02 Groenbeheerplan 2022-2031 - Bijlage 2 Groenbeheerplan 2022-2031.pdf
Tekst van het document
Groenbeheerplan 2022 - 2031
2
Groenbeheerplan 2022 - 2031
In samenwerking met:
Groenbeheerplan 2022 - 2031 25-11-2021
Groenbeheerplan 2022 - 2031
3
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
5
2. 2.1
Beleid openbare ruimte 9 Groenstructuur 9 2.1.1 Ontstaan dorpen 10 2.1.2 Groenstructuur 11 2.1.3 Dorpskarakteristiek en opvallende onderdelen hoofdgroenstructuur per kern 11 2.2 Groenbeleid 19 2.2.1 Uitgifte snippergroen 19 2.2.2 Burgerparticipatie 21 2.2.3 Duurzaamheid/Biodeversiteit(flora en fauna)Klimaatverandering/ Waardevolle leefomgeving 23 2.2.4 Renovatie en integrale projecten 31 2.3 Boombeleid 33 2.3.1 Richtlijnen voor aanplant van bomen 33 2.3.2 Klachten rondom bomen 33 2.3.3 Ziekte en aantastingen 34 2.4 Wegenbeleid 35 2.5 Invasieve exoten 36 2.6 Jacobskruiskruid 36 3. 3.1
Aandachtspunten openbare ruimte Zorgplicht en boombeheer 3.1.1 Zorgplicht en bomen 3.1.2 Boomonderhoud 3.1.3 Snoeionderhoud 3.1.4 Onderhoudsplanning Toepassing chemische middelen
37 37 37 37 38 38 39
Integraal beheer Integraal beheer Beeldkwaliteit Financiële paragraaf 4.3.1 Onderhoudsbudgetten 4.3.2 Renovatie, omvorming, vervanging Samenvatting beheerregime en begroting
41 41 42 43 43 44 46
Bijlagen Varianten Varianten totaal
47 54 62
3.2 4. 4.1 4.2 4.3
4.4
4
Groenbeheerplan 2022 - 2031
Cultuurhistorie in de gemeente Sluis, de vestingwallen
Groengebied rond ‘t Vestje in Oostburg
Inwoners genieten in de buitenruimte
Groenbeheerplan 2022 - 2031
5
1. Inleiding De openbare ruimte is het visitekaartje van de gemeente Sluis. Wandelende bezoekers op de Kaai in Sluis genieten van het straatbeeld en de uit de kluiten gewassen bomen langs het Jaagpad. En ook de inwoners genieten van de groene buitenruimte, bijvoorbeeld als vader en zoon een balletje trappen op ’t Vestje in Oostburg of samen wandelen op één van de wallen in de gemeente Sluis. Zij realiseren zich niet direct dat de gemeente Sluis veel inspanningen levert om dit beeld te realiseren en in stand te houden. Het verwijderen van zwerfvuil en onkruid op verharding, het onderhoud van de hekwerken en het snoeien van de bomen zijn maar enkele van de werkzaamheden. De openbare ruimte heeft enerzijds een representatieve functie. Een verzorgd beeld, aantrekkelijke beplanting en gesloten verharding dragen hieraan bij. Anderzijds heeft de openbare ruimte een gebruiksfunctie. Wandelen en fietsen, spelen, sporten en ontdekken: de openbare ruimte moet dit op een veilige en uitdagende manier mogelijk maken. Behoud van de aantrekkelijke openbare ruimte met aandacht voor cultuurhistorie, recreatie en landschappelijke waarden is het uitgangspunt van dit beheerplan. Binnen de technische en financiële kaders zijn voorstellen, ideeën en kansen opgenomen om in de kernen de openbare ruimte en het openbaar groen in het bijzonder op de benoemde thema’s verder te versterken.
In dit groenbeheerplan zijn zowel de beleidskeuzes als de praktische uitwerking opgenomen. Dit is afgestemd op de kwaliteiten en aandachtspunten in de gemeente Sluis. Op basis van deze keuzes en de voorgestelde werkwijze zijn de financiën voor de komende tien jaar uitgewerkt.
Doelstelling
Het groenbeheerplan is richtinggevend voor het met een uniforme en efficiënte werkwijze in stand houden van een veilig en verzorgde openbare ruimte. Aan de hand van diverse concrete actiepunten gaan we het groenbeheer de komende tien jaar optimaliseren. Het groenbeheerplan dat in 2016 is opgesteld loopt af. Daarom zijn de uitgangspunten opnieuw gewogen. Daarbij zijn diverse keuzes gemaakt voor inrichting en beheer. Deze keuzes zijn in dit beheerplan duidelijk weergegeven. Op basis van dit document is het bijvoorbeeld mogelijk de gewenste beeldkwaliteit af te wegen tegen de financiën. De gemaakte keuzes geven richting aan de inrichting en het onderhoud de komende tien jaar. In hoofdstuk 2 zijn de uitgangspunten in diverse thema’s uitgewerkt. Hierbij worden nadrukkelijk de gewenste ontwikkelingsrichting en bijbehorende acties bepaald. Enkele beleidsthema’s zijn in hoofdstuk 3 uitgewerkt in concrete aandachtspunten, zodat deze de komende jaren in de uitvoering meegenomen worden Hoofdstuk 4 gaat concreet in op het onderhoud van de buitenruimte en de financiën. Hierin worden voorstellen gedaan voor de werkwijze de komende jaren. In duidelijke overzichten worden daarnaast de kosten voor het onderhoud inzichtelijk gemaakt.
Visie
Het groenbeheerplan biedt praktische handvatten voor het inrichten en onderhouden van de gehele openbare ruimte, specifiek gericht op groen en het realiseren van een verzorgde buitenruimte. Deze praktische handvatten staan niet op zichzelf, maar sluiten aan bij de gemeentelijke ambities voor onder andere ruimtelijke kwaliteit, beeldkwaliteit en communicatie. De visie in deze paragraaf gaat nader in op de uitgangspunten van de gemeente voor de inrichting en het onderhoud van de buitenruimte.
6
Groenbeheerplan 2022 - 2031
Versterken uitstraling en gebruikswaarden buitenruimte Inrichtingsplannen van de openbare ruimte staan niet op zichzelf. De gemeente streeft naar een aantrekkelijk totaalbeeld dat tegemoet komt aan de diverse gewenste functies. In dit beheerplan zijn drie speerpunten opgenomen voor de inrichting van de buitenruimte, met name gericht op de groenstructuren. Cultuurhistorie Elke kern heeft een eigen ontstaansgeschiedenis en hiermee samenhangende karakteristieken. De vestingsteden en andere cultuurhistorische elementen zijn hierbij van grote waarde. De groenstructuur van laanbeplantingen, groene historische relicten (zoals ’t Vestje en oude bomen op begraafplaatsen, in tuinen of bij oude panden) bepalen mede het beeld van de kernen. Diverse elementen zijn gemeentelijk eigendom, maar ook terreinbeheerders en particulieren hebben deze elementen in eigendom. Deze elementen dienen behouden en waar mogelijk versterkt te worden. Beleving Zowel bewoners als (dag)recreanten maken dagelijks gebruik van de openbare ruimte. Op de eerste plaats om zich te verplaatsen van A naar B. Maar zeker ook om er te genieten van de aantrekkelijke openbare ruimte tijdens een wandeling, het buiten spelen of een picknick. Openbaar groen biedt bijvoorbeeld uiteenlopende mogelijkheden voor spelen, buiten de hiervoor specifiek ingerichte speelplekken.
Het stimuleert de creativiteit van kinderen en laat hen de natuur ontdekken (een bijtje die nectar zoekt uit een plant en een egel die beschutting zoekt). Binding met landschappelijk groen De kernen van de gemeente Sluis hebben een nadrukkelijke relatie met het omliggende buitengebied van duinen, kreken, laanstructuren en agrarische polders. Vanuit de kernen is men binnen enkele minuten in het buitengebied. Het verbinden van kernen en landschappelijk groen met aandacht voor de agrarische sector, recreatie en ecologie (biodiversiteit) draagt bij aan het versterken van de aantrekkelijke openbare ruimte van de gemeente Sluis. Voor de gehele openbare ruimte geldt dat een beheervriendelijke inrichting wordt gerealiseerd. Integraal, beeldgericht werken Doelstelling is een uniforme en verzorgde openbare ruimte. Dit geldt voor alle elementen tezamen: groen, verharding, meubilair en (technische) kunstwerken. De te realiseren beeldkwaliteit is vastgelegd met behulp van beeldnormen, waarbij de normen voor alle elementen op een bepaald kwaliteitsniveau vergelijkbaar zijn (bijvoorbeeld mate van onkruidgroei op verharding / in beplanting). Het gewenste verzorgingsbeeld kan daarbij wel verschillen voor diverse plekken in de gemeente: differentiatie van kwaliteitsniveaus. In centra kan een ander beeld nagestreefd worden dan op bedrijventerreinen.
Door vergelijkbare normen ontstaat een eenduidig beeld. Daarnaast maakt integraal werken met andere beheersdisciplines het mogelijk werkzaamheden te combineren en op elkaar af te stemmen. Dit beperkt hinder voor bewoners door werkzaamheden tot een minimum en maakt voordeliger werken mogelijk. Ook voor vervanging en herinrichting is afstemming tussen de diverse disciplines van groot belang. De disciplines stellen allemaal specifieke technische eisen aan hun elementen, waarbij de elementen allen een eigen levenscyclus hebben. Op de midden-lange termijnplanning zijn de benodigde werkzaamheden in de tijd nadrukkelijk op elkaar afgestemd, zodat “werk met werk” gemaakt wordt. Het vervangen van groenelementen sluit nadrukkelijk aan op het gemeentelijk rioleringsplan en het wegenonderhoud.
Groenbeheerplan 2022 - 2031
7
Duidelijkheid richting bewoners Bewoners hechten veel waarde aan hun woonomgeving. Zowel de gebruikswaarden als de belevingswaarden zijn bepalend voor een succesvolle openbare ruimte. De gemeente betrekt haar bewoners dan ook in een vroeg stadium bij de inrichting van de openbare ruimte, zoals bij integrale projecten en renovaties / omvormingen. Tevens vindt regelmatig afstemming plaats met de dorpsraden. Op deze wijze zijn de plannen beter afgestemd op de gebruiker en zijn verwachtingen. De uiteindelijke keuzes worden onderbouwd met argumenten van alle betrokken partijen. Keuzes die gemaakt zijn, liggen vast in dit beheerplan. Daarmee is dit beheerplan een handvat om bewoners te informeren over de algemene uitgangspunten en werkwijze van de gemeente.
Iedere kern heeft zijn eigen cultuurhistorie
Recreatieve mogelijkheden in de kernen
Binding met landschappelijk groen versterkt door wandelroutes in natuur
Integrale blik op alle elementen in de openbare ruimte
8
Groenbeheerplan 2022 - 2031
Veel groen rondom de kerk in Cadzand
Rechtlijnig stratenpatroon in Waterlandkerkje
Oude vestingwerken zijn vaak nog zichtbaar in oude vestingsteden
Groenbeheerplan 2022 - 2031
9
2. Beleid openbare ruimte In dit hoofdstuk zijn de beleidsuitgangspunten opgenomen voor de inrichting en het onderhoud van de openbare ruimte. Per paragraaf is ingezoomd op de diverse elementen van de openbare ruimte. De nadruk ligt hierbij op groen en bomen. Ook op de diverse andere elementen gaat dit groenbeheerplan bondig in, waarbij de verbanden tussen de diverse elementen gelegd worden.
2.1
Groenstructuur
Groen is erg belangrijk in de gemeente Sluis, het is één van de elementen die bepalend zijn voor het prettige leefklimaat in de dorpen en de gemoedelijke uitstraling van de gemeente. In deze paragraaf wordt aangegeven welke groenstructuren (per kern) voor de toekomst beschermd en/of verder ontwikkeld dienen te worden. Per kern zijn op kaart de hoofd- en nevenstructuren ingetekend. Daarnaast zijn per kern de belangrijkste karakteristieken in woord en beeld weergegeven, waarbij zowel gemeentelijke als particuliere eigendommen zijn benoemd. Hierbij zijn de landschappelijke structuren, de historische ontwikkeling van de kern en de huidige stedenbouwkundige- en infrastructuur bepalend. Structuur
Beschrijving
Hoofdgroenstructuur
Groen dat representatief is voor de hele gemeente. Het betreft de belangrijkste groenstructuren en groengebieden in de kernen die bepalend zijn voor de uitstraling van de gemeente Sluis.
Nevengroen
Groen met functie voor de gehele wijk. Het betreft de belangrijkste structuren en groengebieden die van belang zijn voor de oriëntatie in de wijk en/of het gebruik door de gehele wijk.
Overig groen
Groen met aankledingsfunctie in de woonstraat, dorpsrand of overhoek. Dit groen is van belang voor direct aanwonende.
Doel is bestaande structuren te beschermen en richting te geven aan de ontwikkeling van de gewenste structuur. Tevens worden de kaarten gebruikt om te beoordelen of groen uitgegeven mag worden.
Bescherming
Hoofdstructuur
Nevenstructuur
Overig groen
Hoog
Gemiddeld
Laag
Inspraak bewoners bij Binnen kaders te reali- Mogelijk binnen kaders Goed mogelijk, inrichreconstructie/herinrich- seren structuur beperkt te realiseren structuur ting nauw in overleg ting inspraak Onderhoudsniveau
Representatief
Basis
Basis
Uitgifte
Uitgifte niet mogelijk
Uitgifte niet mogelijk, Uitgifte mogelijk binnen tenzij structuur niet kaders gemeente Sluis wordt aangetast
Door de belangrijkste structuren te benoemen worden deze beeldbepalende elementen van de gemeente Sluis vastgelegd. Bij toekomstige ontwikkelingen is vooraf duidelijk welke structuren moeten worden behouden en beschermd. Dit biedt de gelegenheid om deze structuren zorgvuldig in nieuwe plannen in te passen. Anderzijds geldt dat het overige groen flexibel ingevuld kan worden en binnen de gemeentelijke kaders in aanmerking komt voor uitgifte. Het groen behorend tot de hoofdstructuur is bepalend voor het beeld van de kern als totaal. Zowel door inrichting als beheer dient invulling gegeven te worden aan deze functie. Dit kan door het kwaliteitsniveau af te stemmen op de locatie door gedifferentieerd beheer. In par 4.2 wordt hier nader op ingegaan. Afhankelijk van het structuurniveau komt groen al dan niet voor verkoop in aanmerking. In het gemeentelijk beleid voor de uitgifte van groen wordt hier nader op ingegaan (zie ook par. 2.2.1).
10
Groenbeheerplan 2022 - 2031
2.1.1 Ontstaan dorpen De ontstaansgeschiedenis en karakteristiek van de diverse kernen in de gemeente Sluis verschilt. Hierbij zijn wel enkele duidelijke groepen te herkennen. Dorpen Oudeland Het huidige Zeeuws Vlaanderen bestond 1000 jaar geleden uit enkele eilanden, zandplaten en schorren in de zeearm die de Westerschelde en het Zwin toen vormden. In de loop der eeuwen zijn deze eilanden bedijkt. Dit zijn de oude polders. Hierop liggen dorpen als Cadzand, Groede en Zuidzande. Van hieruit werden steeds meer gebieden ingepolderd. Deze dorpen zijn te herkennen aan organische vormen, waarbij het centrum vaak gevormd wordt door een kerk met een rond plein. Soms zijn oude kastelen aanwezig. Kenmerken groenstructuur • Groen rond kerk • Weinig groen langs hoofdstraten Vestingsteden Langs de waterfronten ontwikkelden zich vestingsteden als Retranchement, St. Anna ter Muiden, Sluis, Oostburg, IJzendijke en Aardenburg. Deze zijn te herkennen aan de vestingwerken die vaak nog intact zijn. In sommige dorpen zijn deze nog maar ten dele herkenbaar. Daarnaast zijn vaak ook nog restanten van oude kreken aanwezig. Kenmerken groenstructuur • Vestingwerken • Aanwezigheid water • Compact centrum, weinig groen • Toeristische voorzieningen Dorpen Nieuwland Daarna zijn ook de laatste grote kreken ingepolderd waardoor de vestingen los van het water kwamen te liggen.
In de nieuwe polders zijn ook nieuwe dorpen gesticht. Deze zijn vaak te herkennen aan een rechtlijnig stratenpatroon. Tot deze dorpen horen: Nieuwvliet, Hoofdplaat, Schoondijke, Waterlandkerkje. Kenmerken groenstructuur • Rechtlijnige wegenstructuur met ruimte voor groen • Ruime opzet dorp • Polderdijken • Vaak aanwezigheid kreekrestanten Badplaatsen Daarnaast zijn achter de duinen in de afgelopen 100 jaar badplaatsen ontstaan die ook een eigen opbouw hebben. Deze bestaan vooral uit een boulevard of een zeedijk en enkele grootschalige recreatieve voorzieningen. Cadzand-Bad en Nieuwvliet-bad horen hiertoe. Kenmerken groenstructuur • Boulevard of zeedijk • Parkeerplaatsen Overige dorpen Twee dorpen passen niet in bovenstaande indeling. Eede ligt in het dekzandgebied, dat in het meest zuidelijke deel van de gemeente begint. Breskens heeft zich mede door de haven en de visserij verder ontwikkeld dan alleen badplaats. Breskens is een dorp dat zich heeft ontwikkeld tot haven- en badplaats. In 2.1.3 wordt per kern de ontstaanswijze en de karakteristiek nader beschreven.
Groenbeheerplan 2022 - 2031
11
2.1.2 Groenstructuur Het groen in al deze dorpen is opgedeeld in hoofdstructuur, nevenstructuur en in overig groen. Dit onderscheid wordt gemaakt om een prioritering aan te brengen in de bescherming, planning en financiering van het groen in de kernen. Hoofdgroenstructuur De hoofdgroenstructuur bestaat uit het groen dat een hoge waarde heeft voor het dorp of de stad als geheel. Dit is het groen langs de hoofdwegen, grotere parken, sportparken en begraafplaatsen. Daarnaast hebben de verschillende dorpen nog eigen kenmerkende groenstructuren die bepalend zijn voor de identiteit van het dorp, zoals de vestingwerken, restanten van kreekgebieden langs de rand van de dorpen en polderdijken. Ook pleinen en hoofdwegen waar op dit moment geen groen aanwezig is zijn beschreven. Omdat geen groen aanwezig is zijn deze elementen niet duidelijk op de kaart aanwezig. De bijzondere punten uit de groenstructuur worden per kern apart benoemd. Nevenstructuur De nevenstructuur bestaat uit de groenelementen die minder van belang zijn voor het gehele dorp, maar bepalend zijn voor de sfeer, oriëntatie en ruimtelijke structuur in de wijk en langs de randen van de wijken. Deze groenelementen behoren tot de nevenstructuur. Het zijn vaak groenstructuren langs de wijkontsluitingswegen en de wijkparkjes. Overig groen Het overig groen bestaat uit buurtparkjes, woonstraten, achterkanten en snippergroen.
Dit groen is van belang voor de direct omwonende. Particulier groen / groen derden Grote groenelementen rondom en aan de randen van de kern bepalen sterk het aanzicht. Vaak zijn deze elementen eigendom van derden. Aangezien deze elementen van bijvoorbeeld het waterschap of het Zeeuws landschap wel van grote waarde zijn voor het aanzicht van de kern zijn deze elementen wel beschreven. Ook particulier groen in de kernen is van grote waarde voor de uitstraling van het dorp. 2.1.3 Dorpskarakteristiek en opvallende onderdelen hoofdgroenstructuur per kern In deze paragraaf wordt nader ingezoomd op de kernen in de gemeente Sluis. Hierbij zijn de kernen gebundeld op basis van de diverse ontstaansgeschiedenis zoals beschreven in paragraaf 2.1.1. Onder het kopje hoofdgroenstructuur zijn zowel gemeentelijke eigendommen als eigendommen derden benoemd. Dorpen Oudeland 1. Cadzand Cadzand is een oud dorpje gelegen op een voormalig eiland. Rondom dit eiland zijn in de loop der eeuwen polders aangelegd. Deze polders liggen in een min of meer ronde vorm om het dorp heen. Karakteristiek zijn de oude Mariakerk, deels daterend uit 1250, en de windmolen ‘Nooit Gedacht’ aan de ingang van het dorp, uit 1898. Hoofdgroenstructuur • Groen rondom kerk en molen
12
Groenbeheerplan 2022 - 2031
De molen ‘Nooitgedacht’ in Cadzand
Groen rondom de kerk in Cadzand
2. Groede Groede heeft een lange geschiedenis die terug gaat tot het begin van de 12de eeuw. De naam Groede komt waarschijnlijk van ‘grode’ waarmee men in de middeleeuwen doelde op aangeslibd en begroeid buitendijks land. Deze natuurlijke grondverhoging biedt enige bescherming tegen normale waterstanden, maar bij extremen komt het toch onder water te staan. Vandaar dat vanaf de 13de eeuw dijken aangelegd werden en land werd ingepolderd. Helaas kwam het dorpje zo nu en dan toch onder water te staan met als toppunt de periode tussen 1583 en 1612 toen het hele dorp blank stond. Groede is toeristisch erg in trek. Mede doordat het in de Tweede Wereldoorlog gespaard is gebleven, is het verleden in Groede nog erg zichtbaar. Hoofdgroenstructuur • Groen rondom kerken • Markt 3. Zuidzande Zuidzande is ontstaan op een eiland. Het lag op een zandbank in de monding van de Zwinarm. Door de toenemende inpoldering groeide Zuidzande en eind 17de eeuw werd Zuidzande met het vaste land verbonden. Hoofdgroenstructuur • Dijkstructuren • Groen rondom kerk • Dorpsplein
Groenbeheerplan 2022 - 2031
Retranchement omringt door landschappelijk groen
13
De Molenstraat in Retranchement
Vestingsteden 4. Retranchement Retranchement is ontstaan in de Tachtigjarige Oorlog. Het dorp is vanwege zijn tactische ligging door Prins Maurits tussen de jaren 1630 tot 1640 ommuurd met drie bastions. Het dorp bestaat uit twee kruisende straten met veel historische gebouwen. Hieromheen zijn de vestingwerken gesitueerd. Deze ommuring is tegenwoordig nog terug te zien in het dorp. Deze vestingwerken zijn ingericht als natuurgebied. Hoofdgroenstructuur • Verdedigingswerken en omringend natuurgebied • De Markt 5. Sint Anna ter Muiden In de Middeleeuwen werden de kernen St. Anna ter Muiden en Sluis van elkaar gescheiden door het Zwin. Sint Anna ter Muiden was een voorhaven voor Brugge dat voor veel welvaart heeft gezorgd. Als gevolg van deze welvaart heeft Sint Anna ter Muiden in deze periode haar stadsrechten verworven. De haven van Brugge verzandden echter en Sint Anna ter Muiden ondervond hier de consequenties van. Al wat overbleef van de stad was een kleine, rustieke woonkern wat het nu nog steeds is. In 1967 is Sint Anna ter Muiden uitgeroepen tot beschermd stadsgezicht. Hoofdgroenstructuur • Openheid rondom beschermd stadsgezicht behouden. • Groen rondom kerktoren 6. Sluis De stad Sluis heeft haar ontstaan te danken aan het verzanden van het Zwin.
Hierdoor werd de rechtstreekse verbinding van de belangrijke handelsstad Brugge met de zee geblokkeerd en werd Sluis de belangrijkste voorhaven van Brugge. In 1290 kreeg het dorp al stadsrechten en door haar strategische ligging werd de stad in 1382 een vestingstad. In 1386 werd het belfort gebouwd. Het is het enige belfort in Nederland. Dit belfort had de functie van raadhuis. De bloeitijd van Sluis duurde tot ongeveer 1450, waarna een snel verval intrad ten gevolge van de verzanding van het Zwin. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog speelde Sluis nog een belangrijke rol als vestingstad. De stad werd van 1587 tot 1603 door de Spanjaarden bezet. Hoewel de stad en omgeving nadien nog een rol speelde in de Staats-Spaanse Linies was het verder slechts een onbetekenend stadje geworden. In 1858 werd de Damse Vaart gerealiseerd, waardoor schepen van
14
Groenbeheerplan 2022 - 2031
Sluis naar Brugge konden varen. De Damse Vaart loopt dood in Sluis. Vroeger was hier een haven, maar scheepvaart is al lang niet meer mogelijk omdat de Damse Vaart in 1940 is onderbroken toen de sifons van het Leopoldkanaal en het Kanaal van Schipdonk verwoest werden. Sinds het begin van de 20e eeuw werden er in Sluis kloosters opgericht. Deze brachten van oudsher al een stroom van toeristen met zich mee. Tijdens geallieerde bombardementen als gevolg van de Tweede Wereldoorlog, werd Sluis grotendeels verwoest. Na de oorlog werd de stad herbouwd in traditionalistische stijl. Het centrum is weer opgebouwd en de omwalling is intact gebleven. Naast het Belfort en enkele kloosters, zijn andere beeldbepalende elementen: de windmolen De Brak, de fundamenten van de voormalige Sint-Janskerk. Daarnaast zijn de vestingwerken van Sluis nog grotendeels intact en vormen een mooie overgang naar het landschap. Daarmee zijn de vestingwerken één van de trekpleisters binnen deze door toeristen druk bezochte stad. Hoofdgroenstructuur • Vestingwallen • De Kaai • Pleinen met grote solitaire bomen rondom kerken en belfort • Park met fundamenten Sint Janskerk
Lindes begeleiden pad naar de kerk in Sint Anna ter Muiden
Oude fundamenten van de Sint Janskerk in Sluis
De groene vestingswallen in Sluis
Groenbeheerplan 2022 - 2031
15
7. Oostburg In het jaar 1237 kreeg Oostburg zijn stadrechten. De stad heeft vestingwerken gehad, maar hiervan is slechts een klein deel hersteld en bewaard gebleven. In de Tweede Wereldoorlog is Oostburg voor 70% verwoest en het centrum is daardoor deels van naoorlogse bouw. Net ten zuiden van Oostburg ligt een restant van een oude kreekarm, het natuurgebied Groote Gat. Een aantal kerken zijn beeldbepalend, maar vooral de watertoren is een opvallend element. Hoofdgroenstructuur • Groen op en langs verdedigingswerken. ’t Vestje is een fraai wijkpark voor recreatie van bewoners, maar mag de allure van stadpark krijgen • Overgang aan zuidzijde naar Groote Gat biedt fraaie vergezichten • Groene begeleiding (gazon, ruigte, oeverbeplanting, heesters en bomen) van de Vaart 8. IJzendijke Het plaatsje IJzendijke verkreeg in 1303 stadsrechten en wordt nog steeds een stad genoemd. Naast diverse kloosters was er in IJzendijke ook een hospitaal gevestigd. ‘Hospitaal’ is afgeleid van het Latijnse ‘hospitium’ en betekent ‘gasthuis’. In de 13e eeuw was het een welvarend handelsstadje dat was aangesloten bij de Londense Hanze. Het middeleeuwse IJzendijke is in de 14e en 15e eeuw als gevolg van diverse
Groene doorzichten het landschap in IJzendijke
Waterpartij ‘t Vestje in Oostburg omgeven door groen
stormvloeden verzwolgen door de zee. Ongeveer twee kilometer ten zuidwesten van het oude IJzendijke bouwde de hertog van Parma in 1587 een nieuw fort dat ook IJzendijke werd genoemd. In 1604 werd fort IJzendijke door Prins Maurits veroverd en ingrijpend verbouwd. Hoewel de vestingwerken in de 19e eeuw zijn ontmanteld is de vestingbouwkundige grondvorm van IJzendijke nog goed herkenbaar. IJzendijke werd in de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd. IJzendijke kent, dankzij een historisch verantwoorde wederopbouw, een historische sfeer en een sterke identiteit. Hoofdgroenstructuur • Verdedigingswerken. Openheid richting landschap aan west en oostkant behouden, zodat oude contouren van stad zichtbaar blijven • De omgeving van de kerk met beeldbepalende platanen en de lindes op de markt • Groene aankleding aan de voorzijde van kerk • Bunkerbos met enkele restanten van bunkers • Grote groenzone ten zuidwesten van stad, tussen woningen en N61
16
Groenbeheerplan 2022 - 2031
De Kaaipoort met de authentieke leilindes. 9. Aardenburg Aardenburg is de oudste stad van de provincie Zeeland. In 1187 kreeg het stadsrechten, waarna ook versterkingen om de stad aangelegd werden. Deze versterkingen zijn later weer aangepast, onder andere bij de aanleg van de Staats-Spaanse Linies, waarin ze hun karakteristieke vorm hebben gekregen. Deze versterkingen zijn nog steeds aanwezig in het landschap. De meest karakteristieke elementen voor Aardenburg zijn de Kaaipoort (de enige overgebleven stadspoort) en delen van de stadswallen. Hoofdgroenstructuur • Verdedigingswerken • Elderschansbos, restant oud vestingwerk en cultuurhistorisch landgoed • De Kaai, het dorpsplein met uitzicht op de Kaaipoort Dorpen Nieuwland 10. Nieuwvliet Het huidige Nieuwvliet werd omstreeks 1602 gesticht toen de Groote Sint Annapolder werd heringedijkt. Het dorp heeft een rechtlijnige opzet met oudere bebouwing langs de Dorpsstraat. De kerk en twee molens zijn karakteristieke monumenten in het dorp. Hoofdgroenstructuur • Polderdijken • Groen rondom molens en kerk 11. Hoofdplaat Hoofdplaat is een klein dorpje aan de Westerschelde. Het gebied waar nu het dorp ligt heeft in zijn historie meerdere malen last gehad van hoog water, totdat in 1778 de Hoofdplaatpolder droog werd gelegd. In deze periode is dan ook het dorp Hoofdplaat hier gevestigd.
Hoofdplaat is altijd klein gebleven, maar is ondanks zijn formaat toch een recreatief punt geworden. Net ten westen van Hoofdplaat ligt dan ook een groot recreatiepark. De belangrijkste structuren in Hoofdplaat zijn de twee kruisende straten. Een herkenbaar punt in het dorp is molen ‘De Hoop’, waarvan alleen de romp nog bestaat. Hoofdgroenstructuur • Dijkstructuren • Rechtlijnige hoofdstraten • Entree vanaf Westerscheldedijk
Groenbeheerplan 2022 - 2031
17
12. Schoondijke Schoondijke is gelegen in één van de grootste polders van Zeeland, de Generale Prins Willempolder. Het dorp is in de Tweede Wereldoorlog voor de helft verwoest. Het typerende rechte stratenpatroon in het dorp is na deze tijd ontstaan. De twee hoofdstraten kruisen elkaar in het dorp en hieromheen is planmatig gebouwd. Aan de rand van het dorp ligt de Molenkreek met aangrenzend een stuk (vochtig) grasland. Daarnaast heeft het dorp een oude korenmolen, ‘Hulsters Molen’. Hoofdgroenstructuur • Plein en groenzone aan de Dorpsstraat (meer allure en openheid gewenst) • Natuurgebied bij Molenkreek 13. Waterlandkerkje Waterlandkerkje is ontstaan in 1669. Door de jaren heen heeft het dorpje vele namen gehad ’t Kerkje, Waterland en uiteindelijk Waterlandkerkje. In de Tweede Wereldoorlog is Waterlandkerkje één van de weinige dorpen geweest die gespaard zijn gebleven. Hierdoor zijn er nog oude panden bewaard gebleven. Hoofdgroenstructuur • Groen bij kerkje • Groen bij entree dorp vanaf N676 richting Molenstraat
Groen rondom het kerkje in Waterlandkerkje Badplaatsen 14. Cadzand Bad Ligt tegen de duinreep aan in het noordwestelijke puntje van Zeeuws-Vlaanderen en is gekend om zijn gevoel dat de zee altijd vlakbij is, de brede zandstranden om te zonnen of uit te waaien, het unieke natuurreservaat Het Zwin, een oude kreek dat een bijzonder stukje getijdenatuur vormt en de weidsheid van het polderlandschap meer landinwaarts. Deze bijzondere combinatie van recreatie, natuur, rust, ruimte en vrijheid worden gecombineerd en waar mogelijk versterkt in de kwaliteitslag die CadzandBad nu ondergaat. Door de kwaliteitsslag zal in de toekomst het échte Cadzandse gevoel en de daarbij behorende hoofdgroenstructuur nog meer naar boven komen. Het dorp is klein en bestaat grotendeels uit recreatieparken buiten de bebouwde kom. Hoofdgroenstructuur • Boulevard met bijzonder verhardingsmaterialen, kunstwerken en verlichting. • Oevers uitwateringskanaal • Entrees
18
Groenbeheerplan 2022 - 2031
15. Nieuwvliet-Bad Nieuwvliet-Bad heeft geen bebouwingskern en bestaat voornamelijk uit recreatieparken. Hoofdgroenstructuur • Entrees recreatieparken vanaf zee- en polderdijken Overige dorpen 16. Eede Het plaatsje Eede is ontstaan omstreeks 1604, tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Het is vernoemd naar het riviertje Ee of Eede dat van Maldegem langs het huidige Eede naar het Zwin stroomde. Eede ligt tegen de grens met België. Dit zuidelijk gelegen gebied ligt op een dekzandrug. De grond is hier niet erg vruchtbaar en de landbouwbedrijven waren hierdoor klein van stuk. De grens zorgde voor meer werkgelegenheid door het instellen van commiezen (een soort grenswacht). In de Tweede Wereldoorlog lag Eede aan het front, wat ervoor gezorgd heeft dat Eede voor 90% verwoest werd. De meeste bebouwing stamt daardoor uit de tijd na de oorlog. Hoofdgroenstructuur • Dorpsplein (groener inrichten in samenhang met groen rondom kerk) • Wisselperken en groene omranding bij Nationaal Monument ‘De Nederlandse Maagd’ • Sportveld met groene rand • Dorpsbos aan zuidwestkant dorp 17. Sint Kruis Sint Kruis is een dorpje gelegen op een pleistocene zandrug. De kerk is een herkenningspunt voor het dorp en heeft door zijn bijzondere vorm de bijnaam ‘de Peperbus’ gekregen. Deze kerk dateert uit de 14de eeuw en deed vroeger dienst als vuurbaken voor de scheepvaart. Tegenwoordig is de kerk een Rijksmonument.
Het dorp grenst aan een voormalige kreek Groote Gat, een natuurgebied. Hoofdgroenstructuur • De kerktuinen rondom de kerk ‘de Peperbus’ • Sportveldje 18. Breskens Breskens ligt op een plaats die in vroeger tijden regelmatig overstroomde. Er was toen al sprake van een dorp dat op het schorrengebied langs de kustlijn (nu de Westerschelde) was gelegen. Het dorp heeft pas na inpoldering van het gebied zijn huidige locatie gekregen. Het dorp ontwikkelt zich langzaam en bestond eeuwenlang hoofdzakelijk uit de huidige Dorpsstraat en een aantal zijstraten en omliggende hofsteden. Vanwege de strategische ligging aan de monding van de Schelde wordt door Napoleon en later ten tijde van de Belgische opstand langs de kust een aantal forten gebouwd waarvan Fort Frederik Hendrik het belangrijkste is. Aan het eind van de 19e eeuw verliezen deze hun militaire functie. In de tweede Wereldoorlog werd het dorp echter voor 80% verwoest, waardoor het huidige dorpsbeeld bestaat uit naoorlogse inrichting. Breskens heeft als markante objecten de vuurtoren en de kunstvissen op het Spuiplein. Het fort Frederik Hendrik is als recreatiepark in gebruik, maar het patroon is nog duidelijk herkenbaar. Hoofdgroenstructuur • De Promenade (duinvegetatie) • Plein aan de Grote Kade (materialisering) • Parkje aan de Westlandstraat
Groenbeheerplan 2022 - 2031
2.2
19
Groenbeleid
In deze paragraaf zijn beleidsthema’s opgenomen, die zorgen voor een eenduidige bescherming, ontwikkeling en het gebruik van het groen. De beleidsthema’s geven een duidelijke visie op de uitgifte van snippergroen, burgerparticipatie, flora en fauna, renovaties groen en de inrichtingseisen voor de buitenruimte. Aan het eind van elke paragraaf zijn actiepunten opgenomen die gedurende de looptijd van het groenbeheerplan uitgewerkt worden. 2.2.1 Uitgifte Snippergroen De Strategische beleidsnota gemeentelijke eigendommen is leidend bij de uitgifte van snippergroen. Dit groenbeheerplan geeft handvatten vanuit de groenstructuur en de beheerbaarheid en ondersteunt hiermee de beleidsnota en de uitgifte van groen in de toekomst. Doelstelling is op basis van de nota zoveel mogelijk snippergroen te verkopen. Op dit moment worden hiertoe verzoeken van bewoners beoordeeld. Gemeente Sluis hanteert voor de uitgifte van groen zogenaamde groenstructuurkaarten. De eigendommen binnen de kom zijn op deze kaarten onderverdeeld in drie typen, gebaseerd op het belang van het groen voor de uitstraling van de gemeente Sluis. Voor ieder type geldt een andere afweging ten aanzien van de uitgifte van groen: Structuur
Uitgifte
Toelichting
Hoofdstructuurgroen
Nee
Uitgifte is niet mogelijk
Nevengroenstructuur
Nee, tenzij
Uitgifte is alleen mogelijk als de betreffende structuur niet wordt aangetast. Dit betekent dat slechts een (klein) deel van de betreffende structuur uitgegeven kan worden
Overig groen
Ja, mits
Uitgifte is mogelijk, mits wordt voldaan aan de gestelde eisen in de notitie verkoop snippergroen
Karakteristiek groen kan niet worden uitgegeven
Als een stuk groen voldoet aan de criteria dan kan het worden uitgegeven
Functioneel groen, zoals rond speelplaatsen worden niet uitgegeven
20
Groenbeheerplan 2022 - 2031
De kaart is een statische groenstructuurkaart, een vastgelegde momentopname. Dit is op zich opmerkelijk omdat de groenvlakken aan verandering onderhevig zijn. Voorbeelden zijn omvormingen tijdens integrale projecten, het aanleggen van parkeervakken in een plantsoen, verkoop snippergroen aan particulieren enz. Inmiddels is de wereld van geometrie enorm gewijzigd door de invoering van het stelsel van basisregistraties. In de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en in de Beheerapplicatie Openbare Ruimte (BOR) worden de groenvlakken structureel aangepast aan de actuele veranderingen. De groenvlakkenin de BGT en BOR zijn gesynchroniseerd. Het ligt dus eigenlijk voor de hand een actuele (dynamische) kaart als basis te hanteren voor de groenstructuurkaart. De groenstructuurkaart is een extract uit de BOR en kan “live”gepresenteerd worden in onze GISviewer Key2GEO. Door het verlenen van ondermandaat aan de beheerder groen en beheerder BGT, wordt bereikt dat de actuele groenstructuurkaart in de GISviewer als basis voor de uitgifte van grond van toepassing is. Naast het type waartoe het groenelement behoort zijn ook de volgende aspecten van belang om te bepalen of uitgifte mogelijk is: • Het perceel tot Natuurnetwerk Nederland behoort (uitgifte niet mogelijk) •
Gemeentelijke riolering aanwezig is (uitgifte alleen mogelijk op advies van afdeling B&B inzake staat riolering)
• Monumentale bomen aanwezig zijn (uitgifte mogelijk in overleg met afdeling B&B) De aanwezigheid van deze aspecten is ook op de kaarten inzichtelijk gemaakt. Voor de hoofd- en nevengroenstructuur geldt één uitzondering. Uitgifte aan terrein- en natuurbeheerders (bijv. Stichting het Zeeuws Landschap) is onder voorwaarde mogelijk. De aanwezige structuren blijven behouden. Zo mogelijk worden structuren versterkt, doordat het beheer van de totale structuur bij één organisatie ligt. De nevengroenstructuur en het overig groen komen dus voor verkoop in aanmerking mits voldaan wordt aan de overige criteria. Naast het aspect structuur is het van belang voor uitgifte ook de volgende aspecten mee te wegen: • Karakteristiek groen: de groenvoorziening (bijv. door een beeldbepalende boom) op de grond is niet bepalend voor de eigen identiteit van een (groenarme) wijk. •
Functioneel groen: de grond maakt geen deel uit van speelplaatsen, de groene randen met recreatieve waarde, ruimte met straatmeubilair e.d.
•
Efficiënt onderhoud: door verkoop ontstaan geen onbereikbare vakken of anderszins ongunstige plantvakvormen die kunnen leiden tot onbeheerbare situaties. Groenstroken en plantvakken worden alleen als één geheel verkocht. Opsplitsing onder meerdere aanwonenden is wel mogelijk, mits dit het gehele vak betreft.
De nevenstructuur omvat circa 83 ha, 37% van het gemeentelijk groenareaal. Het overig groen omvat circa 18 ha, 8% van het gemeentelijk groenareaal. Dit is uiteraard een momentopname. Door uitgifte, herinrichtingen e.d. verandert dit continu. Doelstelling is dus binnen de gestelde kaders zoals voorgaand omschreven (en uiteindelijk nader uitgewerkt in de Strategische beleidsnota gemeentelijke eigendommen) zoveel mogelijk groen te verkopen. Hiermee ligt de verantwoordelijkheid voor het onderhoud bij de burgers en neemt dus het te onderhouden areaal voor de gemeente af. Binnen het tijdspad van dit groenbeheerplan zullen deze kaarten worden gecontroleerd en waar nodig geüpdatet.
Groenbeheerplan 2022 - 2031
21
2.2.2 Burgerparticipatie De gemeente realiseert een aantrekkelijke en verzorgde openbare ruimte voor de bewoners. Het is dan ook van belang dat zij betrokken zijn bij de inrichting, zodat deze zoveel als mogelijk aansluit bij hun eisen en wensen. Het betrekken van bewoners bij ruimtelijke plannen heeft daarom een hoge prioriteit. Op deze wijze worden namelijk breed gedragen plannen gerealiseerd. In de gemeente Sluis spelen veel zaken die raken aan burger- en overheidsparticipatie. Daarom is in december 2019 de nota Burgerparticipatie vastgesteld. Hierin is participatie opgedeeld in drie vormen: burgerinitiatieven, meedenken en meedoen. Definitie en doel van participatie Er zijn vele definities van participatie. De gemeente Sluis hanteert de volgende definitie zoals opgenomen in de Nota Burgerparticipatie: “Burgerparticipatie is een vorm van samenwerking tussen inwoners en gemeente waarbij burgers, direct of indirect, de kans krijgen om invloed uit te oefenen op de ontwikkeling, uitvoering en/of evaluatie van beleid, projecten en plannen. Deze samenwerking kan worden geïnitieerd door burgers zelf, een maatschappelijke organisatie, een buurtplatform of door de gemeente.
Onder burgers verstaan we ook instellingen, organisaties, ondernemers en adviesorganen.” Het doel van participatie is het bewerkstelligen van een goede samenwerking tussen inwoners en gemeente, waarbij inwoners de kans krijgen om invloed uit te oefenen op de ontwikkeling, uitvoering en/of evaluatie van beleid, projecten en plannen. Inhoudelijke consensus tussen gemeente en inwoners is hierbij een mooi streven, echter indien dit niet bereikt wordt wil dit niet zeggen dat participatie niet geslaagd is. Vormen van participatie De gemeente Sluis heeft drie vormen van participatie vastgesteld; burgerinitiatieven, meedenken en meedoen en hanteert de volgende definities in de nota Burgerparticipatie 2019: 1. Burgerinitiatieven ‘Een initiatief van één of meerdere burgers dat onverplicht wordt opgestart ten behoeve van anderen of de samenleving. Het initiatief gaat verder dan individueel eigenbelang of individueel ongenoegen en heeft een meerwaarde voor de samenleving. De initiatiefnemers kunnen (groepjes) individuen zijn, maar ook verenigingen, stichtingen en/of bedrijven. In deze nota wordt niet het formele burgerinitiatief bedoeld, waarbij burgers het recht hebben om een onderwerp op de agenda van de volksvertegenwoordiging te zetten.’ Beleidsnotitie kaders Uitdaagrecht gemeente Sluis 2021 2.
Meedenken ‘De gemeente betrekt burgers/partijen vroegtijdig bij het ontwikkelen van beleid/plannen.’ 3. Meedoen ‘De gemeente vraagt burgers om bepaalde taken uit te voeren.’ Wat is het Uitdaagrecht? Het Uitdaagrecht (ook wel Right to Challenge genoemd) is een vierde vorm van participatie binnen de gemeente Sluis. Via het Uitdaagrecht kunnen inwoners, maatschappelijke organisaties en instellingen een voorstel indienen om een publieke taak over te nemen van de gemeente Sluis, waarbij zij denken dit werk slimmer, beter, goedkoper of anders te kunnen doen. Met het Uitdaagrecht kunnen inwoners echt meedoen als het gaat om hun leefomgeving en een bijdrage leveren aan de leefbaarheid in de gemeente Sluis.
22
Groenbeheerplan 2022 - 2031
Voor de gemeente Sluis is het Uitdaagrecht van belang om bij te dragen aan: • Invulling geven aan de eigen kracht van inwoners, sociale initiatieven, e.a. met meer eigen verantwoordelijkheid; •
De taken van de gemeente met een grotere maatschappelijke meerwaarde laten uitvoeren;
• En zo mogelijk efficiënter omgaan met de financiële middelen Het Uitdaagrecht lijkt op een burgerinitiatief. De overeenkomst is dat beide initiatieven vanuit de inwoners komen. Het verschil is dat het Uitdaagrecht zich alleen richt op de gemeentelijke taken die zijn opgenomen in de gemeentebegroting. Inwoners maken kenbaar dat zij een taak willen overnemen omdat zij denken dit beter, goedkoper of efficiënter te kunnen doen. De inwoners krijgen hiervoor het budget dat in de gemeentelijke begroting is opgenomen. Een voorbeeld kan zijn dat inwoners het onderhoud van een groenperkje willen overnemen dat de gemeente nu zelf onderhoudt of waarvan de gemeente het onderhoud heeft uitbesteed. Voorwaarden waaraan een uitdaging moet voldoen We hanteren de volgende voorwaarden voor het indienen van een uitdaging: • Het betreft een huidige lokale voorziening of gemeentelijke taak, zoals opgenomen in de gemeentebegroting; •
Het budget moet beschikbaar zijn en niet vastgelegd in een meerjarencontract;
•
Initiatiefnemers zijn lokaal verbonden aan of geworteld in de gemeente (inwoners, maatschappelijke organisaties en instellingen);
•
Initiatiefnemers tonen aan dat er draagvlak is voor hun idee bij inwoners en/of gebruikers;
•
Initiatiefnemers kunnen een maatschappelijke meerwaarde bieden doordat de maatschappelijke betrokkenheid van de inwoners wordt vergroot;
•
De initiatiefnemers maken aannemelijk dat zij de prestatie kunnen leveren;
•
Initiatiefnemers hebben bij voorkeur een rechtsvorm zoals een vereniging of een stichting;
•
Een uitdaging vergroot de betrokkenheid bij de lokale gemeenschap (het gevoel van eigenaarschap en verantwoordelijkheid neemt toe);
•
De uitdaging is niet nadelig voor anderen en voldoet aan wet- en regelgeving en de kaders van gemeentelijke beleids- en beheerplannen (wegen, GRP, groen, speeltoestellen);
•
De kosten voor de uitvoering zijn bij voorkeur lager, maar in ieder geval niet hoger dan de huidige kosten;
• De uitdaging mag niet ten koste gaan van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Taken uitgevoerd door mensen vanuit de Participatiewet of sociaal werkbedrijf Dethon blijven behouden.
Groenbeheerplan 2022 - 2031
2.2.3
23
Duurzaamheid/Biodiversiteit(flora en fauna)/Klimaatverandering/Waardevolle leefomgeving
Nederland kent diverse leefbaarheidsdoelstellingen en opgaven waaronder de woningbouwopgave, de energietransitie, de bodemdaling, de klimaatadaptatie, het biodiversiteitsherstel, de circulaire economie en het mobiliteitsvraagstuk. Alle onder- werpen vragen aandacht en zorgvuldigheid en hebben op diverse wijzen raakvlakken met elkaar en het totale groen in onze openbare ruimte. Klimaatadaptatie, biodiversiteitsherstel en de waardevolle leefomgeving zijn onderling nauw ver- bonden met het groen areaal én bomen spelen hierin een leidende rol. Investeren in maatregelen met het oog op de klimaatverandering en het bio- diversiteitsverlies, zijn investeringen in behoud en herstel van onze leefomgeving. Een groene openbare ruimte en met name bomen spelen een grote rol in deze thema’s. Dat investeren in deze onderwerpen rendeert, is wetenschappelijk vastgesteld en daarmee beleidsmatig relevant: Duurzaamheid is belangrijker dan ooit tevoren. Steeds vaker kijken we naar de impact van ons handelen, de negatieve effecten daarvan op de aarde en hoe we deze zo klein mogelijk kunnen maken. Duurzaamheid is een kernbegrip geworden. De betekenis van duurzaamheid is breed en soms onduidelijk. Het wordt duidelijker door de Engelse term ‘sustainability’ te gebruiken, want ‘to sustain’ betekent letterlijk ‘volhouden’.
Een leefstijl en denkwijze die ook op de lange termijn vol te houden is voor de aarde en voor onszelf. Hoofdzakelijk gaat het over het maken van bewuste en verantwoorde keuzes, die het milieu, de leefomgeving en het klimaat zo min mogelijk schade berokkenen. Duurzaamheid is een breed begrip, maar het komt er in het kort op neer dat in een duurzame wereld mens (people), milieu (planet) en economie (profit) met elkaar in evenwicht zijn, zodat we de aarde niet uitputten. Klimaatverandering is zichtbaar. Het zorgt voor extreem weer: Stortregens, zomerstormen of langere droge en hete perioden. Door de uitstoot van broei- kasgassen warmt de aarde sneller op dan verwacht en stijgt de zeespiegel. Hierdoor nemen ziekten en allergieën toe. Ook kunnen niet alle planten en dieren zich snel genoeg aanpassen aan het nieuwe klimaat, waardoor sommige uitsterven en er een andere situatie ontstaat (Darwin). Technische oplossingen als dijkverzwaringen en hogere zorgbehoeften zijn kostbaar. Investeringen in planten en bomen kunnen de versnelde opwarming en het stijgen van de zeespiegel afremmen d.m.v. fotosynthese de CO2 in de atmosfeer omlaag te brengen. Hiermee wordt de noodzaak voor technische investeringen beperkt en wordt gelijktijdig bijgedragen aan de leefbaarheid. Biodiversiteit gaat verder dan het aantal soorten (diversiteit).
Het gaat ook om de samenhang binnen ecosystemen, tussen soorten, genetische diversiteit en genetische aanpassing (natuurlijke mutaties). Het onderwerp biodiversiteit staat op de politieke agenda vanwege de economische belangen van biodiversiteits- behoud. Vele sectoren zijn afhankelijk van biodiversiteit. De helft van het wereld- wijde bruto binnenlands product is van de ecosysteemdiensten – de natuurlijke bronnen – afhankelijk. Door de versnelde klimaatverandering en vergaande versteniging(verstedelijking) verandert de omgeving en wordt het aantal soorten tegelijkertijd kleiner. Om deze reden is een goede balans tussen de toepassing van stabiele natuurlijke en bestendige nieuwe soorten van belang. Groeiplaatsen van bomen vormen ecosystemen waarin diverse soorten flora en fauna samenleven, in de bodem en daarboven. Diversiteit aan bomen zorgt voor diverse ecosystemen. Waardevolle leefomgeving draait om het leefbaar houden en maken van de directe omgeving waarin mensen verblijven; de woon- en werkomgeving. Met name tijdens de lockdowns werd voor vele mensen duidelijk wat het belang is van groen op loopafstand. Onderzoek toont keer op keer aan dat mensen gelukkiger en gezonder zijn en een hogere waarde toekennen aan een groene leefomgeving, juist ook bestaande en vaak oudere bomen dragen hier in hoge mate aan bij.
24
Groenbeheerplan 2022 - 2031
Ook in de gemeente Sluis merken wij de gevolgen van klimaatverandering. Enkele locaties ondervinden wateroverlast na hevige regenbuien, teelten hebben schade door langdurige droogte en gebrek aan zoet water. Ook de natuur verandert door het verschuiven van de seizoenen. Deze klimaateffecten worden mogelijk de komende jaren steeds extremer en structureler. Veel beleidstukken, visies en andere documenten zijn in ontwikkeling en zijn gericht op klimaatverandering en duurzaamheid, zoals de Transitievisie Warmte, de Regionale Structuur Warmte, en de Regionale en Lokale Klimaatadaptatiestrategie. Visiedocument Krachtig Verbonden. Binnen de groene openbare ruimte zullen we dus een verbinding moeten gaan maken met deze nieuwe beleidsstukken. Duurzaamheid De groene openbare ruimte is een belangrijk onderdeel van de gemeente Sluis. De openbare ruimte heeft enerzijds een representatieve functie. Een verzorgd beeld, aantrekkelijke beplanting en gesloten verharding dragen hieraan bij. Anderzijds heeft de openbare ruimte een gebruiksfunctie. Wandelen en fietsen, spelen, sporten en ontdekken: de openbare ruimte moet dit op een veilige en uitdagende manier mogelijk maken. De gemeente is verantwoordelijk voor aanleg, beheer en onderhoud van elementen in de openbare ruimte.
Denk hierbij aan wegen, groen, straatmeubilair, openbare verlichting, civieltechnische kunstwerken zoals bruggen, tunnels en kademuren. Duurzaamheid in de openbare ruimte gaat over circulair bouwen in de GWW(grond weg en waterbouw), duurzaam groenbeheer met behoud en ontwikkeling van biodiversiteit, circulair inkoop van materialen en duurzaam gebruik van machines. Al met al is de vraag voor de openbare ruimte: hoe kunnen we hier ons deel aan bijdragen? Het inkopen van de materialen in de openbare ruimte is sterk afhankelijk van de (functionele) eisen en het ontwerp. Bij besluitvorming over inkoop van beheer en onderhoudsprojecten wordt zorgvuldig nagedacht over de gevolgen voor de organisatie van een bepaalde keuze, op korte en lange termijn. Op welke manier duurzaamheidseisen worden meegenomen in aanbestedingstrajecten, hangt af van de dienst of het product dat wordt aanbesteed. Inkoop van materialen, zoals planten, bankjes en prullenbakken is met een zo laag mogelijke CO2-footprint o.a. door beperkte transportkosten zo lokaal als mogelijk. Voor het onderdeel straatmeubilair kan je hierbij denken aan duurzaam hout, gerecycled kunststof en het streven naar een productie met nagenoeg geen afval.
Daarnaast zien we ook al steeds meer een vorm van Cradle to Cradle: alle grondstoffen die worden gebruikt voor de te leveren producten kunnen volledig worden hergebruikt zonder hun waarde te verliezen. Ontwikkelingen duurzaamheid: • Verder onderzoek doen naar en de mogelijke implementatie van zelf persende afvalbakken. Deze zijn sensor gestuurd waardoor de medewerker zijn route economischer kan indelen(ledigen wanneer het echt nodig is) en zo ook minder CO2 uitstoot met zijn vervoersmiddel. •
Inzetten van watersensors om het proces van watergeven nauwkeuriger op elkaar aan te laten sluiten en zo onnodige vervoersbewegingen te voorkomen.
•
Plantmateriaal inkopen bij leveranciers die 1 of meerdere onderstaande certificaten in bezit hebben: o Planet Proof o MVO+ o ISO14001 o NL Greenlabel o CO2-Prestatieladder. Voor de aanleg van de openbare ruimte worden veel grondstoffen gebruikt. Het gebruik van primaire grondstoffen gaan we verminderen en we zetten in op hergebruik van materialen en circulair bouwen/ aanleggen. Meer gebruik maken van de bestaande bodem aangevuld met grondstoffen om zo een betere leefomgeving te creëren voor nieuwe aanplant. Materialen en meubilair moeten aan het einde van hun levensduur weer compleet hergebruikt kunnen worden of worden gerecycled.
•
Groenbeheerplan 2022 - 2031
25
Klimaatverandering(adaptatie) Het klimaat verandert. Ondanks de maatregelen die we nemen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, kunnen we in de toekomst te maken krijgen met extremer weer, een warmer klimaat en een stijgende zeespiegel. Daarom is het nodig onze omgeving aan te passen aan deze nieuwe omstandigheden. Dit noemen we klimaatadaptatie. Ook in Zeeland zien we dat inwoners en onderdelen van de Zeeuwse samenleving nu al met deze effecten geconfronteerd worden, en hier in de toekomst nog meer mee te maken krijgen. Met de Zeeuwse Klimaatadaptatiestrategie bereiden we de Zeeuwse samenleving hierop voor en maken haar weerbaar. Het is zaak om voorziene risico’s en schade zoveel mogelijk te beperken. Hoe langer we wachten met het nemen van maatregelen, des te groter de risico’s en kosten. De mate van klimaatverandering waarmee Zeeland nu wordt geconfronteerd betekent een nieuwe uitdaging. Het is aan deze en een volgende generatie Zeeuwen om daaraan het hoofd te bieden en de kansen te benutten die uit deze veranderingen voortvloeien. Klimaatadaptatie vormt ook een extra impuls voor al lopende veranderingsprocessen in de Zeeuwse samenleving.
Door de uitdagingen rondom klimaatadaptatie integraal en op natuurlijke momenten op te pakken zorgen we ervoor dat Zeeland goed voorbereid is op de gevolgen van klimaatverandering en zorgt het voor relatief weinig extra investeringen. Voorbeelden hiervan zijn een gemeente die bij het opnieuw inrichten van een woonwijk maatregelen toepast om hitte te beperken en een inwoner die zorgt voor extra wateropvang in de tuin op het moment dat de tuin (opnieuw) wordt ingericht. Stap voor stap richten we Zeeland klimaatbestendig in. De Klimaatadaptatiestrategie Zeeland zal nadien worden door vertaald naar Zeeuws-Vlaamse afspraken over hoe wij het veranderende klimaat het hoofd willen bieden. Geen enkele partij beschikt over voldoende deskundigheid, middelen, kennis en (landelijk) netwerk om deze opgave individueel op te pakken. Daarbij wordt ook voldoende ruimte gehouden voor maatwerk en een uitwerking op lokaal niveau bijvoorbeeld in de Omgevingsvisie, ruimtelijke plannen en inrichten van de Openbare Ruimte Ontwikkelingen Klimaatadaptatie • Toename van schaduw gevende en verdampende beplanting moet ook tijdens hittegolven een leefbare buitenruimte garanderen voor inwoners. Sorteer tijdig voor en informeer inwoners over (mogelijke seizoensgebonden) overlast. •
Uitbreiding zonnepanelen: Conflicten met bomen kunnen toenemen (panelen worden schaduwtoleranter en ook collectieve plaatsing van panelen op geschikte locaties neemt toe, maar op dit moment zijn conflicten aan de orde). Beleidsmatig innemen van een standpunt over deze conflicten is van belang en zelfs als regel te benoemen.
•
Vergroten en ontharden boomspiegels/groeiplaatsen met oog op waterbuffering (hemelwater van trottoirs). De behoefte aan hemelwaterinfiltratie door de inzet van groenstroken als waterbuffers neemt toe. Breng kansen en kaders binnen de gemeente in kaart.
•
Afkoppeling hemelwater: Steeds meer regenwater zal de grond in moeten in plaats van het riool. Dit biedt kansen voor nieuw groen en bomen, maar bestaande groeiplaatsen zullen soms ook moeten worden aangepast omdat knelpunten kunnen ontstaan door vergraven, verslempen of het (tijdelijk) onder water zetten van een gebied (inundatie).
•
Meer wadi’s op basis van stresstesten. Dit biedt kansen voor bepaalde boomsoorten, maar ook bedreigingen voor andere bomensoorten en groen.
•
Zwaardere elektra, laadpalen en glasvezelkabels claimen ondergrondse ruimte. Hoe om te gaan met de nu al schaarse ondergrondse ruimte?
•
Introductie van nieuwe klimaatbestendige Europese boomsoorten biedt kansen voor het klimaat, maar is – indien niet evenwichtig doorgevoerd – mogelijk ook een bedreiging voor de biodiversiteit.
26
Groenbeheerplan 2022 - 2031
Biodiversiteit Voor het in beeld brengen van het gehele areaal groen in onze openbare ruimte, maken we gebruik van het beheerprogramma Obsurv. Daarin zijn alle onderdelen binnen het vakgebied groen in opgenomen en voorzien van een beheergroep. Dit gaat van heesterbeplanting tot bomen in verschillende hoogtematen t/m grasvegetatie aan toe. Aan elke beheergroep hangt er een werkpakket wat daarna weer de basis is voor de financiële paragraaf. In het huidige beheerplan wordt voor de indeling van het groen in de openbare ruimte voornamelijk gezocht naar een balans tussen deze beheergroepen en de eenvoud in onderhoud hiervan. Het onderdeel grasvegetatie met als beheergroep gazon komt het meeste voor in onze openbare ruimte. Eenvoud in onderhoud en de daarbij behorende beeldkwaliteit zijn uitgangspunten voor het maken van deze keuze al dan niet aangevuld met bloembollenvelden. Grasvegetatie in de vorm van begrazing, bermgras en ecologisch beheerd gras doen steeds meer hun intrede in onze openbare ruimte. Onze bermgras vlakken zijn een belangrijk leefgebied voor planten en dieren. Een diversiteit aan planten is belangrijk voor insecten. Meer diversiteit kan op verschillende manieren bereikt worden. Door het aanpassen van het beheer of door het inzaaien van zaadmengsels.
Momenteel bekijken wij op welke manier we bij het uitvoeren van onze maaiwerkzaamheden nog beter rekening kunnen houden met de aanwezige planten(waaronder ook de ongewenste soorten) en dieren. Het inzaaien met bloemenmengsels heeft hierbij ook onze aandacht. Maar we gaan hier wel terughoudend mee om. Niet alle bloemenmengsels zijn namelijk interessant voor de insecten die hier van nature voorkomen. Ook moet rekening gehouden worden met de grondsoort. Niet alle soorten groeien goed op de Zeeuwse kleigrond. En na het inzaaien is het belangrijk dat er een op het mengsel afgestemd beheer wordt ingevoerd. Gebeurt dit niet dan is het mengsel na een paar jaar verdwenen. En daarmee naast het voordeel voor de insecten ook de investering die gedaan is. De voorkeur gaat daarom in eerste instantie uit naar het, waar mogelijk, aanpassen van het beheer. Doordat er in de bodem nog veel zaden aanwezig zijn van de planten die hier van nature voorkomen krijgen deze door een ander beheer de kans zich te ontwikkelen. Op deze manier ontstaat er op termijn een grotere diversiteit aan planten en dieren en zo ook een waardevollere leefomgeving. Een waardevolle leefomgeving om in te wonen, werken, spelen, sporten en natuur zijn niet van elkaar te scheiden. In de gemeente Sluis zie je groen, ruik je bloemen en hoor je vogels zodra je buiten je huis stapt.
Niet alleen buiten de bebouwde kom tussen de agrarische percelen, natuurgebieden en of langs onze kuststrook, maar ook binnen de bebouwde kom. Om biodiversiteit te behouden en te stimuleren tijdens de klimaatverandering zal diversiteit een grotere rol moeten hebben/krijgen in de openbare buitenruimte. Dit geldt zowel op groot niveau: verschillende soorten beplanting voor het aantrekken van verschillende soorten vogels, insecten en zoogdieren. En op klein niveau: als basis een gezonde voedingsbodem dat van alle nutriënten is voorzien voor een divers bodemleven (insecten en wormen). Vergroening van het bebouwd gebied draagt in belangrijke mate bij aan de biodiversiteit en de robuustheid van ecosystemen. Daarnaast is het ook een belangrijke maatregel tegen wateroverlast, droogte en hitte stress. Ontwikkelingen Biodiversiteit: • Natuurlijk beheer zal – waar mogelijk – een speerpunt worden. •
Soortenarm gazon met of zonder bomen zal waar mogelijk worden omgevormd naar kruidig grasland/ wilde bermen. Dit moet de biodiversiteit versterken en plagen doen afnemen. In het maken van de keuze welke locatie daar dan geschikt voor is, zal verkeersveiligheid zal hier altijd leidend in blijven.
•
Bomen krijgen een belangrijkere rol. Deze staan vaak ook in een oude ongeschonden waardevolle bodem. Veteranenbomen vervullen bovendien een nichefunctie voor bepaalde schimmels en insecten (biodiversiteitseiland). Ook voor bestaand volwassen groen zal de beschermwaarde toenemen. Met veel vaker als uitgangspunt; inpassen. Bomen zijn waardevol maar toch mogen ze ons niet gijzelen; indien het leidt tot problemen moeten we rooien en een jongere boom terug plaatsen met het oog voor kenmerken van de boom die past bij de locatie.
Groenbeheerplan 2022 - 2031
27
•
Bij herinrichtingen van straten streven we ernaar om een juiste balans te vinden tussen de benodigde ruimte, bebouwing, beplanting, wateropvang en financiële middelen. Het aanbrengen van meer groen biedt zo zijn voordeel in het proces klimaatadaptatie en de diversiteit in onze flora en fauna. Door diversiteit aan te bieden ontstaat er ook een beter klimaat om het voorkomen en het natuurlijk bestrijden van ziekten en plagen.
•
Meer inzetten op het verbeteren van de aanwezige voedingsbodem/bodemleven van heesters en bomen door gebruik te maken van ecologische meststoffen. Met deze methode kunnen we ook de tekorten in de bodem aanvullen en zo de ongewenste onkruiden onderdrukken. Als voorbeeld kunnen we de Heermoes(kattenstaart) aangeven die als wortelonkruid goed gedijt onder deze tekorten, maar met de aanvulling hiervan in een natuurlijk proces drastisch zal reduceren. Door het verbeteren van het bodemleven zal ook de opname van water en het transporteren van zuurstof verbeteren wat dan ook weer ten goede komt aan de kwaliteit van de beplanting.
Aanpassingen in het maaibeheer geven ecologische waarde aan grasvelden
Ecologisch erg interessante (losse)haag
Diversiteit in planten- en diersoorten moet zoveel mogelijk gestimuleerd worden
Grasvegetatie IJzendijke
Waardevolle leefomgeving Een waardevolle leefomgeving kan men omschrijven als een beleving door de gebruiker, maar ook als een stukje kapitaalgoed voor de beherende instantie. De groene openbare ruimte en gezonde bomen dragen wezenlijk bij aan de integrale opgaven op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit en een waardevolle leefomgeving.