By 1 - Programmabegroting 2022.pdf
Tekst van het document
Onderstaande tabel geeft een overzicht, ingedeeld naar algemene dekkingsmiddelen en gebonden heffingen, met de geraamde opbrengst voor 2022 en 2021, evenals de verantwoorde opbrengsten over 2020. Wij merken op dat de verschillen tussen 2022 ten opzichte van 2021 geen indicatie geven
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/02/02/beantwoording-kamervragen-over-het-bericht-woonbelasting-weer-omhoog-uitschieters-tot-27
2
61
PROGRAMMABEGROTING 2022
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
Overzicht inkomsten uit algemene middelen (x € 1.000) Algemene dekkingsmiddelen
Werkelijk 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Onroerende zaakbelasting woningen eigenaren
€
2.099 €
2.082 €
2.251
Onroerende zaakbelasting niet-woningen eigenaren
€
1.184 €
1.125 €
1.142
Onroerende zaakbelasting niet-woningen gebruikers
€
659 €
704 €
715
Hondenbelasting
€
93 €
91 €
91
Precariobelasting
€
715 €
788 €
43
Overzicht inkomsten uit specifieke middelen (x € 1.000) Gebonden heffingen
Werkelijk 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begrafenisrechten
€
681 €
629 €
677
Afvalstoffenheffingen huisvuil
€
2.302 €
2.755* €
3.025*
Containerrechten bedrijfsvuil
€
339 €
423 €
449
Marktgelden
€
45 €
47 €
47
Rioolheffingen
€
2.864 €
2.940 €
3.372
Havengelden, incl. huur watersportvereniging
€
65 €
65 €
69
Leges omgevingsvergunningen
€
733 €
467 €
487
Reclamebelasting
€
128 €
137 €
137
*) Dit is inclusief onttrekking van € 100.000 aan de reserve egalisatie afvalstoffenheffing.
van de stijging of daling van de tarieven, maar van de totale opbrengst. Factoren zoals ontwikkelingen in de WOZ-waarde en areaaluitbreiding spelen hierbij een belangrijke rol.
voor het berekenen van de OZB-aanslag) en de woonlasten voor meerpersoonshuis¬houdens in euro’s weergegeven over de laatste vier jaren. Hier zijn voor de afvalstoffen- en de rioolheffing in de voor dat jaar geldende tarieven opgenomen. De gemiddelde woonlast OZB is berekend door de gemiddelde WOZ-waarde te vermenigvuldigen met het geldende tariefpercentage. In de kolom 2022 zijn de gevolgen van de belastingvoorstellen verwerkt.
4.1.4 Heffingen woonlasten (lokale lastendruk) Tot de lokale woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen het leeuwendeel van de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk.
Bij de berekening van de woonlasten voor 2022 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.
In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van gemiddelde WOZ-waarde (= de basis
62
PROGRAMMABEGROTING 2022
Woonlasten meerpersoonshuishouden
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
2020
2021
Gemiddelde WOZ-waarde
€
216.000 €
229.000 €
250.000
OZB eigenaren woningen
€
191 €
194 €
197
Afvalstoffenheffing meerpersoonshuishoudens*
€
246 €
293 €
316
Rioolheffing, eigenarendeel
€
156 €
168 €
185
Rioolheffing, gebruikersdeel
€
79 €
86 €
94
Totaal
€
672
741
792
€
% stijging t.o.v. vorig jaar
• •
2022
€
10,3%
6,9%
Onroerendezaakbelastingen + 1,5% Afvalstoffenheffingmaximaal 100% kostendekkend Rioolheffing maximaal 100% kostendekkend
Tot en met 2019 gold als enige restrictie voor de opbrengst OZB de macronorm. Zoals onder Ontwikkelingen en rijksbeleid is opgenomen wordt deze met ingang van 2020 vervangen door de benchmark lokale lasten.
Deze verhogingen zijn conform Kaderbrief 2022. Hieronder treft u per heffing een toelichting aan.
De heffingsgrondslag voor de OZB is de totale WOZ-waarde van de onroerende zaken, oftewel de WOZ-capaciteit. Deze wordt vastgesteld volgens de regels van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Voor 2022 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2021. Door de geraamde opbrengst te delen door de WOZ-capaciteit ontstaat het tarief en daarmee het bedrag dat de belastingplichtigen moeten betalen. De OZB wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde van de onroerende zaak.
•
Onroerendezaakbelasting De onroerende-zaakbelastingen (OZB) genereren veruit het grootste deel van de gemeentelijke belastingopbrengst. De OZB bestaat uit drie verschillende belastingen: een eigenarenbelasting voor woningen en niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen. De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De raad bepaalt met het vaststellen van de begroting de totale opbrengst van deze heffing.
De WOZ-waardeontwikkeling van peildatum 1 januari 2020 naar 1 januari 2021 is voor
Tarieven OZB
2018
2019
2020
2021
2022
Eigenaar woning
0,0979
0,0933
0,0879
0,0823
0,0751
Eigenaar niet-woning
0,1647
0,1681
0,1676
0,1605
0,1665
Gebruiker niet-woning
0,1186
0,1220
0,1316
0,1265
0,1310
63
PROGRAMMABEGROTING 2022
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
woningen berekend op 9% en voor niet-woningen op –0,5%. Rekening houdend met de gewenste (meer)opbrengst en de waardeontwikkeling leidt dit voor 2022 tot de volgende tarieven. Om de ontwikkeling van de tarieven te laten zien zijn ook de tarieven over eerdere jaren opgenomen.
De berekening van de kostendekkendheid wordt aan het eind van de paragraaf samengevat in een overzicht. Bij de bepaling van de nieuwe tarieven is rekening gehouden met de kostenontwikkeling van inzameling en verwerking van huisvuil. De tarieven afvalstoffenheffing zijn berekend op basis van de informatie die ten tijde van het opstellen van de begroting bekend was. Deze tarieven kunnen dan ook afwijken met de tarieven die later in de verordening reinigingsheffingen worden opgenomen. De afwijking zal dan worden toegelicht.
Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval.
Tarieven afvalstoffenheffing (bedragen x €1,-)
2018
2019
2020
2021
2021
Meerpersoonshuishoudens
195,48 *
200,16 *
246,36 *
292,80*
316,20
Eenpersoonhuishoudens
139,56 *
142,80 *
175,80 *
208,80*
225,48
2,4%
23,1%
19,3%
8,0%
Wijziging
* Dit is inclusief onttrekking van € 100.000 aan de reserve egalisatie afvalstoffenheffing.
Rioolheffing Op basis van artikel 228a van de Gemeentewet hebben gemeenten de mogelijkheid om de kosten van zorgplicht voor het afvalwater alsmede de kosten van de zorg voor het hemel- en grondwater te verhalen via de rioolheffing. Welke kosten via de rioolheffing worden verhaald dient met het Gemeentelijk
Rioleringsplan (GRP) te zijn vastgesteld. De berekening van de kostendekkendheid wordt aan het eind van de paragraaf samengevat in een overzicht. Sliedrecht heft van eigenaren van panden een vast bedrag per jaar. Hierbij is de situatie per 1 januari bepalend. Ook van gebruikers van panden wordt rioolheffing geheven.
Tarieven rioolheffing (bedragen x €1,-)
2018
2019
2020
2021
2022
Eigenaar woning
151,08
154,68
156,48
168,00
184,80
Gebruiker niet-woning
77,04
78,84
79,80
85,68
94,20
2,4%
0,2%
4,7%
nnb
Wijziging
64
PROGRAMMABEGROTING 2022
Vergelijking andere gemeenten Vergelijking van woonlasten kan worden gemaakt met de Drechtstedengemeenten. Deze is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2021 op www.coelo.nl en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden weer. De woonlasten in 2021 in Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld Giessendam, Hendrik
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
Ido Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht laten zich samenvatten in onderstaand schema (x € 1). De indicatie in de laatste kolom betekent hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten. Afgezien van Dordrecht zijn de woonlasten in Sliedrecht ten opzichte van de overige Drechtsteden (relatief) laag.
Tarieven
Gemidd. WOZ Tarief OZB
OZB eigenaar
Riool heffing e/g
Afvalstoffen heffing
Totaal
Rangnr meerp. Huis
Sliedrecht
239.000
0,0823
196
254
293
743
64
Papendrecht
258.000
0,1065
274
158
327
759
92
Dordrecht
226.000
0,1020
231
202
301
734
53
Alblasserdam
251.000
0,1084
272
159
358
789
127
Hardinxveld-G’dam
268.000
0,1172
314
237
309
860
229
H.I. Ambacht
307.000
0,1053
323
188
351
862
232
Zwijndrecht *
236.000
0,1052
248
302
386
914
298
Landelijk gemiddelde
309.000
0,1043
305
201
305
811
* Voor Zwijndrecht is het totaalbedrag verlaagd met € 22 wegens een tegemoetkoming in de woonlasten.
4.1.5 Overige lokale heffingen
gemeenten een reinigingsrecht heffen. Uitgangspunt is dat dit kostendekkend gebeurt. Gemeenten hebben niet de verplichting afval bij bedrijven in te zamelen. Dit in tegenstelling tot het inzamelen van huishoudelijk afval bij woningen. Bedrijven dienen zelf zorg te dragen voor het afvoeren van het afval en kunnen hiervoor een contract aangaan met een erkende afvalinzamelaar.
Hondenbelasting De Gemeentewet regelt dat gemeenten een belasting op het houden van honden mogen heffen. De hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerendezaakbelastingen, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit. Voor 2022 zijn de tarieven verhoogd met 1,5%, zoals vastgesteld in de Kadernota.
Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven over voorwerpen op, onder of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Het is een zuivere belasting waarvan de opbrengst naar de algemene middelen van de gemeente gaat. De opbrengst is sterk afhankelijk
Reinigingsrechten Voor het ophalen van afval bij niet-woningen (winkels, bedrijven, buurtcentra, etc.) kunnen
65
PROGRAMMABEGROTING 2022
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
Dubbele heffing is (fiscaal én privaatrechtelijk) wordt uitgesloten door de verordening op de precariobelasting zelf. Reclamebelasting Op grond van artikel 227 van de Gemeentewet kunnen gemeenten ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg reclamebelasting heffen. De reclamebelasting is een algemene belasting. De reclamebelasting kan mede worden gezien als een profijtbelasting, wanneer zij geheven wordt naar de mate waarin particulieren en bedrijven profiteren van overheidsvoorzieningen die het doen van openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, mogelijk maken. van wisselende activiteiten in de openbare ruimte. Denk aan terrassen, reclameborden, uitstallingen en bouwmaterialen. Zoals eerder aangegeven is het vanaf 2022 niet meer mogelijk precariobelasting van nutsnetwerken te heffen.
Zo is bijvoorbeeld vanuit de profijtgedachte een hoger tarief denkbaar in het (winkel)centrum van een gemeente, waar immers het meeste effect wordt verwacht van de openbare aankondigingen (reclame-uitingen). Ook kan regulering worden nagestreefd met deze heffing door deze bijvoorbeeld te beperken tot - of een hoger tarief te hanteren in - bepaalde wijken, teneinde wildgroei van openbare aankondigingen tegen te gaan. Verder kan de reclamebelasting zich beperken tot een deel van de gemeente, mits daarvoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat.
In de begroting 2022 is reeds de overweging aangekondigd om vanaf 2021 privaatrechtelijke overeenkomsten af te sluiten voor de terrashouders, het pompstation en standplaatshouders. Voordeel is dat een vergoeding voor commercieel gebruik van gemeentegrond efficiënter geregeld kan worden via zo’n overeenkomst. Privaatrechtelijke vergoedingen zouden dan het fenomeen precariobelasting kunnen vervangen.
Sliedrecht kent sinds 1 februari 2018 drie reclamebelastingen, namelijk Winkelgebied Burgemeester Winklerplein, Winkelgebied Kerkbuurt en Woonboulevard Sliedrecht. Deze zijn gekoppeld aan daartoe opgerichte ondernemersfondsen. Het doel is met deze ondernemersfondsen het ondernemers- en verblijfsklimaat en daarmee de duurzame economische vitaliteit van deze winkelgebieden te versterken.
Het college werkt nog steeds aan dit voornemen, maar dit vereist meer tijd dan eerder verwacht. Om te voorkomen dat er in 2022 helemaal geen fiscale dan wel privaatrechtelijke vergoeding voor gebruik van de openbare ruimte wordt geïnd, wordt de precariobelasting in 2022 nog in stand gehouden.
66
PROGRAMMABEGROTING 2022
Havengeld Voor het gebruik van de gemeentelijke haven of andere openbare werken, alsmede voor het gebruik van alle binnen deze gemeente gelegen openbare wateren wordt door de gemeente havengeld geheven. Uitgangspunt is dat dit ten hoogste kostendekkend gebeurt.
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de Rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken, dat deze inkomensgrens wordt verruimd naar 100% van de bijstandsnorm. Wij hanteren de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats. Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst. Het doel hiervan is de administratieve lasten voor de burger te verminderen.
Lijkbezorgingsrechten Als gemeente heffen wij rechten voor het gebruik van de begraafplaats en voor het verlenen van gemeentelijke diensten in verband met de begraafplaats. Uitgangspunt is dat dit ten hoogste kostendekkend gebeurt. Voor de uitbreiding van de begraafplaats wordt een reserve ingezet, waardoor een tariefsverhoging voor de uitbreiding niet nodig is. De berekening van de kostendekkendheid voor 2022 wordt aan het eind van de paragraaf samengevat in een overzicht.
Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. Wij verlenen kwijtschelding voor: • Onroerendezaakbelastingen; • Afvalstoffenheffing; • Rioolheffing; • Hondenbelasting (tot maximaal de helft van de verschuldigde belasting voor de eerste hond).
Leges Omgevingsvergunningen In de legesverordening 2022 zal de nieuwe Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging nog geen plaats krijgen. Dit omdat de beoogde invoering is vertraagd naar 1 juli 2022. De legesverordening zal waar nodig aan deze nieuwe wetgeving worden aangepast. De leges omgevingsvergunningen zijn conform het beleid toegroeien naar maximaal 100% kostendekkendheid (conform de uitgangspunten opgenomen in de begroting 2020) verhoogd.
4.1.7 Kostendekkendheid in 2021 Voor gemeentelijke heffingen geldt de wettelijke eis van maximaal kostendekkende tarieven. In onderstaande tabel is de kostendekking van de belangrijkste gemeentelijke heffingen voor 2022 inzichtelijk gemaakt. Er is hierbij rekening gehouden met het in de begroting 2020 opgenomen beleid van toegroeien naar maximaal 100% kostendekkendheid in vier jaar, m.u.v. de lijkbezorgingsrechten waarvoor zes jaar geldt.
De overige tarieven worden verhoogd met 1,5%, zoals vastgesteld in de Kadernota. 4.1.6 Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid Als een belastingplichtige als gevolg van financiële omstandigheden niet in staat is
67
PROGRAMMABEGROTING 2022
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
Berekening kostendekkendheid
Afvalstoffenheffing
Kosten taakveld (en) incl. (omslag)rente
2.912
Inkomsten taakveld (en), excl. Heffingen
Havengeld
Lijkbezorging
Bouwleges
Reinigingsrechten
Leges burgerzaken
2.570
68
399
263
303
753
642
7
23
14
0
18
0
Nettokosten
2.270
2.563
45
385
263
286
753
Overhead incl. (omslag)rente
900
391
31
502
290
187
0
BTW (1)
268
465
3.438
3.419
76
887
554
473
753
Opbrengst heffingen (b)
3.025 (1)
3.372 (1)
69 (2)
677
487
449
208
Dekking (b/a *100)
88%
99%
92%
76%
87,9%
95%
28%
Totale overige kosten (a)
Rioolheffing
Bedragen x 1.000 euro (1) Dit is inclusief de kwijtschelding. (2) Dit is exclusief opbrengst pleziervaart van € 19.000. De kosten hebben alleen betrekking op de beroepshavens. Voor pleziervaartuigen worden nagenoeg geen directe kosten gemaakt.
4.2. Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1 Inleiding In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt ingegaan op de bestaande risico’s binnen de gemeente en het vermogen om deze risico’s (financieel) op te vangen op het moment dat ze zich daadwerkelijk voordoen. De relevante kaders zijn vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing (vastgesteld september 2020). Dit kader is verder aangescherpt met behulp van het amendement ‘Algemene risicoreserve’, zoals dat is aangenomen bij de behandeling van de Begroting 2021. De paragraaf is onderverdeeld in vier blokken: • Het risicoprofiel, hier wordt ingegaan op de bestaande risico’s (paragraaf 4.2.2); • De weerstandscapaciteit, hier wordt bepaald wat de ruimte is om risico’s op te vangen (paragraaf 4.2.3); • De weerstandsratio, hier wordt
•
beoordeeld in hoever de risico’s in verhouding staan tot de weerstandscapaciteit (paragraaf 4.2.4); De financiële kengetallen, hier wordt bovenstaande in een breder (vanuit het BBV) verplicht perspectief geplaats (paragraaf 4.2.5).
4.2.2 Risicoprofiel Het risicoprofiel wordt bottom-up opgebouwd. Alle risico’s met een inschatte impact van groter dan € 10.000 worden hierbij meegenomen. Per risico wordt vervolgens bepaald of het een incidenteel, of een structureel risico betreft. Een structureel risico wordt voor 2,5 jaar opgenomen in het risicoprofiel. Er is daarmee 2,5 jaar beschikbaar om voor een dergelijk risico een structurele oplossing te vinden. Dit is nodig omdat de weerstandscapaciteit niet structureel kan worden aangesproken. Per risico wordt vervolgens bepaald hoe groot de kans van optreden is. Hierbij wordt
68
PROGRAMMABEGROTING 2022
onderscheid gemaakt in vier klassen: • I – ‘kans van optreden is onwaarschijnlijk’: 12,5% • II – ‘mogelijk’: 37,5% • III – ‘aanzienlijk’: 62,5% • IV – ‘waarschijnlijk’: 87,5%
Nr.
Risicogebied
1
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
Dit levert vervolgens per risico een bedrag op. Met behulp van een acht risico gebieden zijn deze in onderstaande tabel weergegeven:
Aantal risico’s
JR 2020
Risicobedrag
Organisatierisico's
5
42
99
2
Algemene uitkering
1
1.310
3.281
3
Verbonden partijen
6
2.046
2.384
4
Garantstellingen
1
538
230
5
Dividend en renterisico
2
183
47
6
Projectrisico's
9
2.788
2.701
7
Overige risico's
9
458
163
Totaal ongewogen risico
33
7.365
8.905
Benodigde weerstandscapaciteit (80% van het ongewogen risico)
Het laatste risicoprofiel van de gemeente Sliedrecht is vastgelegd in de jaarrekening 2020 die door de raad op 13 juli 2021 is vastgesteld. In de jaarrekening 2020 bedroeg het totale risico € 7,4 miljoen. Het risicoprofiel in deze begroting is ingeschat op € 8,9 miljoen. Ten opzichte van de jaarrekening 2020 is het risico met € 1,5 miljoen toegenomen. Deze toename is met name het gevolg van de risicogebieden algemene uitkering en verbonden partijen.
7.124
reguliere risico’s. In het risico met betrekking tot de bandbreedte bij de SDD (zie onder, nr. 3) zitten bijvoorbeeld ook risico’s van de indirecte consequenties van COVID. 1. Herijking gemeentefonds, € 3.281.000 (risicogebied Algemene uitkering) In juli is een aangepast verdeelvoorstel gepubliceerd naar aanleiding van de dynamiek die op basis van het eerste voorstel ontstond. In dit aangepaste voorstel stijgt de korting per inwoner voor Sliedrecht van € 77 naar € 82. In augustus is dit verdeelvoorstel vervolgens uitgewerkt op basis van informatie uit 2019 in plaats van 2017. Voor Sliedrecht heeft dit tot gevolg dat de korting per inwoner oploopt tot het onacceptabele bedrag van € 126. Het enige positieve nieuws is dat de korting per inwoner voor de daadwerkelijke invoer is gemaximeerd op € 60 per inwoner (4 jaar x €
Er zijn geen specifieke COVID gerelateerde risico’s meer opgenomen in het risicoprofiel. De directe consequenties van de COVID-crisis zijn door het Rijk gecompenseerd. Op basis van de huidige inzichten zullen we in 2022 worden geconfronteerd met de indirecte consequenties en bijbehorende risico’s. Deze zijn lastig te onderscheiden van de
69
PROGRAMMABEGROTING 2022
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
15, startend in 2023). Daarna wordt de korting bevroren. Momenteel loopt de consultatie van het nieuwe voorstel bij de ROB en VNG, waarna over zal worden gegaan tot besluitvorming. Het daadwerkelijk beïnvloeden van de uitkomst van dit proces is zeer complex, waarbij we alle kansen die zich voordoen zullen aangrijpen. Het bedrag van € 60 per inwoners is met een ‘waarschijnlijke kans’ van 87,5% opgenomen in het risicoprofiel.
Daarnaast volgt er besluitvorming over nieuwe verdeelsleutels van de kosten. Het resulteert in een kostentoename van € 255.000 voor Sliedrecht. Definitieve besluitvorming door de Drechtraad staat gepland in het najaar 2021. 4. Verbonden partijen, € 822.000 (verbonden partijen) Er is sprake van een algemeen risico door deelname aan een Gemeenschappelijke Regeling. Negatieve exploitatieresultaten worden doorgelegd naar de eigenaren, de gemeenten. De totale bijdrage aan verbonden partijen bedraagt in 2022 naar verwachting € 35,1 miljoen. In het risico houden we rekening met een overschrijding van 2,5% van deze bijdrage. 5. Begroting dG&J/SOJ, € 316.000 (verbonden partijen) De budgetten in de jeugdzorg staan sinds de decentralisatie onder druk. Er lopen diverse trajecten (denk o.a. Aanjaagplan, jeugdhulp naar voren) om de kosten te beheersen. Tegelijkertijd blijkt dat dit er niet in resulteert dat de uitvoering binnen de begroting vorm kan worden geven. De 1e Bestuursrapportage 2021 vertoonde een overschrijding van € 1,3 miljoen. Het meerjarige effect hiervan is nog niet verwerkt in de Begroting 2022 van de dienst.
2. Projecten, € 2.884.000 (projectrisico’s) Het succesvol uitvoeren van projecten gaat naast het realiseren van je inhoudelijke doelstellingen over het kunnen beheersen van je risico’s. Het uitvoeren van projecten gaat inherent gepaard met risico’s. Deze risico’s bestaan bijvoorbeeld uit: •
•
•
Risico’s die verband houden met de aard van het plan, bijvoorbeeld omdat er woningen zijn geprogrammeerd die niet goed in de markt liggen; Risico’s die verband houden met het tijdstip van realisatie van het plan: veel plannen schuiven door, in afwachting van betere tijden. Dit kan leiden tot hogere rentekosten en werken door in de waarde van het plan; Risico’s die verband houden met gehanteerde parameters, bijvoorbeeld indexering van prijzen en rentestanden.
Vanuit het Rijk is ondertussen een eerste compensatie toegezegd voor 2022 (€ 2,5 miljoen). Structureel mogen we € 1,5 miljoen extra ramen. In deze begroting zijn zowel de te verwachten kosten ontwikkeling als de toezegging van het Rijk nog niet verwerkt. We wachten nadere besluitvorming in het AB van dG&J (en door het Rijk af). De eerste inschatting is dat de toegezegde middelen afdoende zijn om de kostenstijging te kunnen opvangen. Inzet is om te bezien of dat alle
3. Begroting Sociale Dienst Drechtsteden, € 1.145.000 (verbonden partijen) Het risico met betrekking tot de SDD is tweeledig. Allereerst werkt de SDD met een bandbreedte wat betreft de kosten. De begroting van de SDD is gebaseerd op de onderkant van deze bandbreedte. Het verschil met de bovenkant van deze bandbreedte is opgenomen als risico (voor het aandeel van Sliedrecht).
70
PROGRAMMABEGROTING 2022
middelen ook daadwerkelijk nodig zijn voor jeugdzorg, of dat middelen die eerder vanuit de algemene middelen zijn toegekend aan jeugdzorg weer kunnen vrijvallen.
2. Niet beklemde reserves Dit betreft het totaal van de verwachte stand van de volgende reserves per 1 januari 2022: Weerstandsvermogen (€ 4,026 miljoen, Frictiebudget reorganisatie (€ 71.000), Kleinschalige herontwikkeling (€ 122.000), Sociaal Domein (€ 195.000) en Herplantfonds (€ 34.000).
4.2.3 Weerstandscapaciteit De weerscapaciteit beschrijft het vermogen om de financiële effecten van risico’s die zich voordoen op te vangen. De weerstandscapaciteit bestaat (conform de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing) uit het saldo van de algemene reserve, de niet beklemde bestemmingsreserves en de opgenomen post voor onvoorzien. Daarnaast wordt voor de weerstandscapaciteit in Sliedrecht 20% van de niet benutte belastingcapaciteit en 20% van de stille reserves gerekend. De resulteert in de volgende weerstandscapaciteit:
Algemene reserve
2
Niet beklemde bestemmingsreserves
3
Onvoorzien
4
20% van de stille reserves
1.665
5
20% van de onbenutte belastingcapaciteit
604
Totaal
Ook bij de Risicoreserve is sprake van een afwijking met onderdeel 5.4.1. Het restant van het verwachte rekeningresultaat 2021 dat niet in minder gebracht kon worden op de Algemene reserve (omdat deze dan negatief zou worden) is in mindering gebracht op de reserve Weerstandsvermogen.
Bedrag
1
GEMEENTE SLIEDRECHT
5.4.1 niet is meegenomen, maar dat daar hier wel rekening mee is gehouden. Dit omdat dit een reëler beeld geeft van het beschikbare weerstandsvermogen. Het daadwerkelijke resultaat 2021 is logischerwijs nog onbekend waardoor de echte stand op 1 januari 2022 zal gaan afwijken.
In het risicoprofiel is een bedrag opgenomen voor het verschil in compensatie tussen 2022 en verder.
Onderdeel
•
3. Onvoorzien Dit betreft het begrote bedrag onvoorzien in 2022.
0 4.448 61
4. 20% van de stille reserves Doordat bezittingen tegen historisch kostprijs moeten worden opgenomen op de balans (voorschrift BBV) is er sprake van zogenaamde stille reserves. Het gevolg hiervan is dat eventuele waardeontwikkeling niet zichtbaar is (een eventuele daling wel, want die moet direct worden afgeboekt). Een voorbeeld waarbij dit duidelijk werd is de verkoop van Eneco. Strikt gezien werd de gemeente hiervan niet rijker. Iets wat eigendom was van de gemeente (met de bijbehorende waarde) werd omgezet in geld. We onderkennen een
6.778
Bedragen x 1.000 euro
1. Algemene reserve De hier gehanteerde stand van de algemene reserve wijkt af van de gepresenteerde stand onder onderdeel 5.4.1. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat het geraamde rekening resultaat 2021 in de tabel onder
71
PROGRAMMABEGROTING 2022
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
tweetal stille reserves allereerst in het vastgoed bezit en ten tweede in het aandelen bezit.
worden verhoogd tot 120% van het landelijk gemiddelde. Het bepalen van de onbenutte belastingcapaciteit betreft een complexe berekening welke voor Sliedrecht resulteert in een bedrag van € 3,0 miljoen. Dit resulteert in een weerstandscapaciteit van € 0,604 miljoen.
Stille reserve vastgoed Op vastgoed is een verschil te maken tussen vastgoed waarvoor een, wat de omvang betreft, redelijke markt is zoals voor woningen en kantoren, en vastgoed waarvoor een beperkte markt is zoals voor zwembaden en sportvoorzieningen. Voor de inschatting van de stille reserve vastgoed kan een vergelijking gemaakt worden van de WOZ-waarde en de boekwaarde. Hierbij is de WOZ waarde voor het vastgoed waarvoor een beperkte markt is, uit voorzichtigheidsprincipe uitgegaan van een executiewaarde van 70% van de WOZ-waarde. Uit deze vergelijking rolt een stille reserve van € 5,9 miljoen, waarvan 20% is opgenomen in de weerstandscapaciteit (€ 1,2 miljoen).
4.2.4 Weerstandsratio Om te bepalen hoe de verhouding is tussen benodigde weerstandscapaciteit en beschikbare weerstandscapaciteit gebruik je de weerstandsratio. De weerstandsratio bereken je door de beschikbaar weerstandscapaciteit te delen door het benodigde weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is voldoende wanneer de beschikbare weerstandscapaciteit groter dan of gelijk is aan de benodigde weerstandscapaciteit. Als streefwaarde voor het weerstandsvermogen streeft Sliedrecht een ratio van minimaal 1,0 na. Daarmee is voldoende dekking voor het risicoprofiel aanwezig en wordt niet onnodig beslag gelegd op middelen die ten behoeve van de beleidsdoelstellingen kunnen worden ingezet.
Stille reserve aandelen De gemeente bezit aandelen van de Bank Nederlandse Gemeenten, ROM-D, Oasen en Stedin. De aandelen BNG kennen volgens het jaarverslag 2020 van de BNG een waarde van afgerond € 78 per aandeel. Uitgaande van deze waarde bestaat een stille reserve in de aandelen BNG van afgerond € 2,4 miljoen, waarvan € 0,5 miljoen is opgenomen in de weerstandscapaciteit.
De berekening van de ratio weerstandsvermogen ziet er als volgt uit:
Samen resulteren deze stille reserves in een weerstandscapaciteit van € 1,665 miljoen. 5. 20% van de onbenutte belastingcapaciteit De wijze waarop het gemoeide bedrag van de onbenutte belastingcapaciteit moet worden bepaald is beschreven in de regelgeving omtrent een eventuele artikel 12 status van een gemeente. Om hiervoor in aanmerking te komen moet de OZB-opbrengst eerst
72
1
Totaal ongewogen risico's (zie paragraaf 4.2.2)
8.906
2
Afslag 20%
-1.781
3
Benodigde weerstandscapaciteit (1-2)
7.125
4
Beschikbare weerstandscapaciteit (zie paragraaf 4.2.3)
6.778
Ratio weerstandsvermogen (4/3)
0,95
PROGRAMMABEGROTING 2022
Uit voorgaande berekening is af te leiden dat Sliedrecht met een ratio van 0,95 niet meer voldoet aan de streefwaarde van 1,0.
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
opdracht verbinden we aan het structureel op orde brengen van de meerjarenbegroting, waarover reeds de nodige toezeggingen zijn gedaan.
Daarnaast is afgesproken dat 75% van de benodigde weerstandscapaciteit per direct beschikbaar moet zijn. Hiervoor is de Risicoreserve gevormd. De omvang van deze reserve bedraagt € 4,751 miljoen conform onderdeel 5.4.1, maar als we corrigeren voor het verwachte resultaat 2021 daalt dit tot € 4,026. De benodigde hoogte van de Risicoreserve bedraagt € 4,861 miljoen3.
Er ontstaat hierdoor geen acuut probleem, de kans dat alle risico’s zich tegelijkertijd voordoen is nagenoeg nihil. Het weerstandsvermogen zal daardoor nooit per direct volledig worden aangesproken. De bepaling van de weerstandsratio is per definitie gebonden aan een moment in de tijd. Het is daarom relevant beeld te hebben bij het verloop vanuit het verleden naar de toekomst. In onderstaande tabel brengen we dat in beeld:
In deze begroting is geen voorstel opgenomen waardoor de ratio’s op de overeengekomen hoogte kunnen worden gebracht. Deze
Inzicht in (benodigde) weerstandsvermogen (incl. geraamd resultaat)
Benodigde weerstandscapaciteit/gewogen risico’s Benodigde omvang reserve Weerstandsvermoegn Stand reserve Weerstandsvermogen
3
Stand Algemene reserve Beschikbare weerstandscapaciteit (incl. rekening resultaat) Stand Algemene reserve (inclusief rekening resultaat)
Het bedrag komt als volgt tot stand: (0,75 * benodigde weerstandscapaciteit) minus de overige niet beklemde reserves en onvoorzien).
73
PROGRAMMABEGROTING 2022
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
De grafiek bevat veel lijnen waaruit drie belangrijke conclusie zijn:
zegt daarnaast iets over de flexibiliteit van de begroting: veel schulden en kapitaallasten leiden tot een inflexibele begroting. Een netto schuldquote tussen de 90% en 130% wordt gezien als voldoende. Een lagere netto schuldquote dan 90% wordt gezien als goed.
1. Weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit neemt in de periode 2019 tot en met 2023 fors af. Vanaf 2022 is het weerstandsvermogen lager dan de benodigde weerstandscapaciteit.
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen op langere termijn te voldoen. Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen weer. Een percentage van 20% tot 50% wordt als voldoende gezien.
2. Risicoreserve De Risicoreserve is vanaf 2022 niet op afdoende hoogte en door met name het geraamde saldo in 2022 neemt het verschil toe. 3. Algemene reserve Bij de algemene reserve zijn er twee lijnen getrokken. De doorgetrokken rode lijn vertoont het verloop wanneer niet wordt gecorrigeerd voor de verwachte rekening resultaten vanaf 2021. Bij de stippellijn is dat wel gebeurt en zie je dat er in de algemene reserve geen bedrag beschikbaar is. De Risicoreserve is aangesproken om op deze nul uit te komen (hierdoor wijkt de stand af van onderdeel 5.4.1). Het meenemen van de verwachte rekening resultaten is een verdere verbetering ten opzichte van dezelfde grafiek zoals opgenomen in de Kadernota 2022 waar dit nog niet was gedaan.
Het kengetal grondexploitatie geeft een indicatie van de verhouding van de in exploitatie genomen gronden ten opzichte van de totale baten. Het geeft een indicatie of een gemeente veel geld in grond heeft geïnvesteerd, geld dat in de toekomst moet worden terugverdiend. Een kengetal grondexploitatie lager dan 20% wordt gezien als goed. De structurele exploitatieruimte geeft weer hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening. Een kengetal groter dan 0 duidt op structurele ruimte. De belastingcapaciteit maakt inzichtelijk welke mogelijkheden de gemeente heeft voor het genereren van hogere baten. Dit kengetal geeft weer hoe de belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. De woonlasten van een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Is het kengetal lager dan 100%, dan zijn de woonlasten lager dan gemiddeld in Nederland. Het verschil tussen het kengetal en 100% geeft de ruimte aan om de belastingen te verhogen tot het gemiddelde. In de volgende tabel is dit schematisch weergegeven:
4.2.5 Financiële kengetallen In de P&C-documenten moet een gemeente verplicht ingaan op de financiële kengetallen. Deze kengetallen geven een beeld van de financiële situatie waarin een gemeente zich bevindt. Het betreft de volgende kengetallen: netto schuldquote, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatie ruimte en de gemeentelijke belastingcapaciteit. De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten. Het geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft. Het
74
PROGRAMMABEGROTING 2022
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
Kengetal
Categorie A
Categorie B
Categorie C
Netto schuldquote (a. zonder correctie doorgeleende middelen
< 90%
90 - 130%
> 130%
Netto schuldquote (b. met correctie doorgeleende middelen
< 90%
90 - 130%
> 130%
2
Solvabiliteitsratio
> 50%
20 - 50%
< 20%
3
Grondexploitatie
< 20%
20 - 35%
> 35%
4
Structurele exploitatieruimte
> 0%
0%
< 0%
5
Belastingcapaciteit
< 95%
95 - 105%
> 105%
1
Bij de begroting 2022 horen de volgende financiële kengetallen:
2020
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025
Netto schuldquote
19%
37%
44%
52%
48%
51%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
18%
34%
42%
50%
46%
49%
Solvabiliteitsratio
49%
49%
47%
44%
44%
43%
Grondexploitatie
3%
5%
4%
6%
0%
-3%
Structurele exploitatieruimte
-1%
1%
-1%
0%
0%
0%
Gemeentelijke belastingcapaciteit (o.b.v. tarieven 2021)
85%
87%
92%
92%
92%
92%
75
PROGRAMMABEGROTING 2022
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
Beschouwing financiële kengetallen Eén kengetal in een enkel jaar geeft op zich nog niet veel informatie. Deze moeten vooral in samenhang worden gezien en naast de stand is vooral het verloop relevant op te bepalen welke ontwikkelingen spelen.
Structurele exploitatieruimte Wat betreft de structurele exploitatie ruimte is de marge flinterdun. De scenario’s die worden ontwikkeld en de navolgende besluitvorming moeten er toe leiden dat deze marge robuuster wordt.
Netto schuldquote: De waarde van de netto schuldquote valt in categorie A. Wel is er een grote sprong zichtbaar tussen 2020 en 2021, vanaf 2021 loopt waarde licht omhoog. Het verschil tussen 2020 en 2021 wordt veroorzaakt doordat er in 2020 sprake was van veel hogere (incidentele) baten dan in 2021. De oplopende lijn wordt veroorzaakt door de investeringen die gepaard gaan met de inhoudelijke ambities en de inzet van de Enecomiddelen. Solvabiliteitsratio: De solvabiliteitsratio bevindt zich net niet categorie A, maar in categorie B. Dit lijk niet direct in overeenstemming met een weerstandsratio van 0,95. Er is dus sprake van een groot deel van het vermogen dat niet word gerekend tot het weerstandsvermogen. Dat betreft met name de reserves voor het afdekken van Kapitaallasten en de reserve Verkoop aandelen Eneco. Meerjarig zie je dat met name de middelen in deze laatste reserves worden ingezet, waardoor de solvabiliteit langzaam afneemt. Grondexploitatie / gemeentelijke belastingcapaciteit: Deze kengetallen vallen in categorie A. De grondexploitaties vormen een zeer beperkt geheel ten opzichte van de totale exploitatie. In de gemeentelijke belastingcapaciteit zie je terug dat het percentage stijgt als gevolg van het nastreven van de 100% kostendekkendheid bij afval en riolen.
76
PROGRAMMABEGROTING 2022
4.3 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
• •
4.3.1 Inleiding De gemeente beheert de openbare ruimte waarin een groot aantal activiteiten plaatsvindt zoals wonen, werken en recreëren. Voor deze activiteiten zijn kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan, is bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. In dit onderdeel van de begroting wordt aangegeven voor welk ambitieniveau de gemeente heeft gekozen, inclusief de financiële consequenties hiervan. Het door de raad gewenste onderhoudsniveau is van invloed op de lasten.
• •
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
het Beleidsplan openbare verlichting 2015-2025 (vastgesteld in 2014); het Beheerplan onderhoud bruggen (vastgesteld in 2014); het Groenbeleidsplan 2015 (Actualisatie verwacht in 2021); het Uitvoeringsbeleid speel- en sportruimte Sliedrecht (vastgesteld in 2016).
Als uitgangspunt geldt dat op basis van beheerplannen jaarlijks budgetten worden geraamd voor het onderhoud dat in het begrotingsjaar moet worden uitgevoerd en dat voldoende wordt gereserveerd (stortingen in onderhoudsvoorzieningen) of dat investeringsbesluiten genomen worden voor het uitvoeren van toekomstig onderhoud. Hierna gaan we nader in op de specifieke beleidsvelden.
De kaders voor het onderhoud van de kapitaalgoederen worden door middel van onderhoudsplannen vastgesteld (in het verleden door beleidsnota’s). Deze onderhoudsplannen bieden de mogelijkheid om algemene beleidslijnen met betrekking tot de inhoudelijke kaders (de visie van de raad op de kwaliteit van de kapitaalgoederen) en procedurele kaders (afspraken tussen raad en college over besluitvorming en informatievoorziening) vast te stellen. De kaders van de gemeente voor het onderhoud van kapitaalgoederen zijn o.a. opgenomen in: • Nota Onderhoudsbeleid Vastgoed 2021-2030 (vastgesteld in 2021) en het Beheerplan onderhoud Vastgoed 20212024 (vastgesteld in 2021); • het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 2023 (vastgesteld in 2018); • het Beleidsplan onderhoud wegen 2015-2025 (vastgesteld in 2014) ) en het onderhoudsplan wegen 2021 t/m 2025 (vastgesteld in 2021);
4.3.2 Openbaar groen en speelvoorzieningen De raad heeft op 28 september 2021 het Groenbeleidsplan 2021-2025 vastgesteld. Het besteedt onder andere aandacht aan klimaatadaptatie, biodiversiteit, exoten en plaagdieren. De gemeente Sliedrecht vindt het van belang dat de gemeente voldoende groen heeft en behoudt. Om te bewaken dat er voldoende bomen blijven, houden we bij hoeveel kapvergunningen verleend worden en hoeveel bomen worden aangeplant. Ook hebben we aandacht voor de biodiversiteit en werken we in een aantal stappen toe naar 10% meer bomen in Sliedrecht, conform de opgave uit het coalitieakkoord. Voor de groenprojecten volgen we de Integrale meerjaren operationele planning.
77
PROGRAMMABEGROTING 2022
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
In 2022 worden de volgende gebieden aangepakt: • Professorenbuurt (onderhoud riolering); • Revitalisering Vogelbuurt (t/m 2023); • Rivierenbuurt Zuid 2021-2022; • Fietspad Stationsweg-noord/Goeman Borgesiusweg-west; • Overlaat-Stormrand en omgeving.
(GRP) 2019-2023 door de gemeenteraad vastgesteld. In het GRP is beschreven hoe de gemeente Sliedrecht invulling geeft aan de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In 2020 en 2021 is een deel van de riolering geïnspecteerd, om de toestand van het riool in beeld te brengen. De reeds ingezette inspecties geven aanleiding om de onderzoeken te versnellen en uit te breiden. Op basis van de geconstateerde toestand van de riolering wordt in 2022 de scope van de eventuele rioleringswerkzaamheden bepaald. Naast het regulier beheer en onderhoud van de riolering, wordt in 2022 gewerkt aan uitvoering en voorbereiding van onder andere de onderstaande projecten: • rioolvervanging Vogelbuurt; • rioolvervanging Professorenbuurt; • rioolvervanging Rivierenbuurt.
Speelvoorzieningen Op 10 mei 2016 heeft de gemeenteraad het besluit genomen in vijf jaar tijd de speelplekken in Sliedrecht op te knappen en om te vormen tot uitdagende speel-, sport- en ontmoetingsplekken. Elke buurt krijgt meerdere speelplekken met uitdagende speeltoestellen, passend bij deze tijd. Naast spelen en sporten komt de focus te liggen op ontmoeting tussen jong en oud in de buurt. Er is ruim een miljoen euro geïnvesteerd in de looptijd van het project. In 2021 is het project afgerond, met het realiseren van de speelplaatsen in de Staatsliedenbuurt. Daarmee zijn alle buurten voor de komende tien tot vijftien jaar weer voorzien van uitdagende speel-, sporten ontmoetingsplekken.
4.3.4 Waterbeheer Voortvloeiend uit het Stedelijk Waterplan Plan (SWP) zijn de afgelopen jaren maatregelen getroffen om de waterkwaliteit te verbeteren. Dit plan is, na een evaluatie met het Waterschap in 2011, voor onbepaalde tijd verlengd.
In 2022 voeren we het reguliere onderhoud uit aan de overige speelplaatsen.
Sinds 1 januari 2015 is 75% van de watergangen in beheer en eigendom overgegaan naar Waterschap Rivierenland (WSRL). Daarmee hebben al deze watergangen conform de keur en legger van WSRL ook een A-status gekregen. De gemeente Sliedrecht voert het onderhoud van de eigen watergangen en de watergangen in eigendom van het Waterschap Rivierenland uit. Voor het onderhoud van de watergangen van het Waterschap Rivierenland ontvangt de gemeente Sliedrecht jaarlijks een vergoeding. Dit is ook het geval voor het kroosruimen in het watersysteem.
4.3.3 Riolering De gemeentelijke taken op het gebied van de riolering zijn gebaseerd op de Waterwet. Voor de uitvoering van deze wettelijke verplichting is gemeentelijke autonome beleidsruimte beschikbaar. Naast de waterwet moet voldaan worden aan de richtlijnen van de waterkwaliteitsbeheerders (Waterschap Rivierenland en Rijkswaterstaat). Goede aanleg en beheer van de riolering is van groot belang voor de gezondheid van onze inwoners en een van de hoofdtaken van de gemeente. Eind 2018 is het Gemeentelijk RioleringsPlan
78
PROGRAMMABEGROTING 2022
Om in 2023 te komen tot een nieuwe onderhoudsstrategie, beheercyclus en beleidsuitgangspunten ten aanzien van het stedelijk watersysteem worden in 2022 enkele inventariserende onderzoeken uitgevoerd.
•
4.3.5 Wegen In 2021 is het onderhoudsplan Wegen 2020 t/m 2025 vastgesteld. Daarin zijn het onderhoudsniveau (B), de kosten en de planning opgenomen. Daarnaast is in 2014 het beleidsplan onderhoud wegen 2015-2025 vastgesteld met als uitgangspunten: • Het voorkomen van kapitaalsvernietiging; • Het voorkomen van te grote hoogteverschillen met betrekking tot toegankelijkheidseisen; • Het voorkomen van schadebeelden waarbij er risico op schadeclaims is. • Het onderhoud aan elementenverharding en asfalt verloopt zoveel mogelijk via onderhoudscontracten welke meerjarig aanbesteed worden. • In het Integrale Meer Jaren Operationele Programma (IMJOP) staan voor 2022 de volgende activiteiten gepland ten aanzien van groot onderhoud en vernieuwing wegen: • Uitvoering en afronding van Jacob Ca-
•
•
•
•
•
79
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
tsstraat-zuid en omgeving: vernieuwen en herinrichten van wegen in combinatie met groen en locatie Groen van Prinstererschool; Uitvoering Overlaat-Stormrand en omgeving: nieuwe aanleg met hergebruik bestaande materialen in combinatie met verkeerswensen en groen; Uitvoering Rivierenbuurt-zuid: vernieuwen en herinrichten van wegen in combinatie met rioolvervangingswerkzaamheden en groen; Gefaseerde uitvoering Vogelbuurt: grootschalige aanpak in combinatie met groen, riolering, herinrichting en warmtenet; Gefaseerde uitvoering Professorenbuurt: grootschalige aanpak in combinatie met groen, riolering, herinrichting en warmtenet; Voorbereiding Parallelweg langs Nijverwaard: grootschalig asfaltonderhoud in combinatie met verkeersmaatregelen en afgestemd op verkeersontwikkeling Leeghwaterstraat; Voorbereiding P.A. de Genestetstaat-oost: vernieuwen en herinrichten van wegen in combinatie met rioolvervangingswerkzaamheden en groen.
PROGRAMMABEGROTING 2022
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
Groot (vervangings-) onderhoud aan wegen is projectmatig aangepakt en afgestemd op grote projecten in de openbare ruimte. Bewonersparticipatie is hierbij een vast onderdeel.
met een looptijd van 20 jaar (tot 2040). Verder wordt gewerkt aan een nieuw Vastgoedbeleid (herijking van het in 2017 vastgestelde Integraal Accommodatiebeleid). Dit nieuwe vastgoedbeleid geeft naast inzicht in de totale vastgoedportefeuille en de organisatie rondom het vastgoedbeheer, ook het afwegingskader voor eigendom of afstoten van vastgoed. Verwacht wordt dit beleid nog in 2021 ter besluitvormig voor te leggen aan de Raad.
4.3.6 Bruggen In 2021 is een inspectie uitgevoerd van de bruggen binnen de gemeente Sliedrecht en op basis van deze inspectie wordt een beheer- en onderhoudsplan opgesteld. In 2022 worden conform het dan vingerende meerjarenonderhoudsprogramma de bruggen Sliedrecht hersteld, onderhouden en vervangen.
4.3.9 Binnenhaven Hieronder valt het op diepte houden van de gemeentehaven en het daarvoor periodiek peilen, het onderhouden van de steigers en de walstroomvoorziening. Naar verwachting dient eens per tien jaar rekening te worden gehouden met een hoge piek aan kosten voor baggerwerkzaamheden.
4.3.7 Openbare verlichting Het beheer en onderhoud van de openbare verlichting is ondergebracht bij het team Openbare Verlichting Dordrecht. In 2014 zijn de uitgangspunten voor openbare verlichting vastgesteld. De toepassing van energiezuinige ledverlichting is daarin een van de speerpunten. De vervangingsplannen van de openbare verlichting stemmen we integraal af op projecten in de openbare ruimte, zo ook in 2022.
4.3.10 Aanlegsteiger waterbus Vanaf 2022 heeft de Waterbus een nieuwe vervoerder, Swets. Dit vervoer is geregeld in een contract tussen de Provincie en Swets. De gemeente Sliedrecht betaalt hiervoor jaarlijks een bijdrage aan de Drechtsteden. Vanuit Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden (GRD) en diverse andere partijen is de wens om de aanlegsteiger voor de Waterbus een vernieuwde uitstraling te geven conform de gezamenlijke haltevisie Drechtsteden uit 2019. Dit richt zich vooral op vindbaarheid, herkenbaarheid en bereikbaarheid van de Waterbus.
Jaarlijks worden de afspraken met team Openbare Verlichting geactualiseerd waarbij de vervangingsplannen van de openbare verlichting integraal worden afgestemd op de uitvoering van projecten in de openbare ruimte, zo ook in 2022. 4.3.8 Gebouwen We gaan de gebouwen beheren vanuit het Beheerplan onderhoud Vastgoed 2021-2024. Dit beheerplan geeft inzicht in het (bouw) technisch onderhoud van het gemeentelijk vastgoed en de daarvoor benodigde middelen. Voor de financiële verantwoording wordt uitgegaan van de meerjarenonderhoudsplanningen (MJOP’s) die in 2020 zijn opgesteld
Het ponton van de Waterbus in Sliedrecht is geïnspecteerd en groot onderhoud zal over 5 jaar plaats vinden. Constructieve aanpassingen die nodig zijn voor het varen met de nieuw boten, zijn voor rekening van de nieuwe vervoerder. 80
PROGRAMMABEGROTING 2022
4.3.11 Reserveringen voor onderhoud In het kader van de begroting is het van belang dat wordt aangegeven dat er voldoende wordt gereserveerd voor toekomstig onderhoud.
GEMEENTE SLIEDRECHT
In 2022 zullen de volgende stortingen plaatsvinden in de diverse onderhoudsvoorzieningen:
Programma
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Gebouwen
1
21.804
21.804
112.066
Diverse multifunctionele accommodaties
Gebouwen
1
17.055
17.055
65.560
Binnensportaccommodaties
Gebouwen
1
30.660
30.660
70.973
Zwemaccommodatie De Lockhorst
Gebouwen
1
29.909
29.909
237.657
Recreatie voorzieningen
Groen
1
4.384
4.384
4.384
103.812
103.812
490.640
Omschrijving (bedragen x € 1,-)
Categorie BBV
Zalencentrum De Lockhorst
Subtotaal programma 1 Begraafplaats (gebouw)
Gebouwen
3
882
882
882
Kinderboerderij (gebouw)
Gebouwen
3
3.753
3.753
3.753
Watergangen en sloten
Water
3
8.972
8.972
8.972
Onderhoud riolering
Riolering
3
1.422.000
1.422.000
1.422.000
Onderhoud wegen
Wegen
3
242.915
242.915
192.915
Bruggen
Wegen
3
62.862
62.862
62.862
Openbare verlichting
Wegen
3
7.336
7.336
0
Binnenhaven
Water
3
5.802
5.802
5.802
Ponton waterbus
Water
3
4.290
4.290
19.290
Toren NH-kerk met uurwerk
Gebouwen
3
1.837
1.837
1.837
Klok en carillon raadhuis
Gebouwen
3
1.462
1.462
1.462
Standplaatsen woonwagens
Gebouwen
3
5.260
5.260
5.260
Woonwagens
Gebouwen
3
0
1.328
0
1.767.371
1.768.699
1.725.035
10.331
10.331
63.214
Subtotaal programma 3 Raadhuis
Gebouwen
4
Vlaggen
Overig
4
Brandweerkazerne (incl. dienstwoningen)
Gebouwen
4
5.002
5.002
38.671
Gemeentekantoor
Gebouwen
4
27.438
27.438
154.058
Gemeentewerf
Gebouwen
4
5.947
5.947
5.947
48.983
48.983
262.155
Subtotaal programma 4 Totaal generaal
4
•
265 verder op 265 265 Deze tabel gaat de volgende pagina
1.920.166
1.921.494 2.477.8304
De extra dotatie aan de voorziening onderhoud gebouwen volgens de Kadernota 2021 vertoont een stijging in het verloop van de storting.
81
PROGRAMMABEGROTING 2022
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
4.4 Paragraaf financiering
Renteontwikkelingen De tarieven op de geldmarkt (kort lopende leningen), blijven naar verwachting negatief. De maatregelen van de ECB in de afgelopen periode zullen volgens de markt ook in 2022 nog een negatieve rente voor kortlopende leningen te zien geven.
4.4.1 Inleiding In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeente. Dit zijn risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), de financierings- en schuldpositie en het kasbeheer.
De kapitaalmarktrentes vertoonden in het voorjaar van 2021 een relatief sterk opgaande lijn. Dit werd vooral veroorzaakt door de verwachting dat de heropening van de economie (in relatie tot corona) zal leiden tot een aanzienlijk herstel van de economische groei. De rente voor 10-jarige staatsleningen is daardoor medio juli 2021 gestegen naar een niveau van 0,12%. Banken berekenen bij het verstrekken van langjarige financiering liquiditeitsopslagen bovenop de IRS-niveaus. Voor bijvoorbeeld een 10-jaars lening bedraagt deze opslag medio juli 2021 circa 0,20% (20 basispunten).
Het Financieringsstatuut vormt het kader voor beleid en uitvoering van de treasuryfunctie. Afhankelijk van de hoogte en de verwachte duur van het liquiditeitstekort of –overschot, wordt vermogen tijdelijk of langdurig aangetrokken of tijdelijk uitgezet. Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat de kasgeldlimiet optimaal benut wordt en zoveel mogelijk kort vermogen wordt aangetrokken. Benadrukt wordt dat de financieringsfunctie van de gemeente Sliedrecht uitsluitend de publieke taak dient en dat een prudent beleid gevoerd wordt binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido).
Het afgelopen jaar laat de renteontwikkeling het volgende beeld zien:
82
PROGRAMMABEGROTING 2022
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
4.4.2 Financiering activa De activa van de gemeente Sliedrecht zullen per begin 2022 naar verwachting als volgt gefinancierd zijn:
Omschrijving
Bedragen per 1 januari 2022 (x 1 miljoen)
Totale boekwaarde investeringen
€ 72,7
Vaste financieringsmiddelen Reserves
€ 49,1
Voorzieningen
€ 3,7
Langlopende leningen
€ 26,2 € 79,0
Financieringsoverschot
€ 6,3-
Rente(schema) Voor de interne rente sluiten wij aan op de voorschriften uit de BBV-notitie rente, waarbij wij geen rente rekenen over het eigen vermogen (anders dan de reserves voor dekking kapitaallasten) en de voorzieningen. Uit deze berekening komt een omslagrente van afgerond 0,01%.
Nr
Omschrijving
Bedrag
a
Externe rentelasten over korte en lange financiering
€-
b
Externe rentebaten
€-
c
Saldo rentelasten en rentebaten
€-
d
Rente aan grondexploitatie door te rekenen
€-
e
Rente van projectfinanciering
€-
f
De rentebaat van doorverstrekte leningen
€-
g
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
h
Rente over eigen vermogen
€ 49
i
Rente over voorzieningen
€-
j
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
€ 49
k
De aan taakvelden toe te rekenen rente (renteomslag)
€ 113
€-
Renteresultaat op taakveld treasury
€ 64
83
PROGRAMMABEGROTING 2022
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
4.4.3 Leningenportefeuilles Opgenomen leningen Onderstaande tabel geeft inzicht in het verwachte verloop van de portefeuille aan opgenomen langlopende leningen in 2022:
Op grond van de meest recente liquiditeitenplanning wordt voor 2022 een nieuwe langlopende lening verwacht van ca. € 22 miljoen.
Verwachte verloop leningenportefeuille (x € 1.000) Omschrijving
Bedrag
Gemiddeld percentage
Restantschuld per 1 januari 2022
€ 26.222
-0,11%
Nieuwe leningen
€ 22.000
0,50%
Reguliere aflossingen
€ 2.538-
-0,08%
Restantschuld per 31 december 2021
€ 45.684
0,19%
4.4.4 Risicobeheersing Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. De belangrijkste risicoaspecten die verbonden zijn aan de uitvoering van de gemeentelijke treasuryfunctie betreffen renteen kredietrisico’s. Renterisico’s moeten vanuit de Wet Fido beoordeeld worden op de korte en op de langlopende schuld.
Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet Fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de gemeente haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd <1 jaar) mag financieren: dit maximum bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Voor het jaar 2022 bedraagt de kasgeldlimiet € 6,5 miljoen.
Berekening kasgeldlimiet 2022 (x € 1.000) Begrotingstotaal 2022
€ 76.500
Relevant percentage
8,5%
Kasgeldlimiet
€ 6.503 1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
Gemiddeld. netto vlottende schuld (+) of gemiddeld netto vlottend overschot (-)
€ 6.000
€ 6.000
€ 6.000
€ 6.000
Kasgeldlimiet
€ 6.503
€ 6.503
€ 6.503
€ 6.503
-
-
-
-
€ 503
€ 503
€ 503
€ 503
Overschrijding kasgeldlimiet Ruimte onder de kasgeldlimiet
84
PROGRAMMABEGROTING 2022
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
De gemeente Sliedrecht verwacht in 2021 binnen de kasgeldlimiet te opereren. Bij beoordeling van een eventuele financieringsbehoefte zal de kasgeldlimiet optimaal worden benut. Voor de rente van de korte financiering is voor 2021 uitgegaan van een rente van 0% en voor de jaren 2022 en verder van 0,5%.
spreiden. De norm heeft als doel om het toekomstig renterisico op de lange financiering te beperken door spreiding in de aflossingen en renteherzieningen af te dwingen. Deze norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal en bedraagt voor Sliedrecht in 2022 € 15,3 miljoen
Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm De Wet Fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar. Met de renterisiconorm biedt de Wet Fido een richtsnoer om renteaanpassingen van financieringen en beleggingen goed in de tijd te
Conform voorschrift van de geactualiseerde Wet Fido wordt het renterisico in onderstaande tabel voor de komende vier jaren bepaald, terwijl de renterisiconorm alleen betrekking heeft op het totaal van de begroting van het komende jaar. Uit deze opstelling blijkt dat de gemeente Sliedrecht in 2022 ruimschoots binnen de renterisiconorm blijft.
Berekening renterisiconorm (x € 1.000) Renterisico’s
2022
2023 -
2024 €
-
2025
Renteherzieningen
€
€
-
€
-
Aflossingen
€ 2.538
€ 3.638
€ 4.138
€ 4.138
Renterisico
€ 2.538
€ 3.638
€ 4.138
€ 4.138
€ 76.500
€ 75.300
€ 78.400
€ 77.800
20%
20%
20%
20%
€ 15.300
€ 15.060
€ 15.680
€ 15.560
Berekening risiconorm Begrotingstotaal 2022-2025 Percentage cf. regeling Renterisiconorm Toetsing risicorisico aan norm Renterisico 2022
€ 2.538
Renterisiconorm
€ 15.300
Ruimte binnen de norm
€ 12.762
85
PROGRAMMABEGROTING 2022
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
4.4.5 Kredietrisico’s Kredietrisicobeheersing richt zich op de kredietwaardigheid (en dus het risicoprofiel) van de tegenpartijen bij financiële transacties. Kredietrisico’s kunnen worden gelopen vanuit uitzettingen (verstrekte geldleningen, beleggingen) of uit verleende garanties.
Verstrekte geldleningen Ingedeeld naar risicocategorie kan voor 2022 het volgende verloop worden verwacht:
Specificatie verstrekte geldleningen naar risicocategorie (x € 1.000) Verwachte stand per 1-1-2022
Verwachte stand per 31-12-2022
% verdeling per eind 2022
€ 2.152
€ 2.152
99,2%
Woningbouwcorporaties
€-
€-
0,0%
Deelnemingen
€-
€-
0,0%
Overige verbonden partijen
€-
€-
0,0%
Overige langlopende leningen
€ 2215
€ 17
0,8%
Totaal
€ 2.173
€ 2.169
100,0%
Leningen aan Openbare lichamen
Het hierboven bij Openbare lichamen vermelde bedrag betreft de deelneming in, dan wel leningen verstrekt uit hoofde van, het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn).
Verleende garanties De borgstellingen kunnen als volgt worden gespecificeerd naar risicogroep:
Specificatie borgstellingen naar risicocategorie (x € 1.000) Categorie
Risicoprofiel
Verwachte stand per 1-1-2022
Directe borstellingen (m.b.t. gemeenschappelijke regelingen,lokale instellingen, verenigingen e.d.)
Middel/ hoger
€ 23.917
€ 23.531
18,5%
Achtervangpositie in waarborgfondsen (bijv. Waarborgfonds Sociale Woningbouw)
Laag
€ 105.296
€ 103.770
81,5%
€ 129.213
€ 127.301
100,0%
Totaal
86
Verwachte % verdeling stand per per eind 31-12-2022 2022
PROGRAMMABEGROTING 2022
Een hulpmiddel bij de saldoregulatie en voor het eventueel opnemen van langjarige financiering is de meerjarige liquiditeitenplanning, welke door het SCD in nauw overleg met de gemeente is opgezet. Deze planning wordt periodiek geactualiseerd op grond van nieuwe informatie of inzichten. 4.4.7 Schatkistbankieren Bij het verplicht schatkistbankieren mag de gemeente een bedrag van 2,0 procent van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. Wanneer de gemeente het drempelbedrag overschrijdt dient het meerdere afgestort te worden in s Rijks Schatkist. Over dit saldo wordt op dit moment geen rente vergoed.
Drempelbedrag Schatkistbankieren (x € 1.000) 76.500
Relevant percentage
2,00%
Drempelbedrag (afgerond)
1.530
GEMEENTE SLIEDRECHT
kampen met administratieve lasten bij schatkistbankieren. Na een overlegtraject met alle betrokken partijen is besloten om het drempelbedrag per 1 juli 2021 te verhogen. Het drempelbedrag is aangepast op onderstaande punten: • een verhoging van de ondergrens van € 250.000 naar € 1 miljoen euro; • een verhoging van het percentage begrotingstotaal t/m € 500 miljoen euro van 0,75% naar 2%.
4.4.6 Kas- en saldobeheer De inrichting van het betalingsverkeer (het beheer van het gemeentelijke rekeningstelsel, het coördineren van bevoegdheden en het verrichten van feitelijke betalingen) alsmede de saldoregulatie wordt verzorgd vanuit Servicecentrum Drechtsteden. Gemeente Sliedrecht onderhoudt bankrelaties met de Bank Nederlandse Gemeenten en de Rabobank.
Begrotingstotaal
•
In de beleidsdoorlichting schatkistbankieren door het Rijk van juli 2019 is onder meer geconstateerd dat decentrale overheden
87
PROGRAMMABEGROTING 2022
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
88
PROGRAMMABEGROTING 2022
4.5 Paragraaf bedrijfsvoering
•
GEMEENTE SLIEDRECHT
inventarisatie wordt niet los gezien van een aanpak die groei- en ontwikkeling op organische wijze toestaat. Dit betekent dat naast de speerpunten die voort zijn gekomen uit deze inventarisatie er steeds ruimte zal zijn of gevonden zal moeten worden voor ontwikkelingen of (nieuwe) inzichten die zich op het pad van de ontwikkeling voordoen.
4.5.1 Inleiding Deze paragraaf gaat in op activiteiten voor 2022 op het gebied van organisatieontwikkeling en bedrijfsvoering. We beschrijven in deze paragraaf de voorgenomen activiteiten voor 2022 en geven een beeld van de relevante cijfers daarbij.
Bedrijfsvoering Met de invulling van enkele belangrijke functies in het werkgebied van de bedrijfsvoering zijn in de eerste helft van 2021 de eerste stappen gezet naar een betere borging van bedrijfsvoeringstaken en positionering van Bedrijfsvoering als onderdeel in de gemeentelijke organisatie. Een aantal belangrijke bedrijfsvoeringstaken die randvoorwaardelijk zijn voor een goed functioneren hebben daarbinnen inmiddels een plaats gekregen en zijn daarmee in de basis geborgd. Vanuit deze basis zal het komend jaar de ontwikkeling van de bedrijfsvoering verder vorm gegeven worden. Op inhoud zijn er op grond van een analyse die in de eerste helft van 2021 heeft plaats gevonden van een aantal duidelijke aanwijzingen naar voren gekomen waarin bedrijfsvoerings onderdelen verbeterd moeten worden. Deze zullen worden opgepakt. Er kunnen wat dit betreft 3 sporen onderscheiden worden: processen, informatievoorziening/systemen en dienstverlening.
Ambities en (maatschappelijke) opgaven van de gemeente vragen om een organisatie die daarop goed is toegerust. Daarmee is de ontwikkeling van de organisatie inclusief de bedrijfsvoering daarvan onlosmakelijk verbonden aan de doelstellingen die voortkomen uit de Kadernota’s 2021 en 2022. In 2021 is al op grond van de doelstelling “Koersvast en ontwikkelingsgericht toewerken naar 2030” de weg ingeslagen van de ontwikkeling van de organisatie die in de basis daarvoor nodig is. In 2022 zal, eens te meer nauw verbonden aan deze doelstelling en de daarbij ook vastgestelde leidende principes, deze weg worden vervolgd: we werken samen, we werken integraal, opgavegericht en planmatig, we werken vanuit een duidelijke rol, we werken transparant en zichtbaar en we werken met trots, plezier en waardering voor elkaar. De weg die is ingeslagen naar een flexibele, lerende en opgavegerichte organisatie waar met plezier wordt samengewerkt met onze inwoners, bedrijven en partners aan het verbeteren van Sliedrecht en kan (blijven) voldoen aan haar maatschappelijke opgave vraagt veel van de organisatie. Nadat eerst enkele cruciale posities zijn ingevuld heeft in de eerste helft van 2021 een inventarisatie plaats gevonden van de noodzakelijk te ontwikkelen bedrijfsvoerings-onderdelen en organisatie aspecten. Deze