CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

240319 Bijlage - Toekomstbeelden-voor-Noordelijk-Nederland-met-de-Lelylijn-Denkrichtingen-NOVEX-Lelylijn-2050

Overige evenementen 9 april 2024, gemeente Smallingerland22.546 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

15b. Snelfietsroutes en (buurt)bussen naar de stationslocaties (met stopstations in Leek, Lemmer, Joure, Marum)

15c. Parkeerplekken auto (P+R) in het stationsgebied.

15d. Onderwijsinstellingen en bedrijven die zelf het vervoer regelen.

ASML busjes, foto: DCI Media

76

15e. Digitale bereikbaarheid op orde. Glasvezelproject.

15f. Betaalbaarheid garanderen met doelgroepentickets. Informatie toegankelijk aanbieden.

77

Hoofdstuk 4

Denkrichtingen

Denkrichtingen Voor de denkrichtingen maken we gebruik van Ontwerpend Onderzoek, als een middel om uit te vinden welke mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen goed passen bij wat voor soort Lelylijn. Ontwerpend onderzoeken is een ideaal middel om te testen en daarvan te leren. Doel van het ontwerpend onderzoek is om de verschillende opties in beeld te krijgen en goed af te wegen, waarbij we naar de gehele opgave voor economische structuurversterking, woningbouw, duurzame mobiliteit, het landelijk gebied, water en bodem sturend en de vitale dorpskernen kijken. We gebruiken de denkrichtingen daarbij om de juiste vraagstukken te verkennen en/of onderzoeken. De denkrichtingen uit dit hoofdstuk zijn dus zeker niet bedoeld om een keuze uit te maken. Ze beschrijven de hoeken van het speelveld en zijn bedoeld om ruimtelijke interventies te testen, om er aan te kunnen rekenen en om van te leren. Uiteindelijk zal een gedragen ontwikkelperspectief goed scorende bouwstenen uit verschillende denkrichtingen bevatten.

Per denkrichting kiezen we voor een samenhangend pakket aan bouwstenen, een Lelylijn-tracé en een dienstregelingsvariant. Dit helpt bij het doordenken van de bouwstenen en het ruimtelijk doorvertalen ervan. Maar er zijn ook andere combinaties mogelijk. Een Lelylijn-tracé / dienstregelingsvariant is dus niet per se gebonden aan een bepaalde denkrichting.

gebruiken we de denkrichtingen voor het onderzoek en kiezen er niet tussen. Het is dus belangrijk dat ieders denkbeelden een plek hebben, zodat de perspectieven daadwerkelijk het hele speelveld beschrijven. In de denkrichtingenstudie komen we er achter welke bouwstenen goed passen bij welk concept voor de Lelylijn.

Verschillende tracés en de varianten hierop zijn onderdeel van gesprek in het parallel lopende Bereikbaarheidsonderzoek. In dat onderzoek worden ook nog andere tracévarianten onderzocht (en getoetst) dan in voorliggend rapport worden gepresenteerd.

Op basis van de verschillende opties uit de bouwstenenatlas (oplossingsrichtingen uit vorig hoofdstuk) zijn de denkrichtingen samengesteld, waarbij alle bouwstenen ten minsten onderdeel zijn van 1 denkrichting. Zoals hierboven beschreven 79

(0) Lelylijn in een ...

Om lessen te kunnen leren uit - en te kunnen

Referentiescenario

zetten we de 4 denkrichtingen af tegen twee

rekenen aan het ontwerpend onderzoek referentiescenario’s: 1. Een (A) autonoom groeiscenario zonder Lelylijn met 66.000 woningen en 62.000 banen tot 2050 tov huidige situatie (op basis van WLO Hoog, provinciale prognoses en afspraken uit de woondeals); 2. Een (B) scenario waarin er wel een Lelylijn komt maar waarin we geen nieuwe structurerende ruimtelijke keuzes maken. Voor dit scenario gaan we uit van huidig beleid, de aantallen baseren we op de onderzoeken van Companen (wonen) en Bureau Buiten (economie) (komt tot 2050 in totaal neer op 97.000 woningen en 87.500 banen tov huidige situatie). In de 4 denkrichtingen zien we het autonome scenario zonder Lelylijn als minimum voor de groeiontwikkeling per kern (we respecteren dus in elke denkrichting de autonome groei en de woondeal-afspraken). Wanneer in een denkrichting de benodigde woningbouwaantallen hoger uitvallen dan in het tweede scenario dan hoort daar altijd een complementaire strategie op banengroei bij.

80

Grip op de aantallen. Woningmarkt. Kader “Impact aanleg Lelylijn op de woningmarkt” (Companen, dec 2023)

Groeiverwachting van circa 65.000-100.000 woningen tot 2050 •

Het onderzoek van Companen focust zich op 8 gemeenten: Leeuwarden, Groningen, Westerkwartier, Smallingerland, Heerenveen, Fryske Marren, Noordoostpolder en Lelystad.

•

In totaal ligt er (inclusief Lelylijn) tot 2050 een groeiverwachting van afgerond 85.000 tot 100.000 woningen. Hoe is dit aantal opgebouwd? • STAP 1. WLO (2015) gaat uit van 45.500 woningen erbij tot 2050 vanaf 2023; • STAP 2. Uitgaande van de provinciale en gemeentelijke prognoses komt hier bovenop een extra opgave van 17.500 woningen (zonder Lelylijn, maakt totaal: 63.000); • STAP 3. Als bovenstaande prognose in lijn wordt gebracht met de woondeal afspraken komen hier nog eens 3.500 woningen extra bij (maakt totaal: 66.000); • STAP 4. Als gevolg van de komst van de Lelylijn ontstaat er volgens het onderzoek van Companen een extra groeivraag die ligt tussen de 20.000 en 30.000 woningen (maakt in totaal: 87.000-97.000).

•

Huidige situatie • Leeuwarden: 64.500 woningen • Groningen: 138.500 woningen • Westerkwartier: 26.900 woningen • Smallingerland: 25.200 woningen • Heerenveen: 23.300 woningen • Fryske Marren: 22.400 woningen • Noordoostpolder: 19.900 woningen • Urk: 6.600 woningen • Lelystad: 35.800 woningen

•

Voor de (A) referentie zonder Lelylijn respecteren we de afspraken uit de woondeals (tot 2030). We gaan daarnaast uit van WLO en de provinciale en gemeentelijke prognoses (tot 2050): • Leeuwarden: 7.300 woningen (+11%) • Groningen: 32.000 woningen (+23%) • Westerkwartier: 2.200 woningen (+8%) • Smallingerland: -200 woningen (-1%) • Heerenveen: 2.000 woningen (+9%) • Fryske Marren: 400 woningen (+2%) • Noordoostpolder: 4.300 woningen (+22%) • Lelystad: 18.500 woningen (+52%)

•

Voor het (B) referentiescenario met Lelylijn en zonder verandering in ruimtelijke keuzes gaan we aan de hoge kant van de bandbreedte van Companen zitten. De woningverdeling (tot 2050) is dan als volgt: • Leeuwarden: 13.000 woningen (+20%) • Groningen: 45.000 woningen (+32%) • Westerkwartier: 3.400 woningen (+13%) • Smallingerland: 1.600 woningen (+6%) • Heerenveen: 4.300 woningen (+18%) • Fryske Marren: 1.500 woningen (+7%) • Noordoostpolder: 6.600 woningen (+33%) • Lelystad: 22.000 woningen (+61%)

81

Grip op de aantallen. Economie. Kader “Economische Effecten Lelylijn” (Bureau Buiten, dec 2023)

Groeiverwachting van 60.000-90.000 banen tot 2050 •

•

82

Het onderzoek van Bureau Buiten focust zich op 9 gemeenten: Leeuwarden, Groningen, Westerkwartier, Smallingerland, Heerenveen, Fryske Marren, Noordoostpolder, Urk en Lelystad. In totaal ligt er (inclusief Lelylijn) tot 2050 een groeiverwachting van afgerond 80.000 tot 90.000 banen. Hoe is dit aantal opgebouwd? • STAP 1. WLO Hoog gaat in de periode 2022-2050 uit van een totale groei (zonder Lelylijn) van 62.000 banen (de eerste 34.000 voorzien in de periode tot 2035). • STAP 2. Bureau Buiten schat de extra banengroei als gevolg van de Lelylijn in tussen de 18.000 banen (laag scenario) en 25.000 banen (hoog scenario). • STAP 3. De door Companen berekende extra woningbouwvraag kan daarbovenop nog eens voor 5.000-7.000 extra banen zorgen (die met name zouden gaan landen in Flevoland en Groningen).

•

De extra groei van 18.000 - 32.000 banen laat zich grofweg vertalen naar: 140-200 hectare bedrijventerrein en 74.000-101.000 m2 aan nieuw kantooroppervlak.

•

Huidige situatie • Leeuwarden: 80.300 banen • Groningen: 169.800 banen • Westerkwartier: 25.300 banen • Smallingerland: 31.300 banen • Heerenveen: 34.500 banen • Fryske Marren: 22.100 banen • Noordoostpolder: 27.800 banen • Urk: 13.100 banen • Lelystad: 39.400 banen

•

Voor de (A) referentie zonder Lelylijn gaan we uit van WLO Hoog (tot 2050): • Leeuwarden: 7.400 banen (+9%) • Groningen: 15.600 banen (+9%) • Westerkwartier: 2.300 banen (+9%) • Smallingerland: 2.800 banen (+9%) • Heerenveen: 3.200 banen (+9%) • Fryske Marren: 2.000 banen (+9%) • Noordoostpolder: 10.100 banen (+36%)

• • •

Urk: 4.700 banen (+36%) Lelystad: 14.200 banen (+36%)

Voor het (B) referentiescenario met Lelylijn en zonder verandering in ruimtelijke keuzes gaan we aan de hoge kant van de bandbreedte zitten. De banenverdeling (tot 2050) is dan als volgt: • Leeuwarden: 12.700 banen (+16%) • Groningen: 26.700 banen (+16%) • Westerkwartier: 3.100 banen (+12%) • Smallingerland: 4.400 banen (+14%) • Heerenveen: 4.900 banen (+14%) • Fryske Marren: 2.800 banen (+13%) • Noordoostpolder: 11.400 banen (+41%) • Urk: 5.200 banen (+40%) • Lelystad: 16.300 banen (+41%)

Uitgangspunt. Water en bodem sturend in de denkrichtingen. Op 25 november 2022 heeft het kabinet besloten water en bodem sturend te laten zijn bij beslissingen over de inrichting van Nederland. Dit betekent een omslag in ons denken en doen. Een stevige opgave, maar met voordelen op de korte en de lange termijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het beter kunnen omgaan met overstromingen en droogte. Om het principe “water en bodem sturend” concreet te maken in de denkrichtingenstudie zetten we 2 tools in (die in het kader van de Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040 zijn ontwikkeld en toegepast, in nauwe samenwerking met de Brabantse waterschappen), namelijk: • Signaleringskaart voor locatiekeuze • Ambitieladder voor de inrichting van het verstedelijkt gebied De tools helpen bij het gesprek over locatiekeuze en inrichting. Afhankelijk van de denkrichting geven we de uitkomsten van de tools een andere lading mee. Dit om de randen van het speelveld op te kunnen zoeken. En om het ruimtelijk effect van bodem en water sturend inzichtelijk te maken.

83

Signaleringskaart. Water en bodem sturend. INDICATOR 1. Waterveiligheid. Hoe kwetsbaar is een gebied voor overstromingen vanuit beken, rivier en zee?

1A. Extreem kleine kans: de kans dat een gebied ongeveer 1 keer in de 100.000 jaar overstroomt

1B. Middelgrote kans: de kans dat een gebied ongeveer 1 keer in de 100 jaar overstroomt

2. Bodemdaling: met kans op toenemende overstromingsrisico’s en schade.

•

•

• • • •

Beperkt (GROEN) (3-10cm) Matig (GROEN) (10-20cm) Vrij sterk (ORANJE) (20-40cm) Sterk (ORANJE) (40-60cm)

•

Zeer sterk (ROOD) (>60cm)

•

•

Matig kwetsbaar (GROEN) (<0,5 meter - (forse) wateroverlast en schade maar niet direct levensbedreigend. Lokale maatregelen om overlast te voorkomen/beperken zijn vaak mogelijk) Kwetsbaar (ORANJE) (0,5-2,0 meter - Forse schade en in potentie levensbedreigend, evacuatie naar 1e verdieping) Zeer kwetsbaar (ORANJE) (>2,0 meter Levensbedreigend, evacuatie naar 1e verdieping niet toereikend)

Overstromingsdiepte | Extreem kleine kans (Bron: Klimaateffectatlas.nl, LIWO/ROR) 84

INDICATOR 2. Bodemdaling. Is er kans op schade aan wegen, huizen, bruggen, riolering, kabels en leidingen?

•

•

Matig kwetsbaar (GROEN) (<0,5 meter - (forse) wateroverlast en schade maar niet direct levensbedreigend. Lokale maatregelen om overlast te voorkomen/beperken zijn vaak mogelijk) Kwetsbaar (ORANJE) (0,5-2,0 meter - Forse schade en in potentie levensbedreigend, evacuatie naar 1e verdieping) Zeer kwetsbaar (ROOD) (>2,0 meter Levensbedreigend, evacuatie naar 1e verdieping niet toereikend)

Overstromingsdiepte | Middelgrote kans (Bron: Klimaateffectatlas.nl, LIWO/ROR)

Bodemdaling Scenario Hoog | 2020-2100 (Bron: Klimaateffectatlas.nl, Deltares, TNO en WENR)

INDICATOR 3. Wateroverlast. Is er sprake van kwel en komt de grondwaterstand dicht aan het maaiveld?

SIGNALERINGSKAART. Optelsom van de voorgaande 3 indicatoren.

3A. Grondwateroverlast: zijn gebieden ook zonder kostbare aanpassingen geschikt te maken?

3B. Grondwaterstand: leent het gebied zich voor een voldoende drooglegging/bouwpeil?

Signaalwerking: waar heb je bij bouwen de wind mee en waar heb je de wind tegen?

•

•

• • • • •

• •

Zeer geschikt (GROEN) (Infiltratie / wegzijgingsgebied) Matig geschikt (GROEN) (Intermediair gebied) Minder geschikt (ORANJE) (Kwelgebied)

LHM4.1 Gemiddelde Kwel-Inzijging 2011-2018 (NHI.nu dataportaal)

•

•

Zeer geschikt (GROEN) (>140 cm onder maaiveld - geschikt) Matig geschikt (GROEN) (100-140 cm onder maaiveld – in de toekomst mogelijk te nat voor bebouwing) Minder geschikt (ORANJE) (<100cm onder maaiveld – in huidige situatie al te nat voor bebouwing)

LHM4.1 GHG 2011-2018 (NHI.nu dataportaal)

Vanuit watersysteem niet geschikt Vanuit watersysteem beperkt geschikt Vanuit watersysteem geschikt Beschermd natuurgebied (ter oriëntatie) Bestaand verstedelijkt gebied (ter oriëntatie) Deze signaleringskaart signaleert of je het watersysteem bij ontwikkelingen mee of tegen hebt. In de verschillende denkrichtingen kan de waardering van de kleuren variëren, maar achter rood of oranje schuilt altijd een winstwaarschuwing. Hier kan het % uitgeefbaar / de GREX onder druk komen te staan als gevolg van de lokale wateropgave.

85

Ambitieladder. Inrichting verstedelijkt gebied. De ambitie vanuit Water en Bodem Sturend is om regenwater in het eigen gebied vast te houden: dus geen afwenteling van een effect van binnen naar buiten het verstedelijkt gebied en niet afwentelen van realisatiekosten voor de korte termijn naar hogere beheer en adaptatiekosten op middellange termijn. Daarbij gaat het niet alleen maar om wateroverlast voorkomen, maar zeker ook om infiltratie van water ter aanvulling van het grondwater. De laatste droge jaren hebben laten zien hoe belangrijk dat is. Feit is dat de

inrichting van het bestaand stedelijk gebied één van de hoofdoorzaken voor de huidige druk op het grondwater is. Binnenstedelijk en binnendorps ligt er daarom urgentie om een groen-blauwe opgave te realiseren. Ook in het kader van een positieve bijdrage aan gezondheid, aantrekkelijke leefmilieus en het tegengaan van hittestress. Om de ruimtelijke opgave inzichtelijk te maken stellen we onderstaande ambitieladder voor (de beschreven maatregelen zijn ter illustratie om

Aan de verschillende denkrichtingen worden verschillende ambitieniveaus gekoppeld. Minimale streefwaarde voor een buurt is >20% groen/blauw en <70% verharding. Dat komt voor groen opgezette naoorlogse wijken neer op 0-5% vergroenen en betekent voor versteende bedrijventerreinen en centrumgebieden (in stad en dorp) minimaal circa 15-20% extra groen en blauw.

Ambitie 0

Ambitie 1

Ambitie 2

Ambitie 3

Ambitie 4

Ambitie 5

- groen/blauw Denk aan: Ruimte voor

+ 0-5% groen/blauw Denk aan: Vergroening

+ 5-15% groen/blauw Denk aan: In hele buurt

+ 15-30% groen/blauw Denk aan: In hele buurt

+ 30-70% groen/blauw Denk aan: In hele buurt

+ >70% groen/blauw Denk aan: Stad te gast in

groen en blauw neemt af als gevolg van nieuwe

en verblauwing van individuele straten,

minimaal een vijfde van alle straatverharding

transformatie naar groenblauwe leefstraten en

alle daken vergroenen, inclusief een deel van de

de natuur. ‘Horizontale stadsdelen’ komen ten

ontwikkelingen.

gebouwen en tuinen

vergroenen (nieuwe

verspreid over de buurt

gevels en een vijfde van

goede aan groen en

(hier en daar tegels eruit en groen erin).

bomen, watervertragende groenstroken,

individuele vergroening van tuin en gebouw

het straatprofiel.

blauw. Verticaal ruimte voor groene gevels.

waterdoorlatende verharding, geveltuinen en

(groene gevels en daken, waterdaken, waterpleinen,

groene hagen).

geveltuinen, waterlopen, groenstroken en wadi’s).

86

gevoel te krijgen voor orde van grootte en zijn berekend op basis van een aantal casestudies).

87

Differentiatie. Woonmilieus. Ter inspiratie. Op veel plekken in noordelijk Nederland zijn woningdichtheden tot 20 woningen per hectare momenteel de standaard. In Heerenveen, Drachten, Sneek en Emmeloord komen we dichtheden tot 30 woningen per hectare tegen. In de centra van Lelystad, Urk en Sneek komen we dichtheden tot 50-60 woningen per hectare tegen. In Leeuwarden en Groningen liggen de woningdichtheden hoger, daar komen dichtheden tot boven de 100 woningen per hectare voor. In de verschillende denkrichtingen wordt er gevarieerd in dichtheden. Onderstaand ter illustratie een beeld bij de getallen.

88

Landelijk (<5 woningen per hectare)

Dorps (circa 5-10 woningen per hectare)

Suburbaan (circa 20-30 woningen per hectare)

Semi-stedelijk (circa 40 woningen per hectare)

Stedelijk (circa 60-80 woningen per hectare)

Hoogstedelijk (>100 woningen per hectare)

Differentiatie. Werkmilieus. Ter inspiratie. In heel Nederland zijn in de afgelopen decennia nieuwe (gemengde) werkmilieus ontstaan, denk aan: DRU Industriepark (Ulft), Havenkwartier (Deventer), Noorderhaven (Zutphen), Wagenwerkplaats (Amersfoort), Strijp S, High Tech Campus, Brainport Industries Campus, Campinaterrein (Eindhoven), Zwitsal Terrein (Apeldoorn), Stationsgebied (Tilburg), RDM campus (Rotterdam), Binckhorst (Den Haag), Honigcomplex (Nijmegen), Merwedekanaalzone, Science Park (Utrecht), NDSM, Westergasfabriek, Zuidas (Amsterdam), Bio Science Park (Leiden).

Extensief bedrijventerrein (0-10 banen per hectare)

Traditioneel bedrijventerrein (20 banen per hectare)

Thema-/ Kenniscampus (40-60 banen per hectare)

Stedelijke broedplaats (50-80 banen per hectare)

Stedelijk centrummilieu (80-120 banen per hectare)

Hoogstedelijk milieu (>120 banen per hectare) 89

Denkrichtingen. Hoeken van het speelveld. We onderzoeken vier verschillende denkrichtingen. Niet met als doel om er uiteindelijk één te kiezen, wel om de hoeken van het speelveld inzichtelijk te maken en om daarvan te leren. Uitgangspunten Een aantal uitgangspunten zijn voor alle denkrichtingen gelijk: we zetten in op (1) het versterken van de DNA/identiteit van noordelijk Nederland; (2) Water en Bodem zijn sturend; (3) er wordt een oplossing geformuleerd voor alle opgaven; (4) de autonome groei en afspraken uit de woondeals worden gerespecteerd. De 15 opgaven uit hoofdstuk 3 hebben we in de denkrichtingen samengevat tot 6 hoofdopgaven: Economische structuurversterking, Woningbouw, Duurzaam mobiliteitssysteem, Landelijk gebied, Water en bodem sturend, Vitale dorpskernen. Hoeken van het speelveld De hoeken van het speelveld zijn opgebouwd langs een assenkruis. Op de horizontale as zetten we twee typische ruimtelijke ordeningsconcepten tegenover elkaar, namelijk ‘concentreren’ van ontwikkelingen versus het ‘spreiden’ van ontwikkelingen. Op de verticale as variëren we in de positionering van noordelijk Nederland ten opzichte van de rest van de wereld. We zetten ‘lokaal versterken’ tegenover ‘netwerk versterken’. In ‘lokaal versterken’ staat de eigen streek, identiteit, 90

taal en cultuur centraal. Deze richting past goed bij de Cittaslow gedachte (letterlijk de Langzame stad, een internationaal keurmerk voor plekken die op het gebied van landschap, streekproducten, gastvrijheid, cultuurhistorie en behoud van identiteit goed scoren). In ‘netwerk versterken’ zien we noordelijk Nederland veel meer als onderdeel van het Nationaal Stedelijk Netwerk. Deze richting past goed bij de Global city gedachte waarbij steden worden gezien als gespecialiseerde knooppunten in een mondiaal economisch systeem. Methode om ontwerpend te onderzoeken De denkrichtingen stellen we op om te doordenken wat de mogelijke effecten en concequenties zijn van verschillende ruimtelijke keuzes en Lelylijnconcepten. Per denkrichting werken we illustratief een aantal casussen uit om gevoel te krijgen voor de orde van grootte ontwikkelmogelijkheden / laadpotentie per stationsgebied. In de denkrichting ‘Dertig minuten gemeenschap’ verkennen we onder andere wat er voor nodig is om banen en voorzieningen te behouden in de directe nabijheid van de woonplaats. Kan een Lelylijn een positieve bijdrage leveren aan de kleinere kernen en wat is het effect van een spreidingsmodel op de mobiliteitsvraag? In de denkrichting ‘Vitaal Ecoland’ verkennen we onder andere het thema Water en Bodem Sturend.

Wat is het ruimtelijke effect van klimaatverandering op bestaande woon- en werkmilieus? En kan en Lelylijn hoogwaardig worden ingepast in een landschap van wereldklasse? In de denkrichting ‘Stedelijk Netwerk’ verkennen we onder andere wat er orde van grootte aan programma nodig is om in Heerenveen, Drachten en Emmeloord te komen tot een stedelijk interactiemilieu. En hoe de verschillende stedelijke kernen van noordelijk Nederland beter van elkaars nabijheid en kwaliteit kunnen profiteren. Wat doet een schaalsprong naar meer stedelijkheid voor de mobiliteitsvraag? In de denkrichting ‘Internationale topregio’ verkennen we onder andere de kansrijkheid van een internationale verbinding naar Bremen en Hamburg. Hoeveel groei kunnen Groningen en Leeuwarden aan zonder aan kwaliteit in te boeten? Is er voldoende agglomeratie- en innovatiekracht om mee te kunnen met economische powerhouses als de Randstad, Metropoolregio Hamburg, Bremen en de Sontregio (Kopenhagen en Malmö)?

Spreiden

Lelylijn in een Internationale topregio

Lelylijn in een Stedelijk Netwerk

Lelylijn in een Vitaal ecoland

Lelylijn in een Dertig minuten gemeenschap

Lokaal versterken

Concentreren

Netwerk versterken 91

De bouwstenen/oplossingsrichtingen. Hoeken van het speelveld

Economische structuurversterking

Dertig minuten gemeenschap

•

•

• •

Duurzaam mobiliteitssysteem

Woningbouw

•

92

• •

• •

Vitaal ecoland

Centrumdorpen specialiseren zich economisch en huisvesten een lokaal gewortelde wereldspeler. Koplopers MKB hebben een eigen campus. Lokale functiemenging op dorpsniveau: 30% van de economie in de linten.

•

Bouwen naar lokale aard en schaal. Uitbreiden (wonen en werken / een straatje erbij) mag. Nieuwe samenwoonvormen en doorstroomopties ouderen in de eigen buurt. Sociale woningbouw in het dorp.

•

Vier keer per uur een sprinter. Additioneel komt er een fijnmazig netwerk van flexibel OV, BRT-bussen en snelfietsroutes richting de slecht op het netwerk aangetakte kernen. Mensen vinden binnen 30 minuten reizen alles wat ze nodig hebben. De centrumkern biedt toegang tot de wereld. Op het station is ruimte voor P+R.

•

•

•

•

•

Stedelijk netwerk

Accepteren van woon-werk onbalans. Specialiseren als rustige, ruime en ontspannen woon- en recreatieregio nabij grootstedelijke drukte van de Randstad. Een met de stad en trein verweven toeristische economie met specialisatie in (water) sport, wandelen, (race)fietsen en streekproducten.

•

Landschap wint ruimte terug op stad en dorp. De groenblauwe opgave is een ontwikkeldoel op zichzelf en vraagt om het transformeren van bestaande buurten. “Auto eruit, groen erin”. ‘No net land take’ (geen uitleglocaties meer).

•

Twee keer een intercity en twee keer een sprinter. Natuur en water zijn sturend. Dit perspectief gaat (om aantasting van natuur te beperken) uit van strakke bundeling van de Lelylijn (met de snelweg) en van compacte boogstralen (ten koste van snelheid). Wonen nabij OV-knooppunten met nabijheid op trein- en fietsafstand.

•

•

•

•

Internationale topregio

Uitgaande van borrowed size (lenen van de kracht van de buren). Elke stad een campus in de spoorzone. Met onderwijs en innovatieclusters. Nieuwe innovatieve broedplaatsen voor behoud van start-ups en lokaal talent. Nieuwe ruimtevraag bedrijven en circulaire hubs concentreren rond knopen energie, haven, weg, (goederen)spoor.

•

De stad Groningen maakt een forse schaal- en kwaliteitssprong en gaat zich profileren in internationale context, ze wordt selectiever en faciliteert alleen functies die om hoogstedelijke nabijheid en internationale verbondenheid vragen. Leeuwarden wordt stedelijker.

Met name concentreren binnen 2km lopen en fietsen van de stedelijke spoorzones van Lelystad, Emmeloord, Heerenveen, Drachten, Leeuwarden en Groningen. Meer stedelijkheid en nabijheid en creëren van ontmoetings- en interactiemilieus.

•

Vergroten contrast mozaïek. Hoogstedelijk in Groningen. Stedelijk in Leeuwarden. Buiten de grote steden prettig, landschappelijk en ontspannen wonen.

Twee keer per uur een intercity en twee keer per uur een sprinter voor ‘voorstadstations’. Hubs of P+R rondom stedelijke centra en spoorzones om die plekken autovrij in te kunnen richten voor verblijven en interactie.

•

Twee keer per uur een Intercity Direct tussen Amsterdam Zuid, Groningen en Bremen/Hamburg. En tussen Amsterdam Zuid en Leeuwarden. Aanvullend twee keer per uur een intercity. Lopen+fiets+OV dominant in de stad. Q-link (P+R) systeem uitbreiden rondom Groningen (en beperkt ook in Leeuwarden).

•

92

Dertig minuten gemeenschap

Landelijk gebied

•

•

•

Water en bodem stuernd

•

•

Vitale dorpskernen

•

•

Vitaal ecoland

Landbouw en veeteelt blijven belangrijke dragers van het landelijke gebied. Benutten van oogstpotentie landelijk gebied voor lokaal MKB (grondstoffen voor circulaire economie). Toeristisch gebiedsprofiel vanuit lokale identiteit en specialisatie.

•

In principe geen uitleglocaties op plekken die vanuit het watersysteem ongeschikt zijn. Uitzonderingspositie aan oostkant van Lemmer om plaatswaarde te creëren rondom station. Hogere vergroeningsambitie bij inrichting.

•

Autonome centrumdorpen met juiste schaal voor voorzieningendraagvlak (10.000 woningen nodig voor supermarkt en bibliotheek). Voor kleinere kernen zijn er rondreizende voorzieningen (zoals bijvoorbeeld een zorgbus).

•

•

•

•

•

Stedelijk netwerk

Internationale topregio

Lelylijn als ‘ontginningsas’ voor ruilverkaveling “nieuwe natuur”. Het landelijk gebied als proef- en experimenteertuin voor natuurlijke / biologische landbouwproducten met een eerlijke prijs. De stedeling fungeert als procumer. Er is ruimte voor lokale voedselproductie. Uitgaande van de lagenbenadering. Teelt volgt waterpeil.

•

Landschap van wereldklasse in contramal stedelijk systeem. Het runnen van gezonde agrarische bedrijven gaat hier samen met het verhogen van biodiversiteit en recreatieve waarden in het boerenland (streekproducten worden vermarkt in de stad en er ontstaan weidevogel en boerenfietsroutes).

•

Het landelijk gebied moet toegankelijker, bekender en waardevoller worden voor de stedelijke inwoners van Groningen en Leeuwarden.

Geen nieuwe ontwikkelingen (uitleglocaties wonen en werken) op plekken die niet of beperkt geschikt zijn vanuit het watersysteem. De groenblauwe structuren van steden, dorpen en buurten zijn een ontwikkeldoel op zichzelf. Maximale vergroeningsambitie bij inrichting.

•

Geen nieuwe ontwikkelingen (uitleglocaties wonen en werken) op plekken die vanuit het watersysteem ongeschikt zijn. Op beperkt geschikte plekken is ontwikkeling mogelijk wanneer er geen afbreuk wordt gedaan aan het waterbergend vermogen van het gebied. Minimale vergroeningsambitie bij inrichting.

•

Geen nieuwe ontwikkelingen (uitleglocaties wonen en werken) op plekken die vanuit het watersysteem ongeschikt zijn. Op beperkt geschikte plekken is ontwikkeling mogelijk wanneer er geen afbreuk wordt gedaan aan het waterbergend vermogen van het gebied. Minimale vergroeningsambitie bij inrichting.

De dorpen specialiseren zich in rust, ruimte, ontspanning en natuur van wereldklasse. Waterrecreatie en nieuwe natuurgebieden bieden aanknopingspunten voor specialisatie, ontwikkeling en voorzieningenaanbod.

•

Omdat grote en middelgrote steden excelleren in stedelijke milieus worden de groene en ontspannen dorpse woonmilieus meer complementair in plaats van concurrerend. Platteland profiteert van groei banen en voorzieningen nabij. Autonome dorpen worden woondorpen.

•

•

•

•

Autonome dorpen worden woondorpen met hoge landschappelijke inbedding en ontmoetingsplek. De supermarkt, bibliotheek, huisarts, etc. krijgen een plek op de overstaphubs tussen stad en platteland.

93

(Denkrichting 1) Lelylijn in een ...

In deze denkrichting staan lokale

Dertig minuten gemeenschap

Noaberschap zijn de centrale kernwaarden.

gemeenschappen centraal. Mienskip en Mensen kennen elkaar, voelen zich onderling verbonden en zijn trots op de hechte sociale banden, de buurt, de wijk, de cultuur, de taal en het landschap. Samen dragen ze zorg voor hun nabije omgeving. Kleinschaligheid en lokale functiemenging zijn de norm. Mensen vinden binnen 30 minuten reizen alles wat ze nodig hebben. De voorzieningenkernen hebben hun eigen economische specialisatie en huisvesten een lokaal gewortelde wereldspeler (denk bijvoorbeeld aan de Health Campus en Photonis in Roden, Paques in Balk, het Luchten ruimtevaartcentrum in Marknesse, Stertil Group in Kloostertille, Zuidberg in Ens, Douwe Egberts en Comecer in Joure, Hytrans Systems in Lemmer en ZiuZ in Gorredijk). Er is lokale functiemenging met economie aan huis en nabijheid van wonen, werk, natuur, recreatie, energie en voorzieningen. Dit maakt dat elke voorzieningenkern ook zijn eigen treinstation heeft.

94

95

Lelylijn-Concept De bouwstenen behorende bij deze denkrichting: OPGAVE. Economische structuurversterking (vergroten beroepsbevolking, behoud jongeren, woon-werkbalans, ruimtevraag grootschalige bedrijvigheid en circulaire economie) •

•

•

Centrumdorpen specialiseren zich economisch en huisvesten een lokaal gewortelde wereldspeler. Koplopers MKB hebben eigen campus. Ze trekken onderwijs naar zich toe. En regelen zelf vervoer met busjes. Koplopers MKB zijn ook de lokale hubs /spil in het circulaire systeem (“Dorpsfabriek”). Ze trekken de lokale oogstpotentie en reststromen naar zich toe. Lokale functiemenging op dorpsniveau: 30% van de economie in de linten (economie aan huis en in vrijkomende agrarische bebouwing). Specialisatie in verzorgende economie, agrifood (o.a. machinebouw en eiwittransitie) en martiem (o.a. jachtbouw).

OPGAVE. Woningbouw (mede in relatie tot vergrijzing, diversifiëring en verduurzaming) •

• 96

Sociale cohesie is het uitgangspunt. We zetten in op nieuwe samenwoonvormen. Ouderen kunnen doorstromen in eigen buurt. Mantelzorgwoningen erbij in de tuin/op het erf. Bouwen naar lokale aard en schaal. Kiezen en

Indicatief programma specialiseren. Uitbreiden (wonen en werken / een straatje erbij) mag. Ook in het centrumdorp komen betaalbare ruimten voor start-ups en sociale woningbouw.

OPGAVE. Landelijk gebied (klimaatopgave, landbouwtransitie, toerisme en recreatie) •

OPGAVE. Duurzaam mobiliteitssysteem (mede in relatie tot aantakking van het platteland)

•

•

•

•

•

Mensen vinden binnen 30 minuten reizen alles wat ze nodig hebben. We gaan uit van een sprinter die 4x per uur stopt op alle stations (incl. Urk, Lemmer, Joure, Akkrum, Grou-Jirnsum en Leek). Additioneel komt er een fijnmazig netwerk van flexibel OV, BRT-bussen en snelfietsroutes richting de slecht op het netwerk aangetakte kernen Balk, Bolsward, Burgum en Oosterwolde. De centrumkern biedt toegang tot de wereld. Op het station is ruimte voor P+R.

Landbouw en veeteelt blijven belangrijke dragers van het landelijk gebied. Benutten van oogstpotentie landelijk gebied voor lokaal MKB (grondstoffen voor circulaire economie) Toeristisch gebiedsprofiel vanuit lokale identiteit en specialisatie.

OPGAVE. Water en bodem sturend •

•

Geen nieuwe ontwikkelingen (uitleglocaties wonen en werken) op plekken die rood kleuren in de signaleringskaart. Op oranje plekken is ontwikkeling mogelijk wanneer er geen afbreuk wordt gedaan aan het waterbergend vermogen van het gebied. Uitzonderingspositie aan oostkant Lemmer (rode plek op de kaart) om plaatswaarde te creëren rondom station. Ambitieniveau 3 of 4 in de ambitieladder.

In deze denkrichting is vooral programma nodig om de (nieuwe) stationsomgevingen van Lemmer, Joure, Akkrum, Grou, Leek, Drachten, Heerenveen-Noord en Emmeloord een impuls te geven. Eerste inschatting is dat we in deze denkrichting voor de 9 Lelylijn-gemeenten uitgaan van orde van grootte 80.000 - 100.000 woningen en 70.000 - 90.000 banen (tot 2050, ten opzichte van de huidige situatie). Zonder Lelylijn komt de autonome groei voor de 9 gemeenten uit op 66.000 woningen en 62.000 banen. In deze denkrichting zitten we daar respectievelijk 20-50% (woningen) en 1045% (banen) boven.

OPGAVE. Vitale dorpskernen •

Autonome centrumdorpen met juiste schaal voor voorzieningendraagvlak (10.000 inwoners nodig voor supermarkt en bibliotheek). Voor kleinere kernen zijn er rondreizende voorzieningen (zoals bijvoorbeeld een zorgbus). 97

Inspiratie. Dertig minuten gemeenschap

Het concept van de dertig minuten gemeenschap toont gelijkenissen met het inrichtingsprincipe achter de Noordoostpolder. Bij de drooglegging van de Noordoostpolder besloot men om de theorie van de Duitser Walter Christaller in de praktijk te brengen. Christaller was economisch geograaf en ontwikkelde in 1932 de zogeheten centraleplaatsen-theorie (CPT). Hij had in Zuid-Duitsland regelmaat ontdekt in de grootte van steden, hun onderlinge afstand en hun voorzieningen en vroeg zich af of dit toeval was of dat hier economische overwegingen aan ten grondslag lagen. En als dit laatste zo zou zijn, dan kon er misschien een ideaalmodel ontwikkeld worden, waarbij voorzieningenvraag en aanbod in evenwicht zouden zijn. Het leidde na de oorlog tot een ruimtelijke inrichting waarbij in de Noordoostpolder Emmeloord de centrumfunctie verwierf met een uitgebreid winkelaanbod, waaromheen op gelijke fietsafstand buurtschappen als Ens, Rutten, Kraggenburg en Tollebeek werden gedrapeerd. De 10 dorpen van de Noordoostpolder zijn, net zoals Urk, voor voorzieningen en OV georiënteerd op Emmeloord.

98

Deze kaart is een eerste schets voor het gesprek over met name wonen, werken en spoor. Binnen het parallelle bereikbaarheidsonderzoek worden (ook andere) tracévarianten onderzocht (en getoetst).

Gesprekskaart Casus Heerenveen In deze denkrichting gaan we uit van een kruisstation in HeerenveenNoord. Het station komt te liggen in een gebied waar nu de infrastructuur (Haven, A7, A32) en industrie bepalend zijn. Om van het station een fijne omgeving te maken is hier transformatie nodig. Door functieverandering zou er ruimte kunnen ontstaan voor 5.000 - 15.000 woningen. Rondom het te ontwikkelen Klaverblad Noordoost is in nevenstaande kaart ruimte gevonden voor nieuw areaal bedrijventerrein.

99

Deze kaart is een eerste schets voor het gesprek over met name wonen, werken en spoor. Binnen het parallelle bereikbaarheidsonderzoek worden (ook andere) tracévarianten onderzocht (en getoetst).

Gesprekskaart Casus Joure In Joure komt het spoor aan de zuidkant van de bestaande kern. Daar ligt een kans om een eventueel nieuw regionaal ziekenhuis een prominente plek te geven. Tegelijkertijd ligt er een ontwerpvraag hoe de barrière van de A6 op te lossen voor fietsers en voetgangers. Rondom het spoor kan ruimte worden gevonden voor circa 3.000 - 4.000 woningen, in een gemengd gebied. Aan de noordzijde van de kern ligt ongeveer even zoveel ruimte, maar wel in een gebied wat rood kleurt op de signaleringskaart. In het paars is aanvullend nieuw bedrijventerrein ingetekend.

Transferium Dieren Foto: Wurck

Foto: Zaans Medisch Centrum 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13985415/1