c notitie zienswijzen anoniem
Tekst van het document
Voor de volledigheid verwijzen wij ook naar onze overwegingen in hoofdstuk 12 van deze notitie zienswijzen. 1.7 Het plangebied is gelegen in een gebied met woningen, het bedrijventerrein Brugse Vaart (met milieucategorie 4.1 (hei- en aannemers) bedrijf en detailhandelsvestiging met detailhandel in volumineuze goederen, agrarische bedrijvigheid en een toegangsweg (Nieuwstraat) tot Oostburg. Om die reden dient het plangebied niet als woongebied maar als gemengd gebied getypeerd te worden. Deze typering van gebieden is gebaseerd op de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en Mileuzonering’. Op basis hiervan kunnen richtafstanden worden afgeleid zoals die worden nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (rustig buitengebied of natuurgebied). Kleinere 42
richtafstanden tussen verschillende functies kunnen worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied. Dit gebied kent gelet op de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. 1.8 Alles omvattend zien wij aanleiding om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen, wij zien geen aanleiding om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Conclusie zienswijze 1 Deze zienswijze geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan, voor de wijzigingen wordt verwezen naar hoofdstuk 10 van deze notitie zienswijzen. Samenvatting zienswijze 2 2.1 U maakt bezwaar tegen de geluidsoverlast van kleine en middelgrote festivals die tot 140 Db kunnen voortbrengen tot 24 of 01.00 uur. 2.2 U maakt bezwaar tegen de diverse vormen van verkeersoverlast. Hierbij denkt u aan filevorming (woningen moeilijk bereikbaar), motorgeluid van stationair draaiende voertuigen en overlast door uitlaatgassen.
Het parkeren op loopafstand tijdens piekmomenten zal naar verwachting ook overlast met zich mee brengen. 2.3 U maakt bezwaar tegen groepskamperen vanwege de korte afstand tot uw woning. In de toelichting op het bestemmingsplan staat dat groepskamperen overlast kan veroorzaken voor andere recreanten. Niet duidelijk is waarom het dan wel op deze locatie gerealiseerd kan worden. 2.4 U stelt dat de waarde van uw woning als gevolg van de plannen daalt en dat er sprake is van aantasting van uw woongenot. 2.5 U woont tegenover het parkeerterrein van het plangebied en maakt daarom bezwaar tegen de overlast die ontstaat door vertrekkende festivalbezoekers in de nachtelijke uren en tegen de lichtoverlast veroorzaakt door de lichtmasten op het parkeerterrein. 2.6 U vraagt om op basis van bovengenoemde argumenten het bestemmingsplan niet vast te stellen. Beantwoording zienswijze 2 2.1 Voor onze overweging op dit punt verwijzen we naar hoofdstuk 9 van deze notitie zienswijzen. Voor de volledigheid willen we wel aangeven dat niet duidelijk is hoe u aan 140 dB(A) komt. In het ontwerpbestemmingsplan is voor middelgrote evenementen (in artikel 3.5.5. van de regels) bepaald dat -De eindtijd voor het voortbrengen van versterkt (muziek)geluid wordt van zondag tot en met donderdag gesteld op 24.00 uur en op vrijdag, zaterdag en dagen vóór een officiële feestdag op 01.00 uur.
- Het equivalente geluidniveau (LAeq,T) gemeten en beoordeeld ter plaatse van (de gevels) van woningen op een hoogte van 1,5 meter, veroorzaakt door mechanisch versterkte muziek en het versterkte stemgeluid, mag tijdens middelgrote evenementen niet meer bedragen dan 70 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode. - Tijdens middelgrote evenementen kan tegelijkertijd maar op één locatie in het plangebied versterkte muziek ten gehore worden gebracht. 2.2 Voor onze overweging op dit punt verwijzen we naar hoofdstuk 8 van deze notitie zienswijzen. 2.3 In de toelichting op het bestemmingsplan staat over groepskamperen het volgende. ‘De gronden in het zuidwesten die nu worden gebruikt voor landbouwkundige doeleinden worden ingezet als ruimte voor het verblijf van grote groepen en evenementen. Er is in de regio nu geen mogelijkheid voor verenigingen en grote groepen om een weekend weg te organiseren, omdat de verblijfsaccommodaties daar niet voor geëquipeerd zijn en de menging met reguliere gasten veelal als belastend wordt ervaren. Om die reden wordt op gronden in het zuidwesten de mogelijkheid geboden voor groepskamperen.’ Hiermee is bedoeld dat op 43
verblijfsrecreatieterreinen de combinatie van reguliere verblijfsgasten niet goed samengaat met groepskamperen met name omdat beiden verschillende inzet vragen op aan te bieden activiteiten. Binnen dit plan komen deze samen omdat ingezet wordt op bijvoorbeeld natuuractiviteiten en evenementen. Hierbij wordt ook verwezen naar hoofdstuk 5 van deze notitie zienswijzen. De afstand van uw woning tot de locatie waar groepskamperen kan plaatsvinden bedraagt minimaal 60 meter. Voor een goede ruimtelijke ordening kunnen bestaande en nieuwe functies op elkaar afgestemd worden door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG (2009). Bij deze richtafstanden wordt rekening gehouden met milieuaspecten als geur-, stof en geluidhinder. Voor kampeerterreinen, vakantiecentra e.d. (met keuken) (SBI-code 552) geldt een richtafstand van 50 meter ten opzichte van woningen vanwege het milieuaspect geluid. Voor de milieuaspecten geur en gevaar kan een richtafstand van 30 meter gehanteerd worden. Het plan voldoet aan deze richtafstanden. Hierbij moet nog worden aangegeven dat deze afstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. Deze afstanden kunnen met 1 stap worden verlaagd indien sprake is van een gemengd gebied -waarvan hier sprake is - zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat.
Dus 30 meter vanwege het aspect geluid en 10 meter vanwege de aspecten geur en gevaar. 2.4 Het plan is getoetst op de gebruikelijke (en verplichte) aspecten milieuzonering, verkeerslawaai, luchtkwaliteit, geluid en externe veiligheid. De uitgevoerde toetsen geven aan dat het plan geen negatieve invloed heeft op een goed woon- en leefklimaat van de woningen in de directe nabijheid van het plangebied. Wat betreft een mogelijke waardedaling van uw woning kunnen wij u als volgt informeren. De Wro (Wet ruimtelijke ordening) geeft in artikel 6.1 aan dat een belanghebbende onder bepaalde voorwaarden en beperkingen recht kan doen gelden op vergoeding van schade als gevolg van de bepalingen van een bestemmingsplan of bijvoorbeeld een besluit omtrent het afwijken van het bestemmingsplan. Een aanvraag om vergoeding van planschade moet worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Planschade kan alleen gemeld worden als het planologisch besluit onherroepelijk is. Dat betekent dat het niet meer mogelijk is om bezwaar of beroep aan te tekenen tegen het planologische besluit bij de rechtbank of de Raad van State. Planschade verjaart 5 jaar na het onherroepelijk worden van het planologisch besluit. Dit betekent dat na die tijd geen planschade meer gemeld kan worden.
Meer informatie is te raadplegen via de website van de gemeente Sluis: Planschade melden Website gemeente Sluis 2.5 De afstand van uw woning tot de locatie waar parkeren kan plaatsvinden bedraagt minimaal 30 meter. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand van parkeren ten opzichte van een woonfunctie en mag verondersteld worden dat het geluidsniveau als gevolg van parkeren aanvaardbaar is (Geluid en parkeren - Kenniscentrum InfoMil). Aan de lichtmasten zijn in het ontwerpbestemmingsplan regels gesteld (artikelen 3.3. en 3.5.1.) die lichthinder beperken. 2.6 Alles omvattend zien wij aanleiding om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen, wij zien geen aanleiding om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Conclusie zienswijze 2. Deze zienswijze geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Voor de voorgestelde wijziging wordt verwezen naar de hoofdstukken 5, 8 en 9 van deze notitie zienswijzen. Samenvatting zienswijze 3 3.1 U heeft interesse in een appartement in wooncomplex Hoogendamme en bent van mening dat als gevolg van de voorgestelde activiteiten de woonkwaliteit afneemt. U heeft bezwaar tegen; 3.2 Festivals met versterkte muziek, 3.3 Tienduizenden bezoekers per jaar, veelal in de zomermaanden, 3.4 Dag- avond en nachtvullend, 3.5 Intensieve dagrecreatie tot aan de grens Dierkensteenweg, 3.6 Onbekende locaties voor parkeren tijdens piekmomenten, 44
3.7 Grote groepen die mogen kamperen en mogelijk ’s nachts naar Oostburg en terug gaan via de voetgangersentree recht tegenover wooncomplex Hoogendamme. Beantwoording zienswijze 3 3.1 Het plan is getoetst op de gebruikelijke (en verplichte) aspecten milieuzonering, verkeerslawaai, luchtkwaliteit en externe veiligheid. De uitgevoerde toetsen geen aan dat het plan geen negatieve invloed heeft op een goed woon- en leefklimaat van de woningen in de directe nabijheid van het plangebied. Voor de volledigheid verwijzen wij naar onze overwegingen in hoofdstuk 12 van deze notitie zienswijzen. 3.2 Verwezen wordt naar hoofdstuk 4 (evenementen) en hoofdstuk 9 (geluid) van deze notitie zienswijzen. 3.3 Verwezen wordt naar hoofdstuk 4 van deze notitie zienswijzen. 3.4 Verwezen wordt naar hoofdstuk 4 van deze notitie zienswijzen. 3.5 In het ontwerp bestemmingsplan is een zonering rondom bestaande woningen toegepast van 30 meter waarin geen bouwwerken en/of verblijfsrecreatieve functies worden toegestaan. In artikel 3.5.2 onder g van de regels van het ontwerp bestemmingsplan is vastgelegd dat kleinschalige evenementen toegestaan zijn ter plaatse van het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding ‘evenemententerrein’.
In artikel 3.5.5 van de regels van het ontwerpbestemmingsplan is abusievelijk niet geborgd dat middelgrote evenementen uitsluitend ter plaatste van de aanduiding ‘evenemententerrein’ mogen plaatsvinden. Dit zal alsnog verwerkt worden. Op deze wijze is geborgd dat intensieve (dag)recreatie niet mogelijk is tot aan de grens met de Dierkensteenweg. 3.6 De locaties worden met de vergunningaanvraag voor middelgrote evenementen inzichtelijk gemaakt. Met de voorwaarde(lijke verplichting) uit artikel 3.5.6. onder b is dit geborgd. 3.7 De voetgangersentree tegenover wooncomplex Hoogendamme wordt tussen zonsondergang en zonsopkomst afgesloten. Conclusie zienswijze 3 Deze zienswijze geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Voor de voorgestelde wijziging wordt verwezen naar hoofdstuk 4 en 9 van deze notitie zienswijzen. Daarnaast wordt aan de regels van het bestemmingsplan toegevoegd in artikel 3.5.5. onder g: Middelgrote evenementen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘evenemententerrein’. Samenvatting zienswijze 4 4.1 U vraagt hoe de gemeente het probleem van de extra CO2 uitstoot als gevolg van de voorgenomen activiteiten aanpakt. 4.2 U vraagt hoe de gemeente de schade aan flora en fauna voorkomt en borgt.
U geeft hierbij aan dat er ernstige verstoring voor vogels kan optreden bij muziekfestivals (festival vinden vaak plaats tijdens of na het broedseizoen). U refereert naar een rapport van de vogelbescherming waarin is aangegeven dat om negatieve effecten voor vogels te voorkomen mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Hierbij kan gedacht worden aan het beperken van openingstijden, beperken toegankelijkheid, inrichten podia, locatie tent, muziekvolume en looproutes. 4.3 U vraagt hoe de instandhoudingsdoelen van het nabij gelegen Natura 2000 gebied Het Groote Gat geborgd kunnen worden in relatie tot de voorgenomen activiteiten. 4.4 U vraagt of overwogen is om de gebieden Het Groote Gat, de Sophiapolder en voormalige Euregiotuinen (Regiopark) met elkaar te verbinden . 4.5 U vraagt hoe de gemeente denkt te voorkomen dat er afval in de waterloop terecht komt en wildplassen drugsgebruik voorkomen. 4.6 U vraagt of er een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming nodig is. 4.7 In de toelichting op het bestemmingsplan staat dat het deel van het plangebied dat binnen de 100 meter zone rondom het Natura 2000 gebied het Groote Gat ligt geen extra mogelijkheden krijgt zodat de planologische situatie daar min of meer gelijk blijft. U vraagt wat u onder min of meer mag verstaan. 45
4.8 U vraagt waarom in het natuuronderzoek geen melding is gemaakt van de buizerd (zichtbaar broedend in het gebied) en de ijsvogel en de havik. 4.9 U bent het niet eens met het feit dat de Ransuil door vroeg in het voorjaar veel geluid te produceren hopelijk een andere broedplaats gaat zoeken zoals in het bestemmingsplan staat. 4.10 U geeft aan dat voor iedere gekapte boom een vervangende boom zal worden geplant en vraagt waar deze bomen worden geplant en welke bomen worden geplant. U vraagt ook wie zorg draagt voor de controle hiervan. 4.11 U vraagt als omwonende hoe de gemeente uw leef- en woongenot denkt te waarborgen wanneer dit plan doorgang mocht vinden. Beantwoording zienswijze 4 4.1 Verwezen wordt naar hoofdstuk 7 (Stikstof) van deze notitie zienswijzen. Daarnaast kunnen wij u verwijzen naar paragraaf 4.11 van de toelichting op het bestemmingsplan over luchtkwaliteit. Hieruit blijkt dat het plan geen gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit. 4.2 Verwezen wordt naar hoofdstuk 6 van deze notitie zienswijzen. 4.3 In het bestemmingsplan is met stikstofberekeningen, natuur- en geluidonderzoeken aangetoond dat er als gevolg van de voorgenomen planontwikkeling geen negatieve gevolgen te verwachten zijn voor natuurgebied het Groote Gat.
Artikel 2.27 van de omgevingsverordening Zeeland stelt 7 “In de toelichting bij een bestemmingsplan waarin bestemmingen worden aangewezen dan wel regels worden gegeven voor gronden die zijn gelegen binnen 100 meter rond bestaande natuurgebieden, wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop rekening is gehouden met de wezenlijke kenmerken en waarden van de natuurgebieden en wordt aannemelijk gemaakt dat geen onevenredige aantasting van de bedoelde kenmerken en waarden plaatsvindt.” Het natuurgebied Groote Gat ligt op 95 meter van de punt van het plangebied. Door toepassing van zonering blijft een strook van ruim 15 meter aan de oostrand gevrijwaard van verblijfsrecreatie en dagrecreatie, anders dan de bestaande mogelijkheden zoals wandelen. Aan de afstand uit de omgevingsverordening Zeeland wordt voldaan. 4.4 Door middel van de openbaar toegankelijke wandelpaden binnen het plangebied kunnen genoemde gebieden door een wandelroute met elkaar verbonden worden. In een ander opzicht is deze verbinding niet overwogen. 4.5 U verwacht ongewenste neveneffecten van de voorgenomen plannen en u geeft daarbij wildplassen, drugsgebruik en afval in waterlopen aan. Omdat het bestemmingsplan een toetsingskader vormt voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een plan zijn de genoemde punten niet relevant voor de bestemmingsplanprocedure. Het betreft aspecten van openbare orde en veiligheid.
Dat wil niet zeggen dat wij genoemde punten niet in overweging genomen hebben. Gelet op de aard en de omvang van de gewenste evenementen en de koppeling aan de voorgenomen doelgroepen (voornamelijk gezinnen) verwachten wij geen (overmatige) overlast met betrekking tot genoemde punten. Bovendien zijn de meeste evenementen meldings- of vergunningsplichtig, wat met name is ingegeven vanuit het oogpunt van handhaving van de openbare orde en veiligheid. Zodat op dat punt nadere voorschriften gesteld kunnen worden. 4.6 Verwezen wordt naar hoofdstuk 7 van deze notitie zienswijzen. Er is geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming vereist. 4.7 In de toelichting op het bestemmingsplan staat. ‘Het natuurgebied Groote Gat ligt op 95 meter van de punt van het plangebied. Omdat een strook van 10 meter aan de oostrand wordt gevrijwaard van verblijfsrecreatie en dagrecreatie, anders dan de bestaande mogelijkheden, worden er geen nieuwe regels gegeven voor gronden binnen 100 meter rond bestaande natuurgebieden.’ De bestaande mogelijkheden bestaan uit beplanting, beheer en onderhoud aan de beplanting en extensieve dagrecreatie zoals wandelen. Dit blijft ongewijzigd. 4.8 Verwezen wordt naar hoofdstuk 6 van deze notitie zienswijzen. 4.9 Verwezen wordt naar hoofdstuk 6 van deze notitie zienswijzen. 4.10Verwezen wordt naar hoofdstuk 6 van deze notitie zienswijzen. 46
4.11Het plan is getoetst op de gebruikelijke (en verplichte) aspecten milieuzonering, verkeerslawaai, luchtkwaliteit, geluid en externe veiligheid. De uitgevoerde toetsen geven aan dat het plan geen negatieve invloed heeft op een goed woon- en leefklimaat van de woningen in de directe nabijheid van het plangebied. Voor de volledigheid verwijzen wij naar onze overwegingen in hoofdstuk 12 van deze notitie zienswijzen. Conclusie zienswijze 4 Deze zienswijze geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Voor de voorgestelde wijziging wordt verwezen naar de hoofdstukken 6 en 7 van deze notitie zienswijzen. Samenvatting zienswijze 5 5.1 U maakt bezwaar tegen evenementen met versterkte muziek omdat u hiervan geluidsoverlast verwacht en schade aan uw leefkwaliteit en gezondheid. Festivals mogen plaatsvinden tot 24 uur of langer tot 140 dB. 5.2 U vreest voor verkeersoverlast, onder andere door filevorming en incidenteel parkeren op loopafstand op niet bepaalde locaties bij middelgrote evenementen. U maakt bezwaar tegen festivals met gerelateerde overlast zoals landelijk bekend in uw woonomgeving. 5.3 U stelt dat het bestemmingsplan niet duidelijk is over de mogelijkheden binnen het plangebied. Omdat de mogelijkheden niet concreet zijn ingevuld worden de belangen van omwonenden onvoldoende geborgd.
5.4 U stelt dat de voorgenomen activiteiten, die gedurende het gehele jaar kunnen plaatsvinden, niet thuishoren in een woonomgeving. Dit gaat ten koste van uw woonkwaliteit. 5.5 Het plan is gepresenteerd als experiment en trendvolgend. Niet duidelijk wat hiervan de gevolgen zijn. 5.6 U stelt dat het Regiopark ook zal functioneren als camping nu er gedurende het kampeerseizoen verblijf wordt geboden voor groepen tot 200 personen en meer. U bent van mening dat een camping niet thuishoort in een woonomgeving en dat er in de regio reeds voldoende campings zijn voorzien. 5.7 U vraagt om op basis van bovengenoemde argumenten het bestemmingsplan niet vast te stellen. En stelt als alternatief voor dat de gemeente het terrein kleinschalig ontwikkelt voor de stad Oostburg als park/wandelgebied/ natuurminnend/ multifunctioneel/ informatief voor toerisme enzv. Met een aansluiting op natuurgebied Het Groote Gat. Beantwoording zienswijze 5 5.1 Voor onze overweging op dit punt verwijzen we naar hoofdstuk 9 van deze notitie zienswijzen. Voor de volledigheid willen we wel aangeven dat niet duidelijk is hoe u aan 140 dB(A) komt. In het ontwerpbestemmingsplan is voor middelgrote evenementen (in artikel 3.5.5.
van de regels) bepaald dat -De eindtijd voor het voortbrengen van versterkt (muziek)geluid wordt van zondag tot en met donderdag gesteld op 24.00 uur en op vrijdag, zaterdag en dagen vóór een officiële feestdag op 01.00 uur. - Het equivalente geluidniveau (LAeq,T) gemeten en beoordeeld ter plaatse van (de gevels) van woningen op een hoogte van 1,5 meter, veroorzaakt door mechanisch versterkte muziek en het versterkte stemgeluid, mag tijdens middelgrote evenementen niet meer bedragen dan 70 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode. - Tijdens middelgrote evenementen kan tegelijkertijd maar op één locatie in het plangebied versterkte muziek ten gehore worden gebracht. 5.2 Voor onze overweging met betrekking tot de verkeersaspecten wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van deze notitie zienswijzen. Wat de overlast in relatie tot evenementen betreft gaan wij er van uit dat u doelt op aspecten van openbare orde en veiligheid zoals drugs- en alcoholgebruik. Omdat het bestemmingsplan een toetsingskader vormt voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een plan zijn de genoemde punten niet relevant voor de bestemmingsplanprocedure. Het betreft aspecten van openbare orde en veiligheid. Dat wil niet zeggen dat wij genoemde punten niet in overweging genomen hebben.
Gelet op de aard en de omvang van de gewenste evenementen en de koppeling aan de voorgenomen doelgroepen (voornamelijk gezinnen) verwachten wij geen (overmatige) 47
overlast met betrekking tot genoemde punten. Bovendien zijn de meeste evenementen meldings- of vergunningsplichtig, wat met name is ingegeven vanuit het oogpunt van handhaving van de openbare orde. 5.3 In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het plan toegelicht. In de regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksregels vastgelegd. Hiermee zijn de mogelijkheden voor het plangebied duidelijk vastgelegd (rechtszekerheid voor initiatiefnemer en omwonenden). Binnen die mogelijkheden kan er sprake zijn van organische ontwikkeling, niet alle bouwmogelijkheden moeten bijvoorbeeld direct ingevuld worden. Ontwikkelingen buiten het kader van het bestemmingsplan zijn niet mogelijk. Bovendien is het plan getoetst op de gebruikelijke (en verplichte) aspecten milieuzonering, verkeerslawaai, luchtkwaliteit, geluid en externe veiligheid. De uitgevoerde toetsen geven aan dat het plan geen negatieve invloed heeft op een goed woon- en leefklimaat van de woningen in de directe nabijheid van het plangebied. 5.4 Het plangebied is gelegen in een gebied met woningen, het bedrijventerrein Brugse Vaart (met milieucategorie 4.1 (hei- en aannemers) bedrijf en detailhandelsvestiging met detailhandel in volumineuze goederen, agrarische bedrijvigheid en een toegangsweg (Nieuwstraat) tot Oostburg.
Om die reden dient het plangebied niet als woongebied maar als gemengd gebied getypeerd te worden. Deze typering van gebieden is gebaseerd op de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en Mileuzonering’. Op basis hiervan kunnen richtafstanden worden afgeleid zoals die worden nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (rustig buitengebied of natuurgebied). Kleinere richtafstanden tussen verschillende functies kunnen worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied. Dit gebied kent gelet op de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Voor de volledigheid verwijzen wij ook naar onze overwegingen in hoofdstuk 4 (evenementen) van deze notitie zienswijzen, o.a. met betrekking tot de frequentie van evenementen. 5.5 Verwezen wordt naar de beantwoording onder 5.3. 5.6 Verwezen wordt naar onze overweging in hoofdstuk 5 van deze notitie zienswijzen.
5.7 Alles omvattend zien wij aanleiding om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen, wij zien geen aanleiding om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Met betrekking tot de door u geopperde alternatieve plannen overwegen wij het volgende. In 2017 heeft de gemeente Sluis een prijsvraag uitgeschreven waarbij belangstellenden uitgenodigd werden een bod te doen op de gronden van het plangebied met daarbij een plan voor de ontwikkeling van deze gronden. Eénieder heeft via deze prijsvraag de kans gehad om een ontwikkelingsplan in te dienen. Het indienen van een nieuw plan is nu niet aan de orde. Conclusie zienswijze 5 Deze zienswijze geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Voor de voorgestelde wijziging wordt verwezen naar hoofdstukken 5, 8 en 9 van deze notitie zienswijzen. Samenvatting zienswijze 6 6.1 U bent van mening dat de voorgestelde activiteiten, die jaarrond georganiseerd worden, niet passen binnen de woonomgeving. U heeft bewust gekozen voor woonlocatie Hoogendamme die geschikt is voor oudere bewoners. De realisatie van dit plan verandert deze situatie. De gemeentelijke visie Gezond en Vitaal Oostburg staat haaks op dit plan. 6.2 U stelt dat er sprake is van aantasting van uw woongenot en leefkwaliteit door festivals en evenementen met versterkte muziek. U verwacht dagelijks geluidsoverlast.
6.3 U verwacht nachtelijke overlast van muziek tot 24.00 -01.00 uur met daarna vertrekkend publiek met auto’s, motoren, scooters, geroep en geschreeuw. 48
6.4 U denkt aan de voormalige discobus, met passagiers die na het uitstappen een spoor van vernielingen veroorzaakten door baldadigheid onder invloed van drank, en heeft hierdoor angstgevoelens. 6.5 U vreest dat groepskampeerders ’s avonds en ’s nachts Oostburg kunnen bezoeken en nachtelijke overlast kunnen geven zowel in Oostburg als in de omgeving van het park. U wijst hierbij op de bij u bekende nachtelijke vernielingen in de regio tijdens bijvoorbeeld de visserijfeesten of bij het strand en de duinen. 6.6 U vreest voor drugsproblematiek gerelateerd aan de voorgenomen activiteiten. 6.7 U verwacht een waardedaling van uw woning. Planschade volstaat hierbij niet omdat dit de situatie niet wijzigt. 6.8 In het bestemmingsplan is niet aangegeven hoe de diverse toegangen worden gebruikt. Een voetgangerstoegang op de hoek van de Dierkensteenweg zal naar uw verwachting overlast geven zowel overdag als ’s avonds. 6.9 U verwacht parkeerproblemen tijdens piekmomenten, vooral omdat hierbij parkeermogelijkheid op afstand wordt voorgesteld die nu nog niet concreet is ingevuld. 6.10U bent van mening te worden aangetast in uw vrijheid omdat u voortaan moet luisteren naar muziek waarvoor u zelf niet kiest. 6.11U verwacht gezondheidsklachten, slaapstoornissen en een leven in een afgesloten huis als gevolg van de voorgenomen activiteiten.
6.12U voegt een krantenartikel aan uw zienswijze toe waaruit volgens u blijkt dat de ontwikkeling Regiopark niet past bij de destijds gewekte verwachtingen rondom levensloopbestendig wonen in Hoogendamme en zorgvoorzieningen. 6.13U vraagt om op basis van bovengenoemde argumenten het bestemmingsplan niet vast te stellen. En stelt een alternatief plan voor met meer rendement voor de streek, respect voor omwonenden en minder te verwachten problemen. 6.14Tot slot stelt u een aantal vragen. Beantwoording zienswijze 6 6.1 Het plan is getoetst op de gebruikelijke (en verplichte) aspecten milieuzonering, verkeerslawaai, luchtkwaliteit en externe veiligheid. De uitgevoerde toetsen geen aan dat het plan geen negatieve invloed heeft op een goed woon- en leefklimaat van de woningen in de directe nabijheid van het plangebied. Voor de volledigheid verwijzen wij u ook naar onze overwegingen in hoofdstuk 12 van deze notitie zienswijzen. De plannen voor Oostburg bevinden zich nog in een visievormend stadium maar zijn zoals het er nu naar uitziet niet strijdig met voorliggend plan. 6.2 Verwezen wordt naar onze overwegingen in hoofdstuk 4 (evenementen) en hoofdstuk 9 (geluid) van deze notitie zienswijzen. 6.3 Verwezen wordt naar onze overwegingen in hoofdstuk 9 (geluid) van deze notitie zienswijzen.
6.4 U verwacht ongewenste neveneffecten van de voorgenomen plannen en u geeft daarbij drankgebruik aan. Omdat het bestemmingsplan een toetsingskader vormt voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een plan zijn de genoemde punten niet relevant voor de bestemmingsplanprocedure. Het betreft aspecten van openbare orde en veiligheid. Dat wil niet zeggen dat wij genoemde punten niet in overweging genomen hebben. Gelet op de aard en de omvang van de gewenste evenementen en de koppeling aan de voorgenomen doelgroepen (voornamelijk gezinnen) verwachten wij geen (overmatige) overlast met betrekking tot genoemde punten. Bovendien zijn de meeste evenementen meldings- of vergunningsplichtig, wat met name is ingegeven vanuit het oogpunt van handhaving van de openbare orde. 6.5 Voor onze overweging op dit punt verwijzen we naar de beantwoording onder 6.4. 6.6 Voor onze overweging op dit punt verwijzen we naar de beantwoording onder 6.4. 6.7 Voor onze overweging op dit punt verwijzen we naar de beantwoording van zienswijze 2 onder punt 4. 6.8 De voetgangersentree tegenover wooncomplex Hoogendamme wordt tussen zonsondergang en zonsopkomst afgesloten. 49
6.9 Voor reguliere activiteiten is er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Als er voor middelgrote evenementen onvoldoende parkeergelegenheid is op eigen terrein kan gebruik worden gemaakt van locaties buiten het terrein. De locaties worden met de vergunningaanvraag voor middelgrote evenementen inzichtelijk gemaakt. Met de voorwaarde(lijke verplichting) uit artikel 3.5.6. onder b is dit geborgd. Voor onze nadere overweging met betrekking tot parkeren verwijzen wij u naar hoofdstuk 10 van deze notitie zienswijzen. 6.10Voor onze overweging met betrekking tot geluid verwijzen wij u naar hoofdstuk 9 van deze notitie zienswijzen. 6.11Verwezen wordt naar onze overwegingen in hoofdstuk 12 van deze notitie zienswijzen. 6.12Hoogendamme heeft op grond van de beheersverordening Kom Oostburg de bestemming Wonen met de aanduiding gestapeld. Uitsluitend ter plaatse van deze aanduiding mogen woningen gestapeld worden gebouwd. Eventuele zorgvoorzieningen zijn planologisch niet geborgd. Dat wil uiteraard niet zeggen dat er in het complex geen zorgvoorzieningen aangeboden kunnen worden dan wel levensloopbestendige woningen gerealiseerd. De uitvoering van onderhavig plan staat dit evenmin in de weg. 6.13Alles omvattend zien wij aanleiding om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen, wij zien geen aanleiding om het bestemmingsplan niet vast te stellen.
Met betrekking tot de door u geopperde alternatieve plannen overwegen wij het volgende. In 2017 heeft de gemeente Sluis een prijsvraag uitgeschreven waarbij belangstellenden uitgenodigd werden een bod te doen op de gronden van het plangebied met daarbij een plan voor de ontwikkeling van deze gronden. Eénieder heeft via deze prijsvraag de kans gehad om een ontwikkelingsplan in te dienen. Het indienen van een nieuw plan is nu niet aan de orde. 6.14De beantwoording van de vragen kunt u terugvinden in een apart document ‘Beantwoording vragen bij zienswijzen bestemmingsplan Regiopark Oostburg’.
Conclusie zienswijze 6 Deze zienswijze geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Voor de voorgestelde wijziging wordt verwezen naar de hoofdstukken 4, 9 en 10 van deze notitie zienswijzen. Samenvatting zienswijze 7 7.1 U maakt bezwaar tegen evenementen met versterkte muziek omdat u hiervan geluidsoverlast verwacht en schade aan uw leefkwaliteit en gezondheid. Festivals mogen plaatsvinden tot 24 uur of langer tot 140 dB. 7.2 U vreest voor verkeersoverlast, onder andere door filevorming en incidenteel parkeren op loopafstand op niet bepaalde locaties bij middelgrote evenementen. U maakt bezwaar tegen festivals met gerelateerde overlast zoals landelijk bekend in uw woonomgeving. 7.3 U stelt dat het bestemmingsplan niet duidelijk is over de mogelijkheden binnen het plangebied. Omdat de mogelijkheden niet concreet zijn ingevuld worden de belangen van omwonenden onvoldoende geborgd. 7.4 U stelt dat de voorgenomen activiteiten, die gedurende het gehele jaar kunnen plaatsvinden, niet thuishoren in een woonomgeving. Dit gaat ten koste van uw woonkwaliteit. 7.5 Het plan is gepresenteerd als experiment en trendvolgend. Niet duidelijk wat hiervan de gevolgen zijn. 7.6 U stelt dat het Regiopark ook zal functioneren als camping nu er gedurende het kampeerseizoen verblijf wordt geboden voor groepen tot 200 personen en meer.
U bent van mening dat een camping niet thuishoort in een woonomgeving en dat er in de regio reeds voldoende campings zijn voorzien. 7.7 U vraagt om op basis van bovengenoemde argumenten het bestemmingsplan niet vast te stellen. En stelt als alternatief voor dat de gemeente het terrein kleinschalig ontwikkelt voor de stad Oostburg als park/wandelgebied/ natuurminnend/ multifunctioneel/ informatief voor toerisme enzv. Met een aansluiting op natuurgebied Het Groote Gat. 50
Beantwoording zienswijze 7 Deze zienswijze is inhoudelijk hetzelfde als zienswijze 5. Voor de beantwoording en conclusie wordt daarom verwezen naar zienswijze 5. Samenvatting zienswijze 8 8.1 U bent van mening dat er onvoldoende belangenafweging en communicatie heeft plaatsgevonden rondom dit plan. U stelt dat er enkel informatie is gedeeld via krantenberichten en twee inloopmomenten waarbij de juiste informatie ontbrak. 8.2 Uw woning heeft te koop gestaan en bleek niet verkoopbaar. U stelt hiervan emotionele en financiële schade te ondervinden. Inmiddels heeft u uw woning aangepast zodat u hier, gelet op uw leeftijd, kunt blijven wonen. 8.3 U heeft bezwaar tegen festivals en evenementen met o.a. versterkte muziek. U verwacht, ook als de APV normen worden gehanteerd, hiervan geluidsoverlast te ondervinden. 8.4 U heeft bezwaar tegen de verkeerstoename met 78.500 rijbewegingen op het traject Nieuwstraat. U verwacht filevorming en stationair draaiende auto’s. 8.5 U heeft bezwaar tegen jaarrond bedrijvigheid waarvan u overlast verwacht. U denkt hierbij aan vertrekkende bezoekers in de late uren, dichtslaande deuren, motorgeluid en de 8 meter hoge lichtmasten die het parkeerterrein moeten verlichten. 8.6 U heeft bezwaar tegen de mogelijkheid van groepskamperen van maart tot en met november.
U geeft aan dat in het bestemmingsplan staat dat er behoefte is aan zo’n kampeerplaats omdat groepen belastend zijn voor andere recreanten. U stelt dat dit voor u als omwonende ook belastend is. 8.7 U heeft bezwaar tegen deze extra 50 kampeereenheden en stelt dat de informatie in het bestemmingsplan misleidend is omdat tot de doelgroep ook gezinnen worden gerekend. 8.8 U bent van mening dat u onevenredig zwaar getroffen wordt door de planvorming en de geboden mogelijkheid om te experimenteren binnen het plangebied. U stelt een alternatief plan voor dat uitgaat van het snoeien en opknappen van het terrein en het realiseren van een horeca 1-2locatie, met toezicht en toegankelijk voor wandelaars. Daarnaast wenst u overleg over andere mens- en omgevingsvriendelijke invullingen zonder overlast voor omwonenden en Oostburg. 8.9 Tot slot stelt u een aantal vragen. Beantwoording zienswijze 8 8.1 Uw mening nemen wij voor kennisgeving aan. Het bestemmingsplan hebben wij op gebruikelijke wijze zowel als voorontwerp als ontwerpplan ter inzage gelegd. Daarnaast zijn twee publieksmomenten georganiseerd, één door de initiatiefnemer en één door de gemeente. 8.2 Wat betreft een mogelijke waardedaling van uw woning kunnen wij u als volgt informeren.
De Wro (Wet ruimtelijke ordening) geeft in artikel 6.1 aan dat een belanghebbende onder bepaalde voorwaarden en beperkingen recht kan doen gelden op vergoeding van schade als gevolg van de bepalingen van een bestemmingsplan of bijvoorbeeld een besluit omtrent het afwijken van het bestemmingsplan. Een aanvraag om vergoeding van planschade moet worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Planschade kan alleen gemeld worden als het planologisch besluit onherroepelijk is. Dat betekent dat het niet meer mogelijk is om bezwaar of beroep aan te tekenen tegen het planologische besluit bij de rechtbank of de Raad van State. Planschade verjaart 5 jaar na het onherroepelijk worden van het planologisch besluit. Dit betekent dat na die tijd geen planschade meer gemeld kan worden. Meer informatie is te raadplegen via de website van de gemeente Sluis: Planschade melden - Website gemeente Sluis Er is geen reden om te veronderstellen dat de huizen in de omgeving van het plangebied niet meer aantrekkelijk zijn op de huizenmarkt. In de afgelopen periode zijn er woningen te koop aangeboden en ook daadwerkelijk verkocht. 51
8.3 Voor onze overweging met betrekking tot geluid verwijzen wij u naar hoofdstuk 9 van deze notitie zienswijzen. 8.4 Voor onze overweging met betrekking tot verkeersoverlast verwijzen wij u naar hoofdstuk 8 van deze notitie zienswijzen. 8.5 Uw bezwaren richten zich met name op het aspect geluid. Voor onze overweging met betrekking tot geluid verwijzen wij u naar hoofdstuk 9 van deze notitie zienswijzen. Wat lichtmasten betreft hebben wij een regeling overwogen die zowel uit oogpunt van omgeving als natuurwaarden acceptabel is. (Straat)verlichting met een neerwaartse uitstraling tot 5 meter hoogte is rechtstreeks toegestaan. Hiervan kan afgeweken worden onder voorwaarden, waaronder inpasbaarheid in de omgeving, tot 8 meter. Er wordt vleermuisvriendelijke verlichting toegepast. Wij zien geen noodzaak om deze regeling verder aan te passen. 8.6 en 8.7 Naar aanleiding van uw vraag over groepskamperen ligt een nadere toelichting voor de hand. In de toelichting op het bestemmingsplan staat over groepskamperen het volgende. ‘De gronden in het zuidwesten die nu worden gebruikt voor landbouwkundige doeleinden worden ingezet als ruimte voor het verblijf van grote groepen en evenementen.
Er is in de regio nu geen mogelijkheid voor verenigingen en grote groepen om een weekend weg te organiseren, omdat de verblijfsaccommodaties daar niet voor geëquipeerd zijn en de menging met reguliere gasten veelal als belastend wordt ervaren. Om die reden wordt op gronden in het zuidwesten de mogelijkheid geboden voor groepskamperen.’ Hiermee is bedoeld dat op verblijfsrecreatieterreinen de combinatie van reguliere verblijfsgasten niet goed samengaat met groepskamperen met name omdat beiden verschillende inzet vragen op aan te bieden activiteiten. Binnen dit plan komen deze samen omdat ingezet wordt op bijvoorbeeld natuuractiviteiten en evenementen. Hierbij wordt ook verwezen naar onze overweging in hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen waarin de andere door u benoemde aspecten in relatie tot groepskamperen aan de orde komen. 8.8 Ten aanzien van het door u aangehaalde experimenteermodel overwegen wij het volgende. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het plan toegelicht. In de regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksregels vastgelegd. Hiermee zijn de mogelijkheden voor het plangebied duidelijk vastgelegd (rechtszekerheid voor initiatiefnemer en omwonenden). Binnen die mogelijkheden kan er sprake zijn van organische ontwikkeling/ experimenteermodel, niet alle bouwmogelijkheden moeten bijvoorbeeld direct ingevuld worden.
Ontwikkelingen buiten het kader van het bestemmingsplan zijn niet mogelijk. Wij concluderen dat er na realisatie van het plan sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden, hiervoor verwijzen wij naar onze overwegingen in hoofdstuk 12 van deze notitie zienswijzen. Alles omvattend zien wij aanleiding om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen, wij zien geen aanleiding om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Met betrekking tot de door u geopperde alternatieve plannen overwegen wij het volgende. In 2017 heeft de gemeente Sluis een prijsvraag uitgeschreven waarbij belangstellenden uitgenodigd werden een bod te doen op de gronden van het plangebied met daarbij een plan voor de ontwikkeling van deze gronden. Eénieder heeft via deze prijsvraag de kans gehad om een ontwikkelingsplan in te dienen. Het indienen van een nieuw plan is nu niet aan de orde. 8.9 De beantwoording van de vragen kunt u terugvinden in een apart document ‘Beantwoording vragen bij zienswijzen bestemmingsplan Regiopark Oostburg’. Conclusie zienswijze 8 Deze zienswijze geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Voor de voorgestelde wijziging wordt verwezen naar de hoofdstukken 5, 8 en 9 van deze notitie zienswijzen. Samenvatting zienswijze 9 52
9.1 Uw cliënt verwacht overlast als gevolg van het planologisch mogelijk maken van een evenemententerrein, horeca, detailhandel (start ups) en andere activiteiten. Uw cliënt is van mening dat het gebied gelet op de flora en fauna ongewijzigd moet blijven. Uw cliënt verwacht dat er veel bomen gekapt moeten worden waarvoor een vergunning nodig is. 9.2 Uw cliënt is van mening dat de bestemming recreatie, die van toepassing is op het gehele terrein, ruim is. Deze bestemming biedt mogelijkheid tot categorie 3 horeca. Dit zijn inrichtingen die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken. 9.3 Uw cliënt stelt dat het plan in strijd is met het provinciale beleid en haalt hiertoe het Omgevingsplan Zeeland 2018 het natuurnetwerk Zeeland aan. 9.4 Uw cliënt stelt dat het Groote Gat is aangewezen als milieubeschermingsgebied alsmede als Natura 2000 gebied. Hiervoor geldt een richtwaarde van maximaal 48 dB(A). Het organiseren van evenementen met versterkt geluid in het plangebied is hiermee niet te verenigen. Daarnaast wijst u er op dat deze gebieden relevant zijn ten aanzien van stikstof. Omdat de afstand tussen het plangebied en het Groote Gat minder bedraagt dan 100 meter dienen maatregelen getroffen te worden om de gunstige staat en instandhouding van dit natuurgebied te bereiken.
Het bestemmingsplan dient hiermee rekening te houden en kan volgens u om deze reden niet worden vastgesteld. U zegt namelijk dat het niet anders kan dan dat aantasting plaats zal vinden. Stikstof leidt tot verzuring, waarbij u er op wijst dat maar liefst 118 van de 160 Nederlandse Natura 2000 gebieden stikstofgevoelig en overbelast zijn. U bent van mening dat de bouw van een woning, alsmede groepsaccommodaties en verblijfsaccommodaties in de Aeriusberekening meegenomen moet worden. 9.5 U wijst er op dat volgens uw informatie in het plangebied beschermde soorten voorkomen die bescherming genieten. Het gaat hierbij om vleermuizen, amfibieën, reeën, buizerd, ijsvogel, havik en de ransuil. U bent van mening dat de functie-aanduiding rond het nestelgebied van de ransuil onvoldoende bescherming biedt, deze uil zal zich immers niets aantrekken van de opgenomen functie-aanduiding. 9.6 In het licht van het Activiteitenbesluit komt u tot de conclusie dat het voorliggende plan niet passend is binnen een rustige woonomgeving en daarom onwenselijk is. 9.7 U wijst op artikel 3.1.6 lid 1 Bro is bepaald dat bij een plan zoals deze inzicht gegeven moet worden over de uitvoerbaarheid van dergelijke plannen. Niet gebleken is van een anterieure overeenkomst terwijl er wel degelijk sprake is van planschade wanneer naar de omgeving wordt gekeken.
9.8 Uw cliënt is van mening dat de omgevingskwaliteiten van het gebied zich nu kenmerken door rust, stilte, natuur, ruimte en duisternis. Deze aspecten worden volgens u door de realisatie van een evenemententerrein worden aangetast. Deze waarden dienen in het algemeen belang en in het belang van de omwonenden beschermd te worden. Overlast door verkeer, geluid, waardedaling van de woning zorgen ervoor dat de woon- en leefomgeving voor uw cliënt definitief verstoord wordt. Gelet op deze negatieve aspecten voor de omwonenden en flora en fauna verzoekt u namens uw cliënt geen medewerking aan deze plannen te verlenen. Beantwoording zienswijze 9 9.1 Wij komen tot de conclusie dat er na realisatie van het plan sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden. Voor onze nadere overweging op dit punt verwijzen wij naar hoofdstuk 12 van deze notitie zienswijzen. Voor onze overweging met betrekking tot de natuurwaarden verwijzen wij u naar onze overwegingen in hoofdstuk 6 van deze notitie zienswijzen. 9.2 Op basis van artikel 3, lid 1 onder d is ter plaatse van de aanduiding ‘horeca’: tevens horeca, behorende tot categorie 1a, 1b (met uitzondering van ‘hotel, inclusief appartementen’), 1c, 2a en 2b in de Staat van Horeca-activiteiten toegestaan. Het bestemmingsplan biedt dus geen mogelijkheid voor horeca tot en met categorie 3 van de Staat van Horeca-activiteiten.
9.3 Het plan past binnen de kaders van het provinciale beleid. 53
9.4 Voor het aspect geluid verwijzen wij naar onze overwegingen in hoofdstuk 9 van deze notitie zienswijzen. Voor onze overwegingen met betrekking tot het aspect stikstof verwijzen wij naar onze overwegingen in hoofdstuk 7 van deze notitie zienswijzen. 9.5 Voor onze overwegingen met betrekking tot natuurwaarden verwijzen wij u naar hoofdstuk 6 van deze notitie zienswijzen. 9.6 Het plangebied is gelegen in een gebied met woningen, het bedrijventerrein Brugse Vaart (met milieucategorie 4.1 (hei- en aannemers) bedrijf en detailhandelsvestiging met detailhandel in volumineuze goederen, agrarische bedrijvigheid en een toegangsweg (Nieuwstraat) tot Oostburg. Om die reden dient het plangebied niet als woongebied maar als gemengd gebied getypeerd te worden. Deze typering van gebieden is gebaseerd op de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en Mileuzonering’. Op basis hiervan kunnen richtafstanden worden afgeleid zoals die worden nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (rustig buitengebied of natuurgebied). Kleinere richtafstanden tussen verschillende functies kunnen worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied. Dit gebied kent gelet op de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging.
Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Daarnaast verwijzen wij u naar onze overwegingen in hoofdstuk 12 van deze notitie zienswijzen. 9.7 De Wro (Wet ruimtelijke ordening) geeft in artikel 6.1 aan dat een belanghebbende onder bepaalde voorwaarden en beperkingen recht kan doen gelden op vergoeding van schade als gevolg van de bepalingen van een bestemmingsplan of bijvoorbeeld een besluit omtrent het afwijken van het bestemmingsplan. Een aanvraag om vergoeding van planschade moet worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Planschade kan alleen gemeld worden als het planologisch besluit onherroepelijk is. Dat betekent dat het niet meer mogelijk is om bezwaar of beroep aan te tekenen tegen het planologische besluit bij de rechtbank of de Raad van State. Planschade verjaart 5 jaar na het onherroepelijk worden van het planologisch besluit. Dit betekent dat na die tijd geen planschade meer gemeld kan worden. Meer informatie is te raadplegen via de website van de gemeente Sluis: Planschade melden - Website gemeente Sluis.
In de anterieure overeenkomst worden afspraken tussen de gemeente en een initiatiefnemer vastgelegd over het ontwikkelen (bebouwen) van een bepaald perceel. Een anterieure overeenkomst is een privaatrechtelijke overeenkomst, waarin de initiatiefnemer zich verplicht tot het betalen van een bijdrage in de kosten die door de gemeente gemaakt moeten worden om de grondexploitatie mogelijk te maken. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de kosten van de aanleg van infrastructuur of aanpassing van het bestemmingsplan. Daarnaast wordt in deze overeenkomst vastgelegd dat de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor eventuele planschade en de uitbetaling hiervan. Planontwikkeling door de initiatiefnemer is voor eigen rekening en risico. Eén van de voorwaarden voor vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is ondertekening – door beide partijen – van de anterieure overeenkomst. Dit is toegelicht in paragraaf 6.1 (economische uitvoerbaarheid) van de toelichting op het bestemmingsplan. 9.8 Alles omvattend zien wij aanleiding om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen, wij zien geen aanleiding om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Conclusie zienswijze 9 Deze zienswijze geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Voor de voorgestelde wijziging wordt verwezen naar de hoofdstukken 7 en 9 van deze notitie zienswijzen.
Samenvatting zienswijze 10 10.1 U bent van mening dat het bestaande water niet enkel uitgesloten dient te worden van 54
zwemmen, maar ook van alle overige wateractiviteiten. Zo worden het dieren en plantenleven niet verstoord en is er geen sprake van vervuiling van het water. Vanwege de verbinding via open water is dit ook van belang voor natuurgebied het Groote Gat. 10.2 U bent van mening dat er nadere grenzen gesteld moeten worden aan het plan in plaats van een organische ontwikkeling toe te staan. Op die manier kan het effect van het plan ook beter bepaald worden. U stelt voor om de evenementen en festivals met versterkte muziek uit te sluiten omdat deze de grens van zware belasting (onduldbare) bereiken. 10.3 U bent van mening dat het verblijf van grote groepen (groepskamperen) niet passend is, u verwacht hiervan teveel overlast met name in de late avond en ’s nachts. Ten aanzien van horeca gaat u uit van mogelijkheden tot 41 groepen van 200 personen per groep, bijna ieder weekend tot categorie 2b. U stelt voor het aantal personen per groep te beperken en horeca tot maximaal categorie 1c toe te staan. U bent van mening dat een indoorspeelvoorziening niet passend is omdat er reeds een vergelijkbare voorziening in Sluis is en gelet op de bezettingsgraad daar lijkt één voldoende te zijn. De verwachte bezoekersaantallen op jaarbasis van 78.500 zijn naar uw mening te hoogt, het is volgens u in vele opzichten beter om dit aantal fors te laten dalen.
10.4 U bent van mening dat het plan belastend is voor natuurgebied het Groote Gat. U verwacht een negatieve ontwikkeling van dit natuurgebied als gevolg van geluidsbelasting, verkeersstromen en zwerfvuil. 10.5 Twee agrarische bedrijven en een sporthal worden aangemerkt als risicobron omdat ze gevaarlijke stoffen opslaan, namelijk propaan in propaantanks. U geeft aan ook propaan op te slaan in een propaantank met een inhoud van 3 m3. U vraag waarom uw bedrijf niet wordt gezien als risicobron? 10.6 Ten aanzien van de regels van het ontwerp bestemmingsplan stelt u voor om het hoofdgebouw op orde te brengen zonder de mogelijkheid te bieden om dit uit te breiden. Ten aanzien van dagrecreatie stelt u voor om het aantal gebouwen beperkt te houden en maximale hoogte 5 meter en dus geen 15 meter. U stel voor om de gebouwen voor groepsaccommodatie uit te sluiten omdat u hiervan veel overlast verwacht en van mening bent dat er voldoende vergelijkbare voorzieningen in de streek zijn. 10.7 U geeft aan het niet eens te zijn met het antwoord op uw inspraakreactie 15 onder b. U motiveert dat de mate van belasting een optelsom is van geluidssterkte en het aantal keren in een jaar of jaren. U ziet evenementen en festivals met versterkte muziek als zware overlast en stelt voor om deze daarom uit te sluiten.
10.8 Bij punt j van de conclusie van inspraakreactie 15 staat dat de zonering van 100 meter waarbinnen geen woon of verblijfsrecreatieve functies gerealiseerd kunnen worden verwerkt zal worden in de regels en verbeelding van het bestemmingsplan. U concludeert dat dit niet is verwerkt en vraagt hiervoor aandacht. 10.9 Tot slot stelt u dat het plan niet passend is binnen de locatie en vraagt daarom om een alternatief plan dat het woon- en leefklimaat acceptabel houdt. Beantwoording zienswijze 10 10.1 Verwezen wordt naar onze overwegingen in hoofdstuk 6 van deze notitie zienswijzen. 10.2 In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het plan toegelicht. In de regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksregels vastgelegd. Hiermee zijn de mogelijkheden voor het plangebied duidelijk vastgelegd (rechtszekerheid voor initiatiefnemer en omwonenden). Binnen die mogelijkheden kan er sprake zijn van organische ontwikkeling, niet alle bouwmogelijkheden moeten bijvoorbeeld direct ingevuld worden. Ontwikkelingen buiten het kader van het bestemmingsplan zijn niet mogelijk. Voor onze overwegingen met betrekking tot het aspect geluid verwijzen wij naar hoofdstuk 9 van deze notitie zienswijzen. Voor onze overwegingen met betrekking tot het woon- en leefklimaat in de nabijheid van het plangebied naar hoofdstuk 12 van deze notitie zienswijzen. 55
10.3 Ten aanzien van groepskamperen verwijzen wij u naar onze overwegingen in hoofdstuk 5 van deze notitie zienswijzen. In hoofdstuk 12 van deze notitie hebben we een afweging gemaakt ten aanzien van het woon- en leefklimaat in de nabijheid van het plangebied. Voor onze overwegingen op het punt van behoeft verwijzen we naar hoofdstuk 11 van deze notitie zienswijzen. 10.4 In het bestemmingsplan is met stikstofberekeningen, natuur- en geluidonderzoeken aangetoond dat er als gevolg van de voorgenomen planontwikkeling geen negatieve gevolgen te verwachten zijn voor natuurgebied het Groote Gat. Artikel 2.27 van de omgevingsverordening Zeeland stelt 7 “In de toelichting bij een bestemmingsplan waarin bestemmingen worden aangewezen dan wel regels worden gegeven voor gronden die zijn gelegen binnen 100 meter rond bestaande natuurgebieden, wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop rekening is gehouden met de wezenlijke kenmerken en waarden van de natuurgebieden en wordt aannemelijk gemaakt dat geen onevenredige aantasting van de bedoelde kenmerken en waarden plaatsvindt.” Het natuurgebied Groote Gat ligt op 95 meter van de punt van het plangebied. Door toepassing van zonering blijft een strook van ruim 15 meter aan de oostrand gevrijwaard van verblijfsrecreatie en dagrecreatie, anders dan de bestaande mogelijkheden zoals wandelen.
Aan de afstand uit de omgevingsverordening Zeeland wordt voldaan. 10.5 Op 1 januari 2008 is het Activiteitenbesluit in werking getreden. In het besluit en de bijbehorende regeling staan de regels waar de bedrijven waarop het besluit van toepassing is, aan moeten voldoen. In het besluit staan ook de aan te houden afstanden tot externe objecten. Deze externe veiligheidsafstanden gelden voor een beperkt aantal bedrijven. Het gaat onder meer om locaties waar een bovengrondse propaantank in gebruik is. De afstand is onder andere afhankelijk van de inhoud van de propaantank en het aantal keer dat deze gevuld wordt per jaar. De maximaal aan te houden afstand is 50 meter tot (beperk) kwetsbare objecten. Voor een tank met een capaciteit minder dan 5 m3 is deze afstand 25 meter. In het plan is rekening gehouden met een straal van 100 meter tot dit bedrijf waarbinnen woon- of verblijfsrecreatieve functies gerealiseerd kunnen worden zodat veilig is gesteld dat er geen sprake is van onevenredige beperkingen in de bedrijfsvoering van dit bedrijf. Gelet op deze afstand wordt ook voldaan aan de maximale aan te houden afstand tot de propaantank. 10.6 Ten aanzien van onze overwegingen met betrekking tot verblijfsrecreatie/ groepsaccommodatie wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van deze notitie zienswijzen. Er is geen aanleiding om de bebouwingsmogelijkheden voor dagrecreatie te beperken.
Ten aanzien van de bouwhoogte van 15 meter overwegen wij het volgende. In artikel 3.2.1. onder c is het volgende bepaald. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte, met dien verstande dat voor maximaal 750 m² een bouwhoogte van maximaal 15 meter is toegestaan. Op de verbeelding is binnen het bouwvlak een maximale bouwhoogte van 10 meter aangegeven. Deze mogelijkheid is opgenomen ten behoeve van (een deel van) de overdekte speelvoorziening voor bijvoorbeeld het realiseren van een klimwand. Ruimtelijk is afgewogen dat dit past binnen de hoogte van de dubbele bomenrijen in/om het bouwvlak die gehandhaafd blijven. 10.7 Voor onze overweging met betrekking tot geluid wordt verwezen naar hoofdstuk 9 van deze notitie zienswijzen. 10.8 Op de verbeelding is een zonering van 100 meter aangehouden waaraan een specifieke functieaanduiding is toegekend: specifieke vorm van recreatie uitgesloten – verblijfsrecreatie eenheden. De verbeelding is weergegeven in onderstaande afbeelding.
56
Deze functie aanduiding komt niet terug in de regels en zal daarom voor de volledigheid toegevoegd worden aan artikel 3.5.3. Verblijfsrecreatie. Een woonfunctie is niet toegestaan binnen het bedoelde gebied. 10.9 Alles omvattend zien wij aanleiding om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen, wij zien geen aanleiding om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Met betrekking tot de door u geopperde alternatieve plannen overwegen wij het volgende. In 2017 heeft de gemeente Sluis een prijsvraag uitgeschreven waarbij belangstellenden uitgenodigd werden een bod te doen op de gronden van het plangebied met daarbij een plan voor de ontwikkeling van deze gronden. Eénieder heeft via deze prijsvraag de kans gehad om een ontwikkelingsplan in te dienen. Het indienen van een nieuw plan is nu niet aan de orde.
Conclusie zienswijze 10 Deze zienswijze geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Voor de voorgestelde wijziging wordt verwezen naar de hoofdstukken 5, 6, 9 en 11 van deze notitie zienswijzen. Daarnaast is er aanleiding tot de volgende wijzigingen: -De functieaanduiding specifieke vorm van recreatie uitgesloten – verblijfsrecreatie eenheden wordt toegevoegd aan artikel 3.5.3 Verblijfsrecreatie van de regels van het bestemmingsplan. -De uitzonderingsregel onder artikel 3.2.1. onder c komt te vervallen. Samenvatting zienswijze 11 11.1 U geeft aan geluidsoverlast te verwachten. U maakt hiervoor een vergelijking wat activiteiten betreft met Pinkpop (Landgraaf in Limburg) en Pukkelpop (Folterpop) in België. U geeft aan dat het toegestane geluid tot 70 dB(A) 22 dB(A) meer is dan is toegestaan op het Groote Gat (48dB(A)). 11.2 U stelt dat er geen sprake is geweest van burgerparticipatie, inspraak, hoor en wederhoor. 11.3 U stelt dat het plan niet in lijn is met coalitieakkoord. 11.4 U vraagt om een berekening van de rekenkamercommissie ten aanzien van deze plannen. 11.5 U stelt dat het plan niet past binnen de provinciale beleidskaders. 11.6 U stelt dat de stikstofuitstoot in de bouwfase niet is meegewogen in de berekening. 11.7 U zegt dat archeologisch advies en/of onderzoek ontbreekt in de stukken. 57
11.8 U maakt een integrale verwijzing naar de eerder door u ingediende inspraakreactie en geeft aan dat deze nog steeds relevant is. 11.9 Tot slot kondigt u stappen aan richting de Autoriteit Consument en Markt, de bestuursrechter en het Europese Parlement. Beantwoording zienswijze 11 In hoofdstuk 2 is gemotiveerd dat deze zienswijze niet ontvankelijk is. Om die reden wordt de zienswijze niet van antwoord voorzien. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat deze zienswijze inhoudelijk gelijk is aan zienswijzen 17 en 24. De beantwoording van deze zienswijzen zijn verwerkt in dit document. Samenvatting zienswijze 12 12.1 U stelt dat in relatie tot de prijsvraag een toetsingskader ontbreekt waaraan de beslissing is ontleend om de beoogde exploitant te selecteren. 12.2 U stelt dat er in onvoldoende parkeerplaatsen is voorzien. Daarnaast vraagt u zich af hoe de voorwaardelijk verplichting – waarin is opgenomen dat parkeren ook bij niet vergunning plichtige evenementen volledig op eigen terrein moet worden gerealiseerd, zal worden gehandhaafd. 12.3 U verwacht veel verkeersoverlast (o.a. parkeren) aan de Dierkensteenweg en stelt voor het parkeren aan de Dierkensteenweg te verbieden, anders dan op eigen terrein. 12.4 U doet de aanbeveling om gebieden met hoge ecologische waarden af te schermen voor verstoring door middel van een hekwerk, geluidswal of andere voorzieningen.
12.5 U vraagt om alle evenementen die mechanisch versterkte muziek vereisen vergunningplichtig te maken, dan hebben belanghebbenden de mogelijkheid om hiervan kennis te nemen en hierop te reageren. 12.6 U stelt de uitgangspunten van het geluidsonderzoek ter discussie. Op basis van deze uitgangspunten is de geluidsbelasting ten hoogste 49 dB(A) en blijft dus onder de gestelde voorkeurswaarde van 50 dB(A). U wijst op de dunne marge, zeker in relatie tot uw opmerking over de uitgangspunten. 12.7 Tot slot vraag u om bij de vaststelling van het plan voldoende sturingselementen in te bouwen om ingrijpen door de gemeente mogelijk te maken indien dit bij ongewenste effecten nodig blijkt. Beantwoording zienswijze 12 12.1 Voor onze overweging met betrekking tot dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 13 van deze notitie zienswijzen. 12.2 Voor onze overweging met betrekking tot parkeren wordt verwezen naar hoofdstuk 10 van deze notitie zienswijzen. 12.3 Het plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid waardoor parkeren aan de Dierkensteenweg niet aan de orde is. Indien dit in de praktijk toch blijkt te gebeuren volgt handhavend optreden. Voor de volledigheid wordt verwezen naar hoofdstuk 10 van deze notitie zienswijzen. 12.4 Het uitgevoerde onderzoek naar de natuurwaarden geeft geen aanleiding tot het plaatsen van een hekwerk, geluidswal of andere voorzieningen.