Notulen besluitvormende vergadering 4 juli 2023.pdf
Tekst van het document
De heer Van der Plas Ja, voorzitter, ik was ook even naarstig op zoek naar het amendement, want daaruit las ik eigenlijk dat het college maar moet zien hoe het gat wat in de begroting daarmee ontstaat, wordt gecompenseerd. Mij is vaak verteld dat als je een idee hebt wat geld kost, dat je daar dan ook moet aangeven hoe je dat financieel wil oplossen. Dat wordt nu een klein beetje over de schutting gekieperd door te zeggen van: zoek het maar uit op het moment dat je de begroting gaat maken, als dat woord er maar niet meer in staat en het bedrag nog hetzelfde is. Daar komt het een beetje op neer in 46
mijn beleving. Zouden PRO Sliedrecht en Slydregt.NU het acceptabel vinden als het ontstane tekort bijvoorbeeld uit de WOZ-opbrengsten zou komen? De voorzitter Dank u wel voor uw vraag. De heer Verheul. De heer Verheul Voorzitter, wij geven inderdaad het college een vijf/zes maanden de tijd om met een creatieve oplossing te komen om voor deze mogelijke tekorten of wegvallen van deze inkomsten een alternatief te vinden, ja. Die bal laten we ook bewust bij het college. Die vullen wij niet zelf in. En of dat effect gaat hebben op de OZB: dat betwijfel ik, voorzitter. De voorzitter Ik zie ook nog een vraag van de heer Ippel en de heer Van Rossum. Eerst de heer Ippel. De heer Ippel Dank u, voorzitter. In het verlengde eigenlijk ook van wat de heer Van der Plas al vroeg: er worden natuurlijk ook kosten gemaakt voor honden. Volgens mij, als ik zo even verzin is dat de enige diersoort waar we ook behoorlijk wat kosten voor maken. Dus in die zin zou het wel terecht zijn als er een stuk hondenbelasting geheven kan worden. We hebben uitrenvelden, we hebben de hondenpoepzuiger en nog wat andere zaken. Maar als dit afgeschaft wordt, dan zou u ook nog kunnen denken, dan zou je die faciliteiten op kunnen heffen. Is dat één van de opties die ook in dat idee zijn van PRO Sliedrecht en Slydregt.NU? De voorzitter Dank u wel. De heer Verheul. De heer Verheul Nou ja, voorzitter.
Het afschaffen van deze faciliteiten hoeft niet per definitie onze eerste keuze te zijn. Als dat een keuze is die het college voorlegt, want dat vragen we: kom in november met de dekking ervan of opties, dan willen we daar gerust naar kijken. Maar dat hoeft niet per definitie onze eerste oplossing daarin te zijn. Wat mij opvalt, voorzitter, en dat is al jaren zo: men kijkt heel erg financieel naar deze belasting, maar de belasting die we heffen - een hond biedt veel meer dan alleen een simpel dier. Het is inmiddels onderdeel van een gezin, nou, ik ga in herhaling vallen. Wij vinden het gewoon belangrijk dat dat ook gewoon kan plaats vinden en we vinden deze belasting niet meer doeltreffend. De voorzitter Dank u wel. De heer Van Rossum heeft ook een vraag. De heer Van Rossum Dank u wel, voorzitter. Ik zou toch de heer Verheul wel willen uitdagen tot één uitspraak en dat geldt eigenlijk ook voor Slydregt.NU. Moet de dekking gevonden worden in minder dingen doen, of in meer geld ophalen? Dus, gaan we toch minder doen, of gaan we belasting verhogen? Ik laat het vervolgens aan het college welke belasting dat wordt. En toch een klein voorschot ook op de onderbouwing die u geeft over de rol van een hond: een huis heeft ook een belangrijke positie binnen in een gezin, in het geven van een dak et cetera en dat vinden we ook prima om te belasten.
Dus die redenering kan ik niet helemaal volgen. Het is voor ons, laat ik ook een voorschot nemen op de discussie, toch vooral ook een financiële afweging omdat het gewoon gaat om een bedrag van ongeveer € 87.000,-, geloof ik, per jaar. De voorzitter Dank u wel voor uw vraag. De heer Verheul. Twee vragen eigenlijk. De heer Verheul Ja, ik hoor ze, voorzitter. Ja, ik vraag me af hoeveel tijd ik moet steken in de beantwoording, aangezien de heer Van Rossum toch al aangeeft geen enkele steun te kunnen verlenen aan dit amendement. De voorzitter Het is wel netjes dat u gewoon ook iedere vraag probeert te beantwoorden die gesteld is. U gaat wel over uw eigen antwoord. Ja. De heer Verheul Gelukkig ga ik inderdaad over mijn eigen antwoord, voorzitter. Voorzitter, ik moet eerlijk zeggen dat ik de eerste vraag niet helemaal scherp heb; misschien dat meneer Van Rossum die nog even kan herhalen. 47
De heer Van Rossum De eerste vraag was, toch een beetje richting geven: gaan we minder doen of gaan we meer geld ophalen? Dus, die € 87.000,-, hoe ziet u in grote lijnen hoe het college dit moet gaan oplossen? Dat is dezelfde vraag die we ook stellen aan Slydregt.NU. De voorzitter Allereerst de heer Verheul. De heer Verheul Ja, voorzitter, die € 87.000,-; dat bedrag is opgebouwd uit een aantal dingen. Het innen ervan. Het innen valt dadelijk weg. Het stukje handhaven, boa’s. We betalen een paar uur per week, nog niet eens per jaar, de boa’s. Die kosten vallen er ook vanaf. Voorzitter, zolang wij als gemeente Sliedrecht nog € 1.300.000,- over hebben voor een stuk grond waar we niks mee doen, € 700.000,- voor een onderzoek naar een raadhuis, 500.000 euro kostenverhoging voor een verbouwing, dan snap ik oprecht niet dat u nu zulke kritische vragen stelt en op dat moment uw fractie compleet stil is. Want daar gaat het wel om, voorzitter. De voorzitter Dan heeft de heer Van Rossum nog een vervolgvraag en de heer Jongeneel wordt ook nog uitgenodigd om een antwoord te geven op de vraag die aan hem gesteld is. Of de heer Brandwijk. Maar eerst de vervolgvraag van de heer Van Rossum. De heer Van Rossum Dit gaat volgens mij gewoon heel erg over fundamenteel. Kijk, wat u doet is, u gaat incidentele uitgaven vergelijken met een structurele dekking in de begroting. Zo werkt het niet.
Dit gaat echt over de exploitatie en het exploitatietekort dat u nu vergroot en dat is echt wat anders dan vijf ton extra op een investering doen. Dus de vraag is, hoe gaat u het exploitatietekort dat u realiseert in de begroting, dekken? Dat kunnen we niet met eenmalige inkomsten dekken. De voorzitter Dank u wel. De heer Verheul. De heer Verheul Ja voorzitter, ik hoef denk ik geen discussie aan te gaan met de heer Van Rossum dat als je eenmaal iets kwijt bent, waar je door de jaren heen ook elke keer nog een bepaald bedrag voor kon afschrijven en ga zo maar door – ja, voorzitter, ik wil nog heel graag het debat in. Als de heer Van Rossum een optie weet waardoor die denkt, hé, daar kunnen we het amendement wel steunen, dan hoor ik het van harte. Maar als dat niet het geval is, dan laten we het hier toch echt gewoon bij. De voorzitter Voordat u verder gaat mag de heer Brandwijk nog een antwoord geven als mede indiener van het amendement op de vraag van de heer Van Rossum. De heer Brandwijk Ja, dank u wel, meneer de voorzitter. Het is natuurlijk niet heel gebruikelijk dat ik nu bij het debat betrokken word, maar dank u wel voor de mogelijkheid om even te reageren. Allereerst is dit weer een nieuwe ontwikkeling van de VVD dat ze staan te juichen voor belastingen; dat is wel leuk.
Even om ook te reageren op: wat zou je dan willen? Juist nu door de vertraging van veel projecten maken we vaak incidenteel enorme kosten. Echt enorme kosten. Tonnen uitloop. Als we daarmee zouden stoppen, hebben we echt wel geld over om deze hondenbelasting af te schaffen en ook structureel te dekken. We hebben nu incidenteel bijna elk jaar miljoenen, echt bijna een miljoen wat we dan moeten uitgeven en dat vind ik veel te gek. En dat kan ik inderdaad, net zoals de heer Verheul, ook gewoon niet bij elkaar rapen. De voorzitter Dank u wel. Dan laten we het hierbij omdat, we zijn in de inbreng van de heer Verheul, die nog één minuut heeft voor de rest van zijn spreektijd. De heer Verheul Nou voorzitter, ik kan me bijna niet voorstellen dat ik veertien minuten zuivere spreektijd heb gehad, maar goed, dan gaan we afronden. Voorzitter, het laatste onderwerp hebben we het over DuPont Chemours. Een aantal fracties hebben dit al aangehaald en het gaat niet best. Wij balen van de toon en de wijze waarop de gemeente Sliedrecht momenteel communiceert. Het is gewoon emotieloos; het is een slappe 48
reactie. Wat dan wel weer bijzonder is, is dat individuele woorden van wethouder Spek bij een opening van het PFAS-meer of het Zwanenmeer, ik weet even niet meer hoe het heet, dat die veel sterker zijn en veel persoonlijker en daar complimenteren wij de heer Spek ook mee. Wij hadden alleen graag gezien dat het namens heel de gemeente zou zijn en niet alleen namens één enkele wethouder. Compliment aldaar. Voorzitter, de motie is officieel al ingediend door de heer Van Wijngaarden. Die is mede namens ons, dus uiteraard steunen wij die. Ja, de minuut is om, dus ik denk dat ik het hierbij laat, voorzitter, voor de eerste termijn. De voorzitter Dank u wel, de heer Verheul. Zijn er nog vragen aan de heer Verheul? Dat is het geval. De heer Ippel, gaat uw gang. De heer Ippel Ja, met name even op dat laatste punt van Chemours. De fractie van PRO Sliedrecht heeft ongeveer iedere voorgaande spreker gevraagd wat ze vinden van de onbereikbaarheid van de gemeente. Ik denk: nou, nou komt er wat in de bijdrage van PRO Sliedrecht zelf wat ze daar exact mee bedoelen. Ik had het natuurlijk ook op een eerdere interruptie kunnen doen, maar, die onbereikbaarheid: kunt u daar wat vertellen wat de ervaringen zijn? Was het nummer echt niet bereikbaar? Zat er niemand achter, of zat er niemand in Dordt? De voorzitter Dank u wel. De heer Verheul. De heer Verheul Ja, voorzitter.
Ik zou natuurlijk als fractievoorzitter hier prima inhoudelijk op kunnen reageren, maar de enige binnen onze fractie die echt het Dupont Chemours dossier heeft en daar ook expert in is, is de heer Pauw. De heer Pauw komt mogelijk in de tweede termijn ook als woordvoerder voor de ruimtelijke ordening daar met iets over, dus als u het goed vindt laat ik de vraag over aan de heer Pauw en die kan in de tweede termijn daar op reageren. De voorzitter Prima. Dank u wel. Zijn er nog andere vragen aan de heer Verheul? Dat is het geval. De heer Dunsbergen, gaat uw gang. De heer Dunsbergen Ja, dank. De heer Verheul sprak in zijn woordvoering over dat er meer focus moest komen op Sliedrecht Zuid en dat hij eigenlijk vond dat er nu te veel aandacht uitgaat naar Sliedrecht Noord. Maar dat vind ik eigenlijk gek, want volgens mij zou het ene het ander niet moeten uitsluiten. Volgens mij is het zo dat als je kijkt naar kernopgave 2, die gaat natuurlijk heel erg in op Sliedrecht Noord, en juist kernopgave 1 meer op Sliedrecht Zuid, want dat is nu al bewoond.
Dan zou het toch eigenlijk zo moeten zijn dat we allebei moeten doen? Dat we in die kernopgave 1, dat we Sliedrecht veiliger en inclusiever maken om het zo maar even te noemen, maar dat we daarnaast ook nog aandacht blijven besteden aan die ruimtelijke vernieuwing? Want ook als ik kijk naar het College Werkprogramma, dan zie ik dat het ook de insteek is om het met elkaar te doen, die sociale en die ruimtelijke vernieuwing, dat is nodig om Sliedrecht vooruit te helpen. Ik ben wel even benieuwd hoe hij er tegenaan kijkt. De voorzitter Dank u wel. De heer Verheul. De heer Verheul Voorzitter, wat ik namens onze fractie en mij heb proberen te zeggen, is dat bij ons de indruk is ontstaan dat er heel veel tijd, ambtelijke capaciteit in Sliedrecht Noord en de fly-over gaat zitten. Dat terwijl we minder ontwikkeling - natuurlijk, ik gebruik het woord minder - minder ontwikkelingen zien op een project zoals bijvoorbeeld het Winklerplein, de verplaatsing van VV Sliedrecht, het Watertorenterrein. En natuurlijk: het is soms lastig, we zijn niet overal in the lead. Want soms is de grond niet van ons. Maar wij bespeuren gewoon daar iets minder voortgang.
Je kijkt naar de stukken, je kijkt wat er voor volgend jaar gepland is en wat je vanuit je omgeving hoort en dan bekruipt gewoon ons het gevoel, ik heb ook daadwerkelijk het woord gevoel gebruikt, dat de focus heel erg ligt op Sliedrecht Noord en de fly-over en de rest eigenlijk een beetje – nou, ik wil niet zeggen achterblijft, maar, nou ja, we zien daar veel minder progressie op dit moment. 49
De voorzitter Dank u wel. Er is nog een vervolgvraag van de heer Dunsbergen. Gaat uw gang. De heer Dunsbergen Ja, toch een laatste vraag, want als ik kijk naar de vergadering die wij vorige week maandag met elkaar hebben gehad, hebben we het een hele avond gehad over de binnenstedelijke herstructurering, over wat we gaan doen aan de Zuidkant van de A15. En volgens mij is daar heel veel aandacht aan besteed, is daar ook heel veel ambtelijke capaciteit aan besteed. Dus dat is toch eigenlijk al een antwoord op zijn gevoel? De voorzitter De heer Verheul tenslotte. De heer Verheul Ja, voorzitter. Wat mij opvalt is dat enkele raadsleden hier zich heel erg focussen op stenen en verbouwingen en dingen. Het gaat ons om veel meer. Het veiligheidsgevoel. Ik bedoel, het loog er niet om, het is nog verder gezakt en het was al niet hoog. Dus het gaat om ons om veel breder dan alleen een stukje stenen of aanpassen van woningen. Ja voorzitter, ik weet niet hoeveel nadere toelichting ik nog moet geven; het gaat bij ons echt veel breder dan nieuwe straten, nieuwe gebouwen of nieuwe wijken. De voorzitter Tenslotte, de heer Dunsbergen als laatste keer in deze ronde en dan de heer Van Wijngaarden. De heer Dunsbergen Dank, want dit is inderdaad de laatste opmerking die ik wil maken.
Want volgens mij is het ook zo dat als het gaat om de ruimtelijke vernieuwingen, dat er ook andere mensen aan werken dan als het gaat over de veiligheid of als het gaat over sociaal. Dus het is ook niet zo dat je zomaar kan zeggen van, nou, we gaan even wat ambtenaren die zich bezighouden met de fly-over, dat je die zomaar op de sociale visie gaat plaatsen, dus daarin spreekt hij zichzelf natuurlijk ook tegen. De voorzitter De heer Verheul. De heer Verheul Ja voorzitter, ik wilde mijn vinger opsteken, maar ik sta hier al. Voorzitter, ik ben het niet helemaal eens met de heer Dunsbergen, want de heer Dunsbergen was er volgens mij ook bij toen wij op zaterdag geïnformeerd werden over wat er bij nieuwbouw komt kijken. Het is niet alleen een huis ergens plaatsen, maar je verandert iets aan een sociaal gebied, aan economisch vlak en ga zo maar door. Dus wij gaan er vanuit dat als men een woonwijk wil plaatsen, dat niet alleen een stedenbouwkundige daar naar kijkt, maar ook iemand van sociaal, die zegt: wat is daar de impact, wat moeten we daar voor regelen? En iemand van economie, van: wat hebben we nodig om dat, enzovoort. Dus onze aanname is dat als we het hebben over een nieuwe wijk, een nieuwe straat dat er wel hopelijk breder wordt gekeken dan alleen: hoe staat een huis daar bij en wat voor kleur dak kiezen we? De voorzitter Dank u wel.
Er is ook nog een vraag van de heer Van Wijngaarden, gaat uw gang. De heer Van Wijngaarden Ja voorzitter, dank u wel. Nou, de kleuren van de daken, daar wil ik me zeker verre van houden - dat is zo detaillistisch, dat vind ik geen onderwerp voor de raad. Maar goed, ik heb toch het idee dat wij verschillende beeldvormende vergaderingen hebben meegemaakt. Want het is helemaal niet mijn beleving dat we alleen maar bezig zijn met stenen; juist niet. Die hele schuifoperatie gaat er juist ook om dat er een heel stuk vergroening plaatsvindt, ook om sociale cohesie te bevorderen, ook één van de onderwerpen dat volgens mij tijdens de behandeling van de Groen van Prinstererlocatie expliciet aandacht heeft gehad. Dus ik heb juist het idee dat we dat doen en dat we dus al die verschillende aspecten van ook het sociale meenemen. Maar je zult eerst fysiek in moeten tekenen: hoe denken we dat dit überhaupt te realiseren is? Vervolgens zijn die andere stappen het vervolgproject, maar ik heb niet het idee dat dat niet gebeurt. Dank u wel. 50
De voorzitter Dat is een statement van de heer Van Wijngaarden. Wilt u daar nog op reageren? De heer Verheul Ja, voorzitter, heel kort. Want ik heb niet proberen te zeggen dat er niets gebeurt. We zien alleen dat de focus op een ander accent ligt. Ik hoop het daarmee een klein beetje te nuanceren. Ik bedoel, we kunnen een mooi debat daar over voeren of we doen dat in de pauze dadelijk even met de heer Van Wijngaarden, maar ik denk dat het voor nu niet meer is dan dat. De voorzitter Dank u wel. Zijn er nog andere vragen aan de heer Verheul? Dat is niet het geval. Dan dank ik u zeer, dan mag u gaan zitten en gaan we naar de laatste fractie die het woord krijgt in deze algemene beschouwingen. Dat is allereerst de heer Ippel over de Kadernota; vervolgens geef ik graag het woord aan de heer Oostrom waar het gaat om het programma ruimtelijke vernieuwing. De heer Ippel heeft het woord. De heer Ippel Dank u, voorzitter. Bij een nieuwe start van een cyclus is het ook goed om even terug te kijken naar het grondbeginsel van waaruit je handelt. Niet alle partijen hebben dat vanmiddag letterlijk uitgesproken, maar het mag duidelijk zijn dat elke partij naar de plannen kijkt door eigen bril: het liberalisme, sociaaldemocratisch. Voor ons is het moment om onze bijdrage ook in te kaderen langs Bijbelse normen en waarden.
Ik dacht eerst, moet ik het doen? Maar als de fractievoorzitter van PRO Sliedrecht het doet, dan kan ik natuurlijk niet achterblijven. Ruim een jaar geleden, bij het aantreden van dit college, heb ik woorden gebruikt uit het Bijbelboek Spreuken. Dat was naar aanleiding van een enkele les van de wijze koning Salomo en dat ging over wijsheid. Daar sloot de fractievoorzitter van PRO Sliedrecht ook bij aan. Toen heb ik de allegorie beschreven waarin wijsheid en verstand als twee personen beschreven werden - ik ga dat niet overdoen, maar kortweg kwam het neer op het volgende. Dat echte wijsheid volgens Salomo verstandige doordachtzaamheid is. En dan niet zomaar naar normen, maar die van God volgens de 10 geboden. Zoals u zult weten zijn de 10 geboden ook de basis geweest van hoe wij hier in Nederland onze omgangsvormen hebben geregeld. Die bestaan uit twee delen. Het eerste gaat over de verhouding tot God, de verticale lijn, maar waar ik vandaag juist op wil richten is de horizontale lijn: hoe gaan we om met onze naasten? Door Jezus is zelf gezegd dat het tweede deel gelijk is aan het eerste deel. Kortom, onze naaste liefhebben als onszelf. Voorzitter, als je dan door die bril naar deze Kadernota gaat kijken, dan is de mening van de SGP-ChristenUnie fractie dat er heel wat aandacht is voor onze inwoners, de naaste dichtbij, in dit geval.
De Koers 2030 is het uitgangspunt, waarbij het goede gezocht wordt voor àlle Sliedrechters. Er staan drie kernopgaven in; die kennen we allemaal, ondersteund door de slagvaardige organisatie. De ingezette koers wordt in onze ogen wel zichtbaarder. We willen daarbij ook benadrukken dat de fors verbeterde opzet van de P&C-cyclus producten ons meer houvast biedt. Ook al is het in grote lijnen: het is eenvoudiger te volgen. Kaderstellende nota. Je kunt natuurlijk discussiëren over de controlerende vorm, maar wij denken dat deze producten duidelijker, toegankelijker, leesbaarder zijn. Dus we willen in dat opzicht ook complimenten geven voor deze vorm. Complimenten ook voor de hele organisatie die betrokken is bij het opstellen van de Kadernota, want complimenten geven is ook aandacht hebben voor je naaste. Voorzitter, u zei het al. Wij hebben hem geknipt, deze algemene beschouwingen. Een deel wat over de Ruimtelijke Vernieuwing gaat zal door de heer Oostrom gedaan worden en daarom wil ik naar de inhoud voor wat betreft de inspanning van het college op het sociale vlak. Er is al veel goed geregeld in Sliedrecht. Ik noem hier het Bonkelaerhuis, waar in de regio ook met respect over wordt gesproken.
Er wordt hier gesproken over plannen om nieuwe uitdagingen het hoofd te bieden; met name de voortzetting van het buurt- en wijkbeleid getuigt van veel inzet voor het goede te zoeken voor ál onze naasten. In 2024 gaan er weer mooie vervolgstappen gezet worden in het herstructureren van Sliedrecht. Dat is een project wat naast verbetering van huisvesting et cetera ook gevolgen gaat hebben voor veel inwoners van Sliedrecht. Sommigen zullen moeten verhuizen en zullen in een totaal andere buurtcultuur terecht kunnen komen. Anderen zijn oud en zien misschien enorm op tegen deze ingrijpende veranderingen. Maar zeker bij een groot, langdurig herstructureringsproject vraagt dit ook om een sociaal plan, ook bij de probleemwijken en de wijken in ontwikkeling. 51
De voorzitter Voordat u verder gaat: de heer Dunsbergen heeft een vraag. De heer Dunsbergen Ja, dank u wel. De heer Ippel noemde in zijn woordvoering dat hij zegt van, het is goed dat we in de Kadernota lezen dat die buurt- en wijkagenda's doorgang vinden. Dat is in ieder geval wat hij zei. Dan ben ik wel even benieuwd welke Kadernota hij dan gelezen heeft, want ik heb dat eigenlijk niet gevonden, dus ik ben even benieuwd waar hij dat dan vandaan haalt. De voorzitter Dank u wel. De heer Ippel. De heer Ippel Dat is een goed punt. Ik wil daar straks ook in mijn volgende alinea verder op ingaan, want het wordt geraakt. Misschien heb ik het te positief benoemd, maar wij hebben ook het gevoel dat er veel aandacht is voor mensen die vallen onder de WMO, onder de jeugdzorg. Daar wordt veiligheid en inclusiviteit met name voor bedoeld. Die kernopgave doelt u natuurlijk op, waar ik ook op doel, maar er zijn ook veel mensen in de buurten die daar juist niet onder vallen, maar wel aandacht zouden kunnen gebruiken, om te voorkomen dat ze dan ook zelf zorg nodig hebben. Wij vinden het daarom ontzettend belangrijk dat de verschillende betrokken partijen met Tablis om tafel gaan en bespreken welke sociale begeleiding er allemaal nodig is. Onze fractie heeft daarover ook contact gehad met Tablis en daar blijkt bijvoorbeeld één wooncoach in dienst te zijn.
Dat is natuurlijk mooi, maar als je echt buurtwerk op gaat pakken is dat wel heel weinig. Daarom: als fractie van de SGP-ChristenUnie kunnen wij ons voorstellen dat er dan meer oog moet komen voor de individuele bewoner middels samenwerking met welzijnswerk, de gemeente en Tablis. Maar voorzitter, wij zouden ook en dan los van allerlei uiterlijke dingen die nu benoemd worden, de aandacht willen vragen aan het college en ook of dat er straks een reflectie op kan komen, of daar echt oog is voor een sociaal plan. Dat is namelijk een bruggetje naar twee eerdere fractievoorzitters die hierover gesproken hebben: Slydregt.NU over de verpaupering in oost en west die ze zien en aan de andere kant het CDA; die kwam met weinig concrete oplossingen. Daarom hebben wij een voorstel, ook in de vorm van een motie en die heet de Lief- en leedstraten. Het is wellicht een begin, maar… De voorzitter Voordat u de motie gaat indienen heeft mevrouw Visser nog een vraag over wat u net zei. Mevrouw Visser. Mevrouw Visser Ja, voorzitter. De heer Ippel, namens zijn fractie, had het over in eerste instantie samenwerking, toen had hij het over de één wooncoach binnen Tablis en toen ging het ineens naar een sociaal plan en nu ben ik zoekend naar wat het verband is.
Kijk, ik snap op zich dat als je gaat herstructureren, dat je daar een fantastisch sociaal plan voor moet hebben en dat wij als gemeenteraad daar invloed op moeten hebben, want wij zijn de volksvertegenwoordigers. Maar waar zit nou de verhouding voor zijn fractie met die wooncoach van Tablis? De voorzitter Dank u wel voor uw vraag. De heer Ippel. De heer Ippel Dat is een goede vraag. Misschien dat ik daar wat te snel doorheen ging. Ik kort sommige stukjes in mijn woordvoering af omdat de voorzitter redelijk streng op zijn tijd zit en ik wel al mijn punten wil raken. De voorzitter U bent net begonnen; gaat uw gang. De heer Ippel Ik moet ook nog heel veel, voorzitter. Het punt is en dat is ook waar de heer Dunsbergen net om vroeg, denk ik: als je de kernopgave veilig en inclusief ziet, dan is die best wel op het fysieke deel ingericht van herstructurering en allerlei zaken die daar bij komen. Maar het gaat ons juist om het sociale deel, waar u ook op doelt. Dat is logisch. We hebben gedacht van: welke rol heeft de gemeente daarin, heb je ook een woningbouwcorporatie die daar een rol in heeft, de welzijn? We hebben gezocht, dus we hebben ook gevraagd daarom aan Tablis: wat doen jullie daar aan? Nou, die hebben een wooncoach. Ik denk dat dat een goed begin is en dat een woningbouwvereniging dat nodig heeft, maar misschien dat een woningbouwvereniging van deze omvang er wel 52
meer nodig heeft. Maar de vraag is: kunnen zij of willen zij dat financieren? Die hebben natuurlijk ook met budgetten te maken. Maar omdat wij het wel heel belangrijk vinden, hebben we gezegd: daar zou meer voor mogelijk moeten zijn. Zo’n wooncoach of buurtcoach die daar gewoon in de wijk is als er geherstructureerd moet worden, aandacht voor mensen heeft: dat zou gewoon prima zijn. We weten dat het Bonkelaerhuis natuurlijk ook allerlei dingen ontwikkelt, maar daar kun je naartoe. Maar we zouden het ook fijn vinden als mensen ook actief op pad gaan. Vandaar dat we gezegd hebben: zo’n wooncoach, daar zouden er best meer van mogen zijn, maar dat moet je inkaderen in een heel sociaal plan. Daarom zeggen we van: college, portefeuillehouder, kom eens met een reflectie op dat deel, hoe u dat ziet. Zou daar eventueel ruimte voor zijn? Want als we die mensen allemaal gaan benaderen met de vraag: je moet verhuizen, we gaan de omgeving veranderen, dan heeft dat ook sociale gevolgen. Dat heb ik net eerder aangegeven. De voorzitter Dank u wel voor uw toelichting. De heer Ippel Vandaar die richting. Ik hoop dat dat voldoende is. Eén van de invullingen, voorzitter, die we daarin zien, dat is de Lief- en leedstraten.
In de Kadernota worden de veilige veerkrachtige wijken en buurten genoemd, maar dat zei ik net ook al in mijn beantwoording: dat ligt met name op de veilige wijken, terwijl er wat minder over de veerkracht gesproken wordt. Omliggende gemeentes doen op dit vlak nog een aantal aanvullende dingen. Molenlanden kent Buurtattentie, straatambassadeurs. Papendrecht kent ook de Lief- en leedstraten. Dit soort initiatieven zijn bestemd om straten en buurten veerkrachtiger te maken doordat bewoners meer oog gaan hebben voor elkaar. Hoe mooi zou het zijn als er in Sliedrecht ook een dergelijk initiatief wordt uitgewerkt en als daar in 2024 de eerste stappen voor worden gezet? Natuurlijk, er zijn al diverse straten in Sliedrecht waar ieder jaar een feestje wordt georganiseerd, maar in veel andere straten wordt er minder naar elkaar omgezien. Sterke wijken beginnen bij cohesie in die wijken en dat haakt dan ook nog gelijk in op het punt ‘het bestrijden van eenzaamheid’. Want als bewoners elkaar kennen, helpt dat om eenzaamheid terug te dringen. Hier zou bijvoorbeeld ook actief gestart mee kunnen worden in de wijken die heringericht worden. Onze fractie zal straks de motie indienen. Ik neem aan dat ik dat aan het eind doe, voorzitter? De voorzitter Mag ook nu, bij dit onderwerp. De heer Ippel Dan doe ik het nu.
Het dictum van de motie is als volgt, dat de gemeenteraad aan het college vraagt om in het eerste kwartaal van 2024 onderzoek te doen om dit bestaande concept in Sliedrecht toe te passen. Bij dit onderzoek contact te leggen met buurgemeenten Papendrecht en Molenlanden, waar dergelijke concepten zijn uitgerold en waar ook te leren is van de ervaringen, en dit voor het zomerreces 2024 naar de raad te sturen in de vorm van een voorstel. De kosten van dit project, wat wel mee zal vallen, want het gaat om een aantal tientjes per straat, bij wijze van spreken, te verantwoorden in de Voorjaarsnota 2024. De voorzitter Dank u wel. Uw toevoeging dat het meevalt staat niet in de motie. Dat heeft u er even aan toegevoegd in de toelichting. De motie heeft stuknummer M5.3, wordt ingediend door mevrouw De Mul-Donker en maakt daarmee onderdeel uit van de beraadslaging. Er zijn gelijk al twee vragen over. Allereerst mevrouw Visser en dan de heer Brandwijk. Mevrouw Visser. Mevrouw Visser Ja voorzitter, enkele tientjes per straat. Ik weet niet precies hoeveel straten Sliedrecht heeft, hoor, maar ik denk toch dat we het over enkele duizenden euro’s hebben. Dekking wordt niet genoemd en waarschijnlijk is het wel een structureel verhaal; daar laat ik het bij.
Maar wat ik nou zo jammer vind, voorzitter: ik heb hier de laatste periode heel veel gehoord: dat is uitvoering, daar hebben we een college voor, wij moeten het op hoofdlijnen houden. Ik heb daar verder wel mijn eigen gedachten over, maar wij hebben bij de begroting voor 2023 middelen beschikbaar gesteld voor in ieder geval twee wijk- en buurtagenda's voor 2023. Toen er extra geld moest komen voor het College Werkprogramma werden diezelfde wijk- en buurtagenda's genoemd. Ik heb toen 53
de vraag gesteld aan de wethouder van, gaan we dan nog extra wijk- en buurtagenda's in 2023 doen? De voorzitter Ja en uw vraag nu aan de heer Ippel? Mevrouw Visser Nou, de vraag - ik ga nog even verder, voorzitter. Het is nu half 2023. Meneer Ippel heeft waarschijnlijk een andere Kadernota gelezen dan meneer Dunsbergen en ik, want wij hebben nog steeds niets gevonden over de wijk- en buurtagenda. Ik vind het zo jammer dat de fractie van de SGP-ChristenUnie nou met deze motie zo ver vooruitloopt. Laat nou eerst die wijk- en buurtagenda's eens ontstaan en ga dan kijken wat nodig is, in plaats van aan de voorkant zeggen, we gaan Lief- en leedstraatjes maken en dat moet onderdeel uit gaan maken van de wijk- en buurtagenda. De voorzitter Dank u wel. Uw punt is helder. De heer Ippel. De heer Ippel Ik heb niet echt een vraag gehoord, maar als reactie daarop. Mevrouw Visser De vraag, voorzitter, was: waarom gaat de SGP-ChristenUnie op de stoel van het college zitten? De voorzitter De heer Ippel. De heer Ippel Dat zou je dan bij iedere motie kunnen zeggen, natuurlijk. We gaan het college wat extra meegeven of aandacht vragen. Dat vragen we aan de raad, van: vindt u dit ook, kunnen we daar met zo’n initiatief iedereen warm maken en daarmee het college een opdracht meegeven? En als daar geen meerderheid voor is, dan kunnen we dat niet. Zo werkt de politiek. De voorzitter Dank u wel.
Ook de heer Brandwijk heeft een vraag. De heer Brandwijk. De heer Brandwijk Ja, dank u wel, meneer de voorzitter. Met wat de fractie van de SGPChristenUnie hier vraagt, dat het college met een voorstel naar de raad komt en dat het college de kosten van dit project verantwoordt, ga ik er van uit dat het bij de motie over het afschaffen van de hondenbelasting dan ook geen probleem is dat het college daar dan ook met een voorstel komt. De voorzitter Dank u wel. De heer Ippel in reactie op de heer Brandwijk. De heer Ippel Het voorstel wat wij nu doen - volgens mij past dat prima binnen de Koers 2030, want dat is een invulling van de veilige wijken. Als je de hondenbelasting daaronder kan scharen… ik bedoel, het staat u vrij om in die fase verder te denken. Wij hebben daar een iets ander idee bij, maar goed. De voorzitter De heer Brandwijk, in tweede instantie. De heer Brandwijk Nou, dan zal ik in mijn tweede termijn mijn best doen om ook goed te beargumenteren waarom dit ook onderdeel moet zijn van Koers 2030. De voorzitter Dank u wel. De heer Ippel vervolgt zijn betoog. De heer Ippel Ik kom bij het volgende puntje. Daar hebben we het tijdens de oordeelsvormende bespreking van de jaarstukken, twee weken geleden, ook over gehad. Toen hebben we aandacht gevraagd voor laaggeletterdheid; de VVD schoot daar net ook al op in.
Die is er onder de inwoners van Sliedrecht, ook met een Nederlandse achtergrond. We kunnen ons heel veel focussen op allochtonen, maar ook onder de Nederlandse inwoners zijn mensen met laaggeletterdheid. De reactie van de portefeuillehouder was toen dat er voldoende aandacht voor is via het Bonkelaerhuis en de programma’s die worden aangeboden via de bibliotheek. Toch willen we ook nu dit thema nog een keer noemen en dan met name de laaggeletterdheid onder ouderen met 54
een Nederlandse achtergrond. De komende tijd wil onze fractie onderzoeken in hoeverre deze groep in beeld is. Afhankelijk hiervan zullen we kijken of daar extra inzet nodig is om hen te ondersteunen. Daarnaast blijven we het signaal afgeven dat brieven, mails en andere communicatie van de gemeente Sliedrecht echt wel eenvoudiger kan en de vraag is niet aan het college, maar is retorisch: is dit wel bij alle ambtenaren goed doorgedrongen? De voorzitter Voordat u verder gaat: u heeft nog twee minuten. Als de heer Oostrom ook nog wil spreken, dan moet u denk ik een beetje vaart maken. De heer Ippel Want nu gaat u de interrupties tellen bij de tijd, voorzitter. De voorzitter Nee, ik kan u zeggen dat de griffier dat heel nauwgezet bijhoudt. Gaat u gang, verder. De heer Ippel Ja, dan denk ik dat we de heer Oostrom dan misschien in de tweede termijn zijn gang maar moeten laten gaan, want dan ga ik naar een afronding toe. Ik wil eerst nog iets zeggen over Chemours. Als fractie zijn we voor ‘nul uit de pijp’; die lobby is er al jaren. Het is schandalig hoe er is omgegaan met vervuiling, zoals ook uit de uitzendingen van Zembla blijkt. Volksgezondheid is een groot goed en ook daar staan we uiteraard voor. Als het in onze macht zou liggen, dan zouden we die fabriek het liefst weg van die locatie hebben; maar als we eerlijk zijn, ligt dat niet in onze macht.
Er zijn er hier aanwezig die wekelijks met emmertjes grond lopen; daar hebben we respect voor en het krijgt ook de nodige media-aandacht. Andere partijen, waaronder wij, lobbyen bij onze partijen in de provincie, waar de vergunningverlening en handhaving ligt. Zowel het één als het ander zal hopelijk effectief blijken. De heer Dunsbergen zei het ook al: laten we elkaars acties versterken en niet ontkrachten. De voorzitter De heer Pauw heeft een vraag. De heer Pauw. De heer Pauw Ja, ik hoorde het woord provincie, voorzitter, en die heeft, ik heb het nog even gecheckt, nog steeds de officiële ‘mening’, zoals het dan mooi heet, dat Zembla gebruik maakt van andere cijfers. Ik vind het te schandalig voor woorden. Het zou een reden zijn om de hele gemeente te verhuizen naar Brabant, maar ik zou graag de reflectie willen horen van de SGP-ChristenUnie. De voorzitter Dank u wel. De heer Ippel. De heer Ippel Ja, voorzitter, dat is precies misschien ook wel de reden dat we moeten blijven lobbyen. De provincie gaat misschien een keer om; laten we het hopen. Dat is op Sliedrecht Noord ook gebeurd. Maar de lobby die plaatsvindt, die gebeurt echt en de één doet dat heel actief en is dan met de media in de weer, de anderen doen het op een andere wijze. De voorzitter Dank u wel. De heer Pauw heeft nog een vervolgvraag.
De heer Pauw Ja, maar dan krijg je dezelfde discussie als net over het feit van onze inwoners: daar gaat het niet om. Provincie Zuid-Holland vertelt gewoon niet de waarheid en dan verwacht ik als ik een provinciale vertegenwoordiger heb - die heb ik niet, maar ik zou dat hele college daar over tafel trekken. Hoe ze het lef hebben om zo’n verklaring op te schrijven dat Zembla van andere, let op: andere cijfers gebruik maakt. Ik denk, het zal wel een foutje zijn, het is inmiddels wel verwijderd van de website, maar het staat er nog stééds. De voorzitter De heer Ippel. De heer Ippel Nou, voorzitter, als er foute dingen op staan, dan kan dat natuurlijk niet, maar ik ken de hele casus niet, dus ik blijf daar even van weg. Wij lobbyen bij de provincie. Anderen lopen met emmers; dat zeiden we al. Laten we er met elkaar van 55
overtuigd zijn en dat heb ik van alle fracties gehoord, dat iedereen rug aan rug staat om dit te bestrijden. De voorzitter Dank u wel. Gaat u verder met uw betoog. De heer Ippel Voorzitter, dan nog kort. Ik had wat anekdotes die ik eigenlijk wilde noemen om wat in te leiden, maar laat ik die overslaan. Het is een onderwerp waar al meer over gezegd is. We hebben forse ambities; die moeten betaalbaar zijn, anders kunnen we ze niet uitvoeren. We hebben ook forse uitdagingen; denk aan de kosten van jeugdzorg en het verdere sociale domein. Er wordt gewerkt aan preventie, er wordt gelobbyd, maar de meerjarenbegroting is niet sluitend. Vooral de herijking van het gemeentefonds hangt vanaf 2026 boven ons hoofd. Stel nu dat het Rijk niet over de brug komt - wat gaan we dan doen? Ik heb al gehoord ambities bijstellen, ik heb gehoord bezuinigen en de laatste optie is natuurlijk om eventueel een onbenutte belastingcapaciteit in te zetten. Of een combinatie. Dat is voor ons een worsteling, dat zeg ik maar eerlijk. Maar we willen daar wel heel bewust over nadenken en de voor- en tegenargumenten ook goed afwegen. En ik had hier staan, maar dat is daarnet al genoemd: de andere fracties zou ik hier ook willen vragen om na te denken en wellicht in de tweede termijn ook nog een reactie op te geven.
Het is geen plezierige boodschap, maar de keuze: bijstellen, bezuinigen of, nou ja, de andere keuzes doen, daar moeten we wel echt over na gaan denken, want als het Rijk niet komt, dan wordt dit een issue. De voorzitter De heer Brandwijk heeft een vraag. De heer Brandwijk Ja, dank u wel, meneer de voorzitter. Dit is ook een vraag die in de tweede termijn beantwoord mag worden, maar wel eentje die ik heb. Vorige week is er een amendement ingediend ‘Zienswijze GR sociaal, geen bezuinigingen op de zorg’. Als ik de woorden nu hoor van de heer Ippel zegt hij: ja, het is toch wel goed om wel in kaart te gaan brengen wat we moeten gaan doen. Hoe kijkt hij dan terug op het amendement wat is ingediend en aangenomen? Het mag ook in de tweede termijn. De voorzitter De heer Ippel. De heer Ippel Ja, dat ging natuurlijk om het huidige beleid en het beleid van volgend jaar. In die zin is er op korte termijn nog geen aandacht nodig om hele belangrijke stappen te zetten, maar op de lange termijn gaat er bij ons echt iets plaatsvinden. Tenzij het Rijk over de brug komt; dan zijn er een hoop problemen opgelost wellicht, maar dan zullen we echt keuzes moeten gaan maken. Moeten we een Koers 2030 niet uit gaan stellen of zeggen we: nee, we gaan daar vol voor. We gaan bezuinigen. Of op andere punten.
Of gaan we juist zeggen van, nou, we gaan ook nog eens onbenutte opbrengsten die er zijn, inzetten? Ik heb het antwoord niet, maar ik denk dat we daar wel met elkaar echt over na moeten gaan denken. En wie durft die eerste stap te zetten? Ik heb hier ook staan, 10 jaar geleden durfde er niemand in Den Haag over de hypotheekrente te praten. Er is een partij die dat gedurfd heeft en nu zijn we er aan gewend en een keer moeten we daar wel iets mee. De voorzitter Een vervolgvraag van de heer Brandwijk. De heer Brandwijk Ja, dank u wel, meneer de voorzitter. Even, hij had het over de lange termijn. In het stuk Kadernota wordt door de VNG 2026 als rampjaar bestempeld. Is dat dan lange termijn, of is dat dan toch de korte termijn? En ik ben het helemaal eens dat we juist moeten kijken naar wat we zouden kunnen en dat is ook waarom wij vorige week tegen het amendement hebben gestemd, omdat wij graag zouden willen kijken wat we zouden moeten doen als het Rijk dus niet met geld over de brug komt. De voorzitter Dank u wel. Nou is dat geen vraag, maar een nadere toelichting. Er is ook een vraag van de heer Pauw. De heer Pauw Nou, er wordt een handschoen naar voren gestoken, dus die willen we graag even aanpakken, voorzitter, door niet vanavond, maar na vanavond met de SGP56
ChristenUnie-fractie te gaan worstelen over de oplossing. Waar we ook wel een beetje mee zitten, dat is dan de vraag die ik wil stellen - zonder de jaarrekeningdiscussie over te gaan doen, maar daar stonden ook dingen van ‘geld geleend met rente en niet uitgegeven in een jaar’ en er zitten nog meer dingen in waarvan je je afvraagt, goh, een heel onderzoek uitgevoerd en ook daar is niks mee gedaan. Zit daar ook voor de SGPChristenUnie in dat soort hoekjes om ook even gewoon de serieuze dingen en de minder serieuze dingen in een begroting van elkaar te splitsen? De voorzitter Dank u wel. De heer Ippel. De heer Ippel Voorzitter, ik denk dat je bij plannen zo concreet mogelijk moet proberen te zijn, zeker als het op korte termijn is. Dus als je budgetten vraagt voor iets wat je op korte termijn wil gaan doen, dan moet dat ook uitgevoerd worden. Maar ik kan me best voorstellen dat als je nu een aantal miljoenen beschikbaar nodig hebt om grond aan te kopen en die grond komt nog niet te koop en dat blijft nog even hangen, ja, dan geef je dat niet uit. Dan zitten daar natuurlijk consequenties aan. Je wil wel kunnen schakelen, dus budget moet je hebben en dat zijn natuurlijk wel de dingen waar we onder andere over praten als ik zeg van, ja, er worden miljoenen gereserveerd, maar ze worden niet uitgegeven. Nou, die vrijheid moet een college denk ik ook wel hebben, dus vandaar.
Misschien even een kort antwoord, maar dat is wel de richting die ik daar bij op denk. Maar korte termijn plannen: helder. De voorzitter Dank u wel. Zijn er nog andere vragen aan de heer Ippel? Dat is niet het geval. Dan, dank u zeer en dan geef ik graag de heer Oostrom nog de gelegenheid om een motie in te dienen. Anders kan hij geen onderdeel uitmaken van de beraadslaging en dat lijkt me wel zo handig. De heer Oostrom, dan nodig ik u uit om uw motie in te dienen. De heer Oostrom Ja, voorzitter, aangezien ik nu toch mijn betoog niet kan houden. Ik zat me net te bedenken: het kost al best wel wat tijd als je zowel een Kadernota en een programma ruimtelijke vernieuwing in één gedeelte moet behandelen. Maar goed, dat terzijde. Twee dingen omdat ik echt wil vragen aan het college om dat ook nog mee te nemen in de beantwoording en daar hebben we al een vraag over gesteld. Het gaat ons over dat programmaplan ruimtelijke vernieuwing, uitgangspunt 4. Dank voor het antwoord dat we daarop hebben gekregen. Alleen is het voor ons toch nog niet helemaal helder.
Voor ons is een startnotitie een overkoepelend document, waarin onder andere de kaders voor een project of beleidsstuk worden opgenomen en door een overkoepelend document onderdeel uit te laten maken van de daarin opgenomen kaders om daarmee beter te kunnen aansluiten bij de dynamiek van de deelprojecten, levert ons nog de nodige kortsluiting op. Mogelijk dat daar nog wat verheldering over gegeven kan worden. Dan klopt het inderdaad dat ik ook aandacht wilde vragen in mijn woordvoering voor de oost-west verbinding, de Tiendweg. We hebben daar al eerder schriftelijke vragen als technische vragen bij de inloop van de Kadernota 2024 gesteld. Daaruit bleek dat er echt dit jaar maatregelen nodig zijn om voor de komende vorstperiode de veiligheid van de fietsers te kunnen waarborgen. Gezien het belang dienen wij samen met het CDA, de VVD en Slydregt.NU hiervoor de motie ‘Een veilige Tiendweg’ in en daarmee benadrukken we opnieuw de veiligheid van fietsers en voetgangers, voor zowel de korte als lange termijn. Ook vragen we daarmee weer aandacht voor de mogelijkheid van een wandelpad voor de voetgangers die eveneens veelvuldig van de Tiendweg gebruik maken.
Het dictum van deze motie luidt: Om in samenwerking met het Waterschap Rivierenland voor het komende vorstseizoen de nodige maatregelen te nemen om de veiligheid van fietsers op de Tiendweg te kunnen waarborgen en twee, de structurele oplossing ter verbetering van de veiligheid van fietsers en voetgangers op de Tiendweg integraal mee te nemen in het nog vast te stellen Verkeers- en mobiliteitsplan in 2024. De voorzitter Dank u wel. Deze motie wordt ingediend door de leden Oostrom, van Rossum, Prins en Jongeneel, maakt daarmee onderdeel uit van de beraadslagingen en krijgt stuk nummer M5.4. Zijn er vragen over de ingediende motie? Ja, de heer Prins kan helemaal geen motie indienen. Ja, nou ja, we doen maar net alsof de heer Prins in ieder geval in onze gedachten aanwezig is. Dat zeker. Dat is bij de heer Pauw altijd zo, als een goede buurman. Daarmee, als er geen vragen zijn over de ingediende motie? Dat is niet 57
het geval. Zijn we gekomen aan het einde van de eerste termijn van de raad. Het is 17.20 uur. Ik wil de vergadering schorsen tot 17.45 uur zodat het college de gelegenheid krijgt om zich voor te bereiden op de eerste termijn en de ingediende moties en het amendement. Dan starten we om 17.45 uur met de eerste termijn van het college. Het kan zijn dat het college snel antwoordt, maar in alle gevallen gaan we om 18.30 uur beginnen met de maaltijd, omdat we anders de keukenbrigade in de problemen brengen. Dan weet u een beetje wat de planning is. Ik schors de vergadering tot 17.45 uur. Schorsing De voorzitter Ik heropen de vergadering. Wij zijn nog lang niet aan de meet, maar we beginnen met de eerste termijn van het college in deze algemene beschouwingen en zoals ik al zei, die laten we duren tot 18.30 uur. Namens het college zal allereerst wethouder Paas het woord voeren. Hij heeft het woord. Wethouder Paas Ja, dank u wel, meneer de voorzitter. Via u ook dank aan de raad voor de uitgebreide inbreng die u heeft geleverd op de Kadernota 2024 en het programma ruimtelijke vernieuwing, waarbij we ook ontdekken dat het heel veel stof tot praten geeft en er beperkte tijd is. We hopen dat we ook uw inbreng in de rest van deze vergadering kunnen horen. Allereerst: ik denk dat het goed is om te zeggen dat de Kadernota 2024 gaat over Sliedrechters.
Af en toe werd er in de inbreng iets gezegd alsof het bij de gemeente Sliedrecht gaat om ambities versus Sliedrechters. Maar als gemeentebestuur en u als gemeenteraad heeft u plannen voor de toekomst en de toekomst, die gaat niet over u, die gaat niet over het plan zelf, maar gaat over juist waarvoor we het doen. We doen het voor onze inwoners. We zorgen voor onze inwoners voor mooie huizen in een mooie wijk, waar veel contact is met elkaar. Daar gaan we voor. Ik denk dat wel belangrijk is om te zeggen, meneer de voorzitter, dat dat het doel is en dat, ook als het gaat over financiën en ik kom daar straks over te spreken en het gaat over bezuinigingen of vragen, dat er geen tegenstelling is tussen het bezuinigen of het bijstellen van de ambities. Alsof je met het bijstellen van ambities geen mensen treft. Om maar wat te zeggen: als we geen 2.000 woningen bijbouwen, nou, wie zouden we dan niet treffen? Ik denk dat we dan keihard onze eigen inwoners, onze jongeren treffen die nu met smart wachten op een woning. En, meneer de voorzitter: dat is dus de Kadernota die voorligt. De Kadernota is een onderdeel van de P&C-documenten die zegt op hoofdlijnen: wat gaan we in 2024 doen en wat wordt onze basis voor de begroting 2024? En die Kadernota, meneer de voorzitter, staat niet op zichzelf.
Die is een logisch gevolg van het College Werkprogramma wat we ook met elkaar hebben opgesteld om aan te werken, de komende jaren. Het is ook logisch in lijn met de P&C-documenten. Net werd er ook de vraag gesteld, als het daarover gaat: waar kunnen we nu op controleren? Ja, die vraag, meneer de voorzitter, verbaast me dan enigszins, omdat wij hiermee aangeven van: dit is het raamwerk waarmee we onze begroting 2024 opstellen. Datzelfde hebben we gedaan in 2021 voor 2022, waarin we hebben gezegd wat we gingen doen. Zojuist had u in de bespreking van de jaarrekening kunnen beoordelen in uw controlerende taak of we dat een beetje naar behoren hebben gedaan. Vorige week hebben we de tussenrapportage gehad over 2023, waarin u ook juist die controlerende taak kon uitvoeren, omdat we daarin heel netjes hebben beschreven van: wat zouden we eigenlijk gaan doen en wat hebben we gedaan? En één voorbeeld daarvan, meneer de voorzitter, is dan de wijk- en buurtagenda’s. Terecht dat dit onderwerp door een aantal fracties is benadrukt. Wat we daarvoor gaan doen, ook in de komende jaren, is niets anders dan wat in het College Werkprogramma is vastgesteld. Maar in de tussenrapportage hebben we ook eerlijk aangegeven aan jullie dat het minder snel gaat dan wij hebben gehoopt. Dat vinden we jammer.
Tegelijkertijd merken we ook aan uw inzet als raad dat u dit onderdeel wel zeer belangrijk vindt en dat geeft ons extra stimulans om hier wel op in te zetten. Zoals gezegd, we waren liever verder geweest. Daar is ook een antwoord gegeven over verpaupering en ik weet niet of we het helemaal goed hebben begrepen, maar daar zal mijn collega de heer Spek ook verder misschien nog op ingaan. Wat betreft de wijken en de buurtagenda’s kunnen we zeggen dat de eerste stapjes wel gezet zijn. We staan niet stil. Op dit moment is er ook een projectleider aangesteld en dat is ook alweer een hele stap verder, want soms zie je en dat hebben we ook in de tussenrapportage weergegeven, dat niet alleen geld soms het probleem is, maar soms ook gewoon de 58
beschikbare capaciteit. Dat betekent niet dat we niks hebben gedaan. Want één van de onderdelen die we ook hebben gedaan en ook vast hebben gelegd met Tablis Wonen en Slim Wonen in de prestatieafspraken is het uitvoeren van een buurtschouw. De eerste buurtschouw is afgelopen week geweest. De heer Spek en ik zijn aan het eind van die buurtschouw ook daar in Sliedrecht Oost geweest, en ook gepraat met Slim Wonen, het Bonkelaerhuis, Tablis, maar ook vooral met alle inwoners vanuit de flats die daar aanwezig waren en ook hun tips en zorgen en complimenten gaven over de wijk en wat er georganiseerd was. Maar nogmaals, ik wil uw oproep en uw aandacht vooral zien als extra stimulans om hier mee verder te gaan. In dat kader begrijp ik dan ook de ingediende motie als het gaat over de Lief- en leedstraten, die ook aandacht heeft voor de veerkracht in de straat zelf. Ook ik weet niet hoeveel straten we hebben, maar we kunnen daar positief op reageren als college. We nemen dat graag mee in de verdere uitwerking van het totaal aan wijk- en buurtagenda’s. U heeft ook gevraagd in dat kader hoe dat precies zit met het sociaal plan en daar zal ook collega Spek verder op ingaan. De andere vraag die gesteld werd over veerkrachtige wijken en het normaliseren, is of ik daar een brede verhandeling, een reflectie op zou kunnen geven. Ik heb dat eerder gedaan ook al bij de begroting 2023.
Eind 2022 heb ik dat uitgesproken en daar heb ik gezegd dat normaliseren gaat over of dat we aandacht hebben dat iedereen verschillend is, maar dat sommige tegenslagen en zaken die in het leven voorkomen niet persé opgelost hoeven te worden met individuele zorg, maar dat we er ook voor kunnen kiezen om en dat staat er ook in, meer in de preventieve kant te organiseren. Eén van de meest preventieve zaken en daar sluiten we ook aan bij het geheel van de positieve gezondheid, is dat als je contact hebt met elkaar, dat het dan helpt om specifieke zorg of individuele zorg en individuele aanpak te voorkomen. Nou, dat doen we ook op het gebied van de WMO en de brede SPUK. Ze zijn allemaal gericht op: hoe kunnen we mensen bij elkaar brengen, mensen in beweging brengen, mensen in contact brengen met elkaar, waarin ze niet individueel een beroep doen op de zorg met de bijbehorende zorgkosten, maar dat het gaat over een collectief gebruik van de kracht van de samenleving. Nou, ook in dat kader snap ik heel goed dat er een voorstel is ingediend voor een Lief- en leedstraat, want ook daar geldt: de kleine gemeenschappen, de gemeenschappen in je buurt heb je nodig om soms het hoofd te bieden aan hele normale zaken in het leven waarvoor nu, dat zien we landelijk, onterecht een beroep wordt gedaan op de zorg.
Dat is dan ook gelijk zeg maar een antwoord, of althans, we hopen daarmee een antwoord te kunnen geven op de steeds verder stijgende zorgkosten die er zijn. Ik hoop, meneer de voorzitter, dat dat genoeg brede reflectie is en anders hoor ik dat wel. De voorzitter U hoort het nu misschien al. De heer Dunsbergen heeft een vraag. Gaat uw gang. De heer Dunsbergen Dat klopt, dank. Want ik moet zeggen dat ik inderdaad deze reflectie zeer kan waarderen en ook onderstrepen. Dus ik hoop dat in de begroting voor 2024 dan ook terug te gaan zien, want dat miste ik dus nu in de Kadernota. Maar ik hoop dat dit soort woorden ook in die begroting terug gaan komen. De voorzitter De heer Paas. Wethouder Paas Ja en meneer de voorzitter, volgens mij staat het ook al in de begroting van dit jaar en het is ook de manier hoe wij werken, hoe wij ook de gesprekken voeren met het Bonkelaerhuis en ook met de stichting jeugdteams, juist gericht op deze manier van denken. Datzelfde geldt ook, meneer de voorzitter, als ik verder mag gaan, voor de Woonzorgvisie. We zijn er nu op dit moment mee bezig en ik geloof dat het de heer Dunsbergen was die zei van ja, maar ik mis daarin concreet wat we dan gaan doen in 2024.
Dan zeg ik, meneer de voorzitter: ik zou willen dat ik het wist wat we daarover op moesten schrijven, want dan waren we klaar met de Woonzorgvisie, maar dat is nou juist het probleem: zo ver zijn we nog niet. Ik verwacht dat ook niet eerder dan het eind van 2023, zoals we hebben aangegeven. Dat zou kunnen betekenen, als daar concrete zaken uitkomen die in 2024 extra middelen vragen, dat we dan op dat moment ook een voorstel aan u doen om daar gelden voor vrij te maken. Maar dat is echt vooruitlopen op wat er komt. Het is onmogelijk om nu al in de Kadernota aan te geven wat de impact zal zijn van deze Woonzorgvisie. 59
De voorzitter Voordat u verder gaat: de heer Dunsbergen. De heer Dunsbergen Ja, dank u wel. Ik begrijp dat het inderdaad niet mogelijk is om de volledige impact van die visie nu al te benoemen in de nota, maar ik vind het toch wel raar dat er ook niet wordt uitgeweid over wat we dan met die visie willen bereiken, of wat dan uiteindelijk het doel moet zijn. Dat we bijvoorbeeld over een jaar weten van: nou, als we hier staan, dan heeft die visie goed gewerkt. Of de uitvoering van die visie is het uiteraard. Want het woord zelf komt gewoon geen enkele keer voor in de nota. Dat is toch, dat is toch gek? De voorzitter Wethouder Paas, gaat uw gang. Wethouder Paas Ja, of het gek is of niet, dat laat ik even voor uw rekening en u overvraagt mij ook even als u zegt van: wat hebt u daar precies over opgeschreven in de begroting van 2023? Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat we daar wel al iets hebben gezegd over wat we met die Woonzorgvisie willen bereiken. Maar goed, nogmaals: u overvraagt me daarin. Ik vind het niet gek als je hebt gezegd dat je in één jaar een bepaalde taak uitvoert, dat je dan nog niet precies kunt zeggen in het volgende document wat je er ook specifiek mee gaat doen in het volgende jaar. Maar goed, blijkbaar verschillen we daar van mening over.
Ik denk dat u er wel zeker van kunt zijn dat in de verwerking van de begroting van 2024, wat een logisch vervolg is op onze standaard werkwijze van 2023, dat daar wel wat over gezegd zal worden. De voorzitter Gaat u verder. Wethouder Paas Met betrekking tot de huisartsenzorg en dat was alweer een visie die het CDA ter sprake bracht, met ook een reactie van een collega raadslid over dat het wel heel veel visie was en weinig actie: ik denk dat het goed is om in het kader van onze herziening, of in het meerjarenplan wat ook opgesteld wordt door de Dienst Gezondheid & Jeugd, waarin ook gevraagd wordt om een lokale paragraaf voor de publieke gezondheid, dat we hier wel aandacht aan besteden. Tegelijkertijd zijn wij vooral bezig om met de huisartsen gezamenlijk, in contact, te kijken van: wat zijn de mogelijkheden voor nieuwe vestigingen? Ik kan u zeggen, net zoals ik u toen ook bij de beeldvormende vergadering heb gezegd, dat de verantwoordelijkheid van de huisarts een andere is dan die van ons; dat wij wel het belang zien natuurlijk van de goede beschikbaarheid van huisartsen en dat deze portefeuillehouder ook bij zijn collega’s in het college nadrukkelijk aandacht vraagt, ook bij het programmaplan ruimtelijke vernieuwing en de binnenstedelijke herstructurering, voor de positie van de huisartsen. En er is ook gewoon regelmatig contact mee en over.
De voorzitter Ik zie een vraag van de heer Dunsbergen. De heer Dunsbergen Ja, op zich, dit zijn woorden die ik het liefst ook gelezen had in de paragraaf. Dat had ook aangesloten op het College Werkprogramma, want daar staat letterlijk dat huisartsen een rol spelen, bijvoorbeeld met de poortwachtersfunctie en bij het aansluiten bij de beleidsdoelen van de gemeente. En het feit dat dat dan nu niet staat opgenomen hier in de Kadernota, ja, dat vind ik toch jammer. Ik ben in ieder geval blij dat de wethouder nu in ieder geval zijn reflectie daarop geeft en ook daarin hoop ik dat dat in de begroting voor 2024 ook gewoon een plekje kan krijgen. De voorzitter Dank u wel. De heer Paas. Wethouder Paas Ja, meneer de voorzitter, dat is ook de reden dat ik mijn betoog begon met dat deze Kadernota 2024 niet op zichzelf staat en dat al datgene wat er niet in beschreven staat, maar wel in ons College Werkprogramma, dat het niet betekent - het College Werkprogramma is de basis waarop wij het werk in 2024 - het geeft dingen aan van hoe we verder gaan. Het is niet zo dat alles wat er niet in benoemd is, dat we dus dat ook niet meer doen, of dat we dat in 2024 even stopzetten en zo gauw we het weer 60
opnemen in een Kadernota, dat we dan weer verder gaan met dat proces. Maar ik ben blij dat de heer Dunsbergen onze instelling verder ondersteunt. De voorzitter Maar de heer Dunsbergen heeft nog wel een vraag. De heer Dunsbergen. De heer Dunsbergen Dat is wel een beetje een principiële vraag, want ik heb altijd geleerd, met de Kadernota, daarmee stellen we de kaders voor 2024. En hoe ik dan ook bijvoorbeeld het College Werkprogramma zou zien: dat is iets van 2022 tot en met 2026, dus dat we dan nu in deze Kadernota hadden gelezen: wat gaan wij nu doen om die doelen die we in het College Werkprogramma hebben gesteld, in 2024 weer een stapje dichterbij te brengen? Nou, ik denk dat we het daar nu niet eens over gaan worden, maar dat is ook de achtergrond van mijn betoog geweest. De voorzitter Dank u wel. De heer Paas nog op dit punt? Wethouder Paas Nee, ik denk dat de heer Dunsbergen gewoon een terechte conclusie trekt. De voorzitter Dan mag u doorgaan met uw beantwoording. Wethouder Paas Heel specifiek werd er gerefereerd aan een uitspraak die ik heb gedaan als het gaat over een ander heel sociaal gebeuren, namelijk de kindergemeenteraad die al een aantal jaren actief is. Ik heb toen aangegeven dat het een goed idee zou zijn om de kinderraad ook te betrekken bij het opstellen van het College Werkprogramma.
Ik constateer met u dat de kinderraad wel een plek heeft gekregen in het College Werkprogramma, maar dat van die intentie niet veel terecht is gekomen. Dat betekent niet dat wij, als het gaat over de kinderraad, niet luisteren naar ze. Zoals u kunt zien nemen wij wel degelijk hun adviezen over, danwel verwerken we ze. We hebben het zojuist in het college gehad en we hebben gezegd: het is goed om als college gewoon een inhoudelijke reactie te geven op de kindertrendrede, want dat verdient het. Het verdient serieuze aandacht, een serieuze reactie en deze reactie zullen wij geven vóór de begroting 2024, zodat als de reactie daar aanleiding toe geeft, we dat ook kunnen verwerken bij dat moment. Ik denk, meneer de voorzitter, dan kijk ik even rond, wat betreft het sociale onderdeel ik het hierbij wil laten en me nog even wil richten op de financiën. De voorzitter Ik zie wat verwarring. De heer Van Wijngaarden heeft een vraag, voordat u verder gaat. De heer Van Wijngaarden. De heer Van Wijngaarden Ja, voorzitter, dank u wel. Niet persé een vraag; meer een toevoeging. Ik heb even opgezocht hoeveel straten Sliedrecht kent en volgens het Kadaster zijn dat er 259. En dan heb ik nog een vraag, maar die is denk ik niet persé voor de portefeuillehouder, maar gewoon voor iemand die het weet. Wellicht goed voor tijdens de schorsing.
Ik lees hier ook dat het kleinste huis in Sliedrecht een oppervlakte heeft van 2 m² en ik vroeg me af of iemand weet waar dat dan is. Ik zie de heer Pauw ja knikken, dus daar ga ik met de schorsing even mee in gesprek. De voorzitter Ja, dank u wel. Volstrekt buiten de orde, maar een aardige vraag voor de pauze; dan hebben we een leuk gesprek aan tafel, straks. Dank u wel, meneer Van Wijngaarden. Ik nodig de wethouder uit om zijn betoog te vervolgen. Hij was bij het onderdeel financiën. Wethouder Paas Ja, dank u wel, meneer de voorzitter. Ja, een klein simpel snel rekensommetje leert ons dan dat we ongeveer € 30.000,- tot € 35.000,- euro nodig hebben om iedere straat zeg maar een € 150,- euro te geven om attenties aan elkaar te geven. Maar goed, dat terzijde. Ik denk dat, meneer de voorzitter, de fracties het goed hebben gelezen dat deze Kadernota de nodige voorzichtigheid vraagt als het gaat over financiën en met name over financiën in de lange termijn. De heer Van der Plas noemde het al: als we niets doen en het Rijk doet ook niets, dan zouden we buitengewoon strenge maatregelen moeten nemen. Wat wij u voorstellen in deze Kadernota is dat wij de eerste 61