CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Plan-projectMER Oudega

Het Debat 19 september 2023, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Bestemmingsplan en Milieueffectrapport (MER) Oudega – Nije Aldegeaster Sânning33.701 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

29/142

●

Behoefte aan modernisering en kwaliteitsverbetering van logiesaccommodaties met toekomstperspectief. Niet meer van hetzelfde, maar aanvullingen die het aanbod completeren.

2.1.4 Verordening Romte In de Verordening Romte Fryslân (vastgesteld op 25 juni 2014) stelt de provincie regels ten behoeve van de provinciale belangen. Deze regels moeten in gemeentelijke plannen worden vertaald. Voor dit plan zijn de hieronder beschreven bepalingen uit de verordening relevant. Bundeling Het plangebied ligt volgens de begrenzing van het landelijk gebied buiten het 'bestaand stedelijk gebied'. Buiten bestaand stedelijk gebied mogen in beginsel geen bouw- en gebruiksmogelijkheden voor stedelijke functies worden geboden. De beoogde functies betreffen voornamelijk dagrecreatieve functies; die mogen wel in het buitengebied. Ruimtelijke kwaliteit Artikel 2 van de verordening bevat regels ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit.

Hierin is opgenomen dat in een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf opgenomen moet worden, waarin voor zover nodig wordt aangegeven op welke wijze: ● het plan rekening houdt met de draagkracht van het landschap voor de opvang en inpassing van nieuwe functies, op grond van een analyse van de samenhang van de ondergrond, netwerken en nederzettingspatronen; ● het plan invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zijnde de structuren van provinciaal belang zoals die, met inbegrip van een richtinggevend advies, per deelgebied of gebiedsoverschrijdend zijn omschreven in de structuurvisie Grutsk op ‘e Romte. De ruimtelijke kwaliteitsparagraaf is verwoord in paragraaf 2.4. Hiermee is invulling gegeven aan de voorwaarden uit hoofdstuk 2 van de verordening. Recreatie en toerisme Artikel 5 van de verordening stelt regels aan recreatie en toerisme. In een ruimtelijk plan kunnen nieuwe dagrecreatieve inrichtingen worden toegestaan (artikel 5.4) in, aansluitend aan of nabij een recreatiekern, tot een maximaal aantal van 150.000 bezoekers per jaar. In het plangebied worden enkele dagrecreatieve voorzieningen gerealiseerd zoals aanlegplaatsen voor de recreatieve vaart, een trailerhelling, een paardrijpad en een strandje.

Gelet op de omvang van deze voorzieningen zal het aantal bezoekers ruim onder het maximum van 150.000 blijven. Voor nieuwe recreatieve voorzieningen geldt dat in de toelichting van het plan onderbouwd moet worden dat de inrichting milieuhygiënisch en verkeerskundig inpasbaar is in de omgeving en wat betreft schaal en verschijningsvorm inpasbaar is binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. Tevens moet worden onderbouwd dat de ontwikkeling bijdraagt aan verbreding of kwaliteitsverbetering van het toeristisch-recreatieve aanbod in de regio. Op de hiervoor genoemde aspecten wordt in hoofdstuk 7 van dit MER ingegaan. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, in beleidsdocumenten van de provincie Fryslân vaak Ecologische Hoofdstructuur EHS - genoemd) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor provincie Fryslân uitgewerkt in het Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014 (geconsolideerd 2021).

Een ruimtelijk plan voor NNN-gronden maakt geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gronden,

30/142

of tot significante aantasting van de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur. Uitzonderingen hierop zijn onder bepaalde voorwaarden mogelijk, onder andere indien voorzien is in mitigerende en/of compenserende maatregelen. Een deel van de gronden in het plangebied behoort tot het NNN. Volgens artikel 7.1.1, eerste lid van de verordening dient in een ruimtelijk plan een passende bestemmingsregeling te worden opgenomen die voorziet in bescherming van de wezenlijke kenmerken en waarden. Met het plan worden gronden die zijn aangewezen als NNN gebied omgevormd tot meer. De compensatie maakt onderdeel uit van het planvoornemen en wordt in hoofdstuk 6 nader behandeld. 2.1.5 Ontgrondingenverordening Friesland Op grond van Ontgrondingenwet moet voor een ontgronding een vergunning worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, in dit geval de provincie Fryslân. Die stelt nadere regels in de Ontgrondingenverordening. In artikel 2 is een aantal uitzonderingen op de vergunningplicht opgenomen. In lid f is bepaald dat de vergunningplicht niet geldt voor ontgrondingen, die noodzakelijk zijn voor de verwerkelijking van een in een niet langer dan 10 jaar geleden onherroepelijk geworden bestemmingsplan aan de grond gegeven bestemming, mits: 1.

in de bij het bestemmingsplan behorende regels uitdrukkelijk is aangegeven dat de verwerkelijking van het plan een ontgronding inhoudt of insluit; 2. de diepte van de ontgronding niet meer bedraagt dan 2,00 m beneden het maaiveld of, wanneer de ontgronding plaatsvindt ten behoeve van de aanleg van een haven 2,00 m beneden het oppervlaktewaterpeil; bij de ontgronding niet meer dan 10.000 m3 bodemmateriaal naar elders wordt afgevoerd of in depot wordt gezet. Zoals in hoofdstuk 1 reeds is beschreven, is de activiteit ontgronden de aanleiding voor het voorliggende gecombineerde plan- en project-MER. Het bestemmingsplan maakt de activiteit mogelijk. Het te ontgraven gebied heeft een oppervlakte van circa 50 hectare. De diepte van het te ontgraven gebied varieert, de waterbodem wordt plaatselijk op -2,52 m ten opzichte van NAP gelegd en het maaiveld ligt ongeveer 1 meter onder NAP. Het vrijkomende materiaal bestaat uit zand en veen en zal waar nodig/wenselijk naar elders worden verplaatst als grondstof en of bouwstof. 2.1.6 Omgevingsverordening Fryslân 2022 De Omgevingsverordening is op 21 september 2022 vastgesteld door Provinciale Staten (echter nog niet gepubliceerd, dit wacht op de Omgevingswet). Deze verordening vervangt bij intreding van de Omgevingswet alle huidige verordeningen zoals hiervoor beschreven. Artikel 2 van deze verordening betreft het ruimtelijk omgevingsbeleid.

Vooruitlopend op de inwerkingtreding van deze omgevingsverordening is hier bij het schrijven van dit MER rekening mee gehouden. Voor dit plan zijn onder de Omgevingswet, de volgende elementen uit de verordening van toepassing: Gezondheid en veiligheid Artikel 2.4 bevat regels ten aanzien van gezondheid en veiligheid. Hierin is opgenomen dat een omgevingsplan, dat voorziet in nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies, een onderbouwing bevat van de wijze waarop effecten op de gezondheid en veiligheid zijn meegewogen in het plan. Voorliggende milieueffectenrapportage heeft deze elementen meegenomen als veiligheid in hoofdstuk 12.4 en gezondheid in hoofdstuk 11. Verder bevat een omgevingsplan, indien nodig, een onderbouwing van de wijze waarop het plan rekening houdt met het risico op waterlast of op overstroming vanuit de Friese Boezem. Dit is meegenomen in dit MER onder hoofdstuk 9.

Recreatie en toerisme In artikel 2.16 is bepaald dat in een omgevingsplan een nieuwe recreatieve voorziening kan worden toegestaan mits: ● een onderzoek heeft plaatsgevonden, waaruit blijkt dat de voorziening positief kan bijdragen aan een Gastvrij Fryslân door het bevorderen van een prettige en gezonde woon- en leefomgeving, het behoud en ontwikkeling van natuur en cultuurerfgoed, of het creëren van toekomstbestendige banen; ● de ontwikkeling een bijdrage levert aan andere opgaven en ambities, zoals herstel biodiversiteit, energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, werkgelegenheid of landschapsversterking.

31/142

Deze milieueffectenrapportage dient als onderzoek als voorgenoemd. Hieruit zal blijken of de ontwikkeling een bijdrage levert aan andere opgaven en ambities. De toetsing aan deze doelen is opgenomen in dit MER. NNN Volgens artikel 2.42 kan een omgevingsplan nieuwe activiteiten en ontwikkelingen toestaan op gronden die onderdeel uitmaken van het natuurnetwerk Nederland, wanneer: ● sprake is van een openbaar belang waarvoor geen reële alternatieven aanwezig zijn, en; ● schade door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt als fysiek-ruimtelijke en wat betreft uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling redelijkerwijs mogelijk is, en; ● de gevolgen van de activiteit of ontwikkeling zodanig worden gecompenseerd, dat geen netto verlies optreedt van wezenlijke kenmerken en waarden in termen van kwaliteit, oppervlakte of samenhang in het natuurnetwerk Nederland. De overweging van de benodigde compensatie is uitgewerkt in dit MER. Waterkwantiteit Artikel 3.7 bevat regels die de kans op overstroming vanuit regionale wateren omvat. Dit heeft betrekking op gebieden die zijn aangewezen op de kaart ‘Omgevingswaarden regionale wateroverlast’. Gezien het voorgenomen plan nog niet is uitgevoerd (nog niet bestaat uit oppervlaktewater) is deze nog niet meegenomen in de kaart. Hierom gelden deze regels niet voor het betreffende plan.

Het MER beschrijft in hoofdstuk 9 de effecten van het meer op de omgeving. Waterbeheerprogramma Artikel 3.11 omvat de regels betreffende de inhoud van het waterbeheerprogramma. Hierbij dient het watersysteem opgenomen te worden in het waterbeheerprogramma door middel van beschrijvingen, beleid, functies en kaarten. Separaat aan de ruimtelijke procedure loopt de aanvraag wijziging peilbesluit. Bij het nemen van dit besluit wordt de nieuwe situatie opgenomen in onderdelen van het waterbeheerprogramma zoals beleid en interactieve kaarten. Peilbesluit Artikel 3.15 beschrijft dat het waterschap één of meer peilbesluiten vaststelt voor de oppervlaktewaterlichamen onder zijn beheer. Deze verplichting geldt voor gebieden met oppervlaktelichamen die onder normale omstandigheden zowel jaarrond watervoerend zijn als ook ingericht om water af te voeren naar, of te ontvangen van, andere oppervlaktewateren. Hieronder valt ook het huidige plan, waarvoor dus een peilbesluit vastgesteld dient te worden.

Deze dient vergezeld te worden door een kaart van de begrenzing van het gebied met een toelichting waarin ten minste zijn opgenomen: ● de aan het besluit ten grondslag liggende afwegingen en uitkomsten van de verrichte onderzoeken; ● een aanduiding van de veranderingen van de waterstanden ten opzichte van de bestaande situatie; ● een aanduiding van de gevolgen van de te handhaven waterstanden voor de diverse belangen; ● een omschrijving van hoe de waterstanden zich verhouden tot de voor het gebied vastgestelde gewenste peilbeheer. Zwemwater In artikel 3.23 zijn regels opgesteld ten behoeve van de veiligheid en gezondheid van gebruikers van zwemlocaties. Hierbij wordt gericht op goede zwemwaterkwaliteit, het behoud en de verbetering van de veiligheid en hygiëne en het voorkomen van verdrinking en letsel van gebruikers op en in de directe omgeving van een zwemlocatie. Voor het plan worden de effecten onderzocht van het graven van het meer om een goede zwemwaterkwaliteit op de aangewezen locatie buiten het plangebied te behouden. Het gaat hierbij om de locatie binnen het plan ‘Waterfront’ binnen het plangebied te realiseren. Verder is binnen het project ‘Oudega Waterfront' ten noorden van het plangebied een camperplaats voorzien met riolering zodat afvalwater niet in het oppervlaktewater terecht komt.

Ook is daar een servicesteiger gemaakt waar de recreatieve vaart het afvalwater kan wegbrengen. Op deze manier wordt waterkwaliteit geborgd.

32/142

2.2

Gemeentelijk beleid

2.2.1 Gebiedsvisie ‘Oudega aan het water’ Door gemeente en provincie is in 2012 een gebiedsvisie opgesteld voor het gebied tussen De Veenhoop en Oudega. Door de westkant van de gemeente (beter) te ontsluiten op het Friese Merengebied worden de Friese Wouden en de Friese meren verbonden, met als doel het gebied uitnodigend in te richten voor recreanten en op deze manier economische groei en leefbaarheid te stimuleren en land- en waterrecreatie met elkaar te verbinden. Deze doelen worden gekoppeld aan het mogelijk maken van een robuust- klimaatbestendig watersysteem voor 2050. De gebiedsvisie ‘Oudega aan het water’ is opgesteld als onderdeel van de gebiedsaanpak Oostelijke Poort Friese Meren (OPFM). De gebiedsaanpak OPFM omvat de ontwikkelingen ‘Oudega aan het water’, ‘Waterfront Drachten’, ‘Vaarweg Drachten’ en ‘Tussendiepen’. De aanpak is erop gericht om De Friese Wouden en de Friese Meren te verbinden, de watersportstructuur te versterken en de beroeps- en recreatievaart veiliger te maken door scheiding van vaarwegen. 2.2.2 Structuurvisie Smallingerland De gemeenteraad heeft in 2013 de Structuurvisie gemeente Smallingerland opgesteld als ruimtelijke vertaling van de Integrale Visie Smallingerland. Deze visie geeft een verkenning van de ontwikkeling van de gemeente Smallingerland voor een langere periode. Voor de structuurvisie wordt de lijn van de integrale visie gevolgd.

Het beleid van de gemeente richt zich op een aantal pijlers: werken, wonen, sport en recreatie, cultuur, onderwijs en wijken. Binnen deze pijlers wordt een aantal doelen geformuleerd. Voor dit plan is de pijler 'sport en recreatie' van belang. Sport en recreatie Binnen deze pijler worden de volgende doelstellingen geformuleerd: ● Gevarieerd voorzieningenaanbod handhaven en versterken, zoals onder meer zwemvoorziening ‘De Welle’, een wielerbaan, een rugbyaccommodatie, een atletiekcentrum, een honkbalstadion, een 'up to date' hockeycomplex, verschillende voetbalcomplexen, een groot sportcentrum naast twee sporthallen, waarvan één in gemeentelijk eigendom. ● De gemeente zal in samenwerking met de georganiseerde sport op de bres blijven staan voor de aanwezigheid en brede toegankelijkheid van een breed scala aan sportvoorzieningen, zowel gericht op topsport als breedtesport. ● Waterfront; de ligging van Drachten op het schakelpunt van land en water wordt met de Drachtstervaart weer meer tastbaar. Ook jachthaven De Drait (de grootste binnenhaven van het noorden) en de (industrie) Haven zijn bepalende elementen in de beleving van het water in de stad. Hier liggen de kansen om Drachten als oostelijke poort naar de Friese meren beter op de kaart te zetten. ● De recreatieve sector in economisch opzicht maximale kansen geven.

Het beleid rond sport, cultuur, middenstand, horeca en centrumontwikkeling is hiermee annex. ● Dit geldt in niet mindere mate voor infrastructurele voorzieningen (zoals de vaarweg naar het Westerkwartier, het uitgraven van de Drachtstervaart, het openstellen van het Polderhoofdkanaal), maar ook veel aandacht voor wandel-, fiets- en ruitervoorzieningen. ● Houden van de regie op de recreatieve kwaliteit van de stadsranden ten behoeve van recreatie dicht bij huis. In Hoofdstuk 2 van deze visie is uiteengezet dat het Waterfront Oudega onderdeel is van de gebiedsaanpak Oostelijke Poort Friese Meren. Het doel is om economische groei en leefbaarheid te stimuleren en land- en waterrecreatie met elkaar te verbinden. De aanpak is erop gericht om de Friese Wouden en de Friese Meren te verbinden, de watersportstructuur te versterken en de beroeps- en recreatievaart veiliger te maken door scheiding van vaarwegen. Het zijn de hoofdingrediënten waarmee de gebiedsaanpak Oostelijke Friese Meren (OPFM) het gebied tussen De Veenhoop en Drachten aantrekkelijk en leefbaar houdt en maakt. Het planvoornemen leidt tot een kwalitatieve recreatieve toevoeging in lijn met de doelstellingen. Daarmee is het voornemen in overeenstemming met de structuurvisie van de gemeente Smallingerland.

33/142

2.2.3 Omgevingsvisie Smallingerland Gemeente Smallingerland heeft op 01-03-2022 een Omgevingsvisie Smallingerland vastgesteld. Deze Omgevingsvisie schets een toekomstbeeld waar gemeente, inwoners, ondernemers en organisaties samen naartoe werken. Deze Omgevingsvisie vervangt bij de in werking treden van de Omgevingswet de hiervoor genoemde structuurvisie. De doelen voor 2040 zijn samen te vatten in vier begrippen; gezond, veilig, aantrekkelijk en economisch vitaal. Gevolgd door drie leidende principes; duurzaam, inclusief en identiteit. Hieruit zijn vier opgaven geformuleerd; 1. Versterken van de positie van Drachten als regionaal verzorgingsgebied. Drachten ontwikkelt zich binnen het stedelijk netwerk van Noord Nederland steeds meer als stad. De woon- en werklocaties en voorzieningen in Smallingerland dragen bij aan de versterking van het regionale verzorgingsgebied en de positie in Noord Nederland. 2. Versterken van Drachten als stad voor innovatieve maakindustrie. In 2040 is in Noord-Nederland de vernieuwende en schone maakindustrie sterk tot ontwikkeling gekomen. Dit met Drachten als centrum. Drachten heeft in binnen- en buitenland bekendheid verworven. 3. Versterken van levendige, aantrekkelijke wijken en dorpen. In Smallingerland wordt volop ingezet op behoud en versterking van de leefbaarheid van dorpen en wijken.

Het belang dat dorpen en wijken levendig, gezond, veilig en aantrekkelijk zijn, wordt hierbij onderstreept. Met een open gemeenschap vol gemeenschapszin. 4. Versterken van de kwaliteit van het buitengebied. In Smallingerland wordt ingezet op een gezond, aantrekkelijk, veilig en economisch vitaal buitengebied. Dat betekent een gezonde bodem, gezonde lucht, een gezonde waterkwaliteit, dierenwelzijn en aandacht voor biodiversiteit. En dat in een afwisselend en toegankelijk landschap. Ongeacht de ontwikkelingen is de verwachting dat de behoefte aan verplaatsingen van personen, goederen of berichten eerder toe- dan afneemt. Daarom is binnen de omgevingsvisie een verbindende opgave van bereikbaarheid opgenomen. In Smallingerland wordt daarom ingezet op goede fysieke en digitale verbindingen. Daarbij wordt allereerst op stimulering van het langzaam verkeer en slimme, duurzame vormen van vervoer gericht. Er wordt ingespeeld op de mogelijkheid om bedrijven via het water te ontsluiten en het verbeteren van bestaande netwerken waar dat nodig is. De eerste twee opgaven hebben direct invloed op de plaats Drachten en daardoor minder relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. Met de bereikbaarheid tussen Drachten en Oudega wordt de relatie gelegd met de waterverbinding en de ontwikkeling van het Waterfront.

Bij het versterken van het buitengebied is het van belang dat het landschap goed en ontsloten blijft, de kwaliteit van het buitengebied wordt behouden en versterkt en bij plannen aandacht wordt besteed aan de kenmerken van het landschap en cultuurhistorie en deze als inspiratiebron worden gebruikt. 2.2.4 Toeristisch-recreatief ontwikkelplan Om richting te geven aan de toeristische ontwikkeling van Smallingerland in de komende 20 jaar heeft de gemeente Smallingerland het Toeristisch-recreatief ontwikkelingsplan opgezet. In dit ontwikkelplan zijn zogenaamde streefbeelden opgenomen om dit doel te bereiken. Deze streefbeelden zijn geen blauwdrukken, maar slechts een leidraad voor ontwikkeling van de sector. Dit houdt in dat er ook ontwikkelingen kunnen worden aangediend die niet in deze nota zijn voorzien, maar wel in lijn zijn met de inhoud van het ontwikkelplan. De streefbeelden zijn als volgt: ● Streefbeeld ‘Wâlden: bos en singels’: Hierbij wordt niet langer gekeken naar Smallingerland als een grensvlak van de drie toeristische regio’s het Friese Merengebied, de Noordelijke Friese Wouden en het Drents-Friese Wold, maar als middelpunt die deze gebieden aan elkaar knoopt.

● Streefbeeld ‘Wetter’: De gemeente wordt niet langer gezien als een gemeente die aan de rand van het Friese Merengebied ligt, maar wordt door de aanleg van een aantal strategische vaarverbindingen en het nieuwe meer bij Oudega een schakelfunctie in de Noord-Nederlandse watersport. ● Streefbeeld ‘Drachten levendig en origineel’: De plaats Drachten zal dienen als een veelzijdig en origineel cultureel baken op het platteland, midden in de natuur. Voor de voorgenomen ontwikkeling is het streefbeeld ‘Wetter’ het meest belangrijk. Hierbij zijn een aantal notities opgenomen om het streefbeeld na te leven. De notities zijn als volgt: ● Alle vaarwegen leiden naar Drachten: In deze notitie is de watersportpotentie van Smallingerland in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat vooral de samenhang tussen de verschillende nieuwe projecten en reeds gerealiseerde verbindingen

34/142

●

●

● ●

ervoor zorgen dat de positie van Drachten in de noordelijke watersport sterker wordt. De voorgenomen ontwikkeling van een nieuw meer bij Oudega is in dit opzicht van belang voor het creëren van meer water(oever)recreatie- en zeilmogelijkheden voor eigen inwoners en toeristen op korte afstand van Drachten. Verbindingen: Er zijn een aantal projecten in voorbereiding die de positie van de gemeente Smallingerland in de Noord-Nederlandse watersport aanzienlijk kan verbeteren. De gemeente maakt zich sterk voor de realisatie van deze projecten. Passantenplekken: Het realiseren van deze vaarverbindingen is echter niet voldoende. Toeristen zien de boot steeds vaker als een vervoermiddel om van de ene naar de andere bestemming te gaan en zien het varen steeds minder als vakantiedoel op zich. Hierdoor is vaartijd korter maar verblijf op wal langer. Hierom zijn aanlegplaatsen een belangrijk aspect om mee te nemen, evenals de nut en noodzaak van voorzieningen als afvalbakken, sanitair, stroomvoorziening et cetera. Kleine waterrecreatie: Gezien de landelijke toenemende belangstelling voor de kleine watersport wil de gemeente Smallingerland hier ook van profiteren. Denk hierbij aan het realiseren van kanoroutes of toeren met een ‘stille’ sloep.

Wetterbus: In de zomer van 2007 kregen toeristen de mogelijkheid om gebruik te maken van de Wetterbus, een historisch postbus die diverse attracties in en rond Smallingerland met elkaar verbond. Deze bus bood de mogelijkheid om ook fietsen mee te nemen, waarbij de mogelijkheid bestaat voor een leuke dagtrip. De gemeente vindt dat dit initiatief een tweede kans verdient.

Gezien de belangrijke rol dat het nieuwe meer bij Oudega speelt binnen het streefbeeld ‘Wetter’ kan worden aangenomen dat deze binnen het Toeristisch-recreatief ontwikkelingsplan van Smallingerland past. Er wordt namelijk aandacht besteed aan water(oever)recreatie- en zeil mogelijkheden door het opwaarderen van vaarverbindingen maar ook het toevoegen van passantenplekken. De realisatie van het meer bij Oudega draagt bij aan het streefbeeld ‘Wetter’ en past binnen het Toeristisch-recreatief ontwikkelingsplan.

2.3

Beleidsdoelen Nije Aldegeaster Sânning

Bij de ontwikkeling ‘Oudega aan het water’ zijn de provincie Fryslân, de gemeente Smallingerland en het Wetterskip Fryslân betrokken. In dit MER staat de ontwikkeling van het meer centraal. Dit project is nauw verweven met het masterplan Waterfront Oudega. Beide projecten zijn gebaseerd op gezamenlijke beleidsdoelen zoals in de voorgaande paragrafen is beschreven. Hieruit zijn de volgende projectdoelen ontstaan: ● Versterken van de aantrekkelijkheid en toegankelijkheid voor waterrecreanten. De huidige vaarroute van Drachten naar de Friese Meren is weliswaar een fraaie brede vaarweg, maar kent geen aantrekkelijk meer nabij Drachten wat door de watersport kan worden gebruikt om te verblijven of wedstrijden dan wel recreatief te varen. Het ontbreekt momenteel aan aantrekkelijke stepping stones nabij Oudega die die de recreant verleiden om te blijven. Met het ontwerp van het meer en het masterplan Waterfront Oudega wordt daar invulling aan gegeven. Met het meer zal het mogelijk zijn zeilwedstrijden te houden. Wellicht is het meer zelfs groot genoeg om de Skûtsjesilen-wedstrijden te kunnen houden. Verder worden er 25 tot 30 ligplaatsen mogelijk gemaakt van uiteenlopende vormgeving. Wegens het ontbreken van een trailerhelling in Oudega voorziet het ontwerp van het meer in een dergelijke helling. ● Aansluiting op de Friese Meren.

Het meer wordt een onderdeel van de Friese boezem en is daarmee direct en zonder obstakels aangesloten op de Friese Meren. De omvang van het meer bij Oudega (circa 50 ha) is dusdanig dat het aandoet als een echt Fries meer. Daarmee ontstaat een verbinding met de Friese meren, de verbinding van het Pikmar, Wide Ie en Alde Feanen in de richting van Drachten (jachthaven) en richting De Leijen en het Burgumermar. Het meer is een stepping stone in deze verbinding van de Friese meren. ● Stimuleren werkgelegenheid. Het meer zal bijdragen tot een positief effect op de werkgelegenheid binnen de gemeente. Met het realiseren van het meer komen er fraaie aanlegplekken voor passanten die ongetwijfeld hun boodschappen (ook) in het dorp zullen gaan doen. Daarnaast zal door het meer ruimte zijn voor het organiseren van watersportwedstrijden met de bijbehorende economische spin-off. Daarnaast kan verwacht worden dat bestaande en nieuwe ondernemers mede zullen profiteren

35/142

●

●

●

●

●

●

van al het water wat bij Oudega wordt gemaakt. Denk aan het bedrijf wat kano’s verhuurt en verkoopt, of de nabijgelegen camping. Met het realiseren van het masterplan ontstaat er verder ruimte voor kleinschalige recreatieve overnachtingsfaciliteiten en voor horeca en ruimte in de plint van het te maken appartementengebouw aan de haven voor commerciële functies. Versterken relatie land-water. In het ontwerp wordt op allerlei manieren de relatie tussen land en water versterkt. Er komen plekken waar het water kan worden benaderd, zit- en uitkijkplekken en wandel- en fietsroutes bij en langs het water, en eilanden waar kan worden aangelegd. Benutten natuurlijke kwaliteiten en versterken natuurwaarden. Het ontwerp van het meer is zorgvuldig afgestemd op de aanwezige natuurlijke kwaliteiten om het zichtbaarder en beleefbaarder te maken. Langs de westzijde van het meer wordt een brede natuurlijke oever gemaakt met een ondiepe zone in het meer waar ook de vissen profijt van kunnen hebben. De landbouwstructuur is op diverse plekken verbeterd door in overleg met de betrokken agrariërs kavels te herprofileren en beter op hoogte te brengen. De aanleg van een nieuw meer kan ook veel betekenen voor de natuur en biodiversiteit in het gebied, bijvoorbeeld door het maken van natuurvriendelijke overs en het inrichten van één of meerdere eilanden speciaal voor natuur. Duurzaam waterbeheer.

Het gebied waar het meer is geprojecteerd wordt gekenmerkt door een veelheid aan uiteenlopende peilvlakken, een tweetal onderleiders waarmee de polders afwateren naar de polder aan de andere kant van het Alddjip en een flink tracé aan regionale waterkering met achterstallig onderhoud. Met de aanleg van het meer zal het waterbeheer worden verduurzaamd. De boezemoppervlakte zal toenemen met circa 50 ha waarmee de retentiecapaciteit van de boezem wordt vergroot en piekbelastingen door zeer zware regenbuien kunnen worden opgevangen. Daarnaast komt bij de uitvoering van het masterplan Waterfront Oudega bodemmateriaal vrij bij het vergroten van de haven dat in het gebied zal worden gebruikt. Dit materiaal zal deels worden gebruikt voor de aanleg van nieuwe keringen en deels om laaggelegen gronden op gelijke hoogte te brengen met aangrenzende gronden. Ook is inmiddels een voormalig baggerdepot opgeruimd en zijn alle gronden zodanig op hoogte gebracht dat het aantal peilvlakken is afgenomen. De gronden die zijn opgehoogd wateren op natuurlijke wijze af zodat de onderleiders kunnen worden verwijderd. Wel is gebleken dat voor de afwatering van de resterende poldervlakken een klein gemaal nodig is. Nieuwe recreatieve ontwikkelingen langs waterkant mogelijk maken. Met het ontwerp van het meer komen er op diverse plekken nieuwe recreatieve ontwikkelingen langs de waterkant.

Genoemd kunnen worden: Aanlegplekken. Vissteiger die ook toegankelijk voor minder-validen. Hondenstrandje. Zit-, beleef-, uitkijk- en picknickplekken. Wandel- en fietsroutes. Bevorderen veiligheid door scheiding beroeps- en recreatievaart Met het ontwerp voor het meer wordt een relatief smal deel van de bestaande vaarroute (Nije Mûntsegroppe), zoals oranje aangeduid op de kaart, optimaal verbreed door de realisatie van het meer. Daarmee is in belangrijke mate voldaan aan deze doelstelling.

Verkend is om van het groen gemarkeerde tracé de scheepsverkeerveiligheid te verbeteren. Hierbij is geconcludeerd dit weliswaar wenselijk is maar niet haalbaar vanwege onder andere het verwerven van extra gronden. Daarom hebben GS en B&W besloten het uit de scope van het totaal project Oudega aan het water te halen. Verbeteren toegankelijkheid en leefbaarheid voor bewoners (bijvoorbeeld wandel- en fietsroutes). Met het ontwerp wordt een aantal aantrekkelijke wandel- en fietswandelpaden gemaakt in de omgeving.

36/142

●

●

●

Verbeteren huidige voorzieningen en het realiseren van nieuwe voorzieningen. Naast de eerder genoemde recreatieve voorzieningen, is deze doelstelling ook opgepakt in het masterplan Waterfront Oudega dat voorziet in een zwemstrandje en speelplek voor kinderen, de aanleg dan wel verbetering van diverse watersportvoorzieningen in de haven (zodat schepen hun chemisch toilet kunnen legen, schoon water kunnen halen en elektriciteit kunnen gebruiken) en een zuil waarmee het toeristisch wandel- en fietsnetwerk wordt gepresenteerd. Ook is het doel daar horeca en overnachtingsmogelijkheden te realiseren. Compensatie NNN gebied. Door het project verdwijnt een deel van het NNN gebied. In het MER wordt overwogen welke vorm van compensatie in het plangebied gerealiseerd kan worden. De ambitie voor de lange termijn (2050) is een blijvend evenwicht, waarin veenafbraak, bodemdaling en CO2- uitstoot nagenoeg zijn gestopt. In het MER wordt daarom onderzocht of een alternatieve wijze van uitvoering bijdraagt aan de doelstelling uit het Ontwerp veenweideprogramma.

37/142

3. REFERENTIESITUATIE In het MER worden de effecten van de planontwikkelingen en de mogelijke alternatieven, varianten en scenario’s vergeleken met de referentiesituatie in 2050. De referentiesituatie 2050 bestaat uit de huidige feitelijke, legale situatie (dus passend binnen het planologisch kader) mét de autonome ontwikkelingen in en rondom het plangebied. Autonome ontwikkelingen zijn zekere ontwikkelingen die zich ook voordoen als het planvoornemen niet wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld gevolgen van vastgesteld beleid, projecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden, andere redelijk zekere ontwikkelingen en trends, zoals bijvoorbeeld klimaatverandering. Ten aanzien van het aspect klimaatverandering worden de prognoses voor 2050 gezien als referentiesituatie.

3.1

Beschrijving huidige situatie plangebied en omgeving

In dit hoofdstuk wordt de planologische en huidige ruimtelijke invulling van het plangebied en de directe omgeving beschreven. De huidige situatie ten aanzien van de te onderzoeken leefomgevingsaspecten wordt in de separate hoofdstukken beschreven. Plangebied en directe omgeving Op basis van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied (vastgesteld 11-06-2013) bestaat de huidige planologische situatie uit de enkelbestemming ‘agrarisch met waarden - open gebied’. Het zuidelijk deel heeft daarnaast nog de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - grasland’. Voor agrarisch met waarden zijn regels opgenomen voor het behoud en herstel van cultuurhistorische en landschappelijke waarden, alsook het behoud en herstel van natuurwaarden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - grasland’. Ten noorden is nog de enkelbestemming ‘Wonen’ aanwezig. De oostelijke en zuidelijke grens wordt gevormd door de enkelbestemming ‘Water’ waarvan de Wide Mûntsegroppe de functieaanduiding ‘vaarweg’ heeft. De directe omgeving van het plangebied bestaat eveneens uit de enkelbestemmingen; ‘agrarisch met waarden- open gebied’, ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - grasland’, ‘Wonen’ en ‘Water’. Ten zuiden van de Wide Mûntsegroppe is de enkelbestemming ‘Natuur’ opgenomen.

Op basis van de omgevingsvergunning Aardgastransportleiding Mildam Garijp TC (09-06-2017) is de ligging van deze leiding ten zuidwesten van het plangebied weergegeven en beschermd (in Figuur 3-1 weergegeven met een blauwe stippellijn).

38/142

Figuur 3-1 Uitsnede Bestemmingsplan Buitengebied, incl. plangrens Oudega het meer (rood contour)

Wonen Binnen het plangebied is één woning gelegen (gele blokken Figuur 3-1. Het betreft hier de woning aan de Gealânswei 4 in de noordelijk hoek van het plangebied. Ten oosten van het plangebied zijn twee woningen gelegen aan de weg It Soal. Nummer 4 ligt op circa 160 meter van het plangebied en nummer 6 grenst aan de oostzijde van het plangebied langs het Alddjip. Aan de westzijde van het plangebied zijn twee woningen gelegen aan De Geasten. Het betreft hier een woonboerderij op nummer 8 en melkveehouderij met bedrijfswoning ter plaatse van nummer 7. Beide woningen liggen op ruim 400 meter van het plangebied. De toegangswegen De Geasten en de Gealânswei 4 liggen gedeeltelijk in het plangebied. Deze toegangswegen zijn binnen de plangrenzen met elkaar verbonden door een voet-fietspad. Agrarisch In verband met de voorgenomen aanleg van het meer zijn gronden verworven. Voor de boeren van wie grond is aangekocht en die niet met hun agrarische werkzaamheden wilde stoppen, is vervangende grond beschikbaar gesteld. Voor de vervangende gronden zijn landerijen gebruikt van twee stoppende boeren. Deze gronden buiten het plangebied zijn met een groene arcering aangegeven in figuur 3.2. Op de blauw gearceerde gronden die binnen het plangebied zijn gelegen, vinden via een pachtconstructie nog agrarische activiteiten zoals beweiding plaats.

De huidige agrarische activiteiten passen binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’.

39/142

Figuur 3-2 illustratie begrenzing omvang de Nije Aldegeaster Sânning/verworven gronden (blauw) en locatie verplaatste agrarische activiteiten (groene arcering) (begin 2021)

Voormalig baggerdepot De agrarische percelen ten noorden van De Geasten (Figuur 3-3) zijn de afgelopen jaren in gebruik geweest als baggerdepot. Het depot is inmiddels volledig gesaneerd en geschikt gemaakt voor agrarische activiteiten zoals beweiden op de percelen buiten het plangebied. Deze percelen maakten deel uit van de grondruil zoals hierboven beschreven. Het deel binnen het plangebied ligt nu braak (rode cirkel in Figuur 3-3).

Figuur 3-3 Globale ligging voormalig baggerdepot binnen het plangebied (bron: provincie Friesland luchtfoto 2016)

40/142

NNN gebied De percelen ten zuiden van De Geasten bestaan uit agrarisch grasland en zijn aangewezen als NNN-beheergebied. Sinds 2021 toen de gronden onderdeel van het projectgebied werden, worden deze percelen ook als dusdanig beheerd. Langs de oost- en zuidzijde van het plangebied is een regionale kering van het Wetterskip gelegen. Van oudsher zijn de keringen bestemd als natuur en als zodanig opgenomen in de provinciale regeling voor NNN-natuur. In Figuur 3-4 zijn de betreffende NNN gebieden weergegeven met roze en groen. De waterstructuren de Wide Mûntsegroppe en het Alddjip maken onderdeel uit van NNN-water. Op een afstand van 700 meter ligt het Natura 2000-gebied de Alde Feanen, in onderstaande figuur met paars aangeduid.

Figuur 3-4 Ligging van Natura 2000-gebieden en NNN-gebieden ten opzichte van het plangebied het meer inclusief plangebied Waterfront (noordzijde)

Recreatie Binnen het plangebied vindt recreatie plaats in de vorm van wandelpaden langs de kering en pleziervaart tussen Oudega en de Wide Mûntsegroppe. Fiets- en wandelpad Binnen het plangebied is een fiets- en wandelpad langs het Alddjip aanwezig, zie Figuur 3-5. Dit pad loopt vanaf de kern van Oudega via de Gealânswei richting De Geasten. Deze twee wegen staan middels een fiets- voetpad met elkaar in verbinding. De wegen worden hoofdzakelijk gebruikt voor bestemmingsverkeer voor de woningen aan de Gealânswei 4 en De Geasten 7. Verder wordt deze weg gebruikt om toegang te verlenen aan agrarische percelen en het onderhoud van bestaande keringen. Vanuit het dorp wordt deze route gebruikt voor een dorpsommetje van circa 4 km, het uitlaten van de hond en als onderdeel van fietsroutes.

41/142

Figuur 3-5 Bestaande fiets- en wandelroute

Pleziervaart De Wide Mûntsegroppe ten zuiden van het plangebied maakt onderdeel uit van de bestaande scheepvaartroute Drachten Prinses Margrietkanaal waarover schepen van 2.051 tot 3.300 ton mogen varen. Op basis van gegevens bekend bij de provincie maken ongeveer acht schepen per dag gebruik van deze route. Ook wordt deze route gebruikt voor pleziervaart tussen de Friese meren. Op basis van tellingen van de provincie bedraagt de verkeersintensiteit in de Alde Feanen door pleziervaart tussen de 130 en 240 vaarbewegingen per dag. In de onderstaande afbeelding is een weergave van de Wide Mûntsegroppe en het eiland ten zuidoosten van het plangebied opgenomen. Op de foto is rechts van het eiland de ingang van het Alddjip gelegen en de graslanden daarboven vallen binnen het plangebied. Het eiland heeft aan de noordzijde een aantal aanlegplaatsen. Tussen de Alde Feanen en Drachten zijn langs de Headammen (noordzijde vaarweg) een aantal drijvende recreatievoorzieningen aanwezig. Aan de zuidzijde van de vaarweg zijn aanlegplekken voor recreatievaart aanwezig. Ter plaatse van het plangebied zijn geen recreatieve voorzieningen zoals aanlegplaatsen en of overnachtingsmogelijkheden aanwezig. Richting Drachten aan de zuidzijde van de vaarweg is een klein aangelegd strandje aanwezig ter plaatse van de Smalle Ee.

In Drachten bij de jachthaven zijn er weer mogelijkheden voor het aanleggen en ter water laten van boten en zijn overige watersport voorzieningen aanwezig zoals kanovereniging, skûtsje ligplaats, kleine horeca en een werf.

42/142

Figuur 3-6 Impressie Wide Mûntsegroppe, het eiland en de ingang van het Alddjip (zichtlijn vanuit de richting Drachten, groen: plangebied)

Waterhuishouding De bodem van het plangebied bestaat uit veen op zand met daaronder een afsluitende leemlaag. In het noordelijk deel is nagenoeg geen veen aanwezig. In het zuidelijk deel wordt plaatselijk een veendikte van maximaal 1,5 meter gemeten. Langs het Alddjip en de Wide Mûntsegroppe is een regionale kering gelegen (groene lijn in onderstaande figuur). Deze kering beschermd de polder tegen water uit de boezem. Door klimaatverandering zijn de keringen niet overal op de benodigde hoogte, waardoor het Wetterskip op dit moment bezig is met het ophogen van de regionale keringen ten westen van het plangebied. De kering ter plaatse van de zuidwestelijke hoek van het te realiseren meer tot aan De Geasten is in 2022 afgerond. Binnen het plangebied langs de kering, ter plaatse van het voormalig gemaal De Gealanden (noordzijde), is een hoofdwatergang gelegen. Deze sluit aan op de hoofdwatergang die van noordwest naar oost loopt langs De Geasten. Via een onderleider (rode lijn in onderstaande figuur) gaat deze watergang onder de Alddjip door. In de huidige situatie is het plangebied en de omgeving aangesloten op het gemaal Oosterzanding, ongeveer 650 meter ten oosten van het plangebied. Middels schouwsloten, kavelsloten, dammen en duikers wordt dit gemaal gevoed.

43/142

Figuur 3-7 Uitsnede legger Wetterskip inclusief peilgebieden (bron: Wetterskip Fryslân 2022)

3.2

Autonome ontwikkelingen

Om de referentiesituatie te bepalen waarmee de effecten van het planvoornemen en alternatieven, varianten en scenario’s worden vergeleken, moeten de autonome ontwikkelingen worden meegenomen. Dit zijn zowel vastgestelde plannen en projecten die wellicht nog moeten worden uitgevoerd, als trends/ontwikkelingen en vastgesteld beleid waarmee rekening gehouden moet worden. In het plangebied Binnen het plangebied kunnen autonome ontwikkelingen vooral gerelateerd worden aan klimaatscenario’s, dit betreft de kans op overstroming en mogelijke bodemdaling door bijvoorbeeld uitdroging. Andere autonome ontwikkelingen zijn in het plangebied niet aan de orde: als het planvoornemen niet wordt uitgevoerd, blijft de huidige agrarische functie gehandhaafd en wordt de bestaande kering aangepast aan de nieuwe vastgestelde benodigde hoogte. Overstromingsrisico Het klimaatscenario overstromingskans laat zien dat er een middelgrote kans bestaat dat het plangebied te maken krijgt met overstromingen. In het plangebied wordt op basis van de norm voor 2050, eens per 30 jaar tot eens per 300 jaar meer dan 20 cm water verwacht.

44/142

Figuur 3-8 Plaatsgebonden overstromingsrisico >20 cm, norm 2050, bron: klimaateffectatlas

Bodemdaling De klimaateffectatlas laat de verwachte bodemdaling zien voor de periode 2020-2050. Binnen het plangebied treedt een matige bodemdaling op van circa 10-20 cm. Op de kaart met het scenario 2020-2100 zal een zeer sterke bodemdaling van circa 60 cm optreden. Met de verwachte bodemdaling en de toenemende kans op overstroming staat het Wetterskip voor de uitdaging om het achterland te beschermen tegen de klimaateffecten. Daarom is in dit kader door het Wetterskip de kering grenzend aan het plangebied reeds opgehoogd. Als er geen meer zou komen dan wordt de kering om het plangebied heen ook op hoogte gebracht.

Figuur 3-9 Bodemdaling 2020-2050 links, Bodemdaling 2020-2100 (bron: klimaateffectatlas)

45/142

Buiten het plangebied Buiten het plangebied is een aantal ontwikkelingen voorzien die een relatie hebben met het nieuwe meer. Dit zijn met name koppelkansen met het meer. Het gaat hier om de uitwerking van de deelprojecten uit de gebiedsvisie ‘Oudega aan het water’. In het MER worden deze projecten deels meegenomen in de onderzoeken en de beoordeling van de effecten, maar ze behoren niet tot het planvoornemen van het bestemmingsplan Oudega - het meer omdat deze passen binnen de bestemmingen uit het vigerend Bestemmingsplan Buitengebied. De onderstaande deelprojecten zijn inmiddels uitgevoerd of in uitvoering en behoren tot de referentiesituatie: ● Grondruil stoppende agrariërs en zittende agrariërs. ● Ophogen agrarische gronden. ● Ontmanteling slibdepot. ● Herinrichting kenmerkende groenstructuren. ● Het opwaarderen van grasland voor een functioneel weidevogelgebied. ● Ophogen en verleggen kering buiten het plangebied (Wetterskip). Voor de volgende projecten is een planologische procedure gestart en of doorlopen: ● Waterfront Oudega (fase 1). ● Fietspad richting Wolwarren. ● Wijziging van huidige streefpeilen, ten behoeve van robuust watersysteem. Fase 1 Oudega aan het water Middels het bestemmingsplan Waterfront, vastgesteld op 2021-07-06 (Figuur 3-10) is de realisatie van het masterplan mogelijk gemaakt.

De werkzaamheden ten behoeve van de realisatie van de haven en recreatieve functies zijn vergund en worden op dit moment uitgevoerd. Dat project zal (vrijwel) geheel klaar zijn wanneer de werkzaamheden aan het meer starten. Dit project maakt dus deel uit van de referentiesituatie.

Figuur 3-10 Uitsnede bestemmingsplan Oudega- Waterfront

46/142

Fietspad De mogelijkheden voor een fietsverbinding langs het weidevogelgebied richting de Wolwarren over de nieuw aan te leggen zuidelijke kering worden onderzocht, zie Figuur 3-11. Nadere besluitvorming over de mogelijkheden voor een fietsverbinding langs het weidevogelgebied richting de Wolwarren, over de nieuw aan te leggen kering tot aan het plangebied, vindt op dit moment plaats via een separate omgevingsvergunningprocedure. Omdat hierover nog geen besluit is genomen, valt deze ontwikkeling niet onder de referentiesituatie. De locatie en uitvoering van dit fietspad liggen buiten het plangebied en hebben geen direct verband met de aanleg van het meer: het meer komt er ook zonder de fietsverbinding en omgekeerd. In de toekomst, wanneer deze procedure is doorlopen, kan aansluiting worden gezocht bij het fietspad binnen het plangebied. Omdat dit om twee aparte procedures gaat, zijn de onderzoeken naar effecten niet volledig geïntegreerd.

Figuur 3-11 Locatie beoogd fietspad (geel), plangebied (rood)

Wijziging Streefpeilen Vanwege bodemdaling en de verwachte vernatting van het agrarische gebied rondom het plangebied worden de laaggelegen gronden opgehoogd. Bij deze ophoging is het noodzakelijk om de huidige peilgebieden aan te passen. In de huidige

47/142

situatie zijn kleine peilgebieden aanwezig, waar door kunstmatige ingrepen het water op peil gehouden wordt ten behoeve van de aanwezige functies, zoals wonen en agrarische gebruik. Het doel van het Wetterskip is om een robuust en klimaatbestendig watersysteem te realiseren. Kleine peilgebieden met relatief veel kunstmatige ingrepen om het water op peil te houden, dragen niet bij aan deze doelstelling. Gekoppeld aan de aanleg van het meer waarbij de effecten van het meer zijn meegenomen in de nieuwe waterhuishouding waarbij de huidige peilvakken worden aangepast en vergroot. Hiermee komt een aantal kunstmatige ingrepen te vervallen en ontstaat er meer ruimte om water op een klimaatbestendige wijze op te vangen en af te voeren waarbij het huidige gebruik zoals wonen en agrarisch gehandhaafd blijft. In Figuur 3-12 is een weergave opgenomen van de nieuwe peilvakken.

Figuur 3-12 Beoogde situatie peilgebieden (bron: provincie Fryslân)

48/142

4. PLANVOORNEMEN/ PROJECTBESCHRIJVING 4.1

Historie

Provinciaal inpassingsplan (PIP) 2009 Het meer kent een lange geschiedenis. In 2009 is al een NRD opgesteld ten behoeve van het vaststellen van een provinciaal inpassingsplan (PIP) en het verlenen van een ontgrondingsvergunning voor de aanleg van een meer van 100 à 150 hectare ten zuiden van Oudega. Dit meer had als primaire doelen om de mogelijkheden voor waterrecreatie te vergroten, de recreatieve druk op het aangrenzende Nationaal Park de Alde Feanen te verkleinen, de Friese boezem te vergroten, de bestaande natuur te versterken en nieuwe natuur te ontwikkelen als onderdeel van de provinciale Ecologische Hoofdstructuur. Afgeleide doelstelling was het verhogen van de veiligheid op het water voor beroeps- en recreatievaart. De Commissie voor de m.e.r. heeft in haar advies op de NRD uit 2009 aangegeven dat het MER de volgende punten als essentiële informatie dient te bevatten: 1. een onderbouwing van de locatie- en inrichtingsalternatieven op basis van de doelen en de randvoorwaarden waaraan deze moeten voldoen; 2. een navolgbare toetsing van de alternatieven op doelbereik en milieugevolgen, waarmee keuzes kunnen worden onderbouwd; 3. de gevolgen van het voornemen voor het Natura 2000-gebied ‘De Alde Feanen’. De Commissie verwacht dat een passende beoordeling zal moeten worden opgesteld, die dan moet worden opgenomen in het MER; 4.

inzicht in eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied en de gevolgen van de uitvoering en inrichting van het project voor deze waarden. De procedures voor het vaststellen van de PIP en het verlenen van de ontgrondingsvergunning zijn niet doorgezet. Als gevolg hiervan is geen MER opgesteld. Oudega aan het water (2012-2016) In 2012 hebben de provincie Fryslân en de gemeente Smallingerland een gebiedsvisie vastgesteld voor ‘Oudega aan het water’. Met deze gebiedsvisie wordt voor de omgeving van Oudega een flexibel en duurzaam toekomstperspectief geboden, dat mede door haalbare lokale ontwikkelingen en initiatieven kan worden uitgevoerd. In de visie zijn de kansen op het gebied van recreatie, natuur en water in beeld gebracht. Op basis van de gebiedsvisie is de gemeente op zoek gegaan naar financiering om het te realiseren. Dat is in 2013 gelukt, mede dankzij een flinke bijdrage van de provincie vanuit de Investeringsagenda Drachten Heerenveen. In 2016 is vervolgens voor de ontwikkelingen ‘Waterfront Drachten’ en ‘Oudega aan het Water’ (beide onderdeel van de Oostelijke Poort Friese Meren) een NRD opgesteld ten behoeve van wijzigen van bestemmingsplannen en de wijziging van een binnenvaarweg voor de recreatievaart. De Commissie voor de m.e.r.

heeft in 2017 in haar advies op de NRD aangegeven dat het MER de volgende punten als essentiële informatie dient te bevatten: 1. Een heldere beschrijving van doelstellingen en ambities van de beide initiatieven, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen toetsbare doelen die direct ten grondslag liggen aan de voorziene fysieke ingrepen en doelen die hierdoor indirect gerealiseerd kunnen worden. 2. Een onderbouwing en zoveel mogelijk kwantitatieve beschrijving van de ingrepen (waaronder ruimtebeslag in hectares) die onderdeel uitmaken van de beide initiatieven en de mogelijke alternatieven of varianten daarvoor. 3. Een goed navolgbare vergelijking van de alternatieven op basis van doelbereik en milieueffecten, met nadruk op hydrologie, natuur, landschap en cultuurhistorie (inclusief archeologie). 4. Een passende beoordeling voor het voorkeursalternatief, waarin de gevolgen voor het Natura 2000-gebied Alde Feanen zijn beschreven. 5. Een onderbouwde inschatting van de indirecte milieueffecten, vooral als gevolg van toename van recreatie en watersport, op basis van de verwachte initiatieven die marktpartijen willen realiseren.

49/142

Deze procedures zijn om meerdere redenen niet doorgezet. Het bleek bij nader inzien niet de juiste aanpak om de drie projecten binnen Oostelijke Poort Friese Meren (‘Oudega aan het water’, ‘Waterfront Drachten’ en ‘Vaarweg Drachten’) in één procedure op te pakken omdat: ● De projecten technisch, inhoudelijk en financieel verschillende projecten waren en zijn en niet als één project kunnen worden beschouwd. ● De projecten ‘Waterfront Drachten’ en ‘Vaarweg Drachten’ eerst nader overleg vroegen met de betreffende private grondeigenaren voordat de scope van deze projecten helder kon worden afgebakend. Voorts moest er nog financiering worden gezocht voor deze projecten. Pas hierna zouden de benodigde procedures in gang kunnen worden gezet. ● Voor het project ‘Oudega aan het water’ duidelijk werd dat het beoogde meer van 100 à 150 ha zowel financieel, als qua draagvlak in de streek, als qua waterhuishouding niet haalbaar was en dat een flinke aanpassing nodig zou zijn. ● Voor het project ‘Oudega aan het water’ er eerst voldoende overeenstemming moest komen met de diverse grondeigenaren over de grondverwerving voordat een realistisch nader ontwerp zou kunnen worden gemaakt. Gelet op het voorgaande is besloten om de diverse projecten van elkaar los te koppelen. In 2018 hebben de provincie en gemeente besloten om het project ‘Oudega aan het water’ verder samen voor te bereiden.

Vanaf 2018 is in een intensief proces tussen de streek met de gemeente Smallingerland, provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân het plan verder uitgewerkt. Belangrijk vraagstuk hierbij was hoe de benodigde gronden konden worden geworven en hoe het plan enerzijds de doelstellingen zou dienen en anderzijds zou kunnen worden gerealiseerd binnen het beschikbare budget. Ten opzichte van eerdere plannen zoals beschreven in de gebiedsvisie ‘Oudega aan het water’ is het schetsontwerp aangepast. Destijds werd uitgegaan van een meer van circa 100 à 150 ha. De regio wil inzetten op kleinschalige versterking van de recreatieve economie en heeft nadrukkelijk gevraagd om een minder groot meer, zodat het agrarisch karakter van het dorp behouden zou blijven. Daarnaast bleek het grotere meer financieel niet haalbaar te zijn in verband met de te verwerven gronden. Voor alle boeren van wie grond is aangekocht, moest immers vervangende grond beschikbaar zijn. Voor de vervangende gronden zijn landerijen gebruikt van twee stoppende boeren. Deze gronden zijn met een groen arcering aangegeven in Figuur 3-2). Inmiddels is het proces van aankoop van de gronden rond en zijn alle gronden voor het kleinere meer verworven.

De omvang van de (op dat moment) te verwerven/verworven gronden en de financiële polsstok zijn de input geweest voor het ontwerp dat in 2021 is gemaakt, zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.. Hiermee is de aanleg van het meer een zelfstandig project geworden en is het totale plangebied 55 hectare groot.

4.2

Afgewogen alternatieven

Voor de locatie van het meer zijn diverse alternatieven onderzocht. In de eerste plaats is verkend of kon worden uitgeweken naar het gebied ten oosten van het Alddjip (de opvaart naar Oudega). Dit alternatief is als niet wenselijk en vermoedelijk ook niet financieel haalbaar beoordeeld, omdat in dit gebied een florerend agrarisch bedrijf is gevestigd. Het betreffende gebied is goed agrarisch gebied dat voor het overgrote deel in eigendom is van een modern landbouwbedrijf met bedrijfsopvolgers. De gevraagde grondprijs leidde niet tot een plan wat binnen de beschikbare middelen zou passen. Gelet hierop bleek dit geen haalbaar alternatief. In de tweede plaats is verkend of kon worden uitgeweken naar het gebied ten westen van het geprojecteerde meer. Dit alternatief zou ertoe leiden dat het meer niet meer aansluit bij het Alddjip. Deze locatie kent ook een aantal andere nadelen. In de eerste plaats komt het meer daarmee op de plek die ecologisch nu het meest waardevol is (nat grasland met reliëf). Dit is niet wenselijk omdat daarmee een deel van de habitat voor de doelsoorten uit het Natura 2000-gebied verdwijnt. Daarnaast moet een doorvaarbare en kostbare brug worden gemaakt om het resterende agrarische gebied te ontsluiten. Ook zal het meer verder van het dorp komen te liggen waardoor de aansluiting met de recreatieve doelen met het dorp ontbreekt.

Tot slot vraagt de waterhuishouding van het resterende eiland een complexe structuur met vermoedelijk én een onderleider én een gemaal. Dit is kostbaar en minder duurzaam. Gezien de nadelen, is niet gekozen voor dit alternatief.

50/142

Tevens is verkend of het meer verder verkleind zou kunnen worden, maar dit is niet haalbaar vanuit de recreatieve doelstellingen. Om zeilwedstrijden te kunnen houden, moet een maat van 500 x 500 meter worden gehaald. Met het huidige ontwerp wordt dat net gehaald.

4.3

Planvoornemen

Aangepast ontwerp Op basis van de beleidsdoelen uit de Gebiedsvisie ‘Oudega aan het water’ en diverse participatietrajecten met de omgeving en betrokken overheden is in 2021 een nieuw ontwerp opgesteld (Figuur 4-1, Bijlage 1). Het totale plangebied bedraagt 55 hectare waarvan 43,5 hectare water en 11,5 hectare land wordt gerealiseerd. Het landdeel bestaat uit de realisatie van nieuwe keringen en de eilanden. Het meer zal aansluiten op Wide Mûntsegroppe en het Alddjip. In het ontwerp (zie Figuur 4-1) van het meer is het zuidelijk deel open en ruim zodat er gezeild kan worden. Het noordelijk deel van het meer is meer besloten, daar zijn ook de meeste ligplaatsen voorzien. Een groenstructuur loopt langs het fietspad dat de Gealânswei met De Geasten zal verbinden.

Figuur 4-1 Toekomstige situatie (bron: ontwerp Meer bij Oudega (juni 2021)

51/142

De westzijde van het meer is gevarieerd. Hier is de mogelijkheid om aan wal te gaan en het varen te combineren met wandelen of fietsen. Er is een plek voor een trailerhelling en een vissteiger. Aan deze kant zijn 25 aanlegplekken, brede natuuroevers en in de noordelijke punt een hondenlosloopstrandje geprojecteerd. Aan de zuidzijde scheiden een nieuw en een bestaand eiland het meer van de doorgaande vaarroute Drachten - Earnewâld. Langs de noordzijde van het meer, voor de polder, liggen vier eilanden. Deze eilanden beschermen de polderdijk door te zorgen dat golfslag op het meer als gevolg van de zuidwestenwind wordt gebroken. Aan de oostzijde ligt een rietzone met erachter op twee van de eilanden aanlegplekken in de luwte. Deze rietzone en de eilanden markeren bovendien de loop van het oude Alddjip. In de zuidelijke punt, waar het meer en de Wide Mûntsegroppe elkaar raken, komt een uitzichtpunt. De opvaart blijft toegankelijk en herkenbaar door de oost-westrichting van het water (Wide Ie, Wide Mûntsegroppe, Smelle Ie) te behouden en af te schermen met nog een eiland. De omliggende gronden in de polder worden beschermd door de realisatie van een dijk. Langs de westzijde van het meer is inmiddels het zuidelijk deel van de nieuwe kering al aangelegd in de samenloop met de werkzaamheden van Wetterskip Fryslân om de verdere kering op te hogen.

De betreffende keringen zijn uitgevoerd volgens de vigerende normen van WF. Uitgangspunten voor ontwerp De gehanteerde uitgangspunten voor het ontwerp zijn in deze paragraaf samengevat. Het te graven meer krijgt een oppervlakte van circa 43,5 hectare, waarin een aantal eilanden in de zuid- en oostrand van het meer worden gerealiseerd (totaal 11,5 ha). Aan de randen van het meer en een aantal eilanden worden plasdraszones gerealiseerd met een maximale diepte van 70 cm ten opzichte van het maaiveld. De diepere delen van het meer, waar watersport kan plaatsvinden, worden gerealiseerd op minimaal 2,52 m onder NAP wat betekent dat de minimale diepte van het meer 2 meter bedraagt. Het ontwerp voorziet in een aantal zorgvuldig gekozen functies (Figuur 4-1). De uitgangspunten hiervoor zijn: ● Het meer bevat een groot open water zonder obstakels waar ook zeilwedstrijden mogelijk zijn (minimaal 500 bij 500 meter). ● De huidige vaarverbinding richting Oudega blijft gehandhaafd. Deze is op het moment minimaal 1.75 m diep. ● Er worden 25 aanlegplekken gerealiseerd. Deze verschillen van Marrekriteplekken2 die meer vrij liggen, juist aan een grasoever, op een eiland, of aanlegplekken aan een boei in het water.

● Langs de westzijde van het meer wordt een wandel- en fietsroute gerealiseerd, ter vervanging van het vervallen van het bestaande wandel- en fietspad uit Figuur 3-5 en gedeeltelijke verlenging tot het uitkijkpunt (en terug) Dit traject loopt vanaf Oudega langs de Gealânswei over de nieuwe kering richting het uitkijkpunt op het meest zuidelijke punt van het plangebied. Het fietspad wordt uitgevoerd met een halfverharding (granulaat). ● In de zuidwesthoek van het meer wordt een uitzichtpunt gerealiseerd. Eveneens krijgen zit-, beleef- en picknickplekken de ruimte binnen het plangebied. ● Ook wordt voorzien in steigers voor hengelsporters en overstappunten voor kanoërs. ● Er komt een hondenstrandje aan de noordwestkant van het meer. ● Er wordt voorzien in een boothelling met maximaal 20 parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen worden uitgevoerd in half verharding. ● Geen botenverhuur, horeca of andere commerciële functies. ● Planologische regeling locatie nieuw gemaal. ● Compensatie van minimaal 8.896 m2 NNN-gebied. Definitief ontwerp Middels een planologische procedure ‘Bestemmingsplan Oudega - Nije Aldegeaster Sânning’ (voorontwerp heeft als Oudega -het meer’ ter inzage gelegen) wordt de huidige agrarische bestemming gewijzigd naar de enkelbestemming ‘natuur’ en de enkelbestemming ‘water’, met de functieaanduidingen ‘ligplaats’ en ‘specifieke vorm van water- aanlegplaats’.

2

Marrekrite zijn gratis aanlegplaatsen in Friesland voor maximaal drie dagen, gefaciliteerd door het recreatieschap Marrekrite (samenwerkingsverband van de Friese provincie en gemeenten).

52/142

Verder wordt langs de westzijde van het plangebied de functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer-fietspad’ mogelijk gemaakt en via een gebiedsaanduiding ‘overige zone-voorzieningen’ de locatie van het gemaal en trailerhelling bestemd. De aanwezige woonbestemming blijft binnen het voornemen gehandhaafd. In Figuur 4-2 zijn de grens inclusief de beoogde functies van het plangebied weergegeven.

Figuur 4-2 Plangebied Bestemmingsplan Oudega - Nije Aldegeaster Sânning

4.3.1 Gebruik Het doel van het planvoornemen is om economische groei en leefbaarheid te stimuleren en land- en waterrecreatie met elkaar te verbinden. Dat betekent dat recreanten gebruik kunnen maken van de recreatieve voorzieningen in het plangebied. Het gaat dan met name over wandel- en vaarrecreatie. Het wandel- fietspad dat wordt aangelegd van Oudega naar

53/142

het uitkijkpunt op het zuidelijke punt van het plangebied is bedoeld voor het in stand houden van de huidige wandel-fietsroute in het gebied. Aanlegplekken en ligplaatsen In het gebied worden diverse aanlegplekken gerealiseerd waar passanten voor een kort tijdsbestek kunnen aanmeren. In Figuur 4-3 is een dwarsdoorsnede van een dergelijke plek weergegeven. Op diverse plekken worden ook kano- en roeisteigers gemaakt. De aanligplekken voor passanten zullen voornamelijk in gebruik worden genomen door passanten die al gebruik maakten van de bestaande vaarroute. Voor het planvoornemen wordt uitgegaan dat passanten steeds één overnachting op een passantenplaats blijven liggen. Dit is worst-case omdat op de Marrekriteplekken maximaal drie overnachtingen zijn toegestaan. Van deze passantenplaatsen wordt verondersteld dat deze gedurende alle 30 weekenden binnen het vaarseizoen (1 april - 1 november) en gedurende alle 30 weekdagen van de zes weken basis-schoolvakantie worden gebruikt. De 25 aanlegplekken in het plangebied leidt daarmee tot maximaal 2.250 vaarbewegingen per jaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13012822/1