CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

08 bijlage kerkenvisie

Commissie Ruimte/AB 2 september 2025, gemeente SluisBij agendapunt: D-brieven (kennisnemen van de antwoorden en mededelingen vanuit het college)29.610 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

60

In het volgende hoofdstuk wordt duidelijk dat ook kerkeigenaren zich bewust moeten zijn van de toekomstbestendigheid van hun gebouw. De gemeente en externe partijen kunnen niet eenzijdig besluiten wat er met een kerkgebouw moet gebeuren. De integrale aanpak strekt zich ook uit naar de kerkeigenaren. Zij zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor het gebouw en zijn als eerste aan zet om een herbestemmingstraject te starten. Zo’n herbestemmingstraject vraagt om verschillende expertises (ruimtelijke ontwerpen, verduurzaming, financiële haalbaarheid, plantechnische kennis, subsidie- en fondsenwerving, enz.). Een goede samenwerking tussen verschillende kerkeigenaren is daarom gewenst, zodat niet steeds opnieuw het wiel hoeft te worden uitgevonden. Door een clustering van kerken in de zoektocht naar toekomstperspectief kunnen bovendien keuzes gemaakt worden voor de meest passende scenario’s per kerk. Verschillende organisatievormen die mogelijk zijn, worden in het volgende hoofdstuk toegelicht.

Interieur van de Open Haven in Oostburg

10. Organisatievormen In dit hoofdstuk wordt een viertal voorbeelden beschreven van organisaties die het behoud van kerken als doel hebben. Daarna komt een drietal organisatievormen aan bod, die een mogelijke oplossing kunnen bieden in de gemeente Sluis. Hierbij staan eigendom en verantwoordelijkheid centraal. Afsluitend zal een nieuw perspectief worden geschetst van een mogelijke oplossingsrichting. Organisatievormen, waarbij samenwerking tussen partijen gestimuleerd, uitgebreid of gezocht kan worden, kunnen een oplossing bieden voor de problemen, maar kunnen ook de genoemde kansen uit het voorgaande hoofdstuk benutten. Uit de gevoerde gesprekken blijkt dat kerkeigenaren geen bezwaar lijken te hebben tegen een meer integrale aanpak. Uit die gesprekken kan de conclusie worden getrokken dat er op korte termijn in veel gevallen sprake is van een behoefte aan het neven- of herbestemmen van kerkgebouwen. De desbetreffende kerken zijn in veel gevallen niet van plan of in staat om zelf veel tijd en aandacht te besteden aan de neven- of herbestemming.

61

Daardoor staat de ontwikkeling stil en wordt de toekomst onzekerder. De kerken zien evenwel voordelen in een samenwerkingsvorm of een overkoepelende organisatie die een deel van de verantwoordelijkheid voor de toekomst van hun gebouw kan overnemen.

Er bestaat wel een subsidie voor het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek naar neven- of herbestemming (HBO), maar de omvang van deze subsidie is echter niet van dien aard dat daarmee een volledig herbestemmingstraject kan worden vormgegeven.

Op dit moment zijn er landelijk niet zo veel voorbeelden van daadwerkelijke regionale samenwerking tussen kerkeigenaren. Voor veel denominaties geldt wel dat er vanuit de landelijke dienst advies en betrokkenheid is om herbestemming te faciliteren. Ook fuseren binnen een denominatie gemeenschappen steeds vaker. Herbestemming of verkoop gebeurt echter vaak alsnog op een individueel niveau. De RCE heeft de afgelopen jaren met haar Programma Toekomst Religieus Erfgoed regelmatig publicaties verzorgd die goede en bruikbare informatie bevatten over toekomstig gebruik van kerkgebouwen, maar financiële steun vanuit de overheid is, behalve verduurzamingssubsidies en laagrentende leningen voor restauraties, lastig te verkrijgen.

Omdat er landelijk onvoldoende mogelijkheden zijn om het behoud van monumentale kerkgebouwen daadwerkelijk te kunnen waarborgen, zijn er zijn verscheidene samenwerkingsverbanden voor monumentenbehoud opgericht. Hierna wordt een aantal organisaties beschreven die de problematiek van onder meer kerken hebben proberen aan te pakken. Eerst volgen een paar algemene organisaties, daarna wordt ingezoomd op religieus erfgoed.

10. Organisatievormen

Organisaties gericht op monumentenbehoud 1. Stadsherstel Amsterdam

Stadsherstel Amsterdam staat voor monumentenbehoud en doet dat veelal door eigenaar te worden van monumentale gebouwen. Daarbij probeert de stichting monumenteneigenaren te ontzorgen. Stadsherstel werd in 1956 opgericht uit bezorgdheid van particulieren die de stad zagen verkrotten. Zij wilden de schoonheid van het stadsbeeld beschermen. Met inbreng van privaat kapitaal werden de eerste panden aangekocht. Tegenwoordig redt Stadsherstel niet alleen panden die in slechte staat zijn, maar koopt ook panden aan waar herbestemming of beheer een heet hangijzer is. De plannen, die worden gemaakt, worden in goed overleg met de eigenaar besproken. In eerste instantie kijkt Stadsherstel naar het behoud van een pand voor het historisch stadsbeeld. Daartoe is Stadsherstel enkele jaren geleden aangewezen als professionele organisatie voor monumentenbehoud (POM). Een voorwaarde waar Stadsherstel zich aan houdt is dat de haalbaarheid van een project leidend is voor een aankoop.

62

2. Stichting Monumentenbezit

Stichting Monumentenbezit is een landelijke speler. De stichting bestaat sinds 2014 en treedt op als landelijke beheerorganisatie voor cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. In 2016 stootte het Rijk 29 monumenten af die via de Nationale Monumentenorganisatie werden ondergebracht in de Stichting Monumentenbezit, die de monumenten beheert en exploiteert. Inmiddels hebben zij 32 rijksmonumenten (in totaal zo’n 100 gebouwen) in bezit. De gebruikte structuur van de organisatie werkt naar behoren. Monumentenbezit zelf treedt op als beheerorganisatie. Voor de exploitatie van monumenten worden exploitatiestichtingen in het leven geroepen die voorzien in bijvoorbeeld culturele en maatschappelijke programmering. Beide stichtingen hebben de vorm van een ANBI. De exploitatiestichting huurt het gebouw van de beheerder, maar draait ook op voor regulier onderhoud van het gebouw. Stichting Monumentenbezit doet de initiële investering.

Dat betekent dat de verantwoordelijkheid voor het financiële plaatje hoofdzakelijk nog steeds bij de plaatselijke beheercommissies ligt en niet wordt gedeeld. Alleen groot onderhoud komt voor de rekening van Monumentenbezit. Eén van de monumenten van Monumentenbezit is de Grote kerk in Veere uit 1331. Het werd als monument aangewezen omdat de kerk in verval was geraakt en sloop dreigde. Vandaag de dag heeft de kerk een culturele programmering. Om de kerk daarvoor geschikt te maken werd er onder andere vloerverwarming aangelegd. Stichting Monumentenbezit verwierf de kerk in 2016 met als doel er een cultuurpodium van hoog niveau van te maken. Met behulp van de gemeente en een bruidsschat kon dit mogelijk gemaakt worden. Ook een deel van de Sint-Baafskerk in Aardenburg is in eigendom van Stichting Monumentenbezit. De stichting is daarmee verantwoordelijk voor het onderhoud en restauraties. De kerk wordt gebruikt door de protestantse gemeente Sint-Kruis en Aardenburg. Ook vinden er culturele evenementen plaats.

10. Organisatievormen

63

Organisaties gericht op kerken 3. Stichting Oude Groninger Kerken

Stichting Oude Groninger Kerken (SOGK) zet zich in voor de instandhouding van monumentale kerken. Secundair hieraan is het streven naar maatschappelijk functioneren van kerken. SOGK is verantwoordelijk voor het onderhoud en de restauraties van de kerken. Dat reikt van regulier schilderwerk tot het uitgebreide restauraties. Deze verantwoordelijkheden passen bij een stichting die gaat over beheer en onderhoud. SOGK draait voornamelijk op vrijwilligers. Deze vrijwilligers nemen bij overdracht van de kerk plaats in een ‘plaatselijke commissie’. SOGK zegt zelf een faciliterende rol te hebben waar de commissies initiëren, organiseren en uitvoeren. De stichting is verantwoordelijk voor het onderhoud aan het gebouw. De vaste lasten worden in principe door de plaatselijke commissie opgebracht uit de opbrengsten van activiteiten. Deze constructie kan nadelig uitpakken voor de toekomstbestendigheid van kerken met weinig activiteiten. Het zijn juist die vaste lasten die veel geld kosten. Deze opzet werkt echter al geruime tijd voor SOGK.

4. Stichting Oude Zeeuwse Kerken

Eigendom en verantwoordelijkheid

De Stichting Oude Zeeuwse Kerken (SOZK) is een waardevolle partner voor kerken in de provincie Zeeland. De stichting fungeert als achtervang voor leegkomende kerken die een bruidsschat kunnen meegeven en zorgt vervolgens voor onderhoud, beheer en exploitatie, veelal met plaatselijke vrijwilligers. Op dit moment draagt SOZK de zorg voor vier kerkgebouwen. De organisatie heeft de ambitie om het kerkenbestand uit te breiden en wil zich daarvoor verder professionaliseren. Ook beschikt de stichting niet over voldoende middelen om kerken her te bestemmen of te verduurzamen, zodat een nieuw en beter lonend gebruik vaak lastig is vorm te geven.

Uit de hiervoor beschreven voorbeelden blijkt dat deze collectieve monumentenbeheerders goed functioneren, omdat op basis van organisatie en financiën gemeenschappelijk draagkracht gezocht wordt. De samenhang en de slagkracht wordt daarmee groter en de verantwoordelijkheden komen bij de juiste partijen te liggen. Een kerkbestuur is om uiteenlopende redenen dikwijls niet in staat om actief een herbestemming te onderzoeken. Met de beschreven voorbeelden zijn er verschillende samenwerkingsvormen genoemd die voor de gemeente Sluis van waarde kunnen zijn voor het behoud van het religieus erfgoed in de gemeente. Als het gaat om de toekomst van kerken die te maken hebben met een afnemend aantal leden zijn er drie vormen van eigenaarschap te onderscheiden:

De voor herbestemming benodigde kennis is op dit moment niet aanwezig in de SOZK. Deze vrijwilligersorganisatie richt zich op dit moment vooral op het beheer en onderhoud van kerken met een maatschappelijke invulling.

10. Organisatievormen

64

1. De kerk blijft eigenaar en organiseert extra betrokkenheid en inzet via een stichting en/of een ondernemer. Binnen deze vorm blijft het kerkbestuur eigenaar van de kerk, maar richt een stichting op voor de organisatie van het maatschappelijk of cultureel gebruik van de kerk. Bij eventuele commerciële verhuur (denk aan horeca in de kerk, commerciële zaalverhuur voor congressen, symposia, private diners, bijeenkomsten, etc.) exploiteert een derde partij, bijvoorbeeld een plaatselijke ondernemer, het commerciële gebruik. Het voordeel van deze opzet is dat de kerk zelf de regie houdt over de functies en zelf kan bepalen in welke mate zij verantwoordelijkheid neemt voor de andere zaken. Het is raadzaam om het contact met en de verhuur aan een commerciële partij via een stichting te laten verlopen. Indien de kerk besluit om de exploitatie onder te brengen bij een ondernemer of stichting dan komt een extra inkomstenstroom bij de kerk binnen ten behoeve van het beheer en onderhoud. Het kerkbestuur blijft echter wel eindverantwoordelijk voor beheer en onderhoud en er dient ook afstemming te blijven tussen ondernemer en kerkbestuur. Dit levert voor het kerkbestuur potentieel meer werk op dan minder.

Als het kerkbestuur eigenaar blijft van het kerkgebouw is het voordeel beperkt. Het zwaartepunt van de financiële en organisatorische verantwoordelijkheid ligt nog steeds bij de kerkeigenaar, waarmee de opgave hetzelfde blijft. Dit scenario lijkt minder gewenst, omdat de kerkeigenaar belast blijft met verschillende rollen. Hoewel dit scenario een goed uitgangspunt is voor een potentiële nevenbestemming, met minimale inbreuk op de religieuze functie, is de toekomstbestendigheid van het kerkgebouw niet gegarandeerd.

In deze vorm blijft de kerkgemeenschap als eigenaar verantwoordelijk voor beheer en onderhoud. Een stichting of ondernemer zet zich in voor de exploitatie van de kerk. Eventueel kan een ondernemer via de stichting extra inkomsten genereren (zie stippellijn).

10. Organisatievormen

65

2. Een stichting neemt de kerk over en geeft de kerkelijke gemeente de ruimte om op zondag de eredienst te houden. In deze tweede vorm verplaatst het eigenaarschap van de kerk van het kerkbestuur naar een daarvoor opgerichte stichting. De kerkelijke gemeenschap blijft het kerkgebouw gebruiken voor de eredienst en huurt daarvoor het kerkgebouw van de stichting. Het wisselen van eigenaarschap van een kerk kan als een risico worden ervaren door de kerkelijke gemeente. Een kerkgemeenschap verliest de zeggenschap over het kerkgebouw. Het heeft echter wel een aantal voordelen die interessant kunnen zijn. Een stichting zou namelijk veel stoffelijke zorgen van de kerkelijke gemeenschap over kunnen nemen. In dit geval kan een stichting het beheer en onderhoud, klein en groot, op zich nemen waardoor het kerkbestuur hiervoor geen zorg meer hoeft te dragen. Zodoende kan de focus van het kerkbestuur vooral op de religieuze functie en kerkgemeenschap gericht blijven. Daarnaast is het nog mogelijk om met vrijwilligers andere activiteiten te organiseren. De zorg voor het kerkgebouw kan hiermee weggenomen worden voor het kerkbestuur.

De stichting zorgt namelijk voor de exploitatie van de maatschappelijke en commerciële activiteiten. Het staat de stichting daarmee in principe vrij om de kerk in te richten of te bestemmen zoals zij het wil. Er dient wel rekening gehouden te worden met een kerkruimte of kapel waar diensten gehouden kunnen worden. Ook heeft de stichting de vrijheid om derde partijen in te huren om andere activiteiten te organiseren. Dit gebeurt vanzelfsprekend met inachtneming van de kerkelijke functie, respect voor de eventuele monumentale (interieur)onderdelen en waar mogelijk in afstemming met de kerkelijke gemeente.

Vorm waarin de kerk wordt overgedragen in een stichting. De kerkgemeenschap kan de kerk blijven gebruiken voor de erediensten, de stichting is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud en de exploitatie.

10. Organisatievormen

3. Een investeerder koopt de kerk en maakt een plan waarin de kerkelijke gemeente eventueel ook nog een plek heeft. In deze derde vorm gaat het eigendom van de kerk over naar een investeerder. De inbreng van een investeerder als eigenaar betekent niet per definitie dat de kerk als geheel een nieuwe functie krijgt en een religieuze functie onmogelijk wordt. Omdat een investeerder veelal kapitaalkrachtig is, kan bijvoorbeeld alleen de kerk overgenomen worden en het gebruik aan de huidige partijen worden gelaten. In dit geval worden de risico’s wat betreft beheer en onderhoud geheel weggenomen bij de kerkeigenaar zelf. De investeerder kan op zijn beurt kiezen om een stichting de commerciële en maatschappelijke activiteiten te laten invullen. Dit zorgt voor een scheiding van verantwoordelijkheden die ten goede kunnen komen aan het voorbestaan van de kerk. De investeerder hoeft niet altijd te streven naar de grootste winstmarge. Een bedrijf dat ook de maatschappelijke waarde inziet en bewaakt, levert meer op voor de kerken dan een bedrijf dat alleen op winstmaximalisatie inzet.

66

Dat betekent dat bij het zoeken van geschikte partners het maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) van belang is. Een kerk in eigendom brengen van een bedrijf kan goed werken als er een forse investering nodig is. Een goed voorbeeld hiervan is de Johannes de Doperkerk in Sluis. Het spreekt voor zich dat de mogelijke samenwerkingsverbanden zich niet beperken tot de genoemde voorbeelden. Een alternatief scenario is dat, wanneer kerkeigenaren helemaal geen toekomst meer zien in hun kerk, de religieuze functie komt te vervallen. Dan zal een variant op de derde optie aannemelijk zijn, waarbij het kerkgebouw volledig wordt herbestemd.

Vorm waarin een investeerder eigenaar wordt van de kerk. De kerkgemeenschap kan de kerk blijven gebruiken voor de erediensten, de investeerder is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud en de exploitatie.

10. Organisatievormen

Een nieuw perspectief Uiteindelijk zijn alle kerkgebouwen anders, ook de context verschilt van kerk tot kerk, maar principes van verduurzaming en herbestemming kunnen voor een groot deel op dezelfde manier toegepast worden. Naast deze organisatorische varianten is een rendabele businesscase, en daarmee een toekomstbestendige kerk, sterk afhankelijk van een aantal factoren, zoals bestemmingsen financieringsmogelijkheden. Zo is een lage rente van belang om de herbestemming te kunnen financieren. Hierna wordt een nieuw perspectief beschreven, waarvoor de eerder genoemde varianten een basis vormen en voor Zeeland en de gemeente Sluis een maatwerkoplossing kunnen bieden. Uit de gesprekken met kerkeigenaren van kerken met een onzekere toekomst is gebleken dat zij niet zelf kunnen of willen zorgdragen voor het beheer en de exploitatie van hun kerkgebouwen, waarmee de eerste variant afvalt. De tweede variant, waarbij een stichting de eigenaar wordt met eventueel religieus nevengebruik, lijkt goed bespreekbaar. De derde variant, waarbij het eigendom wordt overgedragen aan een investeerder, is een mogelijke optie.

67

Deze optie verdient nadere uitwerking en een goede voorlichting aan de kerkeigenaren, omdat de toekomst van het eventueel religieus nevengebruik sterk afhankelijk is van de wensen van de investeerder. Het lijkt minder zinvol om voor een klein aantal kerken, bijvoorbeeld beperkt tot de gemeente Sluis, een aparte entiteit op te richten. Het is zinvoller om een regionale of provinciale entiteit op te richten of te gebruiken, waarin de provincie eventueel ook een rol zou willen spelen. Een stevige organisatie die zich inzet voor herbestemmen is hard nodig. Een dergelijke organisatie heeft eigen kapitaal nodig en zal tevens fondsen en subsidies kunnen verwerven. Een onderzoek naar de mogelijkheden om een herbestemmingsorganisatie (herbestemmingsfonds in de vorm van een stichting) op provinciaal niveau op te richten is wenselijk. In een dergelijk provinciaal fonds (stichting met een provinciale basis) kunnen kerken worden ondergebracht die winstgevend zijn, waarvan de opbrengst ten gunste kan komen van kerken die verliesgevend zijn. De figuur hiernaast laat schematisch zien hoe dat zou werken.

Het bundelen van kerken in een organisatie. In dit voorbeeld zorgen de kerken met een positieve balans voor de kerken die vooral geld nodig hebben.

10. Organisatievormen

Een nieuwe Zeeuwse stichting voor herbestemming van kerken zou kunnen zorgen voor collectieve herbestemming en verduurzaming van een flink deel van het bestand vrijkomende kerkgebouwen in Zeeland. Een intensieve samenwerking met SOZK ligt voor de hand. De nieuwe stichting zorgt voor de herbestemming van de kerkgebouwen en bewaakt daarmee samen met SOZK een belangrijk deel van de Zeeuwse cultuurgeschiedenis. In de toekomst kan de benodigde kennis en expertise (en kapitaal) wellicht gebundeld worden in één organisatie. Door een gezonde mix van zowel kerkgebouwen met goede kansen op herbestemming als kerkgebouwen met een lagere potentie aan te kopen, is een stichting in staat om opbrengsten en kosten te verrekenen. Zo verdwijnt het uitgangspunt dat elke individuele kerk maximaal rendement moet opleveren en ontstaat er ruimte om een groter bestand van kerkgebouwen te herbestemmen. Bovendien levert het groepsgewijs ontwikkelen schaalen efficiëntievoordelen op, die ook kunnen worden aangewend voor een bredere samenstelling van de kerkenmix.

68

Een gezonde mix kan worden bepaald aan de hand van criteria, zoals de staat van het gebouw, de ligging en ontwikkelpotentie. Samenvatting Omdat er erg veel geld geïnvesteerd zal moeten worden, lijken zowel privaat als publiek geld nodig. Het kan niet met alleen subsidie. Ervaring in herbestemmen en kennis van het gebied zijn van groot belang. Het aanhaken van lokale spelers is erg belangrijk. Een dergelijke nieuw op te richten stichting zou niet alleen haalbare kerken moeten willen aankopen. Dit model is juist bedoeld om ook de minder rendabele kerken mee te nemen en te kunnen middelen met de meer rendabele kerken. Anders verdwijnen deze kerken uit het zicht en wacht hoogstwaarschijnlijk leegstand of sloop. Het komt er op neer dat de besproken voorbeelden en opties de opmaat kunnen zijn voor maatwerk in de Zeeuwse context. De ondervraagde kerken hebben aangegeven geen zwaarwegende bezwaren te hebben met een overkoepelende organisatievorm, mits zij zelf blijven gaan over het moment van verkoop en de verkoopcondities.

De bedreiging en urgentie uit de gesprekken strekken zich uit over de komende vijftien jaar. Kerken die nu nog geen interesse hebben, kunnen later bij zo’n entiteit aansluiten waardoor de bescherming nu al beter gewaarborgd is.

Deel 4. Voorstel voor een visie, conclusies en aanbevelingen Zoals alle Zeeuwse kerkenvisies wordt de rapportage afgesloten met een hoofdstuk conclusies en aanbevelingen. Ook is hierin een voorstel voor een visie van de gemeente Sluis opgenomen. Om de aanbevelingen uit dit hoofdstuk te borgen is in het laatste hoofdstuk een actieplan opgenomen, waarin wordt aangegeven op welke wijze de aanbevelingen kunnen worden vertaald in een gemeentelijke aanpak en mogelijk in gemeentelijke beleid. Voor kerkeigenaren en voor de gemeente zijn in bijlage 3 stappenplannen opgenomen die het actieplan kunnen ondersteunen.

69

11. Voorstel voor een visie, conclusies en aanbevelingen Voorstel voor een visie Op basis van het onderzoek, de analyse en het beschreven toekomstperspectief kan het volgende gesteld worden. Voor een groot aantal kerkgebouwen binnen de gemeente Sluis is het toekomstperspectief met betrekking tot het huidige gebruik niet positief. Het gaat daarbij met name om de in religieus gebruik zijnde kerkgebouwen, maar ook om leegstaande en een aantal herbestemde kerkgebouwen. In bijna alle gevallen betreft het tevens waardevolle kerkgebouwen, zowel in cultuurhistorisch als in maatschappelijk opzicht. Kerkgebouwen zijn tenslotte bakens in het landschap en in het hart van dorpen en steden. Op grond hiervan is het volgende voorstel voor een visie geformuleerd: Het gemeentebestuur van Sluis ziet voor zichzelf een inspanningsverplichting met betrekking tot de instandhouding van de monumentale kerkelijke gebouwen in de gemeente. De primaire verantwoordelijkheid voor het behoud ligt bij de eigenaar van het kerkgebouw, waarbij de gemeente initiërend en ondersteunend wil zijn in het proces om in samenspraak met eigenaren en bewoners

70

te zoeken naar een nieuwe bestemming voor de kerkgebouwen. Om dit voorstel voor een visie om te zetten in concrete acties zijn de volgende conclusies en aanbevelingen geformuleerd. Daarna volgt in hoofdstuk 12 een voorstel over de wijze waarop het gemeentebestuur van Sluis de stappen kan zetten om de inspanningsverplichting nader in te vullen.

Conclusie 1. Binnen nu en 15 jaar is in de gemeente Sluis bijna driekwart van alle kerkgebouwen in religieus gebruik bedreigd 11. Voorstel voor een visie, conclusies en aanbevelingen

71

1a. Bijna driekwart van alle in religieus gebruik zijnde kerkgebouwen wordt binnen nu en 15 jaar bedreigd

1b. V  an 13 monumentale kerken met een religieuze functie worden er 11 bedreigd

Door de aanhoudende ontkerkelijking is de toekomst voor veel kerkgebouwen in Nederland onzeker. In de gemeente Sluis is dit beeld vrij ernstig. In ieder geval ernstiger dan gemiddeld in de provincie Zeeland. Ten tijde van de uitvoering van het kerkenvisietraject waren er van de 42 kerkgebouwen 19 in religieus gebruik, 3 staan er leeg of zijn in transitie en eveneens 19 zijn er herbestemd. Eén kerkgebouw kent een gemengd gebruik (wonen en religieus). Binnen een termijn van 15 jaar denken de eigenaren van de 19 kerkgebouwen met een religieuze functie er 14 van de 19 dat de toekomst onzeker is. Dit betekent in het slechtste geval binnen 15 jaar een afname van het religieuze gebruik van bijna 75%, waarmee de situatie ernstiger zou zijn dan in 2018 is geconstateerd. Naast de kerken met een religieuze functie staan er 3 kerken leeg en zijn er 4 herbestemde kerken, waarvan de toekomst op de lange termijn (15 jaar) niet zeker is.

Van de 19 in religieus gebruik zijnde kerkgebouwen zijn er 7 rijksmonument en 6 gemeentelijk monument. Een belangrijk inzicht is dat van deze 13 beschermde kerkgebouwen er 11 worden bedreigd. De meeste beschermde en bedreigde kerkgebouwen behoren tot de rooms-katholieke kerk en de PKN. Uit de bouwkundige scan is gebleken dat de onderhoudstoestand van deze bedreigde monumentale kerkgebouwen over het algemeen redelijk tot goed is. Daarnaast worden 2 herbestemde en 3 leegstaande monumentale kerkgebouwen bedreigd in hun voortbestaan.

Het is belangrijk om goed na te denken over de toekomst van kerkgebouwen. Een kerkgebouw is meer dan een gebouw waar een kerkgemeente diensten houdt: Een kerk is een plaats van samenkomst in een wijk of dorp, is een herkenningspunt aan de horizon, heeft esthetische en economische waarden als gebouw, enzovoorts.

Opvallend in de gemeente Sluis is dat een groot aantal kerkgenootschappen over meerdere kerkgebouwen beschikt, waarbij de Heilige Andreasparochie de meeste kerkgebouwen in het bezit heeft. Ook een aantal PKN-kerkbesturen heeft meerdere kerkgebouwen in eigendom. Er is sprake van geen tot nauwelijks communicatie tussen deze eigenaren en de gemeente. De communicatie over de problematiek van de leegkomende kerkgebouwen kan sterk worden verbeterd en kan eenvoudig worden georganiseerd.

1c. Bedreiging kerken in de meeste kernen De bedreiging in het voortbestaan van de kerkgebouwen is verspreid over alle kernen in de gemeente Sluis. 1d. Communicatie met kerkeigenaren

11. Voorstel voor een visie, conclusies en aanbevelingen

72

Aanbeveling 1: Onderzoek op gemeenteniveau kansen voor kerken in relatie tot de toekomst en leefbaarheid van kernen Een duurzaam toekomstperspectief voor leegkomende kerken kan het beste gevonden worden als het kerkgebouw een oplossing kan bieden voor een duurzame behoefte in de kern waar het kerkgebouw staat. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de nieuwe functie als passend wordt ervaren door de betreffende kerk- en dorpsgemeenschap. Denken in ‘kerken als kansen’ in plaats van in ‘kerken als problemen’ is hierbij behulpzaam en zorgt voor een positievere benadering. Dorps- en centrumvisies kunnen hieraan een bijdrage leveren. De gemeente Sluis kan integraal bekijken of er vanuit het sociaal of het cultureel domein ruimtevragen zijn die wellicht een nieuwe invulling kunnen geven aan kerkgebouwen. Zo kan een gezondheids- en/of welzijnsfunctie een mooie passende functie zijn voor een kerkgebouw, terwijl de kerk wellicht ook nog op zondag voor de religieuze functie beschikbaar kan blijven. De sociaal-maatschappelijke, en vaak ook de culturele, functies worden al gesubsidieerd door de gemeente Sluis. Door de sociaalmaatschappelijke functies te verplaatsen naar een monumentaal kerkgebouw kunnen deze budgetten, die al opgenomen zijn in de gemeentelijke begroting, dubbel renderen.

Letterlijk voor hetzelfde geld kan het religieuze erfgoed beleefbaar blijven, een duurzame toekomst krijgen en doorgegeven worden aan volgende generaties. De oorspronkelijke ontmoetingsfunctie van het kerkgebouw keert terug en krijgt een nieuwe invulling. De mogelijkheden zijn globaal verkend tijdens de ambtelijke workshop over de kerkenvisie op 7 mei 2024. Verschillende opties zijn daarbij verkend, zoals dorpshuis, cultureel gebruik en wonen.

Uiteraard vergt een ‘gebouwenschuif’, waarbij functies verplaatst worden, nadere studie. Soms staat er net een nieuw dorpshuis of een andere voorziening, of betreft dit ook een monumentaal pand. Wel kan deze denkwijze gevoelsmatig voor bewoners een grote stap zijn. Vanuit de Omgevingswet ligt er de mogelijkheid om met participatie de buurt vanaf een vroeg stadium te betrekken. De gemeente kan ook bezien of behoeften van derden (bijvoorbeeld bedrijven die een bijzonder pand wensen) aan ruimte in een database kunnen worden opgenomen, waaraan de beschikbare ruimte in kerkgebouwen kan worden getoetst. Hoewel er in de gemeente Sluis in meerdere kernen (Aardenburg, Breskens, Cadzand, Groede, Nieuwvliet, Oostburg, Schoondijke, Hoofdplaat en IJzendijke) meerdere kerkgebouwen zijn, lijkt een onderzoek naar verhuizing van een kerkgenootschap binnen dezelfde kern weinig zinvol, vanwege het beperkte aantal toekomstbestendige kerkgenootschappen. Aanbeveling 2: Onderzoek op gemeentelijk niveau kansen voor kerken in relatie tot de toekomst en leefbaarheid van de gemeente of zelfs de provincie Ook op regionaal of provinciaal niveau kunnen er kansen zijn voor leegkomende kerkgebouwen.

Denk aan het ontwikkelen van een campagne en activiteiten op het gebied van cultureel toerisme, de tijdelijke behoefte aan logies voor werknemers die gedurende een korte periode werkzaam zijn in de gemeente of het ondersteunen van arbeidsmigranten. Het is zaak om bij herbestemmingen van kerkgebouwen de vijver van mogelijke en kansrijke invullingen zo groot mogelijk te maken. Hierbij kunnen toekomstige ontwikkelingen op verschillende niveaus betrokken worden bij het onderzoek.

11. Voorstel voor een visie, conclusies en aanbevelingen

Aanbeveling 3: Start een structurele communicatie met de kerkeigenaren Omdat de toekomstbestendigheid van het merendeel van de kerken in de gemeente onder druk staat is een structurele communicatie over de leegkomende (en leegstaande) kerkgebouwen in de gemeente Sluis noodzakelijk. Een kerkenplatform of een platform religieus erfgoed kan hierbij een goed instrument zijn. In een dergelijk platform kunnen eigenaren, die ondersteuning behoeven, zich melden of onderling contact zoeken. Ook is het aan te bevelen als gemeente open te staan voor andere organisatievormen die kerkgebouwen bezitten of kerkeigenaren vertegenwoordigen.

Conclusie 2. Veel kerkgebouwen hebben een beschermde status

Dit probleem doet zich in de gemeente Sluis slechts voor een deel van de kerken voor, omdat de registratie van de interieurs van de rooms-katholieke kerken grotendeels op orde is. Het interieur van het kerkgebouw Lam tot Ardenburch te Aardenburg is in 2022 geregistreerd, maar de inventarisatie van de meeste overige rijksmonumentale kerken is niet up-to-date of helemaal niet uitgevoerd. Aanbeveling 4: Actualiseer registraties van kerkelijke interieurs In kerkelijk Nederland geldt de ongeschreven regel dat het interieur van kerken eens in de vijftien tot twintig jaar uitvoerig geïnventariseerd moet worden. Museum Catharijneconvent denkt en/of werkt graag mee aan actualisatie. Geadviseerd wordt aan de eigenaren om de registratie van de kerkinterieurs te laten uitvoeren of te actualiseren.

De gemeente Sluis beschermt haar kerkgebouwen goed. Hoewel de gemeente een groot aantal nieuwere kerkgebouwen kent als gevolg van de oorlogsschade heeft het in de afgelopen jaren 13 kerkgebouwen aangewezen als gemeentelijk monument. Museum Catharijneconvent adviseert om bestaande interieurregistraties up-to-date te brengen en te bezien of het mogelijk is in de niet eerder bezochte rijksmonumenten een actualisatie van de registratie en waardenstelling te laten uitvoeren.

Interieur van de Hervormde kerk van Schoondijke

73

Conclusie 3. De situatie per kern en kerk is verschillend 11. Voorstel voor een visie, conclusies en aanbevelingen

Per kerk is de uitdaging uniek. De dynamiek van de context is bijna overal anders: de betrokkenheid van de bewoners, de ligging en de geschiedenis. Uit het onderzoek is gebleken dat kerkgemeenschappen die meerdere kerkgebouwen in eigendom hebben de ervaring hebben dat bewoners van de ene kern een zekere drempel hebben om een kerk in een andere kern te bezoeken. Het afstoten van kerkgebouwen of het geven van een kapelfunctie in plaats van de eredienstfunctie heeft in de meeste gevallen niet tot het resultaat geleid dat andere kerkgebouwen beter benut werden. In meerdere gesprekken is gebleken dat een kerkenaanpak in samenhang met de kern een voorwaarde voor succes is. Voor het leggen van verbindingen en contacten tussen eigenaren en de kern is de gemeente de eerstaangewezen partij. Dit betekent dat het denken vanuit mogelijkheden kan worden bevorderd, waarbij inwoners, ondernemers en andere partners gefaciliteerd worden in hun mogelijke initiatieven of initiatieven in gang kunnen worden gezet. Kerkgebouwen zorgen voor bezieling van dorpen en wijken. Mensen genieten in een steeds sneller veranderende wereld van de schoonheid van deze gebouwen en van het gevoel van verbinding met een rijk verleden. Dit vertaalt zich ook in financiële waarde.

Woningen en andere gebouwen in een dorp of wijk worden aantrekkelijker gevonden als zij zich bevinden rond het monumentale erfgoed en worden in economische zin hoger gewaardeerd. Overigens zijn er in de gemeente Sluis reeds 19 kerkgebouwen volledig herbestemd en heeft 1 kerkgebouw de bestemming wonen met een religieuze nevenbestemming (Sluis).

74

Opvallend is dat van de 19 herbestemde kerkgebouwen meer dan 60% de bestemming wonen heeft, waarvan in 3 gevallen in combinatie met een Bed en Breakfast en 1 in combinatie met een atelier. 2 kerkgebouwen hebben een horecafunctie, waarvan er overigens 1 te huur (en leeg) staat. In 5 kerkgebouwen is een sociaal/ maatschappelijke functie ondergebracht. Bijna alle herbestemde kerkgebouwen zijn in particulier bezit. De tot wonen herbestemde kerkgebouwen zijn in principe toekomstbestendig. De kerkgebouwen met een sociaal/maatschappelijke functie zijn in de meeste gevallen (4 van de 5) onvoldoende toekomstbestendig. De voormalige kerk, nu dorpshuis, in Retranchement is de positieve uitzondering. Dit kerkgebouw heeft zowel een functie voor het dorp als voor bezoekers (dorpshuis en evenementen) en wordt door vrijwilligers in stand gehouden.

11. Voorstel voor een visie, conclusies en aanbevelingen

Aanbeveling 5: Bevorder haalbaarheidsonderzoeken voor bedreigde kerkgebouwen

Aanbeveling 6: Betrek eigenaren, dorpsraden en bewoners bij de toekomst van kerken

Het is goed om tijdig een onderzoek te starten naar scenario’s voor invullingen van (deels) leegkomende kerken en bijbehorende financiële onderleggers. Dan wordt immers voorkomen dat er bijvoorbeeld een maatschappelijke voorziening nieuw wordt gebouwd, terwijl het kerkgebouw ernaast leeg staat. Ook is het onwenselijk dat een kerkgebouw leeg komt te staan en de bouwkundige staat achteruit gaat. Voorbeelden als de kerkgebouwen in IJzendijke en Eede maken dit duidelijk. Nog duidelijker is het voorbeeld van de Kloosterkapel Sint Anna in Sint Anna ter Muiden, waarvan de eigenaar geen enkele behoefte toont zijn monument in stand te houden.

Eigenaren staan centraal, zij gaan immers over hun eigendom. Daarnaast zijn dorpsraden en bewoners cruciaal bij het nadenken over de toekomst van (dorps)kerken. Zij voelen zich vaak betrokken, hebben ideeën en netwerken, kunnen wellicht donaties bevorderen of vrijwillige inzet bieden en kunnen voor sommige functies potentiële toekomstige gebruikers van een kerkgebouw zijn.

Voorkomen moet worden dat andere kerkgebouwen hetzelfde lot ondergaan. Afhankelijk van de urgentie is een haalbaarheidsonderzoek hiervoor de beste oplossing. Tenslotte kunnen, als er genoeg tijd is, alle relevante stakeholders betrokken worden en kunnen er maximaal creativiteit en kansen verkend worden. De ervaring leert dat een goede herbestemming ongeveer 5 jaar aan voorbereiding vergt. Kerkeigenaren kunnen een subsidie aanvragen om ondersteuning van experts in te schakelen bij het onderzoeken van neven- of herbestemmingsmogelijkheden. In de gemeente Sluis wordt een dergelijk onderzoek uitgevoerd voor de kerk in Eede, waarbij subsidie is verkregen op grond van de Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten. Het advies is om deze regeling nadrukkelijker onder de aandacht te brengen van de kerkeigenaren.

75

Aanbeveling 7: Betrek kerkgebouwen bij ruimtelijke ontwikkelingen Bij het opstellen van ruimtelijke visies, zoals de gebiedsontwikkelingen in Oostburg en IJzendijke, wordt aanbevolen de opgaven van mogelijk leegkomende kerkgebouwen mee te nemen. Het benutten van leegkomende kerkgebouwen voor andere functies kan een duurzame oplossing zijn.

Conclusie 4. Krimpende kerkgemeenschappen zijn zoekende 11. Voorstel voor een visie, conclusies en aanbevelingen

Het nadenken over de toekomst is een zoekproces met voor de meeste leden van de kerkgemeenschappen een emotionele lading, zeker als het einde van de religieuze functie in zicht begint te komen. Immers, zij en hun (groot)ouders en kinderen zijn in de kerk gedoopt, getrouwd en hebben er afscheid genomen van geliefden. De onderlinge band binnen een gemeenschap voelt als een ‘warm bad’. Verder moet worden opgemerkt dat het parochiebestuur van de Heilige Andreasparochie in haar handelen ook te maken heeft met kerkelijke regels, waarbij het bisdom Breda een belangrijke rol speelt. Krimpende kerkgemeenschappen gaan verschillend om met de gestage afname van het aantal dienstbezoekers en activiteiten. Veelal worden geleidelijke veranderingen ingevoerd. Jeugd- en andere activiteiten nemen steeds meer af. Ook voelt de kerkzaal te groot voor een steeds kleiner groepje kerkgangers. Een kleiner wordend team van vrijwilligers moet meer doen en kan lastig opvolgers vinden. Dit speelt met name bij bestuursfuncties. Bestuurders voelen de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van een kerkgebouw steeds zwaarder op de schouders drukken. Voor de instandhouding van kerkgebouwen is noodgedwongen steeds meer behoefte aan specifieke expertise op het gebied van exploitatie, bouwkundige zaken, verduurzaming en financiën.

Ook worden de inkomsten uit collectes lager en het kerkgebouw wordt steeds minder gebruikt. De meeste krimpende kerkgenootschappen vinden het wel interessant om passende nevenbestemmingen te vinden en/of uit te breiden, maar zijn behoudend als het gaat om het soort activiteiten. In de gesprekken brengen vrijwel alle geïnterviewden ook in dat een kerkenaanpak in samenhang met de kern een voorwaarde voor succes is.

76

Aanbeveling 8: Onderzoek op regionaal/provinciaal niveau of professioneel beheer en exploitatie mogelijk is Bij steeds meer kerkeigenaren ontstaat de roep om hun kerkgebouwen over te kunnen dragen aan een professionele partij die het eigenaarschap overneemt met alle bijbehorende verantwoordelijkheden (met eventueel de mogelijkheid om terug te huren voor de religieuze activiteiten, zolang die nog doorgaan). Uit de verschillende vormen van eigenaarschap, zoals deze zijn beschreven in hoofdstuk 10 lijken twee varianten voor de kerkgebouwen in Sluis een oplossing te kunnen bieden. De variant waarbij een stichting het eigendom overneemt en de kerkgemeenschap, indien gewenst, het gebouw nog blijft gebruiken voor de eredienst is vergelijkbaar met de wijze waarop de Stichting Oude Zeeuwse Kerken momenteel opereert. De andere variant is een meer commerciële oplossing, waarbij een investeerder/ontwikkelaar het eigendom overneemt. Ook dan zou de kerkgemeenschap, al dan niet tijdelijk, het gebouw kunnen blijven gebruiken (door bijvoorbeeld te huren). Het risico van beheer en exploitatie wordt dan volledig overgenomen. Beide vormen van eigenaarschap kunnen niet alleen voor kerkeigenaren in de gemeente Sluis de oplossing voor de toekomst betekenen, maar ook op regionaal of zelfs provinciaal niveau.

Aanbevolen wordt om de resultaten van het onderzoek nader te bespreken met andere gemeenten en met de provincie Zeeland. Gelet op de omvang van het aantal kerkgebouwen waaraan de religieuze functie wordt onttrokken en de ligging daarvan (veelal in kleine kernen met minder rendabele/commerciële mogelijkheden) lijkt een provinciale maatwerkoplossing de beste optie. Dit sluit overigens individuele herbestemmingsoplossingen die kerkeigenaren zelf aandragen niet uit.

Conclusie 5. Gebrek aan financiële middelen voor onderhoud 11. Voorstel voor een visie, conclusies en aanbevelingen

Ruim de helft (29 van de 42) de helft van de kerkgebouwen in de gemeente Sluis is redelijk tot goed onderhouden. Geconstateerd is dat de eigenaren van de kerkgebouwen worstelen met het vinden van middelen om de hoge instandhoudingskosten te betalen. De eigenaren van de rijksmonumentale kerkgebouwen kennen de landelijke subsidieregeling (Sim) en maken daarvan in de meeste gevallen gebruik. De weg naar de gemeentelijke subsidie weten zij nog niet te vinden en dit geldt eveneens voor de eigenaren van de kerkgebouwen die gemeentelijk monument zijn. Het opbrengen van de eigen bijdrage (naast de eventuele subsidie) is echter steeds vaker een probleem. Hierdoor bestaat het risico op achterstallig onderhoud, waardoor aanzienlijke bedragen nodig zijn om dit aan te pakken. Zonder structurele oplossing komt de staat van onderhoud in de komende jaren in gevaar en daarmee ook de toekomst van de kerkgebouwen.

Aanbeveling 10: Monitor op gemeentelijk niveau de kerkgebouwen De meeste rijksmonumentale kerkgebouwen worden regelmatig geïnspecteerd door de Monumentenwacht Zeeland. De inspectierapporten worden alleen aan de eigenaar verstrekt. Overweeg, in overleg met de eigenaren, om aan de Monumentenwacht Zeeland te verzoeken jaarlijks de inspectiegegevens te vertalen naar een monitor. Zo kan de gemeente overzicht houden op de onderhoudsstaat van de rijksmonumentale kerkgebouwen. Kerken die (nog) niet geïnspecteerd worden, kunnen mogelijk eveneens worden gemonitord, zodat de gemeente het inzicht op de onderhoudstand van alle kerkgebouwen houdt.

Aanbeveling 9: Verbeter de voorlichting over subsidies voor monumentale kerkgebouwen De gemeentelijke subsidieregeling voor onderhoud aan kerkgebouwen is bij de meeste eigenaren van kerken die de rijks- of de gemeentelijke monumentenstatus hebben nog niet bekend. Een regelmatig voorlichting op dit gebied wordt aanbevolen.

Nieuwe bestemming in ontwikkeling

77

Conclusie 6. Investeren in duurzaamheidsmaatregelen rendeert voor oudere monumentale kerken (nog) niet 11. Voorstel voor een visie, conclusies en aanbevelingen

78

Met name jongere kerkgebouwen beschikken over bouwsystemen die veelal makkelijker te isoleren zijn en de installatietechnische basis is veel geschikter voor een duurzamer concept. Voor oudere monumentale kerkgebouwen is het de vraag welke investeringen in duurzame maatregelen zullen renderen. Wanneer de intensiteit van het gebruik achterblijft, zal er geen aanleiding zijn om investeringen te doen ten behoeve van het verlagen van de stookkosten. Aanbeveling 11: Voer duurzaamheidsscans uit in combinatie met onderzoek naar neven- of herbestemming Om de cirkelredenering te doorbreken, wel of niet investeren in duurzaamheidsmaatregelen als voorwaarde voor een intensiever gebruik van een kerkgebouw, zullen stappen gezet moeten worden. Inventariserende duurzaamheidsscans kunnen daarin helpen, maar dan wel in combinatie met een onderzoek naar neven- of herbestemming. Het (toekomstig) gebruik van de kerk is namelijk van invloed op de verduurzamingmogelijkheden. Wellicht kan in samenwerking met het Restauratiefonds worden overwogen aan kerkeigenaren de mogelijkheid van duurzaamheidsscans aan te bieden. Sinds 2023 is het mogelijk om gebruik te maken van het Ontzorgingsprogramma Verduurzaming Monumenten van het Restauratiefonds.

Conclusie 7. Ondersteuning bij het vinden van goede vrijwilligers is gewenst Goede vrijwilligers zijn onmisbaar voor de instandhouding van religieus erfgoed op de langere termijn. Het niet meer adequaat kunnen vervullen van vrijwillige bestuursfuncties is nu één van de grootste knelpunten voor bedreigde kerkgebouwen met een religieuze functie. Aanbeveling 12: Zet in op slimme werving van vrijwilligers Op korte termijn is het belangrijk om een aantal knelpunten in besturen te helpen oplossen. Daarbij moet blijvend geïnvesteerd worden in het opzetten van vruchtbare netwerken en slimme wervingsmethoden van vrijwilligers. Een gemeentelijke databank van vrijwilligers kan daarbij behulpzaam zijn.

Conclusie 8. Contactambtenaar dringend gewenst voor kerkeigenaren en voor collega’s bij de gemeente Sluis 11. Voorstel voor een visie, conclusies en aanbevelingen

79

Kerkeigenaren geven aan behoefte te hebben aan een aanspreekpunt bij de gemeente Sluis. De gemeente heeft onvoldoende capaciteit ten behoeve van beleid en uitvoering van de erfgoedtaken. Het toevoegen van de taak van aanspreekpunt als contactambtenaar maakt dat kerkeigenaren mogelijk sneller het contact met de gemeente zullen leggen. Zonder deze contactambtenaar kan de constructieve relatie, die via de kerkenvisie met de kerkbesturen is opgebouwd, weer verwateren. Gezien de uitdagingen waar een aanzienlijk deel van de kerkbesturen voor staat en de bedreiging die dit vormt voor een deel van het religieuze erfgoed van de gemeente Sluis is dit ongewenst. Ook binnen de gemeentelijke organisatie staat de kerkenproblematiek nog niet voldoende scherp op het netvlies van beleidsafdelingen waar wellicht kansen liggen voor leegkomende kerkgebouwen. Denk aan gemeentelijke taken als: het huisvesten van sociaal-maatschappelijke functies (dorpshuizen of een bibliotheek), stimuleren van cultuur (muziekvoorstellingen, muziekschool), toerisme en recreatie (onthaalmogelijkheden), energietransitie bevorderen (zonnepanelen), etc. Een centrale aanjager, een contactambtenaar of erfgoedcoördinator is hierbij van groot belang.

Aanbeveling 13: Wijs bij de gemeente Sluis een ‘kerkencoördinator’ aan Het opstellen van een kerkenvisie is een eerste stap. Nu de kerkenopgave in beeld is en kerkbesturen zich gesteund voelen om noodzakelijke vervolgstappen te zetten, is het belangrijk om binnen de gemeente Sluis een structurele aanjager beschikbaar te hebben. Op dit moment is hiervoor nog niemand aangewezen. Kerkeigenaren zijn zelf aan zet, maar uit het onderzoek blijkt dat het bundelen van krachten tussen de gemeente Sluis en de kerkbesturen/eigenaren van bedreigde kerken de kansen voor deze kerken aanzienlijk groter maakt om een volgende stap naar een duurzaam toekomstperspectief te zetten. Wellicht kan dit de zoektocht bevorderen naar functies waardoor de kerkgebouwen publiek toegankelijk blijven en het erfgoed beleefbaar blijft (denk aan maatschappelijke of culturele functies). Eigenaren van kerken die beginnen met het proces om tot een herbestemming te komen en eigenaren van reeds herbestemde kerken hebben behoefte aan contact met de gemeente over met de herbestemming verband houdende vraagstukken. Een aanspreekpunt of loket voor de kerkeigenaren is van belang om deze kansen voor de kerkenopgave in Sluis, vanuit gemeentezijde, te verzilveren.

Conclusie 9. Actueel gemeentelijk erfgoedbeleid ontbreekt 11. Voorstel voor een visie, conclusies en aanbevelingen

80

In hoofdstuk 5 is aangegeven dat de gemeente Sluis, met meer dan 220 rijksmonumenten en 125 gemeentelijke monumenten een grote(re) monumentengemeente is. Uit diverse beleidsdocumenten blijkt dat de gemeente zich verantwoordelijk voelt voor het erfgoed. De huidige erfgoednota dateert uit 2013 is daarmee onvoldoende actueel en niet gebaseerd op actuele, landelijke wetgeving (Erfgoedwet 2016 en Omgevingswet 2024). De erfgoedverordening daarentegen is in 2023 vastgesteld en daarmee actueel. Dit geldt eveneens voor de Welstandsnota die ook in 2023 is vastgesteld. Het visiedocument ‘Krachtig Verbonden’ voor de periode 2021-2025 vastgesteld biedt ruimschoots kansen voor een nieuw erfgoedbeleid. Aanbeveling 14: Geef opdracht voor het opstellen van erfgoedbeleid Het vormgeven van een actueel erfgoedbeleid kan mede worden gebaseerd op de uitkomsten van deze kerkenvisie. Voor een gemeente met meer dan 220 rijksmonumenten is het van belang dat het beleid wordt vastgesteld. Daarnaast is een afwegingskader gewenst, waarin wordt vastgelegd hoe moet worden omgegaan met het religieus erfgoed vanuit gemeenteperspectief. Herbestemming, vergunningverlening en ondersteuning van kerkgebouwen verdienen bijzondere aandacht en maatwerkoplossingen. Ook is het van belang de werkwijze binnen de gemeente Sluis, tussen de verschillende betrokken afdelingen, vast te leggen.

Tenslotte is een koppeling van de kerkenvisie met de omgevingsvisie wenselijk. De erfgoeden kerkencoördinator regisseert deze procesketen en zorgt dat het kerkenvraagstuk voldoende bekend is bij relevante gemeentelijke vakgebieden/beleidsdomeinen.

Hervormde Kerk in Retrancement

12. Actieplan De kerkenvisie heeft als belangrijkste inzicht opgeleverd dat de meeste van de in de gemeente Sluis aanwezige kerkbesturen ervaren dat de toekomst van hun kerkgemeenschap onzeker is. Meer dan driekwart van alle kerkgebouwen met een religieuze functie hebben geen vanzelfsprekend duurzaam toekomstperspectief. Nu deze toekomstverwachtingen in beeld zijn gebracht, biedt dit de kans om proactief actie te ondernemen. Op deze wijze kan mogelijk worden voorkomen dat er nog meer kerkgebouwen leeg komen te staan, in verval raken en op den duur moeilijk meer te redden zijn. Proactief handelen kan een nieuw duurzaam toekomstperspectief voor kerkgebouwen opleveren, al dan niet in combinatie met de religieuze functie, als daarmee tijdig wordt gestart. Uit de gesprekken alsmede uit het onderzoek van COUP (hoofdstukken 8 t/m 10) en uit andere onderzoeken in Nederland blijkt dat zowel leden van kerkgemeenschappen als inwoners het liefst zien dat sociaal-maatschappelijke of culturele functies in leegkomende kerken worden ondergebracht. Het kost vaak meerdere jaren om de haalbaarheid van dergelijke projecten te onderzoeken en tot realisatie te komen. Het is dus

81

zaak om tijdig te starten. Ook om andere kansrijke oplossingsrichtingen voor het ontkerkelijkingsvraagstuk te vinden is actie geboden. Voorstel De gemeente Sluis pakt de rol van initiator en inspirator op en nodigt de in de gemeente Sluis aanwezige kerkeigenaren uit die actief over de toekomst van hun kerkgebouw willen nadenken. Binnen het project Kerkenvisie (verdiepend onderzoek, fase 2) is hiervoor bij de gemeente geen budget meer beschikbaar uit de decentrale uitkering van het Rijk en zal dus budget moeten worden vrijgemaakt. In een op te richten projectgroep ‘Toekomst kerken Sluis’ vindt een nadere verkenning plaats naar vervolgprojecten en een mogelijk stappenplan (niet alles kan en hoeft tegelijkertijd) met als uitgangspunt de 13 aanbevelingen uit de kerkenvisie. De projectgroep stelt een vervolgaanpak/ uitvoeringsprogramma op en legt dit voor aan het college van Burgemeester en Wethouders, dat de gemeenteraad hierin kan betrekken. Het voorstel sluit overigens niet uit dat kerkeigenaren, de gemeente Sluis, maar ook stichtingen of commerciële partijen ook actie ondernemen. Daarin kan de provincie een rol van betekenis spelen.

Een onderzoek naar een algemene stichting die zich richt op herbestemmingen zou het probleem van leegstaand of bedreigd religieus erfgoed op grotere schaal kunnen adresseren.

Kerkbesturen

Gemeente Sluis

Projectleider en/of klankbordgroep

Projectleider gemeente

Platform Toekomst kerken Sluis

Acties

Gemeente Sluis (intern)

12. Actieplan

Kerkbesturen

Gemeente Sluis

Projectleider en/of klankbordgroep

Projectleider gemeente

Platform Toekomst kerken Sluis

Acties

82

Kerkeigenaren Sluis

Structureel overleg tussen kerkeigenaren en gemeente

• Kerken met een onzeker toekomst-perspectief: vraag subsidie aan bij de rijksoverheid om de haalbaarheids- en duurzaamheidsmogelijkheden tijdig te onderzoeken en werk hierbij samen met de gemeente (aanbevelingen 5 en 6).

• Zet een structurele communicatie met alle kerkeigenaren op en voer daarmee een regelmatig overleg met deze eigenaren. Bedenk gezamenlijk een strategie voor de toekomst (aanbeveling 3); • Bepaal, in goed overleg, een urgentielijst van aan te pakken projecten (lees kerkgebouwen) ter bevordering van de toekomstbestendigheid van leegkomende kerkgebouwen door: • Mee te denken over de opzet van een sterke organisatie die kerkgebouwen kan overnemen, waarbij de Stichting Oude Zeeuwse Kerken en mogelijk commerciële partijen gesprekspartners kunnen zijn (aanbeveling 8) en betrek hierbij ook het bouwbureau van het bisdom Breda voor de katholieke kerken; • Kansen te onderzoeken voor kerkgebouwen in relatie tot de toekomst en de leefbaarheid van kernen door het onderbrengen van sociaal-maatschappelijke of culturele functies (aanbevelingen 1 en 2); • Bedenk hoe inwoners, dorpsraden en ondernemers bij projecten kunnen worden betrokken (aanbeveling 6); • Zet in op een slimme werving van vrijwilligers, door bijvoorbeeld een kennisbijeenkomst te organiseren met een organisatie die hiervoor expertise heeft (aanbeveling 12).

• Stel een contactpersoon/coördinator erfgoed aan bij de gemeente als aanspreekpunt voor kerkeigenaren en collega’s (binnen de gemeente) en maak deze persoon projectleider voor het religieus erfgoed (aanbeveling 13); • Stimuleer kerkeigenaren van, in ieder geval de bedreigde, kerkgebouwen om nevenen/of herbestemmingsmogelijkheden, alsmede duurzaamheidsmaatregelen tijdig te onderzoeken (aanbevelingen 5, 6 en 11); • Betrek kerkgebouwen bij ruimtelijke ontwikkelingen (aanbeveling 7); • Verbeter de voorlichting over financiële mogelijkheden (rijks-, provinciale en gemeentelijke subsidieregelingen) aan eigenaren van monumentale kerkgebouwen (aanbeveling 9); • Geef opdracht voor het opstellen van erfgoedbeleid (aanbeveling 14); • Stimuleer de actualisatie van de beschrijving van de kerkelijke interieurs (aanbeveling 4); • Onderzoek, eventueel samen met de provincie Zeeland, of een structurele monitor van de onderhoudsstaat van de monumentale kerkgebouwen (en eventueel alle kerkgebouwen) wenselijk en haalbaar is (aanbeveling 10).

83

Deel 5. Bijlagen

84

Bijlage 1

Kerkenpaspoorten

Legenda kerkenpaspoorten †

85

Christelijk gebruik

S

Klein

Rijksmonument

Herbestemd

M

Middelgroot

Gemeentelijk monument

Leegstaand / in transitie

L

Groot

Geen monumentale status

XL

Zeer groot

1

Kerkenpaspoort

Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland

Kerkenpaspoort

Geen monumentenstatus

Adres

Zuidzandsestraat 63 Oostburg

S

123 m2

Bouwjaar

1958

†

Christelijk gebruik

Architect

C.M. Zuydweg

Bouwstijl

Traditionalisme

Denominatie

Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland

Gebruik

Religieus

Aan de Zuidzandsestraat in Oostburg ligt het kerkgebouw van de Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland die in 1922 door de Scheveningse Visboer Fieret, die naar ZeeuwsVlaanderen verhuisde, is opgericht. Dit kerkgebouw is gebouwd in 1958 als onderdeel van de wederopbouw en is tot stand gekomen naar ontwerp van architect C.M. Zuydweg in traditionalistische stijl. In de Tweede Wereldoorlog raakte de kerk van de oud gereformeerden beschadigd, waarna er tot 1958 gebruik werd gemaakt van een noodbarak. Het bakstenen gebouw is sober vormgeven en wordt afgesloten met een zadeldak. Het meest kenmerkende aspect van het gebouw is het opvallende zeshoekige venster in de verder gesloten ogende voorgevel. In de zijgevels heeft het meerdere rechthoekige vensters. Het interieur van de kerk is eenvoudig ingericht, met

86

vooraan in de zaal een preekstoel, met hiervoor een lessenaar en aan beide zijden twee kleine koorbanken. Aan de achterzijde van de zaal staat op het ruime orgelbalkon het kleine orgel van de kerk, boven de ingang van de kerkzaal. De kerk van de Oud Gereformeerde Gemeente van Oostburg heeft beperkte architectuurhistorische waarde.

2

Kerkenpaspoort

De Open Haven

Kerkenpaspoort

Gemeentelijk monument

Adres

Kerkplein 1 Oostburg

M

442 m2

Bouwjaar

1950

†

Christelijk gebruik

Architect

F.H. Klokke

Bouwstijl

Shake-hands

Denominatie

Protestantse Kerk in Nederland (PKN)

Gebruik

Religieus

De Open Haven is het kerkgebouw van de Protestantse gemeente ‘De Westhoek’ in Oostburg, gelegen aan het Kerkplein. De kerk is gebouwd in 1950, waarbij de toren in 1958 werd aangebouwd. De kerk werd gebouwd ter vervanging van de vorige kerk die tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren is gegaan. Het kerkgebouw is een bakstenen zaalkerk met half ingebouwde toren en een zadeldak. Aan de achterzijde heeft het gebouw een uitbouw die doet denken aan een apsis. Het ontwerp van de kerk sluit aan op de shake-hands stijl die tijdens de wederopbouw veel werd toegepast. Bij deze stijl vind een combinatie van een traditionalistische en modernistische architectuur plaats. Deze stijl is in de Open Haven bijvoorbeeld te herkennen aan de traditionele hoofdvorm als zaalkerk en de toepassing van modernistische elementen als het gebruik van beton en de moderne geometrische vensters in de zijgevels.

87

Ook de bijzondere opengewerkte klokkenverdieping op de traditionalistische toren is een goed voorbeeld hiervan. Bijzonder aan de klokkenverdieping is verder de luidklok van de kerk uit 1503. Deze klok was tijdens de Tweede Wereldoorlog gevorderd uit de vorige kerk om omgesmolten te worden, maar ging verloren toen de boot waarop het werd vervoerd in het IJsselmeer zonk. Na de oorlog werd het teruggebracht en in de nieuwe toren geplaatst. In het interieur van de kerk is het liturgisch centrum te vinden aan het einde van de kerkzaal. Het orgel van de kerk uit 1955 staat op het orgelbalkon boven de ingang van de kerk. De Open Haven is van architectuurhistorische waarde als voorbeeld van een wederopbouwkerk dankzij de opvallende shake-hands architectuur. Het gebouw heeft daarnaast ook waarde vanuit de verbinding met de vorige kerk, waarbij de historische luidklok een bijzondere herinnering vormt.

3

Kerkenpaspoort

Heilige Eligiuskerk

Kerkenpaspoort

Gemeentelijk monument

Adres

Sint Eligiusplein 17 Oostburg

XL

1536 m2

Bouwjaar

1949

†

Christelijk gebruik

Architect

F.H.M. Mol

Bouwstijl

Traditionalisme

Denominatie

Rooms-katholiek Kerkgenootschap in Nederland

Gebruik

Religieus

De Heilige Eligiuskerk in Oostburg is een rooms-katholieke kerk, gelegen aan het Sint Eligiusplein. De kerk is gebouwd in 1949. De kerk werd gebouwd ter vervanging van het eerdere katholieke kerkgebouw van Oostburg uit 1886. Het gebouw is een traditionalistische kerk in basilicastijl met een zadeldak en aan de voorzijde een dwars bouwdeel met lessenaarsdak waarin de ingang van de kerk is geplaatst, gebouwd naar ontwerp van architect F.H.M. Mol. Naast de kerk staat een vierzijdige toren die via een kleine gang met de kerk is verbonden en tien jaar na de bouw van de kerk werd gebouwd. Aan de achterzijde heeft de kerk een apsis. Het ontwerp van de bakstenen kerk sluit aan op het traditionalisme van de wederopbouwperiode door onder andere de geslotenheid van het ontwerp met kleine ramen, de eenvoudige hoofdvorm en het materiaalgebruik. Vanuit de basilicastijl

88

is het ontwerp echter ook beïnvloed door de Romeinse architectuur. Zo heeft de voorgevel van de kerk veel weg van een Romeinse tempel. Ook in de toren zijn enkele klassieke invloeden te herkennen, zoals de zuilen die bovenin te zien zijn. In het interieur van de kerk zijn bij de zijbeuken soortgelijke pilaren aanwezig als in de entree, die in de kerkzaal de muren van de lichtbeuk dragen. Vooral bijzonder aan het interieur is het koor van de kerkzaal, in de apsis. Hier staat het altaar met daarachter het orgel onder een rijk versierde halve koepel. De kerkzaal is in 2001 sterk verbouwd en verkleind, maar grotendeels behouden gebleven in oorspronkelijke staat. De Heilige Eligiuskerk heeft een bijzonder hoge architectuurhistorische waarde als kerk in de basilicastijl en als een vroege wederopbouwkerk. In het interieur is daarnaast de fraaie versiering van de apsis waardevol.

4

Kerkenpaspoort

Gereformeerde Gemeente

Kerkenpaspoort

Geen monumentenstatus

Adres

Melkweg 3 Oostburg

M

343 m2

Bouwjaar

1994

†

Christelijk gebruik

Architect

Lockefeer & Verhulst Projecten

Bouwstijl

Modern

Denominatie

Gereformeerde Gemeenten

Gebruik

Religieus

Het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente van Oostburg ligt aan de Melkweg en werd gebouwd in 1994 voor de gemeente die in 1982 was ontstaan na een splitsing in de Gereformeerde Gemeenten in Nederland in Oostburg. Deze kwam samen in het verenigingsgebouw van de Nederlands Hervormde Kerk en later in de Gereformeerde Kerk aan de Molenberg. Van de jaren ’20 tot ’50 werd er al driemaal een Gereformeerde Gemeente gesticht, maar deze gingen over naar andere kerkgemeenschappen of werden opgeheven. Het kerkgebouw is ontworpen door het architectenbureau Lockefeer & Verhulst Projecten en is een modern gebouw van baksteen. Het gebouw bestaat uit een plat bouwdeel, met in de linker achterhoek een achtzijdige koepel met kleine dakruiter. De ingang bevindt zich centraal in de voorgevel van het platte gedeelte onder een

89

kleine overkapping. De kerkzaal bevindt zich in de koepel van het gebouw. Hier bestaat het interieur uit een zaal met wit geverfde muren, met hierin een modern ogende preekstoel en orgel en hiernaast een avondmaalstel. Het orgel is in 2016 in de kerk geplaatst en het orgelfront is vervaardigd door jongere gemeenteleden. In de rechterwand van de zaal zijn in het venster opvallende, moderne glas-in-loodruiten te vinden. Het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente van Oostburg is van architectuurhistorische waarde als het enige modernistische kerkgebouw uit de jaren ’90 van de 20e eeuw binnen de gemeente Sluis.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=454cc1df-ffe4-46e4-a130-badd1f854560