CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Begroting 2023.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 8 november 2022, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 4a: Algemene beschouwingen / Begroting 2023 – collegewerkprogramma 2023 – 202636.078 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Programmabegroting 2023

Pagina | 46

de mate waarin particulieren en bedrijven profiteren van overheidsvoorzieningen die die openbare aankondigingen mogelijk maken. Zo is er bijvoorbeeld vanuit de profijtgedachte een hoger tarief denkbaar in het (winkel)centrum van een gemeente. Daar wordt immers het meeste effect verwacht van de openbare aankondigingen (reclame-uitingen). Met deze regeling kan ook regulering worden nagestreefd. Bijvoorbeeld door de heffing in bepaalde wijken te beperken of er juist een hoger tarief te hanteren om wildgroei van openbare aankondigingen tegen te gaan. Verder kan de reclamebelasting beperkt worden tot een deel van de gemeente als daar een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor bestaat. Sliedrecht kent sinds 1 februari 2018 drie reclamebelastingen, namelijk Winkelgebied Burgemeester Winklerplein, Winkelgebied Kerkbuurt en Woonboulevard Sliedrecht. Deze zijn gekoppeld aan daartoe opgerichte ondernemersfondsen voor de winkeliersverenigingen ter plaatse (zie paragraaf 4.1.2 Ontwikkelingen en rijksbeleid onderdeel b). Het doel is met deze ondernemersfondsen het ondernemers- en verblijfsklimaat en daarmee de duurzame economische vitaliteit van deze winkelgebieden te versterken. Alle drie de winkeliersverenigingen hebben voorlopig nog de ambitie om deze eigen inkomstenbron zelf in te zetten voor activiteiten in hun winkelgebied, dus de reclamebelasting blijft gehandhaafd.

Havengeld Voor het gebruik van de gemeentelijke haven of andere openbare werken en voor het gebruik van alle binnen onze gemeente gelegen openbare wateren heft de gemeente havengeld. Het uitgangspunt daarbij is dat dit maximaal kostendekkend gebeurt. Lijkbezorgingsrechten Als gemeente heffen wij rechten voor het gebruik van de begraafplaats en voor het verlenen van gemeentelijke diensten in verband met de begraafplaats. Uitgangspunt is dat dit ten hoogste kostendekkend gebeurt. Voor de uitbreiding van de begraafplaats wordt een reserve ingezet, waardoor een tariefsverhoging voor de uitbreiding niet nodig is. Leges Omgevingsvergunningen Op dit moment is niet bekend of de nieuwe Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging met ingang van 1 januari 2023 wordt ingevoerd. Om die reden is uitgegaan van de bestaande situatie. Dit geldt ook voor de legesverordening. De leges omgevingsvergunningen zijn conform het beleid toegroeien naar maximaal 100% kostendekkendheid (conform de uitgangspunten opgenomen in de begroting 2020) verhoogd. Zoals vastgesteld in de Kaderbrief worden de overige tarieven verhoogd met 2,4%. 4.1.6 Kwijtscheldingen Als een belastingplichtige als gevolg van financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend.

De regels voor het toekennen worden bepaald door de Rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken, dat deze inkomensgrens wordt verruimd naar 100% van de bijstandsnorm. Wij hanteren de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats. Programmabegroting 2023

Pagina | 47

Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst. Het doel hiervan is de administratieve lasten voor de burger te verminderen. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. Wij verlenen kwijtschelding voor:  Onroerendezaakbelastingen;  Afvalstoffenheffing;  Rioolheffing;  Hondenbelasting (tot maximaal de helft van de verschuldigde belasting voor de eerste hond). 4.1.7 Kostendekkendheid Voor gemeentelijke heffingen geldt de wettelijke eis van maximaal kostendekkende tarieven. In de onderstaande tabel hebben we de kostendekking van de belangrijkste gemeentelijke heffingen voor 2023 inzichtelijk gemaakt. Daarbij hebben we rekening gehouden met het in de begroting 2020 opgenomen beleid van toegroeien naar maximaal 100% kostendekkendheid in vier jaar. De lijkbezorgingsrechten vormen daar een uitzondering op; daarvoor geldt een termijn van zes jaar.

Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid Kosten taakveld (en) incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld (en), excl. Heffingen Netto Kosten Overhead incl. (omslag)rente BTW (1) Totale overige kosten (a) Opbrengst heffingen (b) Dekking (b/a *100)

AfvalstoffenHeffing 2.863

RioolHeffing 2.572

HavenGeld 69

Lijkbezorging 403

Bouwleges

266

Reinigings -rechten 320

Leges Burgerzaken 763

431

7

23

14

0

18

0

2.432 821

2.565 458

46 48

389 444

266 236

302 184

763 0

243 3.496 3.372 (1) 96%

472 3.495 3.356 (1) 96%

94 72 (2) 77%

833 728 87%

502 495 98%

486 475 98%

763 214 28%

(1) Dit is inclusief de kwijtschelding. (2) Dit is exclusief opbrengst pleziervaart van € 19.000. De kosten hebben alleen betrekking op de beroepshavens. Voor pleziervaartuigen worden nagenoeg geen directe kosten gemaakt.

Programmabegroting 2023

Pagina | 48

4.2 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1 Inleiding In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt ingegaan op de bestaande risico's binnen de gemeente en het vermogen om deze risico's (financieel) op te vangen op het moment dat ze zich daadwerkelijk voordoen. De relevante kaders zijn vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing (vastgesteld september 2020). Dit kader is verder aangescherpt met behulp van het amendement 'Algemene risicoreserve', zoals dat is aangenomen bij de behandeling van de Begroting 2021. De paragraaf is onderverdeeld in vijf blokken: -

Het risicoprofiel, hier wordt ingegaan op de bestaande risico's (paragraaf 4.2.2); De weerstandscapaciteit, hier wordt bepaald wat de ruimte is om risico's op te vangen (paragraaf 4.2.3); De ratio weerstandsvermogen, hier wordt beoordeeld in hoever de risico's in verhouding staan tot de weerstandscapaciteit (paragraaf 4.2.4); De financiële kengetallen, hier wordt bovenstaande in een breder (vanuit het BBV) verplicht perspectief geplaats (paragraaf 4.2.5); De bandbreedte, hier wordt het exploitatiesaldo in een bandbreedte geplaatst (paragraaf 4.2.6).

4.2.2 Risicoprofiel Het risicoprofiel wordt bottom-up opgebouwd. Alle risico's met een ingeschatte impact van groter dan € 10.000 worden hierbij meegenomen. Per risico wordt vervolgens bepaald of het een incidenteel, of een structureel risico betreft. Een structureel risico wordt voor 2,5 jaar opgenomen in het risicoprofiel. Er is daarmee 2,5 jaar (gewogen) budget gereserveerd om voor een dergelijk risico een structurele oplossing te vinden. Dit is nodig omdat de weerstandscapaciteit niet structureel kan worden aangesproken. Naast risico's worden er soms ook kansen opgevoerd. Per risico wordt vervolgens bepaald hoe groot de kans van optreden is. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in vier klassen: I – 'kans van optreden is onwaarschijnlijk': II – 'mogelijk': III – 'aanzienlijk': IV – 'waarschijnlijk':

12,5% 37,5% 62,5% 87,5%

Dit levert vervolgens per risico een bedrag op. Met behulp van zeven risico gebieden zijn deze in onderstaande tabel weergegeven: x € 1.000

Nr. Risicogebied

Begroting 2022

JR 2021 Begroting 2023

1 Organisatierisico's

99

211

1.049

2 Algemene uitkering

3.281

3.281

0

3 Verbonden partijen

2.384

2.393

2.073

4 Garantstellingen

230

209

206

5 Dividend en renterisico

47

47

70

6 Projectrisico's

2.701

2.611

2.246

7 Overige risico's

163

294

3.632

8.906

9.046

9.276

BENODIGDE WEERSTANDSCAPACITIET (80% van het ongewogen risico) 7.237

7.421

Totaal ongewogen risico

Programmabegroting 2023

Pagina | 49

*De berekening van het weerstandsvermogen is een statische berekening. Dit heeft tot gevolg dat je de ontwikkeling moet volgen aan de hand van de behandeling van de P&C documenten in de tijd. De meest recente berekening was die bij de JR2021.

Het laatste risicoprofiel van de gemeente Sliedrecht is vastgelegd in de jaarrekening 2021 die door de raad op 5 juli 2022 is vastgesteld. In de jaarrekening 2021 bedroeg het totale risico € 9,0 miljoen. Het risicoprofiel in deze begroting is ingeschat op € 9,2 miljoen. Ten opzichte van de jaarrekening 2021 is met € 0,2 miljoen. De vijf risico's met het hoogste risicobedrag (omvang risico x kans van optreden) worden nader toegelicht. Hiermee wordt 85% van het totale risicobedrag verklaard. Het risico in verband met de herijking van het gemeentefonds is niet meer opgenomen. Dit omdat er tot 2026 geen onduidelijkheid meer bestaat. Vanaf 2027 is er mogelijk wel sprake van wijzigingen (waarbij het reëel is te verwachten dat Sliedrecht erop achteruit gaat), maar voordat dat concreet wordt zal de minister van Binnenlandse Zaken eerst met nadere onderzoeken en voorstellen komen. Het gemoeide risico is weergeven onder 4.2.6 Bandbreedte exploitatiesaldo. 1. Inflatie, € 3.526.000 (Overigerisico's) De inflatiecijfers zijn momenteel historisch hoog. Voor 2022 is het CPI percentage momenteel 9,9%. Dit is niet voorzien in de gemeentelijke budgetten. De verwachte inflatie in 2023 en verder is in de Begroting (aangevuld met het accres uit de Septembercirculaire) wel beschikbaar. Het CPI-percentage is slechts een gemiddelde.

De impact op individuele budgetten kan heel verschillend uitpakken enerzijds doordat inflatie per product verschilt, anderzijds omdat de duur van lopende contracten bepaald wanneer het effect daadwerkelijk optreedt. In het profiel is rekening gehouden met 2,0% extra inflatie over alle begrote lasten met een waarschijnlijke impact. Momenteel wordt (voor zover dat al mogelijk is) in beeld gebracht wat voor Sliedrecht het structurele effect is zodat hierover besluiten genomen kunnen gaan worden. 2. Projecten, € 2.178.000 (Projectrisico's) Het succesvol uitvoeren van projecten gaat naast het realiseren van je inhoudelijke doelstellingen over het kunnen beheersen van je risico's. Het uitvoeren van projecten gaat inherent gepaard met risico's. Deze risico’s bestaan bijvoorbeeld uit:

-

-

Risico’s die verband houden met de aard van het plan, bijvoorbeeld de aannamen over noodzakelijke voorbelastingswerkzaamheden; Risico’s die verband houden met het tijdstip van realisatie van het plan: veel plannen schuiven door, in afwachting van betere tijden. Dit kan leiden tot hogere rentekosten en werken door in de waarde van het plan; Risico’s die verband houden met gehanteerde parameters, bijvoorbeeld indexering van prijzen en rentestanden.

Naar aanleiding van de opmerkingen van de accountant bij de Jaarrekening 2022 zijn de risico's bij de grondexploitaties aangepast. 3. Verbonden partijen, € 909.000 (Verbonden partijen) Er is sprake van een algemeen risico door deelname aan een Gemeenschappelijke Regeling. Negatieve exploitatieresultaten worden doorgelegd naar de eigenaren, de gemeenten. De totale bijdrage aan verbonden partijen bedraagt in 2023 naar verwachting € 38,8 miljoen. In het risico houden we rekening met een overschrijding van 2,5% van deze bijdrage. In het onder 1. Benoemde risico met betrekking tot inflatie zijn ook de budgetten van de verbonden partijen meegenomen, waardoor er in totaal gerekend is met risico van 4,5%. 4. Energieprijzen, € 781.000 (Organisatie risico's) De energieprijzen staan door de gevolgen van de Oekraïne crisis onder grote druk. De aanwijzingen vanuit Den Haag over hoe hiermee om te gaan veranderen. In de begroting is voor 2023 € 1,0 mln.

Programmabegroting 2023

Pagina | 50

extra budget opgenomen. Dit loopt af tot een bedrag van structureel € 0,25 mln. in 2026. In deze omstandigheden is een structureel effect nagenoeg niet in te schatten. Bij een beëindiging van de crisis is het reëel dat de energieprijzen zullen gaan dalen. Het terugdringen van het verbruik heeft natuurlijk ook de volle aandacht. In het profiel is daarom rekening gehouden met een bedrag van € 0,5 miljoen structureel. 5. Begroting dG&J/SOJ, € 469.000 (Verbonden partijen) In de Kaderbrief 2023 is uitvoerig ingegaan op de budgetten met betrekking tot Jeugdzorg. Aan de dienst (en daarmee ook aan het sociaal team) is opgedragen (m.b.v. de vastgestelde begroting) de kosten te beperken tot € 7,9 miljoen in 2023. Dit is aanzienlijk minder dan de gevraagde € 8,8 mln., maar slechts € 0,1 mln. minder dan de totale kosten in 2021. Structureel is er € 8,3 miljoen beschikbaar voor Jeugdzorg. Bovenop dit begrote budget is het genoemde risico opgenomen in het risicoprofiel.

4.2.3 Weerstandscapaciteit De weerscapaciteit beschrijft het vermogen om de financiële effecten van risico's die zich voordoen op te vangen. De weerstandscapaciteit bestaat (conform de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing) uit het saldo van de algemene reserve, de reserve weerstandsvermogen, de niet beklemde bestemmingsreserves en de opgenomen post voor onvoorzien. Daarnaast wordt voor de weerstandscapaciteit in Sliedrecht 20% van de niet benutte belastingcapaciteit en 20% van de stille reserves gerekend. De resulteert in de volgende weerstandscapaciteit. Voor de JR2021 zijn twee vergelijkende standen opgenomen. De stand 31/12/21 betreft de één-op-één aansluiting met het boekwerk. De stand 01/01/22 betreft de stand zoals die resulteert na de besluitvorming over de resultaatbestemming 2021. x € 1.000

Onderdeel

JR2021 JR2021 (31-12-21) (01-01-22) 3.153 2.223

B2023

1

Algemene reserve (incl. rekening resultaat)

2

Reserve Weerstandsvermogen

4.751

4.751

4.751

3

Overige niet beklemde reserves

859

1.015

965

4

Onvoorzien

0

0

61

5

20% van de stille reserves

1.689

1.689

1.661

6

20% van de onbenutte belastingcapaciteit

604

604

635

11.056

10.282

10.464

Totaal

2.391

1. Algemene reserve De hier gehanteerde stand van de algemene reserve wijkt af van de gepresenteerde stand in de tabel onder 5.4.1. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat het geraamde rekening resultaat 2022 in de tabel onder 5.4.1 niet is meegenomen, maar dat daar hier wel rekening mee is gehouden. Dit omdat dit een reëler beeld geeft van het beschikbare weerstandsvermogen. Het daadwerkelijke resultaat 2022 is logischerwijs nog onbekend waardoor de uiteindelijke stand op 1 januari 2023 gaat afwijken. 2. Reserve Weerstandsvermogen De gewenste omvang van de reserve weerstandsvermogen bedraagt 75% van de gewogen risico's minus de hoogte van de som van de niet-beklemde reserves en de post onvoorzien. Dit resulteert in een minimale stand van € 4.540.000. Om continue mutaties (bij elk P&C product) op deze reserve te voorkomen (welke het inzicht belemmeren) wordt dit niet overgebracht naar de algemene reserve. In de Nota Reserves en Voorzieningen zal een en ander nader worden herijkt. 3. Niet beklemde reserves

Programmabegroting 2023

Pagina | 51

Dit betreft het totaal van de verwachte stand van de volgende reserves per 1 januari 2023: Frictiebudget reorganisatie (€ 71.000), Kleinschalige herontwikkeling (€ 122.000), Sociaal Domein (€ 648.000) en Herplantfonds (€ 34.000). 4. Onvoorzien Dit betreft het begrote bedrag onvoorzien in 2023. 5. 20% van de stille reserves Doordat bezittingen tegen historisch kostprijs moeten worden opgenomen op de balans (voorschrift BBV) is er sprake van zogenaamde stille reserves. Het gevolg hiervan is dat eventuele waardeontwikkeling niet zichtbaar is (een eventuele daling wel, want die moet direct worden afgeboekt). Een voorbeeld waarbij dit duidelijk werd is de verkoop van Eneco. Strikt gezien werd de gemeente hiervan niet rijker. Iets wat eigendom was van de gemeente (met de bijbehorende waarde) werd omgezet in geld. We onderkennen een tweetal stille reserves allereerst in het vastgoed (€ 1,2 miljoen) bezit en ten tweede in het aandelen bezit (€ 0,5 miljoen). Samen resulteren deze stille reserves in een weerstandscapaciteit van € 1,7 miljoen Stille reserve vastgoed Op vastgoed is een verschil te maken tussen vastgoed waarvoor een, wat de omvang betreft, redelijke markt is zoals voor woningen en kantoren, en vastgoed waarvoor een beperkte markt is zoals voor zwembaden en sportvoorzieningen.

Voor de inschatting van de stille reserve vastgoed kan een vergelijking gemaakt worden van de WOZ-waarde en de boekwaarde. Hierbij is de WOZ waarde voor het vastgoed waarvoor een beperkte markt is, uit voorzichtigheidsprincipe uitgegaan van een executiewaarde van 70% van de WOZ-waarde. Uit deze vergelijking rolt een stille reserve van € 5,9 miljoen, waarvan 20% is opgenomen in de weerstandscapaciteit (€ 1,2 miljoen). Stille reserve aandelen De gemeente bezit aandelen van de Bank Nederlandse Gemeenten, ROM-D, Oasen en Stedin. De aandelen BNG kennen volgens het jaarverslag 2021 van de BNG een waarde van afgerond € 78 per aandeel. Uitgaande van deze waarde bestaat een stille reserve in de aandelen BNG van afgerond € 2,4 miljoen, waarvan € 0,5 miljoen is opgenomen in de weerstandscapaciteit. 6. 20% van de onbenutte belastingcapaciteit De wijze waarop het gemoeide bedrag van de onbenutte belastingcapaciteit moet worden bepaald is beschreven in de regelgeving omtrent een eventuele artikel 12 status van een gemeente. Om hiervoor in aanmerking te komen moet de OZB-opbrengst eerst worden verhoogd tot 120% van het landelijk gemiddelde. Het bepalen van de onbenutte belastingcapaciteit betreft een complexe berekening welke voor Sliedrecht resulteert in een bedrag van € 3,2 miljoen. Dit resulteert in een weerstandscapaciteit van € 0,6 miljoen.

4.2.4 Ratio weerstandsvermogen Om te bepalen hoe de verhouding is tussen de benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit gebruik je de ratio voor het weerstansvermogen (weerstandsratio). De weerstandsratio bereken je door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Als streefwaarde het weerstandsvermogen streeft Sliedrecht een ratio van minimaal 1,0 na. Daarmee is voldoende dekking voor het totale risicoprofiel aanwezig en wordt niet onnodig beslag gelegd op middelen die ten behoeve van de beleidsdoelstellingen kunnen worden ingezet. De berekening van de ratio weerstandsvermogen ziet er als volgt uit:

Programmabegroting 2023

Pagina | 52

Onderdeel 1 Totaal ongewogen risico's (zie paragraaf 4.2.2)

JR2021 JR2021 (31-12-21) (01-01-22) 9.046 9.046

B2023 9.276

2 Afslag van 20%

-1.809

-1.809

-1.855

3 Benodigde weerstandscapaciteit (1-2)

7.237

7.237

7.421

4 Beschikbare weerstandscapaciteit (zie paragraaf 4.2.3)

11.056

10.282

10.464

1,53

1,42

1,41

5 Ratio weerstandsvermogen (4/3)

Daarnaast is afgesproken dat 75% van de benodigde weerstandscapaciteit per direct beschikbaar moet zijn. Hiervoor is de Risico Weerstandsvermogen gevormd. De omvang van deze reserve bedraagt € 4,8 miljoen2, waar minimaal € 4,5 is vereist. De bepaling van de weerstandsratio is per definitie gebonden aan een moment in de tijd. Het is daarom relevant beeld te hebben bij het verloop vanuit het verleden naar de toekomst. In onderstaande tabel brengen we dat in beeld:

De grafiek bevat veel lijnen waarbij de drie belangrijke conclusie zijn: -

De beschikbare weerstandscapaciteit (oranje lijn) ligt ruim boven de benodigde weerstandscapaciteit (blauwe lijn) op basis van het risicoprofiel.

Het bedrag komt als volgt tot stand: (0,75 * benodigde weerstandscapaciteit) minus de overige niet beklemde reserves en onvoorzien). 2

Programmabegroting 2023

Pagina | 53

-

-

De hoogte van de Algemene Risicoreserve (groene lijn) is gelijk aan de benodigde omvang (grijze lijn)3. Hiermee is er voldoende weerstandsvermogen per direct beschikbaar (en niet aanwezig in onbenutte belastingcapaciteit, of stille reserves). Bij de algemene reserve zijn twee lijnen getrokken een gestippelde en een doorgetrokken rode lijn. De gestippelde lijn bevat het verwachte verloop van de algemene reserve inclusief rekeningresultaten, de rode exclusief rekeningresultaten.

4.2.5 Financiële kengetallen In de P&C-documenten moet een gemeente verplicht ingaan op de financiële kengetallen. Deze kengetallen geven een beeld van de financiële situatie waarin een gemeente zich bevindt. Het betreft de volgende kengetallen: netto schuldquote, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatie ruimte en de gemeentelijke belastingcapaciteit. De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten. Het geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft. Het zegt daarnaast iets over de flexibiliteit van de begroting: veel schulden en kapitaallasten leiden tot een inflexibele begroting. Een netto schuldquote tussen de 90% en 130% wordt gezien als voldoende. Een lagere netto schuldquote dan 90% wordt gezien als goed. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen op langere termijn te voldoen. Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen weer. Een percentage van 20% tot 50% wordt als voldoende gezien. Het kengetal grondexploitatie geeft een indicatie van de verhouding van de in exploitatie genomen gronden ten opzichte van de totale baten. Het geeft een indicatie of een gemeente veel geld in grond heeft geïnvesteerd, geld dat in de toekomst moet worden terugverdiend. Een kengetal grondexploitatie lager dan 20% wordt gezien als goed.

De structurele exploitatieruimte geeft weer hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening. Een kengetal groter dan 0 duidt op structurele ruimte. De belastingcapaciteit maakt inzichtelijk welke mogelijkheden de gemeente heeft voor het genereren van hogere baten. Dit kengetal geeft weer hoe de belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. De woonlasten van een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Is het kengetal lager dan 100%, dan zijn de woonlasten lager dan gemiddeld in Nederland. Het verschil tussen het kengetal en 100% geeft de ruimte aan om de belastingen te verhogen tot het gemiddelde. In onderstaande tabel is dit schematisch weergegeven: Kengetal

Categorie A Categorie B Categorie C

1. Netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden

< 90%

90-130%

> 130%

b. met correctie doorgeleende gelden

< 90%

90-130%

> 130%

2. Solvabiliteitsratio

> 50%

20-50%

< 20%

3. Grondexploitatie

< 20%

20-35%

> 35%

4. Structurele exploitatieruimte

> 0%

0%

< 0%

5. Belastingcapaciteit

< 95%

95-105%

> 105%

Ik werkelijkheid is de stand per 1-1-2023 € 211.000 hoger. Dit deel is in de grafiek toegevoegd aan de Algemene reserve (rode lijn) 3

Programmabegroting 2023

Pagina | 54

Bij de Begroting 2023 horen de volgende financiële kengetallen:

JR 2021

B2022

B2023

B2024

B2025

B2026

Netto schuldquote

28%

44%

26%

39%

36%

32%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

26%

42%

24%

37%

34%

30%

Solvabiliteitsratio

49%

47%

58%

49%

50%

50%

Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Gemeentelijke belastingcapaciteit (o.b.v. tarieven 2021)

3%

4%

3%

-4%

1%

5%

2,80%

-1,00%

1,52%

1,52%

1,52%

1,52%.

92%

92%

91%

91%

91%

91%

Beschouwing financiële kengetallen Eén kengetal in een enkel jaar geeft op zich nog niet veel informatie. Deze moeten vooral in samenhang worden gezien en naast de stand is vooral het verloop relevant op te bepalen welke ontwikkelingen spelen. Netto schuldquote: De waarde van de netto schuldquote valt in categorie A. Wel is er een sprong zichtbaar tussen 2023 en 2024, vanaf 2024 is het percentage hoger. Dit is het gevolg van de verwachting dat er in 2023 aanvullende leningen aangetrokken moeten worden om de investeringen te kunnen financieren. Solvabiliteitsratio: De solvabiliteitsratio is eveneens verbetert tot categorie A.. Richting 2026 beweegt de solvabiliteit weer richting minder dan 50% (met name als gevolg inzet van reserves / toename balanstotaal).

Grondexploitatie / gemeentelijke belastingcapaciteit: Deze kengetallen vallen in categorie A. De grondexploitaties vormen een zeer beperkt geheel ten opzichte van de totale exploitatie. De belastingcapaciteit is stabiel ondanks het gegeven dat de tarieven voor riolen en afval extra stijgen als gevolg van het principe van 100% kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat de tarieven in Nederland met vergelijkbare bedragen stijgen. Structurele exploitatieruimte Er is sprake van een beperkte structurele exploitatieruimte.

4.2.6 Bandbreedte

De paragraaf Weerstandsvermogen is van oudsher gebaseerd op risico's die zich vertalen in een bedrag. Waarbij je het gemoeide bedrag afzondert in je reserves, zodat je dit risico kunt 'opvangen'. Dit is een werkwijze die vooral past bij risico's die zich eenmalig voordoen. De reserve is tenslotte een incidentele dekking. In de werkelijkheid zijn veel risico's van structurele aard. In de berekening wordt het jaarbedrag van een dergelijk risico vermenigvuldigd met 2,5. Op deze manier wordt er 'tijd' gekocht om het risico te verwerken in de meerjarenbegroting. Wanneer het risico na 2,5 jaar nog steeds bestaat dan is er geen vermogen meer gereserveerd waarop aanspraak gedaan kan worden. Voor dergelijke risico's is het denken in bandbreedten / scenario's ten opzichte van het exploitatiesaldo een veel beter instrument. Hiermee is gestart bij de P&C-cyclus 2022. In deze begroting is dat verder verankert door het onderdeel 4.2.5 Bandbreedte toe te voegen aan de paragraaf Weerstandsvermogen. Voor de meerjarenbegroting geldt de volgende bandbreedte:

Programmabegroting 2023

Pagina | 55

In de bandbreedte zijn voor een zestal dossiers risico's uitgewerkt. Dit resulteert in een indicatieve (bandbreedte) van wat de stand van het exploitatiesaldo ook kan worden als risico's positief uitpakken (bovenkant bandbreedte), danwel negatief (onderkant bandbreedte). Kenmerk van de risico's in al deze dossiers is dat de gemeente deze slechts beperkt kan beïnvloeden. Vier gemoeide risico's zijn reeds benoemd in de Kaderbrief 2023: Herijking gemeentefonds, Rijksbeleid ('nieuw kabinet'), Begroting dG&J (m.n. SOJ) en de Begroting GR Sociaal. Ten opzichte van deze risico's zijn de risico's inflatie en energie toegevoegd.

Programmabegroting 2023

Pagina | 56

4.3 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen 4.3.1 Inleiding De gemeente beheert de openbare ruimte waarin veel activiteiten plaatsvinden. Wonen, werken en recreëren bijvoorbeeld. Voor die activiteiten zijn kapitaalgoederen als wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting en gebouwen nodig. Zowel de kwaliteit van de kapitaalgoederen als het onderhoud ervan zijn bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. Dit onderdeel van de begroting geeft aan voor welk ambitieniveau de gemeente heeft gekozen. Inclusief de financiële consequenties daarvan. Het door de raad gewenste onderhoudsniveau is van invloed op de lasten. Het beleid op de kapitaalgoederen wordt vastgesteld met beleidsnota’s. Deze nota’s bieden de mogelijkheid om algemene beleidslijnen vast te stellen. Zowel voor inhoudelijke kaders (visie van de raad op de kwaliteit van de kapitaalgoederen) als voor procedurele kaders (afspraken tussen raad en college over besluitvorming en informatievoorziening).

Het gemeentelijk beleid voor het onderhoud van kapitaalgoederen is onder andere opgenomen in:  het beheerplan Vastgoed 2021-2024 (vastgesteld in 2021),  het onderhoudsbeleid Vastgoed 2021-2030 (vastgesteld in 2021),  het Vastgoedbeleid 2021-2028 (vastgesteld in 2021),  het gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 (vastgesteld in 2018),  het Beleidsplan onderhoud wegen 2015-2025 (vastgesteld in 2014) en het Onderhoudsplan Wegen 2021 t/m 2025 (vastgesteld in 2021),  de notitie Uitgangspunten onderhoud openbare verlichting 2015 -2025 (vastgesteld in 2014),  het Beheerplan onderhoud bruggen 2022-2026 (vastgesteld in 2021),  het Beheerplan onderhoud binnenhaven 2022-2026 (vastgesteld in 2021),  het Groenbeleidsplan 2021-2025 (vastgesteld in 2021) en  het Uitvoeringsbeleid speel- en sportruimte Sliedrecht (vastgesteld in 2016). Op basis van beheerplannen ramen we jaarlijks budgetten voor het onderhoud dat we in het begrotingsjaar moeten uitvoeren. Het uitgangspunt is dat er voldoende wordt gereserveerd (stortingen in onderhoudsvoorzieningen) of dat er investeringsbesluiten genomen worden voor het uitvoeren van toekomstig onderhoud.

Hieronder gaan we verder in op de beleidsvelden openbaar groen en speelvoorzieningen, riolering, waterbeheer, wegen, bruggen, openbare verlichting, gebouwen, binnenhaven, aanlegsteiger waterbus en reserveringen voor onderhoud 4.3.2 Openbaar groen en speelvoorzieningen Conform het groenbeleidsplan besteden we extra aandacht aan klimaatadaptatie, biodiversiteit, exoten en plaagdieren. Het is belangrijk dat de gemeente voldoende groen heeft en behoudt. Eind 2022 bereiken we de doelstelling van 10% meer bomen (van 9.300 naar 10.230) op gemeentegrond in Sliedrecht. We bewaken deze hoeveelheid bomen door bij te houden voor hoeveel gemeentelijke bomen kapvergunning wordt verleend en hoeveel bomen er worden aangeplant. Er is extra aandacht en inzet van personeel nodig voor de boomveiligheidscontrole. Dat heeft te maken met de leeftijd van het bomenbestand en klimatologische omstandigheden waaronder de droogte van afgelopen jaar.

Voor de groenprojecten volgen we de Integrale Meerjaren Operationele Planning en in 2023 pakken we de volgen gebieden aan:  uitvoering en afronding Elzenhof-west: vernieuwen en herinrichten van wegen in combinatie met rioolvervangingswerkzaamheden en groen,  uitvoering Overlaat-Stormrand en omgeving: nieuwe aanleg met hergebruik bestaande materialen in combinatie met verkeerswensen en groen,  gefaseerde uitvoering Vogelbuurt: grootschalige aanpak in combinatie met groen, riolering, herinrichting en warmtenet. In 2023 richten we verder na de realisatie van de herstructurering van het Achterom de laatste speelplaats in. Voor de overige speelplaatsen voeren wij het reguliere onderhoud uit.

Programmabegroting 2023

Pagina | 57

4.3.3 Riolering De gemeentelijke taken op het gebied van de riolering zijn gebaseerd op de Waterwet. Voor de uitvoering van deze wettelijke verplichting is gemeentelijke autonome beleidsruimte beschikbaar. Eind 2018 is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023 door de gemeenteraad vastgesteld. In het GRP staat hoe de gemeente Sliedrecht invulling geeft aan de zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater. Omdat het huidige gemeentelijke rioleringsplan 2019-2023 verloopt, gaan we de komende periode aan de slag met het voorbereiden en opstellen van een nieuw GRP. Daarin leggen we onder andere de doelen, afwegingkaders, te nemen maatregelen en de bekostiging vast. De afgelopen twee jaren hebben we met inspecties en onderzoeken geprobeerd de toestand van het areaal in kaart te brengen. Door achterstanden en de tijdrovende- en kosten intensieve werkwijze is dat beeld nog niet dekkend. In een meerjarencyclus (circa 10-15 jaar) doen we op basis van de leeftijd, de kwaliteit vanuit de inspecties en de hydraulische capaciteitsberekening van de riolering in het GRP een prognose van de te nemen maatregelen voor de komende jaren.

Naast de voorbereiding op het nieuwe Gemeentelijk Rioleringsplan en het regulier beheer en onderhoud van de riolering, werken we in 2023 aan de voorbereiding en uitvoering van onder andere de onderstaande projecten:  rioolvervanging Vogelbuurt,  rioolvervanging of rioolonderhoud Rivierenbuurt-noord,  rioolvervanging Elzenhof,  rioolvervanging Nijverwaard,  aanbrengen hemelwaterriolering Stormrand e.o.,  rioolvervanging P.A. de Genestetstraat,  rioolvervanging Werenbuurt en  vervangen drukriolering. 4.3.4 Waterbeheer Op basis van het Stedelijk Waterplan Plan (SWP) hebben we de afgelopen jaren maatregelen getroffen om het stedelijk watersysteem te verbeteren. Dit plan is na de aanleg van de waterberging in 2022 afgerond. Sinds 1 januari 2015 is 75% van de watergangen in beheer en eigendom overgegaan op Waterschap Rivierenland (WSRL). Daarmee hebben al deze watergangen conform de keur en legger van WSRL ook een zogenaamde A-status gekregen. De gemeente Sliedrecht voert het onderhoud van de eigen watergangen en de watergangen in eigendom van het Waterschap Rivierenland uit. Voor het onderhoud van de watergangen van het Waterschap Rivierenland ontvangt de gemeente jaarlijks een vergoeding. Het kroosruimen voeren we in overleg met Waterschap Rivierenland in opdracht van de gemeente Sliedrecht uit. De gemeente en het Waterschap betalen ieder de helft van de totale kosten.

In 2023 willen we tot een nieuwe onderhoudsstrategie, beheercyclus en beleidsuitgangspunten komen ten aanzien van het stedelijk watersysteem. Tot die tijd voeren we enkele inventariserende onderzoeken uit. 4.3.5 Wegen Eind 2014 is het Beleidsplan Onderhoud Wegen 2015-2025 vastgesteld. De belangrijkste uitgangspunten daarbij zijn:  het voorkomen van kapitaalsvernietiging,  het voorkomen van te grote hoogteverschillen met betrekking tot toegankelijkheidseisen en  het voorkomen van schadebeelden waarbij het risico van schadeclaims van toepassing is. In 2021 heeft de gemeenteraad bovendien het Onderhoudsplan Wegen 2021 - 2025 vastgesteld. In dat plan zijn het onderhoudsniveau, de kosten en de planning opgenomen. Het klein en regulier

Programmabegroting 2023

Pagina | 58

onderhoud aan elementenverharding en asfalt loopt zoveel mogelijk via onderhoudscontracten die meerjarig aanbesteed worden. In het Integrale MeerJaren Operationele Programma (IMJOP) staan voor 2023 de volgende projectmatige activiteiten gepland voor groot onderhoud en vernieuwing wegen:  voorbereiden Jacob Catsstraat-zuid en omgeving: vernieuwen en herinrichten van wegen in combinatie met groen en locatie Groen van Prinstererschool,  uitvoeren en afronden Elzenhof-west: vernieuwen en herinrichten van wegen in combinatie met rioolvervangingswerkzaamheden en groen,  uitvoeren Overlaat-Stormrand en omgeving: nieuwe aanleg met hergebruik bestaande materialen in combinatie met verkeerswensen en groen,  gefaseerd uitvoeren Vogelbuurt: grootschalige aanpak in combinatie met groen, riolering, herinrichting en warmtenet,  voorbereiden Professorenbuurt-oost: grootschalige aanpak in combinatie met groen, riolering, herinrichting en warmtenet,  voorbereiden Parallelweg langs Nijverwaard: grootschalig asfaltonderhoud in combinatie met verkeersmaatregelen en afgestemd op verkeersontwikkeling Leeghwaterstraat,  voorbereiden P.A.

de Genestetstaat-oost: vernieuwen en herinrichten van wegen in combinatie met rioolvervangingswerkzaamheden en groen,  voorbereiden Baaneweer, Koningsweer en Locksweer: vernieuwen en herinrichten van wegen in combinatie met rioolvervangingswerkzaamheden en groen en  voorbereiden Rivierenbuurt-noord: vernieuwen en herinrichten van wegen in combinatie met rioolvervangingswerkzaamheden en groen. 4.3.6 Bruggen In 2021 is een beheer- en onderhoudsplan voor de bruggen binnen de gemeente Sliedrecht opgesteld. In 2023 herstellen, onderhouden en vervangen we de bruggen conform het dan vigerende meerjarenonderhoudsprogramma. 4.3.7 Openbare verlichting De gemeente Sliedrecht heeft het beheer en onderhoud van de openbare verlichting ondergebracht bij de gemeente Dordrecht. In 2014 zijn de uitgangspunten voor openbare verlichting vastgesteld. De toepassing van energiezuinige ledverlichting is daar een van de speerpunten bij. Zoals elk jaar wordt het plan voor onderhoud en vervanging van de openbare verlichting ook in 2023 geactualiseerd en integraal afgestemd op projecten in de openbare ruimte. 4.3.8 Gebouwen We beheren onze gebouwen vanuit het Vastgoedbeleid 2021-2028, het Onderhoudsbeleid Vastgoed 2021-2030 en het Beheerplan onderhoud Vastgoed 2021-2024. Deze beleidsdocumenten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en door de raad in 2021 vastgesteld.

Sinds 2020 zetten we vol in op een nieuwe vorm van beheer, die zich voor wat betreft het onderhoud kenmerkt door 'preventie' in plaats van 'curatie'. Het Vastgoedbeleid 2021-2028 geeft niet alleen inzicht in de totale vastgoedportefeuille en de organisatie rondom het vastgoedbeheer. Het beleid vormt ook het afwegingskader voor eigendom of afstoten van vastgoed. In het Beheerplan Vastgoed 2021-2024 staat een onderbouwing van de onderhoudsbudgetten voor gebouwen in de begroting van Sliedrecht. Het plan geeft inzicht in het (bouw)technisch onderhoud van het gemeentelijk vastgoed en de daarvoor benodigde middelen. Voor de financiële verantwoording gaan we uit van een doorkijk op basis van de meerjarenonderhoudsplanningen met een looptijd van 20 jaar die in 2020 zijn opgesteld (tot 2040). Voor 2023 staat er in het beheerplan voor € 1,6 miljoen aan onderhoud gepland. Voor Elektra worden de restantkosten van het in 2022 gestarte project uitgegeven (ca. 25%). Voor de Lockhorst is de uitgave van onderhoudskosten afhankelijk van de restant levensduur als gevolg van de ruimtelijke/verkeerskundige vernieuwing. Er is nu sprake van 3 jaar. Er volgt nog een kredietvoorstel voor de renovatie van het raadhuis en de huisvesting van het gemeentekantoor. Bij de voorbereiding van dit voorstel zal ook de planning nader worden uitgewerkt. Programmabegroting 2023

Pagina | 59

4.3.9 Binnenhaven In 2021 is het beheerplan 'onderhoud binnenhaven 2022-2026' vastgesteld voor het op diepte houden van de gemeentelijke binnenhaven. Volgens het beheerplan dient er eens in de 10 jaar rekening gehouden te worden met hoge kosten voor baggerwerkzaamheden (voorzien 2025). Op basis van dit plan verwachten we in 2023 geen baggerwerkzaamheden. 4.3.10 Aanlegsteiger waterbus Vanaf 2022 heeft de Waterbus een nieuwe vervoerder, Swets/Blue Amigo. Het vervoer is geregeld in een contract tussen de Provincie en Swets. De gemeente Sliedrecht betaalt hiervoor jaarlijks een bijdrage aan Servicegemeente Dordrecht. Servicegemeente Dordrecht heeft de wens de aanlegsteiger voor de Waterbus een vernieuwde uitstraling te geven. Dat moet gebeuren conform de gezamenlijke haltevisie Drechtsteden uit 2019, richt zich vooral op vindbaarheid, herkenbaarheid en bereikbaarheid van de Waterbus en staat gepland voor 2023. Het ponton van de Waterbus in Sliedrecht is geïnspecteerd en groot onderhoud vindt volgens de planning in 2026 plaats. Constructieve aanpassingen die nodig zijn voor het varen met de nieuwe boten zijn voor rekening van de nieuwe vervoerder. 4.3.11 Reserveringen voor onderhoud In het kader van de begroting is het van belang dat er voldoende wordt gereserveerd voor toekomstig onderhoud. In 2023 doen we de volgende stortingen in de diverse onderhoudsvoorzieningen.

Omschrijving

Categorie BBV

Zalencentrum De Lockhorst Diverse multifunctionele accommodaties Binnensportaccommodaties Zwemaccommodatie De Lockhorst Recreatievoorzieningen Subtotaal Programma 1 Begraafplaats (gebouw) Kinderboerderij (gebouw) Watergangen en sloten Onderhoud riolering Onderhoud wegen Bruggen 1) Binnenhaven Ponton waterbus Toren NH-kerk met uurwerk Klok en carillon raadhuis Standplaatsen woonwagens Subtotaal Programma 3 Raadhuis Vlaggen Brandweerkazerne (incl. dienstwoningen) Gemeentekantoor Gemeentewerf Subtotaal Programma 4 Totaal generaal

Programmabegroting 2023

Rekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Gebouwen Gebouwen

Programma 1 1

112.066 65.560

112.066 65.560

112.066 65.560

Gebouwen Gebouwen Groen

1 1 1

Gebouwen Gebouwen Water Riolering Wegen Wegen Water Water Gebouwen Gebouwen Gebouwen

3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3

Gebouwen Overig Gebouwen

4 4 4

70.973 237.657 4.384 490.640 882 3.753 8.972 1.422.000 242.915 62.862 5.802 4.290 1.837 1.462 5.260 1.760.035 63.214 265 38.671

70.973 237.657 4.384 490.640 882 3.753 8.972 1.422.000 192.915 62.862 5.802 19.290 1.837 1.462 5.260 1.725.035 63.214 265 38.671

70.973 237.657 4.384 490.640 882 3.753 8.972 1.422.000 192.915 45.500 5.802 19.290 1.837 1.462 0 1.702.413 63.214 265 38.671

Gebouwen Gebouwen

4 4

340.686 5.947 448.783 2.699.458

154.058 5.947 262.155 2.477.830

154.058 5.947 262.155 2.455.208

Pagina | 60

Toelichting: 1) Bij de vaststelling van het onderhoudsplan bruggen 2022 t/m 2026 in de raadsvergadering van 14 december 2021 is besloten de jaarlijkse storting in de voorziening onderhoud bruggen met ingang van 2023 vast te stellen op € 45.500.

Programmabegroting 2023

Pagina | 61

4.4 Paragraaf financiering 4.4.1 Inleiding In deze paragraaf behandelen we de onderwerpen die tot het geldstromenbeleid van de gemeente behoren: risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), de financierings- en schuldpositie en het kasbeheer. Het Financieringsstatuut is het kader voor beleid en uitvoering van de treasuryfunctie. Afhankelijk van de hoogte en de verwachte duur van een liquiditeitstekort of -overschot, wordt vermogen tijdelijk of langdurig aangetrokken of tijdelijk uitgezet. Uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat de kasgeldlimiet optimaal benut wordt. We benadrukken dat de financieringsfunctie van de gemeente Sliedrecht uitsluitend de publieke taak dient en dat een prudent beleid gevoerd wordt binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido).

Renteontwikkelingen De tarieven op de geldmarkt (kortlopende leningen) zijn in 2022 opgelopen als gevolg van de situatie in Oekraïne. Hoe dit zich verder ontwikkelt is moeilijk te voorspellen. De stijging van de tarieven komt door de renteverhoging die de ECB in juli doorvoerde en haar aankondiging dat in september nog eens te doen. Daarmee is de rente op kortlopende leningen per eind juli 2022 circa 0%. De kapitaalmarktrentes (looptijden langer dan een jaar) vertoonden in de eerste helft van 2022 een sterke opgaande ontwikkeling. Al deze ontwikkelingen worden veroorzaakt door de hoge inflatie en de verwachting dat de ECB de rente verder zal verhogen. De rente voor 10-jarige staatsleningen is eind juli 2022 gestegen naar 1,30%. Banken berekenen bij het verstrekken van langjarige financiering liquiditeitsopslagen bovenop de IRS-niveaus. Voor bijvoorbeeld een 10-jaars lening bedraagt deze opslag medio juli 2022 circa 0,20% (20 basispunten). Het afgelopen jaar liet de renteontwikkeling het volgende beeld zien:

Renteverloop 1 juli 2021 - 1 juli 2022 2,50% 2,00% 1,50% 1,00% 0,50% 0,00% -0,50% -1,00%

3-maands Euribor

10-jaars IRS

4.4.2 Financieringspositie

Financiering activa De activa van de gemeente Sliedrecht zijn per begin 2023 naar verwachting als volgt gefinancierd:

Programmabegroting 2023

Pagina | 62

Financieringspositie per 1-1-2023 Bedragen x € 1 miljoen

Omschrijving

Bedragen per 1-1-2023

Totale boekwaarde investeringen

€

75,0

€

76,9

€

1,9

Vaste financieringsmiddelen: Reserves

€

48,1

Voorzieningen

€

5,1

Langlopende leningen

€

23,7

Financieringstekort

Renteschema Voor de interne rente sluiten wij aan op de voorschriften uit de BBV-notitie rente. Daarbij rekenen wij geen rente over het eigen vermogen (anders dan de reserves voor dekking kapitaallasten) en de voorzieningen. Uit deze berekening komt een omslagrente van afgerond 0,01%. Dat we de rente niet op nihil stellen heeft een technische reden: het financiële systeem heeft een waarde nodig. Renteschema

bedragen x € 1.000

2023 a

De externe rentelasten over korte en lange financiering

€

-

b

De externe rentebaten

€

-

€

-

€

-

€

-

d1 Rente over eigen vermogen

€

-

d2 Rente over voorzieningen

€

-

-/-

Saldo rentelasten en rentebaten c1 rente aan grondexploitatie door te rekenen

-/-

€

-

c2 rente van projectfinanciering

-/-

€

-

+/+

€

-

c3 De rentebaat van doorverstrekte leningen

-/-

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

€

-

e

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

€

35

f.

Renteresultaat op het taakveld treasury

-/- €

-35

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

€

-

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

€ 35

Verschil (absoluut)

€ -35

De rentelast als genoemd onder a is nihil. Toch werken we met een omslagrente van 0,01%. Dit heeft tot gevolg dat er in werkelijkheid (jaarrekening) al snel een verschil groter dan 25% ontstaat, terwijl er absoluut slechts een verschil is van enkele duizenden euro's. We zullen in dat geval niet herrekenen, waar dat bij een verschil van 25% wel is voorgeschreven.

Programmabegroting 2023

Pagina | 63

4.4.3 Leningenportefeuilles

Opgenomen leningen Onderstaande tabel geeft inzicht in het verwachte verloop van de portefeuille aan opgenomen langlopende leningen in 2023:

Verwachte verloop leningenportefeuille (x € 1.000) Bedrag

Gemiddeld percentage

Restantschuld per 1 januari 2023

€ 23.684

-0,11%

Nieuwe leningen

€

Reguliere aflossingen Restantschuld per 31 december 2023

€ 2.538 -/€ 21.146

Omschrijving

-0,10%

Op grond van de meest recente liquiditeitenplanning verwachten we voor 2023 geen nieuwe langlopende lening. 4.4.4 Risicobeheersing Risicobeheersing is één van de pijlers van de Wet Fido. De belangrijkste risicoaspecten die verbonden zijn aan de uitvoering van de gemeentelijke treasuryfunctie betreffen immers rente- en kredietrisico's. Renterisico’s moeten we vanuit de Wet Fido beoordelen op de korte en langlopende schuld.

Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet Fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de gemeente haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd <1 jaar) mag financieren. Dit maximum bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Voor het jaar 2023 bedraagt de kasgeldlimiet € 6,9 miljoen. Berekening kasgeldlimiet 2023 (bedragen x € 1.000)

Begrotingstotaal 2023

€ 80.591

Relevant percentage

8,5%

Kasgeldlimiet

€ 6.850

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

Gemiddeld. netto vlottende schuld (+) of gemiddeld netto vlottend overschot (-)

€ 4.000

€ 5.000

€ 5.000

€ 8.000

Kasgeldlimiet

€ 6.850

€ 6.850

€ 6.850

€ 6.850 € 1.150

Overschrijding kasgeldlimiet Ruimte onder de kasgeldlimiet

-

-

-

€ 2.850

€ 1.850

€ 1.850

In de gemeente Sliedrecht verwachten we in 2023 binnen de normen van de kasgeldlimiet (max. drie kwartalen overschrijding) te opereren. Alleen in het laatste kwartaal verwachten we een overschrijding. Bij de beoordeling van een eventuele financieringsbehoefte wordt de kasgeldlimiet optimaal benut. De meest actuele liquiditeitenplanning geeft aan dat er geen nieuwe langlopende lening nodig is in 2023.

Programmabegroting 2023

Pagina | 64

Op basis van het liquiditeitsbeslag van het lopende investeringsprogramma en de meerjarenbegroting, ontstaat er in 2024 naar verwachting een liquide tekort dat zich in Q4 2023 voor het eerst laat zien. Als gevolg van de gestegen rente is er in de begroting extra budget opgenomen om de bijbehorende rentelast te kunnen dragen. Hierin is het liquiditeitsbeslag dat volgt uit het CWP nog niet verwerkt.

Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm De Wet Fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rentetypische looptijd groter dan of gelijk aan 1 jaar. Met de renterisiconorm biedt de Wet Fido een richtsnoer om renteaanpassingen van financieringen en beleggingen goed in de tijd te spreiden. De norm heeft als doel het toekomstig renterisico op de lange financiering te beperken door spreiding in de aflossingen en renteherzieningen af te dwingen. Deze norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal en bedraagt voor Sliedrecht in 2023 € 16,1 miljoen Conform het voorschrift van de geactualiseerde Wet Fido bepalen we het renterisico in onderstaande tabel voor de komende vier jaren, terwijl de renterisiconorm alleen betrekking heeft op het totaal van de begroting van het komende jaar.

Berekening renterisiconorm (bedragen x € 1.000) Renterisico's

2023 -

2024 €

-

2025 €

-

2026

Renteherzieningen

€

€

-

Aflossingen

€ 2.538

€ 2.538

€ 3.288

€ 3.288

Renterisico

€ 2.538

€ 2.538

€ 3.288

€ 3.288

€ 80.591

€ 83.350

€ 79.537

€ 84.386

20%

20%

20%

20%

€ 16.118

€ 16.670

€ 15.907

€ 16.877

Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal 2023-2026 Percentage cf. regeling Renterisiconorm Toetsing renterisico aan norm: Renterisico 2023

€ 16.118

Renterisico 2023

€ 2.538

Ruimte binnen de norm

€ 13.580

Uit deze opstelling blijkt dat onze gemeente in 2023 ruimschoots binnen de renterisiconorm blijft.

Programmabegroting 2023

Pagina | 65

4.4.5 Kredietrisico’s Kredietrisicobeheersing richt zich op de kredietwaardigheid van de tegenpartijen bij financiële transacties en dus op het risicoprofiel. Er kunnen kredietrisico’s gelopen worden vanuit uitzettingen (verstrekte geldleningen, beleggingen) of uit verleende garanties.

Verstrekte geldleningen Ingedeeld naar risicocategorie, verwachten we voor 2023 het volgende verloop:

Specificatie verstrekte geldleningen naar risicocategorie Bedragen x € 1.000 Verwachte stand per % verdeling per eind 2023

Leningen aan:

1-1-2023

31-12-2023

Openbare lichamen

€ 2.169

€

2.169

99,4%

Woningbouwcorporaties

€

-

€

-

0,0%

Deelnemingen

€

-

€

-

0,0%

Overige verbonden partijen

€

-

€

-

0,0%

Overige langlopende leningen

€

17

€

14

0,6%

Totaal

€ 2.186

€

2.183

100,0%

Het bij ‘Openbare lichamen’ vermelde bedrag betreft de deelneming in dan wel leningen verstrekt uit hoofde van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn). Het bedrag bestaat uit drie onderdelen: startersleningen, duurzaamheidsleningen en het rekening courant saldo bij de SVn (beschikbaar voor leningen). In theorie kunnen hier ook blijversleningen staan, maar die zijn niet verstrekt. Het bedrag van € 2,2 miljoen is revolverend. Dat betekent dat aflossingen op de leningen op de rekening courant komen waarmee nieuwe leningen kunnen worden gefinancierd. De overige langlopende leningen betreffen (oude) renteloze leningen aan verenigingen in Sliedrecht. Deze zijn voor 2030 afgelost.

Verleende garanties De borgstellingen worden als volgt gespecificeerd naar risicogroep: Specificatie borgstellingen naar risicocategorie Bedragen x € 1.000

Verwachte stand per Categorie

Risico profiel

Directe borgstellingen

Middel/ hoger Laag

Achtervangpositie WSW Totaal

Programmabegroting 2023

1-1-2023

31-12-2023

% verdeling per eind 2023

€ €

21.935 121.134

€ €

21.559 119.592

15,3% 84,7%

€

143.069

€

141.151

100,0%

Pagina | 66

De specificatie van bovenstaande bedragen is als volgt: Bedragen x € 1.000

naam geldnemer

percentage verwachte stand deel gemeente waarborg 1-1-2023 per 1-1-2023

St Waardenburgh Vastgoed St. Waardeburgh Vastgoed Buurtver. "De Havik" Buurtver. "De Havik" St. Drechtstreek HVC (via Gevudo) * St. Waardeburgh Vastgoed Voetbalvereniging Sliedrec ht St.Sportaccommodatie Benedenveer St.Sportaccommodatie Benedenveer St.Sportaccommodatie Benedenveer Directe borgstellingen

100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 0,9% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0%

720 1.983 260 43 8.169 589.158 1.770 1.304 1.094 448 623 605.573

St. Tablis Wonen St. Tablis Wonen ** Woonzorg Nederland ** St. Mooiland ** Achtervang WSW

100,0% 81,2% 0,2% 0,5%

111.265 11.746 52.500 45.200 220.711

111.265 9.538 105 226 121.134

826.284

143.069

Totaal

aflossing verwachte stand deel gemeente 2023 31-12-2023 per 31-12-2023

720 41 1.983 125 260 0 43 0 8.169 125 5.520 niet bekend 1.770 0 1.304 42 1.094 21 448 9 623 14 21.935 377

680 1.858 260 43 8.044 589.158 1.770 1.262 1.073 439 610 605.196

680 1.858 260 43 8.044 5.520 1.770 1.262 1.073 439 610 21.559

1.542 0 0 0 1.542

109.723 n.b. n.b. n.b. 109.723

109.723 9.538 105 226 119.592

1.919

714.919

141.151

* HVC past niet goed in dit verplichte format. Via Gevudo staat Sliedrecht borg voor een gedeelte van de portefeuille. Door de algemene vergadering van * aandeelhouders zijn afspraken gemaakt over de omgang met de schuldpositie. ** De regelgeving omtrent achtervang WSW is aangepast. Dit heeft tot gevolg dat het waarborgpercentage geen 100% meer is voor nieuwe leningen.

4.4.6 Kas- en saldobeheer De inrichting van het betalingsverkeer (het beheer van het gemeentelijke rekeningstelsel, het coördineren van bevoegdheden en het verrichten van feitelijke betalingen) en de saldoregulatie wordt verzorgd vanuit Servicegemeente Dordrecht. Onze gemeente onderhoudt bankrelaties met de Bank Nederlandse Gemeenten en de Rabobank. Een hulpmiddel bij de saldoregulatie en voor het eventueel opnemen van langjarige financiering is de meerjarige liquiditeitenplanning. Deze planning is door Servicegemeente Dordrecht (SGD) in nauw overleg met onze gemeente opgezet en wordt periodiek geactualiseerd op grond van nieuwe informatie of inzichten. De bankrekening van de personeelsvereniging staat juridisch ook op naam van de gemeente, maar is praktisch geen eigendom. 4.4.7 Schatkistbankieren Bij het verplicht schatkistbankieren mag de gemeente een bedrag van 2,0 procent van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden. Dit is het zogenoemde drempelbedrag dat als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden mag worden. Als de gemeente het drempelbedrag overschrijdt, moet het meerdere afgestort worden in 's Rijks Schatkist. Over dit saldo wordt op dit moment geen rente vergoed. Drempelbedrag Schatkistbankieren

Berekening drempelbedrag SKB 2023: Begrotingstotaal

€

Relevant percentage Drempelbedrag (afgerond)

Bedragen x € 1.000 80.591 2,00%

€

1.612

.

4.4.8 Informatievoorziening Enkele keren per jaar is er overleg met de Servicegemeente Dordrecht over de voortgang en uitvoering van de treasuryzaken. Als er vanuit de gemeente of SGD behoefte of noodzaak wordt gevoeld, is er daarnaast ook contact op incidentele basis. Voor zover relevant levert SGD rapportages voor in- of extern gebruik.

Programmabegroting 2023

Pagina | 67

4.5 Paragraaf bedrijfsvoering 4.5.1 Inleiding Deze paragraaf gaat in op de activiteiten voor 2023 op het gebied van bedrijfsvoering. We beschrijven in deze paragraaf, op hoofdlijnen, de voorgenomen activiteiten voor 2023 en geven een beeld van de bijbehorende relevante cijfers. Een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering is onlosmakelijk verbonden met de doelstelling "Koersvast en ontwikkelingsgericht toewerken naar 2030". In 2023 zal, nauw verbonden aan deze doelstelling en de daarbij vastgestelde principes, de weg vervolgd worden.

Bedrijfsvoering algemeen In 2023 borduren we voort op de eerder ingezette professionele ondersteuning aan het bestuur en de organisatie. Daarnaast is ook het verlenen van ondersteuning aan de verdere uitvoering van de organisatieontwikkeling een belangrijk onderdeel.

Servicegemeente Dordrecht

Per 1 januari 2022 is onder andere het Servicecentrum Drechtsteden (SCD) overgegaan naar de Servicegemeente Dordrecht en is er sprake van een vernieuwde regionale samenwerking. Taken en diensten vanuit de oude serviceonderdelen zijn één-op-één over gegaan ("as is"). Vanuit dat uitgangspunt is er sprake van hernieuwde aandachtspunten zoals de samenwerking met de onderlinge gemeenten, de aansturing van de Servicegemeente en de afspraken over de dienstverlening richting de toekomst. Het gesprek zal, in lijn met de ambities uit het College Werk Programma, gevoerd worden.

Personeel In 2023 wordt er verder gewerkt aan het op de kaart zetten van Human Resources (HR) . De verschillende processen, zoals in-, door- en uitstroom, worden onder de loep genomen en verder gestroomlijnd, zodat de processen transparanter en beter werkbaar zijn voor zowel de medewerker als de leidinggevende. Het afgelopen jaar is er tevens gewerkt aan het beter zichtbaar en vindbaar maken van de verschillende HR-regelingen die Sliedrecht kent, ook hier wordt in 2023 op voortgeborduurd. Het aantal fte hebben we opgenomen in de volgende tabel: Aantal fte 2022 Reguliere 120,97 formatie College van b&w 4,00 Griffie 2,16 Totaal 127,13

2023 121,49 4,00 3,16 128,65

De stijging in de reguliere formatie heeft te maken met een verhoging van de formatie via een budgetneutrale wijziging. De stijging in de formatie van de griffie heeft te maken met een formatieaanvraag via de 2e Tussenrapportage 2021.

Programmabegroting 2023

Pagina | 68

Daarnaast blijft HR/Personeel een deel uitmaken van de organisatieontwikkeling. In 2022 maken we een start met Strategische Personeelsplanning (SPP), waar we in 2023 en daarna mee door gaan. Als we kijken naar de verzuimcijfers van 2021 en 2022 (tot op heden) zien we dat het verzuim gestegen is ten opzichte van het jaar 2020, met een flinke stijging vanaf de zomer van 2021. Dit is (deels) te verklaren door het opstarten van de reguliere zorg in de ziekenhuizen (denk aan uitgestelde operaties en behandelingen wegens Covid). Na het eerste kwartaal van 2022 zien we de cijfers weer dalen naar een voor Sliedrecht normaal verzuimpercentage.

Juridische zaken De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) blijft onverminderd aandacht vragen. In de laatste rapportage van de Functionaris Gegevensbescherming zijn een aantal verbeterpunten benoemd. Voor 2023 zal de nadruk liggen op het bijhouden van het verwerkingsregister, het uitvoeren van risicoanalyses op bestaande en nieuwe processen en het verhogen van het privacy bewustzijn. Verder is in 2022 de Wet open overheid (Woo) in werking getreden, die de Wet openbaarheid van bestuur vervangt (Wob). Deze nieuwe wet heeft tot doel om het handelen van overheden transparanter te maken. De wet stelt regels op over toegankelijkheid en moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. De kern van de wet is dat overheidsorganisaties verplicht zijn om meer categorieën documenten actief openbaar te maken. De verwachting is dat de gemeentes in 2023 een start moeten gaan maken met het actief publiceren van de documenten. De implementatie van deze wet is gestart in 2022, ook in 2023 zal de verdere implementatie de nodige tijd vergen. De implementatie van de Wet open overheid (Woo), maar ook van andere wetgeving zoals bijvoorbeeld de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) en de Wet digitale overheid (Wdo) hangt nauw samen met informatiemanagement, -veiligheid en automatisering.

Informatiemanagement en Automatisering Informatie en informatievoorzieningen worden steeds belangrijker voor onze organisatie. Met de verdergaande digitalisering van werkzaamheden en een groei van informatie gestuurd werken, is informatievoorziening een belangrijk onderdeel van de strategie en werkprocessen. Er vind een verschuiving plaats van techniek, naar een nadruk op informatiebetrouwbaarheid en -functionaliteit. Informatiemanagement zorgt voor de vertaling van de informatiebehoeften (die uit de verschillende werk- en bedrijfsprocessen van een organisatie ontstaan) naar een informatievoorziening die deze processen optimaal ondersteunt. In 2023 worden processen verder geoptimaliseerd. Waar mogelijk worden oude systemen uitgefaseerd en nieuwe systemen geïmplementeerd. Het doel is verder te werken aan een uniform, efficiënt en coherent informatielandschap dat tevens voldoet aan de eisen van bestaande en nieuwe wetgeving. 

Zaakgericht werken

In 2022 is zaakgericht werken geherintroduceerd. De organisatie is opnieuw getraind en zijn er nieuwe werkwijzen geïntroduceerd om het zaakgericht werken toekomstbestendig te maken. De basis is op orde, waardoor er in 2023 verder gewerkt kan worden aan een optimalisering van het systeem en de processen. Dit gebeurt in samenwerking met Servicegemeente Dordrecht. In 2022 zijn er nog steeds een aantal processen die via een oude zaaksysteem verlopen, in 2023 is het doel om het oude zaaksysteem volledig uit te faseren en het nieuwe zaaksysteem, InProces, volledig leidend te laten Programmabegroting 2023

Pagina | 69

zijn. Dit draagt zorg voor goed klantcontact, afbakening van zaken en archief wat op orde is en voldoet aan wet- en regelgeving. 

Informatieveiligheid

De toename in digitalisering zorgt voor een grotere mate waarin informatie wordt gedeeld. Het is belangrijk zorgvuldig met deze gegevens om te gaan. Onze systemen moeten veilig zijn en weerstand kunnen bieden aan pogingen tot misbruik en aanvallen van binnen en buiten. Op basis van een basisnormenkader, de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), wordt getoetst of we onze informatieveiligheid op orde hebben. Ook moet beschikbare informatie betrouwbaar zijn. De ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) is een jaarlijks audit die toetst op de veiligheid van onze systemen. In 2022 zijn er enkele verbeterpunten aangedragen voor DigiD burgerzaken, Basisregistratie Ondergrond (BRO) en Suwinet. Deze worden opgepakt en uitgewerkt door de uitvoerende instanties. Tot slot is er een nieuwe Chief Information Security Officer (CISO) in Servicegemeente Dordrecht aangesteld en is ook de samenwerking op dit vlak intensiever geworden. Op lokaal niveau wordt gemeente Sliedrecht vertegenwoordigd en geadviseerd door een informatieveiligheidsadviseur/ Information Security Officer (ISO).

Financiën De versteviging van de financiële functie krijgt in 2023 verder zijn beslag. We werken met een nieuwe inrichting en de programmabegroting 2023-2026 met een andere indeling van programma's en daaraan gekoppelde producten en ook het onderliggend grootboekschema is vereenvoudigd en geüniformeerd. Ook de informatiecyclus zal anders zijn dan we gewend waren, gebaseerd op de nieuw vastgestelde Financiële Verordening eind 2022/begin 2023. We starten in 2023 met een andere invulling van budgethouderschap, waarbij we aansluiten op de nieuwe organisatiestructuur en de verantwoordelijkheid voor het coderen en prestatie akkoord verklaren meer in de lijn wordt belegd. Belangrijke nota's zoals bijvoorbeeld de nota Reserves en Voorzieningen; de nota Activa Beleid; de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement; het Financieringsstatuut; de nota Borgstellingen zullen worden herijkt en in de praktijk worden toegepast. Voor zover dit ook financiële consequenties heeft, zal dat ook t.z.t. worden aangegeven. Een factor van betekenis zal de komende jaren ook zijn hoe de financiële verhouding tussen rijk en gemeenten vanaf 2026 verder vorm zal worden gegeven. De zogenaamde 'trap op en trap af' methode zal worden verlaten en wellicht dat gemeenten meer ruimte krijgen hun eigen belastinggebied te verruimen, om maar eens wat in dit licht te benoemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/410/documents/5243