a. (Molenstraat 14 Retranchement) - Ontwerpbestemmingsplan
Tekst van het document
• De molen van Retranchement met bijbehorende molenbiotoop is op de provinciale kaart weergegeven. Het plangebied ligt in deze molenbiotoop (gele cirkel); • De Contre Escarpe is – ook in het vigerende bestemmingsplan - aangeduid als een beschermde dijk. De bescherming is gericht op het behoud van dijken en het behoud, herstel en ontwikkeling van aanwezige en potentiële natuur-, landschaps-, en cultuurhistorische waarden. Het meet noordelijke deel van de Contre Escarpe wordt verhard met gebakken klinkers en er wordt een nieuwe aansluiting gerealiseerd, maar door de natuurlijke vormgeving van de voortuinen, worden de landschaps- en cultuurhistorische waarden versterkt.
Figuur 14. Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Retranchement (Provincie Zeeland, 2021) met zwarte ster plangebied
Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 27
Molenbiotoop Op ruim 200 meter afstand staat de open standerdmolen van Retranchement. Deze molen heeft voor zover bekend nooit een naam gehad. De huidige molen is na de storm van 1717 circa 70 meter noordwestelijk van de oorspronkelijke plek herbouwd. De molen overleefde de Tweede Wereldoorlog, zij het zeer beschadigd. Direct na de oorlog is de molen hersteld en weer in gebruik genomen. In 1977 is de molen door de gemeente Sluis overgenomen. Na een grondige opknapbeurt in 1982 is in 2002 de molen zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat hersteld De molen van Retranchement is een van de weinige molens met een houten hoepelvang; deze vang is bovendien de enige historische, omdat andere hoepelvangen reconstructies zijn. De kast van de molen is steenrood geverfd en wit afgebiesd. De voorzijde en de kap zijn gedekt met schaliën. De molen wordt thans nog op vrijwillige basis af en toe gebruikt voor het malen van graan. Om de maximale toelaatbare obstakelhoogte te berekenen wordt normaliter de volgende formule toegepast (uit: Handleiding Molenbiotoop; vereniging De Hollandsche Molen): H=x/n+c*z. Hierin is x de afstand van de molen tot het plangebied, n een constante die verschilt afhankelijk van het type gebied, c een constante die normaliter op 0,2 gesteld wordt en is z de askophoogte van de molen ten opzichte van het maaiveld.
In dit geval is sprake van grotendeels bebouwd gebied, zodat de constante n op 50 wordt gesteld. De askophoogte van de molen ligt op 13 meter. Hantering van de formule levert dan op 240 meter afstand een maximale hoogte op van afgerond 7,40 meter. In het vigerende bestemmingsplan is voor de zone tussen 200 en 300 meter een maximale hoogte van 8,60 meter aangehouden. In dit bestemmingsplan wordt de maximale bouwhoogte op 8 meter bepaald. De windvang zal daardoor zeker niet beperkt worden, nu de woningen vanuit het perspectief van de molen gebouwd worden achter de hoge bomen langs de Contre Escarpe. Er is daar al sprake van een verminderde windvang. Conclusie Er wordt een maximale bouwhoogte van 8 meter in dit bestemmingsplan verankerd. Daarmee wordt door de bouw van de woningen op deze locatie de windvang van de molen zeker niet verslechterd. Cultuurhistorie vormt geen belemmering.
4.3 Bodem Beleid Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het gemeentelijk bodemkwaliteitsbeleid volgt de kaderwet Wet bodembescherming en daaruit voortvloeiende regelgeving. Uitgangspunten zijn dat de bodem duurzaam geschikt moet zijn voor de beoogde functie en dat de bodemkwaliteit zeker niet mag verslechteren. Ook verontreinigingen in stabiele eindsituaties worden niet vanzelfsprekend geaccepteerd. Bij functiewijzigingen wordt daarom getoetst of de bodemkwaliteit voldoende is voor de nieuwe functie. De bodemkwaliteit van het plangebied Kokersweg In het plangebied Kokersweg is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, nu er sprake is geweest van een agrarisch erf. De resultaten van het bodemonderzoek zijn opgenomen in bijlage 4. Daaruit blijkt de bodem ter plaatse is opgebouwd uit een laag die hoofdzakelijk uit zandige klei en plaatselijk uit matig fijn zand met een siltige toevoeging bestaat (1 meter beneden maaiveld), een laag met zandige klei (1 tot 2 meter beneden maaiveld) en een laag met matig fijn zand met een sterk siltige toevoeging daaronder. De grondwaterstand is tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden bepaald op een diepte van 1 meter beneden maaiveld. In de ondergrond is
Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 28
plaatselijk een bijmenging met resten baksteen aangetroffen. Er zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan met betrekking tot de (voormalige) brandstoftanks. In de bovengrond is plaatselijk een lichte verontreiniging met PAK boven de achtergrondwaarde aangetroffen. De ondergrond bevat geen verhoogde gehaltes boven de achtergrondwaarden. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan molybdeen boven de streefwaarde aangetoond. De onderzoeksresultaten geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, aangezien de gemeten gehalten/concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarde. De aangetoonde verontreiniging is dermate gering dat deze geen belemmering vormt voor eventuele bebouwing en/of andere activiteiten. Er zijn met de voorgenomen activiteiten geen risico’s voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig. Het plangebied is op basis van de huidige informatie en de tijdens de veldwerkzaamheden gedane zintuiglijke waarnemingen (sporadisch baksteen) niet verdacht op het voorkomen van asbesthoudende materialen in de bodem. De bodemkwaliteit van het plangebied Contre Escarpe Volgens de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Sluis valt het plangebied Contre Escarpe in de zone “Buitengebied en naoorlogse woonwijken”, hetgeen duidt op een kleine kans op verontreiniging.
Uit de historische topografische kaarten blijkt dat er in het plangebied nooit bebouwing heeft gestaan. Ook is er geen sprake geweest van boomgaarden voor de productie. Het plangebied Contre Escarpe is daarmee onverdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging. Conclusie Mede op grond van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek vormt het aspect bodem geen belemmering.
4.4 Water Waterbeleid Het streven naar een veilig, gezond en duurzaam waterbeheer staat landelijk in de belangstelling. Het landelijk waterbeleid is beschreven in het Nationaal Waterplan. Dit plan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon zoet water en diverse vormen van gebruik van water. Het Waterschap Scheldestromen is de waterbeheerder voor het plangebied. Ten aanzien van (her)ontwikkelingen voert het waterschap het beleid 'waterneutraal bouwen'. Elke ontwikkeling dient in, of in de directe nabijheid van de ontwikkelingslocatie voldoende waterbergingscapaciteit te realiseren. Hierbij moet er voldoende bergingscapaciteit zijn om een situatie met een herhalingstijd van 100 jaar te kunnen verwerken. Als uitgangspunt wordt hierbij een 10 dagen durende bui met een totale neerslag van 147 mm gehanteerd. Bij een afvoer naar het regionale watersysteem volgens de afvoernorm van het waterschap maximaal 10 mm/24 uur dient er een bergingscapaciteit van 75 mm op het afvoerend oppervlak te worden gerealiseerd. Het watervlak zelf telt hierbij ook mee als afvoerend oppervlak. Ten aanzien van de waterkwaliteit is het beleid van het waterschap er op gericht om schoon water zoveel mogelijk in het gebied te houden en niet via de riolering naar een afvalwaterzuivering af te voeren.
De beslisboom voor afkoppelen geeft aan hoe met het afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering moet worden omgegaan. Hierbij dient eerst afgewogen te worden of het regenwater hergebruikt kan worden, zo niet dan dient infiltratie overwogen te worden.
Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 29
Watertoets plangebied Kokersweg De watertoetstabel voor het plangebied Kokersweg is opgenomen in bijlage 5. Het plangebied Kokersweg is niet gelegen in de nabijheid van een waterkering. Het plangebied ligt in een matig zettingsgevoelig gebied met beperkte mogelijkheden voor infiltratie. Er wordt in het plangebied een nertsenfarm, een mestsilo en een schuur afgebroken en daarvoor in de plaats komt één woning met een bijgebouw terug. Het bebouwde en verharde oppervlak neemt derhalve stevig af. Er is geen noodzaak voor het aanleggen van extra waterberging. In het landschappelijk inpassingsplan is wel een extra vijver op het terrein voorzien. Het vuil water van de nieuwe woning wordt aangesloten op een IBA (minimaal klasse 1). Dat is een verbeterde septictank met inhoud van minimaal 6 m³ die voldoet aan NEN EN 12566-1 (dus toilet-, keuken-, bad, wasmachine afvoer allemaal op de IBA). Het regenwater voert af op de sloot. Watertoets plangebied Contre Escarpe De watertoetstabel voor het plangebied Contre Escarpe is opgenomen in bijlage 6. De Molenstraat en de Wallen van Retranchement zijn aangeduid als regionale kering. Het plangebied ligt niet in de beschermingszone van de als waterkering fungerende Wallen van Retranchement (figuur 15).
De meest noordelijke woning en het bijgebouw liggen in beschermingszone B van de als regionale kering functionerende Molenstraat, waarbij de noordgevel van de woning tegen beschermingszone A aan ligt.
Figuur 15. Positie van de beschermingszone en de waterkering
Mocht de woning toch deels in de beschermingszone A gebouwd worden is op basis van de Keur watersysteem waterschap Scheldestromen 2012 een watervergunning vereist. Op basis van het Vergunningenkader waterkeringen 2018 geldt voor regionale waterkeringen dat buiten de bebouwingscontouren nieuwbouw in de beschermingszone A enkel is toegestaan als de kering een overmaat heeft ten opzichte van het normprofiel. Voorwaarde is dat het waterkerend vermogen van Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 30
de waterkering niet wordt aangetast en dat beheer en onderhoud mogelijk blijft. Een nadere toetsing door het waterschap geeft aan dat de Molenstraat een aanzienlijke overmaat heeft ten opzichte van het normprofiel. Het bouwen van de woning zal geen consequenties hebben voor het waterkerend vermogen van de kering en het beheer en onderhoud wordt er niet door belemmerd/ bemoeilijkt. Conclusie is dat als binnen de beschermingszone van de Molenstraat gebouwd wordt, daar vergunning voor verleend kan worden. Op grond van de Keur van Waterschap Scheldestromen is het verboden zonder vergunning in beschermingszone B afgravingen met een diepte van meer dan 5 meter te verrichten, waarbij een lijn onder 1:6 getrokken uit de grens van de beschermingszone A wordt overschreden, boringen en seismisch onderzoek te verrichten, werken met een overdruk van 10 bar of meer te plaatsen of te hebben, explosiegevaarlijk materiaal of explosiegevaarlijke inrichtingen te hebben of windturbines met een masthoogte hoger dan 25 meter te plaatsen of te behouden dan wel te verwijderen. Het initiatief voorziet niet in deze ingrepen. Zo lang de woning buiten beschermingszone A gebouwd wordt, is derhalve geen watervergunning nodig. Het plangebied ligt volgens de provinciale waterkansenkaart in een niet zettingsgevoelig gebied met ruime mogelijkheden voor infiltratie.
Vanwege de optredende grondwaterstanden is de exacte infiltratiecapaciteit een aandachtspunt. Door de bebouwing en verharding (terras en parkeren) neemt de verharding in het plangebied toe. In de beoogde ontwikkeling wordt het thans volledig onverharde plangebied van circa 1½ hectare gedeeltelijk ingevuld met gebakken klinkerverharding (ringvormige ontsluiting rond gezamenlijk bijgebouw van circa 1.120 m²), drie woningen en een gezamenlijk bijgebouw met een gezamenlijk dakoppervlak van circa 900 m² en drie privétuinen die deels met terrassen kunnen worden ingericht van in totaal circa 1.125 m². Uitgaande van 60 m² terras per woning neemt de bebouwing en verharding toe met in totaal 2.200 m² (1.120+900+180). Aan deze bergingsopgave kan worden voldaan door een groen dak te realiseren en door aan de buitenzijden van de percelen een wadi aan te leggen die samen met de omliggende beplanting buiten de kavels een duidelijke perceelscheiding vormt. Bij een dergelijke solitaire voorziening moet de capaciteit van de voorziening gedimensioneerd worden op de volledige T=100 neerslaghoeveelheid van 147 mm. Dat betekent een voorziening met een capaciteit van 323,4 m³. Als ook gebruik gemaakt wordt van de capaciteit van het omliggende watersysteem (gedeeltelijke versnelde afvoer via de watergangen) kan de voorziening gedimensioneerd worden op 75 mm ofwel een capaciteit van 165 m³.
De exacte wijze van waterberging wordt bij de omgevingsvergunning voor het bouwen uitgewerkt. Daarvoor is een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan opgenomen. Het hemelwater dat op het perceel valt, wordt volledig afgekoppeld en op het perceel geborgen. Omdat de woningen en de verharding wordt gerealiseerd met niet uitloogbare materialen en het gebruik van de verharding zeer beperkt is (drie woningen) blijft het hemelwater dat op het plangebied valt, schoon. Het totale gebied kan dan ook worden afgekoppeld, zodat er geen effect is op het naastgelegen natuurgebied en de kwaliteit van het grondwater. Aan de vereisten van provinciaal beleid (artikel 4.12.1 Omgevingsverordening) wordt voldaan. Voor het vuilwater worden de drie woningen aangesloten op de cluster van drukrioleringen voor de woningen Molenstraat 23-27. Voor de drie nieuwe woningen moet het cluster worden uitgebreid met één rioolgemaal en een deel rioolpersleiding. Elke nieuwe woning sluit met een eigen riolering aan op het te realiseren rioolgemaal. De bestaande bebouwing van de Breydelhoeve sluit met een rioolpersleiding reeds aan op gemeentelijke riolering in de Molenstraat. Omdat de bestaande rioolpersleiding door de nieuwe percelen loopt, worden deze rioolpersleidingen omgelegd en aangesloten op het nieuw te realiseren rioolgemaal.
Vanuit het nieuwe rioolgemaal wordt het vuil water vervolgens naar het gemeentelijk riool gepompt.
Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 31
4.5 Verkeer en parkeren Beleid Het beleid rondom verkeer en parkeren in de gemeente Sluis is vastgelegd in de nota ‘Krachtig verbonden’. Voor verkeer is opgenomen dat de infrastructuur, met uitzondering van de lijnen naar de kust, voldoet. Dit wordt grotendeels bevestigd in ‘Een veilig Sluis, Verkeersveiligheidsplan gemeente Sluis 2018-2025’. Voor parkeren is het ‘beleid parkeernormen’ en de ‘parapluherziening parkeren gemeente Sluis’ vastgesteld. Daarin zijn voor allerhande functies parkeernormen opgenomen, waaraan de gemeente Sluis toetst. Uitgangspunt is dat parkeren op eigen terrein plaatsvindt. Verkeer van en naar het plangebied De afwikkeling van autoverkeer van en naar het plangebied Contre Escarpe vindt plaats via de Molenstraat naar Cadzand en van daar uit naar de Potjes, waar de provinciale weg van Breskens naar Sluis bereikt wordt. De afwikkeling van het autoverkeer van en naar het plangebied Kokersweg verloopt via de Mariastraat naar de provinciale weg van Breskens naar Sluis of naar de N253 bij Oostburg (door Zuidzande). De verkeersgeneratie kan afgeleid worden uit de kentallen van het CROW (publicatie 381, december 2018). De gehanteerde stedelijkheidsgraad is niet stedelijk en het gehanteerde woonmilieutype is buitengebied. Voor vrijstaande woningen wordt gerekend met 8 verkeersbewegingen per etmaal.
Naar de locatie Kokersweg komen er 8 bewegingen bij, maar de aan- en afvoer van (materiaal en voeding voor) pelsdieren valt weg. Van en naar het plangebied Contre Escarpe komen derhalve 24 bewegingen. Deze zeer beperkte toename op het wegennet kan eenvoudig afgewikkeld worden. Daarvoor wordt in nauwe samenspraak met de wegbeheerder (Waterschap Scheldestromen) het gedeelte van de Contre Escarpe tussen de nieuwe toegang tot het erf van de drie nieuwe woningen en het bruggetje over de watergang langs de Molenstraat voorzien van een deugdelijke constructie van de ondergrond en voorzien van een verharding van gebakken klinkers. Deze verharding wordt ook doorgezet op het erf voor een eenduidig beeld. De rest van de Contre Escarpe blijft onverhard.
Figuur 16. Parkeeroplossing met per woning twee parkeerplaatsen in het bijgebouw en twee parkeerplaatsen aan het erf
Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 32
Parkeren Parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein. In het beleid parkeernormen is een gebiedsindeling opgenomen, waarbij beide plangebieden buiten de bebouwde kom liggen. De norm voor het parkeren bij vrijstaande koophuizen ligt op 2,4 met een bandbreedte van 0,4. Zoals op figuur 16 te zien is, voorziet het gemeenschappelijke bijgebouw in drie eenheden met elk twee parkeerplaatsen en bergruimte. De precieze wijze waarop de parkeerplaatsen worden ingericht (carport of garage) is nog niet duidelijk. Op het erf is aan de noordzijde van het gemeenschappelijke bijgebouw een strook met een breedte van 2½ met voorzien waar zes langsparkeerplaatsen passen. Deze worden in doorgroeistenen uitgevoerd, zodat bij weinig gebruik de landschappelijke groene uitstraling overheerst. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de parkeernorm. Conclusie Verkeer en parkeren is op voorhand afdoende georganiseerd en vormt geen belemmering voor de planvorming.
4.6 Ecologie Natura 2000 De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn Westerschelde & Saeftinghe en Zwin & Kievittepolder. De afstand bedraagt minimaal 840 meter (tussen plangebied Contre Escarpe en Zwin & Kievittepolder). Gezien de grote afstand van de natuurgebieden tot het plangebied en de zeer beperkte impact van de ontwikkeling kan gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling geen directe invloed heeft op de genoemde natuurgebieden. Alleen externe werking door stikstofdepositie (door de lucht) zou op die afstand aan de orde kunnen zijn. Op 29 mei 2019 heeft de hoogste bestuursrechter (de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) beslist dat de Programmatische Aanpak Stikstof niet ten grondslag mag worden gelegd aan de toestemmingverlening voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen dient aangetoond te worden dat er geen relevante stikstofdeposities kunnen optreden ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. In bijlage 7 is voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase een berekening gemaakt in AERIUS. De uitgangspunten voor de berekening zijn opgenomen in een toelichtende memo in bijlage 7.
AERIUS geeft aan dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/jr voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Er hoeft derhalve geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. NatuurNetwerk Zeeland Het plangebied Kokersweg ligt op grote afstand van het NatuurNetwerk. De activiteiten daar worden verminderd, maar de omvang van het plangebied blijft gelijk, zodat er geen effecten kunnen zijn op natuurwaarden. Het plangebied Contre Escarpe grenst direct aan het NatuurNetwerk Zeeland. In figuur 17 is zichtbaar dat de Wallen van Retranchement als bestaande of nieuwe natuur en voor een klein deel als agrarisch gebied van ecologische betekenis zijn aangeduid. Het plangebied is gelegen binnen de afwegingszone natuurgebieden zoals aangegeven in de Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018. In de verordening is opgenomen dat in deze situaties een beschrijving moet worden gegeven van de wijze waarop rekening is gehouden met de wezenlijke kenmerken en waarden van de natuurgebieden en aannemelijk worden gemaakt dat geen onevenredige aantasting van de bedoelde kenmerken en waarden plaatsvindt.
Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 33
Figuur 17. Uitsnede Natuurbeheerplan (Provincie Zeeland, 2021) met zwarte ster plangebied
Het wallencomplex Retranchement (27 ha) is nu een aaneenschakeling van kleine landschapselementen. Dijken, weitjes, meidoornhagen, knotbomen, hoogstamfruit en drinkputten liggen verspreid over het gebied. Voor de Wallen van Retranchement is in het Natuurbeheerplan Zeeland het beheertype Bloemdijk van kracht. Grazers houden het gebied open, soms aangevuld met maaibeheer. Het Zeeuwse Landschap onderhoudt ook heggen en knotbomen in het gebied. Het gebied herbergt onder meer de boomkikker, felgekleurde libellen langs de kruidenrijke oevers, graafbijen en -wespen in zandige stijlkantjes en zangvogels broedend in de meidoornhagen en de steenuil in de oude knotbomen. Befaamd zijn de Wallen van Retranchement als groeiplaats van vier kleine, zeldzame klavertjes: kleine rupsklaver, ruwe klaver, gestreepte klaver en onderaardse klaver groeien op de droge zonnige dijkhellingen. Deze soorten houden van korte vegetatie en daar zorgen de grazende koeien voor. Het plangebied grenst aan de Contre Escarpe, een bestaande weg die om de Wallen van Retranchement voert. De uitweg van de drie nieuwe woningen op de Contre Escarpe ligt dicht bij de Molenstraat, zodat er nauwelijks gebruik gemaakt hoeft te worden van de route. Daarbij wordt dat deel van de route verhard met gebakken klinkers.
De bestaande laanbeplanting langs de Contre Escarpe blijft intact en de woningen komen op enige afstand te liggen, waarbij het tussenliggende gebied met een nieuwe bomenrij een goede overgang vormt. Daarmee is het aannemelijk dat de waarden van het Natuur Netwerk niet worden aangetast.
Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 34
Flora en fauna In het plangebied Kokersweg worden een enkelsteense halfopen veldschuur, een mestsilo en nertsensheds gesloopt. De te slopen opstallen hebben geen enkele betekenis voor beschermde diersoorten. In het plangebied Contre Escarpe staan geen te slopen opstallen en er de bestaande bomen blijven gehandhaafd. De woningen op de noordelijke kavels worden gebouwd op een met bomen omzoomde open plek. In het plangebied kunnen kleine zoogdieren aanwezig zijn. Het betreft hier dan algemene soorten muizen en mol. Overige beschermde natuurwaarden zijn niet te verwachten. In de Wet natuurbescherming staat ook het principe van 'zorgvuldig handelen' beschreven. Dit is gericht op het voorkomen van onnodige slachtoffers (ook al geldt voor deze soorten een vrijstelling). Uit het oogpunt van zorgvuldig handelen is het wenselijk om voorafgaande aan de feitelijke ingreep de vegetatie, waar ingrepen zullen plaatsvinden, (frequent) kort te blijven maaien en het maaisel af te voeren. Hierdoor blijft het gebied ongeschikt als leefgebied voor kleine zoogdieren. De kans op het onbewust doden van deze toch (algemene) dieren is daardoor duidelijk geringer en hiermee kan worden voldaan aan de doelstelling ten aanzien van het zorgvuldig handelen. Conclusie Het plan heeft geen significant nadelig effect op Natura 2000 gebieden of het Natuur Netwerk Zeeland.
Er is geen sprake van een significant nadelig effect op beschermde soorten. Ecologie vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
4.7 Milieuzonering Beleid Door afstand te houden tussen bedrijvigheid en gevoelige bestemmingen kan de milieuhinder ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Milieuzonering wordt veelal afgewogen met behulp van de uitgave Bedrijven en milieuzonering. Aan elke bedrijfsactiviteit is een minimaal aan te houden afstand gekoppeld. Toepassing op het plangebied Kokersweg In het plangebied Kokersweg worden opstallen gesloopt en verdwijnt de intensieve veehouderij. De situatie voor de omliggende woningen wordt daarmee beter. Toepassing op het plangebied Contre Escarpe In het plangebied Contre Escarpe worden drie woningen toegevoegd. De dichtstbijzijnde agrarische bouwvlakken (zonder aanduiding intensieve veehouderij) liggen op minimaal 450 meter; deze afstand is veel groter dan de minimaal aan te houden afstand van 200 meter in geval er sprake zou zijn van een melkveehouderij. De enige bedrijfsmatige activiteiten in de directe omgeving betreft het aannemersbedrijf aan de andere zijde van de Molenstraat. De afstand gemeten vanaf de uiterste plek waar bedrijfsactiviteiten kunnen worden uitgeoefend en de uiterste plek waar vergunningvrij bijgebouwen bij woningen kunnen worden gebouwd, bedraagt circa 75 meter. Voor een aannemingsbedrijf geldt een minimaal aan te houden afstand van 50 meter voor aannemersbedrijven met een bedrijfsoppervlak van maximaal 2.000 m².
Het bedrijfsoppervlak van het aannemersbedrijf aan de andere zijde van de Molenstraat is beduidend kleiner. Er wordt derhalve voldaan aan alle afstanden. Conclusie Milieuzonering vormt geen belemmering voor de planvorming.
Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 35
4.8 Geluid Beleid Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidgevoelig object dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een geluidzone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten binnen een geluidzone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidbelasting op deze gebouwen of terreinen. Woningen zijn volgens de Wet geluidhinder geluidgevoelige objecten. Toepassing op het plangebied Kokersweg In het plangebied Kokersweg verandert in praktische zin akoestisch weinig nu opstallen worden gesloopt. In planologische zin is sprake van twee nieuwe geluidsgevoelige objecten, nu de bestaande agrarische bedrijfswoning een woonbestemming krijgt en een nieuwe woning wordt toegevoegd. De woonbestemmingen liggen op meer dan 500 meter van de Provincialeweg en van de Mariastraat en derhalve buiten de geluidzones van deze wegen. De Kokersweg is een weg met een maximum snelheid van 60 kilometer per uur.
De intensiteit is echter dermate laag - nu er slechts twee erven gebruik van maken - dat met zekerheid gesteld kan worden dat de geluidbelasting op de nieuwe woning vanwege deze weg aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voldoet. Toepassing op het plangebied Contre Escarpe In het plangebied Contre Escarpe worden drie woningen toegevoegd. Er is geen sprake van industrie of spoorwegen in de omgeving. De meest noordelijke woning ligt op 40 meter van de Molenstraat, een weg met een snelheidsregime van 60 kilometer per uur. Er is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het rapport is opgenomen in bijlage 8. Uit het onderzoek blijkt dat op alle gevels van de drie nieuwe woningen voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder met uitzondering van de noordgevel van de meest noordelijk gelegen woning. De gecorrigeerde geluidbelasting bedraagt hier, ten hoogste 51 dB. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt hierbij niet overschreden. Deze woning kan enkel op basis van een hogere waarde besluit worden bestemd. Maatregelen om de geluidbelasting te reduceren ondervinden bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke en financiële aard. Op basis van het akoestisch onderzoek en de ruimtelijke onderbouwing, is voldoende informatie aanwezig om ambtshalve een hogere waarde besluit te kunnen nemen.
Doordat de nieuwe woningen gasloos worden gebouwd, geldt dat er verder gaande maatregelen nodig zijn op het vlak van de thermische isolatie en kierdichtheid. De standaard geluidwering van de externe gevels, zal hierdoor dicht tegen de 25 dB aan liggen. Met een dergelijke geluidwering kan gesteld worden dat zonder nader onderzoek voldaan kan worden aan een geluidniveau van 33 dB in de woning. De cumulatieve ongecorrigeerde geluidbelasting, wisselt binnen het plangebied van "goed" tot "matig". De mindere milieukwaliteit doet zich met name voor ter hoogte van de noordgevel van woning 1. Aan de achterzijde van woning 1 waar een langer verblijf buiten op het terras mag worden verwacht, is sprake van een "goede" milieukwaliteit. Alle woningen beschikken over een geluidluwe
Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 36
zijde en hebben hierdoor ook een geluidluwe buitenruimte. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Onder de voorwaarde dat voor de meest noordelijk gelegen woning een hogere waarden besluit wordt genomen, vormt geluid geen belemmering voor de planvorming.
4.9 Luchtkwaliteit Beleid In de ‘Wet luchtkwaliteit’ (artikel 5.16 van de Wet milieubeheer) is aangegeven in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen vormen voor ruimtelijke ontwikkelingen: 1. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde 2. Een project leidt – al dan niet per saldo- niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit 3. Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging 4. Een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, of binnen een regionaal programma van maatregelen. Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Extra verkeer als gevolg van het plan Maximale bijdrage extra verkeer
Jaar van planrealisatie Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer NO2 in μg/m3 PM10 in μg/m3
Grens voor “Niet In Betekenende Mate” in μg/m3
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig
2022 32 1,0% 0,02 0,01 1,2
Toepassing op het plangebied Uit raadpleging van de grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland (RIVM) blijkt dat de concentraties van de relevante stoffen NO2, PM10 en PM2,5 ver onder de grenswaarden zitten. Gebruik makend van de NIBM-tool blijkt dat het project niet “in betekenende mate” bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht . Toetsing aan de grenswaarden kan dus achterwege kan blijven. Conclusie Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de planvorming.
4.10 Externe veiligheid Beleid Externe veiligheid betreft de beheersing van de risico's en richt zich op het gebruik, de opslag en het transport van gevaarlijke stoffen. Voor bedrijven is het Besluit externe veiligheid inrichtingen van belang. In dit besluit wordt externe veiligheid in artikel 1 omschreven als "de kans om buiten een inrichting te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen de inrichting waar een gevaarlijke stof betrokken is". Voor transport is de Wet vervoer gevaarlijke stoffen van belang, samen met het Besluit Externe Veiligheid Transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. Hierin is het basisnet van hoofd(vaar/spoor) wegen vastgelegd waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd.
Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 37
Daarnaast is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing op onder andere aardgastransportleidingen. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen gelden bovenstaande kaders om veiligheidsafstanden tussen risicobronnen en personen of (beperkt) kwetsbare objecten te bepalen en daarmee het veiligheidsrisico zo laag mogelijk te houden. De te hanteren afstanden worden gebaseerd op het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon, die zich continu onbeschermd op een zekere afstand van de risicovolle activiteit bevindt, komt te overlijden als gevolg van die activiteit. De wettelijke norm voor het plaatsgebonden risico bedraagt 10-6. Het groepsrisico (GR) geeft de kans per jaar dat een groep mensen van een zekere omvang (10, 100 of 1.000 mensen) binnen het invloedsgebied tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval. Hiermee is het een maat voor de maatschappelijke ontwrichting in het geval dat er zich een ramp voordoet. Het groepsrisico wordt weergegeven in een curve waarin het aantal personen is afgezet tegen de kans per jaar op (gelijktijdig) overlijden. Ten aanzien van het groepsrisico bestaat er voor gemeenten een verantwoordingsplicht. Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten staan gedefinieerd in Bevi artikel 1. Woningen vallen daaronder.
Toepassing op het plangebied In het plangebied Kokersweg wordt een agrarische bedrijfswoning tot een reguliere burgerwoning omgevormd en wordt een woning toegevoegd. In het plangebied Contre Escarpe worden drie woningen toegevoegd. Uit de risicokaart blijkt dat er geen transportlijnen of buisleidingen in de omgeving zijn. De dichtstbijzijnde inrichting met een veiligheidsrisico ligt op meer dan een kilometer. Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de planvorming.
4.11 M.e.r.-plicht Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen, gevallen, activiteiten en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Sinds 7 juli 2017 zijn gemeenten verplicht om een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (MER). Het besluit behoeft niet separaat te worden gepubliceerd, maar moet wel worden opgenomen in het besluitvormingsproces van het bestemmingsplan. Mede op basis van de bevindingen in dit hoofdstuk kan geconcludeerd worden dat er geen passende beoordeling en geen MER behoeft te worden opgesteld. De gemeenteraad van Sluis heeft daarenboven op 21 juni 2018 besloten dat voor ontwikkelingen met minder dan 12 woningen geen m.e.r.-beoordelingsplicht bestaat.
Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 38
H5. Juridische vormgeving 5.1 Plansystematiek De Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vormen het wettelijk kader voor het bestemmingsplan. Nieuwe ruimtelijke plannen moeten digitaal, uitwisselbaar en vergelijkbaar zijn. Tevens worden deze plannen en verordeningen digitaal beschikbaar gesteld voor burgers, bedrijven en medeoverheden. In het Bro is verankerd dat een vergelijkbaar ruimtelijk plan is opgebouwd volgens de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan is opgebouwd en vormgegeven conform de bindende afspraken van de SVBP 2012. Op de verbeelding is aangegeven welke bestemming geldt voor de betreffende gronden en waar bebouwing is toegestaan. Door middel van hoofdletters wordt de bestemming aangeduid. Op het renvooi wordt de betekenis aangegeven van de bestemmingen en de aanduidingen. Tevens wordt in een onderhoek op de analoge verbeelding de naam van het bestemmingsplan aangegeven, de datum van terinzagelegging, vaststelling en (eventueel) van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook is het identificatienummer van het bestemmingsplan en het kaartblad aangegeven. De analoge verbeelding bestaat uit 1 kaartblad en renvooi op een schaal van 1:1.000.
Overeenkomstig SVBP2012 kent de indeling in hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen de volgende vaste volgorde: - In hoofdstuk 1 (inleidende regels) worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd, en wordt de wijze van meten bepaald. - In hoofdstuk 2 (bestemmingsregels) worden alfabetisch de regels gegeven waarmee de bestemmingen die op de verbeelding voorkomen nader worden omschreven. - Hoofdstuk 3 (algemene regels) bevat een aantal regels die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelregel, een procedureregel, dan wel regels die voor de nodige flexibiliteit kunnen zorgen, zoals algemene afwijkingsregel of wijzigingsbevoegdheden. - Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels) ten slotte geeft overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan. Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2, Bestemmingsregels) wordt als volgt opgebouwd: - bestemmingsomschrijving; - bouwregels (onderverdeeld in toelaatbaarheid van bouwwerken en bouwhoogte, oppervlakte en inhoud); - afwijken van de bouwregels; - specifieke gebruiksregels; - afwijken van de gebruiksregels; - omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; - wijzigingsbevoegdheden. Een bestemmingsartikel behoeft niet alle elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming.
Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels.
Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 39
5.2 Gehanteerde bestemmingen Inleidende regels (hoofdstuk 1) Hoofdstuk 1 bestaat uit begripsbepalingen en de wijze van meten. Voor de begripsbepalingen is waar mogelijk gebruik gemaakt van de standaardbepalingen uit de SVBP2012. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd die van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Hoofdbestemmingen (hoofdstuk 2) In het plangebied Contre Escarpe krijgen de uit te geven kavels en de zone met het gemeenschappelijke bijgebouw de bestemming Wonen, terwijl de rest van het plangebied voorzien wordt van de bestemming Agrarisch met waarden - Landschapswaarden. De rest van het plangebied Contre Escarpe heeft immers geen puur agrarisch gebruik meer en door de toevoeging van landschapselementen, neemt de belevingswaarde van het gebied toe. Binnen de bestemming Wonen is per woning een bouwvlak gedefinieerd en is de zone rond het gemeenschappelijke bijgebouw voorzien van de aanduiding erf. De bestemmingen zijn gebaseerd op in de gemeente Sluis gangbare bestemmingen. In dit plangebied is tevens de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3A van toepassing.
In het plangebied Kokersweg krijgt de resterende huiskavel en de nieuwe woonkavel de bestemming Wonen, terwijl de rest van het plangebied voorzien wordt van de bestemming Agrarisch. Binnen de bestemmingen Wonen is een bouwvlak gedefinieerd, waar het hoofdgebouw staat en een aanduiding erf om de situering van de bijgebouwen te begrenzen. In de bestemming Agrarisch zijn geen gebouwen of overkappingen toegestaan. Een afwijkingsbevoegdheid is alleen gegeven voor het plaatsen van overkappingen voor teeltondersteunende voorzieningen en een paardenbak. De bestemmingen zijn gebaseerd op in de gemeente Sluis gangbare bestemmingen. In dit plangebied is tevens de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 van toepassing. Algemene regels (hoofdstuk 3) In dit hoofdstuk zijn algemene regels opgenomen. Artikel 8 bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld in geval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Deze bepaling is conform artikel 3.2.4 van het Bro in het bestemmingsplan opgenomen. Artikel 10 bevat de regeling rond de molenbiotoop die van het bestemmingsplan Kleine Kernen Sluis is afgeleid. De artikelen 9 , 11 en 12 bieden duidelijkheid over de bestaande maten en het gebruik, alsmede de ruimte voor afwijking en de koppeling met wettelijke regelingen.
Overgangs- en slotbepalingen (hoofdstuk 4) In dit hoofdstuk is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het bestemmingsplan geregeld. In lid 1 van artikel 13 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid 2 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. Artikel 14 geeft ten slotte aan dat dit bestemmingsplan kan worden aangehaald als ‘Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande’.
Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 40
H6. Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid Wanneer met een juridisch-planologisch plan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In dit geval wordt een anterieure overeenkomst gesloten, waarin de verplichting van de landschappelijke inpassing wordt vastgelegd en waarin het risico op planschade bij de initiatiefnemer wordt gelegd. Een exploitatieplan is dan ook niet nodig.
6.2 Handhaving Handhaving van regelgeving vraagt om actuele regels. Regels die zijn gebaseerd op gedateerde inzichten, hebben hun geloofwaardigheid verloren en kunnen in redelijkheid ook niet meer afgedwongen worden. Door verouderde regels neemt de kans op misbruik daarvan ook toe. De regels van het bestemmingsplan leggen een ruimtelijk relevante norm vast, met in bepaalde gevallen een daaraan gekoppelde bevoegdheid tot afwijken, die het bestuur de mogelijkheid geeft in te spelen op de dynamiek van de samenleving. Op die wijze wordt ook de gelegenheid geboden een belangenafweging te maken van de individuele belangen ten opzichte van het algemeen belang. Afwijkingsbevoegdheden zijn echter gelimiteerd. Daar waar geen afwijkingen meer mogelijk zijn begint de handhaving. Handhaving van bestemmingsplannen en ruimtelijke regelgeving is de laatste jaren in een steeds verder toenemende belangstelling komen te staan van bestuurlijk Nederland. Door het plaatsvinden van enkele ingrijpende incidenten is de handhaving in een stroomversnelling gekomen. In toenemende mate spreken burgers de gemeente aan op het handhaven van de (eigen) regels. Ook in de jurisprudentie is een verandering tot stand gekomen. De rechter spreekt zich nadrukkelijk uit over het handhaven van de regelgeving en neemt zelfs in beginsel een plicht tot handhaving aan.
Daarnaast krijgt de rechtszekerheid van bestemmingsplannen bij de rechterlijke toetsing een steeds belangrijkere rol. Voor een aanvaardbaar handhavingsbeleid wordt in de eerste plaats gestreefd naar een voldoende draagvlak voor het bestemmingplan en de daarin opgenomen regels. Een bestemmingsplan met weinig draagvlak houdt immers het risico in dat het slecht wordt nageleefd en is dan weinig zinvol. In verband hiermee is het bestemmingsplan zodanig opgezet dat het voor zoveel mogelijk betrokkenen een duidelijke, toegankelijke en op de hedendaagse behoeften en eisen afgestemde bestemmingsregeling bevat. Verder wordt informatie verstrekt omtrent de inhoud van het bestemmingsplan. Hiermee wordt onder andere beoogd het begrip bij de burger te vergroten. Het geven van voorlichting vormt daarmee ook een belangrijke schakel in de handhavingsactiviteiten. Van gemeentewege worden hiertoe de nodige activiteiten ondernomen, waaronder een informatieavond en een inspraakbijeenkomst. Daarnaast worden de regels in de praktijk toegepast en gehandhaafd. Ten aanzien van overtredingen zal een actief handhavingsbeleid worden gevoerd. Getracht wordt de controlewerkzaamheden ten aanzien van geconstateerde overtredingen op een intensieve manier uit te voeren. Handhavingsactiviteiten worden zoveel mogelijk onderling afgestemd.
Controle in het kader van het Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 41
bestemmingsplan wordt gekoppeld aan controle in het kader van milieuwetgeving en omgekeerd. Dit is van belang om de benodigde inzet van extra middelen zo beperkt mogelijk te houden, maar ook om tot een samenhangend handhavingsbeleid te komen. Tegen activiteiten, die in strijd zijn met het bestemmingsplan zal het gemeentebestuur, administratiefrechtelijk optreden, op grond van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Wanneer eenmaal sancties moeten worden getroffen, zal dit op consistente wijze, maar met oog voor de juridische spelregels, worden gedaan. Indien de activiteiten niet kunnen worden gelegaliseerd, zullen de instrumenten van aanschrijving, stillegging bouw, bestuursdwang en dwangsom worden toegepast. De uitvoering van de strafrechtelijke vervolging ligt in handen van het Openbaar Ministerie. De uitvoering en voortgang van de handhaving wordt jaarlijks vastgelegd in een verslag, dat bestuurlijk wordt vastgesteld.
6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het concept bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg toegezonden aan de provincie en het waterschap. Op basis van het overleg met de provincie is het plan zo aangepast dat in plaats van vier woningen in twee clusters in het plangebied Contre Escarpe nu drie woningen in het plangebied Contre Escarpe en één woning in het plangebied Kokersweg worden gerealiseerd. Op basis van de reactie van het waterschap is de waterparagraaf aangevuld. Verder heeft er op basis van de nieuwe tekeningen met drie woningen in het plangebied Contre Escarpe nader overleg plaatsgevonden met het waterschap over de aansluiting op en het gebruik van de Contre Escarpe. Daaruit is naar voren gekomen dat het waterschap bereid is om een aansluiting op de Contre Escarpe toe te staan conform plan onder de voorwaarde dat de Contre Escarpe tussen de aansluiting en de Molenstraat op kosten van het project verhard wordt met gebakken klinkers. Daarbij wordt de opbouw van de constructie voorgeschreven door het waterschap. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter visie gelegd.
Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 42
BESTEMMINGSPLAN CONTRE ESCARPE RETRANCHEMENT EN KOKERSWEG ZUIDZANDE Bijlagen bij de toelichting
Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 43
BESTEMMINGSPLAN CONTRE ESCARPE RETRANCHEMENT EN KOKERSWEG ZUIDZANDE Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan Kokersweg Zuidzande Omna februari 2023
Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 44
NOORD
0 10 20 50
Landschappelijk inpassingsplan locatie Kokersweg Zuidzande - 3 februari 2023
g rswe Koke
Landschappelijk inpassingsplan, schaal 1:1000 (A3).
1
In de weide zijn een veedrinkput, enkele knotwilgen en fruitbomen aanwezig.
Struweel aan de noordzijde van het perceel voor de schuur.
Boomgaard aan de noordzijde van het perceel met knotwilgen langs de Kokersweg en een houten Zeeuws hek dat de toegang markeert.
Te slopen mestsilo en hakbosje aan de oostzijde van het perceel.
Te slopen nertsensheds en afrastering.
Landschappelijk inpassingsplan locatie Kokersweg Zuidzande - 3 februari 2023
Bestaande weide aan de zuidzijde van het perceel omzoomd door een meidoornhaag.
2
g rswe Koke
1. Nieuwe woning en bijgebouw Suggestie nieuwe woning (9x18 m) en bijgebouw (6x10 m).
3
2. Solitaire bomen Aan de zuidzijde van de loods worden in de tuin enkele solitaire bomen geplant die het zicht op de loods filteren.
uu
r
3
5 3
1
erf
3
6
g wonin
loods
3. Uitbreiding struwelen De bestaande struwelen worden op diverse plaatsen op het terrein vergroot waardoor de aanwezige groenstructuur wordt versterkt. 4. Weide met bomen Ter plaatse van de te slopen nertsen sheds wordt een weide met enkele solitaire bomen voorzien. De weide vormt een ruimtelijke groene buffer tussen de twee woonpercelen.
4
2 8
7
5. Boomgaard De boomgaard wordt in westelijke richting uitgebreid door de aanwezige groene elementen opnieuw te gebruiken. De knotwilgen als begeleiding van de Kokersweg, de meidoorn haag aan de zuidzijde en daar tussen de fruitbomen. Hierdoor zal de boomgaard als een eenduidiger element aan de noordzijde van het perceel herkenbaar zijn en de bestaande bebouwing beter inbedden. 6. Akkerrand Aan de oostzijde van het perceel wordt de mestsilo gesloopt. Rondom deze silo is een zogenaamd kapbosje gecreëerd van gewone es. Door de essenziekte is al een deel van de aanplant weggevallen. Nu ook de functie, het zicht ontnemen op de mestsilo, vervalt wordt het kapbosje verwijdert en wordt ter plaatse de akkerrand voortgezet.
NOORD
7. Meidoornhaag Een deel van het bestaande struweel achter op het perceel wordt vervangen door een meidoornhaag zodat er vanaf het nieuwe woonperceel een doorzicht ontstaat op het achterliggende landschap. 0
10
20
50
8. Poel met enkele knotwilgen
Landschappelijk inpassingsplan locatie Kokersweg Zuidzande - 3 februari 2023
sch
Landschappelijk inpassingsplan met aanduiding nieuwe elementen, schaal 1:1000 (A3).
3
Bomen In de weide en achter de loods worden enkele bomen, solitair of in kleine groepjes, aangeplant. De bomen zijn streekeigen en hebben een landelijk karakter. De toe te passen soorten zijn o.a. gewone beuk (Fagus sylvatica), winterlinde (Tilia cordata), zomereik (Quercus robur), zwarte els (Alnus glutinosa) of gewone okkernoot (Juglans regia). Drie jaar na aanplant een begeleidingssnoei voorzien om te komen tot een solide stam en een goed ontwikkelde kroon. De begeleidingssnoei wordt iedere 3 jaar herhaald totdat de bomen volwassen zijn. Voor volwassen bomen volstaat een onderhoudssnoei met een frequentie van eenmaal per 5 jaar. Struweel Het struweel is een opgaande beplanting met een natuurlijk beeld en wordt ingevuld met streekeigensoorten zoals meidoorn (Crataegus monogyna), hazelaar (Corylus avellana), hondsroos (Rosa canina), esdoorn (Acer pseudoplatanus), ruwe berk (Betula pendula) gewone liguster (Ligustrum vulgaire), vogelkers (Prunus padus), sleedoorn (Prunus spinosa) en wegedoorn (Rhamnus catharica). De aanplant van soorten, 2 per vierkante meter, gebeurt in groepen van 3 tot 8 per soort. Er is echter geen verband of ritme tussen de verschillende groepen, er wordt spontaan geplant teneinde een zo afwisselend en natuurlijk mogelijk beeld te krijgen. Drie jaar na aanplant een dunning voorzien en na het 6e jaar een tweede dunning toepassen.
Het struweel wordt vervolgens eenmaal per 2 jaar aan de zijkanten gesnoeid. Het is dus geen strak gesnoeide haag maar een element dat ‘los’ gesnoeid wordt. Naast de ruimtelijke impact draagt het struweel bij aan de verhoging van de natuurwaarden door huisvesting te bieden aan vogels, insecten en andere dieren.
Fruitbomen Er worden nieuwe fruitbomen voorzien in aansluiting op de bestaande boomgaard aan de noordzijde van het perceel. De bomen worden aangeplant in een driehoeksverband. De afstand tussen de bomen is circa 8 meter, afhankelijk van de te kiezen soorten. De fruitbomen worden gekozen uit de sortimentslijst van ‘Stichting Landschapsbeheer Zeeland’. Appel (Malus domestica): Ananas reinette, Brabantse Bellefleur, Bramley’s Seedling, Court-Pendu, Dijkmanszoet, Dubbele Bellefleur, Glorie van Holland, Goudreinette, Jacques Lebel, Jasappel, Keiing, Keuleman, Laxtons superb, Lemoenappel, Lombards Calville, Notarisappel, Ossenkop, Rode Boskoop, Rode Jonathan, Santana, Sterappel, Yellow Transparant, Zigeunerin, Zoete Aagt, Zoete Bloemee, Zoete Ermgaard, Zoete Kroon, Zoete Oranje. Peer (Pyrus communis): Bergamot d’Esperen, Beurre Alexander Lucas, Beurre de Merode, Beurre Hardy, Bonne Louise d’Avranches, Brederode, Clapp’s Favourite, Comtesse de Paris, Conference, Doyenne du Comice, Dubbele Jut, Emile d’Heyst, Gieser Wildeman, IJsbout, Jut, Kleipeer, Kriekepeer, Legipont, Nouveau Poiteau, Oomskinderen, Pitmaston Duchess, Pondspeer, Seigneur d’Esperen, St Remy, Triompe de Vienne, Winterrietpeer, Zwijndrechtse wijnpeer.
Pruim (Prunus domestica): Bleue de Belgique, Czar, Dubbele Boerenwitte, Earley Laxton, Italiaanse Kwets, Mirabelle de Nancy, Opal, Reine Claude, d’Althan, Reine Claude d’Oullins, Reine Claude van Schouwen, Reine Claude Verte, Reine Victoria. Standaard beheer voor fruitbomen en afhankelijk van de soort de noodzakelijke snoei toepassen in het vroege voorjaar. De eerste 2 jaar na aanplant de fruitbomen in droge periodes van voldoende water voorzien.
Meidoornhaag Meidoorn (Crataegus monogyna) heeft een landelijk karakter en wordt van oudsher gebruikt op boerenerven. De bladeren van de meidoornhaag hebben een charmante vorm en de haag bloeit met mooie witte bloemen. De eetbare bessen die daarna volgen zijn in trek bij vogels die tevens graag hun nesten in de haag bouwen. De uiteindelijke hoogte van de haag varieert tussen de 100 en 180 cm, variatie is mogelijk om doorzichten naar de omliggende landschap te creëren. Er worden 4 planten per strekkende meter voorzien. Nadat de planten aan de groei zijn, 2x per jaar snoeien. Knotwilg Een knotwilg is een boomsoort die veel voorkomt in de omgeving en prima gedijt in de kleigrond. Het eerste en tweede jaar na aanplant regelmatig opsnoeien zodat de stam vrij blijft van takjes en de kroon zich kan ontwikkelen. Als de boom 2 a 3 jaar oud is kan deze voor de eerste keer geknot worden, daarna om de 4 jaar.
Landschappelijk inpassingsplan locatie Kokersweg Zuidzande - 3 februari 2023
De toe te passen landschappelijke elementen sluiten aan bij de reeds aanwezige elementen op het terrein, conform het reeds uitgevoerde landschappelijke inpassingsplan (Stichting Landschapsbeheer Zeeland 2015).
4
BESTEMMINGSPLAN CONTRE ESCARPE RETRANCHEMENT EN KOKERSWEG ZUIDZANDE Bijlage 2
Landschappelijk inpassingsplan Contre Escarpe Retranchement Omna februari 2023
Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 45
at stra n e l o
M
1 2
boomgaard
3
d Zan
moestuin
tre Con
g
dijk
wonin
arp Esc e
recreatie verblijven
5 6 buitenruimte recreatieverblijven
P.
g wonin
atie recre jf b r ve li
erf ur
NOORD
schu
Landschappelijk inpassingsplan Contre Escarpe Retranchement - 3 februari 2023
4
1
3 4
5 6
Landschappelijk inpassingsplan Contre Escarpe Retranchement - 3 februari 2023
1 2
2
e
arp Esc
Luchtfoto 1970 Landschappelijk inpassingsplan Contre Escarpe Retranchement - 3 februari 2023
k ddij Zan
tre Con
NOORD
at stra n e l o
M
3
e
arp Esc
0 10 20 50
Landschappelijk inpassingsplan Contre Escarpe Retranchement - 3 februari 2023
dijk
d Zan
tre Con
NOORD
at stra n e l Mo
4
Drie jaar na aanplant een begleidingssnoei voorzien om te komen tot een solide stam en een goed ontwikkelde kroon. De begleidingssnoei wordt ierdere 3 jaar herhaald totdat de bomen volwassen zijn. Voor volwassen bomen volstaat een onderhoudssnoei met een frequentie van eenmaal per 5 jaar.
at stra n e l Mo
2
De fruitbomen worden gekozen uit de sortimentslijst van ‘Stichting Landschapsbeheer Zeeland’.
3
tre Con
1
4
arp Esc
1
e 3
3 3
4 2 1 4
1
2
2. Fruitbomen Er worden nieuwe fruitbomen aangeplant in aansluiting op de bestaande boomgaard. Tevens worden enkele fruitbomen aangeplant achter de woningen, ter plaatse van de overgang van de tuin naar de achterliggende open weide. De bomen worden aangeplant in een driehoeksverband. De afstand tussen de bomen is circa 8 meter, afhankelijk van de te kiezen soorten.
Appel (Malus domestica): Ananas reinette, Brabantse Bellefleur, Bramley’s Seedling, Court-Pendu, Dijkmanszoet, Dubbele Bellefleur, Glorie van Holland, Goudreinette, Jacques Lebel, Jasappel, Keiing, Keuleman, Laxtons superb, Lemoenappel, Lombards Calville, Notarisappel, Ossenkop, Rode Boskoop, Rode Jonathan, Santana, Sterappel, Yellow Transparant, Zigeunerin, Zoete Aagt, Zoete Bloemee, Zoete Ermgaard, Zoete Kroon, Zoete Oranje. Peer (Pyrus communis): Bergamot d’Esperen, Beurre Alexander Lucas, Beurre de Merode, Beurre Hardy, Bonne Louise d’Avranches, Brederode, Clapp’s Favourite, Comtesse de Paris, Conference, Doyenne du Comice, Dubbele Jut, Emile d’Heyst, Gieser Wildeman, IJsbout, Jut, Kleipeer, Kriekepeer, Legipont, Nouveau Poiteau, Oomskinderen, Pitmaston Duchess, Pondspeer, Seigneur d’Esperen, St Remy, Triompe de Vienne, Winterrietpeer, Zwijndrechtse wijnpeer. Pruim (Prunus domestica): Bleue de Belgique, Czar, Dubbele Boerenwitte, Earley Laxton, Italiaanse Kwets, Mirabelle de Nancy, Opal, Reine Claude, d’Althan, Reine Claude d’Oullins, Reine Claude van Schouwen, Reine Claude Verte, Reine Victoria.
NOORD
Standaard beheer voor fruitbomen en afhankelijk van de soort de noodzakelijke snoei toepassen in het vroege voorjaar. De eerste 2 jaar na aanplant de fruitbomen in droge periodes van voldoende water voorzien.
3. Beplanting Op het terrein is een eenduidige groene structuur voorzien die enerzijds de overgang tussen het erf en de privétuinen markeert. Tevens zorgt dit groen voor een ruimtelijke buffer tussen de privétuinen die onderling waardoor er privay wordt gecreëerd. Deze groene structuur bestaat uit diverse bloeiende planten en grassen en wordt waar nodig aangevuld met struiken. Deze groene structuur bestaat uit diverse soorten maar vormt één sterk groen element dat zal bijdragen aan de herkenbaarheid en samenhang van het erf. 4. Hagen Aan de achterzijde van de woningen, ter plaatse van de overgang van de privétuin naar het achterliggende open weiland, wordt een haag geplant. De haag bestaat uit beuk (Fagus sylvatica), haagbeuk (Carpinus betulus) of meidoorn (Crataegus monogyna). De uiteindelijke hoogte varieert tussen 100 cm en 180 cm, dit hangt af van de specifieke plaats op het terrein. Er worden 4 planten per strekkende meter voorzien. Een haag is minstens 2 rijen breed (80cm). Nadat de planten aan de groei zijn, 2x per jaar snoeien.
Landschappelijk inpassingsplan Contre Escarpe Retranchement - 3 februari 2023
1. Bomenrij De toe te passen bomen zijn streekeigen en hebben een landelijk karakter. Er wordt gekozen voor één soort boom om de aanwezigheid van de bomenrij als landschappelijk element te versterken. De toe te passen soort kan zijn o.a. zomereik (Quercus robur), grauwe abeel (Populus canadensis), zwarte els (Alnus glutinosa) of ratelpopulier (Populus tremula).
5
BESTEMMINGSPLAN CONTRE ESCARPE RETRANCHEMENT EN KOKERSWEG ZUIDZANDE Bijlage 3
Archeologisch bureauonderzoek Molenstraat 14 in Retranchement en Kokersweg 2 & 3 in Zuidzande Buro de Brug 10 november 2021 Aangepast 28 maart 2023
Bestemmingsplan Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande - Toelichting - 46
Buro de Brug Rapporten B21-489
Archeologisch bureauonderzoek, Molenstraat 14 in Retranchement en Kokersweg 2 & 3 in Zuidzande, Gemeente Sluis Status: Concept 1.0
10-11-2021
Colofon ISSN
2468-6727
Auteur(s)
J. van Leeuwen & M.F. Honshorst
Copyright © 2021 Buro de Brug www.burodebrug.nl
Inhoud Samenvatting ....................................................................................................................... 3 Administratieve gegevens .................................................................................................... 5 1 Inleiding ......................................................................................................................... 6 1.1 Algemeen ....................................................................................................................... 6 1.2 Huidige situatie .............................................................................................................. 9 1.3 Toekomstige situatie ......................................................................................................11 2 Archeologisch bureauonderzoek ..................................................................................
12 2.1 Onderzoeksmethode ......................................................................................................12 2.2 Beleid en bestemmingsplan ............................................................................................13 2.3 Geologie, geomorfologie en bodemopbouw .....................................................................16 2.4 Historische gegevens .....................................................................................................25 2.5 Verstorende bodemingrepen in het verleden ...................................................................38 2.6 Bekende archeologische waarden ...................................................................................39 2.6.1 Plangebied Molenstraat 14 in Retranchement...............................................................39 2.6.2