02k Wetenschapswinkel - West-Zeeuws-Vlaanderen Schetsen aan de toekomst
Tekst van het document
West-Zeeuws-Vlaanderen Schetsen aan de toekomst M. Pleijte, M. van Buuren, H. van Engen en M. van Moûrik
rapport 368 mei 2021
Wetenschapswinkel
West-Zeeuws-Vlaanderen Schetsen aan de toekomst M. Pleijte, M. van Buuren, H. van Engen en M. van Moûrik
rapport 368
Met medewerking van studenten van WUR en AHK
mei 2021
Colofon Titel
West-Zeeuws-Vlaanderen Schetsen aan de toekomst
Trefwoorden
Bedrijfsniveau, duurzame landbouw, duurzame recreatie, gebiedsniveau, integraal, sectoraal, schetsdag, West-Zeeuws-Vlaanderen
Keywords
Company level, sustainable agriculture, sustainable recreation, area level, integrated, sectoral, sketch day, West-Zeeuws-Vlaanderen
Opdrachtgever
Stichting Duurzaam Groede
Projectuitvoering
WENR: Marcel Pleijte, Michaël van Buuren StadgoedLandgoed: Hans van Engen Talking Landscapes: Martine van Moûrik
Projectcoördinatie
Marcel Pleijte
Financiële ondersteuning
Wageningen Wetenschapswinkel Gemeente Sluis, de provincie Zeeland stelde financiering in het vooruitzicht aan Duurzaam Groede
Begeleidingscommissie
Jan Ducaat (Stichting Duurzaam Groede), Bart Groot (Stichting Duurzaam Groede), Wim Heijman (emeritus hoogleraar Agrarische economie en plattelandsbeleid), Krijn Poppe (Wageningen Economic Research en lid Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur), Joost Schrijnen (emeritus hoogleraar stedenbouw).
De volgende studenten van de WUR hebben met rapporten en powerpoint presentaties bouwstenen aangeleverd voor dit onderzoek: Lotte Mathu, Jeroen Wanders, Xun Juan, Ruth-Amoako-Adusei, Bent Lasse Elvers (ACT-team 2234), Levien Melse, Rick Verkooijen, Jordi Vanes, Emile Longayroux en Noëlle Douveiri (ETE-team 25812) Julia Lattasch en Anaïs Lensen (WUR and Breda University of applied sciences), Lucas Do, Martijn Stehouwer, Marieke de Jong, Zoë Hoogstra, Diniati Annaningdiah, Jof den Heeten, Sifra Tempelman (ACT-team 2308).
De volgende studenten van de AHK hebben met posterpresentaties bouwstenen geleverd voor dit onderzoek: Jelle Engelchor, Jeroen Müller en Sanne Janssen.
Fotoverantwoording
De foto’s, kaartjes en figuren zijn vervaardigd door de auteurs of de meewerkende studenten, tenzij anders aangegeven Foto’s pag. 16, 22, 28, 34, 58, 62, 66, 70: Michaël van Buuren
Vormgeving
Wageningen University & Research, Communication Services
Druk
RICOH, ‘s-Hertogenbosch
Bronvermelding
Verspreiding van het rapport en overname van gedeelten eruit worden aangemoedigd, mits voorzien van deugdelijke bronvermelding
ISBN
978-94-6395-896-7
DOI
https://doi.org/10.18174/549961
Wageningen, Wetenschapswinkel rapport 368
2 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst
West-Zeeuws-Vlaanderen Schetsen aan de toekomst
Rapportnummer 368 Pleijte, M., M. van Buuren, H. van Engen & M. van Moûrik Wageningen, mei 2021 Stichting Duurzaam Groede https://www.duurzaamgroede.nl/contact/
Stichting Duurzaam Groede, opgericht in 2014. Duurzaam Groede bestaat uit een groep burgers (met diverse politieke en maatschappelijke achtergrond) die van mening is dat alleen door actieve deelname van burgers het proces om te komen tot een duurzame samenleving, kans van slagen heeft.
Wageningen Environmental Research,
Wageningen Environmental Research maakt deel uit
Onderdeel van Wageningen
van Wageningen University & Research en levert
University & Research
expertise op het gebied van de groene ruimte en het
Postbus 47
duurzaam maatschappelijk gebruik ervan: kennis van
6700 AA Wageningen
water, natuur, biodiversiteit, klimaat, landschap, bos,
https://www.wur.nl/nl/Onderzoek-
ecologie, milieu, bodem, landschap, land- en
Resultaten/Onderzoeksinstituten/Environmental-ruimtegebruik, geo-informatie, remote sensing, Research/Contact.htm
stedelijk groen, recreatie etc.
Wageningen University & Research
Maatschappelijke organisaties zoals
Wetenschapswinkel
burgerinitiatieven, verenigingen en belangengroepen
Postbus 9101
die niet over voldoende financiële middelen
6700 HB Wageningen
beschikken, kunnen met onderzoeksvragen terecht bij
(0317) 48 39 08
de Wageningen Wetenschapswinkel. Deze biedt
wetenschapswinkel@wur.nl
ondersteuning bij de realisatie van
www.wur.nl/wetenschapswinkel
onderzoeksprojecten. Aanvragen moeten aansluiten bij de werkgebieden van Wageningen University & Research: duurzame landbouw, voeding en gezondheid, een leefbare groene ruimte en maatschappelijke veranderingsprocessen.
Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel
|3
4 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst
Inhoud
Voorwoord
7
Samenvatting
9
Summary
13
1
Inleiding
17
1.1
Aanleiding
17
1.2
Doelstelling
18
1.3
Vraagstelling
18
1.4
Aanpak
18
1.5
Leeswijzer
21
2
Karakterisering West-Zeeuws-Vlaanderen
23
2.1
Inleiding
23
2.2
Landschappelijke karakterisering van het gebied
23
2.3
Karakterisering van de landbouw- en recreatiesector
25
2.4
Les voor de toekomst van overallbeeld verleden en heden
27
3
Duurzaamheidsopgaven
29
3.1
Inleiding
29
3.2
Trends en ontwikkelingen in de toekomst
31
3.3
Nieuw toekomstbeeld voor West-Zeeuws-Vlaanderen
32
4
Resultaten van de schetsdag
35
4.1
Inleiding
35
4.2
Vertrekpunt: knelpunten, kwaliteiten en kansen
35
4.2.1 Knelpunten
35
4.2.2 Kwaliteiten
37
4.2.3 Kansen
38
Toekomstbeeld West-Zeeuws-Vlaanderen
39
4.3.1 Landschappelijke hoofdstructuur
39
4.3.2 Watersysteem
41
4.3.3 Energie
43
4.3.4 Groen
43
4.3
Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel
|5
4.3.5 Infrastructuur
44
Toekomstschetsen voor deelgebieden van West-Zeeuws-Vlaanderen
44
4.4.1 Ontwikkeling van de kustzone
45
4.4.2 Het middengebied met kreken als groene zoetwaterreservoirs
47
4.4.3 De grenszone: een integrale benadering
49
4.5
Selectie van drie projecten
52
5
Vervolgproces
58
5.1
Inleiding
58
5.2
Rol van denktanks
58
5.3
Gebiedscoördinator
58
5.4
Financiering nieuwe schetsdagen
59
4.4
Bijlage 1
Scenariodenken
64
Bijlage 2
Zes presentaties van landschaps-architecten en stedenbouwkundigen AHK
68
6 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst
Voorwoord Dit rapport is een compilatie van alles wat er is gebeurd en gedaan in het wetenschapswinkelproject. Voor buitenstaanders, maar ook voor deelnemers, geeft het waarschijnlijk niet gemakkelijk toegang tot de doelen en achtergronden van dit project. Het rapport wil een bron van inspiratie zijn, maar is caleidoscopisch van aard. Wij proberen de lezers met dit voorwoord daarom focus mee te geven. Waarom deze verkennende studie naar een duurzame toekomst voor West-Zeeuws Vlaanderen? Er zijn twee aanleidingen: 1. De wereldwijde noodzaak om duurzaamheid in al ons handelen centraal te stellen in verband met klimaatverandering en alles wat daarmee samenhangt, zoals de afnemende biodiversiteit, de energietransitie, de toekomst van onze landbouw enzovoort. Onze nationale regering, Europa en de Verenigde Naties hebben daarvoor doelen geformuleerd en er komen ook heel veel middelen vrij om acties te ondersteunen. Elke regio moet hier een visie op hebben om mee te liften met die middelen. 2. Maar ook lokaal: de werking van het beleidsdocument Natuurlijk Vitaal en onderliggende en parallelle visies over West-Zeeuws-Vlaanderen lopen op hun eind. Ze hebben twintig tot dertig jaar lang sturing gegeven aan de ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. Dat was behulpzaam om een koersvaste bestuurlijke omgeving te creëren voor ondernemers en burgers.
De projecten en ontwikkelingen daaruit zijn allemaal zo langzaamaan gerealiseerd. Denk aan Het vergrote Zwin, Waterdunen, de Nieuwe veilige en landschappelijke kust, de verstedelijking ten behoeve van het toerisme, de Staats-Spaanse Linies en vele andere. De vraag is nu: wat is de koers voor de komende twintig jaar? Bijgaande verkenning geeft een caleidoscopisch beeld van de denkoefeningen die een grote groep bewoners, ondernemers en ngo’s (denk aan ZLTO, Recron, e.a.) samen met de onderzoekers en studenten van de Wageningen Universiteit en de Academie voor Bouwkunst Amsterdam hebben gedaan. Dat leverde een aantal centrale en kansrijke opgaven op waaraan gewerkt zou kunnen worden als grondslag voor nieuwe visies op een duurzaam West-Zeeuws-Vlaanderen. Een opmaat voor een opgefriste beleidscontext voor de komende twintig tot dertig jaar. Dat maakt het ook mogelijk om op het juiste moment aan te haken bij provinciale en nationale ambities en financieringsmiddelen. Wat zijn die kansrijke en noodzakelijke opgaven? Uit de gesprekken en ateliers kwamen in elk geval de volgende drie opgaven naar voren: 1. De verschijningsvorm en programmatische differentiatie van de onvermijdelijke doorgroei van het toerisme langs de West-Zeeuws-Vlaamse kust. 2. De inrichting en doorontwikkeling van het oeroude krekenlandschap voor toerisme, biodiversiteit en zoetwater. 3.
De potenties van de zone van de Staats-Spaanse linies voor bosontwikkeling, cultuurhistorie en toerisme. Daarnaast zijn natuurlijk ook de kwalitatieve en programmatische opgaven van de kleine kernen in West- Zeeuws-Vlaanderen aan de orde, maar dat was geen onderwerp van deze studie. De kansen die voorliggen, kunnen heel goed worden uitgewerkt en benut, juist in samenwerking met de belangrijke ngo’s en actieve bewonersgroepen in het gebied en hun vertegenwoordigers. Dat is zeer belangrijk. Want er is echt een context nodig voor individuele ambities en initiatieven. Dit rapport is daartoe een uitnodiging. Stichting Duurzaam Groede heeft de intentie om met de regionale partners en andere belangstellenden een vervolg te geven aan dit rapport zodra dit fysiek mogelijk is. Bart Groot (stichting Duurzaam Groede) en Joost Schrijnen (adviseur van stichting Duurzaam Groede).
Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel
|7
8 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst
Samenvatting Aanleiding Duurzaam Groede benaderde de Wetenschapswinkel van Wageningen University & Research (WUR) in 2018. Aanleiding vormden het VN-akkoord 2030 voor duurzame ontwikkeling en het Klimaatakkoord van Parijs. Gevraagd werd wat de verschillende duurzaamheidsopgaven voor de agrarische sector en de recreatiesector in West-Zeeuws-Vlaanderen (gemeente Sluis) betekenen en wat op welk moment kan worden ondernomen om het op korte, middellange of lange termijn beter te krijgen. Het doel van dit project is om duurzaamheidsopgaven (waaronder doelstellingen uit het VN-akkoord 2030 en het Akkoord van Parijs) als uitgangspunt van regionaal en lokaal beleid te maken, opdat de lokale en regionale politiek maatregelen kan nemen die de leefbaarheid van de regio vergroten en daarmee een toekomstbestendig perspectief kan bieden aan bewoners, toeristen en bedrijven. Hiertoe is het van belang om in mogelijke toekomsten te denken en dat te bespreken zodat bewoners, bedrijven en bestuur kunnen nadenken over het vraagstuk en de komende opgaven op korte termijn, middellange termijn (tot 2030) en lange termijn (tot 2050).
Een onderliggend doel is bewustwording bij de bevolking creëren over de impact en omvang van de benodigde transities voor de duurzaamheidsopgaven en de handelingsperspectieven voor regionale en lokale politiek en economische sectoren met betrekking tot de uitdagingen die voor hen liggen. Voor West-Zeeuws-Vlaanderen gaat de Wetenschapswinkel na hoe de sectoren landbouw en recreatie onder meer tot duurzame productie, duurzame energie en natuurontwikkeling of -behoud kunnen komen. De volgende onderzoekvragen staan hierbij centraal: 1. Welke regionale en lokale handelingsperspectieven richting duurzaamheid zijn er voor de landbouw en recreatie in West-Zeeuws-Vlaanderen? 2. Waar stroken landbouw en recreatie wel en waar niet met duurzaamheid? 3. Hoe kunnen de niet-duurzame landbouw en recreatie duurzamer worden gemaakt? In dit Wetenschapswinkelproject is interactief gewerkt met een begeleidingscommissie, met regionale partners en met studenten van verschillende studierichtingen binnen de WUR. Ook is met studenten van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK) samengewerkt. Karakterisering West-Zeeuws-Vlaanderen Als we de laatste twintig jaar in beschouwing nemen, zijn er zeer grote bedragen geïnvesteerd in West-Zeeuws-Vlaanderen. Tegelijk hebben we het over krimp en wordt West-Zeeuws-Vlaanderen hiermee sterk geframed.
Daarbij dient opgepast te worden dat het negatieve beeld van krimp niet gaat overheersen. West-Zeeuws-Vlaanderen dient uit de krimp-kramp te komen. Er liggen tal van duurzaamheidsopgaven in het vooruitzicht die wederom grote investeringen zullen vergen. The EUGreen Deal en Het Nationaal Groeifonds bieden hiervoor mogelijkheden. Dan moet het gebied wel gebieds- en projectplannen hebben. Dan kan het gebied een claim leggen op budgetten. Duurzaamheidsopgaven Voorafgaand aan en tijdens het onderzoek zijn duurzaamheidsopgaven, conform de VN-definities, geformuleerd voor energie, voedsel, economie, water, kustverdediging en biodiversiteit en daarmee ook voor de ruimtelijke inrichting. Uit de rapporten van de studenten van de WUR (Annaningdiah et al., 2019; Lattasch, 2019; Lensen, 2019; Mathu et al., 2019 en Melse et al., 2019) is te concluderen dat de landbouwsector en de recreatiesector inzetten op verduurzamen van hun bedrijven. Uit deze onderzoeken concluderen we dat de verduurzaming vooral gericht is op: •
de eigen sector (niet integraal);
•
bedrijfsschaal (weinig hoger schaalniveau-denken);
•
de korte termijn (niet op de middellange en lange termijn).
Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel
|9
Dat de gerichtheid op de eigen sector, op bedrijfsschaal en de korte termijn niet aansluit bij de doelen van het Parijs Akkoord en de VN-agenda mag duidelijk zijn. Wat uit de studentonderzoeken naar duurzaamheid in de landbouw- en recreatiesector duidelijk wordt, is dat de individuele ondernemers verduurzaming niet gaan managen voor gebied dat het bedrijfsperceel overstijgt, het gebied van West-Zeeuws-Vlaanderen of voor nog grotere regio’s of voor de ketens en dus dat hier een rol voor andere partijen is weggelegd. Resultaten van de schetsdag Het uiteindelijke doel van de toekomstschetsen is in gesprek te komen met achterbannen en politiek en bestuurlijk verantwoordelijken over de toekomst, om tot opties voor handelingsperspectieven (vaak projecten) te komen. De schetsdag diende vooral als een inspiratiebron. De bijeenkomst heeft plaatsgevonden onder leiding van deskundige procesbegeleiders en landschapsarchitecten: Michaël van Buuren (Wageningen Environmental Research), Hans van Engen (StadgoedLandgoed) en Martine van Moûrik (Talking Landscapes). Zij hebben de bij de voormalige Dienst Landelijk Gebied (DLG) beproefde werkwijze met de schetsschuit toegepast. In een eerste ronde zijn knelpunten, kwaliteiten en kansen voor West-Zeeuws-Vlaanderen geïnventariseerd.
In een tweede ronde zijn voor verschillende thema’s mogelijke toekomstbeelden voor West-Zeeuws-Vlaanderen weergegeven. Hierna zijn in een derde ronde meer geïntegreerde toekomstschetsen voor deelgebieden van West-ZeeuwsVlaanderen geformuleerd. Tot slot is met en voor regionale partners nagegaan wie vervolgstappen kunnen zetten. Uit deze schetsdag kwamen drie projectideeën naar voren: 1. Meer differentiatie van het toeristisch-recreatieve aanbod aan de kust en in het binnenland. De kust blijft de grote trekker. Daarbij is het gewenst om niet overal hetzelfde te willen ontwikkelen. De kust versterken met harde en zachte verdediging leidt tot nieuwe ontwikkelingen in het binnenland: vooroevers, rewilding. Het creëren van een binnenwater met recreatiemogelijkheden en voedselbos, door de duinzone ook meer richting het binnenland uit te breiden (binnenlandse duinvorming) en benutting van kreekmondingen. De bestaande toeristisch-recreatieve ontwikkeling is gericht op de zandige (duinen en strand) kust. De ontwikkeling in West-Zeeuws-Vlaanderen is vooralsnog eenzijdig: vlak achter en aan de kust zijn min of meer eenvormige ‘huisjesparken’ ontwikkeld die in belangrijke mate op elkaar lijken. Slechts een paar plekken weten zich hier te onderscheiden door een meer gedifferentieerde ontwikkeling. Het voorstel hier is: •
Versterk de differentiatie. Groei in de directe kustzone niet door nog meer van hetzelfde (huisjesparken), maar door intensivering op een beperkt aantal plekken om daarmee meer capaciteit en differentiatie tot stand te brengen. Door hoger te bouwen, kan zonder meer ruimte de verblijfscapaciteit worden vergroot.
•
Versterk en differentieer het voorzieningenniveau door het (ruimtelijk) concentreren van
•
Investeer op andere plekken in het verbreden van de duin- en strandzone door het stimuleren van
ontwikkelingen. duinvorming. Dat geeft lokaal ook ruimte voor weer een heel ander toeristisch-recreatieve typologie (duinwoningen, strandwoningen, kreek-mondingwoningen enzovoort). •
Houd de agrarische, open gebieden net achter de duinen hiermee ‘groen’ en ‘open’.
•
Zet alles in dienst van het verrijken en differentiëren van het recreatieve aanbod, zonder daarbij de
•
Streef ontwikkeling van duinen en kreekmondingen na, omdat dit ook ecologisch interessante
kip met de gouden eieren te slachten. potenties biedt. Op deze manier kunnen op meerdere plekken condities ontstaan zoals in en rond het Zwin. 2. Herstel van het middengebied met kreken als groene zoetwaterreservoirs. Het gaat om het herstellen van kreken als groene (ecolodges, voedselbos) zoetwaterreservoirs (inclusief het benutten van zoetwaterstelsels of -systemen en aanleg van zoetwaterspaarbekkens). De huidige kreken kunnen worden gebruikt als zoetwaterreservoir voor de landbouw, gecombineerd met natuurontwikkeling en recreatie. Langs de kreken kunnen fiets- en wandelpaden (routes) worden aangelegd om van kust naar achterland te komen. De kreken worden ingezet als zoetwaterberging
10 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst
voor het gebied. De kreken worden breder en krijgen flauwe oevers. Zo kunnen ze meer zoetwater bergen. Langs de kreken komen kruidenrijke stroken, rietvelden, hakhoutbossen, grienden en ooibossen. De kreken kunnen op verschillende manieren vorm krijgen: bijvoorbeeld stroken langs de kreken of blokken. Eventueel kan er in de robuuste kreken op enkele plaatsen ruimte zijn voor kleinschalige woningbouw of recreatiewoningen. Recreatieroutes kunnen aan de kreken gekoppeld worden of juist de andere landschapspatronen volgen. Er is vooraf onderzoek nodig naar de gevolgen van de zoetwateropslag in de kreken. Wat is de invloed op de waterhuishouding (en de zoetwaterbel)? Ook kunnen mogelijkheden worden nagaan voor thermische energie (TEO + thermische energie uit oppervlaktewater, naast WKO = warmte-koude opslag en benutten bodem voor thermische energie). Ook de Staats-Spaanse linie met kreekruggen biedt grote mogelijkheden. Landbouw en het waterschap zijn de eerste doelgroepen die dit initiatief verder kunnen brengen. 3. Benutting van linies met oude kreekruggen in de integrale grenszone. Voor het benutten van linies met oude kreekruggen in de integrale grenszone zijn de volgende aanbevelingen te doen: •
Gebruik het patroon van oude Linies en krekensystemen als basis voor een nieuwe waterhuishouding: de Waterhouderij. Met name de Linie van Oostburg en de Passageule-Linie 1 en in mindere mate de Bedmarlinie maken een verbindende lijn tussen Zwin en de Braakman. Bij Bakkersdam ligt een belangrijke afsplitsing van het geulenpatroon richting Vlaanderen.
•
Probeer in de grenszone het zoetwater beter te conserveren. Vanuit beleid dat momenteel wordt ontwikkeld, wordt ingezet op een stopzetting van oppervlakkige waterafvoer van Vlaams (polder)water op de Westerschelde via spuien of pompen. Met name genoemd: afwatering Sluis Nol Zeven, Sluis Braakman, gemaal Nummer Een.
•
Kom tot een plaatselijke ‘Waterhouderij’. De Waterhouderij “buffert tijdelijk het neerslagoverschot in de winter en gebruikt het in de zomer wanneer ‘geen’ of beperkt andere bronnen beschikbaar zijn. De Waterhouderij streeft een grote mate van zelfvoorzienendheid na, voor en door het gebied zelf. De originele doelstelling, droogtebeperking voor de landbouw, is verbreed met het beperken van de wateraanvoer, het verbeteren van de waterkwaliteit, het bijdragen aan natuurdoelstellingen en de energievoorziening”. (http://waterhouderij.nl/)
•
Benoem een gebied voor berging van neerslagoverschot en overtollig water bij extreme neerslag en laat dat gebied ook een buffer zijn voor droge tijden zodat van hieruit water kan worden geleverd aan flankerende landbouwgebieden.
•
Ontwikkel nieuwe bossen, met name in het kleinschalige landschap rondom de grens ten zuiden van de linies. Sluit hierbij aan op bestaande structuren bij de Braakman. De bossen vormen een belangrijke component voor het vastleggen van CO2. De landbouw krijgt hierdoor ook een betere vochtvoorziening. Verder is een belangrijke rol voor de landbouw weggelegd voor CO2-vastlegging in de bodem (onder ander door middel van groenbemesting). Dit is belangrijk voor de bodemvruchtbaarheid, maar ook voor de waterhuishouding en het vochtleverend vermogen. Alles overziend is een coalitie voorstelbaar – vanuit gedeelde belangen – tussen: landbouw, natuur, waterschap en recreatie. Zoek ook samenwerking en overlappende belangen met Vlaanderen, niet alleen bijvoorbeeld een kunstroute of op het gebied van cultuurhistorie, maar ook met betrekking tot openbaar vervoer en waterhuishouding.
De onderzoeksvragen zijn ten slotte als volgt afsluitend samenvattend en concluderend te beantwoorden. In dit onderzoek is allereerst nagegaan waar landbouw en recreatie wel en niet stroken met duurzaamheid. Vijf onderzoeksrapporten en bijbehorende powerpointpresentaties van studenten van de WUR toonden dat de landbouw en de recreatie vooral duurzaam zijn voor de eigen sector, op bedrijfsniveau, op de korte termijn en is daarmee niet systematisch en/of structureel, maar nog te incidenteel. De landbouw en recreatie in West-Zeeuws-Vlaanderen zijn nog duurzamer te maken door sectoren en duurzaamheidsopgaven meer op elkaar (integraal) te betrekken op gebiedsniveau in West-Zeeuws-Vlaanderen. Hoe dit zou kunnen, is weergegeven door drie regionale en lokale handelingsperspectieven te bieden richting duurzaamheid voor de landbouw en recreatie in West1
De Passageule-Linie is een onderdeel van de Staats-Spaanse Linies die liep langs de Passageule zuidelijk van Oostburg tot IJzendijke. Ze is aangelegd door de Staatsen kort na 1604, toen zij West-Zeeuws-Vlaanderen in hun bezit kregen. Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel
| 11
Zeeuws-Vlaanderen, waarbij meerdere duurzaamheidsopgaven zijn opgenomen voor voedsel, groene energie en klimaatadaptatie: 1. Meer differentiatie van het toeristisch-recreatieve aanbod aan de kust en in het binnenland; 2. Herstel van het middengebied met kreken als groene zoetwaterreservoirs; 3. Benutting van linies met oude kreekruggen in de integrale grenszone. Zoals eerder gesteld, is het project eigenlijk niet af, maar begint hier het proces. De kansen die voorliggen, kunnen worden uitgewerkt en benut, juist in samenwerking met de belangrijke ngo’s en actieve bewonersgroepen in het gebied en hun vertegenwoordigers. Dat is zeer belangrijk. Want er is echt een context nodig voor individuele ambities en initiatieven. Het opzetten van denktanks met ondernemers uit de recreatie- en de landbouwsector, eventueel aangevuld met vertegenwoordigers van gemeenten en van de regionale partners, kan de haalbaarheid van projecten verder duidelijk maken. Verder is een gebiedscoördinator namens de overheden als aanspreekpunt nodig. Tot slot bevelen we aan om nieuwe schetsdagen te organiseren, waarbij partijen zich dienen te verzekeren van een brede samenstelling van aanwezige regionale partners.
Nieuwe schetsdagen leiden ertoe dat regionale partners de creativiteit verder bij elkaar naar boven halen en er ook concretiseringsslagen op verschillende schaalniveaus met elkaar kunnen worden gemaakt. Vervolgens is het zaak om kwartiermakers voor projecten zichtbaar te krijgen die vervolgens helpen om de governance verder vorm te geven, opdat de gewenste projecten haalbaar worden en daadwerkelijk worden gerealiseerd. Het gaat dan niet alleen om governance, maar ook om het slim bundelen van financieringsstromen. Stichting Duurzaam Groede heeft de intentie om met de regionale partners en andere belangstellenden een vervolg te geven aan dit rapport zodra dit fysiek mogelijk is.
12 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst
Summary Introduction and motivation Duurzaam Groede approached the Science Shop of Wageningen University & Research (WUR) in 2018. The reasons for this were the UN 2030 agreement for sustainable development and the Paris climate agreement. The Science Shop of the WUR was asked to research the meaning of the different sustainability tasks for the agricultural sector and the recreation sector in West-Zeeuws-Vlaanderen (municipality of Sluis) and to formulate actions that can be taken at a certain point in time to improve things in the short, medium or long term. The aim of this project is to make sustainability assignments (including objectives from the UN 2030 Agreement and the Paris Agreement) the starting point for regional and local policy, so that local and regional politics can take measures that increase the quality of life in the region and thus offering a future-proof perspective to residents, tourists and companies. To this end, it is important to think in possible futures and to discuss this, so that residents, businesses and administration can think about the issue and the upcoming challenges in the short term, medium term (until 2030) and long term (until 2050).
An underlying goal is to raise awareness among the population of the impact and scale of the necessary transitions to overcome the sustainability challenges and the action perspectives for regional and local politics and economic sectors with regard to the challenges that lie ahead. For West-Zeeuws-Vlaanderen, the Science Shop examined how the agricultural and recreation sectors can achieve sustainable production, sustainable energy and nature development or conservation, among other things. The following research questions are central to this research: 1. What regional and local action perspectives towards sustainability are there for agriculture and recreation in West-Zeeuws-Vlaanderen? 2. Where do agriculture and recreation accord and where do they not accord with sustainability? 3. How can unsustainable agriculture and recreation be made more sustainable? This Science Shop project interacted with: a supervisory committee, with regional partners and with students from various disciplines within WUR. We also collaborated with students from the Amsterdam School of the Arts (AHK). Characterization of West-Zeeuws-Vlaanderen If we consider the last twenty years, very large sums have been invested in West-Zeeuws-Vlaanderen. At the same time, shrinkage is an important issue in West-Zeeuws-Vlaanderen. Care must be taken that the negative image of shrinkage does not predominate.
There are many sustainability challenges ahead that will again require major investments. The EU Green Deal, The National Growth Fund, offer opportunities for this. In order to apply for these opportunities area and project plans need to be prepared. Then West-Zeeuws-Vlaanderen can make a claim on budgets. Sustainability challenges Prior to and during the research, sustainability assignments were formulated, in accordance with the UN definitions, for energy, food, economy, water and coastal defense and biodiversity, and thus also for spatial planning. From the reports of the WUR students (Annaningdiah et al., 2019; Lattasch, 2019; Lensen, 2019; Mathu et al., 2019 and Melse et al., 2019), it can be concluded that the agricultural sector and the recreation sector are committed to making their companies more sustainable. From these studies we conclude that sustainability is mainly aimed at: •
The own sector (not integral);
•
Business scale (think little higher scale level);
•
The short term (not the medium and long term).
Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel
| 13
It is clear that this is not in line with the goals of the Paris Agreement and the UN agenda. What becomes clear from the student studies into sustainability in the agricultural and recreation sector is that individual entrepreneurs are not going to manage sustainability for the area and that there is therefore a role for other parties here. Results of the sketch day (landscape design workshop) The ultimate goal of the future sketches is to discuss the future with the supporters and politicians and administrators, in order to arrive at options for action perspectives (often projects). The sketch day mainly served as a source of inspiration. The meeting took place under the supervision of expert process supervisors and landscape architects: Michaël van Buuren (Wageningen Environmental Research), Hans van Engen (StadgoedLandgoed) and Martine van Mourik (Talking Landscapes). They have applied the working method with the sketch barge, which was tried and tested at the former Rural Area Service (DLG). In a first round, bottlenecks, qualities and opportunities for West-ZeeuwsVlaanderen were identified. In a second round, possible future visions for West-Zeeuws-Vlaanderen for various themes were presented. Subsequently, in a third round, more integrated future sketches were formulated for sub-areas of West-Zeeuws-Vlaanderen.
Finally, it was examined with and for regional partners who could take next steps. Three project ideas emerged from this sketch day (landscape design workshop): 1. More differentiation of the tourist-recreational offer on the coast and inland. The coast remains the main attraction. It is desirable not to want to develop the same everywhere. Reinforcing the coast with hard and soft defenses leads to new developments in the interior: foreshore, rewilding. Creating an inland water with recreational opportunities and food forest, through inland dune formation and utilization of creek estuaries. The existing tourist-recreational development is aimed at the sandy (dunes and beach) coast. The development in West-Zeeuws-Vlaanderen is as yet one-sided: just behind and on the coast, more or less uniform ‘house parks’ have been developed that resemble each other to a large extent. Only a few places are able to distinguish themselves here through a more differentiated development. The proposal here is: •
Strengthen the differentiation. Growth in the immediate coastal zone is not due to more of the same (houses and parks), but through intensification in a limited number of places. In order to create more capacity and differentiation. By building higher, the accommodation capacity can be increased without more space;
•
Strengthen and differentiate the level of facilities by (spatial) concentration of developments;
•
Invest in widening the dune (and beach) zone in other places by stimulating dune formation. This also provides space locally for a completely different tourist-recreational typology (dune houses, beach houses, creek-estuary houses, etc.);
• •
Keep the agricultural, open areas just behind the dunes “green” and “open”; Put everything in the service of enriching and differentiating the recreational offer, without slaughtering the goose that lays the golden eggs;
•
Pursue the development of dunes and creek estuaries because this also offers ecologically interesting potential. In this way conditions can arise in several places, such as in and around the Zwin.
2. Restoration of the central area with creeks as green freshwater reservoirs. This involves the restoration of creeks as green (ecolodges, food forest) freshwater reservoirs (including the use of freshwater bubbles and construction of a freshwater conservation basin). The current creeks can be used as a freshwater reservoir for agriculture, combined with nature development and recreation. Cycling and walking paths (routes) be developed along the creeks to get from the coast to the hinterland. The creeks are used as freshwater storage for the area. The creeks widen and have shallow banks. This way they can store more fresh water. Herb-rich strips, reed beds, coppice forests, pilot whales and riparian forests come along the creeks. There are various ways to design the creeks: for example strips along the creeks or blocks. In some places in the robust creeks there may be room for small-scale housing or holiday homes. Recreation routes can be linked to the creeks or just follow the other landscape patterns.
14 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst
Research is required in advance into the consequences of freshwater storage in the creeks. What is the influence on the water balance (and the freshwater bubble)? Possibilities for thermal energy (cold network, etc.) can also be investigated. The State-Spanish line with creek ridges also offers great possibilities. Agriculture and the waterboard are the first target groups to take this initiative further. 3. Use of linies and old creek ridges in the integral border zone. The following recommendations can be done: •
Use the pattern of old Linies and cricket systems as the basis for a new water management system: the Waterhouderij. In particular, the Line van Oostburg and the Passa-geulelinie and to a lesser extent the Bedmar Line create a connecting line between Zwin and the Braakman. At Bakkersdam there is an important division of the channel pattern towards Flanders.
•
Try to conserve the freshwater better in the border zone. The superficial discharge of Flemish (polder) water on the Western Scheldt will be halted by means of drainage or pumps. Named by name for drainage at Nol Zeven Sluis, Braakman Sluis, pumping station Number One. Come to a local “Water Farm”.
•
Name an area for storage of excess precipitation and excess water during extreme precipitation and let that area also be a buffer for dry periods so that water can be supplied from here to flanking agricultural areas.
•
Develop new forests, especially in the small-scale landscape around the border south of the lines. Connect with existing structures at De Braakman. The forests are an important component for the capture of CO2. Agriculture gets better moisture supply. Important role for agriculture in CO2 sequestration in the soil (e.g. by means of green manure). Is important for soil fertility but also in water balance / moisture supply capacity. All things considered, a coalition, based on shared interests, between: agriculture; nature; water board and recreation is conceivable. Also look for cooperation and overlapping interests with Flanders, such as an art route or other initiatives in cultural history, but also with regards to domains such as public transport and water management.
Conclusions, recommendations and further process Finally, the research questions can be answered in a concluding and conclusive way. This study first of all examined where agriculture and recreation are and are not consistent with sustainability. Five research reports and accompanying PowerPoint presentations by WUR students showed that agriculture and recreation are mainly sustainable for their own sector, at company level, in the short term. Agriculture and recreation in West-Zeeuws-Vlaanderen can be made even more sustainable by involving sectors and sustainability tasks more closely (integrally) at area level in West-ZeeuwsVlaanderen. How this could be done is shown in three regional and local action perspectives towards sustainability for agriculture and recreation in West-Zeeuws-Vlaanderen, including multiple sustainability challenges for food, green energy and climate adaptation: 1. More differentiation of the tourist-recreational offer on the coast and inland; 2. Restoration of the central area with creeks as green freshwater reservoirs; 3. Use of old creek ridges in the integral border zone. Further process As stated earlier, the project is not actually finished, but the process is only starting.
It is important that the presented opportunities can be elaborated and used in collaboration with the important NGOs and active resident groups in the area and their representatives. This will provide a context for individual ambitions and initiatives. The setting up of think tanks with entrepreneurs from the recreation and agricultural sector, possibly supplemented by representatives of municipalities and regional partners, can further explore the feasibility of the projects. It is also desirable to have an area coordinator on behalf of the authorities as a contact point. Finally, we recommend organizing new sketching days, whereby parties must ensure a broad composition of regional partners present. New sketching days mean that regional partners bring out creativity together and that concrete steps can also be made with each other at different scales. Subsequently, it is important to make project leaders visible, which then help to further shape the governance, so that the desired projects become feasible and actually realized. It is not just about governance, but also about clever bundling of financing flows.
Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel
| 15
16 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
West-Zeeuws-Vlaanderen staat volop in de belangstelling: demografische krimp, teruglopende voorzieningen zoals scholen en infrastructuur, een groeiend aantal recreanten en toeristen en een groeiende recreatiesector, toename van duurzame energie, een opschalende landbouw, veranderingen in natuur en landschap. Op tal van terreinen is er beweging en discussie. Wat betekent dit alles voor de toekomst van West-Zeeuws-Vlaanderen? Hoe ziet West-Zeeuws-Vlaanderen eruit in 2030 en hoe in 2050?
Afbeelding 1
West-Zeeuws-Vlaanderen (Bron: www.viervaart.nl & www.fietsknooppunten.eu/informatie-over-west-
zeeuws-vlaanderen.html).
Duurzaam Groede benaderde de Wetenschapswinkel van Wageningen University & Research (WUR) in 2018. Aanleiding vormden het VN-akkoord 2030 voor duurzame ontwikkeling en het Klimaatakkoord van Parijs. Gevraagd werd wat de verschillende duurzaamheidsopgaven voor de agrarische sector en de recreatiesector in West-Zeeuws-Vlaanderen (gemeente Sluis) betekenen en wat op welk moment kan worden ondernomen om op korte, middellange of lange termijn een toekomstperspectief te schetsen. Toegelicht wordt eerst wie Duurzaam Groede en de Wetenschapswinkel van de WUR zijn. Verdere toelichting over de karakterisering van West-Zeeuws-Vlaanderen en de landbouw- en recreatiesector volgt in hoofdstuk 2. De duurzaamheidsopgaven lichten we in hoofdstuk 3 verder toe. Duurzaam Groede (zie ook de website van Duurzaam Groede: https://www.duurzaamgroede.nl/) is een stichting die in 2014 is opgericht. Duurzaam Groede bestaat uit een groep burgers, met diverse politieke en maatschappelijke achtergrond, die van mening is dat alleen door actieve deelname van burgers het proces om te komen tot een duurzame samenleving, kans van slagen heeft. Onder duurzame ontwikkeling verstaat Duurzaam Groede een ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen.
Thema’s waar Duurzaam Groede zich op richt, zijn voedsel, energiebesparing en opwekking, regionale economie voor regionale ontwikkeling, te realiseren via burgerparticipatie. De Wetenschapswinkel van de WUR ondersteunt maatschappelijke organisaties die zelf niet voldoende financieel draagkrachtig zijn met onderzoek. De wetenschapswinkel laat onderzoek verrichten door onderzoekers van de WUR met beperkte financiële middelen en doet dat onder meer door naast onderzoekers van de WUR vooral ook studenten in te zetten. Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel
| 17
1.2
Doelstelling
Het doel van dit project is om duurzaamheidsopgaven (waaronder doelstellingen uit het VN-akkoord 2030 en het Akkoord van Parijs) als uitgangspunt van regionaal en lokaal beleid te maken, opdat de lokale en regionale politiek maatregelen kan nemen die de leefbaarheid van de regio vergroten en daarmee een toekomstbestendig perspectief kan bieden aan bewoners, toeristen en bedrijven. Hiertoe is het van belang om in mogelijke toekomsten te denken en dat in bespreking te brengen, waarop bewoners, bedrijven en bestuur kunnen nadenken over het vraagstuk en de komende opgaven op korte termijn, middellange termijn (tot 2030) en lange termijn (tot 2050). Een onderliggend doel is bewustwording bij de bevolking creëren over de impact en omvang van de benodigde transities voor de duurzaamheidsopgaven en de handelingsperspectieven voor regionale en lokale politiek en economische sectoren met betrekking tot de uitdagingen die voor hen liggen.
1.3
Vraagstelling
De vraag van Duurzaam Groede sprak de Wetenschapswinkel van de WUR aan omdat Duurzaam Groede denkt in termen van kansen en perspectieven. Voor West-Zeeuws-Vlaanderen gaat de Wetenschapswinkel na hoe de sectoren landbouw en recreatie onder meer tot duurzame productie, duurzame energie en natuurontwikkeling of -behoud kunnen komen. De volgende onderzoekvragen staan hierbij centraal: 1. Welke regionale en lokale handelingsperspectieven richting duurzaamheid zijn er voor de landbouw en recreatie in West-Zeeuws-Vlaanderen? 2. Waar stroken landbouw en recreatie wel en waar niet met duurzaamheid? 3. Hoe kunnen de niet-duurzame landbouw en recreatie duurzamer worden gemaakt?
1.4
Aanpak
In dit Wetenschapswinkelproject is interactief gewerkt met een begeleidingscommissie, met regionale partners en met studenten van verschillende studierichtingen binnen de WUR. Ook is met studenten van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK) samengewerkt. Deze samenwerkingsconstructies zullen in deze paragraaf nog verder worden toegelicht. De samenwerkingsverbanden hebben elkaar op verschillende momenten in het project beïnvloed. In onderstaand kader is chronologisch een aantal interactiemomenten binnen het project weergegeven.
18 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst
Kader 1: chronologische interactiemomenten 10/10/2018: 05/04/2019: 09/05/2019:
19/06/2019:
19/06/2019:
04/07/2019:
11/07/2019: 29/08/2019:
08/11/2019 26/11/2019 28/02/2020
kennismakingsbijeenkomst met regionale partners eerste vergadering begeleidingscommissie Presentatie over mate van duurzaamheid van de landbouw in West-Zeeuws-Vlaanderen: rapport Feed the Future. Making the farming practices in West-Zeeuws-Vlaanderen green and future proof by Lotte Mathu, Jeroen Wanders, Xun Juan, Ruth-Amoako-Adusei, Bent Lasse Elvers (ACT 2234)/ Presentatie over mate van duurzaamheid van energie in West-Zeeuws-Vlaanderen: rapport Energy Transition in West-Zeeuws-Vlaanderen by Levien Melse, Rick Verkooijen, Jordi Vanes, Emile Longayroux en Noëlle Douveiri (ETE (Environmental Technology) 25812). Presentatie over mate van duurzaamheid van recreatie en toerisme in West-ZeeuwsVlaanderen: rapport Environmental sustainability in nature-based recreation companies in West-Zeeuws-Vlaanderen by Julia Lattasch. Presentatie over governance in West-Zeeuws-Vlaanderen: rapport Regional Level: Governance and strategy for green and future-proof West-Zeeuws-Vlaanderen by Lucas Do, Martijn Stehouwer, Marieke de Jong, Zoë Hoogstra, Diniati Annaningdiah, Jof den Heeten, Sifra Tempelman (ACT 2308).
tweede vergadering met wetenschappelijke begeleidingscommissie en terugkoppeling naar regionale partners tijdens bijeenkomst in Waterdunen Presentatie over mate van duurzaamheid van recreatie en toerisme in West-ZeeuwsVlaanderen: rapport Spatial tourism development in Cadzand-Bad: A policy arrangement approach by Anaïs Lensen (WUR and Breda University of applied sciences). Regiopresentatie van Duurzaam Groede bij Babylon 3 Studentpresentaties bij AHK te Amsterdam Schetsdag met landschapsarchitecten in Groede
Bijeenkomst met regionale partners Duurzaam Groede wilde de regionale partners goed bij het onderzoek betrekken, omdat de regionale partners uiteindelijk degenen zijn die duurzaamheid met hun keuzes kunnen realiseren. Daarom werd contact gelegd met vertegenwoordigers van tal van organisaties zoals ZLTO, Recron, Zeeuwse Milieu Federatie, Zeeuws Landschap, natuurvereniging Het Duumpje, Impuls Zeeland en New Babylon 3. Daarnaast ondersteunt zowel de gemeente Sluis als de provincie Zeeland dit gezamenlijke initiatief. In oktober 2018 is er een bijenkomst in Groede geweest met vertegenwoordigers van de regionale partners om het project aan te kondigen en medewerking te vragen voor studentonderzoeken in de regio. Hierna heeft het helaas tot maart 2019 geduurd om daadwerkelijk studenten te kunnen vinden die met deelopdrachten voor dit project onderzoek gingen verrichten. Studenten van de WUR Met zowel bachelor- als masterstudenten van de WUR is in beeld gebracht in hoeverre ondernemers binnen de landbouw- en toerismesector momenteel invulling geven aan duurzaamheid. Negentien studenten hebben van maart 2019 tot augustus 2019 interviews afgenomen over landbouw, recreatie, energie en natuur en landschap.
Dit resulteerde in vijf rapporten over landbouw (Mathu et al., 2019), recreatie (Lattasch, 2019; Lensen, 2019), energie (Melse et al., 2019) en over de governancestrategie (Annaningdiah et al., 2019). Voor een beschouwing op de resultaten hiervan wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Naast rapportages hebben de studenten powerpointpresentaties gemaakt. Contactpersonen van Duurzaam Groede en de coördinator van de Wetenschapswinkel hebben enkele van deze presentaties bijgewoond. Studenten van de AHK Tijdens de tweede vergadering met de begeleidingscommissie in juli 2019 in Waterdunen werd het inschakelen van landschapsarchitecten voor het schetsen van mogelijke toekomstscenario’s benadrukt. Ook in het projectplan stond het inschakelen van studenten landschapsarchitectuur gepland. Via onze contactpersonen bij Duurzaam Groede kwamen we erachter dat er al studenten landschapsarchitectuur en bouwkunde van de Academie voor Bouwkunst van de Amsterdamse Hogeschool voor Kunsten (AHK) in zes projecten bezig waren om prikkelende, toekomstige ontwerpen voor West-Zeeuws-Vlaanderen te maken. Vanuit dit project is daarom contact gelegd met AHK om te vernemen wat de achtergrond van deze studentopdrachten was.
Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel
| 19
De studentopdrachten van de AHK komen voort uit een samenwerking in een stedenband tussen de gemeenten Amsterdam, Sluis, Heerlen en Delfzijl, waarbij de gemeente Amsterdam verantwoordelijkheid toont rond het thema ‘Krimp’. In opdracht van de programmasecretaris van de Stedenband, Diana Janssen, vroeg het toenmalig hoofd van de Masteropleiding landschapsarchitectuur, Maike van Stiphout, de studenten welke kansen krimp biedt voor de gemeente Sluis. Dit leidde tot zes individuele, inspirerende uitwerkingen van studenten landschapsarchitectuur en stedenbouwkunde in de vorm van posters, maquettes, demonstratiefilmpjes en powerpointpresentaties. Beschrijvingen en weergaven van het postermateriaal zijn te vinden in Bijlage 2. De opdrachten werden op de avond van 26 november 2019 gepresenteerd door de studenten bij de AHK. Joost Schrijnen, betrokken als adviseur voor dit project namens Duurzaam Groede, en Marcel Pleijte (projectleider) hebben deze presentaties gevolgd. Joost Schrijnen heeft vervolgens aangegeven wat geleerd kan worden van het werk van de landschapsarchitecten en studenten Stedenbouwkunde. De vrijheid van interpretatie die ontwerpers nemen, is volgens Schrijnen een motor voor toekomst-denken. Ze laten zien wat het denken over ‘mogelijke’ toekomsten vermag.
Of die toekomsten waarschijnlijk zijn, is natuurlijk ook nog een vraag, maar minder de onderzoeksvraag, al is dat wel verschillend voor de verschillende studenten. Wat bij alle ontwerpoefeningen aan de orde is, behalve bij de laatste, is dat het historisch perspectief van WestZeeuws-Vlaanderen een enorme inspiratiebron is voor het denken over de toekomst. Daarin komen waarden en betekenissen die nu ergens in het landschap verscholen zijn, weer boven drijven. Analyse van de geschiedenis en elementen daarvan in een nieuw context plaatsen, is steeds aan de orde in de ontwerpoefeningen. Bijvoorbeeld: verzachten van harde grenzen, die voortkwamen uit een bepaalde opvatting over veiligheid, doordenken van de grondslagen voor de landbouw vanuit een natuurlijker begrip voor bodem of voor zoet en zout, circulariteit in productie en consumptie introduceren, verrijken van toeristische verblijfsconcepten en recreatiemogelijkheden. De beelden zeggen daarbij meer dan alleen de woorden, al moet je ze volgens Schrijnen niet als ‘plannen’ lezen. Is dat behulpzaam bij het gesprek over West-Zeeuws-Vlaanderen zoals voorgestaan door Duurzaam Groede? Niet direct in aansluiting op de huidige context en politieke aandacht of maatschappelijke opgaven. Wel als inspiratiebron voor het denken over transities op de lange termijn, op zoek naar handelingsperspectieven daarvoor.
Een compilatie van deze gedachten zou behulpzaam kunnen zijn bij het gesprek over Duurzaam Groede, als er van tevoren ook een aantal agenda- en discussiepunten uit worden gehaald. Duurzaam Groede presenteert tijdens bijeenkomst van Stichting New Babylon 3 Op 8 november 2019 hebben twee contactpersonen van Duurzaam Groede en Marcel Pleijte het project gepresenteerd tijdens een bijeenkomst van Stichting New Babylon 3, die een zienswijze biedt op het leven zoals dat in de toekomst in West-Zeeuws-Vlaanderen en de regio zou kunnen ontstaan. De eerste ideeën voor toekomstschetsen en mogelijke ontwikkelrichtingen voor West-ZeeuwsVlaanderen zijn aan regionale partners en bewoners voorgelegd voor draagvlak en om verbinding te maken met welke toekomstige projecten zij invulling kunnen gaan geven aan een duurzamer WestZeeuws-Vlaanderen. Schetsdag: samen toekomstbeelden schetsen Eind februari 2020 organiseerden Duurzaam Groede en WUR een schetsdag. Het doel van deze dag was om met regionale partners of stakeholders mogelijke toekomsten te schetsen voor een duurzaam West-Zeeuws-Vlaanderen. Om wat los te komen van de huidige situatie, richtten we ons op de middellange (2030) en lange termijn (2050), waardoor de mogelijke richtingen waarin de regio zich zou kunnen ontwikkelen, duidelijker werden.
De schetsdag werd begeleid door drie begeleiders die allen bij de voormalige Dienst Landelijk Gebied werkten met ‘de Schetsschuit’: een methode voor ontwerp en participatie via ateliers. De schetsdag heeft drie mogelijke ontwikkelscenario’s opgeleverd. Hier gaat in dit rapport relatief veel aandacht naar uit (zie hoofdstuk 4). In dit rapport ligt de nadruk op de ontwikkelscenario’s of schetsen. Deze scenario’s zijn nog verre van af. Het doel is om met behulp van deze schetsen gesprekken aan te gaan met achterbannen en politiek en bestuurlijk verantwoordelijken over de toekomst, om tot opties voor handelingsperspectieven te komen. Kortom, de scenario’s zijn bedoeld als inspiratiebron.
20 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst
Nog te houden publieksbijeenkomst Duurzaam Groede wilde na de schetsdag dit rapport presenteren tijdens een publieksbijeenkomst. Vanwege COVID-19 heeft Duurzaam Groede nog geen publieksbijeenkomst kunnen plannen. Ook de afronding van het rapport liep vertraging op. Dit rapport markeert het eindresultaat van het wetenschapswinkelproject waarbinnen dit rapport is opgesteld en hopelijk worden de toekomstschetsen verder opgepakt en uitgewerkt door de regionale partners. Het wetenschapswinkelproject is af, maar het proces is nog maar net begonnen. De ambitie in dit project om na te gaan welke toekomstschetsen sympathie genieten van de regionale partners is deels gerealiseerd en daarmee deels ook niet. De regionale partners die op de schetsdag aanwezig waren, hebben zich kunnen uitspreken. De niet-aanwezige regionale partners niet. Die zullen hopelijk via het rapport en de geplande publieksbijeenkomst bereikt worden. En ook dan is nog de conclusie dat hier zich niet al meteen gebiedsprojecten zullen uitkristalliseren. Als zich een paar beginprojecten ontvouwen die de regiopartners en de bewoners verder enthousiasmeren, zullen andere projecten later volgen. Eigenlijk is de conclusie dat er nog wel wat van dergelijke schetsdagen nodig zijn om tot elkaar te komen en met elkaar creatief van gedachten te wisselen.
Een mogelijk vervolg hiertoe met meerdere schetssessies kunnen wij bieden via een nieuw onderzoeksproject voor klimaatadaptatie in het landelijk gebied, waarvoor wij voor een groot deel de financiering al hebben kunnen regelen. Het is aan de regionale partners wat zij met onze handreiking gaan doen.
1.5
Leeswijzer
Dit rapport start met een korte karakterisering van het gebied en van de landbouw- en recreatiesector (hoofdstuk 2). Dan volgen in hoofdstuk 3 eerst de bevindingen over de huidige stand van zaken omtrent duurzaamheid van de landbouw- en recreatiesector. Het hoofdstuk wordt afgesloten met bevindingen hoe scenariodenken kan helpen om toekomstschetsen te maken voor West-ZeeuwsVlaanderen. Daarbij worden veel ontwerpprincipes meegegeven die kunnen worden ingebracht bij het maken van toekomstschetsen. Het echte scenariodenken is in dit onderzoek niet uitgevoerd. Dit hoofdstuk reikt wel een methodiek aan hoe dit alsnog zou kunnen gebeuren. Hoofdstuk 4 biedt de resultaten van een toekomst-schetsdag, gehouden eind februari 2020. Tijdens deze schetsdag zijn met regionale partners knelpunten, kwaliteiten en kansen voor het gebied van West-Zeeuws Vlaanderen weergegeven. Dit is vervolgens de opmaat geweest om tot drie schetsen te komen voor deelgebieden in West-Zeeuws-Vlaanderen. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 gereflecteerd op mogelijke vervolgstappen na het verschijnen van dit rapport met de toekomstschetsen.
Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel
| 21
22 | West-Zeeuws-Vlaanderen. Schetsen aan de toekomst
2
Karakterisering West-Zeeuws-Vlaanderen
2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een karakterisering van West-Zeeuws-Vlaanderen gegeven. Allereerst geven we een landschappelijke karakterisering van het gebied, om vervolgens de landbouw- en recreatiesector in West-Zeeuws-Vlaanderen te omschrijven. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een overallbeeld over de ontwikkelingen de afgelopen 25 jaar in West-Zeeuws-Vlaanderen en de mogelijke lessen die meegenomen kunnen worden naar de toekomstopgaven.
2.2
Landschappelijke karakterisering van het gebied
West-Zeeuws-Vlaanderen is vooral een open polderlandschap, dat in stappen is ingedijkt. Het patroon van geulen en dijken in het open polderlandschap laat zien dat het land in kleine stapjes op de zee is heroverd (CLO, 2009). Er zijn drie oudere polderkernen te onderscheiden met een onregelmatig dijken kavelpatroon: Groede, Cadzand en Biervliet. Tussen deze oude kernen liepen geulen die vanaf de 15e eeuw werden ingedijkt. Restanten van dit krekenstelsel zijn onder meer het Zwin, de Zwinpolder en de Passageule-Linie. De historische landschapselementen en het schaalcontrast vormen de kernkwaliteiten (CLO, 2009; H+N+S Landschapsarchitecten, 2003; Ministeries van VROM, LNV, VenW en EZ (2006; provincie Zeeland, 2006). Bij historische landschapselementen gaat het om geulen en dijken en verdedigingswerken van de Staats-Spaanse Linies. De verdedigingswerken van de Staats-Spaanse Linies zijn aangelegd in het begin van de Tachtigjarige Oorlog. De vestingen, forten en liniedijken sluiten aan op het dijken- en geulenpatroon, omdat het water een belangrijk element was in de strijd. De verdedigingslijn was afwisselend onder Staats- dan wel Spaans gezag. De ontwikkeling ging hand in hand met bedijkingen en inundaties van polders.
Bij schaalcontrast gaat het om het schaalcontrast tussen open polderland, de kuststrook (een smalle kuststrook: strand, duinenrij, binnenduinrand) en het kleinschalig dekzandlandschap. West ZeeuwsVlaanderen heeft grotendeels een zeer open karakter. Alleen rond de dorpen en stadjes en in gebieden met veel bomenrijen is het landschap minder open. Dat laatste is vooral het geval in het oostelijke deel van de Cadzandpolder, het gebied ten zuidoosten van Breskens en het dekzandgebied ten zuiden van Aardenburg. Deze kernkwaliteiten dienen mede sturend te blijven voor de (verdere) gebiedsontwikkeling in WestZeeuws-Vlaanderen. West-Zeeuws-Vlaanderen is verder goed te typeren aan de hand van de beschrijving van de VVV Zeeland (nu opgegaan in Zeeland.com) die wordt beheerd door de Provincie Zeeland. (https://www.zeeland.com/nl-nl/visit/eilanden/zeeuws-vlaanderen/west-zeeuws-vlaanderen). West-Zeeuws-Vlaanderen is omgeven door de Westerschelde en de Noordzee. Het is een geliefde bestemming voor badgasten en natuurliefhebbers. Met de ligging tegen België aan heeft het een bourgondische sfeer. De stranden, duinen en uitgestrekte polders hebben een typisch Zeeuws karakter. Oude polders, dijken, natuurgebieden en stranden wisselen elkaar af. Sporen van de strijd tegen het water zijn overal in het West-Zeeuws-Vlaamse landschap zichtbaar, in de vorm van dijken, kreken en kreekrestanten.
Kenmerkend voor de streek zijn de uitgestrekte stranden, hoge populieren
Rapport 368 | Wageningen, Wetenschapswinkel
| 23
op de dijken, oneindige landweggetjes met oude knotwilgen, natte graslanden, schorren, slikken en duinen. De natuur in West-Zeeuws-Vlaanderen is grotendeels gevormd door het water. Er zijn drie belangrijke natuurgebieden: Het Zwin, de Verdronken Zwarte Polder en Waterdunen. West-ZeeuwsVlaanderen biedt goede mogelijkheden om te wandelen en te fietsen. West-Zeeuws-Vlaanderen is voor recreanten en toeristen ook aantrekkelijk vanuit cultuurhistorisch oogpunt. In de vroege middeleeuwen behoorde West-Zeeuws-Vlaanderen tot het Frankische rijk. De Franken hadden de macht van de Romeinen in Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden overgenomen. Veel mensen woonden er niet. Aardenburg is de oudste stad van Zeeland. Tijdens de vele opgravingen zijn vooral overblijfselen uit de Romeinse tijd gevonden. De dertiende eeuw was een bloeitijd voor het gebied. Uit het veen, dat ooit was overspoeld door de zee en daardoor doordrenkt van natrium, kon door verbranding zout worden gewonnen. Een kenmerkende economische activiteit voor de Middeleeuwen. Dit zout vond vooral in Vlaamse steden een gewillig afzetgebied. De afgravingen van het veen hadden tal van overstromingsrampen tot gevolg. In 1515 werd deze manier van zoutwinning dan ook verboden in Zeeland. Het oostelijke en westelijke deel van Zeeuws-Vlaanderen werd gescheiden door De Braakman, een oude zeearm.
Na de Romeinse tijd is het gebied vermoedelijk geheel of grotendeels verlaten. Er brak een tijd aan van overstromingen, waardoor een waddengebied ontstond. Veel van de dorpen in WestZeeuws-Vlaanderen waren vroeger eilanden. Het gebied werd regelmatig overspoeld door het wassende water. Vooral de Sint Elizabethsvloeden aan het begin van de 15e eeuw richtten veel schade aan. Tal van dorpen in West-Zeeuws-Vlaanderen zijn in het verleden verdwenen in de zee. Langzaam maar zeker groeiden de steden. Dijken werden opgehoogd en verbeterd. Eerst door monniken van abdijen uit Vlaanderen, later door burgerlijke overheden en particuliere maatschappijen. Dammen en sluizen werden aangelegd. Het platteland werd bebouwd en leverde veel geld op. Kastelen, boerderijen, bruggen, kloosters en wegen werden gebouwd. En er ontstonden nieuwe nederzettingen, zoals Cadzand en Groede. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) bouwden de strijdende partijen – de Noordelijke Nederlanden versus de Spaanse kroon – een serie verdedigingswerken: de Staats-Spaanse Linies. De militaire verdedigingswerken zijn nog goed zichtbaar in het landschap van West-Zeeuws-Vlaanderen. De keten van oude forten, vestingen en liniedijken kun je al fietsend of te voet ontdekken. Naast een aantrekkelijk recreatief gebied is West-Zeeuws-Vlaanderen vooral te typeren als een agrarisch gebied.
Landbouwers verbouwen er voornamelijk aardappelen, tarwe, suikerbieten, gerst, vlas en koolzaad. Veeteelt en tuinbouw zijn nauwelijks van belang, evenmin als industrie. Het gebied bestaat vooral uit zeekleipolders, die soms door kreken van elkaar gescheiden zijn. De binnendijken zijn vaak nog intact en heel bijzonder is de beplanting ervan met knotwilgen, die hier indrukwekkende vormen aannemen. Slechts het uiterste zuiden van West-Zeeuws-Vlaanderen kent enkele kleine pleistocene gebieden die het nabije Zandig Vlaanderen aankondigen. De Westerscheldetunnel, geopend in 2003, heeft de verbinding voor veel mensen in West-ZeeuwsVlaanderen met Walcheren verslechterd. Door de opening van de Westerscheldetunnel in 2003 ging de Veerdienst Breskens-Vlissingen met kleinere boten varen, nog slechts voor fietsers en voetgangers, en dit ook met een lagere frequentie. West-Zeeuws-Vlaanderen (Gemeente Sluis) is een gebied zonder stedelijke agglomeratie. Het wordt wel als een perifeer krimpgebied (refs) getypeerd: een gebied dat op grotere afstand ligt van een kerngebied, dat economisch en financieel gezien minder belangrijk is en waar sprake is van demografische krimp. Wat perifeer is, wordt uiteraard ook bepaald aan welk kerngebied het wordt gerelateerd.