, gemeten vanaf het punt waarop de antenne, met antennedrager, het dakvlak kruist, niet hoger is dan 5m;
Voorstel – schotelantennes aan de voorgevel Ons voorstel is om: 24. Aan te sluiten bij de regels over antennes in het Bbl (en hierover dus geen regels op te nemen in het omgevingsplan).
3.3.6
Technische installaties o.a. airconditioningunits, luchtbehandelingsunits, warmtepompen
De welstandsnota bevat geen criteria voor technische installaties. De NOS bevat regels voor technische installaties. Technische installaties is een verzamelterm voor bijvoorbeeld airco’s, luchtbehandelingsunits en warmtepompen. Er is een omgevingsvergunning nodig als: - een unit hoger is dan 1 meter, of - een oppervlakte heeft van meer dan 2 m2. Voor technische installaties gelden op grond van de NOS de volgende regels: Maatvoering en plaatsing • Plaatsing bij voorkeur aan de achterzijde van de bebouwing of binnen de bebouwing. • Op een plat dak liggen technische installaties minimaal 1,5 meter terug ten opzichte van de dakrand. • Warmtepompschoorstenen vormen een ondergeschikte toevoeging aan het dak. Technische installaties liggen minimaal 1,0 meter terug ten opzichte van de voor- en zijgevel. • Technische installaties aan een zij- of voorgevel vormen een ondergeschikte toevoeging. • Bij meerdere elementen in het dak of gevel is sprake van een logische, regelmatige ordening. • Het trendsetter-principe wordt toegepast voor de maatvoering en plaatsing. Vormgeving • Bij nieuwbouw worden technische installaties mee-ontworpen. • Technische installaties op een bestaand voor- of zijdakvlak worden ingepast met een omkasting. • De kleur van omkasting is afgestemd op de kleur van het dak. • Technische installaties aan een bestaande zij- of voorgevel worden ingepaste met een omkasting.
• De kleur van omkasting is afgestemd op de kleur van de gevel. • Het trendsetter-principe wordt toegepast voor de vormgeving. Uit het bestemmingsplan Kleine Kernen Oost volgt dat bij het bepalen van de oppervlakte en de inhoud van een bouwwerk ten aanzien van de plaatsing ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing worden gelaten, mits deze bouwdelen niet meer dan 1 meter buiten het gevel- of dakvlak uitsteken.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 36 van 59
Voorstel – technische installaties Ons voorstel is: 25. Technische installaties aan de gevel zijn niet vergunningvrij op grond van het Bbl. Ons voorstel is om airconditioningunits aan de achter- en de niet naar de weg gekeerde zijgevel vergunningvrij te maken door regels te stellen in het omgevingsplan. 26. Een vergunningplicht op te nemen voor technische installaties aan de voorgevel.
3.3.7 Ondergeschikte bouwdelen o.a. zonnepanelen De NOS bevat de volgende regels voor kleine grondgebonden opstellingen voor zonnepanelen: Maatvoering en plaatsing • De zonnepaneelopstelling ligt op het erf, of direct aansluitend op het erf. • De zonnepaneelopstelling ligt achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw. • De zonnepaneelopstelling ligt bij voorkeur achter het hoofdgebouw. • De panelen zijn opgesteld in een logische heldere vorm, in een aaneengesloten vlak of herkenbaar patroon. • De hoogte van het de zonnepaneelopstelling is maximaal 1,00 meter. • De oppervlakte van de zonnepaneelopstelling is maximaal 100 m2 Vormgeving • Voor zonnepaneelopstelling die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte en/of het (open) landschap gelden de volgende eisen aan vormgeving: • De zonnepaneelopstelling inpassen met een haag of andere beplanting. De hoogte van de haag of beplanting is gelijk aan de hoogte van de zonnepanelen. • Egale panelen zonder frame, zonder (sterk zichtbare) streep of ruitpatroon. • Donkere, monokristal panelen met donkere randen. • Voor zonnepaneelopstellingen die niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte en/of het (open) landschap zijn geen verdere eisen aan vormgeving. • Voor zonnepaneelopstellingen op een bedrijventerrein kwaliteitsniveau 1 (zie kaart NOS gebiedsindeling complexere plannen) zijn geen verdere eisen aan vormgeving.
Uit het bestemmingsplan Kleine Kernen Oost volgt dat bij het bepalen van de oppervlakte en de inhoud van een bouwwerk ten aanzien van de plaatsing ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing worden gelaten, mits deze bouwdelen niet meer dan 1 meter buiten het gevel- of dakvlak uitsteken. Artikel 2.29 onderdeel d van het Bbl stelt regels voor andere ondergeschikte bouwdelen, zoals collectors voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking op een dak. Op grond van deze bepaling is dit type bouwwerk vergunningvrij als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. bij plaatsing op een schuin dak: i. binnen het dakvlak; ii. in of direct op het dakvlak; en iii. hellingshoek gelijk aan hellingshoek dakvlak; 2. bij plaatsing op een plat dak: afstand tot de zijkanten van het dak ten minste gelijk aan hoogte collector of paneel; en 3. als de collector of het paneel niet één geheel vormt met de installatie voor het opslaan van het water of het omzetten van de opgewekte elektriciteit: die installatie aan de binnenzijde van een bouwwerk geplaatst;
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 37 van 59
Voorstel – ondergeschikte bouwdelen o.a. zonnepanelen Ons voorstel is om: 27. Niets te regelen over zonnepanelen op het dak in het omgevingsplan, omdat dit op grond van hogere regelgeving vergunningsvrij is. 28. Een vergunningplicht op te nemen voor het plaatsen van zonnepanelen die niet aan het Bbl voldoen.
3.3.8 Kunstobjecten en masten Artikel 2.29 onderdeel l Bbl stelt regels voor vlaggenmasten niet hoger dan 6 m. Op grond van deze bepaling is dit type bouwwerk vergunningvrij. Uit bestemmingsplan Kleine Kernen Oost volgt dat de maximale bouwhoogte van palen en masten 8 m is. Op de bestemming Sport mogen daarnaast ballenvangers van maximaal 10 m hoog, en lichtmasten van maximaal 15 m hoog gebouwd worden. Tot slot zijn er voor lichtmasten bij paardenbakken, paddocks, longeercirkels en trainingsmolens (objectgerichte criteria O7, p. 480 van de welstandsnota) criteria: • Maximaal vier lichtmasten aan één of meerdere zijden. • Afrastering en lichtmasten in gedekte donkere kleurstelling • Afstemming op de direct omringende landschappelijke elementen • Felle, of opvallende contrasterende kleuren evenals reflecterende materialen zijn niet toegestaan Er zijn geen regels over kunstobjecten bij de woonbestemmingen. Voor de overige bestemmingen regelt het bestemmingsplan dat kunstobjecten 12 m hoog mogen zijn. Voorstel – kunstobjecten en masten Ons voorstel is om: 29. De maximale bouwhoogtes van kunstobjecten, palen en masten uit de bestemmingsplannen over te nemen in het omgevingsplan.
3.3.9 Dakterrassen In het bestemmingsplan en in het Bbl worden geen specifieke regels gesteld over de toelaatbaarheid van dakterrassen. Een dakterras wordt bestemmingsplan-technisch gezien als extra bouwlaag. Daarmee is het realiseren van een dakterras in vrijwel alle gevallen vergunningplichtig. Van uit welstand kunnen regels worden gesteld over het uiterlijk van een balkonafscheiding. In de welstandsnota zijn daar geen regels over opgenomen. Voorstel – dakterrassen Ons voorstel is om: 30. een binnenplanse vergunningplicht in het omgevingsplan op te nemen voor dakterrassen en in de beoordelingsregels de voorwaarde op te nemen dat wordt voldaan aan redelijke eisen van omgevingskwaliteit.
3.3.10 Overige bouwwerken geen gebouw zijnde in het voor- of achtererfgebied Artikel 2.29 onderdelen h en i Bbl stellen regels voor tuinmeubilair en sport- en speeltoestellen. Op grond van deze bepalingen zijn deze bouwwerken tot een bouwhoogte van
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 38 van 59
2,5 m vergunningvrij. Uit bestemmingsplan Kleine Kernen Oost volgt dat bij de woonbestemmingen overige bouwwerken tot 3 m hoog vergunningvrij zijn. Dit gaat dan om bouwwerken geen gebouw zijnde op particulier terrein. Voor bouwwerken ten behoeve van specifieke doeleinden, zoals leidingen en waterkeringen, geldt uiteraard een andere maximale bouwhoogte. Aangezien dit memo over erfbebouwing gaat, laten we deze bouwwerken voor nu nog buiten beschouwing. Voorstel – overige bouwwerken Ons voorstel is om: 31. Voor de bouwhoogte van tuinmeubilair uit te gaan van de regels in het Bbl (en hierover dus geen regels in het omgevingsplan op te nemen).
3.4 Overige keuzes 3.4.1 Beschermde dorpsgezichten en monumenten • Vergunningvrij bouwen als bedoeld in art. 22.36 van de bruidsschat is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in het omgevingsplan een functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven, of in, aan, op of bij een gemeentelijk, provinciaal of rijksmonument. • In Smallingerland zijn op dit moment geen beschermde stads- of dorpsgezichten aangewezen. • In hoofdstuk 7 van de welstandsnota staan ‘Richtinggevende criteria voor Rijks- en Gemeentelijke monumenten'. • In het omgevingsplan kunnen op het moment dat beschermde dorpsgezichten worden aangewezen hiervoor aanvullende motieven worden opgenomen, namelijk: het behoud, het herstel en de uitbouw van de cultuur-historische en ruimtelijke waarden en - waar nodig en wenselijk - het behoud en herstel van de karakteristieke hoofdvorm van de gebouwen. • Daarbij kan worden gedacht aan aanvullende bouwregels en een vergunningenstelsel voor o.a. het slopen van gebouwen. • De in de bruidsschat opgenomen uitzondering op het vergunningvrij bouwen in beschermde stads- en dorpsgezichten kan komen te vervallen. • De in de bruidsschat opgenomen uitzondering op het vergunningvrij bouwen bij monumenten blijft behouden en kan worden geïntegreerd in de in het omgevingsplan op te nemen regeling voor cultuurhistorie.
Voorstel – Cultuurhistorie Ons voorstel is om: 32. De in de bruidsschat opgenomen uitzondering op het vergunningvrij bouwen in beschermde stads- en dorpsgezichten te laten vervallen. 33. De in de bruidsschat opgenomen uitzondering op het vergunningvrij bouwen bij monumenten te behouden en te integreren in de in het omgevingsplan op te nemen regeling voor cultuurhistorie.
3.4.2 Toepassingsbereik art. 22.36 Bs De vraag moet worden beantwoord bij welk type (hoofd)gebouwen vergunningvrij kan worden gebouwd. Vergunningvrij bouwen als bedoeld in art. 22.36 van de bruidsschat is van toepassing op uitbreiding van of gelegen aan of bij een hoofdgebouw, anders dan:
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 39 van 59
• •
•
een woonwagen een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand te hebben hersteld; een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden;
In bestemmingsplan Kleine Kernen Oost is geen specifieke regeling voor woonwagens opgenomen. In de welstandsnota zijn wel uitgebreide objectgerichte criteria van toepassing voor woonschepen en woonarken (pagina 468-469) en voor woonwagens (pagina 470-471). Voorstel – toepassingsbereik Ons voorstel is om: 34. te bezien of het wenselijk is om de regels voor vergunningvrij bouwen ook van toepassing te verklaren op woonwagens. 35. De overige twee onderdelen van het toepassingsbereik te behouden (vergunningvrij bouwen niet van toepassing op tijdelijke situaties en een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden.) 36. Vooralsnog geen specifieke regels voor woonschepen in het omgevingsplan op te nemen
3.4.3 Mantelzorg Voor mantelzorgwoningen zijn specifieke regels in de bruidsschat opgenomen. Het is wenselijk om die regels te behouden. Gelet op de aandacht die de gemeente wil besteden aan mantelzorg is het wenselijk om aanvullend op deze regeling een regeling voor pré-mantelzorg in het omgevingsplan op te nemen. Dat kan in de vorm van een in het omgevingsplan op te nemen vergunningplicht. Daarin kan worden vastgelegd dat de gemeente meewerkt aan een prémantelzorgwoning met een tijdelijke omgevingsvergunning als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden (voorbeeld; behoeft nadere uitwerking): • • • •
de verzoekers hebben een relatie; de verzoekers zijn 67 jaar of ouder; de pré-mantelzorgwoning wordt gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing of de bestaande bebouwingsmogelijkheden op grond van het omgevingsplan; en de nieuwe woning leidt niet tot een verslechtering van de woonsituatie in het algemeen. Voorstel – mantelzorg Ons voorstel is om: 37. De regels voor het vergunningvrij bouwen van een mantelzorgwoning uit de bruidsschat te behouden in de nieuwe regeling. 38. Een regeling voor pré-mantelzorgwoning uit te werken en op te nemen in het omgevingsplan
3.4.4 Functioneel ondergeschikt Het bijbehorend bouwwerk moet functioneel ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 40 van 59
Bij woningen betekent dat bijvoorbeeld dat bijbehorende bouwwerken buiten de zone van 4 m niet gebruikt mogen worden voor primaire woonfuncties, zoals woonkamer, slaapkamer en keuken. Een zelfstandig als woning te gebruiken bijbehorend bouwwerk, zoals een recreatiewoning, is niet functioneel ondergeschikt. Uitsluitend ondergeschikte functies ten dienste van het hoofdgebouw zijn toegestaan. Bij een woning zal dat in het merendeel van de gevallen gaan om een garage/berging, bijkeuken, atelier (zie ABRvS 7 oktober 2009, LJN: BJ9533), tuinhuisje, fietsenberging of hobbyruimte. Uit de jurisprudentie blijkt dat bijvoorbeeld een bijkeuken en berging in een specifiek geval niet functioneel ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw, zie ABRvS 28 november 2012, nr. 201203251/1/A1, TBR 2013/27, m.nt. B. Rademaker, r.o. 3.1. De bijkeuken en berging zijn in dat geval via deuren direct verbonden met de keuken en de andere vertrekken van de woning en deze berging is niet van buiten te bereiken via een deur. Daarbij heeft de Afdeling ook betrokken dat een bijkeuken een functie is die doorgaans in de woning wordt uitgeoefend en maakt als zodanig deel uit van de woning. Voorstel – functioneel ondergeschikt Ons voorstel is om: 39. de regeling dat een bijbehorend bouwwerk functioneel ondergeschikt moet zijn aan het hoofdgebouw te behouden.
4 Vervolg De voorstellen die in dit memo zijn opgenomen zijn in de bijlage uitgewerkt in een regelset. Deze regelset wordt volgende week door ons in de plansoftware verwerkt. Ook worden toepasbare regels opgesteld. Als stap daarna kunnen die regels worden opgenomen in een wijzigingsbesluit. Bijlage 1 – begrippen Bijlage 2 – omgevingsplanregels
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 41 van 59
Bijlage 1. Begrippen Begripsbepalingen huidig recht en pre-omgeving Begrip
Definitie
Bron
Verschil definitie pre-omgeving5
Achtererfgebied
gebouwerf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen, waarbij als op een perceel meer gebouwen aanwezig zijn die noodzakelijk zijn voor het verrichten van de op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel toegestane activiteiten of als het hoofdgebouw geen woning is, maar op het perceel wel een of meer op de grond staande woningen aanwezig zijn, voor het leggen van deze lijn bepalend is het hoofdgebouw, de woning of een van de andere hiervoor bedoelde gebouwen, waarvan de voorkant het dichtst is gelegen bij openbaar toegankelijk gebied
Besluit bouwwerken leefomgeving
het erf dat:
uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde
Besluit bouwwerken leefomgeving
Bijbehorend bouwwerk
a. ten minste 1 meter achter de lijn ligt van de voorgevel van het hoofdgebouw dan wel, indien op het erf meer gebouwen aanwezig zijn die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige gebruiksactiviteiten , het gebouw, waarvan de voorkant het dichtst is gelegen bij openbaar toegankelijk gebied; b. het bijbehorend bouwwerk in of achter de lijn van de zijgevel staat als het erf naast die zijgevel grenst aan openbaar toegankelijk gebied; c. het bijbehorend bouwwerk op een afstand van meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied staat; Definitie is gelijk aan de definitie in het Bbl.
5 Bijlage 1 begripsbepalingen pre-omgeving Omgevingsplan gemeente Smallingerland 19 maart
2024.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 42 van 59
perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak Bouwen
Plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten
Omgevingswet
Definitie is gelijk aan de definitie in de Ow.
Bouwwerk
constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart
Omgevingswet
Definitie is gelijk aan de definitie in de Ow.
Bouwwerkperceel
perceel dat als uitgangspunt dient bij het toetsen van een bouwwerk aan de regels van dit besluit
Besluit bouwwerken leefomgeving
De pre-omgeving bevat geen definitie van het begrip bouwwerkperceel. De pre-omgeving kent alleen de volgende definitie voor het begrip bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
Bouwwerk geen gebouw zijnde
bouwwerk of gedeelte daarvan, voor zover dat geen gebouw of onderdeel daarvan is
Besluit bouwwerken leefomgeving
De pre-omgeving bevat geen definitie van het begrip ‘bouwwerk, geen gebouw zijnde’
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 43 van 59
Gebouw
bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt
Besluit bouwwerken leefomgeving
Definitie is gelijk aan de definitie in het Bbl.
Gebouwerf
bebouwd of onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt
Besluit bouwwerken leefomgeving
De pre-omgeving bevat geen definitie van het begrip ‘gebouwerf’.
Hoofdgebouw
gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is
Besluit bouwwerken leefomgeving
een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige activiteiten van een perceel, en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die activiteit het belangrijkste is.
Voorerfgebied
gebouwerf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied
Besluit bouwwerken leefomgeving
De pre-omgeving bevat geen definitie van het begrip ‘voorerfgebied’.
Begripsbepalingen oud recht Begrip
Definitie
Bron
Aanbouw
een aan een hoofdgebouw aangebouwd gebouw dat in directe verbinding staat met het hoofdgebouw en dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw
Bestemmingsplannen
Bijgebouw
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw dat gelet op de bestemming en door zijn ligging en/of architectonische verschijningsvorm
Bestemmingsplannen
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 44 van 59
ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw Uitbouw
www.flolegal.nl
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw
Bestemmingsplannen
Voorstel bouwregels Smallingerland • 45 van 59
Bijlage 2.
Omgevingsplanregels
Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Afdeling 4.1 Thema’s Paragraaf 4.x.x Bouwwerken Artikel 4.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot bouwwerken. Artikel 4.2 Doelen bouwwerken Voor activiteiten met betrekking tot bouwwerken en andere werken gelden de volgende doelen: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de gezondheid; c. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; en d. PM Artikel 4.3 Hoofdgebouw bouwen 1. Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een hoofdgebouw binnen de locatie bouwen - met bouwvlak voldaan aan: a. paragraaf 5.2.1 Bouwen - algemeen; en b. paragraaf 5.2.2 Hoofdgebouw bouwen Hoofdstuk 5 Activiteiten Afdeling 5.2 Thematische activiteiten Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen Artikel 5.x Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van bouwwerken. Artikel 5.x Oogmerken De regels in paragraaf 5.2.1 t/m PM zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; c. het beschermen van de omgevingskwaliteit; en d. het waarborgen van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Artikel 5.x Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt voor de activiteiten, bedoeld in Artikel 5.17, in ieder geval in dat bij werkzaamheden die kunnen leiden tot beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere roerende of onroerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen, alle maatregelen worden getroffen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om die beschadiging of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 46 van 59
Artikel 5.x Meetbepalingen 1. Bij het bouwen van bouwwerken wordt op de volgende wijze gemeten: a. bebouwingsgebied: achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw; b. bouwhoogte: de afstand vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van het gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen; c. peil: i) voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; ii) voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; en iii) voor een bouwwerk boven water: het plaatselijk aan te houden waterpeil. d. De breedte van een dakkapel wordt gemeten tussen de eindgevels, of het midden van de woningscheidende bouwmuren 2. ondergeschikte bouwonderdelen als bedoeld in het eerste lid zijn: a. toegangen van bouwwerken, stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen, funderingen; b. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, voor zover deze niet dieper zijn dan 0,2 m ten opzichte van de gevel; c.
luchtbehandelingskasten, liftschachten en technische ruimten op het dak, voor zover deze niet hoger zijn dan 4 m ten opzichte van het dak en architectonisch meeontworpen worden; d. gevel en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen en galerijen, voor zover deze niet dieper zijn dan 0,50 m ten opzichte van de gevel; e. luifels, voor zover deze niet dieper zijn dan 2 m ten opzichte van de gevel; f. erkers, voor zover deze niet dieper zijn dan 1,50 m ten opzichte van de gevel; g. balkons, voor zover deze niet dieper zijn dan 2,50 m ten opzichte van de gevel; h. ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voor zover deze niet dieper zijn dan 1,5 m ten opzichte van het peil; en i. hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voor zover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand de voorgevelbouwgrens dieper zijn dan 1 m ten opzichte van het peil. 3. Er wordt geen maatwerkvoorschrift gesteld over de meetbepalingen. Artikel 5.x Verboden bouwactiviteiten De volgende bouwactiviteiten worden niet verricht: a. bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, die niet voldoen aan de eisen in: 1. dat artikel; en 2. de paragrafen 5.2.1 tot en met PM; en b. bouwactiviteiten anders dan de bouwactiviteiten, bedoeld in de paragrafen 5.2.1 tot en met PM.
Artikel 5.x Algemene afwijkingsbevoegdheid Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de paragrafen 5.2.2 tot en met PM voor het bouwen van de volgende bouwwerken:
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 47 van 59
a.
een hoofdgebouw, tot maximaal 10% van de maten, afmetingen en percentages in het omgevingsplan en alleen als dit om bouwtechnische redenen of om redenen van doelmatigheid van de bouw noodzakelijk is; b. PM Paragraaf 5.2.x Hoofdgebouw bouwen Artikel 5.x Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van hoofdgebouwen. Artikel 5.x Aanwijzing vergunningplichtige gevallen (welstandvergunning) Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen. Artikel 5.x Bijzondere aanvraagvereisten 1. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de plattegronden van alle verdiepingen en een doorsnedetekening(en) voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; b. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2; c. een situatietekening van de bestaande toestanden een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak, en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; en d. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen. 2. Voor de toetsing aan de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.
tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; c. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking. Artikel 5.x Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen afbreuk doet aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Artikel 5.x Algemene regels voor hoofdgebouwen 1. Als hoofdgebouw worden uitsluitend halfvrijstaande (per twee aaneengebouwd) gebouwd. 2. Hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd. 3. De minimale en maximale goot- en bouwhoogte en dakhoogte van een hoofdgebouw bedraagt: a.
ten minste en ten hoogste de in de aanduiding ‘minimale-maximale goot-, bouwhoogte (m) en dakhelling (graden)’ aangegeven minimale en maximale goot- en bouwhoogte en dakhelling. 4. Binnen een bouwvlak worden maximaal twee woonhuizen gebouwd, behalve ter plaatse van de aanduiding ‘maximumaantal wooneenheden’. In dat geval mogen er niet
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 48 van 59
5. 6. 7. 8. 9.
meer woonhuizen in het bouwvlak worden gebouwd dan in de aanduiding als maximum is aangegeven. De oppervlakte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal 60% van de oppervlakte van het bouwperceel en is niet groter dan 120 m². De voorgevel van het hoofdgebouw staat in de voorgevelbouwgrens. De afstand van een blok van twee aaneen gebouwde hoofdgebouwen tot de zijgrens van het bouwperceel is minimaal 3 m. De diepte van een hoofdgebouw is maximaal 12 m. Als de bestaande situering en maatvoering afwijkt van de leden 1 tot en met 8 blijft de afwijkende situering en maatvoering van toepassing.
Paragraaf 5.2.x Bijbehorend bouwwerk bouwen Artikel 5.x Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf gaat over het bouwen van bijbehorende bouwwerken. 2. Deze paragraaf gaat niet over: a. het bouwen van een dakkapel, bedoeld in paragraaf 5.2.x; b. het bouwen van een dakopbouw, bedoeld in paragraaf 5.2.x; Artikel 5.x Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; c. het beschermen van de omgevingskwaliteit; d. het beschermen van woon-, werk- en leefklimaat, en e. het voorkomen van hinder en overlast. Artikel 5.x Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bijbehorend bouwwerk te bouwen in het voorerfgebied. 2. Het verbod geldt niet voor een bijbehorend bouwwerk in het voorerfgebied, als: a. de oppervlakte niet meer is dan 2 m2; b. de hoogte niet meer is dan 1 m. 3. Het verbod geldt ook niet voor het bouwen van erkers, als: a. er per hoofdgebouw niet meer dan één erker is; b. de diepte niet meer is dan 1,2 m; en c. de breedte niet meer is dan 90% van de breedte van de voorgevel. Artikel 5.x Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.
de plattegronden van alle verdiepingen en een doorsnedetekeningen voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; b. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2; c. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak, en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 49 van 59
d. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het peil en het aantal bouwlagen; e. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; f. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; g. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en h. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking. Artikel 5.x Beoordelingsregels omgevingsvergunning voorerfgebied De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag een bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van een goede omgevingskwaliteit; b. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de wet; en c. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden aangetast. Artikel 5.x Algemene regels – achtererfgebied 1.
Dit artikel gaat over het bouwen van een bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied 2. Een bijbehorend bouwwerk is op minimaal 1 m achter de voorkant van het hoofdgebouw geplaatst. Bij hoekwoningen is die afstand 3 m. 3. Het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding ligt aan of bij, of is een uitbreiding van, een hoofdgebouw, anders dan: a. een woonwagen; b. een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand hersteld te hebben; en c. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden. 4. Voor zover wordt gebouwd op een afstand van ten hoogste 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, is een bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding niet hoger dan: a. 5 m; b. 0,3 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; en c. het hoofdgebouw. 5. Voor zover wordt gebouwd op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, is een bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding dat niet is voorzien van een schuin dak niet hoger dan 3 m. 5.
Voor zover wordt gebouwd op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, is een bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding dat is voorzien van een schuin dak niet hoger dan 3 m op de zijgrens van het bouwperceel, waarbij de bouwhoogte vanaf de zijgrens van het bouwperceel onder een dakhelling van maximaal 45 °rechtevenredig toe mag nemen tot een bouwhoogte van 5 m.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 50 van 59
6. Voor zover wordt gebouwd op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, is het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg. 7. De oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan: a. bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 250 m2: 50% van dat bebouwingsgebied; b. bij een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; en c. bij een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2. Paragraaf 5.2.x Dakkapel bouwen Artikel 5.x Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van dakkapellen. Artikel 5.x Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; c. het beschermen van de omgevingskwaliteit; d. het beschermen van het woon- en leefklimaat; en e. het voorkomen van hinder en overlast. Artikel 5.x Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een over twee woningen gekoppelde dakkapel te bouwen.
Artikel 5.x Bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende foto met daarop de locatie van de dakkapel; en b. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen en de kleur daarvan. Artikel 5.x Beoordelingsregel De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen afbreuk doet aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Artikel 5.x Algemene regels – dakkapel voordakvlak en naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak. 1. Dit artikel gaat over een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak. 2. Een dakkapel is qua maatvoering, plaatsing en vormgeving gelijk aan de trendsetter, als deze aanwezig is.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 51 van 59
3. De plaats van een dakkapel op een dakvlak en de maatvoering van de dakkapel voldoen aan de volgende eisen: a. per hoofdgebouw zijn niet meer dan twee dakkapellen per dakvlak aanwezig; b. dakkapellen zijn niet boven elkaar op hetzelfde dakvlak geplaatst; c. een dakkapel is geplaatst in een dakvlak met een helling van minimaal 30°; d. een dakkapel is niet geplaatst in het bovenste dakvlak van een mansardekap; e. bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok is de hoogte van de dakkapellen gelijk; f. bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok is sprake van een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn; g. een dakkapel is voorzien van een plat dak; h. in afwijking van het vorige onderdeel is een aangekapte dakkapel mogelijk, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. de dakhelling van het dak van het hoofdgebouw is groter dan 45°; 2. de dakhelling van de aankapping is groter dan 25°; 3. de hoogte van de voet van de dakkapel tot de druiplijn is minder dan 1,3 m; en 4. de dakkapel is minimaal 1,0 meter onder de nok geplaatst. i. een dakkapel is gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m; j. de onderzijde van dakkapel ligt hoger dan 0,5 m, maar niet hoger dan 1 m boven de dakvoet; k. de bovenzijde van de dakkapel ligt meer dan 0,5 m onder de daknok; l. de zijkanten van de dakkapel liggen meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; en m.