CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing

Het Debat 14 september 2021, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Zonnepark Opeinde18.890 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

KRONOS SOLAR

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Opeinde Vergunningsaanvraag 12-5-2021

KRONOS SOLAR

Inhoud HOOFDSTUK 1 - AANLEIDING .................................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding en doel van het project ......................................................................................... 4

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied.............................................................................. 4

1.3

Vigerende bestemmingsplan .................................................................................................. 5

1.4

Locatiekeuze voor een zonnepark .......................................................................................... 6

1.4.1

Waarom grootschalige, grondgebonden zonneparken? ................................................ 6

1.4.2

Locatie criteria ................................................................................................................ 7

1.5

Hoe is deze locatie tot stand gekomen? ................................................................................. 9

1.6

Conclusie en leeswijzer ......................................................................................................... 10

HOOFDSTUK 2 – BELEID ............................................................................................................................................ 11 2.1

Inleiding ............................................................................................................................... 11

2.2

Rijksbeleid ............................................................................................................................. 11

2.3

Provinciaal beleid ................................................................................................................ 13

2.3.1 Structuurvisie Grutsk op ‘e Romte ....................................................................................... 13 2.3.2 Provinciale doelstellingen duurzame energie en CO2 reductie ............................................ 15 2.3.3 Beleid zonneparken ............................................................................................................. 15 2.3.4 2.4

Aangepaste Verordening Romte met zonneladder ...................................................... 20

Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 25

2.4.1

Doelstellingen gemeente ten aanzien van energie en klimaat ..................................... 25

2.4.2

Specifieke voorwaarden gemeente zonneparken ........................................................ 26

2.5

Conclusie ............................................................................................................................... 27

HOOFDSTUK 3 – PROJECTPROFIEL ....................................................................................................................... 28 3.1

Inleiding ............................................................................................................................... 28

3.2

Gebiedsbeschrijving ............................................................................................................ 28

3.3

Projectbeschrijving................................................................................................................ 29

3.4

Landschappelijke inpassing ................................................................................................... 31

3.5

Maatregelen ter versterking van de biodiversiteit ............................................................... 35

3.6

Conclusie ............................................................................................................................... 37

HOOFDSTUK 4 – SECTORALE ASPECTEN ........................................................................................................... 38 4.1

Inleiding................................................................................................................................. 38

4.2

Milieueffectrapportage ......................................................................................................... 38

4.3

Bodemkwaliteit ..................................................................................................................... 39 2

KRONOS SOLAR 4.4

Geluid .................................................................................................................................... 39

4.5

Luchtkwaliteit........................................................................................................................ 39

4.6

Geur ...................................................................................................................................... 40

4.7

Bedrijven en milieuzoneringen ............................................................................................. 40

4.8

Externe veiligheid.................................................................................................................. 41

4.9

Waterparagraaf ..................................................................................................................... 42

4.10

Kabels en leidingen ............................................................................................................... 44

4.11

Wet natuurbescherming ................................................................................................... 44

4.12

Archeologie en cultuurhistorie ......................................................................................... 45

4.13

Verkeer en parkeren ......................................................................................................... 48

4.14

Duurzaamheid ................................................................................................................... 48

4.15

Lichtreflectie ..................................................................................................................... 49

4.16

Electromagnetische straling .............................................................................................. 52

4.17

Warmteontwikkeling ........................................................................................................ 55

HOOFDSTUK 5 – UITVOERBAARHEID.................................................................................................................. 58 5.1

Economische en financiële haalbaarheid .......................................................................... 58

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................... 58

HOOFDSTUK 6 – AFWEGING EN EINDCONCLUSIE ......................................................................................... 61

3

KRONOS SOLAR

HOOFDSTUK 1 - AANLEIDING 1.1

Aanleiding en doel van het project

De gemeente Smallingerland heeft in 2016 aangegeven in 2040 energieneutraal te willen zijn. Daarvoor moeten de gemeente en haar inwoners, naast energiebesparing, ook inzetten op de opwek van (grootschalige) duurzame energie. Dit kan op diverse manieren, zoals via de realisatie van een grondgebonden zonnepark. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing beschrijft een project voor een zonnepark van 12,3 ha aan de Legauke nabij Opeinde, ontwikkeld door dochteronderneming KS NL14 B.V. van Kronos Solar. Het beoogt daarmee het eerste zonnepark in de gemeente Smallingerland te worden en een significante bijdrage te kunnen leveren aan de energie-transitie en duurzame doelstellingen in de gemeente. Kronos Solar is een internationale ontwikkelaar van grootschalige zonneparken opgericht in 2009 en sinds 2016 ook in Nederland actief. Kronos tracht door middel van lokale samenwerking in combinatie met de beste technologieën, kennis en (lokale) partners haar zonneparken tot een succes te maken. Vanwege de complexiteit van de projecten kiest Kronos Solar ervoor om van A tot Z betrokken te zijn en daarbij veel aandacht te besteden aan samenwerking met lokale partijen en een duurzame landschappelijke inpassing zodat ook meerwaarde voor de omgeving ontstaat. Meer informatie over Kronos Solar is te vinden op www.kronos-solar.com.

Binnen de regels van het geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan om een zonnepark op de beoogde locatie te realiseren. Er is daarom een omgevingsvergunning aangevraagd voor 25 jaar om af te wijken van het bestemmingsplan. Een omgevingsvergunning in strijd met een bestemmingsplan kan alleen worden verleend als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De motivering van het besluit moet dus een goede ruimtelijke onderbouwing bevatten. Deze onderbouwing is opgenomen in voorliggend document. 1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied

De beoogde locatie voor het zonnepark ligt in het buitengebied van de gemeente Smallingerland, ten westen van Drachten en ten zuiden van Opeinde. Kadastraal gaat het om de percelen Gemeente Smallingerland, Oudega, sectie F, nummer 1361, 1362 en 1363.

4

KRONOS SOLAR

Afbeelding 1: ligging van het plangebied

1.3

Vigerende bestemmingsplan

Geldend bestemmingsplan is `Buitengebied 2013’ vastgesteld op 11-06-2013.

Afbeelding 2: uitsnede ruimtelijkplannen.nl, in rood het zonnepark en in groen gebied voor ecologische maatregelen

5

KRONOS SOLAR De locatie heeft binnen het bestemmingsplan de enkelbestemming ´Agrarisch met waarden – Besloten gebied´. Tevens liggen er op een deel van de beoogde locatie een dubbelbestemming, ‘Waarde – Archeologisch/cultuurhistorisch waardevol gebied 1’. Tenslotte ligt de planlocatie onder de gebiedsaanduiding “Geluidszone – industrie”. Aangezien een zonnepark strijdig is met de geldende bestemmingen, is het aldus verboden op de beoogde locatie een zonnepark te realiseren. De volgende uit het bestemmingsplan voortvloeiende aandachtspunten zijn van kracht: •

•

•

De gronden zijn mede bestemd voor het behoud en herstel van de aldaar voorkomende landschapswaarden. Deze gronden zijn ook bestemd voor het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden. Het is verboden om op de gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, geen normale onderhoudswerkzaamheden zijnde, uit te voeren. Ter plaatse van de leidingen en hoogspanningsverbindingen gelden er beperkingen t.a.v. bouwen en gebruik.

Cultuurhistorische status Binnen de projectlocatie ligt geen rijksmonument of gemeentelijk monument. De locatie heeft wel een archeologische dubbelbestemming. In hoofdstuk 4 zal nader op dit punt ingegaan worden. Eventueel eerder verleende omgevingsvergunningen voor bouwwerken zijn met de aanleg van het zonnepark niet in het geding.

1.4

Locatiekeuze voor een zonnepark

De eerste keuze die vooraf gaat aan het bouwen van een zonnepark is de wens om door middel van een grootschalig grondgebonden zonnepark schone energie op te wekken. Daarnaast gelden er natuurlijk ook verschillende criteria waar de gekozen locatie aan dient te voldoen. De keuze voor een grootschalig grondgebonden zonnepark wordt in de volgende paragraaf toegelicht. Daarna volgt een overzicht van de verschillende criteria en hoe de locatie in Smallingerland aan deze criteria voldoet.

1.4.1

Waarom grootschalige, grondgebonden zonneparken?

De laatste jaren zijn zonneparken ( >1ha) steeds vaker te zien in Nederland. Eén van de redenen is de doelstelling om binnen Nederland in 2023 minimaal 16%1 aan duurzame energie te produceren. In 2030 zelfs 70%.2 Op dit moment is 8,7% van ons energieverbruik afkomstig uit hernieuwbare bronnen. In Nederland is 0,9% van het totale energieverbruik afkomstig uit zonne1

Rijksoverheid stimuleert duurzame energie, Rijksoverheid https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/klimaatverandering/klimaatbeleid 2 Doelstellingen voor de toekomst, Rijksoverheid https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzame-energie/meer-duurzame-energie-in-de-toekomst

6

KRONOS SOLAR energie (2019, Centraal Bureau voor de Statistiek)3. Dit betekent dat we de hoeveelheid duurzame energie met een 62,6% moeten verhogen in 10 jaar tijd; er is dus nog een lange weg te gaan. Om de ambitieuze doelstellingen te bereiken kunnen we niet om het grootschalige zonnepark heen. Grootschalige zonneparken kunnen hiertoe op een relatief korte termijn een grote bijdrage leveren. De plaatsing van zonnepanelen op daken heeft in nationaal en regionaal beleid een grote voorkeur. Echter zijn deze ‘PV-dakinstallaties’ verhoudingsgewijs ca 30% duurder dan grondgebonden zonneparken. De energieproductie van deze kleinschaliger PV-installaties is daarnaast veel geringer dan een zonnepark. Waar vroeger grootschalige zonneparken vaak niet rendabel waren heeft de huidige Nederlandse subsidieregeling hier verandering in gebracht. Door gebruik te maken van het SDE+, en in het vervolg van 2020 SDE++ programma zijn nu ook grootschalige projecten rendabel. Daarnaast kan een grondgebonden zonnepark in korte tijd een veel grotere bijdrage leveren aan de bovengenoemde energiedoelstellingen in vergelijk met PV dak installaties, maar met een minder grote ruimtelijke en visuele gevolgen als bijvoorbeeld windmolens. Het is bovendien de verwachting dat tegen de tijd dat de eerste grondgebonden zonneparken ontmanteld zullen moeten worden i.v.m. de levensduur van de panelen (na ca.

25 jaar), er nieuwe en eventueel onuitputtelijke, circulaire oplossingen voor grootschalige, duurzame energie-opwek gevonden zijn.

1.4.2

Locatie criteria

Onderstaand zijn de criteria benoemd die bij het selecteren van de locatie doorslaggevend zijn. Deze criteria hebben vooral betrekking op de technische en fysieke aspecten van het zonnepark. Naast deze criteria is het natuurlijk ook van belang dat het zonnepark goed kan worden ingepast in het landschap en dat de ruimte die het park in beslag neemt voor meerdere doeleinden gebruikt kan worden. Zonuren Voor het opwekken van energie door middel van de zon is het van belang dat de locatie voldoende zonuren ontvangt. Op basis van onderstaande kaart van Solargis is te zien dat op de locatie in Smallingerland te rekenen valt met een zonne-bestraling tussen 1000–1025 kWh/m2. De hoeveelheid zonne-bestraling in combinatie met de SDE++ stimulus creëert een solide business case. Conclusie: de locatie leent zich zeer goed voor een zonnepark door de zonne-bestraling per m2 die te verwachten valt.

3

Hernieuwbare energie in Nederland 2019, Centraal Bureau voor de Statistiek (https://www.cbs.nl/nlnl/publicatie/2020/40/hernieuwbare-energie-in-nederland-2019)

7

KRONOS SOLAR Schaduw De locatie leent zich zeer goed voor de bouw van een zonnepark door de beperkte aanwezigheid van grote bomen(rijen) of bossen, en de afwezigheid van hoge gebouwen, en andere objecten die schaduw op het projectgebied werpen. Met eventuele schaduwwerking van bestaande bomen is rekening gehouden. Conclusie: De locatie bevindt zich in een schaduwvrije omgeving.

Bereikbaarheid De bereikbaarheid van de locatie en de aanwezigheid van eventuele toegangswegen alsmede in/uitritten zijn een belangrijk criterium. De locatie nabij Opeinde is zeer goed te bereiken vanaf de Legauke. Conclusie: de bereikbaarheid van de locatie is zeer goed.

Beschikbaarheid Afbeelding 3: Jaarlijkse hoeveelheid instraling 1994-

Voor de bouw van het zonnepark is 2016, bron: Solargis.com toestemming van de grondeigenaar nodig. Deze is enthousiast over de ontwikkeling van het zonnepark. Daarnaast is het ook van belang dat er gekeken wordt naar de rechten van derde partijen die wellicht op het land rusten (kabels, riool etc). In dit geval loopt een pijpleiding langs de Legauke aan de zuidzijde van het zonnepark. Hiermee is rekening gehouden in het planontwerp. Conclusie: de locatie is beschikbaar voor de bouw van een zonnepark.

Netaansluiting Wellicht de belangrijkste vereiste is dat er voldoende capaciteit beschikbaar is om het zonnepark aan te sluiten, wat in dit geval voorhanden is. Een tweede punt is de afstand van het zonnepark tot de dichtstbijzijnde aansluiting op het stroomnet. In het geval van de locatie te Opeinde is de afstand tot het aansluitpunt circa 4200 meter. Liander heeft aangegeven over voldoende capaciteit te beschikken voor de aansluiting van voorgenomen zonnepark. Conclusie: de afstand tot het dichtstbijzijnde aansluitpunt is haalbaar en er is voldoende capaciteit beschikbaar om het zonnepark aan te sluiten.

8

KRONOS SOLAR Duurzaam ruimtegebruik Onder duurzaam ruimtegebruik wordt het gebruik van het land voor meerdere doeleinden verstaan. Voor de locatie in de Opeinde is gepland dat het terrein door schapen wordt begraasd en gemaaid. Daarnaast wordt gezocht naar een imker om bijenkasten te plaatsen op het terrein. Om dit te stimuleren worden de randen van het zonnepark ingezaaid met een kruidenmengsel voor bijen en vlinders. Er is reeds contact gelegd met onder andere de Peinder Mieden. Verder zullen bestaande singels worden aangevuld. Voor meer details zie hiervoor de bijlage Inrichtingsen Natuurbeheerplan. Conclusie: Door bovenstaand extensief beheer ontstaat een gebied met kruidig grasland dat ruimte biedt voor meervoudig ruimtegebruik.

1.5

Hoe is deze locatie tot stand gekomen?

De locatie voor dit initiatief is tot stand gekomen op basis van de volgende activiteiten: 1.

een uitgebreide analyse van het gemeentelijk grondgebied inclusief bestaand gemeentelijk en provinciaal beleid;

2.

contact met diverse grondeigenaren;

3.

overleg met de gemeente.

Binnen de gemeentelijke grenzen zijn zeer weinig potentiële locaties te vinden die aan gemeentelijk en provinciaal beleid voldoen, vervolgens financieel haalbaar zijn voor ontwikkeling en zich binnen een redelijke afstand tot het onderstation Liander bevinden. Tevens is er ook medewerking nodig en een overeenstemming met een grondeigenaar noodzakelijk. Deze locatie voldoet aan het beleid en sluit aan op stedelijk gebied. Verder is het financieel haalbaar om een kabel tot aan het onderstation te realiseren. Tot slot is de grondeigenaar bereid zijn gronden ter beschikking te stellen. Een andere locatie was door de gemeenteraad afgewezen en deze locatie was origineel circa 32 hectare. Dit is in samenspraak met de gemeente en omwonenden verkleind tot de huidige 12,1 hectare, waarvan iets meer dan 10 voor de zonnepanelen.

Afbeelding 4: totstandkoming van deze locatie

9

KRONOS SOLAR 1.6

Conclusie en leeswijzer

Bovenstaande vormt een inleiding op de ruimtelijke onderbouwing voor het zonnepark aan de Legauke, ten zuiden van Opeinde. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het rijks, provinciaal en gemeentelijk beleid voor de ontwikkeling van zonneparken en de daaraan gekoppelde voorwaarden voor het voorliggende projectvoorstel. Hoofdstuk 3 behandelt een gedetailleerd overzicht van het beoogde project. De relevante omgevings- en sectorale aspecten worden in hoofdstuk 4 uiteengezet, waarna in hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het project.

10

KRONOS SOLAR

HOOFDSTUK 2 – BELEID

2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk zal ingegaan worden op het relevante rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid dat van toepassing is op de beoogde activiteit aan de Legauke te Opeinde. In sectie 2.6 volgt de conclusie.

2.2

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en vervangt verschillende nota’s, waaronder de Nota Ruimte. In de SVIR staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Het kabinet beschrijft hierin, in welke infrastructuurprojecten het de komende jaren wil investeren. Provincies en gemeenten krijgen meer bevoegdheden bij ruimtelijke ordening. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen. De voorgenomen uitbreiding is niet in strijd met de SVIR. Toetsing van de ontwikkeling Het zonnepark is een lokale ontwikkeling waarbij geen nationale belangen uit de SVIR in het geding zijn. Aan de algemene voorwaarden van zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming wordt net als bij alle andere ruimtelijke plannen voldaan door te voldoen aan de wettelijke vereisten. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, ruimte voor de rivier, kustverdediging, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen.

In het plangebied zijn geen belangen aanwezig die op basis van het Barro geborgd moeten worden. Toetsing van de ontwikkeling In het plangebied zijn geen nationale belangen aanwezig die op basis van het Barro geborgd moeten worden. Ladder duurzame verstedelijking De Ladder voor Duurzame Verstedelijking is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, artikel 3.1.6 lid 2). Doel hiervan is dat er een goede ruimtelijke ordening plaatsvindt door optimale benutting van ruimte in stedelijk gebied en dat er een zorgvuldige afweging plaatsheeft in een transparant proces voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. 11

KRONOS SOLAR Toetsing van de ontwikkeling Het aanleggen van een zonnepark op de huidige agrarische percelen is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State blijkt dat soortgelijke projecten die niet tot leegstand van bestaande bebouwing leiden, niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro kunnen worden aangemerkt. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van een weg, windpark of een hoogspanningsleiding. Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing. Vanuit een goede ruimtelijke ordening wordt hieronder wel ingegaan op de onderbouwing van de behoefte en de argumentatie achter de omvang en de locatie. Het aandeel duurzaam opgewekte energie bedroeg eind 2018 in Friesland 11,8% (Monitor Energietransitie Friesland). De inzet is om dit aandeel te laten toenemen tot 16% in 2020, 25% in 2025, met het behalen van energieneutraliteit in 2050 (Uitvoeringsprogramma “Fryslân geeft Energie”, 2018). Om deze ambitie te halen zijn veel nieuwe voorzieningen nodig (bijv. windmolens, zonneparken) die niet met bestaande bebouwing opgelost kan worden en ook vanwege de omvang niet in de bestaande kernen. Een zonnepark van de beoogde omvang levert schaalvoordelen op waardoor de kosten per eenheid geleverde stroom dalen. Dit geeft de mogelijkheid om het zonnepark met minder subsidie te bouwen, wat de haalbaarheid vergroot.

Inzetten op grootschaligheid geeft daarnaast meer ruimte om terug te geven aan de lokale omgeving, bijvoorbeeld door meervoudig ruimtegebruik (natuurontwikkeling) of door lokale (duurzame) initiatieven te steunen. Energieakkoord 2013 Het energieakkoord voor duurzame groei bevat afspraken over energiebesparing, meer duurzame energie en extra werkgelegenheid. Het kabinet heeft deze afspraken gemaakt met onder meer werkgevers, vakbonden en milieuorganisaties. Het kabinet beschouwt het akkoord als een belangrijke stap op weg naar een 100% duurzame energievoorziening. Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen rondom duurzame energieopwekking. Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE) De SDE++-subsidie is bedoeld voor bedrijven en (non-profit)instellingen die hernieuwbare energie (gaan) produceren of CO₂-reducerende technieken toepassen. De subsidieregeling is bedoeld voor de categorieën hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte (WKK), Hernieuwbaar gas, CO₂-arme warmte en CO₂-arme productie. Met de SDE stimuleert het ministerie van Economische Zaken de ontwikkeling van een duurzaamheid in Nederland. Verduurzaming is beter voor het milieu, maakt Nederland minder afhankelijk van fossiele brandstoffen en is goed voor de economie.

Toetsing van de ontwikkeling Doel van dit project is om in 2021 een aanvraag in te dienen voor een SDE++ subsidie. Streven is dat er voor de aanvraagdatum een omgevingsvergunning verleend is.

12

KRONOS SOLAR Klimaatakkoord Samen met het bedrijfsleven, maatschappelijke partijen en overheden werkt de Nederlandse overheid momenteel aan een uitwerking van het Klimaatakkoord, waarin de doelstelling opgenomen wordt om in 2030 een energiereductie van 49% ten opzichte van 1990 gerealiseerd te hebben. Het klimaatakkoord vormt een maatregel die voortvloeit uit de Klimaattop in Parijs (2015) en de afspraken die daar gemaakt zijn. Onderdeel van het klimaatakkoord vormen de Regionale Energie Strategieën (RES) die per regio opgesteld moeten worden. Ze vormen een instrument om de ruimtelijke inpassing van duurzame-opwek projecten maatschappelijk betrokken te organiseren. In verschillende regio’s wordt momenteel invulling gegeven aan de RES en de regionale doelstellingen die daaraan verbonden zijn. Klimaatzaak In 2015 is de Nederlandse staat aangeklaagd door klimaatorganisatie Urgenda om het ontbreken van een stringent klimaatbeleid. In het hoger beroep in oktober 2018 heeft het gerechtshof in Den Haag Urgenda (opnieuw) in gelijk gesteld en bepaald dat de Staat op basis van huidig klimaatbeleid haar inwoners onvoldoende beschermd tegen de gevolgen van klimaatverandering. Een CO2 reductie van 25% in 2020 (t.o.v. 1990) moest voor de Staat daarom een absoluut minimum zijn.

Hoewel dit ook een doelstelling van kabinet was, is dit volgens prognoses niet behaald en wordt een reductie 23% verwacht met een onzekerheidsmarge tussen 19% en 27%. De Nederlandse Staat zal in de komende jaren daarom nog harder moeten trekken aan het huidig klimaatbeleid om zijn eigen doelstellingen te kunnen halen.

2.3

Provinciaal beleid

2.3.1 Structuurvisie Grutsk op ‘e Romte De provinciale structuurvisie Grutsk op ‘e Romte combineert landschappelijke, cultuurhistorische en stedenbouwkundige belangen in een overkoepelend toekomstperspectief. Daarmee tracht het enerzijds grip op de ruimtelijke kwaliteit in de provincie Friesland te verkrijgen, en anderzijds middels inspiratie en advies ruimte te bieden voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen waarin de provinciale belangen centraal staan. Per deelgebied wordt een visie op de ruimtelijke kwaliteit beschreven, advies aangedragen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, gebaseerd op landschappelijke en ruimtelijke kenmerken. De omgevingsvisie ‘De romte diele’ die volgens de planning vastgesteld zou worden op 21 oktober 2020 vormt de basis voor ontwikkelingen en zal integraal verantwoordelijk zijn voor de regelgeving rondom nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Toetsing van de ontwikkeling De planlocatie is gelegen in het deelgebied Noordelijke Wouden, welke deel uitmaken van een noordwestelijke uitloper van het Drents Plateau. Dit Drents Plateau is opgebouwd uit een laag keileem waarop in de laatste ijstijd dekzand afgezet is. Daarop heeft zich na de ijstijden in de loop der tijd veen kunnen ontwikkelen, wat na verloop van tijd door toenemende ontginning weer verdwenen is en waardoor de oorspronkelijke dekzand laag weer aan het oppervlak ligt. Het 13

KRONOS SOLAR gebied wordt doorkruist door toenemende middeleeuwse activiteit van gemalen en molens. Transport gebeurde over het water, waardoor veel vaarten door het gebied aangelegd werden, welke later met wegen aangevuld werden. Afscheiding van kavels werd grotendeels door elzensingels en houtwallen aangelegd, waardoor het Noordelijke Wouden gebied waarin de planlocatie gelegen is gekarakteriseerd wordt door kleinschaligheid en geslotenheid. Het plangebied ligt precies op de overgang van Woudontginning (hogere dekzandrug) naar laagveenlandschap en beekdal van de leën. Adviezen voor ruimtelijke ontwikkelingen in dit gebied zijn dan ook toegespitst op het behoud en/of versterking van deze dichtheid, het behoud van het natuurlijk reliëf en van het oorspronkelijk kavelpatroon.

Afbeelding 5: Uitsnede Grutsk op é Romte

Het zonnepark Opeinde is gelegen in een singellandschap. De oorspronkelijke kavelbeplanting is deels verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor openheid. De provinciale wens om het landschap te verdichten is in het landschappelijk inpassingsplan van het zonnepark verwerkt. Rondom het zonnepark zal een houtwal, bestaande uit gebiedseigen soorten zoals de els, zorgen voor enerzijds afscherming van het zonnepark van de omgeving en anderzijds het herstel van het oorspronkelijk singellandschap. Daarnaast zal het bestaand reliëf behouden blijven en de aardkundige waarde van het landschap daarmee bewaard blijven voor de gebruiksperiode van het zonnepark. Het zonnepark heeft geen effect op bestaande watergangen zoals het naastgelegen Opeinderkanaal.

14

KRONOS SOLAR 2.3.2 Provinciale doelstellingen duurzame energie en CO2 reductie De provincie Friesland heeft de ambitieuze doelstelling in 2030 49% minder CO2 uit te stoten ten opzicht van 1990. Daarvoor is de transitie naar duurzame energie een van de belangrijkste spelers. Concreet betreft het behalen van deze doelstelling een gerealiseerd vermogen van 1.300MW aan zonne-energie en 600MW aan windenergie. Op het moment van opstellen van de routekaart in 2018 was er een totaal van 171 MW aan gerealiseerd vermogen uit zonne-energie. Daarnaast werd uitgegaan van een noodzaak van 450MW aan zonneparken, en 850MW aan zonnepanelen op daken tot 2030. Dit betekent echter dat dit scenario enkel kan plaatsvinden wanneer ook de volledige opgaves gehaald worden, voor zowel wind- als zonne-energie. Op dit moment wordt deze doelstelling beoordeeld in het kader van de op te stellen Regionale Energie Strategie (RES). Toetsing van de ontwikkeling De gemeente Smallingerland heeft op dit moment nog geen grootschalige zon- of windenergie opwek. Om aan de doelstellingen van de Provincie en de nationale doelstellingen uit het klimaatakkoord te voldoen is er op korte termijn opwek van grootschalige duurzame energie nodig. Temeer omdat het provinciaal windmolenbeleid op dit moment beperkingen oplegt voor de plaatsing van windmolens in de gemeente Smallingerland.

Zonnepark Opeinde kan op relatief korte termijn een aanzienlijke bijdrage leveren aan de duurzame doelstellingen van de provincie Friesland, en de gemeente Smallingerland specifiek. Daar het een tijdelijke ontwikkeling betreft en het zonnepark na 25 jaar ontmanteld wordt, biedt een tijdelijk zonnepark tevens de kans in de toekomst de ruimte terug te brengen naar agrarische bestemming en grondgebruik en ruimte te bieden voor tegen die tijd bewezen ontwikkelde andere vormen van grootschalige duurzame opwek.

2.3.3 Beleid zonneparken De Provincie Friesland heeft vanaf een zeer vroeg stadium werk gemaakt van het opstellen van een (ruimtelijk) beleidskader voor de realisatie van zonneparken op het land. Ondanks het feit dat de voorkeur lag bij zon-op-dak, heeft de provincie vroegtijdig ingezien dat bij de energietransitie ook zon-op-land een rol zal moeten gaan spelen. Het beleidsstuk Romte foar Sinne, een ruimtelijk en kwalitatief beleidskader, biedt ontwikkelaars handvaten om zonneparken op de wensen en richtlijnen van de provincie te laten aansluiten. Het beleidsstuk Romte foar Sinne (2015) geeft daarbij helder de doelstellingen voor de komende jaren aan, namelijk het behalen van 500MW duurzaam opgewekte zonne-energie in 2020. Dit komt neer op ongeveer 285 ha aan oppervlakte voor zonne-energie, waarvoor een mix van divers ruimtegebruik (dak, bedrijventerrein, privaat en zonneweides) in aanmerking komt. Daarmee geeft de provincie Friesland duidelijk aan dat het een bepaalde opgave te realiseren heeft, waarin het ruimte biedt voor de tijdelijke opstelling van zonneparken. De daadwerkelijke uitwerking van doelstellingen ligt daarbij echter bij de individuele gemeentes van de provincie, die in toenemende mate ieder een eigen energieopgave hebben te vervullen. Hierin moeten ook de doelstellingen en opgaven van het Klimaatakkoord en de Regionale Energie Strategieën een rol gaan spelen.

15

KRONOS SOLAR Ruimtelijke uitgangspunten: 1. Zonneparken verkrijgen een ja-mits behandeling wanneer gelegen binnen een 100-200m zone nabij steden, en 50m nabij dorpen. 2. Daarbuiten geldt het uitgangsprincipe van meervoudig ruimtegebruik, wat inhoudt dat er een combinatie van functies gemaakt moet worden, zoals infrastructuur of solitaire nutsfuncties. 3. In natuur- of EHS gebied is een zonnepark niet gewenst. 4. Elk initiatief voor een zonnepark moet vergezeld gaan van een ruimtelijk inrichtingsplan. Het ruimtelijk beleid van de provincie Friesland is niet gebaseerd op de “Ladder van duurzame verstedelijking”, omdat zonneparken niet als stedelijke functie aangemerkt worden. Voor zonneparken buiten bestaand stedelijk gebied, maar binnen een zone van 100-200m respectievelijk 50m worden een aantal voorwaarden gesteld. Zo moet de aard en schaal van het zonnepark afgestemd worden op aangelegen stad of dorp. Voorts moet de gemeente, bijvoorbeeld door het formuleren van een (ruimtelijk) beleids- of ambitiedocument, aangeven dat er een gemeentelijke energie opgave vervuld dient te worden waar het initiatief een invulling aan geeft. Een veldopstelling met enkelvoudig ruimtegebruik krijgt vooralsnog geen steun vanuit de provincie.

In de vertrekpuntennotitie “Sinnefjilden yn it lânskip” wordt vervolgens middels tien vertrekpunten het ruimtelijk beleid van Romte foar Sinne aangescherpt en toegelicht. Het vormt daarmee een aanvulling op datzelfde beleid, maar biedt tevens een toekomstperspectief en doelstellingsprogramma voor de komende decennia. Zo wordt gesteld dat in 2025 1300MW aan duurzaam opgewekte zonne-energie gerealiseerd zou moeten zijn. Dit om uiteindelijk in 2050 volledig energieneutraal te kunnen worden.

Afbeelding 6: ambitieladder “Sinnefjilden yn it lânskip”

De tien vertrekpunten vormen geen verplichting, maar dienen eerder als voorbeeld en/of advies beschouwd te worden. Daarmee blijven de beleidsuitgangspunten uit het beleid van 2015 gehandhaafd. Nieuw is de toevoeging van een ambitieladder: hoe meer vertrekpunten onderdeel uitmaken van een nieuw initiatief, des te hoger datzelfde initiatief op de ambitieladder kan 16

KRONOS SOLAR stijgen. Daarbij helpt de ladder om bewuste keuzes te maken over plaatsing, inpassing en vorm van het beoogde zonnepark. Omdat, in tegenstelling tot windmolens, elk zonnepark anders is qua vorm, omvang en ligging, is een maatwerk methode en mix van diverse vertrekpunten uiteindelijk een grondvereiste. De individuele vertrekpunten zijn onderverdeeld in drie verschillende fasen die bij een projectontwikkeling van een zonnepark te onderscheiden zijn.

Afbeelding 7: Fasen en vertrekpunten “Sinnefjilden yn it lânskip”

Toetsing van de ontwikkeling Hieronder zal het zonnepark worden getoetst aan de 10 vertrekpunten. Vertrekpunt 1: Bepaal bewust de ambitie Het initiatief levert een aanzienlijke bijdrage aan de totale energievraag van de gemeente Smallingerland. Op dit moment is er nog geen opwek van duurzame energie binnen de gemeente. De business case wordt zo opgezet dat er een goede balans wordt gevonden tussen de energieopbrengst enerzijds en de landschappelijke en ecologische maatregelen anderzijds. De kwaliteit van de omgeving wordt gerespecteerd door een landschappelijk inpassingsplan dat ziet op de versterking van het singellandschap in het gebied. Er worden diverse maatregelen getroffen voor de flora en fauna in het gebied, welke gericht zijn op het vergroten van de biodiversiteit en

17

KRONOS SOLAR het verbeteren van de ecologische situatie. Dit alles gebeurt in overleg met belanghebbenden uit de buurt. Vertrekpunt 2: Maak een doorkijk naar de lange termijn De toekomstbestendigheid van het plan is op diverse manieren gewaarborgd. Eerst zijn er twee algemene informatiebijeenkomsten georganiseerd. Vervolgens is het werkatelier Zonnepark Opeinde opgericht. Middels dit werkatelier bestaande uit diverse belangengroepen en omwonenden is in zes verschillende bijeenkomsten draagvlak gecreëerd en een plan in samenspraak opgesteld, met aandacht voor de diverse aspecten zoals ecologie, archeologie en landschappelijke inpassing (zie ook Sinnetafel in hoofdstuk 2.3.4.). Vervolgens is er werkgroep financiële participatie opgericht. Voor de lange termijn wordt voor het landschapsplan een beheerplan opgesteld. De tijdelijkheid van het zonnepark is aan de ene kant gegarandeerd door het tijdelijk afwijken van de bestemming voor 25 jaar middels een omgevingsvergunning, die met dit document wordt aangevraagd. Daarnaast is met deze tijdelijkheid rekening gehouden in de business case, waarbij wordt gerekend met 15 jaar SDE++ subsidie gevolgd door de directe verkoop van de opgewekte duurzame energie in de resterende jaren. De 25 jaar correspondeert tevens met de afschrijvingsperiode van de panelen in het zonnepark.

Na deze periode zal het zonnepark worden ontmanteld en de panelen en constructies gerecycled. Er wordt een derdenrekening in het leven geroepen, die de ontmanteling ook, bij een niet te verwachten, faillissement garandeert. Borging van deze afspraken is opgenomen in een overeenkomst met de gemeente. Vertrekpunt 3: Kies een locatie die aansluit bij omgevingskenmerken, karakter, maat en schaal De locatie is gelegen in een zone van 150m van stedelijk gebied, zoals gesteld in provinciaal beleid voor zonneparken in Friesland (zie hierboven). Daarnaast is de locatie om diverse redenen gunstig gelegen, in een omgeving met voldoende ruimte en ingesloten door twee stukken water, waarvan één een zandwinplaats is. Ook vormt het zonnepark in natuurlijk landschappelijke zin geen blokkade voor het landschap. Er wordt in een ruim opgezet buitengebied een stukje landbouwareaal weggehaald, in een reeds afgelegen uithoek welke aansluit op industrie gebied. Daarnaast wordt met het zonnepark kans geboden om natuur- en landschapsontwikkeling, waar mogelijk ook buiten de planlocatie, te intensiveren. Voorts is het aantal omwonenden zeer beperkt en is met de direct aangelegen omwonende een akkoord gesloten. Het plan voor het zonnepark houdt voldoende ruimte voor opstelling, inpassing en afstand tot omliggende bebouwing. Er is aansluitcapaciteit in de buurt.

Door een degelijke inpassing wordt de overgang naar de omgeving vloeiend tot stand gebracht. Vertrekpunt 4: Benut kansen voor multifunctioneel ruimtegebruik De gemeente heeft vergevorderde plannen voor een fietspad langs de noordzijde van het plangebied voor het zonnepark. Hierdoor kan het zonnepark initiatief worden gecombineerd met een recreatief gemeentelijk initiatief. De grondeigenaar van zowel de percelen waarop het zonnepark als het fietspad dient te komen is dezelfde en is bereid om aan beide initiatieven zijn medewerking te verlenen. Door toepassing van de juiste inpassing wordt ook een plus behaald op landschappelijk gebied. Daarnaast bestaan goede mogelijkheden om de ruimte langs het fietspad te benutten voor informatievoorziening door middel van informatiepanelen over het zonnepark, de omgeving en de cultuurhistorie. Dit is ook in de werkatelier sessies besproken en 18

KRONOS SOLAR de eerste opzetten zijn reeds uitgedacht. De grond onder de panelen kan door schapen worden begraasd. Er wordt tevens gezocht naar een imker om bijenkasten te plaatsen. Hiertoe worden de randen van het zonnepark met een kruidenmengsel ingezaaid. Vertrekpunt 5: Gebruik en herstel de landschapsstructuur Het initiatief bevindt zich in een deels verarmd singellandschap. Door het aanzetten van de kavellijnen wordt dit landschap in ere hersteld. De inpassing wordt uitgevoerd met streekeigen beplanting zoals de els. De kavellijnen worden hierbij gevolgd en sterker aangezet. De maat en schaal van het zonnepark zijn passend in het landschap. De plannen sluiten daarmee aan bij het document Grutsk op é Romte, zoals hierboven uiteengezet. Vertrekpunt 6: Houd het landschap zichtbaar Het betreft hier een van oorsprong besloten landschap met lineaire structuren. Om dit te herstellen en waar mogelijk verder te versterken worden de perceelgrenzen aangezet om zo groene kamers te creëren en de landschappelijke vorm te benadrukken. Hiermee wordt het deels verarmde singellandschap in ere hersteld. De inpassing maakt gebruik van streekeigen beplanting en sluit aan op de diverse structuur- en omgevingsvisies. Vertrekpunt 7: Neem afstand in acht bij infrastructuur, bebouwing, natuur en cultuurhistorische waarden Het zonnepark wordt op organische wijze ontsloten via de Legauke.

Er wordt daarbij voldoende afstand genomen tot deze weg. Naar aanleiding van het besprokene in de werkateliers met belanghebbenden is deze afstand nog verder vergroot. Dit gebied zal als groot kruidenrijk grasland worden ontwikkeld. Ook bij het Opeinderkanaal wordt afstand in acht genomen, zowel met het oog op onderhoud als voor de otters die van dit gebied gebruik maken. Daar waar deze strook tot nu voor agrarische doeleinden werd ingezet. Cultuurhistorische waarden op de locatie worden in acht genomen en gerespecteerd, door te handelen volgens het archeologisch onderzoek en door het plaatsen van informatiepanelen langs het noordelijk fietspad met informatie over de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vertrekpunt 8: Maak een landschappelijke rand Het gehele zonnepark wordt door gebiedseigen beplanting omzoomd, in de huidige plannen zo’n 3 meter breed met hier en daar een overstaander. Aan de oost- en zuidzijde wordt zoals in vertrekpunt 7 aangegeven ruimte gehouden tot het water en de weg. Langs de westzijde zal de bestaande elzenbeplanting worden doorgetrokken. Langs de noordzijde is een fietspad gepland door de gemeente, hier heeft de gemeente de gebiedseigen soorten elzen en bramen voorzien langs de slootwal. Voor de veiligheid dienen hekwerken te worden geplaatst, maar deze zullen geheel afgeschermd worden door de struwelen.

De hekken hebben lopen niet tot aan de bodem om ruimte te bieden aan dieren. De landschappelijke inpassing zal worden onderhouden op basis van een beheerplan. Er is contact met de Peinder Mieden geweest om de mogelijkheden van lokaal beheer na oplevering van het park te bespreken.

19

KRONOS SOLAR Vertrekpunt 9: Volg in alles de verkaveling, zorg voor een eenduidige opstellingsrichting De opstelling van zonnepanelen volgt de kavelrichting, met de panelen in een strak grit geplaatst op het zuiden. De omvormers staan in het verlengde van de toegangswegen, welke de ontsluiting volgen. Vertrekpunt 10: Creëer een verzorgd totaalbeeld Het zonnepark wordt langs alle kanten volledig aan het zicht onttrokken. De panelen worden geplaatst in een heldere, logische, kavelvolgende opstelling. Er wordt gebruikgemaakt van een enkel type paneel. De omvormers worden in dekkende kleuren uitgevoerd (Dennengroen, RAL6009). De ondergrond van het park blijft grasland, en zal worden ingezaaid met een weidemengsel of kruidenmengsel. Het resultaat is een zonnepark met een nette afwerking op enige afstand van de weg en het water. 2.3.4

Aangepaste Verordening Romte met zonneladder

Op 1 juli 2020 is de Verordening Romte Fryslan 2014 gewijzigd en daarin is een zonneladder voor nieuwe zonneparken in de provincie Friesland opgenomen. Hierin staat beschreven, op welke manier zonneparken in de Provincie Friesland, en specifiek op agrarische gronden, in de toekomst ingepast mogen worden. Daarbij is ook de methodiek Sinnetafel toegevoegd. De zonneladder dient daarbij als leidend principe en is in artikel 9.5.1 van de Verordening Romte als volgt opgebouwd: 1. Een nieuwe opstelling voor zonne-energie op landbouwgronden in het landelijk gebied kan alleen worden toegestaan als uit onderzoek blijkt dat de opstelling noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan de gemeentelijke ambitie, waarbij toepassing is gegeven aan de volgende prioritering voor het vinden van locaties voor zonne-energie: 1. op daken en gevels; 2. op gronden binnen het bestaand stedelijk gebied; 3. op gronden met een andere primaire functie dan landbouwgrond zoals vuilstorten nutsvoorzieningen, zandwinputten en infrastructuur; 4. op landbouwgronden of in natuurgebieden. In artikel 9.6 wordt toegelicht, op welke wijze deze zonneladder te hanteren is. Zo wordt in artikel 9.6.1 aangegeven, welke gronden voor zonneparken volgens de tweede trede van de zonneladder de voorkeur hebben. In artikel 9.6.2. vervolgens de derde trede van de zonneladder. Voorts wordt in artikel 9.6.3.

aangegeven op welke manier zonneparken in het landelijk gebied op agrarische gronden toegestaan zouden kunnen worden: 1. In een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied kan worden voorzien in een opstelling voor zonneenergie op landbouwgronden die aansluiten op het bestaand stedelijk gebied of op gronden die een redelijke aansluiting hebben of krijgen op het stedelijk weefsel van de kern. 2. In afwijking van het eerste lid kan een opstelling voor zonne-energie worden toegestaan op landbouwgronden die niet aansluiten op stedelijk gebied, mits aangetoond wordt dat deze naar 20

KRONOS SOLAR redelijke verwachting van gemeente en provincie binnen tien jaar onderdeel zal uitmaken van de stedelijke woon- of werkuitbreiding of daarop zal aansluiten. 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan een opstelling voor zonne-energie worden toegestaan nabij het bestaand stedelijk gebied, mits: a. de opstelling voor zonne-energie voortvloeit uit een lokaal maatschappelijk initiatief van één of meer samenwerkende dorpen; b. uit de belangenafweging blijkt dat de landbouwgronden minder waardevol zijn dan de landbouwgronden op alternatieve locaties aansluitend aan de kern. 4. Bij toepassing van het eerste, tweede en derde lid wordt rekening gehouden met de volgende randvoorwaarden: a. voor de locatiekeuze en landschappelijke inpassing gebruik is gemaakt van de methodiek van de Sinnetafel, b. de omvang van de opstelling is afgestemd op de energiebehoefte van de kern, of van enkele samenwerkende kernen, c. de omvang van de opstelling is passend bij de schaal van de kern, tot maximaal 5 ha bij een overige kern, tot maximaal 15 ha bij een regionaal centrum, tot maximaal 20 ha bij een stedelijk centrum en tot maximaal 25 ha bij Leeuwarden, d. er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden om combinaties te maken met andere functies waarbij in ieder geval ruimte wordt gereserveerd voor het versterken van de biodiversiteit, e.

de locatie ligt niet in de ecologische hoofdstructuur of natuur buiten de ecologische hoofdstructuur, en f. de omgeving wordt betrokken bij het planproces en ten minste 50% van de opbrengsten komen ten goede aan de lokale gemeenschap. 5. In afwijking van het bepaalde in het vierde lid, onder c kan in een ruimtelijk plan een grotere opstelling voor zonne-energie worden toegestaan, mits deze voortvloeit uit een lokaal maatschappelijk initiatief en tegemoet komt aan de energiebehoefte van één of meerdere samenwerkende kernen. 6. In afwijking van het bepaalde in het vierde lid, onder f kan een ruimtelijk plan voor een opstelling voor zonne-energie worden toegestaan, waarbij niet ten minste 50% van het zonnepark in eigendom van de lokale gemeenschap is, mits: a. de ontwikkelende partij kan aantonen dat de lokale gemeenschap wel in de gelegenheid is gesteld om mede-eigenaar te worden van het zonnepark, b. sprake is van een initiatief waarbij de lokale gemeenschap zelf nauw en vroegtijdig is betrokken, en c. een substantieel deel van het positieve resultaat ten goede komt aan de lokale gemeenschap. Bij de Wijziging Verordening Romte wordt in een toelichting vermeld hoe de Provincie Friesland de regels verwacht toegepast te worden. Daaruit blijkt dat zonnepanelen op daken, zoals uit de zonneladder blijkt, de voorkeur geniet.

Om eenzelfde reden worden vanuit efficiënt ruimtegebruik ook installaties in stedelijk gebied of percelen met een bijzondere, niet-agrarische functie tot voorkeurslocaties gemaakt om dubbel ruimte gebruik mogelijk te kunnen maken en te 21

KRONOS SOLAR stimuleren. Dat sluit echter niet uit dat in bepaalde gevallen toch zonneparken op (waardevolle) agrarische gronden mogelijk moeten blijven, mits op een juiste manier ingepast en waar mogelijk aansluitend aan stedelijke of infrastructurele werken of gronden. De uiteindelijke toetsing van initiatieven ligt bij het bevoegd gezag, in dit geval de betreffende gemeente. Er moet in dat geval blijken dat de noodzaak voor het gebruik van deze gronden voor zonne-energie noodzakelijk is om energie-doelstellingen te behalen. Toetsing van de ontwikkeling Reactie Provincie naar aanleiding van presentatie project aan Sinneteam op 1 December 2020. Op dit moment toetsen wij nieuwe initiatieven voor zonneparken aan de Wijziging Verordening Romte (zon) die inmiddels op 25 november 2020 door de Staten is vastgesteld. Nieuwe initiatieven zullen dus moeten voldoen aan het nieuwe beleid, waarbij de zonneladder een essentieel onderdeel vormt als het gaat om initiatieven op landbouwgronden. Bij het zonnepark Legauke/Opeinde is sprake van landbouwgronden. In artikel 9.4.1. lid 2 VR (zon) is bepaald dat het oude recht uit de VR 2014 geldt, indien een plan vóór 3 juni 2020 in ontwerp ter inzage is gelegd. Dat is hier niet het geval.

Echter in artikel 9.4.1 lid 3 VR (zon) is bepaald dat de zonneladder niet van toepassing is op plannen waarvoor vóór 3 juni 2020 een zorgvuldig proces, bij voorkeur met de Methodiek Sinnetafel, heeft plaatsgevonden samen met de lokale gemeenschap en waarbij de lokale gemeenschap voor minimaal 50% mede-eigenaar wordt van de opstelling voor zonne-energie. Wij constateren dat er een zorgvuldig proces heeft plaats gevonden. Ook wordt 50% medeeigenaarschap aangeboden. Indien de uitkomst is dat inderdaad wordt gekozen voor 50% mede-eigenaarschap dan kan worden voldaan aan de afwijking op grond van artikel 9.4.1 lid 3 VR (zon). In dat geval kan worden ingestemd met de projectlocatie en hoeft de ladder niet te worden toegepast. Indien voor een andere vorm van participatie wordt gekozen, dan zal alsnog de zonneladder moeten worden doorlopen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er onderzoek (zie 9.5.1 VR (zon) en de toelichting daarop) wordt gedaan naar de mogelijkheden voor het opwekken van energie in de betrokken dorpen/omgeving zelf (op daken, beschikbare binnenstedelijk locaties etc.). Enerzijds zal het onderzoek als een extra belasting kunnen worden ervaren, maar anderzijds is het goed om alle mogelijkheden in beeld te brengen, waar mogelijk concrete acties uit kunnen voortvloeien. Ook de kleinere initiatieven kunnen het dorp/omgeving een stap verder brengen in de verduurzaming.

Dat neemt overigens niet weg dat waarschijnlijk ook hectares op landbouwgronden zullen landen.” Zonneladder project zonnepark Opeinde Uit gemeentelijk onderzoek en beleidsdocumenten blijkt dat de gemeente Smallingerland groot zal inzetten op de opwek van duurzame energie om uiteindelijk in 2050 energieneutraal te kunnen zijn. De inzet van daken heeft daarbij de hoogste prioriteit. Echter de gemeente Smallingerland heeft onderzoek uitgevoerd en komt tot de conclusie dat zonnepanelen alleen op daken niet voldoende zullen zijn en grondgebonden systemen ook noodzakelijk zijn om de energieopgave te kunnen invullen, om te beginnen met een oppervlakte van ca. 30-40 ha. (zie ook hoofdstuk 2.4). 22

KRONOS SOLAR Opstellingen voor zonne-energie in landelijk gebied Voor zonnepark Opeinde zijn artikelen 9.6.1. en 9.6.2. niet van toepassing, omdat het zonnepark in het landelijk gebied op een agrarisch perceel zonder een secundaire functie. In wat volgt vindt daarom toetsing plaats aan artikel 9.6.3., waaruit blijkt dat ondanks de agrarische bestemming van zonnepark Opeinde het een gegronde locatie met overwogen redenering is. Verder blijkt uit artikel 9.6.3. onder lid 1 blijkt, dat de voorgenomen locatie aan de Legauke een voorkeur geniet ten opzichte van zonneparken vrij liggend in het agrarisch gebied. De aansluiting van zonnepark op stedelijk gebied, o.a. door de connectie met industriegebied De Haven, maakt de ligging in het landelijk gebied acceptabeler. Sinnetafel project zonnepark Opeinde Onder lid 4, sub a. staat vervolgens beschreven, dat er bij de ontwikkeling van een dergelijke locatie in het voorproces gebruik is gemaakt van de methodiek Sinnetafel.

Deze methodiek is “een werkwijze waarbij alle partijen die een belang vertegenwoordigen rondom de ontwikkeling van een zonneveld, voorafgaand met elkaar om tafel gaan om te komen tot de juiste locatiekeuze en een goede landschappelijke inpassing, te werken aan acceptatie, te komen tot een integrale oplossing waarin alle belangen samenkomen en het initiatief vervolgens gezamenlijk verder te brengen.” Bij voorliggend initiatief is reeds in een vroeg stadium, ver voor de uiteindelijke indiening van voorliggende ruimtelijke onderbouwing als onderdeel van de vergunningaanvraag voor het initiatief, een proces omtrent proces participatie gestart. In dit proces is getracht met omwonenden van het project, alsmede andere belanghebbenden en dorpsinwoners, een dialoog op te bouwen en onderhouden over 1) de locatie van het project, en vervolgens 2) de inrichting, ontwerp en ecologische invulling van het project, en 3) de invulling van mogelijke participatieregelingen.

Er is naar aanleiding van twee informatieve en openbare bijeenkomsten in december 2019 en januari 2020 een werkatelier opgezet, waarin met vertegenwoordiging van diverse belangenverenigingen (Dorpsbelang Opeinde, Vogelwacht Opeinde, Historische Vereniging De Pein, LTO Smallingerland, De Peinder Mieden, Gemeente Smallingerland) en nabijgelegen bewoners middels een intensievere gespreksdialoog vorm is gegeven aan de punten 1, 2 en 3 als hierboven beschreven. De resultaten uit deze gesprekken hebben geleid tot voorliggend plan als beschreven in deze ruimtelijke onderbouwing. Er zijn o.a. afspraken gemaakt over: -

De locatie van het zonnepark De plangrenzen van het zonnepark, met name de zuidelijke grens van het zonnepark aan de Legauke De inrichting van het zonnepark, o.a. de boven- en onderhoogte van de installaties De techniek van het zonnepark, o.a. het gebruik van string-omvormers De landschappelijke inpassing en inrichting Het landschappelijk beheer van het zonnepark

Een uitgebreid dossier met afspraken, verslagen van bijeenkomsten, ontwerptekeningen, planvoorstellen en de finale “Basis en Dialoog” en “Niet behaalde resultaten” document zijn bij deze ruimtelijke onderbouwing bijgevoegd.

23

KRONOS SOLAR Omvang project zonnepark Opeinde Onder lid 4, sub b. en sub c. staat vermeld dat de omvang van een zonnepark is afgestemd met de energiebehoefte van de kern of van enkele samenwerkende kernen. De omvang moet passend zijn bij de schaal van de (samenwerkende) kern(en). In geval van zonnepark Opeinde is een directe connectie met de kern Drachten, industriegebied De Haven en op ca. een kilometer de kern Opeinde. Het zonnepark heeft daarmee op drie niveaus verbinding tot lokale kernen. Voor deze kernen wordt op dit moment nog geen grootschalige duurzame energie opgewekt. Daarmee is de noodzaak tot duurzame energie nabij deze kernen groot. Gezien het stedelijk karakter van de kern Drachten en het industriegebied De Haven, gecombineerd met de dorpskern Opeinde op 1km afstand, is uitgegaan van 15 ha. Het plangebied met een grootte van ca. 12 ha ligt hier onder. Combinatie van functies Onder lid 4, sub d. wordt vermeld dat een combinatie van functies, in ieder geval door het versterken van de biodiversiteit, een voorwaarde is voor zonneparken in het landelijk gebied. Bij het plan voor zonnepark Opeinde wordt op meerdere vlakken aan dit gecombineerd ruimtegebruik gehoor gegeven: 1.

Landschappelijke inpassing gericht op het creëren van ecologische meerwaarde en verbetering van de biodiversiteit (zie hoofdstuk 3.4), zoals het plaatsen van bijenkasten in samenspraak met een lokale imker, een torenvalkkast, insectenhotels en rietzones. 2. Aanleg van een fietspad als verbinding naar dorpskernen in de gemeente Smallingerland als onderdeel van een regionale fietsroute. 3. Plaatsing van edutainment voorzieningen langs het zonnepark, al dan niet met een rustpunt/zitje, over de cultuurhistorische en archeologische achtergrond van het gebied, de gebeurtenissen in WOII nabij het plangebied en eventueel de landschappelijke achtergrond van het gebied. Locatie in relatie tot ecologische hoofdstructuur Onder lid 4, sub e. staat vermeld dat een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling van een zonnepark in het landelijk gebied is, dat de locatie niet in de ecologische hoofdstructuur gelegen mag zijn. In geval van zonnepark Opeinde is hier bij de locatiekeuze rekening gehouden en is ligging in een ecologische hoofdstructuur niet aan de orde. Opbrengsten komen ten goede aan lokale gemeenschap Onder lid 4, sub f. worden voorwaarden gesteld aan de opbrengsten van zonneparken. Deze dienen voor minimaal 50% ten goede te komen aan de lokale gemeenschap.

Onder lid 5 en 6 van artikel 6.3 wordt tenslotte benoemd dat in bepaalde gevallen, waarbij sprake is van extra lokaal draagvlak en maatschappelijke steun, afgeweken kan worden van lid 4, sub c. en sub f. In geval van zonnepark Opeinde zijn afspraken gemaakt over de participatiemogelijkheden die zijn verbonden aan het zonnepark en de processtappen. Deze zijn eerst met Dorpsbelang Opeinde besproken en het werkatelier is hierover ook geïnformeerd. Een additionele werkgroep 24

KRONOS SOLAR financiële participatie is in het leven geroepen om de vervolgstappen, die ook na vergunningverlening zullen spelen, verder uit te werken. Dit zal worden vastgelegd in de vorm van onderlinge afspraken. Bovendien is Kronos Solar voornemens om met de gemeente te komen tot een “Plan Overeenkomst”, waarin afspraken ten aanzien van financiële participatie worden vastgelegd. De intentie is om te komen tot 50% lokaal eigenaarschap, daarnaast zouden ook andere opties, als die lokaal gewenst zijn, verder uitgewerkt kunnen worden. Voorbeelden daarvan zijn een omgevingsfonds dat gebruikt kan worden om in de omgeving een kwalitatieve verbetering in het landelijk gebied te creëren, een postcoderoos project, collectieve inkoop of de aanleg van zonnepanelen op gebouw dat door de gemeenschap wordt gebruikt. Er is bijvoorbeeld gesproken met dorpshuis De Wringe. De afspraken met de werkgroep vormen, net als de slotdocumentatie, onderdeel van het participatiedossier. 2.4

Gemeentelijk beleid

2.4.1 Doelstellingen gemeente ten aanzien van energie en klimaat In oktober 2016 is door de gemeenteraad van Smallingerland de “Routekaart Duurzaam Smallingerland 2040” gepubliceerd. Daarna is er een Zonneplan opgesteld op 17 december 2018 en op 31 juli 2020 is het ruimtelijk afwegingskader Verder met Zonne-energie in werking getreden. In de routekaart werd aangegeven, dat in 2040 30% van de opgewekte energie uit zonne-energie moet komen. Deze opgave voor zonne‐energie zou grotendeels (95%) opgelost moeten worden door zon op dak: op woningen, agrarische bebouwing, bedrijfsdaken en maatschappelijk vastgoed (zie ook tabel 1 in hoofdstuk 1 van het Zonneplan). De overige 5% moest worden opgewekt met zonneparken. In het Zonneplan wordt aangegeven dat deze 95% echter niet realistisch is doordat het beschikbare dakoppervlak in de gemeente te klein is om deze doelstelling te halen. Dit wordt ook behandeld in het ruimtelijk afwegingskader Verder met Zonne-energie. De mogelijkheden worden bijvoorbeeld beperkt doordat: • • • •

niet alle woningen voldoende dakoppervlakte hebben (appartementen) niet alle daken goed liggen ten opzichte van de richting van de zon daken in de schaduw van omliggende gebouwen of bomen liggen niet alle daken een constructie hebben die stevig genoeg is voor zonnepanelen.

Naast deze fysieke beperkingen zijn er sociaal maatschappelijke drempels, zoals: • •

financieringscapaciteit van bewoners. onduidelijkheid over het voortbestaan/vervolg van de salderingsregeling van de rijksoverheid.

•

de huidige salderingsregeling stimuleert het opwekken van de hoeveelheid zonnestroom op basis van het huidig stroomverbruik. Per dak zou vaak meer stroom kunnen worden opgewekt, maar dat is met de salderingsregeling minder aantrekkelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10446941/1