Notulen besluitvormende vergadering 28-29 mei 2024.pdf
Tekst van het document
Dus op dit moment de gemeente Sliedrecht, vertegenwoordigd door het college van Burgemeester en Wethouders en in de toekomst de BAES BV. Dat zijn de partijen die met elkaar een overeenkomst sluiten. Als ik dan kijk naar het amendement dat hier op tafel ligt, wat ik er dan ingewikkeld aan vindt is dat ik dan het gevoel heb dat wij als derde partij, als gemeenteraad, opeens onderdeel worden van die samenwerking, van die afspraken die dan gemaakt worden. En dat vind ik toch een beetje ongemakkelijk, omdat ik dan - de rechter heeft net al een uitspraak gedaan, want dat is ook zijn rol. Dat de rechter uitspraak doet op het moment dat twee partijen er niet uitkomen. Maar ik vind dat dat niet de rol is van ons als gemeenteraad om op het moment dat wij zien dat twee partijen, in dit geval het bestuur van SOJS en de gemeente, vertegenwoordigd door college van Burgemeester en Wethouders er niet uitkomen, dat wij als raad dan in een soort rechtersrol gezet worden. Dat is even het eerste wat ik er over wil zeggen. De voorzitter Mevrouw Visser heeft daar een vraag over. Gaat uw gang. Mevrouw Visser Met name die laatste zin: meneer Dunsbergen heeft moeite met de rol van de raad. Volgens mij zijn wij het hoogste orgaan en is het college van Burgemeester en Wethouders uitvoerder van wat wij hier met 21, de helft plus 1 in ieder geval, vinden. Belangrijk vinden, van waarde vinden.
Dat is het eerste. Maar het tweede is, die BAES BV wordt opgericht met een 100% deelname van de gemeente Sliedrecht en de gemeente Sliedrecht zijn weer wij. Dus ik begrijp uw spagaat niet. Probeer hem toch nog maar een keer uit te leggen. Want volgens mij is het nu weglopen door te zeggen: het is jammer als SOJS en het college er niet uitkomen, dus ze moeten er maar met de BAES BV uitkomen, maar wij hebben een eerste verantwoordelijkheid naar een stichting die al 50 jaar huurder is. De voorzitter Uw vraag is helder. Dank u wel. De heer Dunsbergen. De heer Dunsbergen Dank u wel. Het is goed dat die vraag gesteld wordt, want dan kan ik dat even wat beter uitleggen. Wat ik ook al zei: ik vind het ook een ingewikkeld punt. Kijk, waar het mij om gaat: als raad nemen wij besluiten. Dat is gewoon een kerntaak die we als raad hebben en dat gaat over verordeningen, beleidsstukken, nota’s et cetera. Vervolgens hebben wij een college van Burgemeester en Wethouders, dat die besluiten uitvoert en die vervolgens ook namens de gemeente Sliedrecht bijvoorbeeld overeenkomsten sluit om tot bepaalde afspraken te komen. In dit geval is dat een beheersovereenkomst bij een pand waar de gemeente Sliedrecht ook eigenaar van is. Dan moet ik er nog even bij benadrukken dat dat volgens mij ook de gang der dingen is.
Want als gemeente Sliedrecht sluiten we heel veel overeenkomsten, waarbij misschien het gros van die overeenkomsten wij niet eens als raad onder ogen krijgen omdat, dat is gewoon het dagelijkse werk, zeg maar en dat gaat ook gewoon helemaal prima. En dan zien we nu bij deze overeenkomst dat wij als raad daar dan opeens een rol in zouden moeten gaan krijgen. Dat is wat er dan nu opeens gebeurt. Dat is ook het punt. Wat ik 17
ingewikkeld vind is dat ik denk - en dan snap ik ook wat mevrouw Visser zegt - wij hebben een verantwoordelijkheid als het gaat om ons jeugdbeleid, dat dat op een goede manier wordt uitgevoerd. Maar dan is het denk ik zuiverder, zou ik denken dat het niet zozeer is dat je als raad dan op een stoel van het college gaat zitten, maar dat je dan het college even tot de orde roept en zegt: jongens, jullie moeten vanuit jullie verantwoordelijkheid aan de slag en met, in dit geval het bestuur van SOJS, goede afspraken maken. En als ik dan kijk naar het amendement, om hem even rond te maken, dan zie ik dat het amendement niet zozeer daartoe oproept, als wel echt hele strakke kaders geeft en eigenlijk een invulling geeft aan hoe die overeenkomst er uit zou moeten zien en dan kom ik eigenlijk bij mijn tweede punt, maar ik zie dat er nog wat vragen zijn, dus die slik ik nog heel even in. De voorzitter Voordat u verder gaat, mevrouw Visser heeft een vervolgvraag. Mevrouw Visser Voorzitter, ik word helemaal blij van de woorden van meneer Dunsbergen. Strakke kaders. Want volgens mij is dat juist onze rol, kaders stellen. De voorzitter Dank u wel. Heeft de heer Dunsbergen behoefte om daarop te reageren? Anders ga ik naar de heer Jongeneel die ook een vraag heeft. De heer Dunsbergen Evenals het gaat om de verduidelijking.
Het klopt dat wij kaders moeten stellen en dat doen wij door bijvoorbeeld beleidsstukken of door verordeningen. Maar volgens mij is het niet onze rol om kaders te stellen over de manier waarop het college van Burgemeester en Wethouders en een andere partij, in dit geval het bestuur van SOJS, een overeenkomst sluiten en dat wij eigenlijk hier tegen de wethouder gaan zeggen en daarin ook tegen het bestuur van SOJS: dit is op zijn minst hoe die overeenkomst eruit zou moeten zien. Want op het moment dat we natuurlijk kijken, dit is dan een overeenkomst voor het beheer van een pand, maar als het gaat over, ik noem maar wat, het beheer van een weg, dan gaan we ook niet als raad kaders geven over hoe dat exact zou moeten worden uitgevoerd. De voorzitter Voordat u dat voorbeeld helemaal gaat uittypen, stel ik voor dat u het even hier bij houdt en dan gaan we naar de vraag van de heer Jongeneel. De heer Jongeneel. De heer Jongeneel Voorzitter, bedankt voor het woord. Nou, als het gaat over de breedte van fietspaden geven wij wel mee hoe breed ze moeten zijn, hoor, voorzitter, 4,5 meter. Dus dat is niet helemaal waar, meneer Dunsbergen. Over kaders meegeven in het amendement: kijk, als we nou wisten dat de onderhandelingen tussen SOJS en de gemeente Sliedrecht vlekkeloos verliepen, dan was er nooit een amendement geweest.
Maar het amendement is er gewoon omdat wij er geen vertrouwen in hebben en dat we nu ook hebben begrepen tijdens de schorsing dat er maar één keer een overleg is gevoerd, daarom vinden wij als fractie, en ik denk de andere fracties ook die het indienen, het heel belangrijk dat deze kaders worden meegegeven. De voorzitter Uw vraag is? De heer Jongeneel Het vertrouwen is er niet. Waarop is het vertrouwen van de heer Dunsbergen gebaseerd dat het wel goed gaat komen? Of zien wij het helemaal verkeerd, voorzitter? De voorzitter Dank u wel. De heer Dunsbergen. De heer Dunsbergen Dat is een mooie brug naar eigenlijk het tweede punt wat ik wilde maken. Dan gewoon even direct antwoord op de vraag van de heer Jongeneel: ik heb er in die zin meer vertrouwen in. Dan ben ik misschien optimistisch ingesteld, dat weet ik niet, maar als ik terugkijk: het is een bewogen tijd geweest. Dat is gewoon realiteit en het is in ieder geval niet een kwestie van jaren, het is dan maanden. Dat is een schrale troost, laat ik het zo maar even zeggen, maar het is hoe dan ook een bewogen tijd geweest. Maar de situatie waar we nu in zitten, als we nu kijken naar de huidige 18
bespreking: die is veranderd. Want de rechter heeft inmiddels een uitspraak gedaan. SOJS heeft de bestuurssamenstelling versterkt. Nou, dat geeft ook al vertrouwen en de wethouder heeft inderdaad net aangegeven in zijn mededeling dat de bestuurlijke gesprekken opnieuw zijn opgepakt. Ik erken: het is laat. Dat ontken ik niet, want het is vorige week geweest. Dat is jammer en dan snap ik op zich de woorden van de heer Van der Plas dat het spijtig is dat er in die 8 weken niks gebeurd is. Maar tegelijkertijd vind ik het wel belangrijk om te benadrukken - dat is ook als ik beluister wat de heer Van der Plas erover zei: er wordt inmiddels gewerkt aan wederzijds vertrouwen. De intentie is uitgesproken om er met elkaar uit te komen en daarbij is men zich bewust van het feit dat die BAES BV daar ook een onderdeel van uitmaakt. Dan snap ik dat er nu nog geen overeenkomst ligt waar alle betrokken partijen het over eens zijn, of waar alle partijen van zeggen van, nou, daar kunnen we inderdaad zó onze handtekening onder zetten. Ik denk dat het ook nog wel tijd gaat kosten. Want het is een lastig punt waar we vandaan komen, maar we moeten nu vooruit kijken. De voorzitter U was inmiddels bezig, volgens mij, met het vervolg van uw termijn. De heer Dunsbergen Ik was eigenlijk weer verder met mijn betoog, dus ik weet niet of ik dat dan….
De voorzitter De heer Jongeneel heeft nog een korte vraag en dan mag u doorgaan met uw betoog en de heer Van der Plas ook nog, zie ik. De heer Jongeneel. De heer Jongeneel Dank u wel, voorzitter. Waarom vindt de heer Dunsbergen nou echt niet dat de raad hier een sturende rol in moet hebben? De voorzitter De heer Dunsbergen. De heer Dunsbergen Dat hoort u mij niet zeggen, meneer de voorzitter. Ik denk dat het prima is dat je als raad een sturende rol hebt. Dat is gewoon onze taak als raad. De vraag is alleen de manier waarop je dat uitoefent. We kunnen natuurlijk hier een hele boeiende discussie voeren, dat vind ik hartstikke leuk, over hoe je als raad dan daarin je rol zou moeten pakken. Maar ik denk, als ik gewoon kijk naar het amendement dat hier voorligt, dat is net dat eerste punt wat ik net zei: dat is niet de manier waarop ik vind en laat ik het echt even bij mezelf houden, waarop ik vind dat je als raadslid die rol zou moeten uitoefenen. Ik vind het gewoon belangrijk dat we daarin dan de wethouder, die die rol wel heeft, daarop zouden moeten aanspreken of daar iets van moeten vinden. Maar dan vind ik het lastig om opeens op zijn stoel te gaan zitten. De voorzitter Dat punt heeft u net uitgebreid uitgelegd. Er is nog een vraag van de heer Van der Plas. Mevrouw Visser, u bent al aan de beurt geweest in deze ronde.
Nu de heer Van der Plas en dan kan de heer Dunsbergen zijn betoog vervolgen. De heer Van der Plas. De heer Van der Plas Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik constateer dat de heer Dunsbergen vooral moeite heeft met de vorm waarin het in het amendement is gegoten, namelijk gekoppeld aan beslispunt 2. Volgens beslispunt 1., wat luidt dat er geen wensen of bedenkingen kunnen worden ingediend, of althans, dat wordt voorgesteld, maar de gemeenteraad is wel in de positie om dat te doen. Het oprichten van BAES is een bevoegdheid van het college, maar daarbij kan de raad wensen en bedenkingen indienen. Ik heb u voornamelijk gehoord over de vorm. Maar nu op de inhoud. Stel je nou voor dat de zaken die in het amendement staan, gekoppeld zouden zijn aan beslispunt 1., dus dat ze als wensen of bedenkingen zouden worden ingebracht - hoe zou u dan reageren op de inhoud? De voorzitter Dank u wel. De heer Dunsbergen. De heer Dunsbergen Ik snap overigens dat de heer Van der Plas zegt dat het nu nog heel erg op het proces zit. Want dat is ook mijn eerste punt; dat is daar eigenlijk ook op gericht. Maar ik denk, als het onderdeel zou uitmaken van beslispunt 1, dan zou mijn 19
antwoord denk ik niet heel veel anders zijn, omdat de situatie dan nog steeds is dat ondanks het feit dat het dan even overgeheveld is naar beslispunt 1, dat nog steeds een situatie is dat wij als raad dan gaan zeggen hoe die overeenkomst eruit zou moeten zien. Dus ook echt de inhoudelijke overeenkomst. Nou, dat is gewoon iets wat ik lastig vind. Ik denk gewoon, daar heb je uiteindelijk een college voor die dat moet regelen namens de gemeente. De voorzitter Dank u wel voor uw antwoord. De heer Van der Plas in tweede instantie. De heer Van der Plas Ik heb hier toch een korte vervolgvraag op. Want als meneer Dunsbergen het amendement goed zou lezen, dan worden daar 5 uitgangspunten geformuleerd en niet de uitkomst van de onderhandelingen. Want de uitkomst van de onderhandelingen, die komt uiteindelijk in een overeenkomst terecht. Dus wat er hier nadrukkelijk wordt benoemd, zijn uitgangspunten op basis waarvan men kan onderhandelen. De voorzitter Dank u wel. De heer Dunsbergen. De heer Dunsbergen Ik snap dat dat gezegd wordt, maar ik moet zeggen: ik kan me niet aan de indruk onttrekken op het moment dat er bijvoorbeeld al staat, ik kijk nou maar naar punt a. dat bijvoorbeeld SOJS wordt aangemerkt als hoofdgebruiker. Dat is op zich een hele nobele gedachte, maar dat is volgens mij iets wat dan in een overeenkomst zou landen. Dat is onderdeel van zo’n overeenkomst.
Dat is wat je daar dan in zet. Dus dan kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat de uitgangspunten die er in staan – natuurlijk, het zijn uitgangspunten, het is niet dat we hier een concept overeenkomst aanbieden, dat snap ik ook - maar de punten die hierin staan, die gaan landen in die overeenkomst. Dat gaat landen in die afspraken tussen de gemeente en SOJS. Ik ga daar straks nog even wat meer over zeggen in mijn tweede punt, als ik daar straks de gelegenheid voor krijg. De voorzitter Dank u wel. De heer Van der Plas nog tenslotte, dan heeft de heer Verheul nog een vraag en dan gaan we echt verder met het betoog van de heer Dunsbergen. De heer Van der Plas. De heer Van der Plas Voorzitter, nog een hele korte. Het kan de heer Dunsbergen toch niet ontgaan zijn dat in de drie jaar dat dit onderwerp hier op tafel komt, door de diverse portefeuillehouders die bij er betrokken zijn geweest, voortdurend werd aangemerkt dat SOJS hoofdgebruiker van het pand zou zijn? Alleen al vanwege het feit dat zij op eigen kracht ongeveer 30% van de bezetting kunnen vullen, wat voor zo’n gebouw eigenlijk voldoende is om op te kunnen draaien. De voorzitter Dank u wel. De heer Dunsbergen. De heer Dunsbergen Nou ja, wat ik net zeg.
Ik vind het dus een nobele gedachte en volgens mij, als het zo is wat de heer Van der Plas zegt, heeft de wethouder dat nu ook gehoord en dan wordt dat ongetwijfeld betrokken bij de gesprekken die dan plaatsvinden. Dan kan het college daar, ook in de wetenschap dat in het verleden die uitspraken gedaan zijn, op die manier afspraken over maken met SOJS. Maar dan vind ik nog steeds dat het niet onze plek is als raad om daar dan zeg maar als een soort derde persoon aan tafel te gaan zitten. De voorzitter Dank u wel. De heer Verheul nog. De heer Verheul Voorzitter, aangezien mijn collega niet meer mocht, steek ik mijn vinger maar op. Ik had nog geen beurt ingevuld, deze ronde. Voorzitter, de vraag via u aan de heer Dunsbergen is als volgt. Beslispunt 1 is natuurlijk eigenlijk dat wij als raad wensen en bedenkingen mogen meegeven. Stel nou eens voor dat het amendement wat nu bij beslispunt 2 staat, gewoon als wens wordt meegegeven in beslispunt 1 - dat hoort dan toch juist binnen onze kaderstellende rol? In dit geval tot de rol van de raad vanavond? Dus bent u met mij eens dat wij als raad het dan als wens meegeven dat het college dat 20
over kan nemen en dat we niet zozeer op de stoel gaan zitten of als derde orgaan aan de beslissende tafel, maar dat we wel nadrukkelijk de wens uitspreken - nou ja, de volgende punten. Bent u het met me eens en als u het zo met me eens bent, kunt u het dan ook mogelijk steunen? De voorzitter Dank u wel. De heer Dunsbergen. De heer Dunsbergen Ja, dank u wel. Ik moet zeggen: het zou de situatie natuurlijk wel verlichten, daar ben ik natuurlijk eerlijk in. Want de situatie wordt dan al anders. Dan ga je inderdaad niet in dwingende regels spreken, maar dan ga je vanuit de wensensfeer dingen aangeven. Dus als raad ga je dan een wens meegeven aan het college. Maar tegelijkertijd blijf ik het dan nog steeds ingewikkeld vinden. Maar ik zeg niet dat dat voor mij overtuigend is, want ik heb nog een tweede punt wat daar voor mij meer overtuigend in is, maar dat het dan nog steeds zo is dat je dan natuurlijk wel eigenlijk tegen het college gaat zeggen van: wij hebben als raad en mevrouw Visser zei het al, wij zijn het hoogste orgaan van deze gemeente, dus dan is hetgeen wat wij zeggen natuurlijk wel heel zwaarwegend, dus ook de wensen die wij uiten, die zijn volgens mij heel zwaarwegend. Dan moet je als college wel van goeden huize komen om dan zo’n wens naast je neer te leggen. De voorzitter Dank u wel. Ik stel voor dat u nu uw betoog vervolgt.
U heeft al een paar keer aangekondigd te komen tot uw tweede overweging. Nou, daar gaat-ie. De heer Dunsbergen Klopt, dat was even de teaser, dus ik ga ervan uit dat iedereen gespannen luistert. Ik zei natuurlijk net al dat het een bewogen tijd is geweest. Nou, de situatie is veranderd en er wordt nu weer gebouwd aan wederzijds vertrouwen. Dat zal in het begin ook pril en lastig zijn. Daar ben ik van overtuigd, want herstellen van vertrouwen, dat is echt een lastige bezigheid. We kunnen de situatie van het verleden ook niet meer terugdraaien. Maar het is nu wel tijd om vooruit te kijken. En als ik dan kijk wat de intentie is geweest die nu door zowel het college als, als ik het goed begrepen heb, ook door het bestuur van SOJS is uitgesproken om er met elkaar uit te komen, dan zie ik dat als een nieuw begin.
En dan zou ik dat proces dat nu dan doorlopen wordt, ook de kans willen geven - en dan zet ik mijn iPad even aan om het amendement weer even tevoorschijn te toveren - om het proces de kans te geven om zonder ballast, zo noem ik het dan toch maar even, van een amendement zoals dit, dat zaken ook toch best wel dicht regelt, ja, om dat proces weer een kans te geven, zodat het college en het bestuur van SOJS, die vorige week weer opnieuw begonnen zijn, de gelegenheid te geven om zonder zaken die daar dan liggen, om dan toch met elkaar eruit te komen, tot goede afspraken te komen. Laat ik er dan dit over zeggen: op het moment dat het dan toch echt weer tot een punt komt van ‘we komen er echt niet uit’, dan zou ik het logischer vinden dat wij er als raad dan iets van gaan vinden. Dan de manier waarop, dat is dan allemaal nog vraag twee, maar dan zeker in die situatie waarin we nu zitten waarop er een nieuw begin is, dan vind ik ook vanuit de rol die we daar met elkaar hebben en dat is dan weer de verbinding met mijn eerste punt, dat we daar het college en ook het bestuur van SOJS de kans en ruimte moeten geven om gewoon met elkaar tot goede afspraken te komen. En op het moment dat dat afwijkt van wat er in het amendement staat, dan zou het jammer zijn op het moment dat dit amendement daar dan een soort van verstorend in zou kunnen werken. De voorzitter Dank u wel.
Mevrouw Visser heeft een vraag. Gaat uw gang. Mevrouw Visser Voorzitter, ik begrijp heel goed dat de heer Dunsbergen net zomin als wij allemaal een glazen bol heeft. Hij noemde: het eventuele amendement zou ballast kunnen zijn bij het opstarten van nieuwe gesprekken. Maar daarna zei hij ook: stel dat ze er dan niet uitkomen; dat kan ook. Ik hoop dat niet, want volgens mij is er één ding wat we allemaal belangrijk vinden: een goed marcherend jongerenwerk en een poppodium. Maar met niet een amendement aannemen slaan we toch alles uit onze eigen handen als raad? De voorzitter Dank u wel. De heer Dunsbergen. 21
De heer Dunsbergen Daar ben ik het niet mee eens. Dan kan er misschien een soort discussie ontstaan over het verschil tussen een amendement of een motie, maar volgens mij staat het ons als raad altijd vrij om moties in te dienen, zoals we ook vanavond een motie vreemd aan de orde van de dag behandelen. En het klopt: we hebben geen amendement vreemd aan de orde van de dag, maar ik benadrukte net al dat de wensen die wij als raad uiten, die zijn zwaarwegend en dan moet je van goeden huize komen, wil je dat naast je neerleggen. Ik weet dat ik dan ook mijn eerste punt een beetje onderuit haal op het moment dat ik zeg van, nou, op het moment dat SOJS en de gemeente er in latere instantie niet uitkomen, dat ik het dan logischer zou vinden om daar als raad iets van te vinden. Maar dan heb je in ieder geval nog het proces wat nu gelopen wordt tussen SOJS en de gemeente, dat geven we nu een kans. Daarvan zeggen we: een nieuw begin en laten we daar ook hen die gelegenheid daartoe geven. Op het moment dat ze er dan niet uitkomen, dan snap ik dat je op een gegeven moment als een soort escalatie dan uiteindelijk bij de raad uitkomt. En de manier waarop dat dan invulling krijgt, wat ik net al zei, dat is dan vers twee.
Ik vind dat je dan alsnog wel moet kijken: hoe kan je dat als raad op een goede manier doen? Maar dan uiteindelijk wel met de verantwoordelijkheid die je hebt voor het jeugdbeleid en ook voor het goede beheer van ons maatschappelijk vastgoed. De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Visser heeft nog een vervolgvraag. Gaat uw gang. Mevrouw Visser Voorzitter, volgens mij is het op dat moment gewoon, welk college dan ook, gewoon het college dat zegt: we gaan zoals we gaan, want de raad had geen wensen en bedenkingen. De voorzitter De heer Dunsbergen, en misschien kunt u wat korter en bondiger reageren op de interrupties. Gaat uw gang. De heer Dunsbergen. De heer Dunsbergen Ik word geïnspireerd door mijn wethouder, meneer de voorzitter. De voorzitter Gaat u vooral door. De heer Dunsbergen Ik ben het niet eens met mevrouw Visser, omdat de vraag die vanavond voorligt is: wensen of bedenkingen op de BAES BV, en niet: wensen en bedenkingen op de overeenkomst tussen SOJS en de gemeente. En het is zo dat wij als raad vanavond… Mevrouw Visser Voorzitter, echt serieus… De voorzitter Nee, mevrouw Visser, u heeft niet het woord, mevrouw Visser. Mevrouw Visser Er is dan toch geen overeenkomst? De voorzitter Mevrouw Visser, u heeft niet het woord. De heer Dunsbergen antwoordt op uw vraag en dan mag u eventueel nog een vervolgvraag stellen. De heer Dunsbergen heeft het woord.
De heer Dunsbergen Wat ik aan het zeggen was, was dat wij vanavond als raad een besluit nemen over het geen wensen of bedenkingen indienen over het oprichten van een BAES BV. Dat is gewoon beslispunt 1. Beslispunt 2 is dan die € 167.000, -. En dan snap ik echt wel dat pand Elektra als onderdeel van die beheerconstructie daar natuurlijk onderdeel van uitmaakt, want dat is één van die panden die dan beheerd zouden moeten worden, en dat er dus ook afspraken gemaakt moeten worden tussen de gemeente en SOJS. Alleen, we gaan het hier vanavond hebben over het indienen van wensen of bedenkingen op de oprichting van een BV. Dat is gewoon, als we het even zuiver hebben, de vraag die hier voorligt. De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Visser heeft nog tenslotte een vervolgvraag. 22
Mevrouw Visser Voorzitter, ik ben geen jurist en dat wil ik ook niet zijn, maar uit alles wat ik gelezen heb en ook in de beantwoording op een aantal vragen van ons, is constant het antwoord ‘dat moet SOJS maar regelen met BAES’. En nu zegt de heer Dunsbergen ‘we hebben het alleen over een oprichting van een BAES en de overeenkomst tussen SOJS en de gemeente, dat is een andere’. Maar er is toch straks helemaal geen overeenkomst meer tussen SOJS en de gemeente? De gemeente moet vooraf dingen goed aftikken, zodat BAES BV daar niet van af kan wijken. Want het is SOJS die een afspraak moet maken met BAES BV. De voorzitter Dank u wel. De heer Dunsbergen tenslotte. De heer Dunsbergen Dat klopt, maar dat neemt niet weg dat de oprichting van die BAES BV uiteindelijk het vraagpunt is dat hier op tafel ligt en niet de manier waarop die BAES BV dan uiteindelijk gaat handelen. Het is voer voor juristen, dat snap ik en volgens mij moeten we deze vergadering daar ook niet mee vermoeien, maar ik heb daar toch echt een andere mening over. De voorzitter Dank u wel. De heer Brandwijk heeft ook nog een vraag. De heer Brandwijk Dank u wel, meneer de voorzitter. Ja, zo’n nieuw begin, dat klinkt altijd heel inspirerend. Dan zou ik toch graag ook even een reflectie willen van de CDAfractie.
Die gaat er eigenlijk met name over dat u aangaf van, ja, als SOJS en de gemeente er niet uitkomen, dan komt het college wel weer naar de raad. Maar dit college heeft een rechtszaak niet gemeld aan ons als raad en doet een mededeling, nu met dit nieuwe begin, vijf minuten voordat we beginnen. Hoe reflecteert u daar op? Want dat is voor mij dus geen goed begin, maar misschien zelfs weer een heel slecht begin. De voorzitter Dank u wel, meneer Brandwijk. De heer Dunsbergen. De heer Dunsbergen Dank u wel. Het is natuurlijk jammer en de wethouder, als het gaat over die rechtszaak, heeft dat natuurlijk al ruim aangegeven en toegegeven dat dat jammerlijk verlopen is, of dat het op een spijtige manier verlopen is. Dus dat heeft hij in die zin toen al aangegeven. Het feit dat hij nu die mededeling doet - ik weet, sommigen van deze raad hadden het prettig gevonden als dat schriftelijk was gegaan. Ik snap op zich dat dit prima in één A4'tje gevangen kon worden. Tegelijkertijd moet ik ook zeggen dat, de mededeling vond ik mooi. Ik vond het prettig, maar ik vond het nou ook niet heel denderend. Uiteindelijk was de boodschap dat er vorige week een gesprek is geweest en dat ze dus opnieuw begonnen zijn. Maar het is niet dat er echt heel veel inhoudelijk nieuws uitgekomen is, laat ik het zo maar even zeggen. De voorzitter Dank u wel. De heer Brandwijk heeft nog een vervolgvraag.
De heer Brandwijk Nee, daar ben ik het mee eens. Maar nu hebben we geen mogelijkheid tot het stellen van technische vragen en als iets binnenkomt als CIB is dat wel mogelijk. Wat ik daar ook jammer in vind en misschien kunt u daar nog op reflecteren, is dat de vorige keer dat het over de BAES BV ging, door een aantal fracties, ik spreek even namens mij, ik weet niet meer precies, ook wel de oproep gedaan: als die rechtszaak dan is geweest, ongeacht de uitkomst, ga de volgende dag praten. Volgens mij had het college ook… De voorzitter Wat is uw vraag aan de heer Dunsbergen? De heer Brandwijk Is de CDA-fractie er tevreden mee dat ze niet de dag na de rechtszaak zijn gaan praten, maar pas afgelopen weekend? De voorzitter Dank u wel. De heer Dunsbergen. De heer Dunsbergen Dat verbaast mij ook, maar dat is misschien een mooie brug naar de antwoorden van de wethouder zo meteen. 23
De voorzitter Dank u wel. Ik zie aan u dat u bent gekomen aan het einde van uw termijn. Dank u wel. Dan gaan wij over naar de volgende woordvoerder en dat is mevrouw Visser van de fractie van PRO Sliedrecht. U heeft het woord, mevrouw Visser. Mevrouw Visser Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, u heeft er moeite mee, met rumoer in deze raadzaal, maar mijn fractie had heel graag geapplaudisseerd voor de bijdrage van de heer Van der Plas. Ik had daar heel veel respect voor. De nette bewoordingen, toch de vileine zinnetjes erin - mijn fractie was daar gewoon eigenlijk super trots op. Dus ik had eigenlijk kunnen zeggen nu: ik sluit me aan bij de woorden van meneer Van der Plas en ik ga weer zitten. Maar dat is te makkelijk. Voorzitter, SOJS als gebruiker van het pand Elektra is voor onze fractie een juweel. Een waardevol iets in de samenleving van Sliedrecht. De manier waarop er mee omgegaan is de laatste tijd, met deze club, daar heeft mijn fractie wel heel veel moeite mee. Eigenlijk heeft mijn fractie ook heel veel moeite met de manier waarop onze wethouder ook met ons als raad is omgegaan. Dat is begonnen in februari, de heer Brandwijk refereerde daar ook al even aan, om gewoon niet te vertellen dat er een rechtszaak was.
Wij hebben heel duidelijk op 2 april, toen de uitslag bekend was dat de gemeente in het gelijk was gesteld, de duidelijke oproep gedaan: gemeente, bestuur SOJS, laten we eerlijk zijn. Het is zoiets waardevols voor Sliedrecht. We zijn tot elkaar veroordeeld; ga met elkaar in gesprek. Acht weken geleden was dat en ik had echt de hoop van: nou wordt die handschoen opgepakt en ik had echt de hoop van: na 3 á 4 weken krijgen we een tussenbericht. Er kwam gewoon helemaal niets. Het gebouw staat er nog steeds te staan. Ik denk dat we dadelijk bij de Kadernota of misschien aan het eind van het jaar bij het veegbesluit nog een verhaal krijgen van ‘we hadden gerekend op huuropbrengsten, die hebben we niet, dus gemeente Sliedrecht, gemeenteraad, pak nog maar een verlies.’ Jammer. Echt jammer. En nu vanavond krijgen we die mededeling vanuit de wethouder en ik snap nog steeds niet waarom het niet op papier staat. Want hij heeft het een aantal keren gezegd: wij beiden. Nou, dan gaan we maar eens schorsen, want dat willen we dan toch even checken. Gelukkig zijn er een aantal bestuursleden van SOJS vanavond hier aanwezig en hebben we even gevraagd van: hoe is het nou gegaan?’ ’Ja, we hebben een soort kennismakingsgesprek gehad.
Het was een goed gesprek, het was een vriendelijk gesprek en ja, er komen vervolggesprekken.’ Dan blijft het voor mijn fractie ontzettend moeilijk als de wethouder dan zegt ‘het bestuur van SOJS kan leven met de BAES’. Misschien dat hij daar dadelijk nog uitgebreider op ingaat. En misschien zou onze fractie ook best wel kunnen leven met de BAES. Maar we zouden kunnen leven met de BAES als wij voor onszelf, als fractie in ieder geval, maar ik hoop eigenlijk de hele gemeenteraad, bepaalde zekerheden zouden hebben. Zekerheden, juist voor SOJS. En niet zozeer voor de stichting SOJS als wel voor al die jongeren. Ieder jaar worden er 300 jongeren in Sliedrecht geboren. Als je dan uitgaat van 16 tot 26, dan hebben we het over 3000 jongeren waar wij wat voor geregeld willen hebben, en waar we zekerheid voor willen hebben. Dat is de reden waarom we dan en gelukkig noemde meneer Dunsbergen het, kaders opgenomen hebben in dit amendement. Als de raad zou kunnen leven met het aanpassen van het amendement van beslispunt 2 naar beslispunt 1 - dat zou voor onze fractie ook nog een afweging zijn. Maar het amendement in de lucht houden, dat is het meest wezenlijke op dit moment voor onze fractie. De voorzitter Dank u wel. Daarover heeft de heer Verweij een vraag, van de SGPChristenUnie. Gaat uw gang. De heer Verweij Dank u wel, voorzitter.
Wat ik me afvraag is wat voor mevrouw Visser dan de overweging is om dit soort kaders mee te willen geven in een beheer BV, terwijl ze het over zaken heeft waarvan je kaders zou verwachten in het jeugdwelzijnsbeleid of in het culturele beleid, omdat het over dat soort dingen gaat. Dus waarom dit soort kaders in een beheer BV willen duwen? De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Visser. Mevrouw Visser Voorzitter, dat heeft er vooral mee te maken dat wij een rapport gekregen hebben, wat in november hier in een klein zaaltje en later verplaatst naar deze zaal, gepresenteerd is, waar uitgegaan is van een positief verhaal, een midden-verhaal 24
en een somber verhaal. Maar die BAES BV, als je in het afwegingskader kijkt, wat bijlage 3 was geloof ik, is het gewoon de bedoeling om winst te gaan maken. En tegen de tijd dat daar een BAES BV zit waar wij niet aan de voorkant als gemeente een aantal kaders hebben meegegeven hoe om te gaan met het jongerenwerk als prioritaire huurder, dan gaan op een gegeven moment centjes een rol spelen en dat is één van de redenen waarom we dat hartstikke belangrijk vinden. De voorzitter Dank u wel voor uw antwoord. Gaat u verder met uw betoog, mevrouw Visser. Mevrouw Visser Voorzitter, u hoort dat wij best wel worstelen. Want als je nou zegt van, nou ja, hup, een beheermaatschappij, die gaat dat regelen - inderdaad, waar meneer Dunsbergen het over had, een liftcontrole, de dakcontrole - daar is helemaal niets op tegen. Maar diezelfde beheersorganisatie gaat zich werkelijk bemoeien met het gebruik van iets wat 50 jaar in gebruik is zonder heel veel klachten, met medegebruikers waar ook nooit over gezeurd is, want vanuit SOJS is nooit gezegd: het gebouw is exclusief voor ons. Nee, er is altijd ruimte voor medegebruik. Dan zou je kunnen zeggen: tegen zo’n beheermaatschappij is niks. Maar als je het goed gaat lezen is het voor een deel financieel aangevlogen. Want mensen in een beheermaatschappij hebben een andere CAO dan ambtenaren, dus daar is ook nog een voordeeltje te halen.
Dan is dat niet het juiste uitgangspunt om dit op deze wijze op te richten. En dat is nog steeds een worsteling. We zijn er ook nog niet uit; we gaan dadelijk na de beantwoording denk ik ook best nog wel een keer schorsen. Maar ik heb nog wel één laatste vraag. Misschien had ik hem technisch moeten stellen, hoor, maar er is ook nog een beslispunt 3 en beslispunt 3 is een begrotingswijziging. Daar staat alleen maar ‘dit bedrag van € 167.500, - ten laste te brengen van het begrotingssaldo’. Nou is dat altijd leuk, want gaat het over het begrotingssaldo 2023, of gaat het over het begrotingssaldo 2024…? De voorzitter Dat is een technische vraag, maar aangezien… Mevrouw Visser Ja, ik weet het, maar onze voorkeur had gewoon geweest dat er gestaan had ‘dat gaan we verwerken in de Kadernota’. De voorzitter Oké, maar dan komt u niet met een amendement op dit punt? Mevrouw Visser Nee, voorzitter - volgens mij zijn andere dingen wezenlijker dan uit welk potje het betaald wordt. De voorzitter U heeft uw oordeel in ieder geval daarover gegeven. Dank u wel, gaat u verder. Mevrouw Visser Ja, wat kan ik er meer op zeggen… Wat ik zei, het oprichten van een beheerorganisatie hoeft niet slecht te zijn voor sporthallen en alles, maar het hele voorstel ademt alleen maar ‘hoe gaan we Elektra beheren’ en ja, het is lastig voor mijn fractie. De voorzitter Dank u wel, mevrouw Visser.
Er zijn geen vragen verder aan u. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Wijngaarden namens de VVD-fractie. Gaat uw gang. De heer Van Wijngaarden Voorzitter, dank u wel. Zoals we al een aantal keren hebben aangegeven: ook bij de verplaatsing van de onderwerpen zou dat in principe voor ons niks veranderen aan hoe wij kijken naar de oprichting van de BAES en dat is nog steeds zo. Dus in dat opzicht zijn wij als VVD nog steeds voorstander van de oprichting van de BAES. Daarbij zijn voor ons uiteindelijk drie punten belangrijk als we kijken naar het pand Elektra. In de breedste zin is dat dat het pand goed beheerd moet worden. Het tweede uitgangspunt is dat het jongerenwerk goed in staat moet zijn om haar jongerenwerk te kunnen doen en het derde punt is dat er continuïteit is voor de activiteiten van het Poppodium. Voorzitter, ik heb verder geen heel lang betoog, maar ik denk dat het gewoon goed is dat ik heel even naar het ingediende amendement kijk wat PvdA, PRO Sliedrecht en Slydregt.NU hebben ingediend, want daar staan best een aantal punten in waar we ons enigszins in kunnen vinden. Er staan ook wat zaken in waar we wat 25
bedenkingen bij hebben. Ik denk dat het goed is dat ik naar het amendement ga en verschillende punten heel even afloop en ik vermoed dat ik daar ongetwijfeld nog vragen de over zal krijgen. De voorzitter Lokt u ze vooral niet uit. De heer Van Wijngaarden Ik ga mijn best doen, voorzitter. Goed, voorzitter, het punt één is eigenlijk dat, het zit op een amendement. Indieners die beogen een aantal voorwaarden voor hun oprichting van de BAES mee te geven, en daar zit voor ons eigenlijk ook gelijk een puntje. Want wij vinden eigenlijk al die zaken die vervolgens in het amendement worden aangegeven, niet leidend voor de oprichting van een BAES en vinden we vooral heel specifiek gericht op het pand Elektra. We begrijpen uiteraard waarom daarvoor gekozen is, maar dat is ook wel een reden waarom wij hier wat moeite mee hebben. De voorzitter Ja, u heeft het toch uitgelokt, zie ik. De heer Van der Plas allereerst. Gaat uw gang. De heer Van der Plas Voorzitter, ik wil even rechtzetten dat het amendement niet gericht is tegen het oprichten van een BAES, maar dat er geld aan de raad gevraagd wordt, waar wij een aantal voorwaarden aan willen verbinden. De voorzitter Dank u wel. De heer van Wijngaarden. De heer Van Wijngaarden Ja, nee, voorzitter, ik heb ook zeker niet geprobeerd te suggereren dat het amendement tegen de BAES is.
Alleen, het amendement beoogt een aantal voorwaarden voor de oprichting van de BAES in te stellen en dat wil dus zeggen dat op het moment dat één van de punten niet gehaald zou kunnen worden, er niet voldaan kan worden aan de oprichting van een BAES. De voorzitter Dank u wel voor de verheldering. Mevrouw Visser nog op dit punt. Mevrouw Visser Voorzitter, meneer Van Wijngaarden zegt: de oprichting van een BAES, daar hebben we niet veel tegen. Ik snap dat dat lastig is omdat het dan aan het pand Elektra gekoppeld wordt. Maar het voorstel wat wij gekregen hebben van het college is, en ik citeer: ‘beoogd effect: een wijze van beheer en exploitatie van multifunctionele accommodatie Stationsweg 4’ - Elektra mag niet meer genoemd worden – ‘die ertoe leidt dat deze accommodatie de maatschappelijke functie gaat vervullen die met de renovatie van de accommodatie is bedoeld.’ De voorzitter Ja, en uw vraag is? Mevrouw Visser Dus met andere woorden: het beoogd effect van dit voorstel van uw college is alleen maar een wijze van beheer en exploitatie van Stationsweg 4. De voorzitter Ja, dank u wel. Mevrouw Visser Het is toch niet gek, voorzitter, dat de discussie zich daar ook op toespitst? De voorzitter Dank u wel voor uw verheldering. De heer Van Wijngaarden.
De heer Van Wijngaarden Nee, voorzitter, dat ben ik ook eens met mevrouw Visser en daarom zeg ik: ik begrijp dat het amendement daarop toeziet. Ik zou dat zelf niet zo gedaan hebben, maar ik snap waarom die keuze gemaakt is en dat is dus omdat het pand Elektra enigszins verweven is met het voorstel wat we hier voor hebben. Dus, nee, dat wat mevrouw Visser zegt, dat klopt. De voorzitter Prima, gaat u verder met de beoordeling van het amendement. 26
De heer Van Wijngaarden Heel goed. Ik denk dat het gewoon goed is dat ik even per punt aangeef wat we ervan vinden en waarom we dat vinden. Voorzitter, punt a. dat SOJS in de te sluiten overeenkomst wordt aangemerkt als hoofdgebruiker van Stationsweg 4 ja, dan zou daar toch eigenlijk ook Elektra moeten staan, zou ik zeggen. Maar goed. Wordt aangemerkt als hoofdgebruiker. Ja, ik vind het wat lastig omdat ik zelf het idee heb - maar goed, dat kan een foute interpretatie zijn, daarom hoor ik daar ook graag enigszins een reflectie over van de wethouder straks - maar SOJS aanmerken als hoofdgebruiker, dat dat ook nog wel eens gevolgen zou kunnen hebben voor de multifunctionaliteit van het pand. Maar goed, ik heb eens wat zitten zoeken op internet in hoeverre dat elkaar kan raken en dat kan elkaar raken. Maar goed, dat is ook wel erg aan interpretatie onderhevig. Ik moet dan ook zeggen, ik ben net als mevrouw Visser gelukkig geen jurist, dus ik vond het ook wat lastig te duiden. Wellicht dat de heer Dunsbergen in de tweede termijn daar wat aan kan toevoegen, maar ik zou zeker ook een reflectie van de wethouder in ieder geval op dat punt willen hebben, maar ik heb het idee dat daar wat conflict tussen zit. Dus daar zijn we wat terughoudend mee.
Punt b., dat deze overeenkomst wordt gesloten voor een zodanige periode dat het gebruik van Stationsweg 4 door SOJS en de continuïteit van het jongerenwerk voor langere tijd gewaarborgd is. Nou, dat is in principe gewoon een punt wat wij zeker kunnen onderschrijven. Het Jongerenwerk moet gewoon goed hun werk kunnen doen en wat ik zei: we vinden dat het Poppodium haar activiteiten gewoon moet kunnen voortzetten, de komende jaren. Dus dat zou een punt zijn waar wij zeker achter zouden kunnen staan als dat op een andere manier ingediend zou worden. Voorzitter, punt c. dat SOJS als hoofdgebruiker een prominente rol vervult bij de exploitatie en het beheer van het gebouw en de bar, bij voorkeur door de inzet van vrijwilligers - ja, ook hier zitten we, zeg maar, met het stukje ‘als hoofdgebruiker’. Ik bedoel: dat SOJS een prominente rol in het pand gaat vervullen en dat ze dat ook bij voorkeur doen door de inzet van vrijwilligers kunnen wij volledig onderschrijven. Maar is dat als hoofdgebruiker? Nou, daarvoor verwijs ik even terug naar mijn opmerkingen die ik maakte over punt a. De voorzitter Mevrouw Visser heeft hier een vraag over. Gaat uw gang. Mevrouw Visser Voorzitter, zou de VVD-fractie kunnen leven met het woord ‘prioritaire’ in plaats van ‘hoofd’? De voorzitter Hoofdgebruiker, bedoelt u. De heer Van Wijngaarden heeft het woord. De heer Van Wijngaarden Excuus, voorzitter.
Wat ik net zei: ik ben geen jurist. Ik laat deze heel even op mij inwerken en daar kom ik zeker op terug. Ja, die heeft u van mij tegoed. De voorzitter Gaat u verder met onderdeel d. De heer Van Wijngaarden Onderdeel d., inderdaad. Dat de waardering voor de inzet tot uitdrukking komt door de opbrengsten zoals uit baromzet, ten goede te laten komen aan de SOJS. Wij hebben hier bij de oordeelsvormende vergadering wel eens aangegeven dat wij wat moeite hebben met dat hele concept ‘zuipen om jezelf te bedruipen’, maar toch snappen wij de opmerkingen die de heer Van der Plas daar bij maakte. Kijk, op zich is dit iets waar wij geen moeite mee zouden hebben, maar goed, je moet dan wel weer zien dat dat dan vervolgens in mindering wordt gebracht op de subsidies. Ik vraag me dan af: maak je niet een hele moeilijke constructie die eigenlijk een soort van onnodig is op dat punt? Maar op het moment dat je zou zeggen: we brengen dat in mindering op de subsidie, ja voorzitter, dan maakt het ons niet bijzonder veel uit. De voorzitter Dank u wel. De heer Van der Plas heeft een vraag of opmerking daarbij. Gaat uw gang. De heer Van der Plas Ja, voorzitter. Ik meen te weten dat de heer Van Wijngaarden, de spreker namens de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, over het algemeen dus ook de liberale beginselen aanhangt.
Waar men van nature niet heel erg geneigd is tot het verstrekken van subsidies, maar wel graag een prikkel inbouwt om geld te verdienen. En 27
dat is nu juist wat wij beogen met dit amendement en het punt wat u nu bedoelt. Kan dat misschien uw gedachten hierover doen kantelen, of ben ik nu te optimistisch? De voorzitter Dank u wel, meneer Van der Plas. De heer van Wijngaarden. De heer Van Wijngaarden Ja, voorzitter. Ik vind dat natuurlijk een hele mooie poging, maar ik zie eigenlijk de manier die de heer Van der Plas voorziet, ook als een verkapte vorm van subsidie. Is het niet linksom, dan is het rechtsom. Het geld komt vervolgens vanuit de gemeente, alleen op dat moment krijgen de mensen het niet direct van de gemeente, maar krijgen ze het doordat er barinkomsten zijn. Maar in mijn beleving is dat echt een soort broekzak-vestzak verhaal wat we daar dan houden. Volgens mij gaat het vooral ook om de zuiverheid van die geldstromen. Ik denk dat het vooral gewoon goed is dat een organisatie weet: nou, volgend jaar hebben we dit bedrag te besteden aan activiteiten en aan een tuinfeest en het jaar daarna dat bedrag en het jaar daarna dat bedrag. En stel dat het even tegenzit; we hebben een jaar corona, ik zeg maar iets. Er zijn dat jaar geen inkomsten en dat zou er dan in resulteren dat het jaar daarna minder activiteiten georganiseerd kunnen worden in het Poppodium. Nou, dat zou ik zonde vinden. Ik denk dat binnen de subsidie het regelen, dat dat zuiverder is.
Maar zoals ik heb aangegeven: ik ben hier niet tegen, hè? Ik vind het niet erg om het op die manier te doen. Maar ik vraag me af of we het daardoor niet onnodig complex maken. De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Visser heeft op dat punt ook een vraag. Gaat uw gang. Mevrouw Visser Voorzitter, nodig of onnodig complex - volgens mij is daar nog niemand uit, want in de € 167.000, - zit ook een aardig bedrag voor fiscaal advies. Maar de heer Van Wijngaarden zei bij dat punt over het hebben en houden van de barinkomsten binnen het SOJS van, in mindering op de subsidie. Maar weet de heer Van Wijngaarden wat de gemeente Sliedrecht op dit moment subsidieert? De voorzitter Dank u wel. De heer van Wijngaarden. De heer Van Wijngaarden Voorzitter, dat vind ik een hele technische vraag. Als mevrouw Visser die schriftelijk bij mij in kan dienen, dan zou ik dat kunnen waarderen. Ja, dat heb ik niet paraat, voorzitter. Ik zou natuurlijk even de begroting op kunnen zoeken, maar dat weet ik niet uit mijn hoofd. De voorzitter En de achtergrond van de vraag is, mevrouw Visser? Mevrouw Visser Voorzitter, het gaat me niet om het bedrag; dat vroeg ik niet. Ik vroeg niet hoeveel. Ik vroeg wat. En tot nog toe is er nog nooit activiteitensubsidie geweest, dus daar kan je ook niks op in mindering brengen. De voorzitter De heer Van Wijngaarden.
De heer Van Wijngaarden Voorzitter, volgens mij zullen wij toch met een subsidie moeten komen, zodat er een programmering geregeld kan worden binnen het pand. Daar staat dan een X bedrag voor en daar wordt dat dan vervolgens op in mindering gebracht. Kijk, op dit moment zijn er helemaal geen inkomsten en dan zou je kunnen zeggen: dan kan er helemaal niets georganiseerd worden. Dus daar zal vanuit de gemeente toch een bijdrage moeten komen om activiteiten te kunnen organiseren. De voorzitter Dank u wel. Gaat u verder met onderdeel e., denk ik. De heer Van Wijngaarden Onderdeel e. inderdaad, voorzitter. Dat SOJS naast de hen reeds toegedachte ruimtes voor permanent gebruik ook permanent de beschikking krijgt over de ruimte voor activiteiten in het kader van het ambulante jongerenwerk, zoals de jongereninloop. Nou, volgens mij hebben we het daar tijdens de oordeelsvormende vergadering ook enigszins over gehad en vinden we inderdaad dat er een fatsoenlijke jongereninloop moet kunnen plaatsvinden. We hebben hier wat moeite met bijvoorbeeld 28
het woord ‘permanent’ ter beschikking stellen. Dat zou dus bijvoorbeeld betekenen dat als daar geen activiteiten plaatsvinden, er ook door niemand anders gebruik van gemaakt zou kunnen worden. Dus je zou beter kunnen spreken over een ‘gegarandeerde’ beschikking, in plaats van een permanente beschikking. Het is misschien wat semantisch, maar dat zou de boel al enigszins veranderen voor ons. Voorzitter, dat zijn eigenlijk onze belangrijkste punten bij dit onderwerp, dus is het misschien goed om een korte conclusie te trekken. Zoals ik heb aangegeven: het amendement gaat voor ons wat te ver omdat we hiermee dus zeggen, we scheppen hiermee voorwaarden voor de oprichting van de BAES. We vinden geen van deze punten een voorwaarde voor de oprichting van de BAES. We vinden dat we de BAES kunnen oprichten, ongeacht of aan deze punten wordt voldaan. Daarnaast vinden we dus wel dat het gewoon heel erg belangrijk is dat SOJS een fatsoenlijke toekomst krijgt en dat er dus ook gewoon goede gesprekken met SOJS gevoerd worden. Dat wij daar ook goed van op de hoogte gehouden gaan worden, zodat we ook weten wat daar precies gaande is, welke afspraken daar gemaakt worden.
Volgens mij heb ik bij de oordeelsvormende vergadering ook aangegeven dat echt een fatsoenlijk activiteitenprogramma binnen Elektra, dus het organiseren van een tuinfeest, dat dat echt een belangrijk punt voor ons is en dat met ons gewoon gesproken kan worden over subsidiëring die kant op. Het gaat voor ons vooral om de kwaliteit en we willen ervoor zorgen dat er ook echt een kwalitatief goed programma neergezet kan worden. Dus in dat opzicht, voorzitter, zullen we het amendement zoals het er nu uitziet niet steunen. Überhaupt denk ik een amendement op beslispunt 2 niet, 1 überhaupt wat lastig. Ja, ik zou meer zien in een motie omdat ik echt vind dat dit wat los staat van het oprichten van een BAES BV en dat we dan vooral richting begroting 2025 duidelijk maken: wat is het financiële vooruitzicht voor een SOJS? De voorzitter Dank u wel, meneer Van Wijngaarden. U bent gekomen aan het einde van uw betoog. Er zijn geen vragen meer aan u. Dan gaan wij over naar de laatste spreker in de eerste termijn van de raad en dat is de heer Verweij, namens de SGP-ChristenUnie. De heer Verweij, aan u het woord. De heer Verweij Voorzitter, bedankt voor het woord. Ja, we zijn als SGP-ChristenUnie blij dat we vandaag eindelijk verder gaan met het besluit over het beheer van onder andere Elektra.
We hebben hier 23 januari 3 uur over gesproken en sindsdien hebben wij gehamerd op: maak die keuzes nou. Dan heb je de duidelijkheid waarbinnen college en bestuur SOJS met elkaar de afspraken moeten maken. De mededeling van de portefeuillehouder vinden we dan ook hoopvol. Wat ons betreft maken we vandaag die keuze. Voor een goed beheer, voor het jongerenwerk snel naar Elektra, inclusief inloop en solide financiën, onafhankelijk van barinkomsten. Goed, voorzitter, daarmee heb ik eigenlijk het meeste wel gezegd. Wat ik nog wel even kwijt wil is dat ik hier sinds januari heel veel gesprekken over gevoerd heb met allerlei dorpsgenoten. En dan valt mij wel iets op. Ten eerste valt me op dat we het eigenlijk erg eens zijn. Iedereen wil goed beheer, het jongerenwerk snel naar Elektra, solide financiën et cetera. Ten tweede valt op dat ik en mijn fractie allerlei motieven in de schoenen geschoven krijgen wat we wel en niet zouden vinden en dat gaat soms best ver. Zelfs zover dat, als ik a zeg, er met een heleboel lelijke woorden erbij terug wordt gezegd: nee, je wil eigenlijk b. en dan is er ook nog weinig vertrouwen in dat het college zuivere motieven zou hebben. Nou ja, voorzitter, dat vertrouwen kom ik in allerlei thema’s steeds weer tegen. Ik heb met een andere pet op heel wat conflicten begeleid en daarvan uit wil ik twee dingen meegeven.
Ten eerste: laat besluiten niet liggen, maar schep duidelijkheid. Hoe langer er onduidelijkheid ligt, hoe meer ruimte er voor vertraging is, onrust, herhaling van discussies. Neem genoeg tijd om de participatie een keer goed te doen, maar niet zoveel dat het in oneindig herhalen vervalt. En twee en die is aan het college: laat in de uitvoering maar zien wat uw motieven zijn. En aan de samenleving en reageerders: kijk naar die daden en roep niet van alles over motieven die u niet kunt zien. De voorzitter De heer Brandwijk heeft een vraag. De heer Brandwijk Dank u wel, meneer de voorzitter. Aan de fractie van de SGPChristenUnie. De fractie geeft een aantal tips en eentje ging eigenlijk over tijd en snel en hoe. Dan wil ik toch graag een reflectie iets uitgebreider van de SGP-ChristenUnie-fractie, 29
voorzitter, op het feit dat we vanavond een melding krijgen van de wethouder dat er blijkbaar gesprekken gevoerd worden, terwijl we volgens mij ook wel eerder gezegd hadden van, ongeacht wat de uitkomst van die rechtszaak is, ga de volgende dag of de week daarna met elkaar praten, juist om met elkaar verder te gaan en juist om elkaar ook vast te houden en te kijken van hoe je hier komt. Hoe reflecteert u daar dan op? De voorzitter Dank u wel. De heer Verweij. De heer Verweij Ja, misschien met een muzikale verwijzing: it takes two to tango. Op het moment dat je gesprekken wil voeren, moeten daar twee partijen toe bereid zijn en ik weet niet wat het verhaal is achter dat het zo lang geduurd heeft. Er werd gezegd dat er vorige week gesproken is en er dan nu een mededeling is. Ik wil daar de wethouder ook wel over horen: hoe kan dat nou? Ik hoor een hoop aannames; ik wacht even af. De voorzitter Dank u wel. Voordat u verder gaat: de heer Pauw heeft ook een vraag op dit punt. De heer Pauw Daar komt dan vraagsteller drie, voorzitter, excuus. Maar ik merk een beetje een hoog spreekuur bij onze club en ook wij spreken heel veel mensen in het dorp. Maar wij hebben een aantal mensen gesproken die absoluut helemaal niets zien van datgene wat in het pand Elektra gebeurt. De vraag aan de SGP-ChristenUnie is of zij die mensen ook kennen of gesproken hebben.
Ze hebben ook heel veel mensen gesproken, zegt meneer Verweij. Dus ik vroeg me af of die mensen ook bij u langsgekomen zijn. De voorzitter Dank u wel. De heer Verweij. De heer Verweij Kan de heer Pauw dat wat verhelderen? Want ik begrijp niet precies met wie hij dan gesproken heeft, wat die vinden en wat ik daar dan weer van moet vinden. De voorzitter De heer Pauw heel kort een toelichting. De heer Pauw Met wie, dat laten we even in het mooie geheime cirkeltje van ons spreekuur, hoewel we in een openbare plek zitten. Maar dan gaat het voornamelijk over het tuinfeest, over de Bluesnacht en over de activiteiten van het Poppodium die van ‘herrie’ tot en met allerlei kwalificaties zijn en op basis van wat voor reden dan ook door deze inwoners, dat waren er meerderen, dat willen ze eigenlijk helemaal niet. Die mensen zijn er ook. En dat mag, want het is een vrij land. Dat is geen enkel probleem. Maar de SGP-ChristenUnie zegt dat iedereen het met elkaar eens is en wij hebben een andere ervaring. We willen even kijken of dat bij de SGP-ChristenUnie ook zo bekend is. De voorzitter Een vraag aan de heer Verweij. Kan hij daar kort op reageren en dan verder gaan met zijn betoog? De heer Verweij Nou, ik ben het roerend eens met de heer Pauw. Het staat ieder vrij om daar wat van te vinden.
We hebben een dorp waar we heel verschillende muziekvoorkeuren hebben; daarin houden we rekening met elkaar en daar krijgen ook mensen van blues de ruimte om daar hun feest in te vieren. Ja. En voor de rest zou ik niet weten wat ik daarvan allemaal zou moeten vinden. De voorzitter Gaat u verder. De heer Verweij Ik wil een hele korte reflectie geven op het amendement. Er staan een heel aantal punten in waarvan ik zou denken: dat past hier niet. Ik heb door vragen te stellen al laten doorschemeren dat ik dan zou denken: doe daar iets mee in cultuurbeleid, doe daar iets mee in jeugdwelzijnsbeleid en ga een subsidie aanvragen. Ik wil eigenlijk op één punt even wel de vinger leggen. Dat is het verhaal van de baromzet. Dat is voor mijn fractie echt wel een belangrijk punt. Er werd gesproken over prikkels; richting liberale vrienden in de gemeenteraad vind ik dat dan een logisch argument. Wat betreft mijn fractie zouden we juist het kader erin willen hebben dat die prikkel eruit gehaald wordt en dat het Poppodium, het jongerenwerk kan draaien zonder die inspanning om zoveel 30
mogelijk die bar te laten draaien. Dus wat ons betreft blijft dat zoals het is en gaat dat niet in zo’n amendement om. De voorzitter Er zijn verschillende vragen vanuit de raad. Allereerst mevrouw Visser en dan de heer Van der Plas. Mevrouw Visser. Mevrouw Visser Voorzitter, als meneer Verweij zegt ‘wat ons betreft blijft het zoals het is’, dan zou hij juist dat punt over de baropbrengst moeten steunen. Want dat is al 50 jaar zo en dan blijft het zoals het is. Maar ik werd eerder getriggerd - meneer Verweij stelde mij de vraag ook terwijl ik mijn bijdrage deed en hij zegt het nu weer: sommige dingen moet je anders regelen, die moet je in je jeugdwelzijnsbeleid regelen en die moet je in je cultuurbeleid regelen. Nou hebben we al 2,5 jaar een cultuurplan. Dat is niet om zeep geholpen bij coalitiebesprekingen, dat is niet geschrapt bij het college werkprogramma. Heeft u daar nou die afgelopen 2,5 jaar iets van gezien, van dat cultuurplan? De voorzitter Dank u wel. De heer Verweij. De heer Verweij Nou, volgens mij is dat een ander thema en staat het de partij van mevrouw Visser vrij… Mevrouw Visser Maar u vindt… De voorzitter Mevrouw Visser, u mag pas spreken als u het woord heeft. De heer Verweij geeft een antwoord op uw vraag. De heer Verweij.
De heer Verweij Volgens mij is dat een apart thema en het staat mevrouw Visser vrij om vragen te gaan stellen aan het college hoe het zit met de uitvoering van het cultuurplan. Volgens mij staat dat vanavond niet op de agenda. De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Visser Nou, voorzitter… De voorzitter Mevrouw Visser, u wenst nog een vraag te stellen? Mevrouw Visser Ja, ja, ja. De voorzitter Mevrouw Visser, u mag dat doen. Gaat uw gang. Mevrouw Visser Twee dingen. Het cultuurplan werd nou niet echt omarmd door mijn fractie, omdat het nogal mager was. Dus wat dat betreft, laat het maar in de la waarin het verdwenen is, maar… De voorzitter Wilt u vooral uw vraag stellen? Mevrouw Visser Maar het blijft voor mij lastig als de heer Verweij zegt, je moet dat anders regelen en dan tegen mij gaat zeggen: ga daar maar vragen over stellen. Als u van mening bent dat u dat anders moet regelen, wanneer gaat u er dan wat aan doen? De voorzitter Dank u wel. De heer Verweij. De heer Verweij Ik vind dat mevrouw Visser op een vreemde manier punten die zij graag wil bereiken, nu probeert in mijn portefeuille te stoppen. Ik laat het verder bij u. U wilt dingen voor elkaar krijgen, u wilt dat via een BAES BV naar binnen duwen. Ik zeg: daar is dat niet voor. Doe dat op een andere manier. En nou moet ik die verantwoordelijkheid met me meenemen? Ik pas daar voor, eerlijk gezegd. De voorzitter Dank u wel.
De heer Van der Plas heeft ook een vraag. De heer Van der Plas. 31
De heer Van der Plas Dank u wel, voorzitter. Ik heb de indruk dat de heer Verweij het woord prikkel, wat ik in mijn bijdrage heb genoemd, associeert met proberen zoveel mogelijk bier te verkopen; nou ja, zeg maar het oude mantra ‘zuipen om te bedruipen’ te beoefenen. Ik kan u verzekeren dat het geen 1972 meer is, tegenwoordig en dat de prikkel bedoeld is om met name de vrijwilligers te motiveren om bardiensten te draaien en daarbij een goede dienstverlening te geven. En neemt u van mij aan dat in het huidige Elektra, als er ergens goed wordt toegezien op het schenken van alcohol aan mensen die daarvoor in aanmerking komen, dat het wel op die plek is. Dus ik zou het op prijs stellen als u dat niet associeert met het stimuleren van het gebruik van alcoholhoudende dranken. De voorzitter Dank u wel, meneer Van der Plas. De heer Verweij. De heer Verweij Ja, even om daar een korte reflectie op te geven. Ik mag directeur zijn van een organisatie die met 150 vrijwilligers werkt en mijn ervaring is dat financiële prikkels vrijwilligers niet in beweging zetten en actief met jongeren aan de gang wel. Dus ik denk dat deze financiële prikkel onnodig is en afleidt van waar SOJS Elektra voor is, namelijk jongerenwerk. De voorzitter Dank u wel. Gaat u verder met uw betoog.
De heer Verweij Ik kom richting het eind van mijn betoog en dat is dat we blij zijn dat vandaag dat besluit over het beheer van Elektra er komt. Dat er duidelijkheid komt, goed beheer, jongerenwerk inclusief inloop naar Elektra, solide financiën, onafhankelijk van de barinkomsten. Dank voor het woord. De voorzitter Dank u wel. Voordat u gaat zitten heeft de heer Brandwijk nog een vraag aan u. Gaat uw gang. De heer Brandwijk Dank u, meneer de voorzitter. Aan de fractie van de SGPChristenUnie. Eigenlijk in één van de laatste zinnen die de heer Verweij uitsprak had hij het over dat SOJS, Elektra en jongerenwerk zo met elkaar verbonden zijn. Hoe kijkt hij dan aan tegen de zin in het amendement die juist gaat over het maken van de hoofdgebruiker van SOJS van het pand Elektra? Als hij zegt, nou, dat is al verbondenheid, dan kan hij zich daar volgens mij zich goed in vinden. Kan hij daar dan nog even op reflecteren? De voorzitter Dank u wel. De heer Verweij. De heer Verweij Ik vind dat overbodig. Ik heb de portefeuillehouder ook in die 3 uur op 23 januari uitgebreid gehoord over inloop, over de prioritering in activiteiten. Daar is dit amendement niet voor nodig. Die zaken liggen er al. De voorzitter Er is een vervolgvraag van de heer Brandwijk. De heer Brandwijk Dat is gezegd in een beeldvormende vergadering.
Als de wethouder vanavond al deze toezeggingen doet, dan kan ik het met u eens zijn dat dat inderdaad gebeurt. Maar wat er in een beeldvormende vergadering is gezegd is nog geen toezegging naar de raad en is dus helemaal nog niet zeker. De voorzitter Dank u wel. De heer Verweij. De heer Verweij Even een reactie. Dank u wel, voorzitter. 23 januari was een oordeelsvormende vergadering. De voorzitter Dank u wel. De heer Verheul heeft ook nog een vraag. De heer Verheul, gaat uw gang. De heer Verheul Voorzitter, ik hoor citeren vanuit de wethouder wat hij allemaal uitgesproken heeft over bepaalde faciliteiten. Prima, maar heeft u dezelfde wethouder 32
ook horen uitspreken dat het pand gewoon in februari open zou kunnen, dat gewoon de sleutel overhandigd zou kunnen worden en bent u het met me eens dat we inmiddels al 3 maanden verder zijn en het pand nog steeds verstoft? De voorzitter Dank u wel. De heer Verweij. De heer Verweij Nogmaals: it takes two to tango. De voorzitter Dank u wel. Er zijn geen andere vragen meer aan de heer Verweij. Dan kunt u gaan zitten. Zijn er nog vragen blijven liggen die u aan elkaar wilt stellen? Er zijn al heel veel interrupties geplaatst. Ik zie geen behoefte daartoe. Dan zijn we gekomen aan het einde van de eerste termijn van de raad. De wethouder heeft behoefte om zijn handen te wassen. Dan stel ik voor dat we even schorsen voor twee minuten. De vergadering is geschorst tot 22.13 uur. Schorsing De voorzitter Ik heropen de vergadering en geef graag in de eerste termijn van het college het woord aan de portefeuillehouder, de heer Bijderwieden. Wethouder Bijderwieden Voorzitter, dank u wel. Een heel betoog, voorzitter. Een hoop interrupties. Het eerste wat mij ter ore kwam was dat ik met enthousiasme een verklaring had moeten lezen, omdat het enthousiasme afstraalt over hoe de gesprekken zijn. Voorzitter, laat ik het dan heel helder zeggen: ik ben ongelooflijk blij dat we afgelopen donderdag met het bestuur van SOJS samen hebben gezeten en een aantal dingen hebben uitgewisseld.