CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Contourenplan Sliedrecht-Noord.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 3 februari 2026, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 9: FYS – Contourenplan Sliedrecht-Noord20.223 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De landschappelijke waarden bestaan uit het open karakter, de strakke verkaveling en de zichtlijnen vanaf dijken en linten naar de polder. Het contrast tussen het open, rationele veenweidelandschap en de meer besloten of lommerrijke gebieden in de regio draagt bij aan de herkenbaarheid en eigenheid. Beplanting is relatief schaars; de groene structuren bestaan voornamelijk uit knotwilgenrijen langs sloten, enkele populierenlanen en restanten van grienden.

Een bijzonder kenmerk van de Alblasserwaard is het ingenieuze watersysteem. Een fijnmazig netwerk van weteringen, boezems, vlieten en molens – waarvan Kinderdijk het meest iconische voorbeeld is – regelt al eeuwenlang de waterhuishouding. Het water vormt daarmee niet alleen een functioneel element, maar ook een belangrijke structuurdrager in het landschap. Langs de dijken van de Beneden-Merwede en langs de veenstromen zijn bebouwingslinten ontstaan. Deze linten, met kerken, boerderijen en dorpsbebouwing, variëren in hun oriëntatie op het water en zijn van grote cultuurhistorische waarde. De dijken en kades fungeren bovendien als markante structuren die het landschap ruimtelijk ordenen en herkenbaarheid geven. Het gebied kent een duidelijke overgang van dorp naar polder. Aan de zuidzijde vormt Sliedrecht, met zijn scheepswerven en baggerindustrie langs de Beneden-Merwede, een stoere industrieel-maritieme zone. Hier komen water, spoor en snelweg (A15) samen en ontstaat een scherpe grens met het open veenweidelandschap van de Alblasserwaard. Slechts enkele routes doorsnijden deze overgang en maken de verbinding naar het achterliggende agrarische landschap.

De cultuurhistorische waarden liggen besloten in de middeleeuwse ontginningsstructuren, de historische polderkades en het waterstaatkundig erfgoed, waaronder molens, sluizen en boezemlanden. Daarnaast zijn de linten met hun karakteristieke bebouwing en het eeuwenlange agrarische gebruik bepalend voor de identiteit. Het industrieel-maritieme erfgoed langs de Beneden-Merwede vormt een belangrijke, meer recente laag die bijdraagt aan de bijzondere samenloop van landbouw, waterbeheer en industrie in de omgeving van Sliedrecht.

Contourenplan Sliedrecht-Noord

49

Sliedrecht ligt daar waar de Alblasserwaard (Nationaal Landschap het Groene Hart) en Nationaal Park de Biesbosch nagenoeg tegen elkaar liggen. Met de ontwikkeling van Sliedrecht-Noord en de noord-zuidverbinding tussen Sliedrecht-Noord, Sliedrecht en de Beneden-Merwede, ontstaat de kans om het landschap van de Alblasserwaard de basis te laten zijn voor het nieuwe woongebied. Ook kunnen landschappelijke, ecologische en recreatieve verbindingen gelegd worden van Sliedrecht-Noord tot aan de Beneden-Merwede.

Groenstructuur regio

Rotterdam A16

Nieuwe

Maas Lek

Alblasserwaard No d or

A15

A29

Alblasserdam

blas

De Al

A15

Wa al

onderdeel van Nationaal Landschap het Groene Hart

A27

en ss e i

G

A16

N3

Zwijndrecht

Papendrecht

Drechtsteden-regio Oude

Dordrecht

Sliedrecht

Gorinchem

Hardinxveld-Giessendam

ede en Merw

A15

Bened

Maas Nieuwe

e Merwed

Nationaal Park

de Biesbosch

50

Contourenplan Sliedrecht-Noord

Ecologie Het open, grootschalig verkavelde polderlandschap van de Alblasserwaard wordt gekenmerkt door uitgestrekte graslanden, rechte sloten en de typerende rijen knotwilgen. De nabijheid van de Beneden-Merwede en de aanwezigheid van dijken, kades en historische boezemlanden geven het landschap een uitgesproken waterstaatkundig karakter. Ecologisch heeft dit gebied een hoge waarde door de combinatie van open graslanden, natte sloten en kleinschalige landschapselementen. De graslanden zijn van groot belang voor weidevogels zoals grutto, kievit en tureluur, die hier profiteren van openheid, vochtige omstandigheden en relatief rustige broedplekken. De sloten en oeverzones herbergen soortenrijke vegetaties met onder meer dotterbloem, pinksterbloem en watermunt, en vormen samen met de watergangen een belangrijk leefgebied voor vissoorten als de kleine modderkruiper en de bittervoorn. De knotwilgenrijen en andere kleine landschapselementen bieden schuil- en nestgelegenheid voor vogels, insecten, vleermuizen en kleine zoogdieren. Ze functioneren bovendien als ecologische verbindingsroutes door het polderlandschap en dragen daarmee bij aan de samenhang van het ecosysteem. Zo ontstaat een mozaïek van water, graslanden en beplanting dat kenmerkend is voor de biodiversiteit van de Alblasserwaard.

Contourenplan Sliedrecht-Noord

Toch staat de ecologische kwaliteit onder druk. Het merendeel van de graslanden wordt intensief agrarisch beheerd door vroeg maaien en hoge bemesting, waardoor bloemrijke vegetaties en insectenpopulaties beperkt blijven. De weidevogelstand neemt af door leefgebiedsversnippering, predatie en het verdwijnen van plasdras- en kruidenrijke graslanden. Ook zijn de kleine landschapselementen zoals knotwilgenrijen of kleine bosjes vaak schaars of versnipperd aanwezig, waardoor ecologische verbindingen niet altijd robuust genoeg zijn. Daarnaast hebben sommige sloten een eenzijdige vegetatie door nutriëntenbelasting en intensief onderhoud. Samenvattend ligt de ecologische waarde van het gebied in de openheid, de weidevogelpopulaties in de nabije omgeving, de sloten en hun soortenrijke oevers en de lijnvormige structuren zoals knotwilgenrijen. Dit vormt een sterke basis, maar de biodiversiteit kan aanzienlijk toenemen als er ruimte wordt gemaakt voor meer natuurinclusief beheer en een fijnmaziger netwerk van landschapselementen.

51

Landschappelijke structuur

EN

N

GE

N MI

P TO

O

BI

EN

NE

R AA

W

M lw de

id

RD

RBIN

DIN

G

rst

w

e old

en

rok

g

st

in er et

oo

NOO

VE ZUID

t es

p

r pa

UR

k

U CT

U

TR

S AN

L

DP

F OO

H

UR

U

TR

S ER

E

UW

U CT

AT

W

E NI

M

EE

S

ER

D

N AA

AT

T YS

W

ST

BE

52

Contourenplan Sliedrecht-Noord

3.4

De nieuwe groenblauwe structuur

Landschap en ecologie Het landschappelijk raamwerk van Sliedrecht-Noord vormt een robuuste structuur die zijn basis vindt in de water- en bodemstructuur en in het karakteristieke historische polderlandschap van de Alblasserwaard. Deze onderlegger bepaalt de ruimtelijke opbouw van het plan en zorgt ervoor dat de nieuwe wijk zich op een vanzelfsprekende manier hecht aan zijn omgeving. We realiseren een park als een groene ritssluiting die Sliedrecht en Sliedrecht-Noord met elkaar verbindt. Vanuit dit park lopen polderstroken noordwaarts het gebied in, waardoor een directe visuele en ruimtelijke relatie met het open landschap van de Alblasserwaard wordt behouden. De polderstroken volgen grotendeels de bestaande sloten en watergangen, die worden verbreed en landschappelijk ingepast. Zo ontstaat een structuur waarin water en groen samen de drager vormen van de nieuwe woonvelden. Iedere polderstrook krijgt een eigen karakter, wat bijdraagt aan de oriëntatie en herkenbaarheid in het gebied. Wonen langs een nat speelveld, een kruidenrijk weiland of een wilgenlaantje biedt telkens een andere beleving en andere aanknopingspunten voor inrichting van woonvelden en erfafscheidingen. Zo wordt de natuur als het ware de wijk in gebracht, worden de basiskwaliteiten van het polderlandschap versterkt en ontstaat een woonwijk die alleen op deze plek past.

Contourenplan Sliedrecht-Noord

53

Iedere polderstrook krijgt een eigen karakter open polderstructuur

Eén van de karakters van de polderstroken is de openheid. De open polderstrook wordt gekenmerkt door laag, bloemrijk gras en de afwezigheid van bomen, zodat de weidsheid van het landschap ervaren kan worden. In dit type polderstroken worden in principe geen bezoekers of recreanten toegelaten zodat de ecologische kwaliteit beschermd is.

54

boomstructuur

Een andere invulling van de polderstroken is de boomrijke variant. De stroken worden aangezet met (knot)wilgen, die een krachtige ruimtelijke en ecologische impuls geeft aan dit type polderstrook. Naast de bomen hebben deze stroken een bloemrijke, extensieve onderbegroeiing wat voedsel- en nestplaatsgelegenheid biedt aan verscheidene insecten.

Contourenplan Sliedrecht-Noord

nat

De derde invulling van de polderstroken is er een waar een nat milieu ontstaat. Door laagtes aan te brengen in het maaiveld worden interessante biotopen gecreëerd voor tal van vogels, kleine zoogdieren en insecten. Deze laagtes worden aangezet met oeverbeplanting waarbij tal van soorten baat hebben. Deze variant is grotendeels vrij van bomen en heesters en heeft een meer open karakter.

De polderstroken dienen voldoende breed te zijn om niet alleen een landschappelijke maar ook een ecologische betekenis te hebben. Een breedte van circa 10–25 meter wordt gezien als absolute ondergrens om kleine zoogdieren, insecten en planten te faciliteren. Een breedte van circa 30–50 meter is meer geschikt voor amfibieën, vogels en kleine roofdieren omdat er dan ruimte is voor structuurvariatie (struiken, bomen, kruiden). Voor een goede ecologische betekenis is naast de breedte van de polderstroken ook de landschappelijke ligging en aansluiting op omliggend groen van belang. Een gevarieerde opbouw (gras, struiken, bomen) verhoogt eveneens de ecologische waarde. In de inrichting van het groen werken we met drie lagen van beplanting: • Polderbeplanting (streekeigen en/of inheems), die de parken en randen van de kavels vormt; • Buurtbeplanting, gericht op de woonvelden en de inrichting van straten en paden; • Parkbeplanting, waarin een bredere mix van inheemse en uitheemse soorten zorgt voor samenhang en verbinding tussen de plandelen.

de woonvelden worden afgewisseld met verschillende polderstroken, die een verschillende inrichting en een verschillende breedte krijgen

Contourenplan Sliedrecht-Noord

55

ecologische principes - nestgelegenheid (wonen en schuilen)

vliegen

PH

pH waarde niet lager dan 5 nestgelegenheid

PH

zure pH waarde

muggen omvangrijke watergebied hoog gras

laag begroeide oeverrand

ondiepe, stilstaande wateren die snel opwarmen aanleg takkenrillen begroeide oeverrand insecten

kruidrijk gras

56

Contourenplan Sliedrecht-Noord

De nieuwe ecologie van de groenstructuur wordt versterkt door de (nieuwe) waterstructuur van Sliedrecht-Noord. De vele watergangen bieden van nature een hoge ecologische potentie. Waterkwaliteit vormt een cruciale basisvoorwaarde voor een gezond leefmilieu, en daarom zijn natuurvriendelijke oevers en zachte rietoevers nadrukkelijk onderdeel van het ontwerp. Deze zorgen voor habitats voor vissen, amfibieën, insecten en vogels en maken de biodiversiteit overal in de wijk zichtbaar en ervaarbaar. Het groenontwerp wordt mede bepaald door de aanwezige fauna in de huidige situatie. Voor soorten als buizerd, heikikker en kerkuil worden specifieke habitats gecreëerd of behouden. Dat betekent een differentiatie in natte plandelen, kruidenrijke weiden, fruitgaarden, takkenrillen en ondiepe waterzones.

Het beheer van de landschappelijke hoofdstructuur sluit aan bij dit natuurlijke karakter. We kiezen voor extensief beheer, waarbij snoeiafval in het terrein wordt verwerkt (bijvoorbeeld in takkenrillen) en kavelgrenzen langs het water onderdeel vormen van het slootkantbeheer. Harde beschoeiingen en een overvloed aan vlonders vermijden we; in plaats daarvan kiezen we voor zachte, natuurlijke oevers. Ook op objectniveau zetten we in op biodiversiteit. Nestkasten, insectenhotels en neststenen plaatsen we op strategische plekken, afgestemd op de doelsoorten. Slimme verlichting zorgt voor minimale verstoring van fauna, waarbij duisternis als kwaliteit wordt gezien. Daarnaast realiseren we natuurlijke speelplekken die kinderen stimuleren tot avontuur en ontdekking, zonder de ecologische waarden aan te tasten. Door deze samenhang van landschappelijke structuur, robuuste groenblauwe verbindingen en natuurinclusieve inrichting ontstaat een wijk die niet alleen in balans is met het historische polderlandschap van de Alblasserwaard, maar ook een belangrijke bijdrage levert aan de ecologische versterking van Sliedrecht.

Contourenplan Sliedrecht-Noord

57

ecologische principes - voedsel

open landschap zachte bodem

zaden en vruchten kort gras

aanplant van fruitbomen, knotwilgen en hagen biotoopmaatregelen voor veldmuizen

hoog gras

begroeide oeverrand

58

Contourenplan Sliedrecht-Noord

ecologische principes - beheer

grondbewerking buiten broedseizoen

late maaidata

Contourenplan Sliedrecht-Noord

bloemrijk grasland bestaan uit o.a. volgende soorten reukgras (Anthoxanthum odoratum) kamgras (Cynosurus cristatus) rood zwenkgras (Festuca rubra) veldbeemdgras (Poa pratensis) gewoon struisgras (Agrostis capillaris) knoopkruid (Centaurea jacea) wilde peen (Daucus carota) gewoon biggenkruid (Hypochaeris radicata) margriet (Leucanthemum vulgare) gewone rolklaver (Lotus corniculatus) smalle weegbree (Plantago lanceolata) scherpe boterbloem (Ranunculus acris) veldzuring (Rumex acetosa) kleine klaver (Trifolium dubium) smalle wikke (Vicia sativa subsp. Nigra)

59

Oost-westpark De brede groene parkstrook vormt een aantrekkelijk oost-west georiënteerd park. In dit oost-westpark komen verschillende functies samen: wateropvang, ecologische waarden en recreatief medegebruik met ruimte voor sport, spel en ontmoeting. Daarmee wordt tevens een waardevolle inrichting en invulling gegeven aan dit gebied waar vanwege omgevingsaspecten, zoals externe veiligheid en milieucontouren, geen woningen kunnen worden gebouwd. Voor delen van het park bestaat de mogelijkheid om het terrein niet of slechts gedeeltelijk op te hogen, zodat deze gebieden kunnen functioneren als waterbuffer. Daarmee wordt het park onderdeel van de waterhuishouding van het gebied. De ecologische waarden worden versterkt doordat het park via groenblauwe verbindingen in noord-zuidrichting aansluit op de omliggende polder. Zo ontstaat samenhang met het landschap, wordt de ecologie het plangebied ingetrokken en krijgt het park een betekenisvolle ecologische verbinding met de omgeving.

Soms wordt er niet of slechts gedeeltelijk opgehoogd, zodat deze gebieden kunnen functioneren als waterbuffer.

60

Naast deze waterhuishoudkundige en ecologische functies biedt het oost-westpark kansen voor recreatief (mede)gebruik. Het park kan een aantrekkelijk uitloopgebied vormen voor de nieuwe woonwijk, met voorzieningen voor sport, spel en ontmoeting, en mogelijk ook ruimte voor (sport)verenigingen. Omdat bepaalde delen van het park tijdelijk onder water kunnen komen te staan, is het belangrijk dat sport- en speelplekken en langzaamverkeersroutes veilig en goed toegankelijk blijven. Met name in het deel van het park tussen het station en het nieuwe centrumgebied komen veel functies samen. Hier kruist het park de langzaamverkeersroute tussen station en centrum, waardoor een intensief gebruik te verwachten is. Dit vraagt om een hoogwaardige en zorgvuldige inrichting van dit deel van het park. Tussen het station en het nieuwe centrumgebied komen veel functies samen. In dit hoogwaardig en zorgvuldig ingerichte deel is intensief gebruik te verwachten.

verschillende functies: wateropvang, ecologische waarden en recreatief medegebruik

Contourenplan Sliedrecht-Noord

het oost-westpark krijgt een inrichting waarin waterberging, ecologische waarden en recreatief (mede)-gebruik optimaal samenkomen (dit zijn voorbeelduitwerkingen)

Contourenplan Sliedrecht-Noord

61

Water en Bodem Sturend betekent voor Sliedrecht-Noord dat de inrichting zoveel mogelijk volgens de principes uit deze landelijke maatlat zal zijn.

overzichtstabel landelijke maatlat

(bron: Kamerbrief over Landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving, 23-03-2023)

Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving Biodiversiteit en natuurinclusiviteit Groenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit worden versterkt op alle schaalniveaus

Richtlijn Waardevolle habitat en basiskwaliteit natuur realiseren Groene oplossingen gebaseerd op natuurlijke processen en structuren hebben de voorkeur boven technische oplossingen: groen, tenzij

Droogte Langdurige droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen, groen, water en vitale of kwetsbare functies.

Bodemdaling Bodemdaling van gebouwd gebied en de gevolgen ervan blijven beheersbaar en betaalbaar

Decentrale norm

Decentrale norm

Grondwaterstanden en zoetwaterbeschikbaarheid zijn sturend bij keuze functie, systeem en inrichting

Draagkracht bodem is mede sturend bij keuze functie, systeem en inrichting

Richtlijn

Verbonden met thema’s: Vergroten infiltratie en minimaliseren verharding Verbonden met thema’s:

Gebiedsspecifieke keuze ontwerppeil, restzettingseis, maatregelenset en materiaal op basis van de meest kosten effectieve investering gegeven de levensduur.

Hitte

Hergebruik van water, zuinig gebruik van drinkwater en verbeteren waterkwaliteit is onderdeel van het ontwerp

Voorkeursvolgorde •Benutten en besparen, •Vasthouden en infiltreren, •Bergen, •Afvoeren

Wateroverlast

Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

De gebouwde omgeving is via gevolgbeperking voorbereid op overstromingen in buitendijks gebied, vanuit het regionale watersysteem en door dijkdoorbraken

Hevige neerslag leidt niet tot waterschade aan gebouwen, boven- en ondergrondse infrastructuur en voorzieningen. Kwetsbare en vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar.

Richtlijn

Richtlijn

Landelijke norm

Geen directe opwarming van verblijfsplekken in de private of openbare buitenruimte door gebouwen(installaties)

Overstromingsrisico’s van overstromingskans, waterdiepte en evacuatietijd en bijbehorende impact afwegen met specifieke aandacht voor vitale en kwetsbare functies

Geen waterschade tot en met een bui die 1 x per 100 jaar voorkomt, vitale en kwetsbare functies blijven beschikbaar

Schaduw op verblijfsplekken, loop- en fietsroutes en drinkwaterstroken Afstand tot groene koele verblijfsplekken Verbonden met thema’s:

Percentage groen op buurtniveau realiseren Verbonden met thema’s:

Gevolgbeperking overstromingen

Warmtewerende oppervlakten

Vitale en kwetsbare functies en groenvoorzieningen zijn bestand tegen hitte

Voorkeursvolgorde De ladder van koeling door OSKA: •Koele omgeving •Warmte weren •Passief koelen •Actief koelen

Voorkeursvolgorde Voorbeeld: Basisveiligheidsniveau Metropoolregio Amsterdam

Geen waterschade bij 0,2 meter waterdiepte op straat Verbonden met thema’s:

Decentrale norm Neerslag op privaat terrein verwerken op privaat terrein of daarvoor bestemde extra voorzieningen in het plangebied of binnen de watersysteemgrenzen Ontwikkeling voorkomt afwenteling

Richtlijn In het gebied is natuurlijke en bovengrondse afwatering zoveel mogelijk aanwezig.

Voorkeursvolgorde •Benutten en besparen, •Vasthouden en infiltreren, •Bergen, •Afvoeren

62

Contourenplan Sliedrecht-Noord

Klimaatadaptatie Het klimaat verandert, en door hevige regenval krijgen wij steeds vaker te maken met piekmomenten waarin een wijk grote hoeveelheden water moet verwerken. Het is daarom belangrijk om hier nu al op in te spelen en de wijk weerbaar te maken tegen deze extremen. Deze opgave biedt niet alleen uitdagingen, maar ook kansen om de leefomgeving te versterken. Vanuit het principe Water en Bodem Sturend betekent dit voor Sliedrecht-Noord dat de inrichting zoveel mogelijk wordt afgestemd op de landelijke maatlat, die richting geeft aan een klimaatrobuuste en waterbewuste gebiedsontwikkeling. In principe wordt al het hemelwater (bebouwing, openbare ruimte) oppervlakkig afgevoerd naar wadi’s en via bodempassages naar sloten. Incidenteel gebeurt dit ‘ondergronds’ maar dan staat dit systeem wel in verbinding met het waterafvoerstelsel. Het regenwater gebruiken we dus als ontwerpprincipe. Er wordt zo min mogelijk gebruik gemaakt van kolken en zoveel mogelijk van groene wadi’s en eventueel molgoten (verhard). Wadi’s hebben een dubbele functie, deze kunnen immers ingeplant worden met verschillende typen beplanting voor een hogere biodiversiteit. Dit zorgt niet alleen voor een sterkere beleving van het water in de wijk, maar zorgt ook voor een duurzame omgeving.

Het uitgangspunt is een systeem dat hemelwater opvangt, vasthoudt en vertraagd afvoert. Op deze wijze beperken we overlast bij hevige neerslag. Het voorkomt niet alleen piekbelasting in het watersysteem, maar beperkt ook verdroging van de ondergrond. Het hemelwater dat op de daken van bebouwing en in de tuinen valt, wordt niet afgevoerd via een rioolsysteem maar vastgehouden in de tuin en bij extreme neerslag afgevoerd naar het openbaar gebied. De opvang en afvoer van het hemelwater van de bebouwing en de privétuinen is een integrale ontwerp-opgave. Bij de verdere planontwikkeling kijken we dan ook hoe er op een mooie en duurzame wijze omgegaan kan worden met de afvoer van hemelwater op eigen terrein, bovengronds danwel ondergronds. Omdat bestaande sloten worden verbreed en nieuwe watergangen worden aangelegd, spelen de oevers een nuttige rol in het vertraagd afvoeren van hemelwater en dragen deze bij aan ecologie, natuurbeleving en biodiversiteit. Daarnaast variëren we met het talud, door de watergang te verdiepen of het maaiveld te verhogen. Watergangen hebben een oever met een talud dat niet steiler is dan 1:3, en het talud wordt zoveel mogelijk zonder beschoeiing aangelegd (al dan niet met een plasberm). Op plekken waar het kan wordt een flauwer talud gemaakt, om een natuurvriendelijke oever te maken.

Een flauwer talud zorgt voor een betere ‘gradiënt’ (overgang nat-droog) en draagt bij aan de biodiversiteit. Volgend uit de Omgevingswet maken we een zogenoemde ‘weging van het waterbelang’. Tijdens de uitwerking maken we in gesprek met Waterschap Rivierenland deze weging, mede om te bepalen of er voldoende bergingscapaciteit is.

Contourenplan Sliedrecht-Noord

63

voorbeelden van klimaatadaptief bouwen en klimaatadaptieve inrichting

Woning

Tuin

Molgoot / grijze goot

Regenton in de tuin

Overstortsteen

‘Hemelwater-steen’

Kleine regenbuffer voor bevloeiing van tuinplanten

Regenton als schutting

Afkoppelen op eigen terrein

Regenton in de tuin als bloempot

64

Waterspuwer met creatieve afwatering

Slimme regenton

Grijsgoot - brede molgoot

Contourenplan Sliedrecht-Noord

Water en Bodem Sturend betekent voor Sliedrecht-Noord dat de inrichting zoveel mogelijk volgens de principes uit de landelijke maatlat zal zijn. Dat betekent “duurzaam en klimaatbestendig inrichten van gebouw tot landschap”, volgens de principes zoals genoemd in de Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. De hier getoonde voorbeelden zullen later nader uitgewerkt worden. Wadi / groengoot

Plas-drasgebied

Open water

Inpassen bestaande sloten

Wadi

Inpassen bestaande sloten

Landschappelijke zones

Schotten voor vasthouden water

Wadi na hevige regenbui

Wadi na hevige regenbui

Contourenplan Sliedrecht-Noord

65

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte: Puntentelling

Minimaal 100 m².

2

Toelichting

Aanplant vogelbosje Gefaseerd maaien kan overal worden toegepast. Hierbij zijn de overstaande stukken nooit Voor het maken van een takkenril kan snoeien takkenhout gebruikt worden. dan dertig procent worden bij Aanplant van inheemsemeer (besdragende) bomen enenstruiken. een volgende maaibeurt wel weer gemaaid (bron: Vlinderstichting).

Ten gunste van:

Zangvogels, insecten en kleine zoogdieren.

5

Puntentelling Eisen en randvoorwaarden Per 100 m² insectvriendelijk maaibeheer: punten (mits beheer minimaal 3 jaar actief). Maximaal Buitenen stedelijk5 gebied. Gebied: 15 punten per project. Oppervlakte:

Toelichting

Minimaal 100 m².

BEBOUWING GROENE BUITENRUIMTE

6 m² takkenril = 2 punten; per extra 2 m²per eenjaar extra punt. Maximaal 7 punten. Onderhoud: Maximaal 1 keer gefaseerd maaien op zandgrond en maximaal 2 keer per jaar gefaseerd maaien op kleigrond en laagveen. Maaisel afvoeren. Sinusbeheer is een alternatieve manier van gefaseerd maaien. Het werkt met meanderen

OUWING ENE BUITENRUIMTE

max. toegestaan: insectvriendelijk maaien door middel van sinusmaaibeheer of Beheermaatregel gefaseerd maaien. Plaatsingseisen: De takkenril aanleggen op een rustige plek. Ten gunste van: Insecten, bodemleven, kleine aanvullen zoogdierenmet en nieuwe vogels. takken. Eén keer per jaar de takkenril

Groenstroken en plantsoenen

Parkjes en parken

Natuurvriendelijke oevers

N.v.t. Min. benodigd/ Op de websites van de Vlinderstichting en EIS Kenniscentrum Insecten, is veel informatie te vinden over gefaseerd max. toegestaan: maaien en sinusbeheer. Plaatsingseisen:

Aanleg ruigte/distelstrook

Aanleg ruigte/distelstrook bij bermen, akkerranden en overhoekjes. Ten gunste van:

takkenrillen

Zaadetende vogels, kleine zoogdieren en insecten.

5

Puntentelling Per 100 m²: 5 punten. Maximaal 20 punten.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Toelichting

Buiten- en stedelijk gebied.

100 meter en 5 meter Oppervlakte: Als plantafstand kan 1,5Minimaal bij 1,5 meter wordenlang gehanteerd. Bijbreed. het aanplanten van verschillende soorten in één bosje, dienen de soorten in groepjes van 5-7 stuks per soort aangeplant te worden, om overgroei door sneller N.v.t. Min. benodigd/ groeiende soorten te voorkomen. Na een paar jaar zal het vogelbosje meer gesloten raken. Snoeien alleen waar max. toegestaan: takken problemen geven. Plaatsingseisen:

BEBOUWING GROENE BUITENRUIMTE

Inheemse (besdragende) bomen en struiken, zoals lijsterbes, meidoorn, dauwbraam, veldesdoorn sleedoorn en Gelderse roos. Bij voorkeur bomen aanplanten in de kern van het bosje en aan de rand van het vogelbosje aanplant van besdragende struiken.

ecologisch maaibeheer

Deze maatregel kan eenvoudig worden gerealiseerd door plekken als bermen, akkerranden en overhoekjes niet of maximaal 1 keer per jaar te maaien en spontane plantenontwikkeling zijn gang te laten gaan. De strook dient minimaal 2 jaar te blijven staan.

Puntentelling

5

Per 500 m² : 5 punten. Maximaal 10 punten.

Toelichting De akkerdistel is de door insecten meest bezochte plant. Hommels, bijen (zweef)vliegen, nacht- en dagvlinders worden op distels aangetroffen. Distels groeien alleen daar waar de grond niet intensief bewerkt wordt.

struwelen

ruigte

66

Contourenplan Sliedrecht-Noord

Biodiversiteit en Natuurinclusiviteit De urgentie voor biodivers en natuurinclusief bouwen is evident. Biodiversiteit neemt snel af. Wereldwijd en in Nederland verdwijnen soorten in hoog tempo door verstedelijking, intensieve landbouw en klimaatverandering. Gebouwen en infrastructuur nemen veel leefruimte in, nieuwe ontwikkelingen verdringen natuurlijke habitats, waardoor vogels, insecten en planten weinig ruimte overhouden. Maar een gebiedsontwikkeling kan ook juist bijdragen aan herstel. Door biodivers te bouwen (bijvoorbeeld groene daken, gevelbeplanting, nestkasten, wadi’s) kun je juist nieuwe leefgebieden creëren. Een meer biodiverse en natuurinclusieve inrichting van de leefomgeving draagt bij aan het terugdringen van de negatieve effecten. En daarnaast zorgt een leefomgeving met meer biodiversiteit, een robuuste waterhuishouding, minder hittestress, en een op natuurlijke wijze gezuiverde lucht ook voor het welzijn van mensen. Natuurinclusief ontwerpen is een benadering waarbij de natuurlijke omgeving en biodiversiteit worden geïntegreerd in het ontwerp van de woningen en de openbare ruimte. Het biedt tal van voordelen, zowel ecologisch als maatschappelijk. Zo ondersteunt en vergroot een natuurinclusieve leefomgeving de leefgebieden voor planten en dieren in een steeds verder verstedelijkte wereld.

Groen in de bebouwde omgeving helpt bij het reguleren van temperaturen (hitte-eilandeffect), en planten en bomen absorberen regenwater waardoor overstromingen en wateroverlast worden verminderd. Natuurinclusief ontwerpen voor meer flora en fauna in de buitenruimte werkt het beste als de vijf V’s worden gecombineerd in het ontwerp: voedsel, veiligheid, verblijfplaats, variatie en verbinding.

Contourenplan Sliedrecht-Noord

In Sliedrecht-Noord zetten we fors in op het realiseren van een natuurinclusieve wijk. Daarbij wordt alles beschouwd: het bevorderen van flora èn fauna, het gebruiken van groen èn water, inzetten op openbare ruimte èn de bebouwing. Natuurinclusief bouwen betekent onder andere dat de nieuwe wijk ecologisch verbonden wordt met de omgeving, en dat er gericht wordt op (kwetsbare) gebiedseigen soorten. Het groenblauwe raamwerk van Sliedrecht-Noord staat in verbinding met het omliggende landschap. Binnen Sliedrecht-Noord passen we inheemse en gebiedseigen beplanting toe, waardoor planten en dieren in het omliggende landschap in verbinding staan met de nieuwe wijk. Er komen nieuwe gradiënten (nat versus droog, zon versus schaduw), schuilmogelijkheden en nest- en broedvoorzieningen voor fauna en er komt beplanting die tevens als voedselvoorziening kan dienen voor dier (en mens). Het groen is zoveel mogelijk met elkaar verbonden, zodat het een doorlopend netwerk van groene en bruikbare ruimtes wordt. In de uitwerking van de plannen nemen we ook gebouwgebonden natuurinclusieve maatregelen. Te denken valt aan vogel- en vleermuiskasten, groene daken, gevelbegroeiing en voorzieningen voor insecten en egels.

Om het groenontwerp straks ook in stand te kunnen houden, worden in latere ontwerpfases in samenwerking met de beheerafdeling van de gemeente de keuzes voor de invulling van beplanting, bomen, hagen, oevers en bestrating bepaald. Beheereisen, zoals maaipaden, inlaatplekken voor de maaiboot, doorvaarthoogtes, waterbreedtes en -dieptes, etc. worden dan specifiek gemaakt en zijn dan medebepalend hoe het verkavelingsplan wordt uitgewerkt.

67

Principes compensatie fauna

struikgewas nestgelegenheid aan gevels van woningen

hoog gras

lage en biodiverse begroeiing

bijenhotel bijenhotel

bijenburcht

68

Contourenplan Sliedrecht-Noord

Natuurcompensatie Een groenstructuur met een afwisseling van bomenlanen, bonte bermen, bloeiende singels en mantelzomen zorgt voor variatie en gradiënten (overgang nat-droog, overgang zon-schaduw, overgang hoge en lage beplanting). De beplanting is gevarieerd, met bomen, heesters, struiken en lage beplanting en (ruig) gras. De beplanting dient daarbij tevens als voedsel voor onder andere vogels en insecten. Voor bomen geldt dat de wortels als ‘spons’ in de ondergrond dienen en dus ook in of nabij de wadi’s geplant kunnen worden. Het loof van de bomen zorgt voor schaduw en verkoeling. De groeiplaatsen worden per boomsoort zo optimaal mogelijk gemaakt, rekening houdend met de grondslag en drooglegging. De boomsoorten worden hier per locatie bepaald. De wadi’s en andere groenstroken worden ingeplant met ruige en (kruiden)-rijke ‘wadi-beplanting’, wat tevens kan dienen als voedsel voor insecten. Er komen verspreid door de wijk insecten- en wormenhotels.

Met de ontwikkeling van Sliedrecht-Noord wordt een agrarisch gebied getransformeerd naar een nieuwe woonwijk in de polder. Binnen deze gebiedsontwikkeling worden eventuele negatieve effecten op de natuur gecompenseerd. Deze natuurcompensatie houdt in dat de negatieve effecten op de natuur (zoals de aanleg van een weg of bebouwing) worden gecompenseerd door het creëren of verbeteren van natuur. Een deel van de benodigde compensatie realiseren we in het toekomstige park van Sliedrecht-Noord en in de groene polderstructuur die door het gebied loopt. Hierbij is het streven om met de aanleg van nieuw ‘groen en blauw’ deze op dusdanig manier te realiseren dat de kwaliteit van de bestaande groenblauwe structuur verbetert en dat de samenhang van gebieden met hoge natuurwaarden wordt vergroot en versterkt. Sliedrecht-Noord ligt niet in het gebied dat door de provincie Zuid-Holland is aangewezen als ‘weidevogelleefgebied’. We onderzoeken bij de uitwerking van de groenzones in het masterplan, de mogelijke koppelkansen door de nabijheid van een weidevogelgebied.

Verder wordt natuurvriendelijke straatverlichting toegepast. Voor de omliggende natuur is het van belang dat er zo min mogelijk lichtvervuiling is. Dit houdt in dat de openbare verlichting wordt beperkt tot een minimum. Daarbij wordt steeds gezocht naar het juiste evenwicht. Enerzijds is verlichting noodzakelijk voor een prettige en veilige leefomgeving, anderzijds houden we rekening met de natuurwaarden. Belangrijk is dat de routes ook bij beperkte verlichting sociaal veilig en goed bruikbaar blijven.

Contourenplan Sliedrecht-Noord

69

4.

Mobiliteit

De opgave van Sliedrecht ten aanzien van mobiliteit is belangrijk. Dit heeft allereerst en vooral te maken met hoe we een toekomstbestendige wijk willen maken qua mobiliteit. Een wijk waarin we het lopen, fietsen en openbaar vervoer volop stimuleren. Ten tweede is mobiliteit een belangrijke opgave in Sliedrecht-Noord gezien de specifieke ligging; gelegen aan de noordkant van Sliedrecht en ten noorden van de A15 en spoorlijn. Ten derde is mobiliteit een belangrijk aspect gezien de huidige druk op het omliggende wegennet. Een druk die door autonome ontwikkelingen verder toeneemt. In de ontwikkeling van Sliedrecht zetten we kortom in op een duurzame mobiliteitstransitie. De auto is niet langer het uitgangspunt, maar lopen, fietsen en openbaar vervoer zijn de eerste keuzes. Het leidende kader hierbij is dus het STOMP-principe: Stappen – Trappen – Openbaar vervoer – MaaS/deelmobiliteit – Privéauto. Dit zoals ook in het Verkeers- en mobiliteitsplan 2035 is opgenomen. Met deze benadering borgen we ook de bereikbaarheid én de verkeersveiligheid, zowel voor de regio, Sliedrecht als geheel, als voor Sliedrecht-Noord. Immers, alleen infrastructurele oplossingen (ontsluitingswegen, aantakkingen op bestaande wegennet) opnemen in het plan zijn hiervoor niet afdoende. Juist door de benadering van STOMP centraal te stellen in de ontwikkeling van Sliedrecht-Noord bereiken we dit.

Voordat we ingaan op de mobiliteitsprincipes voor Sliedrecht-Noord schetsen we eerst kort de huidige mobiliteitssituatie. Van daaruit schetsen we vervolgens de mobiliteitsprincipes voor Sliedrecht-Noord.

70

Contourenplan Sliedrecht-Noord

Wat is STOMP? Het STOMP-principe is een duurzaam mobiliteitskader dat helpt bij het maken van keuzes in ruimtelijke ordening, verkeersbeleid en straatontwerp. Het stelt een hiërarchie van vervoerswijzen voor, waarbij de meest duurzame, efficiënte en gezonde opties voorrang krijgen. Met het STOMP-ordeningsprincipe geven we prioriteit aan meer duurzame vormen van mobiliteit (lopen, fietsen en ov) en minder prioriteit aan minder duurzame mobiliteitsvormen (zoals de auto). Zo zorgen we voor bereikbare en leefbare gebieden. Het STOMP-principe wordt toegepast door in elke fase van planvorming en ontwerp telkens vijf opeenvolgende stappen (en bijbehorende vragen) te doorlopen: 1. Stappen (S) – De voetganger staat bovenaan. Ruimte en veiligheid voor lopen zijn uitgangspunt: brede trottoirs, veilige oversteekplaatsen, korte loopafstanden en een aantrekkelijke openbare ruimte. 2. Trappen (T) – De fiets volgt als tweede. Goede, comfortabele en veilige fietsinfrastructuur moet vanzelfsprekend zijn, zoals doorfietsroutes, stallingen en logische verbindingen. 3. Openbaar vervoer (O) – OV-systemen dienen goed toegankelijk en betrouwbaar te zijn, zodat ze een reëel alternatief vormen voor de auto. Denk aan hoogwaardige bushaltes, goede overstappen en snelle verbindingen. 4.

MaaS / deelmobiliteit (M) – Deelauto’s, deelfietsen en andere flexibele mobiliteitsdiensten ondersteunen een autoluw systeem. Ze maken vervoer mogelijk zonder dat iedereen zelf een auto hoeft te bezitten. 5. Privéauto (P) – De eigen auto komt bewust als laatste. Hij blijft beschikbaar, maar de infrastructuur en beleidskeuzes moeten andere modaliteiten niet verdringen of ontmoedigen.

Doel van STOMP: Het principe helpt overheden en ontwerpers om keuzes te rechtvaardigen die leiden tot gezondere, veiligere en ruimte-efficiëntere steden. Het stimuleert een mobiliteitstransitie waarbij wandelen en fietsen de basis vormen, aangevuld met OV en deelmobiliteit, en pas daarna de privéauto.

Contourenplan Sliedrecht-Noord

71

Openbaar Vervoer en Auto-structuur in de regionale context

Rotterdam A16

Nieuwe

Maas Lek

No d or

A15

A29

Alblasserdam

A27

blas

De Al

A15

Wa al

N214

en ss e i

G

N482

A16

N3

Zwijndrecht

Papendrecht

Drechtsteden-regio Oude

Dordrecht

Sliedrecht

Hardinxveld-Giessendam

ede en Merw

A15

Bened

Maas Nieuwe

72

Gorinchem

e Merwed

Contourenplan Sliedrecht-Noord

4.1

Mobiliteitsanalyse huidige situatie

Zoals in de inleiding aangegeven, is er op dit moment al een grote druk op de mobiliteitsstructuur van Sliedrecht en de omgeving/ regio. Deze constatering die inwoners van Sliedrecht dagelijks ervaren, is een belangrijk aandachtspunt voor de gemeente Sliedrecht om zowel in de bestaande situatie, als bij nieuwe plannen aandacht te hebben voor de bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Een door Goudappel uitgevoerde studie (november 2025) geeft een helder inzicht in de problematiek van de huidige situatie: - De overbelaste kruispunten in combinatie met sluipverkeer door de gemeente brengt risico’s met zich mee ten aanzien van verkeersveiligheid en oversteekbaarheid voor voetgangers en fietsers op kruispunten. - Het hoofdwegennet heeft capaciteitsproblemen. Dit probleem neemt toe door autonome groei richting 2040. Dit zet de bereikbaarheid van het bestaande dorp Sliedrecht onder druk. - Onderliggend wegennet heeft capaciteitsproblemen, met name op de kruispunten nabij op- en afritten van de snelweg. Dit probleem neemt toe door autonome groei richting 2040. - Het gevolg is dat autoverkeer kiest voor alternatieve parallelle routes door de dorpen (sluipverkeer).

Contourenplan Sliedrecht-Noord

Daarnaast is er in Sliedrecht sprake van een bovengemiddeld gebruik van de auto in de totale modal split. De opgave is dat met de ontwikkeling van Sliedrecht-Noord het hoofdwegennet en onderliggende wegennet zo min mogelijk verder verzwaard worden qua capaciteit, sluipverkeer wordt voorkomen en de verkeersveiligheid voor voetgangers en fietsers wordt vergroot. De oplossingsrichting hiervoor is zoals aangegeven het inzetten op het STOMP principe. Daarmee creëren we een ‘modal shift’: een verplaatsing van het gebruik van de auto naar vervoer te voet, per fiets en openbaar vervoer. In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven welke maatregelen hiervoor worden voorgesteld en wat de effecten hiervan zijn. Het genoemde onderzoek van Goudappel heeft hierbij een goede onderbouwing gegeven in welke mate welke oplossingen een bijdrage leveren aan die effecten.

73

fijnmazig netwerk van goed verlichte en veilige wandelroutes

mobility as a service kleinschalige buurthubs - deelauto’s lagere parkeernorm rond OV en buurthubs

M

privé-auto - parkeren parkeren op afstand geclusterd, uit het zicht in parkeerkoffers of mobiliteitshubs woonstraten met autoluwe inrichting, 30km/u

P

74

O

openbaar vervoer goed bereikbaar openbaar vervoer trein en bus

T

trappen fijnmazig fietspaden netwerk goed verbonden

S

stappen

Contourenplan Sliedrecht-Noord

4.2

Mobiliteitsprincipe van Sliedrecht-Noord

Hét leidende mobiliteitsprincipe van Sliedrecht-Noord is het STOMP-principe. We kijken eerst naar de opgave voor de voetganger, daarna de fietser et cetera. waarbij de personenauto het sluitstuk vormt. Het doel is daarmee dat we de modal split wijzigen: het percentage gebruik van de auto wordt kleiner. Voor de verbinding met het bestaande dorp zetten we in op zo goed mogelijke voorzieningen voor de voetganger en fietser. Daarom moeten we er allereerst voor zorgen dat belangrijke locaties sneller per fiets bereikbaar zijn dan met de auto. De Noord-Zuidverbinding is essentieel voor een goede verbinding binnen Sliedrecht voor zowel voetgangers als fietsers, naast het feit dat deze verbinding ook geschikt is voor de auto. Daarnaast is het van groot belang om in te zetten op een aantrekkelijke fiets- en voetgangersverbinding ter hoogte van het station, waardoor het station ook meteen een voorkant aan Sliedrecht-Noord krijgt. Ook overige fietsverbindingen naar Sliedrecht worden verbeterd, aansluitend op het fietsnetwerk van Sliedrecht-Noord en de regio. We zetten tevens in op de aanleg van nieuwe bushaltes op de provinciale weg N482 en de Parallelweg (zuidzijde van Sliedrecht-Noord). Daarnaast zetten we in op een lagere parkeernorm (conform parkeerbeleid gemeente Sliedrecht 2025) en een inrichting van de wijk die hierbij past.

Per element van het STOMP-principe schetsen we hierna kort welke uitgangspunten we hanteren als vertrekpunt voor de planvorming van Sliedrecht-Noord. Daarbij is van belang om op te merken dat alle maatregelen in samenhang genomen moeten worden om tot een duurzame mobiliteitsoplossing voor Sliedrecht-Noord te komen. Daarnaast dienen de hierna te formuleren uitgangspunten bij het opstellen van het masterplan, en vervolgens in de uitwerking tot plannen, tot concrete maatregelen uitgewerkt te worden. Dat luistert nauw. Immers, maatregelen moeten in samenhang worden bezien, ze moeten in de juiste volgorde worden genomen (loop- en fietsverbindingen moeten er bijvoorbeeld liggen voordat de woningen gereed zijn) en gedurende de meerjarige ontwikkeling van de wijk willen we inspelen op nieuwe ontwikkelingen die het STOMP-principe in Sliedrecht-Noord verder versterken.

auto fiets openbaar vervoer

5,3% 3,6% 41,0%

inclusief STOMP-maatregelen

29,4% exclusief STOMP-maatregelen

67,0%

53,7%

modal split exclusief en inclusief STOMP-maatregelen

Contourenplan Sliedrecht-Noord

75

Stappen

Trappen

• In Sliedrecht-Noord realiseren we een fijnmazig netwerk voor deze modaliteit. • We realiseren goed verlichte en veilige wandelroutes. • We richten de wandelroutes in de wijk zodanig in dat er een ‘ommetje’ gemaakt kan worden (recreatief wandelen) en dat deze met het buitengebied zijn verbonden. • We komen tot een dusdanige voetgangersstructuur in de wijk dat voorzieningen goed bereikbaar zijn. • Doordat we tot een goede voetgangersstructuur komen, leveren we een belangrijke bijdrage aan ontmoeting en daarmee aan de sociale structuur van de wijk. • Voor de voetganger zijn er vier belangrijke routes om SliedrechtNoord met bestaand Sliedrecht-Noord te verbinden: 1. ter hoogte van het Station 2. Noord-Zuidverbinding 3. verbinding Tolsteeg 4. verbinding Zwijnskade • Daarnaast realiseren we een belangrijke oost-westverbinding: voetgangersverbinding onder de brug van de N482.

• Ook voor de fietser realiseren we een fijnmazig netwerk. Streven is dat inwoners van Sliedrecht-Noord, wanneer zij een bestemming hebben binnen het dorp en/of nabij omgeving, zij de fiets pakken. Andersom geldt ook: inwoners van bestaand Sliedrecht pakken de fiets wanneer zij de bestemming Sliedrecht-Noord (en Buiten) hebben. • De fietsstructuur in Sliedrecht-Noord geven we zodanig vorm dat de fietser veilig en snel de bestemmingen bereikt. • Er komen voldoende stallingen voor de fiets (bij de woningen en bij de voorzieningen) om het gebruik goed te faciliteren en dat de fiets ook makkelijker te gebruiken is dan de auto. • De fietsstructuur in Sliedrecht-Noord sluiten we goed aan op de regionale hoofdstructuur van de fiets. • Voor fietser zijn dezelfde noord-zuid en oost-west verbindingen van belang zoals genoemd bij de voorzieningen voor de voetganger. • We realiseren directe, veilige en comfortabele verbindingen met scholen, voorzieningen en OV-haltes. • In de planuitwerking komen er voldoende fietsparkeergelegenheden bij voorzieningen en appartementen.

76

Contourenplan Sliedrecht-Noord

11

Principe Structuur Stappen en Trappen hoofdfietsroute (vrijliggend fietspad) bestaande hoofdfietsroute (vrijliggend) bestaande hoofdfietsroute (op rijbaan) verbinding bij station voetpaden (hoofdnetwerk)

50

fietsknooppunt

3. verbinding Tolsteeg trekkerp ad

4. verbinding Zwijnskade

50 1. ter hoogte van het station 2. noord-zuidverbinding

50

Contourenplan Sliedrecht-Noord

77

Criteria ruimtelijke inrichting Stappen en Trappen Zoals uit deze uitgangspunten voor het trappen blijkt, is de inrichting en vormgeving van het fietspadennetwerk van groot belang voor een succesvolle werking ervan. Daarvoor gelden een aantal criteria. Deze hebben we ook in het Ambitiedocument Sliedrecht Bouwt verwoord. Dit zijn:

78

1. Veiligheid - Gescheiden van gemotoriseerd verkeer: Het fietspadennetwerk moet zoveel mogelijk gescheiden zijn van wegen die door auto’s worden gebruikt, om de veiligheid van fietsers te waarborgen. - Verkeersveiligheid bij kruispunten: Kruispunten moeten zodanig ontworpen zijn dat fietsers veilig kunnen oversteken. Dit kan door middel van verkeerslichten, voorrang voor fietsers, of duidelijk gemarkeerde oversteekplaatsen. - Goede verlichting: Fietspaden moeten goed verlicht zijn om de veiligheid ‘s avonds en ‘s nachts te garanderen.

3. Comfort - Hoge kwaliteit van het wegdek: Fietspaden moeten goed onderhouden zijn met een vlak en gelijkmatig wegdek, zonder gaten of scheuren, om comfortabel fietsen mogelijk te maken. - Breedte van de fietspaden: De fietspaden moeten breed genoeg zijn om tweerichtingsverkeer en inhalen mogelijk te maken zonder gevaarlijke situaties. - Beschutting tegen weersomstandigheden: Waar mogelijk kan het fietspadennetwerk voorzien worden van beschutting tegen wind, regen of felle zon, bijvoorbeeld door bomen.

2. Directheid en Efficiëntie - Korte en logische routes: Fietspaden moeten directe verbindingen bieden tussen woonwijken, scholen, werkplekken, openbaarvervoerpunten en andere belangrijke bestemmingen, zonder onnodige omwegen. - Continuïteit: Het netwerk moet zonder onderbrekingen zijn, zodat fietsers niet hoeven om te rijden of gevaarlijke situaties moeten vermijden.

4. Toegankelijkheid en Inclusiviteit - Geschikt voor diverse fietsers: Het netwerk moet toegankelijk zijn voor verschillende soorten fietsers, inclusief kinderen, ouderen, en mensen met beperkte mobiliteit, bijvoorbeeld door het aanleggen van gladde, schuine op- en afritten. - Aansluiting op openbaar vervoer: Fietspaden moeten goed aansluiten op openbaarvervoerpunten zoals het treinstation en bushaltes, om een naadloze overgang tussen verschillende vervoerswijzen mogelijk te maken.

Contourenplan Sliedrecht-Noord

5. Connectiviteit en Integratie - Integratie met MaaS-platformen: Het fietspadennetwerk moet goed geïntegreerd zijn in Mobility-as-a-Service (MaaS)-systemen, bijvoorbeeld door fietsroutes, fietsdelen, en parkeerplekken beschikbaar te maken via een app. - Aansluiting op bredere regionale netwerken: Het netwerk binnen de wijk moet naadloos aansluiten op regionale of stedelijke fietspadennetwerken, zodat bewoners gemakkelijk naar andere delen van de stad of regio kunnen fietsen. 6. Belevingswaarde - Aangename omgeving: De fietspaden moeten aantrekkelijk landschappelijk ingepast zijn om op te rijden. - Verbinding met recreatieve routes: Naast functionele verbindingen moet het netwerk ook toegang bieden tot recreatieve fietsroutes, parken en andere vrijetijdslocaties. 7. Ondersteunende infrastructuur - Fietsparkeerplaatsen: Voldoende en veilige fietsparkeerplaatsen bij belangrijke bestemmingen zoals openbaarvervoerstations, winkels en scholen. - Oplaadpunten voor e-bikes: In de buurt van voorzieningen kunnen oplaadpunten voor elektrische fietsen worden aangeboden om het gebruik van e-bikes te stimuleren.

Contourenplan Sliedrecht-Noord

79

Openbaar vervoer • Het station Sliedrecht en de nabijgelegen busvoorziening vormen samen het centrale OV-knooppunt van de wijk. Het station is goed bereikbaar is, kent een duidelijke routing en creëert een verbinding tussen bestaand Sliedrecht en Sliedrecht-Noord. • We zetten in op nieuwe bushaltes langs de N482 en de Parallelweg. • Bij het station realiseren we een multimodale hub met OV, deelmobiliteit en fietsvoorzieningen. • Met deze bovengenoemde ingrepen stimuleren we het gebruik van de MerwedeLingelijn en de buslijnen 388 en 491 richting Utrecht en Rotterdam. • We zetten in op Publieke Mobiliteit. Het draait daarbij niet om méér, maar om béter openbaar vervoer – vervoer dat aansluit op de behoeften van de reiziger en écht van deur tot deur werkt. Het gaat hierbij zowel om de trein, bus/buurtbus, maar ook om flexibele en gedeelde vervoersvormen zoals deelfietsen, deelauto’s en ov-taxi’s. Een belangrijk onderdeel is de integratie van doelgroepenvervoer en openbaar vervoer waardoor deze systemen elkaar versterken.

80

Contourenplan Sliedrecht-Noord

Principe Openbaar Vervoer Trein - MerwedeLingelijn (Dordrecht-Gorinchem-Geldermalsen) Bus - Lijn 388 (Utrecht CS-Sliedrecht-Rotterdam) Bus - Lijn 701 (Gorinchem-Noordeloos/Bleskensgraaf-Sliedrecht) Bus - Lijn 75 (Sliedrecht - Meerkerk ) Bus - Lijn 491 (Sliedrecht De Grienden - Rotterdam Zuidplein) 1.000 m

potentiële bushalte Rich

ting

388

388

701

500 m

500 m

75 Dord

rech t

toekomstige bushalte

Station Sliedrecht

ldermalsen

Richting Gorinchem - Ge

701 491

Contourenplan Sliedrecht-Noord

81

MaaS / Deelmobiliteit

Privéauto

Deelmobiliteit (Mobility as a Service) speelt een belangrijke rol bij het verminderen van autobezit, vooral tweede auto’s: • We zetten in op het faciliteren van deelfietsen om zo een voorziening te bieden die de ‘last mile’ van station/toekomstige bushalte naar bestemming in Sliedrecht vergemakkelijkt. Rondom het station en toekomstige bushalte zijn hiervoor belangrijke en geschikte locaties. • Als kans zien we bijvoorbeeld toekomstige bewoners op complexniveau die besluiten een gezamenlijke elektrische deelauto te nemen als onderdeel van de VVE, dan wel een deelauto voor wijkbewoners via een andere wijze. • Inzetten op nieuwe innovatie deelmobiliteitsoplossingen en hier ruimte voor bieden.

• Voor de auto kijken we enkel naar de ‘restruimte’ die overblijft nadat de voorgaande vier modaliteiten op een goede wijze zijn opgenomen in het plan. • Uitgangspunt is een autoluwe wijk. • Uitgangspunt is een tweezijdige ontsluiting van de wijk. • Een deel van de provinciale weg (N482) die in de nieuwe wijk Sliedrecht-Noord komt te liggen, willen we afwaarderen tot een 50 km/u weg. • We voorkomen sluipverkeer door vormgeving van de verkeerstructuur in het plan (ontmoedigen en onmogelijk maken). • De woonstraten richten we in als erftoegangswegen (30 km/u). • Autogebruik wordt ontmoedigd door aantrekkelijke alternatieven en inrichting die primair gericht is op lopen en fietsen (autoluwe inrichting).

Bij een deelmobiliteitshub komen (elektrische) deelauto’s en laadvoorzieningen voor overige auto’s samen, al dan niet met voorzieningen voor afvalinzameling (o.a. papier, glas, PMD, textiel, etc.) en een pakket-punt.

• We passen een lagere parkeernorm toe zoals die in het huidige parkeerbeleid van de gemeente Sliedrecht is opgenomen. • Uitgangspunt is ‘parkeren op afstand’ wat concreet betekent dat het basis uitgangspunt is dat er niet direct nabij de woning wordt geparkeerd. Dit is voorwaardelijk om te komen tot een verschuiving in de ‘modal split’. In het centrumgebied bijvoorbeeld willen we dit als uitgangspunt nemen en daarna verkennen (door inzet van zones) hoe daar op de overige plekken in het gebied invulling aan te geven. • Parkeren situeren we zoveel mogelijk geclusterd en uit het zicht. • Bewoners- en bezoekersparkeren organiseren we in parkeerkoffers of in mobiliteitshubs.

mobiliteitshub

82

Contourenplan Sliedrecht-Noord

Principe Hoofdstructuur Auto-ontsluiting hoofdstructuur nieuw hoofdstructuur bestaand 50

inrichting met maximum snelheid

30

50 30 30

Contourenplan Sliedrecht-Noord

83

4.3

Tot slot

Met de hiervoor geschetste mobiliteitsopgave voor Sliedrecht-Noord zetten we in op een ontwikkeling die nieuw is voor Sliedrecht. Voor een toekomstbestendige wijk én voor het voorkomen van toekomstige mobiliteitsproblemen op het bestaande mobiliteitsnetwerk is het noodzakelijk om hier op in te zetten. We zetten daarmee in op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling: • lopen, fietsen en openbaar vervoer worden de vanzelfsprekende eerste keuzes; • een goed bereikbare wijk zonder vergroting van de verkeersdruk; • een groene, gezonde en leefbare, verkeersveilige omgeving. Het realiseren van een wijk op basis van het STOMP-principe is uitdagend. Voor Sliedrecht-Noord zetten we maximaal in op groen, langzaam verkeer, ontmoeting en gezondheid. Bij een nieuw te bouwen wijk als Sliedrecht-Noord hebben we de kans om de slag te maken naar een nieuwe standaard. Bij aanvang van de ontwikkeling, bij verkoop van de woningen tot aan het moment dat bewoners in de nieuwe wijk gaan wonen, leggen we uit wat voor gebied we hier gaan maken en laten we zien de meerwaarde is van het wonen in de wijk ‘van de toekomst’ in een autoluwe omgeving waar de voetganger, fietser en het openbaar vervoer centraal staan.

84

Contourenplan Sliedrecht-Noord

Contourenplan Sliedrecht-Noord

85

5.

Programmatische uitgangspunten

De ontwikkeling van Sliedrecht-Noord is een antwoord op een urgente maatschappelijke opgave. De woningmarkt in Sliedrecht en de regio Drechtsteden staat onder druk. Er is een grote behoefte aan woningen. Starters en jonge gezinnen vinden nauwelijks betaalbare woonruimte en senioren hebben steeds minder mogelijkheden om door te stromen naar appartementen. Zonder uitbreiding stagneert de doorstroming, blijven gezinnen vastzitten in te kleine woningen en neemt de druk op de sociale huursector verder toe. Sliedrecht-Noord levert een bijdrage aan het oplossen van dit woningmarktprobleem. Met de ontwikkeling van Sliedrecht-Noord kan een wijk ontstaan die niet alleen kwantitatief bijdraagt aan het woningaanbod, maar ook kwalitatief inspeelt op de veranderende samenstelling van huishoudens en de behoefte aan betaalbare, levensloopbestendige en diverse woonvormen. In dit hoofdstuk gaan we niet alleen in op de programmatische uitwerking van de woningbouw, maar schetsen we ook het voorzieningenprogramma en de opgave voor duurzaam bouwen.

5.1

Woningbouwbehoefte

De woningmarkt in de Drechtsteden staat onder grote druk. Volgens de Woningmarktanalyse Drechtsteden van RIGO (2024) is uitbreiding van de woningvoorraad noodzakelijk om zowel de kwantitatieve groei van het aantal huishoudens als de kwalitatieve vraag naar passende woningen op te vangen. Sliedrecht-Noord speelt hierin een onmisbare rol: zonder deze ontwikkeling kan de gemeente Sliedrecht de geraamde huishoudensontwikkeling niet binnen de eigen grenzen faciliteren en ontstaat ook regionaal een tekort aan bouwlocaties.

Huidige situatie In 2024 telt de regio Drechtsteden circa 131.000 huishoudens en ongeveer 127.000 woningen. Daarmee is er al sprake van een tekort. Bovendien is de verdeling scheef: veel grote eengezinswoningen worden bewoond door oudere, kleinere huishoudens, terwijl starters en jonge gezinnen vaak in te kleine woningen wonen of zelfs nog geen zelfstandige woonruimte hebben. De betaalbaarheid staat eveneens onder druk. Waar in 2020 nog 62% van de koopwoningen een waarde had onder de € 300.000, is dit in 2024 teruggelopen naar 24%.

86

Contourenplan Sliedrecht-Noord

Kwantitatieve woningbehoefte Het woningtekort in de regio bedraagt momenteel ruim 4.000 woningen, met name voor starters en jonge huishoudens. Veel jongeren blijven hierdoor noodgedwongen langer bij hun ouders wonen. Voor de periode 2024–2035 wordt daarnaast een extra behoefte verwacht van circa 12.100 tot 12.300 woningen om de groei van het aantal huishoudens te kunnen opvangen. Daarmee komt de totale bouwopgave uit op ruim 16.000 woningen in de komende elf jaar. De vraag is breed: er is een behoefte aan sociale huurwoningen en aan betaalbare koopwoningen. Tegelijkertijd is er ook vraag naar duurdere koopwoningen.

Kwalitatieve woningbehoefte De samenstelling van huishoudens verandert sterk. Meer dan een derde van de huishoudens in de Drechtsteden bestaat uit eenpersoonshuishoudens, voornamelijk senioren en starters. De groep 75-plussers groeit van circa 11.000 in 2024 naar circa 16.000 in 2035. Dit betekent een toenemende behoefte aan levensloopbestendige appartementen met lift. Wanneer senioren naar geschikte appartementen kunnen verhuizen, komen er bovendien gezinswoningen vrij, waardoor verhuisketens op gang komen.

Contourenplan Sliedrecht-Noord

Ook starters vragen nadrukkelijk om betaalbare woningen. Voor hen ligt de behoefte vooral bij sociale huur (ongeveer de helft) en betaalbare koop (circa een kwart, tot € 405.000 prijspeil 2025). Starters die doorgroeien naar een gezin zoeken vaak eengezinswoningen, maar juist in dit segment is het aanbod beperkt. Daarnaast is er een mismatch aan de bovenkant van de markt. De gemiddelde WOZ-waarde in Sliedrecht ligt met € 340.000 (prijspeil 2025) relatief laag. Voor huishoudens met een hoger inkomen is er daarom te weinig passend aanbod, wat een forse vraag naar duurdere koopwoningen creëert. Samenvattend is er behoefte aan een breed palet: sociale huur, middenhuur, betaalbare koop en vrije sector. In kwalitatieve zin is vooral de vraag naar appartementen met lift opvallend groot, naast een blijvende vraag naar grondgebonden koopwoningen.

De rol van Sliedrecht-Noord Sliedrecht-Noord biedt de kans om in te spelen op deze brede en urgente vraag. De wijk kan zowel voorzien in levensloopbestendige appartementen voor senioren, betaalbare woningen voor starters, eengezinswoningen en duurdere koopwoningen voor doorstromers. Daarmee draagt de ontwikkeling substantieel bij aan het oplossen van zowel de kwantitatieve tekorten als de kwalitatieve mismatch op de woningmarkt. Zowel voor Sliedrecht als voor de Drechtsteden als geheel.

87

Ambities

5.2

Woningbouwprogramma

De woningmarktanalyse laat zien dat er in Sliedrecht en in de regio Drechtsteden een forse en urgente vraag bestaat naar betaalbare en passende woningen. Starters, kleine huishoudens en ouderen zijn hierbij de belangrijkste doelgroepen. Om aan deze vraag te voldoen, moet niet alleen het aantal woningen worden vergroot, maar ook de variatie in woningtypen en prijsklassen. Voor Sliedrecht specifiek betekent dit dat de woningbouwopgave groot is, ondanks de relatief beperkte huishoudensgroei. Het bestaande tekort, gecombineerd met de beperkte doorstroming, maakt dat er in totaal circa 2.435 extra woningen nodig zijn tot 2035.

Uitgangspunt Sliedrecht-Noord neemt een centrale positie in binnen de woningbouwopgave voor Zuid-Holland Zuid. De locatie biedt ruimte om een substantiële toevoeging te realiseren van circa 1.880 woningen. Dit is bijna 80% van de totale gemeentelijke opgave. Daarmee wordt Sliedrecht-Noord niet alleen een nieuw dorpsdeel, maar ook dé sleutel om de ambitie van de gemeente waar te maken en bij te dragen aan de regionale woningbouwopgave. Minimaal 2/3 van de woningen wordt in de betaalbare categorie gerealiseerd. De bestaande woningvoorraad in Sliedrecht bestaat voor 34% uit huurwoningen van corporaties. Er zijn dus relatief gezien veel sociale huurwoningen in Sliedrecht. Om die reden worden er 400 sociale huurwoningen toegevoegd in Sliedrecht-Noord (21,3% van het woningbouwprogramma voor Sliedrecht-Noord). Voor Sliedrecht als geheel blijft daarmee het aandeel sociale huur boven de 30%.

88

Het programma voor Sliedrecht-Noord sluit aan bij de concrete behoeften: • Eengezinswoningen Het zwaartepunt ligt op eengezinswoningen, cruciaal om jonge gezinnen te kunnen huisvesten en doorstroming binnen de regio te bevorderen. • Betaalbare segmenten Minimaal twee derde van het aantal woningen wordt gerealiseerd in het betaalbare segment, waaronder sociale huur (400). Dit is nodig om starters een kans te geven op de woningmarkt, om doorstroming in gang te zetten en om tot een gemengde wijk te komen. Hiermee levert Sliedrecht-Noord tevens een goede bijdrage aan betaalbaarheid van de woningvoorraad in de regio. • Appartementen Ongeveer een derde van de woningen bestaat uit appartementen, waarbij expliciet wordt ingezet op appartementen met lift. Deze zijn mede bedoeld voor (alleenstaande) senioren die willen verhuizen uit hun eengezinswoning en daarmee woonruimte vrijmaken voor jonge gezinnen. Er is ook behoefte aan appartementen voor eenpersoonshuishoudens. • Mix van koop en huur Er komt een mix van koopwoningen in het midden- en duurdere segment en sociale en middeldure huurwoningen. Hoewel de nadruk ligt op koopwoningen, is er ook een substantieel aandeel huurwoningen opgenomen in het programma. Hiermee wordt voorzien in woonruimte voor alle inkomens en wordt het totale aanbod evenwichtiger.

• Andere woonvormen In de uitwerking van de gebiedsopgave zal ook aandacht zijn voor andere woonvormen dan het ‘reguliere’ woonprogramma. Het gaat hierbij om een breed scala aan woonvormen De omvang, typologieën, doelgroepen en de ruimtelijke vertaling wordt nader uitgewerkt in de verdere planuitwerking.

Contourenplan Sliedrecht-Noord

Principe van de ‘ondergaande zon’: hoge dichtheid rond station en voorzieningen - lage dichtheid naar de randen de ‘stralen van de zon’ verbeelden de directe verbindingen voor fietsers en voetgangers

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/1069/documents/13793