CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

02 3 (Kanaalweg, R'ment) Ontwerp toelichting

Commissie Ruimte/AB 4 juni 2024, gemeente SluisBij agendapunt: Ongewijzigde vaststelling (ontwerp)bestemmingsplan ‘Kanaalweg ong. Retranchement/’t Dijkske 1 Eede’ en vaststellen besluit hogere waarden Wgh.20.359 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

stof

toetsing van

grenswaarde

stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

fijn stof (PM10)1)

40 µg/m³

jaargemiddelde concentratie

24-uurgemiddelde concentratie max. 35 keer per jaar meer dan 50 µg/m³ fijn stof (PM2,5)

jaargemiddelde concentratie

25 µg/m³

Toetsing In de huidige situatie bevindt zich op het perceel enkel grasland. In de beoogde situatie worden drie woningen en een dito aantal bijgebouwen gerealiseerd. Dit is een dermate geringe ontwikkeling dat

Adromi B.V.

wil/R202159/2101j

Pagina 55 van 65

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

het project ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van relevante stoffen in de buitenlucht. Verwezen wordt ook naar de berekening met de NIBM tool 2022 in tabel 2. In onderstaande afbeelding 23 is een uitsnede opgenomen van de NLS-monitoringsviewer. Hieruit blijkt dat het dichtstbijzijnde meetpunt gelegen is op 11,3 kilometer van het plangebied. Dichterbij zijn geen rekenpunten bekend. Op dit meetpunt worden de grenswaarden van maatgevende stoffen geen van allen overtreden. Daar er in de nabije omgeving van het plangebied geen noemenswaardige wegen lopen of bedrijven aanwezig zijn welke de uitstoot vergroten, kan worden uitgegaan van de resultaten van het meetpunt. De omgeving van het plangebied kent dus een goede luchtkwaliteit en kan dus gesproken worden van een goede ruimtelijke ordening.

Afbeelding 23: Uitsnede NSL-monitoringstool en plangebied (indicatief voorzien van rode stip) (Bron: https://www.nslmonitoring.nl/viewer/)

Tabel 2: berekening NIBM tool

Adromi B.V.

wil/R202159/2101j

Pagina 56 van 65

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Geconcludeerd kan worden dat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen zijn voor de totstandkoming van het plan. Geur Bij het oprichten van geurgevoelige objecten dient in bepaalde gevallen rekening te worden gehouden met de geurhinder van eventueel aanwezige veehouderijbedrijven. Voor vergunningplichtige veehouderijen gelden de geurregels uit de Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit. Hierin zijn naast normen voor geur, ook afstandseisen gesteld. Voor wat betreft geurhinder wordt een normafstand van 50 meter aangehouden vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt tot de dichtstbijzijnde geurgevoelige objecten buiten stedelijk gebied. Krachtens gemeentelijk beleid mag deze afstand worden gereduceerd. Toetsing De beoogde woning wordt beschouwd als geurgevoelig object. Omdat in de directe omgeving geen sprake is van bedrijvigheid is geen geurhinder te verwachten. In de omgeving bevinden zich geen bedrijven met een geurcirkel die over het perceel aan de Kanaalweg vallen. Geconcludeerd kan worden dat het aspect geur geen belemmering vormt voor de totstandkoming van dit plan. Bodem Mede op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied.

Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de milieukundige bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat deze kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Uit de bodemtoepassingskaart van de provincie Zeeland (uitsnede in afbeelding 24) komt naar voren dat onderhavige locatie voldoet aan de kwaliteitswaarden voor de functie wonen, daar het de achtergrondwaarden heeft. In het kader van voorliggend bestemmingsplan heeft desalniettemin een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden20. Hieruit volgt dat de bodem geschikt is voor het beoogde woongebruik.

20

MCG Zuidwest, Verkennend bodem- en asbestonderzoek Kanaalweg ong. Retranchement, 12MCG346.10, 12 september 2021, bijlage 7

Adromi B.V.

wil/R202159/2101j

Pagina 57 van 65

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Afbeelding 24: Uitsnede bodemkwaliteitskaart, planlocatie indicatief rood omlijnd (Bron: Geoloket: Zeeuws Bodemvenster)

Externe veiligheid Algemeen juridisch kader Doel van het externe veiligheidsbeleid is om de kans op overlijden van mensen in de omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen, binnen aanvaardbare grenzen te houden. Deze risicobenadering kent een tweetal begrippen om het risiconiveau weer te geven, het plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is een maat voor het overlijdensrisico op een bepaalde plaats. Bij het plaatsgebonden risico gaat het om de kans per jaar dat een gemiddelde persoon op een bepaalde geografische plaats in de omgeving van een transportroute of industriële risicobron overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen op deze transportroute, er van uitgaande dat die persoon onbeschermd en permanent op die plaats aanwezig is. Anders gezegd, het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het plaatsgebonden risico kan worden weergegeven door een lijn op een kaart die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt (zogeheten risicocontour). Dergelijke contouren zijn van belang bij de beoordeling of een risicovolle activiteit of een risicovolle bestemming op een bepaalde plaats kan worden toegelaten. Voor het plaatsgebonden risico is door de rijksoverheid voor nieuwe situaties een grenswaarde vastgesteld van 10 -6 per jaar.

(De norm van 10-6 per jaar betekent dat de kans op een dodelijke situatie door een ongeval met gevaarlijke stoffen binnen de 10-6 begrenzing/plek = 1:1.000.000, 10-5 = kans van 1:100.000). Het groepsrisico drukt de kans uit per jaar dat een groep mensen van minimale omvang overlijdt als direct gevolg van één ongeval op de transportroute waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Het groepsrisico is te beschouwen als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een incident. Dit risico laat zich niet in de vorm van een risicocontour op een kaart weergeven, maar kan wel worden vertaald in een dichtheid van personen per hectare.

Adromi B.V.

wil/R202159/2101j

Pagina 58 van 65

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Hoe meer personen per hectare in het schadegebied van een hier bedoeld ongeval aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is. Het groepsrisico is in tegenstelling tot het plaatsgebonden risico een oriënterende waarde. Voor wat betreft het groepsrisico spelen ook andere aspecten een rol, zoals de afstand van de ontwikkeling tot aan de risicobron, de snelheid waarmee een calamiteit zich kan ontwikkelen alsook de duur van een calamiteit, de toename van het groepsrisico t.o.v. de bestaande situatie, het nut en de noodzaak van de beoogde ontwikkeling, de aanwezigheid van bouwwerken die kunnen worden gebruikt om te schuilen, de voorhanden of te realiseren infrastructuur welke dienst kan doen als vluchtroute en de mate waarin de aanwezige personen zelfredzaam zijn (in staat om zichzelf en anderen te helpen en te (helpen) vluchten). Vanuit de rijksoverheid wordt daarbij het belang van voldoende zelfredzaamheid benadrukt. Tot slot speelt ook de aard van het risico (waaronder de beheersbaarheid in geval van een incident) en de responstijd van de hulpdiensten een rol. Risicobronnen, kabels en leidingen en transportroutes Toetsing De te realiseren woningen aan de Kanaalweg worden aangemerkt als kwetsbare objecten in het kader van de externe veiligheid.

Voor dit plan is een inventarisatie uitgevoerd van mogelijke risicobronnen in de omgeving door risicokaart.nl te raadplegen. Wat betreft overige risicovolle inrichtingen, transport en overige risicobronnen kan aan de hand van bijgevoegde risicokaart (afbeelding 25) geconcludeerd worden dat deze niet in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn.

Afbeelding 25: Risicobronnen in de omgeving van de Kanaalweg. Planlocatie is indicatief in het rood weergegeven. (Bron: www.risicokaart.nl)

Spuitzonering Uit jurisprudentie blijkt verder de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een aandachtszone hanteert van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische percelen waar

Adromi B.V.

wil/R202159/2101j

Pagina 59 van 65

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt21. Indien een kortere afstand wordt aangehouden tussen een gevoelige functie en gronden waar sprake kan zijn van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen, dan dient een planologisch besluit volgens genoemde rechtspraak te voorzien in een deugdelijke motivering van die kortere afstand. Een reguliere aanwezigheid in de buitenlucht dient hierbij als het bepalende blootstellingsscenario te worden beschouwd. Hiervan is bijvoorbeeld sprake in de tuin bij een woning (verblijf op een terras, spelende kinderen etc.). Blootstelling in een gebouw is hierbij niet bepalend, alleen al omdat in die situatie geen sprake zal zijn van blootstelling van de huid (druppels) en/of orale blootstelling (handmond bewegingen). Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt gereguleerd door Verordening 528/2012/EU (hierna ook: Biocidenverordening). In deze Verordening is bepaald dat alleen gewasbeschermingsmiddelen op de Europese markt mogen worden toegelaten waarvan voldoende is vastgesteld dat deze geen gevaar vormen voor de volksgezondheid.

Daarbij wordt naast blootstelling via consumptie ook blootstelling bij toepassing van gewasbeschermingsmiddelen beoordeeld, zowel voor betreft toepassers als voor omwonenden (blootstelling niet door consumptie of toepassing), waaronder mensen met een bijzondere kwetsbaarheid (artikel 19 en punt 24 van bijlage VI van de Verordening). Voor wat betreft die laatste groep wordt de bescherming van zwangeren en kleine kinderen concreet benoemd (punt 3 van de considerans van de verordening). Voorgaande betekent dat geen rekening behoeft te worden gehouden met toegelaten gewasbeschermingsmiddelen welke als schadelijk voor de volksgezondheid mogen worden beschouwd bij toepassing volgens het gebruiksvoorschrift. Relevant daarbij is dat een beoordeling aan de hand van de Verordening ervan uitgaat dat een gewasbeschermingsmiddel geen gevaar voor de volksgezondheid mag opleveren, zonder dat hiervoor aanvullende maatregelen zouden moeten worden getroffen in de vorm van afscherming o.i.d., aangezien in de toelatingsprocedure een reëel, worst case gebruikspatroon dient te worden aangehouden (zie artikel 19, lid 2a van de Verordening). Uit rechtspraak kan worden afgeleid onder welke voorwaarden een kortere afstand gerechtvaardigd kan zijn. In een recente uitspraak22 is geoordeeld: “Een kleinere afstand kan aanvaardbaar zijn indien (bijvoorbeeld) driftreducerende maatregelen worden getroffen”.

In deze uitspraak heeft de Afdeling overwogen dat, in het geval het agrarische perceel direct gelegen is naast het perceel met de gevoelige functie, het plaatsen en in stand houden van een struweelhaag voldoende is onderbouwd dat een kortere afstand van 50 meter kan worden aangehouden. Onderhoud en instandhouding van een dergelijke haag dient daarbij te worden verzekerd middels een voorwaardelijke verplichting. De met deze uitspraak ingezette lijn is in een andere uitspraak bevestigd23, waarbij in die uitspraak wordt verwezen naar het zogenaamde OBO onderzoek van RIVM. Uit dit rapport van RIVM blijkt dat

21

ABRvS 30 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:855 ARRvS 2 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3160 (Hooghoutseweg) heeft betrekking op wonen nabij een algemene agrarische bestemming. 23 ARRvS 25 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:269 (Zilkerbinnenweg) heeft betrekking op wonen nabij bollenteeltpercelen. 22

Adromi B.V.

wil/R202159/2101j

Pagina 60 van 65

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

mensen in de nabijheid van agrarische gronden blootgesteld staan aan kleine hoeveelheden stoffen afkomstig uit gewasbeschermingsmiddelen die niet alleen uit voedsel afkomstig zijn24. Uit dit onderzoek van RIVM blijkt eveneens, dat mensen die dichtbij landbouwpercelen wonen, gemiddeld iets gezonder lijken te zijn dan personen die daar verder vandaan wonen. De Gezondheidsraad komt tot dezelfde conclusies25. In genoemde uitspraak wordt overwogen dat ook het Ctgb de bevindingen van RIVM heeft bevestigd. Nu bollenteelt ook gepaard gaat met inzet van gewasbeschermingsmiddelen die niet mogen worden toegepast op voedselgewassen, zijn de conclusies van het OBO rapport in zoverre ook representatief te noemen voor andere, op menselijke consumptie gerichte, teelten. Gelet hierop zijn er vooralsnog geen aanwijzingen dat sprake is van gezondheidsrisico’s vanwege het wonen nabij agrarische gronden. Ook in een recente uitspraak van maart dit jaar, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland geoordeeld dat een kleinere afstand kan worden aangehouden, mits dit op basis van zorgvuldig en op locatie toegesneden onderzoek deugdelijk kan worden gemotiveerd26.

In veel van de genoemde uitspraken wordt daarbij ook steeds het belang van het aanbrengen van een vanggewas of een andere vorm van afscherming benadrukt in situaties waarin sprake is van een korte onderlinge afstand of zelfs aan elkaar grenzende tuinen en gewaspercelen. In lijn daarmee wordt in onderhavig bestemmingsplan voorzien in het aanplanten en in stand houden van een afschermende windhaag aan de achterzijde van de nieuwe woonpercelen, waar deze grenzen aan agrarisch bestemde gronden27. Bedrijven en milieuzonering Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). Bedrijven en Milieuzonering geeft richtafstanden per categorie en per type bedrijvigheid aan. Binnen deze richtafstanden is bij een gemiddelde bedrijfsvoering hinder van bedrijven te verwachten. De gegeven afstanden zijn richtafstanden en geen harde afstandsnormen en dienen als handvat om concrete situaties maatwerk te kunnen leveren.

Hierbij wordt gekeken naar nieuwe milieugevoelige bestemmingen ten opzichte van bestaande bedrijven/inrichtingen of nieuwe bedrijven/inrichtingen ten opzichte van bestaande milieugevoelige bestemmingen. Deze beoordeling is met name gebaseerd op de Wet Milieubeheer en het bijbehorende Activiteitenbesluit milieubeheer. Daarnaast zal moeten worden meegewogen of ter plaatse van de 24

RIVM Rapport 2019-0052 Onderzoek Blootstelling Omwonenden (OBO) Bestrijdingsmiddelen en omwonenden Samenvattend rapport over blootstelling en mogelijke gezondheidseffecten 25 Gezondheidsraad, Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden, 2010/10, Den Haag 2020, p. 36 26 Rechtbank Midden Nederland 19 maart 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1048 27 Vergelijk in dit verband ABRvS 28 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3904, waarin is overwogen dat aannemelijk is dat een driftreducerende voorziening bestaande uit dubbele hagen leidt tot een ruime driftreductie.

Adromi B.V.

wil/R202159/2101j

Pagina 61 van 65

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

nieuwe milieugevoelige functies bij eventuele vestiging van een nieuw bedrijf op het bestaande bedrijfsperceel een probleemsituatie ontstaat. Deze afweging vindt met name plaats op basis van Bedrijven en Milieuzonering. Toetsing De afstand tussen het plangebied en de inrichtingen in de omgeving is voldoende groot en vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het plan. De aanwezige inrichtingen worden met de komst van de nieuwe woningen niet in hun functioneren belemmerd. Algehele conclusie milieu Ten aanzien van milieu, zoals in dit hoofdstuk behandeld, zijn er op het gebied van geluid, geurhinder, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, externe veiligheid en bedrijven en milieuzonering geen aspecten die de oprichting van nieuwe woningen in de weg staan. Voor wat betreft de invloed op het omliggende gebied heeft de aanwezigheid van de woningen ter geen beperkende werking op nabijgelegen woningen.

Adromi B.V.

wil/R202159/2101j

Pagina 62 van 65

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Juridische planopzet Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat de verbeelding en regels te allen tijde in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover er regels aan deze aanduidingen zijn gekoppeld. Soms heeft een aanduiding dus juridisch gezien geen enkele betekenis. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van de bestemmingsplanherziening. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken. Voor de regels en verbeelding in dit bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de regeling zoals die voor de omliggende gronden geldt in het bestemmingsplan ‘2e herziening Buitengebied’.

De enkelbestemming 'Wonen-1' wordt van toepassing en de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie – 2’ blijft van toepassing. Tevens is de gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 2’behouden voor de woning aan de Rijksweg 2, die behouden blijft. Een bouwvlak is ingetekend voor de oprichting van drie vrijstaande woningen en bijgebouwen. De regeling uit het bestemmingsplan ‘2e herziening Buitengebied’ is - voor zover van toepassing - integraal overgenomen. In de regeling wordt tevens de voorwaardelijke verplichting opgenomen dat de bestaande woning en bedrijfsbebouwing eerst gesloopt worden en de natuur wordt aangeplant voordat de nieuwbouwwoningen gerealiseerd morgen worden. Daarnaast geldt een voorwaardelijke verplichting tot het aanplanten en in standhouden van een haag aan de achterzijde van de percelen om nadelige effecten als gevolg van de drift van gewasbeschermingsmiddelen te beperken. Toelichting De toelichting heeft géén juridisch bindende werking, maar vervult een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot het toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter geen rechtstreeks bindende werking voor burgers.

Adromi B.V.

wil/R202159/2101j

Pagina 63 van 65

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid In artikel 3.1.6, sub i van het Besluit ruimtelijke ordening is vastgelegd dat inzicht gegeven moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkeling die concreet mogelijk wordt gemaakt met dit plan moet (economisch) uitvoerbaar zijn en kunnen worden gerealiseerd. Op grond van artikel 6.12, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) moet voor een bestemmingsplan een exploitatieplan worden vastgesteld indien er sprake is van een 'bouwplan'. Artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschrijft wat een 'bouwplan' is. Als alternatief hiervoor kan een anterieure exploitatieovereenkomst worden afgesloten en daar is in onderhavige situatie voor gekozen. Het onderhavige plan betreft een particuliere ontwikkeling op eigen grond van de initiatiefnemer. De uitvoering komt niet ten laste van de publieke middelen. Er zijn geen gemeentelijke kosten aan verbonden. Vanuit dit oogpunt bezien wordt het plan economisch uitvoerbaar geacht. Overige gemeentelijke kosten kunnen in rekening worden gebracht via een anterieure overeenkomst en op grond van de Legesverordening. Vooralsnog wordt geen rekening gehouden met een planschaderisico.

Eventuele planschade voortvloeiend uit de realisering van onderhavig plan, zal door middel van het sluiten van een overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer van het plan worden afgedekt. Zo er planologisch nadeel aanwezig is, zal dit door middel van een dergelijke overeenkomst onder de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer worden gebracht. Hiermee is voldoende verzekerd dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie Initiatiefnemer heeft te kennen gegeven alle eigenaren van omliggende percelen te hebben geïnformeerd over de plannen. Hieruit blijkt niet dat er overwegende bezwaren tegen de bouw van de nieuwe woningen is. Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan wordt zes weken ter visie gelegd. Het ontwerp bestemmingsplan heeft van XXX tot en met XXX zes weken ter visie gelegen. Bekendmaking heeft plaatsgevonden via het gemeenteblad en de Zeeuws Vlaamse Advertentieblad.

Adromi B.V.

wil/R202159/2101j

Pagina 64 van 65

Bestemmingsplan Kanaalweg naast 1 Retranchement, Het Dijkske 1 Eede

Bijlagen Bijlage 1 – Landschappelijke inpassing Kanaalweg Retranchement Bijlage 2 – Landschappelijke inpassing Dijkske 1 Eede Bijlage 3 – Quickscan ecologie Kanaalweg Retranchement Bijlage 4 – Quickscan ecologie Dijkske 1 Eede Bijlage 5 – Stedenbouwkundige beoordeling Bijlage 6 – Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 7 – Verkennend bodemonderzoek Bijlage 8 – Nader ecologisch onderzoek Dijkske Eede Bijlage 9 – Stikstofonderzoek Dijkske Eede Bijlage 10 – Stikstofonderzoek Kanaalweg Retranchement Bijlage 11 – Formulier watertoets Bijlage 12 – Besluit hogere waarden wegverkeerslawaai Bijlage 13 – Bouwtitel Bonteweg 5 Sluiskil

Adromi B.V.

wil/R202159/2101j

Pagina 65 van 65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=4a48ce01-f6de-453a-8e8c-3d2e9aac2d91