02 3 (Kanaalweg, R'ment) Ontwerp toelichting
Tekst van het document
Vanwege de korte afstand tot het dorp kunnen vanaf de Kanaalweg immers de dagelijkse inkopen ook lopend of met de fiets worden gedaan, terwijl een woning aan Het Dijkske daarvoor eerder is aangewezen op de auto. Blijkens de Zeeuwse Bosvisie6 is Het Dijkske Eede gelegen in ‘dekzandgebied met coulissenlandschap en bossen’. De bosvisie spreekt zich uit voor de realisatie van kleine bossen/bosschages als landschapselement in dit gebied. Toevoeging van opgaande beplantingen draagt immers bij aan het karakter van het kleinschalige en verdichte landschap van het dekzand. Dit sluit ook aan bij het dekzandgebied dat verder doorloopt aan de andere kant van de grens. Zoals aangegeven zal het 5
Archistedes, Stedenbouwkundige analyse en beoordeling bestemmingsplan Het Dijkske Eede/Kanaalweg Retranchement, augustus 2022, bijlage 5 6 Provinciale Staten van Zeeland, Zeeuwse Bosvisie - de ontwikkeling van bos en houtige landschapselementen in Zeeland, 10 november 2020 p. 70 e.v.
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 30 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
perceel aan Het Dijkske na sloop van de bebouwing worden ingeplant als bos. Ook dit draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit.
Afbeelding 17: Natuurontwikkeling Dijkske
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 31 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
Afbeelding 18: Natuurontwikkeling Kanaalweg
Voor de locatie Bonteweg 5 te Sluiskil geldt dat de gemeente Terneuzen verdere verdichting aan de Bonteweg op redelijke afstand van bebouwingsclusters niet wenselijk acht. De ruimtelijke keuze van het gemeentebestuur van Terneuzen om aan de Bonteweg 5 geen invulling van bouwtitels toe te laten dient in de context van onderhavig plan als een gegeven te worden beschouwd. De verplaatsing van de bouwtitel leidt tot een ruimtelijke kwaliteitswinst, daar op het beoogde perceel aan de rand van Retranchement aansluiting wordt gevonden op het cluster stedelijke functies rondom de kruising Kanaalweg – Zwinstraat in de vorm van de woningen en de grote openbare parkeerplaats. Deze inpassing ontbreekt ter plaatse van Het Dijkske 1 te Eede, daar het hier een losstaande bebouwing betreft (in de tweede lijn en geen onderdeel van een bebouwingslint of -cluster) in landschappelijk waardevol gebied. Verder wordt zowel aan Het Dijkske als aan de Kanaalweg nieuwe natuur gerealiseerd. Stap 3: ruimtelijke aanvaardbaarheid Het uitgangspunt is dat door de verplaatsing van de bouwtitel op de beide locaties (dus de locatie waar een bouwtitel wordt gesaneerd en de locatie waar de nieuwbouwwoning wordt gerealiseerd), een verbeterde ruimtelijke situatie wordt gecreëerd, waarbij landschappelijke en/of cultuurhistorische
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 32 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
waarden behouden blijven of worden versterkt. Aan de hand van de onderstaande punten zal beoordeeld worden of dit het geval is. Daarnaast mag er ook geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de samenhang in het straat- of bebouwingspatroon, de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen, de aanwezige cultuurhistorische of archeologische waarden en er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 1. Saneren bestaande locatie Bij verplaatsing van een bouwtitel dient het planologisch onmogelijk gemaakt te worden dat op de bestaande locatie, na verplaatsing van de bouwtitel, nog de mogelijkheid bestaat om een woning cq. andere bebouwing te realiseren. Zodoende dient de bestemming ‘Wonen’ en het bouwvlak weg bestemd te worden. Naast het wegbestemmen dienen, voordat de nieuwbouwwoning gerealiseerd kan worden, zowel de bestaande woning als de aanwezige bijgebouwen gesaneerd te worden. 2. Geschikte locatie nieuwbouwwoningen Voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid is de locatie van de nieuwbouwwoningen van wezenlijk belang. De realisatie van een nieuwbouwwoning, in de vorm van solitaire bebouwing, in het open landschap levert geen bijdrage aan een goede ruimtelijke uitstraling. Immers West Zeeuws-Vlaanderen is aangewezen als Nationaal landschap (vanwege het open landschap), het behoud van de kernkwaliteiten is van groot belang.
Voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de nieuwbouwlocatie dient in eerste instantie onderzocht te worden of de nieuwbouwwoningen gerealiseerd kunnen worden op een inbreidingslocatie binnen het bestaand bebouwd gebied, een bebouwingsconcentratie of een bestaande lintbebouwing. Mocht het niet mogelijk blijken om de bouwtitel te realiseren binnen een inbreidingslocatie binnen de kernen, bebouwingsconcentratie of lintbebouwing, dient onderzocht te worden of deze gerealiseerd kan worden aansluitend aan de kern, bebouwingsconcentratie of lintbebouwing. Op deze wijze wordt de bebouwing geconcentreerd en wordt de leefbaarheid van de kernen bevorderd. Op grond van het vastgestelde gemeentelijke beleid is het niet mogelijk om solitaire bebouwing op te richten. 3. Omvang nieuwbouwwoning Het is niet wenselijk dat een kleine woning wordt gesaneerd en dat in ruil hiervoor een aanzienlijk grotere woning wordt gerealiseerd. De omvang van de te slopen woning en de omvang van de nieuwbouwwoning dienen in verhouding met elkaar te staan. In het vastgestelde beleid worden drie categorieën aangewezen. Hierbij is de omvang van de bestaande woning bepalend. Naar mate de te saneren woning groter wordt, worden er meer mogelijkheden geboden voor de omvang van de nieuwbouwwoning.
Onderstaande staffel kan worden gehanteerd voor de maximale omvang (aangegeven in kubieke meter) van de nieuwbouwwoning: Bestaande omvang woning Categorie tot 250m³ Categorie 250m³ tot 500m³ Categorie 500m³ tot 1.000m³
-
Maximale omvang nieuwbouwwoning Omvang bestaande woning x 1,5 Omvang bestaande woning x 2 Omvang maximaal 1.000m³
Vanuit het ruimte voor ruimte beleid gelden de volgende staffels: ter compensatie van de sloop van tenminste 500 m2 aan gebouwen wordt de bouw van ten hoogste 1 nieuwe woning mogelijk gemaakt; - ter compensatie van de sloop van tenminste 1.700 m2 aan gebouwen wordt de bouw van ten hoogste 2 nieuwe woningen mogelijk gemaakt; - ter compensatie van de sloop van meer dan 2.500 m2 aan gebouwen wordt de bouw van ten hoogste 3 nieuwe woningen mogelijk gemaakt.
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 33 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
Toetsing De bestaande woning, de vervallen bedrijfsgebouwen en verhardingen aan Het Dijkske worden wegbestemd en geamoveerd zodat het niet langer toegelaten zal zijn om deze bebouwing terug te bouwen. Nieuwbouw van woningen aan de Kanaalweg wordt afhankelijk gemaakt van de voorwaarde dat de bebouwing Dijkske is gesloopt hier natuurontwikkeling zal plaatsvinden. De bebouwing aan de Bonteweg 5 is reeds gesloopt en wegbestemd. De bijzondere geschiktheid van de locatie Kanaalweg ten opzichte van Het Dijkske is reeds aan de orde geweest in paragraaf 3.3.2. Er is geen sprake van aantasting van het open landschap, aangezien ter plaatse langs de Kanaalweg sprake is van dichte opgaande begroeiing (buiten het plangebied) welke ook gehandhaafd zal blijven, nu deze begroeiing ook is aangemerkt als bestaande natuur in de provinciale Omgevingsverordening (zie hiervoor ook paragraaf 3.3.2). Er is verder geen sprake van het oprichten van solitaire bebouwing, maar aansluiting op de kern Retranchement waarbij de woningen onderdeel zullen uitmaken van het bestaande bebouwingscluster. De beoogde nieuwbouwlocatie Kanaalweg bevindt zich immers aan de rand van de kern van Retranchement, waarbij het aansluit op de zuidelijke percelen, waarop reeds woningen aanwezig zijn, en zal functioneren als onderdeel van het bebouwingscluster.
De bebouwing zal kortom op een juiste wijze worden geconcentreerd conform de gestelde voorwaarde onder 2. Zoals ook is aangegeven in paragraaf 3.3.2 is sprake van sloop van bebouwing met de volgende afmetingen: - woning Het Dijkske 1 – inhoud 490 m3; - diverse opstallen aan Het Dijkske – oppervlak 1.030 m2; - diverse opstallen Bonteweg 5 – oppervlak 2.150 m2, waarvan 1.075 m2 als bouwtitel is gekocht Kortom mag de bestaande woning worden teruggebouwd tot een inhoud van 980 m3. Verder is sprake van de sloop van 2.105 m2 op grond waarvan aanspraak bestaat op 2 bouwtitels van 1.000 m3. Al met al wordt voldaan aan de gehanteerde voorwaarden qua verplaatsing van bouwtitels en ruimte voor ruimte.
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 34 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
Beleidsplan Wonen Op 23 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Sluis het Beleidsplan wonen vastgesteld in samenhang met de Huisvestingsverordening 2024. Het nieuwe beleid gaat in per 1 januari 2024. Het doel van het beleidsplan Wonen en de huisvestingsverordening is om de woonfunctie in de woonkernen te versterken. In deze kernen worden in verhouding veel woningen gebruikt als tweede woning of toeristisch verhuurd. Daardoor is er minder ruimte voor de vaste inwoners en voor starters en gaat de leefbaarheid achteruit. De maatregelen die opgenomen staan in het beleidsplan Wonen en de huisvestingsverordening zijn erop gericht om weer grip te krijgen op de woningmarkt en de balans te herstellen. Doel van het nieuwe beleid is om een aantrekkelijk woon-, werk- en verblijfsklimaat te bieden met divers woningaanbod voor doelgroepen tot 65 jaar, waarbij instroom van nieuwe bewoners zal bijdragen aan het behoud van het voorzieningenniveau in de kernen. In het Beleidsplan wonen wordt onderscheid gemaakt tussen woningen in gebruik voor permanente bewoning en woningen in gebruik als tweede woningen.
De achterliggende reden hierbij is, dat het toevoegen van nieuwbouw alleen gerechtvaardigd kan worden als de woningmarkt zodanig juridischadministratief gestructureerd wordt dat deze aansluit bij het werkelijke gebruik van woningen en de kwalitatieve behoefte aan woningen voor permanent gebruik. Als sprake is van informele onttrekking aan de permanente woningvoorraad door gebruik als tweede woning, dan leidt dat tot gebrek aan inzicht in de daadwerkelijke woningbehoefte. Alleen als het gebruik voor tweede woning of voor toeristische verhuur wordt geadministreerd, kan afdoende worden voorzien in nieuwbouw van reguliere woningen overeenkomstig de behoefte. Blijkens artikel 3 van de Huisvestingsverordening 2024 is een vergunningplicht in het leven geroepen voor het gebruiken van woningen als tweede woning, indien die woning is gelegen binnen de begrenzing van een woonkern van de gemeente. De drie woningen welke met onderhavig bestemmingsplan worden toegelaten, zijn gelegen buiten de kern van Retranchement, zodat deze vergunningplicht niet van toepassing is. Hierbij is bovendien van belang dat deze vergunningplicht niet geldt voor woningen die op de laatst bekende peildatum een WOZ-waarde hebben hoger dan € 355.000,-. Vooralsnog zal de WOZ-aanvangswaarde van de drie nieuwe woningen hoger liggen.
Uitgangspunt van het nieuwe beleid is dat alleen woningen die niet (meer) geschikt zijn voor permanente bewoning mogen uitstromen naar de markt voor tweede woningen of recreatieve verhuur. Bedoeld beleid zal ingaan per 1 januari 2024, waarbij is voorzien in een overgangsregeling voor lopende dossiers7. Het ligt voor de hand deze overgangsregeling ook te hanteren voor onderhavig plan, waarvan het eerste concept al in 2021 is voorgelegd aan de gemeente. Het gaat kortom om een dossier dat is opgestart voor ter inzage legging van het ontwerp van genoemd woonbeleidsplan. Hierbij is ook relevant dat het ontwerp van het woonbeleidsplan er nog van uitging dat verplichte permanente bewoning enkel zou gelden voor nieuwe woningen in de kernen en niet in het buitengebied, terwijl de Huisvestingsverordening 2024 daar eveneens van uitgaat.
7
Brief van 13 oktober 2023, kenmerk ED/U/2023_23.007389
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 35 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
De nieuwe woningen zullen bijdragen aan een divers woningaanbod binnen de gemeente. Door woningen toe te voegen uit het hogere segment wordt de doorstroming op de woningmarkt bevorderd en daarnaast vormen deze woningen de kostendragers voor de uitvoering van het ruimte voor ruimte beleid en het rood voor rood beleid dat erop is gericht om de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied te verbeteren door sanering cq. herpositionering van in onbruik geraakte bebouwing vooraleer verloedering en daarmee samenhangende achteruitgang plaatsvindt. Tot slot zullen de nieuwe bewoners bijdragen aan het behoud van het voorzieningenniveau van de kern Retranchement.
Figuur 19: begrenzing kom Retranchement volgens Huisvestingsverordening 2024
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 36 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
Water Strategienota 2019-2023 – Klaar voor de toekomst Het waterschapsprogramma 2019-2023 van het Waterschap Scheldestromen geeft de bestuurlijke kaders en ambities aan die de komende vier jaar leidend zijn voor de uitvoering van de taken van het waterschap. In de strategienota wordt het waterschapsprogramma op hoofdlijnen uitgewerkt in een strategie om de ambities te bereiken. Het waterschap heeft per thema haar ambities geformuleerd: Waterveiligheid • Mensen en economische waarden zijn beschermd volgens de wettelijke normen. We beperken de risico’s op een overstroming zoveel mogelijk. Nu en in de toekomst. Primaire keringen in stand houden • We voldoen aan het wettelijk kader zorgplicht en daarmee zijn we aantoonbaar continu in control op onze kerntaak waterveiligheid. Regionale waterkeringen en noodvoorzieningen op orde brengen/houden • We leveren actieve inbreng voor de herziening van de normen voor het stelsel voor de regionale waterkeringen, zodat de Provincie Zeeland in 2020 de normen kan vaststellen. • We starten met het inspecteren van de regionale keringen en brengen in beeld wat nodig is om aan de nieuwe normen te voldoen. Regionale waterkeringen en noodvoorzieningen op orde brengen/houden • We leveren actieve inbreng voor de herziening van de normen voor het stelsel voor de regionale waterkeringen, zodat de Provincie Zeeland in 2020 de normen kan vaststellen.
• We starten met het inspecteren van de regionale keringen en brengen in beeld wat nodig is om aan de nieuwe normen te voldoen. Gezond water • Het watersysteem is ecologisch gezond. Zo draagt het bij aan een goede omgeving voor mens (wonen, werken, recreëren) en dier. • We streven naar ecologisch gezond water, onder meer door te werken aan de KRW-opgaven voor 2027 en het uitvoeren van maatregelen. Daarvoor gaan we een goede inrichting en chemische waterkwaliteit in stand houden en waar mogelijk verbeteren. Met focus op effectieve maatregelen. Toetsing Ten aanzien van bovengenoemde ambities van het Waterschap kan worden gesteld dat onderhavige ontwikkeling hierin geen belemmering vormt. Watertoets Elke ruimtelijke ontwikkeling kan invloed hebben op water. Niet alleen bouwen nabij of op een waterkering, maar ook een toename van verhard oppervlak. Een ruimtelijke ontwikkeling moet minimaal voldoen aan de belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding mag ontstaan. In het kader van het Watertoetsproces moeten de gemeente en het waterschap zoeken naar kansen om het watersysteem te verbeteren en duurzaam in te richten. Voor elke toename van verharding van meer dan 500 m2 in stedelijk gebied en 1.000 m2 in landelijk gebied is een Watervergunning nodig.
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 37 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
Aan de noordoostzijde van het perceel ligt aan de overzijde van de Kanaalweg het Uitwateringskanaal naar de Wielingen, welke een primaire waterkering is. Tevens bevindt zich op de noordwestzijde van het perceel een oppervlaktewaterlichaam.
Afbeelding 20: Plangebied in nabijheid van waterkeringen (bron: Waterschap Scheldestromen)
Ter onderbouwing van deze ontwikkeling is het aanmeldformulier watertoets waterschap Scheldestromen ingevuld, welke als bijlage 11 is toegevoegd aan dit document. Toetsing In de bestaande situatie bestaat het plangebied volledig uit grasland, wat betekent dat de ontwikkeling in elk scenario per saldo extra verharding oplevert. Per woning wordt als uitgangspunt genomen dat deze 200 m2 beslaat. Ieder bijgebouw beslaat daarnaast 90 m2 per woning. Per saldo komt dit neer op 290 m2 x 3 = 870 m2 aan verhard oppervlak voor de realisatie van de bebouwing. Verder wordt rekening gehouden met circa 200 m2 verharding bij de woningen in de vorm van oprit, terras en dergelijke. Oppervlakteverharding zal evenwel niet afwateren, maar hemelwater zal infiltreren op eigen terrein. Van belang is verder dat aan Het Dijkske 1 in Eede sprake zal zijn van sloop en verwijdering van verhardingen waardoor aldaar het afwaterend vermogen zal verbeteren. In de beoogde situatie zal door de aanplanting van bos en struwelen, bestaande uit inheemse, streekeigen soorten als meidoorn, hondsroos, vlier, hazelaar, grauwe wilg, vuildoorn en veldesdoorn het watervasthoudend vermogen van het plangebied toenemen. Aanvullend worden gewone beuken, winterlindes, zomereiken, zwarte Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 38 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
elzen, lijsterbessen en gewone okkernoten geplant op het perceel. Tot slot worden aan de westzijde van het perceel knotwilgen aangeplant. Door deze vergroening wordt er meer water vastgehouden en opgenomen in de vegetatie waarna eventueel surplus geleidelijk wordt afgevoerd. Doordat er in de beoogde ontwikkeling sprake is van een toename in afwaterend oppervlak, zijn water compenserende maatregelen vereist. Hierom wordt aan de noordoostzijde (voorzijde) van het terrein de bestaande sloot doorgetrokken. Daarnaast is aan de zuidzijde voorzien in een paddenpoel. Verwezen wordt naar bijlage 1. Afvalwater Voor de afvoer van afvalwater kan gebruik worden gemaakt van de aanwezige gemeentelijke riolering. Deze riolering en de ontvangende afvalwaterzuiveringsinstallatie zijn van afdoende capaciteit om dit water te transporteren en te verwerken. De uitgangspunten hiervoor zijn als volgt: • • • •
Er wordt een gescheiden riool aangelegd naar de voorzijde van de Kanaalweg conform het NEN3215. Voor de rioolaansluiting zal een vergunningaanvraag worden ingediend met een tekening van het ontwerp voor het riool. Het rioleringsgebouw steekt tot 60-70 cm beneden het maaiveld uit. De gemeente sluit boven op het riool aan (diameter van 160 mm).
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 39 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
Sectorale milieuaspecten Ecologie Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van toepassing. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. In de Wet natuurbescherming is onder andere de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn opgenomen. Onderdeel van de wet is dat er beschermde gebieden worden aangewezen (netwerk van de zogenaamde Natura 2000-gebieden en de Beschermde natuurmonumenten) gericht op de bescherming van ongeveer 500 soorten in het wild voorkomende planten en dieren. Op provinciaal niveau hebben bepaalde natuurgebieden eveneens een beschermingsniveau toegewezen gekregen, in de vorm van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Stikstofdepositie In verband met de Wet natuurbescherming dient de stikstofdepositie vanwege de activiteiten van de bouw- en gebruiksfase van deze ontwikkeling op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden inzichtelijk te worden gemaakt. Het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Zwin & Kievittepolder’ bevindt zich op circa 130 meter ten westen van het plangebied. Verwezen wordt naar afbeelding 21.
Toetsing In het kader van een ontwikkeling aan de Kanaalweg te Retranchement is relevant dat de transformatie naar wonen gepaard zal gaan met een afname van de te verwachten stikstofdepositie. De ontwikkeling betreft de realisatie van drie woningen met bijgebouwen. De te verwachten stikstofemissie van die nieuwe functies is vele malen lager dan de emissie uitgaande van het huidige gebruik voor agrarische doeleinden, waarbij onder meer bemesting plaatsvindt. Ter nadere onderbouwing is een berekening uitgevoerd waaruit blijkt dat de natuuraanleg alsook de bouw van de nieuwe woningen en het gebruik daarvan niet leidt tot een significante depositie8. Hiermee is voldoende aangetoond dat er geen mogelijke significante effecten vanwege de stikstofemissies van de ontwikkeling op de natuurgebieden zijn. De stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden staat de realisatie van de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
8
Adromi, Stikstofonderzoek Natuurontwikkeling aan Het Dijkske, 16 februari 2023, bijlage 9 en Stikstofonderzoek Natuurontwikkeling en woningbouw te Retranchement, bijlage 10
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 40 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
Afbeelding 21: locatie nieuwe woningen (indicatief met rode omlijning weergegeven) ten opzichte van het Natura-200 gebied. (Bron: Natura2000.nl/gebieden/zeeland)
Ecologie Dijkske Eede In verband met de sloop van bebouwing aan Het Dijkske kunnen negatieve effecten optreden bij beschermde dier- en plantensoorten, welke momenteel mogelijk aanwezig zijn in en op deze bebouwing. Daarom is een quickscan ecologie uitgevoerd in het plangebied9. Uit deze quickscan kan geconcludeerd worden dat in principe sprake is van geschikt leefgebied voor grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. Daarnaast is er eventueel leefgebied aanwezig van jaarrond beschermde vogels. Concreet betreft dit kleine marterachtigen, vleermuizen en huismus, kerkuil, ransuil en steenuil. Op dit vlak heeft dan ook nader onderzoek plaatsgevonden10. Er zijn geen beschermde soorten aangetroffen, met uitzondering van een zomerverblijf van de dwergvleermuis. Hiertoe zijn compenserende maatregelen getroffen door het plaatsen van een tweetal vleermuispaalkasten. Gelet hierop kan in principe een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming verleend worden en staat dit aspect de realisatie van onderhavig plan niet in de weg.. Kanaalweg Retranchement Op de beoogde bouwlocatie aan de Kanaalweg is geen sprake van ecologische waarden, nu dit perceel in gebruik is als agrarisch productiegebied, met bijbehorende grondbewerkingen. Verwezen wordt naar de ecologische quick-scan die is opgesteld voor de Kanaalweg11.
Bij de nieuwbouw zal uiteraard wel rekening worden gehouden met de algemene voorzorgmaatregelen in verband met het broedseizoen, verlichting van de bouwplaats e.d.. Verder zullen de woonpercelen groen worden ingebed, verwezen wordt naar het volgende deel van deze paragraaf. 9
Ecomark Advies en Beheer, Quickscan natuurwetgeving project Sloop bebouwing Het Dijkske 1 te Eede, 30 september 2021, bijlage 4 10 Bureau Wieland, Nader onderzoek sloop bebouwing Het Dijkske 1 Eede, 12 januari 2023, bijlage 8. 11 Ecomark Advies en Beheer, Quickscan natuurwetgeving bouw woningen Kanaalweg te Retranchement, 1 september 2021, bijlage 3
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 41 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
Bonteweg Sluiskil Aan de Bonteweg te Sluiskil zijn geen veranderingen beoogd welke ecologisch relevant zijn. Per slot van rekening is de betreffende bebouwing reeds gesloopt. Aanleg nieuwe natuur De nieuwe kavels aan de Kanaalweg krijgen een groen karakter met streekeigen elementen zoals weergegeven in de landschappelijke inpassingsschets. Het zal zowel de nieuwe kavels als de bestaande naastgelegen kavels met bebouwing inbedden in de omgeving. Verder is ten noorden en ten zuiden van de woningen voorzien in nieuwe natuur. Verwezen wordt naar figuur 14 en naar bijlage 1. Het perceel aan de Kanaalweg wordt momenteel op één plaats ontsloten en de nieuwe woningen zullen ook van deze bestaande ontsluiting gebruik kunnen maken. Tussen het fietspad en het perceel is reeds een smalle strook groen aanwezig bestaande uit diverse struiken en enkele bomen. Deze strook ontneemt al gedeeltelijk het zicht op het lagergelegen perceel. Nabij de inrit van de nieuwe woonkavels wordt parkeergelegenheid voorzien zodat er voldoende ruimte is om op eigen terrein te parkeren. Door struwelen worden deze functionele ruimtes landschappelijk ingepast en wordt het zicht vanaf de Kanaalweg hierop ontnomen. Tussen de percelen wordt eveneens een struweel voorzien met inheemse, streekeigen soorten.
Ten noorden en zuiden zal sprake zijn van de aanleg van nieuwe natuur, waaronder een poel welke geschikt is voor amfibieën. Tevens wordt aan de achterzijde van het bijgebouw een struweel voorzien. Aan de westzijde van het nieuwe woonpercelen wordt een rij knotwilgen geplant die de overgang naar het open landschap markeert. De toe te passen elementen om tot een goede landschappelijke inpassing te komen, zijn dus struwelen, solitaire bomen en knotwilgen. Elementen die streekeigen zijn en aansluiten bij het aanwezige groene kader in de omgeving. Door de toepassing van verschillende elementen oogt het geheel minder statisch en voegen de natuurlijke elementen een seizoensgebonden dynamiek toe. Bovendien biedt het schuil- en huisvestingsplaatse aan vogels en diverse insecten. Aan Het Dijkske te Eede zal de nieuwe natuur bestaan uit inheemse bomen en struiken, zoals meidoorn, hondsroos, vlier, hazelaar, grauwe wilg, vuildoorn en veldesdoorn en verder gewone beuken, winterlindes, zomereiken, zwarte elzen, lijsterbessen en gewonnen okkernoten. In principe is ook hier voorzien in de aanleg van een poel. Verwezen wordt naar afbeelding 9, 17 en bijlage 2. Door de beoogde natuuraanleg zullen de natuurwaarden van de beide percelen worden versterkt (zie ook paragraaf 3.4.2 en 4.2.2).
Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. Vóór 2016 waren er verschillende wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed. Sinds juli 2016 zijn die allemaal samengegaan in één wet. In een bestemmingsplan dient vanuit dit perspectief aandacht te worden besteed aan archeologische aspecten. Het gemeentelijk archeologiebeleid is vastgelegd in ‘Archeologiebeleid & Onderzoeksagenda Sluis 2017’. Toetsing Onderstaand is een uitsnede van de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart opgenomen. Het plangebied is aangeduid als ‘6 – Lage verwachting’. Ten aanzien van dit gebied geldt een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen. Voor deze gebieden is in het Parapluplan Archeologie, gemeente Sluis (vastgesteld op 31 januari 2019) een volledige vrijstelling opgenomen van bodemingrepen. Dat wil zeggen dat er geen maximale vrijgestelde oppervlakten en diepten gelden.
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 42 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
Afbeelding 22: Uitsnede archeologische beleidsadvieskaart, planlocatie rood omlijnd (Bron: ‘Archeologiebeleid & Onderzoeksagenda Sluis 2017’)
Om die reden is onderhavige ontwikkeling niet in strijd met archeologisch beleid. In geval bij werkzaamheden onverwacht toch resten zouden worden aangetroffen waar archeologische waarde aan kan worden toegekend, geldt op grond van de Erfgoedwet een meldplicht aan de provincie, welke fungeert als het bevoegd gezag. Deze meldplicht kan gelet op de lage verwachtingswaarde ter plaatse als afdoende bescherming van archeologische waarden worden beschouwd. Cultuurhistorie Als er gesproken wordt over cultuurhistorie in relatie tot ruimtelijke ordening wordt vaak een onderscheid gemaakt in historische geografie en historische bouwkunst. Historische geografie gaat over landschappelijke en stedenbouwkundige elementen en structuren zoals dijken, slotenpatronen, stratenpatronen en verkavelingen. Historische bouwkunst heeft betrekking op bebouwing en architectuur. Toetsing Het plangebied is voor een klein deel (een smalle strook in het oosten) gelegen in gebied wat als cultuurhistorisch relevant is aangeduid omdat dit gebied gelegen is binnen de contour van de molen in het centrum van Retranchement. Omwille hiervan is deze strook in het vigerende bestemmingsplan aangeduid met de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie – 2’. Conform de bouwregels uit artikel 38.2 van het bestemmingsplan geldt in deze strook een maximale bouwhoogte van 10,6 meter.
In deze strook zal binnen onderhavige ontwikkeling echter niet worden gebouwd, daar de woningen en gebouwen centraler op het perceel zullen worden gerealiseerd. Derhalve vormt de contour, en daarmee de cultuurhistorische waarde van de molen geen belemmering voor de ontwikkeling. Daarnaast is de Cultuurhistorische kaart van de provincie Zeeland geraadpleegd. Hieruit kwam naar voren dat er ook verder geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn op of nabij onderhavig plangebied welke enigerwijs belemmerend zouden zijn voor onderhavige ontwikkeling.
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 43 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
Vanuit archeologie en cultuurhistorie zijn er geen aspecten die zich verzetten tegen totstandkoming van dit bestemmingsplan.
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 44 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
Milieu Milieueffectbeoordeling Blijkens de considerans van de Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling (2011/92/EU, OJ L 26, 28.1.2012, pp. 1-26 hierna ook: de Richtlijn) van bepaalde openbare en particuliere projecten is de richtlijn bedoeld voor openbare en particuliere projecten die mogelijk aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. Voor dergelijke projecten dient alleen een vergunning te worden verleend na een beoordeling van de aanzienlijke milieueffecten die deze projecten kunnen hebben, mede de specifieke kwetsbaarheid van het milieu in de omgeving van het beoogde project in aanmerking genomen. Blijkens de richtlijn zijn in het kader van een beoordeling van de aanzienlijke milieueffecten van een bepaalde ontwikkeling voornamelijk de volgende aspecten relevant: - Een hoog beschermingsniveau van het milieu en de menselijke gezondheid; - Efficiënt gebruik van hulpbronnen, waaronder zo veel mogelijk beperking van het grondgebruik; en beperking van het ruimtebeslag; - Duurzame groei in de Unie waartoe de voorziene procedures moeten worden vereenvoudigd en moeten worden geharmoniseerd; - Bescherming van biodiversiteit en ecosysteemdiensten, waaronder het mariene milieu; - Het voorkomen en tegengaan van klimaatverandering, waaronder bescherming tegen de gevolgen van klimaatverandering; - Preventie en beheersing van rampen en voorkomen van kwetsbaarheid bij rampen.
Het bevoegd gezag dient blijkens de considerans de directe en indirecte aanzienlijke milieueffecten van een project volledig te beoordelen en af te wegen. Hiertoe moet het bevoegd gezag een analyse uitvoeren door de inhoud van de door de initiatiefnemer verstrekte informatie en de via raadplegingen ontvangen informatie te onderzoeken, alsmede in voorkomend geval door aanvullende zelfstandig verzamelde informatie in overweging te nemen. Beoordelingsplicht Gelet op artikel 2, vijfde lid, onder b, van het Besluit m.e.r. bestaat de verplichting voor het bevoegd gezag om de artikelen 7.16, 7.17, eerste tot en met vierde lid, 7.18, 7.19, eerste en tweede lid en 7.20a van de Wet milieubeheer toe te passen. Dit komt erop neer dat het bevoegd gezag verplicht is om een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van een besluit voor een in de bijlage van het Besluit m.e.r. genoemde activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Deze beslissing wordt een m.e.r.-beoordelingsbesluit genoemd. Een dergelijk m.e.r.-beoordelingsbesluit is niet alleen vereist indien sprake is van een besluit als bedoeld in kolom 4 van onderdeel D van de bijlage bij het besluit m.e.r.
en de drempelwaarden voor de desbetreffende activiteit worden overschreden, maar ook indien de drempelwaarden niet worden overschreden. Zowel het college als de raad zijn op grond van artikel 7.1, vierde lid, van de Wet milieubeheer bevoegd om een dergelijk m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen.
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 45 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
Daarbij dient aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III bij de Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (de m.e.r.-richtlijn) te worden beoordeeld of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Onderhavige ontwikkeling kan, voor zover deze betrekking heeft op de nieuwe woningen, worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in de bijlage van het Besluit m.e.r. onder D categorie 11.2. Een milieueffectbeoordeling is dus noodzakelijk, ook al wordt de drempel van 2.000 woningen of 100 hectare hierbij niet overschreden. Voor zover onderhavige ontwikkeling betrekking heeft op natuurontwikkeling, kan worden gesproken van een ontwikkeling welke valt onder landinrichting in de zin van categorie D9 van de bijlage van het Besluit m.e.r.. Uitgaande van de hiervoor relevante uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak12 dient bij de vraag of er sprake is van een ontwikkeling die valt onder een van de categorieën die zijn genoemd in het Besluit m.e.r. evenwel rekening te worden gehouden met de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging / ontwikkeling een rol spelen alsook de mate waarin:
-
een ontwikkeling afwijkt van hetgeen planologisch is toegelaten13; sprake is van uitbreiding van bebouwing of verharding14; sprake is van een wijziging van het gebruik; de situatie rondom de ontwikkeling15.
Bij de vraag of sprake is van een ontwikkeling die valt onder de categorieën van het Besluit m.e.r. (de vraag of voor een activiteit een milieueffectbeoordeling moet worden gemaakt), dient de feitelijke situatie als uitgangspunt te worden genomen en niet de vergunde of bestemde situatie16. Het gaat er immers om, aan de hand van de feitelijk beoogde veranderingen/activiteiten te beoordelen of het Besluit m.e.r. van toepassing is. MER-Beoordeling Kenmerken van het project Bij de kenmerken van een project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a) de omvang van het project Er is sprake van de realisatie van drie nieuwe vrijstaande woningen met bijbehorende voorzieningen zoals tuinen, ontsluiting en parkeervoorzieningen. Verder is sprake van naar verhouding beperkte aanleg van nieuwe natuur.
12
ARRvS 18 juli 2018 ECLI:NL:RVS:2018:2414 ARRvS 31 juli 2019 ECLI:NL:RVS:2019:2651 14 ARRvS 29 juli 2020 ECLI:NL:RVS:2020:1832 15 ARRvS 10 juli 2019 ECLI:NL:RVS:2019:2355 16 ARRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694 13
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 46 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
Gelet op de schaal en omvang van de infrastructuur en de bedrijfsfuncties in de directe omgeving is het project van geringe omvang. b) de cumulatie met andere projecten Het project is solitair gelegen. Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten. Eventuele cumulatieve effecten met andere projecten hebben betrekking op de verkeersbewegingen/ verkeersaantrekkende werking. De verkeersgevolgen van het plan zijn onderzocht en aanvaardbaar geacht. Verwezen wordt naar paragraaf 2.2. Het plan voorziet op eigen terrein in parkeren, zodat in zoverre geen rekening behoeft te worden gehouden met cumulatieve milieueffecten vanwege parkeren. Eventuele cumulatie op het vlak van verkeer is verdisconteerd in het Nationaal samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Uit raadpleging van deze online informatie blijkt niet van een geprognosticeerde (dreigende) overschrijding van de luchtkwaliteitseisen ter plaatse. Verwezen wordt naar paragraaf 6.3. Er blijkt evenmin van een relevante stikstofdepositie op daarvoor gevoelige beschermde natuurgebieden. Verwezen wordt naar paragraaf 5.1. c) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Voor het realiseren van de nieuwbouw zullen indirect natuurlijke hulpbronnen worden gebruikt in de vorm van onder meer bouwmaterialen, water en energie. Gebruik van deze hulpbronnen zal gangbaar zijn voor hedendaagse woningbouw.
Er worden in het kader van dit project geen uitzonderlijke bouwmethoden of materialen toegepast. Waar mogelijk worden gerecyclede materialen en/of recyclebare materialen toegepast. Verder wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van prefab bouwelementen. Dit vermindert de hinder die voor de omgeving zal worden veroorzaakt op de bouwplaats (bouwgeluid e.d.). Dit vermindert verder het ontstaan van bouw- en sloopafval doordat materialen op de bouwplaats op maat dienen te worden gemaakt, met bijbehorende extra aan- en afvoerbewegingen. Voor materiaalgebruik en energieprestatie zijn de eisen zoals opgenomen in het Bouwbesluit leidend. Het plan zal, binnen de randvoorwaarden voor een sluitende planontwikkeling, zo materiaal- en energie-efficiënt mogelijk worden uitgevoerd. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen zal zich na voltooiing beperken tot het gebruik van nutsvoorzieningen in de context van de bewoning. Er dient in lijn daarmee rekening te worden gehouden met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen voor verwarming, ventilatie, koeling, warm water en het bereiden van maaltijden. Onderhavig project draagt bij aan efficiënt hergebruik van grond als natuurlijke hulpbron. Het project maakt optimaal gebruik van de reeds aanwezige infrastructurele voorzieningen, waardoor uitbreiding van infrastructuur ter ontsluiting van het plangebied niet aan de orde is.
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 47 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
d) de productie van afvalstoffen Er dient rekening te worden gehouden met het ontstaan van bouw- en sloopafval tijdens de nieuwbouw aan de Kanaalweg en de sloop van bebouwing aan Het Dijkske. Hierbij moet gedacht worden aan de gangbare restanten van bouwmaterialen. Na realisatie zal rekening moeten worden gehouden met regulier communaal afval afkomstig van de bewoners. Geconcludeerd kan worden dat er op dit punt geen bijzonderheden te verwachten zijn, noch qua aard noch qua omvang van het te verwachten afval. e) verontreiniging en hinder De Kanaalweg kent thans een agrarisch gebruik. Als gevolg van onderhavig plan dient rekening te worden gehouden met toename van verkeer van en naar de locatie. De toename van verkeer heeft een beperkte invloed op de omliggende (woon)gebieden. Dit komt omdat het gebied direct is aangesloten op de hoofdontsluitingsweg. De Kanaalweg vormt immers een van de ontsluitingen van Retranchement alsook de doorgaande verbinding naar België vanuit verschillende andere kernen in de gemeente. Voor de locatie aan Het Dijkske kan rekening worden gehouden met een afname van het verkeer. Verder zal er als gevolg van deze ontwikkeling geen sprake zijn van verontreiniging en hinder. Het bodembelastingsrisico ten aanzien van woongebruik is minimaal en evenmin is er een risico op het ontstaan van stof- of geurhinder.
Uit de aard der functie en de ligging in buiten gebied wordt geen rekening gehouden met relevante lichthinder. f) risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën Met onderhavig plan wordt niet voorzien in functies met een extern veiligheidsrisico. Vanuit de aard der functie is dan ook geen sprake van gebruik van risicovolle stoffen of technologieën. Voor wat betreft de risico’s in de omgeving in relatie tot het nieuwbouwplan wordt verwezen naar paragraaf 6.6. Voor wat betreft het risico op calamiteiten door overstromingen, bijvoorbeeld vanwege klimaatverandering, is van belang dat het overstromingsrisico ten opzichte van het lagergelegen agrarische gebied aan de achterzijde gering is. Gelet op de korte afstand tot maatgevende watermassa’s dient rekening te worden gehouden met een zodanige overstromingssnelheid dat tijdige ontruiming van het gebied niet als representatieve mogelijkheid kan worden beschouwd. De nieuwe woningen kunnen worden gebruikt als vluchtmogelijkheid in geval van een overstroming (droge verdiepingen). In overeenstemming met overheidsadviezen kan door bewoners worden voorzien in een noodpakket wat op zolder wordt bewaard en dat dienst kan doen in geval van een overstroming.
Stroom- en telecommunitievoorzieningen bevinden zich op min of meer gelijke hoogte als de nieuwe woningen, zodat deze in geval van een overstroming zullen uitvallen of preventief zullen worden uitgeschakeld. In lijn daarmee heeft het geen meerwaarde om deze voorzieningen in de woningen Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 48 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
verhoogd (hoogwatervrij) aan te leggen. Het bezit van radio’s neemt af, terwijl ook telefoons niet meer standaard zijn uitgerust met een radiofunctie. Autoradio’s zullen in geval van een overstroming ook snel onbruikbaar worden, zodat naar verwachting binnen enkele uren na een overstroming alle telecommunicatie met getroffenen onmogelijk zal zijn geworden. Los hiervan betreft overstromingsrisico een projectoverschrijdend aspect dat in dit kader niet het hoofd kan worden geboden, mede omdat het stedenbouwkundig onwenselijk is om het perceel verder op te hogen tot een waterveiliger niveau. Evenmin blijkt dat Waterschap of Rijkswaterstaat het vanwege klimaatverandering onverantwoord achten om hier de komende 30 jaar (de economische afschrijving van de nieuwe investeringen) de beoogde functies te vestigen. In het kader van de vormgeving van de nieuwbouw zal het voorzorgbeginsel worden gehanteerd met het oog op het voorkomen van zoönose. Immers het voorzorgbeginsel schrijft voor dat men zich ervoor moet inspannen om blootstellingsrisico’s zo klein mogelijk te maken, ook al is er volgens beschikbare inzichten geen sprake van aantoonbare gezondheidseffecten17. Van belang is hoe dan ook dat er in de directe nabijheid geen sprake is van veehouderijen of andere functies waar grote concentraties van dieren te verwachten zijn.
Door keuze van vegetatie en doelmatig afvalbeheer wordt ongedierte voorkomen en het risico op tekenbeten verminderd. Verder zullen waar nodig maatregelen worden genomen om te voorkomen dat vleermuizen zich vestigen in/aan woongebouwen op locaties waarbij sprake zal zijn van een verhoogd contactrisico met uitwerpselen en/of dode vleermuizen en andere dieren, bijvoorbeeld in relatie tot een tuin, terras of balkon. Dit is overeenkomstig de richtlijnen van de WHO18. De nieuwe natuur kan in geval van een overstroming bijdragen aan het afremmen van de stroomsnelheid, waardoor minder snel sprake zal zijn van erosie en/of het wegspoelen van bebouwing. Plaats van het project Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a) het bestaande grondgebruik De projectlocatie en de wijde omgeving zijn sinds jaar en dag droog gelegd en in cultuur gebracht. Het bestaande grondgebruik van de projectlocatie zelf betreft agrarisch gebruik. b) de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied De projectlocatie en het omliggende gebied bevatten geen natuurlijke hulpbronnen. Het betreft in cultuur gebrachte gebieden.
17 18
o.m. Rechtbank Oost Brabant 17 oktober 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:6305 PREDICT, Living safely with bats, juli 2018, Africa version
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 49 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
Voor wat betreft het effect op aanwezige natuurgebieden heeft onderzoek plaatsgevonden naar de stikstofdepositie. Uit het onderzoek blijkt dat geen drempelwaarden zullen worden overschreden. Verwezen wordt naar paragraaf 5.1.1. c) het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: i) wetlands Er is geen sprake van een wetland in het gebied. Het plan leidt evenmin tot een aantasting van het bestaande waterbergende en/of -afvoerende vermogen van het systeem. ii) kustgebieden Er is geen sprake van kustgebied. De zee bevindt zich op enige afstand. iii) berg- en bosgebieden; Er is geen sprake van berg- of bosgebied. iv) reservaten en natuurparken; Er is geen sprake van reservaten of natuurparken in de directe omgeving. v) gebieden die in de wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (1) en Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (2). De ontwikkeling heeft geen effecten voor beschermde natuurgebieden, zie paragraaf 5.1.1.
vi) gebieden waarin de bij wetgeving van de Unie vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden Er is geen sprake van overschrijding van de milieukwaliteitsnormen in het gebied. Verwezen wordt naar paragraaf 6.3. vii) gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid Er is in Europese context geen sprake van gebied met een hoge bevolkingsdichtheid, ook al is Nederland als zodanig een dichtbevolkt land. Reden hiervoor is gelegen in de omstandigheid dat relatief weinig hoogbouw aanwezig is. viii) landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang Het landschap is van beperkt historisch of cultureel belang. De beoogde nieuwbouw sluit aan bij de structuur van het gebied. Wat betreft archeologie is van belang dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet onaanvaardbaar zullen worden verstoord door de bouwwerkzaamheden. Verwezen wordt naar paragraaf 5.2.
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 50 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
Kenmerken van het potentiële effect De potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in beschouwing worden genomen en in het bijzonder betrekking hebben op: a) het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking); Het mogelijke effect van het project beperkt zich tot de belendende percelen en ook daar is het milieueffect gering. Op dit punt kan ook worden verwezen naar de informatie die is opgenomen onder het kopje ‘cumulatie’. b) het grensoverschrijdende karakter van het effect; De ontwikkeling zal geen gevolgen hebben voor de bevolking van België, het Verenigd Koninkrijk of Duitsland. Dit geldt ook voor de bevolking van verderaf gelegen nationale staten. c) de orde van grootte en de complexiteit van het effect; De ontwikkeling kan als weinig complex worden gekarakteriseerd, ook wat betreft het effect daarvan. d) de waarschijnlijkheid van het effect; Het is waarschijnlijk dat het effect van de ontwikkeling zich zal beperken tot enkele meters afstand van de perceelgrens en ook daar gering zal zijn. e) de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; De ontwikkeling zal voor onbepaalde tijd worden bestemd, aangevraagd en vergund. De gebouwen zullen voortdurend aanwezig zijn. Het gebruik zal gedurende het gehele etmaal en het gehele jaar plaatsvinden.
Door verhuizing van de bewoners, sloop van de gebouwen en verwijdering van verdere infrastructuur is het effect van de ontwikkeling omkeerbaar, zij het dat in geval van sloop fundatiepalen in de grond aanwezig kunnen blijven. Door het rooien van aanplant kan de natuurontwikkeling worden omgekeerd. SMB-Beoordeling In deze context dient verder te worden beoordeeld of de onderhavige ontwikkeling moet worden beschouwd als een zogenaamd ‘plan of programma’ als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder a, van de Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2011 (hierna ook: de SMB richtlijn). Immers artikel 7.2, lid 1, lid 2 en lid 5 van de Wet milieubeheer jo. artikel 3, lid 3, van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (hierna ook: het Besluit mer) strekken mede ter uitvoering van het bepaalde in artikel 3, lid 2, aanhef en onder a, van de SMB-richtlijn. In kolom 3 van de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit mer zijn op plannen benoemd waarvoor in het Nederlandse recht voor de uitvoering van het bepaalde in artikel 3, lid 2, aanhef en onder a, van de SMB-richtlijn een milieueffectrapportageplicht kan gelden. De met onderhavige bestemmingsregeling door te voeren veranderingen kunnen worden beschouwd als kleine wijzigingen in de zin van artikel 2, lid 3 van de richtlijn welke verder geen mogelijke milieueffecten hebben.
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 51 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
Toch is van belang om na te gaan of sprake kan zijn van mogelijke aanzienlijke effecten zoals bedoeld in artikel 3, lid 5 jo. bijlage II van de SMB-richtlijn. In het nuvolgende wordt ingegaan op de mogelijke effecten zoals benoemd in deze bijlage, waarbij per mogelijk effect steeds in cursief een beoordeling is toegevoegd. 1. De kenmerken van plannen en programma's, in het bijzonder gelet op: - de mate waarin het plan of programma een kader vormt voor projecten en andere activiteiten met betrekking tot de ligging, aard, omvang en gebruiksvoorwaarden alsmede wat betreft de toewijzing van hulpbronnen; ➢ In het kader van het bestemmingsplan kunnen de in het plan betrokken gronden worden beschouwd als hulpbron. Deze gronden zullen worden toegewezen aan de bouw van nieuwe woningen en natuuraanleg. Het bestemmingsplan zal het kader vormen voor het verlenen van omgevingsvergunningen. Er is sprake van een ontwikkeling die qua aard en omvang past in het gebied ter plaatse. Er is sprake van een voor deze ontwikkeling passende en algemeen geaccepteerde gebruiksvoorwaarden. -
-
-
-
de mate waarin het plan of programma andere plannen en programma's, met inbegrip van die welke deel zijn van een hiërarchisch geheel, beïnvloedt; ➢ Het bestemmingsplan zal geen andere plannen of programma’s beïnvloeden. de relevantie van het plan of programma voor de integratie van milieuoverwegingen, vooral met het oog op de bevordering van duurzame ontwikkeling; ➢ In het kader van deze toelichting wordt overeenkomstig het provinciale beleid al ingegaan op de relevante duurzaamheidsaspecten. Verwezen wordt naar paragraaf 3.3.1 en 3.4.1. milieuproblemen die relevant zijn voor het plan of programma; ➢ Voor een beoordeling van de relevante milieuaspecten wordt verwezen naar overige paragrafen van dit hoofdstuk. Op dit vlak is sprake van een milieubelasting die in algemene zin dient te worden verwacht in stedelijk gebied als het onderhavige. de relevantie van het plan of programma voor de toepassing van de milieuwetgeving van de Gemeenschap (bijv. plannen en programma's in verband met afvalstoffenbeheer of waterbescherming). ➢ Verwezen wordt naar de overige paragrafen van dit hoofdstuk alsook naar paragraaf 5.1 en hoofdstuk 5.
2. Kenmerken van de effecten en van de gebieden die kunnen worden beïnvloed, in het bijzonder gelet op: - de waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van de effecten; ➢ De betrokken ontwikkeling wordt als realiseerbaar beoordeeld in het kader van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Besluit ruimtelijke ordening. Naar verwachting zal de nieuwbouw voor de voorzienbare toekomst aanwezig blijven en zal deze nieuwbouw continu worden gebruikt voor de daarvoor bestemde functies. Door sloop van de gebouwen en beëindiging van het gebruik zijn mogelijke effecten op gebieden in de omgeving omkeerbaar. - de cumulatieve aard van de effecten;
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 52 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
-
-
•
•
•
•
➢ Er is sprake van een op zichzelf staand initiatief. De cumulatieve invloed van de verkeersontwikkeling in samenhang met autonome ontwikkelingen op dat vlak zijn in de beschouwing betrokken. Verwezen wordt naar paragraaf 2.2.. de risico's voor de menselijke gezondheid of het milieu (bijv. door ongevallen); ➢ Onderhavige ontwikkeling sluit geen risico’s in voor de omgeving. Andersom is er geen sprake van onaanvaardbare risico’s voor de toekomstige bewoners en andere gebruikers van het gebied. Verwezen wordt naar paragraaf 6.6. de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); ➢ Het ruimtelijke bereik van onderhavige ontwikkeling is zeer gering. De belangrijkste factor daarbij zal zijn dat de nieuwe bebouwing zichtbaar zal zijn voor de omgeving. de waarde en kwetsbaarheid van het gebied dat kan worden beïnvloed gelet op: bijzondere natuurlijke kenmerken of cultureel erfgoed; ➢ er is geen sprake van bijzondere natuurlijke kenmerken, ook al zal sprake zijn van een versterking van de natuurwaarden. Het aanwezige molenbiotoop zal worden gerespecteerd, verwezen wordt naar paragraaf 5.2.2.. de overschrijding van de milieukwaliteitsnormen of van grenswaarden; ➢ Er worden geen milieukwaliteitsnormen overschreden met uitzondering van die voor geluid.
Op dit vlak worden aanvullende maatregelen getroffen overeenkomstig de Wet geluidhinder, het Bouwbesluit en het gemeentelijke beleid. Verwezen wordt naar paragraaf 6.2.1. intensief grondgebruik; ➢ In overwegende mate zal sprake zijn van extensief grondgebruik. Dit is passend voor de onderhavige locatie en voor het overige ook in overeenstemming met het beleid dat is gericht beperking van bebouwing in het buitengebied. de effecten op gebieden en landschappen die door een lidstaat, door de Gemeenschap, dan wel in internationaal verband als beschermd gebied zijn erkend. ➢ Er is geen sprake van relevante effecten op beschermde gebieden en landschappen. In de relevante omgeving is geen sprake van beschermde landschappen.
Conclusie Gelet op het voorgaande is er geen aanleiding om voor onderhavig project een m.e.r.-procedure te doorlopen, gelet op de schaal en omvang van het project, de te verwachten effecten op de omgeving en de aard van de omgeving. Geluid Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met de geluidbelasting als gevolg van eventueel verkeerslawaai en industrielawaai op de geluidgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient daarnaast te worden beoordeeld of los van dit wettelijk kader een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden bereikt. Wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder (artikel 74) zijn onder andere voor wegen in zowel binnenstedelijk als buitenstedelijk gebied formele zones met betrekking tot geluidhinder als gevolg van wegverkeerslawaai opgenomen. Voor het buitenstedelijk gebied bedraagt deze zone 250 meter vanaf een weg met een of twee rijstroken en 400 meter van een weg met drie of meer rijstroken.
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 53 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
Toetsing Op de Kanaalweg geldt een snelheidslimiet van 60 km/uur wat betekent dat hier een geluidszone voor geldt. Ook de Zwinstraat is relevant om in de beschouwing te betrekken. In de beoogde situatie is sprake van de beoogde oprichting van drie nieuwe woningen. Een woning wordt aangemerkt als een (te beschermen) geluidgevoelig object. De woningen zijn gelegen binnen de geluidszone van de Kanaalweg. In het kader van voorliggend bestemmingsplan heeft een akoestisch onderzoek plaatsgevonden voor het aspect wegverkeerslawaai19. Uit de rapportage akoestisch onderzoek blijkt dat hogere waarden dienen te worden aangevraagd vanwege de geluidbelasting van de Kanaalweg. De geluidbelasting van deze weg, inclusief aftrek Wgh, is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (maar lager dan de maximaal vast te stellen hogere waarde van 53 dB). Maatregelen om de geluidbelasting te reduceren stuiten op bezwaren van onder andere verkeerskundige, stedenbouwkundige en financiële aard: De Kanaalweg betreft een doorgaande gebiedsontsluitingsweg. Het afsluiten of autoluw maken van deze weg vormt geen optie en dit zou hoogstens leiden tot verplaatsing van wegverkeerslawaai. Het aanbrengen van geluidarm asfalt is niet kosteneffectief nu hier sprake is van slechts drie nieuwe woningen.
Bovendien is geluidarm asfalt geen duurzame oplossing omdat dit asfalt iedere 3-4 jaar zal moeten worden vervangen om de vereiste geluidreductie te kunnen blijven waarborgen. Het aanbrengen van geluidschermen doet afbreuk aan de natuurwaarden en landschappelijke waarden. Verder komt dit ook de sociale veiligheid niet ten goede. Verwezen wordt verder naar het akoestische rapport. De gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle beschouwde wegen (zonder aftrek Wgh) op het bouwplan varieert tussen 52 – 58 dB. Dit kan worden beschouwd als een voor dit gebied gebruikelijk akoestisch klimaat. Gelet op voorstaande kan het geheel van het akoestisch klimaat rond de nieuw te bouwen woningen dan ook als aanvaardbaar worden beschouwd. In samenhang met onderhavig bestemmingsplan wordt een besluit hogere waarden genomen. Spoorweglawaai Tevens dient rekening te worden gehouden met de geluidbelasting als gevolg van eventueel spoorweglawaai. Op grond van artikel 1 Wgh hebben spoorwegen een zone. Toetsing Op circa 6,5 kilometer afstand van het plangebied bevindt zich het station Knokke-Heist (België), waar de spoorlijn Brugge – Knokke eindigt. De maximale geluidzone van een spoor bedraagt circa 1.200 meter, waardoor de te realiseren woningen aan de Kanaalweg niet binnen een geluidzone van een spoor gelegen is.
19
Adromi, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Kanaalweg Retranchement, 22 oktober 2022, bijlage 6. Het akoestische rapport gaat uit van een andere verkaveling dan thans is gekozen. Bepalend hierbij is evenwel de berekende geluidbelasting op een bepaalde afstand tot de weg en dit is ook als uitgangspunt gehanteerd in dit bestemmingsplan.
Adromi B.V.
wil/R202159/2101j
Pagina 54 van 65
Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede
Raillawaai heeft dus geen invloed heeft op het plangebied. Industrielawaai Op grond van artikel 40 van de Wgh kunnen industrieterreinen een geluidzone hebben. In de nabijheid van het plangebied waar deze bestemmingsplanherziening betrekking op heeft is géén geluidgezoneerd industrieterrein gelegen. Voor bedrijven die niet zijn gelegen op geluidgezoneerd industrieterrein dient aandacht te worden besteed aan de individuele geluidvoorschriften die gelden op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer of een aan het bedrijf verleende omgevingsvergunning milieu. Toetsing De woningen zijn niet gelegen in de directe omgeving van bedrijvigheid en valt buiten een bestemde ‘geluidzone – industrie’ waarbinnen moet worden getoetst aan de Wgh. In de directe omgeving van de beoogde woningen bevinden zich enkel woningen en agrarische gronden. Het is zonder planologische afwijking niet mogelijk voor een bedrijf zich hier te vestigen. Van geluidbelasting afkomstig van aanwezige of bestemde bedrijven is dus geen sprake. Geconcludeerd kan worden dat er ten aanzien van het aspect geluid geen aspecten zijn die zich verzetten tegen de komst van nieuwe woningen aan de Kanaalweg. Luchtkwaliteit Indien mensen met regelmaat luchtverontreinigende stoffen inademen kan dit leiden tot effecten op de lichamelijke gezondheid.
Daarom moet bij ruimtelijke planvorming rekening worden gehouden met de effecten van de plannen op de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse. De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wet milieubeheer, hierna ook: Wm) stelt dat een ruimtelijke plan of project doorgang kan vinden indien een plan niet tot het overschrijden van een grenswaarde leidt, de luchtkwaliteit ten gevolge van het plan (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft, een plan “niet in betekenende mate” (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van relevante stoffen in de buitenlucht of een plan is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL). Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Zie tabel 1 voor de grenswaarden. Tabel 1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm