Bijlage 2. Tweede bestuursrapportage 2022 GR Sociaal.pdf
Tekst van het document
1.498
Totale instroom 2021 1.363
Instroom tm 30-09-2022
2022 geëxtrapoleerd
685
913
In 2021 kende de instroom, mede door de Coronacrisis, een wat grillig verloop. Desondanks was er sprake van een lichte daling t.o.v. het jaar daarvoor. In de eerste helft van 2022 leek er sprake van meer stabilisatie t.a.v. de instroom en een doorzetting van de reeds ingezette daling. Vanaf de periode juli – augustus is er sprake van een verdere verscherping van deze daling. De nieuwe instromers hebben vaak een groter uitstroompotentieel dan inwoners die langer in het bestand verblijven. Met de verdere daling van de instroom zien wij echter ook dat de instroom die zich in de loop van 2022 heeft gemeld bij de SDD kampt met een relatief grotere problematiek.
22
Deze ontwikkeling past bij de al eerder doorgevoerde aanpassingen voor het eerste gesprek bij de aanvraag van een uitkering. Bij dit uitgebreidere gesprek wordt meer integraal gekeken naar de verschillende leefgebieden en vraagstukken binnen de situatie van de klant. Interventies gericht op de versterking van de bestaanszekerheid hebben daarbij, zeker gezien de huidige koopkrachtontwikkelingen, prioriteit.
2. Bevorderen uitstroom naar werk De uitstroom over 2021 bedroeg 1.473 klanten terwijl de uitstroom in 2020 op 1.355 stond. In 2021 zagen we dus een lichte stijging in de uitstroom die we kunnen terugvoeren op de aantrekkende arbeidsmarkt. Zoals uit onderstaande tabel blijkt, ligt de uitstroom over de eerste 9 maanden van 2022 op 767. Geëxtrapoleerd voor heel 2022 zou dit een uitstroom van 1.023 betekenen. Dit is beduidend lager dan in de voorgaande jaren. Totale uitstroom 2020 Aantal bijstandsdossiers
Aantal bijstandsdossiers
1.355
Totale uitstroom 2021 1.473
Totale uitstroom door werk 2020 572
Totale uitstroom door werk 2021 721
Totale uitstroom t/m 30-09-2022
geëxtrapoleerd over 2022
767
1.023 Totale uitstroom door werk tm 30-09-2022 359
geëxtrapoleerd over 2022
479
Als we de uitstroomcijfers verbijzonderen en specifiek de uitstroom benoemen als gevolg van een betaalde baan, stellen we vast dat er in de eerste negen maanden van 2022 359 bijstandsdossiers zijn gesloten naar aanleiding van een plaatsing. Indien we dit zouden extrapoleren voor heel 2022 komen we uit op een aantal van 479 bijstandsdossiers aan uitstroom. We zien daarbij een duidelijke relatie tussen de daling van de instroom en de daling van de uitstroom. Wanneer de instroom lager is, volgt ook een lagere uitstroom. Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt zien we daarbij dat de lagere uitstroom gedurende 2022 verder doorzet en zich vanaf de periode juli – augustus verder verscherpt. Als we kijken naar de doelgroep die uitgestroomd is in 2022 valt op dat zij allemaal relatief lang een uitkering ontvingen, namelijk gemiddeld 38 maanden. Ook dit zegt iets over de intensievere dienstverlening die nodig is om inwoners te activeren en te ontwikkelen naar werk. Daarbij zien wij ook dat de toegenomen onrust rond de energie- en koopkrachtontwikkelingen leidt tot meer instabiliteit en stress bij de klanten. Deze verzwaring van de problematiek heeft zowel gevolgen voor de klant als de inzet vanuit de dienstverlening. Uit deze ontwikkelingen kan geconcludeerd worden dat de relatieve afstand van de huidige klanten tot de arbeidsmarkt verder is toegenomen.
In veel gevallen is er sprake van multiproblematiek die intensieve aandacht en ondersteuning vraagt. Deze omstandigheden maken een verdere aanpassing van de dienstverlening op het vlak van ontwikkelen naar werk noodzakelijk. De huidige dienstverlening en daarmee de programma's zijn er onder andere op gericht dat klanten een reëel beeld krijgen van wat ze aankunnen en wat hun talenten zijn in combinatie met de beschikbare banen op de arbeidsmarkt. Gezien de toename in problematiek dient daarbij ook meer geïnvesteerd te worden in een verdere versterking van de benodigde randvoorwaarden om de werkfitheid bij de klanten te bevorderen. Als onderdeel van deze aanpak worden nu de voorbereidingen getroffen voor de themaweek “Uitzicht op Werk”, waarbij door een intense samenwerking tussen Perspct en BaanBrekend Drechtsteden een nieuwe vorm van matching tussen klanten en werkgevers wordt vormgegeven. Stappen op de participatieladder Voor de dienstverlening aan de doelgroep, die niet op korte termijn ontwikkelbaar is naar werk, is samenwerking met ketenpartners cruciaal. We werken daarbij met gemeentegerichte teams en focusteams (jongeren, statushouders en dak- en thuislozen). In elke gemeente zijn vaste consulenten actief, die het afgelopen jaar besteed hebben aan het beter leren kennen van klanten/inwoners. Zo zijn
23
hun mogelijkheden en uitdagingen in beeld gebracht. In veel gevallen spreken consulenten de klanten lokaal en werken aan het vergroten van het netwerk, zodat klanten beter worden ondersteund. Het doel is om de klanten via motiverende gespreksvoering in beweging te krijgen zodat een gedragsverandering ontstaat en de klant kan door-ontwikkelen naar het voor hem/haar hoogst haalbare trede op de participatieladder, waarbij uitstroom naar (reguliere) werk het ultieme doel is. Ondanks de Coronacrisis zijn veel klanten gesproken. In de meeste gevallen hebben deze gesprekken op locatie plaatsgevonden en zijn kwetsbare klanten telefonisch gesproken. Op basis van deze gesprekken is in de loop van 2022 meer ingezet op de ontwikkeling en toepassing van activiteiten om deze klanten geleidelijk naar een hoger niveau te brengen. De focus ligt daarbij op de toepassing van een specifieke individuele en/of groepsgewijze aanpak voor de doelgroepen jongeren en statushouders, vallend onder de Wet inburgering 2013. Ten aanzien van de doelgroep jongeren is, met inzet van extra crisismiddelen, de aanpak geïntensiveerd. Voor de komende periode wordt deze lijn doorgetrokken met inzet van alternatieve financiering. Voor de doelgroep statushouders wordt gewerkt aan een verdere versterking van hun arbeidsmarktmogelijkheden in het kader van de afbouw van de Impulsregeling.
Ontwikkelen naar werk Tijdens de Coronaperiode is primair ingezet op het in verbinding blijven met klanten en zijn, waar mogelijk, ontwikkelingstrajecten geboden. De dienstverlening (o.a. trainingen en taallessen) heeft daarbij aanvankelijk een digitale invulling gekregen. In 2022 is ingezet op de verbetering van de kwaliteit van het trainingsprogramma, het verbeteren van methodieken en het ontwikkelen van een digitaal leerplatform, waarmee voor uiteenlopende doelgroepen met de leermethode 'blended learning' een compleet ontwikkelprogramma wordt aangeboden. Het gaat om een grote doelgroep met onder meer lichamelijke en/of psychische klachten. Om de mogelijkheden van deze groep nader in kaart te brengen zijn wij in 2022 gestart met het uitvoeren van diverse nadere analyses. Deze analyses richten zich onder meer op een aantal specifieke doelgroepen: • Een analyse van de doelgroep met lichamelijke klachten door een extern bureau; • Een scan naar het gebruik van voorliggende voorzieningen; • Een uitgebreide nadere analyse van de doelgroep van het Jongerenteam; • Een gefaseerde analyse van de doelgroep statushouders, vallend onder de Wet inburgering 2013. Met de invoering van de nieuwe Wet inburgering 2021 is de prioriteit bij de aanpak van de doelgroep statushouders vooral gericht op het vinden van aansluiting op het reguliere (beroeps)onderwijs.
Op basis van de leerbaarheid en het competentieniveau staan ons daarvoor verschillende inburgeringstrajecten ter beschikking. De inzet van werk dient daarbij zoveel mogelijk ondersteunend te zijn aan de inburgeringstrajecten. De keuze voor het passende inburgeringstraject wordt vastgesteld op basis van voor dit doel ontwikkelde testen. De inzet van de statushouder op dit inburgeringstraject en aanvullende modules (o.a. PVT, MAP) worden vastgelegd in een Persoonlijk Inburgeringplan (PIP). Daarnaast zijn de mogelijkheden om ontheffing te krijgen op de inburgering t.o.v. de oude wet sterk gereduceerd, waardoor een groter deel van de statushouders een passende begeleiding krijgen. Met het instrumentarium van de nieuwe Wet inburgering is de verwachting dat op termijn meer statushouders blijvend gaan uitstromen naar duurzaam werk, al dan niet via het regulier (beroeps)onderwijs. Daartegenover staat dat het aantal statushouders de afgelopen periode gestegen is en naar verwachting ook de komende jaren ook verder gaat toenemen. Bemiddelen naar werk Nu de verstoringen op de arbeidsmarkt als gevolg van Corona inmiddels weer grotendeels zijn genormaliseerd is er door de huidige economische groei en de demografische processen van ontgroening en vergrijzing sprake van een toenemende krapte op de arbeidsmarkt.
Hoewel de economische groei beïnvloed kan worden door verschillende factoren is de verwachting dat zelfs in het geval van een recessie dit niet gaat leiden tot grote gevolgen voor de werkgelegenheid. Om de aansluiting van onze klanten op de arbeidsmarkt te versterken is gestart met het werken in sectorteams. De sectorteams zijn ingedeeld naar 6 kansrijke sectoren waarin de meeste plaatsingen zijn gerealiseerd en die toekomstbestendig zijn. Kennis en vaardigheden die werkgevers vragen, zijn ingebracht in leerlijnen waarmee klanten zich kunnen ontwikkelen. Omdat een groot deel van de
24
doelgroep niet de arbeidsmarktwaarde hebben die nodig is om direct aan het werk te kunnen, vraagt dit het nodige van opdrachtgevers. Gezien de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt wordt bekeken hoe wij de interactie en toeleiding aan (potentiële) werkgevers verder kunnen versterken. 3. Handhaving In 2020 lag het aantal inwoners dat uitstroomde als gevolg van handhaving op 232. In 2021 liep dit aantal terug naar 214. De eerste 9 maanden van 2022 ligt de uitstroom na handhaving op 114. Geëxtrapoleerd voor heel 2022 betekent dit een verwacht totaal van 152.
Aantal bijstandsdossiers
Totale uitstroom door handhaving 2020 232
Totale uitstroom door handhaving 2021 214
Totale uitstroom door handhaving tm 30-09-2022 114
geëxtrapoleerd over 2022
152
Het karakter van handhaving is de afgelopen jaren geleidelijk veranderd van streng naar meer zorgzaam en gericht op publieke waarde. Ook de integrale handhaving helpt om problematiek vroeger te onderkennen en aan te pakken. De handhaving krijgt hiermee een meer preventief gericht karakter. Mede door deze ontwikkelingen is de uitstroom door handhaving dan ook lager dan in de voorgaande periode. Om een indruk te krijgen van deze vorm van handhaving illustreren wij dit met de volgende casus: Voorbeeldcasus (glazenwasser) Klant ontvangt ruim 18 jaar een bijstandsuitkering. Is bekend met een cannabisverslaving. Heeft hier geen behandeling voor. Geeft elke keer in het gesprek aan met zijn regisseur hulp te gaan zoeken. Dit gebeurt echter niet. Meneer wordt wel begeleid door maatschappelijk werk. Er komt een melding binnen van zwart werk (glazenwasser). Uit onderzoek door Handhaving blijkt dat meneer al geruime tijd dit werk fulltime verricht. Dit betekent in de praktijk dat de uitkering wordt beëindigd en er sprake is van een terugvordering. Meneer is uitgenodigd voor gesprek met zijn begeleider. Naar aanleiding hiervan vinden meerdere gesprekken plaats. Hier wordt niet alleen gesproken over zijn verslaving maar ook over werk. Meneer geeft eerlijk toe na doorvragen dat hij liever zijn verslaving niet aanpakt maar wel graag wil werken.
Hij wordt geconfronteerd met onze bevindingen en geeft ook toe dat hij inderdaad als glazenwasser werkt. Afgesproken wordt dat hij zich met hulp van de SDD gaat inschrijven bij de KvK. Er wordt afgezien van de terugvordering om meneer niet met schulden op te zadelen bij de officiële start van zijn bedrijf. Meneer is uitgestroomd na 18 jaar en niet meer teruggekomen.
Inwoners met een arbeidsbeperking De GRS bemiddelt, sinds in de invoering van de Participatiewet, een bovengemiddeld aantal inwoners met een arbeidsbeperking naar werk. Dit doen we met behulp van loonkostensubsidie. Het blijft een ambitie om zoveel mogelijk inwoners met een arbeidsbeperking te plaatsen op de arbeidsmarkt. Daarom is de ambitie geformuleerd om in 2022 te komen tot 750 - 800 plaatsingen. Ondanks corona liggen we op koers om die doelstelling te behalen. Ondernemersloket Het ondernemersloket is er voor alle ondernemers in Drechtsteden met een ondersteuningsbehoefte. Het gaat om vragen over ondernemen, regelingen als de BBZ, Tozo en Tonk, alsmede schuldhulpverlening. Het ondernemersloket heeft haar dienstverlening verregaand geïntegreerd met dat van het Regionaal Bureau Zelfstandigen (RBZ), waarbij er altijd sprake is van een eerstelijnsgesprek met vragen over de ondersteuningsbehoefte. Vanaf september 2022 is de dienstverlening vormgegeven door middel van lokale gesprekken.
25
Wet Inburgering Per 1 januari 2022 is de Wet Inburgering ingegaan. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inburgering van inburgeringsplichtigen. In deze regio voert de GRS de regie over het inburgeringsproces namens de gemeenten uit. Om deze taak goed te kunnen uitvoeren, werken gemeenten en GRS nauw samen. Zo zijn samenwerkingsafspraken gemaakt over de maatschappelijke begeleiding (in opdracht van gemeenten), samenwerking met sociale teams en regievoering op de inburgering (GRS), zijn inkoopafspraken gemaakt met onderwijsinstellingen, is een welkomstprogramma ontwikkeld dat past bij de opdracht en is een klantreis vormgegeven. Binnen de GRS zijn randvoorwaarden gecreëerd zoals het opleiden van personeel, het inrichten van het ICT-systeem en werkprocessen. De implementatie van de wetgeving gaat gepaard met diverse (landelijke) kinderziektes. Deze kinderziektes (systeemproblematiek DUO) en juridische onduidelijkheden hebben in 2022 gezorgd voor een grotere werkdruk dan vooraf was begroot. Bovendien hebben we de toestroom van inburgeraars zien toenemen door een verdere verhoging van de taakstelling voor het tweede half jaar en een verhoogde toestroom doordat het COA ook reeds anticipeert op een verdere toename van de taakstelling in 2023. Hierbij gaat het om een geprognosticeerde instroom van circa 700 statushouders en dus ook instroom in de Participatiewet.
Oekraïners De registratie van Oekraïense vluchtelingen, die aan het werk gaan, loopt via een landelijk systeem, dat vanwege de grote toeloop na het uitbreken van de oorlog een aanzienlijke vervuiling bevat. De verwachting is dat in januari 2023 hierin een verbetering gaat worden doorgevoerd. Om globaal een indicatie te geven van de aantallen in de Drechtsteden baseren wij ons op het aantal beëindigingen van het leefgeld. Daarbij kan de beëindiging ook andere redenen hebben dan alleen werk. Op basis hiervan is de inschatting dat circa 60 à 70% van de volwassen Oekraïners inmiddels aan het werk is. Hierbij gaat het om circa 600 personen.
Wat zijn de kosten? Opgaven
2e Burap
Geactualiseerde begroting
Afwijking
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Apparaat Ontwikkelen naar werk
10.337
7.122
-3.214
10.477
7.287
-3.190
141
165
24
Inburgering
1.291
1.291
0
1.291
1.291
0
0
0
0
Participatie
6.199
15.657
9.458
5.355
14.835
9.480
-844
-822
22
406
686
280
406
686
280
0
0
0
WSW
27.105
27.105
0
28.132
28.132
0
1.027
1.027
0
Totaal
45.337
51.861
6.524
45.660
52.230
6.570
323
369
46
Statushouders
Bedragen x € 1.000
Toelichting: Apparaat Ontwikkelen naar Werk Inburgering uitvoeringskosten leerbaarheidstoets en ondertussengroep Ophogen van de lasten en baten met € 0,165 mln. Met de regionale werkgroep inburgering is besproken dat de huidige 8,4 fte Wet inburgering 2021 uit de DVO 2022 voor de uitvoering van de wet niet voldoende blijkt te zijn. Medio augustus is al bijna de gehele taakstelling gerealiseerd. Extra taken zoals AOC leerbaarheidstoets en de ondertussengroep waren ten tijde van de DVO niet voorzien. Gemeenten krijgen hiervoor structureel extra uitvoeringsbudget (meicirculaire) vanuit het Rijk en deze wordt voor 2022 eenmalig bij de gemeenten opgehaald.
26
De bedragen die worden gepresenteerd in de kolom saldo zijn apparaatskosten die gedekt worden uit Participatiemiddelen waardoor de baten hoger zijn dan de lasten. Inburgering Baten Voor de financiering van de Inburgeringsvoorzieningen is bij de 1e burap 2022 € 1,3 miljoen opgehaald op basis van de voorlopige taakstelling vanuit het Rijk. Lasten Er is nog niets uitgegeven. De inburgeraars doorlopen de eerste periode een traject van Brede intake, Welkomstprogramma, AOC en PIP alvorens ze de MAP en leerroute gaan volgen. Vanaf september zullen de eerste onderwijsroutes starten en de verwachting is dat de facturatie vanaf het vierde kwartaal op gang gaat komen. Reserveringsregeling De Wet inburgering 2021 kent een reserveringsregeling. Het udget mag voor maximaal 100% worden gereserveerd voor lasten in het jaar t+1. Afrekening van het voorlopige budget met het Rijk is gebaseerd op werkelijke aantallen asielstatushouders, gezins- en overige migranten. In 2022 speelt prestatiebekostiging nog geen rol en is de berekening daardoor P*Q. Geadviseerd wordt om het gehele (restant) bedrag mee te nemen naar 2023, conform bovenstaande reserveringsregeling omdat de kosten van de inburgeringsvoorzieningen voor de gerealiseerde inburgeringsplichtige asielstatushouders vooral na 31-12-2022 zullen vallen. Participatie In onderstaande tabel zijn de mutaties Participatie weergegeven.
De lasten en baten worden per saldo verlaagd met € 0,8 mln.
De volgende mutaties zijn verwerkt: • Participatie: Er worden interventies gepleegd zoals scan voorliggende voorzieningen, bestandsanalyse en een analyse op het jongerenbestand. Er is een onderbesteding van de middelen waardoor er € 1 mln. terugbetaald wordt aan gemeenten. De voornaamste reden is
27
• • • • •
dat er extra budgetten in 2022 beschikbaar zijn waar een deel van de inzet uit gefinancierd kan worden, zodat reguliere middelen voor een gedeelte terug kunnen vloeien; Steunmaatregelen crisis: Kansen worden benut door interventies op bv het jongerenteam en resulteert in een breder effect op het ontwikkelen van onze klanten; Gemeente Dordrecht en Zwijndrecht, project kinderopvang; project loopt op schema en krijgt een structurele plek binnen de dienstverlening van Perspct; Gemeente Dordrecht: Het doorschuiven van het overschot 2021 van € 30k Verlengde ondersteuning regionale samenwerking W&I; Centrumgemeente Dordrecht Regiodeal subsidie Perspct en ontwikkelbedrijven: In 2021 is er € 0,18 mln. meer aan opbrengsten gerealiseerd. Aangezien het boekjaar 2021 al was afgesloten, komt dit bedrag ten gunste van 2022; Versterking arbeidsmarktregio 2022: in lijn met begroting. Er vindt overleg plaats met Centrumgemeente Dordrecht over de besteding van het budget.
Impuls Statushouders In lijn met de begroting. De intensivering van de menukaart is ingezet. De middelen gaan nog beter benut worden op inzet richting werk. Het bedrag wordt ook gebruikt voor de aanloopkosten implementatie Wet inburgering 2021, waar geen budget voor beschikbaar is (implementatie budget was beschikbaar in 2021). Er is conform afspraak jaarlijks € 0,54 mln. cofinanciering vanuit Participatie. Afbouw Impuls Statushouders vanaf 2023 De notitie Aanpak statushouders Wet inburgering 2013 is door het Dagelijks Bestuur goedgekeurd en doorgeleid naar het Algemeen Bestuur van de GRS. Er wordt een besluit gevraagd om het budget Impuls statushouders af te bouwen en de caseload Impuls statushouders over te brengen naar de reguliere dienstverlening. Bij een positief besluit wordt de begrotingswijziging verwerkt in de 1e burap 2023. Wsw De lasten en baten worden verhoogd met € 1,0 mln. en zijn gebaseerd op: • Meicirculaire 2022, loon- en prijsbijstelling Wsw € 0,87 mln.; • Septembercirculaire 2022, extra budget € 0,16 mln. voor het opvangen van de exploitatietekorten als gevolg van de coronapandemie. Conform afspraak worden de baten doorgestort naar Drechtwerk. Een en ander is afgestemd met de collega's van Drechtwerk.
28
4.3 ZORGEN VOOR ONDERSTEUNING Wat willen wij bereiken? De Drechtsteden zorgen voor kwalitatief goede, doelmatige en effectieve ondersteuning met keuzevrijheid voor inwoners De Drechtsteden zorgen voor mensgerichte ondersteuning De Drechtsteden zoeken naar innovatie binnen de geboden ondersteuning en samenwerking en hebben hierin een aanjagende rol Kwalitatief goede, doelmatige en effectieve ondersteuning met keuzevrijheid voor inwoners Deze doelstelling staat altijd bovenaan in de dienstverlening van de sociale dienst en wordt op verschillende onderdelen van de organisatie ingevuld. In de eerste plaats in de contacten tussen consulenten en inwoners, waar we in gesprek met de inwoner vaststellen wat de ondersteuningsbehoefte is en welke onderdelen de inwoner zelf nog kan oplossen. In de tweede plaats zorgen we voor kwalitatief goede ondersteuning en keuzevrijheid door inkoop, contractmanagement en beleid, binnen de SDD, maar ook samen met gemeenten. Met de komst van de GR Sociaal is de samenwerking verder geïntensiveerd. Dit zien we terug in de aanwezigheid van Wmo-consulenten in verschillende sociale teams, maar ook in het proces van herijking van de Wmo-beleidskaders. Mensgerichte ondersteuning Deze doelstelling hangt in sterke mate samen met de eerste doelstelling.
Door het bieden van keuzevrijheid en de situatie van de inwoner in kaart te brengen, sluiten we zoveel mogelijk aan bij de behoefte van de inwoner. Vanuit de regionale visie zoeken we naar ondersteuningsmaatregelen zo dicht mogelijk bij de inwoner, waarbij we streven naar "zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig". Innovatie Op dit moment loopt een aantal ontwikkelingen op het gebied van innovatie. • Doorontwikkeling individuele begeleiding: de opstart van de pilot blended care (een combinatie van fysieke ondersteuning en beeldzorg). Daarnaast ontwikkelen we samen met de lokale gemeenten mogelijkheden om de ondersteuning te normaliseren en af te schalen naar het lokale voorveld. • Pilot Kamertrainingscentra: samen met de centrumgemeente implementeren we deze voorziening als doorstroomvoorziening voor jongeren vanuit de (verlengde) Jeugdwet naar de Wmo. De eerste locatie is geopend. • Afschaling huishoudelijke ondersteuning naar de algemene voorziening voor wassen en strijken. Deze hebben we samen met gemeenten ontwikkeld als pilotvoorziening. Op 1 oktober is de voorziening geopend en de komende periode zullen we het gebruik en de inzet van inwoners met een participatiewet uitkering monitoren.
Wat hebben wij hiervoor gedaan? In de eerste acht maanden van 2022 hebben we bijna 10.000 meldingen behandeld. Dit is ongeveer gelijk aan het aantal nieuwe meldingen in dezelfde periode van 2021. Dit levert een (structureel) hoge werkdruk op de afdeling, waardoor termijnen van onderzoek soms onder druk staan. Er zijn inhaalacties uitgevoerd om de achterstand weg te werken. Bij nieuwe meldingen gaan Wmoconsulenten vrijwel altijd op bezoek bij de inwoner thuis. Het aantal inwoners met een indicatie groeit conform verwachting in de uitgangspuntennotitie 2022. Er zijn wat plussen en minnen in de groei in aantallen, maar de afwijking is bij allemaal kleiner dan 5% van de prognose. In de eerste bestuursrapportage zagen we een daling van het aantal inwoners met een indicatie voor Individuele begeleiding. De afgelopen vier maanden zien we dat de aantallen weer toenemen. We verwachten dat deze stijging het laatste kwartaal van dit jaar verder doorzet. We hebben landelijk te maken met aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. Dit raakt ook de aanbieders die ondersteuning bieden vanuit de Wmo. We zien dit voornamelijk terug in de wachtlijsten en verminderde inzet bij inwoners voor Huishoudelijke ondersteuning. Dit is een landelijk probleem dat
29
wij ook in de Drechtsteden zien. De wachttijd voor de inzet van huishoudelijke ondersteuning wisselt per aanbieder en verschilt per moment. In sommige gevallen loopt de wachttijden op tot 10 weken. Voor gevallen waarin spoed geboden is, blijft de spoedprocedure van kracht. Dit geldt bijvoorbeeld voor de gevallen waarin kindzorg geboden moet worden vanuit de indicatie huishoudelijke ondersteuning. Er zijn ontwikkelingen en oplossingen in de aanbodkant en de vraagkant nodig om het probleem van de wachttijden echt op te kunnen lossen. Aan de vraagkant zal de wijziging van het abonnementstarief eigen bijdrage mogelijk een dempend effect gaan hebben. De implementatie van deze wetswijziging wordt echter niet eerder dan 2025 verwacht. Aan de aanbodkant worden op dit moment (verkennende) gesprekken gevoerd om extra aanbieders huishoudelijke ondersteuning te contracteren en daarmee het leveringsvolume te vergroten. In deze gesprekken wordt onderzocht of de aanbieders op korte termijn volume kunnen leveren en of zij voldoen aan de contractuele kwaliteitseisen. Samen met gemeenten wordt ook gezocht naar oplossingen die kunnen dienen ter overbrugging van de wachttijd. Naast mogelijke lokale oplossingen is in vijf gemeenten als meervoudig lokaal initiatief een algemene voorziening voor wassen en strijken gestart op 1 oktober.
Dit kan op termijn ook de druk op de huishoudelijke ondersteuning verminderen door een deel van het maatwerk te verplaatsen naar de algemene voorzieningen. Ten slotte worden continu gesprekken gevoerd met de zorgaanbieders van de maatwerkvoorzieningen om te zoeken naar oplossingen om het personeelstekort op te lossen. Hierbij wordt gesproken over het aanboren van nieuw potentieel aan personeel, maar ook om te verkennen of een oplossing kan worden gevonden binnen zorginnovaties, Het is echter een breed en complex probleem dat vraagt om een breed palet aan oplossingen en ontwikkelingen om de totale druk op de huishoudelijke ondersteuning te laten verdwijnen. We zien ook een toenemende druk op het collectief vervoer. De krapte op de arbeidsmarkt in combinatie met de drukte op de weg (waardoor bussen lang in de file staan) zorgen ervoor dat ritten te laat zijn of moeilijk gepland kunnen worden. Het "op-tijd-rijd-percentage" is daardoor lager dan voorheen en mensen moeten langer wachten voordat ze worden opgehaald. Het Algemeen Bestuur heeft begin oktober enkele maatregelen getroffen om op korte termijn de druk op het collectief vervoer te verminderen. Om ritten beter op elkaar af te kunnen stemmen is de reserveringstijd is verruimd naar 24 uur. Daarnaast worden in de spitsuren geen ritten buiten de regio meer gereden, zodat bussen minder in de file staan.
Er worden geen gratis vaccinatieritten meer gereden. En als inwoners een afspraak maken om te reizen in de spits wordt hen gevraagd of het ook mogelijk is om buiten de spits te reizen. Op deze manier verwachten we op korte termijn de uitvoering van het collectief vervoer te verbeteren. We constateren dat de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt ook de prestaties voor de opgave Zorgen voor Ondersteuning onder druk zet. We verwachten dat deze trend zich blijft voortzetten in de nabije toekomst. Vanuit de GR Sociaal zetten we binnen onze verantwoordelijkheid vol in op het zorgen voor tijdige, passende en kwalitatief goede ondersteuning. Echter, om aan deze ontwikkeling, gecombineerd met de blijvend toenemende vraag in verband met vergrijzing, het hoofd te bieden is een andere manier van kijken en innoveren nodig. Het is wenselijk om hier meerdere perspectieven en verantwoordelijkheden bij te betrekken. Voor de korte termijn is de verwachting dat er sprake blijft van schaarste. In dit hoofdstuk staat beschreven welke acties we hier reeds op ondernemen. Voor het vraagstuk hoe om te gaan met de schaarste die ontstaat wanneer de huidige trends zich voortzetten is een bestuurlijke dialoog nodig. Dit zullen we initiëren. Als laatste is er aanhoudende onzekerheid over het Wetsvoorstel Resultaatgericht beschikken.
De verwachting is dat er begin 2023 duidelijkheid ontstaat over het vervolg en de haalbaarheid van een eventueel wetsvoorstel.
30
Prognose 20221 Groei %
# klanten 31-08-2022
Realisatie 2022 # klanten 31-08-2022
9133
7,4%
8940
8864
2677
2810
5%
2765
2702
Dagbesteding
1096
1118
2%
1110
1109
Rolstoelen
2370
2394
1%
2386
2362
2359
2476
5%
2437
2431
10416
10936
5%
10762
11074
496
520
5%
512
374
Voorziening Huishoudelijke ondersteuning Individuele begeleiding
Vervoer Scootmobielen Vervoer Drechthopper Woonvoorzieningen
Standcijfer # klanten 31-12-2021
# klanten 31-12-2022
8555
1. Uitgangspuntennotitie primaire begroting 2022.
1 Uitgangspuntennotitie 2021
31
Stand 31/08/21
Stand 31/12/21
Stand 30/04/22
Stand 31/08/22
8.314 7.673 300 32 296 20
8.555 7.952 277 31 285 16
8.721 8.170 230 31 277 17
8.864 8.339 216 30 268 15
Rolstoelen
2.395
2.370
2.335
2.362
Vervoersvoorzieningen - Drechthopper - Scootmobielen - Individuele vervoersvoorziening
10.242 2.350 88
10.416 2.359 86
10.556 2.374 81
11.074 2.411 81
Woonvoorzieningen - Complexe aanpassingen - Plafond- en trapliften**
497 14 673
496 14 717
485 17 752
372 22 789
2.639 358
2.677 349
2.675 319
2.702 314
1.032 (617) 35
1.096 (657) 30
1.069 (632) 30
1.109 (665) 25
5 4
4 3
3 2
3 2
Huishoudelijke ondersteuning - HO - HO+ - HO Zorgstudio - PGB HO - PGB HO+
Begeleiding individueel → waarvan PGB Dagbesteding (incl. vervoer) → waarvan PGB Kortdurend verblijf → waarvan PGB
Wat zijn de kosten? Opgaven
2e Burap
Geactualiseerde begroting
Afwijking
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
7.451
6.686
-765
7.451
6.686
-621
0
0
0
29.155
29.155
0
29.155
29.155
0
0
0
0
Huishoudelijke ondersteuning
26.420
26.420
0
25.454
25.454
0
-966
-966
0
Hulpmiddelen
5.101
5.101
0
5.380
5.380
0
279
279
0
Vervoer
8.570
8.570
0
8.570
8.570
0
0
0
0
Totaal
76.697
75.932
-765
76.010
75.245
-621
-687
-687
0
Apparaat Zorgen voor ondersteuning Begeleiding en kortdurend verblijf
Bedragen x € 1.000
32
Toelichting: De verwachting voor de opgave Zorgen voor ondersteuning is dat we in 2022 binnen de begroting blijven. Met name de prognose huishoudelijke ondersteuning laat een onderbenutting zien van ongeveer € 1 mln. Daarnaast houden we rekening met ongeveer € 0,3 mln. aan hogere lasten voor de hulpmiddelen (met name de woonvoorzieningen) en blijft naar verwachting de opbrengst eigen bijdragen van de Drechthopper ongeveer € 0,2 mln. achter op de begroting. Per saldo bedraagt het financiële effect op de Wmo bij deze 2e bestuursrapportage € 0,5 mln. positief voor gemeenten. Hieronder volgt per onderdeel een korte toelichting: Huishoudelijke ondersteuning De huishoudelijke ondersteuning laat een onderbenutting zien van zo'n € 1 mln. Ondanks de aanhoudende groei van het aantal nieuwe indicaties hebben de zorgaanbieders te maken met wachtlijsten als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt. Inmiddels moeten nieuwe klanten gemiddeld 10 weken wachten voordat zij daadwerkelijk zorg ontvangen. Het niet meteen kunnen verzilveren van deze indicaties zien we terug in de ontwikkeling van de kosten. Hulpmiddelen (rolstoelen en woonvoorzieningen) De verwachting voor de hulpmiddelen is dat de begroting met bijna € 0,3 mln. wordt overschreden. De hogere lasten komen vooral voor rekening van de woonvoorzieningen door de snel stijgende prijzen van materialen en de tarieven van de aannemers.
Ook blijft het lastig om de woonvoorzieningen te begroten. De woonvoorzieningen bestaan uit een brede categorie van voorzieningen, zowel kleine aanpassingen als grote verbouwingen. De kosten per voorzieningen verschillen, waardoor de begrote kosten voor deze voorziening altijd onzeker zijn. Vervoer De prognose voor de vervoersvoorzieningen laat een tekort zien van ongeveer € 0,2 mln. Het tekort wordt veroorzaakt door achterblijvende inkomsten eigen bijdrage van de Drechthopper gedurende de eerste 4 maanden van het jaar. In het bovenstaande overzicht is de lagere opbrengst niet zichtbaar, omdat er sprake is van een verschuiving binnen de baten-zijde. Namelijk een verschuiving van een bijdrage van de klant naar een bijdrage door de gemeenten. Onlangs is door Stroomlijn de aanbesteding vervoer afgerond. De nieuw geoffreerde tarieven zijn aanzienlijk hoger dan voorheen. Deze stijging komt boven op de (verwachte) NEA-indexering van 10%. In de begroting 2023 van de SDD is nog geen rekening gehouden met deze ontwikkelingen. Bij de 1e bestuursrapportage 2023 wordt, voordat we extra geld ophalen bij gemeenten, eerst gekeken of de kostenstijging binnen de vastgestelde begroting kan worden opgevangen door te schuiven tussen de verschillende Wmo voorzieningen. Begeleiding Op dit moment is de prognose in lijn met de begroting.
Toch moet rekening worden gehouden met nakomende meerkosten Corona en afrekeningen over voorgaande jaren.
33
4.4 BEDRIJFSVOERING Dienstverlening De interne rapportages op dit thema worden in de betreffende systemen en dashboards per kwartaal weergegeven. De grafieken in deze paragraaf geven daarom de kwartaalresultaten weer. In de toelichtende tekst wordt ook ingegaan op de maanden juli en augustus. Het klanttevredenheid cijfer zit in het 2e kwartaal van dit jaar weer op het niveau van 2021, namelijk een 7,9 (zie grafiek 1). Dit is het gewogen gemiddelde van alle gemeten onderdelen, waarbij opvalt dat in het 2e kwartaal vijf onderdelen een 8 of hoger scoren dus ruim boven de norm van 7,5 (zie tabel 1). De tevredenheid over vriendelijkheid, deskundigheid, betrokkenheid en goed luisteren is over de hele linie onverminderd hoog.
Grafiek 1
Tabel 1
KIanttevredenheid in juli en augustus 2022 Tot en met het 2e kwartaal van 2022 zien we geen bijzonderheden, maar in de maanden juli en augustus is sprake van een kleine terugval in klanttevredenheid bij de telefonie en het Wmo aanvraagproces (beiden 7,7). Dit is verklaarbaar. Het grote aantal telefoontjes over de energietoeslag en de Wmo, leidt tot langere wachttijden aan de telefoon. De vakantiebezetting speelt hier ook een rol. Bij de Wmo moeten klanten na een melding langer wachten op het eerste gesprek met een consulent. De verwachting is dat deze terugval tijdelijk is, er wordt vinger aan de pols gehouden. De tevredenheid over het aanvragen van bijstand is in juli en augustus daarentegen iets hoger (7,9).
34
Klachten In het 2e kwartaal ontvingen we 31 klachten. De instroom van klachten is dit jaar lager dan in 2021, wat past in de dalende trend (zie grafiek 2). In de maanden juli en augustus ontvingen we 19 klachten. De totale instroom in 2021 t/m augustus komt daarmee op 78 klachten. Als we dat extrapoleren komen we dit jaar uit op 117 klachten in 2022.
Grafiek 2
In het 2e kwartaal van 2022 zijn 31 klachten afgehandeld, waarvan het grootste deel betrekking heeft op de dienstverlening in de opgave bestaanszekerheid versterken. Dat zijn klachten rond toekenning van (bijzondere) bijstand, handhaving, terugvordering, inhoudingen en schuldhulpverlening. Zie grafiek 3.
Grafiek 3
De 8 klachten in de opgave Zorgen voor ondersteuning betreffen de dienstverlening bij de uitvoering van de Wmo. Naast deze klachten ontvangen we ook klachten over gecontracteerde zorgaanbieders. Bij deze klachten wordt altijd direct contact opgenomen met de zorgaanbieder die de klacht afhandelt om te voorkomen dat de klant van het kastje naar de muur wordt gestuurd. Dit jaar valt het op dat het aantal klachten over Wmo zorgaanbieders erg hoog is. Tot en met augustus ontvingen we 28 klachten over zorgaanbieders, waarvan 17 betrekking hebben op de Drechthopper.
35
Bij de zorgaanbieders werkt het personeelsgebrek en de langere levertijd van onderdelen helaas door op de dienstverlening aan onze klanten. Bij de Drechthopper komt daar nog bij de toegenomen vraag naar ritten als gevolg van een inhaalslag na corona. Over de problemen bij de Drechthopper zijn alle stakeholders en de klanten geïnformeerd door Stroomlijn. Van de 31 afgehandelde klachten in deze periode was 52% gegrond, wat hoger ligt dat in het 1e kwartaal van 2022, maar niet afwijkt van de meerjaren trend (zie grafiek 4).
Grafiek 4
In het 2e kwartaal is 84% van de klachten binnen 6 weken afgehandeld, waarvan 58% binnen 3 weken (zie tabel 2). Vijf klachten konden niet binnen 6 weken kon worden afgehandeld, in 3 gevallen lag de oorzaak daarvan bij de klant, in 2 gevallen was extra onderzoek nodig (o.a. een medisch advies). Qua trend zien we dat het binnen 3 weken afhandelen van klachten (servicetermijn) onder druk staat. Hier is geen eenduidige verklaring voor.
Tabel 2
Bezwaarschriften In het 2e kwartaal werden 133 bezwaren ingediend en ook hier zien we een dalende trend (zie grafiek 5). Kijkend naar de gemiddelde maandelijkse instroom dit jaar, zullen aan het eind van dit jaar naar verwachting ongeveer 570 bezwaarschriften zijn ingediend.
36
Grafiek 5
In de maanden juli en augustus zijn 124 bezwaarschriften ingediend. De 'Wet eenmalige energietoeslag lage inkomens' is hier van invloed. In heel 2022 zijn tot nu toe 113 bezwaarschriften energietoeslag ontvangen. In de heroverweging van het primaire besluit wordt extra aandacht besteed aan de hardheidsclausule in de beleidsregels en de specifieke situatie van de klant (inkomen, schuldenproblematiek, woon- en leefsituatie, bijzondere financiële verplichtingen of bijzondere noodzakelijke kosten). Dit betekent dat in bezwaar bijzondere aandacht is voor de vraag of maatwerk op zijn plaats is. Het aantal ingediende bezwaarschriften op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) neemt verder af. In totaal werden dit jaar nog 50 bezwaarschriften op grond van deze regeling ingediend waarvan 18 over de laatste vier maanden. We zien ook een dalende trend in het aantal primaire besluiten (zie grafiek 6). Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat er een samenhang is. Het aantal bezwaarschriften afgezet tegen het aantal primaire besluiten ligt vrij stabiel rond de 0,6 - 0,7%, dat wil zeggen dat minder dan 1% van alle primaire besluiten leidt tot een bezwaarschrift.
Grafiek 6
Het percentage gegronde bezwaren is in het 2e kwartaal afgenomen t.o.v. het 1e kwartaal. Dit komt omdat in het 1e kwartaal bij bezwaren op grond van de Tozo-regeling de burger vaker tegemoet is
37
gekomen. Nu het aantal Tozo bezwaarschriften verder afneemt wordt ook het aandeel gegronde bezwaren weer kleiner, namelijk 27% in het 2 e kwartaal (zie grafiek 7).
Grafiek 7
In 2022 is t/m augustus 27 keer beroep bij de rechtbank ingesteld (in heel 2021 was dit 57). De lijn van het aantal dalende bezwaarschriften zet zich ook voort in beroep. De reden hiervan is dat er in de bezwaarfase steeds vaker een oplossing voor het probleem van de burger wordt bereikt. Het aantal spoedvoorzieningen bij de rechtbank staat dit jaar op 11 verzoeken (20 in heel 2021). Het aantal hoger beroepsprocedures staat tot nog toe op 17 (24 in heel 2021). Het streven is om 75% van de bezwaarschriften binnen 12 weken af te handelen. Dit jaar is deze doelstelling niet gehaald. In het 2e kwartaal halen we 62% binnen 12 weken. Dit is niettemin een verbetering is ten opzichte van het 1e kwartaal (56%) en ten opzichte van 2021 (51%). De hausse aan Tozo-bezwaarschriften heeft een negatief effect gehad op de tijdige afwikkeling, maar we lopen dit nu in.
Klantenservice De klantenservice van de Sociale Dienst is het toegangsportaal voor alle vragen van inwoners aan de Sociale Dienst Drechtsteden. Telefonie, e-mail, digitale wegen, fysieke informatie en adviesplekken (werkplein én in gemeenten) en chat zijn allemaal kanalen waarmee de klantenservice de vragen van inwoners ontvangt en beantwoord. Door de verschillende crisissen die landelijk spelen is het volume van klantcontacten inmiddels behoorlijk toegenomen. We zien dit voornamelijk terug aan het aantal telefonische contacten. Ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar is het aantal telefoontjes met 13,2% gestegen en de trend laat zien dat de stijging vooralsnog door blijft zetten. De gemiddelde wachttijd is met 79,9% toegenomen tot bijna 5 minuten. Onze doelstelling om 80% van de telefoongesprekken binnen 4 minuten wordt daarmee een steeds grotere uitdaging. Ook duurt het langer om de telefoongesprekken af te handelen, een gemiddeld telefoongesprek duurt nu 10 minuten, vanwege de complexiteit van de vragen en soms ook de emotie van de inwoner(s). Fysieke klantafspraken aan de Spuiboulevard verplaatsen zich inmiddels ook meer naar lokaal fysieke informatie en adviesdiensten. Een mooie ontwikkeling in het kader van samenwerking en verbinding met de gemeenten en partners zoals het wijk- en jeugdteam.
Inloop op deze plekken neemt inmiddels weer toe, ook vanuit het aantal hulpvragen in het kader van o.a. de energiecrisis. De verwachting is dat we nog langere tijd te maken gaan hebben met deze situatie. Het is van belang om met elkaar in het oog te houden in hoeverre de doelstellingen reëel blijven en met name ook of er slimmere manieren zijn om onze klantenstromen te organiseren en daarin continu (ook in techniek) door te ontwikkelen.
38
Huisvesting Het gebouw 'De Hellingen' wordt gehuurd van de gemeente Dordrecht, waarbij de onderhoudskosten volledig voor rekening van de GRS komen. Investeringen zijn nodig om de functionaliteit van de panden op orde te houden, maar worden beperkt tot het strikt noodzakelijke. Verder wordt kritisch gekeken naar onderhoudsverplichtingen. Er is een risico opgenomen ter grootte van € 150.000 (zie ook bijlage 5.2 Risico's totaal). De plannen van de gemeente Dordrecht voor de ontwikkeling van de Spuiboulevard hebben tot gevolg dat de Sociale Dienst Drechtsteden het huidige pand moet verlaten. De kosten van de nieuwe huisvesting zullen in ieder geval hoger zijn dan het huidige huurcontract, dat loopt tot en met het eerste kwartaal 2025. Er is in de kosten niet voorzien. Met de projectorganisatie van gemeente Dordrecht vindt overleg plaats over welke extra kosten er gemaakt moeten worden met betrekking tot de voorbereiding op de huisvesting na het eerste kwartaal 2025 en waar deze kosten zullen landen. Daarnaast participeert de GRS in de ontwikkeling van het Huis van Stad en Regio. Ook hiervoor worden kosten gemaakt. De afspraken daarover liggen bestuurlijk vast in een Samenwerking Overeenkomst (SOK) samen met de andere bewoners van het Huis zoals Dordrecht Marketing en de Bibliotheek.
In de 1e burap zijn risico's rondom de toekomstige huisvesting van de GRS in het Huis van Stad en Regio gemeld. Als voorbereiding op de definitieve huisvesting in 2025 in dit Huis is de komende jaren extra inzet nodig. Deze extra inzet kost in 2022 circa € 340.000, vanaf 2023 tot en met 2025 is de verwachting dat dit € 250.000 gaat kosten. In 2022 kan dit bedrag opgevangen worden binnen de begroting. Voor de jaren daarna is dit onzeker.
Informatisering en automatisering De behoefte van de gemeenten aan data en sturingsinformatie is groot en heeft verschillende doelen: zicht op eigen inwoners, zicht op 'lokaal gebruik' in aantallen en kosten voor de P&C cyclus, het verrijken van data met gegevens van andere domeinen en het meten van het effect van interventies. SDD faciliteert de gemeenten in deze behoefte met het 'gemeente dashboard' waarin informatie van informatie over uitkeringsgerechtigden, schuldhulpverlening en WMO samenkomt. Sinds januari hebben in totaal 35 beleidsmedewerkers vanuit de gemeenten toegang tot de dashboards en recent ook de 7 wethouders. Regionaal programma ICT Beweegt (voorheen: ICT Verandert) Het regionale programma omvat de implementatie van een nieuwe IT werkplek ('Digitale werkruimte'), de implementatie van Microsoft 365 en de overgang van het Drechtsteden rekencentrum naar een rekencentrum van leverancier KPN. Voor de 10 organisaties die deze diensten afnemen van de Servicegemeente. De oorspronkelijke planning was het programma op 31 december 2022 af te ronden. De bijgestelde planning van het programma is nu afronding in het derde kwartaal van 2023.
Het programma zorgt voor grote en ingrijpende wijzigingen voor de SDD: • Vrijwel alle SDD systemen worden 'geraakt' door deze veranderingen, ook de systemen die essentieel zijn voor de dienstverlening aan de klanten van de SDD en de bedrijfsvoering van de SDD; • Alle SDD medewerkers krijgen te maken met deze veranderingen; • Het programma vraagt een grote, deels nog onbekende, inzet van medewerkers van de SDD; • Het programma legt een groot beslag op de capaciteit van de servicegemeente. Dat maakt dat ook de druk op de ICT organisatie van de SDD groter is en dat afgelopen periode verstoringen zijn opgetreden in de dienstverlening (bereikbaarheid) van de SDD; • Extra kosten: Eenmalige kosten: ▪ Kosten als gevolg van de uitloop van het programma. Denk aan bemensing van het programma, doorlopen van werkzaamheden SGD voor het rekencentrum, kosten voor projectmanagement voor omzetting bij SDD. De hoogte en verdeling van deze kosten zijn nog niet vast te stellen;
39
▪
-
Kosten voor de (versnelde) vervanging van werkplek apparatuur. De schatting voor deze kosten voor 2023 is € 350K. Structurele kosten voor de IT werkplekken.
Als de overgang van het rekencentrum naar KPN is afgerond, dan volgen, in 2024 en verder, de overgang van ICT systemen naar het SaaS model ('Software As A Service'). In het SaaS model worden beheer en doorontwikkeling van de ICT systemen door de leveranciers van de ICT systemen uitgevoerd en klanten betalen voor het daadwerkelijke gebruik.
Organisatieontwikkeling In 2022 krijgt de integratie tussen GR Sociaal en GR Drechtwerk verder vorm. Per 1 januari 2023 voegt Drechtwerk zich bij de GR Sociaal en integreren daarmee beide GR’en tot één aangepaste GR sociaal met daarin twee organisatieonderdelen, te weten Drechtwerk en Sociale Dienst Drechtsteden. Beide GR-en behouden hierbij hun eigen identiteit. Vanaf 1 januari 2023 geldt er één gezamenlijk bestuur en één gezamenlijke leiding. In het eerste half jaar hebben de Algemeen Besturen en de Drechtsteden colleges een principe besluit hiertoe genomen en is een aangepaste Gemeenschappelijke Regeling Sociaal in route gebracht naar de gemeenteraden. Inmiddels hebben 6 van de 7 gemeenten ingestemd met de gewijzigde GR tekst voor de GR Sociaal per 1-1-2023. De integratie raakt ook de interne organisatie van de Sociale Dienst Drechtsteden. Met hernieuwde focus wordt de opgave ontwikkelen naar werk verder ingericht inclusief Drechtwerk. De onderdelen op het gebied van inkomen die voorheen ook onder de aansturing van deze opgave vielen, worden verplaatst naar de opgave bestaanszekerheid, zodat beide opgaven de juiste focus en aandacht krijgen, en er verder gewerkt kan worden aan het bereiken van de gezamenlijke ambities uit de regionale visie.
Eerder is vanwege de integratie tussen GR Drechtwerk en GR Sociaal een inschatting gemaakt van de mogelijke kosten die dit eenmalig met zich meebrengt. In het implementatieplan is een bedrag van € 400.000 opgenomen als schatting. Inmiddels is duidelijk dat er tot op heden geen kosten zijn gemaakt door beide organisaties. Verwacht wordt dat dit bedrag niet volledig nodig is. Daarom reserveert GR Sociaal voor nu nog een bedrag van € 50.000 in de eigen begroting voor mogelijke integratiekosten tot eind 2022. Indien er alsnog kosten worden gemaakt, zal de SDD dit apart in beeld houden, zodat Hardinxveld-Giessendam uitgezonderd wordt en niet meebetaalt aan deze kosten. Als er nog kosten begin 2023 gemaakt worden, wordt hierover gerapporteerd in de 1e burap 2023 van de GR Sociaal.
Wat zijn de kosten? Opgaven
2e Burap
Geactualiseerde begroting
Afwijking
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Apparaat Overhead
22.115
771
-21.344
22.336
771
-21.565
221
0
-221
Totaal
22.115
771
-21.344
22.336
771
-21.565
221
0
-221
Bedragen x € 1.000
Toelichting: De geraamde apparaatskosten bedragen in totaal € 55 mln. Hiervan heeft circa € 22 mln. betrekking op overheadkosten en wordt circa € 33 mln. toegerekend aan de inhoudelijke opgaven. De verwachting is dat we per saldo binnen het totale begrotingsbedrag van de apparaatskosten blijven.
40
5 FINANCIELE BIJLAGEN 5.1 BEGROTING NAAR TAAKVELDEN Overzicht van lasten en baten per taakveld (in bedragen x € 1.000) Taakveld Product 0.10 Mutaties reserves
Lasten
Baten 446
-446
446
-446
22.336
771
21.565
Apparaat Overhead
22.336
771
21.565
Samenkracht en burgerparticipatie
5.897
5.897
Inkomensondersteuning
4.606
4.606
Inburgering
1.291
1.291
720
720
720
720
156.980
164.353
-7.373
109.641
109.695
-54
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
2.100
2.100
Minimabeleid
34.338
34.338
Apparaat Bestaanszekerheid versterken WSW en beschut werk
10.900
18.220
-7.319
28.743
29.466
-723
28.132
28.132
612
1.335
-723
15.828
21.791
-5.963
Minimabeleid
25
25
Apparaat Bestaanszekerheid versterken
177
293
-116
Statushouders
406
686
-280
Participatie
5.355
14.835
-9.480
Apparaat Ontwikkelen naar werk
9.865
5.952
3.913
5.763
5.998
-235
5.380
5.380
383
618
-235
73.518
80.315
-6.797
118
118
Apparaat Bestaanszekerheid versterken
4.179
12.004
Vervoer
8.570
8.570
Algemene dekkingsmiddelen 0.4
6.1
6.2
Overhead
Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Minimabeleid
6.3
Inkomensregelingen Inkomensondersteuning
6.4
WSW Apparaat Ontwikkelen naar werk 6.5
6.6
Arbeidsparticipatie
Maatwerkvoorzieningen (WMO) Hulpmiddelen Apparaat Zorgen voor ondersteuning
6.71
Saldo
Maatwerkdienstverlening 18+ Budgetadvies en Schuldbemiddeling
-7.825
41
6.81
Huishoudelijke ondersteuning
25.454
25.454
Begeleiding en kortdurend verblijf
29.155
29.155
Apparaat Zorgen voor ondersteuning
6.042
5.015
1.028
1.026
1.054
-28
1.026
1.054
-28
310.812
310.812
Geëscaleerde zorg 18+ Apparaat Zorgen voor ondersteuning
Totaal Taakvelden
42
5.2 RISICO'S TOTAAL Omschrijving
Kans
Totale Impact (€) Toelichting omvang (€)
Bestandsontwikkeling inkomensondersteuning
Matig (25%)
-200.000
Bandbreedte in begroting voor onzekerheid
Matig (25%)
8.200.000
Integratie Drechtwerk
Matig (25%)
200.000
Energietoeslag
Gemiddeld (50%)
870.000
Energielasten huisvesting
Gemiddeld (50%)
100.000
Ontwikkeling macrobudget n.a.v. aflopen Bbz-light
Gemiddeld (50%)
-400.000
Bedrijfsvoering
Gemiddeld (50%)
200.000
-50.000 De prognose is dat eind 2022 het aantal bijstandsgerechtigden maximaal 6.200 zal zijn. Dit wijkt af van de prognose van het CPB (6.100). Blijkt dat door een meevallende (plaatselijke) conjunctuur op het eind van het jaar er 50 bijstandsgerechtigden minder te zijn is er een kans van € 200.000. 2.050.000 De begroting en meerjarenraming van de sociale dienst kent een bandbreedte, gezien de grote onzekerheden. De onderkant van de bandbreedte is in de begroting toegepast voor de budgetten en gemeentelijke bijdragen. Er is daarmee een risico dat budgetten en gemeentelijke bijdragen hoger worden. Ten opzichte van de bovenkant van de bandbreedte is het maximale risico € 8,2 miljoen. Hiervan is 25% in de risicoparagraaf opgenomen. 50.000 Voor de integratie tussen GR Drechtwerk en GR Sociaal is eerder een bedrag van € 400.000 genoemd voor mogelijke kosten. Ingeschat wordt dat er nog maximaal € 50.000 nodig is. Het kan zijn dat door onvoorziene omstandigheden toch een hoger bedrag nodig is. 435.000 Voor de Energietoeslag is er landelijk € 1,4 miljard beschikbaar gesteld. Voor de Drechtsteden is er in totaal circa € 21,3 budget beschikbaar gesteld.
Aangezien de Drechtsteden bij de toekenning van de energietoeslag voor een ruimere doelgroep hebben gekozen dan waarvoor het Rijk middelen beschikbaar heeft gesteld en het bereik hoger ligt dan verwacht, zullen de uitgaven energietoeslag naar verwachting € 24,5 miljoen bedragen. Deze uitgaven zijn gebaseerd op een prognose waarbij een inschatting is gemaakt van de nog te ontvangen en af te handelen aanvragen. De overschrijding ten opzichte van het beschikbaar gestelde budget bedraagt € 3,1 miljoen. Bij de verwachte aantal aanvragen is niet uitgegaan van 100% bereik. Het verschil tussen de begrote uitgaven en de uitgaven bij een bereik van 100% is het vermelde risico. 50.000 De energieprijzen voor 2022 zijn fors gestegen sinds het opstellen van de begroting 2022. Van de volgende aspecten zijn de financiële effecten onzeker. Wij hadden een contract voor gas met energieleverancier Gazprom. Vanwege de economische sancties tegen Rusland is dit contract tussentijds beëindigd. Wij dienen het resterende gasverbruik voor 2022 in te kopen tegen actuele marktprijzen, wat naar verwachting zal leiden tot hogere energielasten. Door de relatief zachte winter begin 2022 is de verwachte stijging van energielasten (gas) tot nu toe enigszins beperkt. Het verbruik in 2022, mede afhankelijk van weersinvloeden, heeft invloed op de uiteindelijke financiële effecten dit jaar.
De werkelijke omvang van de gestegen energielasten is afhankelijk van bovengenoemde onzekerheden en zal een financieel effect hebben op het jaarrekeningresultaat. -200.000 De uitgaven Bbz zijn in het eerste kwartaal fors hoger door de ondersteunende maatregel Bbz-light (i.v.m wegvallen Tozo). Deze maatregel is per 1 april komen te vervallen. In hoeverre dit nog na-ijlt is lastig aan te geven. Daarnaast is het moeilijk te voorspellen wat voor een effect de te verwachten faillissementen hebben op eventuele aanvragen Bbz. Zijn er verder geen nakomende kosten Bbzlight en blijken de faillissementen mee te vallen is er een kans van € 400.000. 100.000 De bedrijfsvoering moet aan steeds meer regels voldoen. Bijvoorbeeld de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en
43
Huisvesting
Gemiddeld (50%)
Energietoeslag
p.m.
Arbeidsontwikkeling
p.m.
Interbestuurlijk Programma
p.m.
Totaal
300.000
informatiebeveiliging, maar ook de steeds meer opkomende landelijke standaardisering. Daarnaast moet de informatisering aan steeds grotere eisen voldoen. We zien dat we als overheid minder snel van deze ontwikkelingen gebruik maken. De mogelijkheden die door de markt worden aangeboden en dat wat door onze inwoners wordt gebruikt, wijkt in toenemende mate van elkaar af. Systemen en hun onderlinge relatie/uitwisseling worden complexer en dat vraagt om heroverweging. Ook de sterke afhankelijkheid van de IT-systemen en daarmee onze kwetsbaarheid blijft een risico. De grote(re) incidenten die we hebben afgelopen jaar hebben ervaren onderstrepen dit. 150.000 Het pand 'De Hellingen' wordt gehuurd tot en met het eerste kwartaal 2025. Investeringen zijn nodig om de functionaliteit van de panden op orde te houden, maar worden beperkt tot het strik noodzakelijke. Ook de jaarlijkse onderhoudskosten kunnen oplopen, door de ouderdom van het pand. Er wordt steeds kritisch gekeken naar de noodzaak van investeringen en onderhoudsverplichtingen. Risico is dat de extra kosten niet binnen de bestaande budgetten kunnen worden opgevangen. Gepaard aan de eenmalige energietoeslag treedt nog een risico op: in de wetswijziging die de eenmalige energietoeslag mogelijk maakt, is tevens de wettelijke ruimte geschapen voor tegemoetkomingen voor energiekosten op basis van de individuele bijzondere bijstand.
De kans is zeer reëel dat voor een (aanzienlijk) deel van de doelgroep de eenmalige energietoeslag niet toereikend zal zijn. Dit zal vooral inwoners treffen wier energiecontract recentelijk is, of binnenkort wordt, gewijzigd. Zonder aanvullende landelijke maatregelen zullen zij mogelijk een beroep doen op de individuele bijzondere bijstand. Een fors beroep impliceert niet alleen hoge apparaatskosten (want de afhandeling vergt individuele toetsing van recht en noodzaak, gebaseerd op werkelijke uitgaven), maar ook hoge programmakosten. Bij de septembercirculaire is € 35 miljoen aan incidentele middelen beschikbaar gesteld om zowel via vroegsignalering als via de bijzondere bijstand gerichte hulp aan te bieden aan burgers. Voor Drechtsteden betekent dit een totaalbedrag van € 0,5 miljoen. Het is op voorhand niet duidelijk of deze compensatie afdoende is. Vooralsnog is dit risico van als p.m. opgenomen. Door krapte op de arbeidsmarkt is het lastig om (goed opgeleid en ervaren) personeel te werven. Ook bij de SDD staan vacatures lang open. De schaarste op de arbeidsmarkt zal op korte termijn niet direct een knelpunt zijn bij de kwaliteit van dienstverlening aan de klanten van de SDD. Op langere termijn kan dat echter wel het geval zijn. De SDD doet allerlei inspanningen om goed personeel te werven en te behouden. In 2021 zijn er verkiezingen geweest.
Na de verkiezingen wordt een nieuw Interbestuurlijk Programma (IBP) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Rijk afgesproken. O.a. ambities op het gebied van milieu, economie, woningbouw. In het vorige IBP bleek dat er voor veel ambities geen budget beschikbaar was. Ook nu lijkt dit het geval. Voor de reeds afgesproken ambities van het Rijk (o.a. woningbouw en milieu) is onvoldoende budget gemeenten gereserveerd. Vooralsnog is dit risico van als p.m. opgenomen. 2.585.000
44
Vervallen risico's Onderstaand zijn de risico's opgenomen die vervallen zijn of waarvan de kans van optreden minder dan 5% is. Omschrijving
Kans
Totale Impact (€) Toelichting omvang (€)
Apparaat bijstelling 50%
Matig (25%)
1.700.000
Bezuinigingen Rijk
Gemiddeld (50%)
1.000.000
Ontwikkeling Macrobudget n.a.v. rijksbeleid en loon- en prijsbijstelling
Gemiddeld (50%)
3.200.000
Groot (75%)
300.000
Huisvesting
Totaal
425.000 In primaire begroting 2022 is er vanuit gegaan dat de apparaatskosten voor 50% meegroeien met de taak (aantal klanten) en niet met 100%. Dat betekent dat individueel personeel dus steeds meer klanten moet helpen, waardoor de apparaatskosten per klant dalen. De afgelopen jaren hebben we gezien dat dit in redelijke mate is gelukt door procesoptimalisatie (slimmere uitvoering) en automatisering. Deze verbetering lijkt echter eindig nu er niet wordt geïnvesteerd in innovatie. Op diverse plaatsen is te zien dat het niet laten meegroeien van het apparaat niet meer haalbaar lijkt ('de rek is eruit'). Als zou blijken dat het apparaat wel voor 100% moet meegroeien met de taak zou dit tot € 1,7 mln. extra lasten leiden. Dit risico treedt niet op in 2022. 500.000 Tijdens de coronacrisis heeft het Rijk diverse steunpakketten gelanceerd. Dit heeft geleid tot een oplopende staatsschuld. Conform begrotingsregels Europese Unie moet Nederland maatregelen nemen om dit tekort weer terug te brengen. Het kabinet is per het tweede kwartaal (per 1 april 2022) gestopt met het coronasteunpakket. Voorgaande kabinetten bleken na de verkiezingen eerdere toezeggingen niet na te komen en alsnog te komen met een aanvullend bezuinigingspakket. Deze kans lijkt met de huidige begrotingsregels ook voor het toekomstig Kabinet reëel. Dit risico treedt niet op in 2022.
1.600.000 Bij het vaststellen van de nader voorlopige budgetten is nog geen rekening gehouden met rijksbeleidseffecten en de loon- en prijsbijstellingen. De verwachting is dat een positief effect gaat hebben op de budgetten. Dit is als zodanig ook verwerkt in het op te halen tekort bij de gemeenten. Mocht deze positieve bijstelling toch niet plaats vinden zal het op te halen tekort met € 1,6 miljoen toenemen. De positieve bijstelling heeft bij de definitieve BUIGbudgetten 2022 niet plaatsgevonden. 225.000 De plannen van de gemeente Dordrecht voor de ontwikkeling van de Spuiboulevard hebben tot gevolg dat de Sociale Dienst Drechtsteden het huidige pand moet verlaten. De kosten van de nieuwe huisvesting zullen in ieder geval hoger zijn dan het huidige huurcontract, dat loopt tot en met het eerste kwartaal 2025. Er is in de kosten niet voorzien. Met de projectorganisatie van gemeente Dordrecht vindt overleg plaats over welke extra kosten er gemaakt moeten worden m.b.t. de voorbereiding op de huisvesting na het eerste kwartaal 2025 en waar deze kosten zullen landen. In 2022 zal er naar verwachting extra inzet moeten worden gepleegd in en aan het project van het Huis van stad en regio. Risico is afgevoerd: deze extra inzet kost in 2022 circa € 340.000, vanaf 2023 tot en met 2025 is de verwachting dat dit jaarlijks € 250.000 gaat kosten.
In 2022 kan dit bedrag opgevangen worden binnen de begroting. Voor de jaren daarna is dit onzeker. 2.750.000
45
5.3 BIJDRAGE PER GEMEENTE PER OPGAVE
Bestaanszekerheid versterken Inkomensondersteuning Budgetadvies en Schuldbemiddeling Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
Totaal
Zwijndrecht
Sliedrecht
Papendrecht
HardinxveldGiessendam
Dordrecht
H.I. Ambacht
bedragen x € 1.000
Alblasserdam
Bijdragen per gemeente per Opgave (t/m 2e Burap 2022)
8.927 96.214 4.329
8.551 13.051 12.370 28.248 171.690
5.680 58.163 2.435
5.102
7.821
7.625 17.919 104.743
5
70
2
5
9
8
18
118
133
921
114
157
216
224
336
2.100
Minimabeleid Apparaat Bestaanszekerheid versterken Ontwikkelen naar werk
1.691 19.159 1.133
1.946
2.727
2.491
5.216 34.363
1.417 17.900
645
1.342
2.279
2.023
4.760 30.366
2.352 31.846
426
1.797
3.129
3.729
6.977 50.254
WSW
1.341 18.520
889
1.644
2.293
3.445 28.132
Statushouders
50
287
25
73
79
62
110
686
Participatie
598
9.002
201
433
815
861
Inburgering Apparaat Ontwikkelen naar werk Zorgen voor ondersteuning
85
529
81
138
144
116
197
1.291
278
3.508
119
263
447
397
933
5.944