Notulen besluitvormende vergadering 28-29 mei 2024.pdf
Tekst van het document
De voorzitter Dank u wel voor uw antwoord. Meneer Van Urk namens de SGPChristenUnie-fractie. De heer Van Urk Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik heb dat advies niet kunnen lezen. Zou de heer Prins kunnen aangeven waar het advies staat? De voorzitter Dank u wel. Meneer Prins, heeft u dat paraat? De heer Prins Nou heb ik toevallig die bladzijde ook uitgeprint. In bijlage 20 van de toelichting van het bestemmingsplan is een rapport van de Omgevingsdienst en in dat rapport van de Omgevingsdienst staat wat de Veiligheidsregio vindt van een veilige realisatie van Sliedrecht Buiten. Daarin staat een aantal maatregelen genoemd en één 49
van die maatregelen is een tweezijdige bereikbaarheid van het plangebied. In het bestemmingsplan is bij Stationspark III wel sprake van een tweezijdige bereikbaarheid, maar bij Sliedrecht Buiten niet. De voorzitter Dank u wel. Meneer Van Urk heeft daar nog een vervolgvraag over, zie ik. Gaat uw gang. De heer Van Urk Volgens mij zijn het geen maatregelen, maar volgens mij staat er ‘mogelijkheden’ en wordt er geadviseerd om later met de Veiligheidsregio nader af te stemmen welke mogelijkheden het beste zijn. De voorzitter Dank u wel. Dat is eigenlijk een verkapte vraag, denk ik. Meneer Prins heeft behoefte om daar nog op te reageren. De heer Prins Ik snap de vraag, maar in de alinea onder die opsomming staat dat inderdaad met de Veiligheidsregio moet worden afgestemd hoe die maatregelen worden uitgewerkt. Daarbij staat ook het advies om de mogelijkheden voor de bereikbaarheid verder af te stemmen met de Veiligheidsregio. Als u dan kijkt naar de opsomming daarboven, bij de bereikbaarheid, gaat het alleen om die tweezijdige bereikbaarheid. Dus in die opsomming gaat het over wat er kan gebeuren en wat er moet gebeuren. In die alinea eronder staat dat met de Veiligheidsregio moet worden afgestemd hoe dat gaat gebeuren. Dus in de motie roep ik op om een extra calamiteitenroute te realiseren.
Op welke manier dat gebeurt, daarover moet het college vervolgens, als de motie wordt aangenomen, in overleg met de Veiligheidsregio. De voorzitter Dank u wel. De heer Van Urk nog tenslotte. De heer Van Urk Voorzitter, maar dan is het toch het advies? Dus niet een tweezijdige bereikbaarheid; dat is een mogelijkheid. Het advies is dan om het in het vervolg van het traject nader uit te werken. Is de heer Prins het met mij eens dat het dan misschien nu wat vroeg is om dat nu al vast te leggen en je er aan vast te pinnen, aan die twee aanrijmogelijkheden, terwijl dat één van de mogelijkheden is voor een oplossing? De voorzitter Dank u wel. De heer Prins. De heer Prins Voorzitter, in die opsomming staan meer maatregelen. Daar gaat het ook over voldoende blusvoorzieningen, of goed werkende communicatiemiddelen van de hulpdiensten en we zeggen natuurlijk ook niet van: o ja, daar mag u uit kiezen - werkende communicatiemiddelen hoeft niet als u voor een tweezijdige bereikbaarheid kiest. Of: blusvoorzieningen hoeven niet op orde te zijn als u voor een tweezijdige bereikbaarheid kiest. Mijn standpunt is dat je voor al die maatregelen moet gaan. Ook in de beantwoording van de technische vragen die ik heb gesteld, staat dat er echt sprake is van een advies van de Veiligheidsregio, wat vervolgens niet in het bestemmingsplan is opgenomen. Dus ik ga ervan uit dat het echt een advies is.
De voorzitter Dank u wel. Ik zie dat er geen andere vragen meer zijn. Heeft u nog een verdere inbreng? De heer Prins Ik had nog wel een slotzin. De voorzitter Gaat uw gang. De heer Prins Voorzitter, het CDA Sliedrecht kijkt uit naar de aanleg van Sliedrecht Buiten en naar de aanleg van het bedrijventerrein Stationspark III. De voorzitter Dank u wel, meneer Prins. Voordat u wegloopt na die mooie slotzin: de heer van Rossum heeft nog een vraag aan u. De heer Rossum Ja, voorzitter, ik dacht, ik wacht even tot de heer Prins klaar is, misschien komt hij er zelf nog op terug. Want u komt nu met een motie. Daarin geeft u 50
het college een opdracht. Heeft u ook richting over de consequenties van die motie in financiële zin, in hoeverre zich dat nu verhoudt tot het bestemmingsplan zoals dat voorligt? Is daar een wijziging nodig? Dat soort dingen. Heeft u daar wat meer duiding bij? De voorzitter Dank u wel. De heer Prins. De heer Prins Voorzitter, die ontsluitingsweg wordt buiten het huidige plangebied aangelegd. Het huidige plangebied gaat uit van de voorzieningen en van één ontsluiting richting de sportvelden. In de motie wordt opgeroepen om een extra calamiteitenroute aan te leggen. Die zal dan buiten het plangebied moeten worden aangelegd. Daar is misschien ook wel een bestemmingsplanwijziging voor nodig, voor een ander gebied dan waar het plangebied vanavond over gaat. De financiële consequenties, die zullen inderdaad ook in de uitwerking duidelijk worden. Dus wat er allemaal achteraan komt, ja, dat is aan het college. Dat kan ik niet overzien op dit moment. De voorzitter Dank u wel. Dan mag u, denk ik… de heer van Rossum weifelt. De heer Van Rossum Ja, dat heeft ermee te maken dat ik het toch lastig vind om een motie, in ieder geval vanuit onszelf te steunen, waarvan ik de consequenties niet kan overzien. Misschien dat de wethouder straks iets van duiding kan geven bij wat u doet, maar dat is in ieder geval dan ook even onze eerste reactie op uw motie.
Want, nou, hij heeft dus niet direct betrekking op het bestemmingsplan dat nu voorligt, dus het is niet voorwaardelijk voor de besluitvorming die we vandaag doen en twee, op dit moment nog geen direct gevoel bij de consequenties. En laat duidelijk zijn, ik bedoel, het moet goed ontsloten zijn en veilig zijn, maar of dat dat ook strikt noodzakelijk is met het voorstel dat u doet, dat blijft dan nog even in het midden, nu en de consequenties zijn ook nog niet helemaal duidelijk. Dus dat is in ieder geval ook gelijk onze eerste reactie. De voorzitter Ja, dank u wel. De heer Prins nog behoefte om daar op te reageren? De heer Prins Ik heb ook een aantal plannen van andere gemeenten bekeken, ook voor sportvelden en bedrijventerreinen en daarin wordt uitgegaan van inderdaad ook die tweezijdige bereikbaarheid. Dus ik vind het eigenlijk vooral vreemd dat bij Stationspark III daar wel rekening mee is gehouden en bij Sliedrecht Buiten niet. De voorzitter Dank u wel, meneer Prins, u mag gaan zitten. Dan nodig ik graag de heer Van Urk uit om namens de SGP-ChristenUnie zijn bijdrage te leveren. De heer Van Urk Voorzitter, dank u wel. Voorzitter: niet lullen maar poetsen. Woorden die tijdens de oordeelsvormende vergadering door één van de insprekers tot twee keer toe werden gezegd en wat ons als fractie betreft is dat een prima uitgangspunt, dus een korte woordvoering.
Als raad kunnen we nu eindelijk een besluit nemen over sport- en recreatiecomplex Sliedrecht Buiten en het Stationspark III en met het vaststellen van het bestemmingsplan komt er meer duidelijkheid voor alle betrokken partijen. Dit is ook door de 3 insprekers steeds benoemd: duidelijkheid. En voorzitter, gisteravond was het de oudvoorzitter van VV Sliedrecht die heeft ingesproken. Naast de verschillen van inzicht op financieel gebied, waar we het bij het volgende agendapunt wellicht over gaan hebben, was er nog iets anders. De inspreker gaf aan dat VV Sliedrecht en ik citeer: ‘altijd het standpunt had om constructief het gesprek aan te gaan, maar dat is nu helaas niet meer zo.’ Nu kunnen we natuurlijk discussiëren over wat een constructieve houding is, maar voorzitter, een constructieve houding lijkt me toch wel een belangrijk ingrediënt in de gesprekken als je er samen uit wilt komen. Zou de portefeuillehouder iets kunnen zeggen over hoe zij die gesprekken ervaren met de vereniging zoals die nu gaan en door de oudvoorzitter is aangegeven, niet constructief? Of was dit alleen een interpretatie van de oud-voorzitter, die zoals gezegd niet meer deelneemt aan de gesprekken? Voorzitter, hier laat ik het bij voor de eerste termijn. De voorzitter Dank u wel, meneer Van Urk. Er is nog een vraag aan u van de heer Prins. Meneer Prins, gaat uw gang. 51
De heer Prins Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de laatste tijd en ook vanavond weer de heer Van Urk praten over de voetbalvereniging. We hebben natuurlijk meer verenigingen hier in ons dorp. De vraag die hij stelt over de goede gesprekken met de voetbalvereniging - stelt hij die vraag tegelijkertijd ook over gesprekken met de tennisvereniging, of wil hij alleen weten hoe het gaat in de communicatie met voetbalvereniging? De voorzitter Dank u wel. De heer Van Urk. De heer Van Urk Voorzitter, dat is eigenlijk een hele goede vraag van de heer Prins. Ja, natuurlijk zijn alle gesprekken met alle betrokken partijen belangrijk. Alleen, het is natuurlijk wel zo, vanuit de tennis hebben we niets, of relatief weinig gehoord en vanuit de voetbal wel en daar ligt wat ons betreft de zorg. De voorzitter Dank u wel. U mag gaan zitten. Ik kijk even naar de heer Van Rossum. Wachten we nog even of meneer Van Wijngaarden misschien al enigszins in de buurt is? De heer Van Rossum Nou, hij had aangegeven dat het waarschijnlijk nog wel een minuut of 20 á 25 duurt en als we in dit tempo doorgaan, denk ik dat we…. De voorzitter Dan nodig ik u graag uit om uw inbreng te leveren namens de VVD-fractie, meneer Van Rossum. Gaat uw gang. De heer Van Rossum Dank u wel, voorzitter.
Voorzitter, tijdens het inspreken twee weken geleden vroeg de voetbal bij monde van de voorzitter eigenlijk vooral om één ding: geef ons nu eens duidelijkheid. Voor ons, voor de VVD, is het altijd duidelijk geweest: wij zijn voorstander van de realisatie van Sliedrecht Buiten en daarbij ook de verplaatsing van de voetbal naar de nieuwe locatie. Het bestemmingsplan dat voorligt maakt dit mogelijk. Dus daar zouden we eigenlijk kunnen stoppen, maar dat gaan we natuurlijk niet doen. Want dit is wat ons betreft geen einde. Na de vaststelling van dit bestemmingsplan begint de volgende fase; we zijn er nog lang niet. Er ligt wat ons betreft ook een grote opgave om tot invulling van dat bestemmingsplan te komen. De opmerkingen van het bestuur van twee weken geleden en ook van de heer Verhoeven gisteren zijn op z’n zachtst gezegd stevig. Onderling vertrouwen is tot een nulpunt gedaald; misschien daaronder en eigenlijk de politieke vragen aan het college die wij hebben: hoe gaat het college nu ervoor zorgen dat dit vertrouwen weer hersteld wordt en dat we ook komen tot een goede invulling van het bestemmingsplan dat wij vaststellen? Dank u wel. De voorzitter Dank u wel, meneer Van Rossum. Voordat u wegloopt: er is nog een vraag van mevrouw Visser van de fractie van PRO Sliedrecht. Gaat uw gang. Mevrouw Visser Dank u wel, voorzitter.
De heer Van Rossum refereerde aan de insprekers en met de opmerking ‘het aannemen van het bestemmingsplan vanavond schept duidelijkheid’. Maar direct er achteraan zei hij ‘en daarna is er nog heel veel werk te doen’. Nou ging het net in uw woordvoering ook wel over vertrouwen hebben, maar dat ging over vertrouwen tussen twee partijen. Maar hoe groot is nou het vertrouwen van de vertegenwoordiger van de VVD-fractie dat er zeg maar het seizoen 2028/2029 op Sliedrecht Buiten gevoetbald wordt? De voorzitter Dank u wel. De heer Van Rossum. De heer Van Rossum Voorzitter, dat is een hele goede vraag. Kijk, wij hebben destijds bij de vorige behandeling van onder andere het kunstgrasveld gezegd dat wij dat vertrouwen nog steeds hebben; ook omdat er wel stappen gezet worden. Eén van de grote belemmeringen was natuurlijk altijd het feit dat er nog gewoon geen bestemmingsplan lag. Vandaag zetten we daar echt een - dat hopen wij in ieder geval, dat de raad daar een grote stap zet door dat bestemmingsplan vast te stellen. Als er dan vervolgens gewoon doorgegaan kan worden omdat er geen bezwaar ingediend wordt, dat is natuurlijk altijd in dit soort trajecten een lastige, beroep bij de Raad van State, maar als daar geen sprake van is, dan kunnen we wat dat betreft door. Dan ligt er gewoon een planologisch52
juridische titel waardoor wij daar een voetbalvereniging naartoe zouden kunnen verplaatsen. Dus die belemmering is weg. Wij hebben er vertrouwen in dat het college, ook met de oproep die we tijdens de oordeelsvormende vergadering in de breedte hebben gedaan en ook vandaag weer doen, zich wel genoodzaakt voelt of ook wel de motivatie heeft om die gesprekken met voetbal aan te gaan, of voort te zetten, eigenlijk, want die gesprekken zijn al aangegaan en daar tot een goed voorstel te komen waardoor ook die verplaatsing van de voetbal mogelijk is. Dus: ja. De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Visser heeft nog een vervolgvraag. Gaat uw gang. Mevrouw Visser Ik wil daar toch even op doorgaan, want vertrouwen is hartstikke goed. Zeker weten is nog fijner. Maar dat vertrouwen vanuit de raad is er heel vaak geweest. Eind 2021 moest er onder druk van stoom en kokend water door diezelfde raad of tenminste een raad in een andere samenstelling, maar wel met hetzelfde doel… De voorzitter Kunt u tot uw vraag komen? Mevrouw Visser Ja, daar kom ik ook bij. Moest een miljoen op tafel gelegd worden. Iedere jaarrekening daarna is dat miljoen nog steeds niet uitgegeven. Dat miljoen was om grond aan te kopen om de voetbal te realiseren.
We hebben dadelijk wel een bestemmingsplan, maar als ons college nog steeds niet voortvarend de grond heeft gekocht - daar zit mijn twijfel, voorzitter, via u, om meneer Van Rossum duidelijk te maken dat ons vertrouwen best wel een stuk kleiner is geworden in de loop der tijd, ten opzichte van het vertrouwen wat hij uitspreekt. De voorzitter Dank u wel. Heeft meneer Van Rossum nog behoefte om daarop te reageren? De heer Van Rossum Ja, voorzitter, die behoefte heb ik. Allereerst vind ik het natuurlijk jammer om te horen wat mevrouw Visser zegt, over het vertrouwen dat er is. Ik denk dat het college in ieder geval laat zien dat ze wel stappen heeft gezet, ook door het bestemmingsplan dat nu voorligt, want daar zijn we echt nog niet geweest en juist met het vaststellen van het bestemmingsplan heb je dus ook straks met het besluit dat we hierna nemen, ook middelen om te gaan investeren in de realisatie van dat bestemmingsplan en kun je met veel meer zekerheid ook de investeringen gaan doen om het mogelijk te maken.
Dus het is volgens mij voorwaardelijk dat wij als gemeenteraad hier zeggen: oké, geacht college, wij zetten ons achter het mogelijk maken van de verplaatsing of de realisatie van Sliedrecht Buiten en de verplaatsing die daaronder valt, want het is wel de getraptheid die er is, en vervolgens een goede opdracht meegeven aan het college om dan ook te komen tot een goede invulling. De voorzitter Dank u wel. U mag weer gaan zitten. Ik nodig graag de heer Brandwijk uit namens de fractie van Slydregt.NU om een inbreng te leveren. Aan u het woord. De heer Brandwijk Dank u wel, meneer de voorzitter. Het lijkt eigenlijk al dat het besluit wat we vanavond gaan nemen bijna móeten gaan nemen, omdat de besluiten die we al genomen hebben of die door deze raad zijn genomen, waar onze fractie soms ook tegen heeft gestemd, als de Noord-Zuidverbinding, bijna hierop voortborduren om dit mogelijk te gaan maken. Wat wij daar als fractie lastig aan vinden, is dat we zo meteen op ongeveer 1 m² in Sliedrecht een Integraal Kind Centrum gaan neerzetten, heel veel verenigingen gaan verplaatsen, een Noord-Zuidverbinding gaan doen, een zwembad gaan bouwen en vervolgens ook nog eens zo meteen, als we dit vaststellen, misschien een voetbal gaan verplaatsen en een bedrijventerrein.
Bij onze fractie komt eigenlijk naar boven: hebben we er wel vertrouwen in dat dat allemaal goed gaat komen? De twee insprekers van 14 mei, maar ook de inspreker van gisteren bieden ons nog niet dat vertrouwen. Daarom zouden we graag voor de eerste termijn willen weten hoe de wethouder reflecteert op de gesprekken met alle verenigingen, dus zowel de tennis als de voetbal, maar specifiek op de voetbal omdat dat de insprekers waren die hier waren. Komt het dan goed en kan de voetbal, dat is ook een directe vraag, in 2028, zomer 2028 voetballen, eventueel in Sliedrecht Noord als dit aangenomen wordt? Dank u. 53
De voorzitter Dank u wel. U sprak over een vierkante meter, maar u bedoelde waarschijnlijk vierkante kilometer. De heer Brandwijk Kilometer. Excuus. De voorzitter Dank u wel. Er zijn geen vragen; u mag gaan zitten. Dank u wel. Dan nodig ik tenslotte uit de heer Van der Plas om namens de PvdA-fractie een inbreng te leveren. Gaat uw gang. De heer Van der Plas Voorzitter, de fractie van de PvdA is altijd voorstander van het realiseren van Sliedrecht Buiten geweest en dat zijn we nog steeds. Maar onze zorgen daarover nemen wel toe. Die zorgen hebben niet zozeer betrekking op de bestemmingsplanprocedure of het bestemmingsplan zelf, dus het juridisch en planologisch mogelijk maken van Sliedrecht Buiten, maar vooral over het komen tot goede afspraken met de toekomstige gebruikers, zoals de voetbal en de tennisvereniging. Dat komt bij het volgende agendapunt ongetwijfeld aan de orde, maar ik wil het hier toch alvast even gezegd hebben. En dat wil ik omdat onze fractie van mening is dat, ondanks wat we zo meteen met elkaar gaan bespreken, we wel graag willen dat de bestemmingsplanprocedure wordt voortgezet. Daarom zullen wij instemmen met het voorstel om het gewijzigde bestemmingsplan Sliedrecht Buiten en Stationspark III vast te stellen en vrij te geven voor ter inzagelegging. Dan over de motie van het CDA; de heer Van Urk heeft zich daar ook al over uitgesproken.
In de motie wordt opgeroepen Sliedrecht Buiten niet in gebruik te nemen voordat er een extra calamiteitenroute gereed is die geschikt is voor brandweervoertuigen. De aanleiding voor deze motie is een rapport van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid waarin een advies zou staan van de Veiligheidsregio om die tweede ontsluitingsweg aan te leggen. Maar, en dat zei de heer Van Urk ook al: als je het bewuste rapport erop naslaat, dan staat dat er helemaal niet. Er staat dat om een goede hulpverlening bij rampscenario's mogelijk te maken, er verschillende maatregelen mogelijk zijn. Tweezijdige bereikbaarheid, dus een extra ontsluitingsweg is er daar één van. Maar er worden nog 4 opties genoemd en het advies van de Omgevingsdienst is om de mogelijkheden voor rampenbestrijding, waaronder de bereikbaarheid, verder af te stemmen met de Veiligheidsregio. Pas dan zal blijken of een tweede ontsluitingsweg nodig is. Daarom zullen wij deze motie niet steunen, voorzitter. De voorzitter Ik zie dat de heer Prins hierover een vraag heeft. Gaat uw gang. De heer Prins Voorzitter, ik heb, zoals ik net al aangaf, ook technische vragen gesteld en daarin wordt gezegd dat er inderdaad wel sprake is van een advies van de Veiligheidsregio. Hoe kijkt de heer Van der Plas daar tegenaan? De voorzitter Dank u wel. De heer Van der Plas.
De heer Van der Plas Staat bij de beantwoording van die technische vraag ook waar dat advies te vinden is, voorzitter? De voorzitter Dat is een wedervraag aan de heer Prins. De heer Prins. De heer Prins Dat staat er niet bij. De heer Van der Plas Wat vervelend. De voorzitter Dank u wel. De heer Van der Plas. De heer Van der Plas Ik heb kennis genomen van het antwoord van de heer Prins, voorzitter. De voorzitter Dank u wel. De heer Prins heeft nog een vervolgvraag. De heer Prins Voorzitter, is dit misschien voor de heer Van der Plas aanleiding om het 54
college te vragen naar de bronvermelding? De voorzitter De heer Van der Plas. De heer Van der Plas Voorzitter, ik denk dat het een beetje laat is om nog met technische vragen te komen, maar ik heb zelf het idee dat ik de bron heb gevonden bij de stukken. De voorzitter Dank u wel. Dan is de heer Prins waarschijnlijk nieuwsgierig naar die bron. De heer Prins. De heer Prins Ja, volgens mij redeneren we nu in een cirkeltje. Want de heer Van der Plas zegt: in het rapport heb ik geen advies kunnen lezen. Ik geef aan: het advies wordt wel genoemd in de beantwoording van de technische vragen. De heer Van der Plas vraagt van, ja, waar is dat op gebaseerd? Ik vraag aan hem wat hij er van vindt en vervolgens verwijst hij zelf naar het rapport, waarvan hij net heeft aangegeven dat hij daar geen advies in heeft gelezen. Dus mijn vraag aan de heer Van der Plas is: hoe zit het nou? De voorzitter Nou, ik denk dat voordat we echt in een cirkelredenering komen, de heer Van der Plas. De heer Van der Plas Ik wil hier wel kort op reageren, voorzitter. In het rapport wat bij de stukken zit, wordt geadviseerd dit in nauw overleg met de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid verder uit te werken; dat is het enige advies wat ik aantref in het stuk. De voorzitter Dank u wel. Dat was uw inbreng? Zijn er nog vragen aan de heer Van der Plas? Dat is niet het geval.
Dan zijn we gekomen aan het einde van de eerste termijn, maar het kan zijn dat één van de fracties of woordvoerders nog behoefte heeft om te reageren op de inbreng van een ander, of op de ingediende motie. Een aantal heeft dat al gedaan. Dat is niet het geval. Dan kijken we of de portefeuillehouder, de heer Spek nog behoefte heeft om te reageren; misschien in ieder geval op de ingediende motie. De heer Spek. Er zijn ook een aantal vragen specifiek aan u gesteld. Wethouder Spek Dank u wel, voorzitter. Goed dat we vanavond dit punt behandelen. Er moet duidelijkheid komen en u staat op het punt om weer een stukje duidelijkheid te creëren door dit bestemmingsplan vast te stellen. Belangrijkste inhoudelijke punt waar over gesproken werd is het punt van de calamiteitenroute. Voorzitter, het college hecht veel waarde aan veiligheid. Veiligheid staat voorop. Ook bij Sliedrecht is de veiligheid van groot belang en daarom hebben wij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid gevraagd om mogelijke externe veiligheidsrisico's in kaart te brengen. In het gebied zijn diverse risicofactoren waarmee rekening gehouden moet worden, zoals de A15, de Betuweroute en ook de aanwezigheid van een aardgastransportleiding. Er zijn verschillende maatregelen die genomen kunnen worden om de impact van het incident te beperken.
Wij hebben intensief contact met de Veiligheidsregio om uiteindelijk tot een inrichting te komen die aan alle voorwaarden voldoet, maar daar zitten ook nog wel keuzemogelijkheden en die zorgvuldigheid, die betrachten wij en die moet worden afgewogen. Deze uiteindelijke keuze leggen wij vervolgens voor aan de Veiligheidsregio, die deze zal toetsen voordat wij overgaan tot realisatie. Daarom kunnen wij niet op voorhand stellen dat de extra ontsluitingsweg een verstandige keuze is; op basis hiervan moeten wij die motie ook met klem ontraden. Dat heeft ook met het volgende te maken. Er is natuurlijk een aanrijroute van hulpdiensten, maar het is niet zo dat je per se voor de hulpdiensten twee routes moet hebben, want dat betekent dat je twee zwaar gefundeerde wegen moet aanleggen. Een vluchtroute kan ook zijn dat je de personen en het lichtere vervoer over een andere route aan de calamiteit laat ontsnappen, bijvoorbeeld door over het trottoir te lopen of door een ander voetpad. De aanleg van een tweede weg heeft zeer grote impact op het groen en de ontwikkelingsmogelijkheid en brengt ook aanzienlijke financiële consequenties met zich mee. Daarom gaan wij eerst verkennen wat de mogelijkheden zijn, laten deze toetsen door de Veiligheidsregio en wij zullen dan in het definitieve plan daar ook op reflecteren naar u.
Dus wat ons betreft is dit echt een motie die voortijdig is en ook dat we op dit moment echt de gevolgen daarvan, 55
de consequenties niet kunnen overzien. De voorzitter Voordat u verder gaat, de heer Prins heeft een vraag. Gaat uw gang. De heer Prins Ja, voorzitter. Ik heb de wethouder gehoord en hij zegt, nou, een extra calamiteitenroute is niet nodig, want in geval van nood kunnen mensen ook op een andere manier het gebied verlaten. Nou is er maar één ontsluitingsweg ingetekend in het plangebied. Ja, aan welke andere route denkt hij dan? De voorzitter Dank u wel. De wethouder. Wethouder Spek Voorzitter, we zorgen gewoon dat op het moment dat daar de sportactiviteiten aanvangen, dat het veilig is en hoe we dat gaan doen, daar zijn echt verschillende mogelijkheden voor. Dat heeft ook nog te maken met natuurlijk de planontwikkeling daar boven, waar we dan ook meer over weten. Op dit moment ga ik niet allerlei opties nu hier neerleggen. Wij doen gewoon ons werk. Juist ook omdat in de motie gesproken wordt dat de tweede calamiteitenroute altijd begaanbaar moet zijn voor brandweervoertuigen, vinden wij deze echt voortijdig, want je zou ook via een andere manier het publiek weg kunnen laten gaan, zodat de hoofdroute voor de hulpdiensten blijft. U kan oneindig blijven vragen over opties die er zijn - wij gaan gewoon aan de slag en gaan dat uitwerken.
Wij hebben het advies gelezen en wij zullen dit advies natuurlijk ook ter harte nemen, de keuzes die we daarin maken, steeds stapje voor stapje voorleggen aan de Veiligheidsdienst en op basis van die gesprekken komen wij tot een definitief plan. De voorzitter Dank u wel. De heer Prins in tweede instantie. De heer Prins Ja, voorzitter. De wethouder zegt: u kan oneindig blijven vragen - volgens mij heb ik tot nu toe maar één vraag gesteld. Mijn tweede vraag is dan: waarom staat wat de wethouder nu zegt, niet in de zienswijzennota als reactie op de zienswijze van voetbalvereniging Sliedrecht? Want voetbalvereniging Sliedrecht heeft de zienswijze ingediend, waarin staat van: hoe zit het nou met de bereikbaarheid voor de hulpdiensten? Dan had ik verwacht dat er meer antwoord op die vraag zou staan in de zienswijzennota. De voorzitter Dank u wel. De wethouder. Wethouder Spek Voorzitter, dan is dit natuurlijk een toevoeging aan datgene wat we, niet van de zienswijzennota, maar dit is de werkwijze die ik vooral beschrijf. En ja, dat is niet opgenomen in die nota. Dat weet ik voor de rest niet. Dus laten we het zo zeggen: wij hebben die vraag in de zienswijzennota gewoon ordentelijk beantwoord, met daarbij natuurlijk de wetenschap dat wij hiermee aan de slag gaan en op een ordentelijke manier zorgen dat het veilig is.
Dat wil niet per se zeggen dat wij een tweede ontsluitingsroute moeten hebben die ook bereikbaar moet zijn voor vrachtwagens van de brandweer. De voorzitter Dank u wel. De heer Prins tenslotte. De heer Prins Nou goed, misschien dat ik dan weer te veel vragen stel, maar mijn vervolgvraag is dan: zou het dan wel een optie zijn om een calamiteitenroute in de motie op te nemen die geschikt is voor fietsen? De voorzitter Dank u wel voor de vraag. De wethouder. Wethouder Spek Voorzitter, op dit moment hebben wij het niet nodig en ik hoop ook dat ik door de beantwoording die ik gegeven heb en de zorgvuldigheid waarmee wij daarover nadenken en ook nu deze motie appreciëren, dat wij door middel van een motie gewezen worden op de veiligheid van dat spulletje, van heel dat spul daar en de inwoners die daar straks recreëren en sporten. De voorzitter Dank u wel, meneer de wethouder. Ik zie dat de heer Jongeneel naar aanleiding van de motie ook nog een vraag heeft, of een reactie op de wethouder. Gaat 56
uw gang. De heer Jongeneel Bedankt, voorzitter. Ik ben erg benieuwd wanneer de raad ongeveer het calamiteitenplan kan krijgen van ‘het spulletje’. Want ik wil toch wel weten, als er bijvoorbeeld brand uitbreekt, wat er dan voor veiligheidsmaatregelen paraat staan en hoe de mensen weg kunnen komen. Want ik vind het niet echt heel duidelijk, nu en wij willen graag daar een tijdslijn van hebben. Wanneer kunnen we dat medio verwachten, voorzitter? De voorzitter Dank u wel, meneer Jongeneel. De wethouder. Wethouder Spek Voorzitter, dat vind ik echt een technische vraag. Ik heb geen idee hoe dat loopt. Natuurlijk komt het hier terug op het moment dat wij daar - met de realisatie krijgt u natuurlijk het ontwerp, het definitief ontwerp te zien. Daarin zullen wij ook reflecteren op de calamiteitenroute en wanneer dat is, dat weet ik op dit moment niet. Daar zal ik dan even ambtelijk advies op moeten vragen, of u kunt dat doen. Dat hangt natuurlijk van veel factoren af. Maar wees er in ieder geval van overtuigd dat u daarvan kennis kunt nemen voordat daar de eerste wedstrijd gespeeld wordt. De voorzitter Dank u wel. De heer Jongeneel toch nog in tweede instantie. De heer Jongeneel Voorzitter, het verleden leert ons dat wij niks kunnen met overtuigingen. We willen gewoon zekerheid hebben als raad. Dat wil ik wel even meegeven aan de wethouder, voorzitter. De voorzitter Dank u wel.
Overigens heeft de wethouder toegezegd dat voordat het sportpark in gebruik wordt genomen, de raad geïnformeerd wordt over het definitieve bestemmingsplan en ook als de keuzes gemaakt worden waar het gaat om de calamiteitenroutes. Dank u wel. Wethouder Spek Voorzitter, u interpreteert dat natuurlijk gelijk als toezegging, wat hilariteit oproept, maar waar het mij natuurlijk om gaat is… De voorzitter U had nog niet het woord en ik herhaalde gewoon wat u al zelf had aangegeven, maar wilt u nog verder gaan? Gaat u verder. Wethouder Spek Voorzitter, ik ben door de hilariteit mijn zin kwijt, dus ik hou het hierbij. De voorzitter Prima, de toezegging staat genoteerd. Gaat u verder met uw betoog. Wethouder Spek Voorzitter, als alles wat ik vanavond zeg bij de realisatie een toezegging wordt, dan zij dat zo, maar volgens mij is dit gewoon de gebruikelijke gang van zaken, de werkwijze die wij hebben. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter Gaat u vooral verder met uw betoog. Wethouder Spek Voorzitter, dan zit er voor mij een soort dilemma. Want ik had verwacht dat we vanavond natuurlijk ook moeten reflecteren op datgene wat door diverse insprekers is gezegd. Nu is bij het bestemmingsplan daar al het een en ander over gezegd en ik vermoed zo maar dat ook bij het volgende agendapunt daar het nodige over gezegd gaat worden.
Daarom wil ik vooral even nog bij dit agendapunt iets zeggen over het proces, waarom wij vertrouwen hebben in de gesprekken met de voetbal. Het doel waarmee we aan tafel zitten met de sportschool, de tennis en de voetbal, is dat wij met elkaar overtuigd zijn dat er goede sportmogelijkheden moeten zijn en dat sport een bijdrage levert aan een gezonde levensstijl, maar dat het ook de sociale verbinding en de ontmoetingen bevordert. Het realiseren en beheren en exploiteren van sportaccommodaties vereist intensieve samenwerking tussen verenigingen, ondernemers en gemeente. Voor veel sporten zijn vrijwilligers, sponsors en subsidies essentieel. Zonder deze bijdrage zou de contributie onbetaalbaar worden en wij hechten er belang aan dat sport toegankelijk en betaalbaar is voor iedereen. Het college moet echter een 57
zorgvuldige afweging maken hoe wij dat gemeenschapsgeld dat daarvoor nodig is, toekennen en verantwoord aan deze doelen kunnen laten bijdragen. Dit hangt weer af van wat sporters kunnen bijdragen via redelijke contributies en wat verenigingen zelf kunnen doen door eigen werkzaamheden en sponsorverwerving. De gemeente kan vervolgens de bijdrage in de vorm van een gereduceerd tarief, of gratis, of het met subsidie aanvullen, zodat de voorzieningen beschikbaar en betaalbaar zijn. De gesprekken met de besturen van de sportverenigingen ervaar ik als positief, omdat daar ook een soort gezamenlijkheid is over de ambities die we hebben en waarom sport en bewegen belangrijk is, dat we die natuurlijk onderschrijven. En deze gesprekken zijn wel pittig, omdat wij natuurlijk verschillende rollen hebben. Aan de ene kant wil men natuurlijk zoveel mogelijk kijken wat de gemeente kan bijdragen, terwijl aan de andere kant wij als gemeente natuurlijk een verantwoorde afweging moeten maken over datgene wat wij met ons gemeenschapsgeld gaan bijdragen aan het mogelijk maken van sportvoorzieningen. Deze gesprekken zijn scherp, die gesprekken zijn kritisch naar elkaar. U hoort dat ook; ook vanuit de verenigingen worden er kritische vragen aan de gemeente gesteld.
Maar andersom ook, waarin wij natuurlijk met de verenigingen praten over: wat kunt u zelf bijdragen, hoe gaat u zelf de boel daar exploiteren, hoe gaat u dat onderhouden? Nou en in die gesprekken moeten wij ook van elkaar verdragen dat wij kritisch naar elkaar zijn. Ik beschouw de manier waarop ingesproken is als een zorg over: komen we tot elkaar? En de intentie die een en andermaal bijna elke vergadering wordt uitgesproken: wij willen het mogelijk maken. Alleen: niet zomaar. Het gaat natuurlijk echt over het geld. En overigens ook voor uw geruststelling: de raad zal uiteindelijk daar ook een beslissende rol in spelen, want als wij een bijdrage moeten leveren vanuit gemeenschapsgelden, dan bent u daarvoor aan zet. De overeenkomst die tussen de sportschool, tussen de tennis en de voetbal gemaakt wordt, zal uiteindelijk hier terecht komen, waar u uw politieke afweging moet maken of u dat deel van de gemeenschapsgelden die wij hebben, aan dit doel wilt besteden. Dan wil ik een onderbouwd, zorgvuldig afgewogen raadsvoorstel hebben en dat is de fase waarin we nu zitten. En als elke vorm van kritische vragen, van weerstand, vertaald wordt als onwilligheid van de gemeente, dan ben ik het daarmee oneens.
Ik wil heel graag juist zeggen van: we zijn zo op zoek met elkaar om te komen tot een gedegen, afgewogen voorstel over hoe we dit gaan doen en u moet dat uiteindelijk legitimeren en vaststellen, hier in de raad. De voorzitter Dank u wel. In ieder geval de heer Brandwijk en de heer Verheul hebben daar een vraag over. De heer Brandwijk, gaat uw gang. De heer Brandwijk Dank u wel, meneer de voorzitter. Aan de wethouder: ten eerste, ik had dit gesprek graag op 14 mei gehad. Ten tweede: er zit een verschil tussen een pittig gesprek voeren en vertrouwen bijna onder nul. Je kan het echt wel pittig met elkaar oneens zijn. Hoe reflecteert de wethouder daar dan op? De voorzitter Dank u wel, meneer Brandwijk. De wethouder. Wethouder Spek Ja, voorzitter. Dat is één van de punten die ik 100% begrijp. De impact die het heeft op het langdurige traject, op de voetbal, begrijp ik heel goed dat zij om de haverklap melden dat het vertrouwen nul is, onder nul, net iets boven nul, maar daar rond zit het. Ik beschouw dat ook als normaal in dit proces, want vertrouwen gaat te paard en komt te voet. Wij moeten echt ook als gemeente stapje voor stapje, wil je dat vertrouwen winnen. Dat kunnen wij ook niet in één keer. We kunnen ook niet zeggen van, nou, ik heb één manier, in het volgende gesprek ga ik ‘abracadabra cabri sil, het gaat zoals de gemeente wil’ en dat er dan vertrouwen is.
Nee, we moeten stapje voor stapje voor stapje dat vertrouwen terugwinnen en daar ben ik voor gemotiveerd tot op het bot. En één van de zaken die in mijn beleving ook het vertrouwen moet terugwinnen, is dat we eigenlijk in de gesprekken die we nu hebben, steeds meer duidelijkheid scheppen. We hebben met de voetbal, met de tennis en met de sportschool steeds gesprekken, ook over bijvoorbeeld hoe wij zouden gaan reageren over de zienswijzennota. Dat hebben wij vooraf met hen overlegd. We hebben met hen gesprekken over de processtappen die we maken om tot vanavond te komen. We hebben met hen ook afspraken gemaakt, ik denk dat we bij het volgende agendapunt daar misschien ook nog wel even op terugkomen, 58
over hoe wij zeg maar ook datgene wat financieel geregeld moet worden, gaan afpellen. Maar alleen maar, dat hoor ik hier in de raad ook, alleen maar zeggen dat je dat van plan bent, dat is natuurlijk niet de knop van het vertrouwen die weer aangaat. We moeten dat stapje voor stapje waarmaken; daar zijn we vanavond in ieder geval mee bezig en dat gebeurt steeds. De voorzitter Dank u wel. De heer Brandwijk heeft een vervolgvraag. De heer Brandwijk Dank u wel. Ik was afgelopen zaterdag toevallig nog op de voetbal en eigenlijk zeiden ze daar: ‘wat we nodig hebben is zekerheid dat we in de zomer van 2028 in een nieuw complex zitten, waar dat dan ook zou mogen zijn; maar dan moet het af zijn.’ Kan de wethouder dan nu wel toezeggen, om te werken aan dat vertrouwen, dat de voetbal in de zomer van 2028 in een nieuw complex zit? De voorzitter Dank u wel. Wethouder Spek. Wethouder Spek Ja, voorzitter. In mijn beleving is één van de zaken die het vertrouwen heeft laten weglopen, dat hier vanaf deze katheder door wethouders allerlei data geroepen zijn, die vervolgens niet gehaald zijn. Wij gaan stap voor stap door. Vanavond hebben wij een bestemmingsplan voorgelegd. Dat gaat ter inzage. Dan kijken we wanneer dat onherroepelijk wordt. We gaan steeds de volgende datum bij wijze van spreken aankondigen.
Maar ik ga nu niet een datum zeggen die niet onderbouwd is, want als er een bezwaar komt bij de Raad van State, dan zit ik alweer tegen die deadline aan te hikken. Dus laat ik ook gewoon helder zijn: we gaan samen met de voetbal, samen met de tennis, samen met de sportschool steeds vertellen wat de stand van zaken is en wij komen zo langzaam maar zeker tot het eindpunt. Er zijn al te veel data vanaf deze plek Sliedrecht in gesmeten, zeg maar, die vervolgens niet gehaald zijn en volgens mij is dat één van de belangrijkste punten waardoor de voetbal met name steeds zegt: het vertrouwen is heel laag. De voorzitter Ik zie dat de heer Verheul ook een vraag heeft. De heer Verheul namens de fractie van PRO Sliedrecht. De heer Verheul Ja, voorzitter. Ik had inderdaad een vraag, maar ik denk dat ik hem bewaar voor het volgende onderwerp, want anders gaan de onderwerpen te veel verweven raken en ik behoud hem voor mijn eerste termijn, dadelijk bij het volgende onderwerp. De voorzitter Dat mag. Ik zag dat de heer Verweij namens de SGP-ChristenUnie ook een vraag had. Of kiest hij voor dezelfde beleidslijn? Dat kan. De heer Verweij Nee, ik wil dit moment wel even, voorzitter. Want ik ben op zich heel blij dat de portefeuillehouder iets zegt over die gesprekken met de voetbal en ik snap ook goed wat hij zegt; dat vind ik ook belangrijk.
Die maatschappelijke en sociale rol van de voetbal voor Sliedrecht is voor mijn fractie ook heel belangrijk. Die moet er na de verhuizing natuurlijk ook nog zijn. Hij refereert naar de insprekers, de financiële zorgen die daar nu geuit zijn. De voorzitter En uw vraag is? De heer Verweij En het punt van vertrouwen onder nul. Benchmarks gaan ook vaak uit van een nul en wat zit er dan boven nul en wat zit er onder nul? Dus daar haak ik even op aan, omdat ik de vraag heb, voorzitter, of er in die gesprekken ook benchmarks bij gehaald worden. En wat bedoel ik daar dan mee? Een vergelijking met vergelijkbare verenigingen, in vergelijkbare gemeenten, op het gebied van de contributie. Als je wat websites afgaat… De voorzitter Uw vraag is helder, denk ik. De heer Verweij Ik heb er nog een voorbeeld van. 59
De voorzitter Ja, maar kunt u kort en bondig een vraag stellen? De heer Verweij Benchmarks, niet alleen van contributiehoogte, maar ook de dekking die een sportvereniging vanuit contributiegelden voor hun omzet halen. Kan de portefeuillehouder daar wat over zeggen? De voorzitter Dank u wel. Wethouder Spek. Wethouder Spek Voorzitter, ik zit ook even te dubben of het niet straks daar wat meer over gaat, maar wat ik er hier over kan zeggen, is dat wij in ieder geval vooral ook recht doen aan de unieke positie en de unieke situatie waarin de huidige sportclubs zitten; waar de impact van het langdurig traject gewoon groot is en waar ook die verhuizing zo op hun afkomt.
Wat wij in ieder geval nu ook naar aanleiding van de gesprekken met elkaar hebben vastgesteld, is dat een aantal zaken die wij ook als gemeente vragen, dat dat misschien op dit moment ook gewoon even ondersteund moet worden voor de sportclubs, waarin wij hen aangeboden hebben om zeg maar een extern adviseur te laten kijken naar: hoe kunnen nou die situatie en de cijfers boven tafel komen? Hoe kunnen wij komen tot een afgewogen oordeel, waarmee ik uiteindelijk ook naar de raad kom? Daarin zitten allerlei aspecten van benchmarks, maar in alle eerlijkheid zijn we op dit moment daar nog niet zo heel erg mee bezig, omdat we op dit moment vooral ook even naar die lokale situatie, waarin we echt ook wel even een geschiedenis meedragen, dat we kijken van: hoe kunnen we daar tot de eerste contouren komen voor afspraken en daar een afgewogen oordeel in krijgen? En stel voor dat daar uitkomt dat er een grote bijdrage van de gemeente voor nodig is; dan zullen er natuurlijk ook wel in die fase weer de nodige vragen gesteld worden waarin die benchmarks misschien van pas komen, maar op dit moment zitten we echt ook even nog in die aanloopfase om te zorgen: hebben we nu alle gegevens, alle afspraken uit het verleden, de huidige situatie goed in beeld en hebben we een gezamenlijk beeld over hoe het in de toekomst moet? Die contouren zijn we op dit moment met elkaar aan het tekenen.
De voorzitter Dank u wel. Gaat u verder met uw betoog. Wethouder Spek Voorzitter, volgens mij heb ik daarmee de inhoudelijke vraag beantwoord. Ik zie nog even bij het CDA ook nog iets over het extra fietspad, dat hij daar een CIB over wil. Ik weet niet of het per se nodig is dat dat een CIB wordt of dat in het definitieve plan gewoon daarop gereflecteerd wordt, maar ik begrijp de strekking van die opmerking, van: zorg ervoor dat, het ging volgens mij over dat talud, dat we daar goed kijken en het ook logisch maken. Wat natuurlijk één van de zaken is, maar nogmaals: u vraagt daarvan zo spoedig mogelijk een CIB. Ja, we gaan natuurlijk nu tekenen en rekenen en de plannen maken en die komen vanzelf hier langs. Voor de rest heb ik van de overige partijen geen vragen over het bestemmingsplan zelf, anders dan over het proces met de gesprekken met de sportverenigingen. De voorzitter Dank u wel. Ik zie dat nog twee woordvoerders een vraag hebben. Allereerst de heer Brandwijk en dan de heer Verheul. De heer Brandwijk. De heer Brandwijk Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik ga hem toch proberen iets concreter te maken. ‘Die komt vanzelf’ - kunnen we die voor de zomer verwachten, die CIB? De voorzitter Nou, de wethouder gaf aan dat het maar de vraag is of er een CIB komt, maar - er wordt gevraagd naar een termijn. De wethouder.
Wethouder Spek Voorzitter, de reactie die ik had op de vraag van het CDA over die extra fietsroute, daarvan heb ik gezegd: nou, de portee van dat gesprek is duidelijk. We willen een logische manier hebben om zowel met de auto als met de fiets als voetgangers dat ze op dat gebied komen. Het CDA vroeg om een CIB zodra er wat meer bekend was en ik vraag me af: moet dat in een CIB, of kunnen wij gewoon in het definitieve plan wat naar u 60
toe komt, reflecteren op hoe wij met deze vraag omgegaan zijn? Dus wat mij betreft heb ik daar beslist nog geen datum voor in mijn hoofd, en zeker niet voor de zomer. De voorzitter Dank u wel. Ik zag dat de heer Verheul nog een vraag heeft. Gaat uw gang. De heer Verheul Voorzitter, ik hoorde net de wethouder nog even snel zeggen dat ze nog gaan rekenen en tekenen. Dan vraag ik me toch even af waar de 18,2 miljoen euro op gebaseerd is, als men nog moet gaan rekenen en tekenen. De voorzitter Dank u wel. Wethouder. Wethouder Spek Voorzitter, rekenen en tekenen hebben we ook al gedaan. U heeft daar de prachtige schetsen van gezien. Maar nu gaan we natuurlijk een volgende fase in waarin we ook wat gedetailleerder op de materie ingaan; dan worden zelfs de lijntjes van de parkeerplaatsen ingetekend en waar de fietsenstalling komt. Nou, dat abstractieniveau heeft een bestemmingsplan nog niet, maar dat moeten we ook echt nog doen en al dat ge-teken moet ook nog binnen het budget passen wat ik bij het volgende agendapunt aanvraag. De voorzitter Dank u wel. We zijn gekomen aan het einde van de eerste termijn, ook van het college. De heer Prins heeft nog een vraag. Of wil hij een voorstel doen? Ik wilde eigenlijk voorstellen om naar de tweede termijn te gaan, als daar behoefte aan is. De heer Prins Ja, en daarvóór wilde ik nog wat vragen. De voorzitter Gaat uw gang.
De heer Prins Ja, want een tijdje geleden, een minuut of 10 à 15 geleden… De voorzitter Kort geleden dus. De heer Prins Heel kort geleden was er sprake van een mogelijke toezegging van de wethouder. Maar ik weet niet of die genoteerd is en ik wil nog even vragen: kunt u die nog even herhalen? De voorzitter Ik kan u geruststellen, meneer Prins: alles wordt genoteerd wat in deze vergadering wordt gezegd en daar kunt u altijd op teruggrijpen. De heer Prins Ja, dat is waar. Ik lees de notulen altijd heel goed. De voorzitter Precies, heel goed. Dank u wel. Als er geen andere vragen zijn, dan zijn we gekomen aan het einde van de eerste termijn. Ik kijk of er behoefte aan de tweede termijn is. Die is er; de heer Prins wil graag een tweede termijn. Ik kijk nog even verder rond. De heer Verheul. Nou, dan gaan we gewoon het rondje maken. De heer Prins Voorzitter? De voorzitter Meneer Prins, u bent gelijk aan de beurt. De heer Prins Ja, ik wilde graag vragen om een schorsing van 5 minuten. De voorzitter Een schorsing van 5 minuten. Kijk, 5 minuten valt nog mee. Dan schors ik de vergadering tot 21.00 uur. De vergadering is geschorst. Schorsing De voorzitter De leden kunnen zich nog even beraden op de tweede termijn. De vergadering wordt geschorst tot 21.05 uur. 61
Schorsing De voorzitter De vergadering is heropend. Het woord is aan de heer Prins in de tweede termijn van de raad. Gaat uw gang. De heer Prins Voorzitter, dank u wel. Ja, mijn fractie heb ik net uitgebreid gesproken en ik heb ook gesproken met een aantal andere fracties. We hebben het college net ook gehoord. Wethouder Spek heeft aangegeven - ik heb het nog opgeschreven - dat hij gaat zorgen dat het sportpark Sliedrecht Buiten veilig is op het moment dat het wordt geopend. Nou, hoewel bij die uitspraak niet gezegd werd dat het een toezegging is, vind ik dat toch wel een stevige toezegging, dus daar ben ik wel blij mee. Welke maatregelen dan precies mogelijk zijn, of nodig zijn - ik ga ervan uit dat daar in overleg met de Veiligheidsregio goede besluiten over worden genomen. Ik heb nog wel één vraag aan de wethouder.
Die is: op het moment dat ik mijn motie zou intrekken, kan hij dan wel toezeggen dat er geen andere voorzieningen hoeven te worden beperkt of weg hoeven op het moment dat er toch een ontsluitingsweg zou moeten worden aangelegd? Dus stel dat er een extra ontsluitingsweg zou moeten worden aangelegd op grond van een advies van de Veiligheidsregio, kan hij dan toezeggen dat er niet een kleiner oefenveld komt in plaats van wat nu ingetekend is, of minder parkeerplaatsen dan nu ingepland zijn? Kan hij dat toezeggen? Dus dat een extra ontsluitingsweg niet onmogelijk wordt gemaakt. Daar krijg ik graag nog een antwoord op. De voorzitter Dat was uw inbreng in tweede termijn? De heer Prins Ja. De voorzitter En u laat uw motie nog steeds in stand, hoor ik. De heer Prins Ik wil eerst even wachten op de reactie van de wethouder. De voorzitter Dank u wel. Ik zag dat er een vraag is van mevrouw Visser naar aanleiding van uw inbreng. Mevrouw Visser. Mevrouw Visser Voorzitter, zegt de heer Prins nou eigenlijk gewoon: het is of een toezegging, of een motie? De voorzitter Dank u wel. De heer Prins. De heer Prins Nee, dat zei ik niet. Ik hoop wel dat de wethouder het zo voelt. De voorzitter Dank u wel, meneer Prins. Er zijn geen andere vragen aan u. Ik kijk even verder of de heer Van Urk nog behoefte heeft aan een inbreng in de tweede termijn. Dat is niet het geval.
De heer Van Rossum nog behoefte aan een inbreng in tweede termijn? Dat is niet het geval. De heer Brandwijk nog behoefte aan een inbreng in tweede termijn? Dat is niet het geval. De heer Van der Plas nog behoefte aan inbreng in tweede termijn? Dat is niet het geval. Meneer Verheul, heeft u mogelijk nog behoefte aan een inbreng in eerste, dan wel tweede termijn? Nee, ook niet het geval. Dan zijn we gekomen aan het einde van de tweede termijn van de raad. Dan is er een vraag gesteld aan de wethouder en nodig ik hem uit daarover het woord te voeren. Wethouder Spek. Gaat uw gang. Wethouder Spek Voorzitter, als de motie ingetrokken wordt, of ik dan kan garanderen of zoiets, dat dan de extra ontsluitingsroute onmogelijk gemaakt wordt. Ja, toezeggen…. Voorzitter, ik heb in de eerste termijn van het college ook al gezegd dat de zorg voor de veiligheid van dit sportcomplex ons heel nauw aan het hart ligt, natuurlijk. Ik heb aangegeven dat de risicofactoren in beeld zijn en dat wij natuurlijk willen dat op die plek veilig gespeeld en gerecreëerd kan worden en straks ook nog een toeristisch overstappunt en dat kinderen kunnen spelen in de Baggerjungle. Ik dacht, laat ik die ook maar even noemen voor de afgevaardigde van PRO Sliedrecht, meneer Verheul. Op dit moment hebben wij geen aansporing nodig van de raad om de veiligheid daar optimaal te organiseren.
We beginnen daar ook in een situatie waar nu nog niks is, dus we zullen 62
echt stap voor stap in heel het gebeuren en echt niet op het moment dat we alles klaar hebben, nog een keer bij de Veiligheidsregio vragen van: nou, wilt u ook nog wat? We zullen gewoon in een ordentelijk proces zorgen dat het daar veilig is. Dat is datgene wat ik hierover kan zeggen. Nogmaals: daarmee denk ik dat ik de raad gerust kan stellen. De voorzitter Dank u wel. Er is nog een vraag van de heer Prins. De heer Prins. De heer Prins Ja, het ging mij even om de voorzieningen. In het bestemmingsplan staan ook 350 parkeerplaatsen, 6 velden; er komt misschien nog een mogelijkheid voor een 7e veld. Is dat ook iets wat in die gesprekken met de Veiligheidsregio dan aan de orde komt? Die criteria, die eisen die we nu in het bestemmingsplan hebben staan? Dat niet straks op grond van het advies van de Veiligheidsregio wordt gezegd van ‘oh, dan moeten we toch een veld gaan verkleinen of de parkeerplaats gaan verkleinen, of toch minder bomen’. Dat was eigenlijk mijn vraag. De voorzitter Dank u wel, meneer Prins. De wethouder. Wethouder Spek Ja, voorzitter, dat wordt nu al besproken. In de gesprekken die al gevoerd zijn en in de gesprekken die gevoerd zullen worden, worden al deze aspecten besproken. De voorzitter Dank u wel. Dan zijn we gekomen… de heer Prins toch nog, tenslotte. Gaat uw gang. De heer Prins Voorzitter, ik heb de wethouder misschien even in spanning gelaten.
Ik wil nog wel even zeggen dat ik wel blij ben met de antwoorden die hij vanavond gegeven heeft over de veiligheid. Hij heeft benadrukt dat veiligheid zeer belangrijk is; dat is het voor ons als CDA ook en volgens mij voor ons als heel de gemeenteraad. Ik wil toch even aangeven dat ik de motie intrek en dat ik graag op de hoogte blijf van de voortgang van de gesprekken met de Veiligheidsregio. De voorzitter Dank u wel. De heer Prins En daar is misschien wel een informatiebrief voor nodig. De voorzitter Dank u wel. De motie onder stuk M9.1 is ingetrokken en maakt geen deel meer uit van de beraadslaging. We zijn gekomen aan het einde van de tweede termijn; ik denk dat we over kunnen gaan tot stemming over het voorliggende raadsbesluit. Wenst één van de leden nog een stemverklaring vooraf af te leggen? Dat is het geval: de heer Brandwijk, namens de fractie van Slydregt.NU. Gaat uw gang. De heer Brandwijk Ja, dank u wel, meneer de voorzitter. Wat we als fractie hierbij gaan stemmen betekent voor ons dat we wel vooruitgang willen met Sliedrecht, maar dat we over de exacte invulling we nog wel zeer grote twijfels hebben. Dat zal bij het volgende punt zo blijven, maar met deze wijziging kunnen wij instemmen. De voorzitter Dank u wel. Zijn er nog andere fracties? Ja, dat is het geval. De heer Verheul namens de fractie PRO Sliedrecht. De heer Verheul Voorzitter.
Een historisch moment voor onze partij. Dit is de eerste keer dat wij bouwen gaan goedkeuren aan de overkant van het spoor, de voetbalvereniging welteverstaan. We willen het mogelijk maken door middel van een bestemmingsplan, maar dat betekent niet voor ons dat het er per se hoeft te komen. We willen dat ze zo snel mogelijk een locatie krijgen en of dat op de huidige is of op de nieuwe, dat is ons om het even. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel voor uw stemverklaring. Zijn er nog andere fracties die behoefte hebben aan een stemverklaring? Dat is niet het geval. Dan gaan wij over tot stemming. Wenst één van de fracties stemming? Dat is niet het geval. Dan is dit besluit met algemene stemmen aangenomen. Aldus besloten. Dank u wel. 63
10. FYS – INVESTERINGSKREDIET SLIEDRECHT-BUITEN De voorzitter Dan gaan wij over tot het volgende agendapunt. Dat is agendapunt 10 en dat is het voorstel voor een investeringskrediet voor Sliedrecht Buiten, het bestemmingsplan dat zojuist door u is vastgesteld. Het omvat 5 beslispunten; die kent u inmiddels. We hebben daarover al oordeelsvormend gesproken op 14 mei jongstleden. Er zijn geen openstaande toezeggingen of vragen meer en ik stel voor dat we de behandeling aanvangen met de eerste termijn van de raad. Ik heb als sprekers genoteerd de heer Verheul namens de fractie van PRO Sliedrecht, de heer Brandwijk, de heer Van der Plas, de heer Verweij en de heer Prins; vijf woordvoerders. Akkoord? Niemand anders die zich daar nog aan wil toevoegen? Dat is niet het geval. Dan nodig ik de heer Verheul uit namens de fractie van PRO Sliedrecht. Aan u is het woord. De heer Verheul Voorzitter, dank u wel. Ik ga oprecht m’n best doen om de oordeelsvormende vergadering niet te herhalen. Onze standpunten waren daarin duidelijk en onze zorg ook, dus ik heb een drietal dingen opgeschreven waar wij vanavond naar op zoek zijn voordat we ons stemgedrag kunnen afwegen. Dat is in eerste instantie een reactie op eigenlijk de inbreng van de wethouder van zojuist, vanavond.
Hij gaf in wat meer woorden aan dat er een goed en een zorgvuldig raadsvoorstel nodig is om tot een overwogen besluit te komen. Maar voorzitter, in onze optiek is het raadsvoorstel van vanavond niet compleet en zorgvuldig. Waarom? Omdat er meer financiële kosten verbonden zitten aan de verhuizing dan alleen nu de 18,2 miljoen euro. Wij zijn dus zoekende naar duidelijkheid; niet alleen de VV Sliedrecht, maar ook onze fractie en ik vraag me af, met de eerste stap van het bestemmingsplan, of er nu echt voldoende duidelijkheid is voor het bestuur en voor onze inwoners, leden en ons als fractieleden om te kijken van: nou, dit gaat het worden. Voorzitter, we zijn wel een klein beetje geschrokken, want we hebben namelijk gevraagd hoeveel kosten de vertraging van de verhuizing al bedragen en dat is meer dan 1 miljoen euro; 1,3 als je heel het kunstgrasveld erbij telt. Een deel kan mee, dus laten we zeggen: de helft doen we, we bieden de helft - 1,2 miljoen euro heeft deze vertraging al gekost. En voor elk jaar dat de VV Sliedrecht blijft zitten waar ze nu zitten en wachten op een accommodatie die ze verdienen, kost het nog eens minimaal € 100.000 per jaar. Voorzitter, het is echt zonde van het geld. Daarom roepen we het college echt op om snel aan de slag te gaan om te kijken naar waar ze kunnen komen in de toekomst.
Voorzitter, ik wil het even hierbij houden voor de eerste termijn en ik kom wellicht in mijn tweede termijn terug op ons stemgedrag. De voorzitter Dank u wel, meneer Verheul. Dank voor uw inbreng. Ik geef graag het woord aan de heer Brandwijk van de fractie Slydregt.NU. Gaat uw gang. De heer Brandwijk Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik kan mij bij veel van de woorden die de vorige spreker uitsprak, aansluiten. Er zijn eigenlijk ook drie dingen die ik wil aanhalen. Het lijkt er op dat er wel wat verwevenheid komt met het onderwerp wat we net behandeld hebben, maar toch wil ik dit nu nogmaals vragen, omdat hier ook een aardige investering mee gemoeid is van bijna 20 miljoen. Is het door het beschikbaar stellen van dit budget mogelijk dat de voetbal in 2028 een nieuw complex heeft? Hoe past deze investering in het grotere plaatje waar ik het net over had, die vierkante meter wat ik toen zei, maar wat vierkante kilometer is, van de investeringen rondom de NoordZuidverbinding, bouw van een nieuwe Lockhorst, een IKC waar er ook vertraging kan ontstaan en wat zijn eventueel de gevolgen? Kan de wethouder daar een plaatje van schetsen? Met deze investeringen gaan we ook weer verder met de verenigingen. Ik wil toch van de wethouder horen, naast hoe het pittig is en hoe dat lastige gesprekken zijn, wat ik allemaal begrijp, hoe het toch komt dat dat vertrouwen zó onder nul is.
Want als het onder nul is, is de planning dan haalbaar zoals die nu misschien is en past dat dan ook nog binnen de andere investeringen die ongeveer op dezelfde vierkante kilometer plaatsvinden? Dank u wel. De voorzitter Dank u wel, meneer Brandwijk. Voor een deel een herhaling, zoals u zelf al zei, van de eerder gestelde vragen. We gaan horen hoe de wethouder daar op reageert. 64
Ik kijk even rond. Er zijn geen vragen aan u. Ik kijk naar de heer Van der Plas namens de fractie van de PvdA. Aan u is het woord. De heer Van der Plas Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik kan twee dingen doen. Ik kan mijn verhaal afdraaien; een verhaal met een aantal vragen waar de portefeuillehouder bij het vorige onderwerp de antwoorden al op heeft gegeven. Dat kost ons allemaal tijd, het is niks nieuws en, nou ja, heel vermakelijk is het ook niet, denk ik. Maar ik kan dat dus ook nalaten en eigenlijk alleen maar aan de portefeuillehouder vragen naar wat we gisteren, vanavond en vandaag hebben meegemaakt, van een ruis die op de lijn is. Nou ja, het verhaal van commitment, daar was mijn bijdrage helemaal op geënt, hoe je dat nou weer terugwint. En dat we gisteren een ex-voorzitter hebben gezien waar het commitment toch aardig op de proef was gesteld, de afgelopen jaren en die daar ook wel uiting aan had gegeven. Dat kan ik allemaal voorlezen, maar ik denk dat ik me beperk tot het verzoek wat ik heb aan het college. In het verleden werden wij regelmatig bijgepraat over de voortgang van grote projecten.
Nu kan ik mij niet herinneren dat dat recentelijk nog gebeurd is en dit lijkt me nou net zo’n project waar het heel nuttig zou zijn als de gemeenteraad wat vaker wordt geïnformeerd over de voortgang en de stand van zaken, zodat we op dat gebied allemaal over dezelfde informatie beschikken en ruis op de lijn zoveel mogelijk wordt voorkomen. Ik wou me maar even beperken tot deze vraag, op dit moment. De voorzitter Dank u wel, meneer Van der Plas. Er zijn geen vragen aan u. Dan geef ik graag het woord in deze eerste termijn aan de heer Verweij van de SGP-ChristenUniefractie. Gaat uw gang. De heer Verweij Voorzitter, dank voor het woord. We besluiten vanavond dus over dat investeringskrediet voor sportpark Sliedrecht Buiten. Daar hebben we op 14 mei inderdaad al enthousiaste dingen over gezegd. Het is niet alleen een noodzakelijkheid vanwege bouwplannen en zo; het wordt ook nog eens een fantastisch mooi sportpark. Inmiddels hebben we via een technische vraag terug gehoord dat de juiste stappen zijn gezet op het risico van de missende BTW compensatieregeling; SPUK is aangevraagd, onderweg. Dus daar doet het college wat het moet doen; dat is mooi.
Goed voorzitter, wat mijn fractie betreft heeft het niet zoveel met dat investeringskrediet te maken, maar de financiële zorgen zoals die geuit zijn en waar we ook in het vorige onderdeel al op ingegaan zijn, die houden ons als SGP-ChristenUnie fractie zeer bezig, juist vanwege die belangrijke maatschappelijke en sociale rol van de voetbal voor Sliedrecht en die moet er na de verhuizing natuurlijk ook nog zijn. Mijn fractie en die van PRO Sliedrecht hebben hier technische vragen over gesteld. Vorige week lag er ook nog eens een stukje onderzoeksjournalistiek vanuit Sliedrecht24, die alle kosten op een rijtje zette. Daarin wordt ook de conclusie getrokken dat het huishoudboekje van de voetbal niet op orde is. De voetbalvereniging krijgt maar één derde deel van de kosten gedekt vanuit de contributie. Ik zei in het interruptiedebatje ook al iets over dat benchmark zou kunnen helpen, van: waar hebben het nou over, irritaties over en weer. Wat is redelijk, wat kan je van een voetbalvereniging verwachten? Het is echt wel helpend om buiten de deur van Sliedrecht te kijken naar: hoe doen andere verenigingen dat? Nou, voorzitter, vanuit die zorgen, nog even gezegd, de gemeente… De voorzitter Voordat u verder gaat: op dit punt heeft de heer Prins nog een vraag. De heer Prins.