CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6b - Bijlage bij de toelichting Bestemmingsplan Sliedrecht Buiten & Stationspark III (groot bestand) - kopie_Deel2.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 28 mei 2024, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 9: FYS – Vaststelling bestemmingsplan Sliedrecht Buiten en Stationspark III19.131 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Aanvullend natuuronderzoek Stationpark III

9

Het plangebied functioneert voor de gewone- en ruige dwergvleermuizen als foerageergebied. Tijdens alle bezoeken, zowel in het voorjaar als in het najaar werd er redelijk veel foerageeractiviteit waargenomen, wat zich concentreerde tussen een half uur en anderhalf uur na zonsondergang. Een grove schatting is dat hier maximaal zo’n 30 vleermuizen tegelijkertijd foerageerden. Zowel in het voorjaar als in het najaar is deze foerageeractiviteit waargenomen. Waar het in het voorjaar echter vrijwel uitsluitend foeragerende gewone dwergvleermuizen zijn waargenomen, betrof in het najaar circa een kwart van de waargenomen dwergvleermuizen de ruige dwergvleermuis. Op geen enkel moment zijn er waarnemingen gedaan van vleermuizen met verblijfplaatsindicatief gedrag, hetgeen correspondeert met de conclusies van de quickscan: het plangebied heeft geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen.

-r: .

‘ I

- 541 A• • 5de: 2

vayi

figuur 5-8 Vooral veel activiteit langs de groenstructuren aan de rand van het huidige sportcomplex.

De foerageeractiviteit concentreerde zich duidelijk aan de zuidzijde van de voetbalvelden en aan de zuidzijde van de tennisvereniging. Er bestond geen voorkeur voor een noord- op zuidzijde van de groenstructuren. De bomenlanen/groenstructuren fungeerden niet duidelijk als vliegroute. Tijdens de avondrondes werd er geen eenduidigheid in vliegrichting aangetroffen, de dieren leken enkel diffuus te foerageren. Mogelijk zijn de dwergvleermuizen die hier foerageren afkomstig uit kolonies ten zuiden van de A15, maar dit is niet zeker. Er is speciaal gelet op oivervliegende dwergvleermuizen ter plaatse van de matrixborden, maar afgezien van een enkele overvliegende gewone dwergvleermuis leek er geen sprake van een vliegroute. De essensingel ten zuiden van de voetbalclub en de gemengde bosopstand ten zuiden van de tennisclub (groene zone op figuur 4) worden beschouwd als essentieel functioneel leefgebied. Dit gezien de aantallen foeragerende dwergvleermuizen en aangezien er weinig soortgelijk groen is aan de noordzijde van de A15. 10 ------------ Aanvullend natuuronderzoek Stationpark III

)*

*

.. +

* reg't

‘‘

Breur VEENWEIDE

Ecologie & Onderzoek

natuur en landschap

6 Effectbeoordeling De essensingel in het zuiden en oosten van het plangebied functioneert als essentieel foerageergebied voor gewone- en ruige dwergvleermuizen. (zie figuur 4). Ten noorden van de A15 is soortgelijk foerageerhabitat schaars. Het kappen van deze groenstructuren zal leiden tot een overtreding van de volgende verbodsbepaling: - Art 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

Dit betekent dat men in het bezit moet zijn van een ontheffing om de geplande werkzaamheden uit te kunnen voeren, tenzij men zorg draagt dat er te allen tijde voldoende alternatief foerageergebied voorhanden is, in dat geval worden er geen verbodsbepalingen overtreden. Hierbij valt te denken aan:

- Gedeeltelijk behoud van bestaande groenstructuren ( zie ook aanbeveling in paragraaf 7.2) - Het terrein in fases ontwikkelen, waarbij bij iedere fase nieuw functioneel leefgebied wordt aangelegd in de vorm van inheemse bomen en struiken. - Realisatie van nieuw foerageergebied op een nabijgelegen locatie. Let wel: dit foerageergebied dient functioneel te zijn voordat bestaand foerageergebied in het plangebied wordt weggenomen. Dergelijke maat­ regelen dienen altijd getoetst te worden door een deskundig ecoloog.

7 Conclusies en aanbevelingen 7.1 Conclusies In het plangebied is er sprake van de volgende beschermde situatie:

- essentieel foerageergebied van gewone- en ruige dwergvleermuis

De omvorming van en functieverandering van sportterrein met boszoom naar bedrijventerrein en daarmee gepaarde werkzaamheden, leidt tot negatief ef­ fect op dit essentieel foerageergebied van beide soorten. Dit is in strijd is met de volgende verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (zie Bijlage I): Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

- Art 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. Een ontheffing voor bovenstaande verbodsbepalingen is noodzakelijk om het bedrijventerrein Stationspark III te kunnen realiseren.

Aanvullend natuuronderzoek Stationpark III

------------------------------------- 11

7.2 Aanbevelingen In het plangebied zijn momenteel (oude) nesten aanwezig van o.a. zwarte kraai en houtduif. Hoewel jaarrond beschermde nesten op dit moment niet aanwezig zijn dient men rekening te houden met mogelijke toekomstige ves­ tiging van roofvogels zoals bijvoorbeeld de buizerd. Hier bestaat met name kans op wanneer de sportvelden worden verlaten en het terrein tijdelijk niet in gebruik is.

Het is daarom nodig om tijdens het broedseizoen in de jaren voorafgaande aan de ontwikkeling te controleren of dergelijke jaarrond beschermde soorten aanwezig zijn. Ten aanzien van vleermuizen is een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Tenzij er maatregelen getroffen worden om de overtreding van de verbodsbepaling te voorkomen.

Dit kan bijvoorbeeld door het realiseren van alternatief foerageerhabitat voor dwergvleermuizen dat voldoet aan de volgende eisen: - Het nieuwe foerageergebied dient in oppervlakte overeen te komen met het te verdwijnen habitat. - Het moet gelegen zijn in of direct naast het plangebied, dan wel via geschikte vliegstructuren te bereiken. Bij geschikte vliegstructuren kan men denken aan bomenlanen, struweelhagen of watergangen met uitbundige oeverbegroeiing. Bij voorkeur zijn deze structuren niet teveel verlicht. - Foerageerhabitat van dwergvleermuizen wordt gekenmerkt door structuurrijk groen: bomen, struwelen, hagen, ruigtevelden. Groot open terrein is ongeschikt. - Als belangrijkste randvoorwaarde voor het soort groen geldt: inheems en divers. Op inheemse planten en bomen komen meer insecten af (voedsel voor vleermuizen), en een hoge diversiteit aan soorten zorgt voor een hoge abundantie van insecten gedurende het gehele groeiseizoen. Men kan hierbij denken aan de volgende soorten: zomereik, wilg, els, es, populier, esdoorn, haagbeuk, hazelaar, meidoorn, sleedoorn, liguster en vlier.

12

Aanvullend natuuronderzoek Stationpark III

Breur V

Ecologie & Onderzoek

NW ID

natuur en landschap

Bronvermelding , 2022. Quickscan E ologie, Stationspark III. Rapportcode: QS2022-003. Breur E ologie & Onderzoek.Dordrecht, Veenweide Natuur & Landschap. Nieuw-Lekkerland

& , 2017. Verspreidingsonderzoek grote modderkruiper Waterschap R vierenland 2013 en 2016. Actualisatie verspreiding en strategie instandhouding. Stichting RAVON, Nijmegen.

2017. Quick Scan Beschermde Planten- en Diersoorten Re reatief Knooppunt en Stationspark 3 te Sliedrecht. Advies Bureau Mertens B.V. Bennekom

Ministerie van E onomische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. .2022. Aanvullend natuuronderzoek, Sliedrecht Buiten Rapportcode: AO2022-003. Veenweide Natuur & Landschap. Nw-Lekkerland, Breur E ologie & Onderzoek. Dordrecht 2021. Rapport Natuurwaarden Sliedrecht Buitengebied. Rapport 2021-014, gemeente Sliedrecht. Arvalis Natuur & Landschap, Nieuw-Lekkerland, Breur Ecologie en Onderzoek, Dordrecht.

Kaarmateriaal: http://pdokviewer.pdok.nl

Beschermde gebieden: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl http://pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN Overig: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingen-wet-natuurbes herming/ https://www.verspreidingsatlas.nl https://waarneming.nl/ https://minez.nederlandsesoorten.nl/ ontent/wet-natuurbes herming -16-december-2015-paragraaf-32-beschermingsregime- soorten-van-de https://www.sliedrecht.nl/sliedr/up1/ZettqnrJW_By_ STBK_plan_RKS_ en_STP3_Wissing.pdf

Aanvullend natuuronderzoek Stationpark III

13

BIJLAGE I Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming per beschermingscategorie.

Beschermingsregime soorten Vogel richtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.10 lid la Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de rustplaatsen en eieren van vogels te voortplantingsplaatsen of rustplaatsen vernielen of te beschadigen, of nesten van dieren te beschadigen of te van vogels weg te nemen. vernielen.

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

Art 3.5 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

79 Breur •

14

Ecologie & Onderzoek

VEENWEIDE natuur en landschap

Aanvullend natuuronderzoek Stationpark III

Noot In dit document zijn gedeeltes onleesbaar gemaakt op grond van artikel 5 van de Wet open overheid: • Art. 5.1 lid 2 onderdeel e Woo (naam) • (...)

Bijlage 8 Buiten

Aanvullend onderzoek Sliedrecht

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

177 - 721

A Breur VEENWEIDE y ondemek natuur en landschap

Aanvullend Natuuronderzoek

SLIEDRECHT BUITEN

' ma ,

4

"3

e

y-omyn the" ‘

In opdracht van gemeente Sliedrecht

November 2022

Datum: Auteur: Opdrachtgever: Projectnummer: Status: Wijze van citeren

5 november 2022 &

Gemeente Sliedrecht AO2022-003 Concept .2022. Aanvullend natuuronderzoek, Sliedrecht Buiten Rapportcode: AO2022-003. Veenweide Natuur & Landschap. Nw-Lekkerland, Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht

Breur

V

Ecologie & Onderzoek

NW ID

natuur en landschap

Breur Ecologie & Onderzoek

Veenweide Natuur & Landschap

Disclaimer Op alle tekst, foto’ s en afbeeldingen in dit rapport berust - tenzij anders vermeld - het auteursrecht van Breur Ecologie & Onderzoek en Veenweide Natuur & Landschap. Deze rapportage, inclusief eventuele bijlage(s), is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Verstrekking aan en gebruik door anderen dan de geadresseerde is zonder toestemming niet toegestaan. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Breur Ecologie & Onderzoek en/of Veenweide Natuur & Landschap kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade als gevolg van een onjuiste of onvolledige weergave van de gegevens in dit rapport.

Copyright © Breur Ecologie & Onderzoek en Veenweide Natuur & Landschap & 2022.

2

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Bulten

/ Breur VEENWEIDE y ondZoex natuur en landschap

Inhoudsopgave Samenvatting

4

1 Aanleiding

5

2 Doel

5

3 Onderzoeksgebied & ontwikkeling 3.1 Huidige situatie 3.2 Geplande ontwikkeling 3.3 Toekomstige situatie 3.4 Planning

6 6 6 7 7

4 Onderzoeksmethodiek 4.1 Weidevogels 4.2 Heikikker 4.3 Poelkikker 4.4 Rugstreeppad 4.5 Grote modderkruiper 4.6 Platte schijfhoren

8 8 9 9 10 10 11

5 Onderzoeksresultaten 5.1 Weidevogels 5.2 Heikikker 5.3 Poelkikker 5.4 Rugstreeppad 5.5 Grote modderkruiper 5.6 Platte schijfhoren

12 12 13 14 15 15 16

6 Effectbeoordeling 6.1 Weidevogels 6.2 Heikikker 6.3 Poelkikker 6.4 Rugstreeppad 6.5 Grote modderkruiper 6.6 Platte schijfhoren

17 17 18 18 19 19 19

7 Compensatiegebied 7.1 Weidevogels 7.2 Hei- en poelkikker

20 21 22

8 Conclusie & aanbevelingen 8.1 Conclusies 8.2 Aanbevelingen

23 23 24

Bronvermelding

25

Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage III

24 25 26 27

WetNatuurbescherming QuickScan 2019 Aanvullend natuuronderzoek Inventarisatie Buitengebied

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

3

Samenvatting Breur Ecologie & Onderzoek en VeenWeide Natuur & Landschap hebben in 2022 soortgericht onderzoek uitgevoerd op de agrarische percelen in polder Sliedrecht waar het toekomstig sportcomplex ‘Sliedrecht Buiten’ is gepland.

In 2019 is reeds, aan de hand van een quickscan ecologie, aanvullend onderzoek uitgevoerd (zie bijlage II en III). Omdat deze gegevens inmiddels zijn verouderd en de beoogde locatie van sportcomplex iets gewijzigd is t.o.v. de situatie in 2019 is besloten het aanvullend onderzoek in 2022 te herhalen. Daarnaast kwam tijdens de mitigerende maatregelen t.b.v. de aanleg van de naastgelegen waterberging naar voren dat in het gebied ook de beschermde poelkikker (Pelophylax lessonae) aanwezig is.

Het onderzoek, dat is uitgevoerd conform de geldende onderzoekmethodieken, vond plaats in het kader van de voorgenomen functieverandering van het terrein van intensief beheerde agrarische percelen naar een multifunctioneel sportcomplex genaamd ‘Sliedrecht Buiten’.

De aanleg van Sliedrecht Buiten zal gepaard gaan met grootschalige grond­ werkzaamheden, waaronder het dempen van een aantal sloten en voorbelasten van de percelen t.b.v. de aanleg van sportvelden en accommodaties van sportverenigingen.

Uit het aanvullend natuuronderzoek is naar voren gekomen dat er in het onderzoeksgebied drie beschermde soorten aanwezig zijn, namelijk: - heikikker (Rana arvalis) - poelkikker (Pelophylax lessonae) - platte schijfhoren (Anisus vorticulus)

Ook is geconstateerd dat het plangebied een lokaal belangrijke populatie weidevogels herbergt. De geplande ontwikkelingen rond de realisatie van Sliedrecht Buiten zullen leiden tot negatief effect op genoemde soorten en hun leefgebied, waardoor een ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk zal zijn. In dat geval dienen voor het verkrijgen van een ontheffing op de Wet Natuurbescherming mitigerende en compenserende maatregelen genomen te worden. De gemeente Sliedrecht heeft gelijktijdig met het aanvullend onderzoek, de potenties van het beoogde compensatiegebied laten onderzoeken, zodat goede afwegingen kunnen worden gemaakt voor de te nemen compenserende maatregelen.

4 --------------- Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Bulten

A

Breur VEENWEIDE,

y

ondZoex

natuur en landschap

1 Aanleiding De Gemeente Sliedrecht is voornemens een deel van het agrarisch gebied ten noorden van de bebouwde kom te ontwikkelen. In dit gebied, genaamd Sliedrecht Buiten, wordt een sportcomplex gerealiseerd met ruimte voor sport, natuur en recreatie.

Het huidige agrarische terrein wordt getransformeerd naar een duurzame groenblauwe overgangszone, waarin natuur en recreatie worden verweven.

Tijdens het onderzoeken in 2019 (zie bijlage II en III) is vastgesteld dat de geplande ontwikkeling zal leiden tot het overtreden van de Wet Natuur­ bescherming vanwege het voorkomen van beschermde soorten. In 2022 is het onderzoek herhaald omdat de gegevens van de destijds uitgevoerde onderzoeken verouderd zij (> 3 jaar oud) en omdat de locatie van het beoogde sportcomplex Sliedrecht Buiten iets is gewijzigd t.o.v. de onderzoeksgebied in 2019.

2 Doel Het doel van het aanvullend natuuronderzoek 2022 is antwoord te geven op de volgende vragen: - Zijn de beschermde soorten (nog steeds) aanwezig in het plangebied? - Welke functie vervult het plangebied voor de beschermde soorten? - Leidt de geplande ontwikkeling tot een overtreding van de Wet natuurbescherming? - Welke vervolgstappen dienen genomen te worden in het kader van de Wet natuurbescherming? - Welke potenties heeft het beoogde compensatiegebied?

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

5

3 Onderzoeksgebied en Ontwikkeling 3.1 Huidige situatie Het plangebied ligt in de gemeente Sliedrecht in de provincie Zuid-Holland (zie figuur 1). Het plangebied is momenteel in gebruik als agrarisch terrein en ligt ten noorden van bebouwde kom van Sliedrecht. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich de spoorlijn Dordrecht - Geldermalsen, de Betuweroute, een bedrijventerrein (Stationspark II) en een sportcomplex en de A15. Ten noorden van het plangebied ligt de Kweldamweg. Het gebied “Sliedrecht Buiten” wordt in het westen begrensd door de N482 (Provinciale weg). Het plangebied wordt getypeerd door het typische Hollandse slagenlandschap: langgerekte intensief beheerde grasland percelen, van elkaar gescheiden door smalle sloten (ca.1 tot 3 meter breed). Het plangebied is vrij van bebouwing en hoog opgaande beplanting (bomen/struiken). In 2020 is ten oosten van het plangebied door de gemeente Sliedrecht en Waterschap Rivierenland, een waterberging aangelegd.

Figuur 1 Kaart onderzoeksgebied Sliedrecht Buiten

3.2 Geplande ontwikkeling Het onderzoeksgebied (zie figuur 1), momenteel bestaande uit intensief gebruikt agrarisch grasland, zal worden getransformeerd naar een sportcomplex met tevens ruimte voor natuur en recreatie. Het totale plangebied heeft een afmeting van ongeveer 16 hectare groot.

6 ------------- Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Bulten

Breur VEENWEIDE

Ecologie & natuur en landschap1

Onderzoek

3.3 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie is er een recreatief terrein van ongeveer 16 hectare groot gerealiseerd. In het centrale deel huist voetbalvereniging v.v. Sliedrecht met een kantine, tribune en parkeervoorziening. Het noordwestelijke deel be­ staat uit natuur- en recreatiegebied. In het zuidwestelijk deel van het plangebied is plaats voor de tennisvereniging.

Het gehele plangebied wordt landschappelijk ingepast door opgaand groen. Middels een kade met bomenrij aan de oostzijde en een groenzone langs het spoor aan de noordzijde is het recreatief terrein landschappelijk ingepast en ontstaat een duurzame groenblauwe overgangszone tussen het Groene hart en de stedelijke zone langs de rivier de Merwede (zie figuur 2).

1 i.

I( Onderhoudspad

in. •

9

r | G:

O

Figuur 2 Impressie van Sliedrecht Buiten

3.4 Planning Een exacte planning van de werkzaamheden is nog niet bekend, maar een vroegst mogelijke planning is als volgt: 2023 Afronden bestemmingsplanprocedure (aanvraag ontheffing Wet Natuurbescherming) 2024 Voorbelasten terrein

2025 Aanleg sportvelden en accommodatie(s) 2026 Oplevering sportcomplex

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

7

4 Onderzoeksmethodiek In het hoofdstuk Onderzoeksmethodiek worden de soorten, die tijdens dit onderzoek in Sliedrecht Buiten nader zijn onderzocht, per paragraaf besproken.

De onderzoeken zijn mede gebaseerd op de bevindingen tijdens de onderzoeken in 2019 en 2020 (aanleg naastgelegen waterberging) en, voor zover beschikbaar, uitgevoerd conform de condities en methodiek van de voor

betreffende soort(groep) geldende voorschriften. De uitvoerende onderzoekers voldoen aan de definitie van deskundig ecoloog zoals bepaald door de Rijksdienst voor ondernemend Nederland. Hiermee wordt voldaan aan de benodigde onderzoeksinspanning.

4.1 Weidevogels De geplande ontwikkeling in de polder van Sliedrecht Buiten heeft mogelijk effect op de lokale staat van instandhouding van weidevogels.

Tijdens de onderzoeken in 2019 kwam naar voren dat het plangebied en directe omgeving een belangrijke, zo niet de belangrijkste, populatie weidevogels herbergt van polder Sliedrecht en directe omgeving. Om een goed beeld te krijgen en om te controleren of het plangebied nog steeds in trek is bij weidevogels is het terrein in het voorjaar van 2022 vanaf de Kweldamweg en de N482 geïnventariseerd op weidevogels. Daarbij is gelet op territoriaal gedrag en/of andere aanwijzingen die erop duiden dat betreffende weidevogel ter plaatse als broedvogel aanwezig is.

Daarnaast is tijdens andere terreinbezoeken (voor andere soortgroepen) gelet op de aanwezigheid alarmerende weidevogels, hetgeen kan duiden op broedende, dan wel aanwezige kuikens. In het voorjaar van 2022 is ook het (mogelijke) compensatiegebied (zie hfd. 7)

vanaf de Tolsteeg geïnventariseerd op territoria van weidevogels. In de onderstaande tabel zijn de datums te vinden van het weidevogel onderzoek.

1

Datum 3 april

2

14 april

3

26 april

Ronde

8

Tijdstip 09:00-10:30 uur 08:15-10:15 uur 08:00-09:30 uur

Weer 4-6°C - W 2-3 - zwaar bewolkt 10-13 ° C W 2 - licht bewolkt 7-9°C - N 3 - licht bewolkt

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Bulten

Door

A

y

B natuur en landschap

Z

4.2 Heikikker De heikikker (Rana arvalis) is een beschermde soort die algemeen voorkomt in de Alblasserwaard, waaronder in polder Sliedrecht. Zowel tijdens de onderzoeken in 2019 en het nemen van mitigerende maatregelen voor de waterberging in 2020 zijn in lage dichtheden heikikkers in het onderzoeksgebied en directe omgeving aangetroffen.

Voor het aanvullend onderzoek in 2022 is een combinatie verschillende inventarisatiemethodes gebruikt. In het vroege voorjaar is op een goede avond (relatief warm, weinig wind) geluisterd naar roepende mannetjes en gezocht naar eiklompjes.

Daarnaast is in juli en augustus gezocht naar aanwezige juveniele en adulte heikikkers. Dezelfde methoden zijn gebruikt voor het inventarissen van het (mogelijke compensatiegebied). Ronde

Datum

1

28 maart 11 juli 26 augustus

2 3

Tijdstip 20:30 - 00:30 uur 08:45 - 12:30 uur 07:15 - 12:30 uur

Weer 12-9°C - N 2 - zwaar bewolkt

Door

16-20°C - NW 2 - half bewolkt 15-21°C - N 3 - zwaarbewolkt

en en

4.3 Poelkikker Tijdens de mitigerende maatregelen voor de aanleg van de waterberging in september 2020 werden poelkikkers (Pelophylax lessonae) aangetroffen, een soort van de Europese habitatrichtlijn. Deze soort was hiervoor niet of nauwelijks bekend uit het veenweidegebied van de Alblasserwaard. Na de vondst in 2020 is, tijdens verschillende onderzoeken, specifieker gelet op deze lastig te determineren soort. Daarbij werd de soort op verschillende locaties in het zuidelijk deel van de Alblasserwaard in lage dichtheden aangetroffen. Zo ook tijdens een gebiedsdekkende onderzoek van het buitengebied van Sliedrecht in 2021.

Om de aanwezigheid van deze soort in het plangebied aan te tonen is in mei en juni geluisterd naar roepende dieren. Daarnaast zijn in juli en augustus (sub)adulte dieren gevangen met een schepnet en gedetermineerd. Ronde

Datum

1

30 mei 16 juni 11 juli 26 augustus

2 3

4

Tijdstip 22:30 - 00:30 22:30 - 23:45 uur 08:45 - 12:30 uur 07:15 - 12:30 uur

Weer 17-12 ° C - N 1 - half bewolkt

22-20°C - NO 1 - half bewolkt 16-20°C - NW 2 - half bewolkt 15-21°C - N 3 - zwaarbewolkt

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

Door en en

9

4.4 Rugstreeppad Van de rugstreeppad zijn waarnemingen uit de polders ten oosten en westen van Sliedrecht Buiten en industrieterrein Nijverwaard op resp. 0,5 km en 1,7 km van het onderzoeksgebied.

Om het plangebied op de aanwezigheid van beide beschermde soorten te controleren zijn op daarvoor geschikte avonden (warm weer / weinig wind) drie bezoeken gebracht om te luisteren naar roepende rugstreeppadden. (zie onderstaande tabel)

Daarnaast is tijdens de veldbezoeken voor de heikikker en poelkikker in juli en augustus gelet op de aanwezigheid van eventueel aanwezige juveniele

rugstreeppadden. Ronde 1

2 3

Datum 15 mei 30 mei 16 juni

Tijdstip 21:30 - 23:00 uur 23:50 - 00:30 uur 22:30 - 23:45 uur

Weer 22-20°C - NO 1 - half bewolkt 17-12 ° C - N 1 - half bewolkt

Door en

22-20°C - NO 1 - half bewolkt

4.5 Grote modderkruiper Uit het onderzoek dat RAVON (Reptielen, Amfibieën en Vissenonderzoek Nederland) in 2016 heeft verricht ter actualisatie van de verspreidingsgegevens van grote modderkruiperfM/sgum us fossilis), i n opdracht van Waterschap R vierenland, blijkt de dat deze beschermde soort in lage dichtheden voorkomt in in de Alblasserwaard. Ook uit een aantal polders in de nabijheid van Sliedrecht zijn (oude en) recente waarnemingen bekend. (De Bruin et al, 2016). Voor het aanvullend onderzoek werden 2019 reeds in vier sloten in het onderzoeksgebied eDNA-monsters genomen en waarbij geen dna van de grote modderkruiper werd aangetroffen. Ook is er destijds met een steekschepnet gevist in het onderzoeksgebied.

Omdat het plangebied t.o.v. 2019 enigszins is gewijzigd zijn in 2022 opnieuw eDNA-monsters genomen. De monsters zijn genomen op plekken met op het oog geschikt habitat voor de grote modderkruiper: smalle slootjes met rijk ontwikkelde oever en onderwatervegetatie.

Ronde

Datum

1

1 juli

10

Tijdstip 10:50 - 12:50 uur

Weer

16-18°C - ZW 2 - half bewolkt

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

Door

/

y

B Z

natuur en landschap

4.6 Platte schijfhoren Half juli 2022 zijn sloten in het Sliedrecht Buiten onderzocht op de aanwezigheid van de platte schijfhoren (Anisus vorticulus). De platte schijfhoren, een Europese habitatrichtlijnsoort, heeft een voorkeur voor veenbodems en komt jaarrond voor in ondiepe, niet beschaduwde wateren met een uitbundige onderwatervegetatie. De soort komt vooral voor in laagveengebieden.

Tijdens de onderzoeken in 2019 werd de soort in het plangebied aangetroffen. Ook tijdens een gebiedsbrede inventarisatie voor de gemeente Sliedrecht in 2021 werd de platte schijfhoren op diverse locaties aangetroffen. Omdat het plangebied t.o.v. 2019 enigszins is veranderd zijn in 2022 opnieuw de slootjes in het plangebied bemonsterd met een steekschepnet. Ronde 2

Tijdstip 08:45 - 12:30 uur

Datum 11 juli

Weer 16-20°C - NW 2 - half bewolkt

Door en

i ' J

- )

?Ie

2 figuur 3 op zoek naar hei- en poelkikkers langs de smalle slootjes in het compensatieterrein. (foto

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

)

11

5 Onderzoeksresultaten In dit hoofdstuk worden per soort(groep) de resultaten besproken van het aanvullend natuuronderzoek in Sliedrecht Buiten. De resultaten van het onderzoek van het (mogelijke) compensatiegebied worden besproken in hoofdstuk 7.

5.1 Weidevogels Tijdens de bezoeken in het seizoen 2022, is net als in2019, geconstateerd dat het plangebied nog steeds in trek is bij een relatief groot aantal weidevogels. De aantallen territoria die in 2019 werden aangetroffen worden echter niet meer gehaald, toch lijkt dit deel van polder Sliedrecht een belangrijke functie te vervullen voor de lokale weidevogelpopulatie. In figuur 4 is een overzicht te vinden van de weidevogels die tijdens de drie bezoeken werden aangetroffen. In het onderzoeksgebied en directe omgeving nestelen naar schatting 3-5 paar grutto, 2 paar tureluur, 10 paar kievit en 1-2 paar slobeend.

Scholeksters zijn op verschillende locaties foeragerend waargenomen, maar er was geen sprake van nestindicatief gedrag. Daarnaast kunnen scholeksters op grotere afstand van het nest foerageren dan andere weidevolgels (dit omdat jonge scholeksters in de buurt van het nest blijven, en de ouders op en neer vliegen met voedsel). De waargenomen scholeksters in het plangebied duiden dus niet perse op broedgevallen (hoewel een enkel broedpaar niet is uitgesloten), maar meer op een functie als foerageergebied. figuur 4 (onder) overzicht aantallen territoria (weide)vogels polder Sliedrecht Buiten. (inzet grutto’ s in het plangebied (foto )

Legenda I Onderzoeksgebied

I

Weidevogels

? ? ? ?

Grutto Kievit Scholekster Slobeend

? Tureluur

50

12

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

100 150 200 m

/ Breur VEENWEIDE y ondZoex natuur en landschap

5.2 Heikikker Tijdens de gebiedsdekkende inventarisaties zijn zowel in maart (voortplantingsperiode) als in juli en augustus heikikkers waargenomen. Een overzicht van de waarnemingen is te zien in figuur 5. Op 28 maart werden enkele eiklompjes (dril) van heikikker gevonden, daarnaast werden verspreid over het plangebied enkele roepende dieren gehoord. In juli en augustus is vooral gezocht naar juveniele heikikkers. Deze werden in lage dichtheden aangetroffen in het onderzoeksgebied. De bevindingen komen overeen met de onderzoeken uit 2019. Heikikkers zijn in het gehele gebied aanwezig, echter in relatief lage dichtheden.

Legenda I Onderzoeksgebied

I

Heikikker •

adult

* juveniel

<

|

j

Pont 0

50

100 150 200 m

figuur 5 waarnemingen van heikikkers in het onderzoeksgebied.

figuur 6 heikikker in het onderzoeksgebied

figuur 7 eiklompje van heikikker in het onderzoeksgebied.

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

--------------- 13

5.3 Poelkikker Vrij recent is bekend geworden dat er tussen de algemeen voorkomende groene kikkers (bastaard- en meerkikker) ook poelkikkers voorkomen in de polders van het zuidelijk deel van de Alblasserwaard.

Zo werden poelkikkers aangetroffen tijdens mitigerende werkzaamheden rondom de aanleg van de waterberging (Breur en Slagboom, 2020) en tijdens onderzoek voor ProRail (mondelinge mededeling B.van de Wetering, 2021) en onderzoek voor een nieuwbouwproject in Hardinxveld-Giessendam (m , 2021) Ook tijdens de gebiedsdekkende inventarisatie van het buitengebied van de gemeente Sliedrecht ( , 2021) werd de soort in lage dichtheden aangetroffen. In het voorjaar van 2022 werden tijdens het veldbezoek een tweetal roepende

roepende poelkikkers gehoord. Het blijft overigens erg lastig om poelkikkers te determineren op geluid. Zeker als er vanuit het gebied ook vele bastaardkikkers roepen. Wel konden in juli en augustus een aantal groene kikkers worden gevangen en gedetermineerd als poelkikker. De conclusie kan worden getrokken dat de poelkikker in het plangebied aanwezig is, maar is lage aantallen.

Legenda I Onderzoeksgebied

I

?

0

50

Poelkikker

100 150 200 m

figuur 8 waarnemingen van poelkikker tijdens de veldbezoeken in 2022

14

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

-

/ Breur VEENWEIDE y ondZoex natuur en landschap

? 2, s

AI. - / I j‘-

figuur 9-11 determinatie van poelkikker: foto links strekproef - voet niet voorbij de ogen, foto midden grote ronde metatarsusknobbel op de hiel, foto rechts egale witte buik.

5.4 Rugstreeppad In 2022 werden tijdens de bezoeken geen rugstreeppadden gehoord of gezien in het onderzoeksgebied.

Net als ijdens de onderzoeken in 2019 en 2021 werden wel roepende rugstreeppadden gehoord in de polder ten westen van Sliedrecht Buiten. Op ongeveer 500 meter van het onderzoeksgebied. Deze populatie is vrij klein, maar stabiel en houdt zich op in de slootjes direct ten noorden van het station van Sliedrecht. Nog verder westelijk, op 1,5 km van het onderzoeksgebied riepen nog enkele exemplaren.

5.5 Grote modderrkuiper

Onderzoeksgebied e-DNA Monsterpunten

Op 1 juli 2022 zijn op 4 trajecten in het onderzoeks­ gebied watermonsters genomen om met behulp van eDNA de aanwezigheid van de grote modder­ kruiper te kunnen aantonen.

Na analyse in het labaratorium bleek geen enkel van de genomen monsters eDNA te bevatten van de grote modderkruiper. (zie bijlage V) Ook in 2019 werden eDNA monsters genomen, destijds waren de uitslagen ook negatief. De monsters zijn genomen in slootjes die in verbinding staan met de slootjes van de naastgelegen percelen.

50

100 150 200 m

figuur 8 trajecten waar in 2022 eDNA- monsters zijn genomen.

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

--------------- 15

5.6 Platte schijfhoren Tijdens het veldbezoek op 11 juli werden, net als in 2019, in verschillende slootjes in het onderzoeksgebied platte schijfhorens (Anisus vorticulus) aangetroffen. De dichtheden waren echter laag. In de meeste slootjes was over het algemeen weinig submerse vegetatie aanwezig, vermoedelijk door vraat van Amerikaanse rivierkreeften spec. De platte schijfhoren werd tijdens de gebiedsdekkende inventarisatie in 2021 ook op andere locaties in polder Sliedrecht aangetroffen. In het westelijk deel van polder Sliedrecht leken de dichtheden hoger, waarschijnlijk omdat de slootvegetatie beter ontwikkeld was. De meest algemene schijfhorensoort die werd aangetroffen was overigens de draaikolkschijfhoren. Legenda I

I Onderzoeksgebied

Platte schijfhoren

o

0

50

100 150 200 m

• •••

figuur 9 waarnemingen van platte schijfhoren tijdens het veldbezoek in juli 2022

16

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

/ Breur VEENWEIDE y ondZoex natuur en landschap

6 Effectbeoordeling 6.1 Weidevogels Een groot deel van de percelen waar momenteel weidevogels broeden zal worden omgevormd tot sportcomplex. Daarnaast zal het deel van de polder ten noorden van het onderzoekgebied minder geschikt worden voor weidevogels i.v.m. verstoring. Weidevogels mijden namelijk verstoringsbronnen zoals lijnvormige beplanting en wegen. Hiervoor wordt een verstoringsafstand van 200-400 meter aangehouden (Bruinzeel & Schotsman, 2011).

Uit onderzoeken in 2019 en 2021 (natuurwaarden Sliedrecht Buitengebied, 2021) kwam ook al naar voren dat een belangrijk deel van de weidevogels in polder Sliedrecht nestelt in het onderzoeksgebied. De realisatie van Sliedrecht Buiten zal naar alle waarschijnlijkheid leiden tot een significant negatief effect op de populatie weidevogels in polder Sliedrecht, waardoor de lokale staat van instandhouding in het geding komen. Hierom is er sprake van een overtreding de volgende verbodsbepaling: - Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Art 3.1 lid 4 en lid 5: Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Hoewel er bij de geplande ontwikkeling geen sprake is van het doden van vogels, en schade aan actieve nesten kan worden voorkomen (door buiten het broedseizoen te werken), is het voorkomen van verstoring niet mogelijk. Doordat geschikt leefgebied en nesthabitat verdwijnt zullen de weidevogels op deze locatie op zoek moeten naar ander leefgebied en nesthabitat. In deze situatie - waar de weidevogels reeds een ongunstige staat van instandhouding hebben en er sprake is van een lokaal belangrijke populatie - spreken we daarom van verstoring met wezenlijke invloed op de staat van instandhouding.

Het aanvragen van een ontheffing voor bovenstaande verbodsbepaling wordt daarom noodzakelijk geacht. Om de ontheffing te verkrijgen zullen compen­ serende maatregelen noodzakelijk zijn om negatief effect op de populatie weidevogels te voorkomen. Enkel wanneer alternatief leefgebied en broedhabitat voor de in het plan­ gebied aanwezige weidevogels kan worden gecreëerd voordat de werkzaam­ heden plaatsvinden vervalt de ontheffingsplicht. Het dient in dat geval wel te zijn aangetoond dat er succesvol nieuw weidevogel gebied is gecreëerd, of bestaand weidevogelgebied dusdanig is kwaliteit is verbeterd dat er geen sprake meer is van een wezenlijk negatief effect op de lokale staat van instandhouding van weidevogels als gevolg van de ontwikkeling.

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

--------------- 17

6.2 Heikikker De heikikker is in het onderzoeksgebied aanwezig in relatief lage dichtheden. Het onderzoeksgebied ligt aan de rand van het verspreidingsgebied van de heikikker in het veenweidegebied van de Alblasserwaard.

Door de verandering van functie: van het huidige intensief agrarische beheer naar multifunctioneel recreatiegebied zal een deel van het leefgebied van de heikikker verdwijnen. Daarnaast kan door de werkzaamheden bij de realisatie van Sliedrecht Buiten negatief effect ontstaan op individuele heikikkers. Compenserende- en mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk om negatief effect op op de populatie en negatief effect tijdens de werkzaamheden op individuen te voorkomen.

Hierbij kan worden gedacht aan het realiseren van nieuw of kwalitatief beter leefgebied in de omgeving van Sliedrecht buiten (compensatie) en het nemen van mitigerende maatregelen zoals het afzetten met schermen en wegvangen van dieren in het plangebied. Om deze activiteiten uit te kunnen voeren dient men een ontheffing aan te vragen m.b.t. de volgende verbodsbepalingen:

- Art 3.5 lid 1: Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. - Art 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. - Art 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.

6.3 Poelkikker De poelkikker is in het onderzoeksgebied aanwezig in lage dichtheden. Door de verandering van functie: van het huidige intensief agrarische beheer naar multifunctioneel recreatiegebied zal een deel van het leefgebied van de poelkikker verdwijnen. Daarnaast kunnen door de werkzaamheden bij de realisatie van Sliedrecht Buiten negatief effect ontstaan op individuele poelkikker. Compenserende- en mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk om negatief effect op op de populatie en negatief effect tijdens de werkzaamheden op individuen te voorkomen.

Hierbij kan worden gedacht door in de landschappelijke inpassing rekening te houden met het realiseren van nieuw of kwalitatief beter leefgebied voor de poelkikker en het nemen van mitigerende maatregelen zoals het afzetten met schermen en wegvangen van dieren in het plangebied. Om deze activiteiten uit te kunnen voeren dient men een ontheffing aan te vragen m.b.t. de volgende verbodsbepalingen:

- Art 3.5 lid 1: Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. - Art 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. - Art 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.

18

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

/ Breur VEENWEIDE y ondZoex natuur en landschap

6.4 Rugstreeppad De rugstreeppad is niet aanwezig in het onderzoeksgebied. De soort komt echter wel voor in de polder ten westen van Sliedrecht Buiten. Als het projectgebied zal worden afgezet t.b.v. het wegvangen van de hei- en poelkikker behoeven er geen extra maatregelen genomen te worden voor de rugstreeppad.

6.5 Grote modderkruiper Net als tijdens de onderzoeken in 2019 en 2021 zijn geen grote modderkruipers aangetroffen in het plangebied. Negatief effect op deze soort is uit te sluiten.

Bij werkzaamheden aan sloten blijft echter ecologische werkbegeleiding noodzakelijk in het kader van de zorgplicht. Hierbij kan men denken aan het leegvissen van sloten wanneer zij worden gedempt: vissen en ander aquatisch leven dienen te worden weggevangen en te worden verplaatst naar nabij­ gelegen watersystemen met geschikt habitat voor de betreffende soorten.

6.6 Platte schijfhoren De platte schijfhoren is in het plangebied aanwezig in lage dichtheden. De toekomstige situatie is positief. Door de verandering van het onderzoeks­ gebied van intensief agrarisch beheerd grasland naar recreatieterrein met natuur, zal de waterkwaliteit verbeteren. Het terrein zal grotendeels natuurlijk worden ingericht en ecologisch worden beheerd, waardoor er genoeg geschikt habitat voor de platte schijfhoren. Het habitat van de platte schijforen (nu marginaal, lage dichtheden) zal hierdoor verbeteren.

Hierbij valt de denken aan natuurvriendelijke oevers, en meer variatie in breedte, diepte en oriëntatie van watergangen (momenteel zijn er vrijwel uitsluitend smalle en ondiepe sloten aanwezig die lopen in noord-zuid richting). Wel zijn er maatregelen noodzakelijk om negatief effect op individuen tijdens werkzaamheden te voorkomen. Zo kan vegetatie met platte schijfhoren worden weggevangen bij het dempen van de sloten. Het is echter on­ vermijdelijk dat er bij het dempen van de sloten platte schijfhorens zullen sneuvelen. Om deze activiteiten uit te kunnen voeren dient men een ontheffing aan te vragen m.b.t. de volgende verbodsbepalingen:

- Art 3.5 lid 1: Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. - Art 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

--------------- 19

7 Compensatiegebied In het westelijk deelvan polder Sliedrecht heeft de gemeente Sliedrecht 4,5 hectare terrein (zie figuur 10) in bezit die ingezet zouden kunnen worden om de (beschermde) natuurwaarden te compenseren die verloren gaan bij de realisatie van Sliedrecht Buiten.

Het betreft in dit geval de natuurwaarden die niet in het bestaand plangebied ingepast kunnen worden, zoals leefgebied voor de heikikker en eventueel weidevogels. Soorten die een voorkeur hebben voor open polderlandschap. Ten aanzien van depoelkikker en platte schijfhoren geldt dat er in het projectgebied van Sliedrecht Buiten voldoende kansen liggen om compenserende maatregelen op dit terrein uit te voeren (zie Hfst 6.3 en 6.6). De maatregelen die genomen kunnen worden in het compensatiegebied zijn daarom toege­ spitst om het verbeteren van dit terrein voor weidevogels en heikikkers.

compensatieterrein

—== --9="es L J .0 /

Sliedrecht Buiten

SkamoPng:

—.8

0

figuur 10 Sliedrecht Buiten (rechts) en het compensatieterrein van de gemeente Sliedrecht (links)

Tijdens de veldonderzoeken is het compensatieterrein onderzocht op weide­ vogels en heikikkers. Aan de hand van de inventarisaties kan worden bepaald wat de potentie is van het terrein om de natuurwaarden van beide soorten (groepen) te compenseren.

20

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

0.25

0.5

0.75

1 km

J

Breur VEENWEIDE

y

onderzoek

natuur en landschap

7.1 Weidevogels Hoewel polder Sliedrecht niet door de provincie Zuid-Holland is aangewezen als weidevogelgebied, waardoor compensatieplicht via de omgevingsverordening niet van toepassing is, zou de (lokale) staat van instandhouding wel in het geding kunnen komen door de realisatie van Sliedrecht Buiten.

De staat van instandhouding wordt bepaald aan de hand van de status en trend in de verspreiding, populatieomgang van de soort, kwaliteit van het leefgebied en het toekomstperspectief. Omdat in Nederland, maar ook in de Alblasserwaard, een dalende trend is in het aantal weidevogels en het leefgebied onder druk staat, zou een compensatieplicht kunnen worden opgelegd. Hieraan kan voldaan worden door alternatief leefgebied te creëren in de directe omgeving van het plangebied. Het onderzochte compensatieterrein (zie figuur 11) ligt 2 kilometer ten westen van het onderzoeksgebied. Tijdens de veldbezoeken (zie paragraaf 4.1), waar­ bij het terrein vanaf de Tolsteeg werd bekeken, is geconstateerd dat het compensatiegebied momenteel niet of nauwelijks wordt gebruikt door weidevogels om te nestelen. Wel zijn er in de directe omgeving, vooral direct ten noorden en westen van het compensatieterrein, territoria van weidevogels te vinden, waaronder zelfs een territoria van een veldleeuwerik, een soort die hard achteruit is gegaan de laatste decennia. Ook zijn er in de directe omgeving van het compensatieterrien 2-3 territoria grutto, 1 territoria tureluur en 2-3 territoria kievit.

Door het compensatiegebied optimaal in te richten en te beheren voor weide­ vogels en eventueel afspraken te maken met de eigenaren van omliggende kavels, kan de (lokale) populatie worden versterkt en leefgebied worden . toegevoegd en verbeterd. Legenda I

I Compensatieterrein

Weidevogels

*

Grutto

•

Kievit

•

Scholekster

•

Veldleeuwerik

o

0

50 100 150 200 m

figuur 11 Het compensatieterrein met de waarnemingen van weidevogels

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

------------------------------------------------------------ 21

7.2 Heikikker Door de omvorming van en functieverandering van agrarisch gebied naar multifunctioneel recreatieterrein zal eendeel van het leefgebied van de heikikker ongeschikt raken. Leefgebied voor de heikikker is lastig in te passen in het plangebied, aan­ gezien het habitat van de heikikker in de Alblasserwaard vooral bestaat uit open veenweidelandschap. De landschappelijke inpassing van Sliedrecht Buiten zal voornamelijk bestaan uit opgaand groen, zoals bomenrijen en bosschages. Deze inpassing, in combinatie met poelen/grotere oppervlakten water, zal vooral geschikt leefgebied opleveren voor de algemenere bruine kikker en groene kikker spec.

Het compensatieterrein (zie figuur 12) dat de gemeente Sliedrechtter beschikkingstelt, bestaat wel uit het typisch veenweidelandschap met smalle kavels en ondiepe slootjes. Tijdens het veldbezoeken in 2022 is depotentie van het compensatiegebied voor de heikikker onderzocht. Tijdens 3bezoeken (zie paragraaf 4.2) is gebleken dat er reeds heikikkers voorkomen op het terrein, zij het in relatief lage dichtheden. Er zijn in het vroege voorjaar enkele roepende mannetjes gehoord. Tijdens de bezoeken in juli enaugustus zijn ook juveniele exempla­ ren gevonden. Om het verlies aan leefgebied van de heikikker in Sliedrecht Buiten te compenseren zal het compensatieterrein kwalitatief moeten worden vebeterd. Daarbij kan een combinatie worden gezocht tussen kleinschallige inrichtingsmaatregelen en extensief beheersmaatregelen. Door dit op de juiste manier te doen kan zowel de heikikker als de populatie weidevogels profiteren. Daarnaast zullen ook de poelkikker en platte schijfhoren dergelijke maatregelen waarderen. Legenda I Compensatieterrein

I

Heikikker

•

adult

• juveniel

//

747 9

0

50

100

150

figuur 12 Het compensatieterrein met de waarnemingen van heikikkers

22

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

200 m

A

Breur VEENWEIDE,

y

ondZoex

natuur en landschap

8 Conclusies en aanbevelingen

8.1 Conclusies In het plangebied Sliedrecht Buiten zijn via de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig, namelijk: - heikikker (Rana arvalis) - poelkikker (Pelophylax lessonae) - platte schijfhoren (Anisus vorticulus) Daarnaast kan de lokale gunstige staat van instandhouding voor weidevogels in het geding gekomen door de realisatie van Sliedrecht Buiten.

Door de omvorming en functieverandering van agrarisch gebied naar multifunctioneel recreatieterrein en daarmee gepaarde werkzaamheden, zal een deel van het leefgebied van de genoemde soorten verdwijnen. Tevens bestaat er een kans op het verstoren/doden van individuen.

Dit is in strijd is met de volgende verbodsbepalingen van de Wet Natuur­ bescherming (zie Bijlage I): Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb - Art 3.5 lid 1: Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

- Art 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. - Art 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.

Een ontheffing voor bovenstaande verbodsbepalingen is noodzakelijk om de het project Sliedrecht Buiten te kunnen realiseren. Daarvoor zal een mitigatie en compensatieplan moeten worden opgesteld.

Compensatieterrein Het beoogde compensatieterrein heeft potenties voor weidevogels en de heikikker. Weidevogels broeden momenteel in lage dichtheden op naast­ gelegen percelen. De heikikker is in lage dichtheden aanwezig op het terrein. Door een combinatie van inrichtingsmaatregelen en beheer kan een kwaliteitsslag worden gemaakt, waardoor een kwaliteitsslag gemaakt kan worden en het compensatieterrein geschikt(er) wordt voor beide soorten.

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

---------------- 23

8.2 Aanbevelingen Er dient een ontheffing aangevraagd voor het omvormen van het agrarisch gebied in Sliedrecht Buiten naar een multifunctioneel recreatiegebied. Om een ontheffing te verkrijgen zijn de volgende zaken van belang:

- Er dient een wettelijk belang ten grondslag te liggen aan de ontwikkeling. - Er dient aannemelijk gemaakt te worden dat er geen andere reële alternatief is waarbij negatieve effecten op beide soorten kunnen worden voorkomen. - Er dient een pakket aan mitigerende maatregelen genomen te worden om negatief effect op beide soorten zoveel mogelijk te voorkomen en te verminderen. - Er zal een compensatie- en mitigatieplan moeten worden opgesteld, om negatief effect op beide soorten zoveel mogelijk te voorkomen en waarin alternatief leefgebied wordt aangeboden.

24

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

A

y

B Z

natuur en landschap

Bronvermelding Rapporten

, 2019. Aanvullend natuuronderzoek, Sliedrecht Buiten Rapportcode: AO2019-003. Arvalis Natuur & Landschap. Nw-Lekkerland, Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht , 2019. Quickscan Ecologie, Sliedrecht Buiten.Rapportcode: QS2019-002. Arvalis Natuur & Landschap. Nw-Lekkerland, Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht

& 2011. Onderbouwing verstoringsafstanden weidevogels Fryslan. A&W rapport.1624/Alterra 2184 Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, & , 2017. Verspreidingsonderzoek grote modderkruiper Waterschap R vierenland 2013 en 2016. Actualisatie verspreiding en strategie instandhouding. Stichting RAVON, Nijmegen.

2017. Quick Scan Beschermde Planten- en Diersoorten Re reatief Knooppunt en Stationspark 3 te Sliedrecht. Advies Bureau Mertens B.V. Bennekom

Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. , 2021. Rapport Natuurwaarden Sliedrecht Buitengebied. Rapport 2021-014, gemeente Sliedrecht. Arvalis Natuur & Landschap, Nieuw-Lekkerland, Breur Ecologie en Onderzoek, Dordrecht. Kaarmateriaal:

http://pdokviewer.pdok.nl Beschermde gebieden:

https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl http://pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN Overig:

https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocu menten-soorten-ontheffingen-we -natuurbes herming/ https://www.verspreidingsatlas.nl https://waarneming.nl/ https://minez.nederlandsesoorten.nl/ ontent/wet-natuurbes her ming-16-december-2015-paragraaf-32-beschermingsregimesoorten-van-de https://www.sliedrecht.nl/sliedr/up1/ZettqnrJW_By_ STBK_plan_RKS_ en_STP3_Wissing.pdf

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

25

BIJLAGE I Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming per beschermingscategorie.

Beschermingsregime soorten Vogel richtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.10 lid la Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de rustplaatsen en eieren van vogels te voortplantingsplaatsen of rustplaatsen vernielen of te beschadigen, of nesten van dieren te beschadigen of te van vogels weg te nemen. vernielen.

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

Art 3.5 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Breur Onderzoek

26

VEENWEIDE natuur en landschap

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

A Breur VEENWEIDE y Onde^oek natuur en landschap

BIJLAGE II $ Breur

ARVALIS

•

Natuur & Landschap *

Onderzoek

Quick Scan SLIEDRECHT BUITEN (inclusief Waterberging)

Breur Ecologie & Onderzoek

ARVALIS Natuur & Landschap 3e

In opdracht van gemeente Sliedrecht

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

Maart 2019

27

BIJLAGE III Breur

ARVALIS

Aanvullend Natuuronderzoek

SLIEDRECHT BUITEN

NCEPT — ■ ‘s r■

Ie Breur •

Ecologie & Onderzoek

ARVALIS Natuur & Landschap 38

In opdracht van gemeente Sliedrecht

28

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

Oktober 2019

A Breur VEENWEIDE, y OndZoex natuur en landschap

BIJLAGE IV

Gemeente

Sliedrecht

Natuuruaarden

ton s -t: ei

.1 -1

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

===-----=-----=---------------------------------------------------------------------- 29

BIJLAGE V

eDNA

30

Aanvullend natuuronderzoek Sliedrecht Buiten

Noot In dit document zijn gedeeltes onleesbaar gemaakt op grond van artikel 5 van de Wet open overheid: • Art. 5.1 lid 2 onderdeel e Woo (naam) • (...)

Bijlage 9 RoofvogelonderzoekStationspark III en Sliedrecht Buiten

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

209 - 721

h

? —Breur Onderzoek

Aanvullend onde zoek roofvog ls Sliedrecht, Stationspa k III

ft,

te.ata?7 a te Bs ta t 3 5 , . , -4 ""D ssen

De

,

V

Datum Auteur Opdrachtgever Rapport code Wijze van citeren

emmi

ie

26-06-2023 Van Twist Vastgoed AO23020V1 2023. Aanvullend onderzoek roofvogels. Sliedrecht, Stationspark III. Rapportcode: AO23020v1. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht

Breur Ecologie & Onderzoek

Breur Ecologie & Onderzoek

Disclaimer Op alle tekst, foto's en afbeeldingen in dit rapport berust - tenz j anders vermeld - het auteursrecht van Breur Ecologie & Onderzoek. Deze rapportage, inclusief eventuele bijlage(s), is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Verstrekking aan en gebruik door anderen dan de geadresseerde is zonder toestemming niet toegestaan. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Breur Ecologie & Onderzoek kan niet aansprakel jk worden gesteld voor eventuele schade als gevolg van een onjuiste of onvolledige weergave van de gegevens in dit rapport.

Copyright © Breur Ecologie & Onderzoek 2023.

1

Aanvullend onderzoek roofvogels - Sliedrecht, Stationspark III

9. Breur

• •

Ecologie & Onderzoek

Inhoudsopgave 1 Aanleiding............................................................................................................................ 3 2 Doel....................................................................................................................................... 3 3 Werkwijze.............................................................................................................................3 4 Plangebied & ontwikkeling................................................................................................. 4 4.1 Huidige situatie..................................................................................................................................... .4 4.2 Geplande ontwikkeling........................................................................................................................ 4 4.3 Toekomstige situatie............................................................................................................................ .4 4.4 Planning..................................................................................................................................................5

5 Resultaten & effectbeoordeling.......................................................................................... 6 6 Effectbeoordeling.................................................................................................................7 7 Conclusie & aanbevelingen................................................................................................. 7 Bronvermelding...................................................................................................................... 8

2

/ Breur

Aanvullend onderzoek roofvogels - Sliedrecht, Stationspark III

Ecologie & Onderzoek

?

1 Aanleiding De Gemeente Sliedrecht is voornemens om op de huidige locatie van de Sliedrechtse voetbalvereniging en tennisclub S.L.T.C.) een bedrijventerrein te ontwikkelen, genaamd Stationspark III. De locatie voor Stationspark III is gelegen tussen de A15 en het spoor (Betuweroute). Het sportpark van de voetbalvereniging en tennisclub wordt verplaatst naar het nieuw te ontwikkelen recreatieterrein Sliedrecht Buiten ten noorden van de spoorlijn. In overleg met de Gemeente Sliedrecht, Veenweide Natuur & Landschap en VanderHelm Bedrijven (verantwoordelijk voor een eventuele ontheffingsaanvraag) is besproken dat jaarlijks roofvogelonderzoek wenselijk is voor een soepele toekomstige ontheffingsprocedure.

(

2 Doel Het doel van dit ecologisch onderzoek is om antwoord te geven op de volgende vragen: •

Zijn er broedende roofvogels aanwezig op het terrein?

•

Leiden de werkzaamheden tot negatief effect op nesten van roofvogels?

•

Is het mogelijk om de werkzaamheden aan te passen om negatief effect te voorkomen?

•

Is de geplande ontwikkeling natuurbescherming?

ontheffingsplichtig

ten

aanzien

van

de

Wet

3 Werkwijze Middels 4 veldbezoeken, grofweg in de periode 1 maart - 15 juni zijn broedgevallen van boombroedende roofvogels in kaart gebracht. Het eerste bezoek is uitgevoerd op een moment dat de bomen nog niet volledig in blad stonden, alle potentieel geschikte nesten/nestlocaties zijn in kaart gebracht en gemonitord. Het observeren van potentiële nestlocaties op broedgevallen gebeurde middels observatie vanaf vaste punten, buiten verstoringsafstand, met behulp van een telescoop (Swarovski ats 80 hd, 25-50x zoom) en een camera met telezoomlens. Onder de grote conifeer bij de tennisclub is tevens gezocht naar sporen die kunnen wijzen op een nes /roestplaats van de ransuil (veren, braakballen, uitwerpselen). De onderzoeker , Msc, voldoet aan de de definitie van deskundig ecoloog zoals bepaald door de Rijksdienst voor ondernemend Nederland

Datum

Tijd begin

Tijd eind

Temp (°C)

Wind

Bewolking

Neerslag

12-04-23 17-04-23 19-05-23 09-06-23

9:30 10:00 10:20 12:00

11:00 12:30 12:00 14:00

9-10

ZW2

geen

12

NO2

14-17

NO2

25

ONO3

8/8 8/8 1/8 0/8

geen geen geen

Tabel 1: Overzicht van de veldbezoeken.

1

https /www. vo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-ennatuur/ruimtelijke- ngrepen/ontheffing-vr jstelling/ecologisch-deskundige 3

Aanvullend onderzoek roofvogels - Sliedrecht, Stationspark III

. Breur Onderzoek

4 Plangebied & ontwikkeling 4.1

Huidige situatie

Het plangebied ligt in de gemeente Sliedrecht in de provincie Zuid-Holland. Het plangebied is gelegen tussen de A15 en de Betuweroute, en bestaat uit twee sportcomplexen: een voetbalvereniging en een tennisclub. Het plangebied wordt begrenst door de A15 (zuid), de Sportlaan/spoorlijn Betuweroute (noord), het zwembad de Lockhorst (west) en het bestaande bedrijventerrein Stationspark 2 (oost). Het plangebied bestaat voornamelijk uit sportvelden met groenstructuren. Bebouwing is aanwezig op het terrein in de vorm van een tribune, kantines, kleedkamers en diverse bijgebouwen. Zowel de voetbalvelden als de tennisvelden worden omzoomd door een brede groenstrook met els, es, esdoorn en zomereik. De zuidzijde van de voetbalvelden bestaat uit een lange bomensingel van overwegend oude essen. De ondergroei van de bomensingels bestaat uit inheems bosplantsoen met hazelaar, meidoorn, braam en vlier. Bij de tennisclub zijn tevens verschillende sierheesters aanwezig en één grote conifeer. De voetbalclub en de tennisclub worden van elkaar gescheiden door een sloot, en rondom het totale sportcomplex bevindt zich eveneens een sloot (moet uitzondering van de toegang van de sportcomplexen aan de noordzijde. Deze sloot is deels voorzien van een lage houten beschoeiing.

Afbeelding 1: Plangebied Stationspark III

4.2 Geplande ontwikkeling Het terrein wordt bouwrijp gemaakt en heringericht als bedrijventerrein, het totale wateroppervlak in het plangebied zal worden vergroot door aanleg van nieuwe sloten en verbreding van huidige watergangen.

4.3 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie is in het plangebied ingericht als een bedrijventerrein met kavels van verschillende groottes en een waterpartij. Het terrein kent twee ontsluitingsroutes aan de noordzijde. Door een verhoging van het waterpeil (dit wordt momenteel laag gehouden voor de voetbalvelden) zullen veel huidige bomen, ook wanneer zij behouden kunnen blijven het in de nieuwe situatie waarschijnlijk niet overleven.

4

Aanvullend onderzoek roofvogels - Sliedrecht, Stationspark III

0 Breur

• •

Ecologie & Onderzoek

Een exacte invulling van het groen op het terrein is nog niet bekend, wel geldt dat 12% van het uitgeefbare oppervlak ingevuld moet worden door groen.

4.4 Planning De voorlopige planning ziet er als volgt uit: 2023 - bestemmingsplan procedure afgerond

2027 - sloop- en bouwrijp maken 2028 - eerste oplevering Stationspark III

5

Aanvullend onderzoek roofvogels - Sliedrecht, Stationspark III

Breur Ecologie & Onderzoek

5 Resultaten Binnen het plangebied, of binnen de verstoringsafstand van het plangebied zijn geen actieve roofvogelnesten waargenomen. De grotere takkennesten in het plangebied werden bebroed door zwarte kraai en ekster. Er is weliswaar enkele malen een hoog overvliegende buizerd waargenomen, maar er zijn geen waarnemingen van broedverdachte roofvogels gedaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/723/documents/9213