Notulen besluitvormende vergadering 8 november 2022.pdf
Tekst van het document
op doelt. Maar toch heeft de heer Jongeneel ook, voorzitter, nog een vraag daarbij gesteld. Die memoreerde ook de mogelijkheid dat de oorspronkelijke gedachte en ook belofte van het Rijk dat de crisisnoodopvang tot 1 januari aanstaande zou kunnen duren. Ik heb al aan de raad geschreven dat het naar alle waarschijnlijkheid niet haalbaar is om dat op tijd te realiseren. Tenminste, het Rijk zal naar alle waarschijnlijkheid niet de noodzakelijke capaciteit hebben georganiseerd bij het COA om die crisisnoodopvang te laten eindigen. Dat is zeer spijtig; dat zeg ik allereerst. Dat weet de heer Jongeneel ook van mij, want ik had graag gezien, met al mijn collega’s, ook in de veiligheidsregio, dat die afspraken die we hebben gemaakt op dit punt zouden worden nagekomen. Ik begrijp ook natuurlijk wel dat het Rijk te maken heeft met personeelstekorten, net zoals wij dat hebben en dat het ook een ingewikkelde opgave is. Maar die afspraak hadden wij gemaakt. Maar het is tegelijkertijd zo en ik heb dat ook in de brief aan u als raad toen geschreven, dat ik mij verantwoordelijk voel om waar het dan nog steeds nodig is om die crisisnoodopvang te continueren om te voorkomen dat mensen op straat komen, om dan ook die verantwoordelijkheid te nemen. Het is een bevoegdheid, aangezien het een crisisnoodopvang betreft, van de burgemeester. Dat mag zo zijn. Maar ik hecht aan draagvlak.
Ik hecht aan draagvlak in het college, vanzelfsprekend, in de raad ook en zeker ook in de samenleving en mevrouw Visser wees daar al op. Ik constateer in ieder geval dat de wijze waarop we nu vorm kunnen geven aan de crisisnoodopvang en ook de wijze waarop onze asielzoekers, onze gasten zich zeg maar ook thuis voelen op die plek, dankbaar zijn voor de opvang die ze krijgen, dat het tot op heden uitstekend verloopt in onze samenleving. Dat is een compliment aan al degenen die als vrijwilliger of als professional daarbij betrokken zijn, maar ook een compliment aan onze asielzoekers. Ik hoop dus dat die opvang zo snel mogelijk afgebouwd kan worden; dat is beter, want het is niet onze kerntaak. Het is niet onze kerntaak. Maar zolang het nodig is kunnen wij mogelijk nog een langere periode, maar het kan niet heel lang. Want de heer Brandwijk vroeg naar de voortgang van de renovatie van het Raadhuis en het gemeentekantoor; dat is alleen al een begrenzing in de tijd die voor ons heel bepalend is. De plaatsvervangend voorzitter Daar heeft mijnheer Brandwijk nog een vraag over. Gaat uw gang en daarna mevrouw Visser. De heer Brandwijk Dank u wel, meneer de voorzitter. Kijk, wij snappen als het om een crisis gaat; halverwege september heeft u dat aangekondigd, daar hadden we begrip voor. Of we er helemaal achter stonden… maar we hadden er wel begrip voor.
Het idee dat er nu ook nog een gigantische crisis is - we hebben nu wel het idee dat er wat meer tijd is om ook besluiten te nemen, en dat dan ook wel echt een besluit van de raad is. Of ziet u het nog steeds als een acute crisis in Ter Apel en moeten we dit nu echt zo doen? Naar ons idee is dat iets gedaald. De plaatsvervangend voorzitter De heer De Vries, is het crisisniveau gedaald? Burgemeester De Vries Nou, ik denk op het moment voorzitter, want de heer Brandwijk verwijst er naar: op het moment dat een gemeente en niet alleen Sliedrecht, ineens nu alle crisisnoodopvang zou stoppen, want dat is dan de situatie waar op ze doelen, ontstaat er denk ik een nog veel grotere crisis omdat de instroom nog steeds voortduurt. Dat maakt dat we nog steeds in een crisissituatie zitten. Zo betitel ik het niet alleen als burgemeester van Sliedrecht, maar dat geldt voor alle burgemeesters. Dat neemt niet weg, want we kunnen er een hele formele discussie over voeren - ik zei het al, ik hecht wel aan draagvlak in de raad, in het college en zeker ook in de samenleving en tot op heden proef ik dat. Ik hoop dat we dat ook kunnen behouden, maar het moet wel eindigen. Daarover vinden nu de overleggen plaats, tussen Veiligheidsregio’s, de VNG, de provincie en het kabinet en ik hoop dat er ook snel helderheid komt over hoe die afbouw dan wel kan plaatsvinden. Dank u wel.
De plaatsvervangend voorzitter Ik heb nog een vraag van mevrouw Visser. Mevrouw Visser Ja, een vraag eigenlijk in relatie daartoe, voorzitter. De burgemeester refereerde daar al aan: dit is een eigenstandige positie van de burgemeester. Maar hij geeft ook heel duidelijk aan, dat overleg wat gaande is tussen Veiligheidsregio’s, VNG, 47
ministerie en dat begrijp ik ook. Maar wat ik wel merk de laatste paar jaar, is dat ministers de neiging hebben om heel veel te overleggen met de Veiligheidsregio’s. De plaatsvervangend voorzitter En de vraag is? Mevrouw Visser Nou, de vraag is eigenlijk: hoe neemt nou onze burgemeester een positie in, in de afspraken die gemaakt worden tussen ministers en Veiligheidsregio’s? Ik zal helemaal niks negatiefs zeggen over onze burgemeester van Dordrecht, maar hij neemt daar besluiten, eventueel, of neemt een taak aan die weggelegd moet worden bij de tien gemeenten in de Veiligheidsregio. Zou de burgemeester eens willen reflecteren richting ons hoe dat dan gaat? De plaatsvervangend voorzitter Hoe dat proces verloopt. Mevrouw Visser En hoe het landt in Sliedrecht. De plaatsvervangend voorzitter Ja, dat gaan we even doen. Mevrouw Visser En wat dan eventueel de boodschap van de burgemeester is die hij vanuit zijn raad meeneemt daar naartoe. De plaatsvervangend voorzitter Dank u wel. De heer de Vries, gaat uw gang. Burgemeester De Vries Voorzitter, daar zouden we heel lang over kunnen spreken. Dat doe ik niet. Heel kort gezegd: de Veiligheidsregio heeft niet als kerntaak het opvangen van asielzoekers in crisissituaties, dus daar heeft u…. Mevrouw Visser Voorzitter, heel graag even heel kort. De plaatsvervangend voorzitter Heel kort, want dan wel heel kort, want we zijn over tijd al.
Mevrouw Visser Nu is het risico … De plaatsvervangend voorzitter Mevrouw Visser, ik was even aan het praten nog. We zijn vrij al over de tijd heen, dus dan ook heel kort, heel kort. Zonder er een verhaal omheen; gewoon de vraag. Dank u wel. Mevrouw Visser Nu gaat de burgemeester het toespitsen op deze crisisvluchtelingen, maar het is al langer aan de gang, het is ook rondom corona gebeurd. Het is veel meer een algemene vraag van: wie is waar zijn positie in dit verhaal? De plaatsvervangend voorzitter Hoe de besluiten van de voorzitter… Burgemeester de Vries Voorzitter, ik was begonnen mijn antwoord te geven. De plaatsvervangend voorzitter Gaat u verder met uw antwoord. Burgermeester De Vries Ja, want dat was juist gericht op die terechte vraag van mevrouw Visser. Bij corona zie ik het overigens anders; dat is echt op basis van de wet publieke gezondheid en verantwoordelijkheid die ook bij de Veiligheidsregio ligt. Maar je ziet wel dat het kabinet de neiging heeft om afspraken te maken met het veiligheidsberaad waarin alle Veiligheidsregio’s met hun voorzitter vertegenwoordigd zijn, op onderdelen waarvan je zegt, op onderwerpen die daar eigenlijk niet horen en niet tot de taken van de Veiligheidsregio’s en daarmee ook niet bij het veiligheidsberaad behoren.
Daar worden in formele zin nog geen afspraken gemaakt, maar het is wel zo dat daar - ook waar het gaat om dit voorbeeld, want laat ik dan even daar op toespitsen, want dat is de aanleiding voor uw vraag waar het gaat om de crisisnoodopvang- de voorzitters van de Veiligheidsregio’s namens hun regio’s een inspanningsverplichting op zich hebben genomen. Met het veiligheidsberaad worden nooit bestuurlijke afspraken 48
gemaakt; dat kan alleen maar in ons verband. Wij zijn lid daarvan met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Dat is de traditionele weg waarop afspraken worden gemaakt. Die worden daar ook steeds bij betrokken. Dan de vraag: hoe gaat het dan in onze regio? U zegt terecht: geen kritiek op de voorzitter van de Veiligheidsregio, want we hebben gelukkig een verband in onze Veiligheidsregio waar zeer intensief, minimaal één keer per twee weken overlegd wordt over dit onderwerp met onze voorzitter, waar ook heel veel wordt gespiegeld op de vragen die er leven. Daarbij delen alle burgemeesters wat er leeft in hun gemeente, leeft in hun gemeenteraad; dat wordt allemaal meegenomen door onze voorzitter in het veiligheidsberaad en ook daar neergelegd. Hij zoekt daarin de goede balans; hij zoekt daar in onze Veiligheidsregio draagvlak. Maar de kernboodschap nu is, lerende van deze crisis: kabinet, dat is een verantwoordelijkheid die u niet bij de Veiligheidsregio’s moet neerleggen. Die moet weer terug naar de normale lijn van het bestuurlijk overleg tussen gemeenten en het Rijk en daar ben ik het met de voorzitter van onze Veiligheidsregio van harte mee eens. De plaatsvervangend voorzitter Dank u wel, dat was een heldere uitleg. Was u al aan het eind van uw betoog? Burgemeester De Vries Ja, dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter Dat is mooi.
Dan moet ik nog even uw toezegging herhalen dat het college voor 1 april oftewel in kwartaal 1 van 2023 het nieuwe organisatiebeleid gaat toesturen naar de agendacommissie voor agendering in een beeldvormende vergadering. De plaatsvervangend voorzitter Kijk, helemaal goed. Dank u wel. Gaat u de vergadering schorsen of ga ik dat doen? Burgemeester De Vries Dat mag u doen. De plaatsvervangend voorzitter Dat mag ik doen. Dan ga ik de vergadering schorsen tot 19.30 uur. Dat is over een uur en een kwartier. Dan wens ik iedereen eet smakelijk en dan zien we elkaar om half acht weer terug. Dank u wel. Dan schors ik de vergadering. Schorsing Burgemeester De Vries neemt zijn plaats als voorzitter weer in De voorzitter Ik heropen de vergadering. We zijn aangekomen bij de tweede termijn. We beginnen nu met het tweede termijn van de raad in deze algemene beschouwingen en daarvoor geef ik allereerst weer het woord aan de heer Ippel namens de fractie van de SGP-ChristenUnie. Gaat uw gang. De heer Ippel Voorzitter, dank u wel. Ja, een paar dingen. In ieder geval dank aan het college voor de beantwoording van de vragen of opmerkingen die we gemaakt hebben; wederzijdse complimenten die her en der gemaakt zijn. Als ik de discussie in de eerste termijn nog even zag, dan denk ik dat ik nog even wil inhaken op iets wat de VVD ook aangaf: de onroerende zaakbelasting.
Dat daar het punt met name ook was dat we negatief beïnvloed worden door de herijking in het fonds en dat dat ook één van beweegredenen is om hiernaar te kijken. Ik dacht ook dat het signaal duidelijk was, maar dat we ook ergens als goedkoopste gemeente op plek drie staan, dat we door een verhoging wat minder hoog staan, maar dan gaan we er vanuit dat andere gemeentes de komende jaren dat ook niet doen. Nou, dat is denk ik een utopie, dus we kunnen wel concluderen dat we ondanks de verhoging toch nog redelijk op een lage plaats qua woonlasten blijven bestaan. Er zijn wat moties ingediend waar ik op dit moment eigenlijk niet veel mee kan, want daar komen weer wijzigingen op, dus daar zal ik in een later stadium nog op reageren. We danken de wethouder, die aangaf dat de fietspaden, die eigenlijk al inhaakt op het mobiliteitsplan, ‘het felbegeerde voetpad’ werd het genoemd; nou, zo heb ik het nog niet uitgedrukt, maar als de wethouder het op die manier gaat doen, dan belooft dat wat. Dus we zien uit naar waar dat mobiliteitsplan mee gaat 49
komen. Ik heb het aangekondigd als iets wat in de Kadernota 2024 aangekondigd gaat worden, maar wellicht wordt het al naar voren getrokken, begrijp ik. Wat me ook bijbleef in de eerste termijn was dat ik een debatje had met de heer Jongeneel. Dat ik ontzettend blij ben met zijn houding over hoe die inmiddels in de regio zit; dat als het zijn voordelen heeft om in de regio dingen te doen, dat die daar ook echt voorstander nu van is. Ik had beeldvorming zelf dat dat wat anders lag, maar: goed dat dat ook uitgesproken is en die houding waarderen we. Ja, voorzitter, tot zover eigenlijk. Ik had geen vragen, wat terugkoppeling op dit moment en de moties kom ik in een later stadium op terug. Dank u wel. De voorzitter U bedankt, meneer Ippel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Visser namens de fractie van PRO Sliedrecht. Mevrouw Visser Dank u wel, voorzitter. Onze fractie heeft een bijdrage in de eerste termijn gedaan. We hebben ook goed geluisterd naar wat anderen te zeggen hadden. We hebben in de eerste termijn ook op geen enkele wijze aangegeven hoe ons stemgedrag zou zijn ten aanzien van dit agendapunt en beslispunt 1 tot en met 6. Eerste vraag is eigenlijk is: wij zouden het wel erg prettig vinden als bij stemming de beslispunten afzonderlijk over gestemd kan worden; dat in eerste aanleg.
Het tweede is: ik hou dit betoog, ingegeven door de motie over de huisartsen in Sliedrecht en dan in samenhang met de aangekondigde OZB-verhoging vanaf 2024 en verder. Want ook huisartsen zijn niet-woningen, net zoals verenigingen en andersoortige panden in Sliedrecht, scholen bijvoorbeeld. Vorige week proefden wij best wel bij heel veel fracties vrij veel enthousiasme voor het ondernemersfonds. Begrijpelijk. Maar onze fractie vraagt zich nog wel steeds af of iedereen beseft wat allemaal niet-woningen zijn. Want enerzijds maken we ons nou zorgen over het vestigingsklimaat voor huisartsen in Sliedrecht en anderzijds praatte iedereen er overheen dat die mensen of die organisaties vanaf 2024 en verder dubbel belast gaan worden: èn met een ondernemersfonds èn een forse OZB-verhoging. Dus dat is best nog wel een dingetje voor ons en dat gaan we niet vanavond besluiten, want uiteindelijk over de OZB besluiten we jaarlijks en over het ondernemersfonds gaan we het volgende week met elkaar hebben. Maar het was toch wel bedoeld als een wake up-call aan de andere partijen. Dan het raadsbesluit zoals het voorligt, en dan met name het beslispunt 6 wat zich helemaal focust op de toelichting in bijlage 6. In bijlage 6 en dan met name op pagina 2 staat hoe wij de overschotten vanuit de Septembercirculaire zouden kunnen gaan aanwenden.
Daar zit een aantal dingen bij voor 2023, maar dat loopt door tot en met 2026. Dat was ook de opmerking in eerste termijn van: dit college besluit wel erg ver vooruit, zelfs over een volgende bestuursperiode heen. En een voorbeeld waarom we er best wel mee worstelen, voorzitter, is punt 9: het verder versterken van de slagkracht van de organisatie. Met alle wensen die er liggen in deze raad is het te begrijpen dat die organisatie versterkt moet worden. Alleen, in de beantwoording krijgen we dan wel weer het verhaal: eerste kwartaal 2023 krijgt u een toelichting op de organisatie en hoe we het allemaal gaan doen. Nu staat er bijvoorbeeld voor volgend jaar € 555.000,-. Nou kan dat twee dingen betekenen. Of het college weet al meer en weet dat het genoeg is, òf het eerste kwartaal 2023 komen we er achter dat het misschien voor dat eerste jaar wel drie ton of negen ton moet zijn. Daar zitten we voor een groot deel met de worsteling. Want er staat bijvoorbeeld voor 2026 ook nog een bedrag van drie ton, terwijl we niet weten hoe ver we dan zijn met alle ontwikkelingen binnen het dorp. Zo zijn er meer dingen.
Sliedrecht Buiten, ik kreeg het antwoord van de wethouder, ‘nou, uit de tekst heb je kunnen lezen, het gaat 16 miljoen kosten en we nemen de kapitaalslast maar alvast op.’ En dat is echt een worsteling voor onze fractie en ik hoop dat of de wethouder Financiën of de inhoudelijke wethouders daar toch nog op in kunnen gaan, want anders dan wordt het voor onze fractie wel heel ingewikkeld, dit beslispunt. Volgens mij moest ik het daarbij laten. Ik kijk even opzij naar mijn fractiegenoten. Dat was het, voorzitter. De voorzitter Mevrouw Visser, dank u wel. Er is zo een vraag, maar nog even. Want u noemde bijlage 6, maar ik denk dat u bedoelde bijlage 5, die bedoeld is als toelichting bij beslispunt 6. Daar doelde u op? Ja precies. Mevrouw Visser Bijlage 6, toelichting beslispunt 6. 50
De voorzitter Ja, dat is verwarrend, u heeft helemaal gelijk. In de Gemeentelijke Oplossing heet het bijlage 5, maar op de titel van het document heet het bijlage 6. Maar we hebben het over hetzelfde stuk, de toelichting bij beslispunt 6, en daar doelde u verschillende onderdelen daarvan. Het is duidelijk, dank u wel. Mevrouw Visser Ik wil nog één ding toevoegen, voorzitter. Ik heb u deelgenoot gemaakt van de worsteling die onze fractie daar op dit moment mee heeft. Dat laat onverlet dat onze fractie echt wel waardering heeft voor het werkprogramma. De voorzitter Dank u wel voor uw toelichting en die toevoeging. De heer Ippel heeft een vraag aan u. De heer Ippel voorzitter, niet specifiek een vraag. Ik probeer mevrouw Visser te begrijpen en ook haar te helpen. Ze gaf aan bij de onroerende zaakbelasting dat we dat besluit nog niet nemen, maar ook dat staat in bijlage 6 van dit beslispunt. Dus we kiezen hier wel degelijk de richting van die verhoging in die jaren; dat aan de ene kant. En de tweede opmerking die gemaakt werd is de verhoging onroerende zaakbelasting die dan ook voor de huisartsen geldt. Ik begrijp die opmerking en dat klopt ook. De keerzijde is wel dat de meeste huisartsen ook niet in een miljoenenpand zitten. Als ze een pand huren, dat zal misschien een ton kosten, dan is dat € 75,- wat ze ook nog van de belasting af kunnen trekken.
Ik bagatelliseer het daar niet mee, maar voor een huisarts moet een paar tientjes toch op te brengen zijn op jaarbasis. De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Visser. Mevrouw Visser Ja voorzitter, een paar tientjes OZB en in 2024 twee keer een paar tientjes OZB, een paar tientjes energiebelasting, een paar tientjes hier en een paar tientjes daar - die worden voor iedereen heel veel. Net zo goed voor hen. En ik vind het te makkelijk dat wij hier over ‘een paar tientjes hier en een paar tientjes daar’ praten. Het gaat over een keuze. Gaan wij faciliteren, gaan wij mensen omarmen, of gaan we zeggen: we gaan ze uitmelken? De voorzitter Dank u wel. De heer Ippel nog in tweede instantie. De heer Ippel Ja, voorzitter. Ik snap die opmerking ook, natuurlijk. Daarom zei ik ook heel bewust: ik bagatelliseer dat niet. Maar alles wordt duurder. We hebben te maken met inflatie. Ook de tarieven van de huisartsen zullen iets stijgen, dus ook daar hebben ze inkomsten van. Dus ik denk dat we ook daar niet te kinderachtig hoeven te kijken. We moeten ook niet de prijzen vergelijken met zes jaar geleden. Alles zal duurder worden, net zo goed als het nu duurder is als zes jaar terug. De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Visser wil daar nog op reageren. Ja, gaat uw gang.
Mevrouw Visser Ja, twee keer zes procent is twaalf procent en aan het eind van het derde jaar is het zelfs 18 procent, maar ik denk dat dit een punt is van ‘agree to disagree’. De voorzitter Dank u wel. Ja, dat mag. Sorry, meneer van Rossum, dank u wel. Ik was even uw achternaam kwijt. Martin zou makkelijker zijn. Meneer van Rossum, gaat uw gang, u heeft ook een vraag aan mevrouw Visser. De heer Van Rossum Nou, Martin, daar luister ik ook naar uiteraard. Het is niet alleen een vraag, het is ook een opmerking. Volgens mij moeten we wel even uitkijken. De discussie over de huisartsen gaat met name over: kun je ze vinden, kun je ze huisvesten? Het wordt nu versmald eigenlijk tot een financiële discussie over bedrijfsvoering, terwijl het vraagstuk veel groter is. Volgens mij moeten we hem ook veel breder dan dat aan blijven vliegen. Want ik ben het wel eens met de heer Ippel: het gaat in deze discussie niet om de kosten die zij maken ten behoeve van bedrijfsvoering of huisvesting, maar veel meer: kun je ze vinden? 51
De voorzitter Dank u wel. Mevrouw nog in reactie daarop. Mevrouw Visser Voorzitter, luisteren is volgens mij soms ook een kunst, hè? Ik begon met het verhaal: door de motie van de huisartsen werd ik getriggerd om een opmerking te maken over niet-woningen en de OZB-verhoging in relatie tot een ondernemersfonds. Dat was uiteindelijk mijn betoog. Het ging mij niet om huisartsen. Het ging om het feit dat wij ons met zijn allen niet realiseren, als we het hebben over niet-woningen, dat we het ook hebben over de ieniemienie winkeltjes, over sportverenigingen en over scholen. Daar begon ik mijn betoog mee. Ik heb hem niet verengd tot huisartsen. De voorzitter Dank u wel voor uw reactie. Daarmee zijn we gekomen aan het einde van uw tweede termijn. Dan geef ik graag het woord aan de heer Dunsbergen namens de CDA-fractie. De heer Dunsbergen Dank u wel. Voorzitter, er zijn een aantal onderdelen die ik graag wil delen naar aanleiding van de eerste termijn. In de eerste plaats heb ik uiteraard de toezegging gedaan dat ik nog zou terugkomen op gezond leven. Dan moet ik die toezegging uiteraard gestand doen. Dat heb ik zo maar opgevat dat dat uiteraard gaat over Chemours/Dupont en wij constateren ook dat dat een groot probleem is, maar ook helaas een realiteit. De woorden die het college daarover heeft opgeschreven in de begroting, daar staan wij volledig achter.
Volgens mij geeft het ook daadkracht weer die het college richting Chemours/Dupont wil betrachten, om het zo maar even te benoemen. Dus dat even wat dat betreft. Het tweede is dat er in de eerste termijn verschillende opmerkingen zijn gemaakt... De voorzitter Voordat u verder gaat, de heer Pauw heeft nog een vraag. De heer Pauw. De heer Pauw Voorzitter, even nog een aanvullende. Uiteraard heeft het te maken met Dupont/Chemours. We hebben nu de 200 woningen in Baanhoek West-Buurtschap als voorbeeld gehad. Daar kon het college helemaal niets meer, omdat we als handhaver tussen twee verschillende wetgevingen in hangen. Daar heeft de bouwer gekozen voor een oplossing om niet te saneren. Dat is nogal logisch, want dat scheelt hem tonnen. Er komt zo een derde moment aan, met het handelingskader wat definitief is, dat ze er niet onderuit komen om te moeten saneren: of een stukje grond er bovenop, of afgraven; beide keuzes kunnen dat zijn. De politieke vraag is dan: zijn we dan als gemeente Sliedrecht bereid om die kosten op ons te nemen? Of zeggen we: dat laten we te allen tijde bij de bouwer liggen? Die visie zou ik graag van het CDA willen weten. De voorzitter Dank u wel. De heer Dunsbergen. De heer Dunsbergen Dank u wel. In de eerste plaats heb ik wel het gevoel dat deze vraag best wel prematuur is.
Want uiteindelijk moeten we de realiteit onder ogen zien dat in alle grond in Sliedrecht, dat daar PFOA in zit en dat we hiermee te maken hebben. Maar het bouwen zelf, dat gaat nog wel even duren. Dus ik denk dat het ook goed is om dat van geval tot geval te bekijken. Al kan ik me wel voorstellen dat het daarin ook weer afhankelijk is van de situatie wie de eigenaar is op dat moment. Want ik kan me voorstellen dat het de eigenaar is die hier een verantwoordelijkheid in heeft. Of dat dan de projectontwikkelaar is of de gemeente, dat moeten we dan ook weer bezien. De voorzitter Dank u wel. Gaat u verder met uw betoog. De heer Dunsbergen Dank u wel. Dan kom ik even op dat tweede punt, de energiearmoede. Daar zijn verschillende opmerkingen over gemaakt en dat is ook zeer terecht. Daar hebben we natuurlijk als CDA Sliedrecht ook eerder nog een motie over ingediend. Toen zijn steeds de sportverenigingen genoemd als zijnde de organisaties die natuurlijk heel hard geraakt worden en dat is ook zo, dat willen wij ook ondersteunen. Maar in dat perspectief willen we ook graag de kerken nog toevoegen, die uiteraard met hetzelfde probleem te maken hebben. Dan kom ik tot slot nog bij de motie over het zwembad, waarin ik een dankwoord wil richten richting de wethouder voor zijn reactie 52
daarin. Dat heeft tot beraad geleid in de schorsing en dat heeft gemaakt dat wij de motie hebben aangepast. Het dictum luidt nu als volgt: dat we het college verzoeken om te onderzoeken of, al dan niet in samenwerking met omliggende gemeenten, een zo energiezuinig mogelijk zwembad kan worden gerealiseerd en de gemeenteraad over de uitkomsten van het onderzoek te informeren vóór 1 juli 2023. De voorzitter Dank u wel. Daarmee is motie M4.3 ingetrokken en is een nieuwe motie onder nummer M4.3a zojuist ingediend door de leden Dunsbergen, Oostrom en Van Wijngaarden. Daar is direct een vraag over van mevrouw Visser. Mevrouw Visser Voorzitter, toch nog even een vraag aan de indieners. Is deze motie nou ingegeven in het kader van duurzaamheid, of is deze motie nou met name ingegeven door de tekst in de begroting dat er binnen drie jaar een oplossing moet zijn voor het zwembad in verband met de fly-over? De voorzitter De heer Dunsbergen. De heer Dunsbergen Dank u wel. Nee, dat is ingegeven door dat eerste. Wij zien dat op dit moment het zwembad echt een grootverbruiker is als het gaat om gas. Dat kost ons als gemeente heel veel geld en dat is ook slecht voor het milieu. Dus dat is echt de reden dat wij tot deze motie zijn gekomen. Uiteraard is de realiteit ook dat er plannen zijn om hier de zogenaamde fly-over te realiseren, waarbij het zwembad dan ook in het gedrang komt.
Dus ik kan me voorstellen dat de wethouder dat wel in het onderzoek verwerkt, maar de intentie van de motie is echt de duurzaamheid. De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Visser in tweede instantie. Mevrouw Visser Zijn de indieners dan niet bezorgd over water naar de zee dragen in relatie tot geld? De voorzitter De heer Dunsbergen, namens de indieners. De heer Dunsbergen Ik spreek op dit moment namens het CDA. Water naar de zee dragen in relatie tot geld. Ik moet zeggen, ik begrijp hem niet. Misschien dat mevrouw Visser dat even kan toelichten. De voorzitter Mevrouw Visser gaat een toelichting geven. Mevrouw Visser In eerste termijn werd deze motie ingediend en toen ging het over een eventueel nieuw zwembad, in gezamenlijkheid met andere gemeenten. Toen iemand de opmerking maakte van ‘waarom maak je het hier niet zuiniger’ schoof de heer Dunsbergen van het CDA-fractie daar ontzettend makkelijk naartoe, van: oh ja, dat zou hier ook wel kunnen. Zolang die fly-over boven ons hoofd hangt - moet je dan nog wel investeringen doen in deze locatie? De voorzitter Dat is een mooie beeldspraak, mevrouw Visser. Zeker op de plek waar we nu zitten. De heer Dunsbergen. De heer Dunsbergen Dat is natuurlijk een terechte vraag die mevrouw Visser daar stelt. Ik kan me ook voorstellen dat de wethouder dat uiteraard ook meeneemt in dat geheel.
Want het moet niet zo zijn dat we zo meteen gaan investeren in een pand wat dan een paar jaar later weer weggaat. Maar volgens mij is dat ook iets wat we weten en waar we dus rekening mee kunnen houden. De voorzitter Dank u wel. De heer Jongeneel naar aanleiding van de motie. De heer Jongeneel Bedankt voorzitter. Ik hoor het hele relaas aan, het debat tussen PRO Sliedrecht en het CDA. Lopen we nou niet op de zaken vooruit? Zullen we niet eerst het besluit nemen of er daar wel een viaduct komt of een tunnel? En als we dat besluit 53
hebben genomen, dan weten we waar we aan toe zijn. Want als er een tunnel komt, dan zie ik niet in waarom dat dit pand weg moet. De voorzitter Dat was een vraag aan de heer Dunsbergen, of een opmerking. Heeft de heer Dunsbergen nog behoefte om daar op te reageren? De heer Dunsbergen. Dan is de opmerking door ons allen gehoord, maar de heer Oostrom heeft wel behoefte misschien om te reageren. De heer Oostrom Voorzitter, dank u wel. Ik wil graag nog wat extra duiding geven bij deze motie. Veel is al gezegd. Voor mij is hier de discussie niet: moeten we nu een nieuw zwembad of gebruiken we het huidige zwembad? We zien de motie zo, ook als, net werd de programmabegroting genoemd. Het staat heel duidelijk op pagina 21. We nemen een besluit over de toekomst van het zwembad en dan staan er een aantal dingen benoemd: rekening houdend met de ruimtelijke ontwikkeling, het sport- en recreatiebeleid, het daadwerkelijk gebruik, de exploitatie, het regionale vraag- en aanbod en de wensen van de samenleving. Deze motie is juist ter ondersteuning en als aanjager van wat hier in de programmabegroting staat. Dat zou ik er graag nog even aan willen toevoegen om wel het debat scherp te houden, wat mij betreft. De voorzitter Dank u wel. Ik zie dat het wel een nieuwe vraag oplevert van mevrouw Visser. Mevrouw Visser, gaat uw gang.
Mevrouw Visser Voorzitter, even toch een constatering dat nu het debat juist minder scherp wordt voor mij. Want de heer Dunsbergen gaf net aan dat duurzaamheid eigenlijk de grootste aanjager was en de heer Oostrom geeft nu aan dat de tekst in de begroting van 2023 de juiste aanjager is. Dus… De voorzitter De heer Oostrom geeft nog een nadere toelichting en dan stel ik voor dat we doorgaan naar de volgende spreker. De heer Oostrom. De heer Oostrom Daar zou ik dan nog op willen antwoorden, inderdaad, dat in die, wat ik net benoemd heb, inderdaad ook die exploitatie met daarachter verhoging van de gasprijzen, dat dat daadwerkelijk wel een rol speelt. Dus dat zou ik zeker niet weg willen nemen. Dat zou ik nog wel willen zeggen daarover. De voorzitter Dank u wel voor die nadere duiding. Dan stel ik voor dat we nu overgaan naar de heer Van der Plas die namens de PvdA-fractie een inbreng levert in de tweede termijn. De heer Van der Plas Dank u wel, voorzitter. Allereerst: college, hartelijk bedankt voor de beantwoording die voor de pauze is gedaan. Ik moet bekennen dat bij ons niet alle antwoorden tot uitzinnige vreugde hebben geleid, maar dat hadden we eerlijk gezegd ook niet verwacht. Waar nodig komen we er in een ander verband nog wel op terug.
Op dit moment hebben wij geen aanvullende vragen en ik neem aan dat een stemverklaring rond de moties later nog wel aan de orde komt, voorzitter. De voorzitter Hartelijk dank. Zeker, er is straks nog alle ruimte voor, maar ik geef nu eerst het woord aan de heer Jongeneel namens de fractie van SLydregt.NU in de tweede termijn. De heer Jongeneel Bedankt, voorzitter. Er waren al een paar fracties, die waren eigenlijk een beetje teleurgesteld dat we geen motie hadden ingediend vandaag, maar ik heb nieuws voor alle fracties. We hebben toch een motie gemaakt en die motie luidt: 1 Januari 2023 is 1 januari 2023 en dat gaat er over dat wij gewoon vinden: afspraak is afspraak. Je maakt een afspraak met de gemeenteraad en die moet je ook nakomen, uiteindelijk. Als de afspraak wordt gewijzigd, dan vinden wij als Slydregt.NU dat uiteindelijk de raad akkoord moet gaan en een democratische legitimatie daar aan moet geven. Daarom dienen wij deze motie in, 1 januari 2023 is 1 januari 2023. Het dictum is: Draagt het college op om druk te zetten op het Rijk, COA en het IND betreffende de overdracht voor 54
1 januari 2023; Punt 2: om druk te zetten op het Rijk voor het realiseren van andere opvangplekken voor asielzoekers. Dat is onze motie. De voorzitter Dank u wel, meneer Jongeneel. Dan is dat motie onder stuknummer M4.4, ingediend door de heer Brandwijk en de heer Jongeneel, schat ik in. Daarmee maakt die ook onderdeel uit van de beraadslaging. Ik zie gelijk al een vraag van de heer Pauw. De heer Pauw. De heer Pauw Een verhelderende vraag, want zoals het mooi heet, u heeft het vanavond al genoemd, is het zelfstandig bestuursorgaan de burgemeester degene die het moet uitvoeren. Dus, is het nu de bedoeling dat het college zonder de burgemeester, de burgemeester gaat overtuigen om? Of wat is nou de volgorde waarin hier gehandeld moet worden? De voorzitter De heer Jongeneel. De heer Jongeneel Voorzitter, ik vind dat de raad eigenlijk een oordeel moet vellen en dat is gewoon mogelijk. Wij zijn hier uiteindelijk de baas van het college. Wij kunnen een oordeel hier aan geven en we hoeven dus niet weg te duiken achter de burgemeester, want wij kunnen er gewoon een oordeel aan geven. Dat is eigenlijk gewoon wat we vragen. Wij willen gewoon laten zien dat het gewoon een breed raadsbesluit is om het wel te willen of niet te willen. Wat is daar verkeerd aan? Wij zien het niet, hoor. De voorzitter Dank u wel. Ik zie nog een vraag van de heer Van Wijngaarden en de heer Ippel.
Eerst de heer Van Wijngaarden, gaat uw gang. De heer Van Wijngaarden Voorzitter, dank u wel. In dat opzicht bevreemdt de motie die voorligt mij een beetje. Want hierin wordt dus niet opgeroepen om de raad een besluit te laten nemen over de verlenging van de huisvesting. Eigenlijk had ik die motie verwacht, als ik heel eerlijk ben. De voorzitter De heer Jongeneel. De heer Jongeneel Wij vragen gewoon aan de raad om het college op te dragen om druk te zetten bij de landelijke overheid om hun zaken te regelen. Is dat nou zo raar? Nee, dat lijkt me niet, voorzitter. De voorzitter Dank u wel. Eerst de heer Ippel heeft daar nog een vraag over. Gaat uw gang. De heer Ippel Voorzitter, ik had precies dezelfde vraag als meneer Van Wijngaarden, maar tegelijkertijd: misschien is het wel een goed idee dat straks alle fracties zich er over uitspreken. De voorzitter Heeft u behoefte om daar op te reageren, meneer Jongeneel? De heer Jongeneel Ik vind het een hele mooie opmerking van de SGP-ChristenUnie. Daar kan ik heel goed mee leven. De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Visser nog, of is dat voorbij gegaan? Mevrouw Visser Eigenlijk dezelfde strekking als meneer Van Wijngaarden en meneer Ippel. Wat wil meneer Jongeneel hier nou werkelijk mee bereiken? Of is het gewoon om zijn achterban tevreden te houden? De voorzitter Dank u wel. De heer Jongeneel heeft daar een antwoord op, denk ik.
De heer Jongeneel Wat ik gewoon wil, is dat de raad een oordeel geeft over wat hier gaande is. Dat wil ik gewoon en dat is gewoon waar de Sliedrechter ook recht op heeft. 55
De Sliedrechter heeft recht om te weten hoe men er in staat en dat is gewoon duidelijkheid. Men wil duidelijkheid. De voorzitter Dat roept weer nieuwe vragen op, meneer Jongeneel. De heer Verheul nog. De heer Verheul Voorzitter, meer even een puntje van orde. Ik wilde even checken bij de heer Jongeneel of dat klopt. Ik heb om 16.56 uur een mail gekregen met een motie. Refereert de heer Jongeneel nog steeds aan dezelfde motie die ik toen ontvangen heb? De voorzitter De heer Jongeneel. De heer Jongeneel Jazeker, voorzitter. De voorzitter Dat leidt tot een vervolgvraag, meneer Verheul. De heer Verheul Voorzitter, omdat ik het betoog van de heer Jongeneel aanhoorde en ik niet helemaal hetzelfde uit de motie haal. Vandaar dat ik even wilde checken of we dezelfde versie hebben, maar ik beloof de heer Jongeneel dat ik namens de fractie van PRO Sliedrecht terugkom met een reactie op deze motie. De voorzitter Dank u wel. Meneer Jongeneel, heeft u nog behoefte om daar op te reageren, of was u klaar met uw inbreng in tweede termijn? De heer Jongeneel Nee, nee. Ik ben nog niet klaar met mijn inbreng in tweede termijn. Ik begrijp dat de motie van het CDA nog ‘under construction’ is, dus daar kan ik nog niet op reageren, als het goed is? De voorzitter Welke motie bedoelt u? Er is zojuist een nieuwe motie ingediend. Een motie onder 4.3 is ingetrokken, 4.3a is ingediend.
Dat gaat over het zwembad en de andere moties heb ik nog geen nieuwe moties van gehoord en ook niet gehoord van één van de indieners dat die gewijzigd zou worden of ingetrokken zou worden. De heer Jongeneel Dan kan ik zeggen dat over het zwembad, daar hebben wij over overlegd in de schorsing en die gaan we niet steunen. Het fietspadenplan, die gaan we ook niet steunen. Het huisartsenidee, daar staan we wel achter, staan we sympathiek tegenover. Dus die kunnen we wel steunen. Dat was het, voorzitter. De voorzitter Dank u wel voor uw inbreng. Direct ook bijna een stemverklaring; dat mag zeker. Nu gaan we over naar de volgende woordvoerder en dat is ten slotte in deze ronde van de raad, de heer Van Wijngaarden van de VVD-fractie, die nodig ik van harte uit om zijn inbreng te leveren. De heer Van Wijngaarden Voorzitter, dank u wel. Niet echt een inbreng voor de tweede termijn, maar ik denk dat het misschien wel alvast gewoon handig is om op de moties te reageren. De twee moties die we mee indienen, die zullen we steunen. De motie van het CDA en de PvdA over de fietspaden, die zullen we ook steunen. De motie van Slydregt.NU. Dan krijgt de heer Jongeneel gelijk al wat duidelijkheid, verwacht ik. Op zich kunnen we ons in het dictum van de motie vinden, om inderdaad de druk op te voeren bij het Rijk om aan te geven dat 1 januari echt 1 januari is.
We hebben alleen wat moeite met de motivering daarvan; met name omdat het voor ons ook gewoon een beetje voorbij gaat aan de realiteit. Er staat bijvoorbeeld al een zin: ‘Ondanks het personeelstekort de crisisnoodopvang van asielzoekers per 1 januari 2023 beëindigd moet worden in Sliedrecht’. Op het moment dat je al zegt ‘ondanks het personeelstekort’, daar heb ik gewoon moeite mee. Want op het moment dat je dan zegt, we beëindigen het hier ook daadwerkelijk op 1 januari, betekent het dat hier gewoon mensen op straat komen te staan en dat er vervolgens niemand is om die mensen op te kunnen vangen. Ik vind als u zo’n motie indient, zal je daar ook echt wel maatregelen op moeten nemen in dat opzicht. Dus wat ik zeg: het dictum kunnen we in principe onderschrijven, maar volgens mij hebben we ook te maken met een portefeuillehouder die dat ook goed 56
begrijpt. Dat op het moment dat 1 januari niet gehaald wordt, dat daar straffe woorden over gezegd zullen worden en eventueel consequenties aan verbonden - dat durf ik niet te zeggen, maar wellicht dat de portefeuillehouder daar zelf op kan reageren. Dus op dit moment steunen we die motie niet. Voorzitter, tot zover. De voorzitter Dank u wel, meneer Van Wijngaarden. Er is een vraag van meneer Verheul aan u. Gaat uw gang, meneer Verheul. De heer Verheul Voorzitter, ik had eigenlijk hoop dat u uw regel zou afmaken. Want ik wilde even checken bij u en bij de griffier of het helemaal duidelijk is overgekomen dat mijn collega raadslid eigenlijk een mondeling amendement wilde indienen om. De voorzitter Zeker, daar wilde ik nu naar overgaan. De heer Verheul Ik kreeg de tip om het nog even uit te spreken van uw linkerzijde. Dus ik denk, ik vraag het even. De voorzitter Oh, die had niet het vertrouwen dat de voorzitter er zelf aan zou denken. Dat vraagt om een indringend gesprek straks. Dank u wel, meneer Verheul. De heer Verheul Als u even onderling wil schorsen, kan dat, hoor. De voorzitter Liever wel, maar… Nee, op allerlei manieren komt tot mij dat het nu goed is om het voorstel van mevrouw Visser, verwoord in de vorm eigenlijk van een mondeling amendement om over de afzonderlijke beslispunten te stemmen, ligt nu eigenlijk voor.
Ik stel u als raad voor, als voorzitter van uw raad, om dat voorstel over te nemen. Heeft één van de fracties daar bezwaren tegen? Dat is niet het geval. Dan is in ieder geval dat aangenomen, dat voorstel en aldus besloten. Dank u wel. Dan is die helderheid er voor het vervolg en gaan we nu naar de tweede termijn bij monde van het college. Er zijn niet zo heel veel vragen gesteld of opmerkingen gemaakt. Er is vooral een debat geweest tussen de raadsleden, maar ik kijk naar de afzonderlijke portefeuillehouders wie behoefte heeft om een inbreng te leveren. De heer Paas, gaat uw gang. Er lagen ook nog toezeggingen uit de eerste termijn om in de tweede termijn terug te komen op de openstaande punten, dus daar is nu gelegenheid voor. Gaat uw gang. Wethouder Paas Dank u wel voor het woord, meneer de voorzitter. Waar ik beloofd had om in de tweede termijn op terug te komen, is over of er ook structurele middelen waren voor de wijk- en buurtagenda’s. In de voorgestelde begrotingswijziging staat onder puntje 2, exploitatielasten wijk- en buurtagenda’s voor 2023 € 125.000,- en voor de volgende jaren € 100.000,-. Dus daarmee is er antwoord gegeven op: is het incidenteel of is het structureel? Dan… De voorzitter Voordat u verder gaat: mevrouw Visser heeft hier een vraag over. Mevrouw Visser, gaat uw gang.
Mevrouw Visser Voorzitter, volgens mij hebben de wethouder en ik blijkbaar in eerste termijn langs elkaar heen gepraat. Waar het mij om ging, is: in de originele begroting, waar geld aan hing, stonden de wijk- en buurtagenda’s inclusief de pilots voor twee wijken. Dan mag ik als raadslid gevoeglijk aannemen dat in programma 1 geld zit voor die pilot van twee wijkagenda’s. Dan krijgen we een begrotingswijziging aangeboden aan de hand van het collegewerkprogramma en dan wordt er € 125.000,- bijgeplust. Zo mag ik aannemen dat het werkt. Want we kunnen niet een pilot aanpraten in het originele stuk zonder geld en dan zeggen: oh ja, we hadden het opgenomen, er moet nog geld bij. Een pilot hadden we dus, voor twee buurtagenda’s. Dan komt er € 125.000,- bij in 2023 en de jaren daarna € 100.000,-. Dat we ze niet allemaal in één jaar hebben, snap ik, dus dat er vier jaar lang geld voor nodig is, begrijp ik ook. Maar het kan niet zo zijn dat we dan in 2023 nog steeds maar een pilot hebben met twee buurtagenda’s. De voorzitter Dank u wel voor de toelichting en meneer Paas, misschien kunt u nu opnieuw daar op reageren. 57
Wethouder Paas Ik denk, en die trek ik dan even naar mezelf, meneer de voorzitter: dat deze verwarring ontstaat, dat vind ik jammer, maar laat het helder zijn: blijkbaar hebben we dat niet goed opgeschreven of we hebben de systematiek niet goed gevolgd. Maar in de begroting hebben we aangegeven wat we doen. De financiële consequentie die een relatie had met het collegewerkprogramma hebben we verwerkt in bijlage 6. Ik zeg u heel expliciet: in het programma 1 sociaal zoals die financieel weergegeven is in het boekwerk Begroting 2023 is géén geld opgenomen voor de wijk- en buurtagenda’s. Het enige geld wat opgenomen is, dat is in een begrotingswijziging naar aanleiding van het collegewerkprogramma opgenomen en dat is die € 125.000,-, gevolgd door € 100.000,-. Het is niet zo dat dat een optelsom is van ook al een bedrag wat we in de begroting 2023 hebben gevoteerd. De voorzitter Mevrouw Visser in tweede instantie, gaat uw gang. Mevrouw Visser Eigenlijk word ik hier hartstikke verdrietig van. Als we dus geen positieve Septembercirculaire hadden gehad en we hadden het moeten doen met de begroting 2023, waren aan ons allemaal twee buurt- en wijkagenda’s beloofd in de vorm van een pilot zonder geld. De vraag die er dan achteraan komt, zonder vervelend te willen zijn is: hoeveel méér teksten staan er in de originele begroting waar geen geld aan hing? De voorzitter Dank u wel.
Twee vragen van mevrouw Visser. De heer Paas. Wethouder Paas Ik vind het, meneer de voorzitter, natuurlijk jammer als raadsleden verdrietig worden, maar de als-situatie dat als er een begroting was en geen septembercirculaire en ook geen CUP - in die situatie zitten we niet. Ik bedoel, we hebben dit proces gelopen, vanaf het begin duidelijk makend dat we aan u als raad aan zouden bieden een begroting 2023, gecombineerd met een collegewerkprogramma wat niet alleen over 2023 gaat, maar over de hele periode. U heeft zelf ook wel geconstateerd, zelfs met een doorkijkje naar de volgende periode. En de extra financiële middelen, die hebben we proberen transparant weer te geven in deze begrotingswijziging, in plaats van het direct te verwerken in de begroting 2023. Ik merk dat dat verwarring oplevert. Dat vind ik jammer, maar als het dus hier gaat over die wijk- en buurtagenda’s, ik zeg het nog maar een keer: we hadden het misschien anders op moeten schrijven of dubbel op moeten schrijven, maar er zit géén geld in het boekwerk begroting 2023. Het is iets aparts wat we hebben beschreven in het collegewerkprogramma: dit gaan we doen voor de komende vier jaar. Dat heeft een bepaalde financiële consequentie. Dat willen we graag inzichtelijk maken aan de raad, wat die financiële consequentie is voor de komende vier jaar. De voorzitter Dank u wel.
Dat leidt nog tot een vervolgvraag bij de heer Pauw. De heer Pauw Even niet over die buurtagenda’s, maar even over het proces. Want college: ik ben u kwijt. Zoals ik het voor mijn ogen had was het, we gingen een collegewerkprogramma maken en daar kan je van vinden wat je vindt, maar dat was in de tijd te laat om het in de begroting te kunnen verwerken. En daarvoor kwam dus een eerste begrotingswijziging. Daarvan ging ik er vanuit dat die eerste begroting gewoon klopt en dekkend is. En nu hoor ik dus net, ik ben niet verdrietig hoor, ik ben wel wat gewend, nu hoor ik dus dat er dus gewoon in de originele begroting dingen staan die geen dekking hebben. Waar missen we elkaar nu, is dan even de vraag, voorzitter, via u. De voorzitter De heer Paas. Wethouder Paas Dank u wel voor het woord, meneer de voorzitter. Ik denk dat we elkaar missen in het feit dat het proces, het opstellen van een begroting 2023 en het opstellen van het collegewerkprogramma voor deze komende vier jaar, dat dat parallel loopt en dat het niet zo zwart-wit geknipt en gescheiden is als u nu zegt en misschien ook als wij aan het begin gedacht hadden dat we het zouden kunnen doen. En daarvan zeg ik en dat heb ik net ook gezegd in de eerdere beantwoording richting mevrouw Visser: dan kijk ik naar 58
mezelf. Dat hadden we beter moeten doen of misschien beter moeten communiceren. Het feit is dat we het proces wel hebben gelopen in het complete pakketje. Dus begroting 2023, collegewerkprogramma en een eerste begrotingswijziging. Ik hoop dat u duidelijk hebt als raad wat dat betekent in die kleine koerswijziging in collegewerkprogramma die we doen, wat dat ook financieel betekent. Dat het anders, beter had gekund: ja en u heeft een terecht punt volgens de boeken. Op het moment dat deze begrotingswijziging niet vastgesteld wordt, is er dus voor de wijk- en buurtagenda’s geen dekking. De voorzitter Dank u wel voor uw toelichting. Ik stel voor dat u uw beantwoording en eventueel de resterende vragen en opmerkingen nu beantwoordt. Wethouder Paas Ja, dank u wel. De OZB werd even genoemd en ik denk dat het belangrijk is om daar nog eventjes bij stil te staan. Het is inderdaad tweeledig: er gebeurt heel veel in ons dorp. Ook noodzakelijke investeringen die we moeten doen aan de infrastructuur en dan heb ik het dus niet over nieuwe, maar noodzakelijke investeringen die gewoon gedaan moeten worden. Ook aan het vastgoed. Maar tegelijkertijd ook met een gemeentefonds wat voor de jaren 2027 en verder aangeeft dat de inkomsten nog wel eens structureel minder kunnen zijn dan wat we nu van het Rijk krijgen. Dan hebben we het over meerdere miljoenen.
Wat wij hebben gezegd is: we kunnen natuurlijk heel plat zeggen, we kijken alleen naar onze periode. We kijken niet verder dan onze neus lang is. Dat is niet terecht. Dat is ook de reden dat we hebben gezegd: het is verstandig om in stapjes toe te groeien naar ook het dreigende tekort na 2027 van enkele miljoenen. Dat betekent met deze inzet, iemand noemde het net, een extra bijdrage van 7 ton structureel op de begroting krijgen, maar dat is nog lang niet voldoende om het tekort wat nu dreigt vanuit het gemeentefonds te dekken. Dus daarnaast zal ook, en dat zal meneer Jongeneel aanspreken, we zullen moeten snijden en of dat dan in het eigen vlees is of niet, maar dat zal echt nog meer gedaan moeten worden om dat tekort op te vangen. De voorzitter Voordat u verder gaat is er een vraag van de heer Pauw over dit onderwerp. De heer Pauw. De heer Pauw Voorzitter, dank u wel. Waar het even om ging is dus: de politieke keuze was ambities bijstellen of de OZB verhogen, om het even plat uit te drukken. Die kan je maken; een meerderheid van deze raad beslist.
Alleen de vraag vanuit PRO Sliedrecht was, ook gesteld door mevrouw Visser, a.) richting de raadsleden, maar ik ga hem nu ook wel aan het college stellen: zijn we nu volledig bewust van het feit dat per 1 januari 2024, net was een goede suggestie hier naast me over de kerken, verenigingen met eigen gebouwen, ik ga ze toch maar even noemen: de huisartsen, de tandartsen, iedereen die een niet-woning OZB betaalt gewoon 12% meer belasting gaat betalen. Is dat nou volledig helder? Ook bij het college? De voorzitter Dank u wel. De heer Paas. Wethouder Paas Meneer de voorzitter, het is volledig helder dat voor de niet-woningen vanaf 2024 wij een belastingverhoging van 6% voorstellen, die ten gunste komt aan de inkomsten van de gemeente Sliedrecht en dat tegelijkertijd vanaf het moment dat het ondernemersfonds wordt ingesteld, er ook op die manier belasting extra wordt geheven aan de niet-woningen en dat die één op één in de vorm van een subsidierelatie terugvloeit ten laste van het ondernemersfonds, waarbij dus dezelfde organisaties samen met de ondernemers die daarvoor ook aan de lat staan, bepalen mogen wat ze met dat geld doen. De voorzitter Dank u wel. Gaat u verder met uw beantwoording.
Wethouder Paas De laatste die ik heb staan, die gaat over de struggle van de kapitaalslasten van PRO Sliedrecht die opgenomen is, ook in de wijziging van de begroting naar aanleiding van het collegewerkprogramma. Dat behoeft toch blijkbaar enige toelichting. Wat wij hebben voorgesteld, vooral omdat het ook onzeker is wat de toekomst ons financieel brengt, hebben wij aangegeven: er komen naar verwachting en 59
in de planning staat een aantal kredietvoorstellen voor grote projecten - wij gaan in dit meerjarenperspectief er even vanuit dat die projecten door de raad goedgekeurd worden, want dat heeft een enorme financiële impact op het meerjarenperspectief door middel van de kapitaalslasten. Het zou makkelijk zijn om te zeggen van: het krediet is niet verstrekt. Ik noem maar wat, een voorbeeld over de IKC, die is al genoemd, we weten dat het miljoenen gaat kosten. We hadden ook kunnen zeggen van: het krediet is nog niet verstrekt, dus in de meerjarenplanning nemen we nul euro op, want ja, we hebben geen kapitaalslasten, terwijl we weten dat de raad heel graag een IKC wil en daar ook heel graag in 2023 aan het begin al een besluit over wil nemen. Wij denken dat het verstandig is om juist in die meerjarenperspectieframing die kapitaalslasten op te nemen, zodat je het complete plaatje hebt van wat je wilt doen. Betekent het dat je daarmee instemt met de kredieten die daarvoor benodigd zijn? Het antwoord is gewoon: nee. U ziet hier wat de impact is als u die kredieten vaststelt, maar die kredietvoorstellen komen allemaal afzonderlijk naar u als raad. Dan kunt u de discussie voeren over of en in welke omvang u een krediet wil voteren. De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Visser heeft daarover een vraag. Gaat uw gang.
Mevrouw Visser Voorzitter, ik snap wat de wethouder zegt, want tegen die tijd kan het òf duurder òf goedkoper zijn. Alleen, als ik volgend jaar een begroting krijg en een meerjarenperspectief, dan zitten al deze nu genoemde kapitaalslasten uit bijlage 6 er gewoon keihard in verwerkt. En dat beperkt de raad in zijn vrijheid om op zo’n moment te zeggen van: het mag wel een onsje meer of een onsje minder, want dat of dat vinden we ook wel heel erg belangrijk. Want de kapitaalslasten liggen op een zeker moment vast, of we die investering gedaan hebben of niet, want we hebben op 8 november 2022 dat besloten. De voorzitter Uw vraag is? Mevrouw Visser Dat is de vraag aan de wethouder. Al deze bedragen zoals genoemd op bladzijde 2 van bijlage 6 worden vanaf vandaag werkelijkheid in het meerjarenperspectief. De voorzitter Ja, en beperkt dat de ruimte van de raad? Dat is de kernvraag daarin. De heer Paas. Wethouder Paas Dank u wel voor het woord, meneer de voorzitter. Nee, dat is niet het geval. Wij zeggen: als wij onze ambities waar maken die wij hebben gesteld in de begroting en we nemen de besluiten op de momenten die wij hebben bedacht, dus 2023 of 2024: voor investeringen geldt: het jaar daarna gaan de daadwerkelijke kapitaalslasten lopen. We hebben het opgenomen.
Op het moment dat u als raad besluit van ‘dit krediet verlenen we niet, we herbezinnen ons’ om met de woorden van de heer Pauw te spreken, ‘we gaan de afweging maken tussen ambities en realiteit’ en u zegt van, nou, 2023 zouden we voor plus tien miljoen over een IKC beslissen, maar dat doen we niet - dat is uw recht als raad, dan betekent het dat de opgenomen kapitaalslasten die hier in het meerjarenperspectief staan, vervallen en dat u dus een positief resultaat heeft voor die jaren. Dus het moment van krediet verlenen, zeg maar hier aan de raad en het daadwerkelijk realiseren van de investering, pas een jaar daarná, als de investering echt gerealiseerd is, dus als het gebouw staat, als de weg er ligt: daarna gaan pas de kapitaalslasten echt draaien. En als het eenmaal ligt, dan heeft u natuurlijk wel gelijk: dan liggen die kapitaalslasten ook voor 30 jaar vast. De voorzitter Dank u wel voor de toelichting. Was u klaar met uw beantwoording? Hartelijk dank daarvoor. Ik kijk naar wethouder Spek en nodig hem uit. Wethouder Spek Voorzitter, dank u wel. Volgens mij rest mij nog één informatieverstrekking ten aanzien van dingen die in de eerste termijn hier gewisseld zijn en dat was een vraag die ik kreeg over het tijdstip van aanbieding van het nieuwe verkeerscirculatieplan. Dat gaat Q3 2023 worden.
Als het gaat over het comfort op de fietspaden: dat is natuurlijk niet afhankelijk van een nieuw plan. Dat kan gewoon 60
meegenomen worden in het onderhoud, voor zover mogelijk en de pot dat toelaat. Voorzitter, ik maak toch stiekem gebruik van de mogelijkheid om nog even een aanvulling te doen op de aantallen die ik genoemd heb in de kader van de continue bouwstroom. De voorzitter Gaat uw gang. Wethouder Spek Dat op het Burgemeester Winklerplein strakjes niet honderd woningen komen, maar 156. Namelijk 55 in blok B en 101 in blok C. In de eerste termijn had ik dat niet helemaal paraat en zat ik er toch een beetje naast, maar nu halen we helemaal het aantal wat genoemd is. De voorzitter Dank u wel, meneer Spek. Ik zie de heer Brandwijk tevreden kijken, maar er is nog een vraag, meneer Spek, voordat u gaat zitten. Mevrouw Visser heeft een vraag. Gaat uw gang. Mevrouw Visser Voorzitter, dank u wel. Ik hoorde iemand even stiekem gebruik maken van de gelegenheid dat hij er toch stond; toen dacht ik, dan maak ik even stiekem gebruik van de gelegenheid dat hij daar staat.
In de eerste termijn heb ik iets gezegd over het financieel kader van Sliedrecht Buiten en nu gaf de wethouder daar als antwoord op aan mij van: o ja, dat is toch die 16,5 miljoen die in bijlage 6 staat onder punt 2? Maar voorzitter, ik mag toch echt wel vragen dat we daar op een ander moment echt serieuzer over gaan praten? Het kan toch niet zo zijn dat er in september een presentatie is geweest aan mensen met vijf of zes plaatjes, waar een ruwe berekening op gemaakt is ik kan me hartstikke goed voorstellen dat die uitkwam op ongeveer 16 miljoen, dat kan ik ook geloven, maar we gaan daar toch meer over zeggen als vanavond instemmen met beslispunt 6 en dat dan ineens 16 miljoen beschikbaar is voor Sliedrecht Buiten? Ik snap ook wel dat er een concurrentiepositie is en dat dat misschien in de GREX en achter gesloten deuren moet, maar het kan niet zo zijn dat de wethouder het afdoet met ‘dat heb je kunnen lezen, het is 16 miljoen en doe het er maar mee’. De voorzitter Dank u wel, mevrouw Visser. Het raakt dan de discussie zojuist ook met de heer Paas. De heer Spek. Wethouder Spek Voorzitter, dank u wel. Dank u wel dat u mij ook op gang helpt. Het is natuurlijk zo: dat krediet moet natuurlijk gewoon aangevraagd worden. Het moet hier gewoon open en transparant op tafel komen over het hoe en wat en de opbouw daarvan.
Het is wel wat ik heb geprobeerd te zeggen dat ook u in eerste termijn, maar ook de fractievoorzitter van uw partij heeft ook al eerder daar een uitspraak over gedaan, dat er een soort financieel kader – nou, in ieder geval is het bedrag als kader nu bekend en dat we de invulling daarvan nog ordentelijk aan u voor moeten leggen, dat zal waar zijn. Het wordt trouwens geen GREX. We hebben een GREX voor Stationspark III; dat wordt nog dit jaar aan u voorgelegd. Dat moet voor de jaarrekening 2022 gereed zijn en u krijgt in het eerste kwartaal 2023 een investeringsplan. De voorzitter Dank voor de toelichting. Dan geef ik graag het woord aan wethouder Bijderwieden. Wethouder Bijderwieden Voorzitter, dank u wel. Ik wil nog even terugkomen op een aantal punten die ik de eerste termijn heb genoemd en ik wil nog even reageren op de motie. Er werd tijdens een interruptie gevraagd naar de status van het raadhuis. Toen wilde ik wel wat zeggen, maar ik dacht, laat ik het toch nog even voor de zekerheid vragen. Maar het is inderdaad zo dat er op dit moment gesprekken plaatsvinden met horecaondernemers met betrekking tot mogelijke exploitatie; dat dat voor de rest bekeken wordt en gezamenlijk met het gemeentekantoor wordt naar verwachting de kredietaanvraag voor beiden in het eerste kwartaal aan u voorgelegd. Dus wat dat betreft loopt dat zoals we willen. Het bodembeleid.
De heer Van der Plas vroeg: kan ik zeggen wanneer dat dan plaatsvindt? Daar hebben we ook even naar gekeken gelijk, dan hebben we dat ook maar behandeld. Op 1 juli verwachten we gewoon de overgang van de omgevingswet en dat is een prachtig natuurlijk moment om dan dat nieuwe bodembeleid 61
in werking te laten treden. Dat zou betekenen dat wij, nou ja, hopelijk eerste, maar naar verwachting tweede kwartaal - we hebben natuurlijk wel met negen andere gemeentes te maken, dus dat is dan net iets lastiger als dat we dat hier binnen onze eigen muren doen - maar dat we dan gewoon daarmee naar de raad toe komen. Ik wilde ook nog even reageren op het ondernemersfonds, voorzitter, want ik werd ook wel getriggerd met betrekking tot de huisartsen. De term ‘uitmelken’ werd genoemd; dat vond ik niet zo gepast, maar het is wel zo dat en volgens mij praten we daar volgende week over in de raad, dat de OZB-verhoging die werd voorgesteld, dat het niet gaat over het gedeelte wat naar het ondernemersfonds gaat. Die is afgekapt op die € 75,- per € 100.000,-. De voorzitter Dat roept een vraag op bij de heer Pauw. De heer Pauw. De heer Pauw Dat heeft in ieder geval niemand van onze fractie beweerd, voorzitter, via u aan de heer Bijderwieden. Waar het ons om gaat: of je er nou voor of tegen bent, dat maakt op zich niet zoveel uit, maar realiseer je nu, of het nou ondernemersfonds heet of het nu belastingverhoging heet of weet ik het wat heet, dat de kerken, de huisartsenpraktijken, de sportverenigingen met eigen accommodatie, 12% OZBverhoging moeten gaan betalen per 1 januari 2024.
Het ging in het hele verhaal van het college over samenhang, samenhang, samenhang, waarbij bij ons de vraag was: is er nu wel samenhang geweest tussen in dit geval het ondernemersfonds en de verhoging van de OZB? Dat was het enige wat we op tafel willen leggen in de gedachtegang, om te voorkomen dat als het volgend jaar in december 2023 een grote discussie oplevert bij onze lokale nieuwssite, we wel kunnen zeggen dat op 8 november hier dit in volle overtuiging is besloten. De voorzitter Dank u wel voor uw nadere toelichting, niet alleen aan de heer Bijderwieden, maar ook aan uw collega’s, hoor ik. De heer Bijderwieden, nog behoefte om daarop te reageren? Wethouder Bijderwieden Ik heb geen behoefte om te reageren, voorzitter. Ik wilde alleen even duidelijk maken dat het ondernemersfonds iets anders in elkaar zat dan de totale OZB-verhoging. En dan het laatste, voorzitter, met betrekking tot de motie. Die is aangepast. Ik heb ook even gekeken wat er geconstateerd is en dat onderschrijft, zoals de heer Oostrum ook zei, hetgeen wat we natuurlijk in de begroting hebben gezegd. We zien het ook inderdaad als een steun met betrekking tot deze onderzoeken.
Ik moet wel één voorbehoud maken, maar als we elkaar begrijpen dat u het onderzoek van het zwembad ondersteunt en dat ik daarmee richting de raad kom wat dat onderzoek brengt, dus om die behoefte duidelijk te maken, dan wil ik ook nog kijken wat het betekent, hier of elders, nou ja goed, volgens mij is de discussie met betrekking tot hier en het programma ruimtelijke vernieuwing ook al genoemd, maar wat voor energielabel het nieuwe zwembad dan eventueel in samenwerking met bijvoorbeeld een andere gemeente zou kunnen zijn. Ik kan u niet toezeggen dat ik dat in juli gereed heb, maar laten we in ieder zeggen dat ik voor juli dan terugkom met het behoefteonderzoek van het zwembad en wellicht dat ik dan ook wel wat meer weet van wat er mogelijk is. Ik weet nu al: een heel nieuw zwembad even zo in een half jaar uit grond stampen, dat is wel heel lastig. Dat is de opmerking die ik hier over wil maken, en dat is dan misschien op de letter hoe je het dictum leest… De voorzitter En wat is uw precieze oordeel over de motie, dan? Geeft u het oordeel aan de raad, of… Wethouder Bijderwieden Ik geef het oordeel aan de raad. Volgens mij heb ik gehoord dat het de bedoeling dat het beleid wordt ondersteund en dat we de richting maken dat we op korte termijn duidelijkheid geven over het zwembad. Nou, dat onderschrijf ik van harte. De voorzitter Dank u wel.