02 Groenbeheerplan 2022-2031 - Bijlage 2 Groenbeheerplan 2022-2031.pdf
Tekst van het document
28
Groenbeheerplan 2022 - 2031
Bomen hebben tijd nodig om tot wasdom te komen en ze vertegenwoordigen een bepaalde investering en leveren daarvoor essentiële (ecosysteem)diensten. Om die diensten te kunnen leveren en te behouden moet worden geïnvesteerd in: • Goede bomenontwerpen, in de stedelijke omgeving soms technisch complex en hoogstaand. •
Aanleg van een goede en voldoende ruime boven- en ondergrondse groeiplaats.
•
Hoogwaardig en gezond plantmateriaal.
•
Vakkundige boombeheer- en onderhoudswerkzaamheden.
•
Controles in het kader van boomveiligheid en -onderhoud.
•
Toezicht en handhaving, voorkomen van schade aan boom of groeiplaats.
•
Plaagbestrijding (bijvoorbeeld eikenprocessierups).
•
Indien nodig onderzoek naar houdbaarheid en inpassingsmogelijkheden bij herinrichting of evenementen (Bomen Effect Analyse, BEA).
Waar de meeste elementen in de buitenruimte hun hoogste (nieuw)waarde kennen na aanleg, gaan heesters en bomen met de jaren juist steeds meer opleveren. Zo besparen bomen op kosten voor technische waterberging, riolering, koelte en luchtfiltering, dragen ze bij aan woongenot en gezondheid, zijn ze van nature circulair en faciliteren ze CO2-opslag. Investeren in bomen en hun groeiplaats levert daarom vaak een besparing op voor andere disciplines (zie Figuur 12). Het ‘hard’ maken van al deze waarden was lange tijd lastig. Dankzij de ontwikkelingen van dataregistratie en actueel digitaal kaartmateriaal kunnen deze baten steeds beter inzichtelijk worden gemaakt. Zo kan worden bepaald wat de mogelijke besparing is op het uitbreiden van het rioolstelsel door de inzet van open groeiplaatsen; en kan de gemeente meer CO2 vastleggen door de omloop van bomen te verlengen (oudere bomen leggen meer en langer CO2 vast). Met andere woorden elke liter water wat niet via het rioolstelsel moet worden afgevoerd kan besparing opleveren in de te kiezen diameter buis en de inhoud van een mogelijk bergbezinkbassin. Zelfs besparingen op zorgkosten kunnen aan bomen en planten worden toegeschreven). Wel dient er ook oog te zijn voor de veiligheid als weersomstandigheden tot vallende takken leiden dient er tot vervanging te worden overgegaan.
Investeren in een waardevolle leefomgeving Eind jaren 90 en in de begin jaren van dit millennium, is door onze levenswijze en de opkomst van de beschikbare materialen de leefomgeving steeds meer versteend en is de kwaliteit ervan op veel plaatsen afgenomen. Met onder andere de vaststelling van de nieuwe omgevingswet, wordt de leefomgeving als één integraal plaatje beschouwd en geoptimaliseerd. Bij het (her)verdelen van de schaarse beschikbare ruimte zal steeds moeten worden afgewogen hoe het beste eindresultaat kan worden bereikt. Zinvol investeren in de schaarse ruimte is het uitgangspunt, waarbij heesters en bomen standaard aan kwaliteitseisen worden getoetst en de vele baten van heesters en bomen op de juiste wijze worden meegewogen. Nu bij de herinrichting van de openbare ruimte integraal moet worden gewerkt, is het van belang die integrale waarden van deze groen elementen beter zichtbaar te maken (bomenbalans). Zowel de aanwezige waarde van bestaande oudere bomen als de toekomstige waarde van nieuwe aanplant moet tastbaar worden weergegeven bij projectontwikkeling, herinrichting, renovatie en beheer. Op die manier wordt de waarde van heesters en bomen inzichtelijk en kunnen goede afwegingen worden gemaakt. Om de monetaire waarden te berekenen zijn diverse modellen in ontwikkeling. Steeds meer gemeenten hanteren deze om in hun beleid die waarden te concretiseren.
Voorbeelden van modellen zijn i-Tree (VHG/ Stadswerk e.a.) en TEEB-stad (Verenigde Naties/ RIVM e.a.). Beide methoden drukken de maatschappelijke waarden – de baten van bomen – uit.
Groenbeheerplan 2022 - 2031
29
Voorbeeld i-Tree i-Tree koppelt de waarde van een boom aan de boomgrootte en het bladoppervlak, werkt op boomniveau en kan worden gekoppeld aan het gemeentelijke beheersysteem, als dit de daarvoor benodigde data bevat (daarmee kunnen bijvoorbeeld de kroonprojectie en het bladoppervlak worden berekend). Bij renovaties, herinrichting of beheer kan daarmee aan bomen een bepaald gewicht worden toegekend. De afweging voor behoud, beheer, verplanten of vervangen kan op deze wijze beter worden gemaakt.
Ontwikkelingen Waardevolle leefomgeving • Groenblauwe structuren zullen vaker worden aangewezen als drager van de leefomgeving (meer bomen in aaneengesloten structuren). •
Verlegging focus van volledige bestrating naar multifunctionele (waterdoorlatende) bestrating waar mogelijk.
•
Meer maatwerk bij inrichting: Per wijk zal de betrokkenheid van en invulling door inwoners verschillen.
•
Inzet op verhogen kwaliteit en hoeveelheid groen in groenarme en/of aandachtswijken: Bomen en groen kunnen hier de kwaliteit en omgevingswaarde het meest verhogen.
Natuurwetgeving Werken conform gedragscode, opstellen leidraad en natuurwaardenkaart Sinds 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. In deze wet is de bescherming van natuurgebieden, en plant- en diersoorten geregeld. In de Wet natuurbescherming is de provincie het bevoegd gezag. Provincie Zeeland heeft een aantal beleidsregels vastgesteld. De wet maakt het voor provincies mogelijk een vrijstellingsregeling op te stellen, waardoor voor sommige soorten geen ontheffing (voor onderhoudswerkzaamheden binnen de openbare ruimte) meer hoeft te worden aangevraagd. Bescherming is gericht op de gunstige staat van instandhouding van populaties. De gunstige staat van instandhouding is een voorwaarde voor het verkrijgen van een eventuele ontheffing bij overtreding van verbodsbepalingen. Met het intreden van de Omgevingswet gaat de Wet natuurbescherming op in de Omgevingswet. Inhoudelijk zal dit geen wezenlijke wijzigingen tot gevolg hebben.
30
Groenbeheerplan 2022 - 2031
Bij de uitvoering van werkzaamheden kan bij risico op overtreding van de wet worden gewerkt volgens de Gedragscode soortenbescherming voor gemeenten voor Ruimtelijke ontwikkeling of inrichting en Bestendig beheer of onderhoud. Werken volgens een gedragscode voorkomt dat voor iedere afzonderlijke handeling (flora- en fauna)onderzoek uitgevoerd moet worden en/of een ontheffing moet worden aangevraagd. Werken conform deze gedragscodes vereist enkele hulpmiddelen, namelijk een leidraad en natuurgegevens. Leidraad: De taken en verantwoordelijkheden van de opdrachtgever en opdrachtnemer zijn beschreven in relatie tot een zorgvuldige werkwijze voor de bescherming van flora en fauna. Daarbij komen de verschillende fasen in een project/werk aan bod, zoals werkvoorbereiding, aanbesteding en uitvoering, inventarisatie en registratie en gegevensbeheer. Natuurgegevens Gegevens over actuele natuurwaarden kunnen worden opgevraagd bij de NDFF: De Nationale Databank Flora en Fauna De NDFF bundelt, uniformeert en valideert natuurgegevens in Nederland. De gegevens brengen in beeld wat in een bepaald gebied bekend is over het voorkomen van planten- en diersoorten. De databank wordt continu aangevuld met nieuwe natuurgegevens. De NDFF wordt in de organisatie gebruikt om gegevens te verzamelen ten behoeve van diverse projecten.
Deze gegevens bieden de basisinformatie om zorgvuldig te kunnen handelen en aannemers en eigen dienst te informeren. Het is daarmee een belangrijk instrument om de werkzaamheden op de betreffende locaties af te stemmen op de aanwezige beschermde flora en fauna. Ook bij ruimtelijke ontwikkelingen (bijv. bij de beoordeling van omgevingsvergunningen) is deze informatie zeer waardevol. Naast de gegevens van de NDFF worden indien nodig eventueel een aanvullende veldinventarisatie uitgevoerd(door een deskundig ecoloog, lokale vrijwilligers of natuurvereniging). Kennis van zaken Kennis van zaken voorkomt overtreding van wetgeving. Het invullen en borgen van de wettelijke soortbescherming en het daaruit voortkomende zorgvuldig handelen vereist een bepaalde deskundigheid van betrokkenen. Er is sprake van twee typen deskundigheid: • Verzamelen soortinformatie: zorgvuldig inventariseren. • Voorbereiden en realiseren werkzaamheden: zorgvuldig handelen De Rijksoverheid stelt eisen aan een ecologisch deskundige De gedragscode voor soortenbescherming voor gemeenten van de Vereniging Stadswerk heeft een uitwerking gemaakt ten behoeve van de borging van de deskundigheid.
De Vereniging Stadswerk heeft de deskundigheid opgedeeld in twee typen: • Inventariseren • Zorvuldig handelen Voor de borging van deze deskundigheid heeft Stadswerk een standaard curriculum ontwikkeld voor: • Flora - en faunacontroleur • Flora - en fauna inspecteur De vereiste opleidingsniveaus zijn in de gemeente Sluis aanwezig of zijn in het opleidingsplan opgenomen voor komend jaar (werkvoorbereiders).
Groenbeheerplan 2022 - 2031
31
2.2.4 Renovatie en integrale projecten Beplanting heeft een levenscyclus van 25 tot 40 jaar (meeste beheergroepen 25 tot 30 jaar). Om deze cyclus volledig te doorlopen is passend beheer nodig. Indien geen passend beheer wordt toegepast is de levenscyclus korter. Ook externe factoren kunnen ervoor zorgen dat de levensduur van de beplanting afneemt: • Intensief gebruik van gazon of speelterreinen •
Vandalisme en vernieling
•
Ziektes en plagen
•
Veranderend gebruik van de openbare ruimte waardoor het groen niet meer de gewenste functie vervult.
•
Weersomstandigheden
•
Strooizout
•
Bestrijdingsmiddelen (tot en met 2017)
Als gevolg van deze factoren en/of na de levenscyclus van beplanting is vervanging van een kleine deel van het areaal jaarlijks noodzakelijk. Theoretische vervangingswaarde Door jaarlijks budget te reserveren kan het vervangen van het groen planmatig worden uitgevoerd. Door tijdig te vervangen komen gevaarlijke situaties en verwaarlozing van bomen en/of beplanting niet voor. Het reserveren van jaarlijks budget voor vervangingen heeft de volgende voordelen: • Instandhouding van de groenstructuur wordt verzekerd; •
Kleine vervangingen kunnen ad-hoc uitgevoerd worden zonder omslachtige budgetaanvragen;
•
Onverwachte kosten door vervanging blijven uit (geen achterstanden);
•
Door geleidelijke vervanging worden grote eenmalige uitgaven voorkomen;
•
Door tijdige vervanging worden buitensporige beheerkosten voorkomen.
De jaarlijkse totale kosten voor vervanging van beplanting kunnen op basis van een aantal uitgangspunten theoretisch bepaald worden. Per beheergroep wordt op basis van areaal, gemiddelde levensduur en een gemiddelde eenheidsprijs voor vervanging een inschatting gemaakt van het jaarlijks benodigde vervangingsbudget. Door de evenwichtige leeftijdsopbouw van het gehele groen areaal (bomen, grassen,beplanting en hagen), zullen geen grote vervanginspieken voorkomen. Een overzicht van de jaarlijkse kosten per beheergroep vindt u in de tabel op de volgende pagina.
32
Groenbeheerplan 2022 - 2031
Beheergroep Bomen
Bomen in bepl
LevensAreaal Eenh duur (jaar) 4006 st 80
Vervanginskosten
Jaarkosten
€ 520,00
€ 2.083.120,00
€ 26.039,00
Bomen in grasvegetatie
6215 st
80
€ 520,00
€ 3.231.800,00
€ 40.397,50
Bomen in verharding
794 st
40
€ 920,00
€ 730.480,00
€ 18.262,00
Bomen in boomroosters
77 st
40
€ 920,00
€ 70.840,00
€ 1.771,00
Knotbomen in bepl
403 st
60
€ 680,00
€ 274.040,00
€ 4.567,33
Knotbomen in grasvegetatie
1964 st
60
€ 680,00
€ 1.335.520,00
€ 22.258,67
Knotbomen in verharding
96 st
40
€ 1.080,00
€ 103.680,00
€ 2.592,00
Knotbomen in boomroosters
6 st
40
€ 1.080,00
€ 6.480,00
€ 162,00
Leibomen in bepl
463 st
60
€ 680,00
€ 314.840,00
€ 5.247,33
Leibomen in grasvegetatie
127 st
60
€ 680,00
€ 86.360,00
€ 1.439,33
Leibomen in verharding
154 st
60
€ 1.080,00
€ 166.320,00
€ 2.772,00
€ 8.403.480,00
€ 125.508,17
Subtotaal Grassen
Theoretische vervangingswaarde
Gazon
901347 m2
40
€ 0,78
€ 703.051,03
€ 17.576,28
Gazon talud
18861 m2
40
€ 0,78
€ 14.711,60
€ 367,79
Recreatief gras
25158 m2
40
€ 0,78
€ 19.623,62
€ 490,59
Schraal gras 1x/jaar maaien/afvoeren
101689 m2
40
€ 0,55
€ 55.928,90
€ 1.398,22
talud
30395 m2
40
€ 0,55
€ 16.716,98
€ 417,92
Ruw gras 2x/jaar maaien
335530 m2
40
€ 0,55
€ 184.541,51
€ 4.613,54
Ruw gras 2x/jaar maaien talud
89355 m2
40
€ 0,55
€ 49.145,16
€ 1.228,63
Ruw gras 3x/jaar maaien
3157 m2
40
€ 0,55
€ 1.736,60
€ 43,42
Ruw gras 4x/jaar maaien
34642 m2
40
€ 0,55
€ 19.053,01
€ 476,33
Ruw gras 6x/jaar maaien
1415 m2
40
€ 0,55
€ 778,21
€ 19,46
Ruw gras 6x/jaar maaien
3408 m2
40
€ 0,55
€ 1.874,49
€ 46,86
148546 m2
40
€ 0,55
€ 81.700,09
€ 2.042,50
€ 1.148.861,22
€ 28.721,53
Schraal gras 1x/jaar maaien/afvoeren
Begrazing Subtotaal
55883 m2
30
€ 20,00
€ 1.117.660,00
€ 37.255,33
Bodembedekkende sierheesters
35346 m2
30
€ 23,00
€ 812.958,00
€ 27.098,60
Bosplantsoen
312368 m2
50
€ 5,00
€ 1.561.838,90
€ 31.236,78
Vaste planten(incl wisselperken)
12910 m2
15
€ 31,00
€ 400.210,00
€ 26.680,67
Rozen
2079 m2
30
€ 20,00
€ 41.580,00
€ 1.386,00
Bos
80852 m2
50
€ 5,00
€ 404.261,25
€ 8.085,23
€ 4.338.508,15
€ 131.742,60
Beplantingen Heesters
Subtotaal Hagen
Blokhagen
25502 m2
30
€ 34,00
€ 867.078,20
€ 28.902,61
Geschoren hagen
30364 m1
30
€ 34,00
€ 1.032.359,00
€ 34.411,97
941 m1
30
€ 34,00
€ 32.003,52
€ 1.066,78
€ 1.931.440,72
€ 64.381,36
€ 15.822.290,09
€ 350.353,66
Losse hagen Subtotaal Totaal
Renovatie groen
Groenbeheerplan 2022 - 2031
2.3
33
Boombeleid
2.3.1 Richtlijnen voor aanplant van bomen De duurzaamheid van een boom wordt voor een belangrijk deel bepaald door de manier waarop bij aanplant rekening is gehouden met de toekomstige grootte van de boom versus de plantplaats, de beschikbare ruimte en de juiste soortkeuze. Doordat bomen pas na jaren uitgroeien tot hun uiteindelijke omvang, worden de gevolgen van ‘verkeerde’ keuzes pas later duidelijk, in de volwassen fase van de boom. In de kernen van de gemeente Sluis leidt een tekort aan ondergrondse groeiruimte tot situaties waar overlast door wortelopdruk ontstaat. Door wortelkap en het herstraten van verharding kunnen deze locaties (tijdelijk) aangepakt worden. Dit vergt de nodige (financiële) inspanning en is altijd slechts een tijdelijke oplossing. Doordat de maatregel structureel opnieuw moeten worden uitgevoerd, gaat in veel gevallen door het verwijderen van wortels ook de levensverwachting van de boom achteruit. Daarom dient de boomkeuze al bij aanplant afgestemd te worden op de groeiplaats. De gemeente Sluis wil in het tijdspad van dit beheerplan de inrichtingseisen implementeren die zijn vastgelegd in het Handboek Bomen van het Norm Instituut Bomen. Dit handboek dient dan als leidraad voor de gemeente tijdens renovaties en reconstructies, maar kan ook als programma van eisen aangeleverd worden richting projectontwikkelaars.
Het intekenen van de eindfase van de boom in het ontwerp is bijvoorbeeld één van deze eisen. Zo is direct duidelijk of de uiteindelijke omvang van de boom past op de betreffende locatie. Tevens krijgen bewoners tijdens de ontwerpfase een beter beeld van het uiteindelijke beeld. Actiepunten: • Het van toepassing verklaren Handboek Bomen 2018 van het Norminstituut Bomen. 2.3.2 Klachten rondom bomen Bomen hebben een positieve invloed op de leefomgeving. Bewoners ervaren echter ook overlast van de gemeentelijke bomen. Voor de gemeente is het daarom belangrijk adequaat met klachten ten aanzien van bomen om te gaan. Enerzijds betekent dit dat de gemeente klachten behandelt en een constructieve oplossing zoekt. Anderzijds betekent dit dat de gemeente consequent met de klachten omgaat, zodat alle inwoners gelijk worden behandeld. Voor de omgang met klachten en meldingen zijn de volgende vragen van belang in de afweging voor het zoeken naar een passende oplossing ervoor: • Welke type klacht betreft het? •
Zijn er bepaalde locaties waar veel over wordt geklaagd?
•
Komen de klachten voort uit daadwerkelijk “onbeheerbare” probleemlocaties of worden deze vooral veroorzaakt door gebrekkige communicatie (voorlichting) over het beheer?
•
Is het uitgangspunt bij het oplossen van klachten altijd het behoud van de boom of dient de status (waarde) van de boom hierbij te worden beoordeeld?
•
Hoeveel tijd en geld kost het afhandelen van de klachten en meldingen?
In bijlage I is een beslisschema bijgevoegd voor de omgang met verschillende klachten en meldingen. Hierin is onderscheid gemaakt tussen de verschillende situaties en de status van de bomen binnen de gemeente.
34
Groenbeheerplan 2022 - 2031
2.3.3 Ziekte en aantastingen Ziekten en aantastingen in bomen zijn de laatste 2 decennia een steeds belangrijker thema geworden binnen het bomenbeheer. Enerzijds komt dit doordat het belang van bomen (maar ook van een veilig ruimtegebruik) steeds meer wordt onderkend. Anderzijds duiken door internationale handel en het veranderende klimaat steeds meer ziekten en aantastingen op in Nederland. Vrijwel bij elke boomsoort is tegenwoordig een ziekte en/of aantasting die ofwel ontsierend, dan wel overlast gevend of in het ergste geval dodelijk is voor de boom. Het is daarom van belang dat wordt geïnventariseerd welke ziekten en aantastingen de grootste impact (kunnen) hebben op het dagelijks boombeheer. Ziekten en aantastingen zijn grofweg op te delen in de volgende 4 categorieën, elk met eigen gevolgen voor de boom en voor de omgeving. Veiligheid omgeving: • Massaria (plataan, uitbreken gesteltakken) •
Kastanje bloedingsziekte (paardenkastanje, uitbreken gesteltakken)
•
Watermerkziekte (wilg, dode takken takval)
•
Wilgenhoutrups (wilg en populier, stabiliteit stamvoet door vraat)
Overlast • Eikenprocessierups (zomer- en wintereiken, brandharen veroorzaken jeuk en zwelling). De eikenprocessierups is in de gemeente nog niet waargenomen. •
Luis (voornamelijk linde, plak door roetdauw)
•
Bastaardsatijnrups / Bastaardsatijnvlinder: met name in de duinen, maar ook in enkele kernen aanwezig. Waar mogelijk / nodig wordt deze binnen de kernen Sluis, Cadzand en Breskens bestreden.
Ontsierend • Kastanje mineermot (paardenkastanje, bruinverkleuring bladeren) •
Kastanje bloedingsziekte (paardenkastanje, bruine vlekken en afstervende bast)
Boombedreigend • Iepziekte (iep, afsterven boom) •
Watermerkziekte (wilg, insterven kroon)
•
Essensterfte (gewone es, afsterven takken)
•
Kastanje bloedingsziekte (paardenkastanje, afsterven boom)
•
Bacterievuur (aantasting van verschillende delen van de boom)
Binnen de gemeente Sluis hebben de volgende aantastingen van bomen en heesters specifieke aandacht: • Kastanjebloedingsziekte •
Luis
•
Bastaardsatijnrups / Bastaardsatijnvlinder
In bijlage II worden per aantasting de status, de specifieke aandachtspunten en de kosten beschreven.
Groenbeheerplan 2022 - 2031
35
2.4 Wegenbeleid Bij het wegenbeheer wordt onderscheid gemaakt in de technische kwaliteit en de beeldkwaliteit. De technische kwaliteit heeft betrekking op de lange termijn. Dit is opgenomen in het wegenbeheer. Beeldkwaliteit heef met name betrekking op het kortcyclisch onderhoud en is onderdeel van het integraal onderhoud gericht op een verzorgde openbare ruimte. Beeldkwaliteit: Onderhoud vindt plaats op basis van beeldkwaliteit, waarbij uitgegaan wordt van drie niveaus (conform CROW-publicatie 288). De onderhoudswerkzaamheden zijn gericht op netheid (blad en afval op verharding, onkruidgroei). Door deze systematiek ook voor verharding toe te passen wordt al het netheidsbeheer conform één systematiek uitgevoerd (zie afbeeldingen hieronder). De onkruidbeheersing op verharding vindt sinds 2016 chemischvrij plaats. Dit voert partner Dethon uit in een samenwerking tussen de gemeenten Hulst, Terneuzen en Sluis. Bij deze werkzaamheden worden mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ingezet. Deze onkruidbestrijdingswerkzaamheden worden gecombineerd met het vegen van de verharding, waardoor het beste resultaat behaald kan worden.
CROW heeft een algemene standaard ontworpen voor beheer op beeldkwaliteit. Deze drie afbeeldingen geven een voorbeeld van drie kwaliteitsniveaus (A, B en C). In deze afbeeldingen is het onkruidbeheer in tegelverharding zichtbaar gemaakt.
Kwaliteitsniveau A
Kwaliteitsniveau C
Kwaliteitsniveau B
36
Groenbeheerplan 2022 - 2031
2.5 Invasieve exoten Invasieve exoten zijn planten en dieren die van nature niet in een gebied thuis horen en daarnaast schade veroorzaken aan de biodiversiteit. Deze soorten vormen de laatste jaren een steeds groter probleem. In de gemeente Sluis steken Japanse duizendknoop en Reuzenberenklauw steeds meer de kop op. Komende jaren wordt actief ingezet op het beheersen en bestrijden van deze soorten. Hiervoor worden diverse methoden toegepast. Welke methoden wordt toegepast hangt per locatie sterk af van de situatie zoals de omgeving en de omvang van de beplanting.
2.6 Jacobskruiskruid Jacobskruiskruid is een algemene soort die in heel Nederland voorkomt. Het Basisrapport voor Rode Lijst vaatplanten 2012 dat in 2015 is gepubliceerd, laat zien dat de verspreiding van de soort is toegenomen sinds 1950. Wetenschappers vermoeden dat de massale bloei en toename van dit jaar te maken heeft met de droge zomers van de afgelopen jaren. Hierdoor zijn meer open plekken ontstaan in bermen, waar een pionierssoort als jacobskruiskruid gebruik van maakt. Ook kan het zijn dat de soort, door veranderd maaibeheer ten gunste van de biodiversiteit, vaker bloeiend wordt waargenomen. De toename van de soort wordt volgens wetenschappers verklaard door een combinatie van verschillende factoren. Jacobskruiskruid heeft zich voornamelijk op eigen kracht verspreid. Jacobskruiskruid is een inheemse soort die van nature in Nederland thuishoort en zeer waardevol is voor de Nederlandse biodiversiteit. Er zijn meer dan 150 Nederlandse soorten insecten bekend die de plant gebruiken als voedselplant, waaronder meerdere Rode Lijst-soorten. Naast de functie als voedselleverancier is jacobskruiskruid ook voor meer dan 30 soorten de plant die wordt gebruikt voor de voortplanting (waardplant). Jacobskruiskruid produceert zogenaamde pyrrolizidine alkaloïden (PA’s), net als een groot aantal andere inheemse plantensoorten.
PA’s zijn niet direct giftig, maar worden omgezet in giftige pyrrolen in de lever. PA’s zitten in de hele plant, met de hoogste concentratie in de bloemen. In het veld wordt jacobskruiskruid niet gegeten door grazende dieren vanwege de bittere smaak. In gekuild gras en hooi verliest het de bittere smaak waardoor dieren het toch kunnen binnenkrijgen. Pyrrolen tasten de lever aan, zowel door het eten van veel planten in korte tijd (acute vergiftiging) als door het eten van kleinere hoeveelheden gedurende een langere periode (chronische vergiftiging). Jacobskruiskruid kan vooral gevonden worden in de duinen, (natuur)weides, zandige wegbermen, dijken of andere (natuur)gebieden met een zandige, voedselarme en meestal droge ondergrond. Een verbod op het in bloei laten komen van jacobskruiskruid lijkt onbegonnen werk. In tegenstelling tot de akkerdistel is jacobskruiskruid geen storingsplant en komt hij in veel binnen de gemeente grenzen in verschillende vegetatietypen voor. In bijna alle wegbermen, min of meer natuurlijk beheerde graslanden/ gazons en natuurlijke vegetaties komt de plant voor. Het ter bestrijding van jacobskruiskruid maaien van al die terreinen zal tot een kostenpost leiden. Ondanks dit arbeidsintensieve proces en bijbehorende kosten, wil de Gemeente Sluis hier toch proactief instaan en de eigenpercelen in juli maaien om verspreiding via zaad te voorkomen c.q.
te reduceren. Mede door deze actie, proberen we de onkosten te verlagen voor de terreinbeheerder die afhankelijk is van het perceel voor begrazing en of verzamelen van hooi.
Groenbeheerplan 2022 - 2031
37
3. Aandachtspunten openbare ruimte 3.1
Zorgplicht en boombeheer
3.1.1 Zorgplicht en bomen De boomeigenaar is volgens de Nederlandse wetgeving verantwoordelijk voor het voldoende zorg besteden aan zijn bomenbestand. Deze zorgplicht rust in de praktijk op drie pijlers: • Boomverzorging: De boomeigenaar dient zijn bomen structureel, professioneel en met regelmaat te beheren, zodat de kans op ongevallen (naar alle redelijkheid) kan worden verkleind. •
Boomcontrole: Naast de boomverzorging dienen bomen regulier te worden geïnspecteerd op veiligheid. Hierbij worden visueel alle relevante gebreken geïnventariseerd en worden passende boomverzorgende maatregelen uitgevoerd. Eventueel dient een boom nader te worden onderzocht. De benodigde inspectiefrequentie is niet wettelijk vastgelegd maar dient te worden afgestemd op het bomenbestand en de gevaarzetting van de boom.
•
Registratie: Als laatste is het voor de boomeigenaar niet alleen van belang dat hij zorgvuldig onderhoud pleegt en zijn bomen controleert op veiligheid, maar dat hij ook een goede schriftelijke of digitale registratie heeft waaruit blijkt dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan.
Voor de uitvoering van de boomcontrole (VTA inspectie) worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Bomen met een normale gevaarzetting worden eens per 3 – 5 jaar gecontroleerd •
Bomen met een verhoogde gevaarzetting (volwassen bomen langs doorgaande wegen) en attentiebomen worden jaarlijks gecontroleerd
•
Registratie van de inspectie vindt plaats in een vernieuwd beheerprogramma. De onderhoudstoestand (beeld / achterstallig / verwaarloosd) is het uitgangspunt voor het opstellen van een accuraat maatregelenplan. Hierdoor sturen we op nut en noodzaak, waardoor efficiënt onderhoud plaats kan vinden.
•
De inspectiecyclus en de onderhoudscyclus zijn op elkaar afgestemd.
3.1.2 Boomonderhoud Structureel en professioneel uitgevoerd boomonderhoud is van groot belang voor een duurzaam bomenbestand. Door goed uitgevoerd onderhoud wordt: • De veiligheid van het bomenbestand verhoogd; •
Het aantal klachten verminderd;
•
De levensduur van de boom verlengd;
•
Schade voorkomen;
•
De voorspelbaarheid van de onderhoudskosten verhoogd.
Goed boomonderhoud houdt in: • Professioneel uitgevoerd; •
Tijdig uitgevoerd;
•
Periodiek / cyclisch uitgevoerd.
38
Groenbeheerplan 2022 - 2031
Jonge bomen hebben begeleidingssnoei nodig
Bij volwassen bomen is onderhoudssnoei van toepassing
3.1.3 Snoeionderhoud Binnen boomonderhoud worden grofweg 2 verschillende snoeifasen onderscheiden. Hierbij zijn zowel de omgeving van de boom als de levensfase van de boom van belang. Begeleidingssnoei (circa 4750 bomen) Bij begeleidingssnoei ligt de prioriteit bij het verwijderen van takken of vertakkingspatronen die problemen geven voor de ontwikkeling van een goede (takvrije) stam en een stabiele kroon. Belangrijk is dat er tijdig wordt begonnen met begeleidingssnoei en dat deze regulier wordt uitgevoerd, zodat snoeiwonden klein blijven en zich geen noodgroei (waterlot) vormt. Doordat per keer weinig wordt gesnoeid, is het noodzakelijk met een hogere frequentie te snoeien en zodoende ook toekomstige problemen tijdig te signaleren. Een cyclus van eens per 2-3 jaar begeleidingssnoei is aan te bevelen. Onderhoudssnoei (circa 8.900 bomen) Onderhoudssnoei wordt toegepast als het eindbeeld is bereikt. De bomen verkeren dan doorgaans in de volwassen- of veterane fase. De blijvende kroon is reeds gevormd en de nadruk ligt dan ook op het verwijderen en/of corrigeren van nieuw gevormde probleemtakken. Een cyclus van eens per 4 - 5 jaar onderhoudssnoei is aan te bevelen. 3.1.4 Onderhoudsplanning Het is van belang dat het boomonderhoud zodanig wordt uitgevoerd dat bomen hun volwassen leeftijd kunnen bereiken, zonder overlast te veroorzaken.
Hiervoor is een adequaat snoeibeheer noodzakelijk dat is gebaseerd op de onderhoudsbehoefte van de boom. Door bomen volgens een vaste cyclus te snoeien worden achterstanden voorkomen, worden kosten voorspelbaar en is het boomonderhoud in grote mate planmatig te organiseren. Voor het boomonderhoud beschikt de gemeente op dit moment nog niet over een contract waarmee dit voor meerdere jaren aan één partij is gegund. Omdat dit zowel organisatorisch als financieel voordeel biedt, gaat de gemeente de komende jaren een contract opstellen. Een aantal aspecten zijn bepalend voor de wijze waarop dit contract vormgegeven wordt: • Regie: Wil de gemeente mede bepalen wanneer wat gesnoeid wordt, of ligt deze verantwoordelijkheid bij de opdrachtnemer? •
Werkzaamheden: Welke werkzaamheden wil de gemeente in de markt zetten binnen het contract?
Groenbeheerplan 2022 - 2031
39
Een definitief antwoord op bovenstaande vragen moet nog bepaald worden. Afhankelijk van de afweging kan gekozen worden tussen: RAW-raamovereenkomst Met een raamovereenkomst houdt u regie en kunt u afhankelijk van de resultaten uit de boomveiligheidscontrole sturen op uitvoering van werkzaamheden. Daarbij heeft u onafhankelijk van de hoeveelheid uit te voeren werk vaste prijsafspraken voor elke werkzaamheid. De aannemer reikt deze prijzen bij inschrijving namelijk per werkhandeling aan. Zo kunt u ook flexibel omgaan met verrekening van meeren minderwerk van de daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden. Tevens biedt een raamovereenkomst u de mogelijkheid pieken af te vlakken / verschuiven, waardoor binnen de gesteld budgetruimte gewerkt kan worden. Verantwoordelijkheid bij de aannemer Bepaalde contractvormen leggen meer verantwoordelijkheid bij de aannemer. Voor deze contractvorm geldt dat de opdrachtnemer (bij een langere looptijd) baat heeft bij kwalitatieve snoei (niet alles afraffelen, anders moet hij sneller terug, wat hem geld kost). De kwaliteit van het bomenbestand neemt hierdoor op lange termijn toe, terwijl het aantal klachten afneemt. De gemeente wordt ontzorgd.
Probleemtakken wegsnoeien
Dode en aangetaste takken horen verwijderd te worden
Voor beide vormen geldt dat zowel de visuele boomcontrole, snoeimaatregelen als aanvullende werkzaamheden in de contracten opgenomen kunnen worden. Actiepunten: • Opstellen contract boomonderhoud met als uitgangspunt het beter benutten van het beheerprogramma
3.2
Toepassing chemische middelen
Tot 2016 maakte de gemeente Sluis voor de onkruidbeheersing gebruik van chemische middelen met de werkzame stof glyfosaat (merknaam middel bijv. Roundup). Vanaf 31 maart 2016 is in Nederland het gebruik op verharding niet meer toegestaan. Professioneel gebruik op onverharde terreinen is vanaf 1 november 2017 niet meer toegestaan. Inmiddels zijn diverse chemischvrije methoden voor onkruidbeheersing op verharding mogelijk. De gemeente Sluis heeft in samenwerking met de buurgemeenten Hulst en Terneuzen gekozen voor de methoden borstelen en hete lucht. De werkzaamheden worden uitgevoerd door medewerkers die instromen vanuit de Participatiewet. Dethon zorgt voor de opleiding en begeleiding van deze medewerkers. In beplanting is alleen aanvullende mechanische / handmatige onkruidbeheersing een optie als alternatief voor chemische bestrijding. Inmiddels vindt chemische bestrijding in beplanting zeer beperkt plaats ten
40
Groenbeheerplan 2022 - 2031
behoeve van het bestrijden van invasieve exopten. Naast het aanpassen van de bestrijdingsmethoden zijn ook preventieve maatregelen mogelijk: Aanpassen huidige inrichting Door andere materialen/ beheertypen toe te passen neemt de benodigde inzet van personeel, materieel en chemische middelen af. Een financiële inspanning voor eenmalige investeringen in inrichting / kwaliteit worden daardoor op termijn terugverdiend door voordeliger beheer. Door de omvorming van groen wordt hier al op ingespeeld, ook de inrichting van verharding kan hierop afgestemd worden. Eisen stellen aan inrichting openbare ruimte Door duidelijke eisen te stellen aan de inrichting van de openbare ruimte (zowel groen, verharding, verkeersborden e.d.) worden locaties waar onkruidgroei overmatige kansen krijgt voorkomen. Om de duidelijke eisen vorm te geven, zal er tijdens de looptijd van dit beheerplan groen een separaat programma van eisen worden opgesteld voor de openbare ruimte. Veegbeheer Door regelmatig te vegen wordt de voedingsbodem voor onkruiden over verharding weggenomen. Jaarlijks vinden circa 6 veegrondes plaats. Markten en dergelijke worden frequenter geveegd.
Door de veegwerkzaamheden af te stemmen op bijvoorbeeld het onkruidbeheer op verharding, het ruimen van blad, de maaiwerkzaamheden en het knippen van de hagen wordt voorkomen dat (afgestorven) plantaardig materiaal in de openbare ruimte achter blijft.
Groenbeheerplan 2022 - 2031
41
4. Integraal beheer In de openbare ruimte komen verschillende inrichtingselementen voor die allemaal hun eigen specifieke onderhoud vragen. Voor het totaalbeeld van de openbare ruimte zijn de elementen echter niet los van elkaar te beoordelen. Daarom wordt in dit hoofdstuk het gewenste verzorgingsbeeld voor de totale openbare ruimte vastgelegd inclusief bijbehorend beheerregime en financiële onderbouwing.
4.1
Integraal beheer
Interne afstemming over werkzaamheden tussen verschillende disciplines is een meerwaarde bij het effectief onderhouden van de openbare ruimte. Denk bijvoorbeeld aan het knippen van hagen voordat een veegronde plaatsvindt. Op deze manier wordt snoeiafval in het straatbeeld beperkt. De verschillende vakspecialisten van de gemeente hebben regelmatig overleg over de planning van hun uit te voeren werkzaamheden en kunnen hierdoor werken beter op elkaar afstemmen. Toch is het vanuit vaktechnische achtergronden niet altijd mogelijk werkzaamheden met elkaar te combineren, vaak omdat dit ten koste gaat van de productiesnelheid. Bij renovaties wordt echter wel zoveel mogelijk samenwerking gezocht met andere disciplines zodat de gehele openbare ruimte in één keer kan worden aangepakt. Hiermee kunnen kosten gespreid/verminderd worden en wordt de overlast voor omwonenden beperkt tot één moment. Om deze samenwerking tussen verschillende disciplines goed te laten verlopen is een planning van de te renoveren locaties van groot belang. Elke discipline heeft voor zijn elementen een renovatielijst beschikbaar die vervolgens met elkaar worden vergeleken. Het bijhouden van deze renovatielijst is essentieel voor een goede afstemming van de te renoveren locaties.
4.2
Beeldkwaliteit
De gemeente vindt het belangrijk dat gebieden met dezelfde functie (woonwijken, centrumgebieden, bedrijventerreinen of buitengebied) in alle kernen een vergelijkbare verzorgingsbeeld hebben. Omdat een plantsoen in het ene centrum sneller vervuilt dan in een ander centrum, wil de gemeente dat het onderhoud plaatsvindt naar behoefte. Beeldgericht beheer Bij beeldgericht werken staan niet de werkzaamheden centraal, maar het resultaat van de werkzaamheden. Het gewenste resultaat is vastgelegd, de werkzaamheden zijn hierop afgestemd (bij groeizaam weer frequenter onkruid bestrijden). Beeldgericht werken heeft hiermee als voordeel dat de beeldkwaliteit van de openbare ruimte meer continu is, pieken en dalen zoals bij frequentiegericht beheer (vaste frequentie per jaar per werkzaamheid) komen niet voor. Integrale beheercatalogus Om te bepalen wanneer het verzorgingsbeeld behaald/niet meer behaald wordt, zijn in de “Integrale beheercatalogus gemeente Sluis” de kwaliteitsniveaus (A, B en C) omschreven. Bij elke beheergroep zijn per kwaliteitsniveau normen en eisen aangegeven waaraan het element moet voldoen. Het beheer dat nodig is om het gewenste beeld te behalen wordt omschreven in beeld- en werkhandelingen, bijvoorbeeld maximale hoogte van onkruid is 30 centimeter of het knippen met een scherpe snede.
Handleiding integrale beheercatalogus De integrale beheercatalogus wordt voor verschillende doeleinden ingezet. Allereerst natuurlijk bij de uitvoering van het beheer door de eigen dienst of aannemer. Daarnaast is de catalogus een middel in de communicatie met politiek en burgers.
42
Groenbeheerplan 2022 - 2031
Voorbeeld kwaliteitsniveau A, stamopschot en worteluitlopers
Voorbeeld kwaliteitsniveau B, stamopschot en worteluitlopers
Voorbeeld kwaliteitsniveau C, stamopschot en worteluitlopers Uitvoering beheer: Voor de uitvoering van het beheer volgens de kwaliteitsniveaus, zijn de beeldnormen uit de beheercatalogus 1 op 1 vertaald naar een RAW beeldbestek of prestatiebestek. De gemeente kan dan zowel met de eigen dienst als met aannemers afspraken maken over het beheer van de openbare ruimte. Vervolgens bepaalt de uitvoerende partij zelf wanneer en hoe bepaalde werkzaamheden uitgevoerd worden om het gewenst beeld te bereiken. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat in een warme zomer 6 keer geschoffeld wordt, terwijl in een regenachtige zomer wel 10 keer geschoffeld moet worden om hetzelfde resultaat te bereiken. Communicatie met politiek en burgers: Het in een beeld verwoorden van de kwaliteitsniveaus geeft ook handvatten in de communicatie richting politiek. De integrale beheercatalogus maakt het mogelijk nog duidelijkere afspraken te maken over het te verwachten verzorgingsbeeld. Daarnaast kan bij een gewenste wijziging van het kwaliteitsniveau eenvoudig worden aangegeven welke gevolgen dit heeft voor het verzorgingsbeeld. Burgers kunnen bijvoorbeeld zelf controleren of het groen in de straat aan de afgesproken beeldkwaliteit voldoet. De gemeente kan hiervoor de integrale beheercatalogus op de website plaatsen.
43
Groenbeheerplan 2022 - 2031
Begeleiding uitvoering Tijdens de uitvoering wordt gemiddeld 1 keer per vier weken steekproefsgewijs gecontroleerd of de openbare ruimte voldoet aan het afgesproken kwaliteitsniveau. Meetmethodiek: Om de controle uit te voeren is de openbare ruimte onderverdeeld in meetvlakken. De toezichthouder beoordeelt elke toezichtronde een aantal meetvlakken. De constateringen van de toezichthouder worden opgenomen in het gemeentelijk beheersysteem. Wanneer een van te voren bepaald percentage van het oppervlakte niet voldoet aan het gewenste kwaliteitsniveau, kan de gemeente (bij uitbestede werken) aan de uitvoerende partij een boetebedrag opleggen. In de praktijk wordt (bij uitbestede werken) de uitvoerende partij vaak gevraagd de achterstand te herstellen, zo niet wordt alsnog de boete opgelegd.
4.3
Financiële paragraaf
In deze paragraaf zijn de huidige budgetten en de benodigde middelen (afhankelijk van gewenste kwaliteit en methoden) naast elkaar gezet. De benodigde middelen zijn gebaseerd op de voorkeursvariant 2. In bijlage IV zijn in totaal drie varianten opgenomen, waarin de beeldkwaliteit in de diverse gebiedstypen varieert. 4.3.1 Onderhoudsbudgetten Voor de diverse onderhoudswerkzaamheden zijn onderstaand de budgetten opgenomen (begroting 2022, in tabellen doorkijk naar 2022 - 2031). Vervolgens is ingegaan op het benodigd budget op basis van beleidsuitgangspunten en keuzes gewenste kwaliteit. Groenonderhoud Onderstaand is het budget voor het onderhoud van het groen opgenomen (incl. uren en begraafplaatsen).
Beschikbaar budget (exploitatie)
2022
2023
2024
2025
2026
€2.302.307
€ 2.345.800
€ 2.391.050
€ 2.438.848
€ 2.485.465
2027
2028
2029
2030
2031
€ 2.522.984
€ 2.561.104
€ 2.599.833
€ 2.639.183
€ 2.679.162
Onderstaand zijn de kosten van de 3 varianten opgenomen. De toelichting op deze bedragen treft u aan op pagina 57 en verder. De varianten gaan uit van chemischvrij beheer (door afrondingen treden kleine verschillen op met de onderstaande bedragen en de genoemde bedragen op pagina 57 en verder). In de gemeente worden diverse nieuwe projecten gerealiseerd. Nog niet gerealiseerde projecten worden t.z.t. apart opgevoerd in de kadernota (areaaluitbreiding). Varianten Variant 1
Kosten 2022 Verhogen van de beeldkwaliteit op representatieve plekken (begraafplaatsen, centra en ontsluitingswegen)
€ 2.466.676
Variant 2
Huidige beeldkwaliteit handhaven op basis van de benodigde budgetten
€ 2.305.304
Variant 3
Besparing door verlaging van de beeldkwaliteit op bedrijventerreinen
€ 2.267.959
Indien gekozen wordt voor de voorkeursvariant 2 zijn onderstaande budgetten benodigd om het groenonderhoud de komende jaren uit te voeren.
44
Groenbeheerplan 2022 - 2031
Benodigd budget (exploitatie)
2022
2023
2024
2025
2026
€ 2.305.304
€ 2.351.331
€ 2.399.688
€ 2.450.555
€ 2.501.232
2027
2028
2029
2030
2031
€ 2.542.051
€ 2.583.524
€ 2.625.661
€ 2.668.471
€ 2.711.967
Onkruidbestrijding op verharding Onderstaand is het budget voor onkruidbeheersing op verharding voor de komende jaren weergegeven.
Beschikbaar budget (exploitatie)
2022
2023
2024
2025
2026
€ 261.000
€ 265.900
€ 270.200
€ 274.500
€ 278.900
2027
2028
2029
2030
2031
€ 283.362
€ 287.896
€ 292.502
€ 297.182
€ 301.937
Onkruidbestrijding op verharding wordt op dit moment chemischvrij uitgevoerd door in de samenwerking met de drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten en Dethon vanuit de Participatiewet mensen een baan te bieden. Hiervoor is een algemene prijsafspraak gemaakt van €0,13 p/m2 (kwaliteitsniveau B) voor geheel Zeeuws Vlaanderen. Het benodigde bedrag zal tijdens dit tijdspad van het beheerplan mee fluctueren met eventuele areaaluitbreidingen.
Benodigd budget (exploitatie)
2022
2023
2024
2025
2026
€ 260.950
€ 265.647
€ 269.897
€ 274.216
€ 278.603
2027
2028
2029
2030
2031
€ 283.061
€ 287.590
€ 292.191
€ 296.866
€ 301.616
Snoeionderhoud bomen Voor het snoeionderhoud van bomen is momenteel geen specifiek budget aanwezig. Deze werkzaamheden zijn onderdeel van het renoveren van het groen. Het budget is als totaalbedrag opgenomen. Van dit totaalbedrag is € 100.000,- gereserveerd voor het onderhoud van bomen. Dit komt overeen met het benodigd budget.
Benodigd budget (exploitatie)
2022
2023
2024
2025
2026
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
2027
2028
2029
2030
2031
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
4.3.2 Renovatie, omvorming, vervanging Groen Openbaar groen is aan slijtage onderhevig. Door tijdig te vervangen blijft de beeldkwaliteit op orde. Voor het renoveren van groen en het snoeionderhoud van bomen is in totaal € 446.400 gereserveerd. Hiervan is € 100.000,00 benodigd voor het snoeionderhoud. Het resterende bedrag is bestemd voor renovaties.
45
Groenbeheerplan 2022 - 2031
Beschikbaar budget (exploitatie)
2022
2023
2024
2025
2026
€ 346.400
€ 354.900
€ 362.200
€ 369.600
€ 377.100
2027
2028
2029
2030
2031
€ 384.733
€ 392.489
€ 400.369
€ 408.375
€ 416.509
Theoretisch is bepaald dat voor de renovatie van het huidige groen jaarlijks een budget van €350.353 benodigd is. De onderbouwing hiervoor is weergegeven in de tabel op de pagina 32.
Benodigd budget (exploitatie)
2022
2023
2024
2025
2026
€ 350.353
€ 358.459
€ 365.794
€ 373.247
€ 380.819
2027
2028
2029
2030
2031
€ 388.512
€ 396.328
€ 404.270
€ 412.338
€ 420.535
Het tekort in 2022 en de daarop volgende jaren vindt zijn oorzaak in de middelen voor renovatie groen en planmatig onderhoud bomen. Verwacht wordt dat door de verkoop van snippergroen, het te onderhouden oppervlakte groen zal afnemen en het tekort opgevangen kan worden binnen het beschikbare budget.
46
4.4
Groenbeheerplan 2022 - 2031
Samenvatting beheerregime en begroting
In de vorige paragraaf is uitgebreid ingegaan op de kosten. Op basis van deze overzichten en de varianten in het keuzedocument zijn 3 varianten / doorrekeningen in de bijlage opgenomen. Deze hebben betrekking op het groenonderhoud. U heeft de volgende keuzes: De keuze voor één van de drie varianten is afhankelijk van de afweging tussen: • Beeldkwaliteitsniveau A, B of C / Gewenste beeldkwaliteit •
Beeldkwaliteitsniveau B / Beschikbare budgetten
Momenteel geldt voor deze keuzemogelijkheden: • Het gewenste beeld is vastgelegd in de beheercatalogus. Het intensiteit van het beheer is afgestemd op het te realiseren kwaliteitsniveau. •
Met de beschikbare budgetten is het uitgangspunt om kwaliteitsniveau B te realiseren.
Samenvatting: Variant 1 sluit het best aan bij het representatieve beeld dat bij de gemeente Sluis past. Hierin hebben begraafplaatsen, centra en ontsluitingswegen een hogere beeldkwaliteit. Deze variant sluit daarmee aan op de meest optimale uitstraling met oog op recreatie en cultuurhistorie. De beschikbare middelen zijn momenteel voor deze varianten niet toereikend (extra benodigd budget ca. € 161.371 ten opzichte van huidig beheer). Variant 2 is op basis van de momenteel beschikbare/benodigde budgetten in relatie tot de huidige beeldkwaliteit het meest realistisch. De beeldkwaliteit blijft in deze variant gelijk aan het huidige beeldniveau Variant 3 resulteert in een verlaging van de beeldkwaliteit op bedrijventerreinen. De intensiteit van het onderhoud neemt af. De beeldkwaliteit van bedrijventerreinen is minder bepalend voor de algehele uitstraling van de gemeente. Het heeft wel een nadelige uitwerking op de uitstraling van de bedrijven. Het doorvoeren van deze wijziging resulteert in een besparing van € 37.346.
Groenbeheerplan 2022 - 2031
BIJLAGEN
47
48
Groenbeheerplan 2022 - 2031
Bijlage I Klacht / melding
Actie bij waardevolle bomen
Actie bij bomen in structuren
Actie bij overige bomen
Bladval
Blad van verhardingen verwijderen
Blad van verhardingen verwijderen
Blad van verhardingen verwijderen
Vallen vruchten (bomen in verharding)
Extra schoonmaak verhardingen
Extra schoonmaak verhardingen
Extra schoonmaak verhardingen, bij extreme overlast bomen verwijderen
Vallende vruchten (bomen in gras/beplanting)
Niets
Niets
Niets
‘Druipen’ van bomen
Luisbestrijding
Luisbestrijding
Niets
Allergieklachten
Niets
Niets
Niets
Niet schadelijke insecten
Niets
Niets
Niets
Beperkte toetreding zon/ licht
Eventueel snoeimaatregelen (wanneer nuttig en verantwoord)
Eventueel snoeimaatregelen (wanneer nuttig en verantwoord)
Bij extreme overlast bomen verwijderen
Belemmering uitzicht (niet verkeerstechnisch)
Eventueel snoeimaatregelen (wanneer nuttig en verantwoord)
Eventueel snoeimaatregelen (wanneer nuttig en verantwoord)
Eventueel snoeimaatregelen (wanneer nuttig en verantwoord), bij extreme overlast bomen verwijderen
Schade door wortels (bijvoorbeeld opdruk)
Herstraten en boomtechnische maatregelen treffen (bijvoorbeeld groeiplaatsverbetering), nooit wortelkap
Wortelkap, herstraten en boomtechnische maatregelen treffen (bijvoorbeeld groeiplaats verbetering)
Bij extreme overlast bomen verwijderen en vervangendoor een passende boomsoort
Laaghangende takken
Eventueel snoeimaatregelen (wanneer nuttig en verantwoord)
Eventueel snoeimaatregelen (wanneer nuttig en verantwoord)
Eventueel snoeimaatregelen (wanneer nuttig en verantwoord), bij extreme, niet te verhelpen overlast: boom verwijderen
Vallende takken (risico schade voorkomen aan eigendom derden)
Opruimen, snoeien
Opruimen, snoeien
Opruimen, snoeien
Schadelijke insecten
Passende maatregelen treffen
Passende maatregelen treffen
Wanneer maatregelen onevenredig duur zijn dan kan de boom worden verwijderd
Bomen groeien tegen gebouwen (risico schade voorkomen aan eigendom derden)
Eventueel snoeimaatregelen (wanneer nuttig en verantwoord)
Eventueel snoeimaatregelen (wanneer nuttig en verantwoord)
Wanneer snoeimaatregelen geen duurzame oplossing bieden: boom verwijderen
Belemmering uitzicht (verkeerstechnisch)
Snoeien
Snoeien
Snoeien
Zonnepanelen (zon wordt weggenomen)
Geen maatregelen buiten reguliere snoei
Eventueel snoeimaatregelen (wanneer nuttig en verantwoord)
Snoeimaatregelen (wanneer nuttig en verantwoord), rooien bomen in bosplantsoen bij behoud groenbeeld
Groenbeheerplan 2022 - 2031
49
50
Groenbeheerplan 2022 - 2031
Bijlage II
EIKEN PROCESSIE RUPS Betreffende boomsoorten: Vooral zomereik (Quercus robur). In mindere mate Quercus petrea, Quercus rubra, Quercus cerris en Quercus frainetto. Status: Sinds 1991 in Nederland. Verspreiding inmiddels door geheel het land, uitgezonderd Friesland, Zeeland en Groningen. Bestrijding richt zich niet op uitroeiing, maar op het beperken van de overlast. Juridische status: Valt niet binnen zorgplicht bomen. Boombeheerder en/of wegbeheerder kan echter aansprakelijk worden gesteld voor “onrechtmatige daad”. Status gemeente Sluis: De eikenprocessierups is nog niet waargenomen in de gemeente Aard aantasting: Plaaginsect. Gevaar voor de volksgezondheid. Voorgeschiedenis: De eikenprocessierups is een vlindersoort die zich noordwaarts heeft verspreid vanuit Zuid Europa. Eerst werd aangenomen dat het insect de koude winters niet kon overleven. Dit blijkt wel het geval. Sinds 2 jaar is ook bekend dat de processievlinder nesten onder de grond aan de stamvoet van eikenbomen maakt, om de nesten zowel tegen extreme kou als hitte te beschermen. Gevolgen: De rups heeft brandharen die een allergische reactie veroorzaken. Dit kan leiden tot jeuk, pijn en tot kortademigheid bij inademen van de brandharen. Periode overlast: Half mei tot eind juni. Doordat de haren niet verteren kan ook buiten dit seizoen overlast ontstaan. Bestrijding: Er zijn verschillende methoden van bestrijding.
Branden, zuigen en wegnemen van nesten zijn hierbij de meest gebruikten. Er kan ook met een bacteriepreparaat worden gespoten. Nadeel hiervan is dat ook rupsen van andere vlindersoorten worden aangetast. Sinds kort is er een methode waarbij nemathoden (aaltjes) worden ingezet. Deze methode bevindt zich momenteel in de testfase. Financiële onderbouwing: Jaarlijkse bestrijding kost ca. € 7,- per boom. PAARDENKASTANJE BLOEDINGSZIEKTE Betreffende boomsoorten: Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum). De “Baumannii” variant wordt hiervan het meest aangetast. In mindere mate ook de Aesculus carnea en Aesculus flava. Status: Sinds 2002 massaal waargenomen in Nederland. De meeste bomen zijn aangetast in de Randstad, maar ook in overige delen van het land zijn veel bomen aangetast. Er lijkt de laatste jaren sprake te zijn van enige stabilisatie van de ziekte. Juridische status: Valt onder verhoogde zorgplicht. Aard aantasting: Bacterie. Cambiumsterfte waarna bastafsterven van de gehele boom. Voorgeschiedenis: De paardenkastanje bloedingsziekte heeft zich massaal verspreid in de laatste 10 jaar. Werkgroep Aesculaap (Universiteit Wageningen) heeft de ziekte onderzocht en de ziekte veroorzakende bacterie aangetoond. Verschillende behandelmethoden (waaronder behandelen met citroenzuur- en knoflook preparatenzijn niet succesvol gebleken.
Gevolgen: De bacterie veroorzaakt bloedingen in het cambiumweefsel van de boom. Op termijn sterft de gehele bast af, waardoor de boom sterft. Ook kunnen bomen worden aangetast door hout parasitaire schimmels. Hierdoor kunnen (met name) takken uitbreken. Periode overlast: De bloedingen zijn het meest zichtbaar in het groeiseizoen. In principe is er geen overlast. Wel kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan door het uitbreken van aangetaste takken. Bestrijding: (Nog) geen bestrijding mogelijk. Bomen dienen met een verhoogde inspectiefrequentie te worden geïnspecteerd om gevaarlijke situaties te voorkomen. Daarnaast dienen snoeiwerkzaamheden zoveel mogelijk te worden beperkt. Plan van aanpak: Alle gemeentelijke kastanjes worden jaarlijks geïnspecteerd, zodat onveilige situaties worden voorkomen. Indien een boom sterk is aangetast wordt deze geveld Financiële onderbouwing: Jaarlijkse inspectie ca. € 6,- per boom. Vellen zieke boom ca. € 300,- per boom. Jaarlijks benodigd budget
Groenbeheerplan 2022 - 2031
51
KASTANJEMINEERMOT Betreffende boomsoorten: Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum). Status: Een Aziatisch insect dat waarschijnlijk sinds 1985 in Europa aanwezig is. De mot veroorzaakt bruinverkleuring en afsterven van het blad. Juridische status: Geen. Aard aantasting: Bladmoes etende bacterie. Voorgeschiedenis: Sinds de jaren ’80 is de kastanjemineermot in Nederland aanwezig. Voorheen dacht men dat de kastanjemineermot verband hield met de aantasting van bloedingsziekte. Uit onderzoek blijkt echter geen verband. Gevolgen: Door afsterven van het blad vanaf het midden van de zomer wordt de kroon ontsierd. Wanneer de conditie van de boom verminderd is kan de aantasting een aanslag zijn op de energievoorraad van de boom. Periode overlast: Begin juli tot de herfst. Geringe overlast door vervroegde bladval. Bestrijding: Actieve bestrijding van de mot is niet mogelijk. Omdat de larven overwinteren in het afgevallen blad kan het succesvol zijn het blad zoveel mogelijk te verwijderen. Financiële onderbouwing: Opruimen van bladafval (voor bomen in plantsoen en gras) ca. € 6,- per boom. Groeiplaatsverbetering (voor bomen met matige conditie) ca. € 400,- per boom IEPZIEKTE Betreffende boomsoorten: Iep (Ulmus). Met name de oude rassen (onder meer laevis, minor, glabra, hollandica belgica) Status: De iepziekte is reeds 100 jaar aanwezig in Nederland.
Sinds de jaren ’70 is er een meer agressieve variant van de schimmel die ook voorheen resistente klonen van de soort aantast. De schimmel kan zich door middel van de iepenspintkever van boom tot boom verspreiden. Juridische status: Valt onder wetgeving. Opgenomen in APV. Aard aantasting: Schimmel. De schimmel wordt door de iepenspintkever verspreid waardoor deze zich in de houtvaten kan verspreiden. Voorgeschiedenis: De schimmel is sinds 1917 in Nederland. Na de tweede wereldoorlog zijn veel verschillende resistente cultivars aangeplant (waaronder Clusius, Plantijn, Commelin) die na het opduiken van een meer agressieve variant van de schimmel in 1971, toch ziek bleken te worden. De laatste 20 jaar is men bezig met het ontwikkelen van nieuwe, beter resistente soorten. Daarnaast is er een vaccin ontwikkeld waardoor de boom jaarlijks beschermd is tegen de ziekte. Gevolgen: De boom sluit na aantasting zijn eigen houtvaten af, waardoor de kroon verwelkt. Vervolgens sterft de boom af. Dode bomen kunnen als broedboom dienst doen voor de nesten van de kevers. Ook door wortelcontact met andere iepen kunnen bomen ziek worden. Periode overlast: De bomen kunnen het gehele groeiseizoen, nádat de iepenspintkever actief wordt (begin mei) worden aangetast, tot aan de herfst. De aantasting brengt geen overlast met zich mee.
Bestrijding: Door de bomen regulier te inspecteren in het groeiseizoen kunnen zieke bomen bijtijds worden verwijderd, zodat andere bomen niet ziek worden door wortelcontact. Wanneer een zieke iep wordt geveld, dient deze te worden ontdaan van zijn bast. De bomen kunnen worden beschermd tegen iepziekte door deze jaarlijks te injecteren met het middel Dutch Trig. Financiële onderbouwing: Injecteren boom ca. € 30,- per boom. Vellen zieke boom ca. € 300,- per boom.
52
Groenbeheerplan 2022 - 2031
MASSARIA Betreffende boomsoorten: Plataan (Platanus oriëntalis, Platanus x Hispanica, Platanus occidentalis) Status: De ziekte is sinds 2004 in Nederland. In Zuid Europa komt de ziekte al langer voor. Het betreft een schimmel die voorkomt bij bomen vanaf 30 tot 40 jaar oud en de aanhechting van met name takken in de binnenkroon aantast en verzwakt. Juridische status: Valt onder verhoogde zorgplicht. Aard aantasting: Schimmel (parasitair). De schimmel verplaatst zich door de lucht en tast de takverankering aan de bovenzijde van de tak aan. Gevolgen: Door aantasting van de tak oksel kan de tak binnen enkele weken uitbreken, zonder dat dit vanaf de grond zichtbaar is. Periode overlast: Geheel het jaar, met name tijdens het groeiseizoen. De uitbrekende takken kunnen bij bomen langs parkeerplaatsen, wegen en andere drukke plaatsen leiden tot (letsel) schade. Bestrijding: Bestrijding van de schimmel is niet mogelijk. Bomen op risicovolle plaatsen dienen minimaal eens per jaar te worden gecontroleerd met een hoogwerker. Aangetaste takken dienen meteen te worden verwijderd. Financiële onderbouwing: Jaarlijkse controle met hoogwerker ca. € 80,- per boom. Benodigd jaarlijks budget: € 30.000,WATERMERKZIEKTE Betreffende boomsoorten: Alle wilgen (met name Salix alba) Status: De watermerkziekte is een verwelkingsziekte die al vele decennia in Nederland aanwezig is.
De ziekte blijft met name aanwezig omdat tot op de dag van vandaag gevoelig plantmateriaal wordt gebruikt. Juridische status: Valt onder verhoogde zorgplicht. Aard aantasting: Schimmelaantasting. Door de wind of door plantmateriaal verspreid. Voorgeschiedenis: De ziekte komt al decennia voor en tast vooral Salix alba aan. Er zijn rassen ontwikkeld die minder gevoelig zijn voor de aantasting. Gevolgen: Ontstaan van dood hout in de boom. Op termijn volledig afsterven van de boom. Periode overlast: Tijdens het groeiseizoen, wanneer de schimmel actief is. Bestrijding: Bestrijding is niet mogelijk. Bij een lichte aantasting kunnen de aangetaste takken worden verwijderd. Financiële onderbouwing: Snoeien. € 65,- per boom. Vellen € 300,- per boom LUIS Betreffende boomsoorten: Met name lindes (Tilia), eiken (Quercus), esdoorns (Acer) en beuken (Fagus) Status: Luizen komen al sinds mensheugenis voor op bepaalde typen bomen. De honingdauw die bladluis bij lindes veroorzaakt wordt met name op auto’s als grote overlast ervaren. Tijdens vaker voorkomende langere, hetere zomers neemt de overlast door bladluizen toe. Juridische status: Geen. Aard aantasting: Insect. Bladluis zuigt sappen uit het blad van de boom. De luizen scheiden hierdoor een plakkerig sap af. Voorgeschiedenis: In het verleden zijn bladluizen succesvol behandeld door de toepassing van de chemische verdelger Acefaat.
Dit middel is echter niet meer toegestaan. Door klimaatverandering is de activiteit van bladluizen toegenomen, met name gedurende hete zomers. Gevolgen: Doordat de luizen een plakkerig goedje afscheiden wordt de ondergrond vies. Door het schimmelen van de honingdauw ontstaat roetdauw, wat met name op auto’s voor een laag zorgt die moeilijk te verwijderen is. Periode overlast: Mei t/m augustus, afhankelijk van de temperatuur en de vochtigheid. Bestrijding: Ophangen van zakjes met de larven van de lieveheersbeestjes in de boomkronen. Daarnaast het injecteren van een knoflookpreparaat. Financiële onderbouwing: Lieveheersbeestjes bestrijding. € 90,- per boom
Groenbeheerplan 2022 - 2031
53
WILGENHOUTRUPS Betreffende boomsoorten: Met name populier en wilg, maar ook els, es, eik, appel en esdoorn Status: Inheemse nachtvlindersoort die voorkomt op loofhout. De rups boort gaten door (met name zacht) hout. Juridische status: Valt onder verhoogde zorgplicht. Aard aantasting: Insect. De rups boort grote gangen in de stamvoet van de boom, zodat de stam op termijn kan afbreken. Gevolgen: De wilgenhoutrups boort gaten in het stamhout van de boom. Wanneer het gangenstelsel dermate omvangrijk is kan de boom afknappen en omvallen. Periode overlast: De rups is het gehele jaar in de boom aanwezig. Het duurt circa 2 jaar voordat de rups is verpopt. Gevaar voor stambreuk echter het gehele jaar. Bestrijding: Bestrijding is niet mogelijk. Omdat de meeste aantastingen ontstaan vanuit maai- en aanrijschades dient dit zoveel mogelijk voorkomen te worden. Financiële onderbouwing: Vellen € 300,- per boom. Jaarlijkse inspectie bij licht aangetaste bomen € 6 ,- per boom. HORZELVLINDER & POPULIERENBOKTOR Betreffende boomsoorten: Vooral populieren (Populus). Status: Inheemse insectensoorten waarvan de rups het hout van de stamvoet aantast. De rups boort grote gangen in de stamvoet van de boom, zodat de stam op termijn kan afbreken. De snelheid waarmee dit gebeurd is echter langzamer dan bij de wilgenhoutrups. Juridische status: Valt onder verhoogde zorgplicht. Aard aantasting: Insect.
De larve boort grote gangen in de stamvoet van de boom, zodat de stam op termijn kan afbreken. Gevolgen: De larves boren gaten in het stamhout van de boom. Wanneer het gangenstelsel dermate omvangrijk is, kan de boom afknappen en omvallen. Periode overlast: De larve is het gehele jaar in de boom aanwezig. Gevaar voor stambreuk echter het gehele jaar. Bestrijding: Bestrijding is niet mogelijk. Omdat de meeste aantastingen ontstaan vanuit maai- en aanrijschades dient dit zoveel mogelijk voorkomen te worden. Financiële onderbouwing: Vellen € 300,- per boom. Jaarlijkse inspectie bij licht aangetaste bomen € 6 ,- per boom. ESSENSTERFTE Betreffende boomsoorten: Es (Met name Fraxinus excelsior, daarnaast ook andere rassen als ornus en angustifolia. Status: Sinds eind jaren ’90 is in Oost Europa een schimmel ontdekt die voor het afsterven van takken en twijgen zorgt bij essen. Aanvankelijk werd verwacht dat alleen twijgen werden aangetast. Al snel werd duidelijk dat aangetaste bomen vaak volledig afsterven. Sinds 2011 is essensterfte ook in Nederland aanwezig. Het is nog onduidelijk hoe de ziekte zich gaat ontwikkelen. Juridische status: Valt onder verhoogde zorgplicht. Aard aantasting: Schimmel. Aantasting van het cambium van takken en twijgen, (bastnecrose) waardoor deze afsterven. Voorgeschiedenis: Sinds eind jaren ’90 in Europa.
Complete essenbossen en stadsbeplantingen zijn al verdwenen in Oost Europa en Scandinavië. Gevolgen: Twijg sterfte en afsterven van de complete boom. Periode overlast: Geheel groeiseizoen. Bestrijding: Nog niet mogelijk. Financiële onderbouwing: Vellen € 300,- per boom. Jaarlijkse inspectie bij licht aangetaste bomen € 6 ,- per boom.
54
Groenbeheerplan 2022 - 2031
VARIANTEN
Groenbeheerplan 2022 - 2031
55
VARIANTEN De uitgangspunten voor het opstellen van de varianten zijn de structuurdelen, kwaliteitsniveaus en bijbehorende kosten. Hieronder worden deze uitgangspunten nader toegelicht en uiteengezet. Vervolgens zijn de drie varianten opgenomen. Structuurdelen De functie en het gebruik van de openbare ruimte zijn bepalend voor de inrichting en het beheer van het openbaar groen. De kernen van Sluis zijn op basis van functie en gebruiksdruk ingedeeld in de volgende structuurdelen: • Begraafplaatsen • Doorgaande routes en centra • Woongebied • Bedrijventerrein Kwaliteitsniveaus De gemeente Sluis gaat uit van drie kwaliteitsniveaus A, B en C gebaseerd op de landelijke standaard en werkwijze. Het beeld behorende bij het kwaliteitsniveau kan als volgt worden omschreven: Niveau A: Hoogwaardig en representatief. Gericht op het behouden van de maximale esthetische en architectonische waarde met een optimaal verzorgd beeld. Niveau B: Netjes en eenduidig. Gericht op het realiseren van een eenduidig beeld waarbij groen kan uitgroeien tot zijn natuurlijke habitus. Hier en daar is wel iets op aan te merken (bijv. beperkte mate van onkruidgroei), maar over het algemeen is het redelijk netjes. Niveau C: Sobere inrichting maakt uitvoeringsgericht en praktisch beheer mogelijk. Gericht op een acceptabel, sober beeld (natuurwaarden en natuurbeleving zijn een meerwaarde).