CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

a notitie inspraak en overleg Regiopark 10022022 anoniem

Commissie Ruimte/AB 8 maart 2022, gemeente SluisBij agendapunt: Notitie ter inzage leggen ontwerp bestemmingsplan Regiopark Oostburg46.220 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Conclusie inspraakreactie 8 a. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. b. Dit punt geef aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Verwezen wordt naar de conclusies in hoofdstuk 3. De verkeerssituatie in de Nieuwstraat wordt nader bekeken. De Aeriusberekening wordt aangepast en verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan. c. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. d. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Verwezen wordt naar de conclusies in hoofdstuk 3 en de voorgestelde zonering in hoofdstuk 5. e. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. f. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. g. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Volledigheidshalve wordt verwezen naar de conclusie van paragraaf 3.1. h. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. i. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Volledigheidshalve wordt verwezen naar de conclusie van paragraaf 3.2. j. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Verwezen wordt naar de conclusies uit paragraaf 3.1 en 3.3. k. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Verwezen wordt naar de conclusies uit hoofdstuk 3. l.

Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Verwezen wordt naar de conclusies uit paragraaf 3.2 en 3.3.

37

m. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. n. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan, hiervoor wordt verwezen naar de conclusie van paragraaf 3.3. In de toelichting op het bestemmingsplan wordt de onder n geformuleerde tekst over het toevoegen van de woning opgenomen. o. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. p. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Verwezen wordt naar de conclusies uit paragraaf 3.1. q. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Verwezen wordt naar de conclusies uit paragraaf 3.1. r. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Volledigheidshalve wordt verwezen naar de conclusie van paragraaf 3.2. s. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. t. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. u. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. v. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. w. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. x. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. y. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. z. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan.

Inspreker 9 ontvangen 2 maart 2021 Samenvatting inspraakreactie 9 a. Inspreker vind het plan van Van Damme vaag en niet concreet gebaseerd op onbekende trends in toerisme waardoor het tientallen jaren onduidelijk zal zijn wat het eindplaatje is. b. Volgens inspreker ontbreken er regels en definities of zijn onduidelijk en er zijn tegenstrijdigheden. Ook zijn aanduidingen niet terug te vinden op de afbeelding en ontbreken bouwlocaties (bouwvlakken). c. Omdat een woning wordt toegestaan voldoet het plan niet aan de oorspronkelijk verkoopvoorwaarden van de gemeente. d. Inspreker denkt dat op basis van het nieuwe bestemmingsplan in tegenstelling tot de voorwaarden van de prijsvraag wel verblijfsrecreatie als hoofdfunctie mogelijk is binnen het plangebied. 1. Inspreker geeft het doorlopen proces chronologisch weer en vraagt of de overige inschrijvingen goed zijn afgewogen, besproken en gewaardeerd op basis van kwaliteit of is enkel financiën leidend geweest? 2. Waarom heeft het ruim twee jaar geduurd voordat de gemeenteraad werd geïnformeerd? 3. Waarom zijn niet alle prijsvraaginschrijvingen openbaar? 4. Kan er sprake zijn van belangenverstrengeling en is de gemeente onafhankelijk omdat de gemeente de verkoper is van het plangebied? e. Inspreker is van mening dat het plan geen maatschappelijke bijdrage in zich heeft en geen toegevoegde waarde voor de leefomgeving.

Inspreker vindt het plan slecht voor flora en fauna die vernielt en/of vernietigt wordt en vindt het plan vooral veel geluidsoverlast brengen welke gevolgen heeft voor de gezondheid. Er is geen draagvlak voor het plan en er is twijfel over de economische haalbaarheid. Het plan biedt daarnaast niets extra’s en inspreker verwijst als voorbeeld naar diverse campings in Zeeuws-Vlaanderen die volgens inspreker vergelijkbaar zijn qua activiteiten met de activiteiten die plaats gaan vinden binnen het plangebied. Alle activiteiten en ontwikkelingen vinden volgens inspreker al plaats binnen de gemeente Sluis. f. Inspreker stelt een alternatief voor met een verbindingszone naar de nabij gelegen Sophiapolder zodat er een groot natuurgebied ontstaat conform provinciaal beleid. In de nadere motivering van de inspraakreactie worden naast bovenstaande punten de volgende punten benoemd. g. Inspreker is van mening dat de belangen van omwonenden/inwoners van Oostburg niet goed zijn afgewogen. h. Een Milieu effect rapportage (MER) ontbreekt bij het bestemmingsplan, inspreker is van mening dat deze voorafgaand aan de procedure moet worden opgemaakt. i. Inspreker vindt dat bij elke toekomstige handeling binnen het Regiopark er een zorgplicht moet gelden voor plant en dier.

38

j.

Voor inspreker is het onduidelijk of de voorloper van dit bestemmingsplan, bestemmingsplan Buitengebied Sluis of Kom Oostburg betreft? k. Verder vindt inspreker dat er geen sprake is geweest van burgerparticipatie en dat daardoor het plan in strijdt is met de eigen beleidsvisie ‘Krachtig Verbonden’ van de gemeente. Hierbij is de gemeente voorbijgegaan aan de oproep van inwoners om niet langer in te steken op massatoerisme. l. Inspreker vindt dat de conclusies en aanbevelingen uit het archeologisch onderzoek van 2008 betrokken moeten worden bij de afweging van dit plan. Inspreker wijst er tevens op dat de beoogde gebouwen op riolering, elektra en glasvezelkabel aangesloten worden. Inspreker veronderstelt dat hiervoor dieper dan 40 centimeter onder maaiveld gegraven moet worden. m. Inspreker heeft twijfel bij het geluidonderzoek en de vermelde aantallen en berekening van de verkeersbewegingen, dit mede omdat het onderzoek niet onafhankelijk is opgemaakt. Inspreker is van mening dat de vermelde aantallen niet gehanteerd kunnen worden bij de berekeningen van de benodigde parkeerruimte en geluidbelasting. Inspreker stelt dat het parkeerterrein tevens gebruikt zal worden als camperplaats waardoor er onvoldoende parkeergelegenheid is. Inspreker wijst er op dat het plan niet voorziet in laadpalen voor elektrische auto’s en een servicepunt om de accu’s van e-bikes op te laden.

Inspreker wijst op het ontbreken van een voetpad aan de zijde van de Nieuwstraat. n. Het natuuronderzoek is niet compleet en richt zich enkel op de fauna. Onderzoek naar flora ontbreekt wat alsnog uitgevoerd zou moeten worden. Tevens is inspreker van mening dt het Natuuronderzoek Euregiotuinen Oostburg verouderd is. Inspreker vraagt waarom figuur 7 uit de toelichting op het voorontwerp bestemmingsplan afwijkt van de schets in het bij het bestemmingsplan toegevoegde natuuronderzoek. o. Inspreker komt tot de conclusie dat groepsverblijven zijn toegestaan binnen 10 meter vanaf de perceelsgrens van het plangebied. p. Inspreker is positief over de realisatie van een voedselbos. Inspreker vraagt zich af of avontuurlijk spelen samen kan gaan met de realisatie van een voedselbos. q. Inspreker stelt dat niet is vastgelegd in het bestemmingsplan waar de (meerdaagse) evenementen zullen plaatsvinden. r. Inspreker is van mening dat initiatiefnemer hoofdelijk aansprakelijk gesteld moet worden voor planschade en een volledig herstel van flora en fauna in het plangebied. De gemeente moet zich garant stellen in het geval initiatiefnemer hierbij in gebreke blijft. Bovendien twijfelt initiatiefnemer aan de economische haalbaarheid van het plan. s.

Inspreker stelt dat in het bestemmingsplan ‘Regiopark Oostburg’ de bestemming Bedrijf ontbreekt zodat kleine horeca en startups op basis van het bestemmingsplan niet mogelijk zijn. Inspreker vraagt zich bovendien af of de startups risico kunnen opleveren voor de bezoekers van het Regiopark. t. Inspreker is van mening dat de verblijfsrecreatie zoals mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan niet kleinschalig is. u. Inspreker stelt in zijn inspraakreactie twee alternatieve plannen voor namelijk een plan met meer natuur (alternatief 1) en een plan gericht op het creëren van niet-toeristische werkgelegenheid (alternatief 2). v. Inspreker stelt vragen over de prijsvraag die overeenkomen met punt n uit inspraakreactie 8. w. Inspreker suggereert belangenverstrengeling nu gemeente de verkopende partij is. x. Inspreker stelt dat de ladder voor duurzame verstedelijking wel van toepassing is op het plan. y. Inspreker stelt dat de afstand tussen het terrein van Regiopark en natuurgebied het Groote Gat kleiner is dan 95 meter zoals in de toelichting op het bestemmingsplan is aangegeven. z. Inspreker trekt de volledigheid van het bodemonderzoek in twijfel. Zo is er niet gezocht naar PFAS. Er heeft eveneens geen onderzoek naar explosieven plaatsgevonden. aa. Het plan suggereert dat het aanwezige water geschikt is als zwemwater. Inspreker vraagt zich af of dit het geval is. bb.

Inspreker vraagt zich af of de aanleg van wegen binnen het Regiopark vergunningplichtig is. cc. Inspreker geeft aan de aanduiding ‘groen’ niet terug te kunnen vinden op de verbeelding. dd. Inspreker vraagt om vormen van gemotoriseerde sport uit te sluiten. ee. Inspreker vraagt verduidelijking over de evenementen. Inspreker ziet graag voorwaarden terug met betrekking tot alcoholgebruik, het met grote regelmaat verrichten van geluidmetingen en het voorkomen van lichtvervuiling door hoge lichtmasten. ff. Inspreker wil graag dat invulling gegeven wordt aan de voorwaarden dat na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan het Regiopark geheel in handen komt van initiatiefnemer, dat het

39

Regiopark niet verkocht mag worden door initiatiefnemer noch dat het Regiopark geheel of gedeeltelijk verhuurd mag worden door initiatiefnemer. gg. Tot slot stelt inspreker dat de horeca in het Regiopark niet hoger mag zijn dan categorie 1. Tot slot wordt opgemerkt dat inspreker de onafhankelijkheid van de door initiatiefnemer ingeschakelde adviesbureaus in twijfel brengt. Het betreft adviesbureaus die diverse ondernemers en particulieren binnen onze gemeente bijstaan in ruimtelijke procedures. Er is geen aanleiding om aan de onafhankelijkheid en deskundigheid van deze adviesbureaus te twijfelen. Om die reden wordt hierop bij de overwegingen en conclusie niet nader ingegaan. Bij de inspraakreactie zijn door inspreker een aantal bijlagen gevoegd met name over het onderwerp natuur en de bescherming daarvan en informatie over voedselbossen. Overwegingen inspraakreactie 9 a. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het plan toegelicht. In de regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksregels vastgelegd. Hiermee zijn de mogelijkheden voor het plangebied duidelijk vastgelegd (rechtszekerheid voor initiatiefnemer en omwonenden. Binnen die mogelijkheden kan sprake zijn van organische ontwikkeling, niet alle bouwmogelijkheden moeten bijvoorbeeld direct ingevuld worden. Ontwikkelingen buiten dit kader zijn niet mogelijk.

Daarnaast wordt verwezen naar paragraaf 3.4. b. Gelet op de voorgestelde wijzigingen op het plan wordt voor de overweging op dit punt verwezen naar hoofdstuk 3. c. Ten aanzien van de te realiseren woning wordt het volgende overwogen. Het college heeft op 24 mei 2016 een besluit genomen over de openbare verkoop van de Euregiotuinen en de bijbehorende voorwaarden. Ten aanzien van woningbouw heeft het college op dat moment het volgende overwogen. `Woningbouwontwikkeling wordt niet toegestaan op deze locatie. Gelet op de huidige woningmarktsituatie en de regionale woningmarktafspraken is hier geen behoefte aan. Wel kan maximaal 1 (bedrijfs)woning worden toegestaan behorend bij de hoofdfunctie van de nieuwe invulling.` In de publicatie van de prijsvraag is aangegeven dat woningbouwontwikkeling niet wordt toegestaan op deze locatie. De realisatie van 1 (bedrijfs)woning wordt niet gezien als woningbouwontwikkeling en is in lijn met het genomen collegebesluit. Dit is ook zo gecommuniceerd met belangstellenden die contact met de gemeente hebben opgenomen naar aanleiding van de publicatie van de prijsvraag. In de ontwikkeling Regiopark Oostburg is de bouw van één woning voorzien. In basis wordt daarbij gedacht aan de functie bedrijfswoning. De wens is nadrukkelijk aanwezig om een meer flexibel gebruik van de woning niet bij voorbaat uit te sluiten.

Daarom wordt een reguliere woonbestemming toegepast. Dit laatste betekent dat op basis van de ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling de behoefte aan deze ene woning moet worden aangetoond. In 2020 is een procesplan tussen de provincie en de gemeente overeengekomen, het Plan van Aanpak Plancapaciteit. Doel daarvan is om niet langer op aantallen maar meer op woonkwaliteit te sturen. In deze geldt het vereiste dat de woning gerealiseerd moet worden als nultredenwoning en daarmee in basis aan de gewenste woonkwaliteit voldoet. Voor de toevoeging van één woning volgt de verantwoording uit de resultaten van de acties die gemeente en provincie samen uitvoeren in het kader van voornoemd Plan van Aanpak. d. Ten aanzien van de prijsvraag hebben wij het volgende overwogen. Naar aanleiding van de prijsvraag zijn er 9 plannen zijn ingediend. Deze plannen zijn zeer divers qua functie en ook qua biedingen. Na beoordeling van de plannen aan de hand van de gestelde voorwaarden is er een top 3 opgesteld van de plannen. Vervolgens zijn de onderhandelingen gestart met de eerste keuze. Dit heeft geleid tot een definitieve overeenkomst zowel financieel als inhoudelijk qua plannen. Dit vormde de basis om deze plannen te communiceren. De indieners van de overige plannen hebben deze vertrouwelijk ingediend en verwachten ook dat wij er als overheid als zodanig mee omgaan.

De overige plannen worden daarom door ons niet gecommuniceerd gelet op de vertrouwelijkheid en het feit dat ze niet worden gerealiseerd op de locatie Euregiotuinen. Het geeft de initiatiefnemers de ruimte om er op een andere wijze/ locatie invulling aan te geven. e. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 3 van dit inspraakdocument. f. In 2017 heeft de gemeente Sluis een prijsvraag uitgeschreven waarbij belangstellenden uitgenodigd werden een bod te doen op de gronden van het plangebied met daarbij een plan voor de ontwikkeling van deze gronden. Eénieder heeft via deze prijsvraag de kans gehad om een ontwikkelingsplan in te dienen. De realisatie van een natuurgebied maakt geen onderdeel uit van het gehonoreerde plan.

40

g. Van uw mening is kennis genomen, wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat ook de inspraakprocedure is benut om iedereen de gelegenheid te geven zijn/haar visie op het plan te geven. h.In bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig (bijlage C en D), projectmer-plichtig (bijlage C) of mer-beoordelingsplichtig (bijlage D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Onder deze drempelwaarden is een ontwikkeling niet rechtstreeks planmer-, projectmer of mer-beoordelingsplichtig. Het realiseren van een themapark is een activiteit die is vermeld op de D-lijst bij het Besluit milieueffectrapportage. Waarbij vervolgens is aangegeven dat het moet gaan om plannen die uitgaan van 250.000 bezoekers per jaar of meer, een oppervlakte van 25 hectare of meer, een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied. Het voorontwerp bestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen gaat uit van 75.000 bezoekers per jaar, het plangebied heeft een oppervlakte van ruim 13 hectare.

Een gevoelig gebied is in het Besluit milieueffectrapportage gedefinieerd als: gevoelig gebied: -een gebied dat krachtens artikel 2.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming is aangewezen als Natura 2000-gebied; -een kerngebied, begrensd natuurontwikkelingsgebied of begrensde verbindingszone, dat deel uitmaakt van de ecologische hoofdstructuur, zoals die structuur is vastgelegd in een geldend bestemmingsplan of, bij het ontbreken daarvan, in een geldende structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening, of, bij het ontbreken daarvan, zoals die structuur voorkomt op de kaart Ecologische Hoofdstructuur, behorend bij deel 4 van het Structuurschema Groene Ruimte (LNV-kenmerk GRR-95194); -een gebied met behoud en herstel van de bestaande landschapskwaliteit, zoals dat gebied is vastgelegd in een geldend bestemmingsplan of, bij het ontbreken daarvan, in een geldende structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening, of, bij het ontbreken daarvan, zoals dat gebied voorkomt op de kaart Landschap, behorend bij deel 4 van het Structuurschema Groene Ruimte; -een krachtens artikel 1.2, tweede lid, onder a, van de wet bij provinciale verordening aangewezen gebied met uitzondering van de zones waar het met het oog op de bescherming van het diepe grondwater is verboden te boren; -een gebied dat krachtens artikel 3.1 van de Erfgoedwet is

aangewezen als rijksmonument; -een Belvedere-gebied als bedoeld in de bijlage ‘Gebieden’ bij de nota ‘Belvedere, beleidsnota over de relatie tussen cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting’ (Kamerstukken II 1998/99, 26 663, nr. 2) voorzover dat is vastgelegd in een geldende structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening of geldend bestemmingsplan. Op basis van het Besluit milieueffectrapportage wordt het plangebied niet aangemerkt als gevoelig gebied. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan ruim onder de waarden van bijlage D van het Besluit Milieueffectrapportage zit waardoor een mer-beoordelingsplicht (en dus ook een planmer- of projectmer) niet aan de orde is. i. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.4. j. Het bestemmingsplan ‘Regiopark Oostburg’ vervangt ter plaatse van het plangebied het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sluis’ (www.ruimtelijkeplannen.nl). k. In 2017 heeft de gemeente Sluis een prijsvraag uitgeschreven waarbij belangstellenden uitgenodigd werden een bod te doen op de gronden van het plangebied met daarbij een plan voor de ontwikkeling van deze gronden. Eénieder heeft via deze prijsvraag de kans gehad om een ontwikkelingsplan in te dienen. Vervolgens is een voorontwerpbestemmingsplan tot stand gekomen.

Het voorontwerp bestemmingsplan heeft met ingang van 28 januari 2021 gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn werd iedereen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een inspraakreactie in te dienen. Inspraak is een vorm van burgerparticipatie, die bij dit project is toegepast op basis van de door de raad vastgestelde inspraakverordening inspraakverordening (in werking getreden op 22 augustus 2008) en waaraan conform de huidige wetgeving uitwerking aan is gegeven. Zoals in het visiedocument

41

‘Krachtig Verbonden 2021-2025’ is aangegeven wordt burgerparticipatie wettelijk verplicht bij de invoering van de Omgevingswet. Hoe deze verplichting in de toekomst onder de Omgevingswet tot uitvoering zal worden gebracht is in deze procedure echter niet relevant, aangezien wij ons moeten baseren op de huidige geldende wet- en regelgeving. l. De gemeenteraad van Sluis heeft in 2017 de eerste herziening van de Beleidsnota Archeologie vastgesteld met daarin een archeologische beleidskaart. Deze is vertaald in het Parapluplan Archeologie, dat op 29 januari 2019 is vastgesteld. De uitgangspunten hieruit zijn één op één overgenomen in de toelichting en de regels van het bestemmingsplan. In dit geval dient er geen nieuw onderzoek uitgevoerd te worden omdat op deze manier het vigerend archeologiebeleid van de gemeente Sluis goed vertaald zijn. Bekende vindplaatsen, gebaseerd op eerdere archeologieonderzoek, zijn meegenomen in de Beleidsnota Archeologie en het Parapluplan Archeologie. m. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 6. Ten aanzien van de verkeerssituatie in de Nieuwstraat overwegen wij het volgende. Omdat de verkeerssituatie in de Nieuwstraat nu al als gevaarlijk wordt ervaren is de vraag of hiervoor maatregelen getroffen moeten of kunnen worden.

De verkeersgeneratie van het plan kan wel afgewikkeld worden via de toegang aan de Nieuwstraat, daarom staat dit punt los van de bestemmingsplanprocedure. Geconcludeerd kan worden dat dit punt vooralsnog geen aanleiding geeft tot aanpassing van het bestemmingsplan, maar dat de komende tijd benut zal worden om de verkeersituatie in de Nieuwstraat - in overleg met omwonenden - goed in beeld te brengen en te bezien of hier nadere maatregelen noodzakelijk zijn. Voorzieningen voor het opladen van elektrische auto’s en e-bikes zijn toelaatbaar op basis van het voorliggende bestemmingsplan. n. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.4. Ten aanzien van fauna wordt hierop het volgende aangevuld. In het natuuronderzoek is in hoofdstuk 1 aangegeven dat ook is gekeken naar beschermde vaatplanten. Deze zijn niet aangetroffen, maar verzuimd is om deze constatering in de rapportage op te nemen. o. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 3. p. Over het realiseren van voedselbos moet een misverstand weggenomen worden. U merkt terecht op dat een voedselbos qua schaal niet in te passen is in het plangebied. Bovendien past dit niet in de voorgestelde bestemmingsregeling. Het is wel de bedoeling om het plangebied aan te vullen met bomen en struiken met bijvoorbeeld eetbare bessen en noten.

Mensen die wandelen in het plangebied hebben dan de mogelijkheid om in het seizoen bijvoorbeeld vruchten te plukken of noten te verzamelen. Dit heeft zowel een recreatief als educatief karakter en hoeft niet specifiek in het bestemmingsplan geregeld te worden. q. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.4. r. De Wro (Wet ruimtelijke ordening) geeft in artikel 6.1 aan dat een belanghebbende onder bepaalde voorwaarden en beperkingen recht kan doen gelden op vergoeding van schade als gevolg van de bepalingen van een bestemmingsplan of bijvoorbeeld een besluit omtrent het afwijken van het bestemmingsplan. Een aanvraag om vergoeding van planschade moet worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Planschade kan alleen gemeld worden als het planologisch besluit onherroepelijk is. Dat betekent dat het niet meer mogelijk is om bezwaar of beroep aan te tekenen tegen het planologische besluit bij de rechtbank of de Raad van State. Planschade verjaart 5 jaar na het onherroepelijk worden van het planologisch besluit. Dit betekent dat na die tijd geen planschade meer gemeld kan worden. Meer informatie is te raadplegen via de website van de gemeente Sluis:

Planschade melden - Website gemeente Sluis In de anterieure overeenkomst worden afspraken tussen de gemeente en een initiatiefnemer vastgelegd over het ontwikkelen (bebouwen) van een bepaald perceel. Een anterieure overeenkomst is een privaatrechtelijke overeenkomst, waarin de initiatiefnemer zich verplicht tot het betalen van een bijdrage in de kosten die door de gemeente gemaakt moeten worden om de grondexploitatie mogelijk te maken. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de kosten van de aanleg van infrastructuur of aanbapssing van het bestemmingsplan. Daarnaast wordt in deze overeenkomst vastgelegd dat de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor eventuele planschade en de uitbetaling hiervan. Planontwikkeling door de initiatiefnemer is voor eigen rekening en risico. Eén van de voorwaarden voor vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is ondertekening – door beide partijen – van de anterieure overeenkomst. s. Horeca is mogelijk op basis van de regels en verbeelding van het bestemmingsplan ‘Regiopark

42

Oostburg’. Hiervoor is een aanduiding opgenomen. Wat betreft de start-ups (broedplaats voor bedrijvigheid) is uw conclusie juist, namelijk dat hiervoor een aanduiding ontbreekt. Verwezen wordt hiervoor naar onze overweging in paragraaf 3.2. t. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.3. u. Met betrekking tot de door u geopperde alternatieve plannen overwegen wij het volgende. In 2017 heeft de gemeente Sluis een prijsvraag uitgeschreven waarbij belangstellenden uitgenodigd werden een bod te doen op de gronden van het plangebied met daarbij een plan voor de ontwikkeling van deze gronden. Eénieder heeft via deze prijsvraag de kans gehad om een ontwikkelingsplan in te dienen. Het indienen van een nieuw plan is nu niet aan de orde. v. Ten aanzien van de prijsvraag hebben wij het volgende overwogen. Naar aanleiding van de prijsvraag zijn er 9 plannen zijn ingediend. Deze plannen zijn zeer divers qua functie en ook qua biedingen. Na beoordeling van de plannen aan de hand van de gestelde voorwaarden is er een top 3 opgesteld van de plannen. Vervolgens zijn de onderhandelingen gestart met de eerste keuze. Dit heeft geleid tot een definitieve overeenkomst zowel financieel als inhoudelijk qua plannen. Dit vormde de basis om deze plannen te communiceren.

De indieners van de overige plannen hebben deze vertrouwelijk ingediend en verwachten ook dat wij er als overheid als zodanig mee omgaan. De overige plannen worden daarom door ons niet gecommuniceerd gelet op de vertrouwelijkheid en het feit dat ze niet worden gerealiseerd op de locatie Euregiotuinen. Het geeft de initiatiefnemers de ruimte om er op een andere wijze/ locatie invulling aan te geven. w. Het is juist dat de gemeente verkopende partij is voor wat betreft de percelen van het plangebied. Tevens is het aan de gemeente om de bestemmingsplanprocedure te doorlopen en hierover besluiten te nemen. Een bestemmingsplanprocedure moet aan verschillende voorwaarden voldoen (onderbouwd met onderzoeken) hiermee is geborgd dat van belangenverstrengeling geen sprake kan zijn. x. In de toelichting op het bestemmingsplan staat over de ladder voor duurzame verstedelijking het volgende. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat. Als de nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is tevens een motivering nodig, waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Accommodaties voor recreatie worden in beginsel als een stedelijke ontwikkeling beschouwd. Van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is volgens jurisprudentie alleen sprake in geval van enige schaal en maat. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij maximaal 11 woningen, bij een nieuw ruimtebeslag kleiner dan 500 m² of in geval van enkel een planologische functiewijziging. Hierop kan het volgende aangevuld worden: De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Gelet op het gestelde in paragraaf 3.2 is hiervan geen sprake. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het ruimtebeslag van het Regiopark komt overeen met het ruimtebeslag van de voormalige Euregiotuinen. De beoogde horeca en functie als wandelpark komen overeen met het plan van destijds.

Verblijfsrecreatie was destijds geen onderdeel van het plan, gelet op de gemotiveerde ondergeschiktheid aan het plan en dat hiervoor geen extra ruimtebeslag nodig is wordt dit onderdeel niet gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wat de evenementen betreft waren deze eerder planologisch niet mogelijk, maar via het vergunningstelsel wel. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. y. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar overweging b. onder inspraakreactie 7 en hetgeen de provincie Zeeland heeft verwoord in de vooroverlegreactie onder g. z. In de toelichting op het bestemmingsplan wordt ten aanzien van bodem het volgende geconcludeerd. Er is geen sprake van een voor bodem essentiële functiewijziging. Reeds uitgevoerde bodemonderzoeken laten geen ernstige verontreinigingen zien. Bodem vorm geen belemmering voor het bestemmingsplan. Dit kan als volgt nader gemotiveerd worden. De aanleiding van het onderzoek uit 2006 was in verband met voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Het onderzoek toont enkele lichte (niet mobiele) overschrijdingen aan die geen

43

belemmeringen opleveren voor toekomstige ontwikkelingen en geeft aan dat er geen verdere onderzoeksinspanningen nodig zijn m.b.t. bodem. Na het onderzoek uit 2006 hebben op de locatie geen activiteiten plaatsgevonden die van invloed zouden kunnen zijn op de bodemkwaliteit ter plaatse. In december 2020 is in het kader van de zorgplicht de bodemkwaliteitskaart PFAS van de gemeente Sluis vastgesteld. Deze bodemkwaliteitskaart geeft aan dat de bodem binnen het grondgebied van de Gemeente Sluis voldoet aan de achtergrondwaarden die gesteld zijn in het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Er mag uitgegaan worden van de kwaliteitsklasse die de zonering van deze kaart aangeeft, mits er geen direct aanwijsbare bronnen zijn. Van de locatie zijn geen direct aanwijsbare bronnen. PFAS is dus ook geen belemmering. Gezien het bovenstaande achten wij de bodemkwaliteit m.b.t. de functiewijziging voldoende getoetst en is verder onderzoek niet noodzakelijk. Met betrekking tot explosieven wordt het volgende overwogen. Binnen onze gemeente is in de Tweede Wereldoorlog stevig gevochten. Dit betekent dat er in de ondergrond (0 tot circa 10 m diep) onontplofte oorlogsresten (voorheen niet gesprongen explosieven (NGE)) kunnen voorkomen.

Bij voorgenomen bouwactiviteiten, waarin niet geroerde grond nu wel wordt geroerd, verdient het aanbeveling vooraf een onderzoek in te stellen naar de aanwezigheid van onontplofte oorlogsresten (OO). Dergelijke onderzoeken moeten op kosten van de initiatiefnemer worden uitgevoerd door een bedrijf dat daartoe is gecertificeerd. Bij aantreffen van OO moeten deze ook op kosten van de initiatiefnemer en door een gecertificeerd bedrijf worden geruimd. Initiatiefnemer is (door de gemeente) niet verplicht een dergelijk onderzoek uit te laten voeren. Echter, vanuit de Arbo-wetgeving is een opdrachtgever/werkgever verplicht het personeel dat voor hem werkt op een veilige manier zijn/ haar werk te kunnen laten doen. Voor zover wij kunnen achterhalen is er op het terrein van de voormalige Euregiotuinen in het verleden geen onderzoek uitgevoerd naar onontplofte oorlogsresten. Om in de toelichting van het bestemmingsplan op juiste wijze invulling te geven aan de paragraaf ‘Externe Veiligheid’ wordt deze informatie toegevoegd. Wanneer bekend is op welke locaties welke voorzieningen komen ligt het voor de hand dat de initiatiefnemer een risico-analyse uitvoert om een goede inschatting van de situatie te maken. Enerzijds gelet op het in beeld brengen van het risico voor de omgeving, anderzijds gelet op het risico dat de aanwezigheid van OO voor rekening van de initiatiefnemer zijn.

Te denken valt hierbij aan explosiegevaar bij graaf- of heiwerkzaamheden, de schade die kan ontstaan op het terrein, maar ook in de omgeving en het stilleggen van de werkzaamheden door de arbeidsinspectie etcetera. aa. Naar aanleiding van de plannen is het beeld ontstaan dat de bestaande wateren gebruikt zullen worden als zwemwater, dit is niet het geval. bb. In artikel 3.1 van de regels van het bestemmingsplan is bepaald dat bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals wegen en paden, groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en water, waterberging en overige voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘groen’ uitsluitend tuinbezichtiging en onderhoud is toegestaan. De aanleg van wegen is op basis hiervan binnen de bestemming ‘recreatie’ rechtstreeks toelaatbaar. Daarnaast wordt verwezen naar de overwegingen in hoofdstuk 3. cc. Op de verbeelding van het bestemmingsplan is de functieaanduiding groen opgenomen. Dit blijkt uit onderstaande afbeelding.

44

dd. Voor dit punt wordt verwezen naar de overweging in paragraaf 3.1. ee. Voor dit punt wordt verwezen naar de overweging in paragraaf 3.1. Ten aanzien van het alcoholgebruik overwegen wij het volgende. Hiervoor kunnen geen voorwaarden in het bestemmingpsplan worden opgenomen. Voor geluid is wel een kader gesteld. Voor onze overweging met betrekking tot de toegestane lichtmasten verwijzen wij naar onze overweging in paragraaf 3.4. ff. De genoemde voorwaarden zijn privaatrechtelijk van aard en hebben daarom geen betrekking op de bestemmingsplanprocedure. Er is voor de gemeente geen aanleiding om dergelijke voorwaarden te stellen. In het bestemmingsplan wordt vastgelegd wat de (ruimtelijke aanvaardbare) mogelijkheden voor ontwikkeling van het plangebied zijn. Dit staat los van de eigendomssituatie. In aanvulling hierop lichten wij het volgende toe. In de anterieure overeenkomst worden afspraken tussen de gemeente en een initiatiefnemer vastgelegd over het ontwikkelen (bebouwen) van een bepaald perceel. Een anterieure overeenkomst is een privaatrechtelijke overeenkomst, waarin de initiatiefnemer zich verplicht tot het betalen van een bijdrage in de kosten die door de gemeente gemaakt moeten worden om de grondexploitatie mogelijk te maken. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de kosten van de aanleg van infrastructuur of aanbapssing van het bestemmingsplan.

Daarnaast wordt in deze overeenkomst vastgelegd dat de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor eventuele planschade en de uitbetaling hiervan. Planontwikkeling door de initiatiefnemer is voor eigen rekening en risico. Eén van de voorwaarden voor vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is ondertekening – door beide partijen – van de anterieure overeenkomst. Hierbij zit er een verschil in fase voorafgaand aan realisatie van het plan en fase daarna. Wij nemen alleen iets op over de fase voorafgaand namelijk dat het aan de ontwikkelaar verboden is om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeente rechten en verplichtingen uit de anterieure overeenkomst geheel of gedeeltelijk over te dragen aan derden. En vast ligt ook dat wij het gehele plangebied verkopen aan de initiatiefnemer. Eenmaal het (bouw)plan is gerealiseerd, dan hebben we als gemeente niets meer te zeggen over de eigendomssituatie en daar is ook geen noodzaak toe. jj. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.2.

Conclusie inspraakreactie 9 a. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Volledigheidshalve wordt verwezen naar de conclusie van paragraaf 3.4. b. Voor de wijzigingen van het bestemmingsplan die samenhangen met dit aandachtspunt wordt verwezen naar hoofdstuk 3. c. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt voor de onderbouwing van de realisatie van de (bedrijfs)woning de bij de overwegingen geformuleerde tekst overgenomen. d. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan.

45

e. Voor de wijzigingen van het bestemmingsplan die samenhangen met dit aandachtspunt wordt verwezen naar hoofdstuk 3. f. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. g. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. h. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt voor de onderbouwing van de mer beoordelingsplicht de bij de overwegingen geformuleerde tekst overgenomen. i. Voor de wijzigingen van het bestemmingsplan die samenhangen met dit aandachtspunt wordt verwezen naar paragraaf 3.4. j. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. k. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. l. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. m. Voor onze overwegingen met betrekking tot parkeren wordt verwezen naar hoofdstuk 6. De verkeerssituatie in de Nieuwstraat wordt – in overleg met omwonenden - nader in beeld gebracht. n. Voor de wijzigingen van het bestemmingsplan die samenhangen met dit aandachtspunt wordt verwezen naar paragraaf 3.4. o. Voor de wijzigingen van het bestemmingsplan die samenhangen met dit aandachtspunt wordt verwezen naar hoofdstuk 3. p. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt voor de onderbouwing van de realisatie van een voedselbos de bij de overwegingen geformuleerde tekst overgenomen. q.

Voor de wijzigingen van het bestemmingsplan die samenhangen met dit aandachtspunt wordt verwezen naar paragraaf 3.4. r. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. s. Voor de wijzigingen van het bestemmingsplan die samenhangen met dit aandachtspunt wordt verwezen naar paragraaf 3.2. t. Voor de wijzigingen van het bestemmingsplan die samenhangen met dit aandachtspunt wordt verwezen naar paragraaf 3.3. u. Dit punt geeft gaan aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. v. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. w. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. x. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt voor de onderbouwing van de realisatie van de ladder voor duurzame verstedelijking de bij de overwegingen geformuleerde tekst overgenomen. y. Voor de conclusie naar aanleiding van dit punt wordt verwezen naar overweging b. onder inspraakreactie 7 en hetgeen de provincie Zeeland heeft verwoord in de vooroverlegreactie onder g. z. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt voor de onderbouwing van de bodemkwaliteit de bij de overwegingen geformuleerde tekst overgenomen. Hetzelfde geldt voor de tekst over de onontplofte oorlogsresten. aa. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt verduidelijkt dat de bestaande wateren niet gebruikt zullen worden als zwemwater. bb.

Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Volledigheidshalve wordt verwezen naar de conclusie in hoofdstuk 3. cc.Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. dd. Voor de wijzigingen van het bestemmingsplan die samenhangen met dit aandachtspunt wordt verwezen naar paragraaf 3.1. ee. Voor de wijzigingen van het bestemmingsplan die samenhangen met dit aandachtspunt wordt verwezen naar paragraaf 3.1 en 3.4. ff. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. jj. Voor de wijzigingen van het bestemmingsplan die samenhangen met dit aandachtspunt wordt verwezen naar paragraaf 3.2.

Inspreker 10 ontvangen 3 maart 2021 Samenvatting inspraakreactie 10 De inhoud van deze inspraakreactie is gelijk aan de inhoud van inspraakreactie 2. Voor de samenvatting van deze inspraakreactie wordt daarom verwezen naar de samenvatting van inspraakreactie 2.

46

Overweging inspraakreactie 10 De inhoud van deze inspraakreactie is gelijk aan de inhoud van inspraakreactie 2. Voor de overweging van deze inspraakreactie wordt daarom verwezen naar de overweging van inspraakreactie 2. Conclusie inspraakreactie 10 De inhoud van deze inspraakreactie is gelijk aan de inhoud van inspraakreactie 2. Voor de conclusie met betrekking tot deze inspraakreactie wordt daarom verwezen naar de conclusie met betrekking tot inspraakreactie 2.

Inspreker 11 ontvangen 3 maart 2021 Samenvatting inspraakreactie 11 De inhoud van deze inspraakreactie is gelijk aan de inhoud van inspraakreactie 2. Voor de samenvatting van deze inspraakreactie wordt daarom verwezen naar de samenvatting van inspraakreactie 2. Overweging inspraakreactie 11 De inhoud van deze inspraakreactie is gelijk aan de inhoud van inspraakreactie 2. Voor de overweging van deze inspraakreactie wordt daarom verwezen naar de overweging van inspraakreactie 2. Conclusie inspraakreactie 11 De inhoud van deze inspraakreactie is gelijk aan de inhoud van inspraakreactie 2. Voor de conclusie met betrekking tot deze inspraakreactie wordt daarom verwezen naar de conclusie met betrekking tot inspraakreactie 2.

Inspreker 12 ontvangen 3 maart 2021 Samenvatting inspraakreactie 12 De inhoud van deze inspraakreactie is gelijk aan de inhoud van inspraakreactie 2. Voor de samenvatting van deze inspraakreactie wordt daarom verwezen naar de samenvatting van inspraakreactie 2. Overweging inspraakreactie 12 De inhoud van deze inspraakreactie is gelijk aan de inhoud van inspraakreactie 2. Voor de overweging van deze inspraakreactie wordt daarom verwezen naar de overweging van inspraakreactie 2. Conclusie inspraakreactie 12 De inhoud van deze inspraakreactie is gelijk aan de inhoud van inspraakreactie 2. Voor de conclusie met betrekking tot deze inspraakreactie wordt daarom verwezen naar de conclusie met betrekking tot inspraakreactie 2.

47

Inspreker 13 ontvangen 4 maart 2021 Samenvatting inspraakreactie 13 a. Inspreker woont in de nabijheid van het plangebied en zal door het plan gevolgen ondervinden voor haar woon-en leefomgeving in negatieve zin. Inspreker is het om die reden niet eens met voorliggend plan. b. Inspreker is van mening dat de ontwikkeling in strijd met het provinciaal beleid. In het provinciaal beleid is aangegeven dat de kwaliteit van natuurgebieden behouden wordt door recreatieve ontwikkelingen uit te sluiten. c. Inspreker stelt dat het organiseren van grootschalige evenementen niet past binnen het provinciale beleid omdat naast de woon- en leefomgeving van inspreker ook omliggende natuur, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten worden aangetast. d. Inspreker geeft aan dat de schaal en omvang van de te organiseren evenementen niet opgevangen kan worden met de bestaande infrastructuur rondom het plangebied. e. Inspreker vraagt zich af in hoeverre de geplande detailhandelsactiviteiten passen binnen het provinciale beleid. In dit beleid wordt dit beschreven in de paragraaf voorzieningen (5.7) waar behoud en versterking van vitale binnensteden en kernwinkel gebieden uitgangspunt is. f. Inspreker is van mening dat ten aanzien van natuurwaarden/stikstof een passende beoordeling moet worden gemaakt van het effect van het plan op de omliggende natuurgebieden. g.

Inspreker zegt dat het plangebied de afgelopen jaren een natuurgebied is geworden waar zich een groot aantal dieren en planten hebben gevestigd. Inspreker geeft aan dat het bekend is dat binnen het plangebied beschermde soorten aanwezig zijn die bescherming genieten. De beoogde activiteiten hebben effect qua licht, geluid, verkeer etc.. Dit zal een negatief effect hebben op planten en dieren, wat haaks staat op de wettelijke bescherming. Volledigheidshalve wijst inspreker er op dat de activiteiten op het evenemententerrein voornamelijk plaatsvinden in de maanden dat het broedseizoen is voor de aanwezige (beschermde) diersoorten. Overwegingen inspraakreactie 13 a. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 3. b. De ontwikkeling is niet in strijd met provinciaal beleid. De provincie heeft in de vooroverlegreactie aandachtspunten benoemd. Die vragen om aanpassing van het plan. Dat geldt ook voor de ingediende inspraakreacties. c. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.1. d. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.1 Ten aanzien van de verkeerssituatie in de Nieuwstraat overwegen wij het volgende. Omdat de verkeerssituatie in de Nieuwstraat nu al als gevaarlijk wordt ervaren is de vraag of hiervoor maatregelen getroffen moeten of kunnen worden.

De verkeersgeneratie van het plan kan wel afgewikkeld worden via de toegang aan de Nieuwstraat, daarom staat dit punt los van de bestemmingsplanprocedure. Geconcludeerd kan worden dat dit punt vooralsnog geen aanleiding geeft tot aanpassing van het bestemmingsplan, maar dat de komende tijd benut zal worden om de verkeersituatie in de Nieuwstraat – in overleg met omwonenden - goed in beeld te brengen en te bezien of hier nadere maatregelen noodzakelijk zijn. e. In artikel 3.1 van de regels wordt detailhandel mogelijk gemaakt als ondergeschikte nevenactiviteit. Dat het om ondergeschikte detailhandel gaat is vastgelegd in de regels. In artikel 3.4.2 is namelijk bepaald dat het verkoopvloeroppervlak voor detailhandel maximaal 100 m² bedraagt. Deze regeling is in lijn met andere bestemmingsplannen waarin ondergeschikte detailhandel is mogelijk gemaakt zoals bestemmingsplan Buitengebied Sluis (2h) en bestemmingsplan Bedrijventerreinen Sluis. Deze regelingen zien er op toe dat hiervan geen nadelige werking uitgaat voor de centrumgebieden (kernen). f. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.4. Daarbij wordt aangevuld dat er een Aeriusberekening is uitgevoerd wordt op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat er op het gebied van stikstof geen negatieve gevolgen verwacht worden. O.a.

naar aanleiding van deze inspraakreactie en vooroverlegreactie 1 wordt deze berekening geactualiseerd en toegevoegd aan het ontwerp bestemmingsplan. g. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.4.

48

Conclusie inspraakreactie 13 a. Voor de wijzigingen van het bestemmingsplan die samenhangen met dit aandachtspunt wordt verwezen naar hoofdstuk 3. b. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. c. Voor de wijzigingen van het bestemmingsplan die samenhangen met dit aandachtspunt wordt verwezen naar paragraaf 3.1. d. Voor de wijzigingen van het bestemmingsplan die samenhangen met dit aandachtspunt wordt verwezen naar paragraaf 3.1. De verkeersituatie in de Nieuwstraat wordt in overleg met omwonenden nader in beeld gebracht. e. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. f. Voor de wijzigingen van het bestemmingsplan die samenhangen met dit aandachtspunt wordt verwezen naar paragraaf 3.4. De Aerius berekening wordt geactualiseerd en toegevoegd aan het ontwerp bestemmingsplan. g. Voor de wijzigingen van het bestemmingsplan die samenhangen met dit aandachtspunt wordt verwezen naar paragraaf 3.4.

Inspreker 14 ontvangen 5 maart 2021 Samenvatting inspraakreactie 14 a. Inspreker is van mening dat het starten van activiteiten zoals recreatie, horeca, festivals en andere evenementen in het plangebied beperkingen voor de agrarische bedrijfsvoering van inspreker tot gevolg zal hebben. Inspreker denkt hierbij aan economische schade en overlast. b. Gelet op het gestelde onder a stelt inspreker voor om het plan te wijzigen. Inspreker doet hiervoor de volgende suggesties. Het aanleggen van een dorpsbos en het plangebied herbestemmen naar agrarisch (voor gebruik als landbouwgrond).

Overwegingen inspraakreactie 14 a. In het provinciaal beleid (Omgevingsverordening 2018, artikel 2.17) worden de volgende uitgangspunten ten aanzien van bufferzones gehanteerd. In een bestemmingsplan waarin voor de eerste maal woon- of verblijfsrecreatieve bestemmingen worden aangewezen worden nieuwe woon- of verblijfsrecreatieve functies niet toegelaten binnen een afstand van 100 meter tot buiten bestaand stedelijk gebied gesitueerde gronden waarop agrarische gebouwen anders dan kassen zijn toegelaten. In afwijking hiervan kan een kleinere afstand worden gehanteerd indien in de toelichting bij het bestemmingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat geen of nagenoeg geen hinder optreedt bij woon- of verblijfsrecreatieve functies en de kleinere afstand niet leidt tot onevenredige beperkingen in de bedrijfsvoering van de betrokken agrarische bedrijven. De afstand tot uw agrarisch bedrijf is, gemeten grens agrarisch bouwvlak – grens plangebied, meer dan 500 meter. Het hanteren van een bufferzone ten opzichte van uw bedrijf is daarom niet aan de orde. Ten aanzien van mogelijke overlast als gevolg van evenementen wordt verwezen naar de overwegingen in paragraaf 3.1. b. Met betrekking tot de door u geopperde alternatieve plannen overwegen wij het volgende.

In 2017 heeft de gemeente Sluis een prijsvraag uitgeschreven waarbij belangstellenden uitgenodigd werden een bod te doen op de gronden van het plangebied met daarbij een plan voor de ontwikkeling van deze gronden. Eénieder heeft via deze prijsvraag de kans gehad om een ontwikkelingsplan in te dienen. Het indienen van een nieuw plan is nu niet aan de orde.

Conclusie inspraakreactie 14 a. . Voor de wijzigingen van het bestemmingsplan die samenhangen met dit aandachtspunt wordt verwezen naar paragraaf 3.1. b. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan.

49

Inspreker 15 ontvangen 5 maart 2021 Samenvatting inspraakreactie 15 a. Inspreker verwacht geluidsoverlast door evenementen, festivals en recreatie en merkt op dat de maximum geluidbelasting op natuurgebied het Groote Gat 48dB maximaal is, maar dat zij 70dB moeten verdragen. b. Inspreker wijst op het gezondheidsrisico van stress, onvoldoende nachtrust en concentratieproblemen door langdurige geluidsoverlast. c. Het mogelijk wangedrag van bezoekers (alcohol, drugsoverlast) kan verstorend en belastend zijn voor omwonenden en bewoners van Oostburg. d. Inspreker voorziet meerdaagse festivals, evenementen en dagrecreatie met bijbehorende overnachtingen als zeer verstorend. e. Inspreker voorziet geur- en lichtoverlast. f. Bermparkeren kan een probleem zijn voor het passeren met landbouwvoertuigen. Daarnaast voorziet inspreker verkeersoverlast in de vorm van verkeersopstoppingen en overbelasting van parkeerplaatsen in Oostburg. g. Inspreker voorziet een aantasting van de reeds ontstane natuur in het park. h. Gebruik gaan maken van de waterpartij in de zuidwesthoek zou volgens inspreker ernstige verstoring en vervuiling geven van water en de dieren en planten die zich daarin bevinden. i. Inspreker stelt dat horeca categorie 4 te hoog is en stelt maximaal categorie 2 of 3 voor uit oogpunt van geluidsoverlast. j. Inspreker vreest voor een beperking in de agrarische bedrijfsvoering. k.

Inspreker voorziet een forse waardedaling van de woning en het bedrijf, het kan zijn dat juridisch ingrijpen van zijde inspreker hierdoor nodig is. l. Inspreker stelt dat het plan het woon- en leefklimaat aantast. m. Inspreker vindt het onacceptabel dat burgerparticipatie is genegeerd. n. Inspreker heeft op zijn terrein een vergunde propaangastank staan en vraagt zich af of dit als risico moet worden opgenomen in het bestemmingsplan. o. Inspreker sluit af met een alternatief plan, namelijk een natuurgebied met kleinschalige horeca, speeltuin en overnachten op kleine schaal. Dit alles verwerkt in een natuurconcept en met vaste sluitingstijden rond 20 uur. Wijst nogmaals op het risico van arbeidsongeschiktheid door geluidsoverlast en in dat geval tot het verhalen van de financiële gevolgen op de gemeente.

Overwegingen inspraakreactie 15 a. Voor de overwegingen op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.1. Volledigheidshalve wordt het volgende toegevoegd. Voor de onderbouwing van het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek opgesteld door Kragten Het doel van dit akoestisch onderzoek is inzicht te geven in de geluidemissie van de bedrijfsbestemming naar de nieuw te realiseren woning en de bestaande woningen in directe omgeving. Hiertoe is de geluiduitstraling van deze bedrijfsbestemming berekend op basis van kengetallen en (akoestische) ervaringscijfers, opgedaan bij vergelijkbare inrichtingen. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels uit de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai”. De toetsing van de rekenresultaten heeft plaatsgevonden aan de richtwaarden uit de publicatie: “Bedrijven en milieuzonering” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Activiteitenbesluit milieubeheer en de ‘Nota evenementen met een luidruchtig karakter’ (bijlage 2). De door inspreker genoemde 70 dBA ter plaatse van de gevels van woningen is afgeleid uit het laatst genoemde rapport en enkel van toepassing bij de middelgrote (vergunningsplichtige) evenementen. b. Ten aanzien van uw zorgen op het gebied van gezondheid wordt het volgende overwogen.

Met het geluidsonderzoek is aangetoond dat de geluidsbelasting aanvaardbaar is voor de omgeving (ze leiden niet tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat). De uitzondering voor de hogere geluidsbelasting bij vergunningsplichtige evenement wordt gelet op het incidentele karakter en op basis van de nota ‘Evenmenten met een luidruchtig karakter’ (bijlage 2) als acceptabel beschouwd.

50

c. Inspreker verwacht dat er massaal sprake zal zijn van alcohol- en drugsgebruik en bijbehorende overlast. Dit achtten wij niet realistisch. Hierbij baseren wij ons op de aard en omvang van de gewenste evenementen en de koppeling aan de voorgenomen doelgroepen (voornamelijk gezinnen). Daarnaast zijn onze ervaringen met evenementen in onze gemeente niet overeenkomstig het geschetste beeld dat dit lijdt tot drugsgebruik en-overlast. d. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.1 en 3.3 en onze overwegingen bij uw inspraakreactie onder a, b en c. e. Ten aanzien van de lichtvervuiling verwijzen wij u naar onze overwegingen in paragraaf 3.4. Wat geuroverlast betreft wordt niet gemotiveerd op welke wijze overlast verwacht wordt. Wij gaan er niet van uit dat het plan geuroverlast met zich meebrengt en gaan hierop daarom niet nader in. f. Voor onze overwegingen met betrekking tot parkeren wordt verwezen naar hoofdstuk 6. g. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.4. h. Naar aanleiding van de plannen is het beeld ontstaan dat de bestaande wateren gebruikt zullen worden als zwemwater, dit is niet het geval. i. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.2. j. In het provinciaal beleid (Omgevingsverordening 2018, artikel 2.17) worden de volgende uitgangspunten ten aanzien van bufferzones gehanteerd.

In een bestemmingsplan waarin voor de eerste maal woon- of verblijfsrecreatieve bestemmingen worden aangewezen worden nieuwe woon- of verblijfsrecreatieve functies niet toegelaten binnen een afstand van 100 meter tot buiten bestaand stedelijk gebied gesitueerde gronden waarop agrarische gebouwen anders dan kassen zijn toegelaten. In afwijking hiervan kan een kleinere afstand worden gehanteerd indien in de toelichting bij het bestemmingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat geen of nagenoeg geen hinder optreedt bij woon- of verblijfsrecreatieve functies en de kleinere afstand niet leidt tot onevenredige beperkingen in de bedrijfsvoering van de betrokken agrarische bedrijven. De afstand tot het in de nabijheid gelegen agrarische bedrijf (Boomkreekweg) is, gemeten grens agrarisch bouwvlak – grens plangebied, ongeveer 48 meter. In de voorgestelde zonering (voor de kaarten wordt verwezen naar hoofdstuk 5) wordt rekening houden met een straal van 100 meter waarbinnen geen woon- of verblijfsrecreatieve functies gerealiseerd kunnen worden zodat veilig is gesteld dat er geen sprake is van onevenredige beperkingen in de bedrijfsvoering van dit bedrijf. k. Ten aanzien van planschade kunnen wij u als volgt informeren.

De Wro (Wet ruimtelijke ordening) geeft in artikel 6.1 aan dat een belanghebbende onder bepaalde voorwaarden en beperkingen recht kan doen gelden op vergoeding van schade als gevolg van de bepalingen van een bestemmingsplan of bijvoorbeeld een besluit omtrent het afwijken van het bestemmingsplan. Een aanvraag om vergoeding van planschade moet worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Planschade kan alleen gemeld worden als het planologisch besluit onherroepelijk is. Dat betekent dat het niet meer mogelijk is om bezwaar of beroep aan te tekenen tegen het planologische besluit bij de rechtbank of de Raad van State. Planschade verjaart 5 jaar na het onherroepelijk worden van het planologisch besluit. Dit betekent dat na die tijd geen planschade meer gemeld kan worden. Meer informatie is te raadplegen via de website van de gemeente Sluis: Planschade melden - Website

gemeente Sluis l. Voor onze overweging op dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en onze overwegingen op uw inspraakreactie onder b. m. In 2017 heeft de gemeente Sluis een prijsvraag uitgeschreven waarbij belangstellenden uitgenodigd werden een bod te doen op de gronden van het plangebied met daarbij een plan voor de ontwikkeling van deze gronden. Eénieder heeft via deze prijsvraag de kans gehad om een ontwikkelingsplan in te dienen. Vervolgens is een voorontwerpbestemmingsplan tot stand gekomen. Het voorontwerp bestemmingsplan heeft met ingang van 28 januari 2021 gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn werd iedereen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een inspraakreactie in te dienen. Inspraak is een vorm van burgerparticipatie, die bij dit project is toegepast op basis van de door de raad vastgestelde inspraakverordening (in werking getreden op 22 augustus 2008) en waaraan conform de huidige wetgeving uitwerking aan is gegeven. Zoals in het visiedocument ‘Krachtig Verbonden 20212025’ is aangegeven wordt burgerparticipatie wettelijk verplicht bij de invoering van de Omgevingswet. Hoe deze verplichting in de toekomst onder de Omgevingswet tot uitvoering zal worden gebracht is in

51

deze procedure echter niet relevant, aangezien wij ons moeten baseren op de huidige geldende weten regelgeving. n. Op 1 januari 2008 is het Activiteitenbesluit in werking getreden. In het besluit en de bijbehorende regeling staan de regels waar de bedrijven waarop het besluit van toepassing is, aan moeten voldoen. In het besluit staan ook de aan te houden afstanden tot externe objecten. Deze externe veiligheidsafstanden gelden voor een beperkt aantal bedrijven. Het gaat onder meer om locaties waar een bovengrondse propaantank in gebruik is. De afstand is onder andere afhankelijk van de inhoud van de propaantank en het aantal keer dat deze gevuld wordt per jaar. De maximaal aan te houden afstand is 50 meter. Onder j hebben we de voorgestelde zonering (voor de kaarten wordt verwezen naar hoofdstuk 5) toegelicht. Hierin wordt rekening houden met een straal van 100 meter waarbinnen geen woon- of verblijfsrecreatieve functies gerealiseerd kunnen worden zodat veilig is gesteld dat er geen sprake is van onevenredige beperkingen in de bedrijfsvoering van dit bedrijf. Gelet op deze afstand wordt ook voldaan aan de maximale aan te houden afstand tot de propaantank. o. Met betrekking tot de door u geopperde alternatieve plannen overwegen wij het volgende.

In 2017 heeft de gemeente Sluis een prijsvraag uitgeschreven waarbij belangstellenden uitgenodigd werden een bod te doen op de gronden van het plangebied met daarbij een plan voor de ontwikkeling van deze gronden. Eénieder heeft via deze prijsvraag de kans gehad om een ontwikkelingsplan in te dienen. Het indienen van een nieuw plan is nu niet aan de orde. Conclusie inspraakreactie 15 a. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. b. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Volledigheidshalve wordt wel verwezen naar paragraaf 3.1. c. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. d. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.1 en 3.3. e. Het punt met betrekking tot lichthinder geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.4. f. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan, hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6. g. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.4. h. In de toelichting wordt verduidelijkt dat de bestaande wateren niet gebruikt zullen worden als zwemwater. i. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.2. j.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=574adfd8-0f32-42d4-ae44-3c6020c2675b