CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

c notitie zienswijzen anoniem

Raad 2 november 2023, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Regiopark Oostburg44.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Voor onze overwegingen met betrekking tot de natuurwaarden verwijzen wij u naar hoofdstuk 6 van deze notitie zienswijzen. 12.5 Voor onze overweging met betrekking tot evenementen en geluid wordt verwezen naar de hoofdstukken 4 en 9 van deze notitie zienswijzen. 12.6 Voor onze overweging met betrekking tot het geluidsaspect wordt verwezen naar hoofdstuk 9 van deze notitie zienswijzen. 12.7 Indien niet aan de uitgangspunten van het bestemmingsplan voldaan wordt of de regels uit de APV niet nageleefd worden kan handhavend opgetreden worden. Het bestemmingsplan vergt op dit punt geen aanpassing. 58

Conclusie zienswijze 12 Deze zienswijze geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Voor de voorgestelde wijziging wordt verwezen naar de hoofdstukken 4, 6 en 9 van deze notitie zienswijzen. Samenvatting zienswijze 13 13.1 U stelt de prijsvraag ter discussie om verschillende redenen. U bent van mening dat het ontwerp bestemmingsplan in strijd met is met het Didam-arrest (ECLI:NL:RVS:2022:1157) vanwege onzorgvuldige voorbereiding. 13.2 U bent van mening dat het plan in strijd is met het gemeentelijke beleid. Op basis van het gemeentelijke beleid is nieuwvestiging van verblijfsrecreatie (hoofdfunctie) niet mogelijk, maar in uw optiek gaat het plan hier wel van uit. 13.3 U zegt dat het plan in strijd is met het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening, het Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking), het Omgevingsplan Zeeland 2018, de provinciale Omgevingsverordening. 13.4 U bent van mening dat natuurwaarden enkel geborgd kunnen worden door aan specifieke zones de natuurbestemming toe te kennen in plaats van te werken met gebieden met functieaanduidingen waarbinnen bepaalde activiteiten uitgesloten worden. 13.5 U bent van mening dat de bodemonderzoeken niet voldoende actueel zijn en bijvoorbeeld niet ingaan op de Pfas-problematiek. 13.6 U bent van mening dat het bestemmingsplan onnodig veel mogelijkheden tot bouwen biedt.

13.7 U bent van mening dat de voorgestelde horeca-mogelijkheden te ruim zijn. 13.8 U heeft vraagtekens bij de verkeersveiligheid en of parkeren op een goede manier geborgd is. 13.9 U zegt dat er ten onrechte in het bestemmingsplan geen nadere regels zijn gesteld ten aanzien van het aantal evenementen per jaar, het soort evenementen en de maximale bezoekersaantallen. 13.10 U merkt op dat er wel een eindtijd voor versterkt muziekgeluid is opgenomen in het bestemmingsplan, maar niet voor evenementen. Dit is in strijd met het evenementenbeleid waarin deze eindtijden wel zijn opgenomen. 13.11 U stelt een andere bepaling voor artikel 3.5.5. sub e voor met betrekking tot bastonen en merkt op dat uit het ontwerpbestemmingsplan niet blijkt in hoeverre er bij de bepaling van de maximale geluidsniveaus rekening is gehouden met het stemgeluid dat wordt voortgebracht door de bezoekers van evenementen. 13.12 U zegt dat het toestaan van een woning binnen de planlocatie in strijd is met het uitgangspunt van de prijsvraag dat woningbouwontwikkeling niet is toegestaan en het gemeentelijke beleid. 13.13 Tot slot stelt u dat er geen sprake is geweest van burgerparticipatie en vraagt u waar planschade verhaald kan worden. Beantwoording zienswijze 13 13.1 Voor onze overweging met betrekking tot dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 13 van de notitie zienswijzen.

13.2 Voor onze overweging met betrekking tot dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen. 13.3 Wij hebben het plan getoetst aan de provinciale beleidskaders en geconcludeerd dat het plan hierbinnen past. In hoofdstuk 11 van deze notitie zienswijzen hebben wij onze onderbouwing van de Ladder voor duurzame ontwikkeling heroverwogen. Eenvoudigheid halve verwijzen wij hier naar deze paragraaf. 13.4 Op basis van het recent uitgevoerde onderzoek naar de natuurwaarden kan geconcludeerd worden dat de natuurwaarden voldoende geborgd worden met de gekozen systematiek van functieaanduidingen waarbinnen bepaalde activiteiten uitgesloten worden. Naar aanleiding van recent onderzoek worden nog wel enkele wijzigingen voorgesteld, hiervoor verwijzen wij u naar hoofdstuk 6 van deze notitie zienswijzen. 59

13.5 In de toelichting op het bestemmingsplan wordt ten aanzien van bodem het volgende geconcludeerd. Er is geen sprake van een voor bodem essentiële functiewijziging. Reeds uitgevoerde bodemonderzoeken laten geen ernstige verontreinigingen zien. Bodem vorm geen belemmering voor het bestemmingsplan. Dit kan als volgt nader gemotiveerd worden. De aanleiding van het onderzoek uit 2006 was in verband met voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Het onderzoek toont enkele lichte (niet mobiele) overschrijdingen aan die geen belemmeringen opleveren voor toekomstige ontwikkelingen en geeft aan dat er geen verdere onderzoeksinspanningen nodig zijn m.b.t. bodem. Na het onderzoek uit 2006 hebben op de locatie geen activiteiten plaatsgevonden die van invloed zouden kunnen zijn op de bodemkwaliteit ter plaatse. In aanvulling hierop kan ten aanzien van PFAS het volgende toegelicht worden. In december 2020 is in het kader van de zorgplicht de bodemkwaliteitskaart PFAS van de gemeente Sluis vastgesteld. Deze bodemkwaliteitskaart geeft aan dat de bodem binnen het grondgebied van de Gemeente Sluis voldoet aan de achtergrondwaarden die gesteld zijn in het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Er mag uitgegaan worden van de kwaliteitsklasse die de zonering van deze kaart aangeeft, mits er geen direct aanwijsbare bronnen zijn.

Van de locatie zijn geen direct aanwijsbare bronnen. PFAS is dus ook geen belemmering. Gezien het bovenstaande achten wij de bodemkwaliteit m.b.t. de functiewijziging voldoende getoetst en is verder onderzoek niet in het kader van het bestemmingsplan niet noodzakelijk. Bij de vergunningverlening voor de bouw van een woning, is wellicht nog wel een bodemonderzoek noodzakelijk. 13.6 In het ontwerp bestemmingsplan zijn de bouwmogelijkheden gemotiveerd terug gebracht naar aanleiding van de inspraakreacties. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen zijn de bouwmogelijkheden voor verblijfsrecreatie aangepast (hoofdstuk 5 van deze notitie zienswijzen). 13.7 De geboden mogelijkheden voor horeca sluiten aan op de omvang van het gebied, zijn op basis van milieuzonering goed inpasbaar en bovendien vergelijkbaar met de horecamogelijkheden van het oorspronkelijke plan voor het gebied (Euregiotuinen). 13.8 Voor de overweging met betrekking tot dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 8 en hoofdstuk 10 van deze notitie zienswijzen. 13.9 Voor de overweging met betrekking tot dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 van deze notitie zienswijzen. 13.10 Voor de overweging met betrekking tot dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 van deze notitie zienswijzen. 13.11 Voor de overweging met betrekking tot dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen.

Over stemgeluid overwegen we aanvullend het volgende. Stemgeluid is ook in de huidige planologische situatie met bezoek aan een tuin van toepassing. Bovendien voldoet het plan aan de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en Mileuzonering’. Zie ook hoofdstuk 12 van deze notitie zienswijzen. 13.12 Ten aanzien van de te realiseren woning wordt het volgende overwogen. Het college heeft op 24 mei 2016 een besluit genomen over de openbare verkoop van de Euregiotuinen en de bijbehorende voorwaarden. Ten aanzien van woningbouw heeft het college op dat moment het volgende overwogen. `Woningbouwontwikkeling wordt niet toegestaan op deze locatie. Gelet op de huidige woningmarktsituatie en de regionale woningmarktafspraken is hier geen behoefte aan. Wel kan maximaal 1 (bedrijfs)woning worden toegestaan behorend bij de hoofdfunctie van de nieuwe invulling.` In de publicatie van de prijsvraag is aangegeven dat woningbouwontwikkeling niet wordt toegestaan op deze locatie. De realisatie van 1 (bedrijfs)woning wordt niet gezien als woningbouwontwikkeling en is in lijn met het genomen collegebesluit. Dit is ook zo gecommuniceerd met belangstellenden die contact met de gemeente hebben opgenomen naar aanleiding van de publicatie van de prijsvraag. In de ontwikkeling Regiopark Oostburg is de bouw van één woning voorzien.

In basis wordt daarbij gedacht aan de functie bedrijfswoning. De wens is nadrukkelijk aanwezig om een meer flexibel gebruik van de woning niet bij voorbaat uit te sluiten. Daarom wordt een reguliere woonbestemming toegepast. Dit laatste betekent dat op basis van de ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling de behoefte aan deze ene woning moet worden aangetoond. In 2020 is een procesplan tussen de provincie en de gemeente overeengekomen, het Plan van Aanpak 60

Plancapaciteit. Doel daarvan is om niet langer op aantallen maar meer op woonkwaliteit te sturen. In deze geldt het vereiste dat de woning gerealiseerd moet worden als nultredenwoning en daarmee in basis aan de gewenste woonkwaliteit voldoet. Voor de toevoeging van één woning volgt de verantwoording uit de resultaten van de acties die gemeente en provincie samen uitvoeren in het kader van voornoemd Plan van Aanpak. 13.13 In 2017 heeft de gemeente Sluis een prijsvraag uitgeschreven waarbij belangstellenden uitgenodigd werden een bod te doen op de gronden van het plangebied met daarbij een plan voor de ontwikkeling van deze gronden. Eénieder heeft via deze prijsvraag de kans gehad om een ontwikkelingsplan in te dienen. Vervolgens is een voorontwerpbestemmingsplan tot stand gekomen. Het voorontwerp bestemmingsplan heeft met ingang van 28 januari 2021 gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn werd iedereen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een inspraakreactie in te dienen. Inspraak is een vorm van burgerparticipatie, die bij dit project is toegepast op basis van de door de raad vastgestelde inspraakverordening (in werking getreden op 22 augustus 2008) en waaraan conform de huidige wetgeving uitwerking aan is gegeven.

Zoals in het visiedocument ‘Krachtig Verbonden 2021- 2025’ is aangegeven wordt burgerparticipatie wettelijk verplicht bij de invoering van de Omgevingswet. Hoe deze verplichting in de toekomst onder de Omgevingswet tot uitvoering zal worden gebracht is in deze procedure echter niet relevant, aangezien wij ons moeten baseren op de huidige geldende weten regelgeving. In de anterieure overeenkomst worden afspraken tussen de gemeente en een initiatiefnemer vastgelegd over het ontwikkelen (bebouwen) van een bepaald perceel. Een anterieure overeenkomst is een privaatrechtelijke overeenkomst, waarin de initiatiefnemer zich verplicht tot het betalen van een bijdrage in de kosten die door de gemeente gemaakt moeten worden om de grondexploitatie mogelijk te maken. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de kosten van de aanleg van infrastructuur of aanpassing van het bestemmingsplan. Daarnaast wordt in deze overeenkomst vastgelegd dat de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor eventuele planschade en de uitbetaling hiervan. Planontwikkeling door de initiatiefnemer is voor eigen rekening en risico. Eén van de voorwaarden voor vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is ondertekening – door beide partijen – van de anterieure overeenkomst.

De Wro (Wet ruimtelijke ordening) geeft in artikel 6.1 aan dat een belanghebbende onder bepaalde voorwaarden en beperkingen recht kan doen gelden op vergoeding van schade als gevolg van de bepalingen van een bestemmingsplan of bijvoorbeeld een besluit omtrent het afwijken van het bestemmingsplan. Een aanvraag om vergoeding van planschade moet worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Planschade kan alleen gemeld worden als het planologisch besluit onherroepelijk is. Dat betekent dat het niet meer mogelijk is om bezwaar of beroep aan te tekenen tegen het planologische besluit bij de rechtbank of de Raad van State. Planschade verjaart 5 jaar na het onherroepelijk worden van het planologisch besluit. Dit betekent dat na die tijd geen planschade meer gemeld kan worden. Meer informatie is te raadplegen via de website van de gemeente Sluis: Planschade melden - Website gemeente Sluis Conclusie zienswijze 13 Deze zienswijze geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Voor de voorgestelde wijziging wordt verwezen naar de hoofdstukken 4, 5, 6, 8 en 9 van deze notitie zienswijzen.

Samenvatting zienswijze 14 U spreekt zich uit tegen het plan omdat u van mening bent dat de uitvoering van het plan ten koste zal gaan van de leefbaarheid van de eigen bewoners en de habitat van dieren en planten en u vraagt om wat de toeristeneconomie betreft een pas op de plaats te maken. Beantwoording zienswijze 14 61

Wij zijn van mening zijn dat de voorgenomen ontwikkeling een toegevoegde waarde voor Oostburg en de gehele streek kan zijn. De beoogde activiteiten richten zich zowel op de eigen bewoners als op de toeristen. Bovendien sluit het plan aan bij ons voornemen om spreiding van bezoekers over kust en achterland te bewerkstellingen. Dit door de aantrekkelijkheid van het achterland te vergroten en door het ontwikkelen en faciliteren van hierbij passend aanbod. Dit plan beoogt geen (forse) toename van het aantal bezoekers aan onze regio, maar biedt activiteiten aan mensen die hier wonen en hier te gast zijn. Conclusie zienswijze 14 Het plan is zowel in de voorontwerpfase als in de ontwerpfase getoetst aan het woon- en leefklimaat van omwonenden en de natuurwaarden binnen (en voor zover relevant buiten) het plangebied. Daar waar nodig is het plan naar aanleiding van de uitgevoerde onderzoeken aangepast. De aanpassingen naar aanleiding van de ontwerpfase vindt u terug in dit document. Samenvatting zienswijze 15 15.1 U stelt de prijsvraag ter discussie om verschillende redenen. U bent van mening dat het ontwerp bestemmingsplan in strijd met is met het Didam-arrest (ECLI:NL:RVS:2022:1157) vanwege onzorgvuldige voorbereiding. 15.2 U bent van mening dat het plan in strijd is met het gemeentelijke beleid.

Op basis van het gemeentelijke beleid is nieuwvestiging van verblijfsrecreatie (hoofdfunctie) niet mogelijk, maar in uw optiek gaat het plan hier wel van uit. 15.3 U zegt dat het plan in strijd is met het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening, het Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking), het Omgevingsplan Zeeland 2018, de provinciale Omgevingsverordening. 15.4 U bent van mening dat natuurwaarden enkel geborgd kunnen worden door aan specfieke zones de natuurbestemming toe te kennen in plaats van te werken met gebieden met functieaanduidingen waarbinnen bepaalde activiteiten uitgesloten worden. 15.5 U bent van mening dat de bodemonderzoeken niet voldoende actueel zijn en bijvoorbeeld niet ingaan op de Pfas-problematiek. 15.6 U bent van mening dat het bestemmingsplan onnodig veel mogelijkheden tot bouwen biedt. 15.7 U bent van mening dat de voorgestelde horeca-mogelijkheden te ruim zijn. 15.8 U heeft vraagtekens bij de verkeersveiligheid en of parkeren op een goede manier geborgd is. 15.9 U zegt dat er ten onrechte in het bestemmingsplan geen nadere regels zijn gesteld ten aanzien van het aantal evenementen per jaar, het soort evenementen en de maximale bezoekersaantallen. 15.10 U merkt op dat er wel een eindtijd voor versterkt muziekgeluid is opgenomen in het bestemmingsplan, maar niet voor evenementen.

Dit is in strijd met het evenementenbeleid waarin deze eindtijden wel zijn opgenomen. 15.11 U stelt een andere bepaling voor artikel 3.5.5. sub e voor en merkt op dat uit het ontwerpbestemmingsplan niet blijkt in hoeverre er bij de bepaling van de maximale geluidsniveaus rekening is gehouden met het stemgeluid dat wordt voortgebracht door de bezoekers van evenementen. 15.12 U zegt dat het toestaan van een woning binnen de planlocatie in strijd is met het uitgangspunt van de prijsvraag dat woningbouwontwikkeling niet is toegestaan en het gemeentelijke beleid. 15.13 Tot slot stelt u dat er geen sprake is geweest van burgerparticipatie en vraagt u waar planschade verhaald kan worden. Beantwoording zienswijze 15 Deze zienswijze is inhoudelijk hetzelfde als zienswijze 13. Voor de beantwoording en conclusie wordt daarom verwezen naar zienswijze 13. Samenvatting zienswijze 16 62

16.1 U heeft in uw inspraakreactie gevraagd om meer rekening te houden bij de inrichting van het park om de aanwezige natuurwaarden beter te beschermen. Op dit punt kunt u instemmen met het voorstel van de gemeente om o.a. vleermuisvriendelijke verlichting aan te leggen en uitloopplanken te creëren aan de oevers van de vijvers zodat dieren makkelijker uit het water kunnen. 16.2 U heeft in uw inspraakreactie tevens gevraagd om het plangebied te zoneren om de gebieden met de hoogste ecologische waarden te beschermen. U geeft aan dat de gemeente hieraan tegemoet is gekomen met zoneringskaarten waarop is aangegeven water er wel en niet is toegestaan in bepaalde zones om de natuur te beschermen dan wel hinder voor de directe omgeving te beperken. 16.3 In vervolg op het geconstateerde onder punt 2 vraagt u om de voorgestelde zonering aan te passen voor een nog betere bescherming van de ecologische waarden. U stelt dat de natuurwaarden zich bevinden in een zuidoostelijke strook van het park dat parallel loopt aan de naastgelegen Boomkreekweg. Deze strook loopt door tot zo’n 75 meter van de Boomkreekweg. Deze strook stopt ter hoogte van de zuidelijke grenslijn van het zoneringsgebied voor broedplaatsactiviteiten. Door ook op deze strook geen activiteiten en bebouwing toe te staan wordt de aanwezige natuur in het park beter beschermd.

U heeft op een kaart deze zonering aangegeven en u concludeert dat er met deze extra zonering een nieuwe bestemming gegeven kan worden aan het park met een verantwoorde borging van de ecologische waarden. Beantwoording zienswijze 16 16.1 Wij nemen kennis van uw opmerking ten aanzien van de voorgestelde maatregelen met betrekking tot natuurwaarden. Wij willen u tevens wijzen op hoofdstuk 6 van deze notitie zienswijzen waarin wij op basis van actueel natuuronderzoek aanvullende maatregelen voorstellen. 16.2 Wij nemen kennis van uw opmerking ten aanzien van zonering. 16.3 Mede op basis van het recent uitgevoerde natuuronderzoek zien wij aanleiding om de zonering te wijzigen. Voor onze overweging op dit punt verwijzen wij naar hoofdstuk 6 van deze notitie zienswijzen. Conclusie zienswijze 16 Uw zienswijze geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6 van deze notitie zienswijzen. Samenvatting zienswijze 17 17.1 U geeft aan geluidsoverlast te verwachten. U maakt hiervoor een vergelijking wat activiteiten betreft met Pinkpop (Landgraaf in Limburg) en Folterpop in België. U geeft aan dat het toegestane geluid tot 70 dB(A) 22 dB(A) meer is dan is toegestaan op het Groote Gat (48dB(A)). 17.2 U stelt dat er geen sprake is geweest van burgerparticipatie, inspraak, hoor en wederhoor.

17.3 U stelt dat het plan niet in lijn is met coalitieakkoord. 17.4 U vraagt om een berekening van de rekenkamercommissie ten aanzien van deze plannen. 17.5 U stelt dat het plan niet past binnen de provinciale beleidskaders. 17.6 U stelt dat de stikstofuitstoot in de bouwfase niet is meegewogen in de berekening. 17.7 U zegt dat archeologisch advies en/of onderzoek ontbreekt in de stukken. 17.8 U maakt een integrale verwijzing naar de eerder door u ingediende inspraakreactie en geeft aan dat deze nog steeds relevant is. 17.9 Tot slot kondigt u stappen aan richting de Autoriteit Consument en Markt, de bestuursrechter en het Europese Parlement. Beantwoording zienswijze 17 17.1 Voor onze overwegingen met betrekking tot geluid verwijzen wij naar hoofdstuk 9 van deze notitie zienswijzen. Voor de volledigheid willen we opmerken dat uw vergelijking met Pinkpop 63

(Landgraaf in Limburg) en Pukkelpop in België niet juist is. Pinkpop is een jaarlijks, driedaags popfestival in Landgraaf dat per dag meer dan 60.000 mensen trekt. Het terrein waarop Pinkpop plaatsvindt heeft een oppervlakte van ongeveer 27 hectare. Pukkelpop is een jaarlijks terugkerend Belgisch popmuziekfestival in Hasselt. Het festival vindt gewoonlijk plaats in de tweede helft van augustus en duurt 4 dagen. Het festival trekt dagelijks ruim 60.000 bezoekers. Het terrein waarop Pukkelpop plaatsvindt heeft een oppervlakte van ongeveer 17 hectare. 17.2 In 2017 heeft de gemeente Sluis een prijsvraag uitgeschreven waarbij belangstellenden uitgenodigd werden een bod te doen op de gronden van het plangebied met daarbij een plan voor de ontwikkeling van deze gronden. Eénieder heeft via deze prijsvraag de kans gehad om een ontwikkelingsplan in te dienen. Vervolgens is een voorontwerpbestemmingsplan tot stand gekomen. Het voorontwerp bestemmingsplan heeft met ingang van 28 januari 2021 gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn werd iedereen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een inspraakreactie in te dienen.

Inspraak is een vorm van burgerparticipatie, die bij dit project is toegepast op basis van de door de raad vastgestelde inspraakverordening (in werking getreden op 22 augustus 2008) en waaraan conform de huidige wetgeving uitwerking aan is gegeven. Zoals in het visiedocument ‘Krachtig Verbonden 2021- 2025’ is aangegeven wordt burgerparticipatie wettelijk verplicht bij de invoering van de Omgevingswet. Hoe deze verplichting in de toekomst onder de Omgevingswet tot uitvoering zal worden gebracht is in deze procedure echter niet relevant, aangezien wij ons moeten baseren op de huidige geldende weten regelgeving. 17.3 Voorliggend plan past binnen het thema Economie en arbeidsmarkt uit het coalitieakkoord. 17.4 In de toelichting op het bestemmingsplan is in paragraaf 6.1 de economische uitvoerbaarheid gemotiveerd, een berekening door de rekenkamercommissie is niet aan de orde. 17.5 Wij hebben het plan getoetst aan de provinciale beleidskaders en geconcludeerd dat het plan hierbinnen past. 17.6 Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 7 van deze notitie zienswijzen. 17.7 In de toelichting op het bestemmingsplan is in paragraaf 4.1 een toelichting op het archeologie aspect gegeven. 17.8 Uw eerder ingediende inspraakreactie hebben wij reeds beantwoord. 17.9 Uw aankondiging nemen wij voor kennisgeving aan.

Conclusie zienswijze 17 Deze zienswijze geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Voor de voorgestelde wijziging wordt verwezen naar de hoofdstukken 7 en 9 van deze notitie zienswijzen. Samenvatting zienswijze 18 18.1 U bent van mening dat het bestemmingsplan onjuistheden bevat en somt deze als volgt op: • Het bestemmingsplan gaat niet in op de keuze voor dit plan gerelateerd aan de prijsvraag. • Er kan geen vergelijking gemaakt worden met verwachte bezoekersstroom Euregiotuinen. • U verwacht files, het bestemmingsplan gaat hier niet op in. • U verwacht stagneren verkeer waardoor het park niet goed bereikbaar zal zijn. • Het tweebaans fietspad kan niet als veilig bestempeld worden. • Het traject is onverlicht, dus risicovol in avond en nacht. • Het geluidsonderzoek is gebaseerd op onjuiste parameters: enkel het verkeerslawaai van 2021 is in kaart gebracht, de aantrekkende verkeerseffecten ontbreken. Er is ook geen rekening gehouden met muziek, evenementen of stemgeluid. U stelt eveneens dat de dB berekening onjuist is. De basisniveaus zijn niet berekend, evenmin wordt er melding gemaakt van mogelijke effecten op geluid d.m.v. afkoeling in de avonduren en windkracht/ verplaatsing. • U stelt dat de gemeente geen belangenafweging ten aanzien van omwonende heeft gemaakt, tevens heeft er geen overleg met omwonenden (burgerparticipatie) 64

plaatsgevonden. De georganiseerde inloopmiddagen en door initiatiefnemer opgestelde flyers hebben naar uw mening geen communicatiestatus. • Het bestemmingsplan voldoet niet aan de beleidsuitgangspunten uit ‘Krachtig Verbonden’ o.a. ten aanzien van toeristische groei, ondergeschiktheid verblijfsrecreatie en burgerparticipatie. • In het bestemmingsplan is niet verwoord dat er rondom het plangebied op 81 locaties sprake is van bewoning en 138 bewoners. • Wat het ecologisch onderzoek betreft constateert u dat er geen melding is gemaakt van de al jaren op deze locatie broedende buizerd, de havik, ijsvogel en boomkikker. Daarnaast bent u van mening dat in tegenstelling tot hetgeen in het rapport staat er wel sprak is van hinder van vleermuizen. Geen melding is gemaakt van de bijzondere nachtvlinders in de Euregiotuinen, deze vlinders worden wekelijks geteld en doorgegeven aan het landelijke meldpunt. U zegt ook dat het rapport dateert van 2019 en daarom niet meer actueel is. • U verwijst naar artikel 1.1. lid 1 Wet Milieubeheer en stelt dat het terrein een inrichting betreft en daarom onder milieucategorie (in de zienswijze staat milieufactor) 4.2 valt en niet 2.1. • Het bestemmingsplan is niet duidelijk op het punt van groepskamperen. Er is niet aangegeven of max. 200 personen ook kunnen bestaan uit meerdere subgroepen.

• In het bestemmingsplan staat dat de waterloop zo is verlegd dat er geen open waterverbinding is met Natura 2000 gebied het Groote Gat. Dit is onjuist, vanaf de Boomkreekweg gaat een duiker onder de weg, deze komt uit bij de Grotendam in het water van het Groote Gat. 18.2 U bent van mening dat het bestemmingsplan niet concreet is en somt hiertoe de volgende punten op: • U stelt dat het voorgestelde trendvolgend marktconcept niet concreet is ingevuld. • Het plan gaat voorbij aan de behoefte van een woonomgeving met 138 bewoners waarvan het merendeel 60+ is en al jaren woonachtig in deze omgeving. • Het plan geeft mogelijkheid voor voorstellingen, evenementen, festivals, feesten, markten, beurzen en exposities. Niet concreet is aangegeven welke invulling deze activiteiten kunnen krijgen. • In het bestemmingsplan is toegelicht dat er sprake is van een groeimodel in 3 fasen. U bent van mening dat fase 2 en 3 niet zijn uitgewerkt in het bestemmingsplan. • U stelt dat het plan voorziet in onvoldoende parkeergelegenheid bij een festival van 10002500 bezoekers en stelt dat het voorzien in parkeergelegenheid op afstand onvoldoende concreet is. • Niet aangegeven is wat de consequentie voor de gemeente is als het plan mislukt en de grond te koop komt. • Het plan is niet duidelijk ten aanzien van een meerwaarde clausule.

• In het plan is niet ingegaan op een actuele hertaxatie van de grond. 18.3 U bent van mening dat het bestemmingsplan tegenstrijdigheden bevat en somt deze als volgt op. • In het bestemmingsplan staat dat er behoefte is aan groepskamperen in de regio. Op campings wordt hierin niet voorzien omdat deze vorm van kamperen belastend is voor andere recreanten. U vraagt of een dergelijke belasting niet te verwachten is voor omwonenden van het plangebied? • In de door de gemeente verstrekte flyer en het bestemmingsplan worden verschillende aantallen personen gehanteerd ten aanzien van groepskamperen. • In het bestemmingsplan ontbreekt een toelichting over de mogelijke samenstelling van de groepen waardoor het risico op overlast voor de woonomgeving nog groter is. • Bij de toegepaste zonering wordt 30 meter in acht genomen tot naast gelegen woningen, niet duidelijk is hoe deze afstand wordt gegarandeerd. U bent van mening dat de zonering 65

ook van toepassing is op het parkeerterrein en de meest nabij gelegen woning, de sluitingstijd van het Regiopark is immers later dan de sluitingstijd van de Euregiotuinen. • U verwacht overlast van lichtmasten tot 8 meter hoog. • U stelt dat de woonkwaliteit van omwonenden onvoldoende geborgd is via het bestemmingsplan en de APV. • U bent van mening dat het met toegestane aantal evenementen de woonkwaliteit van de woonomgeving niet geborgd kan worden. • Ten aanzien van het natuuronderzoek en de voorgenomen activiteiten bent u van mening dat broedvogels verstoord zullen worden, de buizerd jaarrond bescherming moet genieten en de ransuilenlocatie onvoldoende wordt beschermd. • U stelt dat het onvermijdelijk is dat er vanwege bouwactiviteiten bomen gekapt moeten worden, dit is in strijd met het standpunt dat er zorg gedragen wordt voor de bestaande natuur. • U stelt dat de waterpartijen onvoldoende worden beschermd. 18.4 U zegt dat het bestemmingsplan is gebaseerd op een aantal aannames en somt deze als volgt op: • U bent het niet eens met de stelling dat het park een park voor iedereen zal zijn omdat de invulling van de activiteiten nauwelijks geconcretiseerd is. • Dat er geen sprake is van een drugs- en alcoholrisico is, mede gelet op het lokale drugscultuurtje, een aanname.

• De meeste bezoekers zullen, gezien de aantallen, niet uit de regio komen en brengen een uitgaanscultuur mee die hier niet speelt. • De stelling dat er van de oorspronkelijke tuinen nagenoeg niets meer over is, is een aanname zolang geen professionele inventarisatie heeft plaatsgevonden. 18.5 U wijst op onzorgvuldigheden in de gevolgde procedures, specifiek gaat het om • Dat het plan slechts het belang van 1 burger dient en niet de burgers in het algemeen. • Dat de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur niet juist of volledig zijn toegepast. • Het beginsel van gelijkheid is niet goed toegepast, onder verwijzing naar het Didam arrest van 26 november 2021. • Onvoldoende transparantie over de keuze van de winnaar van de uitgeschreven prijsvraag. • De beginselen van ‘fairplay’ waaronder het afwijzen van WOB-verzoeken. • Vooringenomenheid moet worden voorkomen. • De initiatiefnemer heeft een BV opgericht op het perceel van de voormalige Euregiotuinen. 18.6 U wijst op gedane toezeggingen waarmee het plan volgens u in strijd is, u refereert naar: • Verkiezingsuitspraken van verschillende politieke partijen. • De zorgvoorwaarden/ mogelijkheden van appartementencomplex Hoogendamme. • Het plan is in strijd met Vitaal Oostburg, vanwege mogelijke geluidsoverlast draagt het project niet bij aan gezondheid.

• De bewoners van Hoogendamme zien zich geen kans om het hele bestemmingsplan goed te lezen. 18.7 U benoemt een aantal punten in relatie tot gezondheid: • U zegt dat het woongebied Euregiotuin een deel van de Nieuwstraat, de Brugsevaart, de Boomkreekweg, de Dierkensteenweg, Bakkersdam en ¾ van Grotendam omvat. In dit gebied zijn 81 woonlocaties waarvan 45 in appartementencomplex Hoogendamme, een aantal gezinswoningen en verder wonen er 8 jongeren en 130 ouderen. U stelt dat alternatieve woningen voor senioren niet in beeld zijn. • U wijst op de daling van de waarde van deze woning, u bent bekend met mogelijkheden tot planschade vordering maar dit wijzigt de leefsituatie niet. • Met dit plan komt de bedreiging van gezondheid direct in beeld, u benoemt hierbij stress, geluidsoverlast, slaapverstoring en slaapproblemen, het noodzakelijk afsluiten van huizen 66

waardoor geen frisse lucht toegelaten kan worden, lichtmasten die slaap verstoren, ouderen hebben juist meer slaap nodig. • U vreest ratten en muizenplagen als gevolg van het achterlaten van afval op festivals of evenementen, u wijst hierbij naar vergelijkbare situaties in parken in de Randstad. • Met de ontwikkeling van dit plan en de bezoekers zal de regionale zorg verder onder druk gezet worden en mogelijk onttrokken aan de burgers van Oostburg en regio. 18.8 Tot slot vraagt u om op basis van deze zienswijze niet over te gaan tot vaststelling van het bestemmingsplan en stelt u voor om over te gaan naar een nieuwe procedure, vertrekkend vanuit een 0-situatie waarbij positieve ideeën voor de regio en het toerisme in samenspraak met bewoners en burgers kunnen worden ontwikkeld. Beantwoording zienswijze 18 18.1 U haalt punten aan met betrekking tot de prijsvraag, verkeer, parkeren, geluid, onderzoek naar natuurwaarden en verblijfsrecreatie. Voor onze overweging met betrekking tot deze punten verwijzen wij naar de hoofdstukken 4, 6, 8, 10, 9 en 13 van deze notitie zienswijzen. Over stemgeluid overwegen we aanvullend het volgende. Stemgeluid is ook in de huidige planologische situatie met bezoek aan een tuin van toepassing. Bovendien voldoet het plan aan de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en Mileuzonering’.

Zie ook hoofdstuk 12 van deze notitie zienswijzen. Ten aanzien van burgerparticipatie overwegen wij het volgende. In 2017 heeft de gemeente Sluis een prijsvraag uitgeschreven waarbij belangstellenden uitgenodigd werden een bod te doen op de gronden van het plangebied met daarbij een plan voor de ontwikkeling van deze gronden. Eénieder heeft via deze prijsvraag de kans gehad om een ontwikkelingsplan in te dienen. Vervolgens is een voorontwerpbestemmingsplan tot stand gekomen. Het voorontwerp bestemmingsplan heeft met ingang van 28 januari 2021 gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn werd iedereen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een inspraakreactie in te dienen. Inspraak is een vorm van burgerparticipatie, die bij dit project is toegepast op basis van de door de raad vastgestelde inspraakverordening (in werking getreden op 22 augustus 2008) en waaraan conform de huidige wetgeving uitwerking aan is gegeven. Zoals in het visiedocument ‘Krachtig Verbonden 2021- 2025’ is aangegeven wordt burgerparticipatie wettelijk verplicht bij de invoering van de Omgevingswet. Hoe deze verplichting in de toekomst onder de Omgevingswet tot uitvoering zal worden gebracht is in deze procedure echter niet relevant, aangezien wij ons moeten baseren op de huidige geldende wet- en regelgeving.

U stelt dat de voorgenomen activiteiten ingedeeld moeten worden in milieucategorie 4.2. Dit is niet juist. Voor de horecafunctie is milieucategorie 2 van toepassing (zie ook hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen over geluid). Voor reguliere verblijfsrecreatieterreinen is milieucategorie 3.1 van toepassing (zie ook hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen over geluid). Gelet op de aard en schaal van de voorgenomen verblijfsrecreatieve activiteiten binnen het plangebied kunnen deze mogelijk binnen een lagere milieucategorie ingeschaald worden. Hiermee is echter voor de afweging met betrekking tot inpasbaarheid van functies (afstand tot gevoelige functies e.d.) geen rekening gehouden, er is gerekend met de afstanden die horen bij milieucategorie 3. In aanvulling hierop verwijzen wij voor de volledigheid naar onze overwegingen in hoofdstuk 12 van deze notitie zienswijzen. In het bestemmingsplan staat dat de waterloop in het verleden is verlegd, de passage over de open waterverbinding met Natura 2000 gebied het Groote Gat staat niet in de toelichting op het bestemmingsplan.

67

18.2 Voor de door u aangehaalde aspecten in relatie tot evenementen verwijzen wij naar onze overweging in hoofdstuk 4 van deze notitie zienswijzen. Voor onze overweging met betrekking tot een goed woon- en leefklimaat verwijzen wij u naar hoofdstuk 12 van deze notitie zienswijzen. Ten aanzien van het door u aangehaalde groeimodel overwegen wij het volgende. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het plan toegelicht. In de regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksregels vastgelegd. Hiermee zijn de mogelijkheden voor het plangebied duidelijk vastgelegd (rechtszekerheid voor initiatiefnemer en omwonenden). Binnen die mogelijkheden kan er sprake zijn van organische ontwikkeling/ groeimoedel, niet alle bouwmogelijkheden moeten bijvoorbeeld direct ingevuld worden. Ontwikkelingen buiten het kader van het bestemmingsplan zijn niet mogelijk. Voor de door u aangehaalde aspecten in relatie tot parkeren verwijzen wij naar onze overweging in hoofdstuk 10 van de notitie zienswijzen. Naar aanleiding van de financiële aspecten die u noemt verwijzen wij naar paragraaf 6.1 van de toelichting op het bestemmingsplan. Hierin is, op gebruikelijke wijze, de economische uitvoerbaarheid van het plan gemotiveerd.

18.3 Naar aanleiding van de door uw benoemde punten in relatie tot natuurwaarden, het kappen van bomen en de waterpartijen verwijzen we naar onze overwegingen in hoofdstuk 6 (natuurwaarden) van deze notitie zienswijzen. Op onze overwegingen ten aanzien van het woon- en leefklimaat is onder 18.2 reeds ingegaan. Lichtmasten tot 8 meter zijn enkel via een omgevingsvergunning afwijken mogelijk (artikel 3.3. van de regels) waarbij aan verschillende voorwaarden wordt getoetst, de beoordeling van de effecten op de omgeving is één van deze voorwaarden. Ten aanzien van uw opmerking over de flyer is van belang om aan te geven dat de juridisch bindende mogelijkheden zijn vastgelegd in de regels en verbeelding van het bestemmingsplan, niet in een flyer. De regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn dus leidend. Naar aanleiding van uw vraag over groepskamperen ligt een nadere toelichting voor de hand. In de toelichting op het bestemmingsplan staat over groepskamperen het volgende. ‘De gronden in het zuidwesten die nu worden gebruikt voor landbouwkundige doeleinden worden ingezet als ruimte voor het verblijf van grote groepen en evenementen. Er is in de regio nu geen mogelijkheid voor verenigingen en grote groepen om een weekend weg te organiseren, omdat de verblijfsaccommodaties daar niet voor geëquipeerd zijn en de menging met reguliere gasten veelal als belastend wordt ervaren.

Om die reden wordt op gronden in het zuidwesten de mogelijkheid geboden voor groepskamperen.’ Hiermee is bedoeld dat op verblijfsrecreatieterreinen de combinatie van reguliere verblijfsgasten niet goed samengaat met groepskamperen met name omdat beiden verschillende inzet vragen op aan te bieden activiteiten. Binnen dit plan komen deze samen omdat ingezet wordt op bijvoorbeeld natuuractiviteiten en evenementen. Hierbij wordt ook verwezen naar onze overweging in hoofdstuk 5 van deze notitie zienswijzen waarin de andere door u benoemde aspecten in relatie tot groepskamperen aan de orde komen. In de gezoneerde gebieden rondom woningen en bedrijven zijn bebouwingsmogelijkheden uitgesloten. Dit is geborgd via de regels en verbeelding van het bestemmingsplan. Deze zonering is ook toegepast op het parkeerterrein en de meest nabij gelegen woning. De zonering bedraagt 10 meter. In hoofdstuk 10 (parkeren) van deze notitie zienswijzen wordt hierop nader ingegaan. 68

18.4 We hebben kennis genomen van uw standpunten, deze geven geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. 18.5 De punten die u benoemt als onzorgvuldigheden geven geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan omdat ze geen betrekking hebben op de ruimtelijke afweging die binnen de kaders van het bestemmingsplan gemaakt wordt. Voor onze afweging over de prijsvraag in relatie tot het bestemmingsplan verwijzen wij naar hoofdstuk 13 van deze notitie zienswijzen. 18.6 De punten die u benoemt in relatie tot verkiezingen en zorgvoorwaarden van appartementencomplex Hoogendamme geven geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan omdat ze geen betrekking hebben op de ruimtelijke afweging die binnen de kaders van het bestemmingsplan gemaakt wordt. Voor onze overwegingen ten aanzien van geluid verwijzen we naar hoofdstuk 9 van deze notitie zienswijzen. Tijdens de periode van ter inzage legging van het bestemmingsplan is gewezen op de mogelijkheid om een afspraak te maken om nadere informatie over het bestemmingsplan te verkrijgen. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. 18.7 Wij komen tot de conclusie dat na realisatie van het plan een goed woon- een leefklimaat voor omwonenden geborgd is. Wij delen uw zorgen omtrent de gezondheid van omwonenden om die reden niet. Voor de volledigheid verwijzen wij u naar hoofdstuk 12 van deze notitie zienswijzen.

18.8 Alles omvattend zien wij aanleiding om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen, wij zien geen aanleiding om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Met betrekking tot de door u geopperde alternatieve plannen overwegen wij het volgende. In 2017 heeft de gemeente Sluis een prijsvraag uitgeschreven waarbij belangstellenden uitgenodigd werden een bod te doen op de gronden van het plangebied met daarbij een plan voor de ontwikkeling van deze gronden. Eénieder heeft via deze prijsvraag de kans gehad om een ontwikkelingsplan in te dienen. Het indienen van een nieuw plan is nu niet aan de orde. Conclusie zienswijze 18 Uw zienswijze geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Hiervoor wordt verwezen naar de hoofdstukken 4, 6, 8, 9 en 10 van deze notitie zienswijzen. Samenvatting zienswijze 19 U maakt in uw zienswijze bezwaar tegen: 19.1 Alle evenementen en festivals met een geluidssterkte van meer dan 58 DB op uw gevel. De frequentie van geluidsoverlast gevende activiteiten is groot. 10 dagen middelgrote vergunning plichtige evenementen/ festivals, 12 niet vergunning plichtige incidentele evenementen, onbeperkt niet vergunning plichtige kleinschalige evenementen. Deze mogen allemaal tot 75 DB op uw gevel en slechts de middelgrote hebben een eindtijd. U vreest hierdoor gezondheidsproblemen.

19.2 U zegt dat is aangegeven dat groepskamperen op een gewone camping niet mogelijk is vanwege de overlast. U vraagt zich af of dit voor dan geen overlast met zich mee zal brengen. Volgens u zijn er campings in de gemeente die groepskamperen willen, maar geen toestemming krijgen van de gemeente. 19.3 Alle activiteiten en woongelegenheden die in de Boomkreek kunnen plaatsvinden. De Boomkreek is open verbonden met Natura 2000 Het Groote Gat en mag om die reden niet vervuild worden. 19.4 De omvang van de voorgestelde overdekte speelvoorzieningen (2000 m2 met 15 hoogte). Hiervoor zullen veel bomen gekapt moeten worden. U stelt voor om een kleiner gebouw mogelijk te maken voor de overdekte speelvoorzieningen zodat dit beter in het groene karakter van het park past. 69

19.5 Woningen voor verblijfsrecreatie tot 70 m2. U geeft aan dat deze omvang te groot is voor de voorgestelde bijzondere vormen van verblijfsrecreatie zoals bijvoorbeeld een vogelnestje en een boomwoninkje. Gemiddeld zijn recreatiewoningen voor 4 personen 45 m2. 19.6 Alle raadsleden die wel een stem uitbrengen en zich niet verdiept hebben in het ontwerp bestemmingsplan. 19.7 Tegen de 10 procent verkoopvloeroppervlakte voor horeca dat zich buiten het bouwvlak mag bevinden. Een gebouw met een omvang van 10 op 15 meter is erg ruim, ook als het verdeeld wordt in meerdere gebouwen. Ik pleit voor 0 procent. Er is binnen loopafstand al horeca gepland in het bestaande gebouw en de overdekte speelvoorziening. U pleit er voor om groen groen te houden. 19.8 Een toiletgebouw van 8 meter hoogte, een dubbele laag toiletgebouwen komt nooit voor. 19.9 De vergelijking met kleinschalig kamperen waardoor er van 20 wooneenheden naar 30 gegaan is. Groepskamperen moet ook meegeteld worden, dit mag ook niet op een kleinschalige camping. Ontheffing voor groepskamperen mag slechts 1 keer per kampeerseizoen per terrein voor kleinschalig kamperen worden verleend. Ook mag er tussen 1 november en 15 maart niet gerecreëerd worden, dus naar uw mening ook niet in andere wooneenheden. 19.10 Drie groepsgebouwen. U verwacht overlast door alcoholgebruik en nachtwandelingen zonder toezicht.

De voorgestelde omvang van de gebouwen geeft de indruk dat ze bedoeld zijn voor grotere groepen dan 12 mensen en ze passen niet in de groene omgeving. 19.11 Het verjagen van beschermde en onbeschermde vogels en andere dieren. U vraagt waarom de broedende buizerd geen status krijgt. 19.12 Een onduidelijk en niet concreet bestemmingsplan, u stelt dat op basis van dit bestemmingsplan alles nog mogelijk is. 19.13 Geen concreet plan ten aanzien van parkeren waardoor u parkeeroverlast verwacht en hierdoor een belemmering van uw agrarische activiteiten. 19.14 Versterkte muziek op podium 2 waardoor u geluidsoverlast verwacht. 19.15 Tegen de Aeriusberekening in bijlage 6. U stelt dat de berekening niet is gebaseerd op de verwachte toename van verkeersbewegingen, evenementen en muziekfestivals. 19.16 De mogelijkheid tot 75 DB en de overlast die u hiervan verwacht. 19.17 Dat het park doorverkocht kan worden bij aankoop en dat dan niet duidelijk is wat er dan mee gaat gebeuren. 19.18 Dat er geen voedselbos meer komt, er is ruimte genoeg voor en zou een goede combinatie zijn met natuurslaaphuisjes. 19.19 Dat het plan onduidelijk is over het kappen van bomen en het behoud van struikgewas en bomen. Niet is aangegeven hoe de huidige beplanting er uit ziet en of er daadwerkelijk sprake is van herplant bij kappen van bomen.

19.20 Het niet kunnen borgen van de afstemming van de jaarcyclus door de initiatiefnemer (blz 404). 19.21 Tot slot pleit u voor een rustiger en groener park met meer educatieve onderdelen voor onze jeugd en jongeren en bovendien zou dit veel beter aansluiten bij Vitaal Oostburg. Beantwoording zienswijze 19 19.1 Voor onze afweging met betrekking tot geluid verwijzen we naar hoofdstuk 9 van deze notitie zienswijzen. 19.2 Naar aanleiding van uw vraag over groepskamperen ligt een nadere toelichting voor de hand. In de toelichting op het bestemmingsplan staat over groepskamperen het volgende. ‘De gronden in het zuidwesten die nu worden gebruikt voor landbouwkundige doeleinden worden ingezet als ruimte voor het verblijf van grote groepen en evenementen. Er is in de regio nu geen mogelijkheid voor verenigingen en grote groepen om een weekend weg te organiseren, omdat de verblijfsaccommodaties daar niet voor geëquipeerd zijn en de menging met reguliere gasten veelal als belastend wordt ervaren. Om die reden wordt op gronden in het zuidwesten de mogelijkheid geboden voor groepskamperen.’ Hiermee is bedoeld dat op verblijfsrecreatieterreinen de combinatie van reguliere verblijfsgasten niet goed samengaat met groepskamperen met name omdat beiden 70

verschillende inzet vragen op aan te bieden activiteiten. Binnen dit plan komen deze samen omdat ingezet wordt op bijvoorbeeld natuuractiviteiten en evenementen. Hierbij wordt ook verwezen naar onze overweging over groepskamperen in hoofdstuk 5 van deze notitie zienswijzen. Groepskamperen op verblijfsrecreatieterreinen is in principe rechtstreeks mogelijk. 19.3 Voor onze afweging met betrekking tot het water in het plangebied verwijzen wij u naar hoofdstuk 6 (natuurwaarden) van deze notitie zienswijzen. 19.4 Voor onze afweging met betrekking tot het kappen van bomen binnen het plangebied verwijzen wij u naar hoofdstuk 6 (natuurwaarden) van deze notitie zienswijzen. Van het bouwvlak mag 15% bebouwd worden, maar dat hoeft niet. Op dit moment staat nog niet vast dat er daadwerkelijk een overdekte speelvoorziening komt, maar die mogelijkheid is er wel. De maximaal toegestane hoogte is 10 meter. Voor de volledigheid wijzen wij u naar het antwoord op zienswijze 10 onder 6 die over de maximale hoogte van 15 meter gaat. 19.5 Voor onze overwegingen met betrekking tot de omvang van verblijfsrecreatieve eenheden verwijzen wij u naar hoofdstuk 5 (verblijfsrecreatie) van deze notitie zienswijzen. 19.6 Wij nemen kennis van uw mening.

19.7 Het ontwerp bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden voor horeca buiten het bouwvlak, deze mogelijkheid is geschrapt naar aanleiding van de inspraakreacties op het voorontwerp bestemmingsplan. 19.8 Voor onze overwegingen met betrekking tot maatgeving in relatie tot verblijfsrecreatie verwijzen wij u naar hoofdstuk 5 (verblijfsrecreatie) van deze notitie zienswijzen. 19.9 Voor onze overwegingen met betrekking tot de omvang van het verblijfsrecreatieve aanbod binnen het plangebied verwijzen wij u naar hoofdstuk 5 (verblijfsrecreatie) van deze notitie. 19.10 Voor onze overwegingen met betrekking tot de omvang van het verblijfsrecreatieve aanbod in relatie tot verblijfsrecreatie verwijzen wij u naar hoofdstuk 5 (verblijfsrecreatie) van deze notitie zienswijzen. 19.11 Voor onze overweging met betrekking tot de natuurwaarden binnen het plangebied verwijzen wij u naar hoofdstuk 6 van deze notitie zienswijzen. 19.12 Ten aanzien van het naar uw mening niet concreet zijn van het bestemmingsplan overwegen wij het volgende. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het plan toegelicht. In de regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksregels vastgelegd. Hiermee zijn de mogelijkheden voor het plangebied duidelijk vastgelegd (rechtszekerheid voor initiatiefnemer en omwonenden).

Binnen die mogelijkheden kan er sprake zijn van (organische) ontwikkeling, niet alle bouwmogelijkheden moeten bijvoorbeeld direct ingevuld worden. Ontwikkelingen buiten het kader van het bestemmingsplan zijn niet mogelijk 19.13 Voor onze overweging met betrekking tot parkeren verwijzen we naar hoofdstuk 10 van deze notitie zienswijzen. 19.14 Voor onze afweging met betrekking tot geluid verwijzen we naar hoofdstuk 9 van deze notitie zienswijzen en wat evenementen betreft naar hoofdstuk 4 van deze notitie zienswijzen. 19.15 De Aeriusberekening is geactualiseerd, hiervoor verwijzen we naar hoofdstuk 7 van de notitie zienswijzen. 19.16 Voor onze afweging met betrekking tot geluid verwijzen we naar hoofdstuk 9 van deze notitie zienswijzen. 19.17 Onder 19.12 hebben wij gemotiveerd dat ontwikkelingen buiten het kader van het bestemmingsplan niet mogelijk zijn. 19.18 Uw visie op de realisatie van een voedselbos nemen wij voor kennisgeving aan. 19.19 Voor onze overweging over het kappen van bomen binnen het plangebied verwijzen we naar hoofdstuk 6 (natuurwaarden) van deze notitie zienswijzen. 19.20 Wij hebben uw punt onder de aandacht gebracht bij de initiatiefnemer, in het kader van het bestemmingsplan kunnen hierover geen regels gesteld worden.

19.21 Alles omvattend zien wij aanleiding om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen, wij zien geen aanleiding om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Met betrekking tot de door u geopperde alternatieve plannen overwegen wij het volgende. In 2017 heeft de gemeente Sluis een 71

prijsvraag uitgeschreven waarbij belangstellenden uitgenodigd werden een bod te doen op de gronden van het plangebied met daarbij een plan voor de ontwikkeling van deze gronden. Eénieder heeft via deze prijsvraag de kans gehad om een ontwikkelingsplan in te dienen. Het indienen van een nieuw plan is nu niet aan de orde. Conclusie zienswijze 19 Uw zienswijze geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Hiervoor wordt verwezen naar de hoofdstukken 5, 6, 7, 9 en 10 van deze notitie zienswijzen. Samenvatting zienswijze 20 U maakt bezwaar tegen: 20.1 U stelt dat het plangebied deel uitmaakt van een landelijke omgeving. U zegt dat in het bestemmingsplan ook wordt gesproken over stedelijk gebied en buitengebied en naoorlogse woonwijken. U wenst duidelijkheid over de gebruikte terminologie. 20.2 Aantasting van de directe omgeving door geluidsoverlast, lichtvervuiling, verkeersoverlast en toename van CO2 en stikstofuitstoot. 20.3 De voorgenomen activiteiten zorgen voor klimaatopwarming door extra CO2 en stikstofuitstoot en er is sprake van verstoring van de habitat van veel (beschermde) dieren en vogels. 20.4 De toename van verkeer, bijbehorende CO2 en stikstofuitstoot en verkeersonveilige situaties. 20.5 Het risico op gezondheidsproblemen door stress.

20.6 Aantasting in uw vrije keuze omdat u als direct omwonende niet kunt kiezen of wilt deelnemen aan de evenementen of niet. 20.7 De waardedaling of onverkoopbaar worden van uw woning. 20.8 U verwacht negatieve gevolgen als gevolg van alcohol en drugsgebruik, en het gebruik van natuurgebied het Groote Gat voor sport- en zwemactiviteiten. 20.9 Het verplaatsen van evenementen van het centrum van Oostburg en Groede Podium naar het regiopark waardoor het centrum van Oostburg nog minder bezocht zal worden. 20.10 Het verplaatsen van toerisme vanuit andere gebieden in Zeeland en België naar Oostburg. U stelt daarom voor om de mogelijkheden uit het vigerende bestemmingsplan te continueren. 20.11 De horeca. 20.12 Meerdaagse festivals en evenementen, dit past evenals groepskamperen niet binnen de hoofdfunctie dagrecreatie. 20.13 Festivals en evenementen omdat ze veel publiek aantrekken, mogelijke overlast zoals geluidsoverlast, lichtvervuiling, verkeersoverlast, parkeren in woonwijken, klimaatopwarming en verstoring van dieren in het plangebied en de omgeving hiervan. Beantwoording zienswijze 20 20.1 In het document met de beantwoording van de vragen wordt onder vraag 27.24 ingegaan op verschillende termen.

Daarnaast hanteren we de term rustige woonwijk en gemengd gebied om de inpasbaarheid van functies te beoordelen, deze typering van gebieden is gebaseerd op de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en Mileuzonering’. Op basis hiervan kunnen richtafstanden worden afgeleid zoals die worden nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (rustig buitengebied of natuurgebied). Kleinere richtafstanden tussen verschillende functies kunnen worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied (gebieden met verschillende functies). De term naoorlogse woonwijk wordt gebruikt bij het bepalen van de bodemkwaliteit. Voor verschillende disciplines (o.a. ruimtelijke ordening, milieu, wegen- en verkeerswet, bodemkwaliteit) worden dus verschillende termen gehanteerd om gebieden te typeren. 20.2 Voor onze overweging met betrekking geluid, verkeer en stikstof verwijzen wij u naar de hoofdstukken 7, 8 en 9 van deze notitie zienswijzen. Van lichtvervuiling is met de realisatie van dit plan geen sprake. 72

20.3 Voor onze overweging met betrekking tot stikstof en natuurwaarden verwijzen wij u naar de hoofdstukken 6 en 7 van deze notitie zienswijzen. 20.4 Voor onze overweging met betrekking tot verkeer en stikstof verwijzen wij u naar de hoofdstukken 7 en 8 van deze notitie zienswijzen. 20.5 Wij komen tot de conclusie dat na realisatie van het plan een goed woon- een leefklimaat voor omwonenden geborgd is. Wij delen uw zorgen omtrent de gezondheid van omwonenden om die reden niet. Voor een nadere motivering verwijzen wij u naar hoofdstuk 12 van deze notitie zienswijzen. 20.6 In de planvorming hebben wij een goed woon- en leefklimaat voor omwonenden geborgd. Verwezen wordt naar het de afweging onder 20.5. 20.7 Wat betreft een mogelijke waardedaling van uw woning kunnen wij u als volgt informeren. De Wro (Wet ruimtelijke ordening) geeft in artikel 6.1 aan dat een belanghebbende onder bepaalde voorwaarden en beperkingen recht kan doen gelden op vergoeding van schade als gevolg van de bepalingen van een bestemmingsplan of bijvoorbeeld een besluit omtrent het afwijken van het bestemmingsplan. Een aanvraag om vergoeding van planschade moet worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Planschade kan alleen gemeld worden als het planologisch besluit onherroepelijk is.

Dat betekent dat het niet meer mogelijk is om bezwaar of beroep aan te tekenen tegen het planologische besluit bij de rechtbank of de Raad van State. Planschade verjaart 5 jaar na het onherroepelijk worden van het planologisch besluit. Dit betekent dat na die tijd geen planschade meer gemeld kan worden. Meer informatie is te raadplegen via de website van de gemeente Sluis: Planschade melden - Website gemeente Sluis Er is geen reden om te veronderstellen dat de huizen in de omgeving van het plangebied niet meer aantrekkelijk zijn op de huizenmarkt. In de afgelopen periode zijn er woningen te koop aangeboden en ook daadwerkelijk verkocht. 20.8 Sport- en zwemactiviteiten in natuurgebied het Groote Gat zijn niet mogelijk, dat is zo en dat blijft zo. Wat drugs- en alcoholgebruik betreft overwegen wij het volgende. Omdat het bestemmingsplan een toetsingskader vormt voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een plan zijn de genoemde punten niet relevant voor de bestemmingsplanprocedure. Het betreft aspecten van openbare orde en veiligheid. Dat wil niet zeggen dat wij genoemde punten niet in overweging genomen hebben. Gelet op de aard en de omvang van de gewenste evenementen en de koppeling aan de voorgenomen doelgroepen (voornamelijk gezinnen) verwachten wij geen (overmatige) overlast met betrekking tot genoemde punten.

Bovendien zijn de meeste evenementen meldings- of vergunningsplichtig, wat met name is ingegeven vanuit het oogpunt van handhaving van de openbare orde. Binnen de melding of vergunning worden zaken van openbare orde en veiligheid nader afgekaderd. 20.9 U verwacht dat bestaande evenementen worden verplaatst naar het plangebied waardoor er minder activiteiten in het centrum van Oostburg plaatsvinden. Dit is niet aan de orde. Voor een nadere overweging wordt verwezen naar hoofdstuk 11 van deze notitie zienswijzen. 20.10 Met de realisatie van dit plan kan een spreiding van toeristen tussen kustgebied en achterland bewerkstelligd worden. De activiteiten binnen het plangebied richten zich zowel op toeristen als de inwoners van de gemeente. Voor een nadere overweging wordt verwezen naar hoofdstuk 11 van deze notitie zienswijzen. 20.11 Uit uw zienswijze blijkt niet duidelijk waarom u bezwaar maakt tegen de horeca activiteiten. Wij zijn van mening dat de horeca activiteiten nodig zijn voor het beoogde plan binnen het plangebied, bovendien is gemotiveerd dat de horeca ruimtelijk aanvaardbaar is. 20.12 Voor onze overweging met betrekking tot evenementen verwijzen wij u naar hoofdstuk 4 van deze notitie zienswijzen, voor onze overweging met betrekking tot verblijfsrecreatie en groepskamperen verwijzen wij u naar hoofdstuk 5 van deze notitie zienswijzen.

Aanvullend hierop kan toegelicht worden dat binnen de regels van het bestemmingsplan zowel (afgebakende) mogelijkheden worden geboden voor dagrecreatie en verblijfsrecreatie. 73

20.13 Voor onze overweging met betrekking tot evenementen verwijzen wij u naar hoofdstuk 4 van deze notitie zienswijzen, voor onze overweging met betrekking tot natuurwaarden verwijzen wij u naar hoofdstuk 6 van deze notitie zienswijzen. Conclusie zienswijze 20 Uw zienswijze geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Hiervoor wordt verwezen naar de hoofdstukken 4, 5, 7, 8 en 9 van deze notitie zienswijzen. Samenvatting zienswijze 21 21.1 U stelt dat het plan op meerder punten niet in overeenstemming is met het gemeentelijk visiedocument Krachtig Verbonden. In het visiedocument is bepaald dat nieuwvestiging van verblijfsrecreatie niet mogelijk is, via voorliggend plan wordt verblijfsrecreatie mogelijk gemaakt. Daarnaast stelt u dat het plan in strijd is met het uitgangspunt van het visiedocument gericht op het behouden van een open en ruimtelijk karakter van het buitengebied. Tot slot geeft u aan dat op basis van het visiedocument permanente bewoning op een verblijfsrecreatieterrein niet gewenst is. Het voorliggend ontwerp bestemmingsplan laat binnen het plangebied een woning toe. 21.2 U stelt dat er mede gelet op de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724 ter plaatse van het plangebied geen sprake is van bestaand stedelijk gebied.

Om die reden zou gemotiveerd moeten worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in deze behoefte kan worden voorzien. 21.3 U vraagt om in de begripsbepalingen te duiden wat wordt verstaan onder recreatief nachtverblijf. Tevens vraagt u om in de begripsbepalingen een definitie op te nemen van grootschalig evenement. U vraagt of het klopt dat in de periode vanaf 15 november tot en met 14 maart geen specifieke vorm van recreatie-groepskamperen is toegestaan? Onder verwijzing naar de prijsvraag vraagt u zich af of verblijfsrecreatie in dit plan geen hoofdfunctie af, u wijst hierbij wederom op de strijd met het visiedocument Krachtig Verbonden. U vraagt om inzichtelijk te maken welke activiteiten verstaan worden onder ‘specifieke vorm van recreatie – broedplaatsactiviteiten’, u stelt dat bedrijfsmatige activiteiten niet passen binnen de bestemming ‘Recreatie’. In dit kader stelt u voor om de groenstrook aan de zijde van de Dierkensteenweg ook 100 meter breed te maken zodat de broedplaatsactiviteiten verder van de woningen plaatsvinden. 21.4 De gezamenlijke oppervlakte van gebouwen voor verblijfsrecreatie-eenheden is vastgesteld op 1400 m2. U vraagt of groepsaccommodaties hier ook onder vallen. U stelt voor om, indien dit niet het geval is, de totale oppervlakte aan gebouwen voor verblijfsrecreatie-eenheden alsmede groepsaccommodaties te maximaliseren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=6b4e48e2-79a4-4744-a422-c58f0c8135d2