CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Stationsweg-De Tuinen Bijlage toelichting

Ronde Tafel 22 november 2022, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Bestemmingsplan Stationsweg-De Tuinen17.747 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Stationsweg - de Tuinen

Stationsw eg - de Tuinen

Inhoudsopgave

Bijlage toelichting

3

Bijlage 1

Welstandseisen locatie De Tuinen

4

Bijlage 2

Ecologische beoordeling Stationsweg

7

Bijlage 3

Ecologische beoordeling De Tuinen

20

Bijlage 4

AERIUS-berekening

39

Bijlage 5

Archeologisch onderzoek

59

Bijlage 6

Uitkomst watertoets

87

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stationsweg

96

Bijlage 8

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai De Tuinen

150

Bijlage 9

Advies externe veiligheid Stationsweg

209

Bijlage 10

Advies externe veiligheid De Tuinen

219

Bijlage 11

Advies luchtkwaliteit Stationsweg

229

Bijlage 12

Advies luchtkwaliteit De Tuinen

234

Bijlage 13

Verkennend bodemonderzoek

238

Bijlage 14

Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling

407

Bijlage 15

Nieuwsbrief nieuwbouw Stationsweg - november 2021

418

Bijlage 16

Verslag bijeenkomst 16 februari 2022

423

Bijlage 17

Verslag bijeenkomst 1 april 2022

432

Bijlage 18

Vooroverlegreactie Brandweer Fryslân 8 juni 2022

440

Bijlage 19

Advies Brandweer Fryslân 17 februari 2022

443

Bijlage 20

Vooroverlegreactie Provincie Fryslân 14 juni 2022

448

2

NL.IMRO.0090.BP2022SSW013-0301

Stationsw eg - de Tuinen

Bijlage toelichting

NL.IMRO.0090.BP2022SSW013-0301

3

Stationsw eg - de Tuinen

Bijlage 1 Welstandseisen locatie De T uinen

4

NL.IMRO.0090.BP2022SSW013-0301

G5a6 Stationsweg cat. Interpreteren 3 (stedelijke lintbebouwing) Gebiedskenmerken en criteria Tabel 1: De plaatsing van gebouwen en corresponderende beleidsintentie Plaatsing

Algemene Beleidsintentie

In de rooilijn

Handhaven

Vast ritme op korte onderlinge afstand

Handhaven

Richting loodrecht op de straat

Handhaven

Tabel 2: De hoofdvorm van gebouwen en corresponderende beleidsintentie Hoofdvorm

Algemene Beleidsintentie

Een tot twee bouwlagen met zadelkap

Handhaven

De massa presenteert zich als gezamenlijke volume

Handhaven

De vormbehandeling is kantig

Handhaven

Aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen en dakkappelen zijn ondergeschikt

Handhaven

Tabel 3: De aanzichten van gebouwen en corresponderende beleidsintentie Aanzichten

Algemene Beleidsintentie

Er is sprake van een duidelijke gerichtheid op de openbare ruimte

Handhaven

Geleding van het bouwwerk is horizontaal, overhoekse uitstraling op hoeken naar Paradyske en openbaar parkje

Handhaven

Eventuele installaties zijn niet zichtbaar vanaf de weg

Handhaven

Tabel 4: De opmaak van gebouwen en corresponderende beleidsintentie Opmaak

Algemene Beleidsintentie

Gevels bestaan uit metselwerk (niet overgeschilderd of gestuct), daken zijn gedekt met (gebakken) pannen

Handhaven

Traditionele kleurstellingen afgestemd op het bestaande, baksteen (rood-) bruin

Handhaven

Sobere traditionele detaillering van gevelopeningen en dakranden etc.

Handhaven

Tabel 5: Diversen en corresponderende beleidsintentie Diversen

Algemene Beleidsintentie

Heldere afscheiding van buitenruimte aan voorzijde van de woningen (max. 1,5m uit de gevel)

Respecteren

Erfafscheiding op hoeken dienen in architectuur worden opgelost

Respecteren

Reclame-uitingen en naamsduidingen dienen te voldoen aan de Reclamecriteria

Handhaven

Stationsw eg - de Tuinen

Bijlage 2 Ecologische beoordeling Stationsweg

NL.IMRO.0090.BP2022SSW013-0301

7

Actualisatie ecologische quickscan Stationsweg 203 te Drachten

A&W-notitie: 21-223

opdrachtgever projectcode

Stichting Accolade 21-223

Auteur(s) status

Definitief

datum

25 augustus 2021

autorisatie kwaliteitscontrole uitvoerder

Afdelingshoofd: Tegenlezer Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek bv Suderwei 2, 9269 TZ Feanwâlden Matrix II k1.08/1.09, 1098 XH Amsterdam Tel. 0511 474764, info@altwym.nl, www.altwym.nl

A&W-notitie 21-223 - Actualisatie ecologische quickscan Stationsweg 203 te Drachten

Inhoud 1 2 3 4

Inleiding Plangebied en plannen Tabellen en beoordeling Bronvermelding

Referentie Mielke, L., 2021. Actualisatie ecologische quickscan Stationsweg 203 te Drachten. A&W-notitie 21-223. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden. © Overname van gegevens uit deze notitie is toegestaan met bronvermelding.

1 2 4 8

A&W-notitie 21-223 - Actualisatie ecologische quickscan Stationsweg 203 te Drachten

Foto 1 & 2. Impressie van het plangebied, kijkend richting zuidwesten (foto 1) en kijkend richting noordwesten (foto 2) (foto’s A&W 2021).

A&W-notitie 21-223 - Actualisatie ecologische quickscan Stationsweg 203 te Drachten

1

1 Inleiding Deze rapportage geeft de resultaten weer van een beknopte ecologische beoordeling (quickscan). Deze ecologische beoordeling is nodig om de plannen te toetsen aan de vigerende wet- en regelgeving omtrent natuur (Wet natuurbescherming, Ecologische Hoofdstructuur en overige gebiedsbescherming). Voor de beoordeling is ook een kort veldbezoek uitgevoerd. In het rapport worden de resultaten gepresenteerd die noodzakelijk zijn om te bepalen of nader onderzoek moet plaatsvinden, volstaan kan worden met het volgen van een gedragscode, of dat werkzaamheden zonder voorwaarden kunnen worden uitgevoerd. De resultaten van de quickscan worden gepresenteerd in de vorm van twee tabellen: In tabel 1 is de mogelijkheid van voorkomen van beschermde soorten weergegeven, op basis van het veldbezoek, overige waarnemingen en bureaustudie (onder meer uit de database van de NDFF). Niet relevant zijn soorten die niet in de omgeving en niet in het plangebied voorkomen. Tabel 2 is een beoordelingstabel, waarin wordt aangegeven of negatieve effecten een conflict zullen geven met de relevante wet- en regelgeving (Wet Natuurbescherming, Ecologische Hoofdstructuur). Naast de tabellen worden indien nodig een korte toelichting en mogelijke vervolgstappen aangegeven. Altenburg & Wymenga presenteert in deze notitie de resultaten van een onafhankelijk ecologisch onderzoek.

Het onderzoek spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het onderhavige plan of een bepaalde ontwikkeling. Landschappelijke, archeologische of cultuurhistorische waarden komen niet aan de orde. Aan deze ecologische beoordeling kunnen geen rechten worden ontleend.

2

A&W-notitie 21-223 - Actualisatie ecologische quickscan Stationsweg 203 te Drachten

2 Plangebied en plannen In 2016 heeft Altenburg & Wymenga een ecologische quickscan uitgevoerd voor enkele percelen aan de Stationsweg in Drachten (De Vries 2016). Omdat per 1 januari 2017 de Wet natuurbescherming in werking is getreden, is deze beoordeling echter verouderd. Ook wordt voor ecologisch onderzoek een geldigheidsduur van circa 3 jaar gehanteerd en is het beoordeelde pand inmiddels gesloopt. De ecologische quickscan dient daarom geactualiseerd te worden. In het plangebied zullen sociale huur woningen worden gerealiseerd. In de huidige situatie betreft het plangebied een braakliggend perceel aan de Stationsweg in Drachten (fase 1). In de toekomst betreft dit ook het appartementengebouw aan de Tuinen en omgeving (fase 2). In deze ecologische beoordeling gaat het uitsluitend om fase 1 en het toetsen van een inbreidingsproject. In figuur 1 is de ligging van het plangebied weergegeven, in figuur 2 is het stedenbouwkundig plan te zien. Op de foto’s 1 en 2 is een impressie van het plangebied weergegeven.

Figuur 1. Ligging van het braakliggend perceel aan de Stationsweg in Drachten (rood omlijnd, bron: GoogleMaps).

A&W-notitie 21-223 - Actualisatie ecologische quickscan Stationsweg 203 te Drachten

3

Figuur 2. Stedenbouwkundig plan voor de percelen aan de Stationsweg in Drachten, in deze ecologische beoordeling gaat het om de realisatie van fase 1 (bron: Rommert Ydema VDM).

4

A&W-notitie 21-223 - Actualisatie ecologische quickscan Stationsweg 203 te Drachten

3 Tabellen en beoordeling In Tabel 1 is weergegeven welke beschermde natuurwaarden in de omgeving voorkomen, welke mogelijk in het plangebied voorkomen en welke kunnen worden beïnvloed door de uitvoering van de plannen. Tabel 1 is opgesteld op basis van het veldbezoek, waarnemingen en bureaustudie (onder meer raadpleging NDFF). Relevant voor onderhavige quickscan zijn de natuurwaarden die mogelijk in het plangebied voorkomen en/of kunnen worden beïnvloed door de beoogde werkzaamheden. Op die natuurwaarden wordt daarom nader ingegaan. Niet relevant zijn soorten die niet in de omgeving en niet in het plangebied voorkomen of waarbij bij voorbaat al vaststaat dat er geen negatieve effecten zijn te verwachten. Niet relevant zijn tevens beschermde gebieden die geen ecologische relatie met het plangebied hebben. Tabel 1: Natuurwaarden en hun relevantie voor de beoordeling

Natuurwaarde

Afstand tot plangebied

Natuurwaarden

Ecologische relatie

Beschermingsregime

Relevant voor onderhavige beoordeling

Beschermde gebieden Dichtstbijzijnde N2000 gebieden: - Wijnjeterperschar

Ca. 7 km

Instandhoudings-

- Van Oordt’s Mersken

Ca. 7,5 km

doelen

- Alde Feanen

Ca. 7.8 km

Ecologische hoofdstructuur

Ca. 3 km

Geen

Wnb

Nee

Wezenlijke waarden

Geen

Verordening Romte

Nee

Ca. 7 km

Ganzen

Geen

Verordening Romte

Nee

Ca. 3 km

Weidevogels

Geen

Verordening Romte

Nee

Aanwezig in

Aanwezig in

Artikel

Relevant voor

omgeving

plangebied

Wnb

beoordeling

Planten

Nee

Nee

3.5/3.10

Nee

Ongewervelde diersoorten

Nee

Nee

3.5/3.10

Nee

Vissoorten

Nee

Nee

3.5/3.10

Nee

Met provinciale vrijstelling

Mogelijk

Nee

3.10

Nee

Zonder provinciale vrijstelling

Nee

Nee

3.10

Nee

Europees beschermde amfibieën

Nee

Nee

3.5

Nee

Nationaal beschermde reptielen

Nee

Nee

3.10

Nee

Europees beschermde reptielen

Nee

Nee

3.5

Nee

Broedvogels

Mogelijk

Mogelijk

3.1

Ja

Overige beschermde natuurgebieden: Ganzenfoerageergebied Overige beschermde gebieden: Weidevogelkansgebied

Soorten

Beschermde soorten

Nationaal beschermde amfibieën: O.a. Bruine kikker, Gewone pad

Diverse

soorten

waaronder

Merel,

Winterkoning

A&W-notitie 21-223 - Actualisatie ecologische quickscan Stationsweg 203 te Drachten

Jaarrond beschermde nestplaatsen

Mogelijk

Nee

Verblijfplaatsen

Mogelijk

Nee

Foerageergebied

Mogelijk

Mogelijk

Vliegroutes

Mogelijk

Europees beschermde zoogdieren

Nee

Mogelijk

Mogelijk

Huismus,

5

3.1

Nee

3.5

Nee

3.5

Ja

Nee

3.5

Nee

Nee

3.5

Nee

Gierzwaluw

Vleermuizen Diverse soorten

Nationaal beschermde zoogdiersoorten: Diverse Met vrijstelling

soorten,

zoals Steenmarter,

3.10

muizensoorten Zonder vrijstelling Relevante soorten van rode lijst/doelsoortenlijst

Ja vanwege Zorgplicht

Nee

Nee

3.10

Nee

Mogelijk

Nee

Zorgplicht

Nee

Toelichting tabel 1 Beschermde gebieden Natura 2000 Natura 2000-gebied Wijnjeterper Schar: Het Natura 2000-gebied 'Wijnjeterper Schar' is aangewezen ter bescherming van verschillende habitattypen. De habitattypen waarvoor dit Natura 2000-gebied is aangewezen, bevinden zich alleen binnen de begrenzingen van dit gebied. Gezien de grote afstand bestaat er geen ecologische relatie tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied 'Wijnjeterper Schar' en zijn negatieve effecten op de habitattypen niet te verwachten. Natura 2000-gebieden Alde Feanen en Van Oordt’s Mersken: De Natura 2000-gebieden 'Alde Feanen' en ‘Van Oordt’s Mersken’ zijn aangewezen ter bescherming van voor een aantal habitattypen, de habitatrichtlijnsoorten Kleine modderkruiper, Grote modderkruiper en verschillende vogelsoorten, waaronder de Smient en ganzensoorten. De ‘Alde Feanen’ zijn daarnaast aangewezen voor de habitatrichtlijnsoorten Bittervoorn, Gevlekte witsnuitlibel, Rivierdonderpad, Meervleermuis en Noordse woelmuis. Voor de meeste habitattypen en soorten geldt dat zij zich buiten de invloedssfeer van de beoogde herinrichting bevinden en/of dat er geen ecologische relatie bestaat met het plangebied en de omgeving daarvan. Uitzondering hierop zijn de vogelsoorten en de Meervleermuis.

Omdat het plangebied gelegen is in bebouwd gebied, gaat het om een omgeving met een hoge mate van verstoring door menselijke activiteiten. Van geen van de vogelsoorten waarvoor de Natura 2000gebieden zijn aangewezen, worden daarom in de directe omgeving van de woning vaste rust, foerageer- of verblijfplaatsen verwacht. Om die redenen zullen door uitvoering van de geplande werkzaamheden de vogelsoorten waarvoor de Natura 2000-gebieden ‘Alde Feanen' en Van Oordt’s Mersken’ is aangewezen niet worden verstoord. In het plangebied zijn geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Door de uitvoering van de plannen ontstaat er daarom ook geen conflict met de Wet natuurbescherming ten aanzien van de Meervleermuis.

6

A&W-notitie 21-223 - Actualisatie ecologische quickscan Stationsweg 203 te Drachten

Natura 2000-gebieden zijn daarom verder niet relevant voor de effectbeoordeling. Ecologische Hoofdstructuur en overige gebiedsbescherming Het plangebied is geen onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Ook is het plangebied geen onderdeel van Ganzenfoerageergebied of Weidevogelkansgebied en tevens ongeschikt voor deze soorten. EHS en overige beschermde gebieden zijn daarom niet relevant voor de effectbeoordeling. Beschermde soorten Vogels In het plangebied zijn geen mogelijkheden voor soorten met jaarrond beschermde nestplaatsen aanwezig. In de opgaande begroeiing aan de rand van en rondom het plangebied kunnen wel algemene vogelsoorten tot broeden komen, zoals Merel en Winterkoning. Broedvogels zijn daarom relevant voor de effectbeoordeling. Vleermuizen In het plangebied zijn geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen of vliegroutes van vleermuizen aanwezig. Wel is het mogelijk dat deze in de directe omgeving aanwezig zijn. Ook is het mogelijk dat het plangebied deel uitmaakt van foerageergebieden van vleermuizen. Vleermuizen zijn daarom relevant voor de effectbeoordeling. Nationaal beschermde zoogdiersoorten Het plangebied en directe omgeving daarvan vormt mogelijk onderdeel van het leefgebied van enkele algemeen voorkomende soorten zoogdieren zoals de Steenmarter en muizensoorten. Dit onderdeel is daarom relevant voor de effectbeoordeling.

Tabel 2: Beoordeling Natuurwaarde

Negatieve effecten

Conflict met wet- en

(Mogelijke) vervolgstappen

regelgeving Beschermde soorten Broedvogels

Mogelijke verstoring

Mogelijk

Werken of starten buiten het

broedgevallen in het

broedseizoen, voorkómen

plangebied en de

broedgevallen door

omgeving

verstoring vooraf.

Vleermuizen: Mogelijk foerageergebied

Geen, mits lichtuitstraling

Geen, mits

Lichtuitstraling richting de

in plangebied, vliegroutes en

richting de omgeving

lichtuitstraling naar

omgeving zo veel mogelijk

verblijfplaatsen in omgeving

tijdens aanleg zo veel

omgeving zo veel

voorkomen

mogelijk wordt voorkomen

mogelijk wordt voorkomen

Vrijgestelde zoogdiersoorten

Mogelijk

Nee, wel Zorgplicht

Toepassing Zorgplicht

A&W-notitie 21-223 - Actualisatie ecologische quickscan Stationsweg 203 te Drachten

7

Toelichting tabel 2 Soortenbescherming Broedvogels Alle in Nederland voorkomende vogelsoorten vallen onder de bescherming van artikel 3.1 Wnb. Bij werkzaamheden moet volgens de Wet natuurbescherming rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval is dat verstoord kan worden. Verstoring van nesten is niet toegestaan. Ten aanzien van broedende vogels zijn er verschillende mogelijkheden om conflicten met de Wet natuurbescherming te voorkomen. Werkzaamheden buiten het broedseizoen uitvoeren is de meest zekere optie. Een alternatief is om werkzaamheden voor aanvang van het broedseizoen te beginnen, zodat broedpogingen in het werkgebied achterwege blijven door de verstoring tijdens de werkzaamheden. Er dient tevens te worden voorkomen dat tijdens werkzaamheden in het broedseizoen alsnog broedgevallen ontstaan die kunnen worden aangetast. Dit is mogelijk door geen geschikte plaatsen voor nesten te laten ontstaan, door bijvoorbeeld bouwmateriaal goed af te dekken. Mochten er toch vogels tot broeden komen en door de werkzaamheden worden verstoord, dan ontstaat er een conflict met de Wet natuurbescherming en moeten de verstorende werkzaamheden gestaakt worden tot na de broedperiode van de betreffende soort(en).

Vleermuizen (foerageergebieden en vliegroutes) Het is niet uitgesloten dat het plangebied en de directe omgeving daarvan wordt gebruikt als foerageergebied van vleermuizen. Ook is het mogelijk dat er in de directe omgeving van het plangebied verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen aanwezig zijn. Door de uitvoering van de plannen gaat mogelijk een marginaal deel van het foerageergebied van vleermuizen verdwijnen. Er is in de omgeving echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig. Daarom kan geconcludeerd worden dat de functionaliteit van eventueel in de omgeving aanwezige verblijfplaatsen niet wordt aangetast. Ten aanzien van eventueel in de omgeving aanwezige verblijfplaatsen en vliegroutes is het wel van belang om bij de aanlegwerkzaamheden lichtuitstraling richting de omgeving zo veel mogelijk te voorkomen. Zoogdieren In het plangebied en de directe omgeving daarvan kunnen algemeen voorkomende zoogdiersoorten voorkomen. Voor deze soorten geldt dat Provinciale Staten van Fryslân een vrijstelling heeft verleend voor het overtreden van de verbodsbepalingen van artikel 3.10 Wnb bij projecten in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Wel is voor deze soorten de Zorgplicht van toepassing. Bij uitvoering van de plannen dienen zoogdiersoorten de gelegenheid te krijgen om zich te verplaatsen naar onverstoord leefgebied.

Overige beschermde soorten ondervinden geen negatieve effecten door uitvoering van de plannen.

8

A&W-notitie 21-223 - Actualisatie ecologische quickscan Stationsweg 203 te Drachten

4 Bronvermelding De bureaustudie is uitgevoerd met gebruikmaking van de volgende bronnen: Melis, J. 2012. Werkatlas zoogdieren provincie Fryslân. Provincie Fryslân, Leeuwarden. Van Delft, J., J. Kranenbarg & P. Frigge 2019. Waarnemingenoverzicht 2017-2018. Bijlage bij RAVON 73, jaargang 21 (2). Vries, E.W. de, 2016. Ecologische beoordeling van herinrichting perceel aan Stationsweg 203 te Drachten. A&W-notitie 2594. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden.

Websites: NDFF www.natura2000.nl

Stationsw eg - de Tuinen

Bijlage 3 Ecologische beoordeling De T uinen

20

NL.IMRO.0090.BP2022SSW013-0301

Ecologische beoordeling groene percelen aan de Tuinen in Drachten

<<Voeg hier een afbeelding in>>

A&W-notitie: 21-440

opdrachtgever projectcode

Woningcorporatie Accolade 21-440

Auteur(s) status

Concept

datum

3 februari 2022

autorisatie

Afdelingshoofd:

kwaliteitscontrole uitvoerder

Tegenlezer: Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek bv Suderwei 2, 9269 TZ Feanwâlden Matrix II k1.08/1.09, 1098 XH Amsterdam Tel. 0511 474764, info@altwym.nl, www.altwym.nl

A&W-notitie 21-440 - Ecologische beoordeling groene percelen aan de Tuinen in Drachten percelen aan de Tuinen in Drachten

Inhoud 1 2 3

4

5

6

Inleiding Plangebied en werkzaamheden Gebiedsbescherming en beoordeling 3.1 Natura 2000-gebied – Wet natuurbescherming 3.2 Overige vormen van gebiedsbescherming Soortbescherming en beoordeling 4.1 Algemeen 4.2 Planten 4.3 Amfibieën 4.4 Vogels 4.5 Vleermuizen 4.6 Overige zoogdieren Conclusie 5.1 Conclusie gebiedsbescherming 5.2 Conclusie soortbescherming Literatuur

Referentie Ward, S.F. 2022. Ecologische beoordeling groene percelen aan de Tuinen in Drachten. A&W-notitie 21-440. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden. © Overname van gegevens uit deze notitie is toegestaan met bronvermelding.

1 2 4 4 5 6 6 6 7 7 9 10 12 12 12 14

A&W-notitie 21-440 - Ecologische beoordeling groene percelen aan de Tuinen in Drachten percelen aan de Tuinen in Drachten

Foto 1, 2 & 3. Impressie van het plangebied (foto’s A&W). Foto 1: westelijke boom in deel A (boven). Foto 2: oostelijke boom in deel A (midden). Foto 3: impressie van het zuidelijk deel, deel B (onder).

A&W-notitie 21-440 - Ecologische beoordeling groene percelen aan de Tuinen in Drachtengroene percelen aan de Tuinen in Drachten

1

1 Inleiding Stichting Accolade (Postbus 341, 8440 AH Heerenveen) is voornemens om op een locatie in Drachten sociale woningbouw te realiseren. De locatie ligt aan De Tuinen en langs ’t Paradyske, te Drachten (zie figuur 2.1). Stichting Accolade heeft aan Altenburg & Wymenga gevraagd om ter voorbereiding van deze werkzaamheden een ecologische beoordeling uit te voeren. Het doel daarvan is om in kaart te brengen of de werkzaamheden risico’s veroorzaken ten aanzien van de Wet natuurbescherming en eventuele overige wet- en regelgeving ten aanzien van natuur. Algemeen In deze ecologische beoordeling zijn mogelijke ecologische effecten van het voornemen in kaart gebracht en beoordeeld in het kader van de vigerende natuurwetgeving. Dit betreft de Wet natuurbescherming (sinds 1 januari 2017) en het Natuurnetwerk Nederland (in Fryslân Ecologische Hoofdstructuur). Bij deze ecologische beoordeling is bovendien rekening gehouden met eventuele effecten op gebieden die via provinciale en/of gemeentelijke regelgeving zijn beschermd, zoals aangewezen ganzenfoerageergebied en gebieden voor weidevogels. Indien van toepassing, worden aanbevelingen gedaan voor mitigatie en eventueel aanvullend onderzoek. Aanpak van het onderzoek In deze notitie zijn de resultaten van ecologisch onderzoek gepresenteerd.

Het onderzoek naar de aanwezigheid van relevante natuurwaarden is gebaseerd op bureaustudie en veldwerk. Voor de bureaustudie zijn recente bronnen geraadpleegd (verspreidingsatlassen, overzichtswerken, onderzoeksrapporten en websites) over de aanwezigheid van beschermde gebieden en soorten in en nabij het plangebied. Er is daarbij onder andere gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Deze bronnen staan in de Literatuurlijst (in de tekst van deze notitie zijn geen bronverwijzingen opgenomen). Het veldwerk is uitgevoerd op 10 januari 2022. Hierbij is het plangebied bezocht om te bepalen of het gebied en de nabije omgeving daarvan geschikt zijn voor beschermde soorten. Altenburg & Wymenga Ecologisch Onderzoek B.V. presenteert in deze notitie de resultaten van een onafhankelijk ecologisch onderzoek. Het onderzoek spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het onderhavige plan of een bepaalde ontwikkeling. Landschappelijke, archeologische of cultuurhistorische waarden komen niet aan de orde. Aan deze ecologische beoordeling kunnen geen rechten worden ontleend.

2

A&W-notitie 21-440 - Ecologische beoordeling groene percelen aan de Tuinen in Drachtengroene percelen aan de Tuinen in Drachten

2 Plangebied en werkzaamheden In deze ecologische beoordeling zijn de percelen, zoals weergegeven in figuur 2.1, onderzocht. Zoals te zien is in de figuur wordt er onderscheid gemaakt tussen deel A en deel B. In deel A bevindt zich een grasveld met een Kastanje in het westen en een conifeer in het oosten. Het betreft een perceel met gecultiveerd stedelijk groen waarop zich momenteel enkele speeltoestellen voor kinderen bevinden. Deel B is een sterk verruigd perceel met langs de westelijke rand een ondiepe sloot met voedselrijk water. Rondom het plangebied bevinden zich diverse kleinere bomen, zoals Ruwe berk, Beuk en Zomereik en bosschages bestaande uit onder andere Gewone klimop, Rhodondendron en Braam. Tot slot zijn er nog een aantal exoten waaronder Chinese zuurbes en de Japanse broodboom. Het plangebied wordt gebruikt door omwonenden voor recreatie en als uitlaatplek voor honden. De bodem is voedselrijk. Op foto’s 1, 2 en 3 is een impressie van het plangebied te zien. De werkzaamheden bestaan uit het bouwklaar maken van het terrein binnen deel A. Wat inhoudt dat het maaiveld gelijk gemaakt wordt, de bestaande bomen mogelijk gekapt en de bosschages verwijderd worden. Vervolgens wordt er op dit perceel nieuwbouw gerealiseerd. Het terrein binnen deel B wordt tijdens dit bouwproces mogelijk ook tijdelijk ingevuld. De precieze invulling hiervan is nog onbekend.

A&W-notitie 21-440 - Ecologische beoordeling groene percelen aan de Tuinen in Drachtengroene percelen aan de Tuinen in Drachten

Figuur 2.1 Het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden in de omgeving.

3

4

A&W-notitie 21-440 - Ecologische beoordeling groene percelen aan de Tuinen in Drachtengroene percelen aan de Tuinen in Drachten

3 Gebiedsbescherming en beoordeling In Nederland zijn de meeste beschermde gebieden beschermd volgens de Wet natuurbescherming (Natura 2000) of regels omtrent het Natuurnetwerk Nederland (in Fryslân Ecologische Hoofdstructuur, EHS genoemd). Daarnaast kunnen gebieden ook worden beschermd vanwege hun natuurwaarden via verordeningen of het bestemmingsplan.

3.1

Natura 2000-gebied – Wet natuurbescherming

De Natura 2000-gebieden die in de omgeving van het plangebied zijn gelegen zijn ‘Wijnjeterper Schar’ (7.3 km), ‘Alde Feanen’ (7.5 km) en ‘Van Oordt’s Mersken’ (7.6 km). Overige Natura 2000gebieden liggen op aanzienlijk grotere afstanden van het plangebied, waardoor kan worden aangenomen dat de plannen geen invloed hebben op de aangewezen natuurwaarden daarvan. De natuurwaarden waarvoor de Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied zijn aangewezen omvatten habitattypen (vegetatietypen), ongewervelden, vogelsoorten, vissen en overige soorten, namelijk Noordse woelmuis en Meervleermuis. Gezien de grote afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebieden en de beperkte omvang van de werkzaamheden, die binnen stedelijk gebied worden uitgevoerd, zullen de beoogde werkzaamheden geen invloed hebben op de natuurwaarden waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Stikstofdepositie Een toename van de stikstofdepositie kan schadelijk zijn voor Natura 2000-gebieden die zijn aangewezen voor de bescherming van stikstofgevoelige habitattypen en soorten. Dan kan voor die activiteit een vergunning volgens de Wnb nodig zijn. Bij de berekening van de toename in stikstofdepositie met behulp van AERIUS worden alleen effecten meegenomen die plaatsvinden binnen een straal van 25 kilometer rondom het plangebied. Er zijn stikstofgevoelige habitattypen aanwezig binnen deze straal.

Deze bevinden zich in de Natura 2000-gebieden ‘Wijnjeterper Schar’, ‘Alde Feanen’ en ‘Van Oordt’s Mersken’. Sinds 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) van kracht. Daarin is een gedeeltelijke vrijstellingsregeling opgenomen, namelijk voor aangewezen bouw-, sloop- en aanlegactiviteiten. Daardoor kan de extra stikstofdepositie daarvan worden vrijgesteld van een Natura 2000-vergunningsplicht. Bij vrijgestelde activiteiten is het niet nodig om de verwachte extra stikstofdepositie nader te bepalen (zoals met een AERIUS-berekening). Deze vrijstelling geldt alleen tijdens de bouwfase. Structurele stikstofemissies tijdens de gebruiksfase zijn niet vrijgesteld. Voor deze vrijstelling geldt de voorwaarde dat de activiteiten worden uitgevoerd met een minimale emissie van stikstofverbindingen. De initiatiefnemer moet bij het bevoegd gezag aantonen welke maatregelen daarvoor worden getroffen. Gegevens om dit aan te tonen, dienen te worden aangeleverd bij een bouw-of sloopmelding of bij het aanvragen van een omgevingsvergunning. De bovengenoemde vrijstellingsregeling met daaraan gekoppelde voorwaarden geldt alleen voor de bouwfase. Door de bouw van nieuwe woningen kan er als gevolg van een toename in verkeersbewegingen en woonactiviteit, sprake zijn van een structurele toename in

A&W-notitie 21-440 - Ecologische beoordeling groene percelen aan de Tuinen in Drachtengroene percelen aan de Tuinen in Drachten

5

stikstofemissie in de gebruiksfase. Voor deze ontwikkelingen dient in overleg met het bevoegd gezag te worden bepaald of hiervoor een AERIUS-berekening dient te worden uitgevoerd.

3.2

Overige vormen van gebiedsbescherming

Alle gebieden die rond het plangebied liggen en aangewezen zijn in het kader van de EHS en/of de bescherming van foeragerende ganzen en eenden en/of weidevogels, liggen op relatief grote afstanden tot het plangebied. Daardoor kunnen effecten op dergelijke gebieden worden uitgesloten, waardoor de geplande werkzaamheden bij geen van het plangebied een conflict met de betreffende regelgevingen veroorzaken. Conclusie gebiedsbescherming Door uitvoering van de plannen zijn geen negatieve effecten te verwachten op beschermde natuurgebieden in de omgeving, behalve mogelijk door de effecten van een toename in stikstofdepositie in de gebruiksfase. Voor bouwwerkzaamheden geldt een vrijstelling van de Natura 2000-vergunningsplicht op het gebied van stikstofdepositie. Deze vrijstelling geldt echter alleen voor de bouwfase. Aangezien er sprake is van de bouw van nieuwe woningen, is het mogelijk dat daardoor na ingebruikname een toename in verkeersbewegingen en woonactiviteit te verwachten is. In dat geval dient in overleg met het bevoegd gezag te worden bepaald of hiervoor een AERIUS-berekening dient te worden uitgevoerd.

6

A&W-notitie 21-440 - Ecologische beoordeling groene percelen aan de Tuinen in Drachtengroene percelen aan de Tuinen in Drachten

4 Soortbescherming en beoordeling Soortbescherming is in Nederland sinds 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Aan de Wet natuurbescherming zijn drie lijsten met soorten gekoppeld. Het gaat om artikel 3.1 waar soorten van de Vogelrichtlijn onder vallen, artikel 3.5 waar soorten van de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn onder vallen en artikel 3.10 voor overige soorten. Soorten uit de eerste twee artikelen zijn daarmee Europees beschermd, terwijl soorten van artikel 3.10 nationaal beschermd zijn. Provincies hebben de mogelijkheid om voor soorten uit artikel 3.10 een vrijstelling te verlenen van enkele verbodsbepalingen. De Provincie Fryslân hanteert vanaf 1 januari 2017 een dergelijke lijst met (dier)soorten die een vrijstelling genieten bij o.a. ruimtelijke ontwikkeling. Hieronder is beschreven welke beschermde soorten mogelijk in het plangebied voorkomen en wat de consequenties daarvan zijn voor de beoogde ingrepen.

4.1

Algemeen

Op basis van de literatuurstudie en het veldbezoek is geconcludeerd dat het zeer onwaarschijnlijk is dat in het plangebied wettelijk beschermde soorten uit de volgende soortgroepen voorkomen en/of worden beïnvloed door (de beoogde) ingreep: − − −

Vissen Ongewervelde diersoorten Reptielen

De redenen die aan deze conclusie ten grondslag liggen, zijn één of meer van de volgende: − − −

Het plangebied ligt niet binnen het verspreidingsgebied van deze soorten. Het plangebied en de directe omgeving daarvan vormen geen geschikt biotoop voor deze soorten. Uitstralende effecten van de ingreep reiken niet dermate ver buiten de begrenzing van het plangebied dat daardoor (mogelijk) leefgebied van deze soorten wordt beïnvloed.

De werkzaamheden veroorzaken om deze redenen geen conflict met de Wet natuurbescherming ten aanzien van ongewervelde diersoorten en reptielen.

4.2

Planten

In de omgeving van het plangebied komen beschermde plantensoorten voor, namelijk Stijve wolfsmelk en Groot spiegelklokje. Stijve wolfsmelk is eenmalig (niet wild) waargenomen in 2019 ten noordoosten van het plangebied. Groot spiegelklokje is ook eenmalig (niet wild) waargenomen in 2021 ten oosten van het plangebied. De soorten hebben beide een voorkeur voor kalkrijke akkers, bermen en dijken. In de omgeving van het plangebied komen daarnaast ook enkele plantensoorten voor die op de Rode Lijst staan. Dit zijn onder andere de bedreigde soorten Kale vrouwenmantel, Knolsteenbreek en Wilde kievitsbloem, en de kwetsbare soort Bospaardenstaart.

A&W-notitie 21-440 - Ecologische beoordeling groene percelen aan de Tuinen in Drachtengroene percelen aan de Tuinen in Drachten

7

Het plangebied ligt te midden van de bebouwde kom en het grasveld is voedselrijk en wordt intensief beheerd. Daarnaast zijn de bosschages verruigd en voedselrijk. De bodem in Drachten en omgeving bestaat uit (kalkarme) veengrond (Assinck, 2006) dat een ongeschikt biotoop biedt aan kalkminnende soorten. Om bovenstaande redenen worden er binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten of soorten van de Rode Lijst verwacht. Daarom is geen risico ten aanzien van beschermde planten aanwezig. Conclusie planten De uitvoering van de plannen veroorzaakt geen conflict met de Wet natuurbescherming ten aanzien van planten.

4.3

Amfibieën

Uit verspreidingsgegevens van amfibieën blijkt dat in de omgeving van het plangebied enkele algemeen voorkomende soorten voorkomen, zoals Gewone pad, Bastaardkikker en/of Kleine watersalamander. Deze soorten zijn beschermd volgens artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. De kans dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het leefgebied van deze soorten is zeer klein. De sloot in deel B is sterk beschaduwd, en is daardoor ongeschikt als voortplantingswater voor amfibieënsoorten. Voor deze algemeen voorkomende amfibieënsoorten heeft Provinciale Staten van de Provincie Fryslân bovendien vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming verleend voor projecten in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Gezien de ongeschiktheid van het plangebied voor amfibieënsoorten worden deze hier dan ook niet verwacht. Overige soorten amfibieën van art. 3.10 (niet vrijgestelde soorten) en art.3.5 worden niet in het plangebied verwacht omdat het ongeschikt is voor deze soorten. Conclusie amfibieën De beoogde werkzaamheden vormen geen risico op conflict met de Wet natuurbescherming ten aanzien van amfibieën.

4.4

Vogels

Broedvogels algemeen Tijdens het veldbezoek zijn er diverse algemene soorten uit stedelijke omgeving waargenomen in het plangebied, waaronder Pimpelmees, Roodborst, Koolmees, Vink, Spreeuw en Merel. Daarnaast zijn in deel B in een tweetal Berken ook twee oude nesten aangetroffen, zeer waarschijnlijk gebouwd door Turkse tortel. Tijdens het veldbezoek is daarnaast een nest waargenomen in de Kastanje in het westen van deel A (zie figuur 4.1), dit nest is zeer waarschijnlijk gebouwd door Zwarte kraai. Binnen het plangebied zijn verder nog diverse mogelijkheden voor vogels die in opgaande begroeiingen broeden. Alle in Nederland voorkomende vogelsoorten vallen onder de bescherming van artikel 3.1 Wnb. Bij werkzaamheden moet volgens de Wet natuurbescherming rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval is dat verstoord kan worden. Verstoring van nesten is niet toegestaan. Ten aanzien van broedende vogels zijn er verschillende mogelijkheden om conflicten met de Wet natuurbescherming te voorkomen. Werkzaamheden buiten het broedseizoen uitvoeren is

8

A&W-notitie 21-440 - Ecologische beoordeling groene percelen aan de Tuinen in Drachtengroene percelen aan de Tuinen in Drachten

Figuur 4.1 Nest van Zwarte kraai in Kastanje boom in deel A (rood omcirkeld).

de meest zekere optie. Een alternatief is om werkzaamheden voor aanvang van het broedseizoen te beginnen, zodat broedpogingen in het werkgebied achterwege blijven door de verstoring tijdens de werkzaamheden. Er dient tevens te worden voorkomen dat tijdens werkzaamheden in het broedseizoen alsnog broedgevallen ontstaan die kunnen worden aangetast. Dit is mogelijk door geen geschikte plaatsen voor nesten te laten ontstaan, door bijvoorbeeld bouwmateriaal goed af te dekken en kap- en snoeiafval tijdig te verwijderen. Mochten er toch vogels tot broeden komen en door de werkzaamheden worden verstoord, dan ontstaat er een conflict met de Wet natuurbescherming en moeten de verstorende werkzaamheden gestaakt worden tot na de broedperiode van de betreffende soort(en). De meeste vogelsoorten broeden binnen de periode van half maart tot half juli. Jaarrond beschermde nestplaatsen Buiten het broedseizoen vallen de meeste nestplaatsen niet onder de bescherming van de Wet natuurbescherming, maar een aantal vogelsoorten maakt gedurende het gehele jaar gebruik van de nestplaats of keert bijvoorbeeld jaarlijks terug op dezelfde plaats. Hun nesten en de functionele leefomgeving daarvan worden daarom het gehele jaar beschermd. In augustus 2009 is onder de Flora- en faunawet een indicatieve lijst opgesteld van soorten met jaarrond beschermde nestplaatsen.

Deze lijst is per 1 januari 2017 onveranderd overgenomen in het kader van de handelingspraktijk rond de Wet natuurbescherming. Tijdens het veldbezoek zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Ten tijde van het veldbezoek was het winter, waardoor de zichtbaarheid tot in de kruin van de boom zeer goed was, en eventuele nesten ook goed gezien konden worden. De aanwezigheid van kleinere jaarrond beschermde nesten is onwaarschijnlijk, omdat het plangebied niet binnen het verspreidingsgebied van de soorten ligt en/of het biotoop ongeschikt is voor deze soorten. Om bovenstaande redenen is er geen risico aanwezig op een conflict met de Wet natuurbescherming ten opzichte van jaarrond beschermde nesten. Conclusie vogels De beoogde werkzaamheden veroorzaken geen conflict met de Wet natuurbescherming ten aanzien van vogels en jaarrond beschermde nestplaatsen, mits wordt voorkomen dat broedende vogels en hun nesten worden verstoord. Hierboven is beschreven hoe aan deze voorwaarde kan worden voldaan.

A&W-notitie 21-440 - Ecologische beoordeling groene percelen aan de Tuinen in Drachtengroene percelen aan de Tuinen in Drachten

4.5

9

Vleermuizen

Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn beschermd onder artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor gelden voor deze soorten striktere beoordelingscriteria bij ontheffingsaanvragen dan bij de meeste andere beschermde zoogdiersoorten. In de omgeving van het plangebied komt een aantal vleermuissoorten voor, waaronder Baardvleermuis, , Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis, Watervleermuis en Meervleermuis. Voor vleermuizen zijn drie onderdelen van het leefgebied te onderscheiden die van groot belang zijn voor de functionaliteit van het leefgebied. Deze zijn verblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes. Verblijfplaatsen In de zomerperiode hebben vleermuizen in Nederland hun verblijfplaatsen voornamelijk in gebouwen en bomen. Tijdens de winter verblijven zij onder andere in gebouwen, bomen, bunkers en kelders. Binnen het plangebied en op de grens van het plangebied bevinden zich twee bomen met een holte (zie figuur 4.2). Tevens groeit er langs deze en een aantal andere bomen Klimop. De mogelijkheid bestaat dat vleermuizen deze holtes en/of de Klimop gebruiken als zomerverblijfplaats of baltsverblijfplaats. Daarom is aanvullend onderzoek nodig om vast te stellen of de bomen met holtes en/of Klimop door vleermuizen worden gebruikt en of er dus een conflict met de Wet natuurbescherming kan plaatsvinden.

Volgens de Wet natuurbescherming is een aantasting van dergelijke verblijfplaatsen niet zonder ontheffing toegestaan. Het doden van vleermuizen en het aantasten van hun verblijfplaatsen is niet toegestaan volgens de Wet natuurbescherming. Om vast te stellen of er een conflict met de Wet natuurbescherming kan plaatsvinden is vervolgonderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen noodzakelijk. Vliegroutes Bij verplaatsingen tussen verblijfplaats en foerageergebied maken vleermuizen gebruik van doorgaande lijnvormige landschapselementen om zich te oriënteren. In een bebouwde omgeving zijn dat het wegenpatroon, de bomenrijen en de gevels van gebouwen. Door de bomenkap zullen geen wezenlijke wijzigingen optreden van de huidige lijnvormige landschapselementen. Om deze redenen mag worden geconcludeerd dat de functionaliteit van de in de omgeving aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen ten aanzien van vliegroutes blijft gewaarborgd. Foerageergebied Het plangebied en de directe omgeving ervan kan deel uitmaken van het foerageergebied van enkele van de bovengenoemde vleermuissoorten. Aangezien de aanwezige opgaande begroeiing in deel A (en mogelijk ook deel B) zal worden verwijderd, kan dit betekenen dat er mogelijk een deel van het foerageergebied van vleermuizen verloren zal gaan.

Indien het foerageergebied van vleermuizen wordt aangetast ontstaat er een conflict met de Wet natuurbescherming. Om te bepalen of dit het geval is dient er voorafgaand aan de werkzaamheden aanvullend onderzoek naar vleermuizen plaats te vinden. Conclusie vleermuizen Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd, dat de werkzaamheden geen conflicten zullen veroorzaken met de Wet natuurbescherming ten aanzien van foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen. Wel zou er een conflict met de Wet natuurbescherming op kunnen treden indien vleermuizen gebruik maken van de twee aanwezige boomholtes. Om de mogelijkheden voor vleermuizen te bepalen dient een holte-inspectie uitgevoerd te worden door een ter zake kundig ecoloog.

10

A&W-notitie 21-440 - Ecologische beoordeling groene percelen aan de Tuinen in Drachtengroene percelen aan de Tuinen in Drachten

Figuur 4.2 Boom met holte in deel A (links), boom met holte in deel B (rechts).

4.6

Overige zoogdieren

Overige zoogdiersoorten artikel 3.5 Wnb In de omgeving van het plangebied komen de Noordse woelmuis en Otter voor, soorten beschermd volgens artikel 3.5 Wnb. Binnen het plangebied is echter geen geschikt leefgebied voor deze soorten aanwezig. De beoogde werkzaamheden veroorzaken daarom geen conflict met artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming ten aanzien van Noordse woelmuis en Otter. Overige zoogdiersoorten artikel 3.10 Wnb (vrijgesteld) Uit verspreidingsgegevens van zoogdieren blijkt dat in de omgeving van het plangebied een aantal (redelijk) algemeen voorkomende zoogdiersoorten voorkomt die zijn beschermd volgens artikel 3.10 Wnb. Het betreft soorten zoals Haas, Konijn, Ree, Vos en verschillende (spits)muizensoorten. Voor enkele van deze soorten kan het plangebied deel uitmaken van het leefgebied. Provinciale Staten van Fryslân heeft vrijstelling van de Wnb verleend voor bovenstaande soorten bij projecten in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Ten aanzien van deze vrijgestelde zoogdiersoorten dient wel de zorgplicht in acht te worden genomen. Dit kan door zoogdieren de gelegenheid te bieden om zich weg te bewegen van de werkzaamheden. In dat geval wordt de huidige staat van instandhouding van de betreffende zoogdiersoorten gehandhaafd.

Overige zoogdiersoorten artikel 3.10 Wnb (niet vrijgesteld) Volgens de brongegevens komen in de omgeving van het plangebied een aantal zoogdiersoorten beschermd volgens artikel 3.10 Wnb voor, waarvoor geen vrijstelling is verleend. Dit zijn bijvoorbeeld de Das, Boommarter, kleine marterachtigen, Eekhoorn en Waterspitsmuis. Omdat geschikte biotopen voor dergelijke soorten in het plangebied ontbreken, hebben de werkzaamheden geen invloed op de leefgebieden van dergelijke soorten.

A&W-notitie 21-440 - Ecologische beoordeling groene percelen aan de Tuinen in Drachtengroene percelen aan de Tuinen in Drachten

11

Conclusie overige zoogdiersoorten De beoogde werkzaamheden veroorzaken geen conflict met de Wet natuurbescherming ten aanzien van overige zoogdiersoorten.

12

A&W-notitie 21-440 - Ecologische beoordeling groene percelen aan de Tuinen in Drachtengroene percelen aan de Tuinen in Drachten

5 Conclusie In dit hoofdstuk worden de conclusies uit hoofdstuk 4 samengevat. Relevant voor onderhavige quickscan zijn de natuurwaarden die mogelijk in het plangebied voorkomen en/of kunnen worden beïnvloed door de beoogde werkzaamheden. Op die natuurwaarden wordt daarom nader ingegaan. Niet relevant zijn soorten die niet in de omgeving en niet in het plangebied voorkomen of waarbij bij voorbaat al vaststaat dat er geen negatieve effecten zijn te verwachten. Niet relevant zijn tevens beschermde gebieden die geen ecologische relatie met het plangebied hebben.

5.1

Conclusie gebiedsbescherming

Op basis van de voorgaande hoofdstukken kunnen voor het plangebied de onderstaande conclusies ten aanzien van de ecologische wet- en regelgeving (Wet natuurbescherming en overige gebiedsbescherming) worden getrokken. Natura 2000 De beoogde werkzaamheden veroorzaken geen conflict met de Wnb ten aanzien van Natura 2000-gebieden, behalve mogelijk door een toename in stikstofdepositie in de gebruiksfase. Omdat op de percelen (gedeeltelijk) nieuwbouw gerealiseerd wordt, is het mogelijk dat daardoor na ingebruikname een toename in verkeersbewegingen en woonactiviteit te verwachten is. In dat geval dient in overleg met het bevoegd gezag te worden bepaald of hiervoor een AERIUSberekening dient te worden uitgevoerd. Overige vormen van gebiedsbescherming De beoogde werkzaamheden veroorzaken geen conflict met de wet- en regelgeving ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland, Ganzenfoerageergebied en Weidevogelkansgebied.

5.2

Conclusie soortbescherming

Broedvogels algemeen De beoogde werkzaamheden veroorzaken een conflict met de Wnb wanneer broedende vogels en hun nesten worden verstoord. Maatregelen om dit te voorkomen zijn in §4.5 beschreven. Jaarrond beschermde nesten van vogels De beoogde werkzaamheden veroorzaken geen conflict met de Wet natuurbescherming ten aanzien van jaarrond beschermde nesten. Deze zijn niet aangetroffen in het plangebied en worden er ook niet verwacht. Vleermuizen De beoogde werkzaamheden veroorzaken een conflict met de Wnb wanneer er verblijfplaatsen en/of foerageergebied van vleermuizen verloren gaan. Binnen het plangebied zijn meerdere mogelijkheden voor verblijfplaatsen aanwezig in bomen. Om de mogelijkheden voor vleermuizen in deze holtes te bepalen, en het gebruik van het plangebied als foerageergebied, is een aanvullend onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk.

A&W-notitie 21-440 - Ecologische beoordeling groene percelen aan de Tuinen in Drachtengroene percelen aan de Tuinen in Drachten

13

Overige beschermde soorten Door uitvoering van de plannen zal geen conflict met de Wet natuurbescherming ontstaan ten aanzien van overige beschermde soorten. Wel dient ten aanzien van zoogdiersoorten de zorgplicht in acht genomen te worden, door de dieren de gelegenheid te geven het plangebied te verlaten.

14

A&W-notitie 21-440 - Ecologische beoordeling groene percelen aan de Tuinen in Drachtengroene percelen aan de Tuinen in Drachten

6 Literatuur De bureaustudie is uitgevoerd met gebruikmaking van de volgende bronnen: BIJ12 2017, Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 2017, Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0, juli 2017. Van Delft, J., J. Kranenbarg & P. Frigge 2019. Waarnemingenoverzicht 2017-2018. Bijlage bij RAVON 73, jaargang 21 (2). Assinck, F.B.T. 2006. Grondsoortenkaart 2006. Wageningen University & Research.

Websites: NDFF Zoogdiervereniging RAVON FLORON www.natura2000.nl

Stationsw eg - de Tuinen

Bijlage 4 AERIUS-berekening

NL.IMRO.0090.BP2022SSW013-0301

39

Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e Sta t i on s w eg - d e T u i n en Dr ach t en

D EF IN I TI EF

Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e Sta t i on s w eg - d e T u i n en Dr ach t en

D EF IN I TI EF

23 februari 2022 Projectnummer P000612

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Wettelijk kader

4

3

Ligging plangebied

6

4

Invoergegevens AERIUS

7

4.1

Verkeersgeneratie woningen (bron 1)

7

4.2

Totale emissie

8

5

Model

9

6

Rekenresultaten en conclusie

10

23 februari 2022

1

Inleiding In het kader van het bestemmingsplan ‘Stationsweg – de Tuinen’ is de depositie van stikstof ten gevolge van het gebruik van nieuwe woningen in de oksel van de Stationsweg en de Paradijske te Drachten berekend. Het plan maakt het gebruik van 26 grondgebonden sociale huurwoningen mogelijk op een locatie in het matig stedelijk woonmilieu. De globale ligging van het plan is op de onderstaande afbeelding weergegeven. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling is berekend met het programmapakket AERIUS (23 februari 2022). Dit rapport vormt een toelichting op de berekening.

Afbeelding 1 – Globale ligging plangebied (bron: pdokviewerpdok.nl, d.d. 23-02-2022)

Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming bij vergunningaanvragen of bestemmingsplanprocedures. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Nature 2000-gebieden aan bod. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de invoergegevens van het programmapakket AERIUS en hoofdstuk 5 geeft het model weer. In het laatste hoofdstuk worden de rekenresultaten en conclusies besproken.

23 februari 2022

3

2

Wettelijk kader De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 161 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een bestemmingsplan. Voor een bestemmingsplan is het namelijk noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand aan te tonen. Hiernaast geldt op grond van artikel 2.7 Wnb in samenhang met artikel 2.8 Wnb een onderzoeksplicht voor bestemmingsplannen.

Een te hoge stikstofdepositie kan tot een negatief effect leiden, waardoor het bestemmingsplan onder dezelfde omstandigheden niet kan worden vastgesteld. Saldering Om een ruimtelijke ontwikkeling of bestemmingsplan waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken, kan gebruik worden gemaakt van internof extern salderen. Door middel van salderen zorgt de initiatiefnemer er voor dat de netto stikstofemissie niet toe neemt. Dit kan door middel van het staken van stikstof emitterende activiteiten op de locatie zelf (intern salderen) of het staken van stikstof emitterende activiteiten op een locatie buiten het plangebied van de ruimtelijke ontwikkeling of het bestemmingsplan (extern salderen). Om intern te kunnen salderen moet er sprake zijn van één project of één plan of één locatie. Intern salderen kan gaan om het treffen van maatregelen aan een bestaand project of kan worden toegepast op nieuwe projecten op de locatie van een bestaand project. Bij extern salderen gaat het om verschillende projecten of plannen. Extern salderen wordt aangemerkt als een mitigerende of beschermende maatregel in de zin van artikel 6, lid 3 Habitatrichtlijn en moet dus plaatsvinden in het kader van een passende beoordeling.

Stikstofregistratiesysteem Naast saldering bestaat er de mogelijkheid om voor woningbouwprojecten waarbij er sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken via het stikstofregistratiesysteem. In dit stikstofregistratiesysteem wordt alle stikstofruimte van stikstof reducerende maatregelen, waaronder de verlaging van de maximumsnelheid op autosnelwegen naar 100 km/uur, opgeslagen. De door deze maatregelen beschikbaar gekomen ruimte kan voor maximaal 70 % worden besteed aan economische ontwikkelingen.

23 februari 2022

4

Wet stikstofreductie en natuurverbetering Met de invoering van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (in het kort Stikstofwet) op 1 juli 2021, geldt er een gedeeltelijke vrijstelling van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten in de bouwsector. Dit geldt voor projecten en plannen. Middels deze stikstofwet wordt er aan de Wet natuurbescherming (Wnb) een nieuw artikel toegevoegd (artikel 2.9a) dat bepaalt dat in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) bepaalde activiteiten van de bouwsector aangewezen kunnen worden waarvoor deze vrijstelling van toepassing is. Voor deze activiteiten geldt dat de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door de bouwactiviteiten buiten beschouwing van de vergunningplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb wordt gelaten. In artikel 2.5 Bsn is de vrijstelling voor het bouwen van bouwwerken opgenomen. Dit betekent dat de zogeheten aanlegfase niet langer mee genomen hoeft worden in de stikstofdepositieberekening. De gebruiksfase dient nog wel berekend te worden. Ook de verkeersbewegingen die samengaan met de aangewezen activiteiten in de bouwsector kunnen buiten beschouwing worden gelaten.

Dit blijkt uit de toelichting bij het Bsn, waarin een omschrijving wordt gegeven van de reikwijdte van de partiële vrijstelling: "Het betreft niet alleen de bouw en sloop van woningen en utiliteitsgebouwen en andere bouwwerken (zoals bruggen en viaducten), maar ook aanlegactiviteiten, bijvoorbeeld voor duurzame energieopwekking, grond, weg- en waterbouw, waaronder straten, pleinen, wegen, spoorwegen, waterstaatswerken, waterwegen, waterkeringen, energie-infrastructuur, telecommunicatie-infrastructuur, buisleidingen, openbare hemelwater- en ontwateringsstelsels en vuilwaterriolen. De partiële vrijstelling omvat de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden, zoals aan- en afvoer van bouwmaterialen en bouw- en sloopafval, transport van werknemers en werktuigen van en naar de bouwplaats en de emissies van werktuigen op de bouwplaats (aggregaten, bouwmachines, baggervoertuigen et cetera). De vrijstelling omvat niet de productie van bouwmaterialen."

23 februari 2022

5

3

Ligging plangebied Zoals in de inleiding is aangegeven is het plangebied gelegen in de oksel van de Stationsweg en de Paradijske te Drachten. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.

Afbeelding 2 – Ligging plangebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden

De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn: -

Wijnjeterper Schar, gelegen op een afstand van circa 6,8 km;

-

Van Oordt’s Mersken, gelegen op een afstand van circa 7,3 km;

-

Alde Feanen, gelegen op een afstand van circa 7,5 km;

-

Bakkeveense Duinen, gelegen op een afstand van circa 12 km.

23 februari 2022

6

4

Invoergegevens AERIUS In AERIUS zijn standaard emissie-kengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOx en NH3 worden bepaald. Conform het handboek “Werken met AERIUS Calculator” dient de verkeersgeneratie beschouwd te worden. Uit jurisprudentie blijkt dat de gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdend verkeer niet meer aan de ruimtelijke ontwikkeling toegerekend worden wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval wanneer het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. Door de opdrachtgever is aangegeven dat de gebouwen gasloos worden uitgevoerd. Dit betekent dat er geen rekening behoeft te worden gehouden met een emissie van NOx ten behoeve van de verwarming. Dit zal geborgd moeten worden in de ruimtelijke procedure. Ten behoeve van de verkeersgeneratie van de woningen zijn de volgende invoergegevens in AERIUS gebruikt (afbeelding 3).

4.1

Verkeersgeneratie woningen (bron 1)

In het model is het verkeer van en naar de gebouwen opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van CROW publicatie 381, december 2018. Daarbij is gebruikgemaakt van de kencijfers voor sociale huurwoningen in de schil van het centrum (5 ritten per woning). Dit houdt in dat rekening moet worden gehouden met 130 ritten per etmaal. Aanvullend hierop is er rekening gehouden met 4 ritten middelzwaar verkeer per etmaal ten behoeve van pakketbezorging. Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van de voertuigcategorieën van InfoMil (tabel 1). Tabel 1. Bepaling voertuigcategorieën (InfoMil) Categorie Alledaagse omschrijving Lichte motorvoertuigen

- alle personenauto’s - de meeste bestelauto’s - vrachtwagens met 4 wielen

Middelzware motorvoertuigen

- alle autobussen - vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen

Zware motorvoertuigen

-vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger - trekkers met oplegger

De totale emissie van de verkeersgeneratie van de woningen in de gebruiksfase bedraagt in dat geval ongeveer 7,3 kg NOx/jr en 0,4 kg NH3/jr.

23 februari 2022

7

4.2

Totale emissie

De totale emissie van het plan in de gebruiksfase bedraagt ongeveer 7,3 kg NOx/jr en 0,4 kg NH3/jr.

23 februari 2022

8

5

Model De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het AERIUS pakket (23 februari 2022). In de berekening is uitgegaan van het rekenjaar 2022. Indien het plan later zal worden uitgevoerd, kan deze berekening als worst-case worden beschouwd. In latere rekenjaren zal de emissiefactor van onder andere verkeersbewegingen namelijk afnemen. Navolgend is van het model een afbeelding opgenomen.

Afbeelding 3 - AERIUS model

23 februari 2022

9

6

Rekenresultaten en conclusie De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een planbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Dit pdf bestand is als bijlage opgenomen en seperaat toegevoegd.

Afbeelding 4 - Rekenresultaat

Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Het aspect stikstof staat nadere besluitvorming niet in de weg.

23 februari 2022

10

Colofon Verkavelingsplan BügelHajema Adviseurs Rapport BügelHajema Adviseurs Fotografie BügelHajema Adviseurs Projectleiding BügelHajema Adviseurs Supervisie BügelHajema Adviseurs

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Vaart nz 48-50 9401GN Assen T 0592 316 206 F 0592 314 035 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

Bijlage 1

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Accolade nvt, nvt Drachten Stationsweg - de Tuinen Drachten Het voornemen betreft het gebruik van 26 sociale huurwoningen.

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RPa9tWsoishm 23 februari 2022, 12:05 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2022

Resultaten

Hoogste depositie Hexagon 0,00 ha 0,00 ha 0,00 mol/ha/j 0,00 mol/ha/j

Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RPa9tWsoishm (23 februari 2022)

Emissie NH3 0,4 kg/j

Emissie NOx 7,3 kg/j Gebied

2/6

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen  Verkeersnetwerk

RPa9tWsoishm (23 februari 2022)

Emissie NH3 0,4 kg/j

Emissie NOx 7,3 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RPa9tWsoishm (23 februari 2022)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal

RPa9tWsoishm (23 februari 2022)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

0,00

0,00

0,00

0,00

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

0,00

0,00

5/6

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.4_20220217_5a8b67b7c6 Database versie 2021.0.4_5a8b67b7c6 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11996367/1