c notitie zienswijzen anoniem
Tekst van het document
Notitie beantwoording zienswijzen
Ontwerp bestemmingsplan ‘Regiopark Oostburg’ NL.IMRO.1714.bpregiopark-ON01
Sluis, juli 2023
Geanonimiseerde versie Definitief
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17
Titel Inleiding Overzicht ingediende zienswijzen Algemeen Evenementen Verblijfsrecreatie en groepskamperen Natuuronderzoek/ beplanting Stikstof Verkeerssituatie Geluid Parkeren Toets ladder duurzame verstelijking/behoefte Integrale afweging goed woon- en leefklimaat Prijsvraag/ Didam arrest Veiligheid Zienswijzen Overzicht overige wijzigingen van het bestemmingsplan naar aanleiding van de ingediende zienswijzen Ambtshalve aanpassingen
Bijlage 1 2 3 4 5 6 7 8 9
Titel Gespreksverslagen Programmering evenementen Extern advies verblijfsrecreatie Beeldkwaliteitsplan Natuuronderzoek d.d. 12-2-2023 Berekeningen stikstof Verkeerskundige analyse Nieuwstraat + uitwerking maatregelen Aanvullend geluidadvies Advies Veiligheidsregio Zeeland
Pagina 3 3 7 7 11 18 23 24 25 32 36 39 40 40 41 86 87
2
1.Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Regiopark Oostburg’ (NL.IMRO.1714.bpregiopark-ON01) is opgesteld en in procedure gebracht. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om verschillende dagen verblijfsrecreatieve activiteiten en functies op het terrein toe te kunnen staan. Deze functies en activiteiten betreffen onder andere: dagrecreatie, horeca, verblijfseenheden op beperkte schaal, (meerdaagse) evenementen op cultureel, muzikaal, culinair en sportief gebied en de ontwikkeling van 1 woningbouwkavel. Het betreft het perceel Nieuwstraat 87a te Oostburg, percelen zijn kadastraal bekend als Oostburg sectie E nummers 1000 (ged.), 1001, 1489, 1722 en 1003 (ged.). Het bestemmingsplan vervangt ter plaatse de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Sluis’ en ‘Buitengebied Sluis (2h)’. Het ontwerp bestemmingsplan ‘Regiopark Oostburg’ (NL.IMRO.1714.bpregiopark-ON01) heeft in de periode van 28 april 2022 tot en met 8 juni 2022 ter inzage gelegen in het gemeentehuis bij het Klanten Contact Centrum (KCC) Nieuwstraat 22 te Oostburg. Tevens was het plan in te zien via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl (identificatienummer: NL.IMRO.1714.bpregioparkON01). Voorafgaand aan de ter inzage legging heeft op 26 april 2022 publicatie in het Zeeuwsch Vlaams Advertentieblad en op 28 april 2022 in het Gemeenteblad plaatsgevonden.
Tevens is de kennisgeving geplaatst op de gemeentelijk website. Naar aanleiding van de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan zijn 30 zienswijzen ingediend. Van de provincie Zeeland hebben we enkele aandachtspunten ontvangen die geen aanleiding gaven tot het indienen van een zienswijze. Deze zienswijzen zijn allen tijdig ingediend en in deze notitie samengevat weergegeven en voorzien van overwegingen. Tenslotte is een conclusie opgenomen of en zo ja op welke wijze de zienswijzen gevolgen hebben voor het bestemmingsplan of de daarbij behorende stukken. Op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens is het niet toegestaan de persoonsgegevens (NAW-gegevens) van natuurlijke personen te verwerken zonder bijvoorbeeld een wettelijke grondslag, dringende noodzaak of toestemming van de betreffende personen. In dit overzicht van beantwoording worden indieners van zienswijzen daarom niet met naam genoemd, met uitzondering van de gegevens van rechtspersonen en de overlegpartners van de gemeente. 2. Overzicht ingediende zienswijzen Naar aanleiding van de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan zijn 30 zienswijzen ingediend. Daarnaast zijn schriftelijk aandachtspunten van de provincie Zeeland ontvangen. Hieronder is een overzicht met datum van binnenkomst van de zienswijzen en de schriftelijke aandachtspunten opgenomen. 2.1 Overzicht zienswijzen Zienswijze 1 2
NAW gegevens
Datum ontvangst 10 mei 2022 Poststuknummer: 22.0004081 12 mei 2022 Poststuknummer: 3
3 4 5 6 7 8 9 10
22.0004094 12 mei 2022 Poststuknummer: 22.0004093 31 mei 2022 Poststuknummer: 22.0004705 2 juni 2022 Poststuknummer: 22.0004997 2 juni 2022 Poststuknummer: 22.0004995 2 juni 2022 Poststuknummer: 22.0004996 2 juni 2022 Poststuknummer: 22.0004998 3 juni 2022 Poststuknummer: 22.0005003 3 juni 2022 Poststuknummer: 22.0005023 3 juni 2022 Poststuknummer: E22.001963
11 Hersteltermijn voor ondertekening gegeven, niet (tijdig) ontvangen. 5 juni 2022 Poststuknummer: E22.001942 12 Hersteltermijn voor ondertekening gegeven, tijdig ontvangen. 5 juni 2022 Poststuknummer: E22.001943 13 Hersteltermijn voor ondertekening gegeven, tijdig ontvangen. 5 juni 2022 Poststuknummer: E22.001945 14
15
Hersteltermijn voor ondertekening gegeven, tijdig ontvangen. 6 juni 2022 4
16
ZMF Kousteensedijk 7 4331 JE Middelburg
Poststuknummer: E22.001953 7 juni 2022 Poststuknummer: E22.001962 7 juni 2022 Poststuknummer: E22.001963
17 Hersteltermijn voor ondertekening gegeven, tijdig ontvangen. 8 juni 2022 Poststuknummer: 22.0005038 8 juni 2022 Poststuknummer: 22.0005039 8 juni 2022 Poststuknummer: 22.0005040 6 juni 2022 Poststuknummer: 22.0005055 8 juni 2022 Poststuknummer: 22.0005196 8 juni 2022 Poststuknummer: E22.001977 8 juni 2022 Poststuknummer: E22.001979
18 19 20 21 22 23
Hersteltermijn voor ondertekening gegeven, tijdig ontvangen.
24
8 juni 2022 Poststuknummer: 22.0005185 25
26 27
Stichting Euregiotuinen voor ons
Pro forma zienswijze aangeleverd. Twee weken tijd gegeven voor aanleveren inhoudelijke gronden. De inhoudelijke gronden zijn tijdig ontvangen. 8 juni 2022 Poststuknummer: 22.0005194 8 juni 2022 Poststuknummer: 5
22.0005195 8 juni 2022 Poststuknummer: 22.0005197 8 juni 2022 Poststuknummer: 22.0005198 8 juni 2022 Poststuknummer: E22.001986
28 29
30 Hersteltermijn voor ondertekening gegeven, tijdig ontvangen. Schriftelijke reactie, géén zienswijze. 31
Provincie Zeeland Postbus 6001 4330 LA Middelburg
3 juni 2022 Poststuknummer: E22.002038
2.2 Ontvankelijkheid zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan ‘Regiopark Oostburg’ (NL.IMRO.1714.bpregiopark-ON01) heeft in de periode van 28 april 2022 tot en met 8 juni 2022 ter inzage gelegen in het gemeentehuis bij het Klanten Contact Centrum (KCC) Nieuwstraat 22 te Oostburg. De zienswijzen zijn binnen de termijn dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen ontvangen en zijn zodoende tijdig ingediend en op grond van dit criterium ontvankelijk. Enkele zienswijzen zijn ingediend zonder handtekening. Dit is in bovenstaand overzicht weergegeven De indieners van de betreffende zienswijzen zijn hier schriftelijk op gewezen en er is ruimte geboden om alsnog een ondertekende zienswijze aan te leveren. Van één reclamant (reclamant 11) hebben wij geen (tijdig) ondertekende zienswijze ontvangen. Om die reden wordt deze zienswijze niet ontvankelijk verklaard. 2.3 Overleg met indieners van de zienswijzen Alle indieners van (ontvankelijke) zienswijzen zijn in de gelegenheid gesteld om de zienswijze mondeling toe te lichten. De indieners van zienswijzen 10, 14, 17, 19, 23, 26 en 30 hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. De beknopte gespreksverslagen van deze gesprekken zijn toegevoegd als bijlage 1. Met de Stichting Euregiotuinen voor ons hebben tijdens de periode van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan en daarna drie overlegmomenten plaatsgevonden.
De verslagen van deze overlegmomenten zijn toegevoegd als bijlage 1. 2.4 Leeswijzer In de hoofdstukken 3 tot en met 14 van deze notitie wordt ingegaan op de hoofdlijn van de ingediende zienswijzen. Tevens wordt hierbij een overweging gemaakt. In hoofdstuk 15 worden de ontvangen zienswijzen samengevat en beantwoord. In de hoofdstukken 3 tot en met 14 is aangegeven of de zienswijzen aanleiding geven tot wijziging van het bestemmingsplan en de daarbij behorende stukken. In hoofdstuk 16 wordt een overzicht gegeven van de overige voorgestelde
6
wijzigingen van het bestemmingsplan naar aanleiding van de ingediende zienswijzen. In hoofdstuk 17 tenslotte wordt een ambtshalve aanpassing voorgesteld. 3. Algemeen De ingediende zienswijzen geven blijk van grote zorgen vanuit de omgeving voor overlast als gevolg van de voorgenomen activiteiten in het Regiopark. Ook de gemeente Sluis hecht er belang aan dat de voorgenomen ontwikkelingen niet tot onevenredige overlast voor de omgeving leiden. Navolgend wordt daarom de regeling uit het ontwerpbestemmingsplan naar aanleiding van de ingediende zienswijzen zorgvuldig heroverwogen. Ons uitgangspunt blijft dat wij van mening zijn dat de voorgenomen ontwikkeling een toegevoegde waarde voor Oostburg en de gehele streek kan zijn. Voor eigen inwoners en voor gasten. Beide aspecten vormen voor ons de basis voor het vervolgproces en onze heroverweging. 4. Evenementen Een grote zorg vanuit de omgeving is (geluids)overlast als gevolg van evenementen die mogen plaatsvinden op de locatie. 4.1 Het planologisch/ ruimtelijk regelen van evenementen. Op basis van vaste jurisprudentie kan geconcludeerd worden dat in een bestemmingsplan een beoordeling gemaakt moet worden of een bestemming die evenementen op een locatie mogelijk maken uit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar is.
Hierbij moeten de volgende aspecten worden onderzocht en voor zover nodig via de regels worden vastgelegd: - Het soort evenementen, - De verwachte bezoekersaantallen, - Aanvangs- en sluitingstijden, - De duur van het evenement, - De dagen die nodig zijn om het evenement op te bouwen en af te breken (ivm geluid), - Geluidbelasting Een verwijzing naar de APV kan niet volstaan omdat de APV met name is opgesteld uit het oogpunt van handhaving van de openbare orde en geen toetsingskader vormt voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van evenementen. Kortdurende en incidentele evenementen behoeven geen planologische regeling omdat deze niet ruimtelijk relevant zijn. Ten behoeve van het opstellen van de regels van het bestemmingsplan dient de gemeenteraad onderzoek te verrichten naar de gevolgen van evenementen voor het woon- en leefklimaat van omwonenden, omliggende bedrijven en winkels en de nabijgelegen natuur. Dit onderzoek moet in ieder geval ingaan op de aspecten geluid, verkeer en parkeren, natuur, hinder en bodem. 4.2 Beoogde programmering evenementen. Het voor het Regiopark beoogde concept is een park dat voor iedereen toegankelijk is. Waar kinderen kunnen spelen op natuurlijke speeltoestellen en waar vrij gewandeld kan worden. Tevens is er een horecafaciliteit aanwezig, is er mogelijkheid tot verblijfsrecreatie en worden er evenementen georganiseerd.
Wat de evenementen betreft kan gedacht worden aan culinaire, historische, culturele, informatieve en sportieve activiteiten. Nader uitgewerkt ziet dit er als volgt uit. Evenementen worden onderverdeeld in categorieën; kleinschalige, middelgrote en grote evenementen. Kleinschalige evenementen zijn melding plichtig, middelgrote en grote (grootschalige) evenementen zijn vergunningplichtig. Dat wil dus zeggen dat er voor ieder evenement een meldingof vergunningplicht is, ongeacht de bestemmingsregeling. Een uitzondering hierop wordt gevormd 7
door kleinschalige evenementen die passen binnen de bedrijfsinrichting, hiervoor hoeft geen melding ingediend te worden. In het ontwerpbestemmingsplan is vastgelegd dat grote/grootschalige evenementen binnen het plangebied niet zijn toegestaan. In bijlage 2 wordt dit nader uitgewerkt in relatie tot de beoogde programmering. Grote/ grootschalige evenementen worden hierbij buiten beschouwing gelaten omdat deze niet toegestaan zijn. 4.3 Afweging aanpassing regels Op basis van bovenstaande en de ingediende zienswijzen volgt een afweging of de regels aanpassing behoeven. In het ontwerpbestemmingsplan is bepaald dat kleinschalige en middelgrote evenementen zijn toegestaan. Grote/ grootschalige evenementen zijn niet toegestaan. Het bestemmingsplan bevat dus een regeling over het soort evenementen, op dit punt behoeft het bestemmingsplan in principe geen aanpassing. Daarbij moet wel het volgende overwogen worden. Meldingsplichtige activiteiten die kortdurend en incidenteel zijn moeten niet geregeld worden in het bestemmingsplan. Nu het aantal meldingsplichtige evenementen niet geregeld is kan overwogen worden dat deze niet langer als incidenteel te beschouwen zijn (immers in theorie dagelijks mogelijk). In dat geval zou er zeker sprake kunnen zijn van overlast voor de omgeving.
Om die reden wordt aan de regels toegevoegd dat er maximaal 24 meldingsplichtige activiteiten op jaarbasis binnen het plangebied mogen plaatsvinden. Met betrekking tot de verwachte bezoekersaantallen is geen regeling opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Gelet op de aard en schaal van het plangebied en conform bijlage 1 wordt aan de regels van het bestemmingsplan toegevoegd dat tijdens meldingsplichtige evenementen maximaal 1.000 bezoekers gelijktijdig aanwezig mogen zijn en tijdens middelgrote evenementen gedurende één evenement en maximaal 2 dagen achtereen maximaal 5.000 bezoekers gelijktijdig aanwezig mogen zijn en gedurende 4 evenementen maximaal 2.500 bezoekers gelijktijdig aanwezig mogen zijn De aanvangs- en sluitingstijden van middelgrote evenementen zijn geregeld in artikel 3.5.5. van de regels onder d. Hierin staat dat de eindtijd van het voor het voortbrengen van versterkt (muziek)geluid van zondag tot en met donderdag gesteld wordt op 24.00 uur en op vrijdag, zaterdag en dagen vóór een officiële feestdag op 01.00 uur. Toegevoegd kan worden dat dit tevens de eindtijd van het evenement is (vanaf dat moment gaan bezoekers naar huis). Voor meldingsplichtige evenementen zijn in het ontwerpbestemmingsplan geen nadere regels zijn opgenomen. Aan de regels zal daarom worden toegevoegd dat meldingsplichtige evenementen maximaal 1 dag mogen duren, van 10 uur tot 24 uur.
Hiermee is ook de duur van meldingsplichtige evenementen afgebakend. Voor middelgrote evenementen is dit in het ontwerpbestemmingsplan reeds gedaan. Namelijk onder artikel 3.5.5. onder a, b en c. Hierin is bepaald dat middelgrote evenementen maximaal 10 dagen per jaar mogen worden gehouden, de duur van een middelgroot evenement maximaal vier aaneengesloten dagen mag bedragen en het aantal middelgrote evenementen maximaal 5 mag bedragen. In het ontwerpbestemmingsplan zijn geen regels opgenomen voor het aantal dagen dat nodig is om het evenement op te bouwen en af te breken. Gelet op mogelijke overlast voor de omgeving worden regels op dit punt toegevoegd aan het bestemmingsplan. Voor meldingsplichtige activiteiten en eendaagse middelgrote evenementen wordt in de regels van het bestemmingsplan bepaald dat open afbouw mag plaatsvinden: - De dag voor het evenement tussen 10:00 uur en 18:00 uur en, - De dag van het evenement tussen 10:00 uur en 18:00 uur en, - De dag na het evenement tussen 10:00 uur en 18:00 uur. 8
Voor meerdaagse middelgrote evenementen wordt in de regels van het bestemmingsplan bepaald dat op- en afbouw mag plaatsvinden: - Maximaal 2 dagen voorafgaand aan het evenement tussen 10:00 uur en 18:00 uur en, - De dag van het evenement tussen 10:00 uur en 18:00 uur en, - Maximaal 2 dagen aansluitend aan (na) het evenement tussen 10:00 uur en 18:00 uur. Ten aanzien van geluidbelasting is in het ontwerpbestemmingsplan bepaald in artikel 3.5.5. onder e van de regels dat het equivalente geluidniveau (LAeq,T) gemeten en beoordeeld ter plaatse van (de gevels) van woningen op een hoogte van 1,5 meter, veroorzaakt door mechanisch versterkte muziek en het versterkte stemgeluid, tijdens middelgrote evenementen niet meer mag bedragen dan 70 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode. Voor meldingsplichtige evenementen zijn geen nadere bepalingen opgenomen. Het ligt voor de hand om in lijn met het evenementenbeleid van de gemeente Sluis te bepalen dat er geen sprake mag zijn van versterkte muziek na 21 uur. 4.4 Conclusie evenementen Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen op het punt van evenementen worden de regels van het bestemmingsplan als volgt aangepast. Ontwerp-bestemmingsplan (was) Voorstel voor vaststelling bestemmingsplan (wordt) 3.5.2 Dagrecreatie en kleinschalige 3.5.2. Dagrecreatie en kleinschalige evenementen.
evenementen In aanvulling op het bepaalde in 3.1 onder a tot en met f gelden de volgende regels: a. Het verkoopvloeroppervlak voor horeca bedraagt maximaal 1.500 m². b. Maximaal 10% van het verkoopvloeroppervlak voor horeca mag zich buiten het vlak met de aanduiding ‘horeca’, binnen het bouwvlak bevinden. c. Het verkoopvloeroppervlak voor detailhandel bedraagt maximaal 100 m². d. Zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan. e. Broedplaatsactiviteiten zijn gericht op het onderzoek naar en het testen van recreatieve concepten, waarin circulariteit een belangrijke rol speelt en/of het onderzoek naar en het testen van streekgebonden producten en diensten voor horeca en recreatie. f. Dagrecreatie in de vorm van gemotoriseerde sport is uitdrukkelijk uitgesloten. g. Kleinschalige evenementen zijn toegestaan ter plaatse van het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding ‘evenemententerrein’.
In aanvulling op het bepaalde in 3.1 onder a tot en met f gelden de volgende regels: a. Het verkoopvloeroppervlak voor horeca bedraagt maximaal 1.500 m². b. Maximaal 10% van het verkoopvloeroppervlak voor horeca mag zich buiten het vlak met de aanduiding ‘horeca’, binnen het bouwvlak bevinden. c. Het verkoopvloeroppervlak voor detailhandel bedraagt maximaal 100 m². d. Zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan. e. Broedplaatsactiviteiten zijn gericht op het onderzoek naar en het testen van recreatieve concepten, waarin circulariteit een belangrijke rol speelt en/of het onderzoek naar en het testen van streekgebonden producten en diensten voor horeca en recreatie. f. Dagrecreatie in de vorm van gemotoriseerde sport is uitdrukkelijk uitgesloten. g. Kleinschalige evenementen zijn toegestaan ter plaatse van het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding ‘evenemententerrein’. h. Op jaarbasis zijn maximaal 24 kleinschalige evenementen op jaarbasis toegestaan. i. Tijdens kleinschalige evenementen mogen maximaal 1.000 bezoekers gelijktijdig aanwezig zijn. j. Kleinschalige evenementen mogen maximaal 1 dag duren en moeten plaatsvinden binnen het tijdsbestek van 10 uur tot 24 uur. 9
k. Op- en afbouw van kleinschalige evenementen mag plaatsvinden: de dag voor het evenement tussen 10 uur en 18 uur en, de dag van het evenement tussen 10 uur en 18 uur en, de dag na het evenement tussen 10 uur en 18 uur. l. Bij kleinschalige evenementen mag er na 21 uur geen sprake zijn van versterkte muziek. 3.5.5. Middelgrote evenementen a. b. c. d.
e.
f.
Het aantal dagen per jaar dat middelgrote evenementen gehouden worden, bedraagt maximaal 10. De duur van een middelgroot evenementen bedraagt maximaal vier aaneengesloten dagen. Het aantal middelgrote evenementen bedraagt maximaal 5. De eindtijd voor het voortbrengen van versterkt (muziek)geluid wordt van zondag tot en met donderdag gesteld op 24.00 uur en op vrijdag, zaterdag en dagen vóór een officiële feestdag op 01.00 uur. Het equivalente geluidniveau (LAeq,T) gemeten en beoordeeld ter plaatse van (de gevels) van woningen op een hoogte van 1,5 meter, veroorzaakt door mechanisch versterkte muziek en het versterkte stemgeluid, mag tijdens middelgrote evenementen niet meer bedragen dan 70 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode. Tijdens middelgrote evenementen kan tegelijkertijd maar op één locatie in het plangebied versterkte muziek ten gehore worden gebracht.
3.5.5. Middelgrote evenementen a. Het aantal dagen per jaar dat middelgrote evenementen gehouden worden, bedraagt maximaal 10. b. De duur van een middelgroot evenementen bedraagt maximaal vier aaneengesloten dagen. c. Het aantal middelgrote evenementen bedraagt maximaal 5. d. De eindtijd voor het voortbrengen van versterkt (muziek)geluid en van het evenement wordt van zondag tot en met donderdag gesteld op 24.00 uur en op vrijdag, zaterdag en dagen vóór een officiële feestdag op 01.00 uur. e. Het equivalente geluidniveau (LAeq,T) gemeten en beoordeeld ter plaatse van (de gevels) van woningen op een hoogte van 1,5 meter, veroorzaakt door mechanisch versterkte muziek en het versterkte stemgeluid, mag tijdens middelgrote evenementen niet meer bedragen dan 70 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode. f. Tijdens middelgrote evenementen kan tegelijkertijd maar op één locatie in het plangebied versterkte muziek ten gehore worden gebracht. g. Tijdens middelgrote evenementen mogen gedurende één evenement en maximaal 2 dagen achtereen maximaal 5.000 bezoekers gelijktijdig aanwezig mogen zijn en gedurende 4 evenementen maximaal 2.500 bezoekers gelijktijdig aanwezig mogen zijn h.
Op- en afbouw van eendaagse middelgrote evenementen mag plaatsvinden: de dag voor het evenement tussen 10 uur en 18 uur en, de dag van het evenement tussen 10 uur en 18 uur en, de dag na het evenement tussen 10 uur en 18 uur. i. Op- en afbouw van meerdaagse middelgrote evenementen mag plaatsvinden: maximaal 2 dagen voorafgaand aan het evenement tussen 10 uur en 18 uur en, de dag van het evenement tussen 10 uur en 18 uur en, maximaal 2 dagen aansluitend aan (na) het evenement tussen 10 uur en 18 uur. 10
5. Verblijfsrecreatie en groepskamperen Vanuit de omgeving worden zorgen geuit over de mogelijke (geluids)overlast van het groepskamperen op de locatie. Tevens bestaat er twijfel over de omvang van het aanbod van verblijfsrecreatie. De vraag is of het aanbod van verblijfsrecreatie ondergeschikt is binnen de totale bedrijfsvoering. Als dit niet het geval is, is er sprake van nieuwvestiging van een verblijfsrecreatief bedrijf en dat is beleidsmatig uitgesloten. Navolgend wordt hierop nader ingegaan. 5.1 Omvang verblijfsrecreatie: totaal Over de vraag of het aanbod van verblijfsrecreatie ondergeschikt is binnen de totale bedrijfsvoering is extern advies ingewonnen. Dit advies is bijgevoegd als bijlage 3. De vraag of het aanbod van verblijfsrecreatie (verblijfsrecreatieve eenheden, groepsaccommodaties, campers en groepskamperen) ondergeschikt is binnen de totale bedrijfsvoering heeft 2 componenten, namelijk bedrijfseconomisch en ruimtelijk. Op basis van het ingewonnen advies kan worden geconcludeerd dat er geen eenduidig antwoord gegeven kan worden op de vraag of in het bedrijfsconcept de economische waarde van de dagrecreatie, horeca en evenementen hoger is dan die van de verblijfsrecreatieve activiteiten. Wel is duidelijk dat er in ruimtelijke zin sprake is van ondergeschiktheid van verblijfsrecreatie.
Dit is gebaseerd op het feit dat op een gebied van in totaal 13 hectare maximaal 1,8 hectare met verblijfsrecreatie wordt benut (14%). 5.2 Omvang verblijfsrecreatie: verblijfsrecreatieve eenheden, groepsaccommodaties en campers Het ontwerpbestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om 30 verblijfsrecreatieve eenheden mogelijk te maken. In de regels van het bestemmingsplan is hierover het volgende vastgelegd: - De gezamenlijke oppervlakte van gebouwen ten behoeve van verblijfsrecreatieeenheden bedraagt maximaal 1.400 m², met dien verstande dat de oppervlakte van één verblijfsrecreatie-eenheid maximaal 150 m² mag bedragen. - De gezamenlijke oppervlakte van gebouwen ten behoeve van groepsaccommodaties bedraagt maximaal 600 m², met dien verstande dat de oppervlakte van één groepsaccommodatie maximaal 300 m² mag bedragen. - Het aantal gebouwen voor verblijfsrecreatie-eenheden en groepsaccommodaties en het aantal camperplaatsen samen bedraagt maximaal 30. - Het totaal aantal verblijfsrecreatie-eenheden bedraagt maximaal 20. - Het totaal aantal groepsaccommodaties bedraagt maximaal 3. Een aantal zienswijzen gaat in op de vraag of deze voorgestelde omvang aansluit bij het oorspronkelijke plan waarbij verblijfsrecreatieve eenheden werden voorgesteld als boomhut of kleine houten ecohuisjes qua omvang vergelijkbaar met een chalet.
In het oorspronkelijke plan is het uitgangspunt het realiseren van kleinschalige verblijfsrecreatieve eenheden. Geïnspireerd door circulair bouwen is het de bedoeling om 15 tot 20 bijzondere verblijven te realiseren ‘verstrooid’ over het park. Voor de groepsaccommodaties is aangegeven dat het plan voorziet in 2 of 3 groepsverblijven voor grotere groepen mensen (families en vrienden) die samen willen zijn in wisselwerking met wat er op het park te beleven is. Tevens voorziet het plan in mogelijkheden om campers te laten overnachten op het parkeerterrein, hierbij is geen aantal genoemd. 11
Dit is uitgewerkt in het ontwerpbestemmingsplan in de hierboven aangehaalde maatvoering en aantallen. Naar aanleiding van de zienswijzen op dit punt ligt het voor de hand om de regeling uit het ontwerpbestemmingsplan te heroverwegen. Kleinschalige verblijfsrecreatieve eenheden op verblijfsrecreatieterreinen worden in de van toepassing zijnde bestemmingsplannen geregeld als bouwwerk voor recreatief nachtverblijf tot maximaal 70 m2 per bouwwerk. Dit kunnen bijvoorbeeld zijn chalets, safaritenten, yurts en pipowagens. Beleidsmatig is onderkend dat er meer vraag is naar groepsverblijven, om een onderscheidend product te kunnen bieden is beleidsmatig – beperkt- ruimte geboden voor groepsverblijven op verblijfsrecreatieterreinen in de vorm van vakantiewoningen. Beleidsmatig is onderkend dat ruimere verblijfsrecreatieve voorzieningen afhankelijk van het aantal, de hoogte en inhoudsmaten een (forse) ruimtelijke impact kunnen hebben. Daarom zijn beperkingen gesteld aan aantal, hoogte en inhoudsmaten. De vraag naar vakantiewoningen varieert van 2 tot 20 personen. Boven 8 personen kan gesproken worden van groepsverblijf . Voor recreatiewoningen boven 8 personen worden beleidsmatig de volgende maatvoeringen gehanteerd: Bouwwerk
# personen
Max. vloeropp. (m2)
Max. inhoud (m3)
Recreatiewoning
6-8
130
850
Recreatiewoning
8
150
850
Recreatiewoning
8-12
200
1.000
Recreatiewoning
12-20
250
1.150
Aansluiting zoekend bij het destijds ingediende plan, de maatvoeringen zoals die beleidsmatig worden gehanteerd op verblijfsrecreatieterreinen en rekening houdend met het gestelde in de zienswijzen ligt de volgende regeling voor de hand: - De gezamenlijke oppervlakte van gebouwen ten behoeve van verblijfsrecreatieeenheden bedraagt maximaal 1.400 m², met dien verstande dat de oppervlakte van één verblijfsrecreatie-eenheid maximaal 70 m² mag bedragen. - De gezamenlijke oppervlakte van gebouwen ten behoeve van groepsaccommodaties bedraagt maximaal 600 m², met dien verstande dat de oppervlakte van één groepsaccommodatie maximaal 200 m² mag bedragen. - Het aantal gebouwen voor verblijfsrecreatie-eenheden en groepsaccommodaties en het aantal camperplaatsen samen bedraagt maximaal 30. - Het totaal aantal verblijfsrecreatie-eenheden bedraagt maximaal 20. - Het totaal aantal groepsaccommodaties bedraagt maximaal 3. - De uitvoering van de verblijfsrecreatie eenheden en groepsaccommodaties moet voldoen aan het beeldkwaliteitsplan dat als bijlage 4 is toegevoegd.
12
Omdat de omvang van de verblijfsrecreatieve onderdelen van het plan hierdoor afneemt blijft er in ruimtelijke zin nog steeds sprake is van ondergeschiktheid van verblijfsrecreatie. Daarom hoeft hierover niet opnieuw advies ingewonnen te worden. In artikel 3.2.2 onder i is bepaald dat de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van groepsaccommodaties maximaal 7 meter mag bedragen. Gelet op de mogelijke ruimtelijke impact van deze hoogte en de (ruimtelijke) ondergeschiktheid van de verblijfsrecreatieve voorzieningen op dit terrein wordt dit aangepast. De bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van groepsaccommodatie mag maximaal 5 meter bedragen. 5.3 Omvang verblijfsrecreatie: groepskamperen Binnen het plangebied wordt mogelijkheid geboden voor groepskamperen waarbij is bepaald dat maximaal 50 plaatsen voor groepskamperen zijn toegestaan voor maximaal 200 personen, groepen maximaal 3 opeenvolgende nachten mogen overnachten, dat groepskamperen enkel is toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 15 november en dat voor groepskamperen geen bouwwerken voor recreatief nachtverblijf zijn toegestaan. Wel wordt voorzien in de mogelijkheid om (permanente) sanitaire voorzieningen te realiseren.
Groepskamperen is hierbij als volgt gedefinieerd: voor het plaatsen en geplaatst houden van kampeermiddelen voor groepen uitgaande van een vereniging of daarmee te vergelijk organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve, sportieve of wetenschappelijke aard, ten behoeve van groepskamperen. Groepskamperen is dus mogelijk voor bijvoorbeeld schoolklassen, scouting, religieuze verenigingen of sportverenigingen. Een combinatie van groepskamperen en evenementen is mogelijk voor bijvoorbeeld een historisch festival waarbij deelnemers overnachten op de ‘historische setting’ (reenactment), een sportvereniging die ter plaatse een wedstrijd organiseert, een vereniging met oldtimers waarbij de oldtimers geëxposeerd worden aan het publiek of een vereniging van kunstenaars die te plaatse gezamenlijk een expositie of kunstenmarkt inrichten. Deze mogelijkheid is opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan naar aanleiding van inspraakreacties op het voorontwerpbestemmingsplan. Op basis van de inspraakreacties is geconcludeerd dat omwonenden veel overlast verwachten van de mogelijkheid om evenementenbezoekers te laten overnachten op het terrein. Omdat het oorspronkelijke plan uitgaat van overnachtingsmogelijkheden voor meerdaagse evenementen is er voor gekozen om groepskamperen mogelijk te maken.
Dit biedt mogelijkheden voor het combineren van evenementen en overnachten, maar is verder afgebakend gelet op de koppeling aan specifieke groepen, bepaling van aantal personen en tijdsduur. Een meerdaags evenement is per definitie geen kleinschalig evenement omdat kleinschalige evenementen maximaal 1 dag duren. Een meerdaags evenement is dus een middelgroot evenement. In het ontwerpbestemmingsplan is ten aanzien van meerdaagse evenementen o.a. het volgende bepaald: a. Het aantal dagen per jaar dat middelgrote evenementen gehouden worden, bedraagt maximaal 10. b. De duur van een middelgroot evenementen bedraagt maximaal vier aaneengesloten dagen. c. Het aantal middelgrote evenementen bedraagt maximaal 5. Dat wil dus zeggen dat er voor de combinatie van groepskamperen en meerdaagse evenementen gedurende 2 dagen maximaal 5 evenementen georganiseerd kunnen worden in de periode van 15 maart tot en met 15 november. In dat geval zijn er geen andere meerdaagse evenementen meer mogelijk. Gelet op de afgebakende locatie voor middelgrote evenementen, de afstand tot andere 13
functies en andere voorwaarden t.a.v. geluid is dit ruimtelijk aanvaardbaar. In de ingediende zienswijzen is aangegeven dat er theoretisch de mogelijkheid bestaat dat bij een volledige bezetting van het groepskamperen er dagelijks 200 personen kunnen overnachten op het terrein in de periode van 15 maart tot en met 15 november. Dit punt heeft raadvlak met het externe advies dat is ingewonnen over de omvang van de verblijfsrecreatie. In dit advies wordt als aandachtspunt opgemerkt dat de beoogde locaties van het groepskamperen en vergunde evenementen elkaar behoorlijk overlappen. Ingeschat wordt dat er veel vraag naar groepskamperen zal zijn, waarbij het dan de vraag is hoeveel ruimte er overblijft voor evenementen (al biedt de combinatie overnachten met evenementen ook weer mogelijkheden). In geval de evenementen achterblijven en het groepskamperen in het hiervoor gereserveerde gebied dominant wordt, komt in ruimtelijke zin in dit gebied de nadruk meer op verblijfsrecreatie te liggen. Alhoewel groepskamperen gedefinieerd is en beperkt tot groepen uitgaande van een vereniging of daarmee te vergelijk organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve, sportieve of wetenschappelijke aard ligt het voor de hand om gelet op bovenstaande groepskamperen zonder combinatie met meerdaagse evenementen verder af te bakenen. Dit ziet er als volgt uit.
Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie-groepskamperen’ zijn in de periode van 15 maart tot en met 15 november maximaal 50 plaatsen voor groepskamperen toegestaan, waar maximaal 200 personen gelijktijdig in kampeermiddelen mogen overnachten; Na het verblijf van een groep ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatiegroepskamperen’ is in de daaropvolgende nachten groepskamperen niet toegestaan. Het aantal nachten dat dan groepskamperen niet is toegestaan, is gelijk aan het aantal nachten dat de voorafgaande groep is verbleven plus één nacht. Gelijktijdig mogen er geen verschillende groepen overnachten op het terrein. Met deze voorgestelde regeling zijn er in een periode van vijf weken (35 dagen/nachten) maximaal de volgende mogelijkheden: 3-4-3-4-3-4-3-4-3-4: maximaal 15 nachten bezet 2-3-2-3-2-3-2-3-2-3-2-3-2-3: maximaal 14 nachten bezet 1-2-1-2-1-2-1-2-1-2-1-2-1-2-1-2-1-2-1-2-1-2-1-2: maximaal 12 nachten bezet Voor de te realiseren sanitaire voorzieningen is gekozen voor de volgende maatvoering: goothoogte maximaal 4 meter, bouwhoogte maximaal 8 meter en oppervlakte maximaal 150 vierkante meter. Deze maatvoering is gebaseerd op de bestaande mogelijkheden voor sanitaire voorzieningen op kleinschalige kampeerterreinen in het buitengebied en komt overeen met de toegestane hoogtes voor agrarische bedrijfsgebouwen op agrarische bouwvlakken.
Het bestemmingsplan Verblijfsrecreatieterreinen gaat uit van een goothoogte van maximaal 5 meter en een bouwhoogte van maximaal 9 meter omdat sanitaire voorzieningen op deze terreinen ook in het gebouw voor centrale voorzieningen gerealiseerd kunnen worden. Binnen het bouwvlak van het Regiopark is de toegestane goothoogte 6 meter en de toegestane bouwhoogte 10 meter. Dit met uitzondering van maximaal 750 m² waarvoor een bouwhoogte van maximaal 15 meter is toegestaan. Deze uitzondering wordt hier buiten beschouwing gelaten en komt elders in deze notitie aan bod. Buiten het bouwvlak van het Regiopark is de toegestane goothoogte 5 meter. Gelet hierop kunnen de voorgestelde maatvoeringen ongewijzigd blijven als de sanitaire voorzieningen binnen het bouwvlak gerealiseerd worden. Indien de sanitaire voorzieningen buiten het bouwvlak gerealiseerd 14
worden ligt het voor de hand om de hoogtematen aan te passen naar een maximale bouwhoogte van 5 meter. De regeling wordt dan: -Er mag maximaal één sanitairgebouw gebouwd worden ten behoeve van de activiteit, zoals bedoeld in artikel 3.1 onder j. -Het sanitairgebouw als bedoeld onder j mag gebouwd worden in het bouwvlak of ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie -groepskamperen’, met dien verstande dat de afstand van het sanitairgebouw tot de bouwgrens maximaal 30 meter bedraagt. -De goothoogte van het sanitairgebouw als bedoeld onder j binnen het bouwvlak bedraagt maximaal 4 meter. -De bouwhoogte van het sanitairgebouw als bedoeld onder j binnen het bouwvlak bedraagt maximaal 8 meter. -De bouwhoogte van het sanitairgebouw als bedoeld onder j buiten het bouwvlak bedraagt maximaal 5 meter. -De oppervlakte van het sanitairgebouw als bedoeld onder j bedraagt maximaal 150 vierkante meter.
5.4 Conclusie verblijfsrecreatie en groepskamperen Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen op het punt van de omvang van de verblijfsrecreatie worden de regels van het bestemmingsplan als volgt aangepast. Ontwerp-bestemmingsplan (was) Voorstel voor vaststelling bestemmingsplan (wordt) Artikel 3.2.2. Artikel 3.2.2. Gebouwen ten behoeve van activiteiten, Gebouwen ten behoeve van activiteiten, zoals zoals bedoeld in artikel 3.1 onder g en h, bedoeld in artikel 3.1 onder g en h, worden worden gebouwd met inachtneming van gebouwd met inachtneming van de volgende regels: de volgende regels: a. Gebouwen ten behoeve van activiteiten, zoals a. Gebouwen ten behoeve van bedoeld in artikel 3.1 onder g en h, mogen niet activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3.1 worden gebouwd ter plaatse van de aanduidingen ‘groen’, ‘parkeerterrein’ en onder g en h, mogen niet worden gebouwd ter plaatse van de ‘specifieke vorm van recreatie uitgesloten verblijfsrecreatie-eenheden’. aanduidingen ‘groen’, ‘parkeerterrein’ en ‘specifieke vorm van recreatie b. Gebouwen ten behoeve van activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3.1 onder g en h, mogen in en uitgesloten - verblijfsrecreatieeenheden’. buiten het bouwvlak worden gebouwd. b. Gebouwen ten behoeve van c. De oppervlakte van één verblijfsrecreatieactiviteiten, zoals bedoeld in artikel 3.1 eenheid bedraagt maximaal 70 m² .
onder g en h, mogen in en buiten het d. Tussen gebouwen ten behoeve van bouwvlak worden gebouwd. verblijfsrecreatie-eenheden geldt een onderlinge afstand van tenminste 4 meter. c. De gezamenlijke oppervlakte van e. De bouwhoogte van gebouwen ten behoeve gebouwen ten behoeve van van verblijfsrecreatie-eenheden bedraagt verblijfsrecreatie-eenheden bedraagt maximaal 5 meter. maximaal 1.400 m², met dien verstande dat de oppervlakte van één f. In afwijking van artikel 2.3 wordt de verblijfsrecreatie-eenheid maximaal bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van 150 m² mag bedragen. verblijfsrecreatie-eenheden gemeten tussen de d. Tussen gebouwen ten behoeve van bovenzijde van de begane grond vloer en de het verblijfsrecreatie-eenheden geldt een hoogste punt van het gebouw, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals onderlinge afstand van tenminste 4 meter. schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. e. De bouwhoogte van gebouwen ten g. De oppervlakte van één groepsaccommodatie behoeve van verblijfsrecreatiebedraagt maximaal 200 m². eenheden bedraagt maximaal 5 meter. 15
f.
In afwijking van artikel 2.3 wordt de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van verblijfsrecreatieeenheden gemeten tussen de bovenzijde van de begane grond vloer en de het hoogste punt van het gebouw, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. g. De gezamenlijke oppervlakte van gebouwen ten behoeve van groepsaccommodaties bedraagt maximaal 600 m², met dien verstande dat de oppervlakte van één groepsaccommodatie maximaal 300 m² mag bedragen. h. Tussen gebouwen ten behoeve van groepsaccommodaties geldt een onderlinge afstand van tenminste 10 meter. i. De bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van groepsaccommodaties bedraagt maximaal 7 meter. j. Er mag maximaal één sanitairgebouw gebouwd worden ten behoeve van de activiteit, zoals bedoeld in artikel 3.1 onder j. k. Het sanitairgebouw als bedoeld onder j mag gebouwd worden in het bouwvlak of ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie -groepskamperen’, met dien verstande dat de afstand van het sanitairgebouw tot de bouwgrens maximaal 30 meter bedraagt. l. De goothoogte van het sanitairgebouw als bedoeld onder j bedraagt maximaal 4 meter. m. De bouwhoogte van het sanitairgebouw als bedoeld onder j bedraagt maximaal 8 meter. n. De oppervlakte van het sanitairgebouw als bedoeld onder j bedraagt maximaal 150 vierkante meter.
h.
Tussen gebouwen ten behoeve van groepsaccommodaties geldt een onderlinge afstand van tenminste 10 meter. i. De bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van groepsaccommodaties bedraagt maximaal 7 meter. j. Er mag maximaal één sanitairgebouw gebouwd worden ten behoeve van de activiteit, zoals bedoeld in artikel 3.1 onder j. k. Het sanitairgebouw als bedoeld onder j mag gebouwd worden in het bouwvlak of ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie -groepskamperen’, met dien verstande dat de afstand van het sanitairgebouw tot de bouwgrens maximaal 30 meter bedraagt. l. De bouwhoogte van het sanitairgebouw als bedoeld onder j bedraagt maximaal 5 meter. m. De oppervlakte van het sanitairgebouw als bedoeld onder j bedraagt maximaal 150 vierkante meter. n. In afwijking van artikel 3.2.2 onder i en l, bedraagt de bouwhoogte maximaal 8 meter indien het gebouw is gelegen binnen het bouwvlak.
Artikel 3.2.5 a. Bouwkundige aanpassingen aan het bestaande gebouw kunnen pas worden uitgevoerd, nadat een deskundige op
Artikel 3.2.5 a. Bouwkundige aanpassingen aan het bestaande gebouw kunnen pas worden uitgevoerd, nadat een deskundige op het gebied van ecologie 16
het gebied van ecologie heeft vastgesteld dat er als gevolg van de bouwkundige aanpassingen geen beschermde diersoorten worden verstoord danwel dat er geen voortplantings- of rustplaatsen van beschermde diersoorten worden beschadigd of er naar het geschreven oordeel van een deskundige op het gebied van ecologie voldoende mitigerende maatregelen zijn getroffen voor de aanwezige beschermde diersoorten. b. Met het bouwen van gebouwen mag pas worden gestart, als een inrichtingsplan, waarin duidelijk is op welke wijze de waterhuishouding plaatsvindt in de beoogde situatie, ter afstemming en goedkeuring aan het Waterschap is voorgelegd.
heeft vastgesteld dat er als gevolg van de bouwkundige aanpassingen geen beschermde diersoorten worden verstoord danwel dat er geen voortplantings- of rustplaatsen van beschermde diersoorten worden beschadigd of er naar het geschreven oordeel van een deskundige op het gebied van ecologie voldoende mitigerende maatregelen zijn getroffen voor de aanwezige beschermde diersoorten. b. Met het bouwen van gebouwen mag pas worden gestart, als een inrichtingsplan, waarin duidelijk is op welke wijze de waterhuishouding plaatsvindt in de beoogde situatie, ter afstemming en goedkeuring aan het Waterschap is voorgelegd. c. Het bouwen van gebouwen is toegestaan onder de voorwaarde dat het gebouw past in het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in bijlage nader in te vullen conform doorlopende nummering bestemmingsplan - van de regels.
Artikel 3.5.3. a. Het aantal gebouwen voor verblijfsrecreatie-eenheden en groepsaccommodaties en het aantal camperplaatsen samen bedraagt maximaal 30. b. Het totaal aantal verblijfsrecreatieeenheden bedraagt maximaal 20. c. Het totaal aantal groepsaccommodaties bedraagt maximaal 3. d. Ter plaatse van de aanduiding ‘groen’ en ‘parkeerterrein’ zijn geen verblijfsrecreatie-eenheden en geen groepsaccommodaties toegestaan. e. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie groepskamperen’ zijn in de periode van 15 maart tot en met 15 november maximaal 50 plaatsen voor groepskamperen toegestaan, waar maximaal 200 personen gelijktijdig in kampeermiddelen mogen overnachten; f. De duur van een verblijf van een groep ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie groepskamperen’ bedraagt maximaal 3 opeenvolgende nachten.
Artikel 3.5.3. a. Het aantal gebouwen voor verblijfsrecreatieeenheden en groepsaccommodaties en het aantal camperplaatsen samen bedraagt maximaal 30. b. Het totaal aantal verblijfsrecreatie-eenheden bedraagt maximaal 20. c. Het totaal aantal groepsaccommodaties bedraagt maximaal 3. d. Ter plaatse van de aanduiding ‘groen’ en ‘parkeerterrein’ zijn geen verblijfsrecreatieeenheden en geen groepsaccommodaties toegestaan. e. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie -groepskamperen’ zijn in de periode van 15 maart tot en met 15 november maximaal 50 plaatsen voor groepskamperen toegestaan, waar maximaal 200 personen gelijktijdig in kampeermiddelen mogen overnachten met dien verstande dat alle personen die gelijktijdig overnachten tot dezelfde groep moeten behoren; f. De duur van een verblijf van een groep ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie -groepskamperen’ bedraagt maximaal 3 opeenvolgende nachten. g. Na het verblijf van een groep ter plaatste van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatiegroepskamperen’ is in de daaropvolgende nachten groepskamperen niet toegestaan. Het 17
aantal nachten dat groepskamperen dan niet is toegestaan, is gelijk aan het aantal nachten dat de voorafgaande groep is verbleven plus één nacht.
6. Natuuronderzoek/beplanting Bij de beantwoording van de inspraakreacties is geconcludeerd dat sinds het uitvoeren van het natuuronderzoek enige tijd verstreken is. Om die reden is aangekondigd de tijd van het ter visie leggen van het ontwerp bestemmingsplan te gebruiken voor (juridische) actualiseren en zo nodig specificatie van het onderzoek. Dit nieuwe onderzoek is inmiddels uitgevoerd, de rapportage opgesteld op 12 februari 2023 is bijgevoegd als bijlage 5. 6.1 Soorten In het natuuronderzoek wordt geconcludeerd dat de volgende soorten waarvan het functionele leefgebied beschermd is aanwezig zijn: Haas Er komen enkele exemplaren voor op het grasland. Bij het behoud van het grasland zijn geen nadelige effecten te verwachten voor de hazen. Konijn Er is sprake van een wisselende populatie konijnen met verschillende burchten. Burchten dienen behouden te blijven of er moet een ontheffing aangevraagd worden. Wezel De wezel maakt gebruik van het gebied als jachtgebied en er zijn voortplantingslocaties te verwachten in houtstapels of vervallen bebouwing. Indien deze behouden blijven dan dient er geen ontheffing aangevraagd te worden. Er blijven houtstapels op het terrein aanwezig. Vleermuizen Er zijn verschillende soorten vleermuizen aanwezig op het terrein. Het terrein heeft een functie als foerageergebied voor de verschillende soorten vleermuizen.
Eerder is al geconstateerd dat het voor de functie als foerageergebied van belang is dat de bomen zoveel als mogelijk behouden blijven. Voorkomen van verstoring van de functie als foerageergebied door licht is gewenst en kan voorkomen dat er ontheffing aangevraagd dient te worden. Gewone dwergvleermuizen en gewone grootoorvleermuizen maken gebruik van de bebouwing. Indien deze gesloopt wordt, of gerenoveerd wordt, dient er nader onderzoek uitgevoerd te worden conform het vleermuisprotocol 2021. Dit om vast te stellen wat de functie is van de bebouwing en waar de soorten zich exact bevinden. Amfibieën en grondgebonden zoogdieren In de aanwezige vijver binnen de bomenrij zijn de volgende amfibieën vastgesteld: bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Deze soorten zijn beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming. De geplande activiteiten hoeven niet nadelig te zijn indien er zorgvuldig gewerkt wordt. De huidige vijver is niet ideaal als voortplantingsbiotoop vanwege de steile oevers. Er dient voor gezorgd te worden er per vijver 1 of meerdere geschikte voortplantingsbiotopen voor amfibieën aanwezig blijven door uittrede mogelijkheden te maken. Deze poelen dienen niet gebruikt te worden als zwemvijver (voor mensen of honden). 18
Broedvogels Er zijn diverse broedvogels vastgesteld op het terrein. Het gaat hierbij om Wilde eend, Krakeend, Kuifeend, Waterhoen, Meerkoet, Dodaars, Fazant, Houtduif, Holenduif, Turkse Tortel, Ransuil, Groene specht, Grote bonte specht, Boomkruiper, Gaai, Ekster, Zwarte kraai, Sperwer, Zanglijster, Merel, Winterkoning, Heggenmus, Groenling, Grasmus, Zwarktkop, Tuinfluiter, Tjiftjaf, Vink, Putter, Kneu, Roodborst, Kleine karekiet, Koekoek, Rietgors, Bosrietzanger, Staartmees, Pimpelmees. Broedende vogels mogen niet verstoord worden. Bij activiteiten in het broedseizoen zouden broedvogels verstoord kunnen worden bij intensieve activiteiten. Indien het terrein de gehele broedperiode in gebruik is, is er een regelmatige verstoring en gaan vogels broeden op terreinen met meer dekking. Er is dan geen kans op verstoring. Enkele soorten zijn verstoringsgevoelig waaronder de Dodaars die in de moeraszone broedt en de ransuil en de sperwer die in de bosschage broeden. Ransuil De ransuil is als broedvogel aanwezig en er is ook een rustplaats buiten de broedperiode. Er zijn verschillende locaties (groenblijvende bomen) aanwezig die kunnen fungeren als rustplaats. Door het plaatsen van ransuilbroedmanden kunnen ransuilen naar rustiger terreindelen gelokt worden. Indien de huidige broed-rustplaats verdwijnt dient een ontheffing aangevraagd te worden.
Sperwer De sperwer was in 2022 als broedvogel aanwezig. Er zijn geen jongen vastgesteld. Voor deze soort is het belangrijk dat er rustige delen in het terrein zijn die geschikt zijn als broedplaats. Indien dit niet het geval kan zijn bij de huidige broedplaats dan dient een ontheffing aangevraagd te worden. Algemene conclusie in het natuuronderzoek ten aanzien van soorten In het natuuronderzoek wordt geconcludeerd dat de eerder opgestelde schets voor recreatie- en natuurdoelstellingen goed voldoet om de huidige aanwezige (beschermde) natuurwaarden te behouden in een terrein wat in de toekomst meer recreatief gebruikt zal worden. Er wordt hierbij vanuit gegaan dat er geen grootschalige kapwerkzaamheden zullen plaatsvinden. Maatwerk op detailniveau bij de (her)inrichting is echter wel noodzakelijk. Dit dient voorafgaand aan de ontwikkelingen bepaald te worden. 6.2 Beplanting Bij de ontwikkeling van het plan staat het behoud van de bestaande landschapswaarden voorop. Mede naar aanleiding van de inspraakreacties zijn de bestaande landschapswaarden geborgd in het bestemmingsplan. Dit is gedaan met een voorwaardelijke verplichting in artikel 3.5.6 onder a van de regels.
Hierin is bepaald dat het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden conform het bepaalde in artikel 3.1 alleen toegestaan is onder de voorwaarde dat de landschappelijke waarden die in de bijlage bij deze regels zijn weergegeven in stand worden gehouden. Deze bijlage ziet er als volgt uit:
19
In verschillende zienswijzen is aangegeven dat het kappen van bomen nodig is om nieuwe functies te realiseren. Gevraagd is om deze kap te compenseren op het terrein. De initiatiefnemer heeft eerder aangegeven de noodzakelijke kap te willen compenseren op het terrein, dit is echter niet geborgd in het ontwerp bestemmingsplan. Binnen het bouwvlak staan de meeste bomen. Voor de functies die buiten het bouwvlak gerealiseerd worden is het kappen van bomen in principe niet aan de orde. Voor de functies die binnen het bouwvlak gerealiseerd worden is het kappen van bomen in principe wel aan de orde, zeker binnen het vlak met de dubbele bomenrij. Gelet op bovenstaande ligt het voor de hand om een voorwaardelijke verplichting op te nemen met betrekking tot compensatie van de noodzakelijk te kappen bomen. 6.3 Voorgestelde wijzigingen natuuronderzoek/ beplanting Gelet op bovenstaande worden de volgende aanpassingen van het bestemmingsplan voorgesteld. Voor het borgen van de leefgebieden van de konijnen, hazen en wezel wordt de bijlage bij de voorwaardelijke verplichting zoals geformuleerd in artikel 3.5.6 onder a van de regels aangepast. Hieraan worden de graslanden, burchten en houtstapels toegevoegd, deze zijn gelegen in het gebied tussen de bomenrij en de woningen aan de Nieuwstraat.. Op basis van de voorwaardelijke verplichting dienen deze dan in stand te worden gehouden.
Vanwege het belang van het behoud van de bomen voor de functie als foerageergebied voor vleermuizen en de breed gedragen wens om de noodzakelijke kap te compenseren wordt aan artikel 3.5.6 van de regels een voorwaardelijke verplichting toegevoegd (onder c). Deze luidt als volgt: In afwijking op het bepaalde in artikel 3 lid 2 en artikel 4 lid 2 mogen bouwwerken uitsluitend worden opgericht indien groencompensatie op het perceel plaatsvindt. Bij realisatie van bouwwerken wordt in een rapport van een landschapsdeskundige vastgelegd welke bomen worden gekapt en waar deze worden terug geplant. Dit rapport wordt overlegd aan het college van b&w. Met de voorwaardelijke verplichting in artikel 3.5.6. van de regels onder a en b is tevens geborgd dat er geen grootschalige kapwerkzaamheden in het gebied zullen plaatsvinden. 20
Met artikel 3.2.4. onder d, artikel 3.3 en artikel 3.5 onder g. is in voldoende mate geborgd dat er geen sprake is van verstoring door licht van het foerageergebied van de vleermuizen. Bij de renovatie van het bestaande gebouw wordt nader onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van de bebouwing door de gewone dwergvleermuis en de gewone grootoorvleermuis. Dit is reeds geborgd in artikel 3.2.5 onder a van de regels. Op dit punt hoeft het bestemmingsplan geen aanpassing. In artikel 3.5.1 onder h is opgenomen dat bestaande wateren niet gebruikt mogen worden voor zwemmen. Dit artikel wordt als volgt gewijzigd. Bestaande wateren mogen niet gebruikt worden voor zwemmen en andere recreatieve activiteiten. Uitzondering hierop vormt het deel van het water in het zuidwestelijke deel van het plangebied. Het deel van dit water ten oosten van de bestaande brug mag niet gebruikt worden voor zwemmen maar wel voor recreatieve activiteiten zoals bijvoorbeeld een trekvlot, natuurspelen en/of spelen in de modder.
Afbeelding met duiding gebied recreatieve activiteiten in water mogelijk (rode cirkel). In de inspraaknotitie is reeds het volgende opgenomen. De steile randen aan de overs van het water bevinden zich in de aangelegde vijver(s) binnen het bouwvlak. Hier worden uitloopplanken gecreëerd zodat dieren – in tegenstelling tot de huidige situatie – makkelijker uit het water kunnen. Het voert te ver om dit te verwerken in de regels van het bestemmingsplan. In het ontwerp bestemmingsplan is de broedlocatie van de ransuil geborgd door middel van zonering, binnen het broedgebied zijn bebouwing of andere activiteiten uitgesloten. Voor het broedgebied van de sperwer wordt een vergelijkbare regeling opgenomen. In de inspraaknotitie is ten aanzien van broedende vogels het volgende opgenomen. Parkbeheer ten aanzien van broedende vogels en het voorzien van verblijfplaatsen voor vleermuizen in het bestaande gebouw met behulp van een ecoloog wordt geborgd via de regels van het bestemmingsplan. In artikel 3.2.5 onder a is dit verwerkt voor de vleermuizen, voor de broedende vogels is echter geen regeling opgenomen. Dit wordt alsnog gedaan. Aan artikel 3.5.6. wordt een voorwaardelijke verplichting (onder d) toegevoegd. Deze luidt als volgt. Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden conform het bepaalde in artikel 3.1 is alleen toegestaan onder 21
voorwaarde dat parkbeheer ten aanzien van broedende vogels akkoord is bevonden door een deskundige op het gebied van ecologie. 6.4 Conclusie natuuronderzoek/beplanting Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen op het punt van de omvang van natuuronderzoek en beplanting worden de regels van het bestemmingsplan als volgt aangepast. Ontwerp-bestemmingsplan (was) Voorstel voor vaststelling bestemmingsplan (wordt) Artikel 3.5.6. Artikel 3.5.6 a. Het gebruiken en het (doen) laten a. Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken gebruiken van de gronden conform het van de gronden conform het bepaalde in artikel bepaalde in artikel 3.1 is alleen 3.1 is alleen toegestaan onder de voorwaarde toegestaan onder de voorwaarde dat dat de landschappelijke en ecologische waarden de landschappelijke waarden die in die in bijlage 2 bij deze regels zijn weergegeven. bijlage 2 bij deze regels zijn b. Bij vergunningplichtige evenementen moet weergegeven, in stand worden voorzien worden in voldoende gehouden. parkeergelegenheid. Parkeren buiten het eigen b. Bij vergunningplichtige evenementen terrein ten behoeve van een vergunningplichtig moet voorzien worden in voldoende evenement is uitsluitend toegestaan, onder de voorwaarde dat: parkeergelegenheid. Parkeren buiten het eigen terrein ten behoeve van een 1.
Er een mobiliteitsplan voor het evenement, opgesteld door een deskundige op het vergunningplichtig evenement is uitsluitend toegestaan, onder de gebied van parkeren, bij de aanvraag voor voorwaarde dat: de evenementenvergunning is ingediend, waarin voorzien wordt in voldoende 1. Er een mobiliteitsplan voor het parkeervoorzieningen op een aanvaardbare evenement, opgesteld door een loopafstand dan wel in voldoende deskundige op het gebied van parkeervoorzieningen op aangewezen parkeren, bij de aanvraag voor de terreinen in combinatie met vervoer van en evenementenvergunning is ingediend, waarin voorzien wordt naar het evenement. 2. Tijdens het evenement voldoende in voldoende parkeervoorzieningen op een aanvaardbare parkeervoorzieningen op een loopafstand dan wel voldoende aanvaardbare loopafstand dan wel parkeervoorzieningen op aangewezen in voldoende terreinen in combinatie met vervoer van en parkeervoorzieningen op naar het evenement, beschikbaar zijn. aangewezen terreinen in combinatie met vervoer van en c. In afwijking op het bepaalde in artikel 3 lid 2 en artikel 4 lid 2 mogen bouwwerken uitsluitend naar het evenement. 2. Tijdens het evenement voldoende worden opgericht indien groencompensatie op parkeervoorzieningen op een het perceel plaatsvindt.
Bij realisatie van aanvaardbare loopafstand dan wel bouwwerken wordt in een rapport van een landschapsdeskundige voldoende parkeervoorzieningen op aangewezen terreinen in vastgelegd welke bomen worden gekapt en waar combinatie met vervoer van en deze worden terug geplant. Dit rapport wordt voorgelegd aan het college van b&w. naar het evenement, beschikbaar zijn. d. Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden conform het bepaalde in artikel 3.1 is alleen toegestaan onder voorwaarde dat parkbeheer ten aanzien van broedende vogels akkoord is bevonden door een deskundige op het gebied van ecologie.
22
3.5.1 h. Bestaande wateren mogen niet gebruikt worden voor zwemmen.
Artikel 1 begrippen
3.5.1. h. Bestaande wateren mogen niet gebruikt worden voor zwemmen en andere recreatieve activiteiten met uitzondering van het water zoals aangegeven in bijlage – nader in te vullen conform doorlopende nummering bestemmingsplan – bij de regels van dit bestemmingsplan. Aan artikel 1 wordt het volgende begrip toegevoegd: landschaps- en natuurdeskundige: een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen inzake het landschapwaarden, cultuurhistorische waarden en / of natuurwaarden.
Verbeelding Voor het broedgebied van de sperwer wordt op de verbeelding de functieaanduiding groen opgenomen, zoals dit ook voor het broedgebied van de ransuil is gedaan in het ontwerp bestemmingsplan. 7. Stikstof Uit de Aerius- berekening, zoals bij het ontwerp bestemmingsplan gevoegd, blijkt dat er geen sprake is van enig significant negatief effect op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Er hoeft geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Verder krijgt het deel van het plangebied dat binnen de 100 meter zone rond het Natura 2000-gebied Groote Gat ligt, planologisch geen extra mogelijkheden. Tenslotte liggen overige delen van het Natuur Netwerk op een kilometer afstand of meer, zodat daarop geen effecten te verwachten zijn. 7.1 Stikstofberekening ontwerpbestemmingsplan De provincie Zeeland heeft in de inspraakfase via een vooroverlegreactie aangegeven dat in de Aeriusberekening alleen lichte voertuigen zijn meegenomen. Gelet op de bevoorrading en de organisatie van evenementen waren zij van mening dat het voor de hand ligt om ook vrachtwagens mee te nemen in de berekening. Tevens heeft de provincie aangegeven dat de berekening voor Aerius voor de periode van bouw- en aanlegfase niet is aangeleverd. De provincie heeft aangegeven dat deze alsnog aangeleverd moet worden (inclusief de onderbouwing van de invoergegevens).
Naar aanleiding hiervan zijn in de Aeriusberekening ook vrachtwagens meegenomen. Deze aanpassing leidt niet tot een significant negatief effect op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000gebieden. Ten aanzien van de bouw- en aanlegactiviteiten is in het inspraakdocument het volgende aangegeven: ‘De bouw- en aanlegactiviteiten hebben betrekking op: • Het neerzetten van 20 recreatie-eenheden: 40 voertuigbewegingen. • Het neerzetten van 3 groepsaccommodaties: 24 voertuigbewegingen. • Het maaien van het gras en het snoeien van struiken: 20 voertuigbewegingen. • Het bouwen van een overdekte speelvoorziening waarvan het aantal voertuigbewegingen nu niet ingeschat kan worden omdat nog niet duidelijk is hoe groot deze zal zijn. Deze activiteiten worden niet allemaal tegelijkertijd uitgevoerd, maar over verschillende jaren verdeeld. Omdat het om die reden moeilijk is om hiervoor een berekening te maken (dat kan wel in de fase van het verlenen van een Omgevingsvergunning omdat het plan dan concreet is) en nu 23
duidelijk is dat de gebruiksfase veel dominanter is wordt de Aeriusberekening op dit punt niet aangepast.’ De provincie Zeeland heeft hiermee ingestemd, omdat bovenstaande benadering over de bouw- en aanlegfase destijds in overeenstemming was met de Wet natuurbescherming (1 juli 2021) waarin een vrijstelling was opgenomen voor bouwen en slopen van een bouwwerk en voor het aanleggen, veranderen en verwijderen van een werk. Deze (bouw)vrijstelling is echter met de Porthos-uitspraak (ECLI:NLRVS:2022:3159) wegens strijd met artikel 6 Habitatrichtlijn 1 op 2 november 2022 vernietigd. Nu aanleg en bouwen onlosmakelijk onderdeel uitmaken van het project, dient onderbouwd te worden wat de effecten zijn op omliggende Natura2000 gebieden tijdens de bouw. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 28 april tot en met 8 juni 2022. De uitspraak inzake aanleg en bouwen is van na deze datum. Op basis van de uitspraak moet de bouw- en aanlegfase alsnog in de stikstofberekening (Aerius) verwerkt worden. Daarenboven moet met de nieuwste versie van AERIUS gerekend worden. 7.2 Actualisatie stikstofberekening Er is een worst casebenadering gekozen met de volgende uitgangspunten: • Het neerzetten van 20 recreatie-eenheden: 40 zware voertuigbewegingen. • Het neerzetten van 3 groepsaccommodaties: 40 zware voertuigbewegingen.