02 [Begroting 2026] - Begroting 2026
Tekst van het document
GEMEENTE SLUIS
Overzicht van incidentele baten en lasten Door een indicatie van de incidentele baten en lasten te geven, wordt informatie gegeven die relevant is voor het beoordelen van de financiële positie en de meerjarenraming. Onder incidenteel wordt verstaan baten en lasten die zich niet langer dan drie jaar voordoen. (Bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
PG Omschrijving lasten Exploitatielasten: 1
Duurzaamheid: subsidie isolatieprogramma
2.371
2.375
2.632
2
Grondexploitaties
1.174
116
116
2
Strandbeleid
35
2
Economische agenda, campagne wonen in Sluis
50
2
uitwerken uitvoeringsplan economische agenda
150
2
Duurzaamheid: subsidies programma 2
343
3
Transitiearrangement VOZV
33
4
Voorschool Sluis
1.350
4
Energiearmoede
150
4
Subsidie Cultuur en Erfgoed (kadernota 2026)
145
4
Stelpost preventief jeugdbeleid
104
4
Duurzaamheid: subsidies programma 4
172
6
Inhuur grote projecten
465
6
Informatiebeveiliging
286
6
Verhuis archief, verhuiskosten en proj.leiding
75
6
Rente Schatkistbankieren
150
subtotaal incidentele exploitatielasten:
150 57
57
150
7.053
2.848
2.805
-
0
0
0
0
7.053
2.848
2.805
-
Toevoegingen aan reserves: geen subtotaal toevoegingen reserves: Totaal incidentele lasten PG Omschrijving baten Exploitatiebaten: 1
Spuk isolatieprorgamma
1.260
1.262
1.519
2
Grondexploitaties
1.174
116
116
4
Spuk Energiearmoede
150
150
6
Stelpost: ruimtescheppende maatregelen
652 2.584
1.528
1.635
1.626
1.113
1.113
652
Onttrekkingen aan reserves: 1
Duurzaamheid: subsidiebeleid programma's 1, 2 en 4
2
Recreatievisie tbv tekort strandbeleid
BEGROTING 2026
35
PAGINA 40 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
(Bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
2
Inc. uitgaven: Ec. agenda, campagne wonen in Sluis
50
2
Inc. uitgaven: uitwerken uitvoeringsplan ec. agenda
150
150
3
Havengebied Breskens
76
24
6
AR: verhuiskosten Zeeuws archief
50
6
Inc. uitgaven: verhuiskosten Zeeuws archief
50
6
Inc. uitgaven: verhuis archief, projectleiding
25
6
Inc. uitgaven - inhuur grote projecten
465
6
Bedrijfsvoering: informatiebeveiliging
286
Subtotaal onttrekkingen aan reserves
2.813
1.287
1.113
-
Totaal incidentele baten
5.397
2.815
2.748
652
Totaal saldo incidentele lasten en baten
1.656
33
57
-652
Er is sprake van meer incidentele lasten dan baten. Deze hebben een positief effect op het structureel en reëel evenwicht.
Overzicht van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Structurele onttrekkingen reserves: Reserve gebouwen tbv: - egalisatie MJOP
626
69
- dekking MJOP
714
714
714
714
Reserve Volkshuisvestingfonds (cofinanciering)
280
579
690
707
Reserve Tijdelijke huisvesting
521
675
632
538
340
340
Inc. uitgaven, dekking Vitaal Oostburg Egalisatiereserve kapitaallasten tbv: - programma 1
4
1
-
-
- programma 2
151
146
146
146
- programma 3
366
366
365
361
- programma 4
2
2
2
2
- programma 5
452
452
206
2
- Algemene dekkingsmiddelen
78
78
78
78
3.194
3.013
3.174
2.957
595
356
Totaal structurele onttrekkingen reserves Structurele toevoegingen reserves: Reserve gebouwen, egalisatie Egalisatiereserve wegen
447
420
113
93
Algemene Reserve, dividend GBE Aqua
195
195
195
195
Totaal structurele toevoegingen reserves
642
1.210
664
288
BEGROTING 2026
PAGINA 41 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Structureel en reëel evenwicht (SRE) Op basis van onderstaand overzicht wordt aangetoond dat de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029, conform de uitgangspunten in het BBV, structureel en reëel in evenwicht zijn. Dit houdt in dat structurele lasten kunnen worden gedekt met structurele baten. Indien dit niet het geval zou zijn, zou de kans groot zijn dat er op termijn een begrotingstekort ontstaat. De huidige ramingen tonen aan dat dit risico op dit moment niet aan de orde is. Het structureel begrotingsevenwicht wordt berekend door de totale lasten en baten te verminderen met de incidentele lasten en baten. Het saldo dat overblijft moet op termijn positief zijn (de structurele baten zijn dan groter dan de structurele lasten). In alle jaren van de meerjarenraming is sprake van een positief structureel begrotingssaldo. (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Saldo baten en lasten voor bestemming
-1.054
2.426
-9
1.522
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
5.314
3.090
3.623
2.677
Begrotingssaldo na bestemming
4.260
5.516
3.614
4.199
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)
1.656
33
57
-652
Structureel begrotingssaldo (SRE)
5.916
5.549
3.671
3.547
De conclusie uit bovenstaande berekeningen is dat we op basis van deze begroting voor alle jaren een structureel en reëel evenwicht hebben.
BEGROTING 2026
PAGINA 42 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Stelposten Evenals vorig jaar bevat de begroting geen taakstellingen. In plaats daarvan zijn er een aantal stelposten opgenomen. Dit zijn budgetten die nog nadere invulling behoeven. Hieronder staat een opsomming van deze stelposten. Dit betreft restanten van de stelposten die vorig jaar zijn opgenomen in de meerjarenraming bij de begroting 2025 en nieuwe posten uit de kadernota 2026. Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Kadernota's
2.115
2.041
3.603
3.237
451
377
377
377
2.566
2.418
3.980
3.614
2026
2027
2028
2029
Overige Totaal stelposten
Kadernota's Stelposten (bedragen * € 1.000) Versterken proj.org Regiovisie Z-Vl
57
58
59
60
gronddepot Schoondijke
38
38
38
38
uitbouw brandweerkazerne Schoondijke
7
7
7
7
financiële ruimte Bestuurlijke Jaaragenda
500
500
500
500
Clusteren wonen, zorg en voorzieningen IJzendijke
410
realisatie Duinboulevard
150
149
148
147
Beheerplannen afdekken risico's
965
965
965
1.000
Sportcampus (en Vitaal Oostburg)
166
92
785
625
Vitaal West Zeeuws-Vlaanderen
0
0
870
870
207
207
207
207
Transformatie woningvoorraad en startersleningen Ruimtescheppende maatregelen Totaal
-652 2.115
2.041
3.603
3.237
Overige stelposten De overige stelposten verwijzen grotendeels naar de budgetten die genoemd worden in de paragraaf Begrotingssaldo/meerjarenperspectief 2023-2026, onderdeel Coalitieakkoord, in de begroting 2023. Ook hier betreft de onderstaande opsomming weer restanten van de ramingen van vorig jaar. Overige stelposten (bedragen * € 1.000) 2026 2027 2028 2029 Burgerparticipatie
40
40
40
40
Gratis kinderopvang
270
300
300
300
Preventief jeugdbeleid
104
stelpost Vitaal Ijzendijke
37
37
37
37
Totaal stelpost Overige
451
377
377
377
BEGROTING 2026
PAGINA 43 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Geprognosticeerde balans Op grond van de begrotingsvoorschriften dient in de begroting een meerjarige geprognosticeerde balans te worden opgenomen. Hierna vindt u eerst de geprognosticeerde balans (activa en passiva) en daarna een nadere toelichting op de onderdelen investeringsplan (maakt deel uit van de vaste activa) en de reserves en voorzieningen. Tot slot wordt het EMU-saldo berekend. Activa (bedragen x € 1.000) Vaste activa Immaterieel Kosten van onderzoek en ontwikkeling Bijdragen in activa eigendom van derden
1-1-2026
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
216 274
216 274
216 260
216 246
216 232
57.495
56.976
54.834
49.993
46.173
53.792
57.493
58.398
61.162
63.287
16.190
17.157
17.496
17.490
17.536
Kapitaalverstrekkingen deelnemingen
13.652
13.652
13.652
13.652
13.652
Overige uitzettingen rentetypische periode van één jaar of langer
3.361
3.127
2.893
2.659
2.425
144.981
148.896
147.750
145.418
143.522
Vlottende activa Voorraden Onderhanden werk Gereed product en handelsgoederen
1.089 471
24 471
-91 471
-206 471
-207 471
Uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen
8.295
8.295
8.511
8.732
8.950
Uitzettingen in rijks schatkist
20.000
8.000
-
-
-
Overige vorderingen
3.250
5.233
5.233
4.280
5.630
650
650
650
650
650
2.045
3.000
3.000
3.000
3.000
Totaal vlottende activa
35.800
25.673
17.775
16.928
18.495
Totaal ACTIVA
180.781
174.570
165.525
162.346
162.017
Materieel Investeringen economisch nut Investeringen economisch nut, waarvoor heffing kan worden geheven Investeringen maatschappelijk nut Financieel
Totaal vaste activa
Liquide middelen Kas-, banksaldi Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen tlv volgende jaren
BEGROTING 2026
PAGINA 44 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Passiva (bedragen x € 1.000) Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve Begrotingssaldo
1-1-2026
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
20.292 63.862 4.590
20.437 55.035 4.364
20.632 51.750 5.516
20.827 39.772 3.614
21.022 37.249 4.199
5.638
5.532
5.463
5.411
5.347
14.224
14.112
13.615
13.066
12.451
Onderhandse leningen binnenlandse banken en overige financiele instellingen
32.232
29.980
34.228
38.217
47.357
Totaal vaste passiva
140.837
129.460
131.204
120.907
127.625
Vlottende passiva Netto-vlottende schuld met rentetypische looptijd < 1 jaar Kasgeldleningen Overige schulden
13.663
10.234 13.863
10.294 10.402
10.504 15.253
10.594 11.608
25.791
18.313
11.023
15.029
11.390
490
2.700
2.600
652
800
Totaal vlottende passiva
39.944
45.110
34.320
41.439
34.392
Totaal PASSIVA
180.781
174.570
165.525
162.346
162.017
Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Van derden verkregen middelen met specifieke besteding Vaste schulden met rentetypische looptijd > 1 jaar
Overlopende passiva Van Eur. En Ned. Overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel voor volgende jaren Overige vooruitontvangen bedragen ten bate van volgende begrotingsjaren
BEGROTING 2026
PAGINA 45 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Investeringsplan 2026-2029 De investeringsplanning is opgenomen in bijlage 1 bij deze begroting. Het renteomslagpercentage (onder het BBV verplicht voorgeschreven) is voor 2026 berekend op 0,327%. Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
- investeringen economisch nut
4.598
1.857
751
575
- investeringen economisch nut, waarvoor heffing kan worden geheven
4.787
3.443
3.446
3.755
- investeringen maatschappelijk nut
2.479
1.606
1.276
1.321
15
15
15
15
Totaalbedrag investeringen
11.878
6.921
5.488
5.666
Kapitaallasten (cumulatief)
388
675
858
1.064
Dekking uit voorziening rioolheffing
75
159
239
332
Materiële vaste activa:
Financiële vaste activa
De kapitaallasten die voortvloeien uit deze investeringen zijn onder de lasten van de diverse programma’s geraamd. Vaststelling van de programmabegroting 2026 houdt tevens in het beschikbaar stellen van de kredieten uit de kolom 2026 van het investeringsplan 2026-2029 (bijlage 1).
BEGROTING 2026
PAGINA 46 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Reserves en voorzieningen In de nota Reserves en voorzieningen 2025-2029 (raad 18 september 2025) is, voor zover van toepassing, per reserve/voorziening het volgende in beeld gebracht: - het doel van de reserve/voorziening; - de voedingen en onttrekkingen; - de maximale hoogte en maximale looptijd; - bijzonderheden. In onderstaand overzicht wordt een totaalbeeld gegeven van het verloop van de reserves en voorzieningen. Voor de onderstreepte reserves en voorzieningen geldt dat er in de begroting mutaties zijn opgenomen. Deze staan na het verloopoverzicht toegelicht.
Algemene reserve
1-12026 20.292
31-122026 20.437
31-122027 20.632
31-122028 20.827
31-122029 21.022
Totaal algemene reserves:
20.292
20.437
20.632
20.827
21.022
Grondexploitatie
2.065
2.065
2.065
2.065
2.065
Incidentele uitgaven
12.708
8.650
8.500
-
-
Explosievenruiming
284
284
284
284
284
Rekenkamercommissie
15
15
15
15
15
Reserve onderhoud gebouwen
9.688
8.349
8.230
7.873
7.090
Egalisatiereserve bodemsanering
420
420
420
420
420
Egalisatiereserve bestemmingsplannen
221
221
221
221
221
4.118
2.492
1.379
265
265
Bedrijfsvoering
747
461
461
461
461
Recreatievisie 2.0
80
45
45
45
45
Sociaal Domein
500
500
500
500
500
Egalisatiereserve wegen
597
1.044
1.464
1.577
1.670
Egalisatiereserve groen
211
211
211
211
211
3.000
3.000
3.000
3.000
3.000
Bedragen x € 1.000 Stand per:
Bestemmingsreserves:
Egalisatiereserve duurzaamheid
Egalisatiereserve AU Gemeentefonds Egalisatiereserve Havengebied Breskens
766
690
666
666
666
Egalisatiereserve archeologisch onderzoek
326
326
326
326
326
Reserve Deelneming GBE Aqua
10.647
10.647
10.647
10.647
10.647
Egalisatiereserve kapitaallasten
9.146
8.093
7.048
6.250
5.662
Reserve Volkshuisvestingsfonds
5.955
5.675
5.096
4.406
3.699
Reserve overhevelen budgetten
-
-
-
-
-
Reserve Tijdelijke huisvesting
2.366
1.845
1.170
538
-
Totaal bestemmingsreserves:
63.862
55.035
51.750
39.772
37.249
Totaal reserves:
84.154
75.472
72.382
60.598
58.271
BEGROTING 2026
PAGINA 47 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Bedragen x € 1.000 Stand per:
1-12026
31-122026
31-122027
31-122028
31-122029
Voorzieningen Voorzieningen verplichtingen, risico's Voorziening spaarverlof
1.329
1.579
1.829
2.079
2.329
Voorziening RVU-regeling
112
30
-
-
-
Wachtgelden wethouders
-
-
-
-
-
4.197
3.923
3.634
3.332
3.018
Stimulering recreatieve sector
1.271
1.271
1.271
1.271
1.271
Voorziening rood voor groen
918
918
918
918
918
Transitie woningvoorraad
535
535
535
535
535
Afvalstoffenheffing
2.671
2.588
2.464
2.339
2.214
Rioolheffing
8.670
8.607
8.199
7.741
7.217
Voorziening Waterberging
38
41
45
48
52
Voorziening Begraafplaatsen
121
152
183
214
244
-
-
-
-
-
65
-
65
0
66
Totaal voorzieningen
19.926
19.643
19.141
18.476
17.863
Totaal reserves en voorzieningen
104.080
95.115
91.523
79.075
76.134
2026
2027
2028
2029
195
195
195
195
2026 50 465 150 50
2027
2028
2029
340
340
Wethouderspensioenen Voorzieningen middelen van derden
Voorziening Vitaal West Zws-Vlaanderen Voorziening beheerplan Waterdunen
Toelichting mutaties reserves Algemene reserve Onttrekkingen - Verhuiskosten Zeeuws Archief (naar reserve Incidentele uitgaven Toevoegingen - Dividend GBE Aqua Reserve Incidentele uitgaven Onttrekkingen - Verhuiskosten Zeeuws Archief - Inhuur grote projecten - Uitvoeringsplan Economische agenda - Campagnes wonen in Sluis - Vitaal Oostburg, dekking kapitaallasten - Verplaatsen gemeentearchief, projectleiding - Afboeken te slopen gebouwen Vitaal Oostburg Toevoegingen - Verhuiskosten Zeeuws Archief (van Algemene reserve
BEGROTING 2026
50
150
25 3.368
50
PAGINA 48 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Reserve onderhoud gebouwen Onttrekkingen - Inzet ter dekking meerkosten MJOP - Egalisatie MJOP Toevoegingen - Egalisatie MJOP
2026 714 626
2027 714
2028 714
595
356
2029 714 69
Reserve Duurzaamheid Onttrekkingen - Inzet tbv subsidiebeleid
2026 1.626
2027 1.113
2028 1.113
2029
Reserve Bedrijfsvoering Onttrekkingen - Programmaplan Informatiebeveiliging
2026 286
2027
2028
2029
Reserve Recreatievisie 2.0 Onttrekkingen - Strandbeleid: tekort in 2026
2026 35
2027
2028
2029
Egalisatiereserve wegen Toevoegingen - Vanuit beheerplan Wegen
2026 447
2027 420
2028 113
2029 93
Egalisatiereserve Havengebied Breskens Onttrekkingen - Op basis van exploitatieopzet Havengebied
2026 76
2027 24
2028
2029
Egalisatiereserve kapitaallasten Onttrekkingen - Ter dekking afschrijvingslasten investeringen
2026 1.053
2027 1.045
2028 798
2029 589
Reserve Volkshuisvestingsfonds (cofinanciering) Onttrekkingen - Ter dekking subsidies VHF
2026 280
2027 579
2028 690
2029 707
Reserve Tijdelijke huisvesting Onttrekkingen - Ter dekking Kosten tijdelijke huisvesting
2026 521
2027 675
2028 632
2029 538
BEGROTING 2026
PAGINA 49 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Toelichting mutaties voorzieningen Voorziening spaarverlof Dotatie - Jaarlijkse opbouw
2026 250
2027 250
2028 250
2029 250
Voorziening RVU-regeling Bestedingen - Uitkeringen
2026 82
2027 30
2028
2029
Voorziening Wethouderspensioenen Bestedingen - Uitkeringen
2026 274
2027 289
2028 302
2029 314
2026 125
2027 125
2028 125
2029 125
Voorziening afvalstoffenheffing Vrijval - Dekking investeringen Dotatie - Saldo exploitatie afvalstoffen
42
Voorziening rioolheffing Vrijval - Saldo exploitatie riool
2026 63
2027 408
2028 458
2029 524
Voorziening waterberging Dotatie - Jaarlijkse toevoeging
2026 4
2027 4
2028 4
2029 4
Voorziening begraafplaatsen Dotatie - Tbv ruimingen graven/urnen
2026 31
2027 31
2028 31
2029 31
2026 185
2027 185
2028 185
2029 185
250
120
250
120
Voorziening beheerplan Waterdunen Dotatie - Jaarlijkse dotatie Bestedingen - Conform beheerplan
BEGROTING 2026
PAGINA 50 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
EMU-saldo Het EMU-saldo geldt binnen de Europese Unie als een indicator om de gezondheid van de overheidsfinanciën te kunnen bepalen. Dit cijfer geeft aan of een overheid een overschot of een tekort heeft. Gemeenten moeten dit cijfer in hun begroting opnemen omdat het Rijk een verplichting heeft naar Europa. Het EMU-saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven van de gemeente, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie. Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. Wat is er dan anders aan de EMU-systematiek dan het (gemodificeerde) baten- en lastenstelsel dat de gemeenten hanteren? Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten. Daarbij wordt uitgegaan van de jaarlijkse kapitaallasten van de investeringen. Investeringen in een bepaald jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. De berekening is in de navolgende tabel opgenomen.
Berekening EMU-saldo (bedragen * € 1.000) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. 1. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 2. Mutatie (im)materiële vaste activa 3. Mutatie voorzieningen Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in 4. exploitatie) Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en 5. verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa Berekend EMU-saldo (1 - 2 + 3 - 4 - 5)
BEGROTING 2026
2025
2026
2027
2028
2029
-8.781
1.054
-2.426
9
-1.522
-23.811
-4.149
912
2.098
1.662
-899
-283
-502
-665
-613
564
-1.065
-115
-115
-1
-
-
-
-
-
13.567
5.985
-3.726
-2.639
-3.797
PAGINA 51 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Paragrafen
BEGROTING 2026
PAGINA 52 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Paragraaf Lokale heffingen De lokale heffingen zijn een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke inkomsten. Het beleid aangaande deze heffingen is vastgelegd in diverse gemeentelijke verordeningen die door de gemeenteraad zijn vastgesteld. We maken onderscheid in twee soorten heffingen: − Belastingen: de opbrengst dient als algemeen dekkingsmiddel. Er staat geen prestatie tegenover. Voorbeelden zijn de onroerende zaakbelastingen, hondenbelasting, toeristenbelasting en forensenbelasting. − Retributies: de opbrengst dient ter dekking van de gemaakte kosten van de dienst. Tegenover deze heffing staat een prestatie, zoals de rioolheffingen en de afvalstoffenheffing. De opbrengst van de retributies mag maximaal kostendekkend zijn.
Lokale heffingen In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de inkomsten uit de lokale heffingen. bedragen x € 1.000 Onroerende zaakbelastingen Afvalstoffenheffing * Rioolheffing * Hondenbelasting Precariobelasting
2024 realisatie
2025
2025 obv Q2 Sabewa **
2026
2027
2028
2029
7.983
7.874
8.198
8.475
8.738
9.010
9.282
4.463
4.562
4.707
4.754
5.286
5.482
5.597
5.750
5.230
5.230
5.157
5.079
5.212
5.342
175
177
193
198
203
208
214
235
282
280
312
320
328
337
Toeristenbelasting***
8.369
8.202
8.618
8.295
8.511
8.732
8.950
Forensenbelasting
5.492
5.542
5.667
6.014
6.170
6.331
6.489
Reclamebelasting
138
163
151
155
159
163
167
Marktgeld
22
24
24
25
26
26
27
Lijkbezorgingsrechten
490
335
335
341
350
359
368
Parkeerbelastingen Naheffingsaanslagen parkeerbelasting Leges Burgerzaken Leges bouwvergunningen Leges overige
3.324
3.329
3.329
3.327
3.325
3.324
3.322
458
598
598
598
598
598
598
1.029
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
956
731
441
441
457
474
474
485
397
325
325
183
187
192
197
Totaal
39.056
38.084
39.096
39.291
40.426
41.439
42.331
* na aftrek storting in voorziening dubieuze debiteuren ** Prognose op basis van Q2 rapportage Sabewa *** Rekeninghoudend met omzetdaling agv BTW verhoging logies per 1-1-2026
BEGROTING 2026
PAGINA 53 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen Algemene uitgangspunten met betrekking tot de lokale heffingen 2026 In bovenstaand overzicht is een extra kolom ingevoegd met betrekking tot 2025. De eerste kolom 2025 is de kolom met de begrote bedragen. In de 2e kolom over 2025 zijn de te verwachten baten voor 2025 weergegeven op basis van de rapportage van Sabewa Zeeland over het tweede kwartaal 2025. Gezien de verschillen in de begrote opbrengsten en de uiteindelijk gerealiseerde (hogere) opbrengsten is meer aansluiting gezocht bij de rapportages van Sabewa Zeeland. Bij het opstellen van de begroting worden de uitgangspunten uit de Kadernota meegenomen. De rapportages van Sabewa over het tweede kwartaal worden gebruikt bij het opstellen van de 2e Berap waarbij zonodig de belastingopbrengsten voor het lopende jaar worden bijgesteld. Ten tijde van het opstellen van de Kadernota zijn de resultaten uit de tweede kwartaalrapportage van Sabewa Zeeland nog niet bekend. Om de verschillen tussen begrote en gerealiseerde opbrengsten te minimaliseren is voor deze begroting, naast de punten uit de Kadernota zoals voor de toeristenbelasting, tevens meer aansluiting gezocht bij de verwachte realisatie over 2025 waarbij die bedragen als uitgangspunt zijn genomen voor 2026. Daarbij is de rapportage Sabewa Zeeland over het tweede kwartaal 2025 aangehouden.
Daarbij wordt ook (meerjarig) rekening gehouden met een percentage areaaluitbreiding. Areaaluitbreiding heeft gevolgen voor de OZB, maar ook voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing, toeristenbelasting en forensenbelasting. In bovenstaand overzicht is voor de jaren 2027-2030 rekening gehouden met 0,5% areaaluitbreiding per jaar bij de OZB. Dit is gebaseerd op de gemiddelde areaaluitbreiding van de afgelopen vier jaren. Het rekenen met areaaluitbreiding is ook realistisch gezien het Woonbeleid van de gemeente Sluis. Het is lastig in te schatten welk deel van de areaaluitbreiding zal leiden tot meer toeristen- of forensenbelasting. Daar is meerjarig geen rekening mee gehouden. Voor afval en riool is er eveneens geen rekening gehouden met areaaluitbreiding aangezien deze heffingen op basis van maximaal 100% kostendekkendheid worden bepaald. Voor de toekomst zullen de verschillen tussen begrote en gerealiseerde baten uit hoofde van lokale heffingen veel lager uitvallen waardoor er zeker sprake is van realistisch begroten.
Recente ontwikkelingen Belastingplan 2026 / leegstandsbelasting Recentelijk is tijdens de behandeling van de Fiscale verzamelwet 2026 een amendement aangenomen dat gemeenten de mogelijkheid geeft om een leegstandsbelasting in te voeren voor woningen die langer dan twaalf maanden leegstaan. Hiermee wil de wetgever de gemeenten de mogelijkheid bieden de leegstand terug te dringen. De wetgeving en daarmee de uitvoeringsregels moeten nog worden vastgesteld. Uiteraard is en blijft het een keuze van de gemeente om deze belasting wel of niet in te voeren. Voor 2026 is dit geen optie meer, maar voor volgende jaren kan dit worden bezien. Coalitieprogramma Strategie met ambitie en addendum op het coalitieakkoord In de kadernota 2026-2029 zijn de uitgangspunten voor de gemeentelijke belastingen en heffingen 2026 opgenomen. Door de nieuwe coalitie is een addendum op het coalitieakkoord 2022 vastgesteld. In het coalitieakkoord zou met name de toeristenbelasting gefaseerd naar het landelijk gemiddelde worden gebracht. Dit principe is losgelaten. In de raad van 6 februari is het onderzoek toeristenbelasting behandeld waarbij de bevindingen uit het rapport zijn overgenomen. Concreet houdt dit in:
BEGROTING 2026
PAGINA 54 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
− −
De huidige heffingssystematiek blijft gehandhaafd (vast bedrag per persoon per nacht) inclusief de huidige differentiatie van accommodaties. Vaststellen van het tarief eerder in het jaar en bij voorkeur voor een langere periode. Hiermee worden de verblijfsbieders tegemoet gekomen.
Het tweede punt heeft er toe geleid dat bij de vaststelling van de kadernota bepaald is dat het tarief van de toeristenbelasting vastgesteld wordt op het tarief 2025 vermeerderd met de indexering van de meicirculaire en dat voor een periode van twee jaar (2026 en 2027). Voor de rioolheffing is op basis van het nieuwe GRP een korting ingevoerd die aanvankelijk in 2026 in zou gaan maar als gevolg van het door de raad op 7 november 2024 aangenomen amendement reeds in 2025 is ingegaan. Dit wordt verderop in deze paragraaf nog beschreven.
Onroerende Zaakbelasting: Uitgangspunt bij de Onroerende Zaakbelasting zijn gelijkblijvende opbrengsten. Omdat een correctie met de waardeontwikkelingen in het kader van de Wet WOZ wordt toegepast, veranderen de tarieven wel. Voor de begroting 2026 is de door Sabewa Zeeland te verwachten WOZ-waardestijging reeds meegenomen inclusief de areaalontwikkeling. De areaalontwikkeling ligt daarbij in lijn met hetgeen binnen de gemeente aan uitbreiding qua objecten voor 2026 wordt verwacht.
(Water)toeristenbelasting: De baten uit hoofde van de (water)toeristenbelasting zijn voor 2026 en in de meerjarenraming naar beneden bijgesteld. Dit heeft te maken met het feit dat per 1 januari 2026 het btw-tarief op logies wordt verhoogd van het verlaagde btw-tarief van 9% naar 21%. De btw-verhoging op logies is opgenomen in het Belastingplan 2025 en aangenomen in de Tweede en Eerste Kamer. Het Ministerie van Financiën heeft het bureau Significant APE gevraagd een impactanalyse op te stellen van de btw-verhoging met o.a. bijzondere aandacht voor grensregio’s. Significant APE verwacht dat de verhoging van het btw-tarief een aanzienlijke impact zal hebben. De verhoging heeft betrekking op vakantiehuisjes, opgezette tenten en stacaravans (die gemeubileerd worden aangeboden) en hotelovernachtingen. De verhoging geldt niet voor mensen die een eigen kampeermiddel meenemen, zoals tent, caravan of vouwwagen. Men verwacht dat de omzetdaling van de toeristische overnachtingen als gevolg van de btwverhoging ongeveer 8,5% zal zijn. Dit hangt o.a. af van de mate waarin de btw-verhoging wordt doorgerekend aan de gebruiker. Die zal in de grensregio’s mogelijk lager zijn dan in centraal gelegen regio’s omdat er aan de andere kant van de grens geen prijsverhoging plaatsvindt. Voor verdere informatie wordt verwezen naar het rapport “Impactanalyse btw-verhoging logies” van Significant APE d.d.
24 juni 2025 welk rapport openbaar is. Rekening houdend met een daling van de omzet en daarmee ook het aantal overnachtingen en rekening houdend met de indexering volgens de meicirculaire, zijn de begrote baten voor 2026 begroot op € 8.300.000,--. Het is lastig in te schatten hoe de btw-verhoging daadwerkelijk gaat uitpakken, maar het is realistisch de begrote baten naar beneden bij te stellen. Dat verklaart het verschil tussen de verwachte baten 2025 en de begroting 2026. De tarifering op basis van hetgeen bij de vaststelling van de kadernota 2026-2029 is bepaald, is hierboven reeds beschreven. Voor 2026 geldt als tarief voor de (water)toeristenbelasting: tarief 2025 + 2,6% meicirculaire.
BEGROTING 2026
PAGINA 55 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Soort (mini)campings/jachthavens m.u.v. strandslaaphuisjes en de jaarplaatsen jaarplaatsen (mini)campings/jachthavens recreatiewoningen, pensions, etc. hotels strandslaaphuisjes niet beroepsmatig verhuurde ruimten Voor het houden van verblijf anders dan hierboven genoemd
Tarief € 1,75 € 2,20 € 2,20 € 2,85 € 2,85 € 2,20 € 2,20
Parkeerbelasting: De tarieven voor het straatparkeren blijven ongewijzigd. Voor wat betreft de omschrijving van de parkeervergunningen is in 2024 aansluiting gezocht bij Parkeerverordening 2024. De tarieven voor de vergunningen blijven voor 2026 eveneens ongewijzigd. Het tarief van de naheffingsaanslagen mag maximaal 100% kostendekkend zijn en niet hoger dan het wettelijk vastgestelde tarief. Voor 2026 bedraagt het wettelijk vastgestelde tarief € 82,00. Op basis van kostendekkendheid zal het tarief in de Verordening Parkeerbelasting 2026 voor gemeente Sluis € 67,75 bedragen. De kostendekkendheid van de naheffingsaanslagen parkeerbelastingen wordt voor 2026 als volgt begroot: Berekening Kostendekkendheid naheffingsaanslagen parkeerbelastingen Bedragen x € 1.000 Berekening vaste informatieverwerkingskosten Berekening variabele informatieverwerkingskosten Berekening kosten afschrijving en rente Berekening personeelskosten/dienstverlening Berekening overhead Totale kosten Aantal naheffingsaanslagen Kosten per naheffingsaanslag Maximum tarief naheffingsaanslagen voor 2026
2026 31 84 68 338 80 601 8.866 € 67,75 € 82,00
Tarief naheffingsaanslag 2026
€ 67,75
Leges: Per 1 januari 2024 is de nieuwe Omgevingswet in werking getreden. De wet biedt gemeenten meer ruimte voor lokaal maatwerk en moet leiden tot een betere en snellere besluitvorming. De legesverordening is voor 2024 volledig herzien conform de modelverordening van de VNG en waarbij de tarieven met name gebaseerd zijn op de tijdsbesteding en daarmee meer in lijn liggen met de wens om tot een meer kostendekkende legesverordening te komen. In 2025 zijn de tarieven geïndexeerd conform de meicirculaire. Ook voor 2026 geldt dat de tarieven worden geïndexeerd met 2,6% conform de meicirculaire, met uitzondering van de tarieven waarvoor een wettelijk maximum geldt.
BEGROTING 2026
PAGINA 56 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Forensenbelasting: Deze blijft voor 2026 ongewijzigd. − Heffingsgrondslag: een ‰ van de WOZ-waarde; − Het minimumtarief voor de forensenbelasting voor woningen met een WOZ-waarde ≤ € 100.000 bedraagt in 2026 € 500; − Alle objecten met een waarde variërende tussen € 100.000 en € 1.000.000 euro worden in 2026 belast met 5,0‰ van de WOZ-waarde; − De maximaal te belasten WOZ-waarde van de forensenbelasting is vastgesteld op € 1.000.000 euro. Het maximale tarief voor de forensenbelasting komt hiermee in 2026 op een bedrag van € 5.000.
Toerekening overhead aan de heffingen Definitie van het begrip overhead: − Er wordt aansluiting gezocht bij de definitie in het kader van Vensters voor Bedrijfsvoering; − Overhead zijn alle kosten die indirect samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Bij de toerekening van de overhead aan de heffingen is uitgegaan van een methodiek uit de Handreiking kostenonderbouwing lokale heffingen, te weten een methodiek gebaseerd op de personeelslasten. Niet alle overheadkosten worden toegerekend; nagegaan is welke overhead redelijkerwijs kan worden toegerekend aan de heffingen. Niet toegerekend worden de kosten van: − het bestuurssecretariaat: ondersteuning college van burgemeester en wethouders; − commissie bezwaar, communicatie en gemeentejurist: communicatie en afhandeling van bezwaar- en beroepschriften inzake belastingen loopt via Sabewa Zeeland; − de medewerkers belast met enkele specifieke taken van bedrijfsvoering (bijvoorbeeld informatiebeveiliging). Daarmee rekening houdend komt de toeslag voor de overhead op de directe personeelslasten uit op 66%.
Regionale samenwerking Sabewa Zeeland De heffing en invordering van onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing, rioolheffing, hondenbelasting, (water)toeristenbelasting, forensenbelasting, precariobelasting en reclamebelasting is overgedragen aan de gemeenschappelijke regeling Sabewa Zeeland. Sabewa Zeeland handelt tevens de kwijtschelding (voor zover van toepassing) van deze belastingen af. Op 1 juli 2022 is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) in werking getreden met als doelstelling de democratische legitimatie van de gemeenschappelijke regelingen te versterken. De wijzigingen in de WGR zijn aanleiding geweest de per 1 oktober 2012 in werking getreden Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland aan te passen en op een aantal punten tevens te actualiseren in verband met o.a. gewijzigde wetgeving en enkele juridisch-technische aanpassingen. Bij akkoord van alle deelnemers aan Sabewa Zeeland is voorzien de gewijzigde gemeenschappelijke regeling per 1 januari 2026 in te laten gaan.
Tarieven 2026 In de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 is uitgegaan van een aanpassing van de tarieven met 2,6%, zijnde de prijsindex bruto binnenlands product uit de meicirculaire 2025.
BEGROTING 2026
PAGINA 57 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Uitzonderingen hierop zijn: Belastingsoort Onroerende Zaakbelastingen Afvalstoffenheffing
Rioolheffing
Lijkbezorgingsrechten
Parkeerbelastingen
BEGROTING 2026
Verhoging Gelijkblijvende opbrengsten zijn het uitgangspunt. Correctie tarief met de waardeontwikkelingen in het kader van de Wet WOZ. De tarieven voor 2026 worden geïndexeerd o.b.v. de meicirculaire 2025. Uitgangspunt is 100% kostendekkend. Op basis van de verwachte opbrengsten 2025 en rekening houdend met een areaaluitbreiding liggen de verwachte opbrengsten voor 2026 in lijn met de begrote lasten. Er is een beperkte toevoeging aan de voorziening bij gelijkblijvende tarieven in 2026 ten opzichte van 2025. In 2026 zal een plan worden opgesteld waarbij de baten en lasten nader onder de loep worden genomen waarin tevens een (gedeeltelijke) afbouw van de voorziening wordt opgenomen. Meerjarig stijgen de lasten (vanaf 2027). Dat komt met name door wijziging van de inzamelfrequentie GFT. In het door de raad vastgestelde grondstoffenbeleid is bepaald dat deze lasten in de heffing worden doorberekend. De raad heeft op 7 november 2024 het Gemeentelijk Rioleringsplan voor de jaren 2025-2029 vastgesteld. Op basis van het geamendeerde voorstel is de volgende korting op de rioolheffing voorzien: 2025-korting 8% 2026-korting 6% 2027-korting 4% 2028-gelijk 2029-gelijk In 2026 vindt er een update van het GRP plaats waarbij alle baten en lasten onder de loep worden genomen en waarin tevens een afbouw van de voorziening wordt opgenomen. Uitgangspunt is in basis 100% kostendekking.
Op basis van de Visie Begraven en gemeentelijke begraafplaatsen is vastgesteld om een dekkingspercentage van max. 66% te hanteren. Als gevolg van de meerjarenonderhoudsplannen stijgen de kosten aanzienlijk. Daar komt bij dat de baten van de lijkbezorging naar beneden zijn bijgesteld aangezien meer mensen kiezen voor crematie in plaats van begraven en er derhalve ook minder uitgave is van grafrechten. De kostendekkendheid komt hierdoor aanzienlijk lager uit. Voor 2026 stijgen van de tarieven met het inflatiepercentage (2,6% conform meicirculaire 2025). De tarieven voor de parkeerbelastingen blijven voor 2026 ongewijzigd t.o.v. 2025. Ook de tarieven voor de diverse vergunningssoorten blijven in 2026 ongewijzigd.
PAGINA 58 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Overzicht tarieven belastingen en heffingen Soort
Grondslag
2025
2026
Ozb Woning eigenaar
Percentage WOZ-waarde
0,0803%
0,0788%
Niet-woning eigenaar Niet-woning gebruiker
Percentage WOZ-waarde Percentage WOZ-waarde
0,2194% 0,1789%
0,2220% 0,1810%
Afvalstoffenheffing Gebruiker
Eenpersoonshuishouden
€ 260,50
€ 260,50
Tweepersoonshuishouden Meer dan tweepersoonshuishouden Geen personen ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (Vakantie/recreatiewoning/kluswoningen/ leegstaande woningen)
€ 320,50 € 356,45
€ 320,50 € 356,45
€ 356,45
€ 356,45
Afvoer 0 t/m 300 m3 afvalwater Afvoer > 300 t/m 1.000 m3 afvalwater Afvoer > 1.000 t/m 2.500 m3 afvalwater Afvoer > 2.500 t/m 5.000 m3 afvalwater Afvoer > 5.000 m3 afvalwater
€ 281,10 € 816,80
€ 264,25 € 767,80
1e hond Iedere volgende hond
Voor de 1e hond Per hond
€ 69,30 € 128,60
€ 71,10 € 131,95
Kennel
Per kennel
€ 247,55
€ 254,00
Per stuk per jaar
€ 39,90
€ 40,95
Per stuk per jaar Per m2 per maand
€ 34,00 € 4,35
€ 34,90 € 4,70
Gebruiker Gebruiker Gebruiker
Rioolheffingen Gebruiker Gebruiker Gebruiker Gebruiker Gebruiker
€ € 1.194,15 1.122,50 € € 1.706,80 1.604,40 € € 1.706,80 1.604,40 Verhoogd met € 0,25 per m3 voor elke m3 waarmee de hoeveelheid afgevoerd afvalwater de 5.000 m3 te boven gaat.
Hondenbelasting
Precariobelasting Reclameborden, uithangborden e.d. Zonneschermen en luifels Terras Boul. de Wielingen Cadzand en Kaai, Spuiplein en Oranjeplein Breskens
BEGROTING 2026
PAGINA 59 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Terras Ledelplein, Markt, Erasmusstraat, Raadhuisplein en Eenhoorn-plantsoen Oostburg Terras bebouwde kom Sluis Overige locaties gemeente Sluis
Per m2 per maand
€ 3,20
€ 3,30
Per m2 per maand Per m2 per maand Terras
€ 5,30 € 2,80
€ 5,45 € 2,85
Per persoon per overnachting
€ 1,70
€ 1,75
Per persoon per overnachting Per persoon per overnachting
€ 2,15 € 2,15
€ 2,20 € 2,20
Hotels Strandslaaphuisjes
Per persoon per overnachting Per persoon per overnachting
€ 2,80 € 2,80
€ 2,85 € 2,85
Voor het houden van verblijf anders dan hierboven genoemd
Per persoon per overnachting
€ 2,15
€ 2,20
Toeristenbelasting (mini)campings/ Watertoeristen muv jaarplaatsen en strandslaaphuisjes Jaarplaatsen Pensions/recreatiewoningen
Forensenbelasting Tarief 2026: 5,0‰ van de WOZ-waarde met een minimumtarief van € 500 voor woningen met een WOZ-waarde ≤ € 100.000. De maximaal te belasten WOZ-waarde is € 1.000.000 (forensenbelasting maximaal € 5000). Reclamebelasting Deelgebied 1 (kern Oostburg) bij een oppervlakte van de openbare aankondigingen van: Minder dan 0,1 m2 nihil nihil 0,1 m2 of meer maar minder dan 15 m2 € € 1.062,90 1.090,55 15 m2 of meer maar minder dan 25 m2 € € 1.184,45 1.215,25 25 m2 of meer € € 1.427,40 1.464,50 Deelgebied 2 (bedrijventerrein Oostburg) bij een oppervlakte van de openbare aankondigingen van: Minder dan 0,1 m2 nihil Nihil 0,1 m2 of meer maar minder dan 15 m2 € 850,30 € 872,40 15 m2 of meer maar minder dan 25 m2 € 947,50 € 972,15 25 m2 of meer € € 1.141,80 1.171,50 Parkeerbelastingen Naheffing parkeerbelasting
€ 73,70
€ 67,75
Dagtarief: Sluis
€ 5,00
€ 5,00
BEGROTING 2026
PAGINA 60 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Kern Sluis Kust
€ 12,50 € 7,50
€ 12,50 € 7,50
Toelichting
Onroerende zaakbelastingen De onroerende zaakbelastingen worden geheven naar de taxatiewaarde van een object (woningen en niet-woningen) op basis van de Wet WOZ. Deze waarde wordt jaarlijks opnieuw bepaald door de taxateurs van Sabewa Zeeland. Voor de belastingaanslagen 2026 is de WOZwaarde per 1 januari 2025 bepalend. In deze begroting is uitgegaan van gelijkblijvende opbrengsten. Afhankelijk van de waardeontwikkeling in het kader van de Wet WOZ vindt een correctie van het tarief plaats. Vrijstellingen: uitsluitend de wettelijke verplichte vrijstellingen, zoals genoemd in art. 4 van de Verordening Onroerendezaakbelastingen. Kwijtschelding: onroerende zaakbelastingen komen niet in aanmerking voor kwijtschelding. Naar aanleiding van een motie in de VNG-ALV (juni 2024) is onderzoek gedaan naar de wenselijkheid van een tweejaarlijkse WOZ-waardering. De uitkomsten (mei 2025) laten zien dat een meerderheid van de gemeenten, samenwerkingsverbanden en betrokken partijen dit geen goede stap vinden. Redenen: verwachte voordelen zoals werkdruk en lagere kosten blijven beperkt, slechts één jaar bezwaar kunnen maken in plaats van twee jaar en grotere waardeverschillen wegen zwaarder. De VNG heeft besloten geen vervolg te geven aan een tweejaarlijks waarderingstijdvak.
Afvalstoffenheffing In de afvalstoffenheffing worden de lasten doorberekend voor het inzamelen, afvoeren en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen. − Heffingsmaatstaf: tariefdifferentiatie naar aantal gebruikers van een perceel met als peildatum 1 januari van het belastingjaar. − Vrijstellingen: geen vrijstellingen. − Kwijtschelding: voor de afvalstoffenheffing kan kwijtschelding verleend worden. In de berekening van de tarieven worden, naast de directe kosten, meegenomen: de overhead op de interne personeelskosten, de kosten van heffing en invordering door Sabewa Zeeland, de compensabele btw, het bedrag dat aan afvalstoffenheffing wordt kwijtgescholden en het bedrag dat in de voorziening dubieuze debiteuren wordt gestort.
BEGROTING 2026
PAGINA 61 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
In onderstaande tabel zijn de baten en lasten voor het huishoudelijk afval opgenomen (kostenonderbouwing): Omschrijving (bedragen * € 1.000) Huishoudelijk afval
Uitgaven 2026 Inkomsten 2026 incl. BTW incl. BTW 4.165 420
Milieustraat Oostburg Heffing/invordering afvalstoffenheffing
804 68
Kwijtschelding Voorziening dubieuze debiteuren
95 17
Totaal uitgaven en inkomsten Netto lasten door te berekenen in de afvalstoffenheffing Opbrengst afvalstoffenheffing Toevoeging aan de voorziening afvalstoffenheffing
5.149 4.729
420
4.771 42
Eventuele tekorten c.q. overschotten worden verrekend met de voorziening afvalstoffenheffing. Het begrote dekkingspercentage is 100,9%. Het overschot van 0,9% (€ 42.000) wordt toegevoegd aan de voorziening.
Rioolheffingen De riool- en waterzorgheffing hangt samen met de wettelijke zorgplicht van de gemeenten (op grond van artikel 228a van de Gemeentewet) voor onder meer: − Het afvoeren van water; − Het beheer van het grondwaterpeil; − Het voorkomen van droogte. De wijze waarop aan deze zorgplicht invulling wordt gegeven is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2025-2029. Het geamendeerde voorstel is in de raad van 7 november 2024 vastgesteld. Dit hield in dat de kortingen op het tarief voor de rioolheffing als volgt zijn vastgesteld: 2025 – korting 8% 2026 – korting 6% 2027 – korting 4% 2028 – gelijk 2029 – gelijk Deze kortingen worden toegepast op het bestaande tarief. Er is dan sprake van een beperkte toevoeging aan de voorziening. − − −
Heffingsmaatstaf: De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Het tarief is afhankelijk van het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. Vrijstellingen: de Gemeentewet schrijft geen verplichte vrijstellingen voor. Ook in de gemeentelijke belastingverordening zijn geen vrijstellingen opgenomen. Kwijtschelding: voor de rioolheffing kan kwijtschelding worden verleend, maar niet voor percelen, in hoofdzaak bestemd en gebruikt voor vakantie en andere recreatieve doeleinden.
BEGROTING 2026
PAGINA 62 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
In de tarieven worden, naast de directe kosten, meegenomen: de overhead op de interne personeelskosten, de kosten van heffing en invordering door Sabewa Zeeland, de compensabele BTW, het bedrag dat aan rioolheffing wordt kwijtgescholden en het bedrag dat in de voorziening dubieuze debiteuren wordt gestort. Voorts worden in de rioolheffing nog doorberekend: 1. Archeologieonderzoek: De kosten van het vooronderzoek (bureauonderzoek, veldonderzoek als verslaglegging van het onderzoek) zijn volledig ten laste van de rioolheffing te brengen. Ook de eventuele kosten van extra (voorzorgs)maatregelen als er in een risicogebied wordt gegraven, vallen onder de kosten die toegerekend kunnen worden aan de zorgtaken (riolering, hemel- en grondwater). Kosten voor conserveren, deponeren, opslaan, enzovoort, tot en met het eindverslag komen voor rekening van de post Archeologie. 2. Explosievenonderzoek: Kosten vooronderzoek, projectplan en detecteren en benaderen komen ten laste van het project en zijn daarmee onderdeel van de zorgtaken (riolering, hemel- en grondwater). 3. Bodemvervuiling: Ook hier geldt dezelfde lijn als bij het archeologie- en explosievenonderzoek. 4. Huisaansluitleidingen bij rioolvervanging: De kosten van vervanging huisaansluitleidingen binnen rioolprojecten worden toegerekend aan het project. 5.
Vervanging bestrating bij rioleringswerkzaamheden: De kosten van het openbreken en sluiten van de straat ter plaatse van de rioleringswerkzaamheden zijn geheel toe te rekenen aan de rioolheffing. Ook de kosten van de extra fundering van de weg vanwege de riolering (extra aanbrengen puin) worden rechtstreeks veroorzaakt door de riolering en horen bij de goede aanbrenging van de riolering. De kosten van nieuwe bestrating horen niet te worden doorbelast in de rioolheffing. Deze zijn immers niet opgeroepen door de zorgtaken en zijn ook geen rechtstreeks gevolg daarvan. De vervanging van het materiaal dat kapot is gegaan door het openbreken is dat wel. 6. Beleidskosten: Een deel van de kosten van beleidsambtenaren kan door belast worden, d.w.z. dat deel van de beleidsambtenaren die zich rechtstreeks met de zorgtaken bezighouden. Ook de kosten van het GRP kunnen volledig worden door belast. Mogelijke stelselwijziging Rioolheffing Medio 2025 is onrust ontstaan over de juridische grondslag voor het leveren van NAW-gegevens door drinkwaterbedrijven aan gemeenten en waterschappen. Daarbij twijfelen enkele drinkwaterbedrijven of het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing en het Waterschapsbesluit voldoende juridische basis bieden om deze gegevens te blijven verstrekken.
De VNG, Unie van Waterschappen en Vewin (vereniging van waterbedrijven Nederland) zijn een onafhankelijk juridisch onderzoek gestart waarbij de resultaten van het onderzoek in september 2025 zouden worden opgeleverd. Het onderzoek heeft echter geen antwoorden gegeven op de onderzoeksvragen, waardoor de koepelorganisatie heeft besloten het onderzoek niet voort te zetten. De Centrale Commissie Gegevensgebruik (CCG) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken neemt het onderzoek over. Het advies van VNG aan de gemeenten is om zelf met het drinkwaterbedrijf rond de tafel te gaan zitten en de mogelijkheden tot gegevenslevering te bespreken. De VNG en de Unie van Waterschappen zien goede gronden om gegevensaanlevering rond te krijgen. Sabewa Zeeland heeft reeds contact met Evides hierover opgenomen.
BEGROTING 2026
PAGINA 63 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Vooralsnog is in de begroting uitgegaan van rioolheffing op basis van drinkwaterverbruik. In onderstaande tabel is de kostenonderbouwing van de rioolheffing opgenomen: Omschrijving (bedragen * € 1.000) Bermsloten/beschoeiingen Straatreiniging Vrijvervalriolering Drukriolering Oppervlaktewater Heffing en invordering rioolheffing Kwijtschelding Voorziening dubieuze debiteuren Totaal uitgaven en inkomsten Netto lasten door te berekenen in de rioolheffing Rioolheffing Onttrekking aan de voorziening rioolheffing
Uitgaven 2026 incl. BTW 154 800 2.951 1.100 133 81 80 17 5.316 5.237
Inkomsten 2026 incl. BTW 49 31
80 5.174 63
De overschotten en tekorten worden verrekend met de voorziening rioolheffing. Het begrote dekkingspercentage is afgerond 98,8%. Het verschil van 1,2% (€ 63.000) wordt onttrokken aan de voorziening.
Hondenbelasting In artikel 226 van de Gemeentewet ligt de bevoegdheid tot het heffen van hondenbelasting vast. Dit wordt lokaal verder uitgewerkt in de Verordening hondenbelasting. Belastingplichtig is de houder van één of meer honden binnen de gemeente. Wettelijk zijn er geen verplichte vrijstellingen voorgeschreven. In de gemeentelijke verordening zijn de volgende facultatieve vrijstellingen opgenomen: 1. Honden die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; 2. Honden die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; 3. Honden die verblijven in een hondenasiel; 4. Honden die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; 5. Honden die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; 6. Honden die in dienst zijn bij de politie. − −
Heffingsmaatstaf: heffing naar het aantal honden. Kwijtschelding: er wordt geen kwijtschelding verleend voor de hondenbelasting.
Precariobelasting Basis voor de heffing van precariobelasting is artikel 228 van de Gemeentewet, door de raad vastgelegd in de Verordening precariobelasting. BEGROTING 2026
PAGINA 64 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Belastingplichtig is degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. Hoewel de gemeentewet geen verplichte vrijstellingen voorschrijft, zijn in de verordening de volgende vrijstellingen opgenomen: 1. Voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; 2. Voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; 3. Voorwerpen bij kleine en middelgrote evenementen, zoals bedoeld in de nota evenementenbeleid. 4. Uithangborden die in het kader van het ROMA-project zijn aangebracht in de Weststraat, Marktstraat, Oude Kerkstraat en Tuimelsteenstraat te Aardenburg en die voldoen aan de door de gemeente gestelde eisen van uiterlijk en mogelijke voorstellingen. − −
De heffingsgrondslagen en tarieven zijn vermeld in een bij de verordening behorende tarieventabel. Kwijtschelding: precariobelasting komt niet voor kwijtschelding in aanmerking.
Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een belasting die op grond van artikel 224 van de Gemeentewet geheven wordt voor het houden van verblijf door niet-ingezetenen. Het gaat hier om een algemene belasting waarvan de opbrengsten toevloeien aan de algemene middelen van de gemeente. Dat laat onverlet dat tegenover de opbrengsten ook aanzienlijke investeringen staan die direct of indirect ten goede komen aan de recreatief-toeristische sector. Naast de 'gewone' toeristenbelasting voor het verblijf in hotels, pensions, tenten, caravans etc. heft de gemeente Sluis ook een watertoeristenbelasting voor het verblijf op vaartuigen in het gemeentelijk watergebied. De problematiek met betrekking tot de BTW-verhoging op logies per 1 januari 2026 is aan het begin van deze paragraaf reeds toegelicht. Vrijstellingen: De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: − Van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders; − door diegene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van het verblijf in of het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd. − Van een vreemdeling als bedoeld in art.
29, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers. − Op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is verschuldigd. Kwijtschelding: voor de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
BEGROTING 2026
PAGINA 65 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Forensenbelasting Voor het gedurende meer dan 90 dagen per jaar ter beschikking houden van een gemeubileerde woning door personen die geen hoofdverblijf hebben in de gemeente, wordt een forensenbelasting geheven. Voor de heffingsmaatstaf is gekozen voor een promillage van de WOZ-waarde, waarbij het minimumtarief van de forensenbelasting in 2026 € 500 (WOZ-waarde 0 < € 100.000) bedraagt en het maximumtarief € 5.000 (WOZ-waarde op € 1.000.000 en hoger). −
−
Vrijstellingen: uitsluitend de verplichte vrijstelling uit artikel 223, lid 2 van de Gemeentewet voor degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend orgaan, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. Kwijtschelding: voor de forensenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Reclamebelasting Het heffen van reclamebelasting gebeurt op basis van artikel 227 van de Gemeentewet en geschiedt in de gemeente Sluis uitsluitend in de kern Oostburg op grond van de Verordening reclamebelasting. Een deel van de opbrengst wordt doorgesluisd naar de Stichting Ondernemersfonds Eenhoornstad. Voor doorsluizing van de opbrengst wordt hierop in mindering gebracht: a. € 6.000 als jaarlijkse vergoeding van de perceptiekosten reclamebelasting. b. € 13.000 als compensatie van de gederfde parkeerbelasting in Oostburg. c. € 15.000 per jaar gedurende een periode van 20 jaar (ingaand 2014) als bijdrage in de aanpassingen van de infrastructuur in Oostburg. Het grondgebied van Oostburg is onderverdeeld in twee tariefgebieden: het bedrijventerrein en het overige grondgebied van deze kern. Belastingplichtig is degene die de openbare aankondiging heeft, dan wel degene ten behoeve van wie de openbare aankondiging is aangebracht. − De heffingsmaatstaf: de belasting wordt geheven per vestiging en per bouwwerk met inachtneming van het overige in de verordening bepaalde. − Vrijstellingen: de Gemeentewet bevat geen wettelijke vrijstellingen. In de verordening zijn een aantal facultatieve vrijstellingen opgenomen, zoals openbare aankondigingen voor ANBIinstellingen. Voor een specificatie van de vrijstellingen wordt verwezen naar de verordening.
− Kwijtschelding: voor de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Marktgelden De bevoegdheid tot het heffen van marktgelden ligt vast in artikel 229, 1e lid, onderdelen a en b van de Gemeentewet, op lokaal niveau uitgewerkt in de Verordening marktgelden. De heffingsmaatstaven en tarieven zijn opgenomen in een bij de Verordening marktgelden behorende tarieventabel. In de tarieven voor de markten in Oostburg en Cadzand-Bad is op verzoek van de marktlieden een opslag verwerkt voor promotie. Belastingplichtig is degene aan wie een standplaats op de markt is toegewezen. De markten moeten als zodanig zijn aangewezen in de Marktverordening 2020 van de gemeente Sluis. −
Vrijstellingen: er zijn geen wettelijke of facultatieve vrijstellingen in de verordening opgenomen.
BEGROTING 2026
PAGINA 66 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
−
Kwijtschelding: marktgelden komen niet in aanmerking voor kwijtschelding.
Lijkbezorgingsrechten De bevoegdheid tot het heffen van lijkbezorgingsrechten ligt vast in artikel 229, 1e lid, onderdelen a en b van de Gemeentewet en is verder uitgewerkt in de Verordening lijkbezorgingsrechten. In de verordening zijn geen vrijstellingen opgenomen. De heffingsmaatstaven en tarieven zijn afhankelijk van de soort dienst en zijn vermeld in de bij de Verordening lijkbezorgingsrechten behorende tarieventabel. De lijkbezorgingsrechten komen niet in aanmerking voor kwijtschelding. Voor 2026 worden de tarieven met het inflatiepercentage (2,6%) verhoogd. In onderstaande tabel zijn de in de tarieven doorberekende kosten opgenomen: Omschrijving (bedragen * € 1.000) Lijkbezorging algemeen (lasten mogen wettelijk niet doorberekend worden in de lijkbezorgingsrechten) Beheer begraafplaatsen Begrafenissen Totaal uitgaven en inkomsten Netto lasten door te berekenen in de lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten
Uitgaven 2026 incl. BTW 44 881 311 1.236 1.183
Inkomsten 2026 incl. BTW
4 5 9
342
Het begrote dekkingspercentage lijkbezorging voor 2026 is 28,9%. Overschotten of tekorten worden verrekend met het saldo van baten en lasten.
Parkeerbelastingen De bevoegdheid tot het heffen van parkeerbelastingen is geregeld in de artikelen 225, 234 en 235 van de Gemeentewet en het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. Het heffen van parkeerbelastingen ligt vast in de Verordening parkeerbelastingen en het aanwijzingsbesluit betaald parkeren. Belastingplichtig is degene die het voertuig parkeert in een aangewezen gebied voor betaald parkeren c.q. degene die de vergunning heeft aangevraagd. −
− − −
Vrijstellingen: In de verordening is uitsluitend de wettelijke vrijstelling uit artikel 225, lid 6 van de Gemeentewet opgenomen, t.w. vrijstelling voor degene die het voertuig heeft geparkeerd, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig gebruik heeft gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. Het tarief is afhankelijk van de parkeerduur en de locatie waar geparkeerd wordt. Kwijtschelding: parkeerbelastingen komen niet voor kwijtschelding in aanmerking. Handhaven: gekozen is voor de fiscale afhandeling. De kosten die hiermee gemoeid zijn worden verhaald in het tarief van de naheffingsaanslag. Dit tarief wordt middels een kostenbesluit naheffingsaanslagen gepubliceerd.
BEGROTING 2026
PAGINA 67 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Leges worden geheven op grond van de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet. − − −
−
Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan. Heffing: naar maatstaven en tarieven zoals in de tarieventabel opgenomen. Vrijstellingen: leges worden niet geheven voor: a. het in behandeling nemen van een verzoek om een verklaring omtrent inkomen en vermogen; b. het in behandeling nemen van een verzoek om een financiële bijdrage; c. diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; d. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald. Kwijtschelding: bij de invordering van leges wordt geen kwijtschelding verleend. Onder voorwaarden kunnen leges wel deels worden terug vergoed (bv. bij het intrekken van een aanvraag).
Kwijtschelding Naast de heffing en invordering wordt ook het verlenen van kwijtschelding uitgevoerd door Sabewa Zeeland. Bij raadsbesluit van 22 december 2022 is de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 vastgesteld. Voor belastingen die in aanmerking komen voor kwijtschelding wordt voortaan verwezen naar de betreffende belastingverordeningen. In de begroting 2026 is een bedrag van € 175.000 opgenomen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Met het kwijt te schelden bedrag is in de onderbouwing van de tarieven afvalstoffenheffing en rioolheffing rekening gehouden.
Belastingdruk Voor de lokale lastendruk wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Landelijk vergelijk - Coelo-Atlas lokale lasten Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) van de Rijksuniversiteit Groningen brengt jaarlijks de Atlas van de lokale lasten uit. Dit is een jaarlijks overzicht van de heffingen van gemeenten, provincies en waterschappen. Voor alle gemeenten brengen zij voor de ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing uitgebreid de heffingssystematiek, tarieven en kwijtschelding in kaart. Ook is onderzocht welke gemeenten de hoogste en de laagste woonlasten hebben. In de Atlas lokale lasten 2025 staat gemeente Sluis op de 63e plaats (van de 342) van de goedkoopste gemeenten in Nederland met € 931 woonlasten voor meerpersoonshuishoudens (eigenaar-bewoner). De gemeente Sluis staat op de 298e plaats met € 638 aan woonlasten voor meerpersoonshuishoudens van huurders.
BEGROTING 2026
PAGINA 68 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
De gemeente Ameland is de goedkoopste gemeente van Nederland met € 680 woonlasten. De woonlasten in de duurste gemeente Bloemendaal bedragen € 2.117. De gemiddelde woonlasten voor eigenaar-bewoners liggen in Nederland op € 1.053.
BEGROTING 2026
PAGINA 69 VAN 137
GEMEENTE SLUIS
Paragraaf Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen van de gemeente: - is het vermogen om incidentele financiële risico's op te kunnen vangen en daarmee de gemeentelijke structurele taken te kunnen voortzetten; - bepalen we door de relatie te leggen tussen de weerstandscapaciteit en de risico's die we als gemeente lopen en waarvoor op onze balans geen voorzieningen zijn getroffen; - geeft aan hoe robuust de gemeentelijke begroting is. In deze paragraaf gaan we in op: - wettelijk kader; - verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden; - risicomanagement; - grootste risico’s; - weerstandscapaciteit; - weerstandsvermogen; - financiële kengetallen. De conclusie met betrekking tot het weerstandsvermogen van de gemeente is dat er voldoende vermogen is om de risico's af te dekken.
Wettelijk kader Het 'Besluit Begroting en verantwoording provincies en gemeenten' bevat voorschriften voor de inrichting van de begroting en de jaarstukken. In artikel 11 is opgenomen dat de paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement minstens bestaat uit: - een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; - een inventarisatie van de risico's; - het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; - kengetallen; - een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
Verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden De gemeenteraad De gemeenteraad heeft een controlerende, kaderstellende, toetsende en toezichthoudende rol. Het college informeert de raad over het risicomanagement via de P&C-cyclus. Hierbij worden over de risico's met een gemiddelde, hoge en zeer hoge risicoscore gerapporteerd. De raad controleert in hoeverre de uitvoering van het beleid door het college binnen de vastgestelde kaders heeft plaatsgevonden en of hierin voldoende rekening is gehouden met de aanwezige risico's. In de programmabegroting gaat het om de mogelijke risico's die het begrotingsbeeld kunnen verstoren en de verwachte omvang van het weerstandsvermogen. In de jaarstukken vindt de verantwoording plaats van de risico's en het weerstandsvermogen zoals die in de programmabegroting zijn benoemd. Het college van B&W Het college rapporteert de raad in de tussentijd alleen over risico's die ten opzichte van de begroting nieuw zijn of die significant afwijken. Als onderdeel van een collegeadvies en raadsvoorstel worden eventuele risico's vermeld.