Bijlage 1a - Stationsweg-De Tuinen Bijlage toelichting
Tekst van het document
RPa9tWsoishm (23 februari 2022)
6/6
Stationsw eg - de Tuinen
Bijlage 5 Archeologisch onderzoek
NL.IMRO.0090.BP2022SSW013-0301
59
RAAP-RAPPORT 5710
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten Gemeente Smallingerland Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Colofon Titel: Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Versie: 23-02-2022 Auteur: Projectcode: SMST Bestandsnaam: RAAPrap_5710_SMST_20220223 Autorisatie:
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2022 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Er is geen verklaring ontvangen van het bevoegd gezag omtrent goed- of afkeuring van het rapport.
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Samenvatting In opdracht van Accolade heeft RAAP in februari 2022 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booro nderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten in de gemeente Smallingerland. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Volgens de Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE) van de Provincie Fr ysân is voor de periode steentijd-bronstijd alleen onderzoek nodig bij grote ingrepen (>2,5 ha), omdat op basis van eerder onderzoek vermoed wordt dat eventuele aanwezige archeologische resten uit de steentijd al ernstig verstoord zijn. Voor de periode ijzertijd-middeleeuwen is een karterend onderzoek 3 nodig (historisch en karterend onderzoek). De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer 5000 m² een historisch en karterend onderzoek te verrichten, waarbij speciale aandacht moet worden besteed aan eventuele Romeinse sporen en/of vroegmiddeleeuwse ontginningen. Binnen het plangebied komt dekzand uit het Laat -Pleistoceen voor, waarin een podzolbodem is gevormd. Dit kan erop wijzen dat het oppervlakte uit de steentijd, toen jagers -verzamelaars door het gebied trokken, intact is. Derhalve kunnen resten uit de steentijd verwacht worden. Vanaf het vierde millenium voor het begin van de jaartelling is het gebied overveend.
Door de veenontginningen uit de late middeleeuwen werd het gebied weer geschikt voor permanente be woning. Op diverse historische kaarten is het oude bewoningslint van Noorder Dragten in het plangebied te zien. In het plangebied ligt het dekzand vermoedelijk direct aan het maaiveld. Het huidige maaiveld vormt zodoende, net als in het Laat-Pleistoceen, het loopvlak. Aangezien een jong afdekkend pakket grotendeels verdwenen is kunnen archeologische resten vanaf deze periode direct of aan het maaiveld aanwezig zijn. Indien wel een deel van de afdekkende laag resteert, kunnen de archeologische resten ook nog op enige diepte onder het maaiveld voorkomen. Er is mogelijk sprake van een slechte conservering van de archeologische resten. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het p langebied grotendeels ontgonnen of afgegraven is. Daaropvolgende landbouwkundige werkzaamheden en bebouwing zullen hebben geresulteerd in een bouwvoor of een verstoorde toplaag met een minimale dikte van 30 à 40 cm. Op basis van het booronderzoek blijkt de bodem in het overgrote deel van het plangebied recent verstoord of opgebracht te zijn. De verstoringen reiken minimaal tot een diepte van 0,7 tot 1,0 m -mv in de C-horizont, waardoor het aannemelijk is dat eventueel archeologische relevante resten verstoord zijn. De C-horizont bestaat bovenin uit dekzand.
De top van het keileem ligt tussen circa 0,9 en 1,5 m mv. Dit komt overeen met een hoogte van 0,7 tot 1,1 m +NAP. Op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt verwacht dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumente nzorg (AMZ) noodzakelijk geacht.
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[3]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 7 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 7
2 Bureauonderzoek ............................................................................................................................. 8 2.1 Methode .............................................................................................................................................. 8 2.2 Landschappelijke situatie ..................................................................................................................... 8 2.3 Archeologische gegevens ..................................................................................................................... 8 2.4 Historische situatie ............................................................................................................................ 13 2.5 Huidige en toekomstige situatie .......................................................................................................... 15 2.6 Gespecificeerde archeologische verwachting ...................................................................................... 15
3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 17 3.1 Methode ............................................................................................................................................ 17 3.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 17 3.3 Archeologische relevantie .................................................................................................................. 17
4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 19 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 19 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 19 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 19
Literatuur .......................................................................................................................................... 20 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen ......................................................................................... 21
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[4]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van Accolade heeft RAAP in februari 2022 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booro nderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten in de gemeente Smallingerland (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. De gemeente Smallingerland heeft geen eigen archeologische beleidskaart, maar verwijst naar de Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE) van de Provincie Frysân. Volgens de FAMKE is voor de periode steentijd-bronstijd alleen onderzoek nodig bij grote ingrepen (>2,5 ha), omdat op basis van eerder onderzoek vermoed wordt dat eventuele aanwezige archeologische resten uit de steentijd al ernstig verstoord zijn. Voor de periode ijzertijd-middeleeuwen is een karterend onderzoek 3 nodig (historisch en karterend onderzoek).
Volgens het advies van de Famke kunnen zich in deze gebieden archeologische resten bevinden uit de periode ijzertijd - middeleeuwen. Het gaat hier dan met name om vroeg- en volmiddeleeuwse veenontginningen. Daarbij bestaat de kans dat er zich huisterpjes uit deze tijd in het plangebied bevinden. Ook de wat oudere boerderijen kunnen archeologische sporen of resten afdekken, hoewel de veengronden eromheen al afgegraven zijn. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer 5000 m² een historisch en karterend onderzoek te verrichten, waarbij speciale aandacht moet worden besteed aan eventuele Romeinse sporen en/of vroegmiddeleeuwse ontginningen. Mochten er, als gevolg van het k arterend archeologisch onderzoek, een of meerdere vindplaatsen worden aangetroffen, dan zal uit nader (waarderend) onderzoek moeten blijken hoe waardevol deze vindplaatsen zijn. De aard van dit waarderend (vervolg)onderzoek hangt af van het type aangetroffen vindplaats, en de strategie van onderzoek dient te worden bepaald door het desbetreffende onderzoeksbureau. Indien de vindplaats een nieuw aangetroffen terp betreft, geldt het advies: ‘waarderend onderzoek op terpen'. De resultaten van het karterend ond erzoek kunnen ook uitwijzen dat de voorgenomen ingreep niet bezwaarlijk is, of met welke randvoorwaarden in het plan rekening dient te worden gehouden.
Mocht het plangebied een bebouwde kom betreffen, dan dient in de onderzoeksstrategie rekening te worden gehouden met recente verstoringen die zich kunnen hebben voorgedaan.
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[5]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. Voorafgaand aan het onderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld (Perger, 2022). Dit PvA diende als uitgangspunt voor het onderzoek. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven e n overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems).
Figuur 1. Aanduiding plangebied.
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[6]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Opdrachtgever
Accolade
Bevoegde overheid
Gemeente Smallingerland
Plaats
Drachten
Gemeente
Smallingerland
Provincie
Fryslân
Centrumcoördinaten (X/Y)
202375/570245
Oppervlakte plangebied
ca. 1 ha
Afbakening onderzoeksgebied
Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied inclusief een zone van 500 m rondom het plangebied onderzocht.
Onderzoeksperiode
Februari 2022
Uitvoerder
RAAP Noord
Projectleider Projectmedewerkers RAAP-projectcode
SMST
ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer
5161347100
Beheer en plaats documentatie
RAAP regio Noord te Drachten en op termijn het provinciaal Depot, ARCHIS en E-Depot.
Tabel 1. Administratieve gegevens.
1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het archeologisch vooronderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie verzameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd:
Zijn de archeologisch relevante niveaus intact?
Heeft dat gevolgen voor de archeologische verwachting?
Zijn er aanwijzingen voor (grotere) archeologische nederzettingen?
Is archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk?
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[7]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om – op basis van verschillende bronnen – inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de arch eologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data -archief.
2.2 Landschappelijke situatie Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Drachten. Op basis van gegevens uit DINOloket (boornrs. B11E0004, B11E1173 en B11E1176) komen in het plangebied dekzandafzettingen uit het pleistoceen behorend tot de Formatie van Boxtel (Laagpakket van Wierden) voor. Eventueel afge dekt met veen dat behoort tot de formatie van Nieuwkoop, Laagpakket van Griendtsveen dat na het pleistoceen is gevormd. Op een diepte van ca. 1 tot 1,5 m gaat dit over in grondmoreneafzettingen die behoren tot de Formatie van Drente, Laagpakket van Gieten. Op zowel de bodemkaart als de geomorfologische kaart is het niet gekarteerd (bebouwd gebied). Het is echter aannemelijk dat de bodem vergelijkbaar is met de bodemkundige situatie enkele honderden meters ten noorden het plangebied. De bodem bestaat dan vermoedelijk uit laarpodzolgronden van lemig fijn zand (code: cHn23). Geomorgologisch gezien zal het dan gaan om grondmorenewelvingen (3L11). Op basis van de landschappelijke ontwikkeling, zoals weergegeven op een serie paleogeografische kaarten, is het gebied vanaf het 4e millennium v. Chr. overveend (figuur 2). Tijdens de late middeleeuwen en de nieuwe tijd verdwijnen grote delen van het veengebied vermoedelijk door ontginning en vervening.
2.3 Archeologische gegevens De gemeente Smallingerland heeft geen eigen archeologische beleidskaart, maar verwijst naar de Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE) van de Provincie Frysân. Volgens de FAMKE van de Provincie Fryslân is voor de periode steentijd-bronstijd alleen onderzoek nodig bij grote ingrepen (>2,5 ha), omdat op basis van eerder onderzoek vermoed wordt dat eventuele aanwezige archeologische resten uit de steentijd al ernstig verstoord zijn.
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[8]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 2. Landschappelijk ontwikkeling op basis van paleogeografische gegevens. De ligging van het plangebied is op deze kaarten met een stip aangeduid.
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[9]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Voor de periode ijzertijd-middeleeuwen is een karterend onderzoek 3 nodig (historisch en karterend onderzoek). Volgens het advies van de FAMKE kunnen zich in deze gebieden archeologische resten bevinden uit de periode ijzertijd - middeleeuwen. Het gaat hier dan met name om vroeg- en volmiddeleeuwse veenontginningen. Daarbij bestaat de kans dat er zich huisterpjes uit deze tijd in het plangebied bevinden. Ook de wat oudere boerderijen kunnen archeologische sporen of resten afdekken, hoewel de veengronden eromheen al afgegraven zijn. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer 5000 m² een historisch en karterend onderzoek te verrichten, waarbij speciale aandacht moet worden besteed aan eventuele Romeinse sporen en/of vroegmiddeleeuwse ontginningen.
Figuur 3. Overzichtskaart archeologische gegevens uit de directe omgeving van het plangebied.
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[10]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Eerder in de omgeving uitgevoerd onderzoek volgens ARCHIS3 Binnen (en rond) het plangebied zijn eerder drie onderzoeken uitgevoerd (zie figuur 3 en tabel 2). De onderzoeken hebben echter geen resultaten opgeleverd die relevant zijn voor het huidige plangebied , aangezien er geen relevante archeologische resten in de buurt van het plangebied zijn aangetroffen. Ook verder zijn binnen en in een straal van 500 m rondom het plangebied geen bekende archeologische vondsten of monumenten bekend.
Figuur 4. Uitsnede van de grietenijkaart van Smallingerland uit de Schotanus-Halma-atlas (1718).
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[11]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Zaakidentificatienummer
Resultaat/advies
Opmerking
2057921100
geen vervolg
Booronderzoek RAAP 2004 (Archis2: 8525)
2226571100
geen vervolg
Booronderzoek ARC 2008 (Archis2: 32617)
2059582100
geen vervolg
Booronderzoek RAAP 2004 (Archis2: 8785)
2402584100
vervolg: karterend booronderzoek in zuidoostelijke deel
Booronderzoek (inventariserend) De Steekproef 2013 (Archis2: 56341)
2406675100
geen vervolg
Booronderzoek (karterend zuidoostelijke helft) De Steekproef 2013 (Archis2: 56895)
Tabel 2. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.
Figuur 5. Uitsnede van de kaart van Smallingerland uit de atlas van Eekhoff (1849 -1859).
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[12]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2.4 Historische situatie
Figuur 6. Overzicht van historische kaarten.
Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20e eeuw. Op de kaart van Schoterland uit de Atlas van Schotanus-Sterringa uit 1664 en die Schotanus-Halma uit 1718 ligt het plangebied bij Noorder Dragten/Noorder Drachten dat ontstaan is tijdens de laatmiddeleeuwse veenontginningen. De bewoning bevindt zich langs wat tegenwoord ig de oudeweg wordt genoemd en overgaat in De Noord en de Folgeren. Ten zuidoosten wordt op beide kaarten nog een gebouw ingetekend, waarbij het vermoedelijk om een kerk gaat. Van der AA (1841: 492 -494) vermeld dat de kerk in 1541 gebouwd is en in 1743 weer afgebroken. De bevolking was dermate
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[13]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
gegroeid dat men besloten had een nieuwe kerk aan de vaart voor zowel Noorder Dragten als Zuider Dragten te bouwen.
Figuur 7. Luchtfoto van het plangebied.
Op de kadastrale minuut uit het begin van de 19 e eeuw en de kaart van Smallingerland uit de atlas van Eekhoff (1849-1859) wordt op deze locatie buiten het plangebied het “Noorder kerkhof” vermeld (figuur 5). Deze laatste kaart toont ook dat de huidige stationsweg aan de oostzijde van het plangebied is aangelegd tijdens de eerste helft van de 19e eeuw. Verder ten oosten van het plangebied zijn diverse wijken gegraven ten behoeve van de vervening. Vanaf halverwege de 19e eeuw wordt melding ge maakt van Dragten/Drachten in plaats van de oorspronkelijke dorpen Noorder Dragten en Zuider Dragten. Op de Bonnekaart van circa 1900 is te zien dat er sprake is van meer bebouwing rond het plangebied en ten oosten van het plangebied is ook het Station aangelegd. Geduren de de 20e eeuw neemt Drachten
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[14]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
in omvang toe en is het plangebied vanaf de tweede helft van deze eeuw wisselend bebouwd geweest (figuur 6).
2.5 Huidige en toekomstige situatie Momenteel is het plangebied grotendeels onbebouwd (figuur 7). Centraal staat een gebouw met enkele parkeerplaatsen. Centraal bevinden zich op van de KLIC ook diverse kabels en leidingen. Het voornemen bestaat om het gehele gebied te ontwikkelen ten behoeve van de woningbouw (figuur 8).
Figuur 8. Conceptinrichtingsplan.
2.6 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Aard en ouderdom Binnen het plangebied komt dekzand uit het Laat -Pleistoceen voor, waarin een podzolbodem is gevormd. Dit kan erop wijzen dat het oppervlakte uit de steentijd, toen jagers -verzamelaars door het gebied trokken, intact is. Derhalve kunnen resten uit de steentijd verwacht worden. Vanaf het vierde
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[15]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
millenium voor het begin van de jaartelling is het gebied overveend. Door de veenontginningen uit de late middeleeuwen werd het gebied weer geschikt voor permanente be woning. Op diverse historische kaarten is het oude bewoningslint van Noorder Dragten in het plangebied te zien. (Diepte)ligging In het plangebied ligt het dekzand vermoedelijk direct aan het maaiveld. Het huidige maaiveld vormt zodoende, net als in het Laat-Pleistoceen, het loopvlak. Aangezien een jong afdekkend pakket grotendeels verdwenen is kunnen archeologische resten vanaf deze periode direct of aan het maaiveld aanwezig zijn. Indien wel een deel van de afdekkende laag resteert, kunnen de archeologische resten ook nog op enige diepte onder het maaiveld voorkomen. Fysieke kwaliteit Aangezien in het plangebied afdekkende pakketten ontbreken (verdwenen) is mogelijk sprake van een slechte conservering van de archeologische resten. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied grotendeels ontgonnen of afgegraven is. Daaropvolgende landbouwkundige werkzaamheden en bebouwing zullen hebben geresulteerd in een bouwvoor of een verstoorde toplaag met een minimale dikte van 30 à 40 cm. Eventuele archeologische resten zullen t ot die diepte verstoord zijn. Daarnaast is een groot deel van het terrein door bebouwing uit de afgelopen decennia vermoedelijk verstoord.
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[16]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van de resultaten van onderhavig bureauonderzoek. Het veldonderzoek is uitgevoerd op 16 februari 2022. In totaal zijn 6 boringen zo optimaal mogelijk verspreid geplaatst, zodat zij rond zoveel moge lijk rondom de bebouwing uit de 20e eeuw zijn geplaats (figuur 9). Er is geboord tot maximaal 1,65 m -mv met een gutsboor (2 cm). De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie-instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssyste em van RAAP (Deborah3: zie bijlage 3). De locaties van de boringen, inclusief hoogte ten opzichte van NAP, zijn met behulp van een RTK-GPS ingemeten. Hoewel het onderzoek een verkennend onderzoek betreft, is het opgeboorde materiaal in het veld gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken).
3.2 Resultaten De toplaag in het plangebied bestaat veelal uit een bouwvoor met daaronder een verstoorde of opgebrachte laag. Deze recent geroerde bovengrond bestaat uit licht - tot donkerbruingrijs of lichtgrijs, zwak tot matig siltig, matig fijn zand dat in meer of mindere mate humeus is. De verstoorde bodemlaag reikt tot een diepte van 0,7 tot 1,0 m -mv. Daaronder werd direct de C-horizont waargenomen dat bestaat uit donkergeel, zwak siltig, matig fijn zand. Dit dekzand pakket heeft een (resterende) dikte v an circa 0,1 tot 0,3 m. In boringen 3, 4 en 5 werd onder het dekzand nog keizand waargenomen dat bestaat uit geelgrijs, matig grof, zwak siltig zand. De laag keizand heeft een dikte tussen 0,1 en 0,4 m. In de basis van alle boringen werd lichtgroengrijs keileem waargenomen. De top van het keileem ligt tussen circa 0,9 en 1,5 m -mv. Dit komt overeen met een hoogte van 0,7 tot 1,1 m +NAP.
3.3 Archeologische relevantie Op basis van het booronderzoek blijkt de bodem in het overgrote deel van het plangebied recent verstoord of opgebracht te zijn. De verstoringen reiken minimaal tot een diepte van 0,7 tot 1,0 m -mv in de C-horizont, waardoor het aannemelijk is dat eventueel archeologische relevante resten verstoord zijn.
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[17]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 9. Locatie van de boringen.
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[18]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan:
Zijn de archeologisch relevante niveaus intact?
Er zijn geen archeologische relevante niveaus intact waargenomen. Daarbij komt dat de verstoringen tot relatief grote diepte (0,7 tot 1,0 m -mv) reiken.
Heeft dat gevolgen voor de archeologische verwachting?
De verstoringen leiden er toe dat er een lage verwachting voor het plangebied geldt.
Zijn er aanwijzingen voor (grotere) archeologische nederzettingen?
Er zijn geen aanwijzingen voor archeologische nederzettingen.
Is archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk?
Zie paragraaf 4.2.
4.2 Advies Op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt verwacht dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumente nzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).
4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Smallingerland, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[19]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Literatuur Aa, A.J. van der, 1841. Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, Deel 3. Jacobes Noordryn, Gorinchem. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Perger, T.M., 2022. Plan van Aanpak Verkennend booronderzoek Stationsweg te Drachten, gemeente Smallingerland. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda.
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[20]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuren: Figuur 1. Aanduiding plangebied.
6
Figuur 2. Landschappelijk ontwikkeling op basis van paleogeografische gegevens. De ligging van het plangebied is op deze kaarten met een stip aangeduid. Figuur 3. Overzichtskaart archeologische gegevens uit de directe omgeving van het plangebied.
9 10
Figuur 4. Uitsnede van de grietenijkaart van Smallingerland uit de Schotanus -Halma-atlas (1718). 11 Figuur 5. Uitsnede van de kaart van Smallingerland uit de atlas van Eekhoff (1849 -1859).
12
Figuur 6. Overzicht van historische kaarten.
13
Figuur 7. Luchtfoto van het plangebied.
14
Figuur 8. Conceptinrichtingsplan.
15
Figuur 9. Locatie van de boringen.
18
Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.
7
Tabel 2. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plang ebied.
12
Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen Bijlage 3. Boorbeschrijvingen
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[21]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Bijlage 1. Tijdschaal Archeologische perioden Datering
Tijdperk
Recente tijd
- 1945 C
Nieuwe tijd
- 1850
B
- 1650
A
- 1500
Laat B Laat A D: Ottoonse tijd Vroeg
Middeleeuwen
C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd
A: Volksverhuizingstijd Laat
Romeinse tijd
Midden
Vroeg Laat
IJzertijd
Midden
Vroeg Laat
Bronstijd
Midden
Prehistorie
Vroeg Laat
Neolithicum (Nieuwe Steentijd)
Midden Vroeg Laat
Mesolithicum (M idden Steentijd)
Midden Vroeg Laat
Paleolithicum (Oude Steentijd)
Jong B Jong A Midden
- 1250 - 1050 - 900 - 725
- 525 - 450
- 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000
- 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700
- 12.500 - 16.000
- 35.000 - 250.000
Oud tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[22]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen
X
Geomorfologische kaart van NL
X
Gedetailleerde bodemkaarten
X
DINO
X
Gegevens milieukundig bodemonderzoek
X
Actueel Hoogtebestand Nederland
X
Lucht- en satellietfoto’s
X
Topografische kaart van Nederland
X
Oud(st)e kadasterkaarten
X
Historische kaarten van Nederland
X
Beeldmateriaal bouwhistorie Archeologische en cultuurhistorische rapportages
X X
Archieven (RAAP)
X
Eigenaar en gebruiker
X
AMK ARCHIS
X X
CMA
X
CAA
X
CHW
X
Literatuur (arch./aardwet.)
X
Gebiedsgerichte specialisten
X
Amateurarcheologen
X
Gemeentelijke waarden- of verwachtingskaart Archeologisch depot
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
Opmerking
Geologische kaart van NL
Bevat geen (nieuwe) relevante informatie
X
Niet beschikbaar voor dit plan-/onderzoeksgebied
Bodemkaart van NL
Geraadpleegd, niet afgebeeld
Bron
Geraadpleegd en afgebeeld/beschreven
LS03 en LS04, motivatie voor de keuze van de geraadpleegde bronnen (+ indien van toepassing)
X X
[23]
Plangebied Stationslocatie e.o. te Drachten, gemeente Smallingerland ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Bijlage 3. Boorbeschrijvingen
RAAP-rapport 5710 / versie 23-02-2022
[24]
Boring: SMST_1 Kop algemeen: Projectcode: SMST, Boornummer: 1, Beschrijver(s): HWV, Datum: 16-02-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 130 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 202303.912, Y-coördinaat in meters: 570198.356, Precisie coördinaat: 1 dm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 1.784, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Fryslân, Gemeente: Smallingerland Uitvoering: Opdrachtgever: Accolade, Uitvoerder: RAAP Noord 0 / 1.78 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 35, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 35 / 1.43 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 35, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 72, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 72 / 1.06 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 72, Aard bovengrens: abrupt (<0,3
cm), Ondergrens laag in cm: 90, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: donker-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont 90 / 0.88 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 130, Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: licht-groen-grijs Lithologie: Grondsoort: leem, Bijmengsel: sterk zandig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Lithogenese: keileem, grondmorene Einde boring 130 / 0.48
Boring: SMST_2 Kop algemeen: Projectcode: SMST, Boornummer: 2, Beschrijver(s): HWV, Datum: 16-02-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 135 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 202324.14, Y-coördinaat in meters: 570242.125, Precisie coördinaat: 1 dm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 1.834, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Fryslân, Gemeente: Smallingerland Uitvoering: Opdrachtgever: Accolade, Uitvoerder: RAAP Noord 0 / 1.83 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 1.53 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 90, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond 90 / 0.93 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm:
105, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: donker-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont 105 / 0.78 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 105, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 135, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: licht-groen-grijs Lithologie: Grondsoort: leem, Bijmengsel: sterk zandig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Lithogenese: keileem, grondmorene Einde boring 135 / 0.48
bron: Smst.geojson - 21-02-2022 15:18:41
Boring: SMST_3 Kop algemeen: Projectcode: SMST, Boornummer: 3, Beschrijver(s): HWV, Datum: 16-02-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 130 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 202348.916, Y-coördinaat in meters: 570231.733, Precisie coördinaat: 1 dm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 1.919, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Fryslân, Gemeente: Smallingerland Uitvoering: Opdrachtgever: Accolade, Uitvoerder: RAAP Noord 0 / 1.92 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 1.62 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 60, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 60 / 1.32 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm),
Ondergrens laag in cm: 78, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord Laag opmerking: Opmerking: oude bouwvoor 78 / 1.14 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 78, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 85, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: donker-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont 85 / 1.07 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 85, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 105, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: slecht gesorteerd, Lithogenese: keizand 105 / 0.87 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 105, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 130, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: licht-groen-grijs Lithologie: Grondsoort: leem, Bijmengsel: sterk zandig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Lithogenese: keileem,
grondmorene Einde boring 130 / 0.62
Boring: SMST_4 Kop algemeen: Projectcode: SMST, Boornummer: 4, Beschrijver(s): HWV, Datum: 16-02-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 150 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 202385.978, Y-coördinaat in meters: 570278.174, Precisie coördinaat: 1 dm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 1.951, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Fryslân, Gemeente: Smallingerland Uitvoering: Opdrachtgever: Accolade, Uitvoerder: RAAP Noord 0 / 1.95 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 82, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 82 / 1.13 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 82, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 88, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: donker-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont 88 / 1.07 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 88, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in
cm: 100, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: slecht gesorteerd, Lithogenese: keizand 100 / 0.95 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 150, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: licht-groen-grijs Lithologie: Grondsoort: leem, Bijmengsel: sterk zandig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Lithogenese: keileem, grondmorene Einde boring 150 / 0.45
bron: Smst.geojson - 21-02-2022 15:18:41
Boring: SMST_5 Kop algemeen: Projectcode: SMST, Boornummer: 5, Beschrijver(s): HWV, Datum: 16-02-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 165 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 202428.319, Y-coördinaat in meters: 570280.178, Precisie coördinaat: 1 dm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 2.148, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Fryslân, Gemeente: Smallingerland Uitvoering: Opdrachtgever: Accolade, Uitvoerder: RAAP Noord 0 / 2.15 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 90, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 90 / 1.25 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 110, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: donker-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont 110 / 1.05 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 110, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in
cm: 145, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: slecht gesorteerd, Lithogenese: keizand 145 / 0.70 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 145, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 165, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: licht-groen-grijs Lithologie: Grondsoort: leem, Bijmengsel: sterk zandig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Lithogenese: keileem, grondmorene Einde boring 165 / 0.50
Boring: SMST_6 Kop algemeen: Projectcode: SMST, Boornummer: 6, Beschrijver(s): HWV, Datum: 16-02-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 150 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 202432.573, Y-coördinaat in meters: 570246.878, Precisie coördinaat: 1 dm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 2.337, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Fryslân, Gemeente: Smallingerland Uitvoering: Opdrachtgever: Accolade, Uitvoerder: RAAP Noord 0 / 2.34 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 100, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 100 / 1.34 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 130, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: donker-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont 130 / 1.04 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 130, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag
in cm: 150, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: licht-groen-grijs Lithologie: Grondsoort: leem, Bijmengsel: sterk zandig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Lithogenese: keileem, grondmorene Einde boring 150 / 0.84
bron: Smst.geojson - 21-02-2022 15:18:41
Stationsw eg - de Tuinen
Bijlage 6 Uitkomst watertoets
NL.IMRO.0090.BP2022SSW013-0301
87
Aanvraagformulier Aanvraag ingediend op 01-03-2022
Normale procedure met advies in Wetterskip Fryslan ALGEMENE INFORMATIE e-mail: @bugelhajema.nl aanvraagnummer: 00003716 naam aanvraag: Normale procedure met advies bevoegd gezag: Wetters kip Frys lan
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
01-03-2022, 15:31
P agina 1 van 8
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE AANVRAAG 1.
Wat is uw naam?
2.
Wat is uw emailadres ? bugelhajema.nl
3.
Wat is uw telefoonnummer?
4.
Doet u een aanvraag namens uzelf? Nee
5.
Namens wie vraagt u een watertoets aan? Accolade
6.
Wat is het emailadres van de initiatiefnemer? bugelhajema.nl
7.
Wat is het telefoonnummer van de initiatiefnemer?
8.
In welke gemeente ligt het plan? Smallingerland
9.
Is er contact gewees t met de gemeente? Ja
10.
Geef hier de naam van de contactpers oon van de gemeente.
11.
Wat is het emailadres van de contactpers oon? @s mallingerland.nl
12.
Neemt het verhard oppervlak in het s tedelijk gebied toe? Ja
13.
Met hoeveel m2 neemt het verhard oppervlak in het s tedelijk gebied toe? 4500
14.
Neemt het verhard oppervlak in landelijk gebied toe? Nee
01-03-2022, 15:31
P agina 2 van 8
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier 15.
Wat voor compens erende maatregelen worden er in het plan genomen bij een toename verharding en/of demping oppervlaktewater? Voor deel De Tuinen wordt watercompens atie toegepas t in de vorm van wadi's (uitgangs punt is 10%). Voor deel Stations weg vindt nog overleg plaats met de gemeente en het Wetters kip. Dit loopt via Siets ke.
16.
Geef aan wat er wordt uitgevoerd in het oppervlaktewater keuzes :
17.
Wordt er tijdelijk of permanent grondwater onttrokken? Nee
18.
Voeg een overzichts tekening toe van het plan bes tands naam: input voor watertoets - s tedenbouwkundig plan.pdf
19.
Oms chrijving van het plan Het plan bes taat uit twee delen: Stations weg en De Tuinen. Het deel Stations weg bes taat uit twee fas en. Fas e 1 is de realis atie van 8 grondgebonden woningen. Fas e 2 bes taat nu uit een appartementengebouw met 24 wooneenheden voor jongeren. Voor fas e 2 is in het bes temmings plan een wijzigings bevoegdheid opgenomen om ook hier grondgebonden woningen te kunnen realis eren (13). De Tuinen bes taat uit de realis atie van 16 tot 18 grondgebonden woningen. In beide delen wordt voorzien in parkeergelegenheid.
20.
Straat en nummer van het plan Stations weg / Paradijs ke
21.
Pos tcode en plaats van het plan Drachten
22.
Kadas traal adres 15189 en 7615
23.
Oppervlak van het plangebied in m2 9700
24.
Tekening met de nieuwe s ituatie en/of compens erende maatregelen toename verharding/demping oppervlaktewater. Maximale bes tands grootte te uploaden is 20 MB. bes tands naam: Vergunningencheck Digitale watertoets - Stations weg en De Tuinen Drachten uitvoer 01-03-2022.pdf
25.
Heeft u aanvullende opmerkingen? Nee
01-03-2022, 15:31
P agina 3 van 8
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN IN DE CHECK IS ONDERSTAANDE NODIG: 1.
Normale procedure
2.
Advies aanbrengen toename verharding
3.
Advies Vrij voor de boezem
DETAILS 1.
Normale procedure Voor je plan moet je de normale procedure met advies volgen. We verzoeken je het plan kenbaar te maken bij Wetters kip Frys lân via de knop ‘Direct aanvragen’.
Wat moet ik doen? Wij vragen je om het plan bij ons in te dienen. Dit kun je doen via de knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht, in te loggen en hiermee de procedure af te ronden. Uit de door jou ingevulde gegevens blijkt dat je plan grote invloed heeft op het water of de wateras pecten (zoals dijken, gemalen, s tuwen of pers leidingen) in de omgeving. Onder ‘details ’ van de s amenvatting aanvraag s taat aangegeven waar je per onderdeel rekening mee moet houden. Dit moet je verwerken in je ruimtelijk plan of bes luit. We nemen contact met je op wanneer er nog een aanvulling nodig is op dit wateradvies . Daarnaas t moet je in je plan een onderdeel opnemen over de ‘toename verharding’. Kijk bij ‘Achtergrondinformatie’ wat wij van je verwachten.
Waar moet ik op letten? Voor s ommige werkzaamheden heb je een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als je een s loot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Via Omgevings loket online www.omgevings loket.nl kun je nagaan of je een watervergunning nodig hebt of een melding moet doen (vergunningcheck). Je kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.
Achtergrondinformatie 01-03-2022, 15:31
P agina 4 van 8
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier Watertoets De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt bes teed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werken we met de Leidraad Watertoets . Hierin s taat voor alle wateras pecten uitgangs punten oms chreven waar je rekening mee moet houden. Ook is er informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Je kunt de leidraad vinden via deze link: www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wetten-enregels /online-watertoets -voor-nieuwe-plannen
Toename verharding Wij willen je verzoeken om in de waterparagraaf de volgende pas s age op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een vers nelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze vers nelde afvoer te compens eren om de waterberging in een gebied in s tand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel pas t binnen het bes temmings plan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompens eerd is . Het is niet toeges taan zonder watervergunning neers lag vers neld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in s tedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijs telling van de vergunnings plicht wanneer wordt voldaan aan de compens atieregels genoemd in dit wateradvies . De mees t voorkomende manier van compens eren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compens atienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Fries e boezem; Polder 10%, Vrij afs tromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepas s en van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld.
Z ie de ‘Leidraad watertoets ’ voor meer informatie over compens erende maatregelen of neem contact op met ons . Indien er niet wordt gecompens eerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovens taande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeens temming plaats vindt in de watertoets procedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waters chap te worden gevraagd. Bekijk ook de ‘Leidraad Watertoets ’ voor meer informatie over maatregelen die je kunt treffen om te compens eren. Als je niet compens eert dan moet je een watervergunning aanvragen voor het s nel afvoeren van regenwater.
Klimaat Om ook in de toekoms t prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten s teden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekoms t. Z o is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bes tand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overs troming. Meer informatie hierover kun je vinden op ‘De Fries e klimaatatlas ’: www.fries eklimaatatlas .nl 01-03-2022, 15:31
P agina 5 van 8
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier Privacyverklaring Nadere informatie over de verwerking van je gegevens en je rechten vind je op https ://www.wetters kipfrys lan.nl/over-de-s ite/privacyverklaring
01-03-2022, 15:31
P agina 6 van 8
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier
2.
Advies aanbrengen toename verharding Je gaat verharding aanbrengen.
Wat moet ik doen? We verzoeken je om het plan bij ons aan te vragen, via de blauwe knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht op de vorige pagina
Waar moet ik op letten? Neemt het aantal vierkante meters toe ten opzichte van de bes taande bebouwing en bedraagt deze toename meer dan 200 m2 in de bebouwde kom (s tedelijk gebied) of 1500 m2 buiten de bebouwde kom (landelijk gebied) dan geldt de vergunnings plicht. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel pas t binnen het bes temmings plan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompens eerd is .
Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.3.6) https ://www.wetters kipfrys lan.nl/documenten/vergunningen-wettenen-regels /leidraad-watertoets _2013.pdf
01-03-2022, 15:31
P agina 7 van 8
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier
3.
Advies Vrij voor de boezem Het plangebied ligt vrij voor boezem.
Wat moet ik doen? Wij advis eren je om toekoms tige wateroverlas t tegen te gaan door voldoende hoog te bouwen.
Waar moet ik op letten? Je ingetekende locatie ligt vrij voor de boezem. (s treefpeil: -0,52 m NAP). Dit betekent dat het plangebied niet door een boezemkade is bes chermd tegen hoge waters tanden in de Fries e boezem. Je moet daarom rekening houden met hoogwater in het kader van regionale wateroverlas t. Het is van belang om rekening te houden met de droogleggings norm (Leidraad watertoets , paragraaf 4.3.7) of het maatgevend boezempeil (MBP) (op te vragen bij Wetters kip Frys lân). Het MBP, behorend bij een s ituatie met een kans van voorkomen van 1/100 per jaar, mag tot 1 meter voor de gevel voorkomen. Wij advis eren de nieuwe bebouwing/infras tructuur voldoende hoog aan te leggen. De hoogte van het plangebied kun je ins chatten op https ://www.ahn.nl/. We advis eren u echter om dit in te laten meten omdat hoogtemetingen een moment opname beteffen en er kans is dat dit niet helemaal accuraat is . Let op: wij zijn niet de bevoegde ins tantie voor de aanleghoogte, maar advis eren je hierin.
Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.2.4) https ://www.wetters kipfrys lan.nl/documenten/vergunningen-wettenen-regels /leidraad-watertoets _2013.pdf
01-03-2022, 15:31
P agina 8 van 8
Aanvraagformulier
Stationsw eg - de Tuinen
Bijlage 7 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stationsweg
96
NL.IMRO.0090.BP2022SSW013-0301
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai t.b.v. 8 nieuwbouw woningen fase 1 aan de Stationsweg te Drachten
Auteur
:
Datum
: 14 februari 2022
Kenmerk
: AJ/2021-FUMO-0058865/0529
Status
: Gecontroleerd
Versie
: 01
Inhoudsopgave 1
Inleiding ............................................................................................................. 3
2
Normstelling...................................................................................................... 4
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Wet geluidhinder / Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 ..................... 4 Wettelijk kader wegverkeerslawaai .................................................................... 4 Aftrek wegverkeer artikel 110g van de Wgh. / artikel 3.4 van de RMG2012 ..... 5 Aftrek banden conform artikel 3.5 van de RMG2012 ......................................... 5 Cumulatie artikel 110f van de Wgh .................................................................... 5 Bouwbesluit ........................................................................................................ 6
3
Wegverkeerslawaai .......................................................................................... 7
3.1 3.2 3.3 3.4
Wijze van onderzoek .......................................................................................... 7 Rekenmodel ....................................................................................................... 7 Verkeersgegevens ............................................................................................. 8 Algemene uitgangspunten .................................................................................. 8
4
Berekeningsresultaten ..................................................................................... 9
4.1 4.2 4.3
Berekeningsresultaten Stationsweg (50 km/uur) ............................................... 9 Berekeningsresultaten Ringweg 50 km/u ......................................................... 10 Berekeningsresultaten 30 km/u wegen en cumulatie van alle wegen ............. 10
5
Bespreking ...................................................................................................... 12
5.1 5.1.1 5.1.2 5.2
Toetsing Wgh ................................................................................................... 12 Mogelijk te nemen maatregelen ....................................................................... 12 Hogere waarden ............................................................................................... 13 Toetsing Bouwbesluit & Ruimtelijke ordening .................................................. 13
6
Advies .............................................................................................................. 14
Bijlagen 1. Plantekening en ligging rekenpunten 2. Berekeningsresultaten wegverkeer jaar 2032 t.g.v. Stationsweg en Ringweg 3. Berekeningsresultaten 30 km/u wegen en cumulatief 4. Rekenmodel en invoergegevens
AJ/2021-FUMO-0058865/0529 V01
2
1
Inleiding
De gemeente Smallingerland heeft de FUMO gevraagd een akoestisch onderzoek uit te voeren voor een planlocatie aan Stationsweg in Drachten. Het voornemen is om op dit braakliggende groen perceel woningbouw te ontwikkelen. Door de gemeente is aangegeven dat het plan niet past binnen het huidige bestemmingsplan. Om het bestemmingsplan te kunnen wijzigen moeten een aantal aspecten onderzocht worden. Een van deze aspecten is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai. De realisatie van de woningen kan alleen maar plaatsvinden als wordt voldaan aan de voorwaarden van de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van dit onderzoek is inzicht te krijgen of met het voorgestelde plan ten aanzien van de zoneplichtige wegen de grenswaarden uit de Wgh worden overschreden en, indien dat het geval is, welke mogelijkheden de gemeente heeft om het plan te kunnen realiseren. Hierbij moet worden opgemerkt dat 30 km wegen in het kader van de Wgh geen wettelijke zone meer hebben. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is onderzoek naar de geluidsbelasting van dit soort wegen wel van belang. In dit onderzoek zijn daarom de wegen De Meer en Paradijske opgenomen. Naast de toetsing van de geluidsbelasting aan de regels van de Wgh moet ook worden voldaan aan de voorschriften in het kader van het Bouwbesluit 2012 (Bouwbesluit).