CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

02k Wetenschapswinkel - West-Zeeuws-Vlaanderen Schetsen aan de toekomst

Commissie Ruimte/AB 17 oktober 2023, gemeente SluisBij agendapunt: A-brieven (voor kennisgeving aannemen en in handen stellen van het college ter verdere afdoening)19.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wanneer dit vanuit een Nederlands perspectief is met de Randstad als kerngebied, is dit anders dan vanuit een Vlaams perspectief en de dichterbij gelegen Vlaamse ruit als kerngebied. Overigens is het hele beeld op West-Zeeuws-Vlaanderen natuurlijk ook anders te framen, bijvoorbeeld als rust- en ontspanningsgebied. Het is dan niet een perifeer gebied, maar een centrum van rust

24 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst

gelegen tussen vele drukke gebieden: de Randstad, De Vlaamse Ruit en de stedenband van WestBrabant. Het gaat hierbij om het mal-contramal-denken zoals landschapsarchitecten dat wel noemen: West-Zeeuws-Vlaanderen biedt dat wat de Vlaamse Ruit, de Randstad en Noord-Brabant niet meer kunnen bieden. Daarnaast bepaalt de hardheid van grenzen ook of een gebied meer of minder perifeer is. Wanneer West-Zeeuws-Vlaanderen zich meer en meer op België kan richten, bijvoorbeeld voor mestaanvoer of afzet van landbouwproducten, gaan bepaalde stromen anders verlopen. De gemeente Sluis telt 15 officiële kernen en een groot aantal buurtschappen. De gemeente telt 23.1608 inwoners (per 1 januari 2021) en heeft een oppervlakte van 307,01 km² (waarvan 26,74 km² water). Het gebied is overwegend agrarisch met een rand van toeristisch-recreatieve voorzieningen langs de kust. West-Zeeuws-Vlaanderen steunt daarmee op twee economische pijlers: de agrarische sector en het toerisme.

2.3

Karakterisering van de landbouw- en recreatiesector

De landbouw in West-Zeeuws-Vlaanderen had het eind jaren negentig van de vorige eeuw zwaar te verduren vanwege onder meer de liberalisering van de wereldhandel, wat de productprijzen voor bieten en suiker onder druk zette en wat vooral bij de akkerbouw zwaar aankwam. Recreatiebedrijven hadden te kleine ruimtes voor verblijfsrecreatie die bovendien kwalitatief onder de maat waren. Naast deze minpunten aan de aanbodzijde werden recreatiebedrijven aan de vraagzijde geconfronteerd met teruglopend toerisme in Zeeland. Verzilting in het landbouwgebied en tegenvallende resultaten omtrent seizoensverlenging en productverbreding (Van Rooy et al., 2006) maakten dat de landbouw en recreatie in West-Zeeuws-Vlaanderen het eind jaren negentig dus moeilijk hadden. Zowel agrariërs als recreatieondernemers zochten naar mogelijkheden om hun bedrijfsvoering gezonder te maken. Schaalvergroting was daarbij een mogelijkheid, maar ook kwaliteitsverbetering door meer specialistische producten te bieden. Agrarisch natuurbeheer, agrotoerisme, agrozorg en een opschaling van recreatiebedrijven, alle in een meer aantrekkelijke recreatieomgeving (recreatienatuur), waren hierbij oplossingsrichtingen. Een deel van deze problemen zijn inmiddels achterhaald. De afgelopen jaren is er massaal geïnvesteerd in zowel kwaliteitsverbetering als uitbreiding van de overnachtingscapaciteit in de toeristische sector.

Deze ontwikkeling heeft de discussie losgemaakt hoe ver men deze situatie kan voortzetten zonder de attractiviteit van het gebied aan te tasten. De rol van natuur bestaat hierin vooral uit het verbeteren van de kwaliteit van het gebied, zowel om in te wonen en te werken als om in te recreëren. Hiermee neemt de aantrekkingskracht van WestZeeuws-Vlaanderen als vestigingsgebied voor bewoners en recreatieondernemingen toe. Projecten als Waterdunen en Zwakke Schakels betekenden voor recreatie en natuur een kwaliteitsimpuls (zie kader 2).

Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel

| 25

Kader 2: Terugblik op twintig jaar landbouw, recreatie en natuur in West-ZeeuwsVlaanderen De investeringsdynamiek en de handelingsperspectieven voor landbouw, recreatie en natuur zijn in WestZeeuws-Vlaanderen erg verschillend. Successen uit het verleden kwamen omdat deze sectoren elkaar ontmoetten, vaak eerst op het visieniveau en later ook op het operationele vlak. Denk aan Kust in kleuren (Natuurbeschermingsvereniging ‘t Duumpje, Organisatie van Recreatieondernemers Nederland. Afdeling Zeeuws-Vlaanderen, 1998) en de integrale gebiedsvisie Natuurlijk vitaal! (Gebiedscommissie West Zeeuws-Vlaanderen, 2004). Arno Boomert, vertegenwoordiger van de RECRON en toenmalig eigenaar van camping Napoleonhoeve en Thijs Kramer, toenmalig voorman van de Zeeuwse Milieufederatie (sinds 2003 gedeputeerde van de provincie Zeeland), wisten elkaar te vinden in het besef dat het landschap het kapitaal is. Ook Cees Slager sloot zich als nieuwe eigenaar van de camping Napoleonhoeve en als eigenaar van de Molecatengroep aan bij hun gedachtegoed. In plaats van uitbreiding van verblijfsrecreatie zochten zij het in kwaliteitsverbetering. Met de integrale gebiedsvisie wilde men de negatieve sociaaleconomische en demografische krimpontwikkelingen in de regio keren. De landbouw boette in aan belang en grond. Aan verblijfsrecreatie werd 165 ha ontwikkelingsruimte geboden en aan natuur 300 ha.

Deze ideeën kregen de wind in de rug vanuit andere rijksoverheidsplannen. Het toenmalig ministerie van Verkeer en Waterstaat ontwikkelde het project ‘Zwakke Schakels’, gericht op kustversterking, waarvoor in 2007 de eerste financiële middelen vrijkwamen. Het toenmalig ministerie van VROM wees op haar beurt de kust van West-Zeeuws-Vlaanderen in de Nota Ruimte aan als voorbeeldproject ontwikkelingsplanologie en gaf het gebied destijds ook nog eens de status van Nationaal Landschap. Er werd een rood-voorgroenregeling geïntroduceerd waarbij er per ha uitbreiding en aanleg voor verblijfsrecreatie, woningbouw en bedrijventerreinen 34.000 euro in een groenfonds diende te worden gestort (Van Rooy, 2006). Ook het toenmalig ministerie van LNV werkte mee door geld te verstrekken voor het aankopen van grond. LNV had haast, omdat gelden beschikbaar waren gekomen voor natuurcompensatie van de Westerschelde, maar dan dienden deze middelen wel voor 2008 te worden uitgegeven. Het grote project Waterdunen tussen Groede en Breskens zag als integraal ontwerp van Arcadis en H+N+S het licht. Waterdunen is daarmee dus vanuit een transitie van vijftien jaar geleden ingezet. Recreatie was toen nog vooral lokaal van schaal. Eerst was sprake van recreatie bij de boer. Nu is recreatie geëxplodeerd. In de recreatiesector in West-Zeeuws-Vlaanderen krijgen ze de wellness-status.

Alleen Roompot kan als grote ondernemer nog inspelen op grotere schaalvraagstukken. Tegelijkertijd is recreatie een van de slechtst georganiseerde sectoren van Nederland. Bij recreatie en toerisme lijkt het ontwikkelingsperspectief helemaal af te hangen van het individuele perspectief; er is geen collectief perspectief. Dit in tegenstelling tot de landbouw, waar zowel individueel als collectief perspectief is.

Wat de natuur betreft is het nog in uitvoering: het Zwin is gemaakt, Waterdunen is nog niet klaar. Kortom: we zijn nog met concepten bezig die twintig jaar geleden zijn ontwikkeld. We maken nu dus mee dat zaken nog worden uitgevoerd die eind jaren negentig zijn bedacht. Vervolgens speelt nu de hamvraag voor West-Zeeuws-Vlaanderen wat de volgende slag wordt, na Waterdunen en Zwakke Schakels, om de landbouw en recreatie te verduurzamen en tot duurzame energie en natuurontwikkeling en -behoud te komen. Wie twintig jaar terugblikt, kan concluderen dat er heel grote opgaven op het gebied van West-ZeeuwsVlaanderen afkwamen, waarbij er geen of nauwelijks sturingspotenties vanuit de regio zelf kwamen. Het ging om (inter)nationale opgaven als de wereldhandel en de retail tussen handel in de landbouw, de kustontwikkeling in het kader van het klimaat, de Westerscheldeproblematiek en de natuurcompensatie, de realisatie van de Westerscheldetunnel met als gevolg een meer perifere ligging (pontverbinding Vlissingen en Breskens werd minder belangrijk) en de autonome demografische ontwikkeling. Realisatie van die opgaven leverden wel processen op die hebben geleid tot veel nieuwe economie, nieuw toerisme en schaalvergroting in de landbouw, evenals nieuwe (licht) estuariene natuur. En die processen leveren een begrijpelijke defensieve houding in sommige gelederen.

Zowel met betrekking tot de veranderingen in het toeristisch profiel en de daaruit volgende verstedelijking, als met betrekking tot natuurontwikkeling ten koste van landbouwgrond. Wat verder opvalt, is het complex van tijd: 1998 was de start van Kust in Kleuren (Natuurbeschermingsvereniging ‘t Duumpje, Organisatie van Recreatieondernemers Nederland. Afdeling Zeeuws-Vlaanderen, 1998) en we zijn 23 jaar later nog niet klaar. Intussen worden wel de toeristische revenuen geplukt in Cadzand en Nieuwvliet en de toeristische revenuen voor Breskens komen er ook

26 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst

aan, terwijl de natuur nog altijd moet worden opgeleverd. In feite is de natuurontwikkeling zowel drager voor de Westerschelde-natuurcompensatie als drager voor de toeristische impuls die het gebied nu krijgt. Al die bezoekers willen ook wat gaan doen! Natuurlijk Vitaal (Gebiedscommissie West Zeeuwsch-Vlaanderen, 2004) heeft het proces destijds vooral bestuurlijk gestuurd en is bijna uitgewerkt. Het is misschien wel de hoogste tijd voor een gesprek over, en een denkwerk voor, Natuurlijk Vitaal 2.0?! Dit onderzoek kan dit ondersteunen. Het politieke en maatschappelijke klimaat is de afgelopen 25 jaar veranderd. Gevestigde vormen van wetenschappelijke expertise en beleidsadvisering worden steeds vaker ter discussie gesteld door kritische burgers en door overheidsinstanties zelf (KNAW, 2013). In het milieu- en duurzaamheidsbeleid verandert de sturing van top-down naar governance met behulp van netwerken. De implementatie van het duurzaamheidsbeleid vraagt niet alleen om een sterke wetenschappelijke basis, maar in toenemende mate ook om de erkenning van andere kennis, te weten die van burgers, bedrijven en lokale gemeenschappen. Een manier om de wetenschappelijke benadering te behouden en tegelijkertijd grotere legitimiteit van andere kennis te borgen, is het opnieuw vormgeven van de relatie tussen wetenschap en beleid.

Bijvoorbeeld door een transparante aanpak van beleidsadvisering, meer cocreatie tussen wetenschappers, beleidsmakers en burgers, nieuwe organisatievormen om met deze cocreatie om te gaan en manieren waarop burgers zelf onderzoek kunnen doen of kunnen bijdragen aan wetenschappelijke bewijsvoering. Het werken met ontwerpateliers kan hierbij uitkomst bieden. Deze wijze van werken sluit bovendien aan bij de doelen en opzet van de Omgevingswet.

2.4

Les voor de toekomst van overallbeeld verleden en heden

Het overallbeeld is dat het Rijk en de provincies grote investeringen hebben gedaan in West-ZeeuwsVlaanderen: kustversterking, de tunnel, Waterdunen en dat de vrijheidsgraden voor de bevolking om te kiezen of zij deze ontwikkelingen wel wilden, niet groot waren. Kortom: er was geen keuze om nee te zeggen. Overigens is dit beeld te nuanceren. Kust in kleuren is aan te merken als een privaat initiatief van recreatieondernemers met natuurvereniging ‘t Duumpje. Daarna volgden veel projecten met stevige overheidssturing: Zwakke Schakels, de Staats-Spaanse Linies, natuurcompensatie voor de Westerschelde, Gebiedsontwikkelingen als Waterdunen. Maar eveneens waren er grote private investeringen in het toerisme. Ook bij de overheidsinitiatieven wordt overigens wel degelijk nagegaan hoe zoveel mogelijk publieke en private belangen zo gunstig mogelijk met elkaar zijn mee te koppelen. Neem de Hedwigepolder. Ook daar wordt nu geprobeerd om er toeristisch zo goed mogelijk op in te spelen. Wat volgens sommigen opvalt, is dat na Kust en Kleuren de ontwikkelingen allemaal met geld van anderen zijn gestuurd en niet met eigen ambities vanuit West-Zeeuws-Vlaanderen. Het beeld zou zijn dat de lagere overheden worden gedwongen door hogere overheden: de EU, de nationale overheid. Dit valt voor Waterdunen en bijvoorbeeld de aanleg van de tunnel te relativeren.

Als we de laatste twintig jaar in beschouwing nemen, zijn er zeer grote bedragen geïnvesteerd in West- Zeeuws-Vlaanderen. Tegelijk hebben we het over krimp en wordt West-Zeeuws-Vlaanderen hiermee sterk geframed. Daarbij dient opgepast te worden dat het negatieve beeld van krimp niet gaat overheersen. West-Zeeuws-Vlaanderen dient uit de ‘krimp-kramp’ te komen. Er liggen tal van duurzaamheidsopgaven in het vooruitzicht die wederom grote investeringen zullen vergen. The EUGreen Deal en Het Groeifonds bieden hiervoor mogelijkheden. Dan moet het gebied wel gebieds- en projectplannen hebben. Dan kan het gebied een claim leggen op budgetten. In het volgende hoofdstuk wordt verduidelijkt dat tal van andere duurzaamheidsopgaven nu en in de toekomst op West-Zeeuws-Vlaanderen afkomen: de energietransitie, verdere klimaatveranderingen, Vlaamse baaien, zoetwateropgave, circulaire landbouw en circulaire economie. Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel

| 27

28 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst

3

Duurzaamheidsopgaven

3.1

Inleiding

Voorafgaand aan en tijdens het onderzoek zijn allerlei duurzaamheidsopgaven geformuleerd voor energie, voedsel, economie, water en kustverdediging en biodiversiteit en daarmee ook voor de ruimtelijke inrichting: 1. Fossiele brandstoffen dienen vervangen te worden door duurzamere vormen van energie, zoals zonne-energie en windenergie. 2. Bij voedsel is de vraag of we kunnen komen tot voedingspatronen met minder dierlijke producten, kringlooplandbouw, koolstof-vastleggende landbouw en duurzaam bodembeheer. 3. Het promoten van een circulaire economie, met duurzame kringlopen. 4. Klimaatadaptatie en mitigatie: inspelen op zeespiegelstijging, verzilting en verdroging/wateroverlast. Vanuit nationaal en internationaal beleid worden er momenteel allerlei opgaven over regio’s ‘uitgestort’ en aan de betrokkenen in de regio’s is het vervolgens om die opgaven te realiseren en zo mogelijk af te stemmen. Uit de rapporten van de studenten van de WUR (Annaningdiah et al., 2019; Lattasch, 2019; Lensen, 2019; Mathu et al., 2019 en Melse et al., 2019) valt te concluderen dat de landbouwsector en de recreatiesector inzetten op verduurzamen van hun bedrijven. Hierbij zijn wel kanttekeningen te maken. De verduurzaming is: •

Vooral op de eigen sector gericht (niet integraal);

•

Vooral op bedrijfsschaal gericht (weinig schaalniveau denken);

•

Vooral op de korte termijn gericht (niet op de middellange en lange termijn).

Dat dit niet aansluit bij de doelen van het Parijs Akkoord en de VN-agenda mag duidelijk zijn. Wat uit de studentonderzoeken naar duurzaamheid in de landbouw- en recreatiesector duidelijk wordt, is dat de individuele ondernemers verduurzaming niet gaan managen voor gebied dat het bedrijfsperceel overstijgt, het gebied van West-Zeeuws-Vlaanderen, of voor nog grotere regio’s of voor de ketens.

Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel

| 29

Tabel 1 Invulling van verduurzaming in West-Zeeuws-Vlaanderen en benodigde invulling vanuit het Parijs Akkoord en de VN-agenda. Invulling verduurzaming vanuit

Benodigde invulling verduurzaming vanuit het Parijs Akkoord en de VN-

de landbouw- en recreatiesector

agenda

in West Zeeuws Vlaanderen Gericht op de eigen sector: sectoraal

Integraal denken: over sectoren heen

denken Gericht op de eigen bedrijfsschaal

Ook gebiedsschaal denken: ● Gebieden in en om kernen (concrete doelen op microniveau) ● Gebied van West-Zeeuws-Vlaanderen (mesoniveau) ● Gebied van de Zuidwestelijke Delta (abstracte doelen op macroniveau) De opgave is om West-Zeeuws-Vlaanderen te benaderen op verschillende schaalniveaus: ● macro-schaalniveau: een analyse van West-Zeeuws-Vlaanderen als regio tussen andere regio’s: de Vlaamse Ruit, De Randstad en de Zandstad (Brabantse verstedelijking). Het gaat hierbij om het mal-contramal-denken zoals landschapsarchitecten dat wel noemen: West-Zeeuws-Vlaanderen biedt dat wat de Vlaamse Ruit, de Randstad en de Zandstad niet meer kunnen bieden. ● meso-schaalniveau: een analyse van West-Zeeuws-Vlaanderen op eigen regioniveau. Hoe is de regio-ontwikkeling tot nu toe te typeren? Is sprake van een netwerkstad met verbindingen naar het binnenland? Of is sprake van een kuststrookstad die niet in verbinding staat met het achterland? Wordt uitbreiding van recreatie en toerisme gezocht tien kilometer naar binnen in het achterland van Cadzand-Bad of liggen er ook nog kansen aan de kust zelf door bijvoorbeeld over te gaan tot herstructurering? Is er nog wel sprake van een krekenlandschap of vraagt verdroging om introductie van nieuwe oude kreken? Et cetera.

Zo’n analyse door landschapsarchitecten helpt ons om eigen stellingen om te kunnen zetten naar ontwerpprincipes: sluit het aan bij bestaande ontwikkelingen of dient er iets geheel nieuws ontwikkeld te worden? Wat betekent het als recreatie en toerisme blijven groeien? De tijdelijke bewoning door seizoenarbeiders neemt toe. Gaan zij ook blijven? ● micro-schaalniveau: een analyse van West-Zeeuws-Vlaanderen met mogelijkheden/kansen op locatieniveau bij kernen in West-Zeeuws-Vlaanderen. Joost noemt het voorbeeld van Sluis en de parkeerplaatsen. Het is een mooie vestigingsstad. De overgang van Sluis in het landschap vormt nog wel een uitdaging: hoe mooi zou het zijn als de parkeerplaats verwerkt kan worden in een mooie groene overgang?

Gericht op korte termijn

Richten op middellange (2030) en lange termijn (2050)

Natuurlijk wordt West-Zeeuws-Vlaanderen tekortgedaan met deze generalistische conclusies. Zo kan er bijvoorbeeld tegenin worden gebracht dat er toch aan de RES wordt gewerkt met langere tijdshorizonnen dan de korte termijn. Maar dit is nu net een voorbeeld waar nationaal gezien veel politieke druk achter staat en het daarmee niet uit het gebied zelf komt. Overigens sluiten de conclusies die zijn te trekken uit de rapporten van de studenten naadloos aan bij de bevindingen van de Raad voor de Leefomgeving (2019): de regio’s pakken de duurzaamheidsopgaven weliswaar op, maar echter wel vaak vanuit één duurzaamheidsopgave tegelijk en vaak kleinschalig van karakter. Het betekent het missen van kansen voor de toekomst. Een integraal toekomstbeeld waarbij verschillende sectoren en doelen als landbouw, recreatie, natuur en energie op elkaar op regionaal schaalniveau worden betrokken, ontbreekt. Dat daarmee het totaalpakket aan duurzaamheidsdoelen op de middellange termijn (2030) en de lange termijn (2050) niet wordt gerealiseerd, moge duidelijk zijn. De vraag is dus hoe we de duurzaamheidsopgaven zo goed mogelijk kunnen laten ‘samenvallen’ en op elkaar afstemmen in de regio.

30 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst

Daarbij is het goed om niet alleen vanuit het hier-en-nu over die opgaven na te denken, maar ook na te gaan welk toekomstbeeld of beelden voor de regio wenselijk zijn. Dat geven we in hoofdstuk 4 weer. Vervolgens komt de vraag om de hoek kijken hoe deze duurzaamheidsopgaven gerealiseerd kunnen worden (hoofdstuk 5). Het gaat daarbij om samenhang en afstemming van de opgaven. Zowel inhoudelijk als procesmatig en financieel kunnen zich unieke kansen voordoen als duurzaamheidsvraagstukken met elkaar worden verbonden. Maar er kan net zo goed spanning ontstaan tussen beleidsdoelen of concurrentie tussen verschillende duurzaamheiddoelen (RLG, 2019).

3.2

Trends en ontwikkelingen in de toekomst

Op basis van een brainstorm met Duurzaam Groede zijn trends geïdentificeerd die impact zullen hebben op de toekomst van West-Zeeuws-Vlaanderen in 2030 en 2050. Deze trends zijn geordend op basis van een inschatting van de impact die ze zullen hebben op de toekomst van West-ZeeuwsVlaanderen en een inschatting van de (on)voorspelbaarheid van de trend. •

De ontwikkeling van (potentiële) groei van recreatie en toerisme in West-Zeeuws-Vlaanderen houdt nooit meer op. Er is iets in gang gezet dat niet meer is te stoppen. De seizoenarbeiders blijft je daarmee nodig hebben voor de groei in het toerisme. Dat heeft weer gevolgen voor de huisvestiging.

•

Een paar honderd ha biologische landbouw is voldoende om de bevolking van West-ZeeuwsVlaanderen (± 22.000 mensen) te voorzien van biologische producten. Maar als we ook recreanten en toeristen willen voorzien, wat is er dan nodig? Waar betrekt de horeca de producten vandaan? De variëteit is enorm, maar die producten worden vaak niet lokaal geproduceerd. Overal kan alles op ieder moment worden geleverd. En als je dit anders wil hebben, lokaal, betekent dit dan ook dat je bijvoorbeeld glastuinbouw toestaat? Het gaat erom dat een duurzaam West-Zeeuws-Vlaanderen inzet op een circulaire economie met landschapsbeleving.

•

De akkerbouw zet in West-Zeeuws-Vlaanderen sterk in op schaalvergroting, en zijn tal van grote bedrijven aan het ontstaan. Daarbij is sprake van vrijkomende agrarische bebouwing. Net als op Walcheren zouden veel van die oude gebouwen een vergunning voor een aantal appartementen in oude karakteristieke schuren kunnen worden gegund. Dat kan toerisme in de kuststrook wat opvangen, zeker als die mensen met de fiets naar de kust gaan.

•

Verder zou in samenhang met meer beschikbaar water voor de landbouw precisielandbouw en

•

Het Zwin is geopend. Er fietsen nu duizenden mensen naar het Zwin, waarmee de behoefte aan

meer groenteteelt aantrekkelijk kunnen worden. meer en veilige routes is toegenomen. Dus het fietsnetwerk moet worden verbeterd, vanwege intensiever gebruik. Het is drukker geworden op de fietspaden en er wordt met meer verschillende snelheden gereden. De verkeersveiligheid is daarmee afgenomen. Er ligt daar dus een opgave om ook de fietspaden mee te ontwikkelen. Zo’n zelfde voorziening als de parkeerplaatsen in CadzandBad als recreatie uitbreidt. Aan landschapsarchitecten kan gevraagd worden om bij dit soort gesignaleerde ontwikkelingen ook de vereiste voorzieningen in beeld te brengen. •

Ondernemers spelen ook met beleving: als ondernemers niet mogen bouwen in een duin, dan halen zij een duin bij wijze van spreken letterlijk het gebouw in om de gasten het gevoel te geven dat zij in een duin verkeren.

•

Het gaat erom dat de ontwikkelingen vooral op systeemniveau worden gedefinieerd. Welke ontwikkelingen zien wij bijvoorbeeld in de vastgoedeconomie? Kijk vanuit de West-ZeeuwsVlaamse kust ook naar onze Zuiderburen. Zij hebben verstening en verdichting langs de kust gerealiseerd. Wat betekent dit in onze tijd van klimaatverandering? Weten zij straks de kust droog te houden of ontstaan er problemen? Trek de gedachten hierover vervolgens door naar gewenste ontwikkelingen voor de West-Zeeuws-Vlaamse kust.

•

Qua infrastructuur is het behoorlijk uitgekleed. Breng dit ook in verband met afname van de demografische ontwikkeling, maar ook met de ontwikkelingen in het vervoer zelf. Vroeger reden er intercity’s en ging de pont vaker over. Nu is de intercity een veredelde stoptrein geworden en de pont zou weer om de tien minuten moeten varen. Het is overigens opvallend dat bij de klacht over de pont men zich op Vlissingen blijft richten. In Oost-Zeeuws-Vlaanderen bestaat de Breda-bus, Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel

| 31

een interliner naar Breda. Ook best een eind, maar is een interliner van Oostburg via de tunnel naar Goes niet te prefereren boven een intensievere pont-verbinding?! •

Na corona zou glasvezel ook nieuwe mogelijkheden kunnen bieden voor West-Zeeuws-Vlaanderen. Als we na corona naar 2 dagen kantoor, 3 dagen thuiswerk gaan, biedt dat dan kansen voor WestZeeuws-Vlaanderen? Misschien willen daar meer mensen uit Gent of Antwerpen gaan wonen?

3.3

Nieuw toekomstbeeld voor West-Zeeuws-Vlaanderen

Bij een nieuw toekomstbeeld voor West-Zeeuws-Vlaanderen gaat om een (nieuwe) ruimtelijke indeling waarbij toegevoegde maatschappelijke waarde een belangrijke rol moet spelen. Om de discussie te focussen, heeft een van de leden van Duurzaam Groede ter inspiratie een aantal stellingen geponeerd, die zijn op te vatten als ontwerpprincipes. Deze principes kunnen verder met regionale partners bediscussieerd worden en vervolgens als uitgangpunten genomen worden voor toekomstschetsen. Recreatie •

Het toerisme in eigen land zal om een aantal redenen blijven stijgen en ook de Duitsers en

•

De capaciteit van de huidige verblijfscapaciteit in een strook van 500 meter aan de kust wordt

Vlamingen blijven komen, want de kust blijft een magneet (zeker als de bebouwing op slot gaat). bevroren. Alleen verbeteringen in kwaliteit en duurzaamheid worden goedgekeurd. •

De recreatiesector is onafhankelijk van de centrale energieopwekking. Energie wordt geproduceerd door een combinatie van zon en wind. Overtollige energie wordt opgeslagen in accu’s.

•

De windturbines hebben inschuifbare palen en opklapbare rotors en draaien voornamelijk ‘s nachts.

•

De recreatiesector betrekt zijn grondstoffen uit de regio.

•

Tussen de twee recreatiegebieden wordt een stelsel van fiets- en voetpaden gerealiseerd langs kreken, door de velden en over de dijken.

Landbouw •

Om de biodiversiteit te verhogen, worden op geselecteerde plaatsen bloemen gezaaid en worden bepaalde percelen partieel geoogst of blijven percelen een seizoen braak liggen.

•

Om het verlies aan inkomen van de boeren te compenseren, betalen de toeristen een opslag op de toeristenbelasting.

•

De opslagcapaciteit van hemelwater wordt vergroot door aanpassing van het bestaande

•

De landbouw zal de transformatie naar een circulair systeem vervolmaken.

•

Er zal nog meer biologische teelt plaatsvinden, bepaalde gewassen zullen uitgefaseerd worden en

•

Om attractieve verblijfscapaciteit bijvoorbeeld 10 kilometer km van de kust af te realiseren, wordt

krekensysteem. Het effluent van de zuiveringsinstallatie wordt ook teruggevoerd naar dit systeem.

er wordt ruimte gemaakt voor meer bosbouw. er een gebied ontwikkeld waar boeren extensieve circulaire landbouw kunnen beoefenen, gecombineerd met bosbouw en natuurbeheer (Zie Knepp Resort: https://www.kneppestate.co.uk/). Dit is het gebied waar de horeca zijn grondstoffen vandaan haalt. De producten worden zo veel mogelijk lokaal en ambachtelijk voor consumptie geschikt gemaakt. •

Rond dit gebied wordt verblijfsrecreatie gerealiseerd. De verbinding met de kust wordt onderhouden door zonnetreintjes.

•

De traditionele landbouw verhoogt de productie per hectare met 15 tot 20% door een serie

•

De agrarisch ondernemers die als gevolg van de beoogde gebiedsontwikkeling hun bedrijf geheel of

technologische maatregelen met minder impact op het milieu. gedeeltelijk moeten stilleggen, worden financieel marktconform gecompenseerd.

32 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst

Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel

| 33

34 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst

4

Resultaten van de schetsdag

4.1

Inleiding

Eind februari 2020 is met regionale partners een schetsdag georganiseerd in Groede. Het doel was om met (vertegenwoordigers van) de regionale partners als stakeholders mogelijke toekomsten te schetsen voor een duurzaam West-Zeeuws-Vlaanderen. Om wat los te komen van de huidige situatie lag de focus op de middellange en lange termijn, waardoor mogelijke richtingen waarin de regio zich zou kunnen ontwikkelen duidelijker worden. Het uiteindelijke doel is dat met behulp van de toekomstschetsen gesprekken kunnen worden aangegaan met achterbannen van regionale partners en politiek en bestuurlijk verantwoordelijken over de toekomst, om tot opties voor handelingsperspectieven (vaak projecten) te komen. Kortom, de schetsdag diende vooral als een inspiratiebron. De bijeenkomst heeft plaatsgevonden onder leiding van deskundige procesbegeleiders en landschapsarchitecten: Michaël van Buuren (Wageningen Environmental Research), Hans van Engen (StadgoedLandgoed) en Martine van Moûrik (Talking Landscapes). Zij hebben hun beproefde werkwijze bij de voormalige Dienst Landelijk Gebied (DLG) met de schetsschuit zo goed mogelijk in praktijk proberen te brengen, al hebben zij hun methodiek niet helemaal kunnen toepassen zoals zij voorheen waren gewend. Wel hebben zij hun gebruikelijke drieslag tijdens de schetsdag in verschillende werksessies toegepast.

In een eerste sessie zijn knelpunten, kwaliteiten en kansen voor West-Zeeuws-Vlaanderen geïnventariseerd (paragraaf 4.2). In een tweede sessie zijn voor verschillende thema’s mogelijke toekomstbeelden voor West-Zeeuws-Vlaanderen weergegeven (paragraaf 4.3). Hierna zijn in een derde sessie meer geïntegreerde toekomstschetsen voor deelgebieden van West-Zeeuws-Vlaanderen geformuleerd (paragraaf 4.4). Tot slot zijn drie projecten geselecteerd (paragraaf 4.5).

4.2

Vertrekpunt: knelpunten, kwaliteiten en kansen

In twintig jaar is in West-Zeeuws-Vlaanderen heel erg veel veranderd. Een nieuwe kust, veel nieuwbouw voor toerisme, grote natuurontwikkelingen in samenhang met de natuurcompensatie Westerschelde, een krimpende bevolking en een aangepast voorzieningenpatroon, het autoveer is opgeheven. In drie groepen is in werksessies nagegaan wat de knelpunten, kernkwaliteiten en kansen voor West-Zeeuws-Vlaanderen zijn.

4.2.1

Knelpunten

In drie werkgroepen werden de volgende knelpunten genoemd: •

Kustlijn slibt dicht door bebouwing;

•

Er is geen kustvisie voor traject Breskens-Hoofdplaat-Braakman;

•

Landschappelijke diversiteit verdwijnt;

•

Buiten de kust is het voorzieningenniveau laag; sociaal-economisch achtergesteld;

•

Parkeren in de kleine kernen;

•

Dorpen concurreren met elkaar in plaats van dart zijn zoeken naar samenwerking en kiezen voor

•

Politieke klimaat maakt verandering moeilijk;

specialisering; •

(Ontbreken van) openbaar vervoer;

•

Rijk stuurt niet; stelt geen heldere kaders;

•

Verkeer en circulatie is onhandig; met name gebrek noord-zuidroutes;

•

Bebouwing of verstening van de kust in relatie tot kustveiligheid;

•

Zwak bestuur en sectoraal denken overheerst;

•

Ecologische verbindingen noord-zuid zwak (door oost-west oriëntatie wegen);

Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel

| 35

•

Lege dorpen;

•

Scheve verhouding tussen grondprijs en opbrengsten (met name landbouw);

•

Balans tussen toerisme en landbouw scheef;

•

Toekomst agrarisch ondernemers staat onder druk;

•

Grote (toeristische) projectontwikkelaars hebben het voortouw;

•

Een vrije toegang naar de kust houden!! Let op de steeds uitbreidende (recreatie)bebouwing: dit vormt een bedreiging voor de toegankelijkheid en beleving van de kust;

• •

De enorme uitbreiding van recreatieterreinen; De energietransitie (RES): let op dat er niet overal ontsierende en storende elementen verschijnen als akkers met zonnepanelen en windmolens (daar waar ze niet gewenst zijn);

•

De zoetwaterkwaliteit;

•

Biodiversiteit;

•

Veel huizen in de dorpen worden opgekocht, de leefbaarheid wordt minder;

•

We willen geen Belgische kust (overal bebouwing), geen Zandvoort aan Zee (niet te druk): houd

•

Het openbaar vervoer is slecht: vervelend voor de bewoners en ook voor de toeristen: iedereen is

•

De scheepvaart naar Antwerpen: de ontgassing van de schepen op de Westerschelde;

•

De scheepvaart naar Antwerpen: het is te druk waardoor er kans op botsingen en daarmee

•

Hoe houd je de bewoners in het gebied? (krimp)

balans tussen functies en tussen massa en ruimte; aangewezen op de auto. Dat is onwenselijk;

milieurampen ontstaat; •

Er komen weinig toeristen in het achterland;

•

Ontwikkeling toerisme langs de kust: het wordt te veel, de recreatieterreinen groeien tegen elkaar aan zoals bij Nieuwvliet - Nieuwvliet Bad. Houd voldoende tussenruimte!! Nu deze tussenruimten actief gaan beschermen, anders is het te laat;

•

We willen geen Belgische kust in NL! Dus niet overal bebouwing: er is ook ruimte voor leegte, natuur en vrije toegang tot de kust.

Afbeelding 2

Werkgroep 1 aan het inventariseren voor het schetsen.

36 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst

4.2.2

Kwaliteiten

In drie werkgroepen zijn de volgende kwaliteiten genoemd: •

De zee is absolute topkwaliteit;

•

Groede als ‘culturele hoofdstad’ van West-Zeeuws-Vlaanderen;

•

Kleinschaligheid en diversiteit, met name van het gebied rondom de grens;

•

De weidsheid en openheid van het akkerbouwlandschap;

•

Culinaire kwaliteit: “Je kunt hier moeilijk slecht eten”;

•

Afwisselend en groen landschap;

•

Goede landbouwgronden;

•

Ontwikkeling van Het Zwin;

•

Kennis en kunde; kleinschalige bedrijvigheid (ook hightech) in dorpen;

•

Rust en ruimte;

•

Goede basis om SAMEN initiatieven op te pakken;

•

Initiatieven en concrete bedrijven voor duurzame landbouw zijn aanwezig;

•

De kust!! Daar komen mensen voor;

•

De kust, zee en het water (ook de kreken);

•

Het mooie, open polderlandschap met landbouw, kreken en de linies;

•

De rust en ruimte in West Zeeuws Vlaanderen;

•

De sociale veiligheid Zeeuws-Vlaanderen: we kennen elkaar;

•

Het agrarische open middengebied is mooi en karakteristiek voor Zeeuws-Vlaanderen;

•

De toename van de kwaliteit van de recreatie en de recreatieve ontwikkeling van kust;

•

De dorpskernen zijn levendig (en hoe houden we dat zo)?

Afbeelding 3

Werkgroep 2 aan het inventariseren voor het schetsen.

Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel

| 37

4.2.3

Kansen

In drie werkgroepen zijn de volgende kansen genoemd: •

Voorzieningen bundelen rondom Oostburg;

•

Zoek samenwerking tussen partijen en stakeholders. Er zijn best veel overlappende belangen;

•

Natuur en (duurzame) landbouw laten zich verbinden;

•

Potenties voor kleinschalige (voedsel)bossen en agroforestry;

•

Burgers mee laten doen en laten mee profiteren;

•

Diversiteit landschap beter toeristisch-recreatief benutten (meer dan alleen kustrecreatie); wandel-

•

De huidige kreken gebruiken als zoetwaterreservoir voor de landbouw gecombineerd met

en fietsnetwerk ontwikkelen; seizoensverbreding); natuurontwikkeling en recreatie. Langs de kreken kunnen fiets- en wandelpaden (routes) komen om van kust naar achterland te gaan; •

Ontwikkel recreatieroutes om toeristen het binnenland in te krijgen. Trekkers kunnen zijn streekproducten, kijken bij de boer, cultuurhistorie steden, dorpen en linies, de krekennatuur etc.;

•

Ontwikkelen een duurzaam ov-systeem voor bewoners en recreanten;

•

Een toeristische verbinding langs de kust, zoals de Belgische kusttrein of Strandexpress;

•

Is een recreatieve verbinding over water een optie: met een boot hoppen van haven naar haven?

•

De energietransitie (RES) als kans: kijk breed naar oplossingen. Niet alleen zonnepanelen en windmolens, maar ook osmose, waterkracht, energiewinning uit oppervlaktewater (TEO en aquathermie), getijde-energie, energieopslag in water etc.);

•

De circulaire landbouw: combineer akkerbouw en veeteelt en sluit de cirkel!;

•

Kansen voor zilte teelten in de landbouw;

•

Land art en kunst als trekker voor dit gebied: kunstroute, Beaufortroute uitbreiden Staats-Spaanse

•

Zie de Krimp als kans! Tijd voor nieuwe ontwikkelingen en keuzes (energie, duurzaam, circulair);

•

Recreatieve groei beheerst en met hoge kwaliteit. En sluit aan op recreatieaanbod Belgische kust;

•

Kies waar je wat wilt, maak heldere keuzes (en combineer waar het kan);

•

De grenszone (Staats-Spaanse Linie) gebruiken om nieuwe bossen aan te leggen en de recreatie

•

Om de kustzone te ontlasten meer mogelijkheden voor verblijfsrecreatie ontwikkelen in het

•

Werk samen als overheden, bewoners en partijen;

•

Werk samen met de Zuiderburen aan een mooi en leefbaar landschap!!

•

Ontwikkeling 6000 ha bossen in de Kanaalzone;

•

Verbreed de landbouw: andere teelten, meer gemengde bedrijven.

Linie, Beelden aan Zee;

verder ontwikkelen (verblijf en routes en voorzieningen koppelen aan de Staats-Spaanse Linie); tussengebied en de grenszone;

38 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst

Afbeelding 4

4.3

Werkgroep 3 aan het schetsen.

Toekomstbeeld West-Zeeuws-Vlaanderen

Na het inventariseren van knelpunten, kwaliteiten en kansen zijn eerst toekomstbeelden benoemd voor verschillende inhoudelijke thema’s voor West-Zeeuws-Vlaanderen. De inhoudelijke thema’s waren: landschappelijke hoofdstructuur, watersysteem, energie, groen en infrastructuur. Voor deze inhoudelijke thema’s zijn gezamenlijke gewenste toekomstbeelden benoemd.

4.3.1

Landschappelijke hoofdstructuur

Voor de landschappelijke hoofdstructuur vormen de geomorfologie (Afbeelding 5) en de bodem (Afbeelding 6) het uitgangspunt. Voor de landschappelijke hoofdstructuur zijn vanuit een werkgroep de volgende aandachtspunten meegegeven: •

Landschappelijke hoofdstructuur (voormalige platen/eilanden met daartussen kreken omgeven door de zee/kust) is een mooie drager voor verdere ontwikkeling.

•

Daarbij kunnen ‘oude’ waarden en kwaliteiten worden benut en soms doorontwikkeld met ook nieuwe vormen van gebruik en functies.

•

Wijs gebruik van de grond/de bodem ten behoeve van vooral plantaardige productie is in de landbouwgebieden (de open zones tussen de kreeksystemen) het devies.

•

In de dorpen wordt – naast toerisme en landbouw – de werkgelegenheid verbreed door het stimuleren van hoogwaardige, kleine hightech bedrijvigheid.

•

Daarbij de volgende specificaties: ­

De huidige kust is eigenlijk ‘vol’. Geen (grote nieuwe) toeristisch-recreatieve ontwikkelingen meer.

Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel

| 39

­

De krekenstructuur vormt een groenblauwe dooradering van het gebied. Met veel opties voor ecosysteemdiensten: waterberging, verziltingsbestrijding, energie uit water (TEO= thermische energie uit oppervlaktewater), mogelijkheden voor gezonde recreatie, plaagbestrijding etc.

­

­

Dit ‘casco’ geeft uiteraard ook mogelijkheden voor ecologische ontwikkeling. Binnen de structuur zijn opties voor – kleinschalige – toeristisch-recreatieve ontwikkeling. Zoals ‘ecolodges’ en andere mogelijkheden voor verblijfsrecreatie. Ondernemers delen dan in de kosten voor aanleg en beheer van het groenblauwe raamwerk.

Afbeelding 5

De geomorfologie van West-Zeeuws-Vlaanderen.

40 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst

De bodem in West-Zeeuws-Vlaanderen.

Afbeelding 6

4.3.2

Watersysteem

Voor het watersysteem in West-Zeeuws-Vlaanderen (Afbeelding 7) is vooral de zoet- en zout ondergrond (Afbeelding 8) van belang. Vanuit een werkgroep zijn de volgende aandachtspunten meegegeven. •

Zoek aansluiting op de zoetwatersystemen en -stelsels van West-Zeeuws-Vlaanderen. Probeer deze te beschermen door actief: ­

neerslagoverschot vast te houden en infiltreren;

­

drainage slimmer te organiseren (bijvoorbeeld peil gestuurd);

­

aanleggen van zoetwaterspaarbekkens.

­

stoppen afvoer zoetwater (onder andere uit Vlaanderen) naar Westerschelde.

Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel

| 41

Afbeelding 7

Het watersysteem in West-Zeeuws-Vlaanderen.

Afbeelding 8

De zoet- en zout ondergrond in Zeeuws-Vlaanderen.

42 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst

4.3.3

Energie

Voor energie zijn vanuit een werkgroep de volgende aandachtspunten meegegeven: •

Opgave voor duurzame energiebronnen bedraagt:

•

Onderzoek mogelijkheden voor winning elektriciteit uit osmose.

•

Als gevolg van beperkte capaciteit elektriciteitsnetwerk: probeer vormen te vinden die energie

329 TJ in 2030 en 1307 TJ in 2050 (dat verschilt een factor 4).

lokaal kunnen verwerken/benutten/vasthouden en voorkom daarmee overbelasting van het net. •

Benut grote parkeervelden voor daken, zonnepanelen en impuls voor ruimtelijke kwaliteit (vgl.

•

Benut de drie RWZI’s (Breskens; Oostburg; Cadzand) als ruimte voor elektrolyse: H2 geeft

Lowlandsterrein). duurzame energieopslag/O2 en warmte kunnen benut worden in het zuiveringsproces. •

De bodem is in West-Zeeuws-Vlaanderen minder goed geschikt voor benutting van thermische

•

Probeer coöperatieve vormen te ontwikkelen.

•

Kijk goed naar de potenties van de Kanaalzone Terneuzen-Sas van Gent.

•

Groep durft nog geen uitspraak te doen over mogelijke uitbreiding windenergie. Er zijn nu vijf

energie.

turbines in de Hoofdplaatpolder.

4.3.4

Groen

Voor het bos- en duingebied in West-Zeeuws-Vlaanderen (Afbeelding 9) zijn de volgende aandachtspunten vanuit een werkgroep meegegeven: •

Ontwikkel nieuwe bossen, met name in het kleinschalige landschap rondom de grens. Belangrijke

•

Ontwikkel zogenoemde Randerijen. Dat zijn brede, groene gordels rondom de bestaande kernen.

component voor het vastleggen van CO2. Die kunnen verschillende doelen dienen: verkoeling, CO2-vastlegging, ruimte voor ecolodges, plukbossen, biodiversiteit, parkeerprogramma.

Afbeelding 9

Bos- en duingebied in West-Zeeuws-Vlaanderen.

Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel

| 43

4.3.5

Infrastructuur

Voor infrastructuur is tenslotte vanuit een werkgroep het volgende aandachtspunt meegegeven: •

Zoek samenwerking en overlappende belangen met Vlaanderen. Ten aanzien van energienetwerken, openbaar vervoer, waterhuishouding en voorzieningenniveau zien we kansen.

4.4

Toekomstschetsen voor deelgebieden van WestZeeuws-Vlaanderen

De regionale partners willen de kwaliteiten van de Nederlandse kust houden, met andere woorden: geen Belgische kust! Rust, vrijheid en ruimte voor iedereen. De laatste twintig jaar is het oppervlak aan recreatieterreinen enorm toegenomen. Deze ontwikkeling gaat nog steeds door. Voorbeelden zijn de ontwikkelingen bij Cadzand – Cadzand-Bad en Nieuwvliet – Nieuwvliet-Bad. Nu is het moment om een keuze te maken waar en hoe je verder de recreatie vormgeeft. Met behoud van het karakter van de kust wordt er ook ruimte voor de natuur en natuurbeleving gereserveerd. Bestaande natuurgebieden langs de kust als Waterdunen en het Zwin kunnen worden versterkt. De kust is de grote trekker van West-Zeeuws-Vlaanderen. Maar er is veel meer te beleven. Mooie open landschappen, dorpen, stadjes, veel cultuurhistorie. De recreanten worden ook het binnenland in getrokken door een aantrekkelijk recreatief aanbod en reclame daarover. Het ov- en fietsroutenetwerk worden versterkt. Dat is fijn voor de recreant en de bewoners. De kreken in het middengebied gaan functioneren als zoetwaterreservoir. Het zijn robuuste, groenblauwe aders door het open polderlandschap. Ze dragen en structureren het landschap. Naast natuurontwikkeling en wateropslag is er plaats voor recreatieve routes en recreatieve voorzieningen in de krekenzones. Te denken valt aan fiets-, wandel- en kanoroutes.

Een koffietentje of een natuurkampeerterrein. Het versterken van de watersystemen, i.c. het verder verbreden van oude kreekstelsels, kan ook bijdragen aan het verder versterken van de aantrekkelijkheid van het landschap. Op die manier kan de toeristisch-recreatieve ontwikkeling van het gebied versterkt worden. Verblijfsrecreatie in andere deelgebieden dan de kust kan de druk op de kustzone verminderen. Daarmee krijg je ook meer leven in het hele gebied. De zone van de Staats-Spaanse Linie leent zich prima voor meer verblijfsrecreatie en langs de kreken is er wellicht ook kleinschalig ruimte voor natuurzoekers (ecolodges). Agrariërs die op verbreding uit zijn, zouden ook een grotere rol kunnen gaan spelen. Streekproducten en Kijken bij de boer zouden ook thema’s voor een fietsroute kunnen zijn. Er komt een kunst-/land-art-route (zoals de Beaufortroute Oostende - Knokke) door heel WestZeeuws-Vlaanderen. We sluiten aan op de Belgische kusttrein. Naast een uitstekend ov-netwerk is er ook een boot hop-on-verbinding tussen de diverse kustplaatsen. Recreanten die in Zeeuws-Vlaanderen verblijven, kunnen met de Zeeuws-Vlaanderenkaart gratis gebruik maken van ov, musea en andere voorzieningen. Dit naar idee van de Valleikaarten in de Alpengebieden zoals de Kartenkart in Karinthië en de Flexipas en Sommercart in Tirol. (https://www.indebergen.nl/weblog/7326-voordeelkaarten-oostenrijk/).

We presenteren in deze paragraaf de nieuwe ontwerpen voor West-Zeeuws Vlaanderen niet themagewijs, maar gebiedsgewijs. Het gaat in die gebieden vaak om een mix van thema’s: wonen, werken, energie, bossen, water.

44 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst

Het gebied van West-Zeeuws-Vlaanderen kan worden verdeeld in een aantal deelgebieden met ieder een eigen karakteristiek en gebruik: 1. De kustzone; 2. Het open, kleinschalige gebied achter de duinen met kleinschalige landbouw, combineer dat met kleinschalige recreatie en de aanleg van landschapselementen (natuurontwikkeling). De diversiteit is een kwaliteit, maar hoe behoud je de charme? 3. Het grootschaligere, open middengebied met grotere akkerbouwbedrijven. De weidsheid is een grote kwaliteit. De te versterken structuur van de (voormalige) kreken versterken de kwaliteit en leggen – weer – een relatie met het historische landschap. 4. De grenszone met de Staats-Spaanse Linie, met forten, inundatievlaktes en beplanting naast landbouw. In onderstaande subparagrafen worden de toekomstschetsen voor de deelgebieden gepresenteerd.

4.4.1

Ontwikkeling van de kustzone

Eén werkgroep heeft nagedacht over de kust. De kust is niet eenduidig. In Cadzand-Bad daar zijn het strand en de duinen. De kust is vol?! Daar werd genuanceerd over gedacht. Een strategie kan zijn om bebouwing op een aantal plekken te concentreren. In Cadzand-Bad zou je bijvoorbeeld twee flinke hoogbouwtorens kunnen neerzetten. De achterzone is mogelijk al aangekocht, die wil je eigenlijk open en groen houden. Dat vergt een soort rood-voor-groen-regeling in een heel nieuw jasje. Bijvoorbeeld: je mag een torenflat bouwen, maar dan dien je wel grond voor 20% of meer in te leveren. Dit werd geduid als een rood-voor-geel-regeling. Duinen zijn altijd nog de mooiste bescherming tegen de hogere zeespiegel. Een student, Jeroen Müller, heeft met binnenduinen laten zien hoe dat kan: door het duinlandschap uit te breiden (zie Bijlage 2). Een van de deelnemers geeft aan dat hij moeite heeft met bebouwing in de duinen: open strand en openheid is ook een kwaliteitskenmerk. In de groep wordt verder gesproken over een andere kust: nieuwe estuariënontwikkeling. Dat betekent platen versterken en ontwikkelen en een nieuwe dijk aanleggen met nieuwe slikken. Er wordt zelfs gesproken over recreatie en wonen in de dijk (waarbij een vergelijking met de Duitse bunkers snel is gemaakt). Er wordt aan gedacht om sommige kustvakken weer in te richten voor de duinen.

Adriaan Geuze heeft ooit geopperd om weer eilanden voor de kust te maken. Dit zou kunnen ten oosten van de Vlakte van Raan, wat tevens een gunstige werking op golfbreking kan hebben. De ideeën in de groep werden steeds wilder. Veel vragen zich af hoe dit verder moet. Sommige plannen zijn goed en daar willen mensen mee verder. De ideeën over de duinen waren niet convergent. Dichter bij de werkelijkheid wordt het spannender: wat zijn de opgaven, hoe deze te ordenen en is er een inspirerende schets te maken? En met wie kan die schets worden besproken en worden doorontwikkeld? Gedacht wordt aan vertegenwoordigers van ZLTO, RECRON en Natuur en Landschap. De resultaten van de werkgroep zijn als volgt weer te geven. De zandige kust De bestaande toeristisch-recreatieve ontwikkeling is gericht op de zandige (duinen en strand) kust (Afbeelding 10). De ontwikkeling is vooralsnog eenzijdig: vlak achter en aan de kust zijn min of meer eenvormige ‘huisjesparken’ ontwikkeld die in belangrijke mate op elkaar lijken. Slechts een paar plekken weten zich hier te onderscheiden door een meer gedifferentieerde ontwikkeling. Het voorstel hier is: •

Versterk de differentiatie. Groei in de directe kustzone niet door nog meer van hetzelfde (huisjesparken), maar door intensivering op een beperkt aantal plekken, om daarmee meer capaciteit en differentiatie tot stand te brengen. Door hoger te bouwen, kan zonder meer ruimtegebruik de verblijfscapaciteit worden vergroot.

•

Door het (ruimtelijk) concentreren van ontwikkelingen kan ook het voorzieningenniveau versterkt en gedifferentieerd worden.

Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel

| 45

•

Op andere plekken wordt geïnvesteerd in het verbreden van de duin- en strandzone door het stimuleren van duinvorming. Dat geeft lokaal ook ruimte voor weer een heel ander toeristischrecreatieve typologie (duinwoningen, strandwoningen, kreek-mondingwoningen etc.).

•

De agrarische, open gebieden net achter de duinen kunnen daardoor ‘groen’ en ‘open’ blijven.

•

Alles in dienst van het verrijken en differentiëren van het recreatieve aanbod, zonder daarbij de kip

•

De beoogde ontwikkeling van duinen en kreekmondingen geven ook ecologisch interessante

met de gouden eieren te slachten. potenties. Op die manier kunnen op meerdere plekken condities ontstaan zoals in en rond het Zwin.

Afbeelding 10

Schets van de kust aan de Noordzee-zijde.

De dijkenkust Meer aan de noordoostzijde van het gebied (Afbeelding 11) heeft de kust een heel ander karakter: hier vormen de dijk en een zone met kleiige platen de overgang van land naar zee. Hier is het volgende voorgesteld: •

Leg de huidige primaire kering terug. Er ontstaat dan een nieuwe (op de toekomstige hogere zeestanden berekende) dijk. Met daarvoor een voorland van de oude dijkzone met slikkige oevers die naast mogelijkheden voor natuur, ook bijdragen aan de kustverdediging.

•

Net buiten de kustzone is er een systeem van wat hogere platen aanwezig. Daar wordt (via bijvoorbeeld een ‘lokale zandmotor’) de ontwikkeling van hogere zandigere platen gestimuleerd. Dat zijn ecologisch, maar ook voor de echte zee- en waterliefhebbers mooie plekken.

•

De nieuwe dijk heeft potenties voor de aanleg van ‘in-de-dijkwoningen’. Met aan de zeezijde uitzicht op het water, aan de landzijde op het open, duurzame agrarische productieland.

46 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst

Afbeelding 11

Schets van de kust aan de Westerschelde-zijde.

Voor de verdere uitwerking van het scenario van de kustontwikkeling kan het rapport van OKRA (2018) worden gebruikt. Ook de ideeën uit Zeeland ademt! Energie-eiland in de Westerschelde van Feddes/Olthof landschapsarchitecten et al. (2018) zouden hiervoor kunnen worden gebruikt. Feddes/Olthof landschapsarchitecten et al., Energy Indeed, Zeeuwse Milieufederatie, Adviesbureau Haver/Droeze, Svasek Hydraulics, Aquabattery, Qirion Energy Consulting hebben in 2019 een tweede prijs gewonnen met een eervolle vermelding in de ontwerpwedstrijd ‘Energielandschap voor de toekomst’, gericht op het vinden van landschappelijke inpassing van duurzame energie. Veel aspecten uit deze plannen verdienen het om in nog te houden schetsdagen terug te komen als pogingen en kansen om daadwerkelijk uit te voeren. Het is frustrerend plannen te maken zonder ze ten uitvoer te kunnen brengen. Daarom is het zaak om een aantal kwartiermakers en inleiders te betrekken die kunnen enthousiasmeren. De kuststrook Van West-Zeeuws-Vlaanderen zou wat van Texel kunnen leren: quoteren, geen extra verblijfsrecreatie (of Cadzand-Bad zou nog een paar torenflats moeten nemen, als strand dan net te druk wordt). Seizoensverlenging is dan eerder aan de orde, met het landschap, de cultuurhistorie.

Waarom zijn die nationale landschappen in Nederland toch zo slecht bekend en lezen mensen het landschap slecht, er is zoveel leuks…?!

4.4.2

Het middengebied met kreken als groene zoetwaterreservoirs

Eén groep heeft het middengebied verkend: de kreken (Afbeelding 12). Het gaat om zoetwater vasthouden en bewaren. Zoetwater helpt ook tegen verzilting, tegen zoutwater. Er is nog veel onderzoek nodig. Er zijn nu veel aannames. Wat te doen met boeren die tussen en rond de kreken zitten? Iedereen moet wat verdienen. Ook boeren. Daarom wordt voorgesteld om te denken in diensten die boeren kunnen bieden: CO2-opslag, waterbeheer, productie van biomassa, kruidenvegetaties, biodiversiteit. Boeren kunnen aangeven wat zij voor het algemeen belang kunnen leveren. De overheid dient anders te werken en moet anders denken, maar boeren en burgers ook. Er zijn dan heel veel kansen in transitieopgaven. Het gaat om het omdenken in kansen. Geldstapels liggen te wachten. Streekbewoners denken in kansen en dat op kreken toe te passen. Het gaat om bredere kreken. Ook kan land gelegen aan de kreken worden gebruikt voor inrichting van rietvelden, hakhout en bossen. Er is een hele strook bos door de groep op de kaart gezet. Ook doorkijken met rietvelden eb daartussen liggen boerenlanden. Het moet passen in het landschap. Het gaat erom om

Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel

| 47

klein en grootschalig te laten variëren, afhankelijk van waar je in het landschap zit. Komen er zonnepanelen? Komt er een coöperatie voor alle diensten die worden geboden?! Wil je zeggenschap over het gebied niet kwijt raken? Er ontstond ook een pittige discussie over het al dan niet decentraliseren van energie: is één kerncentrale niet beter dan alle opties voor duurzame energie, ook voor het landschap van West-Zeeuws-Vlaanderen? De groep is er een voorstander van om de kreken bij de landbouw te houden: het moet dan wel geld opleveren en beheerd worden. Aan de mogelijkheid van woningen aan de kreken is de groep niet toegekomen, maar er werd nog wel geopperd dat daar ook kansen kunnen liggen.

Afbeelding 12

Het middengebied kreken met landbouwdiensten.

In bullets zijn de resultaten van deze werkgroep als volgt weer te geven: •

Wat zijn de verdienmodellen voor de bewoners van dit middengebied? Voortaan denken we in diensten in plaats van producten. De samenleving betaalt voor deze diensten.

•

Boeren (en andere belangstellenden) leveren diensten zoals zoetwaterbeheer, CO2-opslag en natuurbeheer. Diensten zijn onder andere: ­

­

CO2 vastleggen zoetwaterbeheer

­

natuurbeheer en natuurontwikkeling

­

een mooi landschap en landschapsbeheer

­

­

­

­

ontwikkelen en behouden biodiversiteit natuureducatie productie biomassa voor energie (biomassavergister) energieproductie (wind, zonnepanelen op staldaken, thermische energie uit oppervlaktewater etc.)

48 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst

•

Dit vraagt een andere manier van denken, ook van overheden zoals het waterschap, de

•

De kreken zijn blauwgroene aders in het landschap. Ze geven het landschap structuur en

•

De kreken worden ingezet als zoetwaterberging voor het gebied. De kreken worden breder en

natuurbeherende organisaties, provincie en gemeenten. functioneren als zoetwaterbuffer. krijgen flauwe oevers. Zo kunnen ze meer zoet water bergen. Langs de kreken komen kruidenrijke stroken, rietvelden, hakhoutbossen, grienden en ooibossen. Er zijn diverse manieren mogelijk om de kreken daadwerkelijk vorm te geven, bv. stroken langs de kreken of blokken. •

Het systeem en beeld van de oorspronkelijke Zeeuwse inlagen kunnen we gebruiken als beeld (de inlagen zijn kleine, later gevormde polders, die achter de zeedijk liggen op plaatsen waar men een doorbraak vreesde. Landinwaarts werd op die plaatsen dan een ‘reservedijk’ aangelegd, de inlaagdijk).

•

Eventueel kan er in de robuuste kreken op enkele plaatsen ruimte zijn voor kleinschalige

•

Recreatieroutes kunnen aan de kreken gekoppeld worden of juist de andere landschapspatronen

woningbouw of recreatiewoningen. volgen. * Er is vooraf onderzoek nodig naar de gevolgen van de zoetwateropslag in de kreken. Wat is de invloed op de waterhuishouding (en de zoetwaterbel)? * Let op dat de landbouwgronden nu vaak worden opgekocht door buitenlandse partijen. Zo raak je de greep en zeggenschap op het landelijke gebied kwijt!

4.4.3

De grenszone: een integrale benadering

Een van de werkgroepen is nagegaan wat er in de grensstreek kan gebeuren. Er is ingezoomd op het gebied tussen Bakkersdam en Kapitalendam. De kreekruggen liggen hoger dan de landbouwgebieden. Toch kan het water uit de kreekruggen de landbouw uitkomst bieden in droge tijden. Hierbij kan geleerd worden van het project de Waterhouderij (als voorbeeldproject). In oude kreekruggen of zoetwaterbellen kan zoetwater worden opgeslagen. Dan verdring je het zout. Voor landbouw kan uit deze kreekruggen water gehaald worden. Het kan er met pompen ingebracht worden. De passergeul was vroeger een riviertje dat voor inundatie werd gebruikt. Op de kaart is een waterzone aangegeven. Het zoete water zou beter kunnen worden geconserveerd. Er gaat nu afvalwater van Gent het zout water in. Eeuwig zonde. De Waterhouderij biedt een waterinlaat voor hogere plekken. Hebben de Belgen vergelijkbare problemen? De Belgen hebben een soortgelijke positie. De landbouwgebieden liggen wat hoger. De grond is minder gevoelig voor akkerbouw. Er zijn cultuurhistorische routes, maar niemand kent deze goed. De gemeente heeft er miljoenen aan gespendeerd, maar niet iedereen is van de routes op de hoogte. Er zijn veel linies en monumenten (Afbeelding 13). Er is een route mogelijk: tussen Zwin en Braakman (Afbeelding 14). Als je helemaal rond gaat, is het ongeveer 50 km.

Misschien is het mogelijk om een rondje West-Zeeuws-Vlaanderen aan te bieden. Het ligt er al. Het wordt wel gedetailleerd uitgelegd. Er is hiervan geen app beschikbaar. Er is geen overkoepelende organisatie; de VVV is niets meer. Maar het wordt gefinancierd door gemeenten. “We hebben met Cadzand-Bad wel een kleine Knokke in West-ZeeuwsVlaanderen.” Verder is er een Beaufort-kunstroute. Voor recreatie kan het worden gezocht in routes en heemkundekringachtige verhalen. Verder wordt geadviseerd om te kijken naar de website: Westoer.be. Zo kun je ook producten en diensten aanbieden. Zeeuws-Vlaanderen wordt overigens ook gekozen voor de Landalparken of Roompotten of Molencate. Er is ook een provinciaal kavelruilbureau nodig. Dat is een taak voor provincies bij BBL bosontwikkeling. Klimaatverandering dwingt om met het watersysteem goed om te gaan. Oude inundatiegebieden kunnen gebruikt worden voor wateropslag. Een uitdaging is om het krekensysteem samen te laten gaan met linies. Vervolgens is nog aan de orde: waar ligt een bosopgave? Volgens de groep is het beter om bossen niet in de directe zone van de linies en kreekruggen te ontwikkelen, maar zuidelijk aan de Belgische en Nederlandse kant. Landbouw en natuur zullen beide meer CO2 moeten vastleggen. Het gaat om een slimmere waterhuishouding. De landbouw moet een transformatie ondergaan.

De missing link: landbouw, waterschap en recreatie laten samenwerken richting overheden. Er liggen tal van mogelijkheden.

Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel

| 49

Afbeelding 13

Monumenten en linies in West-Zeeuws-Vlaanderen.

Afbeelding 14

Cultuurhistorie in het grensgebied.

50 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst

In bullets zijn de uitkomsten van deze werkgroep als volgt weer te geven. Watersysteem •

Zoetwater conserveren. Stopzetting van oppervlakkige waterafvoer van Vlaams (polder)water op Westerschelde via spuien of pompen. Met name genoemd afwatering Sluis Nol Zeven, Sluis Braakman, gemaal Nummer Een.

•

Kom tot een plaatselijke ‘Waterhouderij’. Benoem een gebied voor berging van neerslagoverschot en overtollig water bij extreme neerslag en laat dat gebied ook een buffer zijn voor droge tijden, zodat van hieruit water kan worden geleverd aan flankerende landbouwgebieden.

Bos en natuur •

Benut Provincie o.a. via kavelruil om ontbrekende stukken in het groene netwerk aan te vullen.

•

Ontwikkel nieuwe bossen, met name in het kleinschalige landschap rondom de grens ten zuiden van de linies. Aansluiten op bestaande structuren bij de Braakman. Belangrijke component voor het vastleggen van CO2.

Landbouw •

Betere vochtvoorziening (zie boven)

•

Belangrijke rol in CO2-vastlegging in de bodem (o.a. d.m.v. goenbemesting). Is belangrijk voor bodemvruchtbaarheid, maar ook in waterhuishouding/vochtleverend vermogen.

Cultuurhistorie •

Benut het prachtige verhaal van de Staats-Spaanse Linies. “Niemand weet het”, we moeten verhalen vertellen. Ook kleine deelverhalen over Maurits’ hoofdkwartier in (IJzendijke) of de Turkse Galeiroeiers die zich vestigden na het verwoesten van de Spaanse Galeivloot in 1604 (Turkeye). Gebruik patroon oude linies en krekensystemen als basis voor een nieuwe waterhuishouding: de Waterhouderij (zie verder).

•

Met name de Linie van Oostburg en de Passageule-Linie en in mindere mate de Bedmarlinie maken een verbindende lijn tussen Zwin en de Braakman. Bij Bakkersdam ligt een belangrijke afsplitsing van het geulenpatroon richting Vlaanderen.

Recreatie •

Organiseer ‘het rondje West-Zeeuws-Vlaanderen’ met routes en arrangementen. Slim aaneensmeden van bestaande voorzieningen. Zuidelijk deel heeft potentie om belangrijke aanvulling in het aanbod van de kustvoorzieningen te geven. Belangrijke rol van horeca in de propositie: goede voorzieningen langs de route. Fietsen + afstappen.

Algemeen •

Alles overziend, is een coalitie voorstelbaar, vanuit gedeelde belangen, tussen: ­

­

­

­

• •

Landbouw natuur waterschap recreatie

Onderzoeken of mogelijk is om te koppelen met Beaufort Kunstroute Zoek samenwerking en overlappende belangen met Vlaanderen. Niet alleen voorbeeld kunstroute of cultuurhistorie, ook openbaar vervoer en waterhuishouding.

De toekomstschetsen van deze deelgebieden zijn nog niet gereed. Zij kunnen de opstap vormen voor verdere ontwikkeling met de regionale partners.

Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=06a4dc78-331a-4ff7-b630-6dbec76d5742