CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing

Het Debat 14 september 2021, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Zonnepark Opeinde18.890 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In artikel 5.1. van het Zonneplan wordt daarom aangegeven dat het realiseren van een belangrijke bijdrage aan het uitgangspunt uit de Routekaart '40 ha zonnevelden in 2020' is. In het beleid “Verder met Zonne-energie” wordt in hoofdstuk twee gesteld, dat er meer moet worden ingezet op het aanleggen van zonnevelden om de doelstellingen te behalen. De zonneladder is door de gemeente onderzocht en de stappen van de zonneladder zijn duidelijk afgegaan.

25

KRONOS SOLAR 2.4.2

Specifieke voorwaarden gemeente zonneparken

Om een invulling te kunnen geven aan de aangescherpte energieopgave van Smallingerland biedt het “Verder met Zonne-energie” een ruimtelijk afwegingskader. Dit kader is op 31 juli 2020 inwerking getreden. Leidend hierbij is het provinciale beleid van de Provincie Friesland, welke in bovenstaande reeds beschreven en getoetst is. Algemeen kan gesteld worden dat de gemeente zoveel mogelijk van de energieopgave op daken wil realiseren, maar tegelijkertijd zon-op-grond ook mogelijk wil maken. Dit kan in bestaand stedelijk gebied (bijvoorbeeld op bedrijventerreinen of braakliggende gronden), aangrenzend aan het stedelijk gebied van Drachten, bij de dorpen van Smallingerland, of bij individuele agrariërs. Daarmee neemt de gemeente Smallingerland de insteek van de Provincie Friesland in de (gewijzigde) Verordening Romte in grote lijnen over. Zuinig ruimtegebruik, dubbel ruimtegebruik en een voorkeur voor zonneparken in het buitengebied op locaties met een dubbele bestemming wordt daarom uitgesproken. Ook heeft de gemeente bij de ontwikkeling van een project voor (grootschalige) opwek van zonne-energie nauw contact met de netbeheerder over de aansluitmogelijkheden.

Daarnaast wil de gemeente Smallingerland een faciliterende rol nemen in het op gang brengen van lokale initiatieven bij dorpen, agrariërs of ook particulieren, maar ook door voor grootschalige initiatieven te stimuleren en steunen bij de opzet van een lokale energie-coöperatie. Alle maatregelen worden getroffen om enerzijds op kortst mogelijke termijn de opwek van (grootschalige) duurzame zonne-energie mogelijk te maken, en tegelijkertijd in te zetten op maximaal lokaal voordeel en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. In aanloop naar de komst van een vastgesteld kader heeft Kronos Solar reeds een principeverzoek ingediend. Het college van de gemeente Smallingerland heeft hierop onder voorwaarden toestemming verleend. Uitgangspunten waarop onder voorwaarden medewerking verleend kan worden aan de komst van zonnepark Opeinde zijn de volgende: 1. Er wordt procesparticipatie aangeboden aan omwonenden; 2. Er wordt mogelijkheid geboden voor de aanleg van een fietspad in het noorden van het plangebied; 3. Er wordt met omwonenden een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waarbij ten minste: a. het zicht op het zonnepark vanaf het water en de openbare weg minimaal is b. Het karakteristieke singellandschap behouden blijft en waar mogelijk versterkt 4. Er worden geen boomsingels gekapt. 5. Zonnevelden mogen natuurwaarden niet schaden

26

KRONOS SOLAR Toetsing van de ontwikkeling Om te beginnen geeft voorliggend initiatief gehoor aan de bovenstaande voorwaarden als gesteld in het principebesluit. Deze voorwaarden zijn in lijn liggen met het kader “Verder met zonneenergie”. 1. Er heeft een uitvoerig procesparticipatietraject plaatsgevonden, waarin allereerst tijdens een publiekspresentatie en vervolgens in een kleiner gecentreerd werkatelier met diverse vertegenwoordigers over het zonnepark en de inpassing ervan gesproken is. Dit is conform de methodiek Sinnetafel zoals ook in het provinciaal beleid voorgesteld. 2. De aanleg van het fietspad is in voorliggend plan meegenomen. Het fietspad is eveneens besproken tijdens de werkateliers en heeft daarin steun gekregen. Het fietspad en het zonnepark hebben daarmee een gemeente-brede functie en maken dubbel ruimtegebruik en een zinnige invulling van het gemeentelijk buitengebied als recreatieve verbindingsfunctie mogelijk. De grondaankoop door de gemeente heeft plaatsgevonden. 3. In het landschappelijk inpassingsplan is zorg gedragen voor een geschikte en locatie specifieke afscherming van het zonnepark vanaf de openbare weg en het water. Hiervoor wordt een combinatie van elzen en sortiment van gebiedseigen soorten gebruikt.

Ook worden bestaande kavellijnen waar mogelijk met extra beplanting nader versterkt, zodat de oorspronkelijke dichtheid van het oude singellandschap terug gebracht wordt. Er vindt geen kap van bomensingels plaats. Een gedetailleerde beschrijving van het landschappelijk inpassingsplan is te vinden in Hoofdstuk 3. 4. Met het dorpsbelang zijn intentieafspraken gemaakt over een verdere participatie om de opbrengsten van het zonnepark ook lokaal terug te laten vloeien. Deze en andere participatiemogelijkheden worden in hoofdstuk 5 nader beschreven. Met de omwonenden is over de mogelijkheden gesproken een omgevingsfonds op te richten, waardoor omgevingsimpulsen en kwaliteitsverbeteringen aan het landschap opgepakt worden. 5. In het landschappelijk inpassingsplan is zorg gedragen dat natuurwaarden niet worden geschaad en waar mogelijk worden verbeterd. Dit is in Hoofdstuk 3.4 verder uitgewerkt en er wordt gecommitteerd aan de Gedragscode Zon op Land. Voorbeelden van geplande inpassingen zijn een groot kruidenrijk grasland, kruidenzones binnen het zonnepark, rietzomen, elzensingels, torenvalkkast en diervriendelijk hekwerk. 2.5

Conclusie

De ontwikkeling van het zonnepark op de beoogde locatie is niet in strijd met de beleidskaders van de verschillende overheden. Ten aanzien van de aanleg van zonneparken worden initiatieven met name getoetst op de bijdrage aan de duurzaamheidsdoelstellingen en de ruimtelijke en landschappelijke inpassing. Dit laatste wordt uitvoeriger toegelicht in sectie 3.4.

27

KRONOS SOLAR

HOOFDSTUK 3 – PROJECTPROFIEL 3.1

Inleiding

In dit hoofdstuk worden zowel het gebied waar de ontwikkeling plaats gaat vinden als het project zelf beschreven. Daarnaast wordt ingegaan op de landschappelijke inpassing van het plan.

3.2

Gebiedsbeschrijving

Het plangebied voor het beoogde zonnepark is gelegen in het buitengebied van de gemeente Smallingerland, aan de Legauke ten zuiden van Opeinde. Het projectgebied was voorheen in gebruik als bouwland (maïs) en grasland (bron: Boer & Bunder). Sinds eind 2020 in overleg alleen als grasland.

Afbeelding 8: Basisregistratie gewaspercelen

28

KRONOS SOLAR 3.3

Projectbeschrijving

Het projectgebied is circa 12 hectare groot (zie afbeelding 9) waarbij uit een eerste studie blijkt dat er de volgende technische mogelijkheden zijn: Constructiegebied Aantal modules Aantal trafostations Omvormers

121.300m2 ~27.594 4 Kleine string-omvormers

Afbeelding 9: Luchtfoto van het plangebied

29

KRONOS SOLAR In afbeelding 10 is in een eerste impressie opgenomen hoe dit gesitueerd wordt binnen het plangebied. Voor meer detailinformatie zie bijlage 1 (inrichtingstekening).

Afbeelding 10: Inrichtingstekening van het Zonnepark

Voor de ruimtelijke inpasbaarheid is de constructie van de zonnepanelen van belang, welke is weergegeven in afbeelding 11. Deze is op verzoek van het werkatelier aangepast van 2,30 naar 1,60 meter hoogte.

Afbeelding 11: Doorsnede van de basisconstructie (voorbeeld diepte heipalen buiten archeologische zone)

30

KRONOS SOLAR 3.4

Landschappelijke inpassing

Analyse van bestaande kavelstructuur Leidend bij de keuze voor de landschappelijke inpassing zijn de structuurvisie Grutsk op é Romte, de notitie Romte foar Sinne en de handvatten uit de notitie Sinnefjilden yn it lânskip. Er wordt uitgegaan van behoud, bescherming, ontwikkeling en herstel van cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden. De inpassing van het zonnepark houdt daarbij rekening met schaal en maat van het bestaande landschap, aansluiting op bestaande landschapstypen, de beleving van dit waardevol toeristisch-recreatieve landschap, de mogelijke nadelige gevolgen voor omwonenden en bestaande en door te ontwikkelen natuurwaarden. Details zijn hieronder uitgewerkt als ook in het Inpassingsplan en het inrichting- en natuurbeheerplan (bijlagen). Ontwerp Bij de landschappelijke inpassing wordt ingespeeld op de zichtbaarheid van groen en onzichtbaarheid van de projectlocatie vanuit de wijdere omgeving. Het plan richt zich op het realiseren van een versterking van de lokale landschapselementen en biodiversiteit. Daarbij blijven bestaande landschappelijke elementen, zoals houtwallen en struweelzones, behouden. Hiermee worden onnodige ingrepen in het landschap voorkomen. Als onderdeel van de landschappelijk inpassing zijn de volgende maatregelen genomen. Deze zijn opgesteld mede op basis van het participatieproces met het werkatelier.

Eén en ander wordt onder de opsomming nader toegelicht. • •

• • • •

• • •

De paneelvelden worden binnen de bestaande houtsingels en kamers gerealiseerd; Het gehele park wordt omzoomd door brede struweelhagen bestaand uit inheemse soorten en aangevuld met boomvormers, die bovendien het zicht op het zonnepark ontnemen. Voor details zie de bijlage inrichtings- en natuurbeheerplan*; Rondom het zonnepark wordt de ruimte tussen panelen en het hekwerk in een zone van ca. 5m ingezaaid met een kruidenrijk mengsel; De bestaande elzen langs de westkant van het park en in het midden van het zonnepark worden verder aangezet en doorgetrokken; De panelen worden reliëfvolgend geplaats zodat het oorspronkelijke maaiveld intact blijft; Aan de noordzijde is door de gemeente een fietspad gepland met bijbehorende sloot. Elzen, bramen en ruigte langs het fietspad en struweel aan de noordkant van het zonnepark zorgen voor een dubbele laag inpassing; Langs de interne sloot aan de oostzijde komt een natuuroever met solitaire struiken en langs de interne sloten wordt een kruidenrijk mengsel ingezaaid; In het zuiden van het plangebied, tussen de Legauke en de groene omranding, wordt een gebied van ruim 1 hectare ontwikkeld als kruidenrijk grasland. Langs alle zijden van bovenstaand gebied worden rietzomen ontwikkeld, tevens worden watergangen verbreed en aangelegd.

Dit heeft van zichzelf ecologische waarde, maar helemaal als aanvulling op bovengenoemd gebied van kruidenrijk grasland. Bij de aanleg dient op sommige plekken rekening gehouden te worden met de archeologische zone. Dit wordt in hoofdstuk 4.12 verder toegelicht.

31

KRONOS SOLAR •

• • •

Aan de oostzijde van het projectgebied loopt het kanaal. Waar in het verleden akkerbouw plaatsvond wordt dit gebied nu vrijgelaten en wordt ingericht als kruidenrijk grasland. Daarmee komt een gebied direct gelegen aan het kanaal beschikbaar voor fauna. Het gras onder de panelen wordt beheerd ten behoeve van optimale biodiversiteit; Noodzakelijk installaties worden in gedekte kleuren met als hoofdtoon mosgroen uitgevoerd; Ontsluiting van het zonnepark via de Legauke.

* Voor nadere uitwerking van de gebiedseigen beplanting zoals het sortiment inclusief kaart waarop aangegeven is waar welk type beplanting komt, verwijzen wij graag naar de bijlage Inrichtings- en Natuurbeheerplan. Daarin staan in een overzichtskaart alle dwarsprofielen en wordt per dwarsprofiel exact beschreven welk sortiment en plantafstanden worden gehanteerd. Zoals eerder aangegeven staan we open om dit op detailniveau met de provinciaal of gemeentelijk ecoloog te bespreken om te komen tot het beste lokale resultaat. Hoe het beheer van bijvoorbeeld de verschillende profielen en beplanting wordt georganiseerd kan hierbij ook aangesproken worden.

Concept Het zonnepark ligt ingesloten tussen het Opeinderkanaal aan de oostzijde en de Legauke en zandwinningsplas aan de zuidzijde. Een struweelhaag bestaande uit gebiedseigen beplanting, zoals de els, rondom, het opnieuw aanzetten van de kavellijnen met els, en de dubbeling van groenaanplant bij het fietspad langs de noordzijde zorgen voor een robuuste en toekomstbestendige inpassing, die een blijvende landschappelijke impuls geeft. Met behulp van een beheerplan wordt dit verder geborgd op het gebied van onderhoud, zowel op de korte als lange termijn. De voorliggende locatie ligt in een singellandschap dat van oudsher kleinschaliger was dan het huidige beeld. De kavelgrenzen waren rijkelijk beplant, waar dit nu nog slechts deels het geval is. Het plangebied ligt daarbij precies op de overgang van Woudontginning (hogere dekzandrug) naar laagveenlandschap en beekdal van de leën. De nul-meterlijn slingert over het plangebied. Landschappelijk houdt dat in dat er op de hogere delen (boven de nul meterlijn) elzensingels stonden langs de sloten en op de lagere delen niet of nauwelijks. De keuzes in de landschappelijke inpassing brengen deze oorspronkelijke kleinschaligheid weer terug door het opnieuw aanzetten van kavellijnen. De aanleg van een aanvullende beplanting biedt tevens aan verschillende vogelsoorten een geschikte broedbiotoop, schuilgelegenheid en/of foerageergebied.

De beplanting zal bestaan uit soorten die van nature reeds in Smallingerland voorkomen zoals de els. De singelbeplanting zal verder worden gevarieerd met andere streekeigen beplantingen, ook ten behoeve van de biodiversiteit. Rondom het zonnepark, in een 5m zone tussen de panelenopstelling en het hekwerk, wordt voorts een kruiden/bloemenmengsel ingezaaid. Deze zone kan als voedingsrijke habitat voor verschillende kleine insecten en wilde bijen fungeren en bijdragen aan het herstel van de biodiversiteit in en rondom de projectlocatie.

32

KRONOS SOLAR Het gewenste eindbeeld voor onder de panelen bestaat in het algemeen uit kort gras met lokaal wat hoger kruidenrijk gras, vooral onder de laagste delen van de panelen. Daarbij gaan we vooralsnog uit van een ecologische doelstelling ten behoeve van optimale biodiversiteit. Noodzakelijke installaties, ontsluiting, zichtbaarheid Hekwerken zijn vanwege de veiligheid noodzakelijk. Er wordt gekozen om een hoogwaardig hekwerk opgebouwd uit een combinatie van ruwe houten palen en gaas toe te plaatsen (max 2m). Deze hekwerken voorkomen tevens afschrikking van reeën. Het gebruik van hout in het hekwerk vindt aansluiting bij de bossen, houtwallen en singels die in de directe omgeving te vinden zijn. Het gaas is open en transparant. Het hekwerk wordt niet pal op de erfgrens geplaats maar op enkele meters ervandaan. Dit hekwerk wordt consequent aan de binnenzijde geplaatst, en grotendeels met klimplanten (klimop, kamperfoelie en hop) begroeid. Hierdoor is zowel het zomer- als winterbeeld verdicht door middel van “groene wanden”.

Afbeelding 12: Voorbeeld hekwerk, trafostation, elzensingel en kruidenbeplanting

De noodzakelijke installaties (netwerkstation, trafo’s e.d.) worden uitgevoerd in gedekte kleuren met als hoofdtoon Mosgroen (RAL 6005) en staan tussen de panelen in en zo ver mogelijk van bestaande bewoning af. Hierdoor gaan ze op in de structuur van de rest van het zonnepark.

33

KRONOS SOLAR

Afbeelding 13: Diervriendelijk hekwerk

Duurzame energie maakt een integraal onderdeel uit van het Nederlandse landschap en de Nederlandse samenleving, en dit zal in de toekomst alleen maar groter worden. Zichtbaarheid vergroot de acceptatie van dit nieuwe landschappelijke element. De overweging, het zonnepark als aanleiding tot gebiedsontwikkeling te zien (bijvoorbeeld door de aanleg van het fietspad aan de noordzijde) en verdere landschapsimpulsen op te nemen in het plan, maakt het zonnepark en haar rol als klein natuurpark passend in het huidig landschap. In dat kader kan het passend zijn op een gepaste plek een inkijkje te bieden in het energielandschap, en ter plekke informatie over de geschiedenis van de locatie, het landschap, de ecologie en de energie-opwek te geven. Er wordt voorts ingezet op meervoudig ruimtegebruik met vooral ecologische meerwaarde. Door extensief beheer bijvoorbeeld met behulp van schapen kan ook een gebied met kruidig grasland ontstaan. Landschappelijke status omgeving, mogelijkheid omgevingsfonds Omwonenden hechten veel aan de natuur in de omgeving. De plannen voor de landschappelijke inpassing van het zonnepark zijn in eerste instantie positief ontvangen. Ook is door omwonenden een eigen plan aangeleverd, dat zich richt op de bredere omgeving en ook aansluiting probeert te vinden bij de visie Waterfront Drachten.

Kronos Solar heeft geen zeggenschap over deze gebieden, maar is wel bereid afhankelijk van de gekozen vorm van financiële participatie via bijvoorbeeld een omgevingsfonds een bijdrage te leveren aan (natuur)ontwikkeling in de bredere omgeving. Hierbij kan worden gedacht aan het verder aanplanten van kavellijnen op aanliggende percelen, of de bijdrage aan ecologische maatregelen langs de zandwinningsplas ten zuiden van de Legauke. De optelsom van deze handelingen zal voor de hele natuurlijke omgeving een opwaardering betekenen, waarin het gebied meer begint te lijken op de situatie zoals die hier in het verleden bestond. In het volgende paragraaf 3.5 wordt nog nader ingegaan op de maatregelen ter versterking van de biodiversiteit.

34

KRONOS SOLAR

Afbeelding 14: Huidige beeld vanaf de Legauke richting het plangebied: een weidegebied met restanten beplanting

3.5

Maatregelen ter versterking van de biodiversiteit

Samen met de landschapsdeskundige en ecoloog is ook gekeken hoe de komst van het zonnepark een meerwaarde kan leveren aan flora, fauna en versterking van de biodiversiteit. Eerst is daarbij gekeken naar de nul-situatie. Het huidige plangebied bestaat uit twee delen: zwaar bemest agrarisch land en grasland met voornamelijk raaigras. In het plangebied, maar met name daarbuiten, is wat bestaande beplanting te vinden. Specifiek grenst het gebied aan de oostzijde aan het kanaal met daarachter industrieterrein de Haven, aan de zuidzijde aan de Legauke en de aanliggende zandwinningsplas, aan de westzijde aan gras/akkerland met een klein bosgebiedje en aan de noordkant aan het te realiseren fietspad met streekeigen beplanting en vervolgens grasland. Binnen het gebied bevinden zich geen bedreigde diersoorten. Omdat de locatie nabij open water ligt is ingezet op vogels van water en oevers. Daarnaast worden er maatregelen genomen ter bevordering van bodemfauna en insecten, die vervolgens weer voordelen voor andere dieren opleveren. Het grote kruidenrijke grasland en de kruidenstroken zijn belangrijk voor insecten die voor veel vogelsoorten in de jongenfase van belang zijn. Het voorstel van de provincie om in het gebied riet te ontwikkelen is overgenomen en past in het lagergelegen gedeelte.

Rietkragen kunnen zeer in trek zijn bij kleine karekiet, rietzanger, maar ook eenden zoals slobeend en krakeend kunnen meeprofiteren. De oevers kunnen daarbij beschutting bieden. Bovenstaande valt of staat bij juist beheer. Dit is vastgelegd in het inrichtings- en beheerplan. Uiteraard kan over de exacte invulling en keuzes gesproken worden.

35

KRONOS SOLAR Om een overzicht te geven van de maatregelen is een overzichtsafbeelding opgesteld, die ook als bijlage is meegestuurd.

Afbeelding 15: Overzicht van de ecologische maatregelen om de biodiversiteit te versterken

1.

In het zuiden van het plangebied, tussen de Legauke en de groene omranding, wordt een gebied van ruim 1 hectare ontwikkelt als kruidenrijke grasland. Nabij open water kan dit grote perceel zorgen voor een aantrekkelijk milieu voor bodemfauna, insecten, weidevogels en roofvogels. De invulling van dit gebied was een specifieke wens van de werkgroep en de direct aanwonende. Het beheer van dit gebied is ook van belang. Dit staat beschreven in het inrichtings- en beheerplan. Er wordt 1 x doorgezaaid voor aanvang beheer. De keuze van het kruidenmengsel zal in overeenstemming met de provinciale en gemeentelijke ecologen worden bepaald. Het beheren bestaat daarna uit laat maaien, hooien en afvoeren. Dit wordt over jaren volgehouden met als doel om deze zones te verschralen om te komen tot natuurontwikkeling.

2.

Langs alle zijden van bovenstaand gebied worden rietzomen ontwikkeld, tevens worden watergangen verbreed en aangelegd. Dit heeft van zichzelf ecologische waarde, maar helemaal als aanvulling op bovenstaand gebied van kruidenrijke grasland. In totaal een gebied van ruim 1800 m2. Daarmee ontstaat een milieu dat aantrekkelijk is voor water, moerasvogels en rietvogels. Gezien de locatie nabij open water een duidelijke plus. Zoals eerder aangegeven kan riet een bijdrage leveren voor de kleine karekiet, rietzanger, maar ook eenden zoals slobeend en krakeend profiteren mee. Bij de aanleg dient op sommige plekken rekening gehouden te worden met de archeologische zone.

3.

Aan de oostzijde van het projectgebied loopt het kanaal. Waar in het verleden akkerbouw plaatsvond wordt dit gebied nu vrijgelaten en wordt ingericht als kruidenrijk grasland. Daarmee komt een gebied direct gelegen aan het kanaal beschikbaar voor fauna. 36

KRONOS SOLAR 4.

Langs de gehele rand en binnen het zonnepark zal de deels bestaande beplanting worden aangevuld en vergroot. Dit zal plaatsvinden met elzen, zoals die in de omgeving voorkomen, aangevuld met aanvullende inheemse soorten.

5.

Langs alle randen van het zonnepark worden tot 5 meter brede kruidenstroken aangelegd ten behoeve van insecten en vogels. Deze kruidenzones buiten de zones met panelen worden laat gemaaid en afgevoerd.

6.

Het huidige sterk bemeste agrarische gebied bevindt zich met name onder de zonnepanelen. Doel is om daar natuur vanuit braak spontaan te laten ontwikkelen met drukbegrazing d.m.v. schapen. Waarbij gewerkt wordt met verplaatsbare schapenrasters die zorgen dat het beheer professioneel en op de juiste manier plaats vindt en de kruidenstroken niet worden aangetast.

7.

Natuuroever met vrij groeiende struiken in het zonnepark kan door vogels als bodemfauna gebruikt worden.

8.

Takkenrillen zullen op een aantal plekken onder de zonnepanelen worden gelegd ter bevordering van de bodemfauna.

9.

Aan de zuidzijde van de transformatorhuisjes in het plangebied zullen insectenhotels worden geplaatst.

10. Meerwaarde in dit gebied is ook mogelijk te realiseren door het aantrekken van roofvogels. Hier wordt op ingespeeld door het plaatsen van een torenvalkkast op een paal. 11. Een lokale imker zal worden gezocht, die gebruik kan maken van deze locatie. Deze kan daarmee profiteren van de kruidenrijke zones, welke ook bijen aantrekken. 12. Het hekwerk wordt overal op 10cm van het maaiveld gesteld, zodat kleine zoogdieren eronder door kunnen. Het hekwerk bestaat uit grof gaas en zal beplant worden.

3.6

Conclusie

De invulling van het zonnepark sluit aan op de locatiekenmerken van het singellandschap. Het plaatsen danwel versterken van de beplanting zorgt ervoor dat de karakteristieke landschapskenmerken behouden blijven. Het landschap als gevolg van de ruilverkaveling en modernisering van de landbouw wordt hierdoor opgewaardeerd en in ere hersteld. Het zonnepark is daarmee voor omwonenden afgeschermd. Het landschappelijke inpassingsplan en aanvullende maatregelen leveren een duidelijke meerwaarde op voor lokale flora en fauna en kunnen de biodiversiteit versterken. Aanvullend bestaat er de mogelijkheid tot opwaardering van de bredere omgeving door middel van de verdere aanplant van kavellijnen in de omgeving buiten het zonnepark.

37

KRONOS SOLAR

HOOFDSTUK 4 – SECTORALE ASPECTEN 4.1

Inleiding

Om te beoordelen of de aanleg van het zonnepark in overeenstemming is met alle wet- en regelgeving wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de verschillende onderwerpen die daarbij van belang zijn.

4.2

Milieueffectrapportage

Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.- beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben (ook wel genoemd de 'vergewisplicht'). Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, er moet worden nagegaan of er voor activiteiten en projecten beoordeeld moet worden of er een MER gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd om te zien of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • •

belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.

De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: • • •

de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten.

Toetsing van de ontwikkeling De ontwikkeling betreft de realisatie van een zonnepark op agrarische gronden. De realisatie van zonneparken wordt niet in het Besluit milieueffectrapportage genoemd. Het plan is daarmee niet m.e.r.-plichtig. Gelet op de kenmerken van het project zullen ook geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Eén en ander blijkt tevens uit dit hoofdstuk waarbij uitgebreid is ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten.

38

KRONOS SOLAR

4.3

Bodemkwaliteit

Bij de toetsing of een project uitvoerbaar is moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Verder dient bij werken rekening te worden gehouden dat men veilig kan werken. Toetsing van de ontwikkeling Gezien de beperkte bodemroering (alleen de basisconstructies voor de zonnepalen en de stations) en het tot op heden agrarische gebruik is de kans zeer gering dat er bodemverontreinigingen aanwezig zijn en dat ze door de aanleg van het zonnepark verstoord zouden kunnen worden. Verder wordt er geen externe grond aangevoerd buiten die benodigd voor de interne weg. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van gecertificeerd menggranulaat. Tot slot zullen er geen producten worden gebruikt waar PFAS in verwerkt is. De materialen die blootgesteld zijn aan de elementen zijn voornamelijk glas, aluminium, roestvrijstaal en staal. Navraag is gedaan bij gemeente Smallingerland. Daarbij is afgesproken dat er voor de vergunningsaanvraag geen bodemonderzoek plaats dient te vinden, omdat er geen bodemvervuiling door het zonnepark zelf zal plaatsvinden.

Er dient echter bodemonderzoek plaats te vinden voor de start van de bouw, zodat er veilig gewerkt kan worden en dit dient met de gemeente gecommuniceerd worden. Het betreft hier geen nulmeting maar een verkennend bodemonderzoek, in de volksmond ook wel een Schone Grond Verklaring genoemd. 4.4

Geluid

In de Wet geluidhinder, en de daarbij behorende Besluiten en Regelingen, is bepaald dat bij de beslissing op een aanvraag voor een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan op binnen de onderzoekzones van industrieterreinen, wegen en spoorwegen te realiseren geluidsgevoelige gebouwen of terreinen de waarden uit de Wet geluidhinder in acht dienen te worden genomen. Toetsing van de ontwikkeling Omdat een zonnepark geen geluidgevoelig gebouw of terrein is kan verdere toetsing aan de Wet geluidhinder achterwege blijven. Het geluidseffect van het zonnepark op de omgeving wordt in paragraaf 4.7 (milieuzonering) meegenomen. Voorts ligt het zonnepark in een geluidszone van het nabijgelegen industriegebied, waardoor eventuele geluidsimpulsen (vanuit bijvoorbeeld de koeling van de transformatoren) in de praktijk nihil zal blijken. Het aspect geluid is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. 4.5

Luchtkwaliteit

Het wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen is geregeld in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: • • •

er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; 39

KRONOS SOLAR •

een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).30.

Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling leidt vanwege de zeer geringe uitstoot niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor de aanlegfase is er een beperkte toename in verkeersbewegingen en in de gebruiksfase zal er zeer incidenteel verkeer zijn in verband met beheer en onderhoud. Luchtkwaliteit is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. 4.6

Geur

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de normen uit de Wet geurhinder en Veehouderij. Als gevolg van deze wet worden normen gesteld voor de bouw van nieuwe geurgevoelige objecten (zoals woningen). Er dient voor deze objecten sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast mag geen inbreuk ontstaan op de milieuruimte van omliggende veehouderijen. Toetsing van de ontwikkeling Een zonnepark is geen geurgevoelig object. Daarmee kan verdere toetsing aan de Wet geurhinder en Veehouderij achterwege blijven en vormt het aspect geur geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. 4.7

Bedrijven en milieuzoneringen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1. het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; 2. het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in eerste instantie doorgaans de VNGuitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Toetsing van de ontwikkeling De voorgenomen inrichting van de betrokken gronden als zonnepark levert geen hinder of gevaar op voor omliggende gevoelige functies. Wel worden transformators geplaatst.

Deze worden echter niet aan de randen van het plangebied gesitueerd. In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ valt dit onder de activiteit ‘elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tussen de 10 en 100 MVA’. De grootste richtafstand is die van geluid en bedraagt 50 meter. Voor de 4 transformatoren is de vergelijking gemaakt met de activiteit ‘elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA’. Voor deze activiteit 40

KRONOS SOLAR staat in de richtafstanden tabel voor het aspect geluid 30 meter. Om invloed op omwonenden uit te sluiten zijn de transformatoren zoveel mogelijk in het midden van het park geplaatst. In het voorliggende plan liggen de dichtstbijzijnde woningen aan Legauke 11 en Legauke 10 op een grotere afstand (283 en 461 meter) van de transformatoren. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstanden.

4.8

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen zijn onderverdeeld in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, waterwegen) en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten), moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling omvat geen kwetsbare objecten en maakt ook geen nieuwe bronnen mogelijk met veiligheidscontouren. Om de veiligheid te waarborgen wordt rondom het zonnepark een hekwerk geplaatst, waardoor het niet openbaar toegankelijk is en enkel middels een afgesloten poort kan worden betreden ten behoeve van regulier beheer en onderhoud. Daarnaast wordt het park doelmatig geaard en worden elektriciteitskabels op voldoende ondergrondse diepte (bijv. 40 cm) aangelegd.

Uit de Risicokaart Nederland blijkt dat er zich in de directe omgeving van de projectlocatie geen risicovolle objecten bevinden waarvan de contouren over het plangebied liggen. Langs de zuidgrens van het projectgebied loopt een pijpleiding van Vermilion, waarvan de bufferzone over het plangebied ligt. Hiermee is rekening gehouden in het ontwerp, door de vrijwaringsstrook in acht te nemen en niet op deze strook te bouwen. Externe veiligheid is dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

41

KRONOS SOLAR

Afbeelding 16: De planlocatie (paars) binnen de Risicokaart

4.9

Waterparagraaf

Bij nieuwe projecten moet worden onderbouwd op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het project voor de waterhuishoudkundige situatie. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn: • • •

Waterbeheerplan 2016-2021 van Wetterskip Fryslân; Vierde Waterhuishoudingplan WHP4 Waterverordening Fryslân

Op hoger schaalniveau zijn met name het Nationaal Waterplan en de Europese Kaderrichtlijn Water van belang. Belangrijkste uitgangspunt bij deze documenten is deze volgorde te hanteren: • •

vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit).

Toetsing van de ontwikkeling De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten voor de waterhuishouding in en rond het plangebied, omdat de waterhuishoudkundige situatie nagenoeg ongewijzigd blijft. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Onder de zonnepanelen wordt geen gesloten verharding aangelegd, waardoor het regenwater binnen het 42

KRONOS SOLAR plangebied zelf kan infiltreren. De interne wegen zijn halfverhard, en laten het regenwater door. Er zijn geen te beschermen watergangen in het plangebied, enkel het Opeinderkanaal buiten het plangebied gelegen is een te onderhouden watergang. Omwille hiervan zal buiten het hekwerk een onderhoudsstrook van 5 meter vrijgehouden worden. De panelen en de constructie worden uitgevoerd van niet-uitloogbare materialen. Het plangebied ligt binnen de zonering van een waterkering. Wij hebben dit met het Wetterskip afgestemd. In samenwerking met Ahpon ingenieurs is de hoogte van het hele gebied inclusief de huidige waterkering in kaart gebracht. Aan het Wetterskip is voorgelegd om de half verwarde weg op de waterkering aan te leggen en dit is door hen akkoord bevonden. De nieuwe weg die hoger zal liggen dan de bestaande waterkering zal het nieuwe hart vormen van de waterkering. De waterkering wordt daarmee ruim verhoogd, waardoor de werking van de waterkering niet in geding komt en mogelijk verbeterd. Naast de waterkering bevindt zich een kernzone van 5 meter aan beide zijden gemeten van het hart van de weg. Hier zijn geen zonnepanelen of constructies voorzien. In de daarop aansluitende beschermingszone van 5 meter, met name bedoeld voor onderhoud zijn wel zonnepanelen en kleine gebouwtjes voorzien.

Het Wetterskip gaf aan dat gezien de goede bereikbaarheid vanwege de weg, dat dit geen probleem zou vormen, echter dat er mogelijk afspraken gemaakt dienen te worden indien grootschalig onderhoud nodig zou zijn. De gebouwtjes zullen conform de eisen van het Wetterskip qua hoogten worden opgeleverd en daarmee voldoen aan de benodigde keurhoogtes. Eventuele kabels die de waterkering kruisen zullen in kleine en waterdichte mantelbuizen worden gelegd. Het plangebied ligt “vrij voor de boezem”. Dit betekent dat het gebied niet is beschermd tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. Volgens de kaart uit de Atlas Friesland ligt het plangebied echter buiten het overstromingsrisicogebied. Op basis hiervan is de conclusie dat er geen water(schaps)belangen in het geding zijn en dat de korte procedure vanuit de watertoets van toepassing is.

43

KRONOS SOLAR

Afbeelding 17: Uitsnede Friese Klimaatatlas. Het plangebied ligt buiten het overstromingsrisicogebied

4.10

Kabels en leidingen

In het plangebied is een waterleiding van Vitens aanwezig. In overleg met Vitens is afgesproken, de leiding te verleggen naar de openbare weg de Hoarnen. Vitens staat hier zeer welwillend tegenover in verband met verbeterde onderhoudsmogelijkheden van de openbare weg. Kronos Solar zal hier de kosten voor dragen. Daarnaast is buiten het plangebied een gasleiding aanwezig. De vrijwaringsstrook wordt omwille van de veiligheid van de gasleiding vrij van panelen gehouden. Langs de zuidoostelijke hoek van het terrein loopt een tweetal middenspanningskabels. Hierover is op dit moment contact met de beheerder, en de toepasbare regels en vrijwaringszones zullen in acht worden genomen.

4.11

Wet natuurbescherming

Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden met de provincie als bevoegd gezag. Deze wet omvat zowel de soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden. Toetsing van de ontwikkeling Binnen het besluitgebied komen geen bijzondere natuurlijke en/of landschappelijke waarden voor. Al geruime tijd is het perceel als bouwland in gebruik (grasland). Daarnaast zijn er geen effecten vanuit het zonnepark op de omgeving waardoor eventuele bijzondere natuurlijke en/of landschappelijke waarden in de wijdere omgeving worden aangetast. Uitgangspunt is dat het 44

KRONOS SOLAR terrein extensief gemaaid dan wel begraasd wordt door schapen. De randen van het zonnepark worden daarbij extra ingezaaid met een kruidenmengsel voor bijen en vlinders. Gezocht wordt naar een imker om bijenkasten te plaatsen. Door dit extensief beheer ontstaat een gebied met kruidig grasland dat ruimte biedt voor meervoudig ruimtegebruik door toevoeging van natuurwaarden ten opzichte van het huidige agrarische gebruik. De projectlocatie is niet gelegen in of in de directe nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura2000 gebied of dat onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Daarnaast is in januari 2020 op de planlocatie een ecologische quickscan uitgevoerd, welke is bijgevoegd bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing (Econsultancy). De hieruit voorkomende conclusie is dat er geen grote negatieve effecten van het zonnepark zijn in ecologische zin, immers blijven bestaande ecologische en landschappelijke structuren behouden en waar mogelijk zoveel mogelijk versterkt. Op basis van de conclusie dat er mogelijk mogelijke verstoring kan plaatsvinden indien de bouwwerkzaamheden in het broedseizoen van broedvogelsoorten, zullen de werkzaamheden niet in het broedseizoen plaatsvinden.

Vanuit de Vogelwacht Opeinde is, aanvullend op het ecologisch onderzoek, nog extra documentatie omtrent waarnemingen van vogelsoorten in en rondom de planlocatie aangeleverd. In een aanvullende notitie is deze informatie eveneens beoordeeld door Econsultancy. Ook uit deze aanvullende notitie blijkt dat er, mits er niet gebouwd zal worden in het broedseizoen, op ecologisch gebied geen overtreding op de Wet natuurbescherming zal plaatsvinden bij de komst van het zonnepark. De provincie heeft de ecologische quickscan ook beoordeeld en gaf aan dat de ecologische toets er goed uit zag. Er was wel een kanttekening over ten aanzien van de mogelijke kap van bomen en singels. Dit is niet relevant, aangezien er geen enkele boom wordt gekapt. Zie ook de reactie van de provincie in de bijlage. In december 2020 is voorts in het kader van stikstofemissie een AERIUS berekening uitgevoerd. De berekening levert geen depositieresultaten boven 0,00 mol/ha/jr op. De berekening en een toelichting is bij deze ruimtelijke onderbouwing bijgevoegd. Conclusie is dat zowel de soortenbescherming als de gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming geen belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling. Ook de Stikstofwet lijkt op dit geen belemmering voor het project. Een nieuwe berekening wordt toegevoegd. 4.12

Archeologie en cultuurhistorie

Op grond van het Verdrag van Malta en de daaruit voortvloeiende Wet op de archeologische monumentenzorg, dient te worden gekeken naar de archeologische waarden in het plangebied. In paragraaf 1.3 is al ingegaan op het gemeentelijke archeologische beleidskader. Daarnaast geven de FAMKE kaarten van de Provincie Friesland aan: karterend onderzoek 1 (middeleeuwen), waarderend onderzoek (vuursteenvindplaats) en onderzoek bij grote ingrepen.

45

KRONOS SOLAR

Afbeelding 18: Archeologische verwachtingskaart

Toetsing van de ontwikkeling Voor de projectlocatie geldt voor een gedeelte van het gebied één archeologische verwachtingswaarde. Het gebied is deels aangemerkt als 'Archeologisch/cultuurhistorisch waardevol gebied 1’. Bij deze verwachting is archeologisch onderzoek noodzakelijk indien de ingrepen groter zijn dan 50m2 en 30cm diepte. Aanduiding

Soort waarde

Waarde – Hoge verwachting archeologie/cultuurhistorie 1

Vrijstelling in m² 50

Vrijstelling diepte in cm 30

Voor de rest van het gebied is een agrarische enkelbestemming van toepassing zonder archeologische of cultuurhistorische dubbelbestemming. Adviesbureau Laagland en later monumentenzorg Fryslân hebben aangegeven dat indien de werken niet dieper zijn dan 70cm en er geen brede kabelgeulen worden gegraven, aanvullend onderzoek niet nodig is. Aan deze eisen kan voldaan worden door het nemen van aanvullende maatregelen, zoals betonvoeten in plaats van heien, kabels achter de zonnepanelen ophangen en oppervlakte kabelgoten i.p.v. kabelgeulen aanleggen. Echter gezien de wens om de biodiversiteit te versterken en daarvoor nieuwe sloten en rietzomen aan te leggen, wordt aanvullend onderzoek uitgevoerd. Op basis hiervan kan worden bepaald welke maatregelen getroffen dienen te worden bij zowel de aanleg van het zonnepark als de aanvullende ecologische maatregelen.

46

KRONOS SOLAR

Afbeelding 19: Voorbeeld onderconstructie met betonvoeten

In voorliggend plan is gekozen voor string-omvormers, kleine omvormers die achter de panelen geplaatst worden. Hierdoor is de eventuele archeologisch impact van bijgebouwtjes significant verkleind. De transformatorstations die desondanks nodig zijn, zullen een oppervlak van circa 13m² hebben. Waar mogelijk zal voor kleinere varianten worden gekozen. Er vanuit gaande dat er archeologische waarden aanwezig zijn, zijn de transformatorstations reeds buiten de archeologische zone voorzien en vormen deze vanuit archeologisch oogpunt dan ook geen belemmering voor het zonnepark. In het algemeen blijft bij de bouw van het zonnepark het totale oppervlakte aan bodemverstoring zeer gering. De grootste bodemverstoring wordt veroorzaakt door de kabelgeulen, deze zijn op z’n breedst 0,6 meter en hebben een diepte van 1,30 meter. De exacte ligging en positionering is echter flexibel en af te stemmen op lokaal aanwezige waarden. De overige bodemverstoring bestaat uit het plaatsen van de transformatorstations, het hekwerk en de onderconstructie die met palen in de grond staat. Voor de palen van de onderconstructie worden U-profielen gebruikt, waardoor het oppervlakte aan bodemverstoring zeer minimaal is (0,0007935m² per paal). De houten palen voor het hekwerk, die om de 3 meter komen te staan, hebben een diameter van 10cm en komen 1m diep. In het huidige plan is uitgegaan van 110 palen.

De interne weg, die wordt aangelegd heeft een maximale diepte van 30 cm. Afhankelijk van de resultaten van het aanvullende onderzoek zullen de noodzakelijke maatregelen worden bepaald. Daarvoor ligt een concreet plan voorhanden, waarbij onder andere de transformatorstations buiten de archeologische zone liggen, kabelgoten die niet dieper liggen dan 30cm worden gebruikt, er betonvoeten i.p.v. heipalen worden gebruikt en dat de sloten niet dieper dan 30cm worden aangelegd.

Afbeelding 20: Archeologisch maatregelen uitgewerkt indien uit aanvullend onderzoek blijkt dat aanvullende archeologische maatregelen noodzakelijk zijn.

47

KRONOS SOLAR Activiteiten Omvormers en transformatoren

Stellingen voor panelen Kabelgeulen

Houten Palen voor hekwerk Interne weg Ecologische maatregelen

Mogelijke maatregelen / beschrijving binnen de archeologische zone om werken dieper dan 30cm te vermijden - Transformator huizen buiten archeologische zone (zie Inrichtingstekening met archeologische informatie) - Grote omvormers worden niet gebruikt. Kleine omvormers worden gebruikt, die worden opgehangen - Gebruik van betonvoeten in de archeologische zone - Kabels worden achter de panelen gehangen of er wordt gebruik gemaakt van kabelgoten die niet dieper dan 30cm in de grond liggen - Ronde houten palen van 10cm2 per paal, 1m diep. - Met cement of andere wijze vastgezet - De interne weg wordt niet dieper dan 30cm aangelegd - Aanleg van sloten en natuur oevers niet dieper dan 30cm - Gekozen minder diep wortelende beplanting

Ter achtergrond en als aanvulling op het aanvullende onderzoek dient vermeld te worden dat er een archeologisch bureauonderzoek is uitgevoerd (Laagland, maart 2020). Hierin wordt geconcludeerd dat de mogelijke effecten op eventuele archeologie in de bodem klein zijn, omdat de bodemingrepen bij de bouw van het zonnepark zeer gering zijn. Tevens zijn aanvullende notities aangedragen door de Historische Vereniging Opeinde in april en mei 2020, getoetst op mogelijke archeologisch relevante informatie. Uit toetsing door Laagland (Juni 2020) en vervolgens door steunpunt monumentenzorg Fryslân (September 2020) is gebleken dat niet aangetoond kan worden dat de informatie inderdaad archeologisch relevant is. Deze studies en toetsingen zijn bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing bijgevoegd. Bovenstaand zal met het aanvullende onderzoek verder dienen te worden beoordeeld. 4.13

Verkeer en parkeren

Het zonnepark wordt ontsloten via de Legauke. Na ingebruikname wordt het zonnepark incidenteel bezocht in het kader van beheer en onderhoud. Voor zover er al sprake is van een verkeersaantrekkende werking is deze beperkt. Het uitgangspunt is dat een ontwikkeling voorziet in de eigen parkeerbehoefte. Op het park is voldoende parkeergelegenheid aanwezig voor het eerdergenoemde incidentele bezoek. Het project voorziet in de benodigde parkeerbehoefte. 4.14

Duurzaamheid

Met de aanleg van het zonnepark wordt invulling gegeven aan de ambitie om te komen tot energieneutraliteit in 2030. Daarnaast wordt meervoudig ruimtegebruik gestimuleerd door het versterken van de ecologische waarde (extensieve begrazing e.d.). Bij de aanleg van het zonnepark worden geen uitlogende materialen gebruikt.

48

KRONOS SOLAR 4.15

Lichtreflectie

Niet-technische samenvatting De schittering en reflectie die door een PV systeem wordt gegenereerd is aanzienlijk lager dan de schittering die afkomstig is van standaard glas, staal of andere veelvoorkomende reflecterende oppervlakken. De efficiënte productie van zonne-energie hangt samen met het absorberen van zoveel mogelijk licht. Doordat de reflectie minimaal is zijn PV modules ook zeer geschikt om op vliegvelden of langs snelwegen in te zetten (zie volgende afbeeldingen). Door een gedegen landschappelijke inpassing wordt lichtreflectie richting omwonenden volledig uitgesloten. Conclusie: Het valt niet te verwachten dat er sprake is van overlast door schittering danwel reflectie.

Bij de plaatsing van een zonnepark is de lichtreflectie richting de omgeving vaak een punt van aandacht dat door omwonenden wordt genoemd. Van enige lichtreflectie richting de omgeving is echter geen sprake. Op basis van het landschappelijk inpassingsplan wordt het zonnepark omzoomd door gebiedseigen beplanting en die worden beheerd op 3 meter hoogte, en welke het zicht op de panelen voor bezoekers en omwonenden volledig ontnemen. Deze hagen zullen winterdicht zijn en van behoorlijke breedte doorsnede. Hierdoor zal eventuele schittering of reflectie significant gebroken en geblokkeerd worden en de woningen of erven van omwonenden niet bereiken. De schittering en reflectie van een PV systeem zijn aanzienlijk lager dan de schittering en reflectie die wordt gegenereerd door standaard glas en andere veelvoorkomende reflecterende oppervlakken in de directe omgeving van een PV systeem. Een logisch gegeven, gezien het feit dat zonnepanelen gemaakt zijn om zo veel mogelijk zonlicht op te nemen en zo weinig mogelijk zonlicht terug te reflecteren in de atmosfeer.

49

KRONOS SOLAR

Afbeelding 21: Afstanden tot woningen (rood zijn zichtlijnen en geel afstanden tot huis, blauw afstand tot weg zoals met het werkatelier en nabijgelegen bewoners afgesproken)

Een efficiënte productie van zonne-energie hangt direct samen met het absorberen van zoveel mogelijk licht en tegelijkertijd het minimaliseren van reflectie. Daardoor leveren standaard zonnepanelen veel minder schittering en reflectie dan het glas van een doorsnee raam. De schittering en reflectie van zonnepanelen is eerder te vergelijken met dat van vlak water. In de onderstaande grafiek zijn de percentages aan gereflecteerde energie van de zon te zien ten opzichte van oppervlakken die veel voorkomen in woon/werkgebieden. De legenda aan de rechterkant laat de verschillende oppervlakken zien, waarbij de bovenste het meest reflecteert.

50

KRONOS SOLAR

Grafiek 1: Vergelijking in reflectie voor veel voorkomende oppervlakken. Source: Sunpower Corporation: “PV Systems: Low Levels of Glare and Reflectance vs. Surrounding Environment” provided with information e.g.by the University of Minnesota

Overlast door schittering en/of reflectie wordt niet verwacht. Sterker nog, door de beperkte schittering en reflectie zijn zonneparken vaak terug te vinden in de directe omgeving van vliegvelden en snelwegen, zoals zichtbaar is in de onderstaande voorbeelden.

Afbeelding 22: Zonnepark op Airport Weeze, Duitsland

51

KRONOS SOLAR

Afbeelding 23: Zonne installatie langs de “Brennerautobahn” in Italie

Afbeelding 24: Zonne installatie langs de a94 dicht bij Toging

4.16

Electromagnetische straling

Niet-technische samenvatting Bij de bouw van het zonnepark worden enkel zogenoemde ‘industrial grade’ componenten en elektronische apparaten gebruikt die voldoen aan alle Europese en internationale normen en richtlijnen. Eventuele elektromagnetische emissie blijft onder de grenswaarden die in Nederland worden gehanteerd. Doordat het dichtstbijzijnde emissiepunt minimaal 4 meter binnen het hekwerk van het zonnepark gelegen is, is de emissie buiten het zonnepark nihil. Conclusie: Alle componenten en onderdelen die gebruikt worden voldoen aan de Europese en internationale richtlijnen. Het is niet te verwachten dat er sprake is van elektromagnetische emissie buiten het zonnepark.

De uitzending van electromagnetische velden door technische apparatuur heeft effect op mens en omgeving. Electromagnetische velden worden door alle electrische apparaten geproduceerd en zijn in elk huishouden aanwezig. Om de emissie hiervan zoveel mogelijk te beperken zijn tal 52

KRONOS SOLAR van studies uitgevoerd en internationale en Europese richtlijnen opgelegd voor de productie van technische apparatuur. Binnen de context van elektromagnetische emissie is vooral de volgende richtlijn van belang: “EN61000-6-4:2007 Electromagnetic compatibility (EMC) - Part 6-4: Generic standards Emission standard for industrial environments (IEC 61000-6-4:2006 + A1:2010)” Kronos Solar maakt bij de bouw van zonneparken enkel gebruik van zogenoemde ‘industrial grade’ componenten en elektronische apparaten die voldoen aan de Europese en internationale normen en richtlijnen, en zijn daardoor als veilig voor gebruik aangemerkt. Het Fraunhofer Institute (Europa’s grootste organisatie voor toegepast wetenschappelijk onderzoek) heeft de volgende tabellen gepubliceerd waarin de elektromagnetische emissie van PV-Systemen wordt geïllustreerd.

Fluxdichtheid van een photovoltaïsch systeem Bron van emissie

Afstand

Fluxdichtheid (µT)

Type

Enkeladerige kabel, gelijkstroom, 3 Ampère Enkeladerige kabel, wisselstroom 0,3A/0,03A

10 cm 1m 10 cm 1m

6 0,6 06,/0,06 0,06/0,006

Gelijkstroom magnetisch veld Wisselstroom magnetisch veld

Tabel 1: Fluxdichtheid van een PV systeem Bron: Fraunhofer Institute, Germany, Christian Märtel, www.Photovoltaik-Web.de

(vertaald

naar

NL)

In Nederland is het advies dat de fluxdichtheid niet hoger dan 0.4 μT mag liggen in gevoelige gebieden. Tabel 1 laat zien dat zodra de afstand groter wordt, de emissie zeer snel afneemt. Op 1 meter afstand zijn de waardes reeds zo laag dat er vanuit kan worden gegaan dat de emissie buiten het park nihil is. Het dichtstbijzijnde emissiepunt ligt 4 meter binnen het hekwerk van het park. Het erf van de dichtstbijzijnde woning (Legauke 11) ligt hier zo’n 140m vandaan.

Veldsterkte van een photovoltaïsch systeem Bron van emissie

Afstand

Veldsterkte (V/m)

Type

Zonnepaneel oppervlak, Transformatorloze omvormer Zonnemodule gebied, omvormer met transformator

10 cm 1m 10 cm 1m

350 17 18 0,8

Wisselstroom elektrisch veld Wisselstroom elektrisch veld

Tabel 2: electrische velden van een PV-Systeem Bron: Fraunhofer Institute, Germany, Christian Märtel, www.Photovoltaik-Web.de

(vertaald

naar

NL)

Voor elektrische velden bij wisselspanning is de toegestane kracht maximaal 10V/m gedurende de nacht in een slaapomgeving, en 20V/m gedurende de dag. Tabel 2 laat zien dat zelfs in de directe omgeving van de elektrische componenten deze waarden reeds zeer laag zijn (1 meter – 17V/m). Buiten het park zijn deze waardes nihil, doordat de afstand vanaf het dichtstbijzijnde elektronische component +/- 50 meter is. 53

KRONOS SOLAR De elektromagnetische straling van een zonnepark is enkel afkomstig van de inverters. De overige componenten in het park leveren geen significante straling. Marktleider SMA Solar Technology heeft een onderzoek laten uitvoeren om inzicht in het stralingsniveau van omvormers (die in een zonnepark worden geplaatst) te krijgen. De omvormers in een zonnepark zijn enkel gedurende de dag in gebruik en worden niet in de nabijheid van mensen ‘gebruikt’. Over het algemeen gedragen PV-omvormers zich niet anders dan typische elektronische huishoudelijke apparaten (zie hiervoor ook onderstaande grafiek). De PV-omvormers die Kronos gebruikt voldoen daarnaast altijd aan de strengste eisen (EG richtlijn van 12 Juli, 1999 - betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz — 300 GHz4 ). Stralingsbelasting van diverse elektrische apparaten

Diagram 1: Stralingsbelasting van verschillende elektrische apparaten Bron: SMA Solar Technology AG ´Elektromagnetische (Umwelt-)Verträglichkeit´

In het bovenstaande diagram zijn enkele elektrische apparaten met elkaar vergeleken op basis van de procentuele straling. De twee geteste inverters zijn aangegeven als Sunny Boy en Sunny Beam, twee omvormers die door marktleider SMA Solar Technology veelvuldig worden gebruikt voor zonneparken. Ook onafhankelijke studies hebben deze uitkomsten bevestigd.

4

http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:31999H0519&from=EN

54

KRONOS SOLAR 4.17

Warmteontwikkeling

Niet-technische samenvatting Recente studies hebben onderzocht of er bij zonneparken sprake is van zogenoemde ‘(Urban) Heat Island Effects’ (UHI-Effecten). Er is op dit moment nog geen wet- en/of regelgeving omtrent UHIEffecten in Nederland. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat er onder bepaalde condities sprake kan zijn van een hogere temperatuur direct boven het zonnepark (1.9°C op 5-18m). Rondom het zonnepark zijn eventuele temperatuurverschillen te verwaarlozen. Conclusie: Het is niet te verwachten dat er sprake is van temperatuurverschillen door de komst van een zonnepark.

Voor het onderwerp warmteontwikkeling is op dit moment nog geen wet- en/of regelgeving opgesteld. In verband met de zorgvuldige afweging en een goed ruimtelijke onderbouwing is gekeken naar enkele studies die de mogelijke effecten in kaart brengen. Recente studies hebben onderzocht of grootschalige zonneparken kunnen leiden tot de ontwikkeling van een zogenaamd ‘heat island effect’. Uit een studie van de Columbia University5, New York, blijkt dat de luchttemperatuur door een zonnepark wordt beïnvloed. Uit de studie blijkt dat de lucht temperatuur direct boven de panelen gemiddeld met 1.9°C hoger uitvalt. Het temperatuurverschil vervalt bij een hoogte van 5m – 18m boven de panelen. Gelet op de directe omgeving van een zonnepark is uit de studie gebleken dat het temperatuur verschil in de eerste 100m zeer sterk daalt tot waardes tussen de 0,3°C – 0,5°C. De temperatuur verschillen rondom het park zijn deels, danwel geheel te verwaarlozen afhankelijk van de windrichting en eventuele neerslag. De enige significante warmteontwikkeling die plaatsvindt is te meten op de panelen waar het temperatuurverschil kan oplopen tot ca. 30°C hoger dan de gemeten omgevingstemperatuur. Deze warmte ontwikkeling is te verwachten, alle oppervlakte die zon opvangen worden uiteindelijk warmer (bijv. auto, dak of zand).

De uiteindelijk weerslag op de luchttemperatuur beperkt zich tot onderstaande waardes.

Grafiek 3: Overzicht warmteontwikkeling in relatie tot afstand

5

Analysis of the potential for a Heat Island Effect in Large Solar Farms, Columbia University: http://www.clca.columbia.edu/13_39th%20IEEE%20PVSC_%20VMF_YY_Heat%20Island%20Effect.pdf

55

KRONOS SOLAR Bij de studie uitgevoerd door Columbia University dienen de volgende kanttekeningen gezet te worden. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van simulaties die geen rekening houden met omgevingsfactoren die bepalend zijn voor de locatie waarin het zonnepark geplaatst wordt. Daarnaast is bij de simulatie gekozen voor een opstelling die lager bij de grond staat dan de opstelling die in deze ruimtelijke onderbouwing wordt voorgesteld. Dit is belangrijke kanttekening omdat een andere studie uitgevoerd door het National Center for Atmospheric Research6, heeft uitgewezen dat een zonnepark een verkoelend effect (0,26°C in bewoonde gebieden) kan hebben op de directe omgeving. De studie concludeert dat door de daling in luchttemperatuur veroorzaakt door een zonnepark, af te zetten tegen de hogere lucht temperaturen die veroorzaakt worden door ‘stedelijke ontwikkelingen’ het verschil nagenoeg nihil is. Op onderstaande afbeelding is het UHI (Urban Heat Island) effect van Opeinde en Drachten te zien. In de kern van Opeinde zijn waardes tussen 1.0°C – 1.2°C terug te vinden. Verder richting het buitengebied nemen deze waardes af en komen ze rond de 0.2°C uit. Het Nationaal Georegister merkt bij het UHI effect op dat deze ’s nachts het sterkst is.

Uit de onderzoeken naar mogelijke Heat Island effecten bij zonneparken is naar voren gekomen dat deze in tegenstelling tot Urban Heat Islands wel geheel afkoelen gedurende de nacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10446941/1