CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

c notitie zienswijzen anoniem

Raad 2 november 2023, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Regiopark Oostburg44.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

• Het maaien van het gras en het snoeien van struiken: 20 zware voertuigbewegingen. • Het renoveren van het bestaande gebouw: 50 werkbare dagen met 5 bestelwagens per dag ofwel 500 lichte voertuigbewegingen. • Het bouwen van een overdekte speelvoorziening van max. 2.000 m2: 200 zware voertuigbewegingen en 500 lichte voertuigbewegingen. • Het bouwen van een woning: 40 zware voertuigbewegingen en 500 lichte voertuigbewegingen. De bouw wordt traditioneel uitgevoerd met kalkzandsteenblokken en baksteen die handmatig vanaf steigers worden gemetseld. • Gebruik van machines met dieselgebruik voor het bouwrijp maken van de grond voor een overdekte speelvoorziening, het aanpassen van de parkeervoorziening en bouwen van een woning conform onderstaande tabel. Klasse

Graafmachine

Stage IV 130-560 kW

129

60

15

900

Shovel

Stage IV 130-560 kW Stage III 18-37 kW

190 33

60 60

20 5

1.200 300

Knikmops

Vermogen

Verbruik Inzet (uur) (uur)

Machine

Verbruik totaal

In de worst-case benadering worden al deze bouwactiviteiten tegelijkertijd uitgevoerd. Met dat uitgangspunt is een stikstofberekening uitgevoerd in AERIUS Calculator (versie 2022). AERIUS geeft aan dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/jr voor zowel de aanlegfase (2023) als de gebruiksfase (vanaf 2024). De berekeningen zijn als bijlage 6 bij deze notitie gevoegd. 7.3 Conclusie Stikstof AERIUS geeft aan dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/jr voor zowel de aanlegfase (2023) als de gebruiksfase (vanaf 2024). Er is geen vergunning Wet Natuurbescherming benodigd. Deze conclusie inclusief bovenstaande toelichting en de rekenresultaten worden verwerkt in de toelichting op het bestemmingsplan. 8 Verkeerssituatie 24

Door toename van verkeer als gevolg van de planontwikkeling zijn bij omwonenden zorgen ontstaan over de verkeersveiligheid van de Nieuwstraat. Dit is in een aantal zienswijzen aan de orde gesteld. Naar aanleiding van deze zienswijzen is op ons verzoek door een externe deskundige een verkeerskundige analyse van de Nieuwstraat opgesteld. Op basis hiervan zijn nadere maatregelen uitgewerkt en voorgesteld. Beide adviezen zijn bijgevoegd als bijlage 7. Op basis hiervan worden de volgende maatregelen uitgewerkt om de verkeersveiligheid (ter hoogte) van de Nieuwstraat te verbeteren. Erftoegangsweg Na verdere analyse van de Nieuwstraat en omgeving wordt geadviseerd om het wegvak buiten de bebouwde kom (tussen de rotonde en de Nieuwstraat) af te waarderen naar een erftoegangsweg type I. Dit wil zeggen dat de snelheidslimiet verlaagd wordt van 80 kilometer per uur naar 60 kilometer per uur. Tevens wordt geadviseerd om de snelheidsregimes binnen de bebouwde kom voorlopig te handhaven. Om duidelijker te maken wat de maximaal toegestane snelheid is en weggebruikers te motiveren deze op te volgen, ligt het voor de hand om de komgrens duidelijker te maken bijvoorbeeld door markering op het wegdek. Dit advies wordt gevolgd en uitgewerkt. Voor deze maatregelen is een verkeersbesluit nodig , de voorbereidingen hiervoor worden uitgewerkt.

Dit punt vergt geen aanpassing van de regels en verbeelding van het bestemmingsplan. De toelichting van het bestemmingsplan zal op dit punt wel aangevuld worden. Toegang Regiopark Om automobilisten op de hoogte te brengen van de ingang van het Regiopark wordt geadviseerd in combinatie met de openstelling van de herontwikkeling, deze aansluiting op te waarderen. Dit kan door een verhoogde plateauconstructie met bijbehorende markering aan te leggen. Hierdoor wordt de verkeerssnelheid van passerend verkeer verlaagd en is voor de weggebruiker duidelijk zichtbaar dat er sprake is van een verkeerssituatie waar conflicterende verkeersbewegingen te verwachten zijn. Ter hoogte van het kruispunt wordt het fietspad uitgebogen, zodat er tussen de rijbaan en het fietspad voldoende opstelruimte voor één auto ontstaat. Dit bevordert de verkeersveiligheid van de fietsers en zorgt ervoor dat de auto van de rijbaan af is, en rechtdoorgaand verkeer door kan rijden. Dit advies wordt gevolgd en uitgewerkt. Voor deze maatregelen is een verkeersbesluit nodig. Dit punt vergt een aanpassing van de regels en verbeelding van het bestemmingsplan. De toelichting van het bestemmingsplan zal op dit punt wel aangevuld worden. Derde ontsluitingsmogelijkheid t.b.v.

calamiteiten Mede op basis van het advies van de veiligheidsregio Zeeland ligt het voor de hand om een derde ontsluitingsmogelijkheid te creëren ter hoogte van de locatie waar evenementen – buiten het bouwvlak – kunnen plaatsvinden. Het evenemententerrein wordt gerealiseerd aan de zuidkant van het terrein. Om de veiligheid te kunnen garanderen ligt het voor de hand om hier een mogelijkheid te creëren om hulpdiensten vlot en veilig toegang te geven tot het terrein. Hiervoor wordt een doorgang voorgesteld op de zijstraat (ventweg) van de Nieuwstraat. Geconcludeerd is dat dit verkeerskundig gezien een logische locatie is en er zijn verschillende voordelen te noemen voor deze locatie. Zo is er met deze locatie geen extra aansluiting nodig op de doorgaande Nieuwstraat, waardoor er geen toename is van uitwisselend verkeer. Daarnaast is deze locatie nabij het evenemententerrein van het Regiopark. Om deze ontsluiting mogelijk te maken moeten er een aantal fysieke maatregelen genomen worden. Omdat de desbetreffende gronden eigendom zijn van de provincie Zeeland zal de initiatiefnemer over de realisatie in overleg treden met de provincie Zeeland. De regels van het bestemmingsplan worden zodanig aangepast dat deze (calamiteiten)ontsluiting ook binnen het plangebied gerealiseerd kan worden (zie hoofdstuk 14). 25

8.1 Conclusie verkeerssituatie De regels van het bestemmingsplan worden zodanig aangepast dat deze (calamiteiten)ontsluiting ook binnen het plangebied gerealiseerd kan worden (zie hoofdstuk 14). 9. Geluid Het verwachten van geluidsoverlast is een thema dat in veel van de zienswijzen terug komt. Ook in de gesprekken die zijn gevoerd met indieners van zienswijzen was dit een terugkerend onderwerp. Mede naar aanleiding hiervan wordt het geluidsaspect van het voorgenomen plan heroverwogen. Het plan kent een viertal activiteiten die geluid met zich meebrengen, het gaat om horeca, kleinschalige evenementen, middelgrote evenementen en verblijfsrecreatie. Navolgend worden deze eerst afzonderlijk besproken en tot slot als totaalpakket. Voor de heroverweging is aanvullend geluidsadvies ingewonnen, dit is bijgevoegd als bijlage 8. 9.1 Geluid en horeca De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG(Vereniging Nederlandse Gemeenten)) hanteert twee typen lijsten, namelijk een functiemengingslijst en een bedrijvenlijst voor bedrijventerreinen Op beide lijsten valt horeca onder 'Logies-, maaltijden- en drankenverstrekking'. Op de functiemengingslijst valt horeca in de categorieën A en B. Deze functies zijn in het algemeen direct naast gevoelige functies, zoals wonen, mogelijk. Volgens de bedrijvenlijst voor bedrijventerreinen valt horeca in de categorieën 1 t/m 3.1.

De hoogste categorie (3.1) is voor de horeca binnen het plangebied niet van toepassing. Voor functies met milieucategorie 2 geldt binnen gemengde gebieden een afstand tot gevoelige functies zoals woningen van 10 meter. Het maatgevende aspect hierbij is geluid (op basis waarvan deze afstand is bepaald). De afstand van de meest nabij gelegen woning tot het bouwvlak (waarbinnen horeca is toegestaan) binnen het plangebied is ruim 70 meter, de afstand van het bouwvlak van de meest nabijgelegen woning tot het bouwvlak (waarbinnen horeca is toegestaan) binnen het plangebied is ruim 48 meter. Aan de afstandscriteria is dus ruimschoots voldaan. Voor de volledigheid wordt het volgende toegelicht. In het Activiteitenbesluit zijn geluidsvoorschriften opgenomen om overlast afkomstig van muziek van reguliere horeca inrichtingen te beperken. De geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit voor horecabedrijven zijn weergegeven in onderstaande tabel. Onder deze normen valt al het geluid dat het bedrijf veroorzaakt. Hier hoort ook het laden en lossen van vrachtwagens bij (www.infomil.nl). Norm dB(A) L ArLT op de gevel van gevoelige gebouwen L ArLT in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten van in- en aanpandige gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen LAmax in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten van in- en aanpandige gevoelige gebouwen

Periode (uur) 07-19 uur 50

19-23 uur 45

23-07 uur 40

35

30

25

70

65

60

55

50

45

26

LAr,LT = langtijdgemiddelde beoordelingsniveau/LAmax = maximaal toegestane geluidsniveau in die periode. Het Activiteitenbesluit bevat voor veel verschillende situaties uitzonderingen. Voor horecabedrijven zijn relevante uitzonderingen bijvoorbeeld dat bij het bepalen van de geluidsniveaus de volgende geluidsbronnen buiten beschouwing worden gelaten: - Het maximale geluidsniveau van laad- en losactiviteiten in de dagperiode. - Het stemgeluid van mensen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein. - Het stemgeluid van bezoekers op het open terrein van een inrichting voor sport- of recreatieactiviteiten. - Het ten gehore brengen van onversterkte muziek tenzij en voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld. - Het maximaal geluidsniveau (LAmax) als gevolg van het komen en gaan van bezoekers bij horeca-, sport- en recreatie-activiteiten. De geluidsvoorschriften voor het horecabedrijf gelden voor de gehele inrichting, dus ook voor het terras. Voor horecabedrijven gelden specifieke mogelijkheden tot maatwerk van de geluidsvoorschriften via de gemeentelijke verordening. Op deze situatie kunnen van toepassing zijn: -

-

Bij het vieren van collectieve en individuele festiviteiten kan een gemeente bij gemeentelijke verordening vaststellen dat gedurende bepaalde perioden de geluidsvoorschriften niet gelden. In de verordening kunnen ook voorwaarden worden opgenomen ter voorkoming of beperking van geluidhinder. Ten behoeve van het voorkomen van geluidhinder door onversterkte muziek kan een gemeente in de gemeentelijke verordening regels stellen.

Specifiek voor de gemeente Sluis geldt het volgende. Horeca-inrichtingen hebben de mogelijkheid om maximaal 12 keer per jaar een activiteit te organiseren waarbij meer geluid geproduceerd mag worden dan gebruikelijk. Dit betreft incidentele activiteiten. De activiteit moet vooraf worden gemeld en heeft voor wat betreft geluid een eindtijd van 01:00 uur. Daarnaast wijst het college van burgemeester en wethouders jaarlijks een aantal collectieve festiviteiten aan. Horecabedrijven in de hele gemeente of een bepaalde kern mogen op die aangewezen dagen ook meer geluid produceren dan gebruikelijk. Dit geldt binnen het horecabedrijf en bijbehorend terras. Gemiddeld gaat het voor Oostburg om 6 collectieve festiviteiten op jaarbasis. Voor de incidentele festiviteiten is in de APV van de gemeente Sluis het volgende bepaald: - Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter (artikel 4.3 lid 6). - De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten (artikel 4.3 lid 7).

- Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17 , 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening - uiterlijk om 01:00 uur beëindigd (artikel 4.3 lid 8). - De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte (artikel 4.3 lid 9). - Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen (artikel 4.3 lid 10). 27

Voor de collectieve festiviteiten is in de APV geen nader geluidsvoorschrift opgenomen, wel de bevoegdheid van het college om een eindtijd vast te stellen. 9.2 Geluid en kleinschalige (meldingsplichtige) evenementen Relevant voor kleinschalige (meldingsplichtige) evenementen is dat deze maximaal 1 dag duren, geen versterkte muziek hebben na 21:00 uur en tot uiterlijk 24 uur duren. Teven is de locatie van kleinschalige evenementen bestemmingsplanmatig vastgelegd. Eerder in deze notitie is het maximale aantal kleinschalige (meldingsplichtige) evenementen op 24 op jaarbasis gesteld. De RUD (Regionale Uitvoeringsdienst) heeft ons, uit oogpunt van omgeving, geadviseerd om de toe te laten geluidsbelasting als gevolg van kleinschalige evenementen gelijk te stellen aan de normen van het Activiteitenbesluit. Het aantal bezoekers is op maximaal 1.000 gelijktijdig gesteld. Met deze uitgangspunten is het mogelijk om rekenkundig te bepalen hoe groot het maximaal te produceren geluid van een orkest of luidspreker (bronvermogen) – buiten - mag zijn om de van toepassing verklaarde norm op de dichtstbij gelegen woning niet te overschrijden. Dit onderzoek is uitgevoerd. Op basis hiervan komen we tot de conclusie dat, binnen de kaders van het Activiteitenbesluit, versterkte muziek tijdens kleinschalige evenementen niet mogelijk is.

Een omroepinstallatie om tijdens kleinschalige evenementen de boodschap aan het publiek over te brengen wel. 9.3 Geluid en middelgrote (vergunningplichtige) evenementen Relevant voor middelgrote (vergunningsplichtige) evenementen is dat deze maximaal gedurende 10 dagen mogen plaatsvinden, de duur van een middelgroot evenementen maximaal vier aaneengesloten dagen mag bedragen en het aantal middelgrote evenementen maximaal 5 mag bedragen. Teven is de locatie van middelgrote evenementen bestemmingsplanmatig vastgelegd. Ten aanzien van geluidbelasting is in het ontwerpbestemmingsplan bepaald in artikel 3.5.5. onder e van de regels dat het equivalente geluidniveau (LAeq,T) gemeten en beoordeeld ter plaatse van (de gevels) van woningen op een hoogte van 1,5 meter, veroorzaakt door mechanisch versterkte muziek en het versterkte stemgeluid, tijdens middelgrote evenementen niet meer mag bedragen dan 70 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode. Waarbij de eindtijd voor het voortbrengen van versterkt (muziek)geluid van zondag tot en met donderdag gesteld is op 24.00 uur en op vrijdag, zaterdag en dagen vóór een officiële feestdag op 01.00 uur. Het aantal bezoekers is op maximaal 5.000 gelijktijdig gesteld.

Met deze uitgangspunten is het mogelijk om rekenkundig te bepalen hoe groot het maximaal te produceren geluid van een orkest of luidspreker (bronvermogen) – buiten – mag zijn om de van toepassing verklaarde norm op de dichtstbij gelegen woning niet te overschrijden. Dit onderzoek is uitgevoerd. Binnen de gestelde randvoorwaarden (maximaal 70 dB(A) exclusief straffactor en 1,5 meter beoordelingshoogte) is een middelgroot evenement uitvoerbaar en dus haalbaar. 9.4 Geluid en op- en afbouw evenementen In deze notitie wordt voorgesteld om regels toe te voegen aan het bestemmingsplan met betrekking tot het opbouwen en afbreken van evenementen. De geluidsdeskundige adviseert hierover als volgt. De geluidemissie als gevolg van aanvoer, opbouw, afbraak en afvoer van podia, tenten e.d. ten opzichte van de evenementen zelf moet worden betrokken bij de geluidsberekening. Dit omdat de op- en afbouw ook wordt toegestaan op andere dagen dan de dag waarop het evenement is. De geluidbelasting wordt op deze dagen uitsluitend bepaald door de op- en afbouwwerkzaamheden. De geluidbijdrage op deze dagen is wel aanmerkelijk lager dan tijdens het evenement omdat op deze geluidbronnen wel een bedrijfsduurcorrectie mag worden toegepast. Bij steigerbouw (10) en inzet van een (kleine) shovel of 28

kraan zal de equivalente geluidemissie in de orde van 107 dB(A) bedragen. Uitgaande van deze bronsterkte wordt tijdens de dagperiode ter hoogte van woningen voldaan aan de normstelling volgens het Activiteitenbesluit. Als de op- en afbouw alleen tijdens de dagperiode zal plaatsvinden, betekent dat de op- en afbouwwerkzaamheden binnen een norm van 50 dB(A) kunnen plaatsvinden (standaard norm Activiteitenbesluit). De voorgestelde regels voor op- en afbouw in hoofdstuk 4 zijn hierop afgestemd. 9.5 Geluid en verblijfsrecreatie Voor een goede ruimtelijke ordening kunnen bestaande en nieuwe functies op elkaar afgestemd worden door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG (2009). Bij deze richtafstanden wordt rekening gehouden met milieuaspecten als geur-, stof en geluidhinder. Voor kampeerterreinen, vakantiecentra e.d. (met keuken) (SBI-code 552) geldt een richtafstand van 50 meter ten opzichte van woningen vanwege het milieuaspect geluid. Voor de milieuaspecten geur en gevaar kan een richtafstand van 30 meter gehanteerd worden. Het plan voldoet aan deze richtafstanden. Hierbij moet nog worden aangegeven dat deze afstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk.

Deze afstanden kunnen met 1 stap worden verlaagd indien sprake is van een gemengd gebied waarvan hier sprake is - zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Dus 30 meter vanwege het aspect geluid en 10 meter vanwege de aspecten geur en gevaar. Door de toegepaste zonering kan in alle gevallen aan de 30 meter voldaan worden. 9.6 Geluid in relatie tot de optelsom van activiteiten Op basis van het bestemmingsplan zijn er in het plangebied mogelijkheden voor horeca, kleinschalige evenementen, middelgrote evenementen en verblijfsrecreatie. In de regels van het bestemmingsplan is bepaald in artikel 3.5.5. onder f dat er tijdens middelgrote evenementen maar op één locatie tegelijkertijd in het plangebied versterkte muziek ten gehore kan worden gebracht. Gelet op bovenstaande en het advies van de RUD, uit oogpunt van omgeving, om niet meer dan 12 dagen per jaar af te wijken van de in het Activiteitenbesluit opgenomen geluidwaarden (conform de zogenaamde festiviteitenregeling) wordt het volgende overwogen. Met de regeling dat er maximaal 5 middelgrote evenementen gedurende maximaal 10 dagen mogen plaatsvinden is nagenoeg geheel invulling gegeven aan het advies van de RUD.

Er is dan nog ruimte om tweemaal per jaar af te wijken van de in het Activiteitenbesluit opgenomen geluidwaarden, bijvoorbeeld tijdens kleinschalige evenementen of incidentele festiviteiten zoals uitgelegd onder ‘Geluid en horeca’. Om die reden zal in het bestemmingsplan worden vastgelegd dat maximaal 12 keer op jaarbasis afgeweken kan worden van de in het Activiteitenbesluit opgenomen geluidwaarden. Dit aantal kan benut worden voor middelgrote evenementen, kleinschalige evenementen of incidentele festiviteiten met dien verstande dat niet mag worden afgeweken van de specifiek voor deze activiteiten bepaalde aantallen. 9.7 Gevelisolatie woningen nabij plangebied Rekening houdend met een gemiddelde gevelisolatie van woningen van 20-25 dB(A), conform het Bouwbesluit, mag volgens de Nota Evenementen met een luidruchtig karakter de gevelbelasting maximaal 70-75 dB(A) zijn om een binnenniveau in de omliggende woningen te kunnen garanderen van maximaal 50 dB(A). Om die reden wordt de maximale gevelbelasting van 70 dB(A) gehanteerd bij middelgrote evenementen. Voor deze specifieke situatie kan dit als volgt nader uitgelegd worden. In het algemeen wordt bij de beoordeling van geluid ten gevolge van evenementen aansluiting gezocht bij de Nota “Evenementen met een luidruchtig karakter” opgesteld door de Inspectie Milieuhygiëne Limburg (januari 1996).

Hierin wordt gesteld dat in de woningen het geluidniveau niet meer mag bedragen dan 50 dB(A) 29

tijdens de dag- en avondperiode en 45 dB(A) in de nachtperiode. Volgens het bouwbesluit dient bij iedere nieuwbouw de karakteristieke geluidwering van een woning minimaal 20 dB te bedragen. Bij een geluidbelasting van maximaal 70 dB(A) op de gevels betekent dit een geluidniveau van maximaal 50 dB(A) in de woonvertrekken tijdens de dag-, avond- en nachtperiode. In dit geval wordt de norm van 45 dB(A) in de nachtperiode overschreden waarvoor een geluidwering van minimaal 25 dB noodzakelijk is. Het Bouwbesluit is van 1992 zodat voor de woningen die vóór deze datum zijn gebouwd niet zondermeer kan worden gesteld dat wordt voldaan aan een minimale geluidwering van 20 dB. Meerdere woningen in de directe nabijheid van het plan zijn gebouwd voor 1992. Gelet op het goede onderhoud van deze woningen mag verondersteld worden dat de karakteristieke geluidwering van de woningen die voor 1992 gebouwd zijn in de orde van 25 dB zal bedraagt en dus dat voldaan wordt aan de normstelling volgens de Nota Evenementen met een luidruchtig karakter. 9.8 Bastonen Om te voorkomen dat te veel hinder van de laagste frequenties (de zogenaamde bastonen) wordt ondervonden ligt het voor de hand om de lage tonen bij middelgrote evenementen te begrenzen tot een maximale gevelbelasting van 85 dB(C ). De geluidsdeskundige stelt hierover het volgende.

Uit de berekeningen blijkt dat uitgaande van de C-weging in plaats van de A-weging bij het gekozen muziekspectrum ook aan de norm van 85 dB(C) wordt voldaan. De geluidemissie aan de bron kan veelal met een mengpaneel op afstand worden begrensd op een zodanige wijze dat ter hoogte van woningen wordt voldaan aan de grenswaarde. Dit kan tijdens het soundchecken worden ingesteld. In de regels van het bestemmingsplan wordt daarom toegevoegd dat 3.5.5. onder e: Het equivalente geluidniveau (LAeq,T) gemeten en beoordeeld ter plaatse van (de gevels) van woningen op een hoogte van 1,5 meter, veroorzaakt door mechanisch versterkte muziek en het versterkte stemgeluid, mag tijdens middelgrote evenementen niet meer bedragen dan 70 dB(A) en 85dB(C) in de dag-, avond- en nachtperiode. 9.9 Natuurgebied Het Groote Gat Dit Natura 2000 gebied is niet aangewezen als stiltegebied waardoor geen harde eisen gelden ten aanzien van geluid. Op grond van de Omgevingsverordening Zeeland is het Groote Gat aangewezen als milieubeschermingsgebied. In artikel 3.24 lid 1 wordt onderscheid gemaakt in milieubeschermingsgebieden ter bescherming van de omgevingskwaliteit rust en stilte. Het Groote Gat valt daarbij onder punt c, te weten gebieden waarvoor een richtwaarde geldt van maximaal 48 dB(A).

In het geluidonderzoek van Kragten is de geluidbelasting inzichtelijk gemaakt in het Natura 2000 gebied “Het Groote Gat” bij een beoordelingshoogte van 0.5 meter. Dit geeft het volgende resultaat: - Onder representatieve bedrijfsomstandigheden is sprake van een L24 = 26 dB(A); - Tijdens kleinschalige evenementen is sprake van een L24 = 38 dB(A); - Tijdens middelgrote evenementen is sprake van een L24 = 48 dB(A). Aan de Omgevingsverordening Zeeland is voldaan. 9.10 Nadere motivering maximale gevelbelasting 70 dB(A) In het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat maximaal 12 keer op jaarbasis afgeweken kan worden van de in het Activiteitenbesluit opgenomen geluidwaarden. In die gevallen mag de maximale gevelbelasting 70 dB(A) bedragen. Hiermee wordt voldaan aan de gemeentelijke uitgangspunten zoals geformuleerd in de Nota Evenementenbeleid gemeente Sluis en de APV. Tevens is aansluiting gezocht bij de nota ‘Evenementen met een luidruchtig karakter’ van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg van januari 1996. Deze nota formuleert uitgangspunten om tijdens evenementen spraakverstaanbaarheid in de woning en het vermijden van slaapverstoring in de nachtperiode te borgen. Geadviseerd wordt om de grens van optreden van ‘onduldbare hinder’ in de woning als gevolg van evenementen niet te overschrijden.

Hiertoe kan, indien geen specifiek onderzoek is gedaan, voor evenementen onderstaande geluidwaarden als maximum gehanteerd worden: 30

Periode

Basisnorm

dag avond nacht

35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A)

Max. niveau binnen 50 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A)

Gevelisolatie

Maximale gevelbelasting

20 à 25 dB(A) 20 à 25 dB(A) 20 à 25 dB(A)

70 à 75 dB(A) 70 à 75 dB(A) 65 à 70 dB(A)

De nota stelt dat geluid van een evenement van 50 dB(A) in de woning als stoorgeluid aan te merken. Dat wil zeggen dat dit zo’n ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer is, dat hier de grens zou moeten liggen van wat in redelijkheid van een omwonende gevraagd kan worden te accepteren. Daarom wordt dit ook als grens beschouwd waarboven een geluid als ‘onduldbaar’ kan worden gekwalificeerd. Overwegende dat: - het voorstel uitgaat van de mogelijkheid om maximaal 12 keer op jaarbasis af te wijken van de in het Activiteitenbesluit opgenomen geluidwaarden tot een maximale gevelbelasting van70 dB(A); - er eindtijden zijn vastgelegd; - de woningen van derden gelegen zijn in gemengd gebied, waarbij ook sprake is van geluidhinder als gevolg van bestaande activiteiten (verkeer, bedrijven); Kan geconcludeerd worden dat de eventuele geluidhinder die omwonenden ervaren als gevolg van de activiteiten als aanvaardbaar mag worden beschouwd. 9.11 Verduidelijking locaties voor podia In het geluidonderzoek van Kragten is uitgegaan van 3 podiumlocaties, deze zijn weergegeven in onderstaande afbeelding (overgenomen uit genoemd geluidonderzoek).

Podiumlocatie 1 is gelegen op de locatie waar middelgrote en kleinschalige evenementen zijn toegestaan. Podiumlocatie 2 en 3 zijn gelegen op de locatie waar kleinschalige evenementen zijn toegestaan. Voor kleinschalige evenementen is er beperkt mogelijkheid voor versterkte muziek, 31

afhankelijk van het aantal andere activiteiten/ middelgrote evenementen. Gelet op de ligging van de podia is versterkte muziek mogelijk op podiumlocatie 1 voor middelgrote evenementen en kleinschalige evenementen. Op podiumlocaties 2 en 3 is versterkte muziek mogelijk voor kleinschalige evenementen (tot uiterlijk 21 uur). Uiteraard binnen de hiervoor gestelde voorwaarden. 9.12 Conclusie geluid In de regels van het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat maximaal 12 keer op jaarbasis afgeweken kan worden van de in het Activiteitenbesluit opgenomen geluidwaarden tot maximaal 70 d(B)A en 85dB(C). In de regels van het bestemmingsplan wordt toegevoegd aan artikel 3.5.5. onder e: Het equivalente geluidniveau (LAeq,T) gemeten en beoordeeld ter plaatse van (de gevels) van woningen op een hoogte van 1,5 meter, veroorzaakt door mechanisch versterkte muziek en het versterkte stemgeluid, mag tijdens middelgrote evenementen niet meer bedragen dan 70 dB(A) en 85dB(C) in de dag-, avond- en nachtperiode. 10. Parkeren In de zienswijzen wordt het aspect parkeren veelvuldig naar voren gebracht. Daarnaast zijn er naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wijzigingen op het plan voorgesteld. Om die reden wordt de parkeertoets zoals toegelicht in de ‘Notitie beantwoording inspraak- en overlegreacties voorontwerp bestemmingsplan ‘Regiopark Oostburg’ heroverwogen.

10.1 Benodigd aantal parkeerplaatsen/ parkeerbalans Het beleid parkeernormen van de gemeente Sluis, zoals verankerd in de Parapluherziening parkeren gemeente Sluis (vastgesteld op 23 september 2021) is van toepassing op deze ontwikkeling. De volgende onderdelen kunnen benoemd worden, waaraan een parkeernorm – op basis van het beleid parkeernormen van de gemeente Sluis - gekoppeld kan worden: Functie Recreatie-eenheden, 20 stuks, 80 slaapplaatsen Groepsverblijven, 3 stuks, max 600 m², 36 slaapplaatsen Groepskamperen, 50 plaatsen, max. 200 personen Camperplaatsen, 7 plaatsen Horeca, 1.200 m² bvo* Indoorspeelvoorziening, 2.000 m² bvo Pop-up creatieve ontwikkeling, 300 m² bvo Bouwmogelijkheid onbenoemd, 1.300 m² bvo** Park

Typering Vakantiewoning Vakantiewoning

Norm 1 pp per 4 slaapplaatsen 1 pp per 4 slaapplaatsen

Kampeerterrein

1,2 pp per standplaats

Cafetaria Indoorspeeltuin, groot Kantoor zonder baliefunctie Plantentuin

7 per 100 m2 bvo 6,1 pp per 100 m² bvo 2,55 per 100 m² bvo 13,5 pp per tuin

*Geen relevant parkeerkencijfer in het buitengebied, nomaliter behoort de horeca in het buitengebied namelijk bij een ander concept, zoals een hotel of een camping of een sportaccommodatie. Voor kernen is het parkeerkencijfer 15 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo voor een restaurant en 7 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo voor een cafetaria. Omdat de beoogde horeca het best aansluit bij cafetaria (bezoek aan park in combinatie met bezoek aan cafetaria) wordt deze parkeernorm aangehouden. **Onbenoemde bouwmogelijkheden worden niet voorzien van een parkeernorm, deze onbenoemde bouwmogelijkheden kunnen ingevolge de regels van het bestemmingsplan enkel benut worden voor (dagrecreatieve) voorzieningen die ondergeschikt zijn aan het totale plan (biijvoorbeeld opslag, centrale

32

voorzieningen voor dienstverlening beheer en onderhoud). De maximale oppervlakte voor horeca is afgebakend. Deze voorzieningen vergen geen extra parkeerbehoefte.

Op basis van bovenstaande en zonder rekening te houden met dubbelgebruik van de verschillende functies ziet de parkeervraag er als volgt uit. Typering Horeca Recreatie-eenheid Groepsverblijf Groepskamperen Indoorspeeltuin, groot incl. 300 m2 horeca Pop-up creatieve ontwikkeling Park TOTAAL

Norm 7 per 100 m2 bvo 1 pp per 4 slaapplaatsen 1 pp per 4 slaapplaatsen 1,2 pp per standplaats 6,1 pp per 100 m² bvo 2,55 per 100 m² bvo 13,5 pp per tuin

Eenheden # parkeerplaatsen 12 84 20 20 9 9 50 60 20 122 3 1

7,65 13,5 316,15

Het Regiopark Oostburg betreft een ontwikkeling van verschillende activiteiten binnen een park door één exploitant. In het parkeernormenbeleid van de gemeente Sluis is echter geen norm opgenomen voor een ‘park met recreatiemogelijkheden’, zoals die er wel in zijn geheel is voor een kinderboerderij of een golfbaan. In de normen van deze laatste twee is bijvoorbeeld horeca verdisconteerd. De in de uitgave ‘Toekomstbestendig parkeren’ (CROW, december 2018)’ opgenomen functie ‘attractie- en pretpark’ is niet opgenomen in het beleid parkeernormen. Daarom zijn in bovenstaande tabel alle verschillende activiteiten ‘los van elkaar’ benoemd en is hiervan voor iedere activiteit apart de parkeerbehoefte uitgerekend. Door de combinatie van de verschillende activiteiten zullen gasten gebruik maken van verschillende voorzieningen. Zo is de combinatie van een bezoek aan het park en de horeca gelegenheid voor de hand liggend. Maar evenzo ligt het voor de hand dat bezoekers aan de indoorspeeltuin ook een wandeling in het park maken. En tot slot zullen de verblijfsgasten ongetwijfeld gebruik maken van de voorzieningen zoals die er zijn (bezoek aan het park, horeca, indoor speeltuin). Verondersteld kan worden dat de bezoekers aan het park dit combineren met een bezoek aan horeca of indoorspeeltuin. Verblijfsgasten zullen ongetwijfeld het park gaan verkennen.

Een mogelijke dubbeltelling van parkeerplaatsen stellen we om die reden gelijk aan het aantal parkeerplaatsen dat louter gericht is op een bezoek aan het park. 10.2 Beschikbaar aantal parkeerplaatsen op eigen terrein Onderstaande afbeelding op schaal geeft de inrichting van het plan destijds weer.

33

Uitsnede terreinoverzicht Euregiotuinen Oostburg, Bosch Slabbers 22 oktober 2003

De afmeting van de ingetekende parkeervakken voor auto’s zijn 2,5 meter x 5 meter, de afmeting van de ingetekende parkeervakken voor touringcars zijn 5 meter x 14 meter. Deze afmetingen komen overeen met de normaal gehanteerde maatvoering voor parkeerplaatsen en het parkeernormenbeleid van de gemeente Sluis. Op de afbeelding zijn 273 parkeervakken voor auto’s ingetekend en 12 parkeervakken voor touringcars. In het ontwerpbestemmingsplan is een zonering van 10 meter opgenomen ten opzichte van de woning op het naastgelegen perceel. Rekening houdende met deze zonering en de op de uitsnede niet benutte ruimte voor parkeervakken is er op het terrein ruimte voor 300 parkeervakken voor auto’s en enkele parkeervakken voor touringcars. Op eigen terrein is er daarnaast ruimte voor een overloopterrein van ongeveer 3.000 m2 voor parkeerplaatsen. Dit terrein is weergegeven op onderstaande afbeelding, het is het gebied met onderbroken arcering. Rekening houdend met een gemiddelde omvang per parkeerplaats van 25 m2 (dit komt overeen met de omvang van 2,5 meter x 5 meter per parkeervak) bedraagt het aantal beschikbare parkeerplaatsen 120.

Uitsnede ‘Beantwoording inspraak- en overlegreacties voorontwerp bp Regiopark Oostburg’

34

Het totaal aantal beschikbare parkeerplaatsen in het plangebied komt daarmee op 420. 300 parkeerplaatsen op permanent ingerichte parkeerplaatsen en 120 parkeerplaatsen op een overloopterrein waarop parkeren mogelijk is, maar het terrein niet permanent is ingericht als parkeerterrein. In verband met het te verwachten dubbelgebruik van parkeerplaatsen ronden we de parkeervraag voorzichtigheidshalve – alleen naar beneden af van 316,15 naar 303 parkeerplaatsen. Het beschikbare aantal parkeerplaatsen is 400, waarvan 300 op permanent ingerichte parkeerterreinen. De parkeerbalans is daarmee sluitend. In artikel 3.5.1. onder e is bepaald dat parkeren volledig op eigen terrein dient te worden georganiseerd, ook tijdens niet vergunningplichtige evenementen. Om bovenstaande beter te borgen in de regels wordt deze als volgt gewijzigd: Er dient voldoende parkeergelegenheid te zijn op eigen terrein, conform de beleidsregel parkeren van de gemeente Sluis, ook tijdens niet vergunningplichtige evenementen. Aan de begrippen wordt toegevoegd ‘Beleidsregel parkeren: een regel die voorkomt uit het geldend parkeerbeleid (Parapluherziening Parkeren gemeente Sluis, vastgesteld 2021-09-23). Volledigheidshalve wordt aangegeven dat de parkeervraag bij een maximale bezetting van genoemde activiteiten 303 parkeerplaatsen bedraagt.

Deze maximale bezetting zal lang niet altijd gehaald worden (winterperiode etc.). In bovenstaande is geen rekening gehouden met de piekmomenten die evenementen met zich mee kunnen brengen. Hierop gaan we navolgend in. 10.3 Piekmomenten Het kenmerk van dit type terrein is dat er sprake is van piekmomenten. Omdat het terrein in beheer van één partij is, zijn piekmomenten planbaar en op voorhand goed te organiseren. Deze piekmomenten zullen zich met name voordoen tijdens evenementen. Tijdens middelgrote evenementen kan geen groepskamperen plaatsvinden omdat hiervoor de fysieke ruimte op het terrein ontbreekt. Voor deze piekmomenten zijn er 117 parkeerplaatsen beschikbaar (gebied met onderbroken arcering in bovenstaande afbeelding) en tijdens middelgrote evenementen 60 parkeerplaatsen van het groepskamperen die op dat moment niet benut worden (dus in totaal 177 parkeerplaatsen). In deze notitie is vastgelegd dat tijdens kleinschalige evenementen 1.000 bezoekers gelijktijdig aanwezig mogen zijn, tijdens middelgrote evenementen mogen gedurende één evenement en maximaal 2 dagen achtereen maximaal 5.000 bezoekers gelijktijdig aanwezig zijn en gedurende 4 evenementen maximaal 2.500 bezoekers gelijktijdig aanwezig zijn Tijdens kleinschalige evenementen zijn er dus maximaal 1000 bezoekers tegelijkertijd aanwezig.

Gelet op de aard, schaal en locatie is er sprake van dubbelgebruik met de andere functies. Verblijfsgasten bezoeken een evenement en bezoekers aan een evenement maken gebruik van de horecagelegenheid enzv.. Voor de bezoekers die zowel voor zowel het evenement als de andere activiteiten bezoeken en het personeel zijn 303 parkeerplaatsen beschikbaar. Voor de piek (bezoekers die specifiek/ naar aanleiding van het kleinschalige evenement een bezoek brengen) zijn 117 parkeerplaatsen beschikbaar. Er kunnen in dat geval 269 extra bezoekers (bij een gemiddelde van 2,3 personen per auto) het park bezoeken als alle bezoekers met dat auto komen. Deze maximale bezetting zal enkel in de zomermaanden gehaald worden. In deze periode zullen relatief veel bezoekers het Regiopark per

35

fiets bezoeken. Ook op basis hiervan mag geconcludeerd worden dat tijdens kleinschalige evenementen in voldoende parkeergelegenheid voorzien kan worden. Tijdens middelgrote evenementen zijn er maximaal 5.000 bezoekers tegelijkertijd aanwezig. Voor de piek (bezoekers die specifiek/ naar aanleiding van het middelgrote evenement een bezoek brengen) zijn 177 parkeerplaatsen beschikbaar. Er kunnen in dat geval 407 extra bezoekers (bij een gemiddelde van 2,3 personen per auto) het park bezoeken. Voor 5.000 bezoekers is er in dat geval onvoldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Nu laat de parkeerbehoefte van een middelgroot evenement laat zich moeilijk op voorhand inschatten, maar verondersteld kan worden dat de parkeermogelijkheden op eigen terrein hiervoor ontoereikend zijn. Zeker gelet op de beperkte mogelijkheden van het openbaar vervoer. Voor deze situatie is in het ontwerpbestemmingsplan voorwaardelijke verplichting opgenomen. Deze luidt als volgt: 3.4.6 Voorwaardelijke verplichting Bij vergunningplichtige evenementen moet voorzien worden in voldoende parkeergelegenheid. Parkeren buiten het eigen terrein ten behoeve van een vergunningplichtig evenement is uitsluitend toegestaan, onder de voorwaarde dat: 1.

Er een mobiliteitsplan voor het evenement, opgesteld door een deskundige op het gebied van parkeren, bij de aanvraag voor de evenementenvergunning is ingediend, waarin voorzien wordt in voldoende parkeervoorzieningen op een aanvaardbare loopafstand dan wel in voldoende parkeervoorzieningen op aangewezen terreinen in combinatie met vervoer van en naar het evenement. 2. Tijdens het evenement voldoende parkeervoorzieningen op een aanvaardbare loopafstand dan wel voldoende parkeervoorzieningen op aangewezen terreinen in combinatie met vervoer van en naar het evenement, beschikbaar zijn. Geconcludeerd mag worden dat deze voorwaardelijke verplichting voldoende waarborg biedt dat parkeren tijdens middelgrote evenementen goed geborgd is en dat door invulling te geven aan deze regeling geen overlastsituaties zullen ontstaan. 10.4 Afweging locatie parkeren op eigen terrein Het plangebied is gelegen in een gebied met woningen, het bedrijventerrein Brugse Vaart (met milieucategorie 4.1 (hei- en aannemers) bedrijf en detailhandelsvestiging met detailhandel in volumineuze goederen, agrarische bedrijvigheid en een toegangsweg (Nieuwstraat) tot Oostburg. Om die reden kan het plangebied als gemengd gebied getypeerd te worden. Deze typering van gebieden is gebaseerd op de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en Mileuzonering’.

Op basis hiervan kunnen richtafstanden worden afgeleid zoals die worden nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (rustig buitengebied of natuurgebied). Kleinere richtafstanden tussen verschillende functies kunnen worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied. Dit gebied kent gelet op de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Volgens de richtafstandenlijst die onderdeel uitmaakt van de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ kan een autoparkeerterrein worden aangemerkt als een bedrijfsactiviteit met milieucategorie 2. Voor milieucategorie 2 geldt een richtafstand van 30 meter tot een rustige woonwijk en een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. 36

Op basis van de toegepaste zonering binnen het plangebied is er sprake van een afstand tussen het parkeerterrein en het bouwvlak van de meest nabij gelegen woning van 10 meter. De afstand ten opzichte van andere woningen is ruim 20 meter. Geconcludeerd kan worden dat het parkeerterrein ruimtelijk inpasbaar is zonder dat het ten koste gaat van een goed woon- en leefklimaat. In de bestaande situatie is tussen het parkeerterrein en de meest nabij gelegen woning een aarden wal gesitueerd. In de regels van het bestemminsplan wordt vastgelegd dat deze aarden wal in stand gehouden moet worden. 10.5 Conclusie parkeren In artikel 3.5.1. onder e is bepaald dat parkeren volledig op eigen terrein dient te worden georganiseerd, ook tijdens niet vergunningplichtige evenementen. Om bovenstaande beter te borgen in de regels wordt deze als volgt gewijzigd: Er dient voldoende parkeergelegenheid te zijn op eigen terrein, conform de beleidsregel parkeren van de gemeente Sluis, ook tijdens niet vergunningplichtige evenementen. Aan de begrippen wordt toegevoegd ‘Beleidsregel parkeren: een regel die voorkomt uit het geldend parkeerbeleid (Parapluherziening Parkeren gemeente Sluis, vastgesteld 2021-09-23). In de bestaande situatie is tussen het parkeerterrein en de meest nabij gelegen woning een aarden wal gesitueerd.

In de regels van het bestemminsplan wordt vastgelegd dat deze aarden wal in stand gehouden moet worden. 11. Toets ladder voor duurzame verstedelijking/ behoefte Eerder is geconcludeerd dat de ladder voor duurzame verstelijking voor dit plan niet nodig is. Op de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen wordt eerst ingegaan. 11.1 Toets ladder voor duurzame verstedelijking ontwerp bestemmingsplan Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat. Als de nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is tevens een motivering nodig, waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Accommodaties voor recreatie worden in beginsel als een stedelijke ontwikkeling beschouwd. Van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is volgens jurisprudentie alleen sprake in geval van enige schaal en maat. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij maximaal 11 woningen, bij een nieuw ruimtebeslag kleiner dan 500 m² of in geval van enkel een planologische functiewijziging. Als de schaal en maat van de nieuwe ontwikkeling ten opzichte van de bestaande mogelijkheden beschouwd worden, dan valt op dat de bestemming Recreatie is en blijft.

Tegelijkertijd worden er binnen de bestemming Recreatie meer mogelijkheden geboden dan tuinbezichtiging en onderhoud. Het ruimtebeslag van de totale ontwikkeling verandert niet, maar de bouwmogelijkheden wel. In het vigerende bestemmingsplan is sprake van een bouwvlak van 1,5 hectare dat volledig bebouwd mag worden. In het voorliggende bestemmingsplan is sprake van een bouwvlak van 3 hectare dat 15% bebouwd mag worden. Daarnaast mag er buiten het bouwvlak maximaal 2.000 m² ontwikkeld worden voor verblijfsrecreatie, maximaal 300 m² voor broedplaatsactiviteiten en maximaal 150 m² voor een sanitairgebouw voor groepskamperen. Per saldo neemt de (theoretische) bouwmogelijkheid af van 15.000 m² naar 6.950 m², maar is wel flexibeler gesitueerd. Conclusie is dat de ladder voor duurzame verstedelijking in dit geval niet van toepassing is. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het ruimtebeslag van 37

het Regiopark komt overeen met het ruimtebeslag van de voormalige Euregiotuinen. De beoogde horeca en functie als wandelpark komen overeen met het plan van destijds. Verblijfsrecreatie was destijds geen onderdeel van het plan, gelet op de gemotiveerde ondergeschiktheid aan het plan en dat hiervoor geen extra ruimtebeslag nodig is wordt dit onderdeel niet gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wat de evenementen betreft waren deze eerder planologisch niet mogelijk, maar via het vergunningstelsel wel. Bovendien vergen de evenementen geen vaste bebouwing. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Nu, na overweging van de zienswijzen, de bebouwingsmogelijkheden nog beperkt afnemen handhaven wij op grond hiervan en op basis van bovenstaande de conclusie dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bovendien is de Ladder voor duurzame verstedelijking een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand, met voorliggend plan wordt beoogd een nieuwe invulling te geven aan het plangebied dat al jaren niet meer in gebruik is. 11.2 Behoefte Naast de overwegingen over de laddertoets ligt het in het kader van de planologische procedure voor de hand om de behoefte aan de voorgenomen ontwikkelingen in algemene zin te onderbouwen.

Dit is nog niet expliciet gebeurd, onderstaand is deze onderbouwing alsnog opgesteld. Wat de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling betreft overwegen wij het volgende. Het Regiopark voorziet in een nieuwe invulling van het plangebied. Het plangebied is al jaren ontoegankelijk en het gebouw, door vernielingen, in vervallen staat. Bij veel inwoners van de gemeente bestaat de wens om het plangebied te kunnen bezoeken, dit project maakt dit mogelijk. Tevens kan door realisatie van het project het bestaande hoofdgebouw gerenoveerd worden. Als toeristische regio is er behoefte aan elkweervoorzieningen, die gerealiseerd worden in de vorm van horeca en overdekte speelvoorzieningen. Uiteraard ook ten dienste aan de inwoners van de gemeente. Voor beide doelgroepen biedt het plan ruimte voor openbaar wandelen in een groene omgeving. Het wordt in basis een vrij toegankelijke (gratis) voorziening waarbij gebruik gemaakt kan worden voor betaalde momenten of onderdelen (horeca, overnachten, evenement). In het rapport ‘De maatschappelijke waarde van recreatie en toerisme’ van het kenniscentrum voor kusttoerisme (2021) wordt aangetoond dat recreatie en toerisme een maatschappelijke waarde heeft. Aan overheden wordt gevraagd mee te denken en mee te bewegen bij de ontwikkeling van nieuwe initiatieven op het gebied van vrijetijdsbesteding.

Het rapport roept de sector zelf op tot maatschappelijk verantwoord ondernemen, de samenwerking met andere bedrijven te intensiveren en kennis te ontwikkelen en te delen met elkaar. (Maatschappelijke_waarde_van_toerisme_en_recreatie_def..pdf (kenniscentrumtoerisme.nl) De broedplaatsen die zijn bedoeld om (jonge) ondernemers op het gebied van toerisme, recreatie, streekproducten, ambachten, kunst en vermaak nieuwe concepten te laten ontwikkelen geven hieraan invulling. Tevens geeft het concept zelf een nieuw initiatief op het gebied van vrijetijdsbesteding. Nergens anders binnen onze gemeente wordt voorzien in een combinatie van vrijetijdsbesteding op het gebied van o.a. evenementen, horeca, verblijfsrecreatie, buitenspelen en wandelen. In het visiedocument Krachtig Verbonden 2021- 2025 is erkend dat de druk op het kustgebied toeneemt. Om die reden wordt bewerkstelliging nagestreefd van spreiding van bezoekers over kust en achterland door de aantrekkelijkheid van het achterland te vergroten en door het ontwikkelen en faciliteren van hierbij passend aanbod. De realisatie van het plan sluit hierop aan. Hetgeen is opgenomen in het visiedocument Krachtig Verbonden 2021 – 2025 is een bestendiging van het rapport Recreatie&Toerisme 2.0 (2013-2018) dat de periode bestrijkt waarin voorliggend 38

plan is ingediend naar aanleiding van de uitgeschreven prijsvraag. In dit rapport is als doel gesteld om de komende jaren West Zeeuws-Vlaanderen nog meer op de kaart te krijgen als toeristische bestemming en ruimte te geven aan ontwikkelingen die passen binnen het West ZeeuwsVlaamse product. Op basis van onder andere onderzoek en overleg met ondernemers zijn als actiepunten benoemd het richten op dagtoeristen en het invullen van ontbrekende schakels. Deze ontbrekende schakels zijn o.a. benoemd als onthaal (het koppelen van toerisme aan bestaande accommodaties en locaties) en evenementen (die ondersteunend zijn aan de regio). Om mensen te verleiden naar West Zeeuws Vlaanderen te komen is creativiteit nodig waarbij het anders recreëren de ruimte krijgt. In een zogenaamd podium voor inspiratie kan dit doorontwikkeld worden. Deze ontwikkeling kan gerealiseerd worden binnen de voorgestelde broedplaatsen, tevens vormt het plan op zich al een manier om anders te recreëren in onze gemeente. Uit het inwonersonderzoek onder de inwoners van de gemeente Sluis dat in 2022 is uitgevoerd door het kenniscentrum voor kusttoerisme blijkt dat met name de inwoners uit het kustgebied minder positief zijn over het toerisme in de gemeente dan de inwoners van andere kernen.

Het onderschrijft wat al doel is verwoord in het visiedocument ‘Krachtig Verbonden 2021-2025’, namelijk het nastreven van een betere spreiding tussen kust en achterland van het aantal bezoekers. Uit gegevens van het kenniscentrum voor sport en bewegen (www.kenniscentrumsportenbewegen.nl) blijkt dat buitenspelen, sporten en bewegen goed is voor de ontwikkeling van kinderen. Het is van belang voor hun fysieke, mentale en sociale ontwikkeling. Uit onderzoek blijkt dat de kinderen van nu ze keer minder buiten spelen dan hun ouders destijds. Zeker 15% van de kinderen speelt nooit buiten. Met de realisatie van dit plan is er ruimte voor buitenspelen, sport en bewegen en kunnen kinderen – maar ook ouderen – ervaren hoe leuk en belangrijk dit is voor ons welbevinden. Daarmee voorziet het plan in een behoefte op het gebied van sport, spel en buitenspelen. Op basis van de praktijkkennis van de initiatiefnemer (tevens eigenaar en exploitant van een verblijfsrecreatieterrein in het kustgebied) is te onderbouwen dat er behoefte is aan groepskamperen voor specifieke doelgroepen. Veelvuldig wordt gevraagd naar de mogelijkheid om te overnachten voor specifieke doelgroepen zoals goede doelen of verzamelaars van oldtimers.

Op verblijfsrecreatieterreinen is hiervoor geen ruimte omdat de doelgroep niet inpasbaar is in het reguliere verblijfsrecreatieterrein gelet op omvang, incidenteel karakter en behoefte aan activiteiten. Het plan(gebied) biedt ruimte voor de beschreven behoeften op één plek, op deze manier uniek voor onze gemeente. Het gebied – nu een leegstaande locatie – krijgt hiermee een uniek karakter en een tweede kans. Het gebied is te groot en te divers om hieraan slechts één functie te koppelen. Het plan bestaat daarom uit een aantal functies die samen een geheel vormen en recht doen aan de locatie. Zowel in het kader van behoefte als van zorgvuldig ruimtegebruik. 11.3 Conclusie toets ladder voor duurzame verstedelijking/ behoefte De overwegingen in de paragraven 11.1 en 11.2 worden verwerkt in de toelichting op het bestemmingsplan. 12. Integrale afweging goed woon- en leefklimaat In aanvulling op de afweging ten aanzien van het geluidsaspect in hoofdstuk 9 wordt in dit hoofdstuk een integrale afweging gemaakt of na realisatie van het plan sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor omwonenden. 12.1 Nader afweging

39

Het Activiteitenbesluit werkt niet rechtstreeks door in het bestemmingsplan, bovendien betekent het voldoen aan het Activiteitenbesluit niet dat er ook altijd sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Bij het bepalen of een inrichting passend is in de omgeving kan de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten)-brochure bedrijven en milieuzonering gebruikt worden. Deze geeft richtafstanden voor bedrijven en opzichte van woningen. Voor horeca en verblijfsrecreatie is in hoofdstuk 9 reeds gemotiveerd dat voldaan wordt aan deze richtafstanden. Wat evenementen betreft kan het volgende gesteld worden. Een locatie waarbinnen evenementen (evenementenzone) mogelijk gemaakt worden kunnen niet aangemerkt worden als een inrichting zoals bedoeld in de Wet Milieubeheer (ABRS 17 juli 2019, no. 201803916/1/R3 – www.omgevingsjurist.nl). Om die reden kan een evenementenzone niet ingeschaald worden in een milieucategorie op basis van de VNG-brochure. Beoordeeld dient te worden of een bestemming die evenementen binnen een bepaalde zone toestaat ruimtelijk aanvaardbaar is. Om die reden dienen regels gesteld te worden over het aantal toegestane evenementen per jaar, de soorten van evenementen, de maximale bezoekersaantallen en geluid. Aan deze aspecten zijn regels gesteld die strekken tot een goede ruimtelijke ordening en dus een goed woon-en leefklimaat voor omwonenden.

Broedplaatsen kunnen gelet op de beoogde omvang en activiteiten op basis van de Staat van Bedrijfsactiviteiten worden ingeschaald als kantoorfunctie in milieucategorie 1. Voor milieucategorie 1 geldt een richtafstand van 10 meter tot gevoelige objecten bij het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied. Er geldt een richtafstand van 0 meter tot gevoelige objecten bij het omgevingstype gemengd gebied. Aan genoemde afstanden wordt in alle gevallen voldaan. Tevens wordt verwezen naar de overwegingen in hoofdstuk 8 (verkeersituatie), hoofdstuk 10 (parkeren) en hoofdstuk 11 (leegstandsvraagstuk met aanzienlijke omvang). Op basis van deze afwegingen wordt geconcludeerd dat ook na het realiseren van de beoogde activiteiten nog steeds sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor omwonenden. 12.2 Conclusie integrale afweging goed woon- en leefklimaat De nadere afweging uit paragraaf 12.1 wordt verwerkt in de toelichting op het bestemmingsplan. 13. Prijsvraag /Didam-arrest Verschillende zienswijzen gaan in op de vraag of, in relatie tot het Didam-arrest, het bestemmingsplan wel uitvoerbaar is en derhalve in strijd met een goede ruimte ordening. Hierbij overwegen wij het volgende. 13.1 Nader overweging Uit jurisprudentie blijkt dat de gemeenteraad bij het vaststellen van een bestemmingsplan rekening dient te houden met het Didam-arrest.

Een bestemmingsplan regelt niet door welke initiatiefnemer het project - dat dit bestemmingsplan mogelijk maakt - uitgevoerd moet worden. Als de grondverkoop in strijd blijkt met de uitgangspunten van het Didam-arrest, kunnen in principe ook andere initiatiefnemers het project uitvoeren. De Raad van State overweegt hierbij het volgende. Als voor de gemeenteraad aan de voorkant duidelijk is dat een bestemmingsplan niet kan worden gerealiseerd als de daarvoor benodigde gemeentelijke gronden in strijd met de uitganspunten uit het Didam-arrest zijn verkocht een bestemmingsplan niet uitvoerbaar is en daarom niet vastgesteld kan worden (o.a. 15 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1679 en 20 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1157.). 40

Het komt er op neer dat wanneer een bestemmingsplan specifiek voor een initiatiefnemer wordt gemaakt, waardoor iemand anders het niet kan uitvoeren de gemeenteraad tot het oordeel moet komen dat het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is. Dit is in deze situatie niet aan de orde. Alhoewel het bestemmingsplan is gebaseerd op een specifiek plan dat is ingediend door een specifieke initiatiefnemer kan het wel degelijk door andere partijen worden uitgevoerd. Het plan dat uitgaat van dagrecreatie, horeca, ondergeschikte verblijfsrecreatie en evenementen – waarbij een ruimtelijke afweging is gemaakt over de inpasbaarheid van deze activiteiten – kan ook door anderen worden uitgevoerd. Op basis hiervan komen wij tot de conclusie dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is en derhalve niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening in relatie tot het Didam-arrest. Volledigheidshalve kan hieraan het volgende toegevoegd worden. De constatering dat het plan ook door andere partijen kan worden uitgevoerd staat los van de vraag of dat ook daadwerkelijk zal gebeuren als het niet tot een definitieve (koop) overeenkomst komt tussen de huidige initiatiefnemer en de gemeente. Dit is ook afhankelijk van andere factoren, bijvoorbeeld als de reden van afhaken ook voor andere partijen een risico vormt, bijvoorbeeld corona of hoge grondstofprijzen.

13.2 Conclusie prijsvraag / Didam arrest De overwegingen in paragraaf 13.1 geven geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. 14. Veiligheid Op 4 mei 2022 heeft de veiligheidsregio Zeeland op ons verzoek advies uitgebracht over het plan. Dit advies is bijgevoegd als bijlage 9. 14.1 Advies Veiligheidsregio Zeeland De veiligheidsregio adviseert met name om voldoende bluswatervoorzieningen te creëren, verharding te creëren voor bereikbaarheid en opstelplaatsen binnen het plangebied voor hulpdiensten en voor calamiteiten en evacuatie is het zwaarwegend advies om een tweede toegangsmogelijkheid te creëren. Deze voorzieningen zijn met uitzondering van een tweede toegangsmogelijkheid mogelijk op grond van het ontwerp bestemmingsplan. Ten aanzien een tweede toegangsmogelijkheid het volgende. Het plangebied kan zowel via de Nieuwstraat als de Dierkensteenweg ontsloten worden omdat zich hier toegangen bevinden. De toegang aan de Dierkensteenweg kan evenwel niet als tweede toegangsmogelijkheid gebruikt worden in geval van calamiteiten binnen het gebied waar evenementen mogen plaatsvinden. De activiteiten binnen het bouwvlak zijn goed ontsloten voor hulpdiensten via de toegang aan de Nieuwstraat.

Het bestemmingsplan voorziet niet in de mogelijkheid tot het realiseren van een derde toegangsmogelijkheid van het plangebied ter hoogte van het gebied waar evenementen mogen plaatsvinden buiten het bouwvlak. Een voorstel voor de realisatie van een derde toegangsmogelijkheid is uitgewerkt in hoofdstuk 8. Op basis van het ontwerpbestemmingsplan is de realisatie van een calamiteitenontsluiting binnen het plangebied niet mogelijk. Daarom wordt aan de regels artikel 3.1 onder l (calamiteiten)ontsluitingen toegevoegd. Wij hebben het advies van de Veiligheidsregio Zeeland in handen gesteld van de initiatiefnemer. Hierbij hebben wij aan de initiatiefnemer gevraagd om in contact te treden met de Veiligheidsregio Zeeland. Tussen beide partijen zijn inmiddels nadere afspraken gemaakt over de concrete uitwerking van het advies. Dit vergt geen aanpassing van het bestemmingsplan. 41

14.2 Conclusie advies Veiligheidsregio Zeeland Aan de regels van het bestemmingsplan wordt aan artikel 3.1 onder l (calamiteiten)ontsluitingen toegevoegd. 15 Zienswijzen Samenvatting zienswijze 1 1.1 Het bestemmingsplan is niet concreet wat betreft de voorgenomen activiteiten. 1.2 Het bestemmingsplan geeft niet aan waar parkeren kan plaatsvinden. 1.3 Er wordt geluidsoverlast verwacht, zeker van activiteiten op basis van horeca categorie 3 zoals disco. 1.4 Niet duidelijk is wie de initiatiefnemer van het plan is. 1.5 Het gebied is een natuurgebied waarin de voorgestelde activiteiten niet passen. 1.6 De voorgenomen activiteiten brengen schade aan de gezondheid van de omwonende ouderen. 1.7 De voorgenomen activiteiten passen niet in een woongebied met 81 wooneenheden met voornamelijk oudere bewoners. 1.8 U vraagt op basis van bovengenoemde argumenten om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Beantwoording zienswijze 1 1.1. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het plan toegelicht. In de regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksregels vastgelegd. Hiermee zijn de mogelijkheden voor het plangebied duidelijk vastgelegd (rechtszekerheid voor initiatiefnemer en omwonenden). Binnen die mogelijkheden kan er sprake zijn van organische ontwikkeling, niet alle bouwmogelijkheden moeten bijvoorbeeld direct ingevuld worden.

Ontwikkelingen buiten het kader van het bestemmingsplan zijn niet mogelijk. Het bestemmingsplan is daarom volgens ons concreet. 1.2. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is het aspect parkeren opnieuw getoetst, hiervoor verwijzen wij u naar onze overwegingen in hoofdstuk 10 van deze notitie zienswijzen. 1.3. Op grond van artikel 3.1. onder d van de regels van het bestemmingsplan is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding ‘horeca’: tevens horeca, behorende tot categorie 1a, 1b (met uitzondering van ‘hotel, inclusief appartementen’), 1c, 2a en 2b in de Staat van Horecaactiviteiten is toegestaan. Een discotheek (categorie 3 van de Staat van Horeca-activiteiten) is derhalve niet toegestaan. 1.4. Met het bestemmingsplan wordt een ruimtelijke afweging gemaakt van de mogelijkheden binnen het plangebied. In die zin is niet primair van belang wie de initiatiefnemer van het plan is. 1.5 Het plangebied is niet aangewezen als natuurgebied (Natuurnetwerk, Natura 2000 gebied), noch heeft het plangebied de bestemming Natuur op basis van het vigerende bestemmingsplan. 1.6 Het plan is getoetst op de gebruikelijke (en verplichte) aspecten milieuzonering, verkeerslawaai, luchtkwaliteit, geluid en externe veiligheid. De uitgevoerde toetsen geven aan dat het plan geen negatieve invloed heeft op een goed woon- en leefklimaat van de woningen in de directe nabijheid van het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=6b4e48e2-79a4-4744-a422-c58f0c8135d2