240319 Bijlage - Toekomstbeelden-voor-Noordelijk-Nederland-met-de-Lelylijn-Denkrichtingen-NOVEX-Lelylijn-2050
Tekst van het document
het welzijn van de inwoners. Maar deze kwaliteiten staan onder druk. Als we niets doen, dan brokkelt de Mienskip langzaam af. Er is op veel plekken een afname van de jeugd, een toename van ouderen, vergrijzing onder vrijwilligers, krimpende beroepsbevolking en een tekort aan vrijwilligers om dorpshuizen in stand te houden. Er zijn steeds minder mobiliteitsmogelijkheden in de regio en er is sprake van vervoersarmoede. Het openbaar vervoer verschraalt. Jongeren kiezen voor een vmbo-opleiding omdat de havo en vwo-scholen verder weg liggen. Het openbaar vervoer is te duur en de reistijd is lang. Studenten kiezen daardoor minder vaak voor stagelopen in dit gebied en cliënten worden niet opgehaald voor zorg.
1850
1900
1940
1990
2021
voor de grote woonkwaliteit in - en rondom de Friese Meren, het IJsselmeer en Gaasterland (“In Joure wonen de piloten van Schiphol”).
Bolsward
4.500
6.600
6.900
9.700
10.100
Balk
1.450
1.390
1.160
3.170
4.200
Sloten
990
850
730
660
710
Lemmer
2.710
3.350
4.100
8.390
10.400
Eesterga
140
200
190
60
45
Oosterzee
1.050
1.260
1.370
840
930
Joure
2.800
3.800
4.200
11.600 13.200
Sneek
8.600
12.000 17.400 28.500 33.600
Bolsward
4.500
6.600
6.900
9.700
10.100
Hindeloopen
1.100
1.000
900
830
850
Koudum
1.150
1.700
1.870
2.500
2.700
Stavoren
590
870
920
950
970
Heeg
1.200
1.560
1.700
1.930
2.200
IJlst
1.500
1.440
1.470
2.870
3.000
Woudsend
1.300
1.300
1.100
1.180
1.440
Na de Tweede Wereldoorlog werden veel dorpen en stadjes geleidelijk aan een geliefd oord voor watersporters, recreanten en dagjesmensen. Verschillende woningen werden in gebruik genomen voor recreatieve doeleinden. Zuivelfabrieken kregen een nieuwe bestemming in de recreatieve sfeer. ‘Nationaal Landschap Zuidwest Fryslân’ groeide mede dankzij haar bossen, weidegronden, historische kernen en meren uit tot hét water(sport)gebied van Nederland. Plekken met een sterke identiteit/ historie kwamen in trek, o.a. de Rijksbeschermde dorps- en stadsgezichten van Sloten, Balk, Woudsend, Langweer, Heeg, IJlst, Sneek, Workum, Hindeloopen, Nijland en Bolsward. De lokale cultuur werd gevierd met de Friese taal, traditionele sporten als Skûtsjesilen, kaatsen of fierljeppen en evenementen (o.a. Sneekweek, Skûtsjesilen (SKS en IFKS), Glemmer, Gondelvaart Balk, ballonfeest Joure, Fiets Elfstedentocht, Dutch Youth Regatta Workum). Er ontstond nieuwe werkgelegenheid en klandizie voor kleine scheepswerfjes, dorpswinkels, jachtverhuur, botenbouw en zeilscholen. Tegelijkertijd bleek de gastvrijheidseconomie niet in al zijn uitingen bij de maat en schaal van het landschap, de Mienskip en de omgeving te passen.
Opgeteld zijn er per in de gemeenten De Fryske Marren en Súdwest-Fryslân woonachtige werknemer 0,82 banen. Het economisch motorblok van de regio ligt langs de A6/A7 in Sneek, Joure, Bolsward en Lemmer. Initiatieven om jongeren voor economie te behouden (zoals de Biobased Hub van Paques in Balk, een proeftuin voor biobased economie) worden aangegrepen. Zuidwest Fryslân wordt gekenmerkt door een kleine schaal, met een actief verenigingsleven,
31
Weststellingwerf
Poort van Fryslân 1960
1990
2020
32
Weststellingwerf is een gemeente gelegen in het zuiden van Fryslân. De inwoners spreken van oudsher Stellingwerfs, een dialect binnen de Nedersaksische streektaal. Er is daardoor een culturele verbondenheid met de kop van Overijssel en de provincie Drenthe. De grootste kernen van Weststellingwerf zijn Wolvega en Noordwolde. Wolvega is gelegen aan de A32 en het spoortracé tussen Heerenveen en Steenwijk en heeft een station aan dit tracé. Hemelsbreed is Wolvega 5 kilometer gelegen van Heerenveen (van Tjonger/ Kuinder tot Schipsloot). Het bestaande station draagt bij aan de economische positie en de aantrekkelijkheid van wonen van Wolvega en de
als de poort. De lokale verbindingen zijn nog steeds oost-west georiënteerd.
omliggende dorpen.
Stellingenpad (Wandelpad van het Jaar Benelux 2023). Weststellingwerf is ‘stiekem trots’ op dit bijzondere grensgebied van Fryslân, Drenthe en Overijssel. Het station van Wolvega is daardoor een opstapplaats voor recreatie en toerisme. Om de potentie die dit gebied biedt beter te benutten zijn voor- en natransport uitdagingen (bijvoorbeeld busverbindingen en de verhuur (elektrische) fietsen).
Weststellingwerf is, qua bewoning en verkeersbewegingen, altijd oost-west georiënteerd geweest. De bewoning en vervoerbewegingen volgden de zandruggen en beekdalen van de Tjonger/Kuinder en de Linde. Dit komt voort uit de ontginning van het laagveen vanuit de uitlopers van het Drents Plateau, de Woudontginningen. Met de aanleg van de Straatweg en de latere spoorverbinding tussen Leeuwarden en Zwolle kwam hier verandering in. Inmiddels is deze noordzuid georiënteerde verkeersas dé belangrijkste verkeersader van Fryslân, waarbij Wolvega fungeert
Naast Wolvega kent Weststellingwerf 25 dorpen, gelegen in het landelijk gebied. Het Friese landelijke gebied kent veel uitdagingen, als het gaat om funderingen, verdroging van uitlopers Drents Plateau, vernatting van het Veenweidegebied, stikstof, methaan, etc. Wolvega is gelegen nabij de Koloniën van Weldadigheid, het Drents-Friese Wold, De Rottige Meente en Weerribben-Wieden, met Giethoorn. Ook is Wolvega gelegen aan het
Weststellingwerf gaat het aantal woningen tot 2033 uitbreiden met 600 (woonvisie 2024 – 2028). Uitbreiding is gericht op kwaliteit boven kwantiteit én om de doorstroom op gang te brengen.
Zo wil de gemeente kansen bieden voor starters op de woningmarkt. De ontwikkeling van deze plannen staan los van de Lelylijn. De gemeente wil zorgen dat de dorpen leefbaar zijn en blijven. In de dorpen heerst een sterke sociale cohesie. Inwoners ondernemen zelf actie om deze betrokkenheid in stand te houden. Er wordt voorrang geboden aan de behoeften en initiatieven van eigen inwoners. Hiermee wil de gemeente voorkomen dat de dorpen ‘slaapdorpen’ worden. Door de nadruk te leggen op lokale participatie en eigenaarschap ontstaat verantwoordelijkheidsgevoel bij de dorpsbewoners voor het welzijn van het dorp en haar inwoners. De sociale cohesie speelt een
sociaaleconomisch ingrijpend van samenstelling en ontstaat er gentrificatie. In het buitengebied zijn de Groote Veenpolder (met complexe funderingsproblematiek), het Natura 2000-gebied Rottige Meenthe & Brandmeer en een intensief agrarisch gebied te vinden.
cruciale rol in het leefbaar zijn en houden van de dorpen. Door o.a. digitalisering en een veranderde woningmarkt worden de noordelijke provincies steeds aantrekkelijker voor inwoners uit de Randstad. Deze nieuwe inwoners hebben veelal een sterkere financiële positie dan de inwoners uit de regio. Hierdoor hebben zij bijvoorbeeld de mogelijkheid om voormalige boerderijpanden een nieuwe (woon)functie te geven. De keerzijde van de medaille is dat het voor starters en doorstromers uit de regio daardoor lastiger is om een passende woning te vinden. Ook veranderen sommige dorpen 33
Noordoostpolder
Ruimte voor pionieren en het waarmaken van dromen 1960
1990
2020
34
In 1918 kwam er een kamermeerderheid voor de Zuiderzeewet van Cornelis Lely. Directe aanleiding waren de voedseltekorten tijdens de Eerste Wereldoorlog en de watersnoodramp van 1916. Het Zuiderzeeproject begint in Noord-Holland, met een dijk bij Wieringen en een proefpolder bij Andijk. In 1930 valt de eerste echte polder droog (Wieringermeer). En in 1932 is de Afsluitdijk gedicht. In 1942 valt de Noordoostpolder droog (ruim 48.000 hectare nieuw land). De Rijksdienst graaft greppels, legt drainagebuizen aan en helpt bij het inzaaien van de eerste gewassen. In 1947 zijn de eerste boerderijen klaar voor intensief landbouwgebruik. In de 19e eeuw kende de nieuwe Haarlemmermeerpolder nog hoge sterftecijfers als gevolg van epidemieën en het zware polderbestaan. Om natuurlijke selectie met veel slachtoffers te voorkomen moest er voor de Zuiderzeepolders een selectie komen vooraf. De beste landbouwgronden van het land mochten bovendien niet worden vergeven aan de eerste de beste. Er komen intensieve selectieprocedures. Tussen 1947 en 1963 zijn er voor de Noordoostpolder 10.000 gegadigden voor slechts 1.600 boerderijen. Ideale kandidaten zijn tussen de 30 en 50 jaar, topfit, getrouwd, vermogend, voldoende geschoold,
hebben ervaring en goede referenties. Opbouwen van een nieuwe samenleving vraagt enthousiasme, positivisme en levenslust. Om gezonde, vitale mensen met een frisse pioniersgeest. Hoe geschikter de Rijksdienst je vindt, hoe groter de boerderij die je krijgt. In 1945 is de Noordoostpolder een plattelandsgemeente zonder blinden, doven, gehandicapten, mensen met een chronische ziekte of criminaliteit. 45% is jonger dan 14 jaar, 0,8% is 65+. Werkloosheid is er niet. Wie in de polder woont moet er ook werken. Wel zijn er veel verkeersongelukken: de lange, rechte wegen zorgen voor polderblindheid. En niet iedereen voelt zich er thuis. Alles is recht en strak. Ieder perceel heeft afmeting van 300x800 meter. De gemeenschap is zakelijk ingesteld met grote competitiedrift en sociale klassen, “een 48ha zoon trouwt niet met dochter van een 24ha boer”. Friezen, Brabanders, Groningen, Zeeuwen, Amsterdammers en Twentenaren komen in de nieuwe polder bijeen. Ze treffen een kale, open vlakte. Niet gedwarsboomd door wat of wie dan ook jagen de polderbewoners hun droom na. De nieuwe polder wordt een proeftuin voor nieuwe theorieën. Boeren moeten met moderne
landbouwmethoden een voorbeeld zijn voor boeren op het oude land. Polderhuisartsen zijn eersten die gezondheidscentra proberen op te zetten. Het dorp Nagele wordt een hypermodern dorp naar maatstaven van het Nieuwe Bouwen. Iedere zuil (katholieken, gereformeerden, vrijzinnigen) moet in de nieuwe polder een gelijk aantal woningen en boerderijen krijgen. Elk dorp krijgt 3 huisartsen, 3 scholen, 3 kerken, etc. Leidend bij de inrichting van het nieuwe land in de Noordoostpolder was de centrale-plaatsentheorie van de Duitse geograaf Walter Christaller. Deze ging uit van een optimale verspreiding van dorpskernen. Hierbij werd de afstand tussen woonkernen gebaseerd op de nabijheid en toegankelijkheid van voorzieningen. Een huisvrouw moest makkelijk naar de weekmarkt kunnen fietsen. In de ruimtelijke opbouw van de Noordoostpolder heeft dit geleid tot een concentrisch ruimtelijk systeem. Dit is onder meer afleesbaar in de ligging van Emmeloord in het centrum van de polder. Met daaromheen een ring van dorpen op fietsafstand. Toen steeds meer mensen zich een brommer of zelfs een auto konden veroorloven, bleken de dorpen te klein voor een normaal voorzieningenniveau. Emmeloord was bedacht voor 10.000 inwoners. De andere tien dorpen zouden elk 2.000 inwoners tellen. De verdeling bleek anders uit te pakken. Emmeloord is tussen 1985 en 2023 gegroeid van 19.000 naar 26.500 inwoners.
Ook Marknesse
(3.800), Ens (3.200), Tollebeek (2.500) en Luttelgeest (2.200) groeiden groter dan de plannen. De andere dorpen zijn vooralsnog kleiner. De 10 dorpen van de Noordoostpolder zijn, net zoals Urk, voor voorzieningen en OV georiënteerd op Emmeloord. “Het fietspad tussen Urk en Emmeloord is de drukste van Flevoland in de zomer” en “in de winter zit de bus tussen Urk en Emmeloord vol”. Nu al verwerkt het busstation bijna 300.000 reizigers per jaar, afkomstig uit heel de Noordoostpolder. Emmeloord is daarmee de OVpoort naar de rest van de wereld. Tot in de jaren 80 zijn de gemiddelde prestaties van de Flevolandse agrariërs zo hoog dat ze er landelijk bovenuit steken. De nieuwe generatie doet het relatief gezien minder. Het oude land heeft de achterstand ingehaald. Overaanbod leidt tot prijsdalingen. Ook in Flevoland hebben veel kleinere agrariërs het moeilijk en stoppen met hun bedrijf. Uitgekochte of gepensioneerde boeren verhuizen naar het dorp. Omdat de agrarische grond van zeer hoge kwaliteit is, wordt die overgenomen door grotere, blijvende agrarische bedrijven. De vrijgekomen agrarische erven worden vaak los verkocht en verkleuren naar wonen (waaronder de huisvesting van arbeidsmigranten) of kleinschalige niet-agrarische bedrijvigheid. Leegstand van vrijgekomen boerderijen in Noordoostpolder komt niet of nauwelijks voor.
De selectie werkt door: de sociale cohesie is hoog en de Noordoostpolder scoort op alle leefbaarheidsaspecten beter dan het Nederlands gemiddelde. Kenmerkend zijn het arbeidsethos, de samenwerking, betrokkenheid bij elkaar, bij de polder en het rijke verenigingsleven. Veel zonen van eerste generatie agrariërs nemen het polderbedrijf van hun vader niet over omdat ze gaan studeren (o.a. in Wageningen of Delft). Er is sprake van wegtrekkend talent. Emmeloord moet daarom de blik voor talent naar buiten richten. De centrumplaats huisvest hoogtechnologische maakindustrie en kennisinstituten (met bedrijven als AW Machinery, Geesinknorba, Kamplacon, Kampstaal, Polder Staalproducties en Suplacon). De belangrijkste sectoren zijn agrofood, logistiek en hightech & composieten. Op elke in de gemeente woonachtige werknemer zijn er 0,92 banen. De Noordoostpolder wil vrijheid blijven bieden om eigen wensen in te vullen en dromen te verwezenlijken. Met experimenteerruimte voor inwoners, bedrijven en ondernemers.
35
Urk
Maritiem cluster van wereldklasse verlegt haar grenzen 1960
1990
2020
36
Urk was oorspronkelijk een eiland op een kleileemheuvel in de Zuiderzee (op 22 km van Enkhuizen en Lemmer, 24km van Kampen en 58km van Amsterdam). Vanaf de zeventiende eeuw vormde visserij het belangrijkste bestaan. De hoogteverschillen bepaalde de bouwplek en richting. In 1932 werd de Zuiderzee door de Afsluitdijk veranderd in het IJsselmeer. Dit had niet alleen grote gevolgen voor de visvangst, maar maakte ook een eind aan de overstromingen van het lage deel van Urk. Op de overgang van het hoge dorp naar het lage land kon men een nieuw tuindorp bouwen.
was geen alternatief.
In 1939 was de dijk gesloten die Urk voorgoed eiland af maakte. Maar de ‘achterkant’ van Urk bleef lang een modderpoel. Voor Urkers bleek geen plaats te zijn in de nieuwe Noordoostpolder. Urkers werden weggezet als ‘achterlijke vissers’ die niet voldeden aan de hoge eisen om op het nieuwe land te mogen boeren. Er werden plannen gemaakt om het dorp te saneren. Nieuw en oud land lagen met de rug naar elkaar toe. Pas in 1948 kwam er een wegverbinding met de buitenwereld. Het vissersdorp was niet alleen van de zee afgesloten en haar bestaanszekerheid kwijtgeraakt maar werd ook uitgesloten. Urkers vielen terug op de eigen gemeenschap en cultuur. Ze bleven vissen want er
reden af en aan om ingevroren platvis te exporteren richting België, Duitsland, Italië en Zwitserland. In 1964 bracht het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen een tentoonstelling uit over het oude Urk. De toenamlige burgemeester leek niet onder de indruk: “Leuk dat men aan de andere kant van het IJsselmeer moeite doet om het oude Urk te bewaren. Wij hebben daar geen tijd voor, we zijn veel te druk met de toekomst”.
Vanaf de jaren zestig voltrok zich het ‘wonder van Urk’. Een dood gewaande economie werd nieuw leven ingeblazen. Urker vissers hadden zich eerst toegelegd op de haringvangst vanuit Breskens, later visten ze vanuit noordelijke Noordzeehavens op schol en tong. Winsten werden geïnvesteerd in een modernere vloot. Er kwamen nieuwe schepen, grotere vangsten en het dorp werd opgeknapt. Toen het personeel van de visafslag in IJmuiden een vrije zaterdag opeiste zagen Urker vissers kans om een eigen afslag op te zetten. In 1964 werd er al 10 miljoen gulden omgezet. Vrachtwagens
Waar het geboortecijfer landelijk begon te dalen bleef het op Urk eerst gelijk om in de jaren zestig zelfs te stijgen. In periode 1966-1970 was geboortecijfer op Urk 35,2 bevallingen per
1.000 inwoners (twee keer zo hoog als landelijk gemiddelde). Tegelijkertijd daalde het sterftecijfer door verbeterde gezondheidsvoorzieningen. Bevolkingsgroei was het gevolg: 4.700 inwoners in 1950, 15.700 in 2000 en 21.800 nu. Als gevolg is het dorp zo groot geworden “dat we elkaar bijna niet meer kennen”. Nieuwe woonbuurten liggen buiten het vissershart en zien er hetzelfde uit als op alle andere plekken in Nederland. Bij gebrek aan ruimte weken inwoners bovendien uit naar Tollebeek, Nagele, Espel en Emmeloord. Prognoses geven aan dat de bevolking op Urk blijft groeien. De Urker Noordzeevloot was in de jaren tachtig veruit de grootste van Nederland. Maar aan de gloriejaren kwam een einde door strengere regels, slechte vangsten, dure brandstof en vangstquota. De Noordzeekotters waren de thuishaven ontgroeid. Ze waren te groot geworden voor de sluizen van de Afsluitdijk en bleven in het weekende in de Noordzeehavens. De bemanning reed met busjes heen en weer. De drukte verplaatste zich van de haven naar de toegangswegen die via de polder naar Urk liepen. Op elke in de gemeente woonachtige werknemer zijn er 0,91 banen. Veel Urker banen zijn nog op de een of andere manier verbonden met vis, er is een Maritieme Campus, binnenvaart, zeevaart, visserij, onderhoud en zelfs luxe jachtbouw. Toch is Urk geen typisch vissersdorp meer. Urk
groeide uit tot geïndustrialiseerde vishub met een focus op voedselverwerking. Jaarlijks rijden bijna 20.000 volle vrachtwagens het dorp uit. Vooral vanaf de jaren negentig gingen de verkopers op het industrieterrein wereldwijd, waarmee ze zich langzaam los maakten van de Urker vissersvloot. Vis wordt geïmporteerd vanuit de hele wereld en op Urk verwerkt. Bedrijven bouwden een mondiaal imperium uit. Zestig groothandels en 50 visverwerkers halen een gezamenlijke omzet van 1,5 miljard euro. In zalm (een importproduct) gaat inmiddels drie keer zoveel geld om als in platvis. Het groeiende succes werkt als een magneet op de grootste visreuzen van de wereld. O.a. Japanse, Noorse en Amerikaanse bedrijven hebben een belang in de Urker economie. Eerst de auto en later het internet brachten de buitenwereld dichterbij. Urk keerde zich naar buiten. Het industrieterrein is te groot geworden voor het dorp. Er zijn steeds meer arbeidskrachten nodig (o.a. uit Oost-Europa). In plaats van nog meer en nog harder werken gaat het nu ook over slimmer, anders en beter werken. Maar het aandeel hoogopgeleiden ligt 20% lager dan het landelijk gemiddelde, veel lokale jongeren gaan liever werken om zo snel mogelijk een eigen woning te betrekken dan dat ze doorleren.
Urk zet in op de sectoren Maritiem, Zakelijke dienstverlening, Agro & Food, Composieten (productie van kunststoffen), Zorg en Toerisme en Recreatie. Ook wordt vol ingezet
op het ontwikkelen van maritieme servicehaven noordelijk Flevoland en de komst van Port-of-Urk. Urk staat bovenaan alle lijstjes over kerk, kinderen en vis. Op Urk is 96% van Nederlandse afkomst. En 90% spreekt de ‘Urker Taol’. Urk kent het hoogste geboortecijfer en de jongste bevolking. Bijna de helft van de bevolking is jonger dan 24 jaar. Slechts 2% rekent zich niet tot een kerkelijke gezindte en met 94% heeft Urk de meeste kerkgangers. Urkers staan bekend als hardwerkende vakmensen die niet op een uurtje meer of minder kijken. Ze kennen een grote handels- en ondernemingsgeest. Ze zijn zelfstandig en gewend hun eigen zaken te regelen. ‘Met eenkanger’ (met elkaar) is een veelgehoorde term. Familiebanden zijn hecht. De kerk, hobbyclubs en sportverenigingen zijn belangrijke ontmoetingsplekken. Urk kent een opvallende verdeling van het dagelijks verkeer. In vergelijking met andere gemeenten is er veel lokaal verkeer. Dit komt doordat Urkers vaak op Urk werken en tussen de middag naar huis gaan om te eten. Er wordt daarom een gering aantal kilometers afgelegd.
37
Lelystad
De stad die durft 1960
1990
2020
38
De identiteit van Lelystad als jonge stad is pril en krachtig. Lelystad is gebouwd voor de toekomst, een visionaire stad ontworpen op de tekentafel. In 1951 vestigden de eerste arbeiders zich op het Werkeiland, en in 1967 betrokken de eerste inwoners de Zuiderzeewijk op land dat voorheen water was. Wat begon als een bescheiden cluster woningen in een nagenoeg lege vlakte, groeit in 2040 uit tot een ruim opgezette stad met 120.000 inwoners.
niet om als samenleving in balans te groeien.
Lelystad heeft zich in korte tijd ontwikkeld, en de stad ademt nog altijd de geest van vernieuwing uit, vernoemd naar de visionaire Cornelis Lely. Als boeiend voorbeeld van de ontwikkeling van een New Town in Nederland belichaamt Lelystad de overgang van oorspronkelijke idealen van ruimtelijke ordening, sociale gelijkheid en duurzaamheid naar de realiteit van economische uitdagingen en sociaaleconomische ongelijkheid in de moderne tijd.
Nu, ruim 50 jaar na de ontwikkeling van de stad, is de tijd rijp voor een systeemsprong. Partijen zoals de Rijksoverheid, provincie Flevoland, gemeente Lelystad, het maatschappelijke veld en het bedrijfsleven werken hierin samen. Lelystad is als een stad met minimaal 100.000 inwoners ontworpen. De voorzieningen zoals de wegenstructuur, het stadshart, maatschappelijke en zorgvoorzieningen zijn voor een stad met die omvang bedoeld. Met een huidige omvang van ruim 80.000 inwoners is financiële ondersteuning nog nodig. Lelystad wil groeien naar een complete stad waar ook de bestaande stad en haar inwoners baat bij hebben. De draagkracht moet worden versterkt zodat Lelystad (financieel) zelfstandig, sociaal veerkrachtig, duurzaam (in brede zin), aantrekkelijk en economisch sterk wordt. Lelystad bouwt aan haar samenleving.
Lelystad kent sinds jaar en dag een aantal fundamentele en samenhangende sociale, economische en ruimtelijke opgaven. Ze noodzaken om na te denken over de toekomst van de stad en de strategie om daar te komen. Lelystad is en was de stad van de belofte: hier kan het, hier is de ruimte en hier liggen de kansen. Te vaak zijn die beloften echter niet ingelost. De Markerwaard en dus die centrumstad kwam niet. De benodigde infrastructuur zoals de A6 en het spoor met station kwam later en zo lukte het
De gemeente wil investeren in de stad die Lelystad al is. Voor de toekomst van de stad is het benutten van het bestaande essentieel. Op weg naar 2040 bouwt de stad voortvarend voort op deze erfenis. De ontwerpprincipes zijn daarbij nog steeds een krachtige basis. Stad en landschap zijn harmonieus ontworpen, waardoor Lelystad zich onderscheidt van steden op het vasteland. Overal in de stad bieden ruime buurten en weidse landschappen een unieke leefomgeving met schone lucht, een vruchtbare
bodem en hoogwaardige natuur. Het Nationaal Park Nieuw Land, met de Oostvaardersplassen, de Marker Wadden en het Markermeer, manifesteert zich als het grootste door mensen gemaakte natuurgebied ter wereld. Van stad tot huis ademt de groenstructuur met stadsbossen, parken en dreven, waarmee Lelystad trots is uitgegroeid tot een van de groenste steden van Nederland. De centrale ligging op het knooppunt van wegen, spoorwegen en vaarwegen, samen met de opkomende rol van Lelystad Airport, is de stad gestaag op weg naar een innovatief knooppunt voor duurzame luchtvaart in de regio. In deze sterke netwerkkwaliteit neemt Lelystad een strategische positie in, als onderdeel van een krachtig stedelijk netwerk binnen de Metropoolregio Amsterdam. De gunstige ligging ten opzichte van de regio Zwolle/ Kampen en de centrale positie in de verbinding tussen de Randstad en het noorden van Nederland versterken Lelystads aantrekkelijkheid op lokaal, regionaal en (inter)nationaal niveau. Het Stadshart biedt en heeft alles in zich om een huiskamer van Lelystad te creëren, door vergroening in het kader van natuurinclusiviteit, klimaatadaptatie en prettige omgeving, parkeervoorzieningen, ruimte voor gezellige terrassen, evenementen, winkels en horecaconcepten. Uiteraard met de juiste aandacht voor de Lelystedelingen die in het centrale deel van onze stad wonen.
Het stadshart vormt de entree naar de stad, een plek om samen te komen, om te ontmoeten, om je welkom te voelen. De plek waar Lelystad zich vindt, vermaakt, verbindt en versterkt. Lelystad investeert in betere woonkwaliteit in
bestaande wijken. Het gaat daarbij om renovatie en verduurzaming van woningen, het toevoegen van een gevarieerde mix aan woningen en de herinrichting van de openbare ruimte. Er gebeurt veel in Lelystad Oost en daar is de gemeente trots op. Inwoners, maar ook werkgevers, welzijnsmedewerkers, politieagenten, het onderwijs, het werkbedrijf, zorginstellingen, de gemeente en woningbouwverenigingen werken in Lelystad Oost samen aan de verbetering van wijken, buurten en straten. Zodat kinderen er gezond opgroeien, waar ze hun talent ontwikkelen en waar mensen een baan vinden. Waar ze zich thuis voelen om te wonen en te werken. Ervaringen in LelystadOost zijn zeer waardevol voor de aanpak in andere wijken in Lelystad. De ligging aan het Markermeer en IJsselmeer maakt Lelystad tot een “stad aan het water”. De verdere ontwikkeling van de kust tilt Lelystad naar een hoger niveau. Hier vinden goed wonen, natuur en recreatie elkaar op een onderscheidende plek met een unieke ligging. De ontwikkeling van Waterfront trekt nieuwe bewoners, heeft aantrekkingskracht op alle inwoners van de stad én trekt bezoekers van buitenaf. Het draagt bij aan het vergroten van de draagkracht in relatie tot voorzieningen en daarmee ook een stad die aantrekkelijk is om te wonen.
Ten zuiden van de bestaande stad, tussen het natuurgebied Hollandse Hout en de A6 breidt Lelystad de komende jaren uit met een nieuw stadsdeel. Het stadsdeel ‘ZuiderC’ maakt een knipoog naar het verleden en biedt een ambitieuze toekomst: een complete samenleving waarin ruim 25.000 nieuwe inwoners in cohesie met de natuur en met elkaar leven. De lat ligt hoog bij de ontwikkeling van ZuiderC.
Het Rijk, de provincie Flevoland en de gemeente Lelystad willen met de ontwikkeling van ZuiderC, als de grootste uitleglocatie van Lelystad, een bijdrage leveren aan maatschappelijke opgaven, zoals de woningbouw, natuur- en biodiversiteitsherstel, zorg, persoonlijke dienstverlening, onderwijs, werk en klimaat en de energietransitie. Met ZuiderC maakt de gemeente de stad aan de zuidkant met een compleet stadsdeel verder af. De bestaande stad versterkt en het centrum komt echt in het midden van de stad te liggen. Lelystad zet in op een betere balans tussen wonen en werken, met duurzame mobiliteit, goede verbindingen en divers woon- en werkaanbod, waar mensen elkaar treffen. Belangrijke werkgebieden als het Lelystad Airport Businesspark (LAB), Lelystad Airport en Flevokust Haven bieden ruimte voor duurzame economische ontwikkelingen die passen bij Lelystad. Een florerend Stadshart en Bataviakwartier genereren werkgelegenheid in de detailhandel, horeca en leisure/(water)recreatie. De economische basis wordt verstevigd, met inclusieve werkgelegenheid, hoogwaardig kennisonderwijs, bevordering van innovatie en een vruchtbare samenwerking tussen ondernemers, gemeente en onderwijs. Lelystad behoudt en versterkt haar bedrijventerreinen, waar innovatie en duurzame economische ontwikkelingen worden aangejaagd.
Belangrijk daarbij is op de economische sectoren afgestemd kwalitatief onderwijs. Ook zorg moet op hoog niveau worden gebracht, afgestemd op de behoeften van de stad, met een vruchtbare samenwerking tussen ondernemers en onderwijs- en zorginstellingen. De Campuszone, in het verlengde van het stadshart biedt daar alle ruimte voor verdere ontwikkeling. 39
Rondje langs de velden. Typologieën langs de Lelylijn.
(Hoog)stedelijke kern Onder deze typologie vallen Groningen (ca 200.000 inwoners) en Leeuwarden (ca 100.000 inwoners). Lopen, fiets en OV staan hier inmiddels op de eerste plaats, vergelijkbaar met andere steden in Nederland. In Groningen gaat 60% van alle verplaatsingen per fiets. De auto heeft een plek op afstand. De focus ligt qua ontwikkeling op het bestaand stedelijk gebied met inzet op een compacte stad met (inter)nationaal aansprekende voorzieningen en kennis - inclusief interactiemilieus, campussen en een aantrekkelijke spoorzone.
40
Middelgrote kern Onder deze typologie vallen Lelystad (ca 80.000 inwoners), Drachten (ca 45.000 inwoners), Heerenveen en Emmeloord (ca 30.000 inwoners). Deze kernen vallen buiten de top 30 grote steden van Nederland. En ze staan voor een identiteitsvraag. Meer stad worden? Met meer lopen, fietsen en OV? Of juist inzetten op een suburbaan/dorpser milieu met ruimte voor de auto, in aanvulling op de stedelijke milieus van regio’s Amsterdam, Groningen en Leeuwarden? Vaak zijn deze kernen een multimodale knoop (spoor, weg, haven, buis en/of energie).
Treindorp Onder deze typologie vallen Grou (ca 6.000 inwoners) en Akkrum (ca 3.000 inwoners). Kernen die zowel per auto als trein goed bereikbaar zijn. Stedelingen ontdekten hier de unieke landschappelijke woonkwaliteit aan het water. Ook bij (jonge) vakantiegangers en watersporters uit het binnen- en buitenland zijn deze kernen populair als ‘toeristische overstaphub’ voor korte en lange watersportvakanties in het Friese Merengebied.
Centrumdorp Onder deze typologie vallen o.a. Joure (ca 14.000 inwoners), Leek (ca 12.000), Lemmer (ca 10.000) en Gorredijk (ca 8.000). Het zijn kernen met een verzorgingsfunctie (economie en voorzieningen) voor omliggende dorpen. De kernen bezitten voldoende maat en schaal om het voorzieningendraagvlak overeind te houden (voor een bibliotheek of supermarkt zijn 10.000 inwoners inmiddels vaak een ondergrens). De kernen zijn met bus, N-weg en/of A-weg aangetakt op het grotere netwerk.
Kleine dorpskern Onder deze typologie vallen de kleinere kernen. Deze ondergingen in de afgelopen decennia een transitie van autonome dorpen naar woondorpen, met een aantrekkingskracht op mensen die afkomen op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving en die het reizen naar een grotere kern voor lief nemen. Door schaalvergroting en huishoudensverdunning viel soms de bestaansbasis van dorpswinkels weg. Er is vaak sprake van een sterke vergrijzing en ontgroening. Ook kan er sprake zijn van sociale segregratie en vervoersarmoede.
Landelijk gebied Ook het landelijk gebied kent meerdere gezichten. Er zijn droogmakerijen, natuurgebieden, meren en plassen, veenkoloniën, laagveenpolders, kleigebieden en zandgronden met verschillen in inrichting en type verkaveling. Vaak zijn landbouw, veeteelt en recreatie de economische dragers van het landelijk gebied. Vraagstukken die spelen zijn hoe de agrarische sector haar verdienmodel kan versterken en hoe er meer ruimte gevonden kan worden voor water, natuur, bos en recreatie.
41
Hoofdstuk 3
Bouwstenenatlas
Bouwstenenatlas In dit hoofdstuk beschrijven we opgaven en oplossingsrichtingen. Uit de contourennotitie van het Rijk, de provinciale ruimtelijke puzzels en verstedelijkingsstrategieën (Metropoolregio Amsterdam, Regio Zwolle en Groningen-Assen) komen opgaven voort voor die relevant zijn voor het Lelylijn-gebied (o.a. op het gebied van water en bodem sturend, landbouw en natuur, energie en circulaire economie en leefbare steden en regio’s). Daarnaast zijn ook uit het gebied zelf opgaven opgehaald, in het ‘Rondje langs de velden’ en ook bij de deelnemers van maakdag 2. We hebben breed gekeken naar de totale ruimtelijke opgave voor het gebied. Pas in later stadium wordt bekeken of de Lelylijn een bijdrage kan leveren aan de oplossing. En of er afhankelijkheden zitten tussen opgaven en oplossingsrichtringen. In dit hoofdstuk zoeken we de hoeken van het speelveld op. Welke manieren zijn er om de voorliggende opgaven te lijf te gaan? Een mening over of de oplossingsrichtingen wel of niet een goed idee zijn vormen we hier nog niet. Het doel is om de hoeken van het speelveld goed te vertegenwoordigen. De oplossingsrichtingen dienen als bouwstenen voor de denkrichtingen. Daarin zoeken we naar logische combinatiepakketjes (zie nevenstaand schema). 43
44
De opgaven - Waar lopen we tegenaan?
Economische structuurversterking
Duurzaam mobiliteitssysteem
Woningbouw
Landelijk gebied
Water en bodem sturend
Vitale dorpskernen
•
(1) Economische structuurversterking. Netwerkvorming onderling –tussen Leeuwarden-Sneek-EmmeloordLelystad-Heerenveen-DrachtenGroningen-Assen– blijft achter bij de ontwikkeling in andere regio’s. Ruimtelijk-economisch benutten de steden in noordelijk Nederland elkaars kracht beperkt.
•
(2) Jongeren behouden en aantrekken (vergroten beroepsbevolking). Buiten Groningen en Leeuwarden trekken overal in het Noorden de jongeren weg. Het aantal bereikbare banen en voorzieningen binnen aanvaardbare reistijden is matig. En ook de diversiteit is beperkt.
•
(3) Stedelijke kwaliteitssprong. De (stedelijke) vernieuwingsopgave is groter dan gemiddeld in Nederland. De grote versnipperde opgave is er een van vele (kleine) buurten. Het aantal verouderde woningen en buurten is relatief gezien groot
•
(4) Wonen en werken in balans. Dagelijks reizen er 71.000 werknemers meer het Lelylijngebied uit dan dat er binnenkomen (met name in COROP-regio Flevoland is de onbalans groot).
•
(5) Ruimte voor (grootschalige) bedrijvigheid. Er is (ook zonder Lelylijn) een ruimtevraag voor nieuwe industrie en logistiek. De komst van de Lelylijn kan zorgen voor een extra groeivraag van 140-200 hectare bedrijventerrein en 74.000-101.000 m2 aan kantoorruimte. Dit zorgt voor circa 20.000 tot 30.000 extra banen.
•
(6) Toegroeien naar circulaire economie. Om een bijdrage te leveren aan de wereldwijde noodzaak tot CO2reductie is de opgave allereerst zo snel mogelijk de CO2 uitstoot terug te brengen. Dit laat zich concreet vertalen in een grondstoffentransitie en een energietransitie.
•
(7) Woningbouw. Tot 2050 60.000 tot 100.000 nieuwe woningen in Lelylijn-gebied (autonome groeivraag incl. Lelylijn). In relatie tot vernieuwingsopgave, huishoudensverdunning, vergrijzing en veranderende woonwensen.
•
(8) Duurzamer mobiliteitssysteem (minder auto’s, meer OV). Bijdrage van de Lelylijn (inclusief gebiedsontwikkeling) aan een transitie naar minder auto’s en meer lopen, fiets en OV.
•
(9) Realistisch toekomstperspectief voor de landbouw. Opgave is om te komen tot een duurzaam toekomstperspectief voor de landbouw. Waarbij duurzame voedselproductie hand in hand gaat met een robuuste en klimaatbestendige waterhuishouding, goeen stevig natuurnetwerk en een rijke biodiversiteit.
•
(10) Versterken toerisme en recreatie. De behoefte aan voorzieningen voor recreatie en toerisme zal groeien, én veranderen. Dit komt door het landelijk groeiende aantal inwoners, de toenemende populariteit van buitenrecreatie en een groei in het aantal toeristen.
•
(11) Behoud en ontwikkeling rust en ruimte. Noordelijk Nederland kent veel rust, ruimte, waardevolle landschappen, groen, natuur en erfgoed. Maar verrommeling dreigt, bij onzorgvuldige inpassing van wonen, werken, logistiek en energie in ‘het landschap’.
•
(12) Robuust watersysteem (te droog, onveilig, te nat, te warm, te zout, onvoldoende drinkwater, hittestress). Als gevolg van klimaatverandering komt er veel op ons af. Temperatuurstijging leidt tot veranderende neerslagpatronen met als resultaat meer perioden van zowel droogte als wateroverlast.
•
(13) Kleine kernen vitaal houden (leegloop platteland tegengaan). Voorzieningen concentreren zich en zijn lokaal lastig te behouden. De trend is sociale segregatie. Andere aandachtspunten zijn gezondheid, dalende leerlingenaantallen, inkomens- en opleidingsniveau en werkloosheid.
•
(14) Toename aantal ouderen (vergrijzing). Er is sprake van een dubbele vergrijzing: meer ouderen en die ouderen worden ook nog eens ouder. Vergrijzing leidt tot extra zorgvraag in wijken en tot hogere gemeentelijke lasten.
•
(15) Vervoersarmoede / basisbereikbaarheid garanderen. Er ontstaat een grote en groeiende sociaaleconomische kloof. Op de slecht aangetakte plekken dreigt een concentratie van relatief kwetsbare groepen.
45
Economische structuurversterking Waarom is dit een opgave? • Netwerkvorming onderling –tussen Leeuwarden-Sneek-EmmeloordLelystad-Heerenveen-DrachtenGroningen-Assen– blijft achter bij de ontwikkeling in andere regio’s. Ruimtelijk-economisch benutten de steden in noordelijk Nederland elkaars kracht beperkt. • Juist omdat de steden in noordelijk Nederland – buiten Groningen en Leeuwarden – relatief klein zijn, is het achterblijven van de netwerkvorming een handicap. Noordelijk Nederland loopt agglomeratiekracht mis. Mede als gevolg hiervan blijft de economische ontwikkeling achter bij de rest van •
46
Nederland. Uit de “Gezamenlijke analyse Deltaplan voor noordelijk Nederland” (2022) blijkt dat de toegevoegde waarde in noordelijk Nederland achterblijft bij het gemiddelde in Nederland (gemeten in BBP per inwoner). Ook de ontwikkeling van de werkgelegenheid blijft achter.
Speelveld aan oplossingsrichtingen 1a. ‘Borrowed size’ (lenen van de kracht van de buren): selecteren en specialiseren. Aan het spoor ontstaan nieuwe onderwijs-, innovatieclusters en campussen in Groningen, Leeuwarden, Lelystad, Emmeloord, Urk, Heerenveen, Drachten en Leek.
1b. Groot, groter, grootst. In (Amsterdam,) Groningen en Leeuwarden komt alles samen rond economie, kennis, bestuur, (top)cultuur en (top)voorzieningen.
1c. Specialisatie op kennis binnen de landbouwsector. noordelijk Nederland wordt een proef- en experimenteertuin voor landbouwproducten. Met stedeling als procumer. Biobased grondstoffen voor circulaire economie.
1d. Koplopers in MKB (op gebied van water, energie, medische en life science technologie, maken, circulariteit, biobased, sport, martitiem, toerisme en agrifood) zoeken in eigen campus relaties met innovatieclusters en onderwijsinstellingen.
Bron: WUR
Opgave 1
Recenter kaartmateriaal is nog niet beschikbaar. Gezien het langjarige karakter van de analyses zullen uitkomsten echter niet wezenlijk anders zijn.
“Netwerkvorming blijft achter tussen de centra van het Noorden”
Dokkum
Delfzijl
Groningen
Leeuwarden
Franeker Harlingen
Hoogezand
Leek-Roden
Veendam
Drachten Bolsward
Sneek
Assen
Joure
Stadskanaal
Heerenveen Wolvega
Winschoten
Beilen Steenwijk Emmen
Emmeloord
Hoogeveen Meppel
Urk
Genemuiden Kampen
Zwolle
Lelystad
Amsterdam Almere
Almelo
Deventer Apeldoorn
Hengelo Enschede
Utrecht
Den Haag
Amersfoort
Zutphen Ede
Veenendaal Wageningen
Arnhem
Rotterdam Nijmegen
47
“Buiten Groningen en Leeuwarden trekken overal in het Noorden de jongeren weg” Noordoostpolder (-1.140 jongeren)
Heerenveen (-380 jongeren)
Smallingerland (-610 jongeren)
Groningen (+18.290 jongeren)
Leeuwarden (+2.390 jongeren)
Súdwest-Fryslân (-2.280 jongeren)
Migratiestromen. Waar wonen 16 jarige jongeren zodra ze 28 zijn? (https://talentinderegio.com/databank/migratiestromen-nederlandse-jongeren/)
48
Opgave 2
Jongeren behouden en aantrekken (vergroten beroepsbevolking) Waarom is dit een opgave? • Buiten Groningen en Leeuwarden trekken overal in het Noorden de jongeren weg. Het aantal bereikbare banen en voorzieningen binnen aanvaardbare reistijden is matig. En ook de beperkte diversiteit in werkgelgenheid speelt een rol. Hoe de economie te verbreden? • Noordelijk Nederland telt relatief minder hoger opgeleiden. En de potentiële beroepsbevolking krimpt fors (in Fryslân -14% tot 2040). “In alle sectoren zijn ‘handjes tekort’, er is bijna geen huisarts meer te krijgen”. In Flevoland stijgt de beroepsbevolking overigens wel.
Speelveld aan oplossingsrichtingen 2a. Jongeren trekken naar de grote stad. Groot, groter, grootst. In (Amsterdam,) Groningen en Leeuwarden komt alles samen rond economie, kennis, bestuur, (top)cultuur en (top)voorzieningen.
2b. Lokaal betaalbare ruimten (woningen en plekken voor start-ups) aanbieden om jongeren te verleiden langer te blijven.
2c. Aan het spoor ontstaan nieuwe onderwijs-, innovatieclusters en campussen in Groningen, Leeuwarden, Lelystad, Emmeloord, Urk, Heerenveen, Drachten en Leek. Volop ruimte voor start-ups.
2d. Meer stedelijke voorzieningen en nabijheid toevoegen aan plaatsen als Heerenveen, Lelystad, Emmeloord, Sneek en Drachten.
49
50
2e. Huisvesting voor MBO-ers op stationslocaties.
2f. Place 2 be worden.
2g. Noordelijk Nederland wereldspeler als centrum van technologische innovatie en onderzoek. Drachten (ICD)Groningen (RUG) behoort tot 1 van de vier high tech ecosystemen van Nederland.
2h. Voor noordelijk Nederland relevante MBO-opleidingen aanbieden in zorg, techniek en onderwijs.
Opgave 3
Stedelijke kwaliteitssprong Waarom is dit een opgave? • De (stedelijke) vernieuwingsopgave is groter dan gemiddeld in Nederland. De grote versnipperde opgave is er een van vele (kleine) buurten. Het aantal verouderde woningen en buurten is relatief gezien groot, omdat de laatste decennia de nieuwbouw relatief beperkt was. In een aantal kernen (waaronder Drachten) groeide de voorraad in de jaren ‘60-70 snel, aangezwengeld door groei van werkgelegenheid bij enkele grotere werkgevers. De destijds ontwikkelde relatief grote wijken zijn zowel fysiek als qua woonprogramma in toenemende mate aan vernieuwing toe. • Wens is uitgesproken om te komen tot een meer uitgebreide stedelijke voorzieningenmix (kantoren, leisure, cultuur, innovatiecentra en recreatie).
Speelveld aan oplossingsrichtingen 3a. Werken aan aantrekkelijke spoorzones en stedelijke centra (met functiemix, onderwijs, economie, interactie en ontmoeting)
3b. Revitalisatie van bestaande buurten (met name naoorlogs).
3c. Transformatie van monofunctionele binnenstedelijke bedrijventerreinen naar gemengd stedelijk gebied.
3d. Nieuw beleid en instrumentaria om koopwoningen te kunnen herstructureren.
Bron: VenhoevenCS
51
“De stedelijke vernieuwingsopgave is groter dan gemiddeld”
52
Marktpositie woningen (WETLANO - KAW Architecten, 2021). De kaart toont de marktpositie van woningen in Noord-Nederland, gebaseerd op de woningkwaliteit (grootte, ouderdom, energetische kwaliteit), omgevingskwaliteit (bereikbaarheid met het OV, bereikbaarheid van voorzieningen en het aandeel lage inkomens in een wijk) en de WOZ-waarde. Groen is positief, rood is negatief.
Opgave 4
Wonen en werken in balans Waarom is dit een opgave? • Dagelijks reizen er 71.000 werknemers meer het Lelylijngebied uit (incl. COROPregio Flevoland) dan dat er binnenkomen (als we binnen Flevoland alleen Urk en Noordoostpolder meetellen zijn dit er 22.000). • Het ‘tekort’ aan banen is circa 50.000 in COROP-regio Flevoland, 11.000 in Zuidwest-Fryslân, 14.000 in NoordFryslân, 10.000 in Noord-Drenthe. • In COROP-regio’s Zuidoost-Fryslân (2.000) en Overig Groningen (12.000) is de instroom juist groter (dankzij banenmotors Groningen stad en Heerenveen).
Speelveld aan oplossingsrichtingen 4a. Accepteren van (huidige) onbalans. Noordelijk Nederland specialiseert zich als rustige, ruime, ontspannen en vitale woonregio nabij de grootstedelijke drukte van de Randstad, Vlaanderen en het Ruhrgebied.
4b. Toegroeien naar 30 minuten ‘Urban Systems’. Lokale functiemenging: Voorzieningenkernen hebben hun eigen economische specialisatie en huisvesten een lokaal gewortelde wereldspeler.
Bron: Northwestern Europe at night by VIIRS
4c. Verbreden economie door kruisbestuiving. ‘Borrowed size’ (lenen van de kracht van de buren): selecteren en specialiseren. Aan het spoor ontstaan nieuwe onderwijs-, innovatieclusters en campussen in Groningen, Leeuwarden, Lelystad, Urk, Heerenveen, Drachten en Leek.
4d. Vergroten van het contrast in het mozaiek: angewezen voorzieningensteden/-kernen (functiemix), daarbuiten specialisatie in prettig en ontspannen wonen.
Bron: VenhoevenCS
53
Opgave 5
Ruimte voor (grootschalige) bedrijvigheid Waarom is dit een opgave? • Er is (ook zonder Lelylijn) een ruimtevraag voor nieuwe industrie en logistiek. •
•
Volgens onderzoek van Bureau Buiten zorgt de komst van de Lelylijn voor een extra groeivraag van 140-200 hectare bedrijventerrein en 74.000-101.000 m2 aan kantoorruimte. Dit zorgt voor circa 20.000 tot 30.000 extra banen. De banengroei zonder Lelylijn bedraagt tot 2050 circa 62.000 banen (WLO Hoog 2050, waarvan de eerste 34.000 tot 2035)
Speelveld aan oplossingsrichtingen 5a. Nieuwe ruimtevraag concentreren rondom de multimodale knopen van energie, haven, weg en (goederen) spoor (o.a. Eemshaven, Delfzijl, Groningen, Leeuwarden, Harlingen, Urk, Lelystad, Veendam, Emmen, Zwolle).
5b. Meervoudig ruimtegebruik. Beter benutten bestaande locaties.
5c. Elke ‘industriekern’ een nieuwe schil erbij.
5d. Herstructureringsfonds voor bedrijventerreinen (cat 1+2 verplaatsen naar woonwijk of stationsomgeving zodat er op industrieterreinen meer ruimte ontstaat voor hogere categorieën)
Bron: BRO
54
Opgave 6
Toegroeien naar circulaire economie Waarom is dit een opgave? • De klimaatverandering is de komende jaren de grote ruimtelijk transitieopgave. Om een bijdrage te leveren aan de wereldwijde noodzaak tot CO2reductie is de opgave allereerst zo snel mogelijk de CO2 uitstoot terug te brengen. Dit laat zich concreet vertalen in een grondstoffentransitie en een energietransitie. • De energietransitie stelt nieuwe en zwaardere eisen aan de energieinfrastructuur. • De grondstoffentransitie gaat over de stap van een lineaire economie naar een circulaire economie. Dit is een kans voor verbreding van de economische structuur van noordelijk Nederland.
Speelveld aan oplossingsrichtingen 6a. Circulaire hubs concentreren rondom de multimodale knopen van energie, haven, weg en (goederen)spoor (o.a. Eemshaven, Delfzijl, Groningen, Leeuwarden, Harlingen, Urk, Lelystad, Veendam, Emmen, Zwolle)
Bron: BVR / PBL
6c. Aanleg van een nieuwe 380 kVhoogspanningsverbinding tussen de hoogspanningsstations Vierverlaten en Ens (en verder naar Diemen).
6b. Nieuwe circulaire hubs op buurt, dorp en stadsniveau. (benutten van massa, reststromen en kansen urban mining)
Bron: BVR / PBL
6d. Lokale oogstpotentie benutten (bijv. aquathermie, biobased grondstoffen, wind- en zonneparken).
55
6e. Herstructureringsfonds voor bedrijventerreinen (cat 1+2 verplaatsen naar woonwijk zodat er op industrieterreinen meer ruimte ontstaat voor hogere categorieën)
6f. Nationaal en regionaal energienetwerk beter aan elkaar koppelen.
Bron: BRO
6g. Huidige energiesysteem sturend voor locatiekeuze nieuwe ontwikkelingen.
56
6h. Selectief zijn en kiezen. Alleen faciliteren bij voldoende meerwaarde. Lokaal voorbeeld Noordoostpolder: “geen groei meer in glastuinbouw”.
Opgave 7
Woningbouw Waarom is dit een opgave? • Kwantitatieve vraag. Woondeals voor 90.000 woningen waarvan ongeveer 50.000 in Lelylijn-gebied (tot 2030). • Afhankelijk van het scenario brengt de Lelylijn een extra autonome vraag van 24.000 tot 31.000 woningen met zich mee (tot 2050). Totale vraag voor de Lelylijn-gemeenten wordt daarmee circa 60.000 tot 100.000 woningen. •
•
Kwalitiatieve vraag. Er is (zoals in heel Nederland) sprake van vergrijzing en huishoudensverdunning met een groeiende mismatch in de woonvoorraad tot gevolg en een toenemende druk op lokale voorzieningen. Dat vraagt om diversifiëren van de woningvoorraad (mede in relatie tot verduurzaming, renovatievraag, betaalbaarheid, veranderende woonwensen). Onderzoek Wetlano (KAW, 2021): “De huidige druk op de Noord-Nederlandse woningmarkt lijkt niet blijvend van aard. Het aanbod aan ruime eengezinswoningen zal op termijn sterk oplopen door toenemende sterfte. Daardoor stijgt de kans op moeilijke verkoopbaarheid.”
Speelveld aan oplossingsrichtingen 7a. Locaties zoals afgesproken in woondeals realiseren (tot 2030).
7b. Faciliteren van autonome groei (elke stad-/ dorp een straatje erbij)
7c. Kiezen en specialiseren. Bouwen naar lokale aard en schaal.
7d. “In plaats van een straatje erbij een straatje erin” - Elke straat een paar woningen erbij - diversificeren van de woningvoorraad (transformatie en vernieuwing binnen de buurt)
Bron: KAW
57
7e. Concentreren van woningbouw nabij OV-knooppunten (binnen 1km straal). Versterken van de bestaande stationsgebieden. Gaat ook over intensiveren rondom bestaande ‘weiland-stations’.
7g. Transformeren / herbestemmen van bestaand vastgoed.
Bron: Margry Arts Architecten
58
Bron: Architectuurbureau Sluijmer en van Leeuwen
7f. Bouwen naar specifieke behoefte: arbeidsmigranten, studenten, gezinnen met jonge kinderen.
“Ook bij bevolkingsgroei loopt het bestaand verstedelijkt gebied leeg als gevolg van huishoudensverdunning” Vooral de naoorlogse buurten kennen weinig ontwikkeldynamiek en ‘kleuren zeer beperkt mee’ met veranderende woonwensen
Groningen
1850 - 124 inw/ha 21.000 inwoners
1930 - 210 inw/ha 105.000 inwoners
1970 - 78 inw/ha 171.000 inwoners
2020 - 58 inw/ha 233.000 inwoners
1930 - 130 inw/ha 48.000 inwoners
1970 - 77 inw/ha 99.000 inwoners
2020 - 52 inw/ha 125.000 inwoners
Leeuwarden
1850 - 400 inw/ha 24.000 inwoners
59
Opgave 8
Duurzamer mobiliteitssysteem (minder auto, meer OV)
Speelveld aan oplossingsrichtingen 8a. Stedelijk weefsel geschikt maken voor lopen, fietsen en OV. Mag ten koste gaan van positie auto.
8b. Systeem van hubs voor overstap stedelijke en regionale mobiliteit (auto naar OV en fiets). In combinatie met geflankeerd beleid binnen de stedelijke centra (bijvoorbeeld betaald parkeren, buitenruimte ingericht voor verblijven).
8c. Fijnmazig en flexibel OV tot in de haarvaten van elk dorp
8d. Q-link systeem van Groningen introduceren rond Lelystad, Leeuwarden, Urk-Emmeloord, Heerenveen en Drachten
Waarom is dit een opgave? • Zorgt de komst van een Lelylijn (inclusief gebiedsontwikkeling) voor drukkere autowegen? Of wordt de transitie ingezet naar minder auto en meer lopen, fiets en OV?
Bron: Sebas van den Brink
Bron: Publiek Vervoer
60
8e. Netwerk van snelfietsroutes voor verplaatsingen tussen stad en regio.
8f. Onderwijsinstellingen en bedrijven die zelf het vervoer regelen.
ASML busjes, foto: DCI Media
8g. “Voorstadstations” met voldoende bediening voor aantrekkelijke overstap auto naar trein/stad (bijvoorbeeld Grou, Akkrum, Wolvega).
8h. Bij nationale invoering van Betalen naar gebruik wordt autogebruik belast en niet meer het autobezit. Dit betekent een lastenverschuiving van automobilisten die weinig rijden naar automobilisten die veel rijden.
Bron: JAJA Architects
61
Waarom is dit een opgave? • Opgave is om te komen tot een duurzaam verdienmodel voor de boer, hand in hand samengaand met een robuuste en klimaatbestendige waterhuishouding, een stevig natuurnetwerk met een rijke biodiversiteit en een fijnmazig netwerk van landschapselementen (toekomstperspectief voor duurzame voedselproductie en natuurinclusieve landbouw). • Kansen liggen er voor andere teelten, waterbuffers, waterboerderijen, natuurinclusieve landbouw, maatregelen tegen de veenweide problematiek, verzilting en bodemdaling. Ook is duurzame grondstoffen productie een kans (in relatie tot circulariteit). •
9a. Specialisatie op kennis binnen de landbouwsector. Noordelijk Nederland wordt een proef- en experimenteertuin voor landbouwproducten. Met stedeling als procumer.
9c. Verduurzamen door schaalvergroting (technische oplossingen, kassen, modulaire akkers, vertical farming).
Het gesprek over hoe de landbouwtransitie er precies uit gaat zien wordt aan andere tafels gevoerd dan aan die van de NOVEX Lelylijn. De hier genoemde bouwstenen zijn ter inspiratie.
Bron: DeZeen
62
9b. Introduceren van nieuwe teelten die beter passen bij het water- en bodemsysteem (ook veeteelt passend bij water en bodem).
Bron: WUR
Realistisch toekomstperspectief voor de landbouw
Speelveld aan oplossingsrichtingen
Bron: WUR
Opgave 9
9d. Nieuwe vormen van lokale voedselproductie (stadslandbouw, pluktuinen, Herenboeren).
9e. Biologisch-dynamische landbouw nabij natuurgebieden.
9f. Duurzame grondstoffen verbouwen voor de circulaire economie.
9h. Ruimte-extensiever boeren binnen milieu- en natuurdoelen. In combinatie met hogere prijzen voor landbouwproducten.
9i. Eiwittransitie. “Boeren op het bedrijventerrein”.
9g. Andere vormen van landgebruik (herbestemming landbouwgrond).
63
Opgave 10
Versterken toerisme en recreatie Waarom is dit een opgave? • De behoefte aan voorzieningen voor recreatie en toerisme zal groeien, én veranderen. Dit komt door het landelijk groeiende aantal inwoners, de toenemende populariteit van buitenrecreatie en een groei in het aantal toeristen. • Kansen zijn er voor nieuwe verdienmodellen en functies voor het buitengebied (water, gastvrijheidseconomie, landbouw, natuur, landschappelijk wonen). En voor het versterken van verbindingen tussen stad/ dorp via recreatieve routes.
64
Speelveld aan oplossingsrichtingen 10a. Toeristische gebiedsprofielen met lokale cultuurhistorie en landschap als verhaaldragers.
10b. In de contramal van het stedelijk systeem (Groningen, Sneek, Leeuwarden, Drachten en Heerenveen) wordt ingezet op een landschap van wereldklasse. Functiecombi’s tussen water, natuur, landbouw en recreatie.
10c. Nieuwe toeristische voorzieningen (stedelijk, cultuur) in Groningen, Leeuwarden, Heerenveen, Drachten en Sneek. Met nachttrein voor concerten, of hotels voor overnachtig. In Noordoostpolder het ‘verhaal van de polder’ vertellen.
10d. Restaureren van cultuurlandschappen en historische lijnen.
10e. Een trein die de trots van het Noorden laat zien. “Gezicht naar het spoor”. Trein en stationsgebieden als visitekaartje voor het landschap. Spelen met vertragen en versnellen: “Panorama bieden op landschap”. Voorbeeld Flåmsbana spoorlijn Noorwegen.
10f. Wateropgave inzetten als katalysator voor meer Toerisme&Recreatie.
65
“Verrommeling: onzorgvuldige inpassing van wonen, werken, logistiek en energie in ‘het landschap’”
66
Opgave 11
Behoud en ontwikkeling rust en ruimte Waarom is dit een opgave? • Noordelijk Nederland kent veel rust, ruimte, waardevolle landschappen en erfgoed. • Maar verrommeling dreigt, bij onzorgvuldige inpassing van wonen, werken, logistiek en energie in ‘het landschap’. De oorspronkelijke kwaliteit en variatie, zo bepalend voor de identiteit van het Noorden, kunnen verdwijnen.
Speelveld aan oplossingsrichtingen 11a. No net land take (ambitie EU om stedelijke uitbreiding in 2050 terug te brengen naar nul). Clusteren van programma (keuze voor transformatie en verdichten). Note: Verdichting kan in steden voor meer stedelijkheid zorgen en verdichting kan in dorpen leiden tot een dorpser gevoel.
11b. Nieuwe beschermde natuurgebieden creëren.
Bron: Nanda Sluijsmans
11c. Gradienten van het mozaiek versterken. Rust is rust, en druk is druk.
11d. Inzetten op vloeiende overgangsgebieden langs de verstedelijkte randen: gemixt gebied - woongebied recreatiegebied - natuurgebied.
Bron: VenhoevenCS
Bron: BRO
67
11e. Spreiden van programma. Nieuwe woningen, werkplekken en energie mogen lokaal ten koste gaan van rust en ruimte.
11g. Nieuwe waterstad in het lage midden.
68
11f. Wateropgave inzetten als katalysator voor meer rust & ruimte.
“Grote opgaven rondom zee-spiegelstijging, bodemdaling, droogte, verzilting, CO2-uitstoot en water-beschikbaarheid”
Overstromingsrisico
Bodemdaling
Droogte
Verzilting
CO2-uitstoot veenweide
Zoetwaterafhankelijke natuur
69
Opgave 12
Robuust watersysteem (te droog, onveilig, te nat, te warm, te zout, onvoldoende drinkwater, hittestress) Waarom is dit een opgave? • Als gevolg van klimaatverandering komt er veel op ons af. Temperatuurstijging leidt tot veranderende neerslagpatronen met als resultaat meer perioden van zowel droogte als wateroverlast. De zoetwateraanvoer vanuit het Europees achterland zal veel meer gaan fluctueren en in droge zomers helemaal wegvallen. Er is ruimte nodig voor voorraadvorming om in de toekomst voldoende schoon zoetwater te hebben. • De zeespiegelstijging leidt tot verzilting langs de kust en dwingt ons om na te denken over de volhoudbaarheid van de kustverdediging en de waterafvoer, omdat het land steeds meer onder zeeniveau komt te liggen.
Speelveld aan oplossingsrichtingen 12a. Niet afwentelen. Overtollig water vasthouden - ruimte creëren voor rivier en beken. Hoge gronden inrichten als spons.
Bron: HNS
12c. Problemen in het watersysteem worden technisch opgelost.
Bron: HNS
70
12b. Groene dooradering van het verstedelijkt gebied. Ruimte voor groen en water in stad en dorp. Het landschap wint ruimte terug op stad en dorp. Lokale sponzen (wadi’s, parken, groene daken, ontharden buitenruimte).
12d. Verstedelijking wordt hoog en droog geconcentreerd, op waterveilige plekken.
12e. Versnipperde / onbruikbare tracédelen van de Lelylijn inrichten als waterbergingsgebied.
12f. Nieuwe ontwikkelingen rondom Lelylijn klimaatrobuust vormgeven.
12h. Klimaatrobuuste lagenbenadering. Ondergrond -> Infrastructuur -> Occupatie.
71
Waarom is dit een opgave? • Voorzieningen concentreren zich en zijn lokaal lastig te behouden. Voorbeeld De Fryske Marren. Van de 50 basisscholen in de gemeente zijn er 40 aan vernieuwing toe. 1 nieuwe per jaar bouwen is haalbaar. Daardoor ontstaat concentratie en verdwijnt de ‘laatste school uit het dorp’. Ook zorgvoorzieningen staan flink onder druk. • De trend is sociale segregatie. Dorpen worden steeds meer voor de hogere inkomens en de lage inkomens trekken naar de grotere kernen voor het voorzieningenaanbod. Een deel van de lage inkomens blijft zitten en heeft te maken met uitsluiting/ vervoersarmoede. Jongeren trekken voor studie richting Leeuwarden, Groningen of verder. •
72
In de ‘Ranking van gemeenten op Sociaal Economische Status’ (RUG, 2020) en de ‘Kansenkaart.nl’ valt op dat gemeenten in Noord-Nederland zeer slecht scoren met als aandachtspunten: gezondheid, dalende leerlingenaantallen, inkomensen opleidingsniveau en werkloosheid. Groningen is de provincie waar jongeren het liefst weg willen.
13a. Autonome dorpen. Voorzieningendraagvlak op niveau door komst nieuwe inwoners (uitbreiding dorpskernen met nieuwe woningen). Met de juiste schaal der dingen: voor een supermarkt/bibliotheek heb je 10.000 inwoners nodig.
13b. Bereikbaarheid van stedelijke voorzieningen op orde (door netwerk van snelfietsroutes en fijnmazig OV).
Bron: RO Magazine / Ten Brinke
Kleine kernen vitaal houden (leegloop platteland tegengaan)
Speelveld aan oplossingsrichtingen
Bron: Groningen Bereikbaar
13c. Ruimte voor de auto in stationsgebieden om toegankelijkheid te waarborgen (P+R/hubs)
13d. Transitie van autonome dorpen naar gespecialiseerde woondorpen. Kwaliteit van de woonomgeving door uitmuntende landschappelijke inbedding en door aanwezigheid van sociaal en menselijk kapitaal (bijv. kameradenhulp).
Bron: Ballast Nedam / WURCK
Opgave 13
13e. Stedelijker en meer concurrerend maken van nabij gelegen kernen (Heerenveen, Drachten, Leeuwarden, Emmeloord, Lelystad) zodat het platteland mee profiteert van groei nabij gelegen inwoners, banen en voorzieningen.
13f. Voorzieningen naar de woningen toe brengen (rondreizende supermarkt, bibliotheek, tandarts, huisarts, etc.).
13h. Afname voorzieningen accepteren maar in elke kern minimaal een plek voor ontmoeting (bijvoorbeeld gecombineerd met school, zorg, sport).
13i. Actief woonbeleid: ook in de dorpskernen bouwen voor lagere inkomensgroepen. Meer sociale woningbouw en instrumenten als woonplicht.
13g. Herstructureren leegstaande panden en kwaliteitsverbetering bestaande voorraad. Maar nu veel koopwoningen dus incl. nieuw instrumentaria en beleid om koopwoningen te kunnen herstructureren.
73
Opgave 14
Toename aantal ouderen (vergrijzing) Waarom is dit een opgave? • Er is sprake van een dubbele vergrijzing: meer ouderen en die ouderen worden ook nog eens ouder. Vergrijzing leidt tot extra zorgvraag in wijken en tot hogere gemeentelijke lasten. “Zorg is onbetaalbaar aan het worden”. • Adaptief meebewegen met vergrijzing (rollatorvriendelijke buitenruimte, voorzieningen nabij, etc.)
Speelveld aan oplossingsrichtingen 14a. Diversificeren van de woningvoorraad zodat ouderen kunnen doorstromen binnen de eigen buurt / gemeenschap.
Bron: KAW
14c. Woon- zorgconcepten zoals woonzorgboerderijen, zorgvilla’s en ‘knarrenhofjes’
74
14b. Mantelzorgwoning erbij in de tuin / op het erf.
14d. Gezond ouder worden als unique selling point. Actieradius van (actieve) ouderen wordt de maat van de gemeenschap. Levensstijl faciliteren met veel fysieke activiteit, hechte sociale banden en lokale voedselproductie.
“Dubbele vergrijzing: meer ouderen en die ouderen worden ook nog eens ouder”
75
Opgave 15
Vervoersarmoede/ basisbereikbaarheid garanderen Waarom is dit een opgave? • Er ontstaat een grote en groeiende sociaaleconomische kloof. Wanneer nieuwe ontwikkelingen vooral plaats vinden in de stad kan er sprake zijn van een rural penalty. Het platteland begint met een achterstand, die verder wordt vergroot door de nieuwe ontwikkelingen. Op de slecht aangetakte plekken dreigt een concentratie van relatief kwetsbare groepen.
Speelveld aan oplossingsrichtingen 15a. OV-/Hubsysteem (naar model Groningen) voor overstap stedelijke en regionale mobiliteit in Leeuwarden, Emmeloord, Drachten en Heerenveen. In combinatie met geflankeerd beleid binnen de kern (bijvoorbeeld betaald parkeren, buitenruimte ingericht voor verblijven).