a notitie inspraak en overleg Regiopark 10022022 anoniem
Tekst van het document
22
e. Het organiseren van de (meerdaagse) evenementen (max 5x per jaar) en de bedrijfsevenementen (max 12 x per jaar) met het bijbehorend geluid geeft te veel (geluid)overlast volgens inspreker. De geluidbelasting kan daarbij oplopen tot 127dB. De voorbeelden zoals door de ontwikkelaar gesteld waaronder ‘Weitjesrock’ geeft voor inspreker een afschrikwekkend beeld vanwege de te verwachten geluidoverlast .Inspreker haalt een voorbeeld aan uit 2006 waarbij veel klachten waren toen op het terrein van het Regiopark een disco-evenement werd georganiseerd. f. Volgens inspreker gedragen geluidsgolven zich afhankelijk van de atmosferische omstandigheden vaak zeer grillig en dat betekent in de praktijk dat achter de tekentafel gemaakte berekeningen in theorie wel kloppen echter in de praktijk vaak niet. Ook lagere geluidniveaus kunnen een negatieve invloed hebben op de gezondheid van mensen. Inspreker geeft verder aan dat een ziekenhuis en woonzorgcentra nabij zijn gelegen. g. Volgens inspreker is het op basis van het voorontwerpbestemmingsplan niet duidelijk waar toekomstige ontwikkelingen plaats zullen vinden. Dit is gedaan om organische ontwikkeling mogelijk te maken, maar het zorgt voor onduidelijkheid richting omwonenden en kan tot conflicten leiden. h. Volgens inspreker leidt de ontwikkeling tot planschade vanwege verminderde waarde van het vastgoed (woningen).
Waar is de planschade verzekert vraagt de inspreker zich af. Verder vindt inspreker dat de schade van de gezondheid en het welzijn van omwonenden niet met geld is te compenseren. Inspreker denkt dat uiteindelijk de inwoners van de gemeente Sluis opdraaien voor de kosten. i. Inspreker leest in de toelichting tegenstrijdigheden inzake het onderdeel parkeren. Parkeren moet volledig op eigen terrein plaats vinden behalve bij grotere evenementen. Onder voorwaarden van vergunning worden dan eventueel parkeerplaatsen elders gebruikt eventueel met de inzet van pendelbussen. Hierdoor ontstaat parkeeroverlast, vandalisme en zwerfvuil. j. Inspreker geeft aan dat drank- en drugsoverlast ongewenste neveneffecten zijn die gepaard gaan met festivals. k. De exploitatie van diverse activiteiten op het terrein zal gevolgen hebben voor de centrumfunctie van Oostburg. Het kan (nog meer) leegstand veroorzaken. l. Het plan kan gevolgen hebben voor de ontwikkelingsruimte van bedrijven in de directe omgeving van het Regiopark. m. Op basis van de toelichting van het voorontwerpbestemmingsplan concludeert inspreker dat er nog meer overlastgevende activiteiten ontwikkeld kunnen worden die nu nog niet te beoordelen zijn. Inspreker denkt dat enkel de inkomsten leidend zullen zijn in de ontwikkeling. n.
Verder vindt inspreker dat er geen sprake is geweest van burgerparticipatie en dat daardoor het plan in strijdt is met de eigen beleidsvisie van de gemeente. Overweging inspraakreactie 2 a. Op de website is een samenvatting van het plan gegeven, dit is dus een beknopte weergave van het plan en geen volledige planbeschrijving. Inspraak vindt plaats op basis van het voorontwerpbestemmingsplan, niet op basis van de samenvatting van het plan op de gemeentelijke website. b. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.4. In de stikstofberekeningen is het effect op genoemde natuurgebieden meegenomen. c. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.4.Genoemde soorten zijn tijdens het uitgevoerde, onafhankelijke, veldonderzoek niet geconstateerd. d. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.4. e. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.1 f. Voor de onderbouwing van het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek opgesteld door Kragten voor de planologische inpassing van het plan Regiopark. gelegen aan de Nieuwstraat te Oostburg (gemeente Sluis). Het doel van dit akoestisch onderzoek is inzicht te geven in de geluidemissie van de bedrijfsbestemming naar de nieuw te realiseren woning en de bestaande woningen in directe omgeving.
Hiertoe is de geluiduitstraling van deze bedrijfsbestemming berekend op basis van kengetallen en (akoestische) ervaringscijfers, opgedaan bij vergelijkbare inrichtingen. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels uit de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai”. De toetsing van de rekenresultaten heeft plaatsgevonden aan de richtwaarden uit de publicatie: “Bedrijven en milieuzonering” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Activiteitenbesluit milieubeheer en de ‘Nota evenementen met een luidruchtig karakter’ (bijlage 2). g. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het plan toegelicht. In de regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksregels vastgelegd. Hiermee zijn de
23
mogelijkheden voor het plangebied duidelijk vastgelegd (rechtszekerheid voor initiatiefnemer en omwonenden. Binnen die mogelijkheden kan sprake zijn van organische ontwikkeling, niet alle bouwmogelijkheden moeten bijvoorbeeld direct ingevuld worden. Ontwikkelingen buiten dit kader zijn niet mogelijk. Daarnaast wordt voor ons voorstel met betrekking tot zonering naar aanleiding van de ingediende inspraakreacties verwezen naar paragraaf 3.4. h. De Wro (Wet ruimtelijke ordening) geeft in artikel 6.1 aan dat een belanghebbende onder bepaalde voorwaarden en beperkingen recht kan doen gelden op vergoeding van schade als gevolg van de bepalingen van een bestemmingsplan of bijvoorbeeld een besluit omtrent het afwijken van het bestemmingsplan. Een aanvraag om vergoeding van planschade moet worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Planschade kan alleen gemeld worden als het planologisch besluit onherroepelijk is. Dat betekent dat het niet meer mogelijk is om bezwaar of beroep aan te tekenen tegen het planologische besluit bij de rechtbank of de Raad van State. Planschade verjaart 5 jaar na het onherroepelijk worden van het planologisch besluit. Dit betekent dat na die tijd geen planschade meer gemeld kan worden. Meer informatie is te raadplegen via de website van de gemeente Sluis: Planschade melden - Website gemeente Sluis i.
Voor onze overweging op dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 6. j. Inspreker verwacht ongewenste neveneffecten van festivals en geeft daarbij drank- en drugsoverlast aan. Omdat het bestemmingsplan een toetsingskader vormt voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een plan zijn de genoemde punten niet relevant voor de bestemmingsplanprocedure. Dat wil niet zeggen dat we deze punten niet in overweging genomen hebben. Met betrekking tot genoemde punten hebben wij overwogen dat het beeld dat geschetst wordt dat er massaal sprake zal zijn van drugsgebruik en bijbehorende overlast achten wij niet realistisch. Dit gelet op de aard en omvang van de gewenste evenementen en de koppeling aan de voorgenomen doelgroepen (voornamelijk gezinnen). Daarnaast zijn onze ervaringen met evenementen in onze gemeente niet overeenkomstig het geschetste beeld dat dit leidt tot drugsgebruik en -overlast. Bovendien zijn middelgrote evenementen vergunning plichtig, wat met name is ingegeven vanuit het oogpunt van handhaving van de openbare orde. Volledigheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen in paragraaf 3.1. k. Het voorontwerp bestemmingsplan ‘Regiopark Oostburg’ maakt geen zelfstandige detailhandel mogelijk. Er worden ook geen activiteiten voorzien die de weekmarkt kunnen vervangen.
Om die reden gaan wij er van uit dat deze ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor het centrum van Oostburg heeft. l. In paragraaf 4.7 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op milieuzonering. Dit om te kunnen bepalen wanneer en of bedrijfsmatige activiteiten en woningen elkaar beïnvloeden. Hiervoor wordt de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geraadpleegd. Op basis van deze brochure zijn gebieden ingedeeld in o.a rustige woonwijk en gemengd gebied. Deze toetsen (moeten) worden uitgevoerd om te bepalen of het bestemmingsplan uitvoerbaar is en om invulling te geven aan regels en verbeelding van het bestemmingsplan. Gelet op de ligging van het Regiopark in de nabijheid van woningen, een bedrijventerrein, detailhandelsbedrijf en buitengebied kan dit gebied aangemerkt worden als gemengd gebied. De brochure "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, 2009) geeft voor kampeerterreinen en vakantiecentra, e.d. (SBI-code 2008: 552, 553) een richtafstand van 50 meter ten opzichte van woningen, vanwege het milieuaspect geluid. Voor de milieuaspecten geur en gevaar gelden richtafstanden van 30 meter. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. Deze afstanden kunnen met 1 stap worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat.
Dus 30 meter vanwege het aspect geluid en 10 meter vanwege het aspect geur en gevaar. Gelet hierop wordt een zonering rondom de bestaande woningen toegepast van 30 meter waarin geen bouwwerken en/of verblijfsrecreatieve functies worden toegestaan. Het parkeerterrein wordt gesitueerd op de plaats van het bestaande parkeerterrein, dit is op basis van het vigerende bestemmingsplan reeds mogelijk. Om die reden wordt de locatie van het parkeerterrein niet aangepast. In het provinciaal beleid (Omgevingsverordening 2018, artikel 2.17) worden de volgende uitgangspunten ten aanzien van bufferzones gehanteerd.
24
In een bestemmingsplan waarin voor de eerste maal woon- of verblijfsrecreatieve bestemmingen worden aangewezen worden nieuwe woon- of verblijfsrecreatieve functies niet toegelaten binnen een afstand van 100 meter tot buiten bestaand stedelijk gebied gesitueerde gronden waarop agrarische gebouwen anders dan kassen zijn toegelaten. In afwijking hiervan kan een kleinere afstand worden gehanteerd indien in de toelichting bij het bestemmingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat geen of nagenoeg geen hinder optreedt bij woon- of verblijfsrecreatieve functies en de kleinere afstand niet leidt tot onevenredige beperkingen in de bedrijfsvoering van de betrokken agrarische bedrijven. De afstand tot het in de nabijheid gelegen agrarische bedrijf (Boomkreekweg) is, gemeten grens agrarisch bouwvlak – grens plangebied, ongeveer 48 meter. Gelet hierop wordt in het plangebied een zonering toegepast ten opzichte van dit agrarische bedrijf van 100 meter. Dus in een straal van 100 meter rond het agrarisch bedrijf worden geen woon- of verblijfsrecreatieve functies gerealiseerd. Op deze manier wordt veilig gesteld dat er geen sprake is van onevenredige beperkingen in de bedrijfsvoering van dit bedrijf. Andere agrarische bedrijven zijn gelegen op een afstand van meer dan 500 meter. Het hanteren van een bufferzone ten opzichte van deze bedrijven is niet aan de orde.
De afstand van het plangebied tot het bedrijventerrein is ongeveer 40 meter, de afstand van het bouwvlak binnen het plangebied tot het bedrijventerrein is ongeveer 100 meter. Op het bedrijventerrein is milieucategorie 3.1 toelaatbaar met uitzondering van de zones rondom de woningen, waarin uit oogpunt van een goed woon- en leefklimaat milieucategorie 2 toelaatbaar is. Voor milieucategorie 3.1 geldt een afstand van 30 meter in gemengd gebied en voor milieucategorie 2 een afstand van 10 meter. De afstand tot het plangebied is dermate dat hiervoor geen zonering opgenomen hoeft te worden. Op basis hiervan en het gestelde in paragraaf 3.4 zijn zoneringskaarten opgesteld, deze zijn verwerkt in hoofdstuk 5. Deze kaarten worden verwerkt in de toelichting, regels en verbeelding van het bestemmingsplan. m. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het plan toegelicht. In de regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksregels vastgelegd. Hiermee zijn de mogelijkheden voor het plangebied duidelijk vastgelegd (rechtszekerheid voor initiatiefnemer en omwonenden). Binnen die mogelijkheden kan sprake zijn van organische ontwikkeling, niet alle bouwmogelijkheden moeten bijvoorbeeld direct ingevuld worden. Ontwikkelingen buiten dit kader zijn niet mogelijk. n.
In 2017 heeft de gemeente Sluis een prijsvraag uitgeschreven waarbij belangstellenden uitgenodigd werden een bod te doen op de gronden van het plangebied met daarbij een plan voor de ontwikkeling van deze gronden. Eénieder heeft via deze prijsvraag de kans gehad om een ontwikkelingsplan in te dienen. Vervolgens is een voorontwerpbestemmingsplan tot stand gekomen. Het voorontwerp bestemmingsplan heeft met ingang van 28 januari 2021 gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn werd iedereen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een inspraakreactie in te dienen. Inspraak is een vorm van burgerparticipatie, die bij dit project is toegepast op basis van de door de raad vastgestelde inspraakverordening (in werking getreden op 22 augustus 2008) en waaraan conform de huidige wetgeving uitwerking aan is gegeven. Zoals in het visiedocument ‘Krachtig Verbonden 20212025’ is aangegeven wordt burgerparticipatie wettelijk verplicht bij de invoering van de Omgevingswet. Hoe deze verplichting in de toekomst onder de Omgevingswet tot uitvoering zal worden gebracht is in deze procedure echter niet relevant, aangezien wij ons moeten baseren op de huidige geldende weten regelgeving. Conclusie inspraakreactie 2 a. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. b.
Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan, verwezen wordt naar de conclusie in paragraaf 3.4 c. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan, verwezen wordt naar de conclusie in paragraaf 3.4
25
d. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan, verwezen wordt naar de conclusie in paragraaf 3.4 e. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan, verwezen wordt naar de conclusie in paragraaf 3.1 f. Het geluidsonderzoek is uitgevoerd op de gebruikelijke wijze bij een bestemmingsplanprocedure door een onafhankelijk en ter zake kundig adviesbureau. De inspraakreactie geeft geen aanleiding om dit onderzoek te herzien en dus ook geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. g. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan, verwezen wordt naar de conclusie in paragraaf 3.4. h. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. i. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan, hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6. j. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. k.Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. l. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Er zijn zoneringskaarten opgesteld, die zijn verwerkt in hoofdstuk 5. Deze wordt verwerkt in de toelichting, regels en verbeelding van het bestemmingsplan. m. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. n. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan.
4.3 Inspreker 3 ontvangen 24 februari 2021 Samenvatting inspraakreactie 3 a. Inspreker is van mening dat het plan verstoring van de natuurlijke rust tot gevolg heeft en daarmee ook een verstoring van de rust voor mens en dier. b. Volgens inspreker leidt de ontwikkeling tot planschade vanwege verminderde waarde van het vastgoed (woningen wellicht onverkoopbaar). c. Inspreker geeft aan dat drank- en drugsoverlast ongewenste neveneffecten zijn die gepaard gaan met festivals. Drank- en drugsgebruikers kunnen schade toebrengen aan de in de nabijheid gelegen woningen bij het verlaten van het terrein. d. Inspreker verwacht bij evenementen overlast inzake parkeren. Hij verwacht dat bezoekers van evenementen in de berm aan de Nieuwstraat en voor de inritten van omwonenden parkeeroverlast veroorzaken. e. De geluidoverlast van verschillende evenementen, vooral in de avond en nacht, zal leiden tot oververmoeidheid bij omwonenden door slaap tekort. f. Inspreker verwacht vanwege het verkeer tijdens evenementen, dat er verkeersmaatregelen (snelheidsbeperkend) nodig zijn voor de Nieuwstraat. Overweging inspraakreactie 3 a. Voor de onderbouwing van het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek opgesteld door Kragten.
Het doel van dit akoestisch onderzoek is inzicht te geven in de geluidemissie van de bedrijfsbestemming naar de nieuw te realiseren woning en de bestaande woningen in directe omgeving. Hiertoe is de geluiduitstraling van deze bedrijfsbestemming berekend op basis van kengetallen en (akoestische) ervaringscijfers, opgedaan bij vergelijkbare inrichtingen. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels uit de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai”. De toetsing van de rekenresultaten heeft plaatsgevonden aan de richtwaarden uit de publicatie: “Bedrijven en milieuzonering” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Activiteitenbesluit milieubeheer en de ‘Nota evenementen met een luidruchtig karakter’ (bijlage 2). Voor onze overweging met betrekking tot natuurwaarden (dieren) wordt verwezen naar paragraaf 3.4. b. De Wro (Wet ruimtelijke ordening) geeft in artikel 6.1 aan dat een belanghebbende onder bepaalde voorwaarden en beperkingen recht kan doen gelden op vergoeding van schade als gevolg van de bepalingen van een bestemmingsplan of bijvoorbeeld een besluit omtrent het afwijken van het bestemmingsplan. Een aanvraag om vergoeding van planschade moet worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Planschade kan alleen gemeld worden als het planologisch besluit onherroepelijk is.
Dat betekent dat het niet meer mogelijk is om bezwaar of beroep aan te tekenen tegen het planologische besluit bij de rechtbank of de Raad van State. Planschade verjaart 5 jaar na het onherroepelijk worden van het planologisch besluit. Dit betekent dat na die tijd geen planschade meer gemeld kan worden. Meer informatie is te raadplegen via de
26
website van de gemeente Sluis:
Planschade melden - Website gemeente Sluis c. Inspreker verwacht ongewenste neveneffecten van festivals en geeft daarbij drank- en drugsoverlast aan. Omdat het bestemmingsplan een toetsingskader vormt voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een plan zijn de genoemde punten niet relevant voor de bestemmingsplanprocedure. Dat wil niet zeggen dat we deze punten niet in overweging genomen hebben. Met betrekking tot genoemde punten hebben wij overwogen dat het beeld dat geschetst wordt dat er massaal sprake zal zijn van drugsgebruik en bijbehorende overlast achten wij niet realistisch. Dit gelet op de aard en omvang van de gewenste evenementen en de koppeling aan de voorgenomen doelgroepen (voornamelijk gezinnen). Daarnaast zijn onze ervaringen met evenementen in onze gemeente niet overeenkomstig het geschetste beeld dat dit lijdt tot drugsgebruik en -overlast. Bovendien zijn middelgrote evenementen vergunning plichtig, wat met name is ingegeven vanuit het oogpunt van handhaving van de openbare orde. Volledigheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen in paragraaf 3.1. d. Voor onze overweging op dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 6. e. Voor de onderbouwing van het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek opgesteld door Kragten voor de planologische inpassing van het plan Regiopark. gelegen aan de Nieuwstraat te Oostburg (gemeente Sluis).
Het doel van dit akoestisch onderzoek is inzicht te geven in de geluidemissie van de bedrijfsbestemming naar de nieuw te realiseren woning en de bestaande woningen in directe omgeving. Hiertoe is de geluiduitstraling van deze bedrijfsbestemming berekend op basis van kengetallen en (akoestische) ervaringscijfers, opgedaan bij vergelijkbare inrichtingen. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels uit de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai”. De toetsing van de rekenresultaten heeft plaatsgevonden aan de richtwaarden uit de publicatie: “Bedrijven en milieuzonering” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Activiteitenbesluit milieubeheer en de ‘Nota evenementen met een luidruchtig karakter’ (bijlage 2). f. Omdat de verkeerssituatie in de Nieuwstraat nu al als gevaarlijk wordt ervaren is de vraag of hiervoor maatregelen getroffen moeten of kunnen worden. De verkeersgeneratie van het plan kan wel afgewikkeld worden via de toegang aan de Nieuwstraat, daarom staat dit punt los van de bestemmingsplanprocedure. Geconcludeerd kan worden dat dit punt vooralsnog geen aanleiding geeft tot aanpassing van het bestemmingsplan, maar dat de komende tijd benut zal worden om de verkeersituatie in de Nieuwstraat – in overleg met omwonenden - goed in beeld te brengen en te bezien of hier nadere maatregelen noodzakelijk zijn. Conclusie inspraakreactie 3 a.
Het geluidsonderzoek is uitgevoerd op de gebruikelijke wijze bij een bestemmingsplanprocedure door een onafhankelijk en ter zake kundig adviesbureau. De inspraakreactie geeft geen aanleiding om dit onderzoek te herzien en dus ook geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Voor de conclusie met betrekking tot de natuurwaarden en voorgestelde aanpassingen van het bestemmingsplan op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.4. b. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. c. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. d. Dit punt geeft aaanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan, hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6. e. Het geluidsonderzoek is uitgevoerd op de gebruikelijke wijze bij een bestemmingsplanprocedure door een onafhankelijk en ter zake kundig adviesbureau. De inspraakreactie geeft geen aanleiding om dit onderzoek te herzien en dus ook geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan f. De verkeerssituatie in de Nieuwstraat wordt – in overleg met omwonenden - nader bekeken
4.4 Inspreker 4 ontvangen 25 februari 2021 Samenvatting inspraakreactie 4 a. Volgens inspreker vindt het college het belangrijk om in Oostburg een volkstuinencomplex te hebben. De rechtmatigheid van het huidige volkstuinencomplex aan de Veerhoekpolderweg is betwist en ligt voor bij de rechter. Inspreker stelt daarom voor om het volkstuinencomplex op te nemen in het bestemmingsplan ‘Regiopark Oostburg’. Overweging inspraakreactie 4 a. In 2017 heeft de gemeente Sluis een prijsvraag uitgeschreven waarbij belangstellenden
27
uitgenodigd werden een bod te doen op de gronden van het plangebied met daarbij een plan voor de ontwikkeling van deze gronden. Eénieder heeft via deze prijsvraag de kans gehad om een ontwikkelingsplan in te dienen. Volkstuinen maken geen onderdeel uit van het gehonoreerde plan. Conclusie inspraakreactie 4 a. Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan.
4.5 Inspreker 5 ontvangen 1 maart 2021 Samenvatting inspraakreactie 5 De inhoud van deze inspraakreactie is gelijk aan de inhoud van inspraakreactie 2. Voor de samenvatting van deze inspraakreactie wordt daarom verwezen naar de samenvatting van inspraakreactie 2. Overweging inspraakreactie 5 De inhoud van deze inspraakreactie is gelijk aan de inhoud van inspraakreactie 2. Voor de overweging van deze inspraakreactie wordt daarom verwezen naar de overweging van inspraakreactie 2. Conclusie inspraakreactie 5 De inhoud van deze inspraakreactie is gelijk aan de inhoud van inspraakreactie 2. Voor de conclusie met betrekking tot deze inspraakreactie wordt daarom verwezen naar de conclusie met betrekking tot inspraakreactie 2.
4.6 Inspreker 6 ontvangen 1 maart 2021 Samenvatting inspraakreactie 6 De inhoud van deze inspraakreactie is gelijk aan de inhoud van inspraakreactie 2. Voor de samenvatting van deze inspraakreactie wordt daarom verwezen naar de samenvatting van inspraakreactie 2. Overweging inspraakreactie 6 De inhoud van deze inspraakreactie is gelijk aan de inhoud van inspraakreactie 2. Voor de overweging van deze inspraakreactie wordt daarom verwezen naar de overweging van inspraakreactie 2. Conclusie inspraakreactie 6 De inhoud van deze inspraakreactie is gelijk aan de inhoud van inspraakreactie 2. Voor de conclusie met betrekking tot deze inspraakreactie wordt daarom verwezen naar de conclusie met betrekking tot inspraakreactie 2.
4.7 Inspreker 7 ontvangen 1 maart 2021 Samenvatting inspraakreactie 7 De inhoud van deze inspraakreactie is (grotendeels) gelijk aan de inhoud van inspraakreactie 2. De verschillen zijn hieronder samengevat: a. Aanvullend op het gestelde in inspraakreactie 2 vat inspreker gedeelten uit de toelichting van het bestemmingsplan samen over de natuurwaarden en de bescherming daarvan middels de Wet natuurbescherming.
28
b. Inspreker merkt op dat volgens zijn meting/berekening de afstand tussen ’t Groote Gat en het te ontwikkelen plangebied slechts 70 meter bedraagt. Inspreker stelt dat dit niet overeenkomst met de afstand zoals genoemd in het voorontwerp bestemmingsplan. c. Aanvullend op het gestelde in inspraakreactie 2 vat inspreker gedeelten uit de toelichting van het bestemmingsplan samen over vleermuizen. d. Inspreker geeft aan dat een Aeriusberekening is gemaakt die gebaseerd is op 75.000 motorvoertuigbewegingen per jaar tussen het plangebied en de locatie waar het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Op basis van deze berekening is geconcludeerd dat geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming moet worden aangevraagd. Inspreker wijst er op dat in de toelichting op het bestemmingsplan ook is opgenomen dat het gelet op het beoogde groeimodel het lastig is om een voorspelling te doen voor het aantal verkeersbewegingen van en naar het park. Deze inschatting is wel nodig om toetsen te kunnen uitvoeren op het gebied van geluid en stikstof. Daarom is een inschatting gemaakt van aantal bezoekers en aantal verkeersbewegingen. Om die reden stelt inspreker het niet eens te zijn met de conclusie dat er geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming hoeft te worden aangevraagd. e.
Inspreker is van mening dat er vanwege deze ontwikkeling geen permanent kampeerterrein mag ontstaan. f. Inspreker leest in de toelichting van het bestemmingsplan over mogelijkheden om startups in de toekomst mogelijk te maken en hiervoor te bouwen op het terrein. Inspreker vraagt zich af of deze mogelijkheden kaderen binnen de regels van het bestemmingsplan of dat het de bedoeling is om hiervoor in de toekomst meer ruimte te bieden. g. Inspreker stelt dat het voorontwerpbestemmingsplan niet overeenstemt met de voorwaarden uit de prijsvraag. Het bestemmingsplan biedt namelijk wel ruimte aan woningbouw (1 woning) en verblijfsrecreatie niet als kleinschalig en onderscheidend kan worden bestempeld (300 kampeerplaatsen, 3 groepsaccommodaties, 20 verblijfseenheden camperplaatsen). Om deze reden vraagt inspreker zich af de uitslag van de prijsvraag herzien moet worden omdat in zijn optiek de voorwaarden van de prijsvraag achteraf zijn bijgesteld. h. Inspreker vindt dat de verkoopprijs van het terrein door gemeente aan initiatiefnemer bekend moet worden gemaakt. Overweging inspraakreactie 7 De inhoud van deze inspraakreactie is grotendeels gelijk aan de inhoud van inspraakreactie 2. Voor de overweging van deze inspraakreactie wordt daarom verwezen naar de overweging van inspraakreactie 2. Met betrekking tot de verschillen wordt het volgende overwogen. a.
Dit betreft een samenvatting van de toelichting van het bestemmingsplan, dit punt geeft geen aanleiding tot nadere overweging. b. In paragraaf 3.2 van de toelichting die ingaat op het provinciale beleid is aangegeven dat het natuurgebied het Groote Gat is gelegen op 95 meter afstand van de punt van het plangebied.
29
In bovenstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van natuurgebied het Groote Gat te zien. De kortste afstand tussen de bestemmingsplanmatige begrenzing van beide Gebieden is gemeten op ruim 96 meter.
Ter verduidelijk wordt aangegeven dat de plangrens van het plangebied voor het Regiopark niet overeenkomst met de oorspronkelijke (bestemmingsplanmatige) begrenzing van de Euregiotuinen. Dit blijkt uit de hierbovenstaande afbeelding. Hiermee is de bestemmingsplanmatige begrenzing in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie. Binnen de strook die niet wordt mee genomen in de bestemmingsplanherziening zijn geen ontwikkelingen mogelijk. In de vooroverlegreactie van de provincie wordt dit bevestigd. c. Dit betreft een samenvatting van de toelichting van het bestemmingsplan, dit punt geeft geen aanleiding tot nadere overweging. Volledigheidshalve wordt verwezen naar de overweging in paragraaf 3.4. d.In de toelichting op het bestemmingsplan is aangegeven dat het gelet op het karakter van het
30
beoogde groeimodel lastig is om een voorspelling te doen voor het aantal verkeersbewegingen van en naar het park. Deze inschatting is wel nodig om toetsen te kunnen uitvoeren op het gebied van geluid of stikstof. Naar verwachting zullen de ontwikkelingen binnen het gebied geleidelijk vorm en krijgen en in uitvoering komen, maar daarbij de maximale mogelijkheden zoals nu verwerkt in het bestemmingsplan niet overschrijden. Dat is wat bedoeld is met de term groeimodel. Om de benodigde toetsen te kunnen uitvoeren moet wel het model in beeld gebracht worden van het aantal bezoekers als alle mogelijkheden uit het bestemmingsplan benut worden. In het geval alle mogelijkheden uit het bestemmingsplan benut worden wordt het aantal motorvoertuigbewegingen per jaar van en naar het plangebied ingeschat op 75.000 motorvoertuigbewegingen. Er is geen aanleiding om deze benadering te wijzigen. De conclusie dat geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming moet worden aangevraagd wijzigt hierdoor niet. Voor de volledigheid wordt ook verwezen naar de beantwoording van vooroverlegreactie 1. e.Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.3. f. In de regels van het bestemmingsplan wordt ruimte gegeven om bouwwerken te realiseren/bouwen start-ups. De ruimte die de regels biedt is de maximale ruimte die beschikbaar is op het terrein voor start-ups.
Voor de verdere overweging met betrekking tot dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.2. g.Voor de overweging met betrekking tot de schaal van de verblijfsrecreatie wordt verwezen naar paragraaf 3.3. Ten aanzien van de te realiseren woning wordt het volgende overwogen. Het college heeft op 24 mei 2016 een besluit genomen over de openbare verkoop van de Euregiotuinen en de bijbehorende voorwaarden. Ten aanzien van woningbouw heeft het college op dat moment het volgende overwogen. `Woningbouwontwikkeling wordt niet toegestaan op deze locatie. Gelet op de huidige woningmarktsituatie en de regionale woningmarktafspraken is hier geen behoefte aan. Wel kan maximaal 1 (bedrijfs)woning worden toegestaan behorend bij de hoofdfunctie van de nieuwe invulling.` In de publicatie van de prijsvraag is aangegeven dat woningbouwontwikkeling niet wordt toegestaan op deze locatie. De realisatie van 1 (bedrijfs)woning wordt niet gezien als woningbouwontwikkeling en is in lijn met het genomen collegebesluit. Dit is ook zo gecommuniceerd met belangstellenden die contact met de gemeente hebben opgenomen naar aanleiding van de publicatie van de prijsvraag. In de ontwikkeling Regiopark Oostburg is de bouw van één woning voorzien. In basis wordt daarbij gedacht aan de functie bedrijfswoning. De wens is nadrukkelijk aanwezig om een meer flexibel gebruik van de woning niet bij voorbaat uit te sluiten.
Daarom wordt een reguliere woonbestemming toegepast. Dit laatste betekent dat op basis van de ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling de behoefte aan deze ene woning moet worden aangetoond. In 2020 is een procesplan tussen de provincie en de gemeente overeengekomen, het Plan van Aanpak Plancapaciteit. Doel daarvan is om niet langer op aantallen maar meer op woonkwaliteit te sturen. In deze geldt het vereiste dat de woning gerealiseerd moet worden als nultredenwoning en daarmee in basis aan de gewenste woonkwaliteit voldoet. Voor de toevoeging van één woning volgt de verantwoording uit de resultaten van de acties die gemeente en provincie samen uitvoeren in het kader van voornoemd Plan van Aanpak. h. Procedureel is de verkoopprijs niet relevant voor de bestemmingsplanprocedure. Echter gelet op de vragen die hierover gesteld worden beantwoorden wij deze als volgt. Ten aanzien van de verkoopprijs overwegen wij dat deze tot stand gekomen is tussen koper en gemeente, dus tussen partijen onderling. Om die reden verstrekken wij geen informatie hierover aan derden. Feitelijke aankoop/ overdracht van gronden vindt plaats nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is. Ten aanzien van de verkoopprijs geldt, zoals in andere gevallen, dat deze openbaar wordt zodra de akte wordt ingeschreven in de openbare registers.
Op dat moment kan éénieder hierin inzicht verkrijgen door de gegevens zelf op te vragen bij het kadaster. Conclusie inspraakreactie 7 De inhoud van deze inspraakreactie is gelijk aan de inhoud van inspraakreactie 2. Voor de conclusie met betrekking tot deze inspraakreactie wordt daarom verwezen naar de conclusie met betrekking tot inspraakreactie 2. Met betrekking tot de verschillen wordt het volgende geconcludeerd. a. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. b. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. c. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan, verwezen wordt naar de tekst van paragraaf 3.4 d. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan.
31
e. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan, verwezen wordt naar de tekst van paragraaf 3.3. f. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Volledigheidshalve wordt wel verwezen naar de tekst van paragraaf 3.2. g. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan, verwezen wordt naar de tekst van paragraaf 3.3. Ten aanzien van de te realiseren woning wordt de volgende tekst in de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen: In de ontwikkeling Regiopark Oostburg is de bouw van één woning voorzien. In basis wordt daarbij gedacht aan de functie bedrijfswoning. De wens is nadrukkelijk aanwezig om een meer flexibel gebruik van de woning niet bij voorbaat uit te sluiten. Daarom wordt een reguliere woonbestemming toegepast. Dit laatste betekent dat op basis van de ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling de behoefte aan deze ene woning moet worden aangetoond. In 2020 is een procesplan tussen de provincie en de gemeente overeengekomen, het Plan van Aanpak Plancapaciteit. Doel daarvan is om niet langer op aantallen maar meer op woonkwaliteit te sturen. In deze geldt het vereiste dat de woning gerealiseerd moet worden als nultredenwoning en daarmee in basis aan de gewenste woonkwaliteit voldoet.
Voor de toevoeging van één woning volgt de verantwoording uit de resultaten van de acties die gemeente en provincie samen uitvoeren in het kader van voornoemd Plan van Aanpak. h. Dit punt geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan.
4.8 Inspreker 8 ontvangen 1 maart 2021 Samenvatting inspraakreactie 8 a. In de toelichting staat op figuur 12 de zonering stedelijk gebied. In bijlagen bij de toelichting worden de begrippen ‘rustige woonwijk, rustig buitengebied, buitengebied, naoorlogse woonwijken en gemengd gebied’ gebruikt. Ook wordt in de toelichting aangegeven dat het plangebied net buiten de bebouwde kom ligt. Inspreker wil duidelijkheid inzake deze begrippen. b. Inspreker maakt bezwaar tegen de aantasting van het plangebied en de directe omgeving door geluidsoverlast, lichtvervuiling, verkeersoverlast en toename van stikstof. Inspreker verwacht een toename van stikstofuitstoot en verstoring van de habitat van veel beschermde soorten. Inspreker verwacht bij evenementen overlast inzake verkeer en parkeren en een toename van uitstoot. c. Inspreker verwacht door de ontwikkeling ‘blootstelling aan stress ervaringen’ met aantasting van de gezondheid als gevolg. d. Inspreker vindt dat door de nabijheid van het plangebied er geen keuzevrijheid meer is omdat men door het nabij wonen de verschillende activiteiten gewenst of ongewenst meekrijgt. e. Volgens inspreker leidt de ontwikkeling tot planschade vanwege verminderde waarde van het vastgoed (woningen wellicht onverkoopbaar). f. Inspreker geeft aan dat drank- en drugsoverlast inherent zijn aan festivals.
Hierdoor verwacht men schade aan de natuurwaarden in ’t Groote gat. g. Inspreker verwacht dat alle evenementen die gemeente Sluis biedt in het plangebied zullen gaan plaats vinden met gevolgen voor de overige plekken in Sluis en het plangebied. Hierdoor ontstaat een onevenredig grote belasting voor het plangebied en haar omgeving. Inspreker verwacht niet dat het evenemententerrein en de activiteiten extra bezoekers naar het centrum van Oostburg trekt. Inspreker verwacht door de ontwikkeling dat toeristen uit een veel groter gebied waaronder België worden aangetrokken naar het plangebied. h. Inspreker stelt een alternatief plan voor waarbij het plangebied wordt opengesteld voor publiek om te wandelen, licht te recreëren, voor exposities en om kinderen te laten spelen. i. Inspreker maakt bezwaar tegen het toestaan van horeca in categorie 4 omdat men daardoor overlast verwacht door veel bezoekers, parkeeroverlast, geluidsoverlast en verstoring van de openbare orde. Inspreker stelt een lagere categorie voor. j. Inspreker maakt bezwaar tegen het organiseren van festivals en meerdaagse evenementen in het plangebied. Inspreker vindt de toelichting onduidelijk inzake het kamperen behorend bij
32
meerdaagse evenementen. Hoe worden sanitaire voorzieningen geregeld en wie verblijven op deze terreinen. Inspreker is van mening dat vanwege deze ontwikkeling overlast ontstaat. k. Inspreker verwacht door het toestaan van zwaardere kampeermiddelen zoals kampeerauto’s negatieve gevolgen voor flora en fauna met name beschadiging van de bodem. Door het open stellen van een kampeerterrein binnen het plangebied wordt extra verkeersoverlast, geluidsoverlast, drank en drugsmisbruik, meer stress voor omwonenden, mogelijke vernielingen en verstoring van de openbare orde, lichtvervuiling, zwerfafval en toename van CO2 en stikstof verwacht. l. Inspreker denkt dat het begrip ‘familiefeesten’ ook inhoudt dat bruiloften e.d. worden toegestaan. Hierdoor verwacht inspreker dat op het terrein en de groepslocaties een ‘hotelfunctie’ ontstaat. Inspreker vindt dat van het bestemmingsplan en de toegestane (hoofd)functies (dagrecreatie) wordt afgeweken bij het toestaan van overnachtingen in kampeermiddelen en de 20 geplande recreatieverblijven. m. Inspreker verwacht door het toestaan van dagevenementen zoals beurzen en markten negatieve gevolgen voor flora en fauna.
Door het toestaan van deze evenementen binnen het plangebied wordt extra verkeersoverlast, geluidsoverlast, drank en drugsmisbruik, meer stress voor omwonenden, mogelijke vernielingen en verstoring van de openbare orde, lichtvervuiling, zwerfafval en toename van CO2 en stikstof verwacht. n. Inspreker haalt de eerder uitgezette prijsvraag aan die eerder heeft gezorgd voor de keuze van de huidige initiatiefnemer. Inspreker denkt dat binnen de 9 inzendingen destijds een beter plan zit dat meer recht doet aan het plangebied. Inspreker stelt in de inspraak hierover de volgende vragen: 1. Waarom is dit plan als prijswinnaar uit de ‘bus’ gekomen ? 2. Hoe kan in zo’n korte tijd een goede afweging zijn gemaakt van alle 9 inzendingen? 3. De prijsvraag lijkt te zijn toegeschreven op de plannen (verblijfsrecreatie) van initiatiefnemer. 4. Inspreker vraagt alle stukken op die tot de besluitvorming hebben geleid. 5. Waarom worden één woning, drie groepsverblijven en twintig recreatiewoningen toegestaan terwijl de wedstrijdvoorwaarden dit uitsloot? o. Inspreker verwacht dat plannen met ingrijpende gevolgen voor woon- en leefomgeving vooraf worden voorgelegd bij belanghebbenden (omwonenden). Inspreker stelt in de inspraak hierover de volgende vragen: 1.
Waarom heeft er geen overleg plaatsgevonden tussen de gemeente en de omwonenden en waarom zijn omwonenden niet betrokken geweest bij de planontwikkeling? Waarom moesten omwonenden via de media het nieuws volgen? 2. Waarom werden er geen duidelijke antwoorden gegeven op vragen van omwonenden en Wob verzoeken? 3. Waarom stelde initiatiefnemer zich met de flyer voor als ‘buurman’ terwijl het bestemmingsplan nog niet geldend is en de plannen dus ook niet door kunnen gaan? Daarbij vraagt inspreker zich af waarom er door hen geen flyer is ontvangen als omwonende? 4. Is de prijsvraag en de uitslag wel rechtsgelding als de wedstrijdvoorwaarden niet worden gerespecteerd en overige inzenders daardoor wellicht onterecht zijn afgewezen? p. Inspreker geeft aan termen als ‘startups en pop-ups’ wat volgens inspreker betekent dat er ruimte wordt geboden aan jonge ondernemers. Inspreker stelt in de inspraak hierover de volgende vragen: 1. Hoe kan voorkomen worden dat er gebouwd wordt in het plangebied? 2. Heeft initiatiefnemer volledig de vrije hand in het wel of niet bouwen van gebouwen en andere zaken en moeten er voor bouwwerken een Omgevingsvergunning worden aangevraagd of is het bestemmingsplan voldoende? 3.
Hoe zorgt men dat op het terrein geen circus, formule 1-circuit, helikopter platform, parkeerterrein, openluchtzwembad, manege, tribunes en meer recreatiewoningen ontstaan/aangelegd of worden gebouwd? Of meerdaagse festivals met de omvang van ‘Concert at sea’ kunnen worden georganiseerd. q. Inspreker leest in de regels van het bestemmingsplan een tegenstrijdigheid inzake het toestaan van gemotoriseerde sport en vraagt zich af of dit is toegestaan binnen het plangebied. Inspreker heeft bezwaren tegen het organiseren van elke vorm van gemotoriseerde wedstrijden. r. Inspreker vraagt wat wordt bedoeld met ‘ondergeschikte horeca’? s. Inspreker heeft twijfel bij de genoemde afstand in de toelichting tussen het plangebied en Het Groote Gat en eist dat de afstand opnieuw wordt gemeten. t. Inspreker geeft op de volgende pagina’s van zijn/haar inspraak samenvattingen uit de toelichting en andere documenten weer en heeft daarover de volgende vragen:
33
1. Hoe kan de gemeente Sluis een voorontwerpbestemmingsplan in procedure brengen wanneer dit plan volkomen voorbij gaat aan de vele onderzoeksrapporten over natuurbehoud, natuurbeleid en klimaatopwarming? 2. Hoe past dit plan in de hedendaagse mondiale opvatting dat toerisme teruggedrongen moet worden ten voordele van het milieu, leefklimaat van mens en dier en de klimaatopwarming? 3. Hoe kan een vooruitstrevende gemeente medewerking aan dit plan overwegen met de huidige kennis en het op 28 oktober 2020 gepresenteerde plan ‘Zeeuwse Natuurambitie’? u. Inspreker geeft aan het plan geen toevoeging te vinden voor een ‘waardevolle leefomgeving’. Inspreker vindt dat de laatste jaren de gemeente Sluis en volgebouwd is met name haar kustgebied, met appartementencomplexen, recreatieverblijven en –parken. v. Inspreker heeft twijfel bij het geluidonderzoek en verwijst naar diverse websites. Op basis hiervan stelt inspreker dat de berekeningen en voorwaarden zoals in het voorontwerpbestemmingsplan gehanteerd zijn niet conform de wettelijk toegestane geluidsnormen zijn en derhalve ontoelaatbaar. w. Inspreker vind de in de toelichting opgenomen passages over verkeer en parkeren en de bijbehorende berekeningen niet realistisch en gaat enkel uit van aannames. Mede vanwege het ontbreken van een trottoir/voetpad kunnen gevaarlijke situaties ontstaan.
Inspreker vindt dat de verkeersveiligheid beter geborgd dient te worden. Inspreker vraagt wie uiteindelijk opdraait voor de kosten van verkeersmaatregelen die eventueel ter plaatse getroffen moeten worden? x. Inspreker haalt de anterieure overeenkomst aan en vraagt zich af wie voor verschillende kosten verantwoordelijk is. Wie draait er bijvoorbeeld op voor de kosten als initiatiefnemer failliet gaat? En wie draait op voor de herstelschade van het natuurgebied vanwege het plan. y. Inspreker haalt de kadastrale verdeling van het plangebied aan en vraagt zich af waarom zij bij zoeken via internet hebben gevonden dat kadastrale situatie van perceel T 1412 vooraf was aan de uitslag van de prijsvraag. z. Inspreker geeft verder nog aan dat economie voorrang heeft boven ecologie. Er is een flexibel plan opgesteld waarbij de initiatiefnemer de vrije hand heeft zonder waarborgen voor natuur, milieu, omwonenden, veiligheid en klimaat. De inspreker is van mening dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken onevenredig worden aangetast. Inspreker vraagt aan het eind van de inspraakreactie nogmaals aandacht voor het gestelde onder h. en vult dit aan met de suggestie om het Natura 2000 gebied het Groote Gat te verbinden met het terrein van de voormalige Euregiotuinen. Overweging inspraakreactie 8 a.
In paragraaf 4.3 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op de bodemkwaliteit van het plangebied. Hiervoor is de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Sluis geraadpleegd. Deze kaart is opgedeeld in gebieden waarvan ‘Buitengebied en naoorlogse woonwijken’ er één is. In paragraaf 4.7 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op milieuzonering. Dit om te kunnen bepalen wanneer en of bedrijfsmatige activiteiten en woningen elkaar beïnvloeden. Hiervoor wordt de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geraadpleegd. Op basis van deze brochure zijn gebieden ingedeeld in o.a rustige woonwijk en gemengd gebied. Deze toetsen (moeten) worden uitgevoerd om te bepalen of het bestemmingsplan uitvoerbaar is en om invulling te geven aan regels en verbeelding van het bestemmingsplan. De terminologie komt niet terug in de verbeelding en/of de regels van het bestemmingsplan die juridisch bindend zijn. b. De uitgevoerde onderzoeken wijzen uit dat er geen sprake zal zijn van geluidsoverlast. Met de voorgestelde aanpassingen van het plan zoals voorgesteld in hoofdstuk 3 neemt geluid verder af. Wat betreft lichtvervuiling wordt een voorstel voor aanpassing van het plan gedaan in paragraaf 3.4. Specifiek voor parkeren wordt verwezen naar hoofdstuk 6.
Omdat de verkeerssituatie in de Nieuwstraat nu ook al als gevaarlijk wordt ervaren is de vraag of hiervoor maatregelen getroffen moeten of kunnen worden. De verkeersgeneratie van het plan kan wel afgewikkeld worden via de toegang aan de Nieuwstraat, daarom staat dit punt los van de bestemmingsplanprocedure. Geconcludeerd kan worden dat dit punt vooralsnog geen aanleiding geeft tot aanpassing van het bestemmingsplan, maar dat de komende tijd benut zal worden om de verkeersituatie in de Nieuwstraat – in overleg met omweonden - goed in beeld te brengen en te bezien of hier nadere maatregelen noodzakelijk zijn. De Aeriusberekening wordt mede naar aanleiding van deze inspraakreactie aangepast. c. Het plan is getoetst op de gebruikelijke (en verplichte) aspecten milieuzonering, verkeerslawaai, luchtkwaliteit en externe veiligheid. De uitgevoerde toetsen geven aan dat het plan geen negatieve
34
invloed heeft op een goed woon-en leefklimaat van de woningen in de directe nabijheid van het plangebied. Naar aanleiding van de ingediende inspraakreacties is er echter wel aanleiding om het plan te wijzigen, deze wijzigen kunt u terug vinden in hoofdstuk 3. d. Voor dit punt verwijzen wij u naar onze overwegingen in hoofdstuk 3 en de mede naar aanleiding hiervan voorgestelde zonering zoals uitgewerkt in hoofdstuk 5. e. De Wro (Wet ruimtelijke ordening) geeft in artikel 6.1 aan dat een belanghebbende onder bepaalde voorwaarden en beperkingen recht kan doen gelden op vergoeding van schade als gevolg van de bepalingen van een bestemmingsplan of bijvoorbeeld een besluit omtrent het afwijken van het bestemmingsplan. Een aanvraag om vergoeding van planschade moet worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Planschade kan alleen gemeld worden als het planologisch besluit onherroepelijk is. Dat betekent dat het niet meer mogelijk is om bezwaar of beroep aan te tekenen tegen het planologische besluit bij de rechtbank of de Raad van State. Planschade verjaart 5 jaar na het onherroepelijk worden van het planologisch besluit. Dit betekent dat na die tijd geen planschade meer gemeld kan worden. Meer informatie is te raadplegen via de website van de gemeente Sluis:
Planschade melden - Website gemeente Sluis f. Inspreker verwacht ongewenste neveneffecten van festivals en geeft daarbij drank- en drugsoverlast aan. Omdat het bestemmingsplan een toetsingskader vormt voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een plan zijn de genoemde punten niet relevant voor de bestemmingsplanprocedure. Dat wil niet zeggen dat we deze punten niet in overweging genomen hebben. Met betrekking tot genoemde punten hebben wij overwogen dat het beeld dat geschetst wordt dat er massaal sprake zal zijn van drugsgebruik en bijbehorende overlast achten wij niet realistisch. Dit gelet op de aard en omvang van de gewenste evenementen en de koppeling aan de voorgenomen doelgroepen (voornamelijk gezinnen). Daarnaast zijn onze ervaringen met evenementen in onze gemeente niet overeenkomstig het geschetste beeld dat dit lijdt tot drugsgebruik en -overlast. Bovendien zijn middelgrote evenementen vergunning plichtig, wat met name is ingegeven vanuit het oogpunt van handhaving van de openbare orde. Volledigheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen in paragraaf 3.1. Hieraan wordt naar aanleiding van inspraakreactie nog toegevoegd dat Zwemmen en sporten, anders dan wandelen en schaatsen, in natuurgebied ’t Groote Gat niet is toegestaan/ mogelijk vanwege de waterkwaliteit en natuurwaarden. Indien dit wel wordt gedaan ligt handhavend optreden voor de hand.
Dat is niet anders dan in de huidige situatie. g. Het plan heeft niet als doel bestaande evenementen binnen de gemeente Sluis te verplaatsen. Veel evenementen zijn bovendien plaatsgebonden. Denk hierbij aan de Visserijfeesten in Breskens, bunkerfestival in Groede Podium en Weitjerock in IJzendijke. Deze evenementen lenen zich niet voor verplaatsing naar een andere locatie. Verder wordt verwezen naar de overweging in paragraaf 3.1. h. Het plan bestaat uit het mogelijk maken van de ideeën die inspreker benoemt. Het plangebied wordt vrij opengesteld voor publiek om te wandelen en te recreëren (bijv. picknicken). Het plan behelst eveneens het organiseren van exposities en kinderen krijgen er de mogelijkheid om te spelen. Het is de bedoeling dat beide laatste activiteiten zowel binnen als buiten kunnen plaatsvinden. Zo voorziet het plan ook in de mogelijkheden om te verblijven en te recreëren bij mindere weersomstandigheden. Het bieden van faciliteiten voor horeca, verblijfsrecreatie en evenementen zijn hieraan complementair. i.Verwezen wordt naar de overweging in paragraaf 3.2. j. Verwezen wordt naar de overweging in paragraaf 3.1 en 3.3. k. Verwezen wordt naar de overwegingen in hoofdstuk 3 en de beantwoording onder b. l. Verwezen wordt naar de overweging in paragraaf 3.2 en 3.3. m.
Het plan is getoetst op de gebruikelijke (en verplichte) aspecten milieuzonering, verkeerslawaai, luchtkwaliteit, externe veiligheid en waarden op het gebied van flora en fauna. De uitgevoerde toetsen geven aan dat het plan geen negatieve invloed heeft op een goed woon-en leefklimaat van de woningen in de directe nabijheid van het plangebied. Toetsen geven eveneens aan dat uitvoering van het plan geen negatief effect heeft op de flora en fauna. Naar aanleiding van de ingediende inspraakreacties is er echter wel aanleiding om het plan te wijzigen, deze wijzigen kunt u terug vinden in hoofdstuk 3. n. Uw vragen over de prijsvraag zijn niet relevant voor de bestemmingsplanprocedure, wij kunnen deze wel als volgt beantwoorden. Naar aanleiding van de prijsvraag zijn er 9 plannen zijn ingediend. Deze plannen zijn zeer divers qua functie en ook qua biedingen. Na beoordeling van de plannen aan de hand van de gestelde voorwaarden is er een top 3 opgesteld van de plannen. Vervolgens zijn de onderhandelingen gestart met de eerste keuze. Dit heeft geleid tot een definitieve overeenkomst zowel financieel als inhoudelijk qua plannen. Dit vormde de basis om deze plannen te communiceren. De indieners van de overige plannen hebben deze vertrouwelijk ingediend en verwachten ook dat wij
35
er als overheid als zodanig mee omgaan. De overige plannen worden daarom door ons niet gecommuniceerd gelet op de vertrouwelijkheid en het feit dat ze niet worden gerealiseerd op de locatie Euregiotuinen. Het geeft de initiatiefnemers de ruimte om er op een andere wijze/ locatie invulling aan te geven. Ten aanzien van de te realiseren woning wordt het volgende overwogen. Het college heeft op 24 mei 2016 een besluit genomen over de openbare verkoop van de Euregiotuinen en de bijbehorende voorwaarden. Ten aanzien van woningbouw heeft het college op dat moment het volgende overwogen. `Woningbouwontwikkeling wordt niet toegestaan op deze locatie. Gelet op de huidige woningmarktsituatie en de regionale woningmarktafspraken is hier geen behoefte aan. Wel kan maximaal 1 (bedrijfs)woning worden toegestaan behorend bij de hoofdfunctie van de nieuwe invulling.` In de publicatie van de prijsvraag is aangegeven dat woningbouwontwikkeling niet wordt toegestaan op deze locatie. De realisatie van 1 (bedrijfs)woning wordt niet gezien als woningbouwontwikkeling en is in lijn met het genomen collegebesluit. Dit is ook zo gecommuniceerd met belangstellenden die contact met de gemeente hebben opgenomen naar aanleiding van de publicatie van de prijsvraag. In de ontwikkeling Regiopark Oostburg is de bouw van één woning voorzien. In basis wordt daarbij gedacht aan de functie bedrijfswoning.
De wens is nadrukkelijk aanwezig om een meer flexibel gebruik van de woning niet bij voorbaat uit te sluiten. Daarom wordt een reguliere woonbestemming toegepast. Dit laatste betekent dat op basis van de ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling de behoefte aan deze ene woning moet worden aangetoond. In 2020 is een procesplan tussen de provincie en de gemeente overeengekomen, het Plan van Aanpak Plancapaciteit. Doel daarvan is om niet langer op aantallen maar meer op woonkwaliteit te sturen. In deze geldt het vereiste dat de woning gerealiseerd moet worden als nultredenwoning en daarmee in basis aan de gewenste woonkwaliteit voldoet. Voor de toevoeging van één woning volgt de verantwoording uit de resultaten van de acties die gemeente en provincie samen uitvoeren in het kader van voornoemd Plan van Aanpak. Voor de overwegingen met betrekking tot verblijfsrecreatie wordt verwezen naar paragraaf 3.3. o. Over de beoordeling van de inschrijvingen heeft geen overleg plaatsgevonden met omwonenden omdat de prijsvraag tot doel had om te komen tot een privaatrechtelijke overeenkomst tussen twee partijen. Nu er een voorontwerpbestemmingsplan is opgesteld is door de gemeente iedereen in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren.
Daarnaast is door de initiatiefnemer contact gezocht met omwonenden, de gemeente is hierin geen partij en kan daarom ook niet ingaan op de specifieke vragen die hierover gesteld worden. De Wob-verzoeken zijn volgens de daartoe geldende criteria behandeld. Voor onze overwegingen ten aanzien van de prijsvraag wordt verwezen naar punt n. p. In de regels van het bestemmingsplan wordt ruimte gegeven om bouwwerken te realiseren/bouwen voor o.a. start-ups. De ruimte die de regels biedt is de maximale ruimte die beschikbaar is op het terrein voor bouwwerken waaronder start-ups. Meer ruimte is er binnen het plangebied niet voor bouwwerken. Voor de volledigheid wordt verwezen naar de overwegingen in paragraaf 3.2. De initiatiefnemer heeft de mogelijkheid om deze bouwmogelijkheden te benutten, maar dat hoeft niet. Voor het realiseren van de bouwwerken moet een Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen (voorheen een bouwvergunning) aangevraagd worden. Voor het gestelde onder punt 3 wordt verwezen naar onze overwegingen in paragraaf 3.1. q. Ten aanzien van uw inspraakreactie op het punt van gemotoriseerde sporten wordt verwezen naar de overwegingen in paragraaf 3.1. r. Verwezen wordt naar onze overwegingen in paragraaf 3.2. s. Verwezen wordt naar de overweging bij inspraakreactie 7 onder b. t.
Het plan is getoetst op de gebruikelijke (en verplichte) aspecten milieuzonering, verkeerslawaai, luchtkwaliteit, externe veiligheid en waarden op het gebied van flora en fauna. De uitgevoerde toetsen geven aan dat het plan geen negatieve invloed heeft op een goed woon-en leefklimaat van de woningen in de directe nabijheid van het plangebied. Toetsen geven eveneens aan dat uitvoering van het plan geen negatief effect heeft op de flora en fauna. Naar aanleiding van de ingediende inspraakreacties is er echter wel aanleiding om het plan te wijzigen, deze wijzigen kunt u terug vinden in hoofdstuk 3. u. Kennis wordt genomen van de visie van inspreker. v. Voor de onderbouwing van het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek opgesteld door Kragten. Het doel van dit akoestisch onderzoek is inzicht te geven in de geluidemissie van de bedrijfsbestemming naar de nieuw te realiseren woning en de bestaande woningen in directe omgeving. Hiertoe is de geluiduitstraling van deze bedrijfsbestemming berekend op basis van kengetallen en (akoestische) ervaringscijfers, opgedaan bij vergelijkbare
36
inrichtingen. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels uit de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai”. De toetsing van de rekenresultaten heeft plaatsgevonden aan de richtwaarden uit de publicatie: “Bedrijven en milieuzonering” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Activiteitenbesluit milieubeheer en de ‘Nota evenementen met een luidruchtig karakter’ (bijlage 2). w. In de toelichting op het bestemmingsplan is aangegeven dat het gelet op het karakter van het beoogde groeimodel lastig is om een voorspelling te doen voor het aantal verkeersbewegingen van en naar het park. Deze inschatting is wel nodig om toetsen te kunnen uitvoeren op het gebied van verkeer. Er is daarom een aaname gedaan van het maximaal aantal verkeersbewegingen. Omdat de verkeerssituatie in de Nieuwstraat nu ook al als gevaarlijk wordt ervaren is de vraag of hiervoor maatregelen getroffen moeten of kunnen worden. De verkeersgeneratie van het plan kan wel afgewikkeld worden via de toegang aan de Nieuwstraat, daarom staat dit punt los van de bestemmingsplanprocedure. Geconcludeerd kan worden dat dit punt vooralsnog geen aanleiding geeft tot aanpassing van het bestemmingsplan, maar dat de komende tijd benut zal worden om de verkeersituatie in de Nieuwstraat – in overleg met omwonenden - goed in beeld te brengen en te bezien of hier nadere maatregelen noodzakelijk zijn. x.
In de anterieure overeenkomst worden afspraken tussen de gemeente en een initiatiefnemer vastgelegd over het ontwikkelen (bebouwen) van een bepaald perceel. Een anterieure overeenkomst is een privaatrechtelijke overeenkomst, waarin de initiatiefnemer zich verplicht tot het betalen van een bijdrage in de kosten die door de gemeente gemaakt moeten worden om de grondexploitatie mogelijk te maken. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de kosten van de aanleg van infrastructuur of aanbapssing van het bestemmingsplan. Daarnaast wordt in deze overeenkomst vastgelegd dat de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor eventuele planschade en de uitbetaling hiervan. Planontwikkeling door de initiatiefnemer is voor eigen rekening en risico. Eén van de voorwaarden voor vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is ondertekening – door beide partijen – van de anterieure overeenkomst. y. Er heeft nog geen grondoverdracht plaatsgevonden. z. Zoals eerder overwogen zijn de maximale mogelijkheden vastgelegd in de regels en het verbeelding van het bestemmingsplan. Binnen deze mogelijkheden kan de initiatiefnemer zijn plannen ontwikkelen, maar die mogelijkheden zijn dus wel degelijk begrensd en door middel van de sectorale toetsen (water, milieu, natuur etc.) getoetst. Verder wordt verwezen naar de overwegingen in de hoofdstuk 3.
De suggestie om het Natura 2000 gebied het Groote Gat te verbinden met het terrein van de voormalige Euregiotuinen valt buiten de werkingssfeer van dit bestemmingsplan. Initiatiefnemer heeft aangegeven aan de zijde van de Bakkersstraat een toegang te creëren zodat vanaf het Groote Gat een ommetje gemaakt kan worden (of andersom).