CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

d. notitie met beantwoording vragen

Raad 2 november 2023, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Regiopark Oostburg30.987 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

20.56 Kan het college aangeven waarom er geen afweging is gemaakt tussen de belangen van een nieuw evenemententerrein en de belangen van woongenot van omwonenden en overige inwoners van Oostburg en omgeving? Graag ook een toelichting hierop. De beantwoording van deze vraag is gelijk aan de beantwoording van vraag 20.33. Eenvoudigheidshalve wordt hier volstaan met een verwijzing naar antwoord 20.33. 20.57 Wij willen van het college weten waarom er in het ontwerpbestemmingsplan geen eindtijd voor een evenement is opgenomen, omdat dat is in strijd met de Nota Evenementenbeleid, waar de eindtijd is bepaald op 00.30 uur respectievelijk 01.30 uur want er behoren in het bestemmingsplan regels gesteld te worden voor versterkte en onversterkte muziek en voor de eindtijd van te organiseren evenementen? Omdat het bestemmingsplan op dit punt naar aanleiding van ingediende zienswijzen is aangepast verwijzen wij voor een antwoord op deze vraag naar hoofdstuk 4 (evenementen) van de notitie zienswijzen. 19

20.58 Verwijzend naar artikel 3.5.5., sub e van het ontwerpbestemmingsplan wilt u van het college weten of het college het eens is met de conclusie dat er dient opgenomen te worden dat er gemeten en beoordeeld moet worden ter plaatse van (de gevels van) de dichtstbijzijnde woning, gemeten vanaf de geluidsbron? Zo nee, waarom niet? In artikel 3.5.5. onder e is voor middelgrote evenementen bepaald dat het equivalente geluidniveau (LAeq,T) gemeten en beoordeeld ter plaatse van (de gevels) van woningen op een hoogte van 1,5 meter, veroorzaakt door mechanisch versterkte muziek en het versterkte stemgeluid, tijdens middelgrote evenementen niet meer mag bedragen dan 70 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode. Dit geldt dus ook voor de dichtstbijzijnde woning. 20.59 Kan het college verklaren waarom er bij het uitgevoerde geluidsonderzoek geen rekening is gehouden met het stemgeluid dat wordt voortgebracht door de bezoekers van de evenementen en of dat alsnog zal worden toegevoegd? Zo nee, waarom niet? Voor onze overweging ten aanzien van geluid naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt verwezen naar hoofdstuk 9 (geluid) van de notitie zienswijzen.

20.60 Is het college het met ons eens dat het alsnog toestaan van woningbouw in strijd is met het in de prijsvraag geschetste kader (woningbouwontwikkeling wordt niet toegestaan op deze locatie)? Zo nee, waarom niet? Verwezen kan worden naar het antwoord op vraag 20.7. 20.61 U stelt dat de te bouwen woning niet voldoet aan de uitgangspunten van het visiedocument ‘Krachtig Verbonden’ Hierin is opgenomen dat nieuwbouw van de woning vraaggericht dient te zijn en dat elke woning in de basis levensloopbestendig moet zijn. U vraagt waarom niet voldaan is aan deze uitgangspunten? In de ontwikkeling Regiopark Oostburg is de bouw van één woning voorzien. In basis wordt daarbij gedacht aan de functie bedrijfswoning. De wens is nadrukkelijk aanwezig om een meer flexibel gebruik van de woning niet bij voorbaat uit te sluiten. Daarom wordt een reguliere woonbestemming toegepast. Dit laatste betekent dat op basis van de ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling de behoefte aan deze ene woning moet worden aangetoond. In 2020 is een procesplan tussen de provincie en de gemeente overeengekomen, het Plan van Aanpak Plancapaciteit. Doel daarvan is om niet langer op aantallen maar meer op woonkwaliteit te sturen. In deze geldt het vereiste dat de woning gerealiseerd moet worden als nultredenwoning en daarmee in basis aan de gewenste woonkwaliteit voldoet.

Voor de toevoeging van één woning volgt de verantwoording uit de resultaten van de acties die gemeente en provincie samen uitvoeren in het kader van voornoemd Plan van Aanpak. 20.62 Kan het college uitsluiten dat mogelijke planschadeclaims in de toekomst (mbt geluidsoverlast e.d.) voor rekening van de gemeente Sluis kunnen komen? Met de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten waarin afspraken over kosten worden vastgelegd. Eén van deze afspraken bevat het afwentelen van eventuele planschadeclaims op de initiatiefnemer. De anterieure overeenkomst moet zijn ondertekend voordat het bestemmingsplan wordt uitgevoerd in het licht van economische uitvoerbaarheid van het plan.

20

5 Samenvatting vragen en beantwoording vragen zienswijze 22 22.1 U verwijst naar het bespreken van de inzendingen naar aanleiding van de prijsvraag door de gemeenteraad. U stelt dat hierbij maximaal 8 van de 19 raadsleden aanwezig waren en vraag of dit aantal representatief is voor de gemeenteraad? Besluitvorming over de verkoop van grond is een bevoegdheid van het college. Ten behoeve van deze besluitvorming heeft het college de gemeenteraad geraadpleegd tijdens een (besloten) bijeenkomst. Alle raadsleden zijn hiervoor uitgenodigd. 22.2 Het college heeft aangegeven dat voorliggend plan ook de voorkeur van de gemeenteraad had. U vraag in hoeverre 8 fractievoorzitters de gemeenteraad genoemd kunnen worden? Voor het antwoord op deze vraag verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 22.1. 22.3 In hoeverre kunt u de opmerkingen ‘mede op basis van uw inbreng’ en ‘de voorkeur van de raad’ na toetsing of hier sprake is van een op democratische gronden tot stand gekomen besluit in stand houden? Voor het antwoord op deze vraag verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 22.1. 22.4 Bent u het met mij eens dat hier absoluut niet gesproken kan worden van een besluit dat stoelt op een raadsmeerderheid? Voor het antwoord op deze vraag verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 22.1. Hierop kan aangevuld worden dat het vaststellen van het bestemmingsplan een bevoegdheid van de gemeenteraad is.

De gemeenteraad heeft op 8 maart 2022 besloten om het ontwerp bestemmingsplan Regiopark Oostburg ter inzage te leggen. 22.5 De criteria van de prijsvraag hebben in het Advertentieblad gestaan. Maar hoe kwam het college tot het voorkeursalternatief? De ingediende plannen zijn getoetst aan de criteria. Zie beantwoording vraag 20.7. Daarnaast zijn ze beoordeeld op kwaliteit en financiële draagkracht. Beide laatste aspecten zijn eveneens genoemd in de door u bedoelde voorwaarden. Bij deze beoordeling kwam voorliggend plan als beste plan uit de selectie. 22.6 En op welke wijze zijn die dan bekeken en beoordeeld? De plannen zijn eerst ambtelijk getoetst, vervolgens besproken door het college. En tot slot heeft het college de gemeenteraad geraadpleegd ten behoeve van de besluitvorming. 22.7 Waren dit de enige uitsluitingsgronden of waren er nog meer? Zo ja. Welke? Er is geen sprake van andere uitsluitingsgronden. 22.8 U stelt dat het in de intentieovereenkomst gaat over de percelen T1000, 1001, 1489 en 1712, samen 129.630 m2. U vraagt waar T1412 uit de voorwaarden van de prijsvraag is gebleven en waarvan gezegd wordt dat het eventueel gesplitst kan worden? Vlak voor het uitzetten van de prijsvraag heeft er een grondtransactie plaatsgevonden achter een paar woningen aan de Nieuwstraat. Met deze transacties was het mogelijk om de tuinen van de desbetreffende woonpercelen te vergroten.

Ten tijde van het uitzetten van de prijsvraag was deze 21

transactie nog niet kadastraal verwerkt en is er dus nog gesproken over de oorspronkelijke kadastrale perceel aanduidingen. Nadien is de situatie door het kadaster aangepast. Om die reden komen de kadasternummers uit de prijsvraag niet overeen met de huidige kadasternummers. 22.9 In de prijsvraag was er geen sprake van T 1712. U wenst uitleg over de perceelnummers die aan de initiatiefnemer te koop worden aangeboden en vraagt wat de perceelsnummers T 1712, T 1412 en T 1722 inhouden en wat het aantal m2 hiervan is. Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 22.8. Uit de verbeelding van het bestemmingsplan blijkt de ligging en omvang van het plangebied. Deze is te raadplegen via www.ruimtelijkeplannen.nl en ziet er als volgt uit:

22.10 U vraagt wanneer de wijzigingen van de perceelsnummers zijn doorgevoerd en waarom? Verwezen wordt naar het antwoord op vraag 22.8. 22.11 Krijgt de initiatiefnemer bij de aankoop van het hele perceel (dat bestaat uit 13 hectare) nu ook de mogelijkheid om T1412 (of onder welk nummer het nu staat) te splitsen, waardoor hij op het gedeelte grenzend aan Oostburg op termijn woningen kan bouwen? Het bestemmingsplan geeft de kader van de mogelijke ontwikkelingen aan. Binnen dit kader is het mogelijk om 1 woning te realiseren. Het realiseren van meerdere woningen is niet aan de orde en niet mogelijk. 22.12 Bent u het met mij eens dat hier sprake is van een camping? De verblijfsrecreatieve activiteiten zijn ondergeschikt, er is dus geen sprake van een verblijfsrecreatieterrein (camping). Het plangebied krijgt een dagrecreatieve bestemming met ondergeschikte mogelijkheden voor verblijfsrecreatie. Voor onze nadere motivering op dit punt naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen. 22.13 Vindt u dat de gegevens over het parkeren en de verkeersbewegingen nog geloofwaardig zijn? 22

Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer en parkeren naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt verwezen naar hoofdstuk 8 (verkeer) en hoofdstuk 10 (parkeren) van de notitie zienswijzen. 22.14 Hoe kun je hier verdedigen dat de verblijfsrecreatie ondergeschikt is aan de dagrecreatie? Verwezen kan worden naar het antwoord op vraag 22.12. 22.15 En wat is dan de hoofdactiviteit en wat de nevenactiviteit? Het plan ziet voornamelijk toe op dagrecreatie. Het betreft horeca, verblijven in het plangebied in de vorm van wandelen of spelen, kleinschalige en middelgrote evenementen en een overdekte speelvoorziening. Daarnaast worden broedplaatsen mogelijk gemaakt gericht op creatieve ontwikkeling van recreatieve concepten (in een kleinschalige kantoorachtige omgeving). De verblijfsrecreatieve eenheden zijn ondergeschikt aan deze functies. Zie tevens beantwoording vraag 22.12. 22.16 Ben u het met mij eens dat het plan (we gaan er van uit dat hiermee het bestemmingsplan is bedoeld) duidelijker moet zijn over de te verwachten ontwikkelingen? In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het plan toegelicht. In de regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksregels vastgelegd. Hiermee zijn de mogelijkheden voor het plangebied duidelijk vastgelegd (rechtszekerheid voor initiatiefnemer en omwonenden).

Binnen die mogelijkheden kan er sprake zijn van organische ontwikkeling, niet alle (bouw)mogelijkheden moeten bijvoorbeeld direct ingevuld worden. Ontwikkelingen buiten het kader van het bestemmingsplan zijn echter niet mogelijk. 22.17 Is het de bedoeling dat dit plan later onderdeel wordt van Vitaal West Zeeuws-Vlaanderen? Het plan kan ontwikkeld worden los van Vitaal West Zeeuws-Vlaanderen, het zal hiervan geen onderdeel uitmaken. Beide plannen kunnen elkaar wel versterken: het Regiopark als verblijf- en wandelgebied voor inwoners en gasten van Oostburg. 22.18 Waarom wordt hier zoveel ruimte gegeven voor een onbekende invulling van het terrein (groeimodel)? Verwezen wordt naar het antwoord op vraag 22.16. 22.19 U vraagt of de waarde van de grond afhankelijk is van wat er op mag? Tevens vraagt u of niet enkel door het feit dat er op termijn een uitbreiding van 2000 m2 aan het hoofdgebouw gerealiseerd gaat worden de waarde van de gronden in sterke mate omhoog gaat? Het ingediende plan in combinatie met het bod is als beste beoordeeld, het bod was daarmee de aankoopprijs. Om die reden wordt geen meerwaardeclausule opgenomen, het bestemmingsplan komt immers qua mogelijkheden overeen met het ingediende plan.

22.20 U vraagt of het college het eens is met u dat door deze vage omschrijvingen de controlerende functie van de raad belemmerd is? Verwezen wordt naar het antwoord op vraag 22.16. De mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt zijn voldoende duidelijk en afgekaderd. 23

22.21 U vraagt wie de onafhankelijke deskundige is waar naar verwezen wordt in de intentieovereenkomst? Het doel van de gesloten intentieovereenkomst is het nader uitwerken van het plan tot herontwikkeling van het plangebied. Op grond van deze overeenkomst hebben zowel de gemeente als de initiatiefnemer een inspanningsverplichting. Een intentieovereenkomst is een overeenkomst tussen partijen onderling en om die reden niet openbaar. Hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen gaat in op het advies dat is ingewonnen. Het advies is als bijlage bij de notitie zienswijzen gevoegd. 22.22 U vraagt of er via zelfrealisatie maatregelen zijn genomen waarbij u verwijst naar de intentieovereenkomst. Tevens vraagt u of er nu al activiteiten zijn die niet stroken met de voorwaarde genoemd bij zelfrealisatie. Afspraken over verevening worden vastgelegd in de anterieure overeenkomst, niet in het bestemmingsplan. Zoals in het ontwerpbestemmingsplan al is opgenomen, wordt een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer gesloten voor vaststelling van het bestemmingsplan. Daarmee wordt voldaan aan de verplichting dat het kostenverhaal anderszins verzekerd is. De mate van zelfrealisatie is een uitwerking van die overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer. De inhoud daarvan is niet openbaar.

Er zijn tot op heden geen activiteiten uitgevoerd door de initiatiefnemer, omdat de grond formeel nog in eigendom is van de gemeente. 22.23 U vraagt hoe het bouwplan in de toekomst getoetst kan worden aan de voorwaarden? In de regels zijn op de gebruikelijke manier maatvoeringen opgenomen. Indien van toepassing blijkt uit de regels en verbeelding waar welke bebouwing gerealiseerd kan worden. Aanvragen voor Omgevingsvergunning worden hieraan getoetst. 22.24 De anterieure overeenkomst moet uiterlijk voor vaststelling van het bestemmingsplan worden getekend. U vraagt wanneer uiterlijk is? De gemeenteraad neemt een besluit over vaststelling van het bestemmingsplan, hiervoor moet de anterieure overeenkomst zijn ondertekend. 22.25 U vraagt of taxatie van de grond heeft plaatsgevonden. Zo ja wenst u hiervan het resultaat in te zien. Het ingediende plan in combinatie met het bod is als beste beoordeeld, het bod was daarmee de aankoopprijs. Om die reden is geen taxatie uitgevoerd 22.26 In het geval er geen taxatie heeft plaatsgevonden wilt u weten waarom niet. Verwezen wordt naar de beantwoording van vraag 22.25. 22.27 U verwijst naar uw vraag 11, in hoeverre er nog mogelijkheid is om woningen te bouwen? Niet, zie het antwoord op vraag 22.11.

22.28 en 22.29 Onder verwijzing naar de prijsvraag vraagt u wie bij de overige deelnemers aan de prijsvraag de verhouding tussen hun bod en plan beoordeeld en langs welke criteria? 24

Verwezen wordt naar het antwoord op de vragen 22.5 en 22.6. 22.30 U vraagt in relatie tot de prijsvraag of er sprake is van overtreding van de Wet Markt en Overheid en of er sprake is van staatssteun? Staatssteun is economisch voordeel voor een onderneming door een steunmaatregel van de overheid. Als een overheid marktconform handelt geldt dit niet als staatsteun. In de nota Grondbeleid 2021 van de gemeente Sluis wordt het uitgangspunt gehanteerd dat de gemeente voor functies in de marktsector zoveel mogelijk een marktconforme grondprijs hanteert op basis van een getaxeerde waarde. Hierbij wordt specifiek ingegaan op openbare gronden, bedrijventerreinen en overige gronden. Het plangebied valt in de categorie overige gronden. Aangegeven is dat de gemeente Sluis geen grondprijzen heeft bepaald voor de uitgifte van overige gronden. Daar de gemeente de afgelopen jaren passief grondbeleid heeft gevoerd, heeft de gemeente slechts een beperkt aantal locaties in bezit waarvoor een specifieke ontwikkeling beoogd is. Omdat het slechts om een paar locaties gaat, vindt uitgifte van deze locaties plaats op basis van een prijsvraag (bv. locatie Euregiotuinen) of op basis van een door een onafhankelijk taxateur getaxeerde waarde. In dit geval is de methodiek van grondprijsbepaling via openbare inschrijving (prijsvraag). Bij een openbare inschrijving (bv.

prijsvraag) worden er meerdere marktpartijen uitgenodigd om een bod uit te brengen op de beschikbare bouwgrond. Dit kan plaatsvinden op basis van een reeds opgesteld stedenbouwkundig plan of op basis van een programma van eisen. De gemeente stelt in ieder geval vooraf kaders op, op grond waarvan gegund kan worden. Eén van deze kaders was ‘het initiatief moet zichzelf financieel kunnen bedruipen. Er zal een marktconforme prijs gehanteerd worden en er zal van gemeentewege geen bijdrage verleend worden aan de exploitatie van het initiatief’. Het ingediende plan voldeed aan dit kader. Er is dus geen sprake van staatsteun. Het doel van de Wet Markt en Overheid is om oneerlijke concurrentie door de overheid te voorkomen als zij economische activiteiten uitvoert. Het verkopen van grond is een economische activiteit is, zodat naast het staatssteunkader ook altijd rekening wordt gehouden met de Wet Markt en Overheid. Dit betekent dat de gemeente bij verkoop in ieder geval de gemaakte kosten moet verdisconteren in de koopprijs. In de Handreiking Wet Markt & Overheid wordt benadrukt dat er geen vaste manier is om integraal de kosten door te rekenen. Het is dus aan de gemeente om te bepalen hoe dit gedaan wordt; in principe zijn daarbij alle gangbare manieren toegestaan.

Uit de toelichting op het Besluit wet markt en overheid volgt dat - in geval van verkoop van een onroerende zaak - niet de verkrijgingsprijs als kostenpost worden aangemerkt, maar de boekwaarde van die grond volgens de jaarstukken. Deze boekwaarde wordt geacht meer in lijn te zijn met de actuele marktwaarde, omdat duurzame waardeverminderingen al zijn verwerkt in deze boekwaarde. Het uitgebrachte bod lag hoger dan de boekwaarde. Er is dus geen sprake van overtreding van de Wet Markt en Overheid. 22.31 U vraagt waar de geboden bouwmogelijkheden onder andere in relatie tot verblijfsrecreatie en broedplaatsen terugkomen in de wedstrijdvoorwaarden? Bij het uitschrijven van de prijsvraag zijn voorwaarden benoemd waaraan de inschrijvingen moesten voldoen. Deze zijn uitputtend benoemd bij de beantwoording van vraag 20.7, hierbij is ingegaan op verblijfsrecreatie. Broedplaatsen zijn niet genoemd in deze voorwaarden, de inschrijving moest voldoen aan de voorwaarden maar daarnaast was er uiteraard ook mogelijkheid tot eigen planinbreng. Er wordt in de prijsvraagvoorwaarden ook niet gesproken over bouwmogelijkheden maar over woningbouwmogelijkheden, dat zijn twee verschillende aspecten. 22.32 U stelt dat enkel initiatiefnemer wist dat er meer bebouwing op de locatie mogelijk was, als andere inschrijvers dit ook hadden geweten hadden zij een hoger bod uitgebracht. 25

De inschrijvers op de prijsvraag hebben allen dezelfde informatie ontvangen. 22.33 Naar aanleiding hiervan vraagt u of er sprake is van informatie ongelijkheid en of er voldaan is aan het gelijkheidsprincipe waaraan de gemeente zich dient te houden. Onder verwijzing naar het antwoord op vraag 22.32 kan gesteld worden dat alle inschrijvers op de prijsvraag gelijk behandeld zijn. 22.34 Kunt u aangeven wat de kosten van de gemeente tot nu toe zijn geweest om het initiatief van de initiatiefnemer te helpen verwezenlijken? De kosten beperken zich tot de ambtelijke inzet op het dossier. 22.35 U vraagt of het aantal uren aangegeven kunnen worden die nodig zijn geweest om de ambtenaren alle vragen, die in eerste instantie gesteld worden in de inspraakreacties, te laten beantwoorden. En of er een prognose gegeven kan worden t.a.v. de zienswijzen? De ambtelijke kosten worden op de gebruikelijke manier verhaald via de anterieure overeenkomst op de initiatiefnemer. 22.36 Ontstaan er hierdoor problemen bij het uitvoeren van andere taken? Bij de behandeling van dit dossier zijn geen problemen ontstaan bij het uitvoeren van andere taken. 22.37 U vraagt of het verstandig is om zo’n groot gedeelte van de personeelsinzet cq personeelskosten te blijven inzetten voor dit plan? Ook voor andere initiatieven komt het voor dat het behandelen van zienswijzen op een bestemmingsplan veel tijd vergt.

Zoals aangegeven worden deze ambtelijke kosten die hiermee gepaard gaan op de gebruikelijke manier verhaald via de anterieure overeenkomst op de initiatiefnemer. 22.38 Realiseert u zich dat de kosten nog aanzienlijk hoger kunnen uitvallen ivm de te verwachten planschade procedures? Het risico op planschade voor de gemeente is nihil, deze wordt namelijk via de anterieure overeenkomst verhaald op de initiatiefnemer. 22.39 en 22.40 U vraagt of het plangebied buiten de bebouwde kom ligt? Een dorp of stad heeft niet één bebouwde kom, maar meerdere kommen waarvan de grens en de bevoegdheid tot vaststelling van die grens afhankelijk is van het wettelijke kader. De grens van de bebouwde kom kan dus op verschillende manieren bepaald worden. Hieronder beperken we ons tot de bebouwde kom in de zin van de Wegenverkeerswet, bebouwde kom in de zin van de Wabo en bebouwde kom in de zin van de APV (Algemene Plaatselijke Verordening). De bebouwde kom in de zin van de Wegenverkeerswet wordt vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad en moet op grond van artikel 156a Wegenverkeerswet 1994 worden aangeduid (met de zogenaamde blauwe komborden). De bekendste gevolgen van het betreden van de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet staan in artikel 20 en 21 van het bij die wet horende reglement. Binnen 26

de bebouwde kom mogen motorvoertuigen maximaal 50 km per uur. Buiten de bebouwde kom mogen motorvoertuigen 130, 100 of 80 km per uur afhankelijk van de weg waarop zij rijden. Op grond van de Wegenverkeerswet loopt de grens van de bebouwde kom door het plangebied. Het plangebied van het Regiopark is in overwegende mate buiten de bebouwde kom gelegen. Dit blijkt uit onderstaande afbeelding.

De bebouwde kom in de zin van de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) wordt – op basis van vaste jurisprudentie – volgens de Afdeling niet bepaald door het zogenaamde blauwe kombord (de Wegenverkeerswet). Bepalend is de feitelijke situatie en de aard van de omgeving. Bij het bepalen van de grens is in dit geval van belang waar de bebouwing feitelijk (nagenoeg) ophoudt. Of anders gezegd binnen een bebouwde kom is de bebouwing op korte afstand van elkaar gelegen en geconcentreerd tot een samenhangende structuur. De bebouwde kom in de zin van de APV kan de gemeente zelf vaststellen of aansluiten bij een van de wettelijk vastgestelde grenzen. In de gemeente Sluis sluit de APV voor bebouwde kom aan bij de grenzen van de Wegenverkeerswet. 22.41 U vraagt of het klopt dat door de voorgenomen bouwplannen nauwelijks gekapt zal worden? En dat in dat geval een kapvergunning aangevraagd moet worden bij de provincie? Verwezen wordt naar onze overwegingen op dit punt naar aanleiding van de ingediende zienswijzen in hoofdstuk 6 (natuurwaarden) van de notitie zienswijzen. In geen geval moet een kapvergunning aangevraagd worden bij de provincie.

22.42 U vraagt of het plan kan voldoen aan door de gemeente gestelde doelen op het gebied van biodiversiteit en klimaatacceptatie? Verwezen wordt naar onze overwegingen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen in hoofdstuk 6 (natuurwaarden) van de notitie zienswijzen. Hieruit blijken maatregelen gericht op het behoud van de biodiversiteit binnen het plangebied. Het plan heeft als uitgangspunt om zoveel als mogelijk circulair te bouwen, de broedplaatsen hebben mede als inzet meer onderzoek te doen naar de mogelijkheden om circulair/duurzaam te ondernemen. Deze uitgangspunten kunnen echter niet (bindend) vastgelegd worden in het bestemmingsplan. 22.43 U vraagt of het juist is dat er wel archeologisch onderzoek moet plaatsvinden en dat niet volstaan kan worden met een verwijzing naar Waarde Archeologie 2. U wijst hierbij op de mogelijkheid om 2.000 m2 aan het hoofdgebouw te bouwen.

27

De archeologische waarden zijn op de gebruikelijke wijze vertaald in het bestemmingsplan. Bij aanvragen om Omgevingsvergunning wordt hieraan getoetst. 22.44 U vraagt of het college weet dat veel omwonenden nog nooit enig contact met de initiatiefnemer hebben gehad. Ons is bekend dat op initiatief van de initiatiefnemer er een open dag in het plangebied georganiseerd is. Iedereen is op dat moment in de gelegenheid gesteld om in contact te treden met de initiatiefnemer. Daarnaast zijn er huis aan huis folders bezorgd en is er een website gemaakt waar de mogelijkheid is geboden om in contact te treden met de initiatiefnemer. 22.45 U bent van mening dat de initiatiefnemer omwonenden in deze fase nauwer bij de planvorming had moeten betrekken. U vraagt of het college het hiermee eens is. Verwezen wordt naar het antwoord op vraag 22.44. Wij constateren dat de initiatiefnemer contact heeft gezocht met de omgeving. Omdat uw vraag niet feitelijk beantwoord kan worden doen wij hierover geen uitspraken. 22.46 U vraagt hoe de communicatie met de Stichting Euregiotuinen voor ons verlopen is. Voor de beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar het opgestelde document dat inzicht geeft in de communicatiemomenten. 22.47 In vervolg op vraag 46 vraagt u in hoeverre de gemeente/ het college haar taak in deze naar behoren heeft vervuld.

Na afronding van het traject van de prijsvraag (zoals uitgelegd bij vraag 20.1) is een voorontwerpbestemmingsplan tot stand gekomen. Het voorontwerp bestemmingsplan heeft met ingang van 28 januari 2021 gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn werd iedereen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een inspraakreactie in te dienen. Inspraak is een vorm van burgerparticipatie, die bij dit project is toegepast op basis van de door de raad vastgestelde inspraakverordening (in werking getreden op 22 augustus 2008) en waaraan conform de huidige wetgeving uitwerking aan is gegeven. Zoals in het visiedocument ‘Krachtig Verbonden 2021- 2025’ is aangegeven wordt burgerparticipatie wettelijk verplicht bij de invoering van de Omgevingswet. Hoe deze verplichting in de toekomst onder de Omgevingswet tot uitvoering zal worden gebracht is in deze procedure echter niet relevant, aangezien wij ons moeten baseren op de huidige geldende weten regelgeving. Tijdens contactmomenten met de Stichting Euregiotuinen voor ons en anderen is ons duidelijk geworden dat met name omwonenden in de fase tussen honorering van de prijsvraag en het ter inzage leggen van het voorontwerpbestemmingsplan meer (wederzijdse) communicatie met de gemeente over de planvorming op prijs hadden gesteld.

Destijds hebben wij zelf de keuze gemaakt om eerst de plannen concreter uit te laten werken en daarna het gesprek met de omgeving aan te gaan zodat een gerichter gesprek kon plaatsvinden. Wel hebben er in die periode twee gesprekken plaatsgevonden met de Actiegroep Stilte ja, als zijnde afvaardiging van de omgeving welke zorgen had over de plannen. Wij waren in de veronderstelling dat er op dat moment alsnog in de behoefte aan dialoog werd voorzien in dat stadium. Wij vinden het jammer dat de beleving hierover verschillend is en juist daarom zijn alle indieners van de zienswijzen in de gelegenheid gesteld om de zienswijze mondeling toe te lichten en hebben er na de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan drie gesprekken plaatsgevonden met de Stichting Euregiotuinen voor ons (voordien actiegroep Stilte Ja) en met de stadsraad Oostburg. (De 28

beleving van) contactmomenten tijdens het bedoelde moment zelf (tussen honorering prijsvraag en ter inzage leggen voorontwerpbestemmingsplan) kunnen we echter niet meer herstellen. 22.48 U vraagt of het college kan bewijzen, zoals dat straks bij de Omgevingswet verplicht wordt, de omwonenden voldoende inbreng hebben gehad in het besluitvormingsproces van het plan Regiopark Oostburg? Verwezen wordt naar het antwoord op vraag 22.47. 22.49 U vraagt of het groepskamperen past binnen de woonomgeving? U verwijst daarbij naar de toelichting op het bestemmingsplan waarin is gesteld dat er in de regio nu geen mogelijkheid is voor verenigingen en grote groepen om een weekend weg te organiseren omdat de verblijfsaccommodaties daarop niet geëquipeerd zijn en de mening met reguliere gasten veelal als belastend wordt ervaren. Gelet op de afstand tot woningen van derden is groepskamperen inpasbaar in het plangebied. Op grond van de van toepassing zijnde bestemmingsplannen kunnen groepen in principe wel verblijven op verblijfsrecreatieterreinen. In de toelichting op het bestemmingsplan is bedoeld dat op verblijfsrecreatieterreinen de combinatie van reguliere verblijfsgasten niet goed samengaat met groepskamperen met name omdat beiden verschillende inzet vragen op aan te bieden activiteiten. Binnen dit plan komen deze samen omdat ingezet wordt op bijvoorbeeld speelactiviteiten en evenementen.

22.50 U vraagt of er in het verleden initiatieven van ondernemers zijn geweest die geïnformeerd hebben/ een aanvraag ingediend hebben voor het inrichten van kampeerplaatsen voor groepen? En zo ja op welke gronden zijn deze dan afgewezen? In de afgelopen vijf jaar zijn er geen aanvragen ingediend voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van groepskamperen. 22.51 U vraagt of het college weet dat het scoren bij voetbalwedstrijden te horen is ter hoogte van de Schorpioen en de kermis van Oostburg tot in Waterlandkerkje te horen is. Deze informatie heeft geen betrekking op het plan en is daarom niet relevant voor de procedure. We verwijzen naar onze overwegingen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen op het punt van geluid in hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen. 22.52 U vraagt of het de bedoeling is om een geluidsexperiment uit te voeren. Dat is niet de bedoeling. We verwijzen naar onze overwegingen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen op het punt van geluid in hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen. 22.53 U vraagt of het college weet dat er nu reeds sprake is van planschade bij één van de direct omwonenden? Eventuele planschade (waardevermindering van een onroerend goed als gevolg van een planologisch besluit) kan pas ontstaan na het onherroepelijk worden van een planologisch besluit (in dit geval een bestemmingsplan).

Op dit moment kan er dus nog geen sprake van planschade zijn. 22.54 Wat was de termijn waarbinnen de onderhandelingen moesten zijn afgerond alvorens een intentieovereenkomst te sluiten? 29

Hiervoor is aan de voorkant geen termijn gesteld. 22.55 U vraagt of het college nog steeds van mening is dat het plan aan de voorwaarden van de prijsvraag voldoet. Het plan voldoet aan de voorwaarden van de prijsvraag. Verwezen wordt naar het antwoord op vraag 20.7. 6 Samenvatting vragen en beantwoording vragen zienswijze 27 27.1 Is het juist dat de gemeente het financieel gewin stelt boven de regels en de belangen van de inwoners? Bij een bestemmingsplanprocedure worden alle belangen zorgvuldig afgewogen. Dit hebben we ook in het kader van deze procedure gedaan. 27.2 Is de koopprijs van de Euregiotuinen conform de huidige marktprijs? Procedureel is de verkoopprijs niet relevant voor de bestemmingsplanprocedure. Uw vraag kunnen wij als volgt beantwoorden. De verkoopprijs is tot stand gekomen is tussen koper en gemeente, dus tussen partijen onderling. Om die reden verstrekken wij geen informatie hierover aan derden. Feitelijke aankoop/ overdracht van gronden vindt plaats nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is. Tevens wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 20.7. 27.3 In welke mate is hier sprake van een vorm van staatssteun in het kader van artikel 107 tot 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Staatssteun is economisch voordeel voor een onderneming door een steunmaatregel van de overheid.

Als een overheid marktconform handelt geldt dit niet als staatsteun. In de nota Grondbeleid 2021 van de gemeente Sluis wordt het uitgangspunt gehanteerd dat de gemeente voor functies in de marktsector zoveel mogelijk een marktconforme grondprijs hanteert op basis van een getaxeerde waarde. Hierbij wordt specifiek ingegaan op openbare gronden, bedrijventerreinen en overige gronden. Het plangebied valt in de categorie overige gronden. Aangegeven is dat de gemeente Sluis geen grondprijzen heeft bepaald voor de uitgifte van overige gronden. Daar de gemeente de afgelopen jaren passief grondbeleid heeft gevoerd, heeft de gemeente slechts een beperkt aantal locaties in bezit waarvoor een specifieke ontwikkeling beoogd is. Omdat het slechts om een paar locaties gaat, vindt uitgifte van deze locaties plaats op basis van een prijsvraag (bv. locatie Euregiotuinen) of op basis van een door een onafhankelijk taxateur getaxeerde waarde. In dit geval is de methodiek van grondprijsbepaling via openbare inschrijving (prijsvraag). Bij een openbare inschrijving (bv. prijsvraag) worden er meerdere marktpartijen uitgenodigd om een bod uit te brengen op de beschikbare bouwgrond. Dit kan plaatsvinden op basis van een reeds opgesteld stedenbouwkundig plan of op basis van een programma van eisen. De gemeente stelt in ieder geval vooraf kaders op, op grond waarvan gegund kan worden.

Eén van deze kaders was ‘het initiatief moet zichzelf financieel kunnen bedruipen. Er zal een marktconforme prijs gehanteerd worden en er zal van gemeentewege geen bijdrage verleend worden aan de exploitatie van het initiatief’. Het ingediende plan voldeed aan dit kader. Er is dus geen sprake van staatsteun. 27.4 Een van de wedstrijdvoorwaarden was dat verblijfsrecreatie als hoofdfunctie niet mogelijk is. Betekent dit dat er geen woningen zullen verhuurd worden als er geen evenement in de tuinen is?

30

In hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen is nader gemotiveerd dat verblijfsrecreatie geen hoofdactiviteit vormt. Eenvoudigheidshalve wordt hier volstaan met een verwijzing naar deze tekst. Tijdens evenementen kunnen de verblijfsrecreatieve eenheden verhuurd worden. 27.5 Met welke argumenten is besloten dat het plan van van Damme de beste inschrijving was? In 2017 heeft de gemeente Sluis een prijsvraag uitgeschreven waarbij belangstellenden uitgenodigd werden een bod te doen op de gronden van het plangebied met daarbij een plan voor de ontwikkeling van deze gronden. Eénieder heeft via deze prijsvraag de kans gehad om een ontwikkelingsplan in te dienen. Deze prijsvraag is in het nieuws gebracht en gepubliceerd. Er is een termijn van 3 maanden open gesteld zodat iedereen voldoende mogelijkheid had om te reageren. Naar aanleiding van de prijsvraag zijn er 9 plannen ingediend. Deze plannen zijn zeer divers qua functie en ook qua biedingen. Na indiening van alle plannen zijn deze voorgelegd aan college en gemeenteraad. Uiteindelijk is daarbij, op basis van de in de publicatie gestelde criteria, het besluit genomen om voor het huidige plan te kiezen. Dit vormde de basis om deze plannen te communiceren. De indieners van de overige plannen hebben deze vertrouwelijk ingediend en verwachten ook dat de overheid er als zodanig mee omgaat.

De overige plannen worden daarom door ons niet gecommuniceerd gelet op de vertrouwelijkheid en het feit dat ze niet worden gerealiseerd op de locatie Euregiotuinen. Het geeft de initiatiefnemers de ruimte om er op een andere wijze/ locatie invulling aan te geven. 27.6 Op welke wijze heeft de gemeente de beoordeling van de wedstrijd georganiseerd? Voor de beantwoording van deze vraag kan verwezen worden naar het antwoord op vraag 22.5. Voor de volledigheid is de publicatie met criteria bijgevoegd als bijlage 1. 27.7 Is hier sprake geweest van een commissiesamenstelling waarin diverse geledingen zijn vertegenwoordigd? Advisering over inschrijvingen heeft intern plaats gevonden, hierbij waren verschillende afdelingen betrokken. 27.8 Welke deskundigheid is betrokken geweest bij de voorbespreking? Advisering over inschrijvingen heeft intern plaats gevonden, hierbij waren verschillende afdelingen betrokken. 27.9 Is het juist dat de keuze en de besluitvorming hebben plaatsgevonden tijdens een informele vergadering in 2017 waarbij niet alle raadsleden aanwezig hoefden te zijn? Besluitvorming over de verkoop van grond is een bevoegdheid van het college. Ten behoeve van deze besluitvorming heeft het college de gemeenteraad geraadpleegd tijdens een besloten bijeenkomst.

27.10 Is deze besluitvorming via het archief in te zien? Gelet op de vertrouwelijkheid van de overige ingediende plannen is de besluitvorming niet raadpleegbaar. 27.11 Waar kan de Stichting Euregiotuinen voor ons de argumentatie voor de keuze plan 31

regiopark inzien? Gelet op de vertrouwelijkheid van de overige ingediende plannen is de besluitvorming niet raadpleegbaar. 27.12 In 2019 is een communicatiemoment met de omwonenden beloofd. Dit zou in het voorjaar van 2019 plaatsvinden. Waarom is dit moment voor er sprake was van een coronaexcuus er nooit gekomen? Na besluitvorming over de prijsvraag in 2017 is pas in 2021 een voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Deze tijdsduur heef meerdere oorzaken. Dit zijn o.a. corona en een beperkte bezetting op het cluster planologie. Een communicatiemoment heeft daarom in 2019 niet plaatsgevonden. Op latere momenten zijn er echter wel diverse communicatiemomenten georganiseerd. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar het communicatieoverzicht herontwikkeling Euregiotuinen. Tijdens contactmomenten met de Stichting Euregiotuinen voor ons en anderen is ons duidelijk geworden dat met name omwonenden in de fase tussen honorering van de prijsvraag en het ter inzage leggen van het voorontwerpbestemmingsplan meer (wederzijdse) communicatie met de gemeente over de planvorming op prijs hadden gesteld. Destijds hebben wij zelf de keuze gemaakt om eerst de plannen concreter uit te laten werken en daarna het gesprek met de omgeving aan te gaan zodat een gerichter gesprek kon plaatsvinden.

Wel hebben er in die periode twee gesprekken plaatsgevonden met de Actiegroep Stilte ja, als zijnde afvaardiging van de omgeving welke zorgen had over de plannen. Wij waren in de veronderstelling dat er op dat moment alsnog in de behoefte aan dialoog werd voorzien in dat stadium. Wij vinden het jammer dat de beleving hierover verschillend is en juist daarom zijn alle indieners van de zienswijzen in de gelegenheid gesteld om de zienswijze mondeling toe te lichten en hebben er na de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan drie gesprekken plaatsgevonden met de Stichting Euregiotuinen voor ons (voordien actiegroep Stilte Ja) en met de stadsraad Oostburg. (De beleving van) contactmomenten tijdens het bedoelde moment zelf (tussen honorering prijsvraag en ter inzage leggen voorontwerpbestemmingsplan) kunnen we echter niet meer herstellen. 27.13 Wat voegt dit plan nu toe aan de bestaande voorzieningen en wat is dus voor ons nieuw toegevoegde waarde van het plangebied? Voor de beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar het antwoord op vraag 6.1. 27.14 Wie bepaalt wat de nieuw toegevoegde waarde is? Verwezen kan worden naar de beantwoording van vraag 27.13. Uiteindelijk beslist de gemeenteraad van de gemeente Sluis over het al dan niet vaststellen van het bestemmingsplan. Hierbij worden alle (ruimtelijke) belangen afgewogen.

27.15 Hoe wordt zichtbaar dat het park "flexibel meebeweegt op snelle veranderingen in de maatschappij” In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het plan toegelicht. In de regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksregels vastgelegd. Hiermee zijn de mogelijkheden voor het plangebied duidelijk vastgelegd (rechtszekerheid voor initiatiefnemer en omwonenden). Binnen die mogelijkheden kan er sprake zijn van organische ontwikkeling, niet alle (bouw)mogelijkheden moeten bijvoorbeeld direct ingevuld worden. Ontwikkelingen buiten het kader van het bestemmingsplan zijn echter niet mogelijk. 32

27.16 Op welke wijze wordt van de omwonenden verwacht dat zij meebewegen in dit flexibele concept? Onder verwijzing naar het antwoord op vraag 27.15 is duidelijk dat ontwikkelingen buiten het kader van het bestemmingsplan niet mogelijk zijn. 27.17 Wat wordt er verstaan onder 'belevingseconomie'? Belevingseconomie is een economie waarin de beleving van een product of dienst centraal staat. Dit maakt het verschillend van een economie waarin het product of een dienst zelf centraal staat. 27.18 Welke rol speelt de belevingseconomie in het plan? De belevingseconomie heeft invloed op de vorming en groei van het park. De initiatiefnemer wil hierop inspelen door bijvoorbeeld, naast voorzieningen voor spel en natuurbeleving ook in te spelen op bijzondere vormen van verblijfsrecreatie of het aanbod van evenementen hierop af te stemmen.. 27.19 Wie bepaalt dit en wie controleert dit? De verantwoordelijkheid hiervoor licht bij de initiatiefnemer zelf. De initiatiefnemer kan, zolang deze binnen de regels van het bestemmingsplan blijft, de bedrijfsvoering aanpassen of corrigeren waar gewenst. 27.20 Wat verstaat u onder een "organische ontdekkingstocht”? Dit betekent dat de wijze waarop het park zich verder zal vormen en groeien niet 100% vast staat. Er kunnen dingen worden geperfectioneerd, aangescherpt of bijgeslepen afhankelijk van omgevingsinvloeden.

De initiatiefnemer wilt dit doen in samenhang met de omgeving, op een ecologisch en economisch verantwoorde wijze. Een groeimodel, samen met anderen. Dat betekent ook dat het park flexibel moet kunnen meebewegen op de snelle veranderingen die in de maatschappij in het algemeen. Er kan op deze manier beter worden ingespeeld op trends en de veranderingen van binnen de belevingseconomie. Dit zal uiteraard gebeuren binnen de vastgestelde kaders van de regels en verbeelding van het bestemmingsplan. . 27.21 Is er voorzien in een regelmatig overleg met omwonenden en andere belanghebbenden over de "organische ontdekkingstocht"? Op welke manier? Het is aan de initiatiefnemer om de bedrijfsvoering verder vorm te geven. Hierbij kan hij derden betrekken, maar dat hoeft niet. De initiatiefnemer heeft bijvoorbeeld met de open dag al blijk gegeven dat hij bereid is om in gesprek te gaan met de omgeving. Tijdens deze dag is ook de mogelijkheid benoemd om een communicatie cyclus te starten over de programmering. 27.22 Welke onderdelen passen niet in het vigerende bestemmingsplan? Hoofdstuk 1.3 ‘Vigerende planologische situatie’ van de toelichting geeft en beeld van de huidige situatie. Momenteel is het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2de herziening’ van kracht op de locatie.

De bestemming ‘Recreatie’ en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tuinbezichtiging’ zijn hier van toepassing. Het terrein heeft twee bouwvlakken. Een gedeelten van het terrein heeft daarnaast ook de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1a’ en ‘Waarde – Archeologie 2’. In het nieuwe bestemmingsplan blijft de bestemming ‘Recreatie’ gehandhaafd. De functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tuinbezichtiging’ wordt verwijderd. De dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1a’ en ‘Waarde – Archeologie 2’ blijven van toepassing. 33

De functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tuinbezichtiging’ maakt dat er uitsluitend een terrein voor de bezichtiging van tuinen met bijbehorende voorzieningen voor dienstverlening en beheer is toegestaan. Dit betekent dat alles wat hier buiten valt niet is toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan. 27.23 Het plan krijgt "zoveel mogelijk ruimte en flexibiliteit". Wie bepaalt dit? Hoe worden de belangen van omwonenden beschermd? Hoe wordt dat zichtbaar voor de omwonenden ? Wie controleert? Onder verwijzing naar het antwoord op vraag 27.15 is duidelijk dat ontwikkelingen buiten het kader van het bestemmingsplan niet mogelijk zijn. Indien er sprak is van ontwikkelingen die niet passen binnen de kaders van het bestemmingsplan is het aan de gemeente om handhavend op te treden. 27.24 Hier is sprake van een "buitengebied". Hoe kan er dan tegelijkertijd sprake zijn van stedelijkgebied aangezien stedelijkgebied is gekoppeld aan een verhoogde Urbanisatiegraad? De definitie van stedelijk gebied is gebaseerd op het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en op de omgevingsverordening van de provincie Zeeland (2018). Uit deze definitie volgt dat er sprake moet zijn van een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing.

Voor het bepalen van de grens van het bestaand stedelijk gebied moet worden gelet op de feitelijke situatie, de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Gekozen is voor een verbale aanduiding van het bestaand stedelijk gebied en geen op de kaart aangegeven begrenzing. Daarmee wordt ruimte geboden aan lokaal maatwerk en wordt voorkomen dat de provinciale verbeelding slechts een momentopname laat zien die geen recht doet aan wijzigingen die voortdurend optreden in de begrenzing van bestaand stedelijk gebied. Het plangebied is een voormalige ontwikkellocatie die gelegen is in het overgangsgebied tussen bestaand stedelijk gebied en agrarisch gebied. Voor zover wij kunnen nagaan komt de term urbanisatiegraad niet voor in (de toelichting op) het bestemmingsplan, in die zin is deze vraag niet duidelijk en wordt hierop niet ingegaan. 27.25 Is er sprake van een verhoogde urbanisatiegraad bij het bouwen van tijdelijke vakantieverblijven? Waarop baseert de gemeente een 'verhoogde urbanisatiegraad' op grond van de huidige situatie? De urbanisatiegraad gaat over het aantal mensen dat ergens woont. Recreatie-eenheden horen daar niet bij. 27.26 Waarom wijkt figuur 3 af van de bestaande situatie en waarom hebben niet alle woningen een woonbestemming? Deze afbeelding is een combinatie van verbeeldingen van Ruimtelijkeplannen.nl.

Niet alle woningen zijn ingekleurd omdat dat op ruimtelijkeplannen.nl ook niet het geval is. De verbeelding van de beheersverordening ‘Kom Oostburg’ laat op ruimtelijkeplannen.nl geen kaart zien met ingekleurde bestemmingen omdat deze gebaseerd is op een analoog (papieren) bestemmingsplan. Enkel digitale bestemmingsplannen laten op ruimtelijkeplannen.nl een kaart zien met ingekleurde bestemmingen. 27.27 Welke sportieve evenementen worden bedoeld onder wedstrijden?

34

Wedstijden wordt in de toelichting op het bestemmingsplan als volgt toegelicht ‘: Meerdere partijen trachten één of meerdere tegenstanders te overwinnen, of te bewijzen dat zij beter zijn in een discipline dan de andere partij of partijen. Er zijn ter zake deskundigen in de vorm van een jury of scheidsrechters, die het verloop van de wedstrijd toetsen aan tevoren opgestelde regels’. In artikel 3.4.2 onder f is bepaald dat dagrecreatie in de vorm van gemotoriseerde sport uitdrukkelijk is uitgesloten. 27.28 Worden bij muzikale evenementen, rock, hardcore, house trance en hardsţyle Uitgesloten? Er worden geen muziekgenres uitgesloten. Voor de volledigheid wordt verwezen naar onze overweging ten aanzien van geluid naar aanleiding van de ingediende zienswijzen in hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen. In het licht hiervan kan het volgende aangevuld worden. Het is zo dat de genoemde muziekgenres niet passen bij de opzet van het park. En de genoemde muziekgenres zullen niet gemakkelijk kunnen voldoen aan de voorwaarden voor geluid die wel in het bestemmingsplan zijn opgenomen. 27.29 Het bestemmingsplan biedt 58 voorstellingen a max 500 personen in de maanden mei t/m september. Wat wordt verstaan onder voorstellingen? Op pagina 14 van de toelichting wordt voorstelling nader toegelicht als ‘één artiest of groep treedt op, al dan niet met een voorprogramma’.

Volledigheidshalve wordt ook verwezen naar onze overweging met betrekking tot evenementen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen in hoofdstuk 4 van de notitie zienswijzen. 27.30 Het bestemmingsplan praat over horeca 3. Wat garandeert ons dat er hier geen disco, dansevenementen en nachtclub komt? In artikel 3.1 ‘Bestemmingsomschrijving’ in de regels van het bestemmingsplan staat : ‘ ter plaatse van de aanduiding ‘horeca’: tevens horeca, behorende tot categorie 1a, 1b (met uitzondering van ‘hotel, inclusief appartementen’), 1c, 2a en 2b in de Staat van Horeca-activiteiten’. Bijlage 1 ‘Staat van horeca-activiteiten’ geeft een lijst met de toegestane horeca-activiteiten per categorie. Een discotheek of nachtclub valt onder categorie 3 en is hier niet toegestaan. 27.31 Biedt de gemeente een garantie op geluidsmonitoring? Verwezen wordt naar hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen over geluid. Wij bieden geen garantie op geluidsmonitoring. Bij klachten wordt er gecontroleerd (geluidsmetingen) door de RUD en indien nodig handhavend opgetreden. 27.32 Welke maatregelen worden genomen om de omgeving/omwonenden te beschermen tegen lawaaioverlast? Wie zorgt voor de monitoring? Verwezen wordt naar onze overwegingen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen in hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen over geluid.

Bij een melding van overlast zal er worden gecontroleerd en indien nodig handhavend optreden volgen. 27.33 Wat wordt verstaan onder dagrecreatie? Wat is de begintijd en wat is de eindtijd? In het bestemmingsplan wordt gesproken van kleinschaligheid. Volgens de normen van een doorsnee vakantie park kunnen er in de 20 "kleinschalige" woningen en de drie groepsverblijven ongeveer 200 mensen verblijven. 35

Dagrecreatie wordt in artikel 1.30 (begripsbepalingen) gedefinieerd als ‘activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme, wellness en educatie, waarbij overnachting en vrijetijdsbesteding in gemotoriseerde sporten uitdrukkelijk is uitgesloten’. Er zijn geen begin- of eindtijden opgenomen in het bestemmingsplan. Voor de bepaling van de omvang van de verblijfsrecreatie wordt verwezen naar onze overweging in hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen. 27.34 Spreekt men in dat geval nog van kleinschaligheid? Voor de bepaling van de omvang van de verblijfsrecreatie wordt verwezen naar onze overweging in hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen. 27.35 Waarom zijn er misleidende illustraties bijgevoegd die geen reëel beeldgeven van de werkelijkheid? De afbeeldingen in de toelichting passen volgens ons bij de tekst. 27.36 Aangezien de verblijfsrecreatie ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit nemen wij aan dat er alleen verbleven mag worden tijden evenementen. Is dit juist? Dit is niet juist, voor onze overwegingen met betrekking tot de omvang van de verblijfsrecreatie wordt verwezen naar hoofdstuk 5 in de notitie zienswijzen. 27.37 In het concept bestemmingsplan wordt betreffende de woning vermeld dat er in basis gedacht wordt aan de functie bedrijfswoning.

Laat dit ruimte voor een andere invulling dan bedrijfswoning? In de ontwikkeling Regiopark Oostburg is de bouw van één woning voorzien. In basis wordt daarbij gedacht aan de functie bedrijfswoning. De wens is nadrukkelijk aanwezig om een meer flexibel gebruik van de woning niet bij voorbaat uit te sluiten. Daarom wordt een reguliere woonbestemming toegepast. 27.38 Op grond van welke argumenten is deze woning daar noodzakelijk? Ten aanzien van de te realiseren woning wordt het volgende overwogen. Het college heeft op 24 mei 2016 een besluit genomen over de openbare verkoop van de Euregiotuinen en de bijbehorende voorwaarden. Ten aanzien van woningbouw heeft het college op dat moment het volgende overwogen. `Woningbouwontwikkeling wordt niet toegestaan op deze locatie. Gelet op de huidige woningmarktsituatie en de regionale woningmarktafspraken is hier geen behoefte aan. Wel kan maximaal 1 (bedrijfs)woning worden toegestaan behorend bij de hoofdfunctie van de nieuwe invulling.` In de publicatie van de prijsvraag is aangegeven dat woningbouwontwikkeling niet wordt toegestaan op deze locatie. De realisatie van 1 (bedrijfs)woning wordt niet gezien als woningbouwontwikkeling en is in lijn met het genomen collegebesluit. In de ontwikkeling Regiopark Oostburg is de bouw van één woning voorzien. In basis wordt daarbij gedacht aan de functie bedrijfswoning.

De wens is nadrukkelijk aanwezig om een meer flexibel gebruik van de woning niet bij voorbaat uit te sluiten. Daarom wordt een reguliere woonbestemming toegepast. Dit laatste betekent dat op basis van de ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling de behoefte aan deze ene woning moet worden aangetoond. In 2020 is een procesplan tussen de provincie en de gemeente overeengekomen, het Plan van Aanpak Plancapaciteit. Doel daarvan is om niet langer op aantallen maar meer op woonkwaliteit te sturen. In deze geldt het vereiste dat de woning gerealiseerd moet worden als nultredenwoning en daarmee in basis aan de gewenste woonkwaliteit voldoet. Voor de toevoeging van één woning volgt de verantwoording uit de resultaten van de acties die gemeente en provincie samen uitvoeren in het kader van voornoemd Plan van Aanpak. 36

27.39 Wordt er een meerwaardeclausule opgenomen voor dit bouwperceel? Het ingediende plan in combinatie met het bod is als beste beoordeeld, het bod was daarmee de aankoopprijs. Om die reden wordt geen meerwaardeclausule opgenomen, het bestemmingsplan komt immers qua mogelijkheden overeen met het ingediende plan. 27.40 Op grond van welke argumenten wordt er gekozen voor drie groepsverblijven? Uit de inzendingen op de prijsvraag is op basis van de vooraf gestelde criteria gekozen voor dit plan. De groepsverblijven maken onderdeel uit van het plan. 27.41 Landelijke gegevens tonen aan dat de APV's niet voldoende bescherming bieden tegen geluidsoverlast. Hoe gaat de gemeente dit hier aanpakken? Het geluidsaspect is meegenomen in de bestemmingsregeling. Deze is op basis van de ingediende zienswijzen verder aangescherpt. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen. 27.42 Worden er i.v.m. de jaarbrede invulling aangepaste APV's gemaakt? De ruimtelijke aspecten van het plan zijn meegenomen in de bestemmingsregeling. Naar aanleiding van voorliggend plan zal de APV niet aangepast worden. 27.43 8m hoge lichtmasten die bij nacht blijven branden, geven een veranderde lichtsituatie voor de omwonenden. Is er onderzoek gedaan naar het effect hiervan? Artikel 3.2.4 van de regels geeft aan dat de bouwhoogte van licht- en overige masten bedraagt maximaal 5 meter.

Er is een afwijking van de bouwregels mogelijk. Hiervoor zijn de volgende extra voorwaarden gesteld: a. Er vindt geen lichtuitstraling naar de bovenkant plaats; b. De bouwhoogte bedraagt niet meer dan 8 meter; c. Aangetoond is dat hogere lichtmasten noodzakelijk zijn en aangegeven is in welke periode; d. De effecten op de omgeving zijn beoordeeld. e. De armaturen worden voorzien van vleermuisvriendelijke verlichting. De bovenstaande voorwaarden geven aan dat de effecten op de omgeving beoordeeld moet worden voordat een lichtmast van meer dan 5m is toegestaan. 27.44 Hoe denkt de gemeente de vele vaak onder invloed verkerende bezoekers van een festival in de nachtelijke uurtjes onder controle te houden? Omdat het bestemmingsplan een toetsingskader vormt voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een plan zijn de genoemde punten niet relevant voor de bestemmingsplanprocedure. Dat wil niet zeggen dat we deze punten niet in overweging genomen hebben. Met betrekking tot genoemde punten hebben wij overwogen dat het beeld dat geschetst wordt dat er massaal sprake zal zijn van drank en of drugsgebruik en bijbehorende overlast niet realistisch achten. Dit gelet op de aard en omvang van de gewenste evenementen en de koppeling aan de voorgenomen doelgroepen (voornamelijk gezinnen).

Daarnaast zijn onze ervaringen met evenementen in onze gemeente niet overeenkomstig het geschetste beeld dat dit leidt tot (overmatig) drank en of drugsgebruik en overlast. 37

Het vermijden van overlastsituaties (o.a. door alcohol- en drugsgebruik) op het terrein is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de eigenaren of uitbaters van het terrein. Als situaties uit de hand lopen in of buiten het terrein kan handhavend optreden volgen door toezichthouders van de gemeente Sluis en/of politie. De APV (Algemene Plaatselijke Verordening) biedt hier mede een handvat voor. 27.45 Wat wordt er gedaan om bij aanvoer van festivalmateriaal met vrachtwagens de natuur te ontzien? In de Aeriusberekening (stikstofdepositieberekening) zijn deze vervoersbewegingen meegenomen. Voor een toelichting op dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 7 van de notitie zienswijzen. 27.46 In het bestemmingsplan en de informatie van dhr van Damme en/of Kerkhof zijn verschillende aantallen te vinden betreffende de overnachtingsplaatsen voor kampeerders? Welke van de drie is de juiste? Voor een toelichting op het juiste aantal overnachtingsplaatsen wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen. Zie ook het antwoord op vraag 27.47. 27.47 Is het getal voor kampeerders een harde grens of is dit getal oprekbaar? De aantallen die genoemd zijn in de regels van het bestemmingsplan zijn bindend. De initiatiefnemer moet zich dus houden aan de grens die is gesteld in de regels van het bestemmingsplan.

27.48 Wat is het minimale aantal personen om een groep te vormen? In artikel 1.39 van de begripsbepalingen is groepskamperen als volgt gedefinieerd: het plaatsen en geplaatst houden van kampeermiddelen voor groepen, uitgaande van een vereniging of daarmee te vergelijken organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve, sportieve of wetenschappelijke aard. Een groep is op basis van deze definitie niet gekoppeld aan een minimaal aantal personen. 27. 49 Wordt er voorzien in een nooduitgang en -toegang? Er wordt voorzien in een calamiteitenontsluiting. Verwezen wordt naar hoofdstuk 8 en 14 van de notitie zienswijzen. 27.50 Hoe breed en waar gesitueerd? Er wordt voorzien in een calamiteitenontsluiting. Verwezen wordt naar hoofdstuk 8 en 14 van de notitie zienswijzen. 27.51 Als de evenementen jaarvullend zijn, zijn daar dan de gewone APV regels op van toepassing?Zijn dit de APV regels van Sluis 2016? Van toepassing zijn zowel de regels van het bestemmingsplan, het evenementenbeleid van de gemeente Sluis en de APV. De nu geldende APV kunt u raadplegen via de website van de gemeente Sluis: https://www.gemeentesluis.nl/Bestuur_en_Organisatie/Wetten_Regels_Bekendmakingen/Algemeen _Plaatselijke_Verordening_APV

38

Voor de volledigheid verwijzen wij naar onze nadere afweging ten aanzien van evenementen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen in hoofdstuk 4 van de notitie zienswijzen. 27.52 Is de gemeente bereid om afte wijken van de APVregels wat betreft geluidsmaximalisering en sluitingstijd? Verwezen wordt naar hoofdstuk 4 en 9 van de notitie zienswijzen inzake evenementen en geluid waarin aanpassingen van het bestemmingsplan worden voorgesteld naar aanleiding van de ingediende zienswijzen. De regels uit de APV zijn ook van toepassing. 27.53 Wat zijn de mogelijkheden van de omwonenden als de gemeente afwijkt van de gemaakte afspraken wat betreft geluidsoverlast of er niet gehandhaafd wordt? Bij overlast kan er een verzoek tot handhaving worden ingediend. In geval van geluidsoverlast voert de RUD de controles uit, in andere situaties de gemeente of eventueel de politie. Bij meldingen van overlast vinden altijd controles plaats en indien nodig volgt handhavend optreden. 27.54 De benadering "authenticiteit als basis voor de geloofwaardigheid". U bedoelt? U verwijst hierbij naar paragraaf 2.3 van de toelichting op het bestemmingsplan. In de toelichting wordt gesproken over een nieuwe benadering van de ontwikkeling van het toeristisch recreatief product. Dit wordt nader uitgewerkt in een drietal punten.

Eén van deze punten is een benadering waarbij authenticiteit de basis vormt voor de geloofwaardigheid van de beleving. Authenticiteit staat voor eigenheid, het echt en origineel zijn, hiermee is het plangebied in de huidige staat bedoeld. 27.55 Wat moeten omwonenden verstaan onder flexibele concepten? In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het plan toegelicht. In de regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksregels vastgelegd. Hiermee zijn de mogelijkheden voor het plangebied duidelijk vastgelegd (rechtszekerheid voor initiatiefnemer en omwonenden). Binnen die mogelijkheden kan er sprake zijn van organische ontwikkeling of flexibiliteit in de bedrijfsvoering. Ontwikkelingen buiten het kader van het bestemmingsplan zijn niet mogelijk. 27.56 Wie bepaalt de grens van deze flexibiliteit? Hoe worden omwonenden beschermd tegen Deze flexibele concepten? Is hier overleg voor gepland? In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het plan toegelicht. In de regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksregels vastgelegd. Hiermee zijn de mogelijkheden voor het plangebied duidelijk vastgelegd (rechtszekerheid voor initiatiefnemer en omwonenden). Binnen die mogelijkheden kan er sprake zijn van organische ontwikkeling of flexibiliteit in de bedrijfsvoering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=375d1c46-5557-4377-8737-577635347e04