CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 verbreed GRP Sluis

Raad 7 november 2024, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) voor de jaren 2025-2029 en het afbouwen van de Voorziening Rioolheffing30.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De inhoud van dit verbreed GRP Sluis is in lijn met de inhoud van de voornoemde documenten vanuit de SAZ+. De SAZ+ geeft in haar strategie aan dat de inhoud van haar werk terugkomt in drie verschillende sporen. Dit betreft: 1. inrichting buitenruimte: afstemmen voorzieningen in de (openbare) buitenruimte en strategische planvorming in kader van de Omgevingswet; 2. water in de keten: beheren voorzieningen en verwerken van waterstromen in de waterketen van productie drinkwater tot aan de zuivering en hergebruik van afvalwater; 3. water in de bebouwde kom: het verwerken van grond- en regenwater binnen de bebouwde kom in relatie tot oppervlaktewater en het water in het omliggende, landelijke gebied. Deze sporen zijn bedoeld om richting te geven aan initiatieven. Initiatieven zijn projecten die bijdragen aan het realiseren van het toekomstbeeld van de visie Waterketen Zeeland ‘betrouwbaar water voor iedereen en overal in Zeeland’. In de navolgende figuur uit de strategie van de SAZ+ is dit gevisualiseerd.

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-12-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

Figuur 2.2: samenhang sporen strategie SAZ+ (bron: strategie SAZ+ 2030)

Een andere uiting van samenwerken vindt plaats in het gezamenlijk opstellen van de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland. In de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie is afgesproken dat overheden ervoor gaan zorgen dat schade door hitte, wateroverlast, droogte en overstromingen zo min mogelijk toeneemt. Naar aanleiding daarvan is er in Zeeland een Klimaatadaptatiestrategie Zeeland opgesteld waarin al deze aspecten aan bod komen. Deze strategie is ook door de gemeenteraad van Sluis vastgesteld. In 2018 en 2019 hebben alle gemeenten, waterschap en de provincie klimaatstresstesten uitgevoerd. Eind 2019 heeft de regionale risicodialoog plaatsgevonden, waar veel kwetsbaarheden met betrekking tot klimaatverandering zijn besproken. Vanuit de resultaten hiervan is gewerkt aan het opstellen en vaststellen van de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland (2020-2021). Naast de provincie-brede invulling vraagt klimaatadaptatie ook om een lokale invulling. Samen met de buurgemeenten Terneuzen en Hulst is gewerkt aan de klimaatadaptatiestrategie Zeeuws-Vlaanderen (2022) die werkt met een labelstructuur. Deze systematiek is vervolgens Zeeland-breed doorgezet. De klimaatadaptatiestrategie Zeeuws-Vlaanderen is verder voorzien van een uitvoeringsagenda en is bestuurlijk vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Sluis.

2.6.2

Regionaal en overig In kleiner verband wordt met de andere Zeeuws-Vlaamse gemeenten voor het beheer van de rioolgemalen gebruik gemaakt van een gezamenlijke hoofdpost (AquaviewX). Daar-naast worden werkzaamheden op het gebied van reiniging en inspectie van de riolering gezamenlijk op de markt gezet. Ook vindt er met andere gemeenten samenwerking plaats op het gebied van belastingen (SabeWa).

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-13-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

In samenwerking met waterschap Scheldestromen zijn er afspraken gemaakt ten aanzien van beheer en onderhoud van het stedelijk water (BOB). Deze afspraken betreffen het wegwerken van achterstallig onderhoud en de afstemming van het reguliere onderhoud. Met het waterschap vindt regulier afstemming plaats. De milieuvergunningen die de gemeente Sluis afgeeft, worden door middel van periodieke controles gehandhaafd door de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland (RUD). Dit gebeurt steekproefsgewijs en bij klachten. Daarbij wordt ten aanzien van de waterkwaliteit samengewerkt met waterschap Scheldestromen. In het kader van de uitvoeringsplanning en de concrete projecten buiten wordt steeds meer de samenwerking gezocht met de kabel- en leidingenbeheerders en woningcorporaties. Projectplanningen, maar ook langere termijnplanningen worden gezamenlijke afgestemd om te komen tot een zo optimaal mogelijke uitvoeringsperiode en zo min mogelijk overlast voor omwonenden. Dit gebeurt onder meer in het samenwerkingsverband AZON (Afstemming Zeeuwse Overheden en Nutsbedrijven). Het aantal plannen in AZON is de afgelopen jaren sterk gestegen. Daarbij worden de plannen steeds meer (middel)lange termijn gepland, onder meer via MOOR als digitaal communicatie-platform.

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-14-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

3

Evaluatie In dit hoofdstuk wordt het vigerende verbreed GRP Sluis 2020-2024 geëvalueerd. In de evaluatie wordt teruggekeken naar de afgelopen planperiode. Aan de hand van de inhoud van het vigerende verbreed GRP wordt vastgesteld welke geplande werkzaamheden daadwerkelijk zijn uitgevoerd en welke niet, welke beleidsuitgangspunten hebben gefunctioneerd en hoe de financiële afwikkeling van de gemeentelijke watertaken is geweest. In de evaluatie wordt de hoofdstukindeling uit het bestaande verbreed GRP 2020-2024 gevolgd.

3.1

Algemeen Wanneer op de afgelopen planperiode wordt teruggekeken en het bestaande verbreed GRP Sluis tegen het licht wordt gehouden, kan worden vastgesteld dat het plan zijn doel heeft gediend. Het document heeft de gemeente voldoende richting gegeven. Met name het hoofdstuk strategie heeft gefungeerd als leidraad voor de operationele plannen en als basis voor de kosten en kostendekking. De afgelopen planperiode is er veel aandacht uitgegaan naar het voorkomen van wateroverlast en naar klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte. Niet alle geplande werkzaamheden zijn volledig uitgevoerd conform planning. Interne en externe afstemming met onder meer nutsbedrijven, maar ook met bewoners en met andere afdelingen, hebben hier aan bijgedragen. Daarnaast is er op momenten zowel intern als extern onvoldoende capaciteit beschikbaar geweest in de voorbereiding en uitvoering van projectonderdelen. Hierdoor zijn projecten vertraagd of uitgesteld. In geval van wateroverlastklachten zijn soms andere prioriteiten gelegd in de uitvoeringsvolgorde. Planning-technisch en financieel zijn de beschikbare tijd en budgetten zo efficiënt mogelijk ingezet en zijn strategische keuzes gemaakt welke werkzaamheden prioriteit verdienden en waar combinaties met andere werkzaamheden konden worden gemaakt.

Inhoudelijk zijn de beleidslijnen uit het verbreed GRP gevolgd en zijn ook de reguliere beheer- en onderhoudstaken binnen de daarvoor gestelde budgetten uitgevoerd. Daarmee is het functioneren van het rioleringssysteem in de afgelopen planperiode gewaarborgd.

3.2

Beleidskader, samenwerking en ambitie De gemeente Sluis is in de afgelopen planperiode actief betrokken geweest in de Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland (SAZ+) en de regionale samenwerking met de andere Zeeuws-Vlaamse gemeenten. Door inzet en inbreng in werk- en themagroepen zijn kennis en ervaringen gebundeld en onderling gedeeld om zo tijd te besparen en om het kennisniveau op peil te houden. Uit de gegevens van de SAZ+ blijkt dat er ook op het gebied

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-15-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

van kostenontwikkeling (minder meerkosten) goede stappen zijn gezet en dat de doelstelling ten aanzien van het beperken van de totale kosten in 2020 (provincie breed) nagenoeg gerealiseerd is (bron: jaarverslag SAZ+). In het voorgaande verbreed GRP is een ambitiematrix opgenomen die bestuurlijk is vastgesteld en waar de budgetten voor deze planperiode op gebaseerd zijn. In de afgelopen planperiode is deze ambitiematrix voor een groot deel gevolgd en geconcretiseerd in de uitgevoerde werkzaamheden en projecten. Voorbeelden hiervan zijn onderzoek naar risicogestuurd beheer (samen met de HZ), het terugdringen van potentiële wateroverlastlocaties, het actief inzetten op samenwerking en veel aandacht voor klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte. Intern binnen de gemeente is er een groei in integraal werken en onderlinge, vroegtijdige afstemming, onder meer door het gebruik van klimaatlabels. Er is nog winst te behalen in verdere afstemming en het intern verder uitwerken van (meerjarige) projectplanningen. Extern is met name de planning en afstemming met de nutsbedrijven van groot belang in de voorbereiding en uitvoering van rioleringsprojecten. Er moet daardoor rekening worden gehouden met een steeds grotere doorlooptijd van projecten.

3.3

Toestand van de aanwezige voorzieningen Voor het waarborgen van het functioneren van alle aanwezige voorzieningen worden inspectie- en onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Deze werkzaamheden zijn niet geheel conform het geplande schema uitgevoerd. Mede daarom is de reinigingscyclus opgerekt naar eenmaal per 8 à 9 jaar en de inspectiecyclus naar eenmaal per 18 jaar. Het kolkenzuigen gebeurt nog steeds in eigen beheer. De reinigings- en inspectiewerkzaamheden zijn opgenomen in het operationeel plan Rioolreiniging en Inspectie Zeeuws-Vlaanderen dat gezamenlijk met de andere ZeeuwsVlaamse gemeenten is aanbesteed voor 4 jaar. In de praktijk blijkt deze periode erg lang en is druk op de prijsvorming en inflatie daardoor niet voorzien. De inspectieresultaten die binnenkomen, worden geprioriteerd en voeden het vervangings- en renovatieprogramma. Op het gebied van gemalenbeheer wordt gebruik gemaakt van de centrale hoofdpost die, gezamenlijk met de andere ZeeuwsVlaamse gemeenten, wordt gehost bij de leverancier van de gemalen en beheersoftware. Er is een goede samenwerking op dit gebied tussen alle Zeeuws-Vlaamse gemeenten. De uitwisseling van kennis en van gegevens met waterschap Scheldestromen is nog niet optimaal en kan nog verbeterd worden.

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-16-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

3.4

Strategie rioleringszorg De strategie is het centrale deel van het verbreed GRP waarin het beleid voor de planperiode is vastgesteld. In deze evaluatie zijn de belangrijkste aspecten daarvan opgenomen.

3.4.1

Ontwikkelingen De afgelopen periode heeft voor een belangrijk deel in het teken gestaan van het beperken van de kans op wateroverlast en het verder invulling geven aan klimaatadaptatie. Het perspectief van de rioleringszorg en de gemeentelijke watertaken is langzaam veranderd. Integraliteit is steeds belangrijker geworden. Niet alleen op projectniveau, maar ook op het samenwerkingsniveau tussen de boven- en de ondergrond en de inrichting van de openbare ruimte. De wetgever legt steeds meer keuzevrijheid bij gemeenten, onder meer in de afwegingen rondom de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater (doelmatigheid). In de komende planperiode komt daar met de Omgevingswet nog meer bij, bijvoorbeeld het gezag over lozingen in het buitengebied. Daarnaast geeft de Omgevingswet een cultuuromslag weer van het ‘nee-tenzij’- naar ‘ja-mits-principe’. In het algemeen wordt voor de verwerking van overtollig hemelwater steeds vaker gekeken naar bovengrondse afvoer en berging en het gebruik van de openbare ruimte. Een handvat daarbij is de Klimaatatlas en de systematiek van klimaatlabels die samen met de andere Zeeuws-Vlaamse gemeenten is ontwikkeld. Een steeds verder digitaliserende wereld bereikt ook het domein van het stedelijk water. Om effectiever en efficiënter beheer toe te passen, wordt data steeds belangrijker.

In de komende planperiode wordt onderzocht op welke manier data van meerwaarde kan zijn voor huidige rioleringsbeleid onder meer in het reeds lopende onderzoek RioBase naar risico-gestuurd rioolbeheer (samen met de HZ).

3.4.2

Buitengebied De gemeente Sluis kent 754 niet gerioleerde panden in het buitengebied. Voor deze niet-gerioleerde panden heeft de gemeente ontheffing gekregen van de zorgplicht vanuit de provincie Zeeland voor onbepaalde tijd. In de afgelopen periode is het overzicht niet gerioleerde panden samen met het waterschap geactualiseerd en is vastgelegd welke panden voorzien zijn van een voorziening die voldoet aan de wettelijke eisen en welke niet. In de komende periode worden eigenaren van panden die niet beschikken over een voorziening die voldoet aan de wettelijke eisen aangeschreven. Verder wordt op het gebied van beleid voor het buitengebied, via de SAZ+, Zeeuws breed opgetrokken. In de afgelopen planperiode is de IBA-wacht Zeeuws-Vlaanderen opgewaardeerd tot het volledige beheergebied van waterschap Scheldestromen. Het waterschap is verantwoorde-

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-17-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

lijk voor het onderhoudscontract van de IBA’s binnen de zeven gemeenten die bij de IBAwacht zijn aangesloten.

3.4.3

Gegevensbeheer en planvorming Het rioolbeheersysteem waarin alle basiskenmerken van de objecten worden bijgehouden, is redelijk goed gevuld en voorzien van actuele informatie. Het verwerken van revisies vereist wel extra inspanning zeker omdat ook de huisaansluitingen moeten worden ingevoerd. Daardoor is er een kleine achterstand. De rioleringsgegevens zijn ook ontsloten via het dataportaal Zeeland waar meerdere overheden beheergegevens delen. De gegevens van de rioolgemalen en de randvoorzieningen zijn opgenomen in de gezamenlijke hoofdpost AquaviewX. Het systeem wordt met name gebruikt voor storingsmeldingen. Alle beheergegevens van de gemalen staan in een beheerpakket (XDM). Dit wordt na iedere onderhoudsronde aangevuld, zodat een historie van vervangen onderdelen, storingen, et cetera per gemaal wordt opgebouwd. Het registreren en afhandelen van klachten verdient nog wel verbetering. Dit kan professioneler, waarmee ook pro-actiever kan worden gehandeld en gerichter maatregelen kunnen worden geformuleerd. Bijvoorbeeld door prioritaire (klahct)locaties duidelijker zichtbaar in de werkplanning op te nemen. Uit de vergelijking van de huidige gegevens uit het beheerbestand met het voorgaande verbreed GRP blijkt dat er sprake is van een toename aan lengte riolering. Dit betreft ruim 3%.

Deze toename wordt met name gevonden in regenwaterriolering als gevolg van afkoppelwerkzaamheden. Hierbij is de gemengde riolering vervangen en is er (nieuwe) regenwaterriolering bij gelegd. Daarnaast vindt er overdracht van riolering vanuit nieuwbouwlocaties plaats die zorgt voor toename van het areaal. Werkzaamheden om aan te haken bij het beleid vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW), het waterkwaliteitsspoor of het tegengaan van rioolvreemd water worden vaak integraal meegenomen in de uitvoeringsprojecten. Op enkele locaties zijn gericht maatregelen genomen zoals het opheffen van ongezuiverde lozingen aan de Oude Rijksweg in Breskens en het controleren en goed aansluiten van riolering aan de Industrieweg in Sluis. Ook is er aandacht voor het opheffen van foutaansluitingen bij het realisatie van gescheiden riolering.

3.4.4

Vervangingsplanning De vervangingsplanning uit de strategie is op hoofdlijnen gevolgd, maar niet volledig gerealiseerd. Deze planning was met name gevoed door de rioolinspecties en de resultaten van uitgevoerde rioleringsberekeningen uit de voorgaande planperiode (tegengaan wateroverlast). De planning heeft echter een dynamisch karakter, omdat het met regelmaat aangevuld kan worden met nieuwe informatie. Gedurende de planperiode is de oorspronkelijke planning door verschillende factoren uit de pas gaan lopen. De gemeente is geconfronteerd met enkele wateroverlastlocaties als gevolg van hevige neerslag. Voorbeelden hiervan zijn de Minnepoortstraat in IJzendijke, de

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-18-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

Van der Slikkestraat in Schoondijke (inclusief ingestorte duiker in de Landbouwstraat) en wateroverlast Haven Aardenburg. Daarnaast heeft de coronaperiode een vertragend effect gehad op de voorbereiding en uitvoering van de projecten. Een belangrijke factor die de (uitgelopen) planning van de projecten bepaalt, is de afstemming met en planning van de nutsbedrijven. Om overlast voor bewoners te voorkomen, wordt bewust samen opgetrokken. De nutsbedrijven eisen echter een minimale voorbereidingstijd van 2 tot 3 jaar, waardoor de doorlooptijd van de gemeentelijke projecten aanzienlijk toeneemt, waarbij capaciteit bij de nutsbedrijven ook niet altijd voorhanden is. In de planperiode (2020-2023) is circa 9,5 km aan vrijverval riolering vervangen en nieuw aangelegd, zowel in uitbreidingsplannen als bij afkoppelprojecten (regenwaterriolering). Daarnaast is er ruim 3 km riolering gerelined. Een overzicht van de uitgevoerde rioleringswerkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. Tabel 3.1: uitgevoerde werkzaamheden (in meters)

Maatregel Vervanging [m] Relining [m] Nieuw riool [m] Totaal [m]

2020 1378 314 2757 4448

2021 1791 197 1025 3013

2022 66 1473 119 1658

2023 1071 1269 1257 3597

Totaal 4306 3251 5158 12716

De geplande vervangingswerkzaamheden van de rioolgemalen is wel volgens planning uitgevoerd. Renovatie of vervanging van IBA’s binnen de IBA-wacht is om budgettaire redenen vooruitgeschoven. In de komende planperiode worden hierover keuzes gemaakt.

3.4.5

Overige aspecten Ook in deze planperiode is er opnieuw gebruik gemaakt van de gemeentelijke subsidie om huisaansluitingen van de achterzijde naar de voorzijde van de woningen te brengen. Jaarlijks betreft dit circa 5 tot 10 aansluitingen. Ook is er in de planperiode enkele malen gebruik gemaakt van het Waterbergingsfonds. Primair wordt waterberging op het eigen perceel opgelost, maar als dat niet redelijkerwijs mogelijk is, kan de verplichting daartoe worden afgekocht bij de gemeente. Met waterschap Scheldestromen is verder gewerkt binnen de BOB-overeenkomst voor onderhoud aan de waterlopen. Vrijwel al het achterstallig onderhoud is weggewerkt. Wel dient nog een goede inventarisatie van de oeverbescherming plaats te vinden en dient er aandacht te worden geschonken aan de afspraken over het aanleveren van onderhoudsgegevens. De BOB-overeenkomst zelf is in de planperiode geactualiseerd. In geval van afkoppelprojecten wordt er samen met het waterschap gekeken naar het ontvangende oppervlaktewater, inclusief modellering van de betreffende waterlopen van het ontvangende watersysteem. Waar nodig worden maatregelen aan het watersysteem meegenomen en worden onderlinge afspraken gemaakt over bekostiging en uitvoering.

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-19-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

3.5

Strategie grondwater In de afgelopen planperiode heeft de gemeente Sluis op een enkele locatie nader grondwateronderzoek uitgevoerd met behulp van peilbuizen (Stevinstraat te IJzendijke). Over het algemeen zijn er weinig klachten of meldingen op dit gebied. Bestaande aandachtsgebieden zijn in de planperiode relatief stabiel gebleven. Indien er wel meldingen binnenkomen, wordt er vanuit het waterloket contact gezocht voor beantwoording en eventueel advies. Naast enkele peilbuizen heeft de gemeente ook drainage in openbaar gebied in beheer en onderhoud. Nieuwe drainage wordt mee gelegd tijdens rioolvervangingswerkzaamheden, verwerkt op de revisie en geregistreerd in het rioolbeheersysteem. Bij voorkeur wordt de drainage aangesloten op de inspectieputten van de regenwaterriolering (voor onderhoud). Er is echter geen regulier onderhoudsprogramma voor de drainage in openbaar gebied.

3.6

Middelen en kostendekking Het hoofdstuk ‘middelen en kostendekking’ geeft inzicht in de vooraf geplande financiële consequenties van de werkzaamheden op het gebied van riolering en grondwater. Op basis van de geplande activiteiten is tevens inzichtelijk gemaakt welke personele middelen noodzakelijk zijn.

3.6.1

Personele middelen In het voorgaande GRP is inzichtelijk gemaakt dat er circa 9 fte noodzakelijk is om de geplande gemeentelijke watertaken uit te voeren (binnendienst en buitendienst). Daarbij is als uitgangspunt gehanteerd, dat de gemeente Sluis er voor kiest om een groot deel van deze taken, met name van de binnendienst, uit te besteden (ruim 50%). In de afgelopen planperiode is zijn er 8 functies beschikbaar geweest voor de gemeentelijke watertaken. Daarvan zijn er 3 functies voor de binnendienst en 5 functies voor de buitendienst. Een deel van de werkzaamheden waar de gemeente zelf niet aan toe kwam, is uitbesteed. Dit betreft met name planvorming, advieswerkzaamheden, onderzoek en besteksvoorbereiding. Ook fysieke werkzaamheden als het realiseren van huisaansluitingen is uitbesteed. Ondanks de inhuur van personeel zijn niet alle geplande taken uitgevoerd. Het werken op regiebasis vraagt ook tijd van de vaste medewerkers. Daarnaast zijn participatie en integraal werken een steeds belangrijker onderdeel bij rioleringswerkzaamheden geworden, hetgeen ook tijd en personele inzet kost.

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-20-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

3.6.2

Financiële middelen Omdat de planning van de projecten door verschillende omstandigheden niet is gerealiseerd, zijn ook de uitgaven niet conform de planning uit het voorgaande verbreed GRP geweest. Er zijn financiële middelen overgehouden, waardoor de omvang van de rioolvoorziening is toe genomen in plaats van is afgenomen. In de grotere projecten die gekoppeld zijn aan de investeringen wordt steeds duidelijker zichtbaar dat de doorlooptijd groter wordt. Aspecten als interdisciplinaire afstemming en samenwerking binnen de gemeente, maar ook burgerparticipatie dragen daaraan bij. Dit leidt tot ‘onderuitputting’ van de budgetten. Een heel belangrijke factor daarnaast is dat de doorlooptijd sterk beïnvloed is door de toegenomen voorbereidings- en uitvoeringtstijd van de nutsbedrijven en hun aannemers. Zij dienen tot wel twee à drie jaar vooraf inzicht te hebben in de voorgenomen werkzaamheden middels een conceptontwerp alvorens zij iets kunnen inplannen. De toegenomen doorlooptijd van projecten, maar ook de noodzakelijke inzet van personeel voor integrale en soms ook niet direct riool-gerelateerde projecten en ruimtelijke projecten maken dat de omvang van de rioleringsinvesteringen fluctueert en dat met regelmaat het beschikbare jaarlijkse budget niet volledig is gebruikt. Zoals genoemd is daardoor de omvang van de rioolvoorziening gestegen in de planperiode.

Gedurende de planperiode zijn de kosten voor de rioleringswerkzaamheden gestaag omhoog gegaan. De eenheidsprijzen zijn gestegen, zowel voor de investeringen als de reguliere beheertaken. Voor projecten dient specifieker rekening te worden gehouden met diepte en locatie van de strengen, met kosten voor archeologie en explosievenonderzoek en met toegenomen kosten voor de afvoer van grond. Dit laatste is steeds moeilijker in de directe omgeving en voor sommige projecten is afvoer tegen hoge transportkosten onontkoombaar.

3.6.3

Kostendekking De gemeente ontvangt middelen uit nieuwe rioolaansluitingen en uit de rioolheffing die burgers en bedrijven betalen. Gedurende de planperiode is de rioolheffing jaarlijks gestegen met 1,25% (autonoom) en met een percentage aan inflatie, conform de afspraken uit het voorgaande verbreed GRP. Dit leidt tot een ruim kostendekkend niveau vanaf 2020. Het overschot van de baten wordt in de voorziening gestort.

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-21-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

4

Visie en ambitie In dit hoofdstuk wordt vooruit gekeken. Er wordt een stip op de horizon geplaatst en daar wordt met gepaste ambitie, stapsgewijs en doelgericht naartoe gewerkt. Door vooruit te blikken worden ook kansen zichtbaar. Door deze kansen te benutten kan werk met werk worden gemaakt en kan op sommige momenten hetzelfde worden bereikt tegen minder kosten of meer worden bereikt tegen gelijke kosten. De visie verwoordt de stip op de horizon. In hoofdstuk 2 is de visie reeds verwoord. Deze luidt als volgt. Het hebben en houden van een duurzaam, veilig, gezond, robuust en toekomstbestendig (grond)water- en rioleringssysteem in zowel het bebouwde gebied als het buitengebied van de gemeente Sluis.

4.1

Toelichting visie Grote ombuigingen binnen de rioleringszorg kunnen niet van de een op andere dag worden doorgevoerd. Onderdelen van het rioleringssysteem kennen een lange levensduur. Fysieke ingrepen vereisen veel inspanning en kosten en worden om die reden over meerdere jaren uitgespreid. Met de wetenschap dat veranderingen in de rioleringszorg tijd kosten, is het belangrijk om gedoseerd te bouwen aan een water- en rioleringssysteem dat voldoet aan de omstandigheden zoals die te verwachten zijn over een langere periode van 30 tot 50 jaar. In de navolgende paragrafen wordt vanuit de gemeentelijke watertaken beschreven hoe dit op hoofdlijnen vorm krijgt.

4.1.1

Afvalwater Inwoners en bedrijven binnen de gemeente Sluis produceren afvalwater. De gemeente heeft de wettelijke plicht om dit afvalwater in te zamelen en te transporteren naar de met het waterschap overeengekomen overnamepunten. Daar wordt het afvalwater overgedragen aan het waterschap om te worden getransporteerd en gezuiverd. Het streven van de gemeente Sluis is om het inzamelen en transporteren van het afvalwater uit te voeren tegen de laagst maatschappelijke kosten, zonder daarbij tekort te doen aan haar wettelijke verplichtingen. Daarbij stimuleert zij ook een beperkt gebruik van drinkwater door onder andere voorlichting. Als middel voor transport van afvalwater gebruikt zij riolering.

4.1.2

Hemelwater Als het regent, verdwijnt in de gemeente Sluis veel hemelwater vanaf de verharding in de openbare ruimte ook in de (gemengde) riolering en wordt direct afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Om al dat relatief schone hemelwater te transporteren en

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-22-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

te zuiveren, zijn kostbare voorzieningen nodig en dat kost geld en energie. Door de verandering van het klimaat wordt het bestaande rioolstelsel steeds zwaarder op de proef gesteld. Buien worden heviger en duren langer. Hierdoor neemt het risico op wateroverlast toe. Anderzijds zijn er langere droge perioden met kans op verdroging. Het blijven vergroten van de ondergrondse voorzieningen (riolering) is echter geen optie. Uiteindelijk zullen ondergrondse voorzieningen te klein zijn en het steeds maar vergroten wordt uiteindelijk te kostbaar. Om bij een veranderend klimaat droge voeten te blijven houden, wordt nadrukkelijk ook gekeken naar bovengrondse oplossingen en wordt de samenhang met de (her)inrichting van de openbare ruimte gezocht. Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte worden er daarom twee sporen gevolgd. In de eerste plaats wordt er naar gestreefd om het aantal vierkante meters verharding terug te brengen (straten, wegen, pleinen). Dit heeft als positief effect dat er minder hemelwater wordt opgevangen en dat dit niet afgevoerd hoeft te worden naar de riolering. Tevens vermindert dit op termijn de opwarming van het bebouwd gebied. Als het verminderen van de verharding niet mogelijk of niet gewenst is dan wordt de verharding, waar dit mogelijk is, afgekoppeld.

Dit houdt in dat het afstromende regenwater niet afgevoerd wordt naar de gemengde riolering, maar bijvoorbeeld rechtstreeks naar het oppervlaktewater of naar groenvoorzieningen waarin overtollig hemelwater tijdelijk wordt geborgen en/of kan infiltreren in de ondergrond. Het regenwater kan ook worden afgevoerd via regenwaterriolering, maar er wordt juist ook gekeken naar mogelijke aanpassing van de bovengrondse inrichting van de openbare ruimte (trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’). De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de verwerking van regenwater op zijn eigen perceel. Deze zal steeds vaker actief gestimuleerd en gemotiveerd en soms verplicht worden om een steentje bij te dragen door op eigen terrein voorzieningen te treffen voor infiltratie, buffering of opslag van hemelwater. De perceeleigenaar kan ook een belangrijke bijdrage leveren door verharding te vervangen voor groen. Voorbeelden van stimulering vanuit de gemeente zijn regentonnenacties of ‘tegelwippen’.

4.1.3

Grondwater De grondwaterzorglicht vereist van de gemeente inzicht in het functioneren van het grondwatersysteem en in de bodemopbouw. Daartoe worden de grondwaterstanden gemeten met behulp van een meetnet van peilbuizen. Deze meetgegevens worden met regelmaat geanalyseerd om de ontwikkelingen in het grondwatersysteem te volgen. Uiteindelijk wordt gestreefd naar een passend grondwaterpeil bij de functie van het bovenliggende gebied: niet te nat, maar zeker ook niet te droog. De perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor de ontwatering van zijn eigen terrein. De gemeentelijke zorgplicht richt zich op het openbaar gebied. Om grondwateroverlast te voorkomen en perceeleigenaren de mogelijkheid te bieden hun eigen terrein te ontwateren, stelt de gemeente de bewoners een overnamepunt ter beschikking voor de

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-23-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

afvoer van overtollig grondwater. Dit dient wel doelmatig plaats te vinden, zijnde niet te diep uit oogpunt van verdroging en geen onnodige afvoer van grondwater op het rioolstelsel. Bij projecten legt de gemeente als het nodig is drainage aan in openbaar gebied.

4.1.4

Oppervlaktewater Het is essentieel om een goed ingericht watersysteem te hebben binnen het stedelijk gebied. De toenemende neerslag moet geborgen worden en moet uiteindelijk afgevoerd worden. Het watersysteem biedt voldoende veiligheid tegen hoogwater (langdurig natte perioden) en is klimaatadaptief ingericht. De waterkwaliteit wordt zo veel als mogelijk gewaarborgd. De inrichting en de flora en fauna spelen daarbij een belangrijke rol, onder andere via natuurvriendelijke oevers. Beheer en onderhoud van het oppervlaktewatersysteem vindt plaats in nauwe samenwerking met waterschap Scheldestromen dat de oppervlaktewateren in beheer heeft.

4.1.5

Bedrijfsvoering De gemeente Sluis wil haar riolerings- en watervoorzieningen in goede toestand hebben en houden. Om dit te bereiken, voert zij onderhoudswerkzaamheden uit waarbij zij zich richt op een efficiënt, doelmatig en integraal onderhoudsprogramma. Daarvoor is kennis van het werkelijk functioneren van de voorzieningen een vereiste. Dit wordt verkregen door het monitoren van het functioneren van de rioleringsvoorzieningen, door analyse van de uitgevoerde werkzaamheden en door een goed gegevensbeheer. De gemeente Sluis streeft naar een integrale en duurzame benadering van de afvalwaterketen en het (grond)watersysteem (grondwater, hemelwater en de relatie met het oppervlaktewater). Hierbij wordt samenwerking gezocht met de waterpartners (SAZ+, HZ) en de regionale partners. Integraliteit en samenwerking zijn mogelijkheden om te komen tot kostenbesparingen. Duurzame oplossingen zijn daarbij het doel.

4.2

Ambitieniveau De wettelijke zorgplichten van de gemeente kunnen op verschillende ambitieniveaus worden uitgevoerd: ‘reactief’ (ingrijpen indien nodig), ‘anticiperend’ (planmatig te werk gaan) en ‘toekomstgericht’ (duurzaam inspelen op nieuwe ontwikkelingen). Het ambitieniveau bepaalt het tempo en de middelen waarmee de lange termijn visie wordt vormgegeven en beïnvloedt hiermee voor een deel het kostenniveau en daarmee ook de hoogte van de rioolheffing. Voor alle drie de ambitieniveaus geldt dat deze zo doelmatig mogelijk worden ingevuld. Het gaat erom niet alleen de dingen goed te doen, maar ook de goede dingen te doen. Dit alles binnen een realistische (uitvoerings)planning, afgestemd met alle belanghebbenden binnen de openbare ruimte.

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-24-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

4.2.1

Reactief Het ambitieniveau ‘reactief’ kenmerkt zich door een afwachtende, behoudende houding. Er wordt niet of nauwelijks planmatig te werk gegaan en pas ingegrepen bij regelmatig terugkerende calamiteiten. Overlast vindt af en toe plaats, maar wordt geaccepteerd. De wettelijke en bestuurlijke verplichtingen worden minimaal ingevuld.

4.2.2

Anticiperend In het ambitieniveau ‘anticiperend’ wordt meer planmatig te werk gegaan, waarbij de strategie is gericht op een goede uitvoering van de wettelijke taken en het beperken van risico’s. Overlast wordt zoveel mogelijk voorkomen en de veiligheid wordt gewaarborgd. Daarbij worden de beschikbare middelen en de bestaande ervaring zo efficiënt mogelijk ingezet. De blik is hierbij gericht op de middellange termijn (periode van 5 à 10 jaar), rekening houdend met ontwikkelingen die binnen die termijn op de gemeente afkomen.

4.2.3

Toekomstgericht In het ambitieniveau ‘toekomstgericht’ wordt meer vooruitstrevend te werk gegaan. De strategie is gericht op een lange termijn visie waarin de zorgplichten op een meer duurzame wijze kunnen worden ingevuld. Innovatie en investeringen gaan hand in hand, waarbij via pilots (bijvoorbeeld in SAZ+ verband) ervaring wordt opgedaan, voordat wordt overgegaan tot een eventuele algemene toepassing daarvan. Overlast wordt zoveel mogelijk voorkomen en de veiligheid wordt gewaarborgd. Monitoring van het functioneren van de systemen is een belangrijke informatiebron om hier invulling aan te geven.

4.3

Ambitiematrix In de bijgevoegde tabel (figuur 4.1) zijn de gemeentelijke zorgplichten en de bedrijfsvoering ingevuld voor de drie beschreven ambitieniveaus. De tabel vormt een ambitiematrix op basis waarvan een keuze kan worden gemaakt voor een na te streven ambitieniveau om invulling te geven aan de visie. Dit wordt vervolgens nader uitgewerkt in de strategie van het verbreed GRP Sluis. Het uit te werken ambitieniveau kan desgewenst gedifferentieerd worden over de verschillende zorgplichten om zo te komen tot een optimale mix van activiteiten. Belangrijk om op te merken hierbij is dat het gaat om een ambitiematrix. Dat wil zeggen, een ambitie die de gemeente heeft voor het realiseren van haar lange termijn visie en waar zij, in een realistisch tempo met zorgvuldig gebruik van de haar ter beschikking staande middelen, naar toe werkt. Dat betekent ook dat deze visie voor diverse onderdelen niet per direct vigerend beleid is. De visie en bijbehorende ambitie geven uitdrukking aan het voornemen van de gemeente om specifiek ergens naar toe te groeien, het beleid beschrijft de vigerende uitgangspunten die de gemeente nu hanteert in haar planvorming, beheer en onderhoud en andere activiteiten. Het beleid is vastgelegd in de strategie van het verbreed GRP Sluis.

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-25-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

Figuur 4.1: ambitiematrix

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-26-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

4.3.1

Toekomstscenario Vanuit de ambitiematrix is een toekomstscenario geformuleerd. Het toekomstscenario geeft op hoofdlijnen een beeld waar de gemeente Sluis de komende planperiode voor staat. Het sluit (logischerwijze) aan bij de ambitie zoals die ook in de voorgaande planperiode door de gemeenteraad van de gemeente Sluis is vastgesteld (2019) en waar al handen en voeten aan is gegeven in de afgelopen jaren. Daarnaast zijn, door actief te participeren in de regionale samenwerking en binnen de eigen organisatie, en op basis van de resultaten daarvan te zoeken naar kostenbesparingen en efficiëntere manieren van werken, reeds stappen gezet. Het toekomstscenario is opgenomen in de tabel in figuur 4.1. Uit de ambitiematrix blijkt dat de gemeente in veel gevallen kiest voor het ambitieniveau ‘anticiperend’ of ‘toekomstgericht’. Uit de evaluatie van het voorgaande verbreed GRP Sluis is al gebleken dat de belangrijkste opgaven voor de komende planperiode bestaan uit het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte, maar ook het nauwgezet plannen van de werkzaamheden in samenwerking met de andere partners in de openbare ruimte, met name de met de nutsbedrijven.

4.4

Toetsingskader In de Kennisbank Stedelijk Water is een aparte module opgenomen met daarin een toetsingskader voor de inhoud van een verbreed GRP. Dit sluit als een nadere en meer concrete uitwerking aan op de eerder geformuleerde visie van de gemeente. In het algemeen zijn er drie hoofddoelen die ten grondslag liggen aan de gemeentelijke zorg voor de inzameling en het transport van afvalwater. Dit betreft: • duurzame bescherming van de volksgezondheid; • handhaving van een goede leefomgeving; • duurzame bescherming van natuur en milieu. Deze algemene beweegredenen voor de rioleringszorg worden in het kader van dit verbreed GRP Sluis vertaald naar doelen. Deze doelen maken deel uit van het toetsingskader en zijn weergegeven op de volgende pagina.

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-27-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

Doel 1:

Doelmatige inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde stedelijk afvalwater.

Doel 2:

Doelmatige inzameling van het hemelwater en overtollige grondwater dat niet mag of kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding.

Doel 3:

Transport van het ingezamelde afvalwater, hemelwater en grondwater naar een geschikt lozingspunt.

Doel 4:

Voorkomen van ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater.

Doel 5:

Zo min mogelijk overlast voor de omgeving veroorzaken.

Doel 6:

Doelmatig beheer en een goed gebruik van de gemeentelijke voorzieningen tegen de laagst maatschappelijke kosten en het beheersen van deze kosten.

Het toetsingskader in zijn geheel is opgebouwd uit vier componenten: doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden. De doelen zijn een algemene vertaling van wat de gemeente Sluis wil bereiken, aansluitend op de visie. Vanuit deze doelen zijn eisen afgeleid die aan het functioneren van de riolering als systeem of aan de toestand van de objecten (riolen, putten, randvoorzieningen) worden gesteld, de zogenaamde functionele eisen. Om te kunnen bepalen in hoeverre aan de functionele eisen wordt voldaan, zijn vervolgens maatstaven en meetmethoden geformuleerd. In het onderstaande kader is een voorbeeld van deze werkwijze gegeven. Doelen zijn de beschrijving van het gewenste systeemgedrag, ofwel de gewenste (ideale) situatie voor de toestand en het functioneren van de voorzieningen. Een voorbeeld van een doel is: ‘het voorkomen van vuiluitworp naar het oppervlaktewater’. De functionele eis bij het bovenstaande doel is bijvoorbeeld: ‘de vuiluitworp door overstortingen en regenwaterlozingen moet beperkt zijn’. De maatstaven zijn de getalsmatige precisering van de functionele eis. Een voorbeeld van een maatstaf bij de eerder genoemde functionele eis is: ‘de vuiluitworp vanuit gemengde rioolstelsels mag maximaal 50 kg CZV/ha.jaar zijn’ De meetmethoden tenslotte geven aan op welke wijze wordt getoetst of aan de maatstaven wordt voldaan.

Een voorbeeld van een gangbare meetmethode bij bovenstaande maatstaf is: ‘regenreeks- en vuiluitworpberekening’

De gedetailleerde uitwerking van het toetsingskader is opgenomen in bijlage 3.

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-28-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

5

Overzicht van de aanwezige voorzieningen In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het rioolstelsel van de gemeente Sluis en wordt ingegaan op de aanwezige gemeentelijke voorzieningen voor hemelwater en grondwater in de bestaande situatie.

5.1

Niet aangesloten bebouwing Binnen de gemeente Sluis zijn per 1 januari 2024 nog 754 panden aanwezig die niet beschikken over een voorziening die voldoet aan de eisen van het Besluit activiteiten leefomgeving (Omgevingswet). Voor al deze panden heeft de gemeente Sluis een ontheffing van de zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van het afvalwater gekregen van de provincie Zeeland. Deze ontheffing is geldig vanaf 1 april 2016 voor onbepaalde tijd. In de afgelopen periode is het overzicht niet gerioleerde panden samen met het waterschap geactualiseerd (2022) en is vastgelegd welke panden voorzien zijn van een voorziening die voldoet aan de wettelijke eisen en welke niet.

5.2

Overzicht aanwezige voorzieningen riolering In deze paragraaf wordt ingegaan op de aanwezige voorzieningen voor afvalwater en hemelwater. Dit wordt samengevat onder de noemer ‘riolering’.

5.2.1

Stelsels en systemen Het afvalwater en het hemelwater binnen de gemeente Sluis wordt ingezameld met behulp van verschillende stelsels en systemen. Dit betreft: • gemengde riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater door dezelfde leiding afgevoerd richting (uiteindelijk) de rioolwater-zuiveringsinstallatie (RWZI). • gescheiden riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater via aparte stelsels afgevoerd. Het hemelwater wordt direct geloosd op het oppervlaktewater of lokaal verwerkt. Het afvalwater wordt via een rioolgemaal afgevoerd naar de RWZI. • verbeterd gescheiden riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater via aparte stelsels afgevoerd. Het afvalwater en het eerste, veelal verontreinigde hemelwater worden via een gemaal afgevoerd naar de RWZI. Het overige hemelwater wordt via een regenwateroverstort geloosd op het oppervlaktewater of lokaal verwerkt. • infiltratie: hierbij wordt hemelwater rechtstreeks, via een apart stelsel (infiltratieriool) of via waterdoorlatende verharding in de bodem geïnfiltreerd. • persleidingen: rioolgemalen transporteren het water onder (hoge) druk uit de vrijverval riolen (vaak over langere afstanden) naar een lozingspunt. De leidingen die daarvoor nodig zijn, worden persleidingen genoemd.

• drukriolering: hierbij wordt via pompputten en persleidingen afvalwater (veelal uit het buitengebied) afgevoerd naar het (gemengde) rioolstelsel.

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-29-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

•

IBA’s (Individuele Behandeling van Afvalwater): hiermee wordt het huishoudelijke afvalwater van percelen (veelal in het buitengebied) lokaal behandeld.

De kernen van de gemeente Sluis zijn voor het grootste deel gemengd gerioleerd. Op diverse plaatsen is echter verhard oppervlak van de gemengde riolering afgekoppeld dat rechtstreeks of via regenwaterriolering afvoert naar het oppervlaktewater of in de bodem. Verbeterd gescheiden riolering is met name op bedrijventerreinen terug te vinden. Nieuwere wijken zijn voorzien van gescheiden riolering of maken gebruik van infiltratie. In totaal zijn er ruim 18.000 aansluitingen op de riolering. De gemeente Sluis telt 23.152 inwoners (per 1 januari 2024, bron: gemeente Sluis).

5.2.2

Kenmerken vrijverval riolering In de gemeente Sluis ligt volgens het rioolbeheerbestand per 1 juli 2024 ruim 258 kilometer aan vrijverval riolering. Dit is als volgt onderverdeeld: • gemengde riolering 165,4 km • regenwaterriolering (RWA) 69,0 km • vuilwaterriolering (DWA) 21,0 km • overige riolering 3,0 km • kolken circa 11.000 stuks Een gedetailleerd overzicht van de kenmerken van het rioleringssysteem is opgenomen in de naastgelegen tabel 5.1. Uit een vergelijking met de karakteristieken in het vigerende verbreed GRP blijkt dat er circa 5 km aan lengte riolering is bijgekomen, ofwel 2%. Dit is voor een groot deel regenwaterriolering. De toename van de lengte aan regenwaterriolering wordt grotendeels veroorzaakt door afkoppelwerkzaamheden van de afgelopen planperiode. Daarbij is gemengde riolering vervangen en is er (nieuwe) regenwaterriolering bij gelegd. Ook wordt bij rioolrenovatie (relining van oude riolen) soms een regenwaterriool mee gelegd om verharding af te koppelen. Daarnaast heeft er overdracht van riolering vanuit nieuwbouwlocaties plaatsgevonden. In totaal is er binnen de gemeente Sluis een aanzienlijke hoeveelheid verhard oppervlak aanwezig dat is aangesloten op de riolering (circa 350 ha). Een gedetailleerd overzicht daarvan is opgenomen in het basisrioleringsplan (BRP+).

Het grootste gedeelte van de verharding voert af via de gemengde riolering (circa 235 ha). Door afkoppelwerkzaamheden wordt deze hoeveelheid steeds minder. Naast de verharding in het openbaar gebied en de verharding van dakoppervlakken wordt ingeschat dat er nog een aanzienlijke hoeveelheid verharding vanuit tuinen (opritten en dergelijke) afstroomt naar de gemeentelijke riolering. In de afgelopen planperiode zijn diverse hectaren verharding (zowel wegverharding als dakverharding) van de gemengde riolering afgekoppeld bij rioolvervangingswerkzaamheden.

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-30-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

Tabel 5.1: kenmerken riolering gemeente Sluis (peildatum 1 juli 2024)

Overzicht voorzieningen Opbouw Inwoners gemeente Aansluitingen woningen en bedrijven IBA-aansluitingen (gemeentelijk eigendom)

Omvang 23.240 17.898 64

eenheid personen stuks stuks

Vrijvervalriolering Hoofdriool gemengd Hoofdriool vuilwater Hoofdriool regenwater Infiltratieriool Overstortriool Duiker Huisaansluitleidingen Verhard oppervlak op gemengde riolering Verhard oppervlak op vgs riolering Overstorten extern gemengd stelsel Overstorten (verbeterd) gescheiden stelsel Uitlaten overstortriool / regenwaterriool Randvoorzieningen Bergingskelders

165,4 21,0 64,0 5,0 3,0 3,3 27,5 (ingevoerd) 238 5 88 27 310 2, allen met telemetrie 2

km km km km km km km km ha ha stuks stuks stuks stuks stuks

Mechanische riolering Pompunits Rioolgemalen vuilwater (incl. randvoorzieningen) Drukriolering Lengte persleiding

496 75, allen met telemetrie 107,3 30,3

km stuks stuks km km

Overige voorzieningen Straat- en trottoirkolken Luchtinblaasunits Geurfilterdeksels Lamellen / olieafscheiders Waterpasseerbare verharding Wadi’s Neerslagmeters Peilbuizen ten behoeve van grondwaterstanden Drainage

11.000 32 2 11 6.150 21 8 20 16,7

stuks stuks stuks stuks m2 stuks stuks stuks km

De leeftijdsopbouw van de vrijverval riolering is in de navolgende grafieken weergegeven. Nog goed zichtbaar is de piek in riolering met een aanlegjaar tussen 1970 en 1980. Dit betreft met name gemengde riolering, verspreid over diverse wijken in de verschillende kernen. Daarnaast blijkt uit de grafieken dat er de laatste decennia (sinds 2000) veel riolering is aangelegd, gerenoveerd of vervangen. Nieuwe aanleg betreft daarbij voor een groot deel ook regenwaterriolering. Bij vervanging van de riolering wordt het aanlegjaar aangepast naar het jaar waarin deze werkzaamheden hebben plaatsgevonden.

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-31-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

Ruim 7% van de riolering is ouder dan 1950 jaar en nadert de gemiddelde levensduur die binnen de gemeente Sluis voor een rioolleiding wordt aangehouden. Figuur 5.1: aanlegjaar en lengte (in km) vrijverval riolering (bron: rioolbeheerbestand gemeente Sluis)

60,0

54,5

50,0

46,3

40,0 31,4

30,1 30,0

20,0

24,8 19,1

21,1 18,3 12,7

10,0

0,0 ouder dan tussen 1950 1950 en 1959

tussen 1960 en 1969

tussen 1970 en 1979

tussen 1980 en 1989

tussen 1990 en 1999

tussen 2000 en 2009

tussen vanaf 2020 2010 en en jonger 2019

Figuur 5.2: aanlegjaar en lengte (in km) regenwaterriolering (bron: rioolbeheerbestand gemeente Sluis)

30,0 25,3 25,0 19,7

20,0

15,0 10,1 10,0 4,5

3,8

5,0 2,0

1,1

0,7

1,8

0,0 ouder dan tussen 1950 1950 en 1959

verbreed GRP Sluis definitief rapport

tussen 1960 en 1969

tussen 1970 en 1979

tussen 1980 en 1989

-32-

tussen 1990 en 1999

tussen 2000 en 2009

tussen vanaf 2020 2010 en en jonger 2019

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

Bij hevige neerslag is het gemengde rioolstelsel volledig gevuld en treden de overstorten in werking om overtollig water rechtstreeks op het oppervlaktewater te lozen. In totaal zijn er 88 externe en 7 interne overstorten die deel uitmaken van het gemengde rioolstelsel. Voorts zijn er nog 7 overstorten vanuit de verbeterd gescheiden stelsels en ruim 310 uitlaatconstructies voor het rechtstreeks lozen van hemelwater. Achter twee gemengde overstorten is een randvoorziening aangelegd om de vuiluitworp te reduceren. Daarnaast zijn er ook nog twee bergingskelders.

5.2.3

Gemalen en mechanische riolering Binnen de gemeente Sluis zijn in totaal 73 rioolgemalen aanwezig, exclusief de gemalen van de randvoorzieningen. Deze rioolgemalen zijn in beheer en onderhoud bij de gemeente Sluis. Daarnaast zijn er nog 18 rioolgemalen in beheer en onderhoud bij het waterschap Scheldestromen en 1 gemaal in particulier eigendom. Naast de rioolgemalen kent de gemeente nog 496 minigemalen. Deze minigemalen voeren via drukriolering het huishoudelijk afvalwater af van percelen in het buitengebied. In totaal is er binnen de gemeente Sluis ruim 30 km persleiding aanwezig en ruim 107 km drukriolering. Ook voor deze leidingen wordt uitgegaan van een vervangingstijd van 80 jaar. De totale vervangingswaarde van het rioleringssysteem (vrijverval riolering, gemalen en overige objecten) bedraagt in de orde grootte van 350 miljoen euro uitgaande van traditionele rioolvervanging.

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-33-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-34-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

6

Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. En hoewel dat soms ‘ver weg’ of ‘voor later’ lijkt, zijn de gevolgen nu al merkbaar. Steeds vaker zijn buien zo intensief dat het rioolstelsel de hoeveelheid regen niet aan kan, dat er water op straat blijft staan of soms zelfs bij gebouwen binnen loopt. De warme zomerdagen houden langer aan of leveren nieuwe recordtemperaturen op. Allemaal uitingen van een veranderend klimaat. Klimaatverandering en het daarop inspelen (adaptatie) is van groot belang en nauw verweven met de gemeentelijke watertaken.

6.1

Inleiding De effecten van de veranderingen van het klimaat beïnvloeden het wonen, werken en verblijven in Nederland en in de landen om ons heen, in grote steden en in kleine dorpen. Kortom: de effecten beïnvloeden ieders directe leefomgeving. In het algemeen wordt klimaatverandering vaak gekarakteriseerd door een verhoging van de temperatuur en een toename van de hoeveelheid neerslag en de intensiteit van de neerslag. Er moet rekening worden gehouden met hevigere regenbuien, lange periodes van regenval, periodes van langdurige droogte en hitte en een stijgende zeewaterspiegel. Klimaatadaptatie is het inspelen op de gevolgen van de verwachte klimaatontwikkelingen. Klimaatadaptief handelen overstijgt maatregelen aan alleen het rioleringssysteem. Het vereist dat er ook gekeken wordt op het niveau van het toekomstbestendig inrichten van de openbare ruimte (zogenaamde bovengrondse maatregelen) en naar ondergrondse mogelijkheden voor het opvangen en vasthouden van water. En dat niet alleen in het openbaar gebied, maar ook op particuliere percelen. De afwegingen rondom het treffen van dergelijke maatregelen worden in samenspraak met andere disciplines gemaakt (bijvoorbeeld ruimtelijke ordening, wegen en groen) en externe organisaties zoals het waterschap en nutsbedrijven (energietransitie) en met bewoners.

Daarbij wordt zoveel mogelijk meegelift met andere reeds geplande werkzaamheden in de openbare ruimte. Zowel lokaal als regionaal is in 2022 een strategie vastgelegd over de manier van omgaan met klimaatveranderingen en klimaatadaptatie. Daarvoor zijn er zowel regionaal als lokaal klimaatstresstesten uitgevoerd en zijn er risicodialogen gevoerd (2020). Over het algemeen wordt ingezet op de onderstaande aspecten. • Inzetten op de voorkeursvolgorde: vasthouden van het water in het eigen gebied (indien doelmatig), bergen (bij voorkeur op eigen perceel) en afvoeren. • Creëren van waterberging in het eigen gebied, waarbij de voorkeur uitgaat naar waterberging buiten de kern. Hier is vaak meer ruimte en kan ook de landbouw profiteren van zoetwater in tijden van droogte.

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-35-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

• • • • •

6.2

Infiltreren van hemelwater daar waar het kan (ondergrond afhankelijk). Vergroenen van het stedelijk gebied, zowel de openbare ruimte als de particuliere percelen. Beperken van verhardingen, verhardingen zijn waterdoorlatend of lopen rechtstreeks af naar openbaar groen. Klimaatadaptief bouwen. Acceptatie van water op straat (waterhinder).

Klimaatadapatiestrategie Sluis In vervolg op de uitgevoerde stresstest en de risicodialoog is, in samenwerking met de andere Zeeuws-Vlaamse gemeenten, voor heel Zeeuws-Vlaanderen een klimaatadaptatiestrategie met bijbehorende uitvoeringsagenda opgesteld. Aan de hand van alle informatie uit de stresstest en risicodialoog zijn de opgaven per thema (hitte, droogte, wateroverlast en overstroming) in beeld gebracht. In de klimaatadaptatiestrategie wordt de labelsystematiek geïntroduceerd. Per thema zijn labels gedefinieerd die variëren van label A (geen overlast) naar label E (veel overlast of zelfs schade). Figuur 6.2: methodiek klimaatlabels (bron: klimaatadaptatiestrategie Zeeuws-Vlaanderen)

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-36-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

Het thema wateroverlast wordt onderverdeeld in ‘water op straat’, ‘water tegen de panden’ en ‘hoge grondwaterstanden’. Bij het thema droogte wordt de ‘gemiddeld laagste grondwaterstand’ als criterium gehanteerd. Bij hitte speelt de ‘gevoelstemperatuur’ en het stedelijk hitte-eiland effect een rol. Onderliggend wordt ook gekeken naar het aantal tropische nachten. Als landelijk geaccepteerde oplossingsrichting voor zowel wateroverlast, droogte en hitte is het percentage groen in de openbare ruimte meegenomen. Met behulp van de verzamelde informatie is aan elke straat in het bebouwde gebied van ZeeuwsVlaanderen per thema een label gekoppeld voor de huidige situatie (2021). Samengevat kent de Klimaatadaptatiestrategie Zeeuws-Vlaanderen 2021-2025 de onderstaande doelen en uitgangspunten. • Vooralsnog is het streven om voor alle thema’s te voldoen aan label B; • Na elke herinrichting van de bestaande openbare ruimte moet het klimaatlabel voor ieder thema minimaal één stapje omhoog tot label B voor dat thema is bereikt; • De komende jaren wordt ervaring opgedaan met de klimaatlabels.

Daarna worden de labels (indien noodzakelijk) aangepast en gebied-specifiek gemaakt; • Bij nieuwe ontwikkelingen geldt voor zowel (toekomstig) particulier als nieuw openbaar terrein dat de ontwikkeling minimaal volgens label B gerealiseerd moet worden Het is de bedoeling om de klimaatlabels in de komende jaren te vertalen naar ontwerpeisen en naar inrichtingsprincipes. Ook is het de wens om deze te verankeren in alle lagen van de gemeentelijke organisatie. De overkoepelende ambitie voor klimaatadaptatie in de gemeente Sluis is om in 2050 een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting te hebben, waardoor alle inwoners van de gemeente zijn beschermd tegen weersextremen. Daaronder valt niet alleen wateroverlast als gevolg van hevige neerslag, maar ook de gevolgen van droogte en hitte. Daartoe wordt klimaatadaptatie, voor zover van toepassing, altijd meegenomen bij het afwegen van maatregelen en onderzoeken binnen de gemeentelijke organisatie. De concrete maatregelen die in de uitvoeringsagenda voor de gemeente Sluis zijn opgenomen, maken integraal onderdeel uit van de vervangingsplanning die in dit verbreed GRP Sluis is uitgewerkt. Het proces van klimaatadaptatie moet periodiek herhaald worden met een frequentie van eenmaal per zes jaar.

Indien zich in een (deel)gebied nauwelijks grote wijzigingen hebben voorgedaan, kan het proces in een geminimaliseerde vorm worden uitgevoerd. Aanleiding voor aanpassingen kan een wijziging van inzichten zijn of het optreden van klachten die eerder niet bekend waren.

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-37-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

6.3

Hemelwaterzorgplicht Het klimaatadaptief handelen van de gemeente is mede een invulling van de gemeentelijke hemelwaterzorgplicht die in de Omgevingswet is benoemd. De hemelwaterzorgplicht is in de Omgevingswet (artikel 2.16, lid 1, onder a, onder 1°) vastgelegd met de onderstaande bewoordingen. 1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.

De hemelwaterzorgplicht heeft betrekking op het op een perceel verzameld hemelwater, waarvan de houder zich niet anders kan ontdoen dan door het aan de gemeente als inzamelaar over te dragen. De zorgplicht omvat in beginsel dan ook niet meer, dan het door de gemeente aanbieden van een voorziening, waar(in) het hemelwater geloosd kan worden. Er bestaat een beleidsmatige voorkeur voor gescheiden rioleren. Bij nieuwbouwwijken wordt deze situatie direct gerealiseerd, in bestaande situaties wordt dit nader afgewogen. Aandachtspunten in dit geval zijn het voorkomen van foutieve aansluitingen en het voorkomen van problemen met ontluchting. Bij het aanbieden van een voorziening heeft de gemeente een zekere beleidsvrijheid, waarbij voor de meest doelmatige oplossing zal worden gekozen. Doelmatigheid uit zich hierbij onder meer in een afweging van de kosten van maatregelen, mogelijkheden om aan te haken bij andere maatregelen (bijvoorbeeld afkoppelen), de duurzaamheid van maatregelen, aspecten ten aanzien van beheer en onderhoud en uniformiteit (één gelijke maatregel voor een hele straat in plaats van diverse ad-hoc oplossingen). De gemeente Sluis treft enkel maatregelen in de openbare ruimte. Uit doelmatigheidsoverwegingen worden afkoppelmaatregelen in bebouwd gebied waar mogelijk mee genomen in de uitvoering van een project.

Het ontharden en vergroenen van particuliere terreinen is een punt van aandacht. Dit wordt gestimuleerd voor bestaande bouw en bewust meegenomen in de ontwerpfase bij nieuwbouw. Het oppervlakkig afvoeren en/of infiltreren van hemelwater is afhankelijk van de mogelijkheden van een gebied, maar kent de primaire voorkeur van de gemeente bij projecten. In bestaande situaties, waar geen oppervlaktewater aanwezig is of er geen ruimte of mogelijkheid is om infiltratievoorzieningen aan te leggen, zal noodzakelijkerwijs gekozen moeten worden voor ondergrondse oplossingen. Bij nieuwe ontwikkelingen echter zal nadrukkelijk gekeken worden naar de mogelijkheden van oppervlakkige afvoer en het niet aanleggen van een hemelwaterstelsel. Leidraad daarbij is de voorkeursvolgorde ‘vasthouden – bergen – afvoeren’ van water.

verbreed GRP Sluis definitief rapport

-38-

R024.P260/R006/RHOU 11 september 2024

6.4

Beperken van wateroverlast Zoals genoemd leidt klimaatverandering tot het vaker ontstaan van lokale, hevige regenbuien. Het rioolstelsel kan het aanbod van hemelwater in zulke extreme gevallen niet altijd goed aan, waardoor water-op-straat optreedt. Deze water-op-straat situaties zijn nagenoeg onvermijdelijk, waardoor soms waterhinder of wateroverlast kan ontstaan. Ten aanzien van het beperken van wateroverlast in het algemeen is de gemeente op verschillende fronten actief. Het verminderen van het risico op wateroverlast is daarbij het belangrijkste doel. Water kan soms nog op straat blijven staan (waterhinder), maar de inzet is dat water niet de woningen binnen kan lopen (wateroverlast). Waterhinder

= ruime plasvorming op straat en/of tijdelijk water-op-straat geen problemen voor woningen of stremming van vitale infrastructuur.

Wateroverlast = water stroomt bebouwing binnen en er is sprake van schade, vitale infrastructuur (bijvoorbeeld wegen naar kwetsbare voorzieningen) is gestremd. De gemeente Sluis legt de grens tussen wateroverlast en/of waterhinder bij het ontstaan van schade aan eigendommen en het belemmeren van de veiligheid in een gebied. Bij het ontstaan van schade is de afweging of dit een incident (overmacht) is of een structureel probleem. Als aanrijtijden van hulpdiensten in het geding komen door wateroverlast in de hoofd-aanrijroutes wordt onderzocht of (tijdelijke) maatregelen het knelpunt kunnen verminderen. Belangrijk is hierbij het besef dat het praktisch en financieel onmogelijk is om iedere neerslagsituatie te verwerken via de riolering. De riolering heeft, net als andere infrastructuur, uit het oogpunt van doelmatigheid een maximale capaciteit. Als de ondergrondse leidingen volledig gevuld zijn, moet het hemelwater bovengronds worden geborgen en afgevoerd. Hierbij valt te denken aan straten, parkeerterreinen en openbaar groen. Water-op-straat is daarmee een belangrijke vorm van waterberging en een essentieel deel van de oplossing om wateroverlast te voorkomen, hoe hinderlijk het soms ook is. Maar schade (bijvoorbeeld doordat water woningen binnenstroomt) moet zoveel als mogelijk worden voorkomen. Maatregelen zijn er dan ook op gericht om de kans op wateroverlast te verkleinen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=512a3037-56a0-4a61-884e-2275a7852f6b