Bijlage 8 - Memo bouwactiviteiten
Tekst van het document
Voorstel bouwregels Smallingerland Betreft
Project: Datum: Deelnemers:
Basisregeling wijziging omgevingsplan Drachtstercompagnie 1 februari 2025 Wendy van de Leemkolk, Lizzy Augustinus en Maarten Engelberts
Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE ...............................................................................................................................................1 1.
INLEIDING ....................................................................................................................................................2
2.
GERAADPLEEGDE BRONNEN .................................................................................................................3
3.
THEMATISCHE BOUWACTIVITEITEN .................................................................................................4 3.1. HOOFDGEBOUW ........................................................................................................................................................4 3.1.1 VARIANTEN ...........................................................................................................................................................4 3.1.1.1 Beschrijving variant 1 ..................................................................................................................................4 3.1.1.2 Beschrijving variant 2 ..................................................................................................................................5 3.2. ALGEMEEN .................................................................................................................................................................6 3.2.1 DAKKAPELLEN......................................................................................................................................................9 3.2.1.1 Dakkapellen – voordakvlak en naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak 9 3.2.1.2.
Dakkapellen – achterdakvlak en niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak 14 3.2.2 BOUWWERKEN IN HET ACHTERERF- EN VOORERFGEBIED .........................................................................19 3.2.2.1 ACHTERERFGEBIED ...........................................................................................................................................19 3.2.2.1.1 Oppervlakte ...............................................................................................................................................19 3.2.2.1.2 Positie ..........................................................................................................................................................23 3.2.2.1.3 Bouwhoogte ..............................................................................................................................................25 3.2.2.2 VOORERFGEBIED ...............................................................................................................................................28 3.2.3 ERF – EN PERCEELAFSCHEIDING .....................................................................................................................29 3.3 OVERIGE BOUWWERKEN .......................................................................................................................................31 3.3.1 Kozijn- en
gevelwijzigingen ....................................................................................................................31 3.3.2 Rolluiken, zonwering en luifels ..............................................................................................................32 3.3.3 Dakramen in het voordakvlak ...............................................................................................................33 3.3.4 Dakopbouw ....................................................................................................................................................34 3.3.5 Schotelantennes aan de voorgevel .......................................................................................................35 3.3.6 Technische installaties o.a. airconditioningunits, luchtbehandelingsunits, warmtepompen .................................................................................................................................................................36 3.3.7 Ondergeschikte bouwdelen o.a.
zonnepanelen ...............................................................................37 3.3.8 Kunstobjecten en masten .........................................................................................................................38 3.3.9 Dakterrassen..................................................................................................................................................38 3.3.10 Overige bouwwerken geen gebouw zijnde in het voor- of achtererfgebied .......................38 3.4 OVERIGE KEUZES ....................................................................................................................................................39 3.4.1 Beschermde dorpsgezichten en monumenten ................................................................................39 3.4.2 Toepassingsbereik art. 22.36 Bs ............................................................................................................39 3.4.3 Mantelzorg .....................................................................................................................................................40 3.4.4 Functioneel ondergeschikt.......................................................................................................................40
4
VERVOLG....................................................................................................................................................41
BIJLAGE 1.
BEGRIPPEN .............................................................................................................................42
BIJLAGE 2.
OMGEVINGSPLANREGELS ..................................................................................................46
FLO Legal Lange Hagelstraat 30 3531 BK Utrecht
info@flolegal.nl www.flolegal.nl
BTW NL 855162612B01 KvK 63269716 IBAN NL53 TRIO 0212 3654 52
1. Inleiding FLO Legal ondersteunt de gemeente Smallingerland bij het opstellen van het omgevingsplan. Daarbij ligt de eerste focus op het opstellen van een wijzigingsbesluit voor Drachtstercompagnie. Tegelijkertijd wordt ook bezien welke thema’s zich lenen voor een gemeentebrede thematische regeling in het omgevingsplan. Eén van de thema’s die zich daarvoor leent zijn de bouwregels. Afgelopen weken hebben wij – in verband met het opstellen van het omgevingsplan – de bouwregels van de gemeente Smallingerland geïnventariseerd. Dit memo bevat een beschrijving over de wijze waarop we de inventarisatie hebben aangepakt en hoe we tot ons voorstel over de verwerking van de bouwregels in het omgevingsplan zijn gekomen. Voor deze inventarisatie hebben wij een onderscheid gemaakt tussen regels voor verschillende categorieën bouwwerken. We hebben per type bouwwerk bekeken welke bouwregels daarover op dit moment worden gesteld. Op basis daarvan komen we – in dit memo – tot een voorstel welke bouwregels per type bouwwerk in het definitieve omgevingsplan worden opgenomen.
In deze memo hebben we die voorstellen uitgewerkt voor de volgende activiteiten: • Hoofdgebouw bouwen • Dakkapel bouwen • Bijbehorende bouwwerk bouwen • Erf- en perceelafscheiding bouwen • Kozijn- en gevelwijzigingen bouwen • Dakopbouw bouwen • Dakterras bouwen • Zonnepanelen en zonnecollectoren bouwen • Airconditioningunit en warmtepomp bouwen • Ondergeschikte bouwdelen bouwen • Overig bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen • Overig gebouw bouwen Daarnaast worden de volgende activiteiten behandeld, maar niet voorzien van regels in het omgevingsplan: • Rolluiken, zonwering en luifels • Dakramen in het voordakvlak • (Schotel)antennes • Kunstobjecten en masten Deze notitie bevat daarnaast een voorstel met betrekking tot overige keuzes. Deze overige keuzes hebben betrekking op de volgende onderwerpen: • Beschermde dorpsgezichten en monumenten • Toepassingsbereik artikel 22.36 Bruidsschat • Mantelzorg • Functioneel ondergeschikt Deze voorgestelde keuzes gaan vooraf aan het schrijven van omgevingsplanregels, het opstellen van de toepasbare regels en het aanpassen van het aanvraagformulier.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 2 van 59
2. Geraadpleegde bronnen Bij de inventarisatie van de bouwregels hebben we per type bouwwerk de volgende bronnen geraadpleegd: 1. bestemmingsplannen, beheersverordeningen en overige ruimtelijke plannen (die van rechtswege onderdeel zijn geworden van het omgevingsplan, tijdelijk deel) a. Bestemmingsplan Kleine Kernen Oost, vastgesteld op 4 oktober 2011 b. Paraplubestemmingsplan regeling aan- en uitbouwen en bijgebouwen 2. de Welstands- en Reclamenota Smallingerland 2014 1 en de concept Nota omgevingskwaliteit Smallingerland van 12 juli 2024 (hierna: de NOS) 3. de bruidsschat (hierna: Bs; met name de bouwregels die voorheen in het Besluit omgevingsrecht waren opgenomen) 4. beleidsregels voor afwijkvergunningen (voor dit wijzigingsbesluit niet relevant) 5. het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl; in het bijzonder art. 2.29 waar de categorieën bouwwerken zijn opgenomen die van rechtswege in overeenstemming zijn met het omgevingsplan) In de welstandsnota hebben we vooral gekeken naar: • Criteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen/ ‘Kleine Bouwplannen Criteria’ (hoofdstuk 2 van de welstandsnota) • Gebiedscriteria (hoofdstuk 3 van de welstandsnota).
Binnen het gebied waarop de omgevingsplanwijziging Drachtstercompagnie betrekking heeft, zijn de gebiedscodes: o G4 Lintbebouwing o G24b Dorpsuitbreiding: Drachtstercompagnie-Zuid o G30 Sportgebieden • Objectcriteria voor specifieke bouwwerken (hoofdstuk 4 van de welstandsnota) In de NOS is het welstandsbeleid tegen het licht gehouden. Het gevolg hiervan is dat het aantal beleidsregels sterk is afgeslankt. Uit het NOS volgt dat ten opzichte van de welstandsnota de volgende keuzes zijn gemaakt: Kleine bouwplannen criteria: • Het aantal kleine bouwplannen waarvoor sneltoetscriteria gelden is teruggebracht van 10 naar 8 (Voor Drachtstercompagnie gelden deelgebieden G4, G24 en G30). • De nauwelijks gebruikte sneltoetscriteria zijn komen te vervallen. De incidentele gevallen worden afgehandeld met de regels voor complexere bouwplannen. • Enkele, tegenwoordig veel voorkomende onderdelen zijn toegevoegd. Ook zijn 2 onderdelen van het objectgerichte beleid onderdeel geworden van de kleine bouwplannen criteria Gebiedsgerichte beleidsregels: • Het aantal deelgebieden is sterk teruggebracht van ruim 30 tot 8 deelgebieden. • Het gebiedsgerichte welstandsbeleid is contextueel opgezet in plaats van de vastomlijnde regels in de welstandsnota. Hierdoor is ruimte voor gesprek en interpretatie. Hierdoor hoeven kleine afwijkingen niet meer via het college te lopen.
1 De criteria voor monumenten (hoofdstuk 7 van de welstandsnota en hoofdstuk 4 van de NOS) zijn niet
meegenomen in dit memo, omdat deze in het hoofdstuk van het omgevingsplan over cultuurhistorie een plek krijgen.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 3 van 59
•
In het gebiedsgerichte beleid wordt ruimte geboden om af te wijken als bijvoorbeeld sprake is van een bijzondere kwaliteit of als duurzame keuzes niet op een andere manier ingevuld kunnen worden. Hiervoor gelden wel strikte voorwaarden. Behandeling door het college is niet meer nodig op deze wijze.
Objectgerichte criteria (voor zover relevant): • De objectgerichte criteria zijn komen te vervallen of geïntegreerd in andere onderdelen. Voor zover relevant, wordt in dit memo aangegeven op welke punten de NOS afwijkt van de welstandsnota. 3. Thematische bouwactiviteiten 3.1. Hoofdgebouw Deze paragraaf beschrijft een tweetal varianten om de regeling voor het bouwen van hoofdgebouwen thematisch in het omgevingsplan te regelen. Voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, was er een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw nodig. De aanvraag voor deze omgevingsvergunning werd getoetst aan: • het Bouwbesluit 2012 • de Welstandsnota • het bestemmingsplan Met inwerkingtreding van de Omgevingswet is de knip tussen de technische bouwactiviteit en de ruimtelijke bouwactiviteit geïntroduceerd. Een aanvraag voor een technische bouwactiviteit wordt getoetst aan het Besluit bouwwerken leefomgeving en afhankelijk van de gevolgklasse is wel of geen vergunning nodig op basis van de Wet kwaliteitsborging. De vergunningplicht voor de ruimtelijke bouwactiviteit is één van de bruidsschatregels die onderdeel uitmaken van het omgevingsplan van rechtswege. De basisregeling van het omgevingsplan van Smallingerland volgt de systematiek van de VNG. In deze systematiek is bouwen thematisch geregeld. Die aanpak sluit ook aan bij de regelingen voor bouwen in de bestemmingsplannen.
De bestemmingen kenden in het tweede lid (bouwregels) veelal dezelfde systematiek. Het onderwerp laat zich dan ook goed thematisch regelen in het omgevingsplan. We kijken nu in deze memo naar de regeling voor hoofdgebouwen, maar daarnaast ook naar het regelen van het bouwen van bijbehorende bouwwerken. Als beide regelingen thematisch in het omgevingsplan worden opgenomen kan de dienstverlening op deze onderwerpen worden verbeterd. Het gaat om topactiviteiten, waarvoor het belangrijk is om op korte termijn de regels te verduidelijken en toepasbare regels op te stellen. 3.1.1 Varianten In beide varianten is een vergunning ten behoeve van een welstandsbeoordeling noodzakelijk2. De varianten onderscheiden zich door de wijze waarop de stedenbouwkundige aspecten zijn geregeld. 3.1.1.1 Beschrijving variant 1
2 In dit memo wordt het begrip ‘welstand’ gebruikt, maar in de regels hanteren we het begrip
‘goede omgevingskwaliteit’. Zo sluiten we aan bij de nieuwe terminologie.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 4 van 59
• • •
een regeling met bouwvlakken zonder vergunningplicht voor stedenbouw met vergunningplicht voor welstand
Gevolgen variant 1 • Er wordt gewerkt met het aangeven van bouwvlakken op de kaart. In de huidige regels van het bestemmingsplan Kleine Kernen Oost zijn voor zowel woonbestemming als nietwoonbestemmingen bouwvlakken opgenomen. • Niet alle bouwvlakken in het bestemmingsplan, zijn op dezelfde wijze opgenomen. Soms ligt het bouwvlak strak om het hoofdgebouw, soms om het hoofdgebouw en de gelijktijdig gerealiseerde aanbouw en soms ruim om de bebouwing heen. Dit betekent dat er bij de gebiedsgewijze uitrol er keuze nodig is: • Blijven de (soms onnavolgbare) verschillen gehandhaafd of worden de bouwvlakken geharmoniseerd en wat zijn daarvan de gevolgen? • Risico op menselijke fouten: als een verkeerd bouwvlak wordt opgenomen worden ook verkeerde bouwrechten verstrekt. • Hogere beheerlasten: elk nieuw hoofdgebouw dat wordt gerealiseerd moet van een bouwvlak in het omgevingsplan worden voorzien. • Als er met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) van een bouwvlak wordt afgeweken, dan betekent dit dat het omgevingsplan binnen 5 jaar in overeenstemming met de bopa moet zijn gebracht. • Bij de aanvraag voor de ruimtelijke bouwactiviteit wordt alleen getoetst aan welstand (goede omgevingskwaliteit). • Een afweging wat stedenbouwkundig aanvaardbaar is, vindt voor iedere locatie vooraf plaats.
• Geen stedenbouwkundige afweging nodig, hier is geen tijd mee gemoeid. Doorlooptijd voor de welstandsbeoordeling blijft. • Omdat het vergunningverleningstraject alleen een welstandsbeoordeling bevat, zijn waarschijnlijk de leges lager. • Geen mogelijkheid om bezwaar te maken tegen de aanvraag voor een omgevingsvergunning als binnen het bouwvlak en de algemene regels wordt gebouwd. Belanghebbenden kunnen hun belang inbrengen tijdens het wijzigingstraject van het omgevingsplan. • Er is duidelijkheid vooraf voor initiatiefnemer en belanghebbenden wat in ieder geval stedenbouwkundig kan. • Algemene regels en een vergunningchecker worden zichtbaar in het omgevingsloket. 3.1.1.2 Beschrijving variant 2 • een regeling zonder bouwvlakken • met vergunningplicht voor stedenbouw en welstand • algemene regels voor stedenbouwkundige aspecten Gevolgen variant 2 • Er wordt niet met bouwvlakken gewerkt, maar met een vergunningplicht voor de stedenbouwkundige afweging. • Naast een vergunningplicht voor de stedenbouwkundige aspecten zijn ook algemene regels hiervoor geformuleerd.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 5 van 59
•
• • • • • •
•
Omdat naast een vergunningplicht algemene regels voor de stedenbouwkundige aspecten geleden, kan een afwijking op de algemene regels als vergunningvoorschrift worden meegenomen. Hiervoor hoeft dan niet het omgevingsplan binnen 5 jaar gewijzigd worden. Het aanvragen van een bopa is alleen nodig voor aanvragen die niet aan de beoordelingsregels in het omgevingsplan voldoen. De beoordelingsregels moeten nog zodanig worden aangepast dat dit soort aanvragen zoveel mogelijk wordt voorkomen. Zowel een toets van welstand als stedenbouw nodig. Er is zowel tijd nodig voor de welstandsbeoordeling als de stedenbouwkundige beoordeling. Leges, ook om de stedenbouwkundige beoordeling te bekostigen. Er is afwegingsruimte om te beoordelen wat stedenbouwkundig aanvaardbaar is, de kwaliteit van de leefomgeving staat daarmee centraal. Belanghebbenden kunnen bezwaar maken als het college voornemens is om de vergunning te verlenen. Daarnaast kunnen zij hun belang inbrengen tijdens het wijzigingstraject van het omgevingsplan. Algemene regels en een vergunningchecker in het omgevingsloket.
Voorgestelde keuze – Hoofdgebouwen Ons voorstel is om: 1. variant 1 over te nemen, waarbij de binnenplanse vergunning wel kan worden gebruikt voor de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden die nu ook in het bestemmingsplan zijn opgenomen.
3.2. Algemeen In deze paragraaf wordt per regel per bouwwerk op basis van de analyse van de vier genoemde bronnen een voorstel gedaan. De voorgestelde keuzes zijn in roze kaders opgenomen. Na de roze kaders volgt steeds een korte toelichting op en een beschrijving van de gevolgen van het betreffende voorstel. Overkoepelende aspecten In de welstandsnota heeft de gemeente aanvullend op de in dit hoofdstuk genoemde criteria over plaatsing en hoofdvorm, regels over aanzichten en opmaak opgenomen voor aan- en uitbouwen, vrijstaande bijgebouwen en overkappingen. In onderstaande tabel zijn deze regels opgenomen.
1
Aan- of uitbouw
Bijgebouw
Carport/overkapping
Moet gelijk zijn aan een trendsetter
Idem
Idem
(Het plan komt in plaatsing, vormgeving, indeling, materiaal en kleur overeen met een eerder vergund plan in
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 6 van 59
eenzelfde soort situatie en bij een zelfde woningtype. Het positieve welstandsadvies is daarnaast maximaal 5 jaar geleden afgegeven) 2
3
Aanzichten:
Aanzichten:
Aanzichten:
Het naar het voorerf gekeerde gevelvlak bevat een gevelopening met een oppervlakte van minimaal 10% van het betreffende totale gevelvlak. De gevelopening kan bestaan uit een raam, deur of garagedeur
Het naar het voorerf gekeerde gevelvlak dient een gevelopening te bevatten met een oppervlakte van minimaal 10% van het totale betreffende gevelvlak. De gevelopening kan bestaan uit een raam, deur of garagedeur
De carport of overkapping vormt in principe een overdekte ruimte zonder wanden, dan wel is aan minimaal 2 zijden open en heeft een horizontale boeirand
Opmaak: - Materiaal- en kleurgebruik van de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevelzijde: steen, overeenkomsti g het hoofdgebouw, hout of gelijkwaardig, naturel vergrijzend of gedekte donkere kleur - Detaillering overeenkomsti g het hoofdgebouw
Opmaak: - Materiaal- en kleurgebruik van de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevelzijde: steen, overeenkomstig het hoofdgebouw, hout of gelijkwaardig, naturel vergrijzend of gedekte donkere kleur - Detaillering overeenkomstig het hoofdgebouw - Geen golf-, beton- of damwandprofielplate n, met uitzondering van golfplaat als dakbedekking
Opmaak: - Het materiaal- en kleurgebruik is vergelijkbaar met of ondergeschikt aan het hoofdgebouw - De detaillering is vergelijkbaar met of ondergeschikt aan het hoofdgebouw - Geen golf-, beton- of damwandprofielplate n, met uitzondering van golfplaat als dakbedekking
De gemeente Smallingerland heeft in de NOS basisregels opgenomen voor omgevingskwaliteit. Een bouwplan moet altijd voldoen aan deze basisregels: a. Een bouwplan moet passen in de bestaande omgeving. b. Een bouwplan moet goed zijn ontworpen.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 7 van 59
Deze twee basisregels zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 3 van de NOS. De basisregels gelden zowel voor vergunningplichtige als vergunningvrije bouwplannen. Basisregel 1. Past in de bestaande omgeving 1. De manier waarop gebouwen op een erf zijn geplaatst past in de omgeving. Hierbij kijken we naar de volgende onderdelen: a. De gebouwen staan in de bestaande gevelrooilijn(en) van omliggende gebouwen. b. De bouwrichting van uw plan past in de omgeving. c. Heldere indeling in een voor- en achtererf. d. Duidelijk verschil tussen de plaats van het hoofdgebouw en ondergeschikte delen/functies. e. Het hoofdgebouw bepaalt het aanzicht. f. De bebouwing vormt één samenhangend geheel. g. De vorm en grootte van de kavel passen in de omgeving. 2. De hoofdopzet van de gebouwen op een erf past in de omgeving. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de volgende onderdelen: a. Het type gebouw (vrijstaand, twee-onder-een kap, aaneengesloten, etc.) past in de omgeving; b. De hoofdvorm past in de omgeving; c. De kapvorm past in de omgeving; d. De massaopbouw past in de omgeving; e. De schaal en maat (korrelgrootte) passen in de omgeving; f. Aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt; 3. De vormgeving (ook wel ‘architectuur’ of ‘bouwstijl’ genoemd) van nieuwe gebouwen past in de omgeving. 4. Het gebouw of gebouwdeel heeft een duidelijke relatie met de openbare ruimte.
Dit komt tot uitdrukking in de vormgeving van de gevels en de indeling van de functies in het gebouw. 5. Het kleurgebruik en de materialen passen in de omgeving. 6. De erfafscheidingen grenzend aan openbare ruimte hebben een groen karakter en passen in de omgeving. 7. Reclame-uitingen zijn ondergeschikt in de omgeving. 8. Maatregelen voor duurzaamheid (bijvoorbeeld zonnepanelen) zijn ondergeschikt in de omgeving. Basisregel 2. Goed ontwerp 1. Het ontwerp past bij de functie waar het gebouw voor gebruikt wordt. 2. Het ontwerp van nieuwbouw past bij de bestaande bebouwing op het erf 3. Het hoofdgebouw bepaalt het aanzicht op het erf. 4. Aan- en uitbouwen, en bijgebouwen zijn mee-ontworpen of ondergeschikt. 5. Dakkapellen, dakopbouwen en/of risalieten (een soort erker van begane grond tot bovenste verdieping) zijn ondergeschikt. 6. De erfafscheidingen bestaan uit heggen en/of begroeide schuttingen/raamwerken. 7. De installaties (bijvoorbeeld een liftschacht of warmtepomp) zijn ondergeschikt aan het gebouw. 8. Reclame-uitingen zijn ondergeschikt in het ontwerp van het gebouw. 9. Maatregelen voor duurzaamheid (bijvoorbeeld zonnepanelen) zijn ondergeschikt in het ontwerp van het gebouw.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 8 van 59
In hoofdstuk 8 van de NOS staan verder regels voor eenvoudige bouwplannen. Eenvoudige bouwplannen zijn: • Dakkapellen aan de voorkant • Dakkapellen aan de achterkant • Kapverhogende dakopbouwen bij seriematige woningbouw • Erfafscheidingen • Technische installaties • Kleine grondgebonden zonnepanelenopstellingen • Eenvoudige waterbouwkundige werken • Paardenbakken, paddocks, longeercirkels en trainingsmolens Voor alle eenvoudige bouwplannen die niet voldoen aan de regels, is het mogelijk om af te wijken als voldaan wordt aan één van de volgende voorwaarden: • Er is een functionele noodzaak. Bijvoorbeeld omdat u moet voldoen aan het bouwbesluit, waardoor kozijn of een deur anders geplaatst moet worden. • Er is een bouwkundige noodzaak. Bijvoorbeeld omdat het voor de constructie van het bouwwerk nodig is om een dakkapel anders te plaatsen. 3.2.1 Dakkapellen 3.2.1.1 Dakkapellen – voordakvlak en naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak De gemeente Smallingerland heeft in de bestemmingsplannen geen regels staan voor het bouwen van dakkapellen. In de welstandsnota zijn wel regels opgenomen. In hoofdstuk 2 van de welstandsnota staan regels voor kleine bouwwerken, waaronder dakkapellen.
Over het algemeen voldoen kleine bouwwerken aan de redelijke eisen van welstand wanneer: • Het bouwwerk bij vervanging qua plaatsing en vormgeving identiek is aan het oorspronkelijke bouwwerk, mits de vervanging geen gevolg is van repressief welstandstoezicht; of • Er wordt aangesloten bij een trendsetter (een vergelijkbaar voorbeeld dat met een vergunning is gerealiseerd) in dezelfde straat en bij hetzelfde woningtype. Deze trendsetter is gerealiseerd in de laatste 5 jaar met positief welstandsadvies; of • Er wordt aangesloten bij het goedgekeurde ontwerp van het bijbehorend bouwwerk, de dakkapel of de erfafscheiding van de architect van de oorspronkelijke woning of het oorspronkelijke bouwproject; of • Er wordt voldaan aan de specifieke criteria voor het betreffende veel voorkomende kleine bouwplan (‘Kleine Bouwplannen Criteria’). Naast de criteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen, kunnen (aanvullend of met voorrang) van toepassing zijn: • bestemmingsplanregels (voor dakkapellen niet relevant, omdat bestemmingsplan hierover geen regels stelt) • gebiedscriteria (hoofdstuk 3 van de welstandsnota) • algemene criteria (hoofdstuk 6 van de welstandsnota) • objectcriteria voor specifieke bouwwerken (hoofdstuk 4 van de welstandsnota) Algemene welstandscriteria (hoofdstuk 6 van de welstandsnota):
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 9 van 59
“De afmetingen en verhoudingen van gevelelementen vormen tezamen de compositie van het gevelvlak. Hellende daken vormen een belangrijk element in de totale compositie. Als toegevoegde elementen (zoals een dakkapel, een aanbouw of een zonnecollector) te dominant zijn ten opzichte van de hoofdmassa en/of de vlakverdeling, verstoren zij het beeld niet alleen van het object zelf maar ook van de omgeving waarin dat is geplaatst.” In paragraaf 8.2 van de NOS staan regels voor dakkapellen aan de voorkant. Met ‘voorkant’ worden dakvlakken die grenzen aan een weg of aan openbare ruimte bedoeld. Voor dakkapellen aan de voorkant wordt het trendsetterprincipe gehanteerd. Dit betekent dat: • De dakkapel moet passen in de omgeving en moet passen bij de bestaande bebouwing. • De dakkapel is ondergeschikt in het dakvlak, mag de kapvorm niet aantasten, en het silhouet van het dak niet domineren. • De noklijn van het dak moet vanaf de weg zichtbaar blijven. • De ruimte tussen de dakkapel en de goot moet voldoende zijn. Bij meerdere dakkapellen in een dakvlak is herhaling van gelijke dakkappelen uitgangspunt. Deze moeten regelmatig gerangschikt zijn. In art. 22.27 onder c van de Bs zijn regels opgenomen voor dakkapellen in het voordakvlak en het naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak. In onderstaande tabel zijn de regels uit de welstandsnota (criteria voor kleine bouwplannen K5, p.
25 welstandsnota), de NOS (eenvoudige bouwplannen) en de bruidsschat naast elkaar gezet, zodat ze met elkaar kunnen worden vergeleken. De schuingedrukte teksten in de kolom van de NOS komen overeen met de welstandscriteria. De niet schuingedrukte teksten in de kolom van de NOS verschillen van de welstandscriteria. Art. 22.27 onder c Bs
Welstandsnota
NOS
1
gelegen in een gebied dat of een bouwwerk dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is aangewezen als gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn;
geen welstandsvrije gebieden (hoofdstuk 3.3 welstandsnota)
geen welstandsvrije gebieden (hoofdstuk 6 van de NOS)
2
voorzien van een plat dak;
plat afgedekt
plat afgedekt
3
gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m
de hoogte van de voet van de dakkapel tot de bovenzijde boeiboord of daktrim is maximaal 50% van de verticale hoogte van het dakvlak, met een maximum van 1,5 meter
de hoogte van de voet van de dakkapel tot de bovenzijde boeiboord of daktrim is maximaal 50%
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 10 van 59
van de verticale hoogte van het dakvlak 4
bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok is de hoogte op elkaar afgestemd
bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok is de hoogte op elkaar afgestemd
5
bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok is sprake van een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn
bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok is sprake van een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn
6
onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet
minimaal 0,8 meter en maximaal 1,2 meter dakvlak onder de dakkapel
minimaal 0,8 meter en maximaal 1,2 meter dakvlak onder de dakkapel
7
bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok
minimaal 1 meter dakvlak boven de dakkapel (bij hoekkepers in het hart van de dakkapel gemeten)
minimaal 1 meter dakvlak boven de dakkapel.
8
zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak
minimaal 1 meter dakvlak aan weerszijden van de dakkapel (bij hoekkepers in het hart van de dakkapel gemeten)
aan weerszijden van de dakkapel blijft minimaal 1,0 meter dakvlak over; bij hoekkepers wordt dit in het hart van de dakkapel gemeten.
9
een gekoppelde dakkapel over twee woningen is toegestaan
een gekoppelde dakkapel over twee woningen is als uitzondering toegestaan
10
per hoofdgebouw niet meer dan één dakkapel per dakvlak
per hoofdgebouw (woning) niet meer dan twee dakkapellen per dakvlak
11
niet geplaatst in het bovenste dakvlak van een mansardekap (geknikt dakvlak)
de dakkapel is niet geplaatst in het bovenste dakvlak van een mansardekap (geknikt dakvlak)
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 11 van 59
12
de dakkapel wordt geplaatst in een dakvlak met een helling van minimaal 30°
de dakkapel wordt geplaatst in een dakvlak met een helling van minimaal 30°
13
de breedte is maximaal 50% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 4 meter, gemeten tussen de eindgevels of midden woningscheidende bouwmuren
de breedte is maximaal 50% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 4 meter; de breedte wordt gemeten tussen de eindgevels en/of het midden van de woningscheidende bouwmuren
14
indeling en profielen van kozijnen gelijk aan die van de gevelramen en kozijnen van het hoofdgebouw of de trendsetter
de indeling en de profielen van de kozijnen zijn afgestemd op de kozijnen van het hoofdgebouw NB: zie rij 25. Trendsetter is een afzonderlijk criterium
15
onder glasvlakken geen dichte panelen of borstwering
16
het plan komt in plaatsing, vormgeving, indeling, materiaal en kleur overeen met een eerder vergund plan in eenzelfde soort situatie en bij eenzelfde woningtype. Het positieve welstandsadvies is daarnaast maximaal 5 jaar geleden afgegeven
17
materiaal- en kleurgebruik overeenkomstig het hoofdgebouw
www.flolegal.nl
onder glasvlakken mogen geen dichte panelen of borstwering worden aangebracht
het materiaalgebruik is afgestemd op het hoofdgebouw
Voorstel bouwregels Smallingerland • 12 van 59
De detaillering van de dakkapel moet afgestemd zijn op het hoofdgebouw 18
zijwanden ondoorzichtig en in een donker gedekte kleur, bijvoorbeeld donkergroen
19
Detaillering overeenkomstig het hoofdgebouw en binnen een rij of bouwblok identiek
20
Gebiedscriterium G4 Lintbebouwing (p. 91 welstandsnota): dakkapellen en dakoverstekken in onderlinge samenhang en mee-ontworpen met het hoofdgebouw
21
Objectgericht criterium voor O3 historische boerderijen (p. 473 welstandsnota): dakkapellen beperken zich in principe tot het historische woongedeelte (voorhuis). Met dakkapellen op het schuurgedeelte wordt zeer terughoudend omgegaan
22
Objectgericht criterium voor O4 nieuwe boerderijen (p. 475 welstandsnota): dakvlakken hebben een gesloten karakter (kleine openingen) en dakkapellen beperken zich tot het woongedeelte
zijwanden zijn ondoorzichtig
23
dakkappellen mogen niet boven elkaar liggen
24
het trendsetterprincipe wordt toegepast voor de maatvoering en plaatsing
25
het trendsetterprincipe wordt toegepast voor de vormgeving
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 13 van 59
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de bruidsschat onderdeel geworden van het omgevingsplan. De gemeente heeft zelf de keuze om deze regels te over te nemen, te wijzigen of te schrappen. Voorgestelde keuze – Dakkapellen voordakvlak en naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak Ons voorstel is om: 2. Art. 22.27 onder c deels over te nemen in het omgevingsplan en een deel van de bruidsschat en de welstandsnota. Meer specifiek ten aanzien van de onderdelen van art. 22.27 onder c: a. onderdeel 2 t/m 6 te behouden; b. voor het overige schrappen. 3. De in bovenstaande tabel genoemde onderdelen 4, 5, 9 t/m 15, 17, 18 en 23 t/m 25 hieraan toe te voegen (met andere woorden: die regels uit de NOS over te hevelen naar het omgevingsplan). 4. De vergunningplicht voor dakkapellen aan de voorkant te laten vervallen, met uitzondering voor over twee woningen gekoppelde dakkapellen.
Vraag aan gemeente: graag in de tabel op regelniveau aangeven als er specifieke onderdelen van de NOS zijn die in plaats van de welstandsnota moeten worden aangehouden. Toelichting voorgestelde keuze Tot dit voorstel komen we van uit het uitgangspunt om (1) in beginsel geen nieuwe beperkingen op te leggen en (2) regelgeving zoveel mogelijk te synchroniseren en harmoniseren. We sluiten aan bij de uitgangspunten in paragraaf 4.7 van het ‘Handboek omgevingsplan 1.0 Smallingerland’. “De gemeente kiest er dan ook voor om in beginsel te werken met gesloten normen en alleen voor open normen in beoordelingsregels te kiezen als: (…) het om welstand gaat.”
3.2.1.2. Dakkapellen – achterdakvlak en niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak In art. 2.29 onder b Bbl staan regels voor dakkapellen in het achterdakvlak en het niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak. Op grond van deze bepaling is dit type bouwwerk vergunningvrij, ongeacht wat in het omgevingsplan geregeld is. Het gaat hier om een plat dak. De gemeente Smallingerland heeft in de bestemmingsplannen geen regels staan voor het bouwen van dakkapellen. In de welstandsnota staan in de ‘Kleine bouwplannen criteria’, onderdeel K6 (p. 27 van de welstandsnota) welstandscriteria voor dakkapellen in het achterdakvlak en niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak. Hier staat ook de uitspraak:
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 14 van 59
“In vergelijking met vergunningsvrije dakkapellen wordt met de criteria voor dakkapellen in het achterdakvlak ruimte geboden aan dakkapellen die dichter dan 0,5 meter bij de nok aankappen alsmede aan dakkapellen met een schuine afdekking.” In paragraaf 8.3 van de NOS staan regels voor dakkapellen aan de achterkant. Met ‘achterkant’ worden dakvlakken die niet grenzen aan een weg of aan openbare ruimte bedoeld. Voor dakkapellen aan de achterkant wordt het trendsetterprincipe gehanteerd. In onderstaande tabel zijn de regels uit de welstandsnota, de NOS en het Bbl naast elkaar gezet, zodat ze met elkaar kunnen worden vergeleken. De schuingedrukte teksten in de kolom van de NOS komen overeen met de welstandscriteria. De niet schuingedrukte teksten in de kolom van de NOS verschillen van de welstandscriteria. Art. 22.29 Bbl
Welstandsnota
NOS
1
gelegen in een gebied dat of een bouwwerk dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is aangewezen als gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn;
2
voorzien van een plat dak;
plat afgedekt
de dakkapel is in principe plat afgedekt
3
gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m
de hoogte van de voet van de dakkapel tot de bovenzijde boeiboord of daktrim is maximaal 50% van de verticale hoogte van het dakvlak, met een maximum van 1,5 meter
de hoogte van de voet van de dakkapel tot de bovenzijde boeiboord of daktrim is maximaal 1,75 meter
bij een dakhelling groter dan 45° is een aangekapte dakkapel met een dakhelling groter dan 25° mogelijk mits hoogte van voet dakkapel tot druiplijn minder dan 1,3 meter bedraagt en de dakkapel minimaal 1,0 meter onder de nok blijft
een aangekapte dakkapel is mogelijk, mits:
4
www.flolegal.nl
de dakhelling van het dak van het hoofdgebouw
Voorstel bouwregels Smallingerland • 15 van 59
groter is dan 45 graden, de dakhelling van de aankapping groter is dan 25 graden, de hoogte van de voet van de dakkapel tot de druiplijn minder dan 1,3 meter is, de dakkapel minimaal 1,0 meter onder de nok blijft. 5
bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok is de hoogte op elkaar afgestemd
bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok is de hoogte op elkaar afgestemd
6
bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok is sprake van een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn
meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok zijn regelmatig gerangschikt op een horizontale lijn
7
onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet
minimaal 0,8 meter en maximaal 1,2 meter dakvlak onder de dakkapel
Minimaal 0,5 meter en maximaal 1,0 meter dakvlak onder de dakkapel
8
bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok
de dakkapel mag vanuit de nok worden geplaatst. Bij een dakhelling groter dan 45° is een aangekapte dakkapel met een dakhelling groter dan 25° mogelijk mits hoogte van voet dakkapel tot druiplijn minder dan 1,3 meter bedraagt en de dakkapel minimaal 1,0 meter onder de nok blijft
de dakkapel mag vanuit de nok worden geplaatst
9
zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak
aan weerszijden van de dakkapel blijft minimaal 0,8 meter over, bij hoekkepers minimaal 0,5 meter
aan weerszijden van de dakkapel blijft minimaal 0,5 meter dakvlak over; bij hoekkepers blijft minimaal 0,5 meter dakvlak vrij
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 16 van 59
10
de dakkapel wordt geplaatst in het achter dakvlak van het hoofdgebouw met een helling van minimaal 30°
11
de breedte is maximaal 75% van de breedte van het dakvlak gemeten tussen de eindgevels of midden woningscheidende bouwmuren
14
indeling en profielen van kozijnen gelijk aan die van de gevelramen en kozijnen van het hoofdgebouw of trendsetter
de indeling en de profielen van de kozijnen zijn afgestemd op de kozijnen van het hoofdgebouw
15
onder glasvlakken geen dichte panelen of borstwering
Onder glasvlakken mogen geen dichte panelen of borstwering worden aangebracht
16
trendsetter: het plan komt in plaatsing, vormgeving, indeling, materiaal en kleur overeen met een eerder vergund plan in een zelfde soort situatie en bij een zelfde woningtype. Het positieve welstandsadvies is daarnaast maximaal 5 jaar geleden afgegeven
het trendsetterprincipe wordt toegepast voor de maatvoering en plaatsing
materiaal-, kleurgebruik en detaillering overeenkomstig het hoofdgebouw of bouwblok
de detaillering van de dakkapel moet afgestemd zijn op het hoofdgebouw of bouwblok.
17
het trendsetterprincipe wordt toegepast voor de vormgeving
Het materiaalgebruik is overeenkomstig het hoofdgebouw of bouwblok. 18
zijwanden ondoorzichtig en in een donker gedekte kleur, bijvoorbeeld donkergroen
19
Gebiedscriterium G4 Lintbebouwing (p. 91 welstandsnota): Dakkapellen en dakoverstekken in onderlinge samenhang en mee-ontworpen met het hoofdgebouw
www.flolegal.nl
zijwanden zijn ondoorzichtig
Voorstel bouwregels Smallingerland • 17 van 59
20
Objectgericht criterium voor O3 historische boerderijen (p. 473 welstandsnota): Dakkapellen beperken zich in principe tot het historische woongedeelte (voorhuis). Met dakkapellen op het schuurgedeelte wordt zeer terughoudend omgegaan
21
Objectgericht criterium voor O4 nieuwe boerderijen (p. 475 welstandsnota): Dakvlakken hebben een gesloten karakter (kleine openingen) en dakkapellen beperken zich tot het woongedeelte
Voorgestelde keuze – Dakkapellen achterdakvlak en niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak Ons voorstel is om: 5. De algemene regels in art. 2.29 van het Bbl aan te vullen met het in bovenstaande tabel genoemde onderdeel 4 (voor aangekapte dakkapellen) (met andere woorden: die regels uit de NOS alleen voor dat onderdeel over te hevelen naar het omgevingsplan). 6. De regels uit de NOS die te maken hebben met de aanvullende criteria voor de verschillende specifieke bouwtypen (objectgerichte criteria) en gebiedscriteria niet over te nemen in het omgevingsplan. 7. De regels uit de welstandsnota die te maken hebben met het toetsen aan detaillering, materiaal en kleurgebruik ook niet over te nemen in het omgevingsplan. Vraag aan gemeente: graag in de tabel op regelniveau aangeven als er specifieke onderdelen van de NOS zijn die in plaats van de welstandsnota moeten worden aangehouden. Toelichting voorgestelde keuze Tot dit voorstel komen we van uit het uitgangspunt om (1) in beginsel geen nieuwe beperkingen op te leggen en (2) regelgeving zoveel mogelijk te synchroniseren en harmoniseren. We sluiten aan bij de uitgangspunten in paragraaf 4.7 van het ‘Handboek omgevingsplan 1.0 Smallingerland’.
“De gemeente kiest er dan ook voor om in beginsel te werken met gesloten normen en alleen voor open normen in beoordelingsregels te kiezen als: (…) het om welstand gaat.” Gevolgen voorgestelde keuze Als bovenstaande voorgestelde keuze wordt overgenomen is de inzet om deze regels door middel van een wijzigingsbesluit in het omgevingsplan op te nemen. De betreffende regel in de bruidsschat wordt geschrapt (voorzien van het woord ‘vervallen’). De genoemde onderdelen van de welstandsnota worden geschrapt. De regel wordt opgenomen in nieuwe toepasbare regels.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 18 van 59
3.2.2 Bouwwerken in het achtererf- en voorerfgebied We hebben bij de inventarisatie van de bijbehorend bouwwerken (aan-, uitbouw, bijgebouw en overkapping) gekeken naar de bouwregels in de bestemmingsplannen, de welstandsnota, de NOS en de pre-omgeving (Omgevingsplan gemeente Smallingerland, 19 maart 2024). Uit die analyse wordt duidelijk dat de gemeente onderscheid maakt tussen regels voor een voorerfgebied, achtererfgebied en het zijerfgebied. In onderstaande afbeelding is op basis van de bestaande definities (bijlage 2) gevisualiseerd hoe het voorerfgebied, achtererfgebied en zijerfgebied zich tot elkaar verhouden. Het lichtgroene vlak is het achtererfgebied. Het achtererfgebied begint altijd 1 m achter de voorgevel. Het donkergroene stuk is het voorerfgebied. Het voorerfgebied is de voortuin van het hoofdgebouw. Daarnaast is er ook een zijerfgebied. Het zijerfgebied is het deel van het erf dat niet bij het achtererfgebied hoort en grenst aan openbaar toegankelijk gebied. In de onderstaande afbeelding is te zien dat het zijerfgebied onderdeel is van het voorerfgebied. De gemeente kan de keuze maken om het zijerfgebied bij het voorerfgebied te betrekken. Afbeelding 1 – Achtererf- en voorerfgebied
Hieronder volgt voor het achtererfgebied en het voorerfgebied een voorstel voor de regels die per type bouwwerk in het omgevingsplan kunnen worden gesteld. 3.2.2.1 Achtererfgebied Voor het achtererfgebied zijn zowel in de bestemmingsplannen als de bruidsschat als de welstandsnota opgenomen. Ook in het Bbl zijn regels opgenomen. Daarbij zijn regels opgenomen over o.a. het toegelaten oppervlak bijbehorende bouwwerken, de bouwhoogte, de afstand tot perceelsgrenzen, etc. We lopen die hieronder langs. 3.2.2.1.1
Oppervlakte
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 19 van 59
Bestaande regels In bestemmingsplan Kleine Kernen Oost zijn regels opgenomen voor de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen. Bij de woonbestemmingen (Wonen – 1, Wonen – 2 en Wonen – 3) geldt dat de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij het hoofdgebouw maximaal 40/75/100 m2 mag bedragen waarbij de gezamenlijke oppervlakte niet meer mag bedragen dan de 50% van de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw aansluitende zij- en/of achtererf (voor zover dat binnen het op de plankaart aangegeven bouwvlak ligt). Daarbij geldt een oppervlakte van: • 100 m2 als het vrijstaande woonhuizen betreft (bestemming wonen 1) • 75 m2 ter plaatse van de aanduiding "twee-aaneen" (bestemming Wonen – 1), en voor halfvrijstaande huizen (bestemming Wonen – 2) en eindwoningen (bestemming Wonen – 3); • 40 m² als het tussenwoningen betreft (bestemming Wonen – 3). Voor woonbestemmingen is via artikel 4.1.1 van het Parapluplan regeling aan- en uitbouwen en bijgebouwen een afwijkmogelijkheid (binnenplanse vergunningplicht) opgenomen waarmee de gemeente een grotere oppervlakte voor aan- en uitbouwen en bijgebouwen kan toestaan. Daarbij blijft het zo dat niet meer dan 50% van het zij- en of achtererf binnen het bouwvlak mag worden bebouwd.
Het gaat om de volgende regel: “4.1.1 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, voor zover sprake is van de in de bijlage bij deze regels genoemde bestemmingsplannen met bijbehorende artikelen, bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen en toestaan dat de oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen wordt vergroot. Hierbij gelden de volgende regels: 1. er mag niet meer dan 50% van het zij- en/of achtererf worden bebouwd, mits in het bouwvlak is gesitueerd; 2. de in de bestemmingsregels toegestane bebouwingsoppervlakte van een bouwperceel mag niet worden overschreden. 4.1.2 Beoordelingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.1.1 kan alleen worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: • de woonsituatie; • het straat- en bebouwingsbeeld; • de milieusituatie; • de verkeersveiligheid; • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.” De welstandsnota bevat ook criteria over het totaal oppervlak aan bijbehorende bouwwerken in de 'Kleine Bouwplannen Criteria'. Als de voorschriften uit de 'Kleine Bouwplannen Criteria' strijdig zijn met het bestemmingsplan dan zijn de voorschriften uit het bestemmingsplan leidend.
De welstandscriteria zijn dus niet relevant voor de woonbestemmingen, maar ze kunnen wel nog een rol spelen bij andere bestemmingen binnen het werkingsgebied van deelomgevingsplan Drachtstercompagnie. Voorwaarde is dat voor die bestemmingen nog geen regels over maximaal bebouwde oppervlakte in de bouwregels van het bestemmingsplan
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 20 van 59
staan. In de praktijk gaat het dan om de bestemming Gemengd-2 waar gebouwen zoals winkels, bedrijfsgebouwen, cafetaria's en woningen zijn toegelaten. Welstandsnota, 'Kleine Bouwplannen Criteria': 1. Voor aan- en uitbouwen (K1) en vrijstaande bijgebouwen (K2) mag de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken maximaal 100% van de oppervlakte van het hoofdgebouw bedragen. 2. Voor overkappingen mag het grondoppervlak maximaal 30 m² bedragen, en in totaal is maximaal 50% van het oorspronkelijk achter- of zijerf bebouwd. In de NOS zijn de regels over objectcriteria gedeeltelijk komen te vervallen. Twee onderdelen van het objectgerichte beleid zijn onderdeel geworden van de criteria voor kleine bouwplannen. In onderstaande tabel staan de overige bestemmingen (ander dan wonen) binnen Drachtstercompagnie, met daarbij de bouwregels over maximale oppervlakte en bebouwingspercentage uit bestemmingsplan Kleine Kernen Oost. Bestemming
Bouwregels over oppervlakte/bebouwings%
Agrarisch – cultuurgrond
Buiten aanduiding ‘volkstuin’ geen bouwwerken toegelaten. Gebouwen voor volkstuinen hebben een maximaal oppervlak van 7 m2.
Bedrijf – 2
het bebouwingspercentage van een bouwvlak is ten hoogste het in de aanduiding "minimale-maximale goot-, bouwhoogte (m), dakhelling (graden) en maximum bebouwingspercentage (%)" aangegeven bebouwingspercentage. Dit toegelaten bebouwingspercentage is 80% of 100% (afhankelijk van de locatie)
Dienstverlening
het bebouwingspercentage van een bouwvlak is ten hoogste het in de aanduiding "minimale-maximale goot-, bouwhoogte (m), dakhelling (graden) en maximum bebouwingspercentage (%)" aangegeven bebouwingspercentage. Dit toegelaten bebouwingspercentage is 40%
Gemengd – 2
Bouwen binnen het bouwvlak, geen regels over max. bebouwd oppervlak
Groen
het bebouwingspercentage van een bouwvlak is ten hoogste het in de aanduiding "minimale-maximale goot-, bouwhoogte (m), dakhelling (graden) en maximum
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 21 van 59
bebouwingspercentage (%)" aangegeven bebouwingspercentage. Dit toegelaten bebouwingspercentage is 100% Horeca – 2
het bebouwingspercentage van een bouwvlak is ten hoogste het in de aanduiding "minimale-maximale goot-, bouwhoogte (m), dakhelling (graden) en maximum bebouwingspercentage (%)" aangegeven bebouwingspercentage. Dit toegelaten bebouwingspercentage is 100%
Maatschappelijk – 1
het bebouwingspercentage van een bouwvlak is ten hoogste het in de aanduiding "minimale-maximale goot-, bouwhoogte (m), dakhelling (graden) en maximum bebouwingspercentage (%)" aangegeven bebouwingspercentage. Dit toegelaten bebouwingspercentage is 80% of 100% (afhankelijk van de locatie)
Sport
het bebouwingspercentage van een bouwvlak is ten hoogste het in de aanduiding "minimale-maximale goot-, bouwhoogte (m), dakhelling (graden) en maximum bebouwingspercentage (%)" aangegeven bebouwingspercentage. Dit toegelaten bebouwingspercentage is 2%, waarbij voor de sportvoorzieningen aan de Smidswei in Drachtstercompagnie een totaal maximum oppervlakte geldt van 1.300 m2
Verkeer
Nvt
Verkeer - verblijf
Nvt
Ook in de bruidsschat zijn regels opgenomen over de gezamenlijke oppervlakte. Daar is vastgelegd dat de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer is dan: • bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied; • bij een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; en
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 22 van 59
•
bij een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2.
Er zijn twee verschillen tussen de bruidsschat en de bestemmingsplannen, namelijk: 1. In de bestemmingsplannen wordt met andere definities gewerkt (achtererf) dan in de bruidsschat (bebouwingsgebied). 2. In de bruidsschat wordt een ander oppervlakte toegelaten. In artikel 2.29 van het Bbl is opgenomen dat een bouwwerk in achtererfgebied in alle gevallen in overeenstemming is met het omgevingsplan als de oppervlakte niet meer is dan 2 m2. Voorgestelde keuze – oppervlakte Ons voorstel is om: 8. het bebouwingsgebied uit de bruidsschat over te nemen in het definitieve omgevingsplan 9. de oppervlakteregeling uit de bruidsschat over te nemen in het definitieve omgevingsplan 10. De beleidsregel uit de welstandsnota te schrappen (als wordt uitgegaan van de NOS is dit voorstel overbodig). Toelichting voorgestelde keuze Tot dit voorstel komen we van uit het uitgangspunt om (1) regelgeving waaraan geen betekenis meer toekomt (in dit geval de bouwregels uit de bestemmingsplannen) te schrappen en (2) in beginsel geen nieuwe beperkingen op te leggen. Gevolgen keuze Als bovenstaande voorgestelde keuze wordt overgenomen is de inzet om deze regels door middel van een wijzigingsbesluit in het omgevingsplan op te nemen. De betreffende regel in de bruidsschat wordt geschrapt (voorzien van het woord ‘vervallen’). De bouwregels uit de bestemmingsplannen kunnen niet zelfstandig worden geschrapt.
Voor de bestemmingsplannen is vastgelegd dat die regels alleen alle tegelijk komen te vervallen (in de techniek ook wel ‘de pons’ genoemd).3 De overige regels uit de bestemmingsplannen moeten op dit moment nog blijven gelden. Daarom wordt in de regels een voorrangsregel opgenomen die bepaalt dat de regels over dit onderwerp in het nieuwe deel voorrang hebben boven de regels in de bestemmingsplannen. De regel wordt opgenomen in nieuwe toepasbare regels. 3.2.2.1.2 Positie Bestaande regels In het bestemmingsplan wordt niet gewerkt met de bestemming Tuin. Wel is voor de woonbestemmingen vastgelegd dat aan- en uitbouwen, vrijstaande bijgebouwen en overkappingen zijn toegestaan binnen het bouwvlak en op minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw. Met een omgevingsvergunning voor binnenplans afwijken kan het college toestaan dat aan/uitbouwen, bijgebouwen of overkappingen buiten het bouwvlak worden gebouwd, onder de volgende voorwaarden:
3 Artikel 22.6, eerste lid, Omgevingswet.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 23 van 59
• • •
minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw; de breedte van een aan- of uitbouw, bijgebouw of overkapping gemeten vanaf de bouwgrens, is ten hoogste 3 meter; de afstand van een aan- of uitbouw, bijgebouw of overkapping tot de zij- en achtergrens van het bouwperceel is ten minste 2 meter.
Voor de bestemmingen Bedrijf - 2, Dienstverlening, Gemengd – 2, Horeca – 2 en Maatschappelijk geldt de bouwregel: “de afstand van een gebouw tot de zijgrens van het bouwperceel moet minimaal 3 meter zijn, tenzij de bestaande afstand kleiner is in welk geval de bestaande afstand van toepassing blijft.” Bij gronden met de bestemming Groen mogen gebouwen en andere bouwwerken alleen met vergunningplicht worden gebouwd binnen 5 meter van een aanduiding "water", om advies te kunnen vragen aan het waterschap. Gebouwen mogen op gronden met de bestemming Sport alleen binnen het bouwvlak worden gebouwd, tenzij het gaat om gebouwen voor de openbare nutsvoorziening (maximaal 75 m3 inhoud en maximaal 4 m hoog). Ook in de welstandsnota staan criteria over positie en diepte van aan- en uitbouwen, (vrijstaande) bijgebouwen en overkappingen. Welstandsnota ‘Kleine bouwplannen criteria’: 1. Geen plaatsing in het voorerfgebied of zijerfgebied (K1 t/m K3) 2. De afstand tot de voorgevellijn is minimaal gelijk aan de breedte van de aan- of uitbouw als deze minder dan 3 meter breed is. De afstand tot de voorgevellijn is minimaal 3 meter als de aan- of uitbouw meer dan 3 meter breed is (K1) 3. De afstand tot de voorgevellijn is minimaal 3 meter (K2 – vrijstaande bijgebouwen) 4. De afstand van een carport of overkapping tot de gevel die grenst aan het openbaar gebied, bedraagt minimaal 1 meter (K3)
Diepte aan- en uitbouwen In het bestemmingsplan is vastgelegd dat de diepte van aan- en uitbouwen en overkappingen gemeten vanaf de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw niet meer dan 4 m bedraagt. Met een binnenplanse vergunningplicht kan de diepte vergroot worden, op voorwaarde dat: • niet meer dan 50% van de oppervlakte van het achter de oorspronkelijke achtergevel gelegen erf wordt bebouwd; • de afstand van een aan- en uitbouw tot aan de achterzijde van het bouwperceel minimaal 2 meter is; en • geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het gebied, waarbij met name wordt uitgegaan van de oppervlakte en de ligging van de gebouwen op de aangrenzende bouwpercelen (open norm). In de welstandsnota is voor aan- en uitbouwen het criterium opgenomen dat de diepte ten opzichte van de achtergevel van het hoofdgebouw maximaal 4 m is. In de NOS is dit criterium komen te vervallen.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 24 van 59
Aan deze bestemmingsplanregels en het criterium in de welstandsnota komt geen betekenis meer toe vanwege het vergunningvrij bouwen. Dat vergunningvrij bouwen werd op rijksniveau geregeld en is inmiddels opgenomen in de bruidsschat. Op grond van de bruidsschat is bebouwing mogelijk in het achtererfgebied. Het achtererfgebied begint op 1 m achter de voorkant van het hoofdgebouw en loopt van daaruit evenwijdig met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied. Voorgestelde keuze – positie Ons voorstel is om: 11. Bebouwing op 1 m achter de voorkant van het hoofdgebouw mogelijk te maken. Dit met uitzondering van hoekwoningen, waarbij het uitgangspunt is om bebouwing op 3 meter achter de voorkant van het hoofdgebouw mogelijk te maken met een binnenplanse vergunningplicht die het mogelijk maakt om hier van af te wijken van uit stedenbouwkundige overwegingen (incl. behoud parkeerplaats). 12. De regel uit de welstandsnota over de diepte ten opzichte van de achtergevel (maximaal 4 m) te laten vervallen. Dit criterium is in de NOS al komen te vervallen.
Toelichting voorgestelde keuze Tot dit voorstel komen we van uit het uitgangspunt om (1) regelgeving waaraan geen betekenis meer toekomt te schrappen en (2) in beginsel geen nieuwe beperkingen op te leggen. Zo kwam aan de regeling over de diepte van aan- en uitbouwen in het bestemmingsplan al geen betekenis meer toe vanwege de mogelijkheden van vergunningvrij bouwen. Gevolgen voorgestelde keuze Als bovenstaande voorgestelde keuze wordt overgenomen is de inzet om deze regels door middel van een wijzigingsbesluit op te nemen in het nieuwe deel. De betreffende regel in de bruidsschat wordt geschrapt (voorzien van het woord ‘vervallen’). De bouwregels uit de bestemmingsplannen kunnen niet zelfstandig worden geschrapt. Voor de bestemmingsplannen is vastgelegd dat die regels alleen alle tegelijk komen te vervallen (in de techniek ook wel ‘de pons’ genoemd).4 De overige regels uit de bestemmingsplannen moeten op dit moment nog blijven gelden. Daarom wordt in de regels een voorrangsregel opgenomen die bepaalt dat deze nieuwe regels over dit onderwerp voorrang hebben boven de regels in de bestemmingsplannen. De regel wordt opgenomen in nieuwe toepasbare regels. 3.2.2.1.3 Bouwhoogte Ook over de toegelaten bouwhoogte zijn op diverse plekken regels gesteld.
Bestemmingsplan In bestemmingsplan Kleine Kernen Oost is vastgelegd dat de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw, vrijstaande bijgebouwen en overkappingen niet meer mag bedragen dan:
4 Artikel 22.6, eerste lid, Omgevingswet.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 25 van 59
• •
•
voor overkappingen: 3 m. voor aan- en uitbouwen: 3 m op de zijgrens van het bouwperceel, waarbij de bouwhoogte vanaf de zijgrens van het bouwperceel onder een dakhelling van maximaal 45 graden rechtevenredig toe mag nemen tot een bouwhoogte van maximaal 1 meter onder de bouwhoogte van het hoofdgebouw voor bijgebouwen: 3 m op de zijgrens van het bouwperceel, waarbij de bouwhoogte vanaf de zijgrens van het bouwperceel onder een dakhelling van maximaal 45 graden rechtevenredig toe mag nemen tot een bouwhoogte van maximaal 5 m.
Het Parapluplan regeling aan- en uitbouwen, artikelen 4.2.1 en 4.2.2, regelt dat bij omgevingsvergunning de goothoogte van een aan- of uitbouw in de zijdelingse perceelsgrens verhoogd kan worden tot maximaal 1 meter onder de bouwhoogte van het hoofdgebouw. Voorwaarden zijn: 1. De verhoging van de goothoogte van een aan- of uitbouw is ten hoogste toegestaan voor de in de bestemmingsregels toegestane diepte van het hoofdgebouw. 2. de aan- of uitbouw is na gebruikmaking van deze afwijking ondergeschikt ten opzichte van het hoofdgebouw. De beoordelingscriteria voor deze afwijkvergunning zijn uitsluitend open normen, zoals ‘de milieusituatie’ en ‘de verkeersveiligheid’. Voor andere dan woonbestemmingen is de toegelaten maatvoering (goot- en bouwhoogte, dakhelling) van gebouwen in een bouwvlak aangegeven. Over het algemeen is die toegelaten bouwhoogte voor andere dan woonbestemmingen 8 m of 9 m. De bouwhoogte van overige bouwwerken (geen gebouwen of overkappingen), mag bij woonbestemmingen niet meer dan 3 m bedragen, en bij overige bestemmingen niet meer dan 5 m. Uitzondering zijn bouwwerken ten dienste van de bestemmingen ‘Verkeer’ en ‘Verkeer – verblijf’, die zijn bedoeld voor de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, deze mogen maximaal 10 m zijn.
www.flolegal.nl
Voorstel bouwregels Smallingerland • 26 van 59