GEW_Bijlage 1 - Definitieve jaarstukken 2022.pdf
Tekst van het document
Wat hebben we bereikt?
Om geschikte werknemers te vinden vergroten we de zichtbaarheid van Sliedrecht als aantrekkelijke werkgever. Daarom positioneren we ons onderscheidend in de markt. Verder zetten we in op de ontwikkeling van onze huidige werknemers via opleiding en training.
•
•
•
•
•
•
Voor de organisatieontwikkeling begonnen we in 2021 al met een visie op de organisatie. In 2022 vormen deze visie en het in 2021 uitgevoerde klanttevredenheidsonderzoek de basis voor de concrete uitwerking naar een organisatie die de gestelde doelen in samenwerking met inwoners en ondernemers kan realiseren én zich als goed en aantrekkelijk werkgever op de arbeidsmarkt positioneert. We zorgen voor een opleidingsprogramma dat aansluit bij de opgaven zoals die geformuleerd zijn in de Kadernota 2021. Ook in 2022 zetten we in op competentieontwikkeling die nodig is om de opgave te realiseren. We zijn zichtbaar op de arbeidsmarkt door de juiste communicatiemiddelen te gebruiken en actief potentieel talent voor onze organisatie te benaderen. De ontwikkeltafel die in 2021 startte, analyseert ook in 2022 de opgaven, monitort de voortgang en brengt advies uit over welke maatregelen nodig zijn om een aantrekkelijke werkgever te zijn en blijven.
•
•
•
•
Jaarstukken 2022
In 2022 werkten we onze organisatievisie uit in een sturings- en organisatiemodel en een passende organisatiestructuur. Kwartiermakers begonnen met het ontwikkelen van leiderschap en teamvorming in het nieuwe model. We zorgden voor meer organisatiebrede ontmoetingen, ook met een informeel karakter. We investeerden in individuele en vakinhoudelijke opleidingen en in gemeentebrede ontwikkelthema's als portfoliomanagement en opdrachtgever/opdrachtnemerschap en dat draagt bij aan grip en sturing op de ontwikkeling en realisatie van onze ambities. Een duidelijke visie op de organisatie, onze manier van werken en de aanwezige ontwikkelmogelijkheden draagt bij aan aantrekkelijk werkgeverschap. We brachten het werving- en selectieproces op orde. Daardoor kunnen we sneller en pro-actief inspelen op (veranderingen op) de arbeidsmarkt. De Drechtsteden bekeken hoe zij zich als gezamenlijk merk richting de arbeidsmarkt Pagina | 52
kunnen ontwikkelen. Daarbij is aandacht voor de diversiteit/eigenheid van de verschillende organisaties in Drechtsteden het uitgangspunt. Eind 2022 wierven we een recruiter die vanaf januari 2023 aan de slag gaat met de 'branding' van de gemeente Sliedrecht als werkgever.
Ambitie samenwerken met de regio Op veel taken vinden we onze belangrijkste samenwerkingspartners in de 'regio' (met name in de Drechtsteden en Zuid-Holland Zuid). Ongeveer de helft van de gemeentelijke begroting bestaat uit bijdragen aan de verschillende GR'en. Onze positie in dit geheel kan en moet sterker. Zeker omdat er continu ontwikkelingen zijn die ons raken en waarbij we aan de voorkant betrokken willen zijn. Er liggen daarnaast op tal van andere thema's kansen op meervoudig lokale samenwerking. Op basis van gedeelde belangen kunnen we flexibele samenwerkingsverbanden opzetten die ons helpen onze ambities te realiseren. We bundelen dus de krachten voor een beter Sliedrecht én een betere regio. Hoe willen we dit bereiken (speerpunt)?
Wat gaan we ervoor doen in 2022?
We geven onze rol als eigenaar en opdrachtgever scherper invulling. Daarvoor moeten we weten waar we op willen sturen en is het nodig daar ook de juiste afspraken over te maken. Het betekent ook dat we slim moeten optrekken met gemeenten die hetzelfde belang hebben. Zo kunnen we op strategisch én tactisch niveau beter samenwerken en halen we effectiever en doelmatiger het optimale uit de regionale samenwerking.
•
Jaarstukken 2022
Aan de hand van de ontwikkeltafel 'regionale samenwerking' werken we met deskundigen uit de organisatie aan een analyse en strategie. Daarmee willen we onze rolneming in de regio versterken, prioriteren waar we (meer) directe invloed willen hebben en duidelijk krijgen welke kansen er liggen t.a.v. meervoudig lokale samenwerking.
Wat hebben we bereikt? •
•
We vulden onze (regie-) rollen verder in om onze samenwerking met en positie in de Service Gemeente Dordrecht te versterken en verbeteren. We pasten regievoering op operationeel, tactisch en strategisch niveau in in verschillende functies in ons nieuwe organisatie- en sturingsmodel, maar de daadwerkelijke uitvoering hiervan vraagt nog aandacht en tijd. Op dit moment ontwikkelen medewerkers zich in hun nieuwe rol en is het regionale samenspel als geheel in ontwikkeling. Sliedrecht adresseerde verschillende ruimtelijke en economische opgaves regionaal kunnen adresseren. Het gaat dan om de Regionale Realisatieagenda, het voorbereiden van een nieuwe Regiodeal en de samenwerking binnen de MLLalliantie.
Pagina | 53
•
In het sociaal domein werken we op regionaal niveau samen binnen de DG&J en de GR Sociaal. Het jaar 2022 stond in het teken van de herinrichting van de Drechtstedelijke samenwerkingsstructuur als gevolg van de transformatie van de GR Drechtsteden naar de GR Sociaal. We gaven deze regionale samenwerking op drie niveaus vorm. Ambtelijk, opdrachtgevend en bestuurlijk. Aansluitend zetten we een interne overlegstructuur op om regie te voeren op de voor Sliedrecht geprioriteerde en strategische vraagstukken die raken aan de GR Sociaal.
Veiligheid Veiligheid is één van de kerntaken van de gemeente. We hechten veel belang aan de veiligheid van onze inwoners. Zowel aan de objectieve veiligheid die meetbaar is in cijfers, als aan de subjectieve veiligheid die naar voren komt uit het veiligheidsgevoel van inwoners. Ambitie Veilige buurten Omdat veiligheid een belangrijk aandachtspunt is in Sliedrecht, stelde de gemeenteraad in 2019 het Integraal Veiligheidsplan 2019-2023 vast. Daarin benoemden we samen met onze inwoners en partners de belangrijkste thema’s op het gebied van veiligheid. De komende jaren zetten we in op het uitvoeren van het herijkte IVP 2023-2026 en intensivering van toezicht en handhaving. Daarbij geven we prioriteit aan: • het voorkomen van ondermijning, • het vergroten van de veiligheid van onze jeugd (preventief én repressief), • de aanpak van woonoverlast en kwetsbare locaties, • het verhogen van sociale stabiliteit en • het stroomlijnen en intensiveren van handhaving in wijken, op bedrijventerreinen en in de openbare ruimte. Hoe willen we dit bereiken (speerpunt)?
Wat gaan we ervoor doen in 2022?
Wat hebben we bereikt?
We zetten in op het voorkomen van ondermijning door ervoor te zorgen dat Sliedrecht onaantrekkelijk is voor het uitvoeren van ondermijnende activiteiten.
•
•
Jaarstukken 2022
•
We versterken onze handhaving door duidelijke handhavingsprioriteiten vast te stellen die aansluiten op het vastgestelde Integraal Veiligheidsplan. We zetten in op het verhogen van de kwaliteit van de handhaving door opleidingen te faciliteren die aansluiten op deze prioriteiten. We blijven regelmatig integrale- en BRP-controles uitvoeren.
•
We handhaafden op de Opiumwet en gaven daarmee het signaal dat het niet loont om in Sliedrecht hennep te kweken of in drugs te handelen. We pakten de BRP controles weer op na de laatste lockdown door corona. We voerden integrale controles uit gericht op ondermijning bij
Pagina | 54
Hoe willen we dit bereiken (speerpunt)?
Wat gaan we ervoor doen in 2022?
Wat hebben we bereikt?
•
diverse ondernemingen en branches. • In samenwerking met de politie startten we controles op het bijhouden van het Digitaal opkoopregister (DOR). Stelen en heling wordt voorkomen door bedrijven hun goederen te laten registreren. Zo startten we met het informeren van alle handelaren in Sliedrecht en door regelmatig te controleren werd het belang voor de ondernemers zelf ook bekender. • We ontwikkelden het structurele signaaloverleg door en breidden het aantal vaste ketenpartners dat aansluit uit om onze scope te verbreden. • We startten de aanpak van LAA op. We stelden een projectleider aan en die zette aangeleverde adressen uit voor verder onderzoek. • We vergrootten de interne bewustwording door de inzet van o.a. de ondermijningsboot. Daarnaast was er een voorlichting voor de gemeenteraad. • We zetten de samenwerking met MMA voort. • We vulden de risicomatrix bedrijventerreinen voor alle Sliedrechtse bedrijventerreinen. • We maakten een start met de risicomatrix Watergebondenlocaties. Deze wordt in 2023 verder ingevuld en geanalyseerd. • We hebben buurtbemiddeling voortgezet
•
•
•
•
We pakken woonoverlast en kwetsbare locaties Jaarstukken 2022
We zetten in op een transparante en heldere aanpak tegen bedreigingen van ondermijning bij gemeenteraad, bestuurders en het ambtelijk apparaat, maar ook op het vergroten van weerbaarheid, deskundigheid en bewustwording van de problematiek die speelt. We werken samen met het meldpunt Meld Misdaad Anoniem om de meldingsbereidheid van inwoners te vergroten en meer informatie te krijgen. We brengen de risico's van kwetsbare gebieden als bedrijventerreinen in kaart en zetten met ketenpartners interventies in om deze risico's te verkleinen. We versterken de samenwerking met de regiogemeenten voor grensoverstijgende problematiek. We sluiten aan bij het Regionaal Controle Team Mensenhandel.
• We continueren de aanpak buurtbemiddeling via MEE. Daarnaast bespreken we ernstige woonoverlast
Pagina | 55
Hoe willen we dit bereiken (speerpunt)?
Wat gaan we ervoor doen in 2022?
Wat hebben we bereikt?
aan zodat mensen prettig en met een veilig gevoel in Sliedrecht kunnen wonen. Daarbij ligt de focus op sociale problematiek, (geluids)overlast van buren, vervuilde tuinen en woningen, overlast van dieren, verloederde en vervallen panden, drugshandel en spookbewoning.
integraal in het gemeentelijke regieoverleg woonoverlast. • Particuliere woningeigenaren kunnen woonoverlast melden bij het meldpunt woonoverlast van de gemeente. • In voorkomende overlastsituaties onderzoeken we de toegevoegde waarde van cameratoezicht. • We gaan spookbewoning tegen met controles vanuit de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA).
• Maandelijks vond het Regieoverleg woonoverlast plaats. Daarin bespraken we meldingen van woonoverlast en maakten we voor diverse cases een plan van aanpak. Een aantal cases is inmiddels afgesloten • We wogen de inzet van cameratoezicht bij overlastsituaties, maar dat leidde niet tot de daadwerkelijke inzet van cameratoezicht. • Er zijn controles vanuit de LAA geweest.
We willen maatschappelijke onrust, sociale spanningen, polarisatie, radicalisering en extremisme voorkomen en de signaleringspositie van de gemeente en haar partners vergroten. We zetten in op het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid van de samenleving.
•
We versterken de aanpak tussen zorg en veiligheid bij complexe problematiek van personen. Daarvoor continueren we de inzet van de wijkGGD-er en voeren we structureel overleg met zorginstellingen in Sliedrecht We zetten in op het vergroten van de deskundigheid van professionals. Bij complexe problematiek werken we nauw samen met het Zorg- en Veiligheidshuis.
•
We zetten in op het vergroten van de fysieke veiligheid. De belangrijkste elementen daarbij
•
We intensiveren de samenwerking met (veiligheids)partners blijvend om risicobeheersing te optimaliseren en het optreden bij incidenten verder te professionaliseren.
•
Jaarstukken 2022
• •
•
•
•
We continueerden de inzet van de Wijk-GGD-er. Met Yulius en ASVZ voerden we structureel overleg op bestuurlijk én tactischoperationeel niveau. We zetten de samenwerking met het Zorg- en Veiligheidshuis voort en we werken aan het toekomstbestendig inrichten van de organisatie. Daarnaast fomaliseren we alle juridische afspraken. Onze gemeente verzocht het Zorg- en Veiligheidshuis ook om naast de positionering en toekomstbestendige inrichting in te zetten op een inhoudelijke kwaliteitsslag met aandacht voor lokaal maatwerk. We hebben samen met de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid gecontroleerd op Wabovergunningen We werken aan het veilig en bereikbaar houden van
Pagina | 56
Hoe willen we dit bereiken (speerpunt)?
Wat gaan we ervoor doen in 2022?
zijn verkeersveiligheid, verwerking en vervoer van gevaarlijke stoffen en waterveiligheid.
•
We zetten in samenwerking met de stichting 'Maak een punt van 0 verkeersslachtoffers' en het regionale ondersteuningsbureau verkeersveiligheid extra in op campagnes t.a.v. veilig gedrag in het verkeer.
Wat hebben we bereikt?
•
•
•
Wij willen de veiligheid in Sliedrecht verder verbeteren. Daarbij heeft het faciliteren van het buurttoezicht speciale aandacht.
Jaarstukken 2022
• In Sliedrecht zijn vrijwillige toezichtteams als buurttoezicht en het preventieteam zakkenrollen actief. Deze vrijwilligers zijn de ogen en oren van Sliedrecht. Ze hebben een belangrijke taak als het gaat om het voorkomen van overlast en criminaliteit. We hechten belang aan de inzet van buurttoezicht en faciliteren de vrijwilligers van buurttoezicht in het uitvoeren van hun taak.
•
schoolomgevingen. Daarbij hanteren we het STOMP principe: Stappen – Trappen – OV – Mobility as a service (deelmobiliteit) – Personenauto's We plaatsten LED attentiepalen bij de voetgangersoversteekplaatsen bij de Henri Dunant School en Oranje Nassauschool. We stelden vanuit de regionale samenwerking RVP een veiligheidsagenda op en zetten in op structurele verkeerseducatie op basisscholen (SCHOOL op SEEF) en middelbare scholen (Totally Traffic). Er vonden gastlessen, verkeersexamens, dode hoek lessen en campagnes (MONO en AAN in het donker) plaats. Buurttoezicht en het zakkenrolpreventieteam hielden actief toezicht in Sliedrecht. We faciliteerden buurttoezicht bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van accommodatie en mobiele telefoons.
Pagina | 57
3.4.4 Wat heeft het gekost? Overzicht financiële afwijking programma bestuur, veiligheid en organisatie (x € 1.000) Omschrijving
Begroting 2022
Lasten Baten Saldo
N V N
16.472 711 15.761
Wijziging Totale begroting begroting 2022 2022 N 642 N 17.115 N 6 V 705 N 649 N 16.409
Rekening 2022 N V N
A. Toelichting op Wijziging begroting 2022: 1. Bedrijfsvoering 2. Begroten en verantwoorden 3. Bestuur 4. Communicatie en voorlichting 5. Dienstverlening 6. Fysieke veiligheid 7. Sociale cohesie 8. Overhead Totaal
N N V N N V N N N
0 95 127 0 1 35 33 675 643
N N N N N N N V N
B. Toelichting op Verschil 2022: 1. Bedrijfsvoering 2. Begroten en verantwoorden 3. Bestuur 4. Communicatie en voorlichting 5. Dienstverlening 6. Fysieke veiligheid 7. Sociale cohesie 8. Overhead Totaal
V N V V N N V N V
Lasten 132 29 137 28 87 34 15 150 12
N N V N V N V V V
C. Mutaties in reserves: 1. Stortingen 2. Onttrekkingen Totaal
D. Gerealiseerd resultaat Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Totaal
Jaarstukken 2022
Lasten
Totale begroting 2022 N 247 V 1.200 V 954
17.102 937 16.165
Verschil
V V V
Baten
Saldo 0 0 0 0 0 26 0 20 6
N N V N N V N N N
0 95 127 0 1 9 33 655 649
0 0 13 0 95 2 1 125 232
V N V V V N V N V
Saldo 132 29 150 28 8 36 16 25 244
Baten
Rekening 2022 N V V
12 232 244
111 934 823
Verschil
V N N
136 266 131
Totale Rekening Verschil begroting 2022 2022 N 16.409 N 16.165 V 244 V 954 V 823 N 131 N 15.456 N 15.342 V 113
Pagina | 58
3.4.5 Beleidsindicatoren
• • •
Naam indicator
Sliedrecht
Streefwaarde
4a
Cijfer tevredenheid: KTO (1e lijn dienstverlening)
7,9 (2022)
8
4b
% realisatie servicenormen (1e lijn dienstverlening)
81% (2022)
80%
4c
Cijfer tevredenheid medewerkers (organisatie)
7,1* (2020)
8
4d
% ziekteverzuim personeel (organisatie)
6,8% in 2022
<6%
4e
% inwoners dat zich veilig voelt in eigen straat of buurt en in geheel Sliedrecht (veiligheid)
85% in 2022
90% in 2022
4A* Dit cijfer is opgebouwd uit 3 verschillende onderdelen: balie 8.4, telefonie 7.7 en web 7.6 (cijfers KTO 2022). 4B* De servicenormen zijn opgebouwd uit 3 onderdelen: balie 91%, telefonie 73% en web 78% (cijfers KTO 2022). 4C* De cijfers per team lopen uiteen en geven een gemiddelde van 7,1 (MTO 2020).
4a en 4b Dienstverlening loopt als een rode draad door heel onze organisatie - het is iets van alle medewerkers. Elke medewerker levert diensten. Dat kan voor een interne- of externe klant zijn, maar uiteindelijk werken we allemaal voor de inwoners en ondernemers van onze gemeente. Het CWP geeft richting aan de manier waarop we onze diensten willen leveren en hoe we als betrouwbare partner willen (samen)werken. Om de klanttevredenheid te toetsen, voert Dienstverlening Drechtsteden (DD) doorlopend klanttevredenheidsonderzoeken uit. Op basis daarvan monitoren en verbeteren we de dienstverlening continu. 4c Tevreden medewerkers presteren beter en dragen bij aan het succes van de organisatie. Een ‘medewerkers tevredenheidsonderzoek’ (MTO) is een indicator voor de betrokkenheid, motivatie of tevredenheid van de medewerkers en laat zien wat de gevolgen daarvan kunnen zijn voor bijvoorbeeld verzuim, verloop en effectiviteit. Het onderzoek geeft handvatten voor het verbeteren van de organisatie. En dat heeft direct positieve gevolgen voor onze dienstverlening. We voeren MTO's 2-jaarlijks uit, te beginnen in 2023. 4d Met de komst van de nieuwe arbodienst in april 2022 bestaat er meer aandacht voor preventie van verzuim en voor betere ondersteuning van verzuimende medewerkers en hun leidinggevenden. We blijven actief inzetten op het verminderen en voorkomen van verzuim.
Het ziekteverzuimpercentage van 6,8% in 2022 weerspiegelt de inspannigen nog niet direct. Maar als we inzoomen, zien we dat langdurige verzuimgevallen op dit cijfer drukken en dat er een afname is in kort- en middellang verzuim. 4e Het veiligheidsbelevingsonderzoek van 2019 laat zien dat 2 op de 10 inwoners zich regelmatig of vaak zorgen maken over de veiligheid in de eigen straat, buurt en Sliedrecht in het geheel. Met de acties uit het nieuwe Integraal Veiligheidsplan willen we dit veiligheidsgevoel verhogen.
Jaarstukken 2022
Pagina | 59
3.4.6 Bijdrage van verbonden partijen aan dit programma Veiligheidsregio ZHZ (GR) Een deel van de veiligheidstaken is ondergebracht bij de GR Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. De Veiligheidsregio zorgt voor het beheersen van risico's, het bestrijden van incidenten en het herstel uit ontwrichte situaties. Drechtsteden (GR) Onderzoekscentrum Drechtsteden voert onderzoek uit voor de gemeente Sliedrecht. Servicecentrum Drechtsteden voert veel ondersteunende taken uit op het gebied van onder andere communicatie, financiën, personeel & organisatie en juridische zaken. Dienst Gezondheid & Jeugd (GR) De Dienst Gezondheid & Jeugd voert taken uit op grond van de Wet Publieke Gezondheid, de Leerplichtwet en de aanpak van Voortijdig Schoolverlaten. Er is aansluiting bij de volgende doelstelling van de Dienst: • het op een vertrouwenwekkende en adequate manier optreden tijdens rampen en crises waarin de publieke gezondheid wordt bedreigd en het voorkomen van maatschappelijke onrust bij kleinschalige incidenten.
3.4.7 Kaders voor de reguliere taken De reguliere taken van het programma Bestuur, Organisatie en Veiligheid zijn gebaseerd op de onderstaande beleidskaders zoals vastgesteld door de Gemeenteraad. Kaders waarbinnen het college werkt Vigerend beleidskader
Vastgesteld
Integraal Veiligheidsplan
Raad, 2019
APV
Raad, 2021
Ruimte voor inwoners! 'Her(r)ijkt Beleid
Raad, 2015
Burger- en Overheidsparticipatie Alcoholverordening Sliedrecht
Raad, 2022
Evenementenbeleid
Raad, 2015
Welstandsnota
Raad, 2014
Reclamebeleid
Raad, 2014
Nota verbonden partijen,
Raad, 2022
Gemeentelijke bouwverordening
Raad, 2012
Bouwbesluit
Rijk, 2012
Jaarstukken 2022
Pagina | 60
3.5 Programma 5 financiën en belastingen Reguliere taken
• • •
Beheren van de gemeentefinanciën conform (wettelijke) kaders Belastingheffing en –invordering Tijdig bijwerken van beheer verordeningen
3.5.1 Inleiding In het programma Financiën & Belastingen komen de algemene inkomsten van de gemeente terug. Onze hoofddoelstelling is een sluitende begroting te presenteren. Daarnaast bewaken we de (financiële) soliditeit op langere termijn. Daarbij is het belangrijk dat we tijdig inspelen op financiële ontwikkelingen in relatie tot de noodzaak voor het creëren van financiële ruimte voor inhoudelijke ontwikkelingen.
3.5.2 Wat hebben we gedaan? Ontwikkelingen gemeentefonds We hebben in 2022 als gevolg van de Decembercirculaire een fors positief resultaat op het gemeentefonds. Dat komt doordat het Rijk in die circulaire forse toevoegingen aan het gemeentefonds blijft doen. Op zichzelf is dat een positieve ontwikkeling, maar door de timing is het onmogelijk de middelen in te zetten voor het jaar waarin ze beschikbaar worden gesteld. We stellen bij de resultaatbestemming dan ook voor de toegekende middelen voor de compensatie energietoeslag ad. €559.000,- over te hevelen naar 2023. In 2022 deelden we consequent de meest recente ontwikkelingen omtrent de herijking van het gemeentefonds. Op landelijk niveau vielen er belangrijke besluiten. We voeren de herijking in met ingroei van 2023. Daarbij maximeren we de korting op € 37,50,- per inwoner. Tot en met 2025 is er daardoor voor de herijking gemeentefonds geen sprake meer van onzekerheid over het financiële effect. We verwerkten het optredende effect in de Begroting 2023 en hebben daarmee onze lobbyresultaten bereikt. Er is een structurele suppletie-uitkering die het herverdelingseffect maximeert op € 37,50,- per inwoner. Eerder was er sprake van € 60,- per inwoner. Het effect is vanaf 2026 nog niet bekend. Er is dan geen sprake meer van de eerder bepaalde korting van € 175,- per inwoner voor Sliedrecht.
Men komt vanuit de Contourennota1 op landelijk niveau tot nadere stappen ten aanzien van die jaren. Belastingheffing In 2022 zetten we – conform de in de Begroting 2020 vastgestelde verhogingen – verdere stappen in het kostendekkend maken van de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de begrafenisrechten 2. Daarmee realiseerden we de begrote opbrengsten. Ook de ander belastingopbrengsten lopen in de pas met de begroting. Belastingheffing is mogelijk door juridisch en fiscaal getoetste belastingverordeningen die de gemeenteraad jaarlijks vaststelt. Eén van die verordeningen is de legesverordening en daarbij is de nieuwe omgevingswet een belangrijke ontwikkeling. Deze wet krijgt naar de laatste inzichten op z'n vroegst met ingang van het jaar 2024 z'n beslag. De nieuwe omgevingswet is niet alleen van invloed op de legesheffing, maar heeft ook grote impact op verschillende begrotingsposten. Treasury De situatie in de wereld leidde ertoe dat de marktrentes in 2022 enkele procenten stegen. Waar de gemeente in 2021 nog geld toe kreeg bij het aantrekken van leningen (negatieve rente), betaalden we eind 2022 rond de 3% rente voor nieuwe leningen. De ambities uit Koers 2030 vragen aanzienlijke investeringen. Daarom is er in 2022 € 10 miljoen aangetrokken. Daarnaast is contractueel vastgelegd 1 2
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022Z14923&did=2022D30812 De opbrengsten van deze heffingen worden overigens niet geboekt op dit programma.
Jaarstukken 2022
Pagina | 61
dat we in 2023 € 5 miljoen aantrekken. Daarmee is er afdoende liquiditeit om de goedgekeurde kredieten te realiseren.
3.5.3 Wat heeft het gekost? Overzicht financiële afwijking programma Financiën (x € 1.000) Omschrijving
Begroting 2022
Wijziging begroting 2022 1.315 V 537 49.180 V 8.761 47.865 V 9.298
Lasten Baten Saldo
N V V
Totale Rekening Verschil begroting 2022 2022 N 778 N 367 V 412 V 57.941 V 59.225 V 1.283 V 57.163 V 58.858 V 1.695
A. Toelichting op Wijziging begroting 2022: 1. Algemene heffingen Totaal
V V
Lasten Baten Saldo 537 V 8.761 V 9.298 537 V 8.761 V 9.298
B. Toelichting op Verschil 2022: 1. Algemene heffingen Totaal
V V
Lasten Baten Saldo 412 V 1.283 V 1.695 412 V 1.283 V 1.695
C. Mutaties in reserves: 1. Stortingen 2. Onttrekkingen Totaal
D. Gerealiseerd resultaat Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Totaal
Totale Rekening begroting 2022 2022 N 3 N 424 V 1.309 V 1.309 V 1.306 V 885
Verschil
N N N
421 0 421
Totale Rekening Verschil begroting 2022 2022 V 57.163 V 58.858 V 1.695 V 1.306 V 885 N 421 V 58.469 V 59.743 V 1.274
3.5.4 Beleidsindicatoren Naam indicator
5a 5b 5c
Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Meest Recente Waarde Sliedrecht
Streefwaarde
22% in 2022 50% in 2022 4,58 % in 2022
90% - 130% 20% - 50% 0%
5a De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten. Het geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft en zegt daarnaast iets over de flexibiliteit van de begroting (veel schulden en kapitaallasten leiden tot een inflexibele begroting). Landelijk wordt een netto schuldquote van 90 - 130% als norm ‘Voldoende’ aangemerkt. Die waarde hanteren we voor Sliedrecht als streefwaarde. Sliedrecht scoort op dit moment beter dan die streefwaarde. 5b De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen op langere termijn te voldoen. Het geeft de verhouding weer tussen het eigen en het totale vermogen. Er is geen harde norm voor dit kengetal, maar een percentage van 20 - 50% wordt doorgaans als voldoende gezien. Dat percentage is voor Sliedrecht van toepassing. Jaarstukken 2022
Pagina | 62
5c De structurele exploitatieruimte laat zien hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening of begroting is. Een kengetal groter dan 0 duidt op structurele ruimte. Het rekeningresultaat 2022 leidt tot een structurele ruimte van 4,58%. Vanuit de Jaarrekening kunnen we niet één op één uitspraken doen over de structurele exploitatieruimte in 2023. In die zin is het kengetal ‘structurele exploitatieruimte’ van beperkte waarde.
3.5.5 Bijdrage door verbonden partijen Servicegemeente Dordrecht (SGD) - Gemeentelijke Belastingdienst (GBD) De SGD behartigt de gemeenschappelijke regionale belangen op het gebied van staf- en ondersteunende diensten en bedrijfsvoering. Daar valt de uitvoering van de belastinginning onder. Meer concreet gaat het over 1. de efficiënte en effectieve heffing en invordering van belastingen. Het gaat om heffing en invordering waarvan de gemeenteraden van de gemeenten belastingverordeningen en kwijtscheldingsregels hebben vastgelegd. Elk voor zover het hun gebied betreft. 2. het uitvoeren van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Daaronder begrijpen we ook de administratie van vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens aan deelnemers en derden. Elk voor zover het hun gebied betreft.
3.5.6 Reguliere taken Reguliere taken Beheer van de gemeentefinanciën conform (wettelijke) kaders Belastingheffingen en -invorderingen Tijdig bijwerken van beheer verordeningen
Jaarstukken 2022
Pagina | 63
4 Jaarstukken 2022
PARAGRAFEN
Pagina | 64
4.1 Paragraaf Lokale heffingen en belastingen 4.1.1 Inleiding In deze paragraaf geven we inzicht in de tarieven en de tariefontwikkeling voor lokale heffingen en belastingen. Lokale heffingen vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. Die inkomsten brengen burgers voor het merendeel op - bedrijven voor een kleiner deel. We heffen op basis van verordeningen die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Deze paragraaf geeft een overzicht van de lokale heffingen en belastingen op hoofdlijnen. Bij lokale heffingen gaat het om gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden betekent er een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente tegenover staat. Het zijn retributies als leges en marktgeld of bestemmingsheffingen als de afvalstoffen- en rioolheffing. We verantwoorden deze heffingen op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en rekenen ze niet tot de algemene dekkingsmiddelen. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De gemeenteraad kan de opbrengsten daarvan vrijelijk binnen het werkterrein van de gemeente inzetten. Het gaat om de onroerendezaakbelastingen (OZB) en de hondenbelasting. Deze heffingen zijn niet verbonden aan een inhoudelijk programma en behoren tot de algemene dekkingsmiddelen. Deze paragraaf gaat over gebonden en ongebonden heffingen.
We gaan achtereenvolgens in op: • ontwikkelingen en rijksbeleid, • overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen, • heffingen woonlasten (lokale lastendruk), • overige lokale heffingen, • kwijtscheldingen en • kostendekkendheid.
4.1.2 Ontwikkelingen en rijksbeleid In de 2e tussenrapportage 2022 vielen de coronamiddelen volledig vrij omdat we verwachtten geen middelen voor dit doel meer in te hoeven zetten. Het vrijgevallen bedrag hevelden we over naar de algemene reserve.
4.1.3 Overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen In de onderstaande tabel staat een overzicht van de gerealiseerde opbrengsten (leges) over 2022 en 2021. De verschillen tussen de verantwoording over 2021 en 2022 geven een indicatie van de totale opbrengst en niet van de stijging of daling van de tarieven. Factoren als ontwikkelingen in de WOZwaarde en areaaluitbreiding spelen een belangrijke rol bij de onroerendezaakbelastingen. Meer of minder afgegeven omgevingsvergunningen kunnen de opbrengst leges sterk beïnvloeden. Overzicht inkomsten uit algemene middelen (x € 1.000)
Algemene dekkingsmiddelen
Werkelijk 2021
Onroerende zaakbelastingen
€
Hondenbelasting Precariobelasting
Jaarstukken 2022
Begroting 2022
Werkelijk 2022
3.914
€ 3.970
€3.970
€
102
€ 91
€104
€
750
€3
€5
Pagina | 65
Overzicht inkomsten uit specifieke middelen (x € 1.000)
Gebonden heffingen
Werkelijk 2021
Begroting 2022
Werkelijk 2022
Lijkbezorgingsrechten
€
736
€ 677
€ 591
Afvalstoffenheffingen huisvuil
€
2.793
€ 3.025
€ 3.040
Containerrechten bedrijfsvuil
€
329
€ 379
€ 375
Marktgelden
€
53
€ 47
€ 53
Rioolheffingen
€
3.066
€ 3.372
€ 3.441
Havengelden, incl. huur watersportvereniging
€
47
€ 69
€ 69
Leges bouwvergunningen
€
709
€ 795
€ 814
4.1.4 Heffingen woonlasten (lokale lastendruk) De lokale woonlasten bestaan uit OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen voor een groot deel de gemeentelijke opbrengsten en de lokale lastendruk. In onderstaande tabel geven we de ontwikkeling van de gemiddelde WOZ-waarde (= basis voor het berekenen van de OZB-aanslag) en de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens in euro’s weer over 2022 en de twee voorgaande jaren. Daarin zijn ook de geldende tarieven voor de afvalstoffenen rioolheffing opgenomen. We berekenden de gemiddelde woonlast OZB, door de gemiddelde WOZwaarde te vermenigvuldigen met het geldende tariefpercentage. Woonlasten meerpersoonshuishouden
2020
2021
2022
Gemiddelde WOZ-waarde
€ 220.000
€ 240.000
€ 256.000
OZB eigenaren woningen
€
193
€
198
€
193
Afvalstoffenheffing meerpersoonshuishoudens
€
246
€
293
€
316
Rioolheffing, eigenarendeel
€
156
€
168
€
184
Rioolheffing, gebruikersdeel
€
80
€
86
€
94
Totaal
€
675
€
744
€
787
% stijging t.o.v. vorig jaar
10,2%
5,8%
Bij de berekening van de woonlasten gingen we uit van een eigen woning die door een gezin bewoond wordt. De gemiddelde woningwaarde, berekend naar peildatum 1 januari van het voorgaande jaar, vormt de basis voor de berekening van de aanslag OZB. De WOZ-waarden 2022 zijn dus berekend naar de waardepeildatum 1 januari 2021. De gemiddelde WOZ-waarden ontleenden we aan de geactualiseerde gegevens uit de WOZ-administratie. Bij de berekening van de woonlasten voor 2022 hanteerden we de volgende uitgangspunten: Afvalstoffenheffing Reinigingsrecht Rioolheffing Marktgelden, havengelden, leges bouwvergunningen en begrafenisrechten Hondenbelasting Rechten en tarieven (legesverordening)
Kostendekkendheid max. 100% Kostendekkendheid max. 100% Kostendekkendheid max. 100% Kostendekkendheid max. 100% Inflatieniveau gebaseerd op meicirculaire 2021 Kostendekkendheid max. 100% Bron: Kadernota 2022
Hieronder vindt u per heffing een toelichting.
Onroerendezaakbelasting De onroerende-zaakbelastingen (OZB) is de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente na de Jaarstukken 2022
Pagina | 66
Algemene Uitkering uit het gemeentefonds. De heffing bestaat uit een eigenarenbelasting voor woningen en niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen (bedrijven, enz.). De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De gemeenteraad bepaalt de tarieven en daarmee de door belastingplichtigen te betalen belasting. De heffingsgrondslag is de waarde van de onroerende zaak die we vaststellen op basis van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Voor de WOZ-waarden 2022 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2021. Sinds 2009 is de verschuldigde OZB een percentage van de waarde van de onroerende zaak. Onderstaande tabel laat zien hoe de OZB-tarieven zich in de afgelopen jaren ontwikkelden. Tarieven OZB Gemiddelde WOZ-waarde
2018
2019
2020
2021
2022
Eigenaar woning
0,0979
0,0933
0,0879
0,0823
0,0751
Eigenaar niet-woning
0,1647
0,1681
0,1676
0,1605
0,1665
Gebruiker niet-woning
0,1186
0,1220
0,1316
0,1265
0,1310
Afvalstoffenheffing De Afvalstoffenheffing dekt de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten. We vatten de berekening van de kostendekkendheid aan het eind van de paragraaf samen in een overzicht. De tarieven ontwikkelden zich de afgelopen jaren als volgt (x € 1): Tarieven afvalstoffenheffing
2018
2019
2020
2021
2022
Meerpersoonshuishoudens
195,48 *
209,64 *
246,36
292,80
316,20
Eenpersoonshuishoudens
139,56 *
149,64 *
175,80
208,80
225,48
0,0%
7,2%
17,5 %
18,8%
8,0%
Wijziging
* Inclusief onttrekking van € 100.000,- aan de reserve egalisatie afvalstoffenheffing.
Rioolheffing Op basis van artikel 228a van de Gemeentewet kunnen gemeenten de kosten van de zorgplicht voor het afvalwater en de zorg voor het hemel- en grondwater verhalen via de rioolheffing. In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) moet vastliggen welke kosten we via de rioolheffing verhalen. We vatten de berekening van de kostendekkendheid aan het eind van de paragraaf samen in een overzicht. De tarieven ontwikkelden zich de afgelopen jaren als volgt (x € 1): Tarieven rioolheffing
2018
2019
2020
2021
2022
Eigenaar woning
151,08
154,68
156,48
168,00
183,70
Gebruiker niet-woning
77,04
78,84
79,80
85,68
93,60
Wijziging
0,0%
2,4%
1,2%
7,4%
9,3%
We heffen een vast bedrag per jaar bij eigenaren van panden. Daarbij is de situatie per 1 januari bepalend. Daarnaast is er een rioolheffing voor gebruikers van panden. Tot 2015 was die heffing afhankelijk van het waterverbruik, maar met ingang van 2015 gaat het om een vast bedrag per jaar. We maakten een vergelijking van woonlasten met de Drechtstedengemeenten en baseerden die vergelijking op de gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2021 op www.coelo.nl. Het laat de woonlasten zien van een meerpersoonshuishouden voor eigenaren-bewoners en huurders. In Jaarstukken 2022
Pagina | 67
onderstaand schema staan de woonlasten in 2021 in Alblasserdam, Dordrecht, HardinxveldGiessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht (x € 1).
NB: Huurders betalen geen OZB en rioolheffing eigenaar. Afval stoffen heffing 316
Totaal
Dordrecht
Riool Tarief OZB heffing OZB eigenaar e/g 277 311.000 0,0751 234 205 308.000 0,0974 300
313
818
60
Papendrecht
324.000 0,1257
407
161
420
988
264
358
870
123
Tarieven Sliedrecht
Gemidd WOZ
Rangnr meerp. Huis 827 69
Alblasserdam
326.000 0,1084
353
159
Hardinxveld-G'dam
332.000 0,1101
365
217
319
901
158
H.I. Ambacht
375.000 0,0974
365
191
374
930
200
Zwijndrecht *
315.000 0,0957
301
306
373
980
256
207 317 904 Landelijk gemiddelde 409.000 0,0978 380 * Voor Zwijndrecht is het totaalbedrag verlaagd met € 22,- door een tegemoetkoming in de woonlasten. Voor de indicatie in de laatste kolom geldt: hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten.
4.1.5 Overige lokale heffingen Hondenbelasting In de Gemeentewet staat dat gemeenten een belasting mogen heffen op het houden van honden. Hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerendezaakbelastingen, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit.
Reinigingsrechten Gemeenten kunnen reinigingsrecht heffen voor het ophalen van afval bij niet-woningen (winkels, bedrijven, buurtcentra, etc.). Uitgangspunt daarbij is dat dat kostendekkend gebeurt. In tegenstelling tot de inzamelplicht voor huishoudelijk afval, zijn gemeenten niet verplicht afval bij bedrijven in te zamelen. Zij moeten zelf zorgen voor het afvoeren van hun afval en kunnen daarvoor een contract afsluiten met een erkende afvalinzamelaar of met de gemeente.
Reclamebelasting Op grond van artikel 227 van de Gemeentewet kunnen gemeenten reclamebelasting heffen voor openbare aankondigingen die vanaf de openbare weg te zien zijn. Reclamebelasting is een algemene belasting. Als de heffing geheven wordt naar de mate waarin particulieren en bedrijven profiteren van overheidsvoorzieningen die het doen van openbare aankondigingen mogelijk maken, kunnen we de reclamebelasting ook als profijtbelasting zien. Vanuit die profijtgedachte is bijvoorbeeld een hoger tarief denkbaar in het (winkel)centrum van een gemeente omdat daar het meeste effect openbare aankondigingen (reclame-uitingen) verwacht wordt. We kunnen met deze heffing ook reguleren. Bijvoorbeeld door uitingen te beperken tot bepaalde wijken of door daar een hoger tarief te hanteren. Zo gaan we wildgroei van openbare aankondigingen tegen. Als daar een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor bestaat, kunnen we de reclamebelasting ook beperken tot een deel van de gemeente. De raad voerde op 30 januari 2018 in overleg met de desbetreffende ondernemersverenigingen drie reclamebelastingen in. Die voor Winkelgebied Kerkbuurt, Winkelgebied Burgemeester Winklerplein en Woonboulevard Sliedrecht. De reclamebelastingen gingen op 1 februari 2018 in en zijn sindsdien elk jaar verlengd. De opbrengst van de belasting storten we in ondernemersfondsen voor de gebieden.
De betreffende ondernemersverenigingen beheren die fondsen. Afspraken daarover zijn vastgelegd in overeenkomsten tussen de verenigingen en de gemeente. Doel van het ondernemersfonds per gebied is het ondernemers- en verblijfsklimaat (en daarmee de duurzame economische vitaliteit van de gebieden) te versterken.
Jaarstukken 2022
Pagina | 68
We heffen reclamebelastingen bij gebruikers van onroerende zaken (zijnde niet-woningen) in het betreffende gebied. Als de onroerende zaak leeg staat, maar er wel een reclame-uiting gevoerd wordt, leggen we de aanslag op aan de eigenaar. De jaartarieven zijn als volgt: • voor winkelgebied Kerkbuurt: € 450,- per onroerende zaak zijnde niet-woning, • voor winkelgebied Burgemeester Winkelplein: € 350,- per onroerende zaak zijnde niet-woning en • voor Woonboulevard Sliedrecht is het aanslagbedrag afhankelijk van de WOZ-waarde van de onroerende zaak, namelijk: WOZ-waarde in € Tarief t/m 200.000 € 1.000 200.001 t/m 500.000 € 1.500 500.001 t/m 1.500.000 € 2.000 meer dan 1.500.000 € 3.000 NB. Per 2023 is een nieuw, gemeentebreed ondernemersfonds ingesteld, maar dat staat los van de reclamebelasting.
Lijkbezorgingsrechten We heffen rechten voor het gebruik van de begraafplaats en voor gemeentelijke diensten in verband met de begraafplaats. Ook daarbij is ‘ten hoogste kostendekkendheid’ het uitgangspunt. We vatten de berekening van de kostendekkendheid aan het eind van de paragraaf samen in een overzicht. We verhogen de overige tarieven zoals vastgesteld in de kadernota met 2,4%.
Havengelden Als gemeente heffen we havengeld voor het gebruik van de gemeentelijke haven of andere openbare werken en voor het gebruik van alle binnen de gemeente gelegen openbare wateren. Ook hier is het uitgangspunt dat dat ten hoogste kostendekkend gebeurt.
4.1.6 Kwijtscheldingen Als een belastingplichtige een belastingaanslag door financiële omstandigheden niet geheel of gedeeltelijk kan betalen, kunnen we gehele of gedeeltelijke kwijtschelding verlenen. De rijksoverheid bepaalt de regels voor het toekennen daarvan. Het komt erop neer dat we kwijtschelding mogen verlenen aan belastingplichtigen met een inkomen niet hoger dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen deze inkomensgrens verruimen naar 100% van de bijstandsnorm en onze gemeente doet dat. Het betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel in aanmerking komen voor kwijtschelding, maar er vindt dan wel een vermogenstoets plaats. We toetsen een groot deel van de kwijtscheldingen geautomatiseerd en zo verminderen we de administratieve lasten voor de burger. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen ze kwijtschelding verlenen. In Sliedrecht kunnen burgers kwijtschelding aanvragen voor: onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing, rioolheffing en hondenbelasting (tot maximaal de helft van de verschuldigde belasting voor de eerste hond). De volgende tabel laat zien hoeveel kwijtschelding we voor 2022 raamden en verleenden. Kwijtschelding
Raming
Werkelijk
Verschil
Afvalstoffenheffing
156
150
6
Rioolheffing
53
53
0
Hondenbelasting
3
5
-2
212
208
4
Totaal
Jaarstukken 2022
Pagina | 69
4.1.7 Kostendekkendheid Voor gemeentelijke heffingen geldt de wettelijke eis van maximaal kostendekkende tarieven. In onderstaande tabel maken we de kostendekking van de belangrijkste gemeentelijke heffingen voor 2021 inzichtelijk. We bepalen de kostendekkendheid overeenkomstig de regelgeving per verordening. Bedragen x € 1.000 Kostendekkendheid % Kosten taakveld(en) incl. (omslag) rente Inkomsten taakveld(en) excl. Heffingen -/Netto kosten taakvelden Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten (a) Opbrengst heffingen (b) Dekking (b/a*100)
AfvalstoffenHeffing
Riool heffing
Haven gelden
Lijkbezorging
Bouw leges
Leges burgerzaken
Reinigings rechten
2.850
2.517
68
405
423
290
753
612
7
23
14
-
34
-
2.238
2.510
45
391
423
257
753
978
413
32
529
306
197
-
218
507
-
-
-
-
-
3.434
3.430
77
920
729
454
753
3.025 (1)
3.372 (1)
69 (2)
591
807
380
208
88%
98%
90%
74%
111%(3)
84%
28%
(1) Inclusief de kwijtschelding (2) Exclusief opbrengst pleziervaart van €19.000,-. De kosten hebben alleen betrekking op de beroepshavens. Voor pleziervaartuigen maken we nagenoeg geen directe kosten. (3) De overdekking van bouwleges is het gevolg van de realisatie van incidentele bouwleges en de incidentele extra inzet hiervoor in 2021. We kozen er bij de kostendekkendheid voor 1. overhead toe te rekenen op basis van personeelslasten, 2. één systematiek van toerekening van overhead te hanteren, 3. toegroeien naar 100% kostendekkendheid en 4. dat we de kwijtschelding ten laste brengen van de heffing.
Jaarstukken 2022
Pagina | 70
4.2 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1 Inleiding Het weerstandsvermogen is bedoeld om onverwachte financiële tegenvallers te kunnen opvangen. De hoogte ervan wordt bepaald door de omvang van de geïdentificeerde risico’s. Het weerstandsvermogen is daarnaast van belang bij het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeente. De raad stelde in september 2020 de ‘Nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ vast. In die nota staan beleidskaders die richting geven aan de uitvoering van het gemeentelijk risicomanagement. Deze paragraaf bestaat uit vier onderdelen: het risicoprofiel, de weerstandscapaciteit, de daaruit volgende weerstandsratio en de financiële kengetallen.
4.2.2 Risicoprofiel gemeente Sliedrecht We bouwen het risicoprofiel bottom-up op en nemen daarbij alle risico's met een inschatte impact van meer dan € 10.000,- mee. Per risico bepalen we daarna of het om een incidenteel of een structureel risico gaat. Een structureel risico nemen we voor 2,5 jaar op in het risicoprofiel. Daarmee hebben we 2,5 jaar tijd beschikbaar om een structurele oplossing voor het risico te vinden. Dat is nodig omdat we de weerstandscapaciteit niet structureel kunnen aanspreken. Per risico bepalen we vervolgens hoe groot de kans van optreden is. Daarbij onderscheiden we vier klassen: I II III IV
'Onwaarschijnlijk' 'Mogelijk' 'Aanzienlijk' 'Waarschijnlijk'
12,5% 37,5% 62,5% 87,5%
Per risico levert dat een bedrag op. Die bedragen staan, verdeeld over zeven risicogebieden, in de onderstaande tabel. Bedragen x € 1.000
Nr . Risicogebied 1 Organisatierisico's 2 Algemene uitkering 3 Verbonden partijen 4 Garantstellingen 5 Dividend en renterisico 6 Projectrisico's 7 Overige risico's TOTAAL ONGEWOGEN RISICO
JR2021 211 3.281 2.393 209 47 2.611 294 9.046
B2023 JR2022 1.049 933 0 0 2.073 2.043 206 69 70 391 2.246 1.577 3.632 3.724 9.276 8.737
* De berekening van het weerstandsvermogen is een statische berekening. Dit heeft tot gevolg dat je de ontwikkeling moet volgen aan de hand van de behandeling van de P&C documenten in de tijd. De meest recente berekening was die bij de B2023.
BENODIGDE WEERSTANDSCAPACITEIT (80% van het ongewogen risico)
B2023 JR2022 7.421 6.989
Het laatste risicoprofiel van de gemeente Sliedrecht staat in de Begroting 2023. Het totale risico bedroeg op dat moment € 9,3 miljoen. Er is nu is voor € 8,7 miljoen aan risico's geïdentificeerd. Het totaal van de risico’s daalde daarmee met € 0,6 miljoen. De belangrijkste verklaring daarvoor ligt in de projectrisico's. Hoewel de daling van het risicobedrag positief is, is de reden daarvoor niet onverdeeld positief. Een belangrijke verklaring voor de daling vormt de verliesvoorziening bij de grondexploitatie
Jaarstukken 2022
Pagina | 71
Burgemeester Winklerplein. Verder zijn enkele risico's budgettair vertaald in de hernieuwde grondexploitatie Stationspark III. We lichten hier de vijf grootste risico's – dezelfde als bij de Begroting 2023 – nader toe. Daarmee is 90% van het totale risico gemoeid. 1. Inflatie, € 3.526.000 (Overige risico's) De inflatiecijfers waren in 2022 historisch hoog. Voor 2022 was het CPI-percentage uiteindelijk 10,0% en dat is niet voorzien in de gemeentelijke budgetten. Het CPI-percentage is een gemiddelde. De verwachte inflatie in 2023 en verder is wel beschikbaar in de Begroting 2023. De impact op individuele budgetten kan heel verschillend uitpakken. Dat komt doordat de inflatie per product verschilt en doordat de duur van lopende contracten bepaalt wanneer het effect daadwerkelijk optreedt. In het risicoprofiel hebben we rekening gehouden met 2,0% extra inflatie over alle begrote lasten met een waarschijnlijke impact. In de CIB over de Decembercirculaire staat een eerste schets van het verwachte effect op de gemeentelijke begroting. We scherpen dat bij de 1 e Tussenraportage 2023/ Kadernota 2024 aan. De eerste schets gaf geen aanleiding het risico te muteren. 2. Projecten, € 1.577.000 (Project risico's) Het succesvol uitvoeren van projecten gaat naast het realiseren van doelstellingen over het beheersen van risico's. Maar bij het uitvoeren van projecten bestaan er altijd risico's.
Bijvoorbeeld - risico's die verband houden met de aard van het plan (bijvoorbeeld omdat er technisch complexe onderdelen inzitten waarbij zich onvoorziene kosten kunnen voordoen), - risico's die verband houden met het tijdstip waarop het plan gerealiseerd wordt (er kunnen zich nieuwe omstandigheden voordoen waarop geanticipeerd moet worden) en - risico's die verband houden met gehanteerde parameters (bijvoorbeeld indexering van prijzen en rentestanden). 3. Verbonden partijen, € 909.000 (Verbonden partijen) Er bestaat een algemeen risico door deelname aan een gemeenschappelijke regeling. Negatieve exploitatieresultaten worden immers doorgelegd naar de eigenaren, de gemeenten. De totale bijdrage aan verbonden partijen bedraagt in 2023 naar verwachting € 38,8 miljoen. In het risico houden we rekening met een overschrijding van 2,5% van deze bijdrage. In het risico van inflatie, zijn ook de budgetten van de verbonden partijen meegenomen. Daardoor hebben we in totaal gerekend met een risico van 4,5% ten aanzien van alle verbonden partijen. Voor GR Sociaal en DG&J/SOJ namen we ook nog (kleinere) specifieke risico's op. 4. Energieprijzen, € 781.000 (Organisatie risico's) De energieprijzen dalen, maar ze staan door de gevolgen van de oorlog in Oekraïne nog steeds onder druk.
In de begroting namen we voor 2023 € 1,0 miljoen extra budget op dat afloopt tot een bedrag van structureel € 0,25 miljoen in 2026. Een structureel effect is nog steeds niet in te schatten. De procedure voor het afsluiten van nieuwe contracten loopt. Het is reëel dat de energieprijzen bij de beëindiging van de crisis verder zullen dalen. Daarnaast heeft het terugdringen van verbruik onze volle aandacht. In het profiel is het risico daarom ongewijzigd € 0,5 miljoen structureel. Op korte termijn is er ook een positief risico dat niet in het profiel verwerkt is. De minister heeft compensatie toegezegd voor het opzeggen van het contract met Gazprom. We krijgen compensatie voor de extra kosten die we moeten maken binnen de looptijd van het opgezegde contract. 5. Begroting DG&J/SOJ, € 587.000 (Verbonden partijen) In de Kaderbrief 2023 gingen we uitvoerig in op de budgetten voor Jeugdzorg. Aan de dienst (en daarmee ook aan het sociaal team) is opgedragen de kosten te beperken tot € 7,9 miljoen in 2023. Dat is aanzienlijk minder dan de gevraagde € 8,8 mln., maar tegelijk maar € 0,1 mln. minder dan de totale kosten in 2021. Er is structureel € 8,3 miljoen beschikbaar voor Jeugdzorg. Bovenop dit begrote budget is het genoemde risico opgenomen in het risicoprofiel.
Jaarstukken 2022
Pagina | 72
4.2.3 Bepaling van de weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit het saldo van de algemene reserve, de niet beklemde bestemmingsreserves en de opgenomen post voor onvoorzien. Daarnaast tellen we voor de weerstandscapaciteit 20% van de niet benutte belastingcapaciteit en 20% van de stille reserves mee. Dat resulteert in de volgende beschikbare weerstandscapaciteit: Bedragen x € 1.000
Onderdeel 1 Algemene reserve (incl. rekening resultaat) 2 Reserve Weerstandsvermogen 3 Overige niet beklemde reserves 4 Onvoorzien 5 20% van de stille reserves 6 20% van de onbenutte belastingcapaciteit Totaal
B2022 0 0 4.448 61 1.665 604 6.778
JR2022 9.764 4.751 1.015 0 2.057 612 18.199
* De kolom B2022 is één-op-één overgenomen uit het boekwerk Begroting 2022. De feitelijke stand van de reserves op 1 januari 2022 wijkt af van de bij de Begroting 2022 verwachte stand per 1 januari 2022 en is terug te vinden onder de toelichting op de balans in deze jaarrekening.
1. Algemene reserve De stand algemene reserve bevat de stand van de algemene reserve op 31 december 2022 (€ 2,6 miljoen) en het rekeningresultaat zoals dat over 2022 gerealiseerd is (€ 7,1 miljoen). 2. Reserve Weerstandsvermogen De gewenste omvang van de reserve weerstandsvermogen bedraagt 75% van de gewogen risico's minus hoogte van de som van de niet-beklemde reserves en de post onvoorzien. Dat resulteert in een minimaal gewenste stand van € 4,2 miljoen. De stand in de jaarrekening is € 4,7 miljoen. 3. Overige niet beklemde reserves De reserves Frictiebudget reorganisatie, Klimaatmiddelen, Kleinschalige herontwikkeling, Sociaal domein en Herplantfonds vormen samen de overige niet beklemde reserves. Voor een totaaloverzicht van de reserves verwijzen we naar onderdeel 5.8 Reserves en voorzieningen in deze jaarrekening. 4. Onvoorzien De post onvoorzien is in de jaarrekening niet meer aanwezig. Het gemoeide bedrag is onderdeel geworden van het resultaat 2022. 5. 20% van de stille reserves Er ontstaan zogenaamde 'stille reserves' doordat bezittingen tegen historische kostprijs moeten worden opgenomen op de balans (voorschrift BBV). We onderkennen twee stille reserves, namelijk het vastgoed- en het aandelenbezit.
Stille reserve vastgoed
We kunnen de panden van de gemeente opdelen in twee categorieën. De eerste categorie gaat over panden (denk kantoren) in een zogenaamde redelijke markt. Dat is een markt waarin sprake is van 'normaal' vraag en aanbod. De tweede categorie gaat over panden in een beperkte markt (denk zwembaden, sportcomplexen). Deze panden zijn niet eenvoudig te verhandelen. We bepalen de stille reserve vastgoed door de WOZ-waarde (voor panden in een beperkte markt 70% van de WOZ-waarde) te verminderen met de boekwaarde. De totale stille reserve vastgoed bedraagt € 7,9 miljoen. Daarvan is € 1,6 miljoen meegenomen in de weerstandscapaciteit (20%).
Stille reserve aandelen
De gemeente bezit aandelen van de Bank Nederlandse Gemeenten, ROM-D, Oasen en Stedin. De aandelen BNG hebben volgens het jaarverslag 2021 een waarde van € 78,- per aandeel. Uitgaande van deze waarde, bestaat er een stille reserve van € 2,4 miljoen. Daarvan is € 0,5 miljoen opgenomen in de weerstandscapaciteit. De overige aandelen hebben naar verwachting geen hogere waarde dan de verkrijgingsprijs. Jaarstukken 2022
Pagina | 73
6. 20% van de onbenutte belastingcapaciteit In de regelgeving over de eventuele artikel 12 status van een gemeente staat hoe we het gemoeide bedrag van de onbenutte belastingcapaciteit moeten bepalen. Om daarvoor in aanmerking te komen, moet de OZB opbrengst eerst worden verhoogd tot 120% van het landelijk gemiddelde. We bepalen de onbenutte belastingcapaciteit via een complexe berekening. Voor Sliedrecht resulteert die berekening in een bedrag van € 3,1 miljoen en daarmee in een bijdrage aan de weerstandscapaciteit van € 0,6 miljoen.
4.2.4 Bepaling van het weerstandsvermogen We gebruiken de weerstandsratio om te bepalen wat de verhouding is tussen de benodigde en de beschikbare weerstandscapaciteit. Daarbij delen we de beschikbare weerstandscapaciteit door de benodigde weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen is voldoende als de beschikbare weerstandscapaciteit groter dan of gelijk is aan de benodigde weerstandscapaciteit. In Sliedrecht streven we een ratio van minimaal 1,0 na voor het weerstandsvermogen. Daarmee hebben we voldoende dekking voor het risicoprofiel en leggen we niet onnodig beslag op middelen voor beleidsdoelstellingen. De berekening van de ratio van het weerstandsvermogen ziet er als volgt uit:
Onderdeel 1 Totaal ongewogen risico's (zie paragraaf 4.2.2) 2 Afslag van 20% 3 Benodigde weerstandscapaciteit (1-2)
B2022 8.905 -1.781 7.124
JR2022 8.737 -1.747 6.990
4 Beschikbare weerstandscapaciteit (zie paragraaf 4.2.3)
6.778
18.199
5 Ratio weerstandsvermogen (4/3)
0,95
2,60
De ontwikkeling van het weerstandsvermogen staat in onderstaande grafiek, inclusief een doorkijk naar de verwachte ontwikkeling op basis van de Begroting 2023 (inclusief de wijziging in verband met het collegewerkprogramma). Als er conform de voorgestelde resultaatbestemming wordt besloten, zakt de ratio van 2,60 naar 1,51.
Jaarstukken 2022
Pagina | 74
Bij de Begroting 2023 constateerden we al dat er € 1,8 miljoen vanuit de algemene reserve kan worden overgeboekt naar de reserve Koers 2030. We hebben dat nog niet in de administratie verwerkt. Als dat alsnog gebeurt, resteert er een weerstandsratio van 1,26. Daarmee is er nog steeds vrije ruimte aanwezig in de algemene reserve.
4.2.5 Financiële kengetallen In de P&C-documenten moeten gemeenten ingaan op de financiële kengetallen. Die kengetallen geven een beeld van de financiële situatie van een gemeente. Het gaat daarbij om de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio, de grondexploitatie, de structurele exploitatieruimte en de gemeentelijke belastingcapaciteit. Netto schuldquote De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten. Het geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft en zegt daarnaast iets over de flexibiliteit van de begroting - veel schulden en kapitaallasten leiden tot een inflexibele begroting. Een netto schuldquote tussen 90 en 130% wordt gezien als ‘voldoende’. Een netto schuldquote lager dan 90% is ‘goed’. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin een gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen op de langere termijn te voldoen. Het geeft de verhouding weer tussen het eigen en het totale vermogen. Een percentage tussen de 20 en 50% wordt gezien als ‘voldoende’. Grondexploitatie De grondexploitatie geeft een indicatie van de verhouding van de in exploitatie genomen gronden ten opzichte van de totale baten. Het laat zien of een gemeente veel geld in grond heeft geïnvesteerd – geld dat in de toekomst moet worden terugverdiend. Een kengetal grondexploitatie lager dan 20% wordt gezien als ‘goed’.
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte is binnen de jaarrekening. Een kengetal groter dan 0 duidt op ‘structurele ruimte’. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mogelijkheden van de gemeente voor het genereren van hogere baten. Het kengetal laat zien hoe de belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. We zetten daarbij de woonlasten van een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde af tegen het landelijk gemiddelde. Bij een kengetal lager dan 100% zijn de woonlasten lager dan gemiddeld in Nederland. Het verschil tussen het kengetal en 100% geeft de ruimte aan om belastingen te verhogen tot het gemiddelde. In de volgende tabel geven we de normeringen schematisch weer. Kengetal
Categorie A Categorie B Categorie C
1. Netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden
< 90%
90-130%
> 130%
b. met correctie doorgeleende gelden
< 90%
90-130%
> 130%
2. Solvabiliteitsratio
> 50%
20-50%
< 20%
3. Grondexploitatie
< 20%
20-35%
> 35%
4. Structurele exploitatieruimte
> 0%
0%
< 0%
5. Belastingcapaciteit
< 95%
95-105%
> 105%
Bij de Jaarrekening 2022 horen de volgende financiële kengetallen:
Jaarstukken 2022
Pagina | 75
Beschouwing financiële kengetallen Eén kengetal in één enkel jaar geeft niet veel informatie. Het is belangrijk de kengetallen in samenhang te zien. Bovendien is naast de stand ook het verloop relevant. Alle kengetallen vallen in categorie A. Dat betekent dat er sprake is van een laag risico. Netto schuldquote Ten opzichte van de Rekening 2021 verbeterde de netto schuldquote verder, terwijl de schuld toenam. De stijging van de totale baten (onder andere door de opvang van Oekraïners en de energiecrisis) is echter groot en daardoor daalt het percentage per saldo. Solvabiliteitsratio Het eigen vermogen nam in 2022 toe, net als het balanstotaal. Per saldo geeft de solvabiliteitsratio daardoor een heel stabiel beeld. Grondexploitatie De al in grondexploitatie opgenomen kosten bedragen een heel klein deel van de totale baten. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte in de jaarrekening 2022 bedraagt 4,58%. Een groot deel van het resultaat heeft een incidenteel karakter. Belastingscapaciteit De woonlasten voor een gemiddeld gezin (met eigen woning) bedroegen in Sliedrecht in 2022 € 826,-. Het gemiddelde in Nederland lag op € 904,-. Sliedrecht staat daarmee op de lijst van gemeenten op plaats 70 (hoe lager het rangnummer, hoe lager de woonlasten).
Jaarstukken 2022
Pagina | 76
4.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen 4.3.1 Inleiding De gemeente beheert de openbare ruimte en in die openbare ruimte vindt een groot aantal activiteiten plaats. Wonen, werken en recreëren bijvoorbeeld. Voor die activiteiten zijn kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van die kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. In dit onderdeel van de jaarrekening geven we aan voor welk ambitieniveau de gemeente heeft gekozen, inclusief de financiële consequenties daarvan. Het door de raad gewenste onderhoudsniveau heeft invloed op de lasten. In beleidsnota’s stellen we het beleid op de kapitaalgoederen vast. Er zijn algemene beleidslijnen voor inhoudelijke kaders (visie van de raad op de kwaliteit van de kapitaalgoederen) én voor procedurele kaders (afspraken tussen raad en college over besluitvorming en informatievoorziening).
Het gemeentelijk beleid voor het onderhoud van kapitaalgoederen staat onder andere in: • het beheerplan Vastgoed 2021-2024 (vastgesteld in 2021), • het onderhoudsbeleid Vastgoed 2021-2030 (vastgesteld in 2021), • het Vastgoedbeleid 2021-2028 (vastgesteld in 2021), • het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 (vastgesteld in 2018), • het Beleidsplan onderhoud wegen 2015-2025 (vastgesteld in 2014) ) en het Onderhoudsplan wegen 2021 t/m 2025 (vastgesteld in 2021), • de notitie Uitgangspunten onderhoud openbare verlichting 2015-2025 (vastgesteld in 2014), • het Beheerplan onderhoud bruggen 2022-2026 (vastgesteld in 2021), • het Beheerplan onderhoud binnenhaven 2022-2026 (vastgesteld in 2021), • het Groenbeleidsplan 2021-2025 (vastgesteld in 2021) en • het Uitvoeringsbeleid speel- en sportruimte Sliedrecht (vastgesteld in 2016). Op basis van de beheerplannen ramen we jaarlijks budgetten voor onderhoud dat we in het begrotingsjaar moeten uitvoeren. Uitgangspunt is dat we voldoende reserveren (stortingen in onderhoudsvoorzieningen) of dat we investeringsbesluiten nemen voor het uitvoeren van toekomstig onderhoud. In deze paragraaf gaan we verder in op de beleidsvelden openbaar groen en speelvoorzieningen, riolering, waterbeheer, wegen, bruggen, openbare verlichting, gebouwen, binnenhaven, aanlegsteiger waterbus en reserveringen voor onderhoud.