CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Tweede bestuursrapportage 2022 GR Sociaal.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 7 februari 2023, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 9: SOC – Zienswijzen gemeenschappelijke regelingen Sociaal19.162 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

2e Bestuursrapportage 2022 GR Sociaal

Versie 17 november 2022

INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE .....................................................................................................2 1 INLEIDING ...............................................................................................................3 2 SAMENVATTING .....................................................................................................4 3 RISICO'S ..................................................................................................................9 4 OPGAVEN SOCIALE DIENST ............................................................................... 11 4.1 BESTAANSZEKERHEID VERSTERKEN ................................................................................... 11 4.2 ONTWIKKELEN NAAR WERK.................................................................................................... 21 4.3 ZORGEN VOOR ONDERSTEUNING ......................................................................................... 29 4.4 BEDRIJFSVOERING ................................................................................................................... 34

5 FINANCIELE BIJLAGEN ....................................................................................... 41 5.1 BEGROTING NAAR TAAKVELDEN ........................................................................................... 41 5.2 RISICO'S TOTAAL ...................................................................................................................... 43 5.3 BIJDRAGE PER GEMEENTE PER OPGAVE ............................................................................ 46 5.4 BEGROTINGSWIJZIGINGEN ..................................................................................................... 47 5.5 DEKKING BEGROTINGSWIJZIGINGEN .................................................................................... 48 5.6 RESERVES ................................................................................................................................. 49 5.7 INVESTERINGEN ....................................................................................................................... 50

2

1 INLEIDING Twee keer per jaar wordt het Algemeen Bestuur geïnformeerd over de uitvoering van de begroting. Dit gebeurt met de 1e en 2e bestuursrapportage. Voor u ligt de 2e bestuursrapportage van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal over het jaar 2022. Deze 2e bestuursrapportage betreft de stand per 31 augustus 2022. In deze bestuursrapportage wordt op basis van de realisatie in die periode een jaarprognose gegeven. Verschillen tussen de jaarprognose en de vastgestelde begroting worden toegelicht. Waar in deze bestuursrapportage wordt verwezen naar de begroting 2022, wordt bedoeld de begroting zoals vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 13 oktober 2022 (1e bestuursrapportage 2022 GR Sociaal). In deze bestuursrapportage gaan wij in op de stand van zaken per opgave, waarbij wij onder andere aan zullen geven welke afwijkingen worden verwacht voor 2022. Waar een grote mate van zekerheid is dat verschillen werkelijkheid worden, wordt een voorstel gedaan om de begroting te wijzigen, of waar de begroting wijzigt als gevolg van genomen besluiten en gewijzigde Rijksbudgetten. Overigens is in deze bestuursrapportage geen sprake van beleidswijzigingen.

In het kader van de dit jaar van kracht geworden wijzigingen in de WGR is op 7 juli van dit jaar door het Algemeen Bestuur het verzoek gedaan om te verkennen wat de mogelijkheden zijn om toe te werken naar één bestuursrapportage per jaar in plaats van de op dit moment gebruikelijke twee rapportages per jaar. Immers, met de nieuwe wettelijk vereiste termijn voor zienswijzen (maximaal 12 weken), ontstaat de noodzaak om tot aanpassing te komen. In de loop van dit jaar wordt voorgesteld hoe tot aanpassing kan worden gekomen in samenhang en in samenwerking met de Drechtstedengemeenten en hun respectievelijke planning en controlcyclus. In de zienswijzen op de eerste bestuursrapportage is door meerdere gemeenten het verzoek gedaan om de resultaten en ontwikkelingen op gemeenteniveau inzichtelijk te maken. In deze tweede bestuursrapportage kunnen we nog niet aan dit verzoek voldoen. Om ervoor te zorgen dat we dit wel kunnen gaan doen, zullen we in de loop van 2023 met gemeenten in gesprek gaan om te komen tot aanvullende afspraken. Ondertussen staan de gemeentelijke dashboards al tot de beschikking van gemeenten. De nasleep van de Coronacrisis, de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis maakt dat in toenemende mate een beroep wordt gedaan op de GR Sociaal. Dit vraagt wendbaarheid van de organisatie.

In de afgelopen periode heeft de GR Sociaal steeds voortvarend het voortouw kunnen en mogen nemen. Deze wendbaarheid kan alleen maar, doordat de deelnemende gemeenten de ruimte daartoe hebben geboden.

3

2 SAMENVATTING Beleidsmatig Algemene ontwikkelingen Ook in de periode waar deze bestuursrapportage op terugkijkt, zien we dat er op internationaal, nationaal en regionaal/ lokaal niveau ontwikkelingen zijn die invloed hebben op inwoners in de Drechtsteden en de te leveren ondersteuning vanuit de GR Sociaal. De oorlog in Oekraïne en de effecten die dat heeft op de energieprijzen en daarmee ook de koopkracht en bestaanszekerheid van inwoners vraagt hierbij veel aandacht. Dit geldt ook voor de opvang van vluchtelingen en daaraan gekoppeld de steeds groeiende taakstellingen voor gemeenten met betrekking tot het huisvesten en laten inburgeren van deze groepen. Daarnaast staat de bestaanszekerheid van een deel van de inwoners verder onder druk door de huidige inflatiecijfers, waardoor de kosten voor vrijwel alle basisbehoeften stijgen. Niet voor niets heeft het kabinet met Prinsjesdag een ongekend pakket aan steunmaatregelen aangekondigd, waarvan de een belangrijke de stijging van het WML met 10% is. Tegelijkertijd is sprake van krapte op de arbeidsmarkt en kampen diverse sectoren met personeelstekorten. De zorgsector is er hier een van, dit is ook merkbaar in de Drechtsteden. Een andere al langer lopende ontwikkeling is de vergrijzing waardoor de vraag naar zorg juist zal toenemen komende jaren.

Het kabinet heeft hier aandacht voor met onder andere het programma Wonen en Zorg, het Integraal Zorgakkoord en het aangekondigde onderzoek naar de houdbaarheid van de Wmo. Vraag is hoe deze ontwikkelingen uitpakken voor gemeenten, want twee eerstgenoemde programma's versterken de beweging van meer zorg naar gemeenten eerder dan dat ze deze dempt. In het tweede kwartaal van dit jaar is door alle gemeenten een coalitieakkoord uitgewerkt. Voor wat betreft het sociaal domein zien we daarbij in de Drechtsteden de focus op het borgen en versterken van de bestaanszekerheid, de doorontwikkeling en versterking van de algemene voorzieningen en de herijkingen van de verordeningen rond de taken van de GR Sociaal. In deze bestuursrapportage beschrijven we per opgave welke ontwikkeling we zien in de (vraag naar) ondersteuning in de eerste acht maanden van dit jaar. Bovengenoemde ontwikkelingen hebben daar ook invloed op, al valt lang niet altijd hard te maken welk effect waardoor komt. Daarnaast speelde, met name in de eerste maanden van dit jaar, ook de contactbeperkende maatregelen rond corona een rol. Hieronder volgt per opgave in een paar zinnen het algemene beeld.

Bestaanszekerheid versterken Ondanks de hierboven genoemde maatschappelijke en economische trends, ontwikkelt het beroep op de voorzieningen van de opgave Bestaanszekerheid Versterken zich vooralsnog niet geheel conform verwachting. Het beroep op de minimavoorzieningen (m.u.v. de energietoeslag) is namelijk lager dan verwacht zou worden gezien de (dreigende) financiële nood bij steeds meer huishoudens. Wel is het bereik van de energietoeslag groter dan verwacht. Voor schuldhulpverlening zien we nog geen sterke stijging in het aantal aanmeldingen, wel tekent zich in de laatste maanden een eerste toename af. Dit geldt ook voor het aantal crisisgesprekken voor hulp bij dreigende huisuitzetting of afsluiting van energie. Het aantal aanmeldingen voor beschermingsbewind groeit gestaag, maar ook hier is nog geen sprake van een enorme toename. Voor wat betreft de bijstand zien we dat in de periode van januari 2022 t/m augustus 2022 het aantal bijstandsklanten met 2,3% is gedaald. De instroom laat een redelijk stabiele lijn zien en de uitstroomcijfers stijgen licht. Als deze daling zich in dezelfde lijn voortzet ligt het klantaantal eind december rond de 6.200 klanten. Dat is conform de bijgestelde prognose van de eerste bestuursrapportage. In het hoofdstuk ontwikkelen naar werk wordt toegelicht hoe deze aantallen zich verhouden tot de meest recente prognoses van het CPB.

Ontwikkelen naar werk Door de huidige krapte op de arbeidsmarkt loopt de instroom in de bijstand terug. Ook de uitstroom loopt terug. Dit heeft te maken met het feit dat in de huidige arbeidsmarkt inwoners met een korte afstand tot de arbeidsmarkt nauwelijks of niet instromen, doordat ze zelf snel een baan vinden of snel aan het werk geholpen konden worden. De groep inwoners die nog wel een beroep op de bijstand doet, heeft een wat grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Daarbij zien wij ook dat de toegenomen

4

onrust rond de energie- en koopkrachtontwikkelingen leidt tot meer instabiliteit en stress bij de klanten. We zien dat de complexiteit van de problematiek van deze groep toeneemt. Deze verzwaring van de problematiek maakt een verdere aanpassing van de dienstverlening (o.a. de methodieken en het huidige instrumentarium) op het vlak van ontwikkelen naar werk noodzakelijk. Momenteel leggen we daarbij de focus vooral op de aanpassing t.a.v. specifieke doelgroepen binnen het klantenbestand. Door middel van nadere analyses worden momenteel voorbereidingen getroffen voor het traject van de Herijking Verordening Participatiewet, waarbij wij de processen binnen de SDD evalueren. Zorgen voor ondersteuning De verwachting voor de opgave Zorgen voor ondersteuning is dat we in 2022 binnen de begroting blijven. De vraag naar ondersteuning ontwikkelt zich in grote lijnen conform verwachting. De krapte op de arbeidsmarkt uit zich in deze opgave in wachttijden. Met name voor huishoudelijke ondersteuning zijn de wachttijden bij sommige aanbieders opgelopen tot 10 weken. Ook bij het collectief vervoer zien we dat mensen langer op een rit moeten wachten dan de bedoeling is door een groter wordend tekort aan personeel en drukte op de weg. Tevens zien we dat de ondersteuning in sommige gevallen ook duurder wordt door stijging van de prijzen.

Dit is het geval voor bijvoorbeeld hulpmiddelen en woningaanpassingen. Stroomlijn heeft recent de aanbesteding voor vervoer afgerond en ook daar zien we dat de geoffreerde tarieven flink hoger zijn dan de huidige tarieven. We constateren dat de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt ook de prestaties voor de opgave Zorgen voor Ondersteuning onder druk zet. Vanuit de GR Sociaal zetten we binnen onze verantwoordelijkheid vol in op het zorgen voor tijdige, passende en kwalitatief goede ondersteuning. Echter, om aan deze ontwikkeling, gecombineerd met de blijvend toenemende vraag in verband met vergrijzing, het hoofd te bieden is een andere manier van kijken en innoveren nodig. Het is wenselijk om hier meerdere perspectieven en verantwoordelijkheden bij te betrekken. Voor de korte tot middellange termijn is de verwachting dat er sprake blijft van schaarste. In het hoofdstuk Zorgen voor Ondersteuning staat beschreven welke acties we hier op ondernemen. Voor het vraagstuk hoe om te gaan met de schaarste die ontstaat wanneer de huidige trends zich voortzetten is een bestuurlijke dialoog nodig. Dit zullen we initiëren. Bedrijfsvoering Drie belangrijke ontwikkelingen binnen het onderdeel bedrijfsvoering zijn de huisvesting in het 'Huis van Stad en Regio, ICT en de integratie met Drechtwerk.

We constateren dat in 2022, net als in 2021, veel extra werk is verzet door de medewerkers van de GR Sociaal en daarnaast de reguliere dienstverlening is geboden en verder wordt ontwikkeld. We verwachten dat, gezien alle aangekondigde maatregelen vanuit het kabinet ook de komende periode een roerige periode zal zijn. De krapte in de arbeidsmarkt is ook merkbaar in het sociaal domein, waardoor de druk op medewerkers hoog zal blijven. We vinden het belangrijk dat er sprake blijft van een goede balans tussen noodzaak, ambitie en haalbaarheid.

Financieel beeld Deze 2e bestuursrapportage 2022 GR Sociaal leidt tot een wijziging (stijging) van de bijdragen voor gemeenten. Voor een belangrijk deel betreft het een éénmalige stijging, omdat de GR Sociaal de regeling voor de Energietoeslag uitvoert. Met de uitvoering is een extra bedrag van € 11,6 mln. gemoeid (hier staat een Rijksvergoeding van € 8,4 mln. tegenover) ten opzichte van de eerste burap. De kosten van de reguliere dienstverlening stijgen bij deze bestuursrapportage met € 1,4 mln. (hier staat een Rijksvergoeding van € 1,0 mln. tegenover). Het financieel effect voor gemeenten bedraagt bij deze bestuursrapportage per saldo € 3,5 mln. In de tabel hieronder worden, per opgave en per product, de begrotingswijzigingen in kaart gebracht. De belangrijkste afwijkingen mét financieel effect voor gemeenten worden vervolgens kort toegelicht.

5

Opgaven

2e Burap

Geactualiseerde begroting

Afwijking

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

154.329

169.469

15.139

166.805

182.119

15.314

12.476

12.651

175

15.431

30.517

15.085

15.257

30.517

15.260

-175

0

175

118

118

0

118

118

0

0

0

0

Inkomensondersteuning

113.157

113.211

54

114.247

114.301

54

1.091

1.091

0

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

2.100

2.100

0

2.100

2.100

0

0

0

0

Minimabeleid

23.523

23.523

0

35.083

35.083

0

11.560

11.560

0

Ontwikkelen naar werk

45.337

51.861

6.524

45.660

52.230

6.570

323

369

46

Apparaat Ontwikkelen naar werk

10.337

7.122

-3.214

10.477

7.287

-3.190

141

165

24

Inburgering

1.291

1.291

0

1.291

1.291

0

0

0

0

Participatie

6.199

15.657

9.458

5.355

14.835

9.480

-844

-822

22

406

686

280

406

686

280

0

0

0

WSW

27.105

27.105

0

28.132

28.132

0

1.027

1.027

0

Zorgen voor ondersteuning

76.697

75.932

-765

76.010

75.245

-765

-687

-687

0

7.451

6.686

-765

7.451

6.686

-765

0

0

0

29.155

29.155

0

29.155

29.155

0

0

0

0

Huishoudelijke ondersteuning

26.420

26.420

0

25.454

25.454

0

-966

-966

0

Hulpmiddelen

5.101

5.101

0

5.380

5.380

0

279

279

0

Vervoer

8.570

8.570

0

8.570

8.570

0

0

0

0

Overhead

22.115

771

-21.344

22.336

771

-21.565

221

0

-221

Apparaat Overhead

22.115

771

-21.344

22.336

771

-21.565

221

0

-221

Programmareserves

0

446

446

0

446

446

0

0

0

Algemene dekkingsmiddelen

0

446

446

0

446

446

0

0

0

298.479

298.479

0

310.812

310.812

0

12.333

12.333

0

Bestaanszekerheid versterken Apparaat Bestaanszekerheid versterken Budgetadvies en Schuldbemiddeling

Statushouders

Apparaat Zorgen voor ondersteuning Begeleiding en kortdurend verblijf

Totaal Bedragen x € 1.000

Toelichting: Bestaanszekerheid versterken De Energietoeslag is als nieuwe eenmalige vorm van categoriale bijstand per 1 april 2022 ingevoerd. Het budget dat door het Rijk voor de Drechtsteden beschikbaar wordt gesteld is € 21,3 miljoen (op basis van septembercirculaire 2022) en is inclusief de uitvoeringskosten. Aangezien de Drechtsteden bij de toekenning van de energietoeslag een ruimere doelgroep hebben gekozen dan waarvoor het Rijk budget beschikbaar heeft gesteld (AB GRS 8 september 2022), zullen de kosten naar verwachting € 24,5 bedragen. In het Algemeen Bestuur van 13 oktober 2022 is besloten om voor de Energietoeslag de verdeelsleutel te baseren op de verhouding van de inkomsten uit het Rijksbudget dat gemeenten voor de energietoeslag ontvangen. Als een gemeente individueel afwijkt van het voorgestelde bedrag zal dit per gemeente worden verrekend.

6

De kosten van de reguliere dienstverlening binnen Bestaanszekerheid versterken stijgen bij deze bestuursrapportage met circa € 1,9 mln. Deze stijging is het is het saldo van hogere bijstandslasten als gevolg van een hogere gemiddelde prijs uitkeringen (€ 1,1 mln.), hogere terugvordering debiteuren (€ 0,8 mln.) én het uitkomen van het risico 'Ontwikkelen macrobudget' ter grootte van € 1,6 mln. (zie 1e bestuursrapportage 2022 GRS). Per saldo stijgen de kosten bij Bestaanszekerheid versterken in totaal met € 13,4 mln. Hiervan heeft € 11,6 mln. betrekking op de Energietoeslag. Hier staat een Rijksvergoeding van € 8,4 mln. tegenover. De meerkosten ten opzichte van het beschikbaar gestelde Rijksbudget bedragen naar verwachting afgerond € 3,1 miljoen. Door gemeenten is in zienswijzen op de begroting ca. gevraagd inzicht te blijven geven in de ontwikkeling van de BUIG. Immers tegenover de kostenontwikkeling staat, voor de gemeenten, de ontwikkeling van de BUIG-budgetten die voor de financiering van de kosten moeten worden ingezet. Daar waar we bij de eerste bestuursrapportage een positieve bijstelling van het budget (i.v.m. effecten Rijksbeleid) verwachtten, heeft echter een neerwaartse bijstelling plaatsgevonden. Voor wat betreft de loon- en prijsbijstelling heeft de verwachte opwaartse bijstelling wél plaatsgevonden maar wordt dus weer tenietgedaan door andere ontwikkelingen.

Per saldo laten de definitieve budgetten 2022 op regionaal niveau een daling zien van € 0,8 miljoen ten opzichte van de nader voorlopige budgetten. Deze daling is te verdelen in € 0,9 miljoen daling Budget bijstandsuitkeringen en € 0,1 miljoen stijging LKS-budget. De daling van het Budget bijstandsuitkeringen is vooral het gevolg van een nieuwe werkloosheidsraming CPB, een lager gerealiseerd volume in 2021 en een loon- en prijsbijstelling. Voor wat betreft de LKS wijzigt er nagenoeg niks ten opzichte van de eerste bestuursrapportage 2022. Per saldo is de LKS voor 2022 nagenoeg gelijk. De prognose van het LKS-budget komt uit op € 7,2 miljoen. De geprognosticeerde lasten (op basis van realisatie) komen eveneens uit € 7,2 miljoen. Bij deze bestuursrapportage neemt het geprognosticeerde tekort op de BUIG-budgetten voor gemeenten neemt toe naar € 6,1 mln. (tekort 1e bestuursrapportage 2022 was € 5,1 mln.). Ontwikkelen naar werk Bij participatie is er een onderbesteding van de middelen waardoor er bij deze bestuursrapportage € 1 mln. terugbetaald wordt aan gemeenten. De voornaamste reden is dat er extra budgetten in 2022 beschikbaar zijn gesteld waar een deel van de inzet uit gefinancierd kan worden, zodat reguliere middelen voor een gedeelte terug kunnen vloeien. De baten bij de Wsw worden verhoogd met € 1,0 mln. en zijn gebaseerd op de septembercirculaire 2022.

Voor de gemeenten is dit budgettair neutraal. Conform de financieringsafspraken wordt het bedrag één-op-één doorgestort naar de GR Drechtwerk. Zorgen voor ondersteuning De verwachting voor de opgave Zorgen voor ondersteuning is dat we in 2022 binnen de begroting blijven. Met name de prognose huishoudelijke ondersteuning laat een onderbenutting zien van ongeveer € 1 mln. Daarnaast houden we rekening met ongeveer € 0,3 mln. aan hogere lasten voor de hulpmiddelen (met name de woonvoorzieningen) en blijft naar verwachting de opbrengst eigen bijdragen van de Drechthopper ongeveer € 0,2 mln. achter op de begroting. Per saldo bedraagt het financiële effect op de Wmo bij deze 2e bestuursrapportage € 0,5 mln. positief voor gemeenten. Apparaatskosten De geraamde apparaatskosten bedragen in totaal € 55,5 mln. De verwachting is dat we per saldo binnen dit begrotingsbedrag blijven.

7

Aansluiting begrotingswijzigingen en gemeentelijke bijdragen (bedragen x € 1.000) Begrotingswijziging 2e burap 2022:

12.333

Af: Bijdragen derden

950-

Bij: Verwerkt als risico 1e burap 2022

1.600 650

Stijging gemeentelijke bijdragen *) Zie ook bijlage 5.5.

12.983 *

Financiële afwijkingen bijdragen gemeenten: - Bestaanszekerheid versterken € 13,4 mln. - Ontwikkelen naar werk - Zorgen voor ondersteuning € 0,5 mln.-/- Apparaatskosten Totaal hogere bijdragen gem. € 12,9 mln. De gemeentelijke bijdragen stijgen met € 12,9 mln. ten opzichte van 1e bestuursrapportage 2022. Hiervan wordt circa € 9,4 mln. door het Rijk gecompenseerd. Het financieel effect voor gemeenten bedraagt per saldo € 3,5 mln. Voor een uitgebreidere beschrijving van de opgaven én een uitgebreidere analyse per opgave, verwijzen wij u naar hoofdstuk 4 'Opgaven Sociale Dienst'.

Risicobeheersing Een goede sturing op en beheersing van risico's draagt bij aan het vertrouwen en comfort dat de GRS aan de deelnemende gemeenten biedt. In elk van de P&C-documenten wordt een actuele inventarisatie van risico's en kansen opgenomen. Uitgangspunt is dat het weerstandsvermogen voor de risico's bij de GRS wordt georganiseerd bij de deelnemende gemeenten (Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen). De GRS beschikt zelf niet over weerstandsvermogen in de vorm van reserves, behalve dan de algemene reserve. Overigens zijn er wel reserves maar deze zijn leeg. Dit betekent dat bij overschotten de overblijvende middelen terugvloeien naar de gemeenten. Bij tekorten of negatieve exploitatieresultaten volgt een aanvullende gemeentelijke bijdrage. Overigens blijft, in bijzondere situaties, de mogelijkheid van reservevorming bestaan, maar dan niet als onderdeel van het organiseren van weerstandsvermogen.

Overige (financiële) ontwikkelingen Verbonden partijen Als rechtsopvolger van de GR Drechtsteden is de GR Sociaal aandeelhouder in een aantal vennootschappen. Twee van deze partijen, te weten Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Innovation Quarter BV en de Stichting Administratiekantoor Breedband zijn niet actief in het Sociaal Domein. Om die reden heeft het Algemeen Bestuur 7 april 2022 besloten tot de overdracht van de aandelen van InnovationQuarter BV en van de certificaten van aandelen uitgegeven door Breedband aan gemeente Dordrecht. Dat betekent dat deelname in deze verbonden partijen is beëindigd. De overdracht is tegen de waardering op de balans per 31 december 2021, en daarmee voor de GR Sociaal financieel neutraal. Onze externe accountant heeft aangegeven dat ze bij de overdracht ook geen aanleiding ziet voor herwaardering.

8

3 RISICO'S Nieuwe en gewijzigde risico's In dit hoofdstuk zijn nieuwe en gewijzigde risico's en kansen opgenomen die een materiële invloed op de financiële positie voor het jaar 2022 kunnen hebben, maar onvoldoende zeker zijn om in de begroting op te nemen. Onderstaande tabel geeft informatie over de risico's 2022 van de GRS. In de tweede kolom is de kans waarop een risico zich kan voordoen weergegeven. Indien de kans groot is, dan is de kans dat een risico zich voordoet 70%-100%, 40%-70% bij een gemiddelde kans, 20%-40% bij een kleine kans en <20% bij een zeer kleine kans. In bijlage 5.2 is een totaal overzicht opgenomen van de risico's bij deze bestuursrapportage. Omschrijving

Kans

Totale Impact (€) Toelichting omvang (€)

Bestandsontwikkeling inkomensondersteuning

Matig (25%)

-200.000

Integratie Drechtwerk

Matig (25%)

200.000

Arbeidsontwikkeling

p.m.

Energielasten huisvesting

Gemiddeld (50%)

100.000

Energietoeslag

Gemiddeld (50%)

870.000

-50.000 De prognose is dat eind 2022 het aantal bijstandsgerechtigden maximaal 6.200 zal zijn. Dit wijkt af van de prognose van het CPB (6.100). Blijkt dat door een meevallende (plaatselijke) conjunctuur op het eind van het jaar er 50 bijstandsgerechtigden minder te zijn is er een kans van € 200.000. 50.000 Voor de integratie tussen GR Drechtwerk en GR Sociaal is eerder een bedrag van € 400.000 genoemd voor mogelijke kosten. Ingeschat wordt dat er nog maximaal € 50.000 nodig is. Het kan zijn dat door onvoorziene omstandigheden toch een hoger bedrag nodig is. Door krapte op de arbeidsmarkt is het lastig om (goed opgeleid en ervaren) personeel te werven. Ook bij de SDD staan vacatures lang open. De schaarste op de arbeidsmarkt zal op korte termijn niet direct een knelpunt zijn bij de kwaliteit van dienstverlening aan de klanten van de SDD. Op langere termijn kan dat echter wel het geval zijn. De SDD doet allerlei inspanningen om goed personeel te werven en te behouden. 50.000 De energieprijzen voor 2022 zijn fors gestegen sinds het opstellen van de begroting 2022. Van de volgende aspecten zijn de financiële effecten onzeker. Wij hadden een contract voor gas met energieleverancier Gazprom. Vanwege de economische sancties tegen Rusland is dit contract tussentijds beëindigd.

Wij dienen het resterende gasverbruik voor 2022 in te kopen tegen actuele marktprijzen, wat naar verwachting zal leiden tot hogere energielasten. Door de relatief zachte winter begin 2022 is de verwachte stijging van energielasten (gas) tot nu toe enigszins beperkt. Het verbruik in 2022, mede afhankelijk van weersinvloeden, heeft invloed op de uiteindelijke financiële effecten dit jaar. De werkelijke omvang van de gestegen energielasten is afhankelijk van bovengenoemde onzekerheden en zal een financieel effect hebben op het jaarrekeningresultaat. 435.000 Voor de Energietoeslag is er landelijk € 1,4 miljard beschikbaar gesteld. Voor de Drechtsteden is er in totaal circa € 21,3 budget beschikbaar gesteld. Aangezien de Drechtsteden bij de toekenning van de energietoeslag voor een ruimere doelgroep hebben gekozen dan waarvoor het Rijk middelen beschikbaar heeft gesteld en het bereik hoger ligt dan verwacht, zullen de uitgaven energietoeslag naar verwachting € 24,5 miljoen bedragen. Deze uitgaven zijn gebaseerd op een prognose waarbij een inschatting is gemaakt van de nog te ontvangen en af te handelen aanvragen. De overschrijding ten opzichte van het beschikbaar gestelde budget bedraagt € 3,1 miljoen. Bij de verwachte aantal aanvragen is niet uitgegaan van 100% bereik. Het verschil tussen de begrote uitgaven en de uitgaven bij een bereik van 100% is het vermelde risico.

9

Ontwikkeling macrobudget n.a.v. aflopen Bbz-light

Totaal

Gemiddeld (50%)

-400.000

-200.000 De uitgaven Bbz zijn in het eerste kwartaal fors hoger door de ondersteunende maatregel Bbz-light (i.v.m. wegvallen Tozo). Deze maatregel is per 1 april jl. komen te vervallen. In hoeverre dit nog naijlt is lastig aan te geven. Daarnaast is het moeilijk te voorspellen wat voor een effect de te verwachten faillissementen hebben op eventuele aanvragen Bbz. Zijn er verder geen nakomende kosten Bbzlight en blijken de faillissementen mee te vallen is er een kans van € 400.000. 285.000

10

4 OPGAVEN SOCIALE DIENST Algemeen Wij willen dat inwoners van de Drechtsteden zelfstandig kunnen wonen, werken en samenleven. Als dat op eigen kracht of met hulp van de omgeving niet lukt, dan ondersteunen we. Om dat te bereiken werken we samen met gemeenten, hulpverleners en andere sociaal-maatschappelijke partners. We bieden ondersteuning om mensen met een beperking of gezondheidsproblemen langer zelfstandig te kunnen laten wonen en te laten meedoen in de samenleving. We geven advies en ondersteuning bij het ontwikkelen naar en het vinden van werk. Werkgevers worden door ons ontzorgd; we werken met hen samen, adviseren en ondersteunen hen en bieden financiële compensatie voor de inzet die nodig is om onze doelgroep aan het werk te helpen en te houden. Als mensen niet in hun eigen inkomen kunnen voorzien, verstrekken we een bijstandsuitkering. Mensen met financiële problemen krijgen budgetadvies en er wordt schuldhulpverlening geboden.

4.1 BESTAANSZEKERHEID VERSTERKEN Wat willen wij bereiken? Obstakels voor bestaanszekerheid wegnemen Stabiliteit bieden en bevorderen Inwoners eerder en beter bereiken Binnen de opgave "bestaanszekerheid versterken" staan de drie bovenstaande ambities centraal. We bieden inwoners (inkomens)ondersteuning in de vorm van algemene bijstand en minimavoorzieningen en nemen daarmee een aantal financiële obstakels weg, waardoor het perspectief op bestaanszekerheid voor deze inwoners wordt versterkt. Inwoners worden daarnaast geholpen met hun schulden en gecoacht in het versterken van hun financiële zelfredzaamheid. De inzet is daarbij gericht op het zo vroeg mogelijk signaleren, stabiliseren en oplossen van schulden en het creëren van een duurzaam beheersbare en stabiele financiële situatie voor onze inwoners. Naast bovenstaande ambities is een aantal kwantitatieve doelstellingen (dan wel aannames) geformuleerd die zijn opgenomen in (dan wel ten grondslag hebben gelegen aan) de primaire begroting 2022. Aangezien deze doelstellingen/aannames nog waren gebaseerd op een economische situatie voorafgaand aan de huidige met ongekende inflatie en koopkrachtdaling, wordt aan de hand van het onderstaande overzicht bezien in hoeverre zij nog actueel zijn of tot aanpassing van de begroting aanleiding geven.

Inkomensvoorziening Stand 1/1/22 Stand 30/4/22 Stand 31/8/22 Prognose 2022 Algemene bijstand 6.433 6.344 6.281 6.200* *Bij deze tweede bestuursrapportage 2022 houden we vast aan de eindstand zoals geprognosticeerd bij de eerste bestuursrapportage 2022. Daarmee wijken we af van de prognose van CPB (Macro Economische Verkenning 2023) die een daling van ongeveer 5% voorspelt. Deze voorspelling is volgens ons niet reëel. In de opgave Ontwikkelen naar Werk lichten we dit toe.

11

Minimabeleid Bijz. bijstand Bijz. bijstand PMB Bijz. bijstand Bewind SMS-kinderfonds SUN CZM minima CZM CZG

Prim. begroting 22 Aannames 1.710 5.316 2.200 5.146 250 4.041 6.762

Schuldhulpverlening Budgetbeheer en schuldregeling Aantal nieuwe (gestarte) trajecten (doelstelling 1200 per jaar) Wachttijd (doelstelling 95%) Slagingspercentage Schuldregelen ( doelstelling 85%) Slagingspercentage Stabilisatie (doelstelling 75%) Resultaat vroegsignalering ABS (doelstelling 35%) Resultaat vroegsignalering P-wet (doelstelling 35%) Bewindvoering (regeling 50) Aantal nieuwe (gestarte) trajecten (doelstelling 125)

Stand 1/9/22

Prognose 2022

1.231 3.283 1.934 4.250 167 3.799 6.279

1.640 5.316 2.120 5.114 250 3.799 6.279

Stand 1/9/22

Prognose 22

903

Cf. doelstelling

100% 96%

Cf. doelstelling Cf. doelstelling

92% 65% 65%

Cf. doelstelling Cf. doelstelling Cf. doelstelling

78*

blijft iets achter op doelstelling

Wat hebben wij hiervoor gedaan? Algemeen beeld economische ontwikkelingen: De Troonrede 2022 opende met de constatering dat we leven in een tijd van tegenstrijdigheden en onzekerheid. Zo is het volgens de Troonrede onder meer tegenstrijdig dat bestaanszekerheden onder druk staan en armoede toeneemt in een periode van economische groei en lage werkloosheid. Dat tegen een achtergrond van onzekere economische omstandigheden en onduidelijke gevolgen voor de ontwikkeling van de koopkracht. De inflatie in Nederland heeft inmiddels een recordhoogte bereikt. Vooral de snel en exorbitant gestegen energieprijzen raken steeds meer huishoudens in de portemonnee nu veel vaste energiecontracten aflopen en worden omgezet naar een hoog variabel tarief. Maar ook de prijzen van consumentengoederen stijgen snel. Dit remt de economische groei uit de eerste kwartalen van 2022, hoewel die voor 2022 als geheel naar verwachting nog positief uitpakt. Als gevolg van de hoge inflatie en daarbij achterblijvende loonstijging daalt de koopkracht in 2022 volgens het CPB met een doorsnee van 6,8% (in de basisraming). Dit is een gemiddelde waarbij geen rekening wordt gehouden met verschillen tussen huishoudens. De financiële impact van de dalende koopkracht is immers sterk afhankelijk van het inkomen en de specifieke omstandigheden van het huishouden.

De sterke stijging van de vaste en noodzakelijke kosten voor het bestaan overstijgt inmiddels de aannames uit het donkerste scenario van de "Stresstest kosten van levensonderhoud" van het Centraal Planbureau uit juni 2022. De prognose in geval van het donkerste scenario was dat in 2023 bijna 1,2 miljoen huishoudens betalingsproblemen zouden kunnen gaan ondervinden. De effecten hiervan worden thans steeds meer zichtbaar in onze samenleving. De acute nood waarin steeds meer huishoudens verkeren of op af stevenen is voor het kabinet aanleiding geweest om in de Miljoenennota een ongekend zwaar steunpakket aan koopkrachtmaatregelen te presenteren. In hoeverre deze maatregelen het tij (tijdig) weten te keren, blijft – gezien de uiterst instabiele situatie in de wereld en de economische gevolgen daarvan – vooralsnog met veel onzekerheden omgeven.

12

Het CPB heeft op verzoek van de Tweede Kamer op basis van de Miljoenennota een nieuwe stresstest "Kosten van levensonderhoud" uitgevoerd. De test laat zien dat het (tijdelijk) beleid uit de Miljoenennota in 2023 in doorsnee leidt tot ruim 3% meer koopkracht (ten opzichte van de eerder genoemde -/- 6,8% in 2022), een afname van armoede en van huishoudens met betalingsproblemen. Het koopkrachtpakket geeft vooral huishoudens met de laagste inkomens tijdelijk verlichting. Overigens is het CPB nog niet in de gelegenheid geweest om het lastminute toegevoegde prijsplafond voor energie door te rekenen, dit zal nog een extra positief koopkracht effect teweegbrengen. Echter, de stresstest laat ook zien dat niet iedereen wordt bereikt en dat vooral huishoudens met een groot energieverbruik en een inkomen net boven het sociaal minimum risico lopen op financiële problemen. Daarnaast gaat het grotendeels om tijdelijk beleid, hetgeen betekent dat als na 2023 de energieprijzen en inflatie nog hoog zullen blijven, de armoede bij ongewijzigd beleid weer zal stijgen en de koopkracht weer zal dalen. Bovendien is en blijft de economische situatie uiterst onzeker en kunnen de aannames waarmee het CPB heeft gerekend snel weer achterhaald zijn.

Algemeen beeld ontwikkelingen Bestaanszekerheid Versterken Het beroep op de voorzieningen van de Opgave Bestaanszekerheid Versterken zich vooralsnog niet geheel conform verwachting. Het beroep op de minimavoorzieningen (m.u.v. de energietoeslag) is namelijk lager dan verwacht zou worden gezien de (dreigende) financiële nood bij steeds meer huishoudens. De energietoeslag is nu, gezien het bereik van de regeling, de meest succesvolle minimaregeling. Ook voor wat betreft schuldhulpverlening is er nog geen sterke stijging te zien in het aantal aanmeldingen, wel tekent zich in de laatste maanden een eerste toename af. Inkomensvoorzieningen Instroom P-wet In onderstaande grafiek is de werkelijke ontwikkeling te zien van de bijstandsklanten van januari 2020 t/m augustus 2022. Als eindstand houden we vast aan de prognose van 6.200. Hiermee wijken we af van de meest recente raming van het CPB (voor een toelichting hierop verwijzen we naar de opgave Ontwikkelen naar Werk).

In de periode van januari 2022 t/m augustus 2022 heeft er een daling plaats gevonden in het aantal bijstandsklanten van 2,3%. Als deze daling zich in dezelfde lijn voortzet ligt het klantaantal eind december rond de 6.200 klanten. De instroom laat een redelijk stabiele lijn zien van rond de 80 klanten per maand. Bij de uitstroomcijfers is een lichte stijging te zien, wat de daling in het klantenbestand verklaart. De instroom van statushouders t/m augustus 2022 is in lijn met de instroomcijfers van 2020 en 2021. Echter, de verwachting is dat dit aantal de komende tijd aanzienlijk gaat stijgen. In bestuurlijke afspraken rond de asielopvang wordt landelijk voor de huisvestingstaakstelling voor de eerste helft 2023 rekening gehouden met een bandbreedte van tussen de 20.400 en 23.900 statushouders. T.o.v.

13

de taakstelling van de tweede helft 2022 (13.500) zou dit een stijging van instroom statushouders betekenen van rond de 64%. Tozo/ Bbz-light/ Bbz Zoals beschreven in de 1e burap 2022, zijn alle Tozo aanvragen afgehandeld in april 2022. Wel zijn er nog circa 1000 klanten met een openstaande vordering voor de Tozo met een totale waarde van ruim € 2,7 miljoen (stand 19 september 2022). Klanten worden actief benaderd om een betalingsregeling te treffen en als de situatie hierom vraagt wordt uitstel van betaling verleend. Als tijdelijke opvolger van Tozo is voor de periode van 1 oktober tot en met maart 2022 een lightversie van het Bbz ingevoerd. Alle aanvragen voor de Bbz-light regeling zijn inmiddels afgerond, zie de cijfers in onderstaande tabel. Bbz-light

Aanvragen

Toegekend

Openstaand

1/9/2022

443

351

0

Er heeft een doorstroom plaatsgevonden van ondernemers die gebruik maakten van de Tozo 5 en vervolgens aanspraak maakten op de Bbz-light. Het moet nog blijken of dit resulteert in een stijging van het aantal Bbz klanten, of dat deze stijging uitblijft. Dit hangt mede af van of de aankomende landelijke maatregelen t.a.v. hoge energiekosten en inflatie toereikend zijn voor ondernemers die kampen met financiële problemen. Leefgeld Oekraïners Sinds 1 april is de Rijksregeling opvang Ontheemden Oekraïne in uitvoering. Met deze regeling wordt het leefgeld voor Oekraïense vluchtelingen geregeld. De SDD voert de leefgeldregeling voor de zeven Drechtstedengemeenten uit. Binnen de Drechtsteden zijn er 1076 Oekraïners met een bankrekening waarop leefgeld wordt uitgekeerd (stand 15 augustus 2022). Hiervan bevinden 848 Oekraïners zich in een centrale opvang en 228 Oekraïners in particuliere opvang. De bankrekeningen zijn gekoppeld aan Oekraïners die ook minderjarige kinderen van leefgeld voorzien via die rekeningen. Verklaring van de afwijking Niet van toepassing.

Minimabeleid De verwachting dat de lichte onderbenutting in het eerste kwartaal gedurende het jaar zou kantelen, mede vanwege de sterke stijging van de energieprijzen, is niet uitgekomen. De onderbenutting is juist toegenomen. Bij de individuele bijzondere bijstand is bijna op alle onderdelen sprake van een afname ten opzichte van 2021. Bij Stichting Leergeld blijven de uitgaven ten behoeve van het SMSKinderfonds ook achter op de begroting. Bij het persoonlijk minimabudget is sprake van een lichte groei, hoewel het aantal niet-uitkeringsgerechtigden dat het persoonlijk minimabudget ontvangt is gedaald in vergelijking met vorig jaar. We constateren dat de (dreigende) financiële nood bij steeds meer huishoudens vooralsnog niet heeft geleid tot een hoger beroep op de reguliere minimavoorzieningen, met uitzondering van de energietoeslag. Er wordt echter rekening mee gehouden dat er een groep inwoners is voor wie het even duurt voordat de problemen zich ophopen en zij zich melden of op een andere manier in beeld komen. Om meer inwoners te wijzen op de verschillende minimaregelingen en de mogelijke hulp bij financiën en (dreigende) schuldenproblematiek wordt er een regionale communicatiecampagne opgezet met als doel inwoners (vroeg)tijdiger te bereiken en aan te zetten tot het zoeken van hulp. Dit wordt op dit moment nog uitgewerkt.

Er wordt ingezet op een kernboodschap die duurzaam is in te zetten en waar mogelijk zal aansluiting worden gezocht met wat er lokaal gebeurt. Voor een aanzienlijk deel van de minimadoelgroep geldt dat in het tweede of derde kwartaal de energietoeslag is ontvangen. De eenmalige energietoeslag is als nieuwe vorm van categoriale bijzondere bijstand in april 2022 ingevoerd. De energietoeslag is zonder aanvraag toegekend aan de

14

inwoners waarvan bij de SDD bekend is dat deze tot de doelgroep behoren, zoals de bijstandsklanten. Voor de inwoners die de energietoeslag niet op deze zogenoemde 'ambtshalve' wijze toegekend hebben gekregen, staat de mogelijkheid open om de energietoeslag aan te vragen. Inwoners komen bij een inkomen tot 120% WSM in aanmerking voor € 800 en bij een inkomen tussen 120-130% WSM voor € 600. In het derde kwartaal heeft het Rijk extra budget beschikbaar gesteld voor een verhoging van de energietoeslag met € 500 en deze is reeds uitbetaald aan de inwoners die eerder de € 800 hebben ontvangen. De Drechtsteden hebben in hun beleid voor het verstrekken van de energietoeslag een ruimere doelgroep gekozen (inkomens tot 130% WSM) dan waarmee het kabinet rekening hield bij het vaststellen van het budget (inkomens tot 120% WSM). In de eerste burap is het voorstel opgenomen om een eventuele overschrijding te bekostigen uit de onderbenutting van de TONK-middelen in 2021 en is een financieel risico opgenomen. De aanvraagprocedure voor de energietoeslag is sinds april 2022 opengesteld voor inwoners die geen ambtshalve toekenning hebben ontvangen. Op 1 september 2022 was de energietoeslag in totaal 13.876 keer toegekend. Van de 19.400 huishoudens met een inkomen tot 130% WSM had op 1 september 72% de energietoeslag op aanvraag of ambtshalve toegekend gekregen.

Op basis van het aantal ingediende maar nog af te handelen aanvragen en het aantal aanvragen dat nog wordt verwacht in de periode tot 31 december, is de verwachting dat het uiteindelijke bereik boven de 90% zal uitkomen. Inmiddels heeft het Rijk aangekondigd dat er ook middelen beschikbaar worden gesteld voor een energietoeslag 2023. We zullen begin 2023 met een nieuw voorstel komen om de kaders opnieuw vast te stellen.

Energietoeslag 1/9/2022

Toegekende aanvragen 4.774

Ambtshalve toegekend (zonder aanvraag) 9.102

Totaal toegekend 13.876

Verklaring van de afwijking Er is sprake van een overschrijding van het budget van de eenmalige energietoeslag doordat is gekozen voor een ruimere doelgroep dan waarmee het Ministerie rekening hield bij het vaststellen van het budget. Deze overschrijding kan worden gedekt uit de daarvoor gereserveerde TONK-middelen. De energietoeslag zal niet voor alle inwoners voldoende zijn om de verhoogde energielasten van te betalen. Ook van de andere maatregelen van het Rijk, zoals het prijzenplafond, wordt niet verwacht dat deze toereikend zijn voor de energiekosten van inwoners in 2022. Het vormt een financieel risico dat dit gaat leiden tot een hoger beroep op individuele bijzondere bijstand. Met de wetswijziging die de energietoeslag mogelijk maakt, is namelijk ook de wettelijke ruimte geschapen voor het verstrekken van individuele bijzondere bijstand voor de verhoogde energiekosten. Een mogelijk fors beroep op dit vangnet impliceert niet alleen hogere apparaatskosten (want de afhandeling vergt individuele toetsing van recht en noodzaak, gebaseerd op werkelijke uitgaven), maar ook hogere programmakosten. Vooralsnog worden gemeenten niet extra gecompenseerd door het Rijk voor deze extra kosten.

Schuldhulpverlening Per 1 januari 2021 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) gewijzigd. Daarmee is de vroegsignalering van schulden – als belangrijkste onderdeel van de wijziging – een wettelijke taak voor gemeenten geworden. In de Drechtsteden geschiedt dat in nauwe samenwerking tussen de Drechtstedengemeenten en de SDD. De uitgangspunten hiervoor zijn, samen met nieuwe ambities voor verdere finetuning van onze dienstverlening op het gebied van budgetadvies en schuldhulpverlening, vastgelegd in het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2021-2024, dat in de Drechtraad van 6 april 2021 is vastgesteld. Daarvoor zijn de prestatie-indicatoren opgesteld die zijn vermeld onder het vorige hoofdstuk "wat willen we bereiken". De resultaten zijn in de eerste acht maanden van 2022 conform doelstelling, behalve de doelstelling ten aanzien van bewindvoering in eigen beheer.

15

Zoals eerder aangegeven is er nog geen sprake van een sterke stijging van het aantal nieuwe aanmeldingen voor schuldhulpverlening en vroegsignalering. Wel is te zien dat het aantal meldingen aan het toenemen is. Dit is ook zichtbaar in het aantal crisisgesprekken voor hulp bij dreigende huisuitzetting of afsluiting van energie. Daarnaast is de problematiek van hoge energieprijzen ook zichtbaar bij de lopende schuldhulpverleningstrajecten. Er komen meer en meer signalen vanuit de uitvoering dat inwoners de termijnbedragen niet meer kunnen betalen, net als borgsommen en jaarafrekeningen. Duidelijk is dat de inkomsten en uitgaven voor een groeiende groep inwoners in een zodanige disbalans zijn, dat er een structureel tekort ontstaat. Het beeld is dat mensen met een minimuminkomen die een energiecontract (moeten) afsluiten op basis van een variabel tarief al snel enkele honderden euro's per maand tekort komen. De energietoeslag kan soelaas bieden, maar is in sommige gevallen niet genoeg. is. Deze crisis beperkt zich echter niet tot mensen met een minimuminkomen maar ook huishoudens met een hoger inkomen komen in de problemen. Tot op heden is er nog geen schuldhulpverleningstraject beëindigd wegens bovenstaande problematiek.

Het ontbreken van afloscapaciteit bij een groeiende groep inwoners vormt echter wel een enorme bedreiging voor lopende regelingen en voor het oplossen van nieuwe schulden. Dit wordt dan ook zorgvuldig gemonitord en alle middelen en mogelijkheden binnen ons bereik worden ingezet om dit te voorkomen, zoals o.a. het aanschrijven van fondsen, het verlagen van het termijnbedrag, het inzetten van bijzondere bijstand, het tijdelijk stoppen van de aflossing op de eigen vorderingen van de SDD enz. Conform de beleidsvoornemens van het kabinet wordt er vanaf 1 november ingezet op het verlagen van het termijnbedrag van de energierekening en ontvangen inwoners een compensatiebedrag, Vanaf 1 januari 2023 wordt het energieplafond van kracht en daarnaast wordt er een Noodfonds Energie opgezet ter voorkoming van afsluiting van energie Naar verwachting zal dit echter niet voor alle inwoners voldoende zijn om het tekort in de huishoudbegroting te kunnen dekken.

Bewindvoering Er zijn in 2022 78 nieuwe trajecten bewindvoering gestart en momenteel zijn er 144 lopende trajecten bewindvoering. Het aantal van 78 nieuw gestarte trajecten ligt iets onder doelstelling maar is verklaarbaar door de stagnatie aan het einde van het eerste kwartaal zoals aangegeven is in de eerste bestuursrapportage van 2022. Daarnaast valt aan te geven dat het aantal trajecten fluctueert door in- en uitstroom van cliënten. Zo zijn er naast de gestarte 78 nieuwe trajecten, 52 trajecten beëindigd waarvan 18 cliënten zijn uitgestroomd omdat de schuldensituatie is opgelost.

Schulddienstverlening zelfstandigen Er is een lichte stijging te zien in het aantal schulddienstverleningstrajecten voor zelfstandigen, dat uitgevoerd wordt door het RBZ. Op dit moment zijn er 26 lopende trajecten schulddienstverlening. Er zijn 20 trajecten afgerond in 2022 (stand september 2022). In 2022 zijn er 14 nieuwe trajecten gestart, waarvan 11 saneringstrajecten en 2 trajecten voor budgetbeheer en 1 adviestraject.

Toeslagenaffaire In de Drechtsteden zijn er tot op heden in totaal 1039 inwoners die zich hebben gemeld als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire of waarvan de gegevens zijn doorgegeven door de Belastingdienst. Momenteel worden 466 (mogelijk of reeds erkend) gedupeerde ouders actief ondersteund door het hulpteam van regisseurs. Andere inwoners wensten geen hulp, hebben niet gereageerd op het hulpaanbod of zijn al geholpen door het hulpteam. Actuele ontwikkelingen zijn de uitrol van de Kindregeling door de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) , specifieke hulp inzake uithuisplaatsingen van kinderen en gedupeerden die willen terugkeren vanuit het buitenland naar Nederland en de komende opening van het loket reeds betaalde schulden. Generiek probleem zijn de doorlooptijden bij het UHT, de wachttijden lopen enorm op doordat de termijnen overschreden worden wat betekent dat bijv. moratoria van schulden etc. aflopen hetgeen de ondersteuning bemoeilijkt.

16

Wat zijn de kosten? Opgaven

2e Burap

Geactualiseerde begroting

Afwijking

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

15.431

30.517

15.085

15.257

30.517

15.260

-175

0

175

118

118

0

118

118

0

0

0

0

Inkomensondersteuning

113.157

113.211

54

114.247

114.301

54

1.091

1.091

0

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

2.100

2.100

0

2.100

2.100

0

0

0

0

Minimabeleid

23.523

23.523

0

35.083

35.083

0

11.560

11.560

0

Totaal

154.329

169.469

15.139

166.805

182.119

15.314

12.476

12.651

175

Apparaat Bestaanszekerheid versterken Budgetadvies en Schuldbemiddeling

Bedragen x € 1.000

Toelichting: Inkomensondersteuning De eerste bestuursrapportage 2022 liet een nadelig effect zien van € 5,1 miljoen. Bij deze tweede bestuursrapportage 2022 loopt het nadelig effect op tot € 6,1 miljoen. In deze berekening zijn de definitieve budgetten opgenomen welke een daling laten zien van € 0,8 miljoen. Deze daling is op te splitsen in een daling van € 0,9 miljoen voor de bijstand en een stijging van € 0,1 miljoen voor de LKS. Bij deze tweede bestuursrapportage 2022 houden we vast aan de eindstand zoals geprognosticeerd bij de eerste bestuursrapportage 2022. Daarmee wijken we af van de in september dit jaar gepubliceerde prognose van CPB (Macro Economische Verkenning 2023) die een daling van ongeveer 5% voorspelt. Deze voorspelling is volgens ons niet reëel. Voor een verdere uitleg verwijzen we naar de opgave Ontwikkelen naar Werk. De lasten en baten van deze tweede bestuursrapportage 2022 laten ten opzichte van de eerste bestuursrapportage 2022 een stijging zien van € 1,1 miljoen. De grootste mutatie betreft de hogere bijstandslasten als gevolg van een hogere gemiddelde prijs. De mutatie van het tekort laat zich in onderstaande verklaren:

17

A. Er is sprake van een hogere gemiddelde prijs van € 15 per uitkering per maand. Dit resulteert in totaal hogere lasten van € 1,1 miljoen. De prijs van de uitkering wordt jaarlijks (naar boven) aangepast; B. Lagere lasten IOAW/IOAZ/Bbz is het saldo van lagere lasten Bbz € 683.000 en hogere lasten IOAW/IOAZ van € 514.000. Bij de eerste bestuursrapportage is er vanuit gegaan dat de aanvragen Bbz welke in het eerste kwartaal zijn gedaan (als zijnde vervolg op Tozo) een verhogend effect zouden hebben op aanvragen in de resterende maanden van het jaar. Nu blijkt dat dit te hoog is ingeschat. Voor wat betreft de IOAW/ IOAZ zijn er meer aanvragen gedaan. De begrote lasten nu komen nagenoeg overeen met de lasten 2021; C. De hogere lasten worden veroorzaakt door definitief beschikte aanvragen (verlenging van de ondersteunende maatregelen) en inhuur voor de uitvoering (afhandelen van de verstrekkingen en bezwaren) van de Tozo; D. Lagere BUIG budgetten als gevolg van een nieuwe werkloosheidsraming en een lager gerealiseerd volume aantal bijstandsgerechtigden 2021; E. Extrapolatie van de gerealiseerde baten van de eerste 8 maanden geeft hogere debiteuren (vooral bijstands- en Bbz-debiteuren); F. De financiering van het project Handhaving dient uit de eigen middelen plaats te vinden (Drechtraad 5 oktober 2021). Hiervoor zijn de lasten van de Bijstand verlaagd.

Dit heeft geen effect op het tekort. Het betreft een administratieve verwerking. Leefgeld Oekraïense vluchtelingen De uitgaven Leefgeld Oekraïense vluchtelingen blijven naar verwachting binnen de prognose welke is afgegeven bij de eerste bestuursrapportage 2022. Derhalve is hier is geen begrotingswijziging voor opgenomen. Ontwikkeling BUIG-budget Daar waar we bij de eerste bestuursrapportage een positief effect van de beleidseffecten op het budget verwachtten, heeft echter een neerwaartse bijstelling plaatsgevonden. Voor wat betreft de loon- en prijsbijstelling heeft de opwaartse bijstelling wél plaatsgevonden. Per saldo laten de definitieve budgetten een daling zien van € 0,8 miljoen ten opzichte van de nader voorlopige budgetten. Deze is te verdelen in € 0,9 miljoen daling Budget bijstandsuitkeringen en € 0,1 miljoen stijging LKS-budget. De daling van het Budget bijstandsuitkeringen is vooral het gevolg van een nieuwe werkloosheidsraming CPB, een lager gerealiseerd volume in 2021 en een loon- en prijsbijstelling. Voor wat betreft de LKS wijzigt er nagenoeg niks ten opzichte van de eerste bestuursrapportage 2022. Per saldo is de LKS voor 2022 nagenoeg gelijk. De prognose van het LKSbudget komt uit op € 7,2 miljoen. De geprognosticeerde lasten (op basis van realisatie) komen eveneens uit € 7,2 miljoen.

Sinds de invoering van het verdeelmodel (model om het macrobudget te verdelen over de gemeenten) ontvangen de Drechtsteden per saldo structureel te weinig budget vanuit het Rijk om de lasten van inkomensondersteuning te kunnen financieren. De doorontwikkeling van het verdeelmodel in de afgelopen jaren heeft er niet voor gezorgd dat er een kostendekkende financiering vanuit het Rijk beschikbaar kwam voor de Drechtsteden. Het verdeelmodel is en blijft dan ook een punt van discussie met SZW. Om hierin actief te participeren zijn we vanuit de Drechtsteden bezig in het "waarom we tekort/ overschot gemeenten zijn". Er wordt o.a. deel genomen aan c.q. onderdeel van onderzoeken naar 'meerjarige tekort en overschot gemeenten' en 'verbetering regiokenmerken van het verdeelmodel'. Deze onderzoeken moeten meer duidelijkheid geven waarom de Drechtsteden negatief uit het verdeelmodel komen.

Minimabeleid De afwijking op het onderdeel minimabeleid bedraagt € 11,6 miljoen. Dit betreft de begrotingswijziging voor de Energietoeslag. De Energietoeslag is als nieuwe eenmalige vorm van categoriale bijstand per 1 april 2022 ingevoerd. Het budget dat door het Rijk voor de Drechtsteden beschikbaar wordt gesteld is € 21,3 miljoen (op basis van septembercirculaire 2022) en is inclusief uitvoeringskosten. Aangezien de Drechtsteden bij de toekenning van de energietoeslag voor een ruimere doelgroep hebben gekozen dan waarvoor het Rijk middelen beschikbaar heeft gesteld en het bereik hoger ligt dan

18

verwacht, zullen de uitgaven energietoeslag naar verwachting € 24,5 miljoen bedragen. Deze uitgaven zijn gebaseerd op een prognose waarbij een inschatting is gemaakt van de nog te ontvangen en af te handelen aanvragen. De overschrijding ten opzichte van het beschikbaar gestelde budget bedraagt € 3,1 miljoen. Bij de 1e burap is reeds een budget van € 12,9 miljoen opgehaald. Bij de 2e burap zal het resterende bedrag van € 11,6 miljoen worden opgehaald. Tot en met september 2022 is er aan energietoeslagen € 18,4 miljoen uitbetaald. Bij de berekening van de ruimere doelgroep (inkomen tussen 120% -130% WSM) is uitgegaan van een verhoging met € 300: dus van € 600 naar € 900. Voor de gemeenten die afwijken van deze regionale lijn, zal het verschil bij de jaarrekening worden afgerekend op basis van de werkelijke uitgaven. Tabel Energietoeslag *) Kosten < 120 - € 1.300

€

22.753.332

Totaal Rijksbudget Drechtsteden

€

21.331.907

Tekort t.o.v. Rijksmiddelen

€

1.421.425

Kosten extra doelgroep 120> 130 - € 900

€

1.702.890

Totaal tekort t.o.v. Rijksmiddelen (inclusief extra doelgroep)

€

3.124.315

*) Memo aantallen Energietoeslag d.d. 20 oktober 2022

De verwachte onderbenutting op het minimabeleid (exclusief energietoeslag) bedraagt € 0,9 miljoen. Deze is niet als begrotingswijziging verwerkt. Het beeld kan de komende maanden nog veranderen, indien door verdere stijging van de energielasten de energietoeslag onvoldoende compenseert en de vraag naar individuele bijzondere bijstand toeneemt. Het is lastig om dit qua risico te vertalen in een bedrag, maar het kan zeker tot een substantieel bedrag aan extra uitgaven leiden. De extra kosten die voortvloeien uit de regionale campagne om de voorzieningen minimabeleid nog sterker onder de aandacht te brengen is in bovenstaand overschot meegenomen. De onderbenutting minimabeleid vindt voornamelijk plaats op het onderdeel SMS-Kinderfonds, namelijk € 0,6 miljoen. Dit overschot bestaat uit € 0,3 miljoen aan vrijval van reserveringen uit voorgaande jaren en € 0,3 miljoen aan onderbenutting SMS-kinderfonds en lagere uitvoeringskosten stichting Leergeld. De vrijval van reserveringen uit voorgaande jaren is het gevolg van het niet effectueren van de toegekende aanvragen. Verder is er ten opzichte van 2021 een lichte groei van de uitgaven SMS-kinderfonds (zowel bij de Dordtpas als bij stichting Leergeld), maar deze realisatie blijft wel achter op de afgegeven beschikking en begrote groei.

Het verwachte overschot op de bijzondere bijstand bedraagt € 0,2 miljoen en op de bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten € 0,1 miljoen. Er is bij bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten sprake van een afvlakkende groei: de huidige groei bedraagt 2,2% in plaats van een begrote groei van 7%. Verder is er sprake van een verschuiving van schuldenbewind naar standaardbewind. De kosten voor het uitvoeren van standaardbewind zijn lager dan van schuldenbewind. De onderbenutting op de bijzondere bijstand is het gevolg van een afname op bijna alle onderdelen van de individuele bijzondere bijstand ten opzichte van 2021. In 2022 is de Hersteloperatie Kinderopvangtoeslagaffaire Drechtsteden voortgezet. De uitgaven ontwikkelen zich conform de begroting en worden op basis van de afgesloten DVO's met gemeenten afgerekend.

19

Maatwerkvoorziening inkomenssteun CZG Conform begroting.

Budgetadvies en schuldhulpverlening Conform begroting.

20

4.2 ONTWIKKELEN NAAR WERK Wat willen wij bereiken? Binnen de opgave 'Ontwikkelen naar Werk' staan drie ambities centraal, namelijk: 1. Iedereen die kan werken, bemiddelen we direct naar de arbeidsmarkt; 2. We maken inwoners waardevol voor de arbeidsmarkt; 3. Inwoners met een verminderde arbeidsmarktwaarde begeleiden we. We helpen bijstandsgerechtigden ontwikkelen naar betaald werk, zodat zij zo zelfstandig mogelijk zelf hun inkomen kunnen verwerven. Zij worden waardevoller voor de arbeidsmarkt wanneer hun arbeidsmarkt-waarde wordt vergroot. Daarom werken we aan het wegnemen van belemmeringen die het vinden en behouden van werk in de weg staan. Wanneer er (nog) een te grote afstand tot de arbeidsmarkt is, zetten we in op een arbeidsmatig en/of maatschappelijk perspectief, waarbij het gaat om het bieden van stabiliteit en ondersteuning bij het meedoen in de samenleving, zoals een participatieplek, vrijwilligerswerk of arbeidsmatige dagbesteding. Inwoners met korte afstand tot de arbeidsmarkt worden zo snel mogelijk bemiddeld naar betaald werk. Aanvullend blijven we inzetten op het bemiddelen en begeleiden van inwoners met beperkingen. In de eerste bestuursrapportage is de prognose voor het bijstandsbestand verlaagd naar 6.200. Deze doelstelling uit de eerste burap blijft gehandhaafd op een klantenaantal van 6.200.

Daarmee wijken we af van de nieuwste prognose van CPB die een daling van ongeveer 5% voorspelt. Deze voorspelling is volgens ons niet reëel, omdat: Uit de benchmark van de BUIG van alle gemeenten in Nederland blijkt dat vrijwel geen enkele gemeente die doelstelling gaat halen. Vooral gemeenten die in het verleden hebben geïnvesteerd in het bieden van kansen aan inwoners met arbeidsbeperkingen (waaronder de Drechtsteden) laten momenteel een mindere daling zien die het CPB voorspelt. In de benchmark bevinden wij ons in de middenmoot met in september een daling van het bestand t.o.v. december 2021 van 2,8%. Veel gemeenten (waaronder de Drechtsteden) werken momenteel hard aan het ontwikkelen van arbeidsmarktwaarde van het klantenbestand (die ver van de arbeidsmarkt staat). Dit vraagt lange adem en een grotere investering. In de Drechtsteden doen we dit met Perspct. Dit zorgt voor noodzakelijke intensievere dienstverlening dan alleen het matchen van werkgevers en werknemers. Gezien de energie- en koopkrachtcrisis neemt de stress en problematiek onder kwetsbare inwoners toe. Dit zorgt voor zwaardere problematiek die zowel voor de klant als voor de inzet van professionals in ons vak meer tijd kost. Wij verwachten dat het CPB nog geen rekening heeft gehouden met deze bepalende omstandigheid.

Tot slot zijn rond instroom, uitstroom en handhaving verschillende ontwikkelingen gaande die deze bijstelling werden onderbouwen. Deze zijn in de betreffende passages verder toegelicht. We gaan uiteraard met grote passie door om inwoners met een uitkering te stabiliseren, activeren en ontwikkelen om de kansen op betaald werken en een zo zelfstandig mogelijk leven voor inwoners te vergroten. Zo proberen we maximaal te profiteren van de vraag op de arbeidsmarkt en het feit dat steeds meer werkgevers het belang van inclusief werk zien.

Aantal bijstandsdossiers

Doelstelling primaire begroting 2022 6.700

Prognose CPB maart 2022 6.200

Aantal 01-012022

Aantal 30-092022

6.433

6.268

*Gebaseerd op de CPB-prognose van maart (CEP 2022). CPB nieuwe prognose MEV 2023 geeft een prognose van 6.100 klanten. Dit is excl. IOAW en IOAZ. Onderstaande grafiek laat wel zien dat wij de gelijke trend volgen met landelijk en met de referentiegemeenten.

21

Wat hebben wij hiervoor gedaan? Er is inspanning geleverd om het aantal uitkeringsdossiers te verlagen, waarbij we de volgende ontwikkelingen hebben gemonitord: 1. Instroom (scherpe toetsing op toelating); 2. Bevorderen uitstroom (bemiddeling, ontwikkeling en begeleiding); 3. Handhaving (signalen/onderzoek, LSI project, Vermogen in het buitenland Project); 4. Preventie om te voorkomen dat inwoners (langdurig) afhankelijk worden van een uitkering, zoals: PRO/VSO/Entree aanpak, Matchmaker, Intensievere aanpak jongeren tot en met 27 jaar, Max WW en Kickstart. Naast de resultaten gaan we ook in op wat we hebben gedaan om deze resultaten te behalen. 1. Ontwikkelingen met betrekking tot instroom Het aantal bijstandsdossiers is het saldo van de instroom van nieuwe bijstandsgerechtigden en de uitstroom van bijstandsgerechtigden. De instroom van bijstandsgerechtigden ziet er als volgt uit: Totale instroom 2020 Aantal bijstandsdossiers

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/457/documents/5871