CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen besluitvormende vergadering 7 maart 2023.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 28 maart 2023, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen notulen 7 maart 202346.332 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

In dat opzicht vinden wij het dus goed dat het college vooruit kijkt en aantoont verantwoordelijkheid te willen nemen. Als meer gemeenten in Nederland dat hadden gedaan of dat zouden doen, is een dwangmiddel als de spreidingswet helemaal niet nodig. Voorzitter, Sliedrecht loopt niet weg voor haar verantwoordelijkheid, zoals we dat ook niet hebben gedaan toen we werden geconfronteerd met een toestroom van Oekraïense vluchtelingen, of met de crisisnoodopvang in het gemeentekantoor. De voorzitter De heer Pauw heeft een vraag. Gaat uw gang. De heer Pauw Ja, voorzitter, de VVD oordeelt vrij hard over de gemeenten die niet vrijwillig willen opvangen en toch ligt het besluit wat voorligt, de buurgemeenten, we weten niet welke, spannend… er zitten al wat dingen bij, ik kan al inzetten geloof ik, wie het dan zijn. Maar een aantal buurtgemeenten van ons weigeren. Wat is dan de mening van de fractie van de VVD over deze buurtgemeenten? De voorzitter Dank u wel. De heer Van Wijngaarden.

31

De heer Van Wijngaarden Nou, voorzitter, wij vinden het beschamend dat die gemeenten dus hun verantwoordelijkheid niet nemen en er daardoor dus voor zorgen dat zoiets als een spreidingswet nodig is. Ik denk dat dat het duidelijkste antwoord is wat ik kan geven. De voorzitter Dank u wel. Gaat u verder. De heer Van Wijngaarden Goed voorzitter, laat ik doorgaan naar mijn vragen en opmerkingen. Er zijn al een aantal andere door een hoop fracties herhaald, dus die zal ik niet nog een keer herhalen. Ik zal het houden bij een aantal punten die wij het belangrijkste vinden. Laat ik beginnen met de vraag - met name de insprekers hebben het daar ook alle drie over gehad - laat ik beginnen met de vraag of het college een veilige en beschermende omgeving kan bieden aan de asielzoekers, maar vooral ook aan de inwoners van ons dorp. Simpelweg aangeven bij de beantwoording van technische vragen dat dat is opgenomen in de wet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers en dat het een verantwoordelijkheid is van het COA, is voor ons te kort door de bocht. We hebben allemaal de nieuwsberichten kunnen volgen van ongeregeldheden in bepaalde AZClocaties, maar ook daarbuiten en het lijkt er dus op dat de wet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers geen garantie is voor de veiligheid.

Het kan toch niet zo zijn dat deze verantwoordelijkheid enkel bij het COA over de muur wordt gegooid en dat we hier als Sliedrecht zelf geen concrete ideeën of plannen over hebben? We verwachten dan ook dat het college op zijn minst de directe omgeving expliciet betrekt bij dergelijke planvorming en daar hoor ik graag de mening van de portefeuillehouder over. De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Visser heeft een vraag. Mevrouw Visser Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de heer Van Wijngaarden nogal vrij fors over de beantwoording van technische vragen en dat er heel veel verwezen wordt naar het COA en ik snap zijn frustratie daarover wel. Volgens mij hadden we allemaal graag voorafgaand met het COA gesproken. Maar zijn fractie is toch ook gewoon vertegenwoordigd in de Agendacommissie? Hij heeft toch wel ingestemd met oordeelsvormend en besluitvormend vanavond zonder die gesprekken? En wat is dan de reden van zijn partij om daar dan wel mee in te stemmen, terwijl er toch die forse kritiek is? De voorzitter De heer Van Wijngaarden. De heer Van Wijngaarden Ja, volgens mij halen we nu twee dingen door elkaar, want dat is het plan met betrekking tot de veiligheid en de agendering van deze avond als oordeels/besluitvormend. Prima. Ja, ik moet heel eerlijk zeggen: ik denk dat dit ook echt pas het moment is waarop we het over deze veiligheidszaken kunnen hebben.

Er moet überhaupt naar een locatie gekeken worden; is dat überhaupt beschikbaar? Op het moment dat die locatie daar is - het is natuurlijk afhankelijk van welke locatie het wordt wat voor veiligheidsplan daar omheen hoort. Dus ja, ik vind dat eigenlijk niet zo vreemd dat dat op deze manier gebeurt. Maar ik vraag me af of ik de vraag van mevrouw Visser goed heb begrepen. De voorzitter Gaat u verder uw met betoog. De heer Van Wijngaarden Goed. De MAG heeft vanavond ingesproken, die geeft in haar brief aan ons als raad en het college ook het volgende advies mee. Het advies is om een tijdelijke woningbouw naar voren te halen in de planning, om deze te realiseren voor bijvoorbeeld starters. Omdat, nou, zoals ook al door andere fracties is aangegeven: het komt nogal raar over dat wij er zelf tien jaar over doen om ergens een huis te kunnen bouwen, waarbij zo’n AZC eigenlijk in no time uit de grond wordt gestampt. Dus wij zijn eigenlijk wel benieuwd hoe het college kijkt naar dat advies van de MAG. Het volgende punt, voorzitter, heeft betrekking op hetgeen ik al enigszins heb gezegd over het proces. Het college heeft in aanloop naar vanavond in onze belevening steken laten vallen en dan hebben ze in het vervolg dus ook wat goed te maken. Wij zijn benieuwd of het college deze mening met ons deelt en op welke wijze zij dit, bijvoorbeeld bij het participatieplan, 32

van plan zijn te verbeteren in de toekomst. Voorzitter, als laatste zal ik ingaan op het amendement dat we van plan zijn in te dienen, met een tweetal wensen. Ik moet zeggen: het zijn voornamelijk ook zaken die we het college nog eens extra op het hart willen drukken. Het eerste punt heeft te maken met bevestigingsperiode; hij is ook al een aantal keren eerder voorbij gekomen vanavond. In het raadsvoorstel wordt gesproken over een minimum termijn van 5 jaar; er wordt nergens een moment genoemd waarop de opvanglocatie weer weg moet zijn. Als VVD zijn we er eigenlijk van overtuigd dat het goed is om dit moment wel contractueel vast te leggen. Hiermee scheppen we duidelijkheid richting het COA, richting het Rijk, maar belangrijker: ook richting onze inwoners. We stellen daarom voor de wens op te nemen om de maximale vestigingsperiode vast te stellen op de periode waarop de ontwikkeling van SliedrechtNoord van start gaat. En om de vraag voor te zijn die de heer Dunsbergen zojuist kreeg: het lijkt mij dat dat eigenlijk vooral op het punt komt waarop de grond wordt uitgegeven, maar als dat natuurlijk daarvóór moet in verband met de planvorming of bestemmingsplannen, dan zal het dan moeten, wanneer ze beschikbaar moeten zijn. De voorzitter U bent een amendement aan het indienen; gaat u vooral verder met het amendement indienen.

U was bezig met het voorlezen van een deel van het dictum. Gaat u verder. De heer Van Wijngaarden Nou, precies. Dus we stellen voor de maximale vestigingsperiode vast te stellen op de periode waarop de ontwikkeling van SliedrechtNoord van start zal gaan. Het kan namelijk niet zo zijn dat de opvanglocatie onderdeel gaat uitmaken van deze nieuwe wijk; zodra de daadwerkelijke ontwikkeling van Sliedrecht-Noord begint, zal de opvanglocatie gesloten moeten zijn. Voorzitter, het tweede punt heeft betrekking op het aantal te vestigen asielzoekers. Het staat natuurlijk ook genoemd in de beslispunten a. en b., maar we denken dat het goed is om dit als raad nog eens extra te benadrukken. Ons amendement zal extra oproepen dat de opvanglocatie de mogelijkheid biedt om 100 asielzoekers op te vangen om te kunnen voldoen aan onze verwachte wettelijke taakstelling. We weten dat asielzoekers in veel gevallen statushouders zullen worden, waarmee ze vervolgens voorrang krijgen op een sociale huurwoning.

We hebben in Sliedrecht op het gebied van woningbouw een aanzienlijke opgave te verrichten en we zijn daarom ook een voorstander van het voorstel om te kijken of er opvang gerealiseerd kan worden voor 150 extra vluchtelingen, onder de strikte voorwaarde dat dit resulteert in harde afspraken met buurgemeenten, waarbij zij een gedeelte van onze wettelijke taakstelling met betrekking tot de plaatsing van statushouders op zich nemen. Ik verwacht een vraag van mevrouw Visser of van meneer Pauw. Ik hoop hem voor te zijn. De voorzitter U bent nog een amendement aan het indienen, mag ik u daar even aan herinneren? Is uw amendement daarmee voldoende toegelicht? De heer Wijngaarden Helemaal goed. De voorzitter Daarmee is het amendement ingediend; dan krijgt het stuknummer A10.2 en maakt het onderdeel uit van de beraadslaging. U hoeft geen interruptie uit te lokken. Ze hebben zich al gemeld en ik zie allereerst de heer Brandwijk, die heeft zich al eerder gemeld voor een interruptie en de heer Pauw ook en de heer Ippel. Allereerst de heer Brandwijk over het amendement. Gaat uw gang. De heer Brandwijk Over het amendement. Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik zal de volgende keer ook even wachten tot het amendement is voorgelezen. Als ik de VVD zo hoor, gaan we pas over vijf jaar bouwen in Sliedrecht-Noord, want we gaan voor minimaal 5 jaar een AZC bouwen.

Wil de VVD pas over 5 jaar bouwen in Sliedrecht-Noord, of willen ze daar volgend jaar al woningen hebben? Dat betekent ook dat het AZC zoals het hier staat er eigenlijk dus niet komt; wat ik een goede ontwikkeling zou vinden. De voorzitter De heer Van Wijngaarden.

33

De heer Van Wijngaarden Ja, voorzitter, uitstekende vraag. Nou, als wij inderdaad binnen nu en 5 jaar die paal in de grond daar kunnen zetten zijn we daar als VVD zeker voorstander van, maar dan gebiedt de realiteit te zeggen dat dat waarschijnlijk niet gaat gebeuren. Ik heb begrepen dat minister Hugo de Jonge op dit moment bezig is met het aanbrengen van een versnelling en die was laatst heel erg trots dat hij één van de onderdelen van zo’n versnelling had bewerkstelligd, wat volgens mij een half jaar versnelling opleverde op een project van ongeveer 10 jaar. Dus ik kan nu zeggen van, inderdaad, ik hoop dat volgend jaar al de eerste palen in de grond gaan. Dat is ook zo, maar dat gaat gewoon niet gebeuren. Het zou mij ernstig verbazen als deze periode daar al gebouwd kan worden. De voorzitter Dank u wel. De heer Brandwijk nog voor een vervolgvraag. De heer Brandwijk Is het dan niet beter om de periode op max 5 jaar te zetten, als we nog niet zeker weten wanneer daar gebouwd wordt? Of ziet dat de VVD dat anders? De voorzitter Dank u wel. De heer Van Wijngaarden. De heer Van Wijngaarden Nou voorzitter, ik heb er niet zo’n moeite mee om daar gewoon minimaal 5 jaar van te maken en dan maximaal totdat de ontwikkeling begint. Ja, of daar nou een jaar extra bijkomt, of dat zes jaar wordt of niet, dat maakt ons niet bijzonder veel uit.

Als de locatie maar gesloten is zodra de ontwikkeling van de wijk gaat beginnen. De voorzitter Dank u wel, en de heer Pauw had een vraag. De heer Pauw. De heer Pauw Ja, even over de toelichting en ook over de bijdrage van de VVD. Want er wordt gesproken over een gedeelte van de wettelijke taakstelling. Die is ongeveer 30/35 x 5 = 150. Dus dat is inderdaad het verhaal wat daar staat. Maar is het nu zo dat het anders is, of gaan we alsnog nog wel statushouders opvangen in Sliedrecht? Want onze beleving was dat beeldvormend werd aangegeven dat we dat de komende 5 jaar niet gaan doen. Dan zou je in ieder geval het stukje van ‘een gedeelte’ moeten weg halen. De voorzitter Dank u wel. De heer Van Wijngaarden. De heer Van Wijngaarden Dat vind ik een goede opmerking. Dan zal ik heel even na moeten zoeken wat dat precies is, maar volgens mij is het zo dat wij jaarlijks het aantal wat de heer Pauw noemt plaatsen, maar is dat niet persé het wettelijke deel wat we hebben. Is dat wettelijke deel hoger dan die net genoemd is. Maar dat zal ik heel even op moeten zoeken. Dat is een goede opmerking. De voorzitter Het is misschien een vraag aan de portefeuillehouder. De heer Van Wijngaarden Ik kan hem inderdaad ook als vraag aan de portefeuillehouder stellen, maar ik kan het ook gewoon even zelf opzoeken. Vind ik wel makkelijk.

De voorzitter Het antwoord komt misschien straks in de eerste termijn van het college. De heer Pauw Maar voorzitter, het antwoord weten wij al. Hij wisselt per half jaar; vanuit de Rijksoverheid wordt het twee keer jaar toegezonden. Dit is een globaal iets, maar die 150 statushouders komt niet uit de lucht vallen. De voorzitter We gaan het zo horen. Dank u wel. Er is ook nog een vraag van de heer Ippel. De heer Ippel Voorzitter, wederom is de vraag al gesteld en beantwoord; dank u wel. De voorzitter Ik zal u voortaan als eerste het woord geven. Er zijn geen andere vragen meer aan de heer Van Wijngaarden. Dat is mooi. Daarmee zijn we gekomen aan het 34

einde van de eerste termijn van de raad en stel ik u voor om te schorsen voor 15 minuten, tot 21.55 uur. Er is ruimte voor fracties om onderling intern beraad te hebben; daarvoor zijn ruimtes beschikbaar. U kunt bij de griffier vragen welke dat zijn. Ik wil onze bezoekers vragen zoveel mogelijk op hun plek te blijven zitten. De vergadering is geschorst tot 21.55 uur. Schorsing De voorzitter De vergadering is heropend en we zijn gekomen aan de eerste termijn van het college naar aanleiding van de inbreng van de eerste termijn van de raad. Er zijn twee collegeleden die het woord willen voeren. Dat is allereerst de portefeuillehouder, wethouder Spek en dat zal ik ook zelf doen als burgemeester en portefeuillehouder Openbare orde en Veiligheid. Op dat moment zal de heer Pauw als onze plaatsvervangend voorzitter het voorzitterschap even waarnemen. Ik geef graag in de eerste termijn van het college het woord aan de heer Spek. Wethouder Spek Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ook ik natuurlijk mijn dank uitspreken naar de insprekers van vanavond, de leden van de MAG en natuurlijk ook Jan Cammeraat. Dank u wel voor de inbreng. We hebben net ook even kennis gemaakt. We hadden vaak over elkaar geschreven, maar nu weet ik in ieder geval welk gezicht er bij hoort. Voorzitter, wij hebben als college het voornemen om minimaal, of om 100 asielzoekers op te vangen.

Dat doen wij omdat wij met de kennis die we nu hebben, weten dat dat de wettelijke norm is die geldt, als wij het goed berekend hebben. Wij doen dat omdat, ik geloof dat één van de raadsleden dat zei, dat als je zelf geen plan hebt, dat je dan onderdeel kan worden van een plan van een ander en dat willen we niet. We willen zelf de regie houden over zowel de locatie als over het aantal. De inzet… De voorzitter Voordat u verder gaat: mevrouw Visser heeft nu al een vraag. Mevrouw Visser. Mevrouw Visser Voorzitter, tijdens de beeldvormende vergadering is door een aantal mensen een vraag gesteld over de locatie en toen was iedere keer het antwoord: daar gaan we over in gesprek met het COA, zij gaan rond kijken en zij gaan een voorkeur uitspreken. En nu hoor ik de portefeuillehouder zeggen: we willen zelf de regie hebben over de locatie. Dat rijmt niet met elkaar. De voorzitter Nu is de portefeuillehouder net begonnen, maar misschien komt hij daar nog over te spreken. De heer Spek. Wethouder Spek Dat is een vraag die natuurlijk leeft. Net werd ik ook aangesproken van: wat weet je allemaal al en wat schuift het allemaal? Het is nu zo dat wij als college het voornemen hebben om in ieder geval te voldoen aan onze wettelijke norm en wij willen daarover in gesprek met het COA.

Wij doen dat niet voordat wij eerst wensen en bedenkingen bij de raad hebben opgehaald en dus gaan wij de komende periode, na vanavond, al dan niet in gesprek met het COA over ergens een locatie tussen de Zwijnskade en de Tolsteeg. Ik kom daar zo nog op terug hoe we op die keus zijn gekomen. De voorzitter Zullen we dat antwoord maar even afwachten, mevrouw Visser? Mevrouw Visser Nee, voorzitter, want als de wethouder zegt ‘dat willen we niet doen zonder de wensen en bedenkingen van de raad’, dan begrijp ik het raadbesluit niet: dat de raad verzocht wordt geen wensen en bedenkingen in te dienen. De voorzitter De wethouder. Wethouder Spek Dat is ook een vraag die gesteld is en daar kom ik zo nog even op terug. De voorzitter De heer Brandwijk, gaat uw gang. 35

De heer Brandwijk Dank u wel. Als het college graag de regie in eigen hand wil: er is een Sliedrechtse boer, ondernemer, die zijn grond beschikbaar heeft gesteld. Gaat de gemeente er dan voor kiezen om die grond te gebruiken? De voorzitter Dank u wel. De heer Spek. Wethouder Spek Ja, voorzitter, die Sliedrechtse boer, die heeft ook zijn locatie aangeboden aan het COA en dat zal dan onderdeel zijn van het onderzoek wat het COA gaat doen. In principe valt het natuurlijk iets buiten ons eigen gebied wat wij dachten, maar het COA gaat natuurlijk kijken of dat een geschikte plek is en zal daar een oordeel over vellen. De inzet om in ieder geval aan onze eigen wettelijke norm te voldoen is in eerste instantie de inzet van het college. Daarnaast hebben wij ook gekeken, toen wij op de gedachte kwamen dat wij in Sliedrecht-Noord die ruimte zouden kunnen benutten die eventueel in het kader van het programma Ruimtelijke Vernieuwing, waar gebouwd zou kunnen worden, toen dachten we: als er toch meer ruimte is, wat zouden wij dan nog meer kunnen doen? Dat heeft ook te maken met de brief die al in september/oktober van de Commissaris van de Koning is gekomen, dat je eventueel in de gelegenheid bent om met de gemeenten van jouw regio te kijken of jij een deel van hun taakstelling kan doen ten opzichte van afspraken die je daarover maakt.

Wij spreken dan in ons raadsvoorstel over dat wij extra asielzoekers opvangen en dat in ruil daarvoor andere gemeenten meer statushouders doen. Ik kom daar zo ook nog wat uitgebreider op terug. Dus wat wij wilden daarmee, is dat wij de tijdelijke opvang van asielzoekers ruilen voor de permante opvang van statushouders. Dat even als inleiding en als inzet van het college. Ik kijk ook even terug op de vergadering van 16 februari, waar wij voor het eerst hierover met u, als raad en ook met inwoners het gesprek zijn aangegaan over dit voorgenomen besluit. Daar zijn ook vragen over geweest en ik denk dat het goed is om daar gelijk nu maar ook antwoord op te geven. De spanning, de tijdsdruk die wij daarin hebben gelegd heeft met een paar dingen te maken. Het eerste was dit: de opvanglocatie zou beschikbaar moeten zijn op 1 januari 2024. Dat is het streven. Het streven is dat er in heel het land op 1 januari 2024 duizenden extra opvangplekken zijn. Toen wij over Sliedrecht-Noord hadden gedacht, wisten wij dat daar niet even binnen een paar maanden een complex uit de grond gestampt zou moeten worden. Wij wisten dat als je daar bijvoorbeeld woningen wil neerzetten of een gebouw wil neerzetten, dat er zoiets is als de voorbelasting. Nou, sommige mensen herinneren zich nog de voorbelasting op de Crayestein; dat was 9 maanden.

Negen maanden voorbelasting is denk ik minimaal nodig voordat je daar daadwerkelijk aan de slag kan. Daarom hadden wij gedacht: op het moment dat wij snel dat besluit kunnen nemen, dan komen wij ondanks dat er nog best wel tijd tussen zal zitten, in de buurt van 1 januari 2024. Daarbij komt dat wij u er ongekend snel bij betrokken hebben. Wij zitten nu nog in de fase dat wij de gesprekken moeten voeren en wij wilden eigenlijk die gesprekken voeren aan de hand van wensen en bedenkingen die de raad heeft, of niet heeft. Dus dat is de tijdsdruk geweest. Daarnaast is het zo, ik refereerde net al aan een brief van de Commissaris van de Koning, die vanuit landelijke afspraken, zeg maar, voor de provincie eigenlijk al per 1 januari namen, aantallen en rugnummers wilde hebben, van: waar komen de nieuwe opvangplekken en ga zo maar door. Nou, ook die druk zat er op. Die hebben we allemaal niet gehaald, maar het belangrijkste was dus dat, 1 januari willen we eigenlijk zoveel mogelijk klaar zijn. Dat betekent dat wij eigenlijk in het eerste kwartaal van dit jaar met het COA tot overeenstemming moeten komen om alle voorbereidingen dit jaar nog te kunnen doen. En voordat we met het COA gaan praten, wilden we eerst de wensen en de bedenkingen van de raad ophalen. Daar zat een korte tijdspanne. En dan, voorzitter, als ik nog twee zinnen mag zeggen? De voorzitter Gaat uw gang.

Wethouder Spek Dan kom ik gelijk bij de indringende vragen die de VVD gesteld heeft. Hoe kijk je er zelf op terug, hoe vind je het zelf gaan, zeg maar; dat was een beetje de vraag. En zou je het weer op die manier doen? Nou, ik denk niet dat we het op deze manier zouden doen. Wel dat wij aan de voorkant de raad zouden meenemen, maar dat we ons misschien in eerste instantie minder gek zouden laten maken door de druk van 1 36

januari 2024. Overigens is het ook, als ik terugkijk naar de vergadering van 16 februari, dat het natuurlijk ook een signaal is geweest dat wij dat echt heel goed hebben gehoord en dat wij nog geen 24 uur na die vergadering gezegd hebben - wij hoorden toen ook al dat fracties in het weekend zouden gaan vergaderen; sommige mensen noemen dat dan paniekvoetbal of zo - de kwalificaties, die zijn natuurlijk aan u, maar wat wij wel geprobeerd hebben is om ook weer zo snel mogelijk die druk min of meer van de ketel te halen en te zeggen van: nou, dan gaan we niet naar de 21 e, maar dan is de eerstvolgende mogelijkheid 7 maart. De voorzitter Dank u wel. De heer Brandwijk had nog een vraag daarop en daarna de heer Verheul. De heer Brandwijk. De heer Brandwijk Ja, dank u wel, voorzitter. Dank dat het college het inzicht heeft gekregen dat het goed is om naar 7 maart te verplaatsen. Maar waarom is er toen, dus even vrijdag 17 februari, niet voor gekozen om een - ik zal hem even zo zeggen: een verzoek bij de agendacommissie te doen om alsnog ook een oordeelsvormende vergadering tussentijds te hebben? Dat we desnoods de 21ste oordeelsvormend hadden gepraat en vandaag besluitvormend, of in een andere volgorde.

Waarom is er voor gekozen om alsnog maar één vergadering te houden? Wethouder Spek Ja, voorzitter, wij hebben toen dit overleg gehad met de griffier en dit voorgesteld aan de Agendacommissie, omdat wij eigenlijk ook natuurlijk wel wilden dat wij toch zo dicht mogelijk bij 1 januari 2024 blijven komen. Ik kan daar geen andere verklaring voorleggen. Ook omdat we denken dat de gelegenheid er op deze avond was om dat te doen, gelet ook op de werkvoorraad die de raad heeft. We hadden vanavond twee of drie hamerstukken staan, dus daar paste het ook goed bij. Maar goed, uiteindelijk is het het voorstel van het college geweest om het dan te doen. Het is geen onbekende figuur in ons raadsbestel, want bij de Kadernota en de begroting doen wij het ook op deze manier. In analogie daarvan hebben wij gezegd van, nou, kan het op deze manier? Dan heeft u extra tijd om voor te bereiden en kunnen wij toch ook na vanavond al dan niet het bericht aan het COA geven om er mee door te gaan. De voorzitter Dan heeft de heer Verheul ook nog een vraag. De heer Verheul. De heer Verheul Dank u wel, voorzitter, voor het woord. Ik hoor de heer Spek net twee redelijk goede argumenten geven waarom het tijdspad wat kort en hectisch was.

Wat bij mij dan wel de vraag oproept, voorzitter: waarom heeft het college er voor gekozen om deze twee goede argumenten niet op te nemen in het raadsvoorstel? Want op het moment dat je schriftelijk wegschrijft dat het uitgangspunt van dit tijdspad is: omdat we graag op 1 januari 2024 open willen en met een stukje voorbelasting zitten - nou, ik ga de wethouder niet helemaal herhalen: had dat dan niet heel veel zorg en haast of paniek bij anderen weggenomen, als dat er gewoon keurig schriftelijk had gestaan? De voorzitter Dank u wel. De wethouder. Wethouder Spek Dat vind ik een goed punt en dat categoriseer ik maar even onder de vraag die bij de VVD vandaan kwam: wat hebben jullie er nou van geleerd? Volgens mij heb ik deze uitleg ook gegeven de 16de, dus heb ik ook in zoveel woorden dit uitgelegd en was het beter geweest als we ook gewoon over het proces zelf een alinea of twee hadden gewijd in het raadsvoorstel. Voorzitter, op de 16de, maar ook vanavond zijn er veel vragen gesteld en zorgen die leven bij de raad en de inwoners hier naar voren gebracht. Een aantal gaat over de woningnood in Sliedrecht en daar wil ik ook gelijk maar mee beginnen.

Het eerste is dat wij u absoluut kunnen verzekeren dat wat er ook gebeurt en hoe het besluit ook valt, dat wij in ieder geval klip en klaar duidelijk zijn dat de lokale ontwikkelingen, de bouwplannen die we hebben, dat die niet in de weg mogen staan door de komst van het AZC. Dat is zelfs één van de argumenten geweest waarom wij eigenlijk zeggen dat het aan de zuidkant van ons dorp of ons grondgebied niet kan. Omdat wij hopen dat de plannen van het programma Ruimtelijke Vernieuwing en de herstructurering van Sliedrecht-Oost en zo, dat dan in ieder wel ook al in de komende 5 jaar vorm krijgt. Dus mochten daar locaties zijn die voldeden aan de eisen van het COA; 37

het moest een bepaalde omvang hebben, het moest ruimtelijk inpasbaar zijn en het mocht de plannen van het programma Ruimtelijke Vernieuwing niet in de weg staan, was de conclusie van ons: nou, dat hebben we niet aan de zuidkant. In ieder geval geen eigen grond. Daarom hebben we gezegd, dan gaan we naar de noordkant en datzelfde geldt ook voor de noordkant. Dus dat is in ieder geval wat duidelijk is. En dan maakt het natuurlijk wel uit waar straks het COA zegt van, dit is de beste locatie. Want het bouwprogramma aan de noordkant, stel je voor dat dat binnen nu en 5 jaar start, dan zijn we daar ook nog wel 10 jaar mee bezig. Kijk naar de ontwikkeling van Baanhoek West; dat is natuurlijk ook heel lang geleden besloten en daar zijn we nu met de laatste bouwfase bezig. Dus afhankelijk van waar die komt – kijk, als het COA zegt: in het midden, rond de Provincialeweg naar Bleskensgraaf, als daar de beste plek is, dan zal dat waarschijnlijk ook de kortste periode zijn. Maar is die aan de flanken, dan zou je kunnen zeggen van: ja, dan kan het wel wat langer duren, want daar zijn we toch nog niet binnen nu en 7, 8, 9 jaar. De voorzitter Voordat u verder gaat: de heer Brandwijk heeft hierover een vraag. De heer Brandwijk Als het goed is, hoor ik de wethouder zeggen dat één van de criteria van het college is om niet aan de zuidkant te bouwen omdat we daar geen eigen grond hebben.

Kan ik dan de conclusie trekken dat het asielzoekerscentrum aan de Noordkant, als die er komt, op eigen grond van de gemeente komt en ik daarmee dus op het kaartje wat u heeft laten zien, stukken van anderen kan wegstrepen? De voorzitter De wethouder. Wethouder Spek Nee hoor, die conclusie kunt u niet trekken, omdat wij aan de noordkant natuurlijk wel stukken grond hebben die nu in bezit zijn van een projectontwikkelaar, maar van projectontwikkelaars die ook wel bereid zijn om hier aan mee te werken. Dus dat is geen punt. De tweede vraag over de woningnood is van, geef nu straks deze deal die we maken - en dat klinkt bijna vervelend als je het zo zegt, maar - de ruil die we maken over statushouders, geeft dat nu verlichting op de woningmarkt? Dan moet ik eerst even helder zetten dat wij over 2 verschillende categorieën praten. Je hebt asielzoekers, dat zijn mensen die hier net in Nederland zijn en niet weten of ze in Nederland blijven. Komt men in Nederland aan, dan moet men zich melden in Ter Apel. Daar wordt een eerste schifting gedaan en op het moment dat men denkt dat deze mensen wellicht in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning, dan worden ze kansrijke asielzoekers en dan mogen ze hun onderzoek verder afwachten, elders in het land. Dat zijn asielzoekers. Daarnaast heb je statushouders.

Statushouders zijn mensen, die hebben al een vergunning om in Nederland te blijven. Die zijn er al jaren en Sliedrecht heeft alle jaren al een taakstelling om deze mensen te huisvesten. Per half jaar krijgen wij vanuit de provincie een aantal toegewezen en dat aantal moeten wij plaatsen. Wij doen dat goed. We zijn niet het beste jongetje uit de klas, zoals dat net ook al gezegd werd, maar het is wel zo dat wij eigenlijk elk jaar ons quotum halen. Voor het komende half jaar is dat 35 en we krijgen dan ergens tegen de zomer een nieuw quotum voor het tweede half jaar toebedeeld. Als het nu gaat over de asielzoekers die hier in Sliedrecht zijn: die komen niet automatisch in Sliedrecht te wonen. Op het moment dat zij hun procedure afwachten en in de fase komen dat zij statushouders worden, dan komen ze als het ware in het landelijk mandje en dan worden ze vanuit het landelijke weer over de provincies verdeeld en de provincie verdeelt die weer over de gemeenten. De afgelopen jaren hebben wij geen asielzoekerscentrum gehad; ook niet de crisisnoodopvang gehad en toch hebben wij elk jaar een aantal moeten doen. Dat verandert niet; dat blijft gewoon hetzelfde. Het zou echt een bijzondere vorm van toevalligheid zijn als een Sliedrechtse asielzoeker die statushouder wordt, persé ook in Sliedrecht terechtkomt. De voorzitter De heer Brandwijk heeft een vraag hierover.

De heer Brandwijk Ik wacht nog even met de vraag die ik had. Ik was iets te snel, excuus. De voorzitter Gaat u verder op dit onderwerp. 38

Wethouder Spek Dan is de vraag van: nou, stel voor dat de statushouders die voor Sliedrecht bedoeld zijn door een andere gemeente worden opgevangen - heeft dat dan effect op de woningmarkt in Sliedrecht? Ja. Daar kan ik klip en klaar over zijn. Mevrouw Visser heeft ook gelijk dat dat wellicht beperkt is, omdat het een regionaal toewijzingssysteem is van overigens 6 Drechtstedengemeenten, omdat Hardinxveld daar niet aan meedoet. Die zit in een andere woonregio. Maar het betekent wel dat de woningen die vrijkomen in Sliedrecht wel in het keuzesysteem wordt opgenomen, anders, als die bestemd zouden zijn voor een statushouder, dan worden ze niet in het keuzesysteem opgenomen. Dus er is sowieso meer kans. Tot slot, ik zie twee handen, voorzitter. Nog één regel. Dat komt ook omdat de gemeenten die met ons afspraken willen maken ook natuurlijk mogelijkheden zien om binnen hun bebouwde kom bijvoorbeeld extra woningen toe te voegen, al dan niet flexwoningen. Tot slot is natuurlijk ook voor ons de motivatie: ondertussen bouwen wij natuurlijk ook gewoon door en ondertussen komen er ook steeds meer woningen in Sliedrecht. De voorzitter Goed dat u dit punt even heeft afgemaakt. In de eerste termijn is gebleken dat verschillende fracties hier vragen over hebben. Mevrouw Visser heeft nu een aanvullende vraag op basis van wat zij gehoord heeft. Gaat uw gang.

Mevrouw Visser Voorzitter, de hoeveelheid woningen die gebouwd gaat worden, die gaat bepalen of er ruimte komt op de woningmarkt. Dat snap ik. Maar op het moment dat je je taakstelling voor de huisvesting van statushouders overhevelt naar andere gemeenten, wordt daar toch ook de spoeling dunner? Het is toch gewoon een waterbedconstructie die nu bedacht is? De voorzitter De wethouder. Wethouder Spek Voorzitter, mevrouw Visser had misschien mijn tussenzin niet gehoord, of mijn één na laatste zin. De gemeenten die natuurlijk met ons die afspraak willen maken, die gaan niet uit alleen maar van het huidige aantal woningen wat in hun gemeente beschikbaar is. Er zijn ook gemeenten, die kiezen er niet voor of die hebben er geen ruimte voor om een asielzoekerscentrum te doen, maar die hebben bijvoorbeeld wel tijdelijk ruimte om flexwoningen neer te zetten, of op andere manieren daarin te voorzien of - ga zo maar door. Dus ook in omliggende gemeenten zijn er natuurlijk activiteiten en zijn er initiatieven van raden en gemeentebesturen om te zorgen dat ook deze plekken gerealiseerd worden. De voorzitter Er is nog een vervolgvraag van de heer Brandwijk en ik zie ook de heer Van der Plas nog. Eerst de heer Brandwijk. De heer Brandwijk Dank u wel, meneer de voorzitter.

Ik zal hem maar zo stellen: als het gaat over die flexwoningen, ziet de wethouder dan ook toekomst in bijvoorbeeld tiny houses, het gebruik daarvan op misschien wat grotere schaal? De voorzitter De heer Spek. Wethouder Spek Voorzitter, mij wordt soms veel macht toegedicht, maar ik heb geen macht over waar andere gemeentebesturen in hun eigen gemeenten over welk soort woningen denken. Misschien denken die ook wel aan tiny houses of zo, maar ik vermoed dat zij eerder denken aan een ander soort flexibele woonvormen waar meer massa mee gemaakt kan worden. De voorzitter Dank u wel. De heer Van der Plas nog op dit punt. De heer Van der Plas Dank u wel, voorzitter. Volgens cijfers van de ACVZ, dat is de Adviesraad van Migratie, zijn in 2022 meer dan 90% van de sociale huurwoningen naar andere doelgroepen gegaan dan statushouders. Heeft de wethouder paraat of dat deze situatie representatief is voor onze woonregio en zo ja, hoe groot verwacht hij dat de impact zal zijn als het tot overeenkomsten met andere gemeenten kan komen? 39

De voorzitter De wethouder. Wethouder Spek Voorzitter, ik kan deze cijfers voor onze regio niet bevestigen dat 90% u zei 90%? De heer Van der Plas 90% is toegewezen aan andere doelgroepen dan statushouders. Wethouder Spek Die situatie is in onze regio niet zo en anders, ik kijk ondertussen even ambtelijk, maar - dat wordt nog even nagekeken. Misschien dat ik in tweede termijn daar nog eens op terug kan komen. De voorzitter Precies, als u er nog op terug kunt komen. Wethouder Spek Dit zouden echt cijfers zijn die ik uit mijn hoofd zou weten, want dat is wel echt héél veel. De voorzitter De heer Verweij heeft ook een vraag op dit onderdeel. Gaat uw gang. De heer Verweij De portefeuillehouder zei iets over toevoegen van woningvoorraad bij gemeenten met wie we dit soort afspraken zouden maken. Zijn dat aannames dat dat gebeurt, of maakt het onderdeel uit van de klip en klare afspraken dat daar toegevoegd wordt? De voorzitter De heer Spek. Wethouder Spek Wij overleggen met 10 gemeenten aan de regietafel voor asielzoekers en alle gemeenten moeten een bijdrage leveren aan het vraagstuk, zowel Oekraïense vluchtelingen, asielzoekers als statushouders. Allemaal hebben ze met elkaar gedeeld wat in hun gemeente de best passende oplossing is.

Volgende week woensdag hebben we daar weer overleg over, maar een aantal gemeenten die binnenstedelijk in hun eigen dorpen wel kunnen werken met flexwoningen, hebben aangegeven dat zij dat als een goede mogelijkheid zien om dat dan te doen met statushouders. Volgende week woensdag hoor ik daar ook wat meer over hoe daar ook de vorderingen en de besprekingen lopen. Het zal onderdeel zijn natuurlijk van het totaalplaatje van onze regio. Niet zozeer de bilaterale afspraken, maar het totale vierkant waarin we de puzzel moeten leggen. De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Visser nog tenslotte in dit rondje. Mevrouw Visser Voorzitter, ik hoor de portefeuillehouder zeggen: dat is onderdeel van de afspraken met de regio van 10. Maar gaat dan het regionaal woonverdeelsysteem ook naar 10, of blijft dat binnen de 6? Want dan zullen de overige 5 ook dat soort plannen moeten hebben waar de heer Verweij naar verwijst. De voorzitter De wethouder. Wethouder Spek Nee, het woonverdeelsysteem blijft intact, maar het zijn dezelfde 10 gemeenten als de Veiligheidsregio. Dus daaraan toegevoegd is dan volgens mij Gorinchem, Molenlanden en Hoeksche Waard. De voorzitter Dat roept ook een vraag op bij de heer Brandwijk. Daarna vervolgt de wethouder zijn betoog. De heer Brandwijk Dank u wel, meneer de voorzitter.

Een aantal fracties hebben ook gevraagd om duidelijkheid, hoe kan het zwart op wit komen, maar misschien een andere verduidelijkende vraag: zit de provincie ook bij die gesprekken over de verdeelafspraken die gemeenten maken en geven die daar ook sowieso akkoord op? Want als we die afspraken als gemeenten maken en de provincie zegt zo meteen gewoon van bovenaf: ja, maar jullie moeten toch allemaal je statushouders opvangen, dan hebben we er niks aan. 40

De voorzitter De wethouder. Wethouder Spek Voorzitter, de provincie is daarbij aanwezig. Sterker nog, zij zijn opdrachtgever en wij moeten rapporteren aan de Commissaris van de Koning. Dus daar is een hele nauwe verbintenis en die staat nu onder leiding van de burgemeester van de Hoeksche Waard, Charlie Aptroot. De voorzitter Toch heeft de heer Pauw ook nog een vraag en dan stel ik voor dat we doorgaan met het vervolg. De heer Pauw Graag zelfs, voorzitter, maar we zijn nu toch aan het puzzelen wie de buurgemeenten zijn. Er is net één afgevallen, Molenlanden. Kan het college dan zeggen welke buurgemeenten het betreft, of moeten we nu gaan gokken over de drie overgeblevenen welke het zijn? De voorzitter De heer Spek. Wethouder Spek Voorzitter, dat moet u niet gaan gokken. Wij hebben aan de regionale regietafel afgesproken dat iedere gemeente alleen communiceert over zijn eigen bod. De voorzitter Daarmee vervolgt u uw betoog. Wethouder Spek Voorzitter, ik was nog steeds bezig met een stukje reflectie en vooruitblik vanaf de 16de. Er zijn ook toen en vanavond veel vragen gesteld over de veiligheid en u gaat daar straks zelf natuurlijk ook nog wat antwoorden op geven, maar ik wil wel zeggen: we hebben goede ervaringen over de opvang van de Oekraïense vluchtelingen in ons dorp. Dat is vooral te danken aan de gastvrijheid van Sliedrechters en de bijdrage van vele vrijwilligers.

Ik weet wel: dit is geen garantie voor de toekomst, maar het is wel een mooie basis waarop we voortborduren. Wij zullen qua participatie daarom het proces wat hierna volgt, goed inrichten. We blijven ook monitoren en we blijven ook steeds om advies vragen. Dat is voor ons echt een essentiële stap in de participatie. Niveau 3 zoals dat ook aangegeven is, adviseren. Dat zal met name natuurlijk gaan over de direct betrokkenen. Die hebben natuurlijk het meeste recht om steeds erbij betrokken te worden, maar wij hebben groot belang om in de hele gemeente Sliedrecht draagvlak te hebben. De voorzitter Even voor mijn helderheid, meneer de wethouder, u zei niveau 3; dat is het voorstel wat gedaan is in het voorliggende amendement? Wethouder Spek Voorzitter, volgens mij hebben we in de technische vragen daar ook al gezegd naar aanleiding van vragen van de PvdA, die de participatieleidraad hadden kunnen vinden, maar dat niet alleen: ze hadden hem ook nog bestudeerd. Daar kwamen ze volgens het schema bij niveau 3 en dat hebben wij overgenomen. Volgens mij heb ik dat ook in de vragen geantwoord, in ieder geval aan de direct betrokkenen heb ik in ieder geval aangegeven dat we dat zullen volgen. De voorzitter Dank u wel voor die helderheid. Ik zie nu verschillende vragen op dit onderdeel.

Was u overigens klaar met dit onderdeel participatie? Want misschien is het handig… Wethouder Spek Ik ga zo nog even in op participatie en ik probeer gelijk ook wat vragen die in de woordvoering zijn gesteld mee te pakken. De voorzitter U gaat nog verder op participatie? Wethouder Spek Als er vragen zijn, dan probeer ik die gelijk mee te pakken. De voorzitter Dan gaan we allereerst even het woord aan de heer Brandwijk geven en ik zie dat de heer Ippel daar ook nog een vraag over heeft. 41

De heer Brandwijk Dank u wel, meneer de voorzitter. Misschien zal de wethouder daar nog op komen, maar er is een advies van het MAG gekomen; ik ben ook benieuwd wat ze daar mee gaan doen. Eén van de dingen was dat het in ons participatiebesluit gaat over ruimtelijke ontwikkeling en dit misschien over meer gaat dan alleen het gebouw, maar ook de impact daar omheen. Dus wil het college ook nog kijken, omdat het misschien toch wat meer betreft dan alleen een gebouw neerzetten, wat ze nog meer aan participatie kunnen doen, naast wat er in het participatiebesluit staat wat sec over die ruimtelijke ontwikkeling gaat? De voorzitter De wethouder. Wethouder Spek Voorzitter, wij hebben die participatieleidraad gebruikt, niet alleen omdat het ook daadwerkelijk een ruimtelijke ontwikkeling is, maar ook omdat het nu het beste instrument is wat door u is vastgesteld op basis waarvan je een niveau van participatie kan vaststellen. Door het vaststellen van de participatieleidraad hebben wij een afwegingskader bij welk niveau participatie moet komen en wat daar bij hoort.

Wij dachten, omdat u dat ook nog recent heeft vastgesteld, om daar bij aan te sluiten en te zeggen van, nou, als wij die als uitgangspunt nemen - het ging ons eigenlijk niet zozeer persé om de voorkant van dat document waarop staat ‘participatieleidraad bij ruimtelijke initiatieven’, maar het ging ons om de inhoud van het document waarin staat in welke situatie, welke vormen voor participatie je moet toepassen. Vandaar dat wij ook die hebben gekozen. Het is het beste instrument wat we hebben en wat dat betreft denk ik dat wij er goed aan doen om dat te blijven volgen. Het is ook voor u herkenbaar en controleerbaar. De voorzitter Dank u wel. De heer Ippel heeft daar een vraag over; vervolgens de andere indiener van het amendement, de heer Dunsbergen en dan de heer Pauw. De heer Ippel. De heer Ippel Voorzitter, dank u wel. Bij ons leverde het verwarring op omdat in de eerste vragenserie die beantwoord is van Slydregt.NU, dat daar ‘niveau 2 raadplegen’ stond en in een later stadium, inderdaad op vragen van de heer Van der Plas, dat daar niveau 3 kwam. Om die verwarring er uit te halen hebben we dat bewust zo in het amendement opgenomen. Wethouder Spek Dan dank ik u hartelijk dat u ons zo behulpzaam bent. Het was inderdaad dat wij ook in de presentatie op de 16de ‘niveau 2’ hadden staan. Dat is raadplegen, als ik het even goed zeg.

Door de vragen van de PvdA hebben wij gezegd: nee, de PvdA heeft gelijk, we doen niveau 3 en dat is adviseren. Overigens neem ik hier gelijk dan ook maar de rol van de MAG mee. Inderdaad ben ik benaderd door de voorzitter van de MAG, dat de MAG echt wel een beetje boos was. Dat had niet alleen te maken met het feit dat ze überhaupt niet gebeld zijn, maar dat het ook precies op de dag was dat zij het advies over het ambitiedocument Sliedrecht-Noord naar het college stuurden. Of het elkaar precies kruiste, dat weet ik niet precies, maar dat was in ieder geval voor de MAG de beleving. Die zei: je laat ons adviseren over Sliedrecht-Noord en ondertussen blijkt dat je daar andere plannen in hebt en je hebt niks gezegd. Ik heb ook al schriftelijk aangegeven naar de MAG dat het echt een omissie van mij is. Ik kan daar niet anders zeggen. Ze zijn zo spiksplinternieuw dat ze niet op de telefoonlijstjes en de bellijstjes staan en ik heb daar zelf niet aan gedacht. Dat heb ik ook gezegd, dat ik er heel erg van baal. Wat dat betreft is het ook zo dat wij al een afspraak hebben staan voor aanstaande donderdag. Daar refereerde de voorzitter geloof ik ook al aan. Dan zullen wij daar ook met hen nog mondeling in gesprek gaan.

Overigens denk ik dat wij niveau 3, dat adviseren, niet alleen de MAG geraadpleegd moet worden, maar wij denken dat wij ook daarbij het advies naar het Sociaal Domein zouden moeten doen. Ik denk dat dat ook daar bij hoort. Wat doen we daar nou mee? Wat doen we met dat ongevraagde advies van de MAG? Dat is hetzelfde als wat we afgesproken hebben bij elk advies wat ze geven. Dat is dat wij een bestuurlijke reactie daarop geven, mondeling overleg hebben met de MAG en dat wij u op de hoogte stellen van zowel het advies als de bestuurlijke reactie daarop. Meestal zal dat, als wij het goede ritme hebben gevonden, ook in de 42

raadsvoorstellen landen, maar omdat bijvoorbeeld het Ambitiedocument SliedrechtNoord al bij u is geweest en de MAG daarna pas adviseerde, hebben wij met de MAG afgesproken dat wij via een CIB zowel het advies over Sliedrecht-Noord als onze reactie zullen sturen. Datzelfde zijn we ook van plan als college over het ongevraagde advies over het asielzoekersgebeuren, of het voornemen daartoe. Wij zullen dus aanstaande donderdag nog niet daarover met elkaar spreken. We zullen daar over het proces spreken, denk ik, maar wellicht nog niet over de inhoud en we zullen dan een bestuurlijke reactie geven. Dan zult u ook via een CIB op de hoogte gesteld worden hoe wij er op reageren. De voorzitter Dan zijn er nog… in ieder geval een interruptie van de heer Dunsbergen. De heer Dunsbergen Dank u wel. Even in het kader van wat ook eerder al genoemd is, dat dit voor de wethouder en ook voor het college een leerproces is. Dat zien we ook terug in de leidraad; die participatie is ook een leerproces. Dat moeten we onderweg ook ontdekken. Dus ik wil de wethouder wel oproepen om de lessen die we dus nu leren, om die nadrukkelijk mee te nemen in de evaluatie van die participatieleidraad en ik ben ook wel benieuwd hoe hij dat ziet. De voorzitter De wethouder.

Wethouder Spek Voorzitter, volgens mij heb ik al één en andermaal aangegeven dat wij in een keihard leerproces zitten wat op allerlei manieren natuurlijk op ons af is gekomen en ook dit nemen we weer mee. Dus wat dat betreft, ik weet niet hoe vaak ik het vanavond nog moet zeggen, maar wij leren van deze situatie dat het in het spanningsveld van vroeg betrekken, toch snelheid willen houden en nog niet tot twee cijfers achter de komma alles weten, nou, dat is best wel een spannend gebeuren. De voorzitter De heer Dunsbergen in tweede instantie. De heer Dunsbergen Dank u wel. Dank ook aan de wethouder. Dan ga ik er eigenlijk vanuit dat we dit dus bij de evaluatie van die participatieleidraad natuurlijk gewoon gaan terugzien. De voorzitter De wethouder. Wethouder Spek Ja, dat denk ik wel, maar hou het ook goed in de gaten. Want volgens mij gaan we vooral werken met die participatieleidraad en niet alleen maar opstellen, evalueren, bijstellen en ga zo maar door. We willen er echt ook een poosje mee aan de slag zijn. De voorzitter Gaat u verder met uw betoog. De heer Pauw toch nog. De heer Pauw U had al geknikt, voorzitter. We hebben heel veel vragen, maar dan zitten we om 03.00 uur vannacht nog hier. Dat gaan we maar niet doen. Maar even over het participeren met de niveaus.

Want in de beantwoording bij de PvdA staat ineens de draai vanaf 16 februari van 2 naar 3, want dat past in de ogen van het college beter bij het betrekken van direct betrokkenen. Echter zal er een breder participatietraject gevolgd worden waarbij niveau 2 volstaat. Als het amendement het gaat halen, en ik heb volgens mij al 11 vingers gezien, dan kan dat dus niet meer. Dus graag even een reflectie van het college hoe het omgaat met, zoals ze het zelf noemen, het verhaal waar niveau 2 volstaat. De voorzitter Ik denk dat dat antwoord al gegeven is door de wethouder, maar… Wethouder Spek Voorzitter, we gaan toch in de komende periode, als we in stap 2 komen, onderscheid maken tussen direct betrokkenen en heel de gemeente, zeg maar. Met de direct betrokkenen zal natuurlijk veel intensiever contact zijn, terwijl we met de rest van de gemeente en de inwoners natuurlijk ook willen werken aan draagvlak. U ziet ook in de participatieleidraad dat er verschillende opties daarvoor zijn. Ik kan me ook 43

voorstellen dat als je het over alle inwoners hebt, dat je dan ook bijvoorbeeld instrumenten die bij niveau 2 worden genoemd, inzet om dat te doen. Maar het belangrijkste is met name dat wij adviezen krijgen en dat het college slechts daarvan kan afwijken als ze dat gemotiveerd doen. Volgens mij is dat de kern van niveau 3. Voorzitter, dan als laatste voordat ik naar de vragen ga; toch nog even dit. Ik heb vanavond en ook de 16de heel veel zorgen gehoord en dat is terecht. Dat begrijpen wij helemaal. Gelukkig heb ik ook ‘zorgen voor’ gehoord. Daar kom ik zo nog op. Maar er zijn heel veel zorgen en er zijn ons ook voor allerlei zaken garanties gevraagd, risicobeheersing en ga zo maar door. En wij gaan stinkende ons best doen om dat allemaal straks te kunnen doen, maar wij kunnen u natuurlijk nooit garanderen dat er niks gebeurt en dat datgene wat wellicht er gaat gebeuren, dat dat ook had kunnen gebeuren met niet-asielzoekers. We leven samen in Sliedrecht, in een samenleving waar we ons eigenlijk allemaal thuis moeten voelen, maar ook waar we in ons dorp allemaal wel eens een keer wat van een ander horen, van een ander merken en soms zelfs wel eens een keer last van elkaar hebben. De één woont langs een drukke weg, de ander bij de spoorbaan. De ander naast een bedrijf waar ’s morgens vroeg al gewerkt wordt.

De ander bij de markt waar op woensdag vroeg al weer de kramen worden neergezet. Een ander woont naast de kerk waar ’s zondags de klokken luiden, de ander woont bij een school waar ’s morgens verkeersoverlast is door het halen en brengen van kinderen. En zo zal er ook iets zijn van: mensen, we moeten met elkaar echt kijken dat wij in onze samenleving ook iets van elkaar kunnen verdragen. Wij kunnen onmogelijk alle risico’s en alle vrees die er is, 100% uitsluiten. Dat wil ik ook gezegd hebben. Maar als laatste, voorzitter: gelukkig hoorde ik ook dat er heel veel zorg voor is. Slydregt.NU, die tientallen vragen gesteld hebben over de privacy, over de procesgang, over het welzijn van asielzoekers in de centra. PRO Sliedrecht die zich zorgen maakt over de grond waarop het asielzoekerscentrum wordt gezet en zo zijn er ook nog veel, niet alleen in deze raad, maar zijn er ook mensen die al gezegd hebben: wij willen wel sportactiviteiten doen, wij willen wel daar vrijwilligerswerk gaan doen. Dus kortom, het zal een onderdeel van onze samenleving worden en zoals u weet, in onze samenleving hebben we heel vaak weinig last van elkaar, maar soms komen we elkaar toch een keer tegen in een situatie van overlast. Wij kunnen dat niet helemaal voorkomen. Tot zover, voorzitter, even mijn inleiding. De voorzitter Dat laatste punt riep in ieder geval een vraag op bij de heer Brandwijk.

De heer Brandwijk. De heer Brandwijk Dank u wel, meneer de voorzitter. De wethouder geeft een aantal voorbeelden. Ik wil zelf niet ingaan of daar vergelijkingen tussen maken, maar ik denk wel dat er een verschil zit tussen veel van de voorbeelden die hij noemt en nu ergens voor kiezen om dat te gaan plaatsen. Als je naast een spoorbaan gaat wonen, dan weet je dat die spoorbaan er zit. Als je naast een discotheek gaat wonen, dan kun je verwachten dat je iets meer geluidsoverlast hebt. Als je in een hutje op de hei gaat wonen, kan je er van uitgaan dat bijna niemand je stoort. Maar als je nu grote structurele veranderingen gaat doorvoeren, dan heeft dat wel degelijk impact. Dan zou je er dus ook voor kunnen kiezen om iets niet te doen. Dat wilde ik even meegeven. De voorzitter Dank u wel. De wethouder op dat punt. Wethouder Spek Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde volgens mij geen vraag. Er is inderdaad verschil tussen: weet je het van te voren of ontstaat er iets? Ik kan u vertellen dat we in de komende periode - continu is Sliedrecht in beweging. Waar eerst een leeg ziekenhuis stond, wordt nu gebouwd en zijn er 100 woningen waar straks misschien 200 of 300 mensen wonen. Dus er is continu beweging in ons dorp.

Wat het mooie van de gemeente Sliedrecht is, is dat we daar even aan moeten wennen, dat we daar ook wel eens op mopperen, maar dat we daarna gewoon dat leren verdragen en er met elkaar de goede balans in weten te vinden. De voorzitter De heer Brandwijk. De heer Brandwijk Dank u wel. Voor die constante beweging, op zich vóór; wij zien ook graag dat er haast gemaakt wordt met plannen. Wel jammer dat er voor het ziekenhuis 44

geen starterswoningen zijn, maar (…) Nou, ik kan het niet betalen en ik zie mezelf als starter. Maar daarbij wel te voorkomen dat Sliedrecht geen enorme bouwput wordt en we zien op dit moment best wel veel projecten die tegelijk naast elkaar lopen. Dus ik zou het college dan vragen om in de planning van alle grote projecten en alle werkzaamheden die plaatsvinden, er wel rekening mee te houden. De voorzitter Dat is misschien een ander onderwerp, maar de oproep is goed verstaan, denk ik. Wethouder Spek Heel goed verstaan, voorzitter en na de vergadering nog even over die starterswoningen op het Wilhelminakwartier. De voorzitter Dat is een toezegging. Wethouder Spek Nou, nou…. als die maar niet genoteerd wordt, want dit is gewoon even een afspraak, zeg maar. De voorzitter De heer Pauw heeft ook een vraag. Gaat uw gang. De heer Pauw Voorzitter, de beoordeling van de amendementen van het college gaat nog komen, denk ik, maar door een dusdanig vurig betoog van een minuut of 10 hoe geweldig het allemaal in Sliedrecht is om overal te wonen waar je woont en dat je met elkaar rekening moet houden, zou ik wel graag van het college willen weten hoe u er dan tegen aankijkt dat het AZC weg moet als we daar woningen gaan bouwen; als je dat betoog volgt, kan het makkelijk naast elkaar staan. De voorzitter De wethouder.

Wethouder Spek Voorzitter, wij hebben met elkaar gezegd – nou, u brengt me toch op het idee, dat is ook één van de adviezen van de MAG - misschien moet je het wel zó neer gaan zetten en zo vorm gaan geven, dat wordt dan nog wel een ander verhaal, hoor, dan komen we nog wel een keer bij u terug, maar misschien moeten we het wel zo neerzetten dat het inderdaad straks als het niet meer nodig is, gewoon geïntegreerd kan worden in de wijk. Anders is het zo dat het een tijdelijke locatie is en een tijdelijke locatie geeft ook aan dat qua levensduur en zo, het niet zal blijven staan als woningen. De voorzitter Gaat u verder met de beantwoording van de resterende vragen. Wethouder Spek Er zijn een aantal zaken die natuurlijk ook door de insprekers zijn genoemd; een deel daarvan heb ik ook al genoemd. Zoals de tijdelijke initiatieven met permanent karakter zoals jullie dat noemden – nogmaals, een AZC transformeren in de wijk, dat zijn van die zaken waarvan we op een spoor zijn gezet waar we echt ook over moeten nadenken. De rol van het COA, dat is misschien nog wel eentje waar ook inspreker Cammeraat nogal - ja, die had mij er ook over gemaild. Dat is echt ook wel een verlegenheid.

In die zin van, ik heb het net ook buiten al even tegen hem gezegd van: kijk, als wij echt serieus zeggen, wij gaan praten met het COA op het moment dat we de wensen en bedenkingen van de raad hebben, dan is het aan de andere kant ook raar om voordat we de wensen en bedenkingen hebben, te zeggen van: COA, kom maar praten. Dus dat is wel het spanningsveld waar ik in gezeten heb en misschien hoort dat ook wel bij de categorie van de VVD ‘wat heb je er nou van geleerd?’ Maar de afweging is echt geweest: om het zo zuiver mogelijk te houden, hebben wij gezegd van, het COA is op dit moment helemaal geen partij. Misschien krijgt het college van de raad helemaal niet de gelegenheid om met het COA te gaan praten, moeten ze een idee hebben. Dan is het natuurlijk ook zonde van hun tijd geweest. Dus vandaar ook dat we het op deze manier gedaan hebben. Het COA zal zeker een rol spelen in de rest van het participatietraject. De voorzitter Mevrouw Visser en de heer Brandwijk hebben een vraag daarover. Allereerst mevrouw Visser.

45

Mevrouw Visser Voorzitter, ik hoor de portefeuillehouder nu voor de tweede keer zeggen: ik kon niet gaan praten voordat ik de wensen en bedenkingen van de raad kende. Aan het begin van zijn betoog heeft hij ook gezegd dat hij behoefte had aan wensen en bedenkingen van de raad. Waarom komt dit college dan met een raadsbesluit om de raad geen wensen en bedenkingen in te laten dienen? Ik word er nu echt een beetje… en toen was het antwoord: ik kom er later in mijn betoog op terug. Ik denk: nou, bij participatie gaat hij het vertellen: de raad heeft ook een positie, maar weer niet. En nu gaat hij het weer zeggen. Ik wil er nu echt antwoord op hebben. De voorzitter Misschien mag ik u als voorzitter van uw raad ook nog iets meegeven. De griffier wees mij daar ook terecht op. Het kan niet zo zijn dat een college een voorstel neerlegt met een open vraag. U moet een voorstel krijgen waar u ja of nee op kunt antwoorden, voor of tegen kunt zijn. Dat is ook een redengeving waarom deze formulering mogelijk door het college is gekozen, maar dat is in ieder geval een formele reden die van belang is in de besluitvorming in de raad.

Heeft namens het college de wethouder nog iets toe te voegen? Wethouder Spek Wij wilden het ook in die zin zuiver houden dat wij zeiden: er zullen wensen en bedenkingen zijn, maar die wensen en bedenkingen, die komen vanuit de raad en de raad zal dan zelf met elkaar in debat moeten gaan, dat op schrift moeten stellen en er zal een meerderheid voor gevonden moeten worden, waardoor het haarscherp en superduidelijk is van: dàt zijn de wensen en bedenkingen van de raad. Dat is gewoon een technische kant van, net heeft u ook een technische toelichting gekregen van de griffier via de voorzitter en ik voeg daar nog aan toe: dat is de meest duidelijke manier dat als er wensen en bedenkingen zijn, dan is dat 100% wensen en bedenkingen van de raad. De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Visser Voorzitter, ik wil daar toch op reageren. U legt een raadsbesluit aan ons voor. Als college komt er een voorstel. Nou, daar mag je alles in schrijven. Daar mag je ook schrijven dat de lucht groen is, want dat is alleen maar een begeleidende tekst. Ook daarin had opgenomen kunnen worden van: we stellen dit wel voor, maar we gaan er vanuit dat er wel wensen en bedenkingen komen. Dat staat er niet in. Maar met de uitleg die u nu geeft om gewoon te zeggen: het besluit zal zijn dat de raad geen wensen en bedenkingen heeft, heeft u wel een heel groot risico in mijn ogen genomen.

Want dan had u ook het risico gelopen dat hier een raad zat, zelfbewust genoeg om te zeggen: we hebben wèl wensen en bedenkingen, we stemmen gewoon tegen. De voorzitter De wethouder. Wethouder Spek Voorzitter, volgens mij hebben wij in de besluitvorming u zoveel mogelijk in positie gebracht. We hebben dus niet alleen vroegtijdig, maar ook in de technische vorm de meest zuivere vorm gekozen. Wij hebben een voorstel. U heeft wensen en bedenkingen en u gaat met elkaar in gesprek. En als meer dan 11 handen de lucht in gaan voor uw wensen en bedenkingen, dan is dat het lijstje wat ik in mijn binnenzak moet stoppen in het verdere proces. De voorzitter En dat gaan we later in deze vergadering zien. De heer Brandwijk nog op dit punt? De heer Brandwijk Ook op dit punt. U gaf net zelf als voorzitter aan met het ja/nee stemmen, dat een referendum een goed idee is, dus ik hoop uw reactie op het initiatiefvoorstel snel te zien, als college zijnde. Dan haalde de wethouder net even aan het COA. Ik heb in mijn verhaal ook aangehaald dat ik met het COA gebeld heb. Eerst had ik een hele aardige mevrouw aan de telefoon, die beantwoordde al een aantal vragen. Daarna zei ze, ik zal u nog even terug laten bellen. Toen werd ik gebeld door de persvoorlichter van Zuid-Holland.

Die gaf aan dat ze meer dan bereid was om in gesprek te komen, ook als we in een vroeg stadium zaten, ook als ze nog niet zo betrokken zijn, juist om die zorgen mee te nemen. We hebben een vergaderstructuur waarin het ook 46

mogelijk is om gasten te ontvangen. Waarom zegt het college nu, en een wethouder, dat het COA geen gesprekspartner is, dat het te veel moeite is voor het COA, terwijl het COA hier helemaal voor open staat? De voorzitter De wethouder. Wethouder Spek Voorzitter, ik heb geen één keer gezegd dat het initiatief om niet te komen bij het COA ligt. Wij hebben gekozen om te zeggen van, wij hebben het voornemen om met het COA in gesprek te gaan en voorafgaand daaraan willen wij wensen en bedenkingen bij de raad. Die volgorde. En natuurlijk, het COA zit ook aan die regietafel, dus het wil niet zeggen dat ik nog nooit met het COA gesproken heb, maar wij hebben nog geen onderzoek laten doen. Wij hebben alleen gezegd: dit is het aanbod van Sliedrecht in die streek en pas na vanavond zal er ook daadwerkelijk op locatie gekeken gaan worden over wat in die strook wellicht de meest geschikt plaats is. Dat vonden wij een zuivere manier. Als u zegt van, nou, voortaan moet u maar iedereen die eventueel – nou ja. Dit is de keuze die het college gemaakt heeft en zegt u van, is dit de beste keuze geweest? Nou, u vraagt: waarom hebt u het zo gedaan? Dit is de reden geweest. De voorzitter De heer Brandwijk in tweede instantie. De heer Brandwijk Dank u wel, meneer de voorzitter.

Moet dit altijd bij alles? Nee, maar als ik gezien heb de beantwoording op onze technische vragen, maar ook de vragen van anderen en als ik de zorgen zie ook bij andere fracties, had het goed geweest om daar mee in gesprek te gaan. Jullie hebben een andere keuze gemaakt. Ik had ook een andere keuze, maar ik heb dus nu zelf contact, dus ook wel antwoord gekregen, maar ik had graag gezien dat het college die rol gepakt had. De voorzitter De heer Spek nog een reactie daarop? Wethouder Spek Nee, voorzitter, ik hoorde geen vraag. De voorzitter De heer Van Wijngaarden tenslotte nog en dan gaan we over naar het volgende onderdeel. De heer Van Wijngaarden Dank u wel, voorzitter. Misschien dan een aanvullende vraag en dat is: op welke wijze denkt het college het COA in het vervolg te gaan betrekken? De voorzitter Dank u wel. De wethouder. Wethouder Spek Ja, voorzitter. Het COA. Op het moment dat er een geschikte locatie is, dan zal in de participatieproces en ook in de gesprekken met direct betrokken, maar ook wellicht in bijeenkomsten die we organiseren voor alle inwoners het COA daar ook wellicht bij aanwezig om daar de informatie te geven, net de vormen die er zijn. Misschien is het dan wel goed om dan gelijk aan te haken bij één van de opmerkingen die het CDA maakte: dat ik inderdaad eigenlijk hoop en wil dat er zoals het CDA het noemde, een extern aanspreekpunt komt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/464/documents/6372