CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Stec Groep 19.006 KWOZ Hoofdrapportage (Def).pdf

Informatieve/opiniërende raadsbijeenkomst 26 april 2021, gemeente SluisBij agendapunt: Opening door de voorzitter33.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

19%

0%

11%

Aandeel 2029

32%

30%

8%

19%

0%

11%

Aandeel 2019

29%

22%

11%

28%

0% 11%

Aandeel 2029

28%

21%

11%

28%

0%

Aandeel 2019

18%

Aandeel 2029

20%

Aandeel 2019

23%

26%

Aandeel 2029

25%

25%

0%

10%

30%

0% 7%

36%

0% 7%

12%

31%

0% 8%

13%

29%

0% 8%

15%

21%

20%

39%

15%

20%

40%

50%

11%

60%

70%

80%

Somatisch

Psychogeriatrisch

Psychiatrisch

Verstandelijk gehandicapt

Zintuiglijk gehandicapt

Lichamelijk gehandicapt

90%

100%

Bron: Provinciale prognose (2019), CIZ (2017), bewerking Stec Groep (2019). Aantallen zijn afgerond op 5-tallen. Hierdoor kunnen optellingen afwijken.

Om de zorg betaalbaar te houden, meer te laten aansluiten op de specifieke persoonlijke situatie en mensen langer thuis te kunnen laten wonen is in de afgelopen jaren het scheiden van wonen en zorg ingevoerd. Dit wordt extramuralisering genoemd. Daar waar wonen en zorg eerst samen werden vergoed vanuit de Algemene Wet Bijzondere Zorg (AWBZ) zijn wonen en zorg nu losgekoppeld. De cliënt betaalt zelf voor de huur- of koopwoning en afhankelijk van de situatie wordt de zorg gefinancierd via de Zorgverzekeringswet (ZVW), Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) of Wet langdurige zorg (Wlz). Dit betekent dat cliënten in de lagere zorgcategorieën niet langer intramuraal (zorg met verblijf in een instelling) wonen, maar in een zelfstandige woning en daar (extramurale) zorg ontvangen. De zorgzwaartepakketten (ZZP’s, uit de oude AWBZ) 1 en 2 zijn voor alle typen zorg inmiddels geëxtramuraliseerd. Voor de VG-sector (verstandelijke gehandicapten) is ook ZZP 3 deels extramuraal gemaakt en voor de V&V-sector (verpleging en verzorging) ZZP 3 helemaal en ZZP 4 deels. Extramurale zorg: circa 12.580 personen in Zeeland Om een goed beeld te krijgen van de extramurale zorggebruikers in Zeeland kijken we wederom naar de verhouding tussen verschillende leeftijdsgroepen. Vervolgens geven we ook voor de extramurale bevolking de verhoudingen weer tussen typen zorg binnen het huidige zorggebruik.

Uit onderstaande tabel blijkt dat ongeveer 12.580 personen in Zeeland extramurale zorg ontvangen. Ruim een derde valt in de leeftijdscategorie 75 tot 85 jaar. Zo’n 68% van de extramurale bevolking in Zeeland is ouder dan 65 jaar.

24

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

Tabel 4: Extramurale bevolking naar leeftijd, 2019-2029 Bevelanden Huishoudens 2019 185 (6%) 160 (5,2%) 180 (5,9%) 245 (8%) 235 (7,7%) 450 (14,7%) 1.135 (37,1%) 470 (15,4%) 3.060 (100%)

Aandeel 2029 180 (4,7%) 175 (4,6%) 200 (5,3%) 200 (5,3%) 250 (6,6%) 490 (12,9%) 1.675 (44,1%) 625 (16,5%) 3.795 (100%)

Walcheren Leeftijdsgroep 15-25 jaar 25-35 jaar 35-45 jaar 45-55 jaar 55-65 jaar 65-75 jaar 75-85 jaar 85 + jaar Totaal

Huishoudens 2019 185 (4,7%) 220 (5,6%) 245 (6,2%) 305 (7,7%) 300 (7,6%) 685 (17,3%) 1.445 (36,5%) 570 (14,4%) 3.955 (100%)

Aandeel 2029 155 (3,2%) 240 (5%) 250 (5,2%) 260 (5,4%) 310 (6,5%) 700 (14,6%) 2.090 (43,6%) 790 (16,5%) 4.795 (100%)

Schouwen-Duiveland Leeftijdsgroep Huishoudens 2019 15-25 jaar 40 (3,9%) 25-35 jaar 35 (3,4%) 35-45 jaar 40 (3,9%) 45-55 jaar 65 (6,3%) 55-65 jaar 70 (6,7%) 65-75 jaar 165 (15,9%) 75-85 jaar 440 (42,5%) 85 + jaar 180 (17,4%) Totaal 1.035 (100%)

Aandeel 2029 35 (2,8%) 35 (2,8%) 45 (3,5%) 45 (3,5%) 70 (5,5%) 160 (12,6%) 620 (48,8%) 260 (20,5%) 1.270 (100%)

Zeeuws-Vlaanderen Leeftijdsgroep Huishoudens 2019 15-25 jaar 190 (5%) 25-35 jaar 175 (4,6%) 35-45 jaar 215 (5,6%) 45-55 jaar 315 (8,2%) 55-65 jaar 310 (8,1%) 65-75 jaar 630 (16,5%) 75-85 jaar 1.410 (36,9%) 85 + jaar 575 (15,1%) Totaal 3.820 (100%)

Aandeel 2029 155 (3,5%) 175 (4%) 225 (5,1%) 240 (5,5%) 315 (7,2%) 615 (14%) 1.935 (44,1%) 730 (16,6%) 4.390 (100%)

Tholen Leeftijdsgroep 15-25 jaar 25-35 jaar 35-45 jaar 45-55 jaar 55-65 jaar 65-75 jaar 75-85 jaar 85 + jaar Totaal

Aandeel 2029 75 (8,5%) 40 (4,5%) 45 (5,1%) 40 (4,5%) 55 (6,2%) 105 (11,9%) 385 (43,5%) 140 (15,8%) 885 (100%)

Zeeland Leeftijdsgroep 15-25 jaar 25-35 jaar 35-45 jaar 45-55 jaar 55-65 jaar 65-75 jaar 75-85 jaar 85 + jaar Totaal

Aandeel 2029 600 (4%) 665 (4,4%) 765 (5,1%) 785 (5,2%) 1.000 (6,6%) 2.070 (13,7%) 6.705 (44,3%) 2.545 (16,7%) 15.135 (100%)

Leeftijdsgroep 15-25 jaar 25-35 jaar 35-45 jaar 45-55 jaar 55-65 jaar 65-75 jaar 75-85 jaar 85 + jaar Totaal

Huishoudens 2019 85 (11,8%) 35 (4,9%) 40 (5,6%) 55 (7,6%) 50 (6,9%) 90 (12,5%) 260 (36,1%) 105 (14,6%) 720 (100%)

Huishoudens 2019 685 (5,4%) 625 (5%) 720 (5,7%) 985 (7,8%) 965 (7,7%) 2020 (16%) 4.690 (37,3%) 1.900 (15,1%) 12.590 (100%)

Bron: Provinciale prognose (2019), bewerking Stec Groep (2019). Aantallen zijn afgerond op 5-tallen. Hierdoor kunnen optellingen afwijken.

Circa 20% groei in aantal personen binnen extramurale zorg, groter aandeel 65-plussers Uit bovenstaande tabel blijkt dat de extramurale bevolking in Zeeland de komende tien jaar groeit met zo’n 2.540 personen (+20%), tot 15.120 personen in 2029. Met name de groep extramurale zorgbehoevenden tussen de 75 en 85 jaar groeit sterk in omvang. In 2029 bestaat driekwart van de extramurale bevolking naar verwachting uit personen ouder dan 65 jaar. Hierin is de vergrijzing wederom goed terug te zien. Het aandeel 65-plussers stijgt in alle regio’s relatief sterk. Zeeland: bijna 60% extramurale bevolking heeft somatisch zorgprofiel, aandeel groeit komende jaren Onderstaande figuur geeft de verhoudingen weer naar type extramurale zorg. Een belangrijk deel van de extramurale zorg betreft somatische zorg. Als gevolg van het groeiend aandeel 65-plussers neemt het aandeel somatische zorg binnen de totale extramurale zorgbehoefte de komende jaren verder toe, van circa 59% in 2019 naar circa 64% in 2029. Het aandeel psychogeriatrische en ZG-zorg blijft nagenoeg gelijk. Bij de overige zorgtypen verwachten we de komende tien jaar een lichte relatieve daling.

25

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

Regio’s: in alle regio’s sterke groei aandeel extramurale zorgbehoevenden met somatische zorg, relatieve groei sterkst op de Bevelanden en Tholen Splitsen we de intramurale groep uit per regio, dan valt het volgende op: • Het aandeel somatische zorg groeit relatief snel op de Bevelanden. Daarnaast zien we ook hier de sterkste daling in het aandeel psychiatrische zorg. • In 2029 heeft bijna driekwart van de extramurale bevolking op Schouwen-Duiveland een somatische zorgbehoefte. • Een relatief groot deel van de extramurale bevolking op Tholen heeft een VG-indicatie (circa 19%). Dit aandeel wordt de komende jaren kleiner, met name door de groei in somatische zorg.

ZeeuwsVlaanderen Walcheren

Tholen

SchouwenDuiveland Bevelanden Zeeland

Figuur 7: Verhoudingen extramurale zorg naar type, 2019-2029

Aandeel 2019

59%

Aandeel 2029

5%

64%

Aandeel 2019

5%

58%

Aandeel 2029

4%

65%

Aandeel 2019

16% 14%

3%

12% 4%

74%

Aandeel 2019 Aandeel 2029

2%

64%

Aandeel 2019

Aandeel 2029 0%

10%

20%

30%

50%

60%

1% 9%

7% 1% 8% 11%

1% 10%

10% 1% 9%

17%

8% 1% 8% 12%

15% 70%

1%

15%

15%

4% 40%

10%

7%

17%

4%

64%

1% 10%

9% 1% 10%

8%

7%

59%

11%

19%

7%

62%

Aandeel 2019

9% 2%

57%

Aandeel 2029

8% 4%

58%

1% 9%

9% 1% 8%

16%

69%

Aandeel 2029

11%

1% 8%

10% 1% 7% 80%

Somatisch

Psychogeriatrisch

Psychiatrisch

Verstandelijk gehandicapt

Zintuiglijk gehandicapt

Lichamelijk gehandicapt

90%

Bron: Provinciale prognose (2019), CIZ (2017), bewerking Stec Groep (2019). Aantallen zijn afgerond op 5-tallen. Hierdoor kunnen optellingen afwijken.

100%

26

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

4.2 Instroom van huishoudens uit België speelt vooral in Zeeuws-Vlaanderen, vooral huishoudens tot 35 jaar op zoek naar een betaalbare grondgebonden koopwoning De huishoudensontwikkeling in Zeeland wordt mede beïnvloed door verhuisbewegingen vanuit België. In onderstaande tabel hebben we deze instroom in beeld gebracht voor de periode 2016 tot en met 2018 (3 jaar). We maken onderscheid naar samenstelling van het huishouden (doelgroep) en het type woning dat wordt betrokken (PMC). We onderscheiden vier typen doelgroepen: alleenstaanden en stellen tot 35 jaar, gezinnen, alleenstaanden en stellen van 35 tot 65 jaar en 65-plushuishoudens. Voor de PMC’s onderscheiden we dezelfde 25 typen als in hoofdstuk 2, waarbij we telkens per regio de top 5 weergeven. Dit zijn dus de top 5 PMC’s die door de meeste Belgische huishoudens zijn betrokken.

REGULIERE MIGRATIE IS AL VERWERKT IN PROVINCIALE PROGNOSE 2019 In deze paragraaf verdiepen we op de instroom vanuit België: we laten zien in welke regio’s deze huishoudens overwegend landen, om wat voor typen huishoudens het gaat en in wat voor soort woningen zij gaan wonen. Deze migratiecijfers zijn nadrukkelijk een verdieping: reguliere migratie (binnenlands en buitenlands) is al meegenomen in de Provinciale prognose 2019 (zie ook hoofdstuk 2). Instroom grootst in Zeeuws-Vlaanderen, alleenstaanden en stellen tot 35 jaar belangrijkste doelgroep De instroom van Belgische huishoudens is zowel relatief als absoluut gezien het grootst in ZeeuwsVlaanderen. In heel Zeeland gaat om circa 2.370 huishoudens in de afgelopen 3 jaar, waarvan er zo’n 1.600 huishoudens in Zeeuws-Vlaanderen zijn geland. Zetten we dit aantal af tegen het totaal aantal huishoudens in Zeeuws-Vlaanderen, dan komen we op een verhouding van zo’n 3,25%. Bijna de helft van de 1.600 huishoudens is een jong huishouden tot 35 jaar zonder kinderen. Zetten we dit aantal af tegen het totaal aantal alleenstaanden en stellen tot 35 jaar in Zeeuws-Vlaanderen, dan komen we op een verhouding van zo’n 19,2%. Instroom vanuit België heeft dus een relatief groot effect op de ontwikkeling van het aantal alleenstaanden en stellen tot 35 jaar in Zeeuws-Vlaanderen.

In de overige regio’s is de instroom van huishoudens vanuit België relatief beperkter. Op Walcheren gaat het nog om zo’n 700 huishoudens de afgelopen 3 jaar, overwegend alleenstaanden en stellen tot 65 jaar. Belgische immigranten landen overwegend in betaalbare grondgebonden koopwoningen Bijna 40% van alle huishoudens die vanuit België in Zeeland zijn komen wonen, hebben een betaalbare (tot € 150.000 of € 150.000 - € 250.000) grondgebonden koopwoning gekocht. Nog eens 16% landde in een sociale huurwoning. Het feit dat instroom vooral plaatsvindt naar betaalbare huur- of koopwoningen hangt naar verwachting mede samen met de dominante doelgroep jonge, kinderloze huishoudens. Het vermogen en de hypotheekmogelijkheden van huishoudens in deze doelgroep zijn vaak nog beperkt, waarmee zij zijn aangewezen op een betaalbare woonruimte. Tabel 5: Inkomende verhuisbewegingen vanuit België 1 exclusief regio Tholen Goes (Bevelanden) GGB SH tot 120 m² GGB koop 150-250K tot 120 m² GGB koop 150-250K 120m²+ GGB koop 250-350K 120m²+ GGB koop 350K+ 120m²+ Overig Totaal

Aandeel t.o.v. totaal huishoudens

Alleenst.&stellen tot 35 jaar 1 2 1

Gezinnen 1 0 0

Alleenst.&stellen 35-65 jaar 6 4 3

0 2 5 11

1 0 2 4

0,25%

0,05%

Alleenst.&stellen 65-plus

Totaal 0 0 0

8 6 4

3 2 9 27

0 0 0 0

4 4 16 42

0,25%

0%

0,10%

We geven per regio de vijf meest betrokken type PMC’s door vestigende huishoudens uit België. We baseren ons op de aangeleverde data van de gemeenten Goes, Hulst, Middelburg, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Veere en Vlissingen. De gemeenten Reimerswaal, Tholen, Borsele, Kapelle, Noord Beveland hebben in verband met de verwaarloosbare instroom geen gegevens aangeleverd. 1

27

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

Schouwen-Duiveland GGB koop 150-250K tot 120 m² GGB koop 350K+ 120m²+ APP/NULT SH 80m²+ APP/NULT koop 150-250K 80m²+ APP/NULT koop 250-350K 80m²+ Overig Totaal

Aandeel t.o.v. totaal huishoudens Walcheren APP/NULT SH tot 80m² GGB SH tot 120 m² GGB koop tot 150K tot 120 m² GGB koop 150-250K tot 120 m² GGB koop 150-250K 120m²+ Overig Totaal

Aandeel t.o.v. totaal huishoudens Zeeuws-Vlaanderen GGB koop 150-250K 120m²+ GGB koop tot 150K tot 120 m² GGB koop 150-250K tot 120 m² GGB SH tot 120 m² GGB koop 250-350K 120m²+ Overig Totaal

Aandeel t.o.v. totaal huishoudens Provincie GGB koop tot 150K tot 120 m² GGB koop 150-250K 120m²+ GGB koop 150-250K tot 120 m² GGB SH tot 120 m² APP/NULT SH tot 80m² Overig Totaal

Aandeel t.o.v. totaal huishoudens

Alleenst.&stellen tot 35 jaar 4 0 1 1 0 4 10

0,85% Alleenst.&stellen tot 35 jaar 72 27 21 13 11 63 207

2,95% Alleenst.&stellen tot 35 jaar 128 139 104 69 69 272 781

19,20% Alleenst.&stellen tot 35 jaar 160 140 123 97 84 405 1.009

5,75%

Gezinnen 1 2 0 0 0 5 8

0,20% Gezinnen 1 7 3 5 5 20 41

0,25% Gezinnen 44 30 24 9 19 99 225

1,55%

Alleenst.&stellen 35-65 jaar 1 4 1 0 1 3 10

Alleenst.&stellen 65-plus

Totaal 0 0 1 1 1 2 5

0,25%

0,10%

Alleenst.&stellen 35-65 jaar 50 49 51 27 21 123 321

Alleenst.&stellen 65-plus 17 15 8 11 13 59 123

2,20%

0,70%

Alleenst.&stellen 35-65 jaar 72 99 47 33 38 235 524

Alleenst.&stellen 65-plus

0,20% Totaal 140 98 83 56 50 265 692

1,25% Totaal

7 10 5 4 6 40 72

3,85%

0,45%

33 49 30 17 2 147 278

Alleenst.&stellen 35-65 jaar 152 97 79 89 66 399 882

Alleenst.&stellen 65-plus 18 21 16 19 20 106 200

0,50%

1,90%

0,35%

Gezinnen

6 6 3 2 2 14 33

251 278 180 115 132 646 1.602

3,25% Totaal 363 307 248 222 172 1.057 2.369

1,35%

Bron: gemeentelijke data Goes, Hulst, Middelburg, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Veere en Vlissingen (2019), bewerking Stec Groep (2019). Percentages afgerond op 0,05%.

4.3 Studenten(huisvesting): onzeker beeld maar lichte daling en verschuiving van Vlissingen naar Middelburg verwacht Monitor aantal (uitwonende) studenten met onderwijsinstellingen, prognoses relatief onzeker In deze paragraaf schetsen we een beeld van het historische en te verwachten toekomstige verloop van het aantal studenten in Middelburg en Vlissingen en het aantal studenten dat op kamers of zelfstandig woont. We merken hierbij op dat het toekomstig verloop sterk samenhangt met de plannen van de Hogeschool Zeeland (focus op Vlissingen of Middelburg) en de mate waarin het lukt om het aantal studenten op peil te houden. Het beeld dat we in deze paragraaf schetsen geeft daarom een indicatief beeld, maar is tegelijkertijd onzeker. Monitor samen met de onderwijsinstellingen het verloop van het aantal studenten om indien nodig plannen voor studentenhuisvesting bij te stellen op termijn.

28

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

In totaal lichte daling van ruim 5.000 studenten naar circa 4.950 verwacht in 2025 op basis van huidige prognoses, verschuiving van Vlissingen naar Middelburg Zeeland kent twee hogeronderwijsinstellingen: de Hogeschool Zeeland (HZ) en de University College Roosevelt (UCR). Het aantal studenten aan de HZ in Vlissingen ligt rond de 3.650, het aantal in Middelburg op ruim 800. De UCR is gevestigd in Middelburg en telt op dit moment circa 550 studenten. Door de recente verhuizing van een aantal opleidingen van de HZ uit Vlissingen naar Middelburg is het totaal aantal studenten in Middelburg gestegen en in Vlissingen gedaald, zie onderstaande figuur. Naar verwachting daalt het aantal studenten aan de HZ de komende jaren. Deze daling is zowel terug te zien in de eigen verwachtingen van de HZ als ook in de Apollo-studentenprognose 2018 (ABF) 2. Tegelijkertijd is de verwachting dat het aantal studenten aan de HZ als gevolg van uitbreiding van activiteiten in Middelburg daar stijgt van de ruim 800 nu naar zo’n 1.200 over een paar jaar. De UCR opent daarnaast naar verwachting in 2020 een nieuw departement, waarmee het aantal studenten aan de UCR op termijn doorgroeit tot circa 900.

Op basis van bovenstaande verwachting daalt het aantal studenten in Vlissingen tot circa 2.850 in 2025, terwijl het aantal studenten in Middelburg (HZ en UCR samen) naar verwachting stijgt tot circa 2.100 in 2025. Zie onderstaande figuur. Figuur 8: totaal aantal studenten per gemeente 5.000 4.500 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 -

Middelburg totaal Vlissingen totaal

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Bron: Hogeschool Zeeland (2018), University College Roosevelt (2018), ABF Apollo 2018, bewerking Stec Groep (2019).

Aantal uitwonende studenten stijgt naar verwachting in Middelburg, daling in Vlissingen verwacht Op dit moment ligt het aantal uitwonende studenten in Vlissingen rond de 900 en in Middelburg naar schatting op ruim 700. In Middelburg gaat het voor bijna 80% om UCR-studenten, die op de campus wonen en dus niet in een ‘reguliere studentenkamer’ in de stad. Het resterende deel bestaat uit HZ-studenten 3. Als gevolg van de recente verhuizing van een aantal opleidingen van de HZ van Vlissingen naar Middelburg verwachten we de komende jaren een geleidelijke verhuizing van een deel van de nu nog in Vlissingen op kamers wonende studenten naar Middelburg. Zij verhuizen als het ware achter hun opleiding aan. Uiteraard hangt het mede af van het aanbod of deze verhuizingen ook kunnen worden gerealiseerd. Daarnaast verwachten we een stijging van het aantal uitwonende studenten in Middelburg als gevolg van uitbreiding van activiteiten van de HZ in Middelburg. Het totaal aantal studenten stijgt daar van zo’n 800 nu naar zo’n 1.200 over een paar jaar en een deel van deze studenten gaat naar verwachting op kamers in Vlissingen. Ook de groei van de UCR naar circa 900 studenten op termijn zorgt voor een groei van het aantal uitwonende studenten in Middelburg.

In totaal neemt het aantal uitwonende studenten op basis van deze verwachtingen in Middelburg toe tot zo’n 1.240 in 2025 en in Vlissingen af tot zo’n 610 in 2025. 2 De Apollo-studentenprognose 2018 houdt geen rekening met de recente verhuizing van een aantal opleidingen van de HZ uit Vlissingen naar Middelburg. Hier is voor gecorrigeerd. 3 Er zijn geen geregistreerde aantallen bekend van HZ-studenten die in Middelburg wonen. Wel is bekend dat circa 610 HBOstudenten die in Vlissingen studeren op kamers wonen buiten Vlissingen. Omdat vraag naar en aanbod van kamers op verhuursites in Middelburg zeer beperkt is, gaan we er vanuit dat maximaal 25% van de uitwonende Vlissingse HZ-studenten in Middelburg woont.

29

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

We merken hierbij op dat we in de prognose uit gaan van een ongeveer gelijkblijvend aandeel uitwonende studenten aan de HZ van circa 23%. Monitor dit aandeel de komende jaren en stel de verwachtingen indien nodig bij. Figuur 9: totaal aantal uitwonende studenten per gemeente (Nederlands en internationaal) 1.400 1.200 1.000 800

Middelburg uitwonend

600

Vlissingen uitwonend

400 200 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Bron: Hogeschool Zeeland (2018), University College Roosevelt (2018), ABF Apollo 2018, bewerking Stec Groep (2019).

4.4 Arbeidsmigranten(huisvesting) In deze paragraaf verdiepen we op arbeidsmigranten(huisvesting) in Zeeland. Onder arbeidsmigranten verstaan we alle buitenlandse personen die in een Zeeuwse gemeente werkzaam zijn en (de intentie hebben om) hier niet permanent (te komen) wonen. We brengen het huidig en te verwachten toekomstig aantal arbeidsmigranten voor Zeeland en per regio in beeld en lichten kwalitatieve kenmerken zoals de huisvestingsituatie en aandeel short-, mid-, en long-stay toe. In bijlage D zijn de uitgebreide achterliggende modelmatige en empirische analyses terug te vinden. AANPAK ONDERZOEK ARBEIDSMIGRANTEN(HUISVESTING) ZEELAND De resultaten in deze paragraaf zijn gebaseerd op de combinatie van 2 methoden waarmee we vaststellen hoeveel arbeidsmigranten er nu in Zeeland werken en hoe de behoefte zich de komende 10 jaar zal ontwikkelen: een empirische methode (enquêteren bedrijven) en een modelmatige methode. De aanpak: • We stellen aan de hand van statistische data de positie van elke Zeeuwse regio vast op een door ons ontwikkeld arbeidsmigrantenkwadrant.

Deze positie duidt of er een structurele behoefte aan arbeidsmigranten te verwachten valt of niet; • We bepalen aan de hand van empirisch onderzoek en statistische data hoeveel arbeidsmigranten er werkzaam waren in Zeeland in 2018; • We stellen aan de hand van de positie op het arbeidsmigrantenkwadrant een prognose op met een bandbreedte (een hoog en een laag scenario) hoe de behoefte aan arbeidsmigranten(huisvesting) zich de komende 10 jaar zal ontwikkelen. Positie Zeeuwse regio’s in arbeidsmigrantenkwadrant: structurele behoefte arbeidsmigranten We beoordelen de Zeeuwse regio’s op vijf demografische en arbeidsmarkttechnische indicatoren ten opzichte van Nederland om vast te stellen in hoeverre sprake is van een structurele behoefte aan arbeidsmigranten of niet. Zie onderstaande figuur. In bijlage D lichten werken we de aanpak uitgebreid uit. Vanuit Demografie gezien stijgt de behoefte aan arbeidsmigranten omdat de regio’s op gebied van demografie licht negatief (De Bevelanden en Tholen) tot zwaar negatief (Zeeuws-Vlaanderen) scoren. In alle regio’s krimpt de potentiële beroepsbevolking sterker dan gemiddeld in Nederland. De huishoudensontwikkeling is in alle regio’s negatief ten opzichte van Nederland als geheel, maar neemt in absolute aantallen nog wel toe, met uitzondering van Zeeuws-Vlaanderen 4. Op de as Economie &

We hanteren voor dit kwadrant de PEARL-prognose van CBS/PBL, 2016, om de regio’s met Nederland te kunnen vergelijken. Voor de abosulte huishoudensontwikkeling per regio gebruiken we in het KWOZ de Provinciale prognose 2019.

4

30

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

Arbeidsmarkt dragen met name de oververtegenwoordiging van sectoren waar veel arbeidsmigranten werken (met name op De Bevelanden, Tholen en Schouwen-Duiveland) en de krapte op de arbeidsmarkt bij aan een positie op het kwadrant dat duidt op een structurele behoefte aan arbeidsmigranten. Figuur 10: Positionering en denkwijze arbeidsmigrantenkwadrant

+ +

Economie & Arbeidsmarkt

-

Bevelanden & Tholen

-

Demografie

Walcheren

Schouwen Duiveland Zeeuws Vlaanderen

31

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

De positie op het kwadrant wijst op een structurele behoefte aan arbeidsmigranten op termijn, omdat de combinatie van een relatief negatieve score demografische indicatoren en een aanhoudende behoefte aan personeel er toe leidt dat Zeeland een stijgende behoefte heeft aan meer arbeidsmigranten. Op basis van de positie op het arbeidsmigrantenkwadrant verwachten we voor alle Zeeuwse regio’s op (middel)lange termijn een structurele behoefte aan extra arbeidsmigranten(-huisvesting). Dat betekent dat een belangrijk deel van de uitbreidingsvraag de komende 10 jaar naar verwachting structureel is. Behoefte aan 2.340 tot maximaal 5.350 extra huisvestingsplaatsen komende 10 jaar in zeeland Vervolgens hebben we het huidig aantal arbeidsmigranten en de te verwachten toekomstige ontwikkeling van het aantal arbeidsmigranten in beeld gebracht. Zie onderstaande tabel. We combineren hiervoor een empirische onderzoeksmethode (enquête onder bedrijven) met een modelmatige benadering om tot een betrouwbare bandbreedte te komen. Beide methoden zijn uitgebreid uitgewerkt in bijlage D. De laatste kolom in onderstaande tabel geeft de indicatieve huidige en toekomstige aantallen weer. Voor de toekomstige waarde hanteren we een bandbreedte. In onderstaand tekstkader lichten we dit nader toe.

Op basis van de inzichten uit onze methoden ligt het indicatief aantal arbeidsmigranten eind 2018 op circa 7.050 voor heel Zeeland. De regio’s de Bevelanden en Zeeuws-Vlaanderen nemen een belangrijk deel van dit aantal voor hun rekening. Op basis van ons prognosemodel (gespiegeld aan de inzichten uit de enquêtes) verwachten we tussen 2019 en 2029 een structurele extra huisvestingsvraag van 2.340 arbeidsmigranten(huisvestingsplekken). Onder bepaalde voorwaarden kan de extra behoefte oplopen tot 5.350 arbeidsmigranten(huisvestingsplekken) de komende 10 jaar.

AFHANKELIJK VAN (WAARMAKEN) AMBITIES VALT BEHOEFTE MOGELIJK HOGER UIT DAN ONDERKANT VAN DE BANDBREEDTE De mate waarin de behoefte uiteindelijk mogelijk hoger dan de onderkant van de bandbreedte (+2.340 komende tien jaar) uitvalt, hangt onder andere af van de mate waarin je als provincie (samen met werkgevers en detacheerders) in wilt zetten op het aantrekken en binden van arbeidsmigranten, de mate waarin deze ambitie en de ambities van afzonderlijke bedrijven kunnen worden waargemaakt, et cetera. Blijf de kwantitatieve behoefte-ontwikkeling de komende jaren goed. Door de daadwerkelijke ontwikkeling te monitoren kunnen plannen optimaal worden bijgestuurd en aanvragen voor (nieuwe) huisvestingsinitiatieven optimaal worden beoordeeld. Tabel 6: Aantal arbeidsmigranten in Zeeland in eind 2018 en ontwikkeling in de periode 2019 – 2029 Bevelanden

Eind 2018 Toename 2019-2029 Totaal begin 2029 SchouwenDuiveland Eind 2018 Toename 2019-2029 Totaal begin 2029

Empirisch onderzoek Schatting aantal arbeidsmigranten enquête geëxtrapoleerd 2.550 n/b

Prognosemodel prognose aantal arbeidsmigranten laag / hoog scenario 2.350 +450 / +2.050

Empirisch onderzoek Schatting aantal arbeidsmigranten enquête geëxtrapoleerd 480 +330 / +440

Prognosemodel prognose aantal arbeidsmigranten laag / hoog scenario 510 / 610 +190 / +520

Indicatief aantal arbeidsmigranten Bevelanden ca. 2.350 +1.000**** (+450 tot +2.050) ca. 3.350**** (tot max. 4.400) Indicatief aantal arbeidsmigranten Schouwen-Duiveland ca. 530 +190 / +520 ca. 720 tot 1.050

32

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

Tholen

Eind 2018 Toename 2019-2029 Totaal begin 2029 Walcheren

Eind 2018 Toename 2019-2029 Totaal begin 2029 ZeeuwsVlaanderen Eind 2018 Toename 2019-2029 Totaal begin 2029 Zeeland Totaal

Eind 2018 Toename 2019-2029 Totaal begin 2029

Empirisch onderzoek Schatting aantal arbeidsmigranten enquête geëxtrapoleerd 360 +240 / +300

Prognosemodel prognose aantal arbeidsmigranten laag / hoog scenario 430 / 510 +180 / +530

Empirisch onderzoek Schatting aantal arbeidsmigranten enquête geëxtrapoleerd 470* -20 / +490

Prognosemodel prognose aantal arbeidsmigranten laag / hoog scenario 1.780 / 2.130** +570 / +1.200

Empirisch onderzoek Schatting aantal arbeidsmigranten enquête geëxtrapoleerd 2.260 +890 / +1.100

Prognosemodel prognose aantal arbeidsmigranten laag / hoog scenario 2.110 / 2.530 +400 / +1.050

Empirisch onderzoek Schatting aantal arbeidsmigranten enquête geëxtrapoleerd 6.070 +1.440 / +2.330***

Prognosemodel prognose aantal arbeidsmigranten laag / hoog scenario 7.180 / 8.130 +1.790 / +5.350

Indicatief aantal arbeidsmigranten Tholen ca. 430 +180 / +530 ca. 610 tot 960 Indicatief aantal arbeidsmigranten Walcheren ca. 1.440 +570 / +1.200 2.010 tot 2.640 Indicatief aantal arbeidsmigranten ZeeuwsVlaanderen ca. 2.300 +400 / +1.050 2.700 tot 3.350 Indicatief aantal arbeidsmigranten Zeeland ca. 7.050 +2.340**** tot +5.350 ca. 9.390 tot 12.400

* de respons op Walcheren is relatief beperkt. Ondanks extrapolatie is de schatting van het aantal werkzame arbeidsmigranten op Walcheren daardoor naar verwachting relatief laag ten opzichte van het daadwerkelijk aantal werkzame arbeidsmigranten. ** Het aantal verwachte werkzame arbeidsmigranten op basis van de enquête ligt aanzienlijk lager dan het aantal verwachte woonachtige arbeidsmigranten op Walcheren. Enerzijds is een deel van de ingeschreven MOE-landers in de steden Vlissingen en Middelburg naar verwachting geen arbeidsmigrant meer in de definitie zoals in deze rapportage gehanteerd, anderzijds zijn er naar verwachting meer arbeidsmigranten van buiten Walcheren op Walcheren gehuisvest dan vice versa. *** zonder cijfers voor de Bevelanden i.v.m. te beperkte respons. **** gebaseerd op +1.000 extra arbeidsmigranten in komende 10 jaar voor de Bevelanden o.b.v. separaat uitgebreid onderzoek i.o.v. de Bevelanden.

Hierna gaan we aan de hand van de enquêteresultaten in op een aantal kenmerken van de arbeidsmigrantenpopulatie in Zeeland, zoals het type arbeidsmigranten en hun woonsituatie. Doelgroepenverdeling in 2018 In onderstaande figuur springt in het oog dat in Zeeland in 2018 iets meer dan de helft van de arbeidsmigranten langer dan 12 maanden (longstay) voor hun werkgever werkzaam is. Dit aandeel ligt op de Bevelanden veel lager met 30% en in Zeeuws Vlaanderen veel hoger met 82%. Gemiddeld voor Zeeland ligt het op 52%. Het aandeel shortstay (korter dan 4 maanden) ligt gemiddeld op 23%, waarbij de Bevelanden het gemiddelde omhoog trekt en Tholen ongeveer op het gemiddelde ligt. De andere regio’s hebben relatief weinig shortstay arbeidsmigranten.

33

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

Figuur 11: Aandeel arbeidsmigranten naar verblijfsduur 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

30% 62%

59%

82%

35%

35%

52%

54%

19%

31%

22%

15%

Long-stay

25%

Mid-stay

31% 6%

10% 8%

Short-stay

23%

Bron: responsgroep enquête uitgevoerd onder bedrijven in Zeeland. N=97

Huisvesting arbeidsmigranten in 2018 De manier waarop de arbeidsmigranten gehuisvest zijn verschilt ook sterk per regio. In ZeeuwsVlaanderen en op Schouwen-Duiveland woont meer dan 70% van de arbeidsmigranten in een eigen (huur- of koop) woning. Woningdelen komt met name veel voor voor op Tholen en Walcheren. Huisvesting in Logiesverblijven bedoeld voor arbeidsmigranten komt alleen significant voor op de Bevelanden en Tholen. Campings, vakantieparken en hotels spelen alleen op Schouwen-Duiveland en Walcheren een rol van betekenis. Alleen op de Bevelanden is Huisvesting op het erf van de werkgever een belangrijke manier van huisvesting. Figuur 12: Aandeel type huisvesting in 2018 per regio 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Overig Camping, vakantiepark, regulier hotel etc. Op eigen terrein werkgever Logies bedoeld voor arbeidsmigranten Woningdeler Eigen woning

Bron: responsgroep enquête uitgevoerd onder bedrijven in Zeeland. N=97

De categorie Overig bestaat met name uit respondenten die niet weten hoe de arbeidsmigranten wonen die bij hen werken. Het valt op dat met name op de Bevelanden en in mindere mate Tholen een deel van de werkgevers niet weet hoe de arbeidsmigranten wonen.

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

34

Ontwikkeling kwalitatieve behoefte huisvesting arbeidsmigranten: toenemende behoefte aan eigen woningruimte Uit gesprekken met onder andere 5 detacheerders en 2 huisvestingsbedrijven in het kader van het KWOZ en eerder onderzoek op de Bevelanden blijkt onder andere dat: a. De arbeidsmigranten kiezen waar ze willen werken. Er is inmiddels een tekort aan arbeidsmigranten en ze komen minder vaak terug bij dezelfde werkgever dan in het verleden. b. De kwaliteit van de huisvesting is een belangrijk criterium geworden in de beslissing van de arbeidsmigrant waar hij wil werken; c. De arbeidsmigrant hecht meer en meer aan privacy. De bestaande SNF-norm bevat geen privacynorm. Circa 50% van de arbeidsmigranten wil bewust een kamer delen met een partner of een bekende. Voor de andere 50% geldt dat zij veelal ongewenst een kamer met een vreemde delen. Vier van de vijf detacheerders stellen dat zij voor deze 50% in de toekomst een eigen kamer willen/moeten aanbieden, omdat zij ervan overtuigd zijn dat zij anders de arbeidsmigranten niet langer naar de regio kunnen halen. We hebben de bedrijven ook gevraagd welke verwachtingen ze hebben ten aanzien van het type huisvesting voor de toekomst. De uitkomsten hiervan zijn opgenomen in bijlage D1. De empirische resultaten bevestigen de visie van de detacheerders.

4.5 Aanbeveling specifieke doelgroepen: ga in gesprek met betrokken partijen op basis van cijfers De onderwerpen in dit hoofdstuk lopen sterk uiteen, maar voor alle onderwerpen geldt: benut de verkregen inzichten om het gesprek aan te gaan met betrokken partijen om uiteindelijk gezamenlijk tot passend beleid te komen. Lokale kennis kan de inzichten uit het KWOZ aanvullen. Zo vormen de inzichten over wonen met zorg de basis voor gesprekken met zorgpartijen en corporaties over het passend huisvesten van zorgbehoevenden en in het bijzonder van de groeide groep (zorgbehoevende) ouderen. Voor studentenhuisvesting gaat het om gesprekken en mogelijk uiteindelijk afspraken met onderwijsinstellingen en huisvestingsinstanties, terwijl de verdieping op arbeidsmigranten houvast biedt bij gesprekken met detacheerders en het bedrijfsleven maar ook voor afstemming tussen gemeenten en regio’s onderling.

35

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

5 Opbouw bestaande woningvoorraad Goed inzicht in de omvang en kwaliteit van de bestaande woningvoorraad is cruciaal voor passend woonbeleid, zeker in regio’s met een demografische omslag op termijn. In dit hoofdstuk schetsen we een beeld van de huidige stand van de woningvoorraad, als opmaat naar onze Monitor toekomstwaarde woningvoorraad in het hoofdstuk hierna.

5.1 Circa tweederde van woningvoorraad is een particuliere koopwoning, middenhuur is met <5% ondervertegenwoordigd Zeeland: grootste deel woningvoorraad Zeeland is (eengezins)koopwoning De provincie Zeeland telt 185.260 woningen (peildatum 1 januari 2018, CBS). Onderstaande figuren geven de woningvoorraad in de totale provincie, en per regio weer. We kijken hierbij naar prijsvorm, eigendom en type. Uit de figuur blijkt dat de woningvoorraad in Zeeland voor tweederde deel bestaat uit koopwoningen (circa 119.690 woningen). Zo’n 11% van de provinciale woningvoorraad is een particuliere huurwoning (circa 21.350 woningen). Het resterende deel is in bezit van een corporatie (ruim 43.300 woningen). Regio’s: hoogste aandeel corporatiewoningen op Walcheren, laagste aandeel vrijesectorhuur op Tholen Wat valt op in de regio’s? • Op Tholen en in Zeeuws-Vlaanderen ligt het aandeel koopwoningen boven het provinciale gemiddelde (69% á 68% tegenover 65%), terwijl dit aandeel op Walcheren (61%) juist relatief laag ligt. • Het aandeel corporatiewoningen op Walcheren (zo’n 26%) ligt relatief ver boven het provinciale gemiddelde (23%). In Zeeuws-Vlaanderen zijn er juist relatief weinig corporatiewoningen (20%). • Het aandeel vrijesectorhuur (boven liberalisatie grens) ligt op circa 4% in Zeeland, onder het landelijk gemiddelde (circa 7%). Dit aandeel is vooral op Tholen laag.

Hier bestaat 2% van de woningvoorraad uit woningen in de vrijesectorhuur. Figuur 13: Verdeling woningvoorraad naar prijsvorm (boven) en eigendom en type (onder) Nederland

58%

35%

7%

Zeeland

67%

30%

4%

Beveland

67%

29%

4%

Schouwen-Duiveland

66%

29%

5%

Tholen

70%

Walcheren

28%

63%

Zeeuws-Vlaanderen

33%

70% 0%

30%

2% 4%

26%

10%

20%

40%

Koop

Gereguleerde huur (< € 720)

50%

60%

70%

Vrijesectorhuur (> € 720)

80%

4% 90%

100%

36

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

Nederland

47%

10%

12%

17%

5%

9%

Zeeland

60%

5%

14%

10%

Beveland

62%

3%

16%

8%

7% 4%

Schouwen-Duiveland

63%

2%

18%

7%

9% 1%

Tholen

67%

Walcheren

2%

53%

Zeeuws-Vlaanderen

8% 63%

0%

10%

20%

30%

Koopsector eengezinswoningen Corporatiehuurwoningen meergezins

18%

12%

14%

4% 40%

50%

13%

60%

70%

Koopsector meergezinswoningen Particuliere huurwoningen eengezins

7% 80%

7%

4%

6%

5% 2%

6%

7%

9%

4%

90%

100%

Coporatiehuurwoningen eengezins Particuliere huurwoningen meergezins

Bron: Lokale Monitor Wonen (2017), CBS (2018), Syswov (2017), Bewerking Stec Groep (2019).

5.2 Circa de helft van de woningvoorraad is 50-jaarsgrens gepasseerd, op Walcheren en in Zeeuws-Vlaanderen nog meer Zeeland: bijna 50% van alle woningen in Zeeland is van vóór 1970 Bijna de helft van de woningen in Zeeland is gebouwd vóór 1970. Doorgaans zijn woningen uit deze bouwperioden kwalitatief en energetisch gezien ook minder en worden woningen uit de naoorlogse periode minder aantrekkelijk gevonden dan woningen van eerdere of latere bouw. Regio’s: relatief veel nieuwbouw op de Bevelanden en Tholen, op Walcheren en in ZeeuwsVlaanderen juist relatief beperkter aandeel nieuwbouw Kijkend naar de afzonderlijke regio’s valt verder voornamelijk op dat: • Relatief veel woningen op Tholen en de Bevelanden stammen uit de periode na 2000. In de overige regio’s is dit aandeel kleiner. Op Schouwen-Duiveland is het aandeel woningen uit de periode 19902000 juist bovengemiddeld. • Tegelijkertijd zien we dat een relatief groot deel van de woningvoorraad op Tholen van voor de oorlog dateert, zo’n 26% tegenover 21% gemiddeld in Zeeland • Op Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen is een relatief groot deel van de voorraad gebouwd tussen 1945 en 1970. Dit relatief grote aandeel is historisch verklaarbaar, maar deze woningen vragen vanwege hun doorgaans lagere kwaliteit, energetische prestaties en aantrekkelijkheid wel om aandacht. Figuur 14: Bouwperiode, provincie en regio’s Nederland

5%

Zeeland

7%

14%

27%

Beveland

6%

16%

24%

28%

Schouwen-Duiveland

8%

13%

23%

31%

Tholen

10%

Walcheren

7%

13%

30%

30%

10%

11%

Zeeuws-Vlaanderen

7%

14%

30%

28%

11%

10%

0%

10%

20%

30%

11%

29%

40%

12% 13%

50%

60%

70%

14% 12%

tot 1900

14%

1900 tot 1945

11%

1945 tot 1970 1970 tot 1990

15%

10%

27%

22%

16%

12%

31%

25%

14%

80%

90%

100%

1990 tot 2000 2000 tot 2020

37

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

Bron: Syswov (2017), bewerking Stec Groep (2019).

5.3 Grote en complexe verduurzamingsopgave, energieprestaties in particuliere voorraad aanzienlijk slechter dan bij corporatiebezit Zeeland: circa 45% van alle woningen heeft niet-groen energielabel In de provincie Zeeland heeft circa 45% van de huizen een energielabel D of lager. Het aandeel woningen met energielabel G ligt op 13%. De meeste woningen in de provincie zijn geclassificeerd met energielabel ‘C’. We merken hierbij op dat de classificering van de voorraad is gebaseerd op de best beschikbare informatie per woning: als er een vastgesteld label beschikbaar is dan is dat label gehanteerd (circa 42% van alle woningen, bron: RVO), anders is een voorlopig label toegekend op basis van bouwjaar en woningtype om voor de hele woningvoorraad uitspraken te kunnen doen. Regio’s: grootste aandeel woningen met niet-groene labels op Schouwen-Duiveland en Tholen Per regio zien we verschillen in de verdeling van energielabels in de woningvoorraad. We zetten de opvallendste dingen op een rij: • Op Schouwen-Duiveland en Tholen is het aandeel woningen met energielabel A het grootst. Tegelijkertijd zijn dit ook de regio’s met het grootste aandeel woningen met energielabel F of G. • Maken we de verdeling tussen groene (label C of hoger) en niet-groene energielabels, dan blijkt dat het aandeel woningen met een groen label relatief groot is op de Bevelanden en Walcheren.

Het aandeel woningen met energielabel C of hoger ligt in deze regio’s op circa 58%. • Zeeuws-Vlaanderen is de regio met het grootste aandeel woningen met een niet-groen energielabel. Circa 51% van de woningen in deze regio heeft energielabel D of lager. Figuur 15: energielabels, provincie en regio’s Zeeland

13%

Bevelanden

15%

15%

Schouwen-Duiveland

16%

16%

21%

13%

5%

15%

15%

Tholen

16%

13%

23%

12%

6%

16%

14%

Walcheren

13%

14%

Zeeuws-Vlaanderen

12%

14%

0%

10%

15%

20%

27%

12%

28%

11%

31%

A

B

12%

40% C

D

5%

13%

25% 30%

7%

50% E

F

60%

13%

13%

10%

15%

7%

8% 70%

12% 14% 80%

10% 15% 90%

100%

G

Bron: BAG (2019), gemeentelijke WOZ-registratie (2019), Provinciale prognose (2019), bewerking Stec Groep (2019).

Zeeland: aandeel groene labels binnen corporatiebezit relatief groter dan in particuliere voorraad Zetten we de energielabels van woningen in corporatiebezit af tegen de energielabels van particuliere woningen, dan zien we dat het aandeel groene labels binnen corporatiebezit relatief groter is dan binnen de particuliere voorraad. Circa 70% van al het corporatiebezit heeft een C-label of hoger, tegenover circa 51% van het particuliere bezit. Verder valt op dat het overgrote deel van de woningen met energielabel ‘G’ in particulier bezit is. Slechts 1% van het corporatiebezit heeft energielabel ‘G’, tegenover 17% van het particulier eigendom. Corporaties hebben doorgaans een sterkere ambitie tot verduurzaming dan particulieren. Zo hebben corporaties in de landelijke Woonagenda afgesproken dat corporatiewoningen in 2021 gemiddeld label B hebben. Bovendien kunnen zij relatief grote slagen slaan (tegelijk een heel blok of appartementencomplex

38

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

aanpakken). Hierdoor zien we – ook elders in Nederland – dat het corporatiebezit een hoger gemiddeld energielabel heeft dan particulier bezit. Regio’s: grootste aandeel niet-groene particuliere woningvoorraad in Zeeuws-Vlaanderen We nemen wederom de situatie in de regio’s onder de loep: • In alle regio’s is het aandeel woningen met een groen label aanzienlijk hoger binnen corporatiebezit dan in de particuliere voorraad. • Een kwart van de corporatiewoningen op Schouwen-Duiveland heeft energielabel A. Dit is relatief veel. • Slechts 2% van de corporatiewoningen op de Bevelanden heeft energielabel F of G. Dit is zeer beperkt. • Zowel binnen particulier bezit als corporatiebezit heeft het grootste deel van de woningen label C. • Het aandeel woningen met een groen label binnen de particuliere voorraad is het grootst op de Bevelanden. In Zeeuws-Vlaanderen is het aandeel particuliere woningen met een niet-groen label het grootst. In deze regio heeft 53% van de particuliere woningvoorraad energielabel D of lager. Figuur 16: Energielabels gesplist naar corporatie en particulier bezit, provincie en regio’s Zeeland corp. Zeeland part.

12%

Beveland corp.

15%

14%

Beveland part.

15%

16%

Schouwen-Duiveland corp.

15%

Tholen corp.

13%

15%

Tholen part.

17%

Walcheren corp.

18%

Zeeuws-Vlaanderen corp. Zeeuws-Vlaanderen part.

10%

22%

10%

19%

19%

26%

8%

19%

19%

15%

8%

17%

33%

19%

11%

23% 30% B

20%

40% C

D

50% E

F

8% 60%

5% 1%

13% 8%

5%

1%

18%

16% 70%

4% 1%

5% 3% 1%

19% 11%

29%

A

12%

37%

17%

20%

5%

8%

20%

13%

11% 0%

32%

13%

16%

4%

10%

20%

13%

11%

4%

22%

17%

13%

Walcheren part.

9%

24%

1%

6% 1%1%

19%

43%

25%

7% 3% 17%

15%

6%

10%

25%

14%

Schouwen-Duiveland part.

19%

36%

17%

17%

80%

90%

100%

G

Bron: BAG (2019), gemeentelijke WOZ-registratie (2019), bewerking Stec Groep (2019).

5.4 Bijna 20% van de voorraad is nultreden, daarnaast ruim 60% in beginsel met aanpassingen geschikt te maken voor ouderen Zeeland: ruim 60% van woningvoorraad Zeeland is aanpasbaar We kijken nu naar de levensloopgeschiktheid van de woningvoorraad in Zeeland. De cijfers zijn gebaseerd op beschikbare informatie van TNO (2016). In het tekstkader op de volgende pagina geven we een toelichting bij de verschillende scores. 61% van de woningen in Zeeland kan in de basis worden aangepast naar de behoeftes van minder valide mensen. Zo’n 20% van de woningvoorraad is een nultredenwoning. Circa 4% is niet-aanpasbaar, in 15% van de gevallen is de geschiktheid van de woning voor minder mobiele mensen niet bekend.

39

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

Regio’s: relatief veel nultredenwoningen op Schouwen-Duiveland en relatief veel niet-aanpasbare woningen in Zeeuws-Vlaanderen In onderstaande figuur maken we wederom onderscheid tussen regio’s. Het volgende valt op: • Het aandeel nultredenwoningen is op dit moment het grootst in de regio Schouwen-Duiveland. Daarnaast zijn er ook relatief veel nultredenwoningen in Zeeuws-Vlaanderen. • Op Walcheren en Tholen zijn relatief weinig nultredenwoningen. Daarnaast is op Walcheren van relatief veel woningen niet bekend of ze aanpasbaar zijn. • Op Tholen is wel een relatief groot deel van de woningen aanpasbaar. • De verdeling van de woningvoorraad naar geschiktheid/aanpasbaarheid op de Bevelanden lijkt sterk op de provinciale verdeling. Figuur 17: Aanpasbaarheid woningvoorraad provincie Zeeland en regio’s

Zeeland

20%

61%

4%

15%

Zeeuws-Vlaanderen

23%

59%

2%

16%

Walcheren

17%

Tholen

17%

Schouwen-Duiveland

10%

Nultreden

2% 11%

63%

4%

65%

20% 0%

1% 12%

70%

23%

Bevelanden

20%

30%

40%

Aanpasbaar (traplift installeren)

17%

8%

58%

50%

60%

70%

Niet-aanpasbaar

80%

12%

90%

100%

Onbekend

Bron: TNO (2016), bewerking Stec Groep (2019).

TNO heeft alle woningen van de Nederlandse woningvoorraad op toegankelijkheid voor mensen met mobiliteitsbeperkingen geclassificeerd. Grofweg zijn de woningen in te delen in een aantal hoofdgroepen: • • •

•

Nultredenwoningen: woningen die geschikt zijn voor mensen met mobiliteitsbeperkingen Aanpasbare woningen: woningen die aangepast kunnen worden aan de behoeften van mensen met mobiliteitsbeperkingen, bijvoorbeeld door een traplift te installeren. Niet-aanpasbare woningen: woningen die niet geschikt zijn voor- en niet aangepast kunnen worden aan de behoeften van- mensen met mobiliteitsbeperkingen. Het gaat bijvoorbeeld om portiekflats zonder lift of moeilijk bereikbare (duplex-)bovenwoningen. Onbekend: er kan niet met voldoende zekerheid een classificering worden gegeven.

De classificering van woningen is tot stand gekomen door diverse bronnen (o.a. BAG, 3D Gebouwhoogte NL, Toeris) te combineren. De classificatie is dus voor een deel van de woning gebaseerd op geregistreerde feiten en voor een deel van de woningen op eenduidige betrouwbare redeneerregels (combinatie van bouwperiode, gebouwhoogte, woonlagen, etc.). Voor een uitgebreide toelichting op de methodiek, zie de separatie bijlage Toelichting ‘Woningvoorraad, woningaanpassingen en langer zelfstandig wonen’, d.d. 11 november 2016. Bron: TNO (2016), bewerking Stec Groep (2019).

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

40

5.5 Circa 3% van woningen in Zeeland staat leeg en circa 3% is in gebruik als tweede woning (vooral op Walcheren, Schouwen-Duiveland en in Zeeuws-Vlaanderen) In deze paragraaf zoomen we in op het gebruik van de reguliere bestaande woningvoorraad. Hierbij onderscheiden we 4 mogelijkheden. Hierna lichten we per mogelijkheid toe hoe woningen als dusdanig zijn geclassificeerd. • Regulier bewoond: woning wordt regulier bewoond en er wordt geen forensenbelasting betaald. Een woning is als bewoond gedefinieerd als er in het WOZ-register een gebruiker en/of in het BRP-register een bewoner bekend is bij de gemeente. • Tweede woning: woningen die niet als hoofdverblijf gebruikt worden. Voor deze woning wordt forensenbelasting betaald en zijn daardoor als dusdanig geclassificeerd 5. • Leegstaand: in het WOZ- en BRP-register is geen bewoner/gebruiker geregistreerd. • Onbekend: resterende categorie. Registers geven geen uitsluitsel over gebruik woning. Circa 3% woningen Zeeland in gebruik als tweede woning, aandeel tweede woningen relatief grootst op Schouwen-Duiveland en in Zeeuws-Vlaanderen In totaal wordt ruim 3% van alle reguliere woningen in Zeeland gebruikt als tweede woning. Het aandeel reguliere woningen dat als tweede woning wordt gebruikt is op regioniveau relatief het grootst op Schouwen-Duiveland (6,4%) en Zeeuws-Vlaanderen (4,2%). Zie onderstaande tabel.

We merken hierbij op dat er op gemeenteniveau grote verschillen zijn. Het hoge aandeel tweede woningen in ZeeuwsVlaanderen wordt bijvoorbeeld mede veroorzaakt door een sterk bovengemiddeld aandeel tweede woningen in Sluis (13,2%). Op Walcheren ligt het aandeel tweede woningen op 2,8%, maar in de gemeente Veere ligt dit aandeel op circa 9%. Ook in de gemeente Noord-Beveland ligt het aandeel tweede woningen relatief hoog (bijna 13%) ten opzichte van het regiogemiddelde op de Bevelanden (1,4%). Circa 3% woningen Zeeland staat leeg, aandeel leegstaande woningen grootst in Zeeuws-Vlaanderen De geconstateerde leegstand ligt op het niveau van Zeeland iets boven de 3%. Op regionaal niveau is de leegstand het hoogst in Zeeuws-Vlaanderen: circa 4,1% van de woningvoorraad. Ook op Tholen (3,3%) ligt hij iets boven het Zeeuwse gemiddelde. Op gemeenteniveau ligt de leegstand het hoogst in Sluis (5%). Bovengemiddeld aandeel tweede woningen leidt niet direct tot extra woningbehoefte Het aandeel tweede woningen ligt relatief het hoogst in de gemeenten Noord-Beveland, Veere en Sluis. Het aandeel ligt hier tussen de 9% en zo’n 13%. Dit duidt echter niet direct op een extra (nieuwbouw)behoefte. Vooral in Sluis maar ook in Veere zien we dat het leegstandspercentage boven frictieleegstand (2%) ligt, waarmee de druk op de woningmarkt overall relatief beperkt lijkt.

Ook krimpen de jonge doelgroepen hier op termijn in omvang, waarmee de druk vanuit reguliere huishoudens op het nietnultreden segment op termijn verder afneemt. Op Noord-Beveland is de leegstand wel relatief laag. Hier is recentelijk een nieuwe huisvestingsverordening vastgesteld, waarmee het in de kernen niet meer mogelijk is om een vergunning aan te vragen voor gebruik van een reguliere woning als deeltijdwoning.

5 Bedoeld voor personen die, zonder dat ze hun hoofdverblijf in de gemeente hebben, meer dan negentig dagen per jaar een gemeubileerde woning tot hun beschikking hebben voor zichzelf of voor hun gezin.

41

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

Tabel 7: Gebruik reguliere woningvoorraad Zeeland en per regio Regio Bevelanden

Totaal woningen

Regulier bewoond

Tweede woning

Borsele

Aantal Aandeel Goes Aantal Aandeel Kapelle Aantal Aandeel Noord-Beveland Aantal Aandeel Reimerswaal Aantal Aandeel Totaal Bevelanden Aantal Aandeel Regio Schouwen-Duiveland

9.810 100% 18.635 100% 5.370 100% 4.450 100% 9.300 100% 47.565 100% Totaal woningen

9.465 96,5% 17.420 93,5% 5.210 97,0% 3.735 83,9% 8.745 94,0% 44.575 93,7% Regulier bewoond

60 0,6% 0,0% 25 0,5% 575 12,9% 10 0,1% 670 1,4% Tweede woning

Aantal Aandeel Regio Tholen

16.990 100% Totaal woningen

15.315 90,1% Regulier bewoond

1.095 6,4% Tweede woning

Aantal Aandeel Regio Walcheren

10.905 100% Totaal woningen

10.375 95,1% Regulier bewoond

90 0,8% Tweede woning

Middelburg

Aantal Aandeel Veere Aantal Aandeel Vlissingen Aantal Aandeel Totaal Walcheren Aantal Aandeel Regio Zeeuws-Vlaanderen

23.685 100% 11.045 100% 22.935 100% 57.665 100% Totaal woningen

22.625 95,5% 9.355 84,7% 21.380 93,2% 53.360 92,5% Regulier bewoond

205 0,9% 990 9,0% 440 1,9% 1.635 2,8% Tweede woning

Hulst

13.550 100% 14.105 100% 27.075 100% 54.730 100% Totaal woningen

12.620 93,1% 11.335 80,4% 25.145 92,9% 49.100 89,7% Regulier bewoond

205 1,5% 1.860 13,2% 235 0,9% 2.300 4,2% Tweede woning

187.855 100%

172.725 91,9%

5.790 3,1%

Sluis Terneuzen Totaal ZeeuwsVlaanderen Zeeland totaal

Aantal Aandeel Aantal Aandeel Aantal Aandeel Aantal Aandeel

Leegstaan d 275 2,8% 625 3,4% 120 2,2% 40 0,9% 385 4,1% 1.445 3,0% Leegstaan d 370 2,2% Leegstaan d 360 3,3% Leegstaan d 490 2,1% 305 2,8% 710 3,1% 1.505 2,6% Leegstaan d 520 3,8% 710 5,0% 1.015 3,7% 2.245 4,1% Leegstaan d

Onbekend

5.925 3,2%

3.410 1,8%

10 0,1% 585 3,1% 20 0,4% 100 2,2% 160 1,7% 875 1,8% Onbekend 210 1,2% Onbekend 80 0,7% Onbekend 370 1,6% 395 3,6% 400 1,7% 1.165 2,0% Onbekend 210 1,5% 195 1,4% 675 2,5% 1.080 2,0% Onbekend

Aantal Aandeel

Bron: BAG (2019), Sabewa Zeeland (2019), gemeentelijke WOZ- en BRP-registraties (2019), bewerking Stec Groep (2019).

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

42

LEEGSTAND EN TWEEDE WONINGBEZIT IN RELATIE TOT CIJFERS MONITOR BEVOLKING EN WONEN ZEELAND 2019 Voor dit KWOZ is het gebruik van de reguliere woningvoorraad gebaseerd op een koppeling tussen de BRP-, WOZ- en BAG-registers. De resultaten wijken deels af van resultaten in de ‘Monitor bevolking en wonen Zeeland 2019’, door verschillen in de methode en gehanteerde definitie van leegstand. We duiden hierna beknopt de belangrijkste opvallendheden: • De totale woningvoorraad zoals in het KWOZ aangehouden is groter dan in de Monitor bevolking en wonen. Dit komt doordat álle woonruimten in het KWOZ zijn meegenomen, ook de woonruimten die primair een andere functie hebben (bijvoorbeeld kantoor). • Het aandeel leegstand ligt in het KWOZ ook hoger. In de Monitor bevolking en wonen Zeeland is gebruik gemaakt van CBS-gegevens, met onder andere energieverbruik en een koppeling met het handelsregister als onderlegger. Woningen waarvoor nog wel een substantieel energieverbruik is geconstateerd en/of nog wel een bedrijf geregistreerd staat, ondanks dat er geen gebruiker of bewoner bekend is, zijn als niet-leegstaand geclassificeerd. Hiermee komt het aandeel leegstaande woningen in de Monitor bevolking en wonen Zeeland lager uit. • De daadwerkelijke leegstand hangt dus samen met de (smallere of bredere) gehanteerde definitie.

De belangrijkste conclusie is dat beide onderzoeken – ondanks verschillen in de absolute percentages – hetzelfde beeld geven: het aandeel leegstand is het hoogst in Zeeuws-Vlaanderen, gevolgd door Tholen, De Bevelanden en Walcheren. Op Schouwen-Duiveland is het aandeel leegstand het laagst. Aanbeveling: verbeter registratiesystemen om gebruik woningvoorraad beter te kunnen monitoren Op het niveau van Zeeland kan er voor bijna 3.500 woningen geen match worden gelegd tussen het BRPWOZ- en BAG-register, bijvoorbeeld omdat een adres in het ene register wel als woning voorkomt en in het andere niet. Zij krijgen daarom de classificatie ‘gebruik onbekend’. Interne verbetering van de gemeentelijke (koppelbaarheid van de) registers kan bijdragen aan een vollediger beeld van het huidig gebruik van de woningvoorraad.

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

43

6 Toekomstwaarde bestaande voorraad In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de kwetsbaarheid van de bestaande woningvoorraad in de provincie Zeeland. We lichten eerst beknopt de methodologie toe en brengen het kwetsbare deel van de woningvoorraad vervolgens in beeld. Hierbij kijken we telkens naar de provincie in zijn geheel, en naar de afzonderlijke regio’s binnen de provincie.

6.1 Methodologie monitor toekomstwaarde en gebruik resultaten Methodologie: benchmark woningen op woningniveau Met behulp van onze Monitor toekomstwaarde woningvoorraad geven we inzicht in de kwantitatieve en kwalitatieve opgave in uw bestaande voorraad. De monitor stelt ons in staat om objectieve woninggegevens om te zetten naar een kwetsbaarheidsscore. Om tot een kwetsbaarheidsscore voor iedere woning te komen, kijken we naar woningkenmerken en omgevingskenmerken (minstens net zo belangrijk voor de aantrekkelijkheid en waarde van een woning). Beide pijlers bestaan uit 4 indicatoren. Deze lichten we nader toe in bijlage A. De gecombineerde woningscore en buurtscore resulteren in een relatieve kwetsbaarheidsscore op een schaal van 1 (sterk beneden gemiddeld) tot 5 (sterk bovengemiddeld). De woningen met een beneden gemiddelde score (1 of 2 op een schaal tot 5) zijn niet per definitie incourante woningen die direct leeg staan of onttrokken moeten worden. Het zijn woningen die relatief beneden gemiddeld scoren en dus naar verwachting als eerste aandacht vereisen binnen de totale bestaande voorraad. Online monitoringplatform geeft aanvullende inzichten voor intern gebruik De relatieve score op woningniveau is uiteindelijk vertaald naar een hoger geaggregeerd schaalniveau om meer grip te krijgen op waar de meer en minder kwetsbare voorraad zich bevindt.

Deze resultaten zijn uitgewerkt in een online monitoringplatform voor intern gebruik dat naast deze rapportage wordt opgeleverd. Hierna zoomen we in op de kenmerken van de kwetsbare woningvoorraad (woningen met een relatieve score 1 of 2 op een schaal tot 5). Wanneer we het hier hebben over kwetsbare woningen gaat het dus om woningen die op basis van woningkenmerken én omgevingskenmerken relatief kwetsbaar zijn, afgezet tegen alle andere woningen in de provincie.

44

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

6.2 Kwetsbare voorraad voor bijna driekwart bij particuliere eigenaren, dit zijn vooral kleine grondgebonden koopwoningen Zeeland: bijna driekwart kwetsbare voorraad is in particulier bezit In onderstaande figuur is de samenstelling van de kwetsbare voorraad (woningen die relatief (sterk) beneden gemiddeld scoren) naar eigendomsvorm weergegeven. Hieruit blijkt dat van alle relatief kwetsbare woningen circa 71% in particulier bezit is. Een belangrijk deel van de opgaven (en bijbehorende arrangementen) moeten dus in het particuliere bezit worden gezocht. Wel is corporatiebezit relatief oververtegenwoordigd in de kwetsbare voorraad: 29% van de kwetsbare woningen is corporatiebezit, terwijl corporaties 23% van de totale woningvoorraad in Zeeland in bezit hebben (zie hoofdstuk 5). Regio’s: op Walcheren bovengemiddeld aandeel kwetsbare woningen in corporatiebezit, relatief groot aandeel particulier eigendom in kwetsbare voorraad Zeeuws-Vlaanderen en Tholen Op regioniveau valt op dat het aandeel kwetsbare woningen in corporatiebezit relatief het grootst is op Walcheren. Op de Bevelanden en Schouwen-Duiveland ligt het aandeel corporatiebezit in de kwetsbare woningvoorraad ook relatief hoog. In Zeeuws-Vlaanderen is juist een relatief groot deel van de kwetsbare woningen in particulier bezit. Figuur 18: Eigendomsverdeling kwetsbare woningvoorraad

Bevelanden

29%

Schouwen-Duiveland

27%

Tholen

25%

Walcheren

69%

6%

0%

10%

20%

Particuliere huur Koop

65% 61%

10%

29%

Corporatie 53%

9% 12%

23%

Zeeland

65%

7%

38%

Zeeuws-Vlaanderen

62%

9%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Bron: analyses Stec Groep (2019).

Zeeland: kwetsbaarheid zit primair in kleine grondgebonden koop- en sociale huurwoningen Wanneer we inzoomen op kwetsbare product-marktcombinaties (PMC’s) valt op dat een groot deel van de kwetsbare voorraad bestaat uit kleine grondgebonden koopwoningen en kleine grondgebonden sociale huurwoningen. In onderstaande figuur zijn van de top 5 meest voorkomende kwetsbare PMC’s weergegeven wat hun aandeel is binnen de kwetsbare voorraad. Hieruit blijkt dat kleine grondgebonden koopwoningen (tot € 250.000) en kleine grondgebonden sociale woningen (tot 120 m²) sterk vertegenwoordigd zijn in de kwetsbare voorraad. In de kwetsbaarheidsbepaling wordt ook rekening gehouden met de toekomstige behoefteontwikkeling per PMC. Regio’s: overal kleine grondgebonden sociale huur- en goedkope koopwoningen sterk vertegenwoordigd in kwetsbare voorraad, op Walcheren ook kleine sociale huurappartementen Een groot deel van de kwetsbare voorraad binnen de regio’s bestaat uit grondgebonden sociale huurwoningen tot 120 m². Daarnaast zien we enkele verschillen tussen gebieden:

45

Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) 19.006

•

• •

Grondgebonden koopwoningen in de prijsklasse 150 tot 250 duizend euro zijn relatief vaak kwetsbaar, zowel met een oppervlakte kleiner als groter dan 120 m². Dit type woningen is vooral sterk vertegenwoordigd binnen de kwetsbare voorraad op de Bevelanden en Schouwen-Duiveland. Grondgebonden koopwoningen tot 150.000 euro en met een oppervlakte kleiner dan 120 m² zijn relatief vaak kwetsbaar in de regio’s Tholen, Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen. Specifiek op Walcheren en de Bevelanden zien we een relatief sterke vertegenwoordiging van kleine sociale huurappartementen in de kwetsbare voorraad. Kleine grondgebonden sociale huurwoningen zijn in alle regio’s relatief sterk vertegenwoordigd in de kwetsbare voorraad.

Figuur 19: Verdeling PMC’s kwetsbare voorraad Zeeland Bevelanden

23%

8%

Schouwen-Duiveland

22%

7% 10%

11%

Tholen

20%

19%

13%

Walcheren

19%

8% 8%

20%

Zeeuws-Vlaanderen

18%

11%

13%

8%

Provincie Zeeland

15%

13%

11%

10%

20%

0%

9%

30%

23%

40%

9% 22%

10%

GGB koop tot 150K tot 120 m²

29%

GGB koop 150-250K tot 120 m²

24%

15%

22% 22%

22% 50%

29%

11% 60%

70%

GGB koop 150-250K 120m²+ GGB koop 250-350K 120m²+

24%

GGB koop 350K+ 120m²+

27%

GGB SH tot 120 m²

28% 80%

APP/NULT SH tot 80m² Overig

90% 100%

Bron: analyses Stec Groep (2019).

6.3 Woningen met bouwjaar tussen 1945 en 1990 sterk vertegenwoordigd (65%) in Zeeuwse kwetsbare woningvoorraad Zeeland: kwetsbare voorraad bestaat grotendeels uit naoorlogse bouw (tot 1990) In onderstaande figuur splitsen we de kwetsbare voorraad uit naar bouwperiode. In de provincie Zeeland dateert bijna tweederde van de kwetsbare voorraad uit de naoorlogse periode (1945 - 1990). Deze bouwperioden komen ook in de totale voorraad veel voor, maar zijn relatief oververtegenwoordigd in de kwetsbare voorraad. Woningen die zijn gebouwd tussen 1900 en 1945 zijn ook relatief vaak kwetsbaar. Regio’s: op Walcheren bovengemiddelde vertegenwoordiging van periode 1945-1990 in kwetsbare voorraad, op Tholen en Schouwen-Duiveland valt periode na 1990 op in kwetsbare voorraad Tussen de regio’s zijn er zichtbare verschillen in de verdeling van de kwetsbare voorraad naar bouwperiode. Uiteraard hangt deze verdeling ook mede samen met de samenstelling van de totale voorraad. • Op Walcheren valt de sterke vertegenwoordiging van de naoorlogse bouwperioden in de kwetsbare voorraad op (71% tegenover 64% op provincieniveau). Dit komt mede door de relatief beneden gemiddeld scorende gestapelde bouw in Vlissingen en Middelburg. • De verdeling van de kwetsbare voorraad naar bouwperioden wijkt op de Bevelanden en in ZeeuwsVlaanderen relatief beperkt af van de provinciale verdeling.

• Op Tholen valt het relatief grote aandeel kwetsbare woningen op dat is gebouwd na 2000. Deze woningen scoren goed op energieprestatie en vaak ook op WOZ-waarde, maar liggen bijvoorbeeld in minder sterke buurten en sluiten minder goed aan op de toekomstige behoefte (PMC’s waar op termijn overschotten in ontstaan). Dit zijn niet de woningen die als eerste aandacht verdienen, maar wel woningen waar op de (middel)lange termijn risico’s kunnen ontstaan (waardedaling). • Ook op Schouwen-Duiveland zijn relatief veel kwetsbare woningen van na 1990. In deze regio is 21% van de kwetsbare woningvoorraad gebouwd na 1990.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=e4360b6f-e02e-4be1-9ddc-5a72bab32d96